Bijlage 3c toelichting bp 's-Graveland & Spaanse Polder 2020
Tekst van het document
De resultaten van laatstgenoemd onderzoek vormen het uitgangspunt bij de keuze om een vindplaats te behouden, op te graven, waarnemingen uit te voeren tijdens het bouwproject of geen verdere stappen te ondernemen.
68 esteld)
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020 (vastg
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020
Afbeelding 24 - Archeologisch waardevolle gebieden (potentieel)
4.9.2 Bewoningsgeschiedenis Het bestemmingsplangebied maakt deel uit van een klei-op-veengebied aan de rechteroever van de Nieuwe Maas ten westen van de Schiedamse Schie. Uit bodemonderzoek blijkt dat de Schiedamse Schie reeds vanaf de late prehistorie een voorloper heeft gekend, van waaruit sedimentatie plaatsvond. In (de directe omgeving van) het plangebied zijn bewoningssporen uit de IJzertijd (800 voor Christus - begin jaartelling) en vooral de Romeinse tijd (begin jaartelling - 350 na Christus) vastgesteld. De bewoningssporen lijken samen te hangen met de oeverzones van (voormalige) waterlopen, zoals de Schiedamse Schie en fossiele zijtakken daarvan. Eén zo'n zijtak lag ter plaatse van de Polderweg. Een bekende vindplaats uit de Romeinse tijd in dit gebied (Archis-waarnemingsnummer 24528) betreft een houten ontwateringsduiker, gelegen tussen de Fokkerstraat en de spoorlijn. De vindplaats met mogelijk een dam en ontwateringssloten is wellicht nog intact aanwezig onder (sub)recent aangebrachte ophogingen. In de 10e /11e eeuw werd het (klei-op-)veengebied ontgonnen. De maaivelddaling ten gevolge van de bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020 (vastgesteld) 69
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020
ontwatering maakte het gebied kwetsbaar voor overstromingen. Rond het midden van de 12 e eeuw werd het gebied overstroomd en werd een kleipakket afgezet. De aanleg van rivier- en polderdijken werd noodzakelijk. Verschillende dijktracés komen in het plangebied voor. Eén van de dijken ten oosten van de Schie maakte een opvallende bocht, hetgeen waarschijnlijk te wijten is aan de aanwezigheid van een vroegere meander van de Schie ter plaatse. Andere dijken zijn de voormalige 's-Gravelandsche weg, die aan de westzijde en parallel aan de Schie lag en de nog wat oudere voormalige Oude Dijk, die dwars door het plangebied liep. De Oude Dijk sloot mogelijk aan de oostzijde aan op de oude dam in de Schie, tegenover Overschie. De dijken en de directe omgeving ervan werden vanaf het begin vaak als woonplaats benut. Een voorbeeld is de voormalige boerderij 's-Gravenhuize, die recentelijk archeologisch is onderzocht.
4.9.3 Archeologische verwachting In het gehele plangebied zijn vindplaatsen uit de IJzertijd, de Romeinse tijd en de Late Middeleeuwen A (1000-1250) en B (1250-1500) te verwachten. De bewoningsresten uit de verschillende periodes kunnen op behoorlijk wisselende dieptes voorkomen, in een aantal zones zelfs direct onder maaiveld. Voor de IJzertijd en de Romeinse tijd lijkt de ligging van de vindplaatsen bepaald te zijn door de Duinkerke I-geul en oeverafzettingen. De Schieoevers en de omgeving van de Polderweg hebben in deze een verhoogde archeologische potentie. De (voormalige) dijktracés hebben een verhoogde verwachting voor bewoningssporen en vondsten vanaf 1200.
4.9.4 Dubbelbestemming archeologie Het plangebied heeft een redelijk hoge tot hoge verwachting voor wat betreft de aanwezigheid van archeologische waarden. Gelet op de mogelijk aanwezige archeologische waarden is het uitvoeren van een archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk. Dit kan bestaan uit het uitvoeren van archeologische begeleiding van de graafwerkzaamheden die worden uitgevoerd tijdens de herinrichting van de locatie of het uitvoeren van proefsleuven voorafgaand aan de start van de herinrichting. Voor het gehele plangebied geldt gelet op de verwachte aanwezige waarden de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie'. Op grond van deze dubbelbestemming geldt een bouwverbod (met afwijkingsbevoegdheid) en een vereiste tot het hebben van een omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden welke de aanbevolen oppervlakte- en dieptematen overschrijden. Een archeologisch onderzoek is verplicht gesteld om af te kunnen wijken van het bouwverboden of om de omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden te kunnen verlenen. Per deelgebied gelden de volgende oppervlakte- en dieptematen: Waarde - Archeologie 1: activiteiten dieper dan 1,0 meter beneden maaiveld, ongeacht de oppervlakte. Waarde - Archeologie 2: activiteiten groter dan 100 m², ongeacht de diepte. Waarde - Archeologie 3: activiteiten groter dan 200 m², ongeacht de diepte.
Waarde - Archeologie 4: activiteiten groter dan 200 m² én dieper dan 0,5 meter beneden maaiveld. Waarde - Archeologie 5: activiteiten groter dan 200 m² én dieper dan 3,0 meter beneden maaiveld. Waarde - Archeologie 6: activiteiten groter dan 200 m² én dieper dan 1,0 meter beneden maaiveld. Waarde - Archeologie 7: activiteiten groter dan 200 m² én dieper dan de huidige onderwaterbodem.
70 esteld)
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020 (vastg
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020
Afbeelding 25 - Deelgebieden archeologische dubbelbestemming
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020 (vastgesteld) 71
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020
72 esteld)
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020 (vastg
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020
Hoofdstuk 5
Planbeschrijving
5.1 Algemeen Het bestemmingsplan ''s-Graveland & Spaanse Polder 2020' ziet in hoofdlijnen op het voortzetten van het planologisch regime uit het bestemmingsplan 'Spaanse Polder en 's-Graveland 2004', op specifieke punten aangevuld met regels die voortvloeien uit het in oktober 2019 vastgestelde beleidskader voor het bedrijventerrein (het Ontwikkelperspectief met bijbehorende stukken). Het voornaamste uitgangspunt daarbij is het bieden van ruimte voor ontwikkeling van het bedrijventerrein en het wegnemen van belemmeringen. Door het plangebied op deze wijze te bestemmen ontstaat een globaal bestemmingsplan, dat zowel ruimte laat aan bedrijven om zich te ontwikkelen, als de herstructurering van de oudere deelgebieden van het bedrijventerrein faciliteert. De juridische vertaling van het plan in de vorm van regels is in hoofdstuk 6 beschreven.
5.2 Doelstellingen Als belangrijke doelstelling voor het plangebied geldt dat in het nieuwe bestemmingsplan zoveel mogelijk aangesloten wordt op de geldende bestemmingsplanregeling. In hoofdzaak ziet het voorliggende bestemmingsplan dus op een actualisatie van het voorheen geldende planologische kader zoals vastgeteld in het bestemmingsplan "Spaanse Polder en 's-Graveland 2004". Daarbij is belangrijk om te vermelden dat de regels en verbeelding van het voorliggende plan zo veel mogelijk in lijn zijn gebracht met de inmiddels gebruikelijke wijze van formulering van bestemmingsregels in Schiedam. Dit aspect is met name relevant omdat het voorheen geldende bestemmingsplan nog niet voldeed aan de digitale vereisten uit de Wet ruimtelijke ordening. Waar de bestaande feitelijke situatie op legale wijze afwijkt van het voorheen geldende bestemmingsplan is dit in het nu voorliggende plan verwerkt. Naast de vigerende en feitelijke situatie, dient het plan ook te voldoen aan het geformuleerde beleid. Het plan dient logischerwijs de bestaande situatie weer te geven en niet strijdig te zijn met het geformuleerde beleid. In hoofdstuk 3 is per beleidsstuk kort aangegeven in welke mate een beleidsstuk verband houdt met het bestemmingsplan. Uit deze paragrafen blijkt dat het bestemmingsplan in overeenstemming is met de relevante Rijks-, provinciale, regionale en gemeentelijke beleidsstukken.
De economische functie staat gedurende de planperiode centraal. Belangrijk aspect hierbij is dat in oktober 2019 diverse beleidsstukken zijn vastgesteld die zien op de revitalisatie, doorontwikkeling en verduurzaming van het bedrijventerrein. Waar nodig danwel mogelijk is bij de zonering van bedrijfsactiviteiten rekening gehouden met mogelijke toekomstige woningbouwplannen in de omgeving van het plangebied.
5.3 Uitgangspunten 5.3.1 Ontwikkeling en revitalisatie bedrijventerrein Het uitgangspunt van het bestemmingsplan is het consolideren van de bestaande planologische situatie als basis om ruimte te bieden voor de ontwikkeling van bestaande en nieuwe bedrijven. Hiermee kan het gebied zich verder ontwikkelen tot de grootste innovatieve hotspot in de metropoolregio; een modern, stedelijk en dynamisch werkgebied passend bij de behoeften van innovatieve ondernemers en bedrijven. Door ruimte te bieden aan kennisintensieve maakindustrie, groothandel en logistiek en de bijbehorende dienstverlening wordt de werkgelegenheid vergroot, (de waarde van) het vastgoed verbeterd en verdere kennisontwikkeling bij bedrijven gestimuleerd. Om dit mogelijk te maken is ruimte geboden om het gebied te herstructureren. Voorname bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020 (vastgesteld) 73
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020
aandachtspunten daarbij zijn de relatie tussen het bedrijventerrein, de omliggende woonwijken en Schieveste als nabijgelegen ontwikkellocatie, specifiek voor wat betreft een goede milieuzonering, het beperken van de milieuoverlast en het verbeteren van het woon- en leefklimaat. In dit bestemmingsplan wordt er voor gekozen de bestemmingsregels flexibel te houden. Binnen de verschillende zones zijn bouwvlakken opgenomen welke volledig mogen worden bebouwd tot een bouwhoogte van 15 meter, met specifiek in de etalagezone langs de A20 een bouwhoogte van 40 meter. Dit biedt bedrijven ruimte en vrijheid om zich, afhankelijk van hun eigen behoeften, te ontwikkelen. Voor zover in de bestaande situatie afwijkende maten aanwezig zijn, worden deze specifiek aangegeven op de verbeelding. Het bestemmingsplan voorziet daarnaast in de mogelijkheid af te wijken van de bij recht toegestane bouwhoogte ten behoeve van een hogere bouwhoogte wanneer dit noodzakelijk of gewenst is voor de bedrijfsactiviteiten. Het bestemmingsplan zet in op het verbeteren van de (ruimtelijke) kwaliteit en intensiever gebruik van het eigen terrein ten behoeve van het economisch duurzaam functioneren van het gebied. De ligging nabij het OV-knooppunt Schiedam-Centrum maakt daarnaast doorontwikkeling van het aspect mobiliteit goed mogelijk.
Door in te zetten op andere vormen van vervoer dan de auto, met name bij bedrijven in de etalagezone langs de A20, kan de beschikbare ruimte hoogwaardig worden benut. Om intensiever gebruik van de bedrijfsgronden te stimuleren en om versnippering van bedrijfsgrond tegen te gaan is kleinschalige bedrijvigheid uitsluitend toegelaten als onderdeel van een bedrijfsverzamelgebouw. Insteek is dat nieuw uit te geven bedrijfspercelen een minimale omvang hebben van 1.250m2. Gelet op de impact op de leefomgeving is dit uitgangspunt ook in de regels van het bestemmingsplan opgenomen. Het bestemmingsplan biedt ruimte voor de revitalisatie van de deelgebieden op basis van het Ontwikkelperspectief, op basis waarvan onder andere wordt ingezet om de kleinschalige, verouderde bedrijfsbebouwing aan de zuidzijde van het gebied te transformeren naar representatieve, vernieuwende bebouwing. De matige kwaliteit van de bestaande bebouwing heeft in de toekomst plaats gemaakt voor economisch-duurzaam en toekomstbestendig vastgoed. De revitalisering is daarbij gericht op maatwerk per bedrijf, met aandacht voor verbetering van de ruimtelijke kwaliteit, duurzaamheid, innovatie en de sociaal-maatschappelijke waarde van een goed ondernemersklimaat.
Met de actualisatie van de gebiedsopdracht SchieDistrict is de positie van het bedrijventerrein binnen de ruimere context van het SchieDistrict verder beleidsmatig vastgelegd. Hiermee is ook duidelijker dat het bedrijventerrein niet als losstaande entiteit opereert maar dat sprake is van een sterke interactie met de stad en ontwikkelingen buiten het plangebied. In aanloop naar de inwerkingtreding van het voorliggende bestemmingsplan is een groot aantal percelen binnen het plangebied vrij gekomen van erfpacht. In lijn met de pachtvoorwaarden is de bebouwing op de betreffende percelen gesloopt. Hernieuwde uitgifte is in bepaalde situaties aangehouden in afwachting van het voorliggende bestemmingsplan. Met de vaststelling van het bestemmingsplan wordt de doorontwikkeling van het bedrijventerrein verder gefaciliteerd.
74 esteld)
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020 (vastg
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020
5.3.2 Gezoneerd industrieterrein In verband met de vestiging van bedrijven die in belangrijke mate geluidhinder (kunnen) veroorzaken is voor het industrieterrein 's-Graveland & Spaanse Polder bij Koninklijk Besluit een geluidszone vastgesteld. Met dit bestemmingsplan wordt het gezoneerde industrieterrein in stand gelaten. Gelet op de situatie aan de Polderweg en Schiekade (te ontwikkelen woongebied en bestaand woonwagencentrum) is gekeken in hoeverre een beperkte aanpassing van de begrenzing van het gezoneerde bedrijventerrein noodzakelijk danwel wenselijk is. Hiermee zouden de nieuw beoogde woningen en het woonwagencentrum buiten het gezoneerde industrieterrein komen te liggen. Nut en noodzaak van aanpassing worden nog nader bezien, met name omdat op dit moment wordt bekeken op welke wijze het woongebied tot ontwikkeling wordt gebracht. Eventuele aanpassing van de begrenzing van het gezoneerde industrieterrein wordt afhankelijk gesteld van de uitkomst van deze verkenning. Indien blijkt dat dezonering mogelijk en wenselijk is zal hiervoor een separate procedure worden doorlopen. Het bestemmingsplan bevat een wijzigingsbevoegdheid op grond waarvan dezonering mogelijk is. Gelet op de impact van het gezoneerde industrieterrein buiten het plangebied, en ook buiten het grondgebied van Schiedam, is daarbij tevens goede afstemming met Rotterdam nodig.
Binnen het gezoneerde terrein zijn nieuwe zoneringsplichtige activiteiten uitsluitend toegelaten in het gebied met de aanduiding 'Milieuzone - gezoneerd industrieterrein'. Dat zoneringsplichtige activiteiten op grond van het bestemmingsplan zijn toegelaten betekent daarbij niet dat dergelijke bedrijven zich ongelimiteerd kunnen vestigen op het gezoneerde industrieterrein. Voor bedrijven welke zich in dit gebied willen vestigen geldt dat op grond van de Wet geluidhinder en de Wet milieubeheer beoordeeld moet worden of deze bedrijven passen binnen de 'geluidsruimte' op het industrieterrein. De aanwezige 'geluidsruimte' vormt daarmee een beperkende factor voor de vestiging van zoneringsplichtige activiteiten. Voor de delen van het plangebied welke buiten het gezoneerde industrieterrein liggen geldt dat deze nagenoeg geheel binnen de wettelijke geluidzone van 50 dB(A) behorende bij het gezoneerde industrieterrein liggen. Voor deze zone geldt dat geen uitbreiding van het aantal woningen en nieuwvestiging van geluidsgevoelige functies is toegelaten, tenzij op grond van de Wet geluidhinder hogere waarden (geluid) kunnen worden verleend. Deze zone is op de verbeelding aangeduid als 'Geluidzone - industrie'.
5.3.3 Bedrijven en milieuzonering Het bedrijventerrein 's-Graveland en Spaanse Polder is en blijft in hoofdzaak een bedrijventerrein. Het beleid voor het plangebied is daarom gericht op de versterking van de bedrijfsfunctie en de modernisering van het bedrijventerrein. De aanwezige bedrijvigheid vormt het uitgangspunt bij de milieuzonering. De toegelaten milieucategorieën zijn bepaald op grond van de richtafstanden tot de woonbebouwing op grond van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' voor een rustige woonwijk. Daarbij is rekening gehouden met bestaande perceels- of inrichtingsgrenzen en de situering van bebouwing. Door deze wijze van zoneren ontstaat een interne milieuzonering, waarbij lichtere vormen van bedrijvigheid aan de randen van het industrieterrein toegelaten zijn en op grotere afstanden zwaardere bedrijfsactiviteiten (tot milieucategorie 4.2). De interne milieuzonering is bepaald op basis van de afstand tot de bestaande woonbebouwing in de omgeving, zoals de woningen en woningbouwmogelijkheden langs de Polderweg en de toekomstige ontwikkeling van woningen op Schieveste . Deze wijze van zoneren vormt geen beperking van de bestaande rechten van de zittende bedrijven. Daarbij is er voor gekozen om de richtlijnen voor een gemengd gebied te volgen. Aan de noordzijde grenst het plangebied aan de Polderweg.
De Polderweg is een gebied waar afwisselend zowel woningen als (agrarische) bedrijven zijn toegestaan. Aan de zuidzijde van het plangebied ligt Schieveste. Dit gebied is deels nog te ontwikkelen, waarbij bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020 (vastgesteld) 75
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020
planvorming momenteel met name ziet op realisatie van woningen. De toekomstige woningen worden echter door de snelweg A20 afgeschermd van het bedrijventerrein. Aan de westzijde vormt de spoorlijn de grens tussen bedrijventerrein en het groen-, sport- en recreatiegebied van Thurlede en het Beatrixpark. Aan de oostzijde tot slot gaat het bedrijventerrein over in de Rotterdamse Spaanse Polder. Dit rechtvaardigt voldoende de keuze om voor de afstandsmaten uit te gaan van de typering gemengd gebied. Daarbij bedraagt de afstand tussen het bedrijventerrein en (toekomstige) aangrenzende woningen aan de zuidzijde van het plangebied over het algemeen al meer dan 100m. Aan de noordkant is de afstand tot (toekomstige) woningen op een aantal punten wat korter, maar hier zijn de toegestane bedrijfscategorieen op aangepast. Daarnaast grenzen de woningen aan de Polderweg in de meeste gevallen ook reeds op kortere afstand aan andere bedrijven, buiten dit plangebied.
Afbeelding 28 - Milieuzonering Spaanse Polder / 's-Gravelandse Polder
76 esteld)
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020 (vastg
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020
5.3.4 Staat van milieubelastende activiteiten Voor bedrijventerreinen geldt dat in principe alleen bedrijven zijn toegelaten welke zijn genoemd in de als bijlage bij de regels genoemde Staat van milieubelastende activiteiten en welke voldoen aan de ter plekke toegelaten milieucategorie. De Staat van milieubelastende activiteiten is gebaseerd op de 'Richtafstandenlijst voor milieubelastende activiteiten' uit de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering'. Het aspect geluid is daarbij buiten beschouwing gelaten, omdat dit aspect op een gezoneerd industrieterrein wordt gereguleerd via de Wet geluidhinder en Wet milieubeheer (zie: Bedrijven en milieuzonering). Toegelaten zijn uitsluitend die bedrijven welke passen bij de aard van de bedrijvigheid op het bestaande bedrijventerrein. Het is daarbij mogelijk dat bedrijven in de staat worden genoemd welke een hogere milieucategorie hebben dan ter plekke is toegelaten. Voor deze bedrijven geldt dat deze met een afwijkingsbevoegdheid zijn toegelaten indien de bedrijfsvoering dusdanig van aard is dat deze qua milieuinvloed gelijk kan worden gesteld aan de ter plekke toegelaten (lagere) milieucategorie. Hiermee kunnen bedrijfsactiviteiten worden toegestaan die twee categorieen hoger zijn dan direct toegestaan.
Daarnaast kent het plan regels die het mogelijk maken om bedrijfstypen toe te staan die niet in de Staat van milieubelastende activiteiten staan benoemd, maar die naar aard en omvang van de activiteiten gelijk kunnen worden gesteld met toegestane bedrijfscategorieen. Hiermee kan in voorkomende gevallen maatwerk worden toegepast.
5.3.5 Risicovolle inrichtingen Het Total Tankstation aan de 's-Gravelandseweg 395 valt vanwege de doorzet van LPG onder de werking van het Besluit externe veiligheid inrichtingen. Het bedrijf is om deze reden specifiek aangeduid als 'verkooppunt motorbrandstoffen met LPG'. De bij deze inrichting behorende risicocontouren (PR 10-6 ) reiken niet over bedrijfspercelen van andere in de omgeving gevestigde bedrijven of gronden waar bedrijven zijn toegelaten. Rond het tankstation gelden daarom geen expliciete beperkingen voor het vestigen van (beperkt) kwetsbare objecten. Nieuwvestiging van risicovolle inrichtingen is niet gewenst en om die reden ook niet mogelijk gemaakt.
5.3.6 Bouwhoogten Het bestemmingsplan kent in basis de de bouwhoogten die ook in het voorgaande bestemmingsplan aan gronden waren toegekend. Het merendeel van het plangebied kent een bouwhoogte van maximaal 15m, in de noordoostpunt van het plangebied is de bouwhoogte bepaald op maximaal 7m. In de etalagezone langs de A20 is de bouwhoogte bepaald op ten hoogste 40m, een verruiming ten opzichte van de voorheen geldende regeling (21m of 28m, in combinatie met toegestane hoogteaccenten tot 45m) en bedoeld om de efficiente benutting van deze strook in lijn met het beleidskader uit het Ontwikkelperspectief te faciliteren. Binnen het plangebied zijn verder verspreid enkele bestaande afwijkingen op maat bestemd (met name kantoren). Het plan kent verder een afwijkingsbevoegdheid voor het college om een afwijkende bouwhoogte tot maximaal 15m boven het bij recht toegestane maximum te vergunnen. In relatie tot de bouwhoogte speelt het aspect veiligheid voor het luchtvaartverkeer. Het plangebied ligt binnen de grenzen van de toetsingsvlakken ILS 06 en VDF Rotterdam, behorende bij Rotterdam The Hague Airport. De toetsingsvlakken behoren bij de veiligheidssystemen die onderdeel zijn van de navigatieinfrastructuur voor de luchtvaart in Nederland. De toetsingsvlakken geven ter bescherming van de goede werking van de veiligheidssystemen voor de luchtvaart maximale bouwhoogten.
Hiermee wordt in principe voorkomen dat hoge objecten binnen de toetsingsvlakken worden gerealiseerd, die mogelijk een negatieve invloed hebben op de goede werking van de veiligheidssystemen. Binnen het plangebied worden de bouwhoogten uit de toetsingsvlakken op een aantal punten
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020 (vastgesteld) 77
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020
overschreden. Dit gaat met name op voor de bouwhoogten uit toetsingsvlak ILS 06 aan de zuidzijde van het plangebied, nabij de A20. Ook bij gebruikmaking van de afwijkingsbevoegdheid uit het plan voor een hogere bouwhoogte dan bij recht is toegestaan kan de bouwhoogte uit de toetsingsvlakken worden overschreden. In de regels is daarom opgenomen dat vergunning van bouwplannen die de maximale hoogten uit de toetsingsvlakken overschrijden alleen mogelijk is nadat advies is ingewonnen bij Luchtverkeersleiding Nederland. Dit geldt ook voor de toepassing van een afwijkingsbevoegdheid om de bij recht toegestane bouwhoogte te verhogen. Hiermee is het belang van een goede werking van de veiligheidssysytemen voor de luchtvaart geborgd.
Afbeelding 29 - Uitsnede uit toetsingsvlak ILS06 Rotterdam met aanduiding plangebied
78 esteld)
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020 (vastg
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020
Afbeelding 30 - Uitsnede toetsingsvlak VDF Rotterdam met aanduiding plangebied Op afbeeldingen 29 en 30 is het plangebied weergegeven op uitsnedes uit de toetsingsvlakken. De volledige afbeeldingen behorend bij de toetsingsvlakken zijn te vinden in de overlegreactie van Luchtverkeersleiding Nederland op het voorontwerp bestemmingsplan. Omwille van de duidelijkheid is, naast de samenvatting en beantwoording in de Reactienota, de overlegreactie ook nog integraal als bijlage bij deze toelichting gevoegd.
5.3.7 Garagebedrijven In het plangebied waren voorheen ongeveer 70 garagebedrijven gevestigd; bedrijven waarbij uitsluitend of hoofdzakelijk sprake is van verkoop, onderhoud en reparatie van motorvoertuigen. Dit betrof zowel kleinschalige garagebedrijven, soms met een oppervlakte van minder dan 200 m², als grote merkdealers met een bedrijfsvloeroppervlakte van meer dan 2.000 m². Meer dan tweederde van deze bedrijven was gevestigd in het deelgebied Spaanse Polder. In dit deelgebied is daarmee een (over)concentratie van veelal kleine garagebedrijven ontstaan. De grootschalige merkdealers bevinden zich daarentegen met name in het deelgebied 's-Graveland. De vestiging van grote aantallen kleinschalige garagebedrijven past niet bij de visie voor het bedrijventerrein. Daarbij is de bedrijfsruimte van garagebedrijven veelal krap bemeten, waardoor de ruimtelijke uitstraling rommelig overkomt. Een dergelijke uitstraling doet afbreuk aan een goed werk- en ondernemersklimaat en kan daarmee negatieve effecten hebben op het goed functioneren bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020 (vastgesteld) 79
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020
van het bedrijventerrein. Om de vestiging van kleinschalige garagebedrijven en de daarmee samenhangende verrommeling te voorkomen is in de planregels een specifieke gebruiksregel opgenomen. Op grond van deze regel is de nieuwvestiging van garagebedrijven met een oppervlakte van minder dan 1.000 m² niet toegelaten. Met deze regel wordt aangesloten bij de algemene uitgangspunten voor het bedrijventerrein en de gelijkluidende regel uit het bestemmingsplan 'Spaanse Polder' van de gemeente Rotterdam. Hiermee wordt tevens voorkomen dat garagebedrijven, welke zich niet langer op het Rotterdamse deel van Spaanse Polder mogen vestigen, zich naar het aangrenzende Schiedamse deel verplaatsen. Een dergelijk 'waterbedeffect' wordt als ongewenst beschouwd omdat dit juist bij kan dragen aan een verdere verrommeling van het bedrijventerrein.
5.3.8 Bedrijfswoningen De vestiging van (nieuwe) bedrijfswoningen op het bedrijventerrein is uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening niet wenselijk. Enerzijds kan de vestiging van bedrijfswoningen leiden tot een ongewenste beperking van de bedrijfsvoering van bedrijven, anderzijds kan bewoners geen goed woon- en leefklimaat worden gegarandeerd. Nieuwe bedrijfswoningen zijn om deze reden niet toegelaten. Ook in het voorgaande bestemmingsplan was vestiging van bedrijfswoningen niet toegestaan. Als uitwerking van het beleidskader op dit vlak zijn de legaal aanwezige bedrijfswoningen de afgelopen jaren gesaneerd op het moment dat de gelegenheid zich voordeed, zoals bij herontwikkeling van een perceel of bij het maken van afspraken over hernieuwde uitgifte van gronden.
5.3.9 Woningbouw Polderweg De Polderweg is een belangrijk historisch landschappelijk element, welke een verbinding vormt tussen de stad en het veenweidelandschap van Midden-Delfland. Langs vrijwel de gehele Polderweg is sprake van kleinschalige lintbebouwing. Uitzondering hierop vormt het zuidelijke deel van de Polderweg, welke ligt ingeklemd tussen de bedrijventerreinen 's-Graveland in Schiedam en Noord-West in Rotterdam. Het nog niet ontwikkelde deel van de Polderweg, en het begin van de Schiekade, is één van de locaties welke op grond van de Woonvisie zijn aangemerkt voor nieuwbouw van woningen. Ingezet wordt op het realiseren van een bijzondere woonomgeving met een combinatie tussen natuur en de woningen. De ambitie is om de woningen loodrecht op de weg te situeren in beperkte clusters van ongeveer vijf woningen, waarbij de bebouwing langs de weg zowel in volume als hoogte kleinschaliger is dan de bebouwing dieper op het kavel. De verschillende clusters worden door robuuste groen- en waterstroken van elkaar gescheiden. Een landschappelijke zone met een diepte van ongeveer 50 meter scheidt de woonclusters van het groene dijklichaam welke het bedrijventerrein Noord-West in Rotterdam omzoomt. De woningbouwlocatie is op de verbeelding bestemd als 'Woongebied'. Ook in het voorheen geldende bestemmingsplan uit 2005 was het gebied reeds aangeduid als woongebied.
80 esteld)
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020 (vastg
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020
5.3.10
Invulling noordwestelijk kwadrant (station Schiedam Kethel)
Aan de noordzijde van het plangebied, ter hoogte van de aansluiting van de Polderdwarsweg op de 's-Gravelandseweg, bevindt zich een nog grotendeels braakliggend terrein welke nog niet is uitgegeven. De mogelijkheden voor de vestiging van nieuwe bedrijven op dit terrein hangen samen met de plannen voor de verdubbeling van het spoor tussen Schiedam en Delft. In het verlengde daarvan is op deze locatie het station Schiedam-Kethel beoogd, met de bijbehorende tramkeerlus voor het doorgetrokken TramPlus-tracé. De aan dit terrein gegeven bestemming 'Gemengd' maakt deze ontwikkelingen onder voorwaarden mogelijk. Daarbij geldt dat uitgifte van gronden voor de vestiging van nieuwe bedrijven mogelijk is, mits dit de mogelijkheden voor een spoorverdubbeling en de ontwikkeling van station Schiedam-Kethel niet beperkt. Bij nieuwvestiging van bedrijven dient aanvullend rekening te worden gehouden met het bouwverbod ter plaatse van de bovengrondse hoogspanningsverbinding. Op het moment dat station Schiedam-Kethel ontwikkeld wordt, of wellicht al eerder, is een aanvullende (bus)verbinding van het station met het bedrijventerrein Rotterdam Noord-West gewenst. Aan de zuidzijde van de Polderdwarsweg is een ruimtelijke reservering met een breedte van 15 meter opgenomen in de vorm van een verkeersbestemming.
De bestemmingslegging voor het gebied is in hoofdzaak overgenomen uit het voorheen geldende bestemmingsplan uit 2005.
5.4 Ontwikkelingen 5.4.1 Algemeen Voorafgaand aan het opstellen van het bestemmingsplan is bekeken welke ontwikkelingen binnen het plangebied meegenomen kunnen worden. Dit betreft een aantal ontwikkelingen welke reeds waren toegelaten op grond van het voorheen geldende bestemmingsplan, maar vooralsnog niet gerealiseerd zijn: de woningbouw aan de Polderweg en de invulling van het noordwestelijke deel van het bedrijventerrein. Van nieuwe planologische ontwikkelingen is hierbij feitelijk dus geen sprake. Daarnaast blijft het bestemmingsplan ruimte bieden voor de reeds ingezette revitalisering het gehele terrein. De ambities uit het Ontwikkelperspectief zijn verwerkt in het bestemmingsplan, wat overigens niet tot een substantieel andere opzet van het plan leidt. Met name het beleid voor de etalagezone langs de A20 betekent dat enkele specifieke regelingen zijn toegevoegd, waarbij de relatie met het zuidelijk van de A20 gelegen deel van het SchieDistrict duidelijker naar voren komt (functioneel en programmatisch, maar ook qua bouwmogelijkheden). Ook de diverse hub-locaties zijn op de verbeelding aangeduid, evenals de beoogde groene oeverinrichting langs de Schie. Het gaat echter met name om een nadere nuancering van de regels en gebruiksmogelijkheden ter plaatse, passend bij de doorontwikkeling van het bedrijventerrein.
Er zijn geen andere ontwikkelingen die in dit bestemmingsplan rechtstreeks mogelijk worden gemaakt. Evenmin zijn er in de directe omgeving van het plangebied ontwikkelingen waarmee in dit plan rekening gehouden moet worden in de zin dat deze leiden tot aanpassingen in het planologisch kader.
5.4.2 Wijzigingsbevoegdheden Om in de toekomst mogelijk op twee plaatsen een geringe uitbreiding van het bedrijventerrein te kunnen realiseren zijn aan de noordzijde van de 's-Gravelandseweg en ten oosten van de Matlingeweg twee wijzigingsbevoegdheden opgenomen. Het gaat in beide gevallen om terreinen van minder dan drie hectare groot. De wijzigingsbevoegdheden zijn gelegd om in de toekomst sneller in te kunnen spelen op een vraag naar bedrijfsruimte, bijvoorbeeld wanneer dit als gevolg van sanering van bedrijventerreinen elders in Schiedam aan de orde zal zijn. In beide gevallen gaat het om bestaande delen van het bedrijventerrein, welke tot nu toe niet specifiek in ontwikkeling zijn genomen of anderzins functioneel zijn ingericht.
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020 (vastgesteld) 81
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020
Het wijzigingsgebied aan de noordkant van de 's-Gravelandseweg (wijzigingsgebied 1) sluit aan bij het reeds als Gemengd bestemde gebied aan de zuidkant van de 's-Gravelandseweg. Beide zijden van de 's-Gravelandseweg sluiten aan bij de locatie van het beoogde station Schiedam Kethel. Denkbaar is dat op moment dat er duidelijkheid ontstaat over de komst van dit station, en na uitwerking van de plannen voor het bijbehorende stationsgebied, overgegaan kan worden tot toepassing van de wijzigingsbevoegdheid. Het wijzigingsgebied aan de noordkant van de Schiekade, oostelijk van de Matlingeweg (wijzigingsgebied 2) vormt feitelijk de afronding van de reeds bestaande bedrijvigheid aan de zuidkant van de Schiekade ter plaatse, aan de oevers van de Schie. Nu de bochtafsnijding in de Schie is gerealiseerd kan worden bezien hoe dit deel van het plangebied verder te ontwikkelen. Een van de opties is om een beperkte vorm van bedrijvigheid toe te staan. Eventueel is hier ook beperkt ruimte beschikbaar voor werklocaties die elders in Schiedam verdwijnen. Opname van de wijzigingsbevoegdheid past hiermee in de beleidsambities voor het SchieDistrict. Het wijzigingsgebied aan de Polderweg (wijzigingsgebied 3) ziet op omzetting van de huidige bestemming Woongebied naar Groen-1, Groen-2 of Water.
Hoewel het woongebied ook in het voorgaande bestemmingsplan al als zodanig was bestemd, is het tot op heden niet gerealiseerd. In het gebied staat slechts een bestaande woning, het overige is in gebruik als weiland en een deel bestaat uit (verwilderd) groengebied. Het gebied is gemeentelijk eigendom. Hoewel woningbouw op deze locatie goed denkbaar is, kan ook worden overwogen het gebied geheel of gedeeltelijk als onderdeel van de groenstructuur in en rondom het bedrijventerrein in te zetten. Met gerichte inrichting- en beheermaatregelen kan het gebied zo de gebiedskwaliteit ook versterken. Daarbij kan toepassing van de wijzigingsbevoegdheid ook worden gekoppeld aan bijvoorbeeld de ontwikkeling van station Schiedam Kethel en toepassing van de wijzigingsbevoegdheden 1 en 2. Een (gedeeltelijke) omzetting naar Groen sluit daarnaast aan bij de uitgangspunten voor het gebied verder noordelijk aan de Polderweg, buiten het plangebied van dit bestemmingsplan. Op basis van wijzigingsbevoegdheden in het daar geldende bestemmingsplan Polderwetering kunnen (agrarisch) bedrijfsfuncties worden omgezet naar Wonen en Groen. Dit ook met als insteek een landschappelijke en ecologische kwaliteitsverbetering te realiseren. Wijzigingsgebied 3 kan in relatie tot deze ontwikkelingen worden gezien.
In de regels van de wijzigingsbevoegdheden is opgenomen dat voordat toepassing wordt gegeven, burgemeester en wethouders een inrichtingsplan voor het gebied vaststellen. In dat inrichtingsplan moet ook de relatie met eventuele ontwikkelingen in de nabijheid worden geduid.
5.5 Duurzame verstedelijking De Nationale Omgevingsvisie gaat uit van het vraaggericht programmeren en realiseren van verstedelijking. Om dit te bereiken is de ladder voor duurzame verstedelijking als motiveringseis opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. De ladder voor duurzame verstedelijking is ingericht voor een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke besluiten, waardoor de ruimte in stedelijke gebieden optimaal benut wordt. De ladder vereist dat indien een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt, de behoefte aan deze ontwikkeling wordt beschreven. Indien de ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied plaatsvindt moet gemotiveerd worden waarom dit niet mogelijk is binnen het bestaand stedelijk gebied. De uitgangspunten van duurzame verstedelijking zijn tevens onderdeel van het provinciale omgevingsbeleid. Het bestemmingsplan voorziet in een stedelijke ontwikkeling in de vorm van de bouw van woningen aan de Polderweg, aansluitend op de bestaande bebouwing. Deze ontwikkeling was reeds toegelaten op grond van het voorheen geldende bestemmingsplan en voorziet in het realiseren van een kwalitatief woonmilieu waaraan een tekort is in Schiedam en de regio.
Het plan is passend in het regionale woningbouwprogramma en draagt bij aan het realiseren van de provinciale, regionale en gemeentelijke doelstelling om te voorzien in een meer gevarieerd aanbod aan woonmilieus. 82 esteld)
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020 (vastg
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020
Hoewel geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, voldoet de ontwikkeling ook aan het vereiste van een duurzame verstedelijking. Daarnaast biedt het plan de mogelijkheid voor realisatie van een beperkt programma aan kantoren en extra bedrijfsruimte langs de A20. Het gaat in deze om een gedeeltelijke verplaatsing van programma binnen de kaders van de gebiedsontwikkeling SchieDistrict, van de zuidzijde van de A20 (Schieveste) naar de noordzijde van de rijksweg. Daarbij is deze mogelijkheid met name opgenomen om ruimte te kunnen bieden aan arbeidsintensieve werkplekken in de directe nabijheid van het (intercity)trein-, tram-, metro- en busstation Schiedam-Centrum. Vanuit het bedrijventerrein is er behoefte om kantoorvoorzieningen te concentreren. Clustering van de kantoren langs de A20 biedt goede mogelijkheden voor het realiseren van een hoogwaardige 'etalage' voor het gebied, waarbij de ligging nabij het openbaar vervoer knooppunt een gunstige impact heeft op het mobiliteitsvraagstuk. Door de mogelijkheid te bieden voor realisatie van bedrijfsterreingebonden kantoren aan de A20 kan het bedrijventerrein zelf efficienter benut worden voor de huisvesting van primaire bedrijfsfuncties.
Verwachting is dan ook dat het oppervlak bedrijfsgebonden kantoren op het bedrijventerrein in de toekomst zal afnemen, doordat bedrijven bij groei van hun kantoorbehoefte deze zullen clusteren langs de A20. Vooruitlopend op de vaststelling van het voorliggende bestemmingsplan, zijn de eerder bestaande planologische mogelijkheden voor realisatie van kantoren op Schieveste aangepast (bestemmingsplan Schieveste 2021 zoals vastgesteld op 30 mei 2023 met plan-idn NL.IMRO.0606.BP0046-0003). Daarbij is een fors deel van het kantoorprogramma verwijderd. Mede gelet op de beperking van het oppervlak kantoren in de zone aan de noordkant van de A20 tot maximaal 30.000 m2, neemt de plancapaciteit voor nieuwe kantoren in Schiedam dus per saldo flink af. De gedeeltelijke verschuiving van programma binnen de A20 zone en de daarmee gecombineerde afwaardering van planologische capaciteit past binnen de strategie Werklocaties zoals de MRDH die in december 2018 heeft vastgesteld. Ter onderbouwing van de behoefte aan kantoren en bedrijfsruimte is een zogenaamde Ladderonderbouwing kantoren en bedrijfsruimte opgesteld. Deze is ook als bijlage bij de toelichting van het voorliggende bestemmingsplan gevoegd.
In de onderbouwing wordt geconcludeerd dat de er voldoende vraag is naar kantoren en bedrijfsruimte in Schiedam, en dat de voorgenomen bestemmingslegging niet leidt tot onaanvaardbare leegstand elders in Schiedam of in de regio. Mede met inachtname van deze Ladderonderbouwing voldoet het bestemmingsplan aan de ladder van duurzame verstedelijking.
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020 (vastgesteld) 83
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020
5.6 Duurzaamheid De gemeente Schiedam geeft milieu en duurzaamheid een belangrijke plaats in bestemmingsplannen en bij de uitwerking van ruimtelijke projecten. Klimaatbeleid, duurzaam bouwen en circulaire economie zijn hierbij speerpunten. Het streven is om duurzame bedrijventerreinen te realiseren, die zich karakteriseren als terreinnen waar vanuit locatiekeuze, ontwerp, inrichting, aanleg, uitgifte en beheer planmatig rekening wordt gehouden met mens en milieu. Deze aspecten vormen uitgangspunten bij de herontwikkelingen en/of transformatie van bedrijventerreinen. Via diverse wegen wordt gestreefd de duurzame ontwikkeling van het gebied te bevorderen. Dit zal in de eerste plaats gebeuren bij heruitgifte van gronden in erfpacht of uitgifte in eigendom. Uitgifte is alleen mogelijk indien de bedrijven een bijdrage leveren aan de duurzaamheidsambities, waarbij niet alleen aandacht wordt gevraagd voor duurzame energie en (economisch) duurzaam bouwen, maar ook maatschappelijk verantwoord ondernemen. Daarnaast zullen bedrijven in het kader van het Milieu- en Klimaatbeleid geïnformeerd worden over de bijdrage die zij kunnen leveren aan een duurzame samenleving. Bij de vaststelling van het Ontwikkelperspectief is daarnaast ook het Toetsingskader duurzaamheid vastgesteld. Deze wordt bij de hernieuwde uitgifte van nieuwe terreinen toegepast.
In de regels van het bestemmingsplan is verder de mogelijkheid opgenomen voor het college om nadere eisen te stellen aan bedrijfs- en kantoorpanden met het oog op de waarborging van de verduurzaming van het gebied. Deze nadere eisen zien op aspecten die niet via wet- of regelgeving al zijn gereguleerd.
5.6.1 Klimaat en energie In het Klimaatbeleidsplan is als doel gesteld om een CO 2 -reductie te halen in 2030 van 30%. Dit percentage is gebaseerd op de huidige stand der technieken en op de nulmeting en potentiaalstudie die is uitgevoerd in 2015. Besparen op energie en het vergroten van de inzet van duurzame energiebronnen staat in dit plan centraal. Voor bedrijven en kantoren betekent dit tot 2030 een besparing van gas en elektriciteit van 2,0% tot 2,5%, naast de plaatsing van 136.000 m2 aan zonnepanelen. Ook de toepassing van luchtwarmtepompen en energieopslag in de bodem zijn voorbeelden van maatregelen die nodig zijn om de doelstelling te halen. In de regels van het bestemmingsplan is de mogelijkheid voor het realiseren van bouweerken ten behoeve van de (collectieve) opwek of afname van duurzame energie expliciet benoemd.
5.6.2 Duurzaam bouwen De energiezuinigheid in de gebouwde omgeving kan worden uitgedrukt in een Energie Prestatie Coëfficiënt (EPC). De gemeente Schiedam heeft hoge ambities voor deze EPC: bij nieuwbouw wordt gestreefd naar energieneutrale gebouwen. Dit is in lijn met het Convenant verbeteren energieprestaties nieuwbouw dat de gemeente met alle gemeenten van de voormalige Stadsregio heeft afgesloten, en waarbij wordt gestreefd naar een lagere EPC dan wettelijk voorgeschreven. In het Klimaatbeleidsplan is dit nog eens extra bevestigd. Daarnaast wordt bij nieuwbouw gestreefd naar circulair bouwen. Dit betekent enerzijds een zo hoogwaardig mogelijk gebruik en maximaal hergebruik van grondstoffen en materialen. Anderzijds wordt door middel van een rationele verkaveling van het terrein en een efficiënt en multifunctioneel ontwerp de (economische) levensduur van gebouwen verlengd en de mogelijkheden voor hergebruik van gebouwen bevorderd. Specifiek voor het bedrijventerrein is in het Toetsingskader duurzaamheid uitgewerkt hoe de gemeente de verduurzaming van de bouw voor zich ziet, en hoe de gemeente ondernemers en andere initiatiefnemers faciliteert bij het komen tot duurzaam bouwen.
84 esteld)
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020 (vastg
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020
5.6.3 Verkeer en vervoer De visie van de gemeente Schiedam op verkeer en vervoer voor de regio is weergegeven in het 'Deltaplan Duurzame Bereikbaarheid'. Hierin wordt een gecombineerde aanpak van beprijzing, mobiliteitsmanagement en versterking van het openbaar vervoer voorgesteld, die een structurele oplossing biedt voor de verkeersproblematiek in de hele regio. Voor het gemotoriseerde verkeer worden de wegen veelal ingericht volgens de landelijke principes van Duurzaam Veilig. Dit houdt in dat het wegprofiel en de weginrichting wordt afgestemd op het gebruik van deze weg. Een weg waar het verblijven centraal staat krijgt zo een ander karakter dan een weg op een bedrijventerrein waar de snelle afwikkeling van verkeer centraal staat. Door het toepassen van deze duurzaam veilige weginrichting is het voor de weggebruiker duidelijk welk gedrag er van hem verwacht wordt en wordt hij 'gestuurd' in zijn routekeuze. Uitgangspunten voor een duurzaam bedrijventerrein zijn het creëren van een snelle afwikkeling van groot transport, het bevorderen van langzaam verkeer en openbaar vervoer, het benutten van mogelijkheden om de automobiliteit terug te dringen en vooral de mogelijkheden binnen vervoersmanagement voor bedrijven (door middel van het uitvoeren van vervoersscans).
Dit alles ter besparing van transportkilometers en -kosten, met als gevolg de vermindering van de verkeersemissies van fijnstof, NO x en CO 2 . De bereikbaarheid en leefbaarheid van het bedrijventerrein kan worden verbeterd door het verbeteren van de interne logistiek en ritplanning, het stimuleren van openbaar vervoer, langzaam verkeer (fietsvervoer, vrij liggende fietsroutes en fietsvoorzieningen) en collectief vervoer (vanpool/carpool), het minimaliseren van het verhard oppervlak voor wegen en parkeerplaatsen en inrichten van inpandige parkeervoorzieningen en gebruik maken van eigen terreinen. Voor wat betreft de afwikkeling van verkeer via het bestaande (hoofd)wegennet brengt het bestemmingsplan ten opzichte van de bestaande situatie geen noemenswaardige verandering. De bestaande infrastructuur is in principe geschikt voor de afwikkeling van het reguliere verkeer. Het bestemmingsplan kent geen ontwikkelingen die een substantiële groei van het wegverkeer tot gevolg hebben, ook is geen sprake van andere noemenswaardige wijzigingen in de verkeersstromen. De inzet op het bevorderen van langzaam verkeer en gebruik van het openbaar vervoer zal wellicht eerder een beperkte afname van het wegverkeer betekenen.
5.7 Veiligheid Een goed ondernemers- en werkklimaat wordt mede bepaald door de veiligheid op een bedrijventerrein. Met de herinrichting van het openbaar gebied is de aanblik van de openbare ruimte verfraaid, verlichting toegevoegd en de parkeerdruk verminderd. De veiligheid in de openbare ruimte en leefbaarheid in het gebied zijn hiermee versterkt. De komende planperiode is het streven de sociale veiligheid en leefbaarheid verder te versterken door beheermaatregelen in het openbaar gebied, maar ook door het transformeren van verrommelde, kleinschalige bedrijfsbebouwing naar representatieve, vernieuwde bedrijfsbebouwing. Het bestemmingsplan biedt hiertoe de ruimte. Daarnaast zullen ook andere middelen worden ingezet om de veiligheid en leefbaarheid in het gebied te verbeteren. Dit betreft zowel het vooraf weren van ondermijnende en criminele bedrijfsactiviteiten op grond van de mogelijkheden die de Algemene plaatselijke verordening biedt om een onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat tegen te gaan als de mogelijkheden om criminele activiteiten te weren op grond van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob). Daarnaast zal door middel van integrale handhaving worden toegezien op het naleven van geldende wet- en regelgeving.
Tot slot wordt de samenwerking met de gemeente Rotterdam op het gebied van veiligheid en gebiedsbeheer voortgezet en geïntensiveerd.
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020 (vastgesteld) 85
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020
Een ander aspect van veiligheid is een goede bereikbaarheid voor hulpdiensten en het voldoende beschikbaar zijn van bijvoorbeeld bluswatervoorzieningen. Op dit moment is geen sprake van specifieke aandachtspunten op dit gebied, maar bij de hernieuwde uitgifte van percelen in erfpacht worden deze aspecten meegenomen in de planuitwerking
86 esteld)
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020 (vastg
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020
Hoofdstuk 6
Juridische aspecten
6.1 Algemene juridische opzet In dit bestemmingsplan wordt de planologisch-juridische basis gelegd voor het bedrijventerrein 's-Graveland & Spaanse Polder. Het bestemmingsplan heeft een belangrijke functie als toetsingskader voor aanvragen om omgevingsvergunning en het toekomstige gebruik van de gronden en gebouwen. Het plan is opgesteld op basis van de SVBP2012 en het IMRO 2012. Op de bijbehorende verbeelding is te zien waar en welke bestemmingen van toepassing zijn. Eveneens is op de verbeelding de exacte omvang en ligging van het plangebied vastgelegd. De regels behorende bij het bestemmingsplan zijn gebaseerd op standaardregels van de gemeente Schiedam. De standaardregels vormen de basis voor keuzes met betrekking tot gebruik van bestemmingen en aanduidingen in het bestemmingsplan. Wijzigingen ten opzichte van deze standaardregels vloeien voort uit bepaalde situaties die zich in het plangebied voordoen. Opbou w regels De regels zijn als volgt gestructureerd: Hoofdstuk 1 van de regels geeft de algemene bepalingen weer. Het betreft de begripsbepalingen (artikel 1) waarin de in het plan voorkomende begrippen worden gedefinieerd. In artikel 2 (wijze van meten) wordt aangegeven hoe de voorgeschreven maatvoering (zoals goothoogte, bouwhoogte, inhoud en oppervlakte) in het plan gemeten moet worden. In hoofdstuk 2 zijn de in het plan voorkomende bestemmingen geregeld.
Per bestemming is bepaald welk gebruik van de gronden is toegestaan en welke bebouwingsregels gelden. Tevens zijn waar mogelijk flexibiliteitsbepalingen opgenomen. Uitgangspunt is om ten minste de bestaande planologische situatie te bestemmen (zie paragraaf 6.2 en 6.3). In hoofdstuk 3 staan aanvullende bepalingen die, in aanvulling op de bestemmingsbepalingen, voor het hele plangebied gelden. Hierbij kan worden gedacht aan de algemene afwijkingsregeling, die het college van burgemeester en wethouders de bevoegdheid geeft om op ondergeschikte punten van de regels in hoofdstuk 2 af te wijken; Hoofdstuk 4 van de regels heeft betrekking op het overgangsrecht en de slotbepaling.
6.2 Bestemmingen Het merendeel van de mogelijkheden is overgenomen uit het voorheen geldende bestemmingsplan uit 2005. De eerdere plansystematiek is aangepast aan de eisen uit de Wet ruimtelijke ordening. Verder is uiteraard gekeken naar actuele ontwikkelingen in het gebied en zijn afwijkingen die in het verleden vergund zijn verwerkt in de regels. Ook zijn op enkele onderdelen het Ontwikkelperspectief en de gebiedsopdracht SchieDistrict verwerkt.
6.2.1 Bedrijventerrein De in het plangebied aanwezige bedrijfsgronden zijn bestemd als 'Bedrijventerrein'. Het bestemmingsplan biedt ruime bouwmogelijkheden, waarbij vrijwel elk bedrijfsperceel volledig mag worden bebouwd tot een hoogte van 15 meter. Een hogere bouwhoogte geldt voor de etalagezone langs de rijksweg A20, hier is een bouwhoogte van 40 meter toegestaan. Dit biedt bedrijven de ruimte om zich te ontwikkelen, alsmede mogelijkheden om de herstructurering van de oudere deelgebieden van het bedrijventerrein doorgang te laten vinden. Door het toepassen van milieuzonering wordt gereguleerd dat lichtere bedrijvigheid zich aan de randen van het bedrijventerrein kan vestigen en zwaardere bedrijvigheid in het middengebied. bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020 (vastgesteld) 87
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020
Hiermee wordt voldoende afstand tussen de bedrijven en gevoelige functies, zoals woningen, geborgd. De indeling in zwaarte van de bedrijvigheid is gebaseerd op de bij de regels gevoegde 'Staat van milieubelastende activiteiten', waarbij wordt uitgegaan van afstanden tot 'gemengd gebied'. Bestaande niet-bedrijfsactiviteiten, zoals verspreide kantoren, detailhandel en sportscholen, zijn op de verbeelding aangeduid met een specifiek aanduiding. Dergelijke bedrijvigheid is daarmee aanvullend op de reguliere bestemming op maat bestemd. Nieuwvestiging van garagebedrijven met een oppervlakte kleiner dan 1.000 m² is uitgesloten. Nieuwe bedrijfspercelen moeten een minimale omvang van 1.250m2 hebben. Afzonderlijke bedrijfsvestigingen kunnen een kleinere omvang hebben, mits deze in een bedrijfsverzamelgebouw zijn gehuisvest. In de etalagezone langs de A20 is de mogelijkheid opgenomen om bedrijfsterreingebonden kantoren te realiseren. Gekoppeld aan de in de etalagezone geldende regel dat gebouwen minimaal uit vier bouwlagen bestaan, en andere bouw- en gebruiksregels, kan hiermee worden gestuurd op een aantrekkelijke en afwisselende invulling van de zichtlocatie. De etalagezone voor bedrijven aan de noordkant van de A20 vult daarmee de hoogwaardige stedelijke invulling aan de zuidzijde van de A20 aan (Schieveste en andere ontwikkelingen binnen SchieDistrict).
Waar op Schieveste met name de functie wonen tot ontwikkeling gaat komen, blijft 's-Graveland en Spaanse Polder echter bij uitstek bedrijfsmatige activiteiten faciliteren. Met de vaststelling van het Ontwikkelperspectief, en bijbehorende documenten zoals het Toetsingskader duurzaamheid, is de nadere uitwerking van de beoogde revitalisatie en doorontwikkeling van de het bedrijventerrein in gang gezet. Om deze doorontwikkeling ook planologisch te faciliteren zijn in de regels diverse flexibiliteitsbepalingen opgenomen waarmee het college bevoegd is afwijkingen van de regels te vergunnen. Voorbeelden zijn het toestaan van een hogere bouwhoogte of het toestaan van volumineuze detailhandel. Een belangrijk toetsingscriterium voor medewerking is de mate waarin een dergelijke afwijking bijdraagt aan de realisatie van uitgangspunten uit het Ontwikkelperspectief. Waar nodig zijn deze afwijkingsmogelijkheden gekoppeld aan adviesverplichtingen, bijvoorbeeld om de goede werking van het luchtvaartbeveiligingssysteem te borgen of om vooraf te borgen dat plannen in overeenstemming zijn met regionaal of provinciaal beleid. Verder is in de regels opgenomen dat het college bevoegd is om nadere eisen te stellen aan bedrijfsen kantoorgebouwen op het gebied van energie, milieu, gezondheid, gebruikskwaliteit en toekomstwaarde.
De mogelijkheid is opgenomen om de beoogde verduurzaming van het bedrijventerrein te kunnen waarborgen. De nadere eisen zien alleen op aspecten waarvoor geen wettelijke eisen zijn vastgelegd. De wijze waarop bouwplannen worden beoordeeld is vastgelegd in het Toetsingskader duurzaamheid. De mogelijkheid tot het stellen van nadere eisen op dit vlak is ook opgenomen voor de bestemmingen Gemengd, Kantoor en Horeca.
6.2.2 Gemengd De noordwestelijke hoek van het bedrijventerrein is nog deels onbebouwd. In dit gebied is met name ruimte gereserveerd voor de bouw van het OV-station Schiedam-Kethel. Deze locatie is bestemd als 'Gemengd'. Deze bestemming biedt de ruimte voor verschillende gebruiksvormen, zoals bedrijven tot milieucategorie 3.2, dienstverlening, maatschappelijke voorzieningen, kleinschalige kantoren en horeca en andere ondersteunende voorzieningen ten behoeve van het openbaar vervoer. De maximale bouwhoogte van gebouwen bedraagt net als op de rest van het bedrijventerrein 15 meter. Gebouwen dienen te worden gesitueerd binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak. Dit bouwvlak mag volledig worden bebouwd. De mogelijkheden zijn overgenomen uit het voorheen geldende bestemmingsplan uit 2005.
88 esteld)
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020 (vastg
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020
6.2.3 Groen De structurerende groenvoorzieningen langs de Polderwatering en de Schie, welke op grond van de als zodanig zijn aangemerkt, zijn bestemd als 'Groen - 2'. Belangrijkste uitgangspunt van deze groenstructuren is het bijdragen aan een versterking van de landschappelijke kwaliteit. De overige grotere groenelementen langs de A20, de spoorlijn en langs de oevers van de Schie zijn bestemd als 'Groen - 1'. Binnen deze bestemming zijn groenvoorzieningen, watergangen, watervoorzieningen en extensieve recreatie toegelaten, evenals paden en wegen. Langs de oevers van de Schie is, gelet op het bestaande gebruik van een deel van de terreinen, ook de voortzetting van bestaande bedrijvigheid is toegestaan. Insteek is wel dat op termijn sprake is van een doorgaande fiets- en wandelverbinding langs de Schie. De woning aan de Schiekade 20 is binnen de bestemming 'Groen - 2' met een aanduiding toegelaten. Voor deze woning geldt een uitsterfconstructie. Kleinere groenelementen zijn bestemd binnen diverse bestemmingen. In het meest noordwestelijke deel van het plangebied is op een deel aan de noordkant van de 's-Gravelandseweg een wijzigingsbevoegdheid gelegd. Waar aan de zuidkant van de 's-Gravelandsweg rondom station Schiedam Kethel de bestemming Gemengd al opgenomen was, is invulling van het stuk bedrijventerrein aan de noordkant van de weg nog onderwerp van nader onderzoek.
Het gaat om een oppervlak van circa 26.000m2 . Totdat duidelijk is of en op welke wijze de gronden worden bestemd, zijn deze bestemd als Groen-1. De wijzigingsbevoegdheid geeft de kaders waarbinnen omzetting naar andere bestemmingen mogelijk is. Dezelfde redenering is gevolgd in het noordoostelijke uitloper van het plangebied, nabij de Schiekade en de Bochtafsnijding in de Schie. De wijzigingsbevoegdheid alhier maakt op een terreindeel van circa 23.000m2 onder voorwaarden bedrijfsvestiging mogelijk. Ook hier is op dit moment nog onvoldoende concreet op welke wijze dit wordt vormgegeven, reden om de gronden vooralsnog als Groen-2 te bestemmen.
6.2.4 Horeca Binnen het plangebied komt op een plek reguliere horeca voor. Het bestaande Burger King restaurant aan de 's-Gravelandseweg is bestemd als 'Horeca'. De bouwregeling is afgestemd op het bestaande restaurant. De overige in het plangebied voorkomende horeca (feestzaal) is met een specifieke aanduiding aangeduid. Bij afwijking kunnen burgemeester en wethouders ook elders binnen het plangebied onder voorwaarden beperkte vormen van horeca toestaan, bijvoorbeeld ter ondersteuning van een hub-locatie waarmee het vestigingsklimaat op het bedrijventerrein wordt versterkt of ten behoeve van de dagrecreatie.
6.2.5 Kantoor De bestaande kantoren aan de De Brauwweg en Nieuwpoortweg zijn bestemd als 'Kantoor'. Andere functies welke binnen deze bestemming worden uitgeoefend, zoals een sportcentrum en feestzaal/zaalverhuur, zijn met een aanduiding aangegeven. De solitaire kantoren langs en nabij de 's-Gravelandseweg zijn binnen de bestemming 'Bedrijventerrein' aangeduid als 'kantoor'. Dit biedt de ruimte om deze panden (of percelen) zowel voor kantoor- als bedrijfsfuncties te gebruiken. Buiten de als kantoor bestemde of aangeduide locaties bevinden zich binnen het plangebied geen zelfstandige kantoorfuncties. Wel is binnen het plangebied sprake van bedrijfsgebonden kantoren, welke als onderdeel van een bedrijf onder beperkende voorwaarden voor wat betreft de oppervlakte zijn toegelaten. In de etalagezone direct langs de A20 is aanvullend de mogelijkheid geboden om ook kantoren toe te staan die gerelateerd zijn aan het bedrijventerrein. Het gezamenlijke bruto vloeroppervlak van
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020 (vastgesteld) 89
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020
zelfstandige kantoren en bedrijfsterreingebonden kantoren in deze zone is gemaximeerd op 30.000m2 . Beoogd wordt hiermee ruimte te bieden aan bedrijven elders op het bedrijventerrein om hun kantoorvoorzieningen aan de A20 te profileren, in de directe nabijheid van het OV-knooppunt Schiedam Centrum. Hiermee kan het bedrijventerrein zelf zich specifiek blijven richten op de bedrijfsmatige activiteiten.
6.2.6 Recreatie De bestaande jachthaven aan de Van Vlissingenstraat / Algerastraat heeft de bestemming 'Recreatie' gekregen. Binnen deze bestemming is ook ondersteunende horeca en ondergeschikte detailhandel ten behoeve van de jachthaven toegelaten.
6.2.7 Verkeer Er is een onderscheid gemaakt in wegen met voornamelijk een stroomfunctie en wegen die als verblijfsgebied zijn ingericht. De interne wegenstructuur op het bedrijventerrein en de gebieden waar de verblijfsfunctie overheerst, zijn bestemd tot 'Verkeer - Verblijfsgebied'. De 's-Gravelandseweg en de De Brauwweg hebben een functie als gebiedsontsluitingsroute. Deze wegen zijn om deze reden bestemd als 'Verkeer'. De deels binnen het plangebied gelegen rijksweg A20 is bestemd als 'Verkeer - Rijksweg', terwijl de spoorlijn aan de westzijde van het plangebied bestemd is als 'Verkeer - Railverkeer'.
6.2.8 Water Binnen diverse bestemmingen mogen watergangen en -partijen gerealiseerd worden. De Schie en de Polderwatering zijn bestemd als 'Water'. Dat geldt ook voor de Bochtafsnijding in de Schie ter hoogte van Rotterdam Overschie. De als water bestemde gronden mogen worden gebruikt voor water- en waterhuishoudkundige voorzieningen, alsmede een jachthaven ter plaatse van de betreffende aanduiding. Om de aanleg van een doorgaande wandel- en fietsroute langs de Schie te faciliteren is ook de mogelijkheid opgenomen om, na instemming van de waterbeheerder, binnen de bestemming Water vlonders en steigers aan te leggen. Hiermee ontstaat de mogelijkheid om bedrijfsterreinen via het water te passeren wanneer een doorgaande verbinding over de oever op die plek (nog) niet mogelijk is. Ter plaatse van de scheepswerven aan de Schiekade, in de noordoosthoek van het plangebied, mag het water ook worden gebruikt voor de bedrijfsvoering. Verder kent het plan een afwijkingsbevoegdheid om indien wenselijk ook elders een medegebruik van het water voor watergebonden bedrijvigheid toe te staan.