Bijlage 3c toelichting bp 's-Graveland & Spaanse Polder 2020
Tekst van het document
Bij hernieuwde uitgifte van bedrijfspercelen bestaat geen mogelijkheid om een bedrijfswoning op te richten. Het toestaan van (bedrijfs)woningen op het bedrijventerrein is vanwege diverse aspecten ongewenst. Allereerst kan geen goed woon- en leefklimaat worden gegarandeerd, gelet op de ligging op het gezoneerde industrieterrein. De eventuele maatregelen die aan de woningen getroffen zouden moeten worden zouden dusdanig ingrijpend zijn dat van een goed functionerende woning geen sprake zou zijn. Wonen op het bedrijventerrein voegt dan ook niets toe aan de beoogde kwaliteit en diversiteit aan woonmilieus in Schiedam en sluit daarmee dus niet aan bij de Woonvisie. Daarnaast beperken (bedrijfs)woningen de goede en efficiente werking van het bedrijventerrein. Zowel vanuit het oogpunt van de woonfunctie als de bedrijfsfunctie is wonen op het bedrijventerrein daarom niet wenselijk. Aan de noordkant van het plangebied, langs de Polderweg, is beperkt ruimte voor woningbouw. De beoogde transitie van kleine (agrarische) bedrijfskavels naar woningbouw draagt bij aan het realiseren van de ambitie om beperkt ruim wonen in een groene setting te ontwikkelen. Op onderstaande afbeelding is dit aangeduid met nummer 1.
Het nog te ontwikkelen woongebied aan de noordzijde van de Polderweg is binnen het plangebied van het bestemmingsplan opgenomen, evenals het reeds bestaande woonwagencentrum aan de Schiekade. Dit vanwege het feit dat ook in het geldende bestemmingsplan uit 2005 dit gebied onderdeel is van het plangebied. Ingrijpende wijzigingen in de mogelijkheden voor woningbouw ter plaatse zijn niet aande orde.
46 esteld)
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020 (vastg
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020
Afbeelding 18 - Woonvisie, locaties lopende projecten De Woonvisie geeft naast lopende projecten ook een overzicht van diverse gebiedsontwikkelingen. Op onderstaande afbeelding zijn deze aangeduid. In en nabij het plangebied van het voorliggende bestemmingsplan liggen de gebiedsontwikkelingen Station Kethel (1) en SchieDistrict/Schieveste (5).
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020 (vastgesteld) 47
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020
Afbeelding 19 Woonvisie, overzicht gebiedsontwikkelingen De beoogde ontwikkeling van station Kethel is reeds voorzien in het voorgaande bestemmingsplan. Voor wat betreft de mogelijkheden van het station zelf zijn de planologische mogelijkheden daartoe in het bestemmingsplan behouden. De Woonvisie agendeert voor de periode 2025-2035 een verkenning naar woningbouw rondom het toekomstige station. Het gaat nadrukkelijk om een onderzoek. Het mogelijke onderzoeksgebied bevindt zich deels binnen het plangebied van het bestemmingsplan. In de huidige bestemmingslegging is geen ruimte voor de ontwikkeling van woningen. Onder andere vanwege de begrenzing van het gezoneerde industrieterrein is woningbouw op dit moment niet mogelijk. Een tweede ontwikkeling welke raakt aan het bestemmingsplan is de realisatie van Schieveste, net als de bedrijventerreinen onderdeel van de gebiedsontwikkeling SchieDistrict. De bouw van woningen is echter niet voorzien binnen het plangebied van dit bestemmingsplan, en richt zich op de zuidzijde van de A20. Net als rondom station Kethel is bouw van woningen binnen de grenzen van het bedrijventerrein niet aan de orde. Concluderend wordt gesteld dat het onderwerp wonen slechts beperkt relevant is voor het bestemmingsplan. Het plangebied kent alleen enkele bestaande woningen buiten het feitelijke bedrijventerrein en ziet verder niet op woningbouwontwikkelingen.
Het bestemmingsplan is in lijn met de Woonvisie.
3.4.7 Mobiliteitsvisie De mobiliteitsvisie 'Op weg naar de toekomst' is op 3 november 2020 vastgesteld. De mobiliteitsvisie heeft als ambitie om bij te dragen aan het realiseren van een leefbare en bereikbare stad, een gezonde en duurzame stad en een sociale en veilig stad. Een aantrekkelijke stad is een stad waar ruimte is voor wonen, ontmoeten, werken en recreëren. Mobiliteit zorgt voor verbinding en kan ontwikkelingen aanjagen. Mobiliteit heeft ook een
48 esteld)
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020 (vastg
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020
keerzijde; hoge parkeerdruk, toenemende overlast van binnenstadslogistiek en een groeiend aantal files in en rondom de stad, die de leefbaarheid en bereikbaarheid van de stad onder druk zetten. Tegelijkertijd heeft een goede bereikbaarheid van bedrijven voor werknemers, werkgevers en leveranciers een directe invloed op het vestigingsklimaat en de concurrentiepositie van Schiedam in de regio. De mobiliteitsvisie geeft een andere, vernieuwende kijk op mobiliteit, met een juiste balans als uitgangspunt. Keuzes die verblijfkwaliteit toevoegen en er tegelijkertijd voor zorgen dat mensen en plekken verbonden blijven. Daarbij wordt meer ingezet op duurzame en ruimte-efficiënte vervoersmiddelen, zoals lopen, fietsen en een kwalitatief hoogwaardig OV en worden auto's en vrachtverkeer zoveel als mogelijk geweerd uit de drukke binnenstad. Tegelijkertijd wordt het eenvoudiger en aantrekkelijker om te kiezen voor alternatieven. Transportmiddelen zijn verantwoordelijk voor bijna een derde van alle CO2 uitstoot door verkeer en voor meer dan 60 procent van de uitstoot van stikstofdioxide (NO2). De bijdrage hiervan aan de verslechtering van de luchtkwaliteit en daarmee ook de gezondheid is aanzienlijk. De ambitie is om deze uitstoot terug te dringen, met een sterkere inzet op duurzame en groene alternatieven voor met name het auto- en vrachtverkeer.
Bij de sociale component van mobiliteit wordt ingezet op 'inclusiviteit': iedereen moet van het mobiliteitsaanbod gebruik kunnen maken.
Afbeelding 20 - Gebiedsontwikkelingen in Schiedam De Mobiliteitsvisie noemt twee voor het plangebied relevante gebiedsontwikkelingen: station Kethel en SchieDistrict/Schieveste. Realisatie van het station Kethel was op basis van het voorgaande bestemmingsplan reeds mogelijk. De planologische mogelijkheden zijn behouden, evenals het doortrekken van de tramverbinding vanuit de wijk Spaland. Toekomstige ontwikkeling zal positief bijdragen aan de verdere ontwikkeling van het bedrijventerrein. Een tweede relevante ontwikkeling is SchieDistrict/Schieveste. De focus bij de ontwikkeling ligt hier met name op Schieveste. Afgeleid is er een doorwerking naar het plangebied voor wat bedrijft verplaatsing van functies (m.n. kantoor) en het beter benutten van de ligging van de etalagezone langs de A20 op loopafstand van het station
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020 (vastgesteld) 49
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020
Schiedam Centrum. In de revitalisatie van met name het zuidelijk deel van het plangebied is de ligging nabij het OV-knooppunt een belangrijk uitgangspunt in de planvorming. De benoemde uitgangspunten komen ook terug op onderstaande afbeelding met daarop aangeduid de economische kerngebieden van Schiedam. De aandachtspunten die generiek voor SchieDistrict benoemd staan gelden (in wellicht af en toe wat mindere mate) ook voor de bedrijventerreinen.
Afbeelding 21 Economische kerngebieden en de opgaven vanuit mobiliteit
3.4.8 Groenvisie In december 2020 is de Groenvisie Schiedam vastgesteld. Deze Groenvisie vervangt de eerdere Visie Openbare Ruimte, vastgesteld in september 2009. Bij de publieke discussie die in het kader van de Stadsvisie is gevoerd, is gebleken dat de openbare ruimte een belangrijk punt van aandacht is. Dit loopt uiteen van samenhang en uitstraling tot het functionele gebruik en de manier van beheren. De Visie Openbare Ruimte Schiedam (september 2009) ging over de betekenis en de uitstraling van de openbare ruimte, in samenhang met investeringsniveau en beheer. In de visie werd de samenhang tussen en de structuur binnen de openbare ruimte gedefinieerd. In de visie werd onder andere ingezet op verbetering van de uitstraling van de openbare ruimte door herstructurering van het bedrijventerrein. Ook de verbetering van de kwaliteit van de Schie als landschappelijke en groene drager voor het gebied werd benoemd. Begin 2015 is de GroenBlauwe Structuurvisie vastgesteld. Daarin wordt een visie gegeven op het toewerken van het toekomstige groenblauwe netwerk naar sfeer, gebruik, status en toekomstwaarde en de relaties tussen de verschillende onderdelen van het groenblauwe netwerk. Deze groenblauwe structuurvisie heeft de status van een structuurvisie conform de Wet ruimtelijke ordening.
De visie beschrijft in hoofdlijnen een groenblauwe structuur die opgebouwd is uit drie grootheden. Twee 50 esteld)
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020 (vastg
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020
sterke eigen identiteiten met hun eigen invloeden en sferen, namelijk de wereld rond de rivier en het landschap van Midden-Delfland. De verbindende factor tussen deze twee werelden is het landschap in de Poldervaartpolder welke gekenmerkt wordt door een sterk centraal element, de naamdrager van de polder: de Poldervaart. Hiermee ligt een basis voor een grootschalige, robuuste groenblauwe structuur voor de stad. Over deze structuur ligt een fijnmaziger netwerk van groen- en blauwstructuren welke deze grootheden verbindt met aanpalende wijken en de binnenstad. De Groenvisie Schiedam zet het beleid zoals dat is vastgelegd in de Visie Openbare Ruimte en de Groenblauwe structuurvisie voort. Daarbij heeft een actualisatie plaatsgevonden vanwege recente ontwikkelingen en inzichten. Onderstaande afbeelding is de ambitiekaart afkomstig uit de Groenvisie. Hierop zijn een aantal voor het plangebied relevante zaken te onderscheiden.
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020 (vastgesteld) 51
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020
Afbeelding 22 - Groenvisie ambitiekaart Met de bestemming van de beide Schie-oevers tot Groen-1 wordt concreet invulling gegeven aan de ambitie om de Schie te ontwikkelen als groen-blauw verbindend element tussen de binnenstad van Schiedam en het open gebied van Midden Delfland. Door de beoogde doorontwikkeling op de bedrijventerreinen ligt er daarnaast een ambitie om de kwaliteit van het groen in het gebied te versterken en daarmee de aantrekkelijkheid van het bedrijventerrein als vestigingsplaats voor bedrijven te vergroten. Een robuustere groenstructuur op het bedrijventerrein draagt ook bij aan
52 esteld)
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020 (vastg
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020
een aantrekkelijk werkklimaat. De Schie-oevers zijn hier een belangrijke component in. Voor wat betreft het gebied noordelijk van de Polderweg en de Schiekade is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen die omzetting naar Groen of Water mogelijk maakt. Toepassing van deze bevoegdheden is pas mogelijk nadat voor de gebieden inrichtingsplannen zijn gemaakt. In de gebiedsopdracht SchieDistrict is opgenomen dat specifiek voor het bedrijventerrein wordt gewerkt aan de uitwerking van de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de beoogde verduurzaming van de buitenruimte in een afzonderlijke visie Buitenruimte. Deze visie is momenteel nog in ontwikkeling.
3.4.9 Milieu- en Klimaatbeleid Op basis van het gemeentelijk Milieubeleidsplan wordt gestreefd naar het beperken van de milieuhinder en het verkleinen van de 'milieuruimte' in de stad. De ambitie is daarbij om de in gang gezette milieuverbeteringen minimaal vast te houden en te versterken, een goede balans te vinden en vast te houden tussen verstedelijking en de kwaliteit van de leefomgeving en leefbaarheid en duurzaamheid. Bij de uitwerking van het milieubeleid worden leefbaarheid (gericht op de directe leefomgeving, lokaal), duurzaamheid (gericht op de wereld, mondiaal) en cradle-to-cradle (alle gebruikte materialen kunnen na hun leven in het ene product nuttig worden ingezet in een ander product) als leidende principes gehanteerd. Het Klimaatadaptatieplan is op 12 maart 2019 vastgesteld door gemeenteraad van Schiedam. Het plan beschrijft in hoofdlijnen hoe Schiedam de komende jaren wil werken aan klimaatadaptatie: aan het aanpassen van de stad aan de gevolgen van de klimaatverandering. Het concept gaat in op vier thema's: wateroverlast, droogte, hitte en overstromingen. Het document geeft inzicht in ambitie, strategie en financiering. Op 3 november 2020 heeft de gemeenteraad het klimaatbeleid 'Een wereld te winnen' vastgesteld.
Het klimaatbeleid bouwt voort op de weg die is ingeslagen met het Programma Duurzaamheid, het Klimaatbeleidsplan 2016-2020 en het Klimaatadaptatieplan. De ambitie is om de uitstoot van broeikasgassen verder te verminderen en te anticiperen op de gevolgen van klimaatverandering. Daarbij gelden als belangrijkste doelstellingen: • 49% minder uitstaat van broeikasgassen in 2030 ten opzichte van 1990; • in 2050 is Schiedam CO2-neutraal; • iedereen kan meedoen in de energietransitie; • Schiedam is voorbereid op extreme weersomstandigheden; • het vergroten van de biodiversiteit ven het versterken van de ecologische waarde in en buiten Schiedam. Om deze doelstellingen te bereiken wordt verder ingezet op de toepassing van zonne-energie, met als ambitie om in 2030 op 40% van de daken zonnepanelen te hebben. Ook is er ruimte voor andere vormen van hernieuwbare energie-voorziening, zoals windenergie, warmtepompen en warmte-koude opslag. De ambities zijn er op gericht om in 2050 voor wat betreft de woningen volledig aardgasvrij te zijn. Voor nieuwbouw en bij herstructurering geldt daarbij dat voldaan moet worden aan de wettelijke BENG-normen ten aanzien van energiezuinigheid en dat zoveel als mogelijk gebruikt wordt van duurzame en/of herbruikbare materialen. Een tweede belangrijke pijler van het klimaatbeleid is de klimaatadaptatie.
Met het beleid wordt ingezet op een aanpassing van de stad aan de gevolgen van klimaatverandering. Ingezet wordt op het hebben van voldoende mogelijkheden voor waterberging in geval van wateroverlast door overvloedige regen, alsmede het beperken van her risico op instabiliteit van kaden en verzakkingen ten gevolge van droogte. Daarnaast wordt ook gekeken naar 'vergroenende' maatregelen om de gevolgen van hittestress bij extreem hoge temperaturen tegen te gaan. Dit laatste draagt, samen bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020 (vastgesteld) 53
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020
met natuurinclusieve maatregelen in de bebouwing, eveneens bij aan het versterken van de biodiversiteit in de stad. Het Klimaatbeleidsplan legt ook een nadrukkelijke relatie met het realiseren van de Sustainable Development Goals (SDG's) van de Verenigde Naties. Als Global Goals gemeente heeft Schiedam zich tot doel gesteld om in de beleidsuitwerking in te zetten op duurzaamheid in brede zin: de integratie van sociale, economische en ecologische ontwikkeling. Het Klimaatbeleidsplan vormt in belangrijke stap hierin. Het bestemmingsplan levert op diverse manieren een bijdrage aan het realiseren van de doelen uit de beleidsplannen. Concrete uitwerking van het beleid vindt met name plaats door de afspraken die met bedrijven worden gemaakt ten aanzien van energiebesparing, binnen de mogelijkheden van vergunningverlening, erfpacht, en de Wet milieubeheer. Voor het plangebied van dit bestemmingsplan gebeurt dit bijvoorbeeld met behulp van het Toetsingskader Duurzaamheid. Het toetsingskader stelt een aantal randvoorwaarden waaraan (potentiële) erfpachters moeten voldoen op het gebied van duurzaamheid. Ten grondslag aan het toetsingskader liggen vijf pijlers: (1) energie, (2) milieu, (3) gezondheid, (4) gebruikskwaliteit en (5) toekomstwaarde.
Ook wordt nog gewerkt aan een structuurvisie voor de buitenruimte en een bijbehorende toetsingsmethode om ook de buitenruimte zo klimaatbestendig mogelijk in te richten. Het bestemmingsplan is kaderstellend, in de zin dat de regels zodanig zijn geformuleerd dat hierbinnen de uitwerking van de diverse beleidsdoelstelling kan worden gerealiseerd. Een belangrijke doelstelling is Schiedam Co2-neutraal in 2050. Een groot aandeel in het behalen van de daarvoor benodigde CO2 winst valt in de categorie mobiliteit; op bedrijventerreinen het woon-werkverkeer van werknemers van de bedrijven. Het nieuwe bestemmingsplan ziet onder andere op een intensivering van het bedrijventerrein dicht bij het station Schiedam-C entrum: de etalagezone langs de A20. Door in deze zone ruimte te bieden aan een intensiever gebruik van de grond, gericht op arbeidsintensieve bedrijvigheid, wordt gestimuleerd dat een groter deel van het woon-werkverkeer met openbaar vervoer en andere duurzame mobiliteitsvormen reist. Uit het Klimaatbeleidsplan volgt verder dat het uitgangspunt van de 'trias materialica' wordt onderschreven. Deze bestaat uit de volgende drie componenten: 1. Bespaar zo veel mogelijk materiaal. 2. Gebruik zo veel mogelijk duurzame materalen. 3. Zorg dat materialen zo efficient mogelijk (her)gebruikt kunnen worden.
Voor het bedrijventerrein wordt hier uitvoering aangegeven door bijvoorbeeld bij nieuwbouwplannen voor bedrijfsgebouwen een materialenpaspoort te vragen. Ook wordt via het Toetsingskader duurzaamheid gekeken naar de GPR-score van bedrijfsgebouwen en kantoren. Doel hiervan is een actieve bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van een circulaire economie, het verminderen van de CO2 uitstoot en het beperken van de energievraag. Ook het versterken van groen-blauwe structuren op bedrijventerreinen draagt bij aan het realiseren van de doelstellingen uit het Klimaatbeleidsplan. Wanneer bedrijventerreinen vergroenen geeft datletterlijk meer ademruimte voor de Schiedammer en de gevestigde bedrijven. Ook verkennen we waar we op bedrijventerreinen de verbinding met water beter kunnen maken. Het bestemmingsplan geeft hier onder andere uitvoering aan door de oeverzone langs de Schie zodanig te bestemmen dat de mogelijkheid ontstaat voor een groen-blauwe verbindingsroute van het stadscentrum naar Midden-Delfland. De zichtbaarheid van de Schie wordt groter en de buitenruimte kan duurzamer en klimaatbestendiger worden ingericht. In het Ontwikkelperspectief voor het bedrijventerrein wordt aan het thema klimaat en duurzaamheid uitgebreid aandacht besteed. Gekoppeld aan het Ontwikkelperspectief is ook gewerkt aan een Toetsingskader duurzaamheid.
Hierin zijn de voor het gebied geformuleerde duurzaamheidsambities op het gebied van digitalisering, energietransitie, circulariteit,
54 esteld)
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020 (vastg
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020
innovatie/samenwerking en inclusiviteit, concreet handen en voeten gegeven. Dit maakt voor eenieder inzichtelijk welke concrete maatregelen nodig zijn om op het de verschillende schaalniveaus (gebied; gebouw; gebruik) duurzaamheid te bevorderen. In het toetsingskader wordt ook ingegaan op wie vanuit welke rol aan zet is om maatregelen te treffen. Gelet op het ambitieniveau is in de regels ook een mogelijkheid opgenomen om in voorkomende gevallen nadere eisen te stellen aan bouwplannen met betrekking tot het aspect duurzaamheid. Het gaat dan nadrukkelijk om aspecten die niet al via reguliere wettelijke kaders zoals het Bouwbesluit zijn geregeld.
3.4.10
Horecabeleid
Het Horecabeleid Schiedam 2021 geeft inzicht in hoe de gemeente Schiedam vormgeeft aan de balans tussen horeca in de stad, de openbare orde & veiligheid en het woon- en leefklimaat van de inwoners. De visie van het beleid ziet op het creëren van een sfeervolle stad met een aantrekkelijk klimaat voor horeca-exploitanten, toeristen en bewoners. Hierbij ziet het centrumgebied op een dynamische en levendige omgeving en hebben de overige gebieden de nadruk op wonen en bedrijven. Dit betekent dat in het centrumgebied meer activiteiten en bedrijvigheid wordt toegestaan en bezoekers en bewoners zich daarvan bewust moeten zijn dan wel dienen te dulden. Voor het woonwijkgebied is meer aandacht voor het waarborgen van het woon- en leefklimaat en dient overlast van horecabedrijven tot een minimum beperkt te blijven. Gebiedsgericht beleid Het gebiedsgericht beleid verdeelt de stad in drie gebieden (centrum, woonwijken, bedrijventerreinen). Het plangebied valt binnen de categorie bedrijventerreinen. Op grond van het beleid moet horeca op bedrijventerreinen zich met name richten op de aldaar gevestigde bedrijven, met bijbehorende klanten- en bezoekersstromen. Horeca kan daarbij ook een functie vervullen in het bieden van ontmoetingsruimten aan bedrijven, en zo bijdragen aan kennisdeling en kennisopbouw.
Langs de afrit van de A20 is ruimte voor grote horecaconcepten, mits de opzet is afgestemd op de ligging nabij de snelweg en er bijvoorbeeld voldoende parkeergelegenheid is. Op dit moment is van daadwerkelijke horecazaken op het bedrijventerrein geen sprake, met uitzondering van het filiaal van de Burger King waarvoor ruimere sluitingstijden gelden vanwege zijn ligging naast de afrit van de snelweg A20. Voor eventuele zakenlunches en dergelijke zijn restaurants en cafés op de 's-Gravelandseweg en in het centrum nabijgelegen. Met een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid wordt beperkt ruimte geboden voor uitbreiding van daghoreca op het bedrijventerrein, ter versterking van het vestigingsklimaat. Een bijzondere vorm van horeca betreft de zaalverhuur en/of feestzalen. Binnen het plangebied is een bestaande inrichting aanwezig. De mogelijkheid voor zalenverhuur is alleen toegestaan wanneer er een specifieke aanduiding op de verbeelding is opgenomen. Het medegebruik voor deze functie is in de regels afgestemd op de bestaande vergunningen.
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020 (vastgesteld) 55
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020
56 esteld)
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020 (vastg
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020
Hoofdstuk 4 Planologische milieutechnische randvoorw aarden
en
Het al dan niet voldoen aan verschillende planologische en milieutechnische randvoorwaarden en uitgangspunten is bepalend voor de vraag of een nieuw bestemmingsplan ook daadwerkelijk uitvoerbaar is. In dit hoofdstuk wordt de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan getoetst op planologische en milieutechnische randvoorwaarden. Voor het bestemmingsplan is een m.e.r.-beoordeling gemaakt, waarin op een groot aantal milieutechnische aspecten wordt ingegaan, met op diverse punten ook (verwijzingen naar) specifieke onderzoeken. De m.e.r.-beoordeling is als bijlage bij de toelichting van dit bestemmingsplan gevoegd. In dit hoofdstuk wordt, onder verwijzing naar deze bijlage, daarom alleen op hoofdlijnen ingegaan op de diverse thema's. Een uitgebreidere omschrijving kan worden gevonden via de bijlage, en de onderzoeken die daaraan ten grondslag liggen. Enkele milieuonderzoeken die eerder als afzonderlijke bijlage bij de toelichting waren gevoegd, zijn nu als bijlage bij de m.e.r.-beoordelingsnotitie gevoegd. Ze maken daarmee nog steeds deel uit van de toelichting op, en onderbouwing van, de bestemmingslegging.
4.1 Milieueffectrapportage Op grond van de Wet milieubeheer worden activiteiten aangewezen welke belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu, of waarvoor beoordeeld moet worden of deze activiteiten nadelige invloed hebben. In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van een bestemmingsplan planMER-plichtig, projectMER-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Daarnaast dient het bevoegd gezag bij de genoemde activiteiten welke niet aan de drempelwaarden voldoen, te beoordelen of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben (gelet op kenmerken, locatie en potentiële effecten). Met dit bestemmingsplan wordt de vestiging van bedrijven die in het kader van de omgevingsvergunning (milieu) m.e.r.-(beoordelings)plichtig zijn uitgesloten. Het bestemmingsplan vormt hiermee niet het kader voor m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteiten, waardoor voor dit bestemmingsplan vanuit dit oogpunt dan ook geen sprake is van een planMER-plicht. Voor de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject (onderdeel D 11.2 Besluit m.e.r.) geldt dat beoordeeld moet worden of deze activiteiten nadelige effecten voor het milieu kunnen hebben.
Deze beoordelingsvereiste geldt in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m². Op grond van het arrest van het Europese Hof van Justitie van 15 oktober 2009 geldt dat niet alleen de vraag of een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt niet alleen afhankelijk is van de omvang van het project, maar dat ook beoordeeld moet worden of het project gelet op de andere selectiecriteria van bijlage III van de Europese m.e.r.-richtlijn door de aard en ligging aanzienlijke milieugevolgen tot gevolg zou kunnen hebben. Op grond van artikel 2, lid 5 Besluit m.e.r. dient, voor activiteiten of plannen die wel zijn genoemd in onderdeel D, maar onder de drempelwaarden blijven, evenwel een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.-beoordeling' te worden gemaakt om te bezien of belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen worden uitgesloten. Als blijkt dat aanzienlijke nadelige milieugevolgen niet zijn uit te sluiten, is alsnog een volledige m.e.r.-beoordeling of m.e.r.-procedure nodig. Om die reden is de m.e.r.-beoordelingsnotitie 's-Graveland & Spaanse Polder opgesteld, die ook als bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020 (vastgesteld) 57
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020
bijlage bij deze toelichting is gevoegd. In de beoordeling van de milieugevolgen is aangesloten bij Bijlage III van de Europese Richtlijn milieueffectbeoordeling. In hoofdstuk 2 en 3 zijn de kenmerken van het plan (criterium 1) en de locatie en omgeving van het plan (criterium 2) beschouwd. Daaruit volgt dat de voorgenomen activiteit beperkt is tot het plangebied en er geen invloeden zijn op de omgeving. In hoofdstuk 4 zijn de potentiële effecten beschreven (criterium 3). Hieruit volgt de conclusie dat geen sprake is aanzienlijke nadelige milieugevolgen en het opstellen van een MER niet noodzakelijk wordt geacht. Bij de vaststelling van het bestemmingsplan heeft de raad, op basis van de m.e.r.-beoordelingsnotitie, dan ook besloten dat geen opstelling van een m.e.r.-(beoordelings)procedure conform het Besluit m.e.r. vereist is. De m.e.r.-beoordelingsnotitie geeft een goed overzicht van alle relevante aspecten voor zover het gaat om de standpuntbepaling op de vraag of een formele m.e.r.-(beoordelings)procedure nodig is. Mede gelet op het feit dat het bestemmingsplan ziet op een bestaand en als zodanig functionerend bedrijventerrein, is de conclusie gerechtvaardigd dat met de nadere onderbouwing en toelichting zoals die in de m.e.r.-beoordelingsnotitie is uitgewerkt, geen start van een m.e.r.-(beoordelings)procedure nodig is.
In de navolgende paragrafen is volledigheidshalve op diverse aspecten ingegaan. Dit betreft deels een herhaling van hetgeen in de m.e.r.-beoordelingsnotitie is uitgewerkt.
4.2 W ater Ten behoeve van de uitvoering van de wettelijk verplichte watertoets is voor dit bestemmingsplan een waterparagraaf opgesteld. De volledige waterparagraaf is als bijlage 2 bij de m.e.r.-beoordelingsnotitie gevoegd. In de waterparagraaf wordt stilgestaan bij de belangrijkste aspecten met betrekking tot de waterhuishouding. Aandacht wordt besteed aan de watergerelateerde functies in het bestemmingsplan, zoals bescherming van oppervlaktewater en waterkeringen. Daarnaast wordt stilgestaan bij de randvoorwaarden die gelden voor toekomstige ontwikkelingen. Hierbij wordt onder andere aandacht geschonken aan de waterkwantiteit, waterkwaliteit en ecologie. Voldaan wordt aan de vereisten met betrekking tot de waterhuishouding. De kern- en beschermingszone behorende bij de regionale waterkeringen langs de Schie, inclusief de Bochtafsnijding, en Polderwetering is, overeenkomstig de Keur en Legger van het Hoogheemraadschap van Delfland, bestemd met de dubbelbestemming 'Waterstaat Waterstaatkundige functie'. Handelingen binnen deze zone zijn uitsluitend toegelaten nadat de waterstaatsbeheerder om advies is gevraagd. Daarnaast wordt door de opname van de bestemming 'Groen-1' langs de Schie voorkomen dat gebouwd wordt binnen de kernzone van de Schie.
Bij enkele flexibiliteitsbepalingen in het plan is een adviesplicht opgenomen, waarbij het waterstaatkundig belang in het voortraject van een vergunning kan worden meegewogen. Langs de Bochtafsnijding in de Schie is, conform het provinciaal beleid, een aanduiding opgenomen waarmee de vrijwaringszone van deze provinciale vaarweg is geborgd.
4.3 Bodem Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening dient een bodemanalyse te worden verricht met het oog op de beoordeling van de realiseerbaarheid van bepaalde bestemmingen. In het kader van dit bestemmingsplan is door de gemeente Schiedam de milieuhygiënische bodemsituatie onderzocht.
58 esteld)
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020 (vastg
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020
4.3.1 Bodemkwaliteit De Spaanse Polder is in de periode 1940-1960 in gebruik genomen als bedrijventerrein. In deze polder is geen (haven)slib opgespoten. Deze polder is enkel opgehoogd met zand. Deze zandlaag heeft over het algemeen genomen een dikte van 2 meter. Ook in deze ophooglaag wordt regelmatig bodemvreemd materiaal als puin, koolassen en slakken aangetroffen. In de periode 1954-1963 is deelgebied 's-Gravelandsepolder bouwrijp gemaakt. Grote delen van het gebied zijn in die periode opgespoten met slib uit de Willemshaven, Wilhelminahaven, Oost-Abtspolder en Woudhoek. De sliblaag heeft een dikte van 3 tot 4 meter waarin regelmatig teer en stookolie aangetroffen wordt. Uit de ontgravingskaart van de Nota bodembeheer blijkt dat het opgespoten slib overwegend sterk verontreinigd is met zware metalen en/of minerale olie in de zin van de Wet bodembescherming. Daarmee is graafwerk in deze bodemlaag niet zonder meer toegestaan en is de grond bij vrijkomen, milieuhygiënisch gezien, niet geschikt voor hergebruik elders. Over de sliblaag ligt een zandlaag met een dikte van 1 meter. In de zandlaag wordt regelmatig bodemvreemd materiaal aangetroffen zoals puin, koolassen en slakken. Het deelgebied Spaanse Polder is alleen opgehoogd met een zandlaag met een dikte van 2 meter.
In deze laag wordt net als in het deelgebied 's-Gravelandsepolder regelmatig bodemvreemd materiaal aangetroffen zoals puin, koolassen en slakken.
4.3.2 Puntbronnen Verspreid over het plangebied zijn puntbronnen aanwezig, waarvan de meeste in het deelgebied Spaanse Polder liggen. Voor de meeste puntbronnen heeft bodemonderzoek plaatsgevonden. Hieruit blijkt dat er vaak sprake is van ernstige bodemverontreiniging waarop een saneringsplicht rust. Dat betekent dat er op termijn gesaneerd moet worden. Er is geen sprake van een situatie waarbij zich zodanige risico's voordoen (humaan, verspreiding, of ecologische risico's) dat met enige spoed sanerende maatregelen moeten worden getroffen. Op diverse plaatsen in het plangebied is de afgelopen jaren verouderde bebouwing gesloopt, en hebben ook diverse (beperkte) bodemsaneringen plaatsgevonden.
4.3.3 PFAS PFAS is een verzamelnaam voor een groep, door de mens gemaakte, chemische stoffen die niet van nature in het milieu voorkomen en die een negatief effect kunnen hebben op milieu en gezondheid. Het is toegestaan om 0,8 microgram PFAS per kilo droge grond toe te passen zonder dat er sprake is van gezondheidsrisico's voor mens en dier. Er is onderzoek gedaan naar factoren in het plangebied die kunnen leiden tot een verhoogde concentratie PFAS in de grond. Specifiek betreft dit inrichtingen waar in grote hoeveelheden PFAS worden gebruikt of geproduceerd. Dergelijke inrichtingen bevinden zich niet in of in de nabijheid van Schiedam, en dus evenmin binnen het plangebied. Het ontbreken van dergelijk inrichtingen maakt dat het niet aannemelijk is dat in Schiedam de norm van 0,8 microgram PFAS wordt overschreden. Dit beeld wordt onderschreven door de meetresultaten uit de in de afgelopen jaren uitgevoerde bodemonderzoeken. Een eventuele sanering kan plaatsvinden op een 'natuurlijk' moment, zoals wanneer een herinrichting op nieuwbouw aan de orde is. Mede gelet op de recente ontwikkelingen op het gebied van PFAS is in 2020 de Bodemkwaliteitkaart voor Schiedam geactualiseerd.
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020 (vastgesteld) 59
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020
4.3.4 Bodemonderzoek en sanering Het is verplicht om bodemonderzoek volgens de NEN5740 uit te voeren bij een aanvraag van een omgevingsvergunning, afwijking van een bestemmingsplan, herinrichting waarbij sprake is van een functiewijziging, bij uitgifte of beëindiging van erfpacht, bij aan- en verkoop van gronden of bij (voornemens) tot grondverzet. Bij dit bodemonderzoek wordt onderzocht of de grond is verontreinigd met asbest. Indien dit het geval is moet er nader onderzoek plaatsvinden (NEN 5707). Waar de interventiewaarden worden overschreden kunnen sanerende maatregelen verplicht zijn, dit zijn de volgende: Het saneren van mobiele verontreinigingen (met bijvoorbeeld olie en oplosmiddelen) gericht is op het zoveel mogelijk wegnemen van bron en verontreiniging tot een kleine stabiele restverontreiniging. Het saneren van immobiele verontreinigingen (bijvoorbeeld zware metalen en PAK) gericht is op het voorkomen van contactmogelijkheden, hetgeen kan worden gerealiseerd door het aanbrengen van een leeflaag van geschikte kwaliteit of een gesloten verharding (zoals een betonvloer). Wanneer het alleen om verontreinigingen van immobiele aard gaat, is het aan te bevelen om binnen de saneringslocatie zoveel mogelijk te herschikken op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd saneringsplan.
Hierbij geldt het 'standstill'-principe dat de algehele bodemkwaliteit niet verslechtert. De gemeente Schiedam heeft in haar 'Nota bodembeheer Schiedam 2010' voorschriften opgenomen hoe omgegaan moet worden met de uitvoering van bodemsanering en toepassing van gronden of bagger. Bij afvoer van grond moet rekening gehouden worden met relatief hoge kosten voor verwerking (stort en/of reinigen). Wanneer het alleen verontreinigingen van immobiele aard betreft, is het aan te bevelen om binnen de saneringslocatie zoveel mogelijk te herschikken op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd saneringsplan. Hierbij geldt het 'standstill'-principe dat de algehele bodemkwaliteit niet verslechtert.
4.3.5 Conclusie Het bestemmingsplan is voornamelijk consoliderend van aard en maakt geen voor de beoordeling van bodemkwaliteit relevante functiewijzigingen mogelijk. In het kader van het bestemmingsplan is om deze reden geen verder bodemonderzoek noodzakelijk. In het gebied zal waarschijnlijk geen of beperkte sanering plaatsvinden. Het vaststellen van het bestemmingsplan heeft geen negatief effect op bodemkwaliteit. Bij toekomstige initiatieven dient in het kader van de noodzakelijke omgevingsvergunning een actueel bodemonderzoek te worden overlegd. De bodemkwaliteit binnen het plangebied staat de vaststelling van het bestemmingsplan echter niet in de weg.
4.4 Natuur De Wet natuurbescherming vormt het voornaamste beleidsmatige toetsingskader op het gebied van de ecologische soortenbescherming en ecologische gebiedsbescherming. In de toelichting van een bestemmingsplan moeten de gevolgen van het bestemmingsplan voor ecologische waarden in beeld worden gebracht, zodat aannemelijk kan worden gemaakt of de ontwikkeling voldoet aan de op grond van de Wet natuurbescherming gestelde regels. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt in soortenbescherming en gebiedsbescherming.
60 esteld)
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020 (vastg
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020
4.4.1 Soortenbescherming Soortenbescherming is onder de Wet natuurbescherming geregeld op basis van een drietal verschillende beschermingsregimes, namelijk voor vogelrichtlijnsoorten, habitatrichtlijnsoorten en overige soorten. Voor al deze soorten geldt dat het verboden is ze opzettelijk te doden, te vangen of te verstoren, om eventuele eieren opzettelijk te vernielen, om de vaste voortplantings- of rustplaatsen te beschadigen en om beschermde plantensoorten opzettelijk te ontwortelen of te vernielen. Hiervan kan onder andere sprake zijn bij het kappen van bomen, het slopen van gebouwen of het storten en afgraven van gronden. Voor het bestemmingsplan is een bureaustudie en het veldbezoek uitgevoerd. Hieruit blijkt dat het mogelijk is dat met toekomstige ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, vaste rust- en verblijfplaatsen worden aangetast van onder de Wet natuurbescherming beschermde soorten. Indien er sprake is van concrete ontwikkelingen in gebieden die in de quickscan zijn benoemd, moet mogelijk nader onderzoek worden uitgevoerd. Het gaat om een aantal locaties aan de west- en noordzijde van het plangebied, in het deelgebied 's-Gravelandesepolder. Insteek en aard van een nader onderzoek is sterk casuistisch, en ook afhankelijk van de precieze insteek van het voorgenomen concrete bouwvoornemen.
Daarbij is relevant dat een nadere onderzoeksplicht alleen van toepassing kan zijn in enkele gebieden aan de randen van het plangebied waar geen concrete ontwikkelingen voorzienbaar zijn, ofwel waar het bestemmingsplan geen titel voor bebouwing bevat. De gronden zijn gemeentelijk eigendom, en voor zover sprake is van uitgifte in erfpacht is voor sloop-, nieuwbouw- en andere omgevingsvergunning-plichtige activiteiten vooraf toestemming van de gemeente nodig is. Op basis van het concrete voornemen kan dan ook de eventuele noodzaak van nader onderzoek aan een eventuele toestemmingsverlening worden verbonden. Generiek wordt voor Schiedam gewerkt aan de voorbereiding van een soortenmanagementplan (SMP). De komende periode wordt in dat kader uitgebreider onderzoek naar het voorkomen van verschillende soorten in de stad gedaan, en wordt ook reeds verkend of en op welke manier het leefklimaat van soorten kan worden behouden en versterkt. Tot slot is de wettelijke zorgplicht altijd van toepassing. Dit houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht neemt voor beschermde gebieden, in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. Opgemerkt wordt dat het onderzoek een momentopname betreft. Met het verstrijken van de tijd kan het spontaan voorkomen of verdwijnen van beschermde planten en dieren nooit met volledige zekerheid worden voorzien of uitgesloten.
Op grond van deze rapportage en het bijbehorend onderzoek wordt geconcludeerd dat, met inachtname van de regels en de algemene zorgplicht, de instandhouding van deze soorten bij uitvoering van het bestemmingsplan niet in het geding is. Het onderzoek is als bijlage 4 bij de m.e.r.-beoordelingsnotitie gevoegd.
4.4.2 Gebiedsbescherming Het plangebied ligt niet in een Natura 2000-gebied of binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN) waardoor bij voorbaat kan worden uitgesloten dat er sprake is van een direct negatief effect op beschermde natuurgebieden door "vernietiging" of "directe aantasting". Op zo'n 8 kilometer afstand van het plangebied ligt het Natura 2000-gebied Oude Maas. Door de afstand tot dit beschermde Natura 2000-gebieden worden geen belangrijke negatieve effecten als gevolg van externe werking (middels visuele verstoring en verstoring door productie van geluid, trilling en licht) verwacht. Gezien de omvang van het plangebied, in relatie tot mogelijke werkzaamheden, het aspect verkeer en het mogelijke intensievere gebruik van het gebied, is onderzocht of sprake is van een toename van de stikstofuitstoot. Uit dit onderzoek blijkt dat geen sprake is van een toename van uitstoot. bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020 (vastgesteld) 61
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020
Hiermee is uitgesloten dat de vaststelling van het bestemmingsplan leidt tot een belangrijke negatieve effecten als gevolg van het aspect stikstof. Het onderzoek is als bijlage 3 opgenomen bij de m.e.r.-beoordelingsnotitie.
4.5 Externe veiligheid 4.5.1 Algemeen Bij Externe Veiligheid (EV) gaat het om de gevaren die de directe omgeving loopt in het geval er iets mis mocht gaan tijdens de productie, het behandelen of het vervoer van gevaarlijke stoffen. De daaraan verbonden risico's moeten aanvaardbaar blijven. Binnen de EV worden twee normstellingen gehanteerd: het Plaatsgebonden Risico (PR) richt zich vooral op de te realiseren basisveiligheid voor burgers; het Groepsrisico (GR) stelt beperkingen aan de maatschappelijke ontwrichting als gevolg van calamiteiten met gevaarlijke stoffen. Kwetsbare objecten, zoals woningen en functies met veel bezoekers, zijn niet toegestaan binnen de 10-6 -contour van het PR rond inrichtingen waarin opslag / verwerking van gevaarlijke stoffen plaatsvindt en langs transportroutes (weg, spoor, water, buisleiding) waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. In het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), in geval van inrichtingen, het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), in geval van transportroutes voor gevaarlijke stoffen, en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb), in geval van buisleidingen is opgenomen dat voor iedere toename van het GR een verantwoordingsplicht geldt, ook als de verandering geen overschrijding van de oriëntatiewaarde veroorzaakt.
Voor de risico's samenhangend met het vliegverkeer van en naar Rotterdam The Hague Airport geldt het provinciale beleidskader 'Groepsrisico in de omgeving van Rotterdam The Hague Airport' (2012).
4.5.2 Risicobronnen Voor dit bestemmingsplan zijn de externe veiligheidsaspecten in kaart gebracht. Bij het uitwerken van de m.e.r.-beoordelingsnotitie is deze informatie gebruikt en nader geduid. In de huidige situatie zijn binnen het plangebied en in de omgeving verschillende risicobronnen aanwezig voor externe veiligheid. Er wordt onderscheid gemaakt in inrichtingen en transport. Inrichtingen Binnen het plangebied liggen drie inrichtingen die relevant zijn om te benoemen, namelijk: Tankstation Total, 's-Gravelandseweg 395 (Bevi); Dijktank BV, Scholtenstraat 13 (RRGS); Oliehandel Kerkhof BV, Ringerspad 5 (RRGS). Nabij het plangebied ligt nog een inrichting die mogelijk relevant is met het oog op externe veiligheid, namelijk De Haan Minerale Oliën, Matlingeweg 65 Rotterdam (Bevi). Het meest noordelijke deel van het plangebied valt binnen het verantwoordingsgebied van Rotterdam - The Hague Airport (RTHA), Rotterdam. Transport Ten zuiden van het plangebied is de rijksweg A20 gelegen, waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. De afstand tot het plangebied is daarom 0 meter. Volgens het basisnet moet voor dit deel van de A20 een veiligheidsafstand worden gehanteerd van 20 meter vanaf de as van de weg. Binnen deze afstand mogen geen nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten worden gerealiseerd.
Deze afstand reikt niet tot de rand van de weg, aangezien de weg, inclusief vluchtstroken, ter plaatse breder is dan 40 meter. Ten oosten en ten zuiden van het plangebied zijn twee hogedruk 62 esteld)
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020 (vastg
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020
aardgasleidingen aanwezig. Ten zuiden en ten oosten van het plangebied zijn twee hogedruk aardgasleidingen aanwezig. De leiding ten zuiden van het plangebied met kenmerk W 521-03-KR-003 kent geen 10-6 contour. Aan de oostkant van het plangebied loopt de hogedruk aardgasleiding W521-06. Deze leiding heeft wel een 10-6 risicocontour, maar deze ligt buiten het plangebied.
4.5.3 Verantwoording Binnen het plangebied zijn risicovolle inrichtingen volgens het Besluit en de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Bevi en Revi) niet toegestaan met uitzondering op één locatie bij de aanduiding "verkooppunt motorbrandstoffen met lpg voor een verkooppunt van motorbrandstoffen met lpg". Bedrijven die wel toegestaan zijn hebben een milieucategorie van maximaal 4.2. Daarbij kan op kleinschalig niveau sprake zijn van handelingen met en/of opslag van gevaarlijke stoffen. Deze activiteiten hebben echter geen significante invloed op de externe veiligheid in het gebied. Nieuwe Bevi-inrichtingen zijn op grond van het bestemmingsplan niet toegestaan. Een eerdere mogelijkheid om via een wijzigingsbevoegdheid dit wel toe te staan, is in het voorliggende plan niet meer opgenomen. Binnen 's-Graveland & Spaanse Polder is ook sprake van beperkt kwetsbare objecten. Te denken valt dan aan gebouwen waarin minder grote aantallen personen een groot deel van de dag verblijven, zoals kantoren ondergeschikt aan de bedrijfsvoering. Nieuwe (zeer) beperkte objecten in de nabijheid van risicovolle bedrijven is uitgesloten. Verder is het plangebied gelegen binnen het invloedsgebied van de hogedruk aardgasleiding W521-06, A20 en voor een beperkt deel binnen de contour van RTHA. Het gaat om een klein deel van het plangebied, wat voor een deel onbebouwd is.
Er kan worden aangenomen dat het groepsrisico hier laag is. Het groepsrisico voor de meeste risicobronnen is lager dan 10% van de oriëntatiewaarde. Alleen van de A20 is het groepsrisico hoger. Als rekening wordt gehouden met de reeds bestemde ontwikkelingen in Schieveste, is het groepsrisico hoger dan de oriëntatiewaarde. Het plan biedt geen ruimte voor maatregelen om het groepsrisico te verlagen. Een beperkte verantwoording van het groepsrisico met aandacht voor de maatregelen op gebied van zelfredzaamheid en rampenbestrijding is noodzakelijk. Omdat het plan geen ontwikkelingen mogelijk maakt, neem het groepsrisico van RTHA niet toe. De luchthaven wordt daarom verder buiten beschouwing gelaten. Alleen vanwege de A20 en de hogedruk aardgasleiding W-521-03 stijgt het groepsrisico. Als rekening wordt gehouden met de reeds bestemde ontwikkelingen in Schieveste, is het groepsrisico zelfs hoger dan de oriëntatiewaarde. Het plan biedt geen ruimte voor maatregelen om het groepsrisico te verlagen en vanuit de kenmerken van de locatie en mogelijke maatregelen is het groepsrisico te verantwoorden. Gelet hierop zijn belangrijke nadelige gevolgen niet te verwachten. Advies VRR De Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond (VRR) heeft, gelet op de met externe veiligheid samenhangende risico's, geadviseerd inzake de mogelijkheden voor hulpverlening en zelfredzaamheid. Geadviseerd wordt: 1.
(her)ontwikkelingen binnen 120 meter vanuit het hart van de rijksweg A20 zodanig te construeren dat bij een toxische wolk de mogelijkheden tot zelfredzaamheid van aanwezigen verbeterd worden. 2. (her)ontwikkelingen binnen 30 meter vanuit de rechterrijbaan van de rijksweg A20 zodanig te bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020 (vastgesteld) 63
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020
construeren dat deze beschermd zijn tegen branddoorslag en brandoverslag (WBDBO) als gevolg van een plasbrand, zodat aanwezigen bij een (dreigende) plasbrand goede ontvluchtingsmogelijkheden hebben. 3. (her)ontwikkelingen binnen een afstand van 15 meter van de hogedruk aardgastransportleiding W-521 zodanig te construeren dat deze beschermd zijn tegen branddoorslag en brandoverslag (WBDBO) als gevolg van een fakkelbrand, zodat aanwezigen bij een (dreigende) fakkelbrand meer tijd en gelegenheid hebben om te vluchten. 4. zorg te dragen voor een goede voorlichting en instructie van aanwezigen in het plangebied zodat zij weten hoe te handelen bij een calamiteit. Maatregelen ter verbetering zelfredzaamheid en hu lpverlening Gelet op het advies van de VRR en de Visie Externe Veiligheid zijn de volgende maatregelen getroffen in het bestemmingsplan om de mogelijkheden van zelfredzaamheid en hulpverlening in het plangebied te verbeteren: De uitvoering van het bestemmingsplan, specifiek de herstructurering van delen van het plangebied, kan er toe leiden dat beperkt kwetsbare objecten worden gerealiseerd binnen het invloedsgebied (120 meter) van de rijksweg A20. Voor dergelijke objecten geldt op grond van de gemeentelijke visie dat deze aanvaardbaar zijn, mits uit het oogpunt van externe veiligheid harde kwaliteitseisen worden gesteld.
Het invloedsgebied behorende bij de weg is op de verbeelding aangeduid als 'Veiligheidszone - vervoer gevaarlijke stoffen'. De door de VRR genoemde aanbevelingen zijn onderdeel van de hiervoor geldende regeling. Het bestemmingsplan maakt geen ontwikkelingen mogelijk binnen het plasbrandaandachtsgebied behorende bij de rijksweg, waardoor voor deze zone geen extra regels zijn opgenomen. Het plangebied wordt aan de west- en zuidzijde doorkruist door een hogedruk aardgastransportleiding. De invloedszone van 15 meter van deze leiding reikt uitsluitend ter hoogte van de bebouwing op de hoek van de Overschieseweg en de Kommiezenlaan over gronden waar bebouwing is toegelaten. Aanvankelijk was het invloedsgebied van de leiding op de verbeelding aangeduid als veiligheidszone. In een zienswijze heeft de Gasunie als leidingbeheerder echter aangegeven dat dit niet nodig is. De aanduiding is daarop uit het plan verwijderd. Onderdeel vier van het advies van de VRR, “Het zorgdragen van een goede voorlichting en instructie” leent zich niet voor verankering in het bestemmingsplan. De gebruikers van het plangebied zullen hierover op andere wijze worden geïnformeerd. Conclu sie Met inachtneming van de artikelen 12 en 13 van het Bevi en de Visie Externe Veiligheid 2012-2020 Schiedam is gekeken naar de consequenties van het bestemmingsplan op het groepsrisico.
Gezien het lage groepsrisico, de beperkte toename daarvan en de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt om op locaties met een verhoogd risico nadere eisen of voorwaarden te stellen is de gemeente Schiedam van mening dat uitvoering van het bestemmingsplan op een verantwoorde wijze plaats kan vinden.
64 esteld)
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020 (vastg
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020
4.6 Geluid Met betrekking tot het aspect geluid worden het wegverkeer, railverkeer, vliegverkeer en de industrie als potentiële geluidsbronnen onderscheiden. Op grond van de Wet geluidhinder, en voor vliegverkeer de Luchtvaartwet en Wet luchtvaart, geldt voor deze geluidsbronnen een voorkeursgrenswaarde waar woningen en andere geluidgevoelige objecten aan moeten voldoen. Voor de realisatie van woningen en andere geluidgevoelige objecten binnen één of meerdere van deze zones is een akoestisch onderzoek vereist, waaruit de geluidsbelasting op de gevel blijkt. De verschillende geluidsbronnen welke van invloed zijn op het plangebied worden in het navolgende beschreven.
4.6.1 Industrielawaai Het bedrijventerrein 's-Graveland & Spaanse Polder is in het kader van de Wet geluidhinder bij Koninklijk Besluit (1991) een gezoneerd industrieterrein voor de gemeenten Rotterdam en Schiedam. Het toevoegen van bedrijven op het industrieterrein mag niet leiden tot een verhoging van de geluidsbelasting op de gevels van de geluidsgevoelige bestemmingen binnen de geluidszone en hiermee gepaard gaand, het groeien van de vastgestelde geluidscontour. Hiertoe heeft de DCMR een zonebeheermodel opgezet. Bij elk nieuw te vestigen bedrijf zal de DCMR toetsen of de beschikbare geluidsruimte wordt overschreden. In dit bestemmingsplan is het wijzigen van de geluidscontour en de groei van de daarbij behorende geluidsruimte niet voorzien. Bij elk nieuw te vestigen bedrijf zal de DCMR toetsen of de beschikbare geluidsruimte wordt overschreden. In dit bestemmingsplan is het wijzigen van de geluidscontour en de groei van de daar bijbehorende geluidsruimte niet voorzien. Vaststelling van het bestemmingsplan hoeft daarom niet nader akoestisch te worden onderbouwd.
4.6.2 Overige geluidsbronnen Wegverkeer Voor wegverkeerslawaai is gekeken naar de geluidbelasting door wegverkeer in het jaar 2021 volgens het Regionaal Verkeersmodel van de DCMR. Ook is gekeken naar de geluidbelasting in het jaar 2031. Op bijgaande afbeelding is dit inzichtelijk gemaakt.
Afbeelding 23 - Geluidbelasting door wegverkeerslawaain in dB, situatie 2031
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020 (vastgesteld) 65
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020
In het bestemmingsplan worden geen nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen of nieuwe zoneplichtige wegen mogelijk gemaakt. Voor dit aspect is akoestisch onderzoek daarom niet nodig. De geluidzone behorende bij de gezoneerde wegen is op de verbeelding aangeduid als 'Geluidzone weg'. Railverkeer De spoorlijn Rotterdam-Schiedam-Delft en de aftakking richting Hoek van Holland zijn gezoneerd op grond van het Besluit geluidhinder. De breedte van de geluidzone is afhankelijk van de hoogte van het voor het betreffende (deel van het) spoor vastgestelde geluidproductieplafond. De vastgestelde geluidproductieplafonds van de spoorlijn Schiedam-Delft ligt tussen de 66 en 71 dB, waardoor de bij deze spoorweg behorende geluidzone een breedte heeft van 600 meter. De geluidproductieplafonds van de spoorlijn Rotterdam-Schiedam ligt tussen de 61 en 66 dB, waardoor voor deze spoorweg een geluidzone geldt met een breedte van 300 meter. De geluidzone wordt gemeten vanuit de buitenste spoorstaaf. Het zuidelijke en westelijke deel van het plangebied liggen binnen de als 'Geluidzone - spoor' aangeduide geluidzone behorende bij deze spoorwegen. Lu chtverkeer De aanvliegroute naar Rotterdam The Hague Airport ligt net ten noorden van het plangebied.
Op grond van artikel 12 van het Besluit burgerluchthavens is nieuwbouw van woningen binnen de 56 dB(A) Lden-contour (35 Ke-contour) behorende bij het vliegveld niet toegelaten. Deze contour, aangeduid als 'Geluidzone - luchtvaart', reikt over het noordwestelijke deel van het plangebied. Binnen deze contour bevinden zich geen woningen. Het bestemmingsplan biedt geen ruimte voor woningbouw binnen deze contour.
4.7 Luchtkwaliteit Voor het bestemmingsplan is een luchtkwaliteitsonderzoek uitgevoerd. Hierin is getoetst aan de luchtkwaliteitsnormen voor de stoffen stikstofdioxide en fijnstof (PM10 en PM2.5) uit de Wet milieubeheer. In onderstaande tabel zijn de wettelijke normen en WHO-advieswaarden voor luchtkwaliteit weergegeven. De gemeente Schiedam neemt deel aan het Schone Luchtakkoord (SLA) waarmee het streven is uitgesproken om in 2030 te voldoen aan de WHO-advieswaarden, deze zijn strenger dan de wettelijke normen. Stof Jaargemiddelde concentratie NO 2 Jaargemiddelde concentratie PM 1 0 Jaargemiddelde concentratie PM 2 .5 Aantal overschrijdingsdagen concentratie PM 1 0
Wettelijke normen
etmaalgemiddelde
40 mg/m³ 40 mg/m³ 25 mg/m³ 35 dagen (> 50 mg/m³)
WHO-advieswaard e 40 mg/m³ 20 mg/m³ 10 mg/m³ n.v.t.
Tabel - Wettelijke normen en WHO-advieswaarden luchtkwaliteit Volgens de Wet milieubeheer (artikel 5.16 lid 1) kan een ruimtelijke ontwikkeling met het oog op luchtkwaliteit doorgaan als wordt voldaan aan één van de onderstaande punten: Er is geen sprake van normoverschrijding; Er is per saldo geen sprake van verbetering (saldo-benadering); Het project draagt niet in betekende mate (NIBM) bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit; Het project is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL).
66 esteld)
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020 (vastg
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020
De berekeningen voor dit bestemmingsplan zijn uitgevoerd op basis van verkeerscijfers voor het jaar 2040, er is gerekend met de achtergrondconcentratie voor het jaar 2024. Er is gebruik gemaakt van het verkeersmodel Metropoolregio Rotterdam-Den Haag waarin de ontwikkelingen uit het bestemmingsplan zijn opgenomen. Daarnaast zijn ook diverse omgevingskenmerken meegenomen die invloed hebben op de luchtkwaliteit, zoals het wegtype, snelheidstype en boomfactor. De verwachting is dat er in de toekomst sprake is van een verbetering van de luchtkwaliteit, onder andere door lagere voertuigemissies. Daarmee zijn de berekeningen uit het onderzoek beschouwd als worst-case situatie. Concluderend blijkt dat er in de berekende plansituatie in geen geval sprake is van een overschrijding van de wettelijke normen uit de Wet milieubeheer. Het aspect luchtkwaliteit vormt daarmee geen belemmering voor het uitvoeren van de plannen (artikel 5.16 lid 1a Wm). Bovendien wordt in de plansituatie ook voldaan aan de WHO-advieswaarden, waardoor de vaststelling van het bestemmingsplan ook geen belemmering vormt voor de ambities uit het Schone Lucht Akkoord. Het onderzoek is als bijlage 6 toegevoegd aan de m.e.r.-beoordelingsnotitie.
4.8 Bedrijven en milieuzonering Voor het bestemmingsplan is voor het aspect bedrijven- en milieuzonering gekeken naar de afstanden tussen bedrijven en milieugevoelige functies zoals wonen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies, ter plaatse van woningen een goed woon- en leefmilieu gegarandeerd kan worden en rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Voor het aspect bedrijven- en milieuzonering is niet gekeken naar industrielawaai, dit komt aan bod in het hoofdstuk dat in gaat op geluid. Voor het bestemmingsplan wordt gebruik gemaakt van milieuzonering, waarbij bij het bepalen van de maximaal toegestane milieucategorie is gekeken naar de impact en ligging in relatie tot functies in de omgeving. Dit betekent dat er voldoende ruimtelijke scheiding is tussen milieubelastende activiteiten en milieugevoelige functies zoals woningen. Op die manier wordt de overlast door bedrijfsactiviteiten zo laag mogelijk gehouden. Voor de milieuzonering heeft de gemeente Schiedam de 'Staat van Milieubelastende activiteiten' uit de VNG-publicatie Bedrijven- en milieuzonering (2009) gebruikt. Het bedrijventerrein 's-Graveland en Spaanse Polder is en blijft in hoofdzaak een bedrijventerrein.
De aanwezige bedrijven vormen het uitgangspunt voor de milieuzonering. Hierin worden richtafstanden gebruikt tussen bedrijfsactiviteiten en gevoelige functies, de richtafstanden zijn als volgt. Milieucategorie Richtafstand
1 10
2 10
3.1 30
3.2 50
4.1 100
4.2 200
5.1 300
5.2 500
5.3 700
6 1.000
In de bestemmingsregeling is uitgegaan van bovengenoemd zoneringprincipe. Dit houdt in dat het plangebied zodanig is ingedeeld dat de richtafstanden als leidraad worden gebruikt voor de zonering in het plangebied. Door het toepassen van richtafstanden tot de woonbebouwing ontstaat een interne milieuzonering, waarbij lichtere vormen van bedrijvigheid aan de randen van het industrieterrein toegelaten zijn en op grotere afstanden zwaardere bedrijfsactiviteiten (tot milieucategorie 4.2). De interne milieuzonering is bepaald op basis van de afstand tot de bestaande woonbebouwing in de omgeving danwel de planologische mogelijkheden daartoe (zoals op de locatie Schieveste ten zuiden van het plangebied). Voor de ontwikkeling langs de A20 is de milieucategorie verlaagd als gevolg van de woningbouwplannen op Schieveste. De milieucategorieën 5 en 6 komen binnen het plangebied niet voor. In dit bestemmingsplan wordt gebruik gemaakt van de 'Staat van milieubelastende activiteiten'. bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020 (vastgesteld) 67
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020
Omdat het bestemmingsplan een gezoneerd industrieterrein betreft, geldt dat het aspect geluid gereguleerd wordt via de Wet geluidhinder, de Wet milieubeheer en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Aangezien het aspect geluid langs een andere weg wordt gereguleerd is het niet noodzakelijk om tevens te zoneren op grond van het aspect geluid. Om deze reden wordt in de 'Staat van milieubelastende activiteiten' geen rekening gehouden met de richtafstanden voor geluid. De richtafstanden voor geluid zijn uit deze staat gelaten en voor de toegelaten bedrijfsactiviteiten is een aangepaste milieucategorie bepaald op grond van de grootste richtafstand voor de overige milieuaspecten (geur, stof of gevaar).
4.9 Archeologie 4.9.1 Beleidskader De gemeente Schiedam heeft een archeologisch beleid en beleidsinstrumenten ontwikkeld, waaronder de beleidsnota 'Archeologische Monumentenzorg gemeente Schiedam' en de 'Archeologische Waardenkaart Schiedam' (januari 2008). Hiermee is een tijdige en volwaardige inbreng van archeologische belangen bij ruimtelijke ontwikkelingen gewaarborgd. Het beleid sluit aan op en komt mede voort uit het Rijksbeleid en het provinciale beleid dat naar aanleiding van het Europese 'Verdrag van Malta' is ontwikkeld. Meer specifiek is het doel van het voorgenomen archeologisch beleid te zorgen voor het behoud van archeologische waarden ter plaatse in de bodem, voor documentatie van archeologische waarden indien behoud ter plaatse niet mogelijk is en dat de resultaten van het archeologisch onderzoek bereikbaar en kenbaar zijn voor derden. Het vaststellen, waarderen en documenteren van archeologische waarden vindt binnen de archeologische monumentenzorg gefaseerd plaats. Na een bureauonderzoek kan het nodig zijn een archeologische inventarisatie in het veld uit te voeren. De resultaten van de inventarisatie kunnen vervolgens leiden tot een aanvullend archeologisch onderzoek.