Bijlage 3c toelichting bp 's-Graveland & Spaanse Polder 2020
Tekst van het document
De planvorming is echter nog niet dusdanig concreet dat dit tot aanpassingen in het bestemmingsplan leidt, mochten deze al nodig zijn. De opgenomen bestemmingslegging staat deze voor de toekomst echter ook niet in de weg. 26 esteld)
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020 (vastg
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020
Geen van de andere rijksbelangen zijn van toepassing op deze locatie. Het bestemmingsplan is daarmee in overeenstemming met het bepaalde in het Barro.
3.2 Provinciaal beleid Het provinciale omgevingsbeleid wordt gevormd door de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening die per 1 april 2019 in werking zijn en daarna reeds diverse malen (partieel) zijn herzien. Met het samenbrengen van verschillende beleidsplannen voor de fysieke leefomgeving tot één integraal Omgevingsbeleid sorteert de provincie voor op de Omgevingswet, die naar verwachting in 2024 in werking treedt. Met haar omgevingsbeleid streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Hieraan geeft men richting door het maken van samenhangende beleidskeuzes, die volgen uit de provinciale opgaven zoals geformuleerd in de provinciale omgevingsvisie. Deze beleidskeuzes werken door naar uitvoeringsprogramma's en naar regels in de verordening.
3.2.1 Provinciale omgevingsvisie De Omgevingsvisie omvat de volgende wettelijk verplichte plannen: de ruimtelijke structuurvisie, het milieubeleidsplan, het regionale waterplan, het verkeers- en vervoersplan en de natuurvisie. Ten aanzien van sturing wil de provincie meer ruimte en vertrouwen geven aan maatschappelijke initiatieven. Men werkt vanuit een aantal principes en kaders, als waarborg voor kwaliteit. Deze sturingsprincipes zijn: opgavegericht, provinciaal belang, maatwerk (gebiedsgericht, uitgaan van passend schaalniveau, ruimte voor differentiatie). Vanuit provinciaal belang is beleid ontwikkeld voor twaalf 'Opgaven Omgevingskwaliteit', waar men samen met andere overheden en maatschappelijke partners aan werkt. Bij deze opgaven horen diverse beleidsuitwerkingen (samenhangende beleidskeuzes). Onderstaand zijn de voor dit bestemmingsplan relevante opgaven en beleidsuitwerkingen toegelicht. Opgave 'Versterken vitale, innovatieve en toekomstbestendige regionale economie' In de beleidsuitwerking 'Toekomstbestendige bedrijventerreinen die de vitaliteit van het bedrijfsleven versterken' is de beleidskeuze gemaakt dat de provincie streeft naar een kwantitatief en kwalitatief evenwicht in vraag en aanbod van bedrijventerreinen op regionaal en bovenregionaal schaalniveau.
Daarbij wordt ingezet op het beter benutten en duurzaam functioneren van bestaande bedrijventerreinen, en op het behoud van voldoende ruimte voor bedrijven in hogere milieucategorieën en watergebonden bedrijven. Voor de beleidsuitwerking 'Juiste kantoor op de juiste plek' hanteert de provincie een kantoren (hoofd)structuur die recht doet aan de eigenschappen van een bepaalde locatie. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in drie categorieën. In de beleidsuitwerking is de beleidskeuze gemaakt dat nieuwe kantorenontwikkelingen zich bij voorkeur concentreren op 'toplocaties' (centrum Rotterdam en centrum Den Haag) en scienceparken. Een gebied rondom station Schiedam-Centrum (waaronder de locatie Schieveste en een deel van het plangebied langs de A20 (de etalagezone)) valt in de categorie 'OV-knooppuntlocatie en centrum / (intercity) stationslocaties' (zie Figuur 10). Deze locaties hebben, na de grootstedelijke toplocaties, de meeste toekomstpotentie. De kwaliteit en het onderscheidend vermogen van deze locaties is dan ook bovengemiddeld. Binnen dit locatietype is er wel een verschil tussen strategieën met een beperkte groei op enkele locaties, en afname van planaanbod op andere locaties. In het Programma Ruimte is voor de locatie Schieveste e.o. de strategie 'Afname planaanbod' opgenomen.
Opgave 'Zorgen voor een zorgvu ldig ru imtegebru ik samenh angend en kwalitatief hoogwaardig bebou wd gebied' bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020 (vastgesteld) 27
en
een
compact,
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020
In de beleidsuitwerking 'Stedelijke ontwikkelingen binnen bestaand stads- en dorpsgebied' zet de provincie in lijn met de maatschappelijke behoefte in op het beter benutten van het bestaand stadsen dorpsgebied. Beter benutten van de bebouwde ruimte krijgt ruimtelijk invulling door verdichting, herstructurering en binnenstedelijke transformatie. Indien een gemeente een ruimtelijke ontwikkeling wil realiseren, wordt de Ladder voor duurzame verstedelijking doorlopen. De Ladder is opgenomen in nationale wet- en regelgeving. Toepassing is van provinciaal belang, daarom is in de verordening een verwijzing opgenomen naar de Rijksladder. Uitgangspunt van de Ladder is dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte en in beginsel in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Het doel is een zorgvuldig gebruik van de ruimte. De provincie wil bevorderen dat de ladder op (sub)regionaal niveau wordt toegepast en dat samenwerkende gemeenten een gezamenlijk beeld ontwikkelen van de ontwikkelmogelijkheden binnen en buiten bestaand stads- en dorpsgebied. De gemeenten stemmen de geplande opgave met behulp van actuele regionale visies voor in ieder geval wonen en kantoren af met andere gemeenten in de regio.
Het is aan gemeenten zelf om te bepalen of zij ook behoefte hebben aan regionale visies ter afstemming van het beleid met betrekking tot bedrijventerreinen en detailhandel, of aan regionale ruimtelijke visies. Gedeputeerde Staten kunnen echter voor een bepaalde regio aangeven dat het nodig is om een regionale visie voor bedrijventerreinen te maken. In de beleidsuitwerking 'Knooppunten en stedelijke centra' stuurt de provincie binnen de stedelijke agglomeratie op sterke en complementaire centra en ontwikkelingslocaties bij knooppunten. Nieuwe investeringen in gebiedsontwikkeling, mobiliteit en infrastructuur worden zo veel mogelijk geconcentreerd. Daarvoor komen locaties in aanmerking binnen de stedelijke agglomeratie, waar het infrastructuurnetwerk nog onbenutte capaciteit heeft en waar door de stedelijke dynamiek kansen liggen voor de versterking van de agglomeratiekracht en complementariteit in de regio. Andere ontwikkelingslocaties kunnen in aanmerking komen, als ze uitstekend zijn ontsloten over de weg en per hoogwaardig openbaar vervoer (HOV) en goed te bereiken zijn per fiets.
Nieuwe bovenregionale voorzieningen, zoals ziekenhuizen, opleidingscentra en culturele voorzieningen, wil de provincie concentreren op locaties die verschillende voordelen combineren: de te bereiken schaalvoordelen, de bijdrage aan de stedelijke dynamiek van de gebieden en het benutten van de capaciteit op het mobiliteitsnetwerk. Aanleiding is het stimuleren van het gebruik van het openbaar vervoer, waarvoor het van belang is dat wonen en werken zoveel als mogelijk plaatsvindt nabij HOV en juist daar de hoogste dichtheden worden gerealiseerd. Meer mensen kunnen dan gebruik maken van het openbaar vervoer. In de beleidsuitwerking 'Behoud en versterking ruimtelijke kwaliteit' geeft de provincie richting en ruimte aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en gebiedskwaliteit. In de gehele provincie, zowel in het stedelijk gebied als in het landelijk gebied, beoogt het kwaliteitsbeleid een 'ja, mits-beleid': ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit (waarborg ruimtelijke kwaliteit). Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening ('handelingskader ruimtelijke kwaliteit'). Dit beleid maakt naar zijn aard meerdere uitleg mogelijk.
Vanuit de nieuwe sturingsfilosofie is dit een kans en geen bedreiging. Gelet op het gezamenlijke belang is een gedeelde opvatting over de uitleg en interpretatie van het kwaliteitsbeleid per concreet gebied wenselijk. Daarmee ontstaat ruimte voor maatwerk. De kwaliteitskaart en de richtpunten geven richting aan de interpretatie van ruimtelijke kwaliteit. Voor bepaalde gebieden heeft de provincie gebiedsprofielen opgesteld, maar voor het plangebied van dit bestemmingsplan zijn die er niet. Om te kunnen bepalen of een ontwikkeling past bij de gebiedskwaliteit, onderscheidt de provincie ruimtelijke ontwikkelingen naar hun mate van impact op de omgeving. In dit licht wordt onderscheid gemaakt in drie soorten ontwikkeling: inpassing, aanpassing en transformatie.
28 esteld)
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020 (vastg
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020
Opgave 'Zorgen voor een gezonde en veilige leefomgeving en het beperken van hinder' In de beleidsuitwerking 'Externe veiligheid (omgevingsveiligheid)' is het hoofddoel een veiliger Zuid-Holland door de kans te minimaliseren dat grote groepen mensen slachtoffer worden van ongevallen met gevaarlijke stoffen. Om het ontstaan van nieuwe knelpunten rond de risicobronnen te voorkomen, vraagt de provincie gemeenten om aannemelijk te maken dat op termijn aan de oriëntatiewaarde wordt voldaan, wanneer het groepsrisico als gevolg van een ruimtelijke ontwikkeling toeneemt en het berekende groepsrisico boven de oriëntatiewaarde ligt. De provincie vraagt in dat geval aan te tonen dat een maximale inspanning is geleverd om de gevolgen van een ongeval tot een minimum te beperken. Indien in bovengenoemde situatie het aantal blootgestelden toeneemt, dan vraagt de provincie maatregelen te nemen ter voorkoming of mitigatie van de gevolgen. In de beleidsuitwerking 'Gezonde leefomgeving' streeft de provincie naar het voorkomen en verminderen van stress-gerelateerde ziektes door het aanbieden van verschillende soorten groen (bos, park, recreatieterreinen). In de beleidsuitwerking 'Luchtkwaliteit' is de provinciale inzet om de gezondheidsschade aan mensen en natuur door luchtverontreiniging te beperken en daardoor bij te dragen aan een gezonde woon- en leefomgeving.
Inzet van het provinciale luchtkwaliteitsbeleid is om in samenwerking met andere partijen aan de wettelijke Europese luchtkwaliteitseisen te voldoen.
3.2.2 Provinciale omgevingsverordening De Omgevingsverordening stelt regels met betrekking tot belangrijke ruimtelijke elementen die een doorwerking hebben in het bestemmingsplan. Onderwerpen die aan bod komen zijn onder andere ruimtelijke kwaliteit, de ladder voor duurzame verstedelijking, kantoren, bedrijven, detailhandel, veiligheidszonering oevers Nieuwe Maas, ruimtelijke kwaliteit, herbestemmen bestaande bebouwing buiten het bestaand stadsgebied, ecologische hoofdstructuur, molenbiotopen, windenergie, regionale waterkeringen, buitendijks bouwen en archeologie. De volgende provinciale belangen zijn van toepassing op het plangebied. Ru imtelijke kwaliteit Ruimtelijke kwaliteit is van belang bij ruimtelijke ontwikkelingen (artikel 6.9). Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: 1. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); 2.
als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart en het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen; 3. als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart en het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen. In de omgevingsverordening is ook een kaart (14) opgenomen met betrekking tot ruimtelijke kwaliteit en beschermingscategorieën. Het plangebied van dit bestemmingsplan valt niet binnen bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020 (vastgesteld) 29
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020
een bepaalde op die kaart aangeduide beschermingscategorie. Het voorliggende bestemmingsplan is in hoofdzaak een actualisatie van het bestaande planologische kader. Voor zover het plan ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk maakt is met name sprake van herstructurering en doorontwikkeling van het bestaande bedrijventerrein. Als nieuwe ruimtelijke ontwikkeling binnen dit plangebied zou alleen de mogelijkheid voor bouw van (bedrijfsterreingebonden) kantoren in de etalagezone langs de A20 benoemd kunnen worden. Het gaat daarbij om verschuiving van programma van de zuidkant van de A20 naar de noordkant van de A20. Feitelijk is hier sprake van verschuiving binnen hetzelfde gebied. Daarnaast is opname van deze mogelijkheid bedoeld om bedrijfsgebonden kantoren van bedrijven die op het terrein gevestigd zijn te concentreren. De mogelijkheden zoals die nu in het bestemmingsplan zijn opgenomen passen binnen de beleidsruimte die de provincie voor het aspect kantoren biedt (zie onderstaand). Om deze redenen is sprake van inpassing. De bouw van bedrijfsterreingebonden kantoren past, net als de rest van de mogelijkheden uit het bestemmingsplan, bij de bestaande gebiedsidentiteit, de aard en de schaal van het gebied. Er is geen sprake van structuurwijzigingen. Er is dus sprake van inpassen.
Du u rzame verstedelijking De ladder voor duurzame ontwikkeling uit het Besluit ruimtelijke ordening is geïncorporeerd in artikel 6.10 van de provinciale omgevingsverordening. Dit houdt in dat een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, in de toelichting een verantwoording moet bevatten dat sprake is van een actuele, zo nodig regionaal afgestemde, behoefte die binnen het bestaand stedelijk gebied voorzien wordt. Het bestemmingsplan is in hoofdzaak conserverend van aard en maakt geen nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk anders dan herstructurering en herontwikkeling van het bestaande bedrijventerrein. Onderdeel daarvan is de mogelijkheid om een beperkt oppervlak aan kantoren te realiseren in de zone direct ten noorden van de A20 (etalagezone). Het gaat hierbij om een verplaatsing van een deel van het bestaande programma aan de zuidzijde van de A20. Deze verplaatsing is wenselijk omdat de beoogde mogelijkheden beter aansluiten bij de wensen van bedrijven uit het plangebied. Door clustering van kantoren van die bedrijven aan de A20 kan het overige bedrijventerrein efficiënter worden benut. Daarnaast is het programma wat nu aan de noordzijde wordt beoogd feitelijk afkomstig van de locatie Schieveste, aan de zuidzijde van de A20. Op de locatie Schieveste wordt beoogd een programma te realiseren met grotendeels wonen met een hoge dichtheid.
Dit draagt eveneens bij aan een duurzamer gebruik van het bestaand stedelijk gebied. Onderstaand wordt nog uitgebreider op de onderbouwing voor het aspect kantoren ingegaan. Kantoren Voor het onderwerp kantoren geldt aanvullend artikel 6.11 van de provinciale verordening. Op grond van lid 1 sub b kan een bestemmingsplan voorzien in nieuwe kantoren op gronden binnen de OV-knooppuntlocaties en centrum- en (intercity)stationslocaties, indicatief aangegeven op kaart 10 (zie onderstaande figuur). Een en ander mits is aangetoond dat de behoefte aan kantoren groter is dan de nog onbenutte plancapaciteit voor kantoren op de locatie.
30 esteld)
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020 (vastg
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020
Afbeelding 10 - OV-knooppuntlocaties en centrum- en (intercity)stationslocaties - Uitsnede uit de Provinciale Omgevingsverordening De indicatieve aanduiding rondom station Schiedam-Centrum strekt zich over een groot deel van het plangebied van het voorliggende bestemmingsplan uit. Nagenoeg het hele Schiedamse deel van de Spaanse Polder valt binnen de aanduiding, evenals het zuidelijke deel van het gebied 's-Graveland. Buiten het plangebied vallen ook de locaties Schieveste en een deel van de Schiedamse binnenstad binnen de aanduiding. De bestaande kantoorlocaties aan de De Brauwweg vallen binnen de aanduiding, evenals de etalagezone langs de rijksweg A20. Ten opzichte van het voorheen geldende bestemmingsplan uit 2005 is de mogelijkheid om in de zone langs de A20 bedrijfsterreingebonden en zelfstandige kantoren te realiseren nieuw opgenomen. De zone langs de A20 waar onder voorwaarden de mogelijkheid wordt geboden om kantoren op te richten is circa 30m diep, en is alleen aangeduid op locaties waar een bedrijfsbestemming ligt. Het oppervlak van het gebied is circa 20.000m2. De minimale bouwhoogte is vier bouwlagen de maximale bouwhoogte (onder voorwaarden) 40m. Dit biedt in principe mogelijkheden om circa 80.000 m² tot 200.000 m² vloeroppervlakte aan kantoren te realiseren. Een dergelijk oppervlak aan kantoren is ongewenst.
Onder verwijzing naar onder andere onder andere de regionale strategie Werklocaties van de MRDH (zie paragraaf 3.3.2) en de opgestelde Ladderonderbouwing kantoren en bedrijfsruimte, wordt het gezamenlijke maximum vloeroppervlak beperkt tot 30.000 m². Hiermee voldoet het bestemmingsplan aan de voorwaarde van regionale afstemming, ook past dit oppervlak binnen de behoefteraming zoals die uit de strategie Werklocaties blijkt en binnen het uitgangspunt dat de totale plancapaciteit rondom het station Schiedam Centrum wordt afgewaardeerd. Ogemerkt wordt dat de plancapaciteit voor kantoorruimte in het geldende bestemmingsplan voor Schieveste reeds daadwerkelijk is afgewaardeerd. Op de locatie Schieveste is het kantoorprogramma van de eerdere 94.400m2 afgenomen naar 21.000m2 (waaronder 10.000m2 bestaande kantoren). In combinatie met de verschuiving van 30.000m2 naar het voorliggende plangebied met dit bestemmingsplan is daarmee de minimale afname aan kantoorcapaciteit van 32.500 m² zoals in de strategie Werklocaties is opgenomen, gerealiseerd. Deze afname wordt volledig gerealiseerd binnen de indicatieve aanduiding OV-knooppuntlocaties en centrum- en (intercity)stationslocaties zoals die in de provinciale verordening is opgenomen. Het bestemmingsplan voldoet hiermee aan artikel 6.11 lid 1 sub b van de omgevingsverordening.
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020 (vastgesteld) 31
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020
De omgevingsverordening biedt, in uitzondering op het bepaalde in artikel 6.11 lid 1, enkele uitzonderingen voor het mogelijk maken van kantoren. Deze uitzonderingen staan in het tweede lid van 6.11 en zijn: a. kantoren die in overeenstemming zijn met een actuele regionale visie die is aanvaard door gedeputeerde staten; b. kleinschalige zelfstandige kantoren, tot een bruto vloeroppervlak van 1.000 m² per vestiging; c. kantoren met een lokaal verzorgingsgebied; d. bedrijfsgebonden kantoren tot maximaal 50% van het bruto vloeroppervlak van het bedrijf; e. functiegebonden kantoren bij een luchthaven, een haven of een veiling. Het bestemmingsplan biedt op zichzelf geen ruimte voor nieuwe kantoren zoals bedoeld in dit lid. Binnen de bestemming 'Gemengd' biedt het plan mogelijkheden voor realisatie van kleinschalige zelfstandige kantoren (tot een maximum van 1.000 m²) en breder binnen de bestemming Bedrijventerrein voor bedrijfsgebonden kantoren. Dit zijn echter bestaande planologische mogelijkheden die op basis van het voorheen geldende bestemmingsplan uit 2005 ook reeds konden worden gerealiseerd. Daarbij zijn de mogelijkheden in het voorliggende bestemmingsplan niet substantieel gewijzigd en wordt aangesloten bij de voorwaarden zoals de omgevingsverordening die stelt. Het bestemmingsplan is ook op dat punt dus in overeenstemming met de provinciale verordening.
Bedrijven Voor het onderwerp bedrijven geldt artikel 6.12 van de omgevingsverordening. Voor bedrijventerreinen geldt dat bedrijven uit de hoogst mogelijke milieucategorie van de Staat van Bedrijfsactiviteiten, passend bij de omgeving, worden toegelaten, waarbij rekening wordt gehouden met toekomstige ontwikkelingen die zijn opgenomen in een onherroepelijk bestemmingsplan of het Programma ruimte. Bij het bepalen van de hoogst toegelaten milieucategorieën is in het bestemmingsplan rekening gehouden met drie factoren: de richtafstanden op grond van de VNG-brochure 'Bedrijven en Milieuzonering', de milieucategorie van bestaande bedrijven en de aard en uitstraling van het bedrijventerrein. Op grond van deze uitgangspunten is aan de gronden een zo hoog mogelijke milieucategorie gegeven. Ten opzichte van het voorgaande bestemmingsplan is op een aantal deelgebieden binnen het plangebied de maximaal toegestane milieucategorie aangepast. Op een aantal gronden langs de A20 is de toegestane categorie verlaagt. In alle gevallen blijft miliecategorie 3.2 toegestaan. Daarnaast is in diverse deelgebieden de toegestane categorie verhoogt. Dit is met name het geval in het noordelijk deel van het plangebied.
De verhoging van categorie 2 en 3 tot (in de meeste) gevallen categorie 4.1 en 4.2 heeft door het behoud van het uitgangspunt van inwaartse zonering geen effecten op gebieden buiten het plangebied. Daarnaast is een aantal percelen welke voorheen primair als kantoor waren bestemd, in het voorliggende bestemmingsplan bestemd als bedrijventerrein met een nadere functieaanduiding kantoor. Dit biedt voor de toekomst de mogelijkheid om, naast kantoren, ter plaatse ook bedrijfsfuncties toe te staan. Het bedrijventerrein kan hierdoor beter worden benut. Beter benutten is ook mogelijk door het beperkt verhogen van de toegestane bouwhoogte langs de A20, waardoor een groter bedrijfsvloeroppervlak kan worden gerealiseerd op hetzelfde grondvlak. Daarbij is een nieuwe regel opgenomen dat gebouwen minimaal uit vier bouwlagen moeten bestaan, wat ook bijdraagt aan het beter benutten van de zone direct langs de A20. Tot slot is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen om onder voorwaarden bedrijven tot twee milieucategorien hoger toe te staan. Ook dit is een verruiming ten opzichte van het voorgaande bestemmingsplan. Aan de noordzijde van het plangebied zijn twee wijzigingsbevoegdheden opgenomen waarmee een beperkte uitbreiding van het bedrijventerrein kan worden gerealiseerd. Aan de Schiekade gaat het om een gebied van ongeveer 2.3ha, aan de 's-Gravelandseweg om circa 2.6ha.
De toe te stane milieucategorie aan bedrijvigheid is nader te bepalen. Per saldo is sprake van een opwaardering van toegestane bedrijvigheid, hoogte van toegestane
32 esteld)
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020 (vastg
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020
milieucategorie en flexibiliteitsbepalingen. De doorgevoerde wijzigingen zijn feitelijk te beschouwen als nuancering van de bestaande mogelijkheden binnen het bedrijventerrein. Hierdoor is geen verdere compensatie nodig. In onderstaande tabel is op hoofdlijnen inzichtelijk gemaakt welke wijzigingen zijn aangebracht. Het gaat om wijzigingen tussen het voorgaande bestemmingsplan uit 2005 ('van') en het voorliggende bestemmingsplan ('naar'). Wijzigingen milieucategorie Van Bedrijf cat. 4 Bedrijf cat. 3 Bedrijf cat. 3 Bedrijf cat. 2 Groen Kantoor Kantoor Bedrijf cat. 3&4 Groen
Naar Bedrijf cat. 3.2 Bedrijf cat. 4.2 Bedrijf cat. 4.1 Bedrijf cat. 3.1 Bedrijf cat. 3.2 Bedrijf cat. 4.2 Bedrijf cat. 3.2 Verkeer Bedrijf cat. n.t.b.
Opp. m2 139250 77000 38000 29500 1500 7500 18500 14000 49000
Opp. ha 13,925 7,7 3,8 2,95 0,15 0,75 1,85 1,4 4,9
totaal categorie verlaagd totaal categorie verhoogd totaal terrein toegevoegd totaal terrein onttrokken totaal toek. terrein toevoeging Tabel 1 Wijzigingen milieucategorie
139250 144500 27500 14000 49000
13,925 14,45 2,75 1,4 4,9
Op grond van het provinciaal beleid is het plangebied niet specifiek aangeduid voor watergebonden bedrijvigheid. Gelet op de ligging aan de Schie, welke in principe voor de binnenvaart bevaarbaar is, bevinden zich van oudsher enkele bedrijven in het gebied die zich richten op de maritieme sector. In het noordoosten van het plangebied bevinden zich enkele kleine scheepswerven en een bedrijf wat zich richt op onderhoud en dienstverlening in de maritieme sector. Het plan kent geen specifieke regels ten aanzien van watergebonden bedrijvigheid, met uitzondering van de bestemming Water. Hierin is een mogelijkheid opgenomen om het water mede te gebruiken voor activiteiten ten behoeve van watergebonden bedrijvigheid. Voor het overige staan de planregels vestiging van watergebonden bedrijven niet in de weg. In vergelijking met bijvoorbeeld het gebied rondom de Wilhelminahaven en de Wiltonhaven in Schiedam is het belang van watergebonden bedrijvigheid op dit bedrijventerrein ook van oudsher beperkt. Een bestemmingsplan voor een bestaand bedrijventerrein kan in beperkte mate voorzien in nieuwe woningen, bedrijfswoningen en andere functies op delen van een bedrijventerrein, voor zover dit niet in strijd is met de hoogst mogelijke milieucategorie. Binnen de grenzen van het bedrijventerrein zelf is geen mogelijkheid geboden voor (bedrijfs)woningen.
Onder andere vanwege de aanduiding als gezoneerd industrieterrein is het bieden van mogelijkheden voor (bedrijfs)woningen niet gewenst. Dit zou immers de goede werking van het bedrijventerrein, gelet op onder andere de toegestane milieucategorie aan bedrijvigheid, onevenredig belemmeren. Ook het voorgaande bestemmingsplan bood al geen mogelijkheden meer voor de realisatie van bedrijfswoningen bij bedrijfspanden. Beleidsmatig is het uitgangspunt sinds die tijd ook geweest om waar mogelijk eventuele bestaande legale bedrijfswoningen te saneren, bijvoorbeeld bij hernieuwde uitgifte van gronden in erfpacht. Het bestemmingsplan maakt binnen de bestemming Woongebied realisatie van woningen mogelijk. Het gaat hier echter om een bestaande planologische mogelijkheid, feitelijk buiten het bestaande
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020 (vastgesteld) 33
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020
bedrijventerrein. Daarbij wordt nog gekeken op welke wijze ontwikkeling van het gebied tot uitvoering wordt gebracht. Het gebied kent ook een wijzigingsbevoegdheid waarmee de bestemming kan worden omgezet naar Groen en Water. In alle gevallen zal realisatie van de woningen geen negatieve gevolgen hebben voor de uitvoering van bedrijfsactiviteiten op de daartoe bestemde percelen. Aan de diverse afstandsmaten kan worden voldaan. Detailh andel Nieuwe detailhandel moet op grond van artikel 6.13 van de verordening gevestigd worden binnen of direct aansluitend aan een bestaande winkelconcentratie in de centra van steden, dorpen en wijken. Het bepaalde met betrekking tot de vestiging van detailhandel in de centra is niet van toepassing op een aantal in het derde lid genoemde categorieën, waaronder bijvoorbeeld volumineuze detailhandel. Het bestemmingsplan omvat een aantal locaties waar reeds (volumineuze) detailhandelsbedrijven aanwezig zijn. Voor de bestaande detailhandelsbedrijven is een passende regeling opgenomen (zie paragraaf 2.4.2). Deze regeling biedt geen ruimte voor uitbreiding van of wijziging naar een vorm van detailhandel welke niet expliciet is toegelaten op grond van het provinciaal beleid.
Overeenkomstig de provinciale verordening is op alle locaties waar volumineuze detailhandel aanwezig is detailhandel in auto's, boten, caravans, motoren, scooters, zwembaden, buitenspeelapparatuur, fitnessapparatuur, piano's surfplanken, tenten, grove bouwmaterialen, landbouwwerktuigen en brand- en explosiegevaarlijke goederen toegelaten. De bestaande mogelijkheden voor kleinschalige of ondergeschikte detailhandel zoals die op het bedrijventerrein reeds mogelijk waren zijn overgenomen. Daarbij wordt opgemerkt dat ten opzichte van het voorgaande bestemmingsplan op diverse locaties de mogelijkheid voor detailhandel is verwijderd. Bij hernieuwde uitgifte van gronden in erfpacht is de laatste jaren de mogelijkheid voor detailhandel waar mogelijk niet langer opgenomen. Om in te kunnen spelen op eventuele toekomstige behoefte kent het plan een afwijkingsmogelijkheid onder voorwaarden om medewerking te kunnen verlenen aan (volumineuze) detailhandel. Per saldo is echter ook dan nog sprake van een afname aan mogelijkheden voor detailhandel. Nieuwe detailhandel vanuit planologisch oogpunt is dus niet aan de orde. Het bestemmingsplan voldoet op het punt detailhandel dus aan de verordening. Provinciale vaarwegen Artikel 6.19 regelt de bescherming van de vrijwaringszone van provinciale vaarwegen.
In de noordoosthoek van het plangebied is de Delftse Schie in de omgevingsverordening aangemerkt als provinciale vaarweg, inclusief vrijwaringszone (zie de afbeelding hieronder). Om een vlotte en veilige doorvaart van de scheepvaart te waarborgen moet worden voorkomen dat deze wordt beperkt door nieuwe ontwikkelingen nabij provinciale vaarwegen. Voor de bijbehorende vrijwaringszone geldt dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen uitsluitend mogelijk zijn mits rekening wordt gehouden met het voorkomen van belemmeringen voor de zichtlijnen van bemanning en navigatieapparatuur, het contact van de scheepvaart met bedienings- en begeleidingsobjecten, de toegankelijkheid van de vaarweg voor hulpdiensten vanaf de wal, en het uitvoeren van beheer en onderhoud. (Overigens komt de afbeelding op kaart 2 in Bijlage II van de Omgevingsverordening nog niet overeen met de inmiddels gerealiseerde Bochtafsnijding in de Schie.)
34 esteld)
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020 (vastg
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020
Afbeelding 11 - Provinciale vaarwegen - Uitsnede uit de Provinciale Omgevingsverordening De bij de Schie behorende vrijwaringszone is op de verbeelding bestemd als 'Vrijwaringszone provinciale vaarweg'. De vrijwaringszone heeft een breedte van 10 meter aan weerszijden van de vaarweg. Het bestemmingsplan voorziet niet in (nieuwe) stedelijke ontwikkelingen binnen deze vrijwaringszone en vormt daarmee geen belemmering voor de doorvaart van het scheepvaartverkeer op de Schie. Regionale waterkeringen Artikel 6.22 van de verordening regelt hoe de bescherming van regionale waterkeringen in het bestemmingsplan moet worden vastgelegd. De waterkering en beschermingszone moeten als zodanig worden bestemd, waarbij moet worden uitgegaan van de door de beheerder vastgestelde legger. Nieuwe ontwikkelingen kunnen slechts mogelijk worden gemaakt voor zover bij de verwezenlijking daarvan (naar oordeel van de beheerder) geen belemmeringen kunnen ontstaan voor het onderhoud, de veiligheid of de mogelijkheden voor versterking van de regionale waterkering.
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020 (vastgesteld) 35
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020
Afbeelding 12 - Regionale waterkeringen - Uitsnede uit de Provinciale Omgevingsverordening De in het plan aanwezige regionale waterkeringen langs de Schiedamse Schie, de Bochtafsnijding en de Polderwetering en de bijbehorende beschermingszone zijn bestemd als 'Waterstaat Waterkering'. Op grond van deze regeling is een vergunning vereist voor het bouwen en het uitvoeren van werken of werkzaamheden. De vergunning kan pas worden verleend na een positief advies van de beheerder van de waterkering. Het bestemmingsplan is hiermee in overeenstemming met artikel 6.22 van de verordening. Arch eologie Een bestemmingsplan voor gronden met een hoge of zeer hoge bekende archeologische waarde dient een regeling te bevatten die deze waarden beschermt. Het bestemmingsplan omvat geen gronden als aangewezen op de bij de verordening behorende kaart 8 Archeologische waarden en is in zoverre in overeenstemming met de provinciale verordening. Op grond van het gemeentelijk beleid worden de mogelijk aanwezige archeologische waarden in het plangebied beschermd door middel van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie'. Op grond van deze regeling is een vergunning vereist voor het bouwen en het uitvoeren van werken of werkzaamheden. De vergunning kan pas worden verleend nadat een archeologisch onderzoek is uitgevoerd.
3.3 Regionaal beleid 3.3.1 Hoogheemraadschap van Delfland In de voorbereiding van het bestemmingsplan is beleid van het hoogheemraadschap van Delfland uitgewerkt in de bij deze toelichting gevoegde waterparagraaf. De diverse planologische beperkingen die vanwege de bescherming van het waterstaatsbelang noodzakelijk zijn, zijn opgenomen in de regels via dubbelbestemmingen of aanvullende voorwaarden. Het hoogheemraadschap is verder ook in de voorbereiding van het bestemmingsplan betrokken. Het bestemmingsplan is niet in strijd met het beleid van het schap.
3.3.2 Metropoolregio Rotterdam Den Haag De Metropoolregio Rotterdam Den Haag is een vrijwillig samenwerkingsverband in de vorm van een gemeenschappelijke regeling van 23 gemeenten. De Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) heeft taken op het gebied van bereikbaarheid en economisch vestigingsklimaat. 36 esteld)
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020 (vastg
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020
Binnen de MRDH wordt ook de regionale afstemming gezocht over diverse economische thema's. In dat kader relevant voor het bestemmingsplan is dat op 14 december 2018 de strategie Werklocaties 2019-2030 is vastgesteld. Deze strategie bevat de visie tot 2030 en regionale afspraken tot 2023 over werklocaties in de MRDH. Hiermee versterken de regiogemeenten het regionaal economisch vestigingsklimaat door kwalitatief én kwantitatief te sturen op de voorraad. Het doel is werkgelegenheidsgroei en arbeidskansen voor de economie van morgen én duurzaam ruimtegebruik. De integraliteit draagt bij aan regionale samenhang en duidelijkheid bij stakeholders zoals vastgoedpartijen. De MRDH is een samenwerkingsverband waar concrete ruimtelijk-economische vraagstukken worden geagendeerd. Die rol is ook het uitgangspunt van de strategie. Regionale afstemming is ook een vereiste vanuit de provincie Zuid-Holland bij wijzigingen in gemeentelijke bestemmingsplannen. De strategie is geen blauwdruk van de regio. Het is een samenhangende visie op de ontwikkeling van werklocaties vanuit de bestaande situatie, en richting de gewenste ramingen tot 2030. Met deze strategie bepalen MRDH en regiogemeenten de juiste acties voor de huidige bestuursperiode. Relevant voor het voorliggende bestemmingsplan zijn twee deelonderwerpen uit de strategie: kantoren en bedrijventerreinen.
Kantoren Het kantorenbeleid stuurt op het kwalitatief versterken van de bestaande voorraad en het onttrekken van incourant bestaand aanbod en overmatige plancapaciteit (geplande nieuwbouw). De geactualiseerde aanbodinventarisatie geeft nieuwe inzichten. Toplocaties en (inter)nationaal concurrerende vestigingsmilieus kunnen uitbreiden, en op minder goed met OV-bereikbare locaties wordt het aanbod geoptimaliseerd. Daarnaast wordt op veel snelweglocaties de overmaat in het vastgoed gereduceerd door transformatie naar nieuwe functies (zoals wonen). Met maatwerk stemmen de regiogemeenten het aanbod af op specifieke ruimtelijk-economische ontwikkelingen. Voor kantorenlocaties met een strategische opgave (versterken, optimaliseren of herbestemmen) stellen de regiogemeenten gebiedsvisies op om de goede voornemens concreet te maken. Waar nodig ondersteunt en faciliteert de MRDH de gemeentelijke aanpak. In aanvulling op de Ladder van de Duurzame Verstedelijking is een nieuw regionaal afwegingskader ontwikkeld om de toevoeging van plancapaciteit te kunnen toetsen. Daarbij wordt vooral gekeken naar de marktruimte, onderscheidende kwaliteiten en toegevoegde waarde voor de regionale kantorenmarkt. Voor verduurzaming richten de regiogemeenten zich zowel op bestaande bouw, samen met de eigenaren, vastgoedpartijen en gebruikers.
Voor dit bestemmingsplan is relevant dat de zuidzijde van het plangebied valt binnen de goed bereikbare OV-knooppuntlocaties zoals aangeduid in het provinciaal beleid, aangevuld met een goede bereikbaarheid voor autoverkeer. Daarbij is sprake van een programmatische en ruimtelijke samenhang van het plangebied nabij de A20 met het gebied direct ten zuiden van de A20 (Schieveste). In de strategie Werklocaties is vastgelegd dat een groot deel van het programma voor kantoren aan de zuidzijde van de A20 (harde plancapaciteit) wordt omgezet naar de functie wonen. Deze herbestemming is in een afzonderlijk bestemmingsplan voor Schieveste doorgevoerd. Daarnaast wordt een deel van het beoogde kantorenprogramma verplaatst naar de noordzijde van de A20 (30.000 m²). Die verschuiving vindt plaats met het voorliggende bestemmingsplan. Per saldo leidt dit tot een minimale afname aan kantoorprogramma van 32.500 m² rondom de A20. Dit uitgangspunt is ook in het Ontwikkelperspectief voor het gebied rondom de A20 opgenomen. Daarnaast is het nieuwe bestemmingsplan mede bedoeld om de verduurzaming van het gehele bedrijventerrein te faciliteren. Dit geldt uiteraard ook voor de bestaande bedrijfsgebonden en zelfstandige kantoren die zich reeds binnen het plangebied bevinden. Bedrijventerreinen Het beleid voor bedrijventerreinen uit de strategie Werklocaties stuurt op evenwicht tussen vraag en
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020 (vastgesteld) 37
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020
aanbod, en borgt duurzame vitaliteit. Het marktevenwicht is redelijk in balans, maar in sommige gebieden gaat de uitgifte bovengemiddeld snel. In de hele regio zorgt het forse woningtekort voor conflicterende ruimteclaims in het stedelijke gebied. Op veel bedrijventerreinen wordt gekeken naar transformatiemogelijkheden naar wonen. Die bedrijventerreinen zijn echter wel belangrijk in de ontwikkeling en behoud van de regionale werkgelegenheid. Veel bedrijventerreinen hebben een kwalitatieve achterstand opgelopen die revitalisering of herprofilering noodzakelijk maakt. De regiogemeenten maken gebiedsvisies en verbeteren de organisatiegraad van ondernemers met Bedrijfsinvesteringszones, ondernemersfondsen of parkmanagement. Dit vergroot ook draagvlak en mogelijkheden voor investeringen in de verduurzaming van bedrijventerreinen. Voor dit bestemmingsplan is relevant dat het bestaande bedrijventerrein behouden blijft als bedrijventerrein. De functie van de Schiedamse 's-Gravelandsepolder en Spaanse Polder blijft, met de aangrenzende Rotterdamse delen van Spaanse Polder en het bedrijventerrein Noord-West, primair gericht op het bieden van ruimte aan bedrijfsactiviteiten. Dit is in lijn met de aanduiding in de strategie Werklocaties als industrieel werkmilieu, met ruimte voor bedrijfsvestigingen in de zwaardere milieucategorieën.
Met name voor de Spaanse Polder ligt daarbij een opgave in de herprofilering van het terrein. In de uitwerking van het Ontwikkelperspectief is hier uitgebreid aandacht aan besteed, en wordt ingezet op het treffen van maatregelen om de herprofilering van het bedrijventerrein te versterken. Daarnaast is het efficiënt en duurzaam benutten van de beschikbare ruimte op het terrein een van de uitgangspunten van het gemeentelijk beleid. Dit betekent onder andere dat gebiedsvreemde functies indien mogelijk worden uitgefaseerd, zoals de mogelijkheid voor (bedrijfs)woningen op het bedrijventerrein. Bij de hernieuwde uitgifte van bedrijventerrein in erfpacht wordt verder aandacht besteed aan profilering van het terrein en de bijdrage die nieuwe ontwikkelingen leveren aan het versterken van het ondernemersklimaat in de regio. Zoals toegelicht is op onderdelen sprake van beperkte aanpassingen in de toegestane milieucategorisering in bedrijvigheid. Dit wordt enerzijds ingegeven door actualisatie van het verouderde plan naar de bestaande situatie, ook is het beleidskader voor het bedrijventerrein verwerkt in het bestemmingsplan. Per saldo is sprake van een opwaardering van toegestane bedrijvigheid en hoogte van toegestane milieucategorie. Hierdoor is geen verdere compensatie nodig.
3.3.3 Verstedelijkingsalliantie Zuidelijke Randstad De gemeenten Rotterdam, Leiden, Zoetermeer, Den Haag, Rijswijk, Delft, Schiedam en Dordrecht hebben zich sinds eind 2017, met het oog op de woningbouwopgave, verenigd in de 'Verstedelijkingsalliantie'. Deze alliantie is een samenwerkingsverband met de provincie Zuid-Holland en de Metropoolregio Rotterdam-Den Haag. Begin 2018 heeft deze alliantie een pamflet opgesteld, waarin wordt geschetst op welke wijze deze gemeenten de verstedelijkingsopgave (versneld) op zich willen nemen. Gekozen wordt voor een geconcentreerde verstedelijking langs de bestaande infrastructuur; de spoorlijn Dordrecht-Leiden. De woningbouwopgave en de versterking van de economische toplocaties worden in samenhang met investeringen in hoogwaardig openbaar vervoer op een integrale wijze uitgevoerd. Deze aanpak moet er toe leiden dat in deze gemeenten tot 2040 in totaal 170.000 extra woningen worden gerealiseerd, waarvan 150.000 in een (centrum)stedelijk milieu en waarvan 75.000 in de directe nabijheid van treinstations. Op 20 november 2019 zijn de afspraken hierover vastgelegd in het Integraal Verstedelijkingsakkoord Zuidelijke Randstad, ondertekend door de betrokken gemeenten, de provincie Zuid-Holland en het Rijk. Naast woningen zijn ook aantrekkelijke werklocaties van groot belang voor een vitale en duurzame verstedelijking.
Het voorliggende bestemmingsplan draagt hier aan bij, onder andere ook door de programmatische en functionele relatie met Schieveste en andere gebieden binnen SchieDistrict.
38 esteld)
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020 (vastg
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020
3.4 Gemeentelijk beleid Het beleidskader voor het bestemmingsplan ligt vast in diverse beleidsstukken. Een aantal is reeds vastgesteld, aan andere is gedurende het traject van opstelling van het voorliggende bestemmingsplan nog gewerkt. Van groot belang voor het plangebied zijn het Ontwikkelperspectief met bijbehorend beleid, zoals het Toetsingskader duurzaamheid. Deze beleidsstukken zijn met de actualisatie van de gebiedsopdracht SchieDistrict in april 2020 nog duidelijker met elkaar verbonden. Het gemeentelijk beleidskader vormt de onderbouwing van het bestemmingsplan. De wijze van bestemmen is in bepaalde specifieke gevallen afgestemd op de uitgangspunten uit het beleid, zodat het bestemmingsplan daadwerkelijk fungeert als de concrete vertaling van beleid naar toetsingskader voor vergunningen en toestemmingen.
3.4.1 Stadsvisie Op 28 september 2009 heeft de gemeenteraad de 'Stadsvisie Schiedam 2030' vastgesteld. Deze Stadsvisie geldt als een structuurvisie als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening. De Stadsvisie is tot stand gekomen in samenspraak met veel partijen uit de stad. In dit kader is van december 2008 tot en met april 2009 een interactief traject uitgevoerd met een grote betrokkenheid van burgers, partners, ondernemers en raadsleden. De uitkomsten van dit traject zijn opgenomen in de Stadsvisie. In de Stadsvisie wordt geconcludeerd dat het onmogelijk is om alle hoofdopgaven tegelijk uit te voeren. Daarom vormen de hoofdopgaven het kader waar, binnen de periode 2010-2030, ruimtelijke werkzaamheden uit voortvloeien. In de Stadsvisie worden acht ruimtelijke opgaven onderscheiden waar de gemeente zich op gaat focussen. Het voortzetten van de herstructurering en moderniseren van 's-Graveland (Zuid) en Spaanse Polder wordt als een van de ruimtelijke hoofdopgaven benoemd. De afgelopen jaren is hieraan gewerkt binnen de kaders van de gebiedsontwikkeling SchieDistrict.
Afbeelding 13 - Stadsvisie 2030, economische functies In augustus 2020 heeft het college besloten te starten met de herijking van de Stadsvisie Schiedam. Mede aanleiding hiervoor is de komst van de Omgevingswet, waarvan de inwerkingtreding wordt beoogd op 1 januari 2022. Insteek van de actualisatie van de huidige stadsvisie is dat deze volgens het kader uit de Omgevingswet wordt opgesteld. De actualisatie wordt dan ook beoogd als omgevingsvisie vast te stellen. De opzet en planning van de omgevingsvisie wordt momenteel bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020 (vastgesteld) 39
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020
bezien.
3.4.2 Economische visie 'Kansen voor Schiedam' De economische visie Kansen voor Schiedam is door de gemeenteraad vastgesteld op 2 november 2021. De visie beschrijft de gemeentelijke koers ten aanzien van de economische ontwikkeling en het werken en ondernemen in de stad voor de komende vijf jaar, met een doorkijk van tien jaar. De visie vernieuwt die van de Kadernota Economie ‘Ruimte voor ondernemen’, zoals die in 2016 is vastgesteld, en fungeert tevens als bouwsteen voor toepassing in de instrumenten uit de toekomstige Omgevingswet. De visie kent als uitgangspunt dat wordt gewerkt aan het ontwikkelen en versterken van het economisch vestigingsklimaat, door in te zetten op de speerpunten Maken en Beleven. Gekozen is voor een focus op die punten waarmee Schiedam zich we op het vlak van economische ontwikkeling regionaal, nationaal en wereldwijd op korte en langere termijn kan onderscheiden. De ambitie ten aanzien van een sterke en toekomstbestendige economische ontwikkeling kent voor ondernemers als doel een optimaal vestigingsklimaat te realiseren, om toekomstbestendig te kunnen ondernemen, investeren en groeien. Voor bewoners is het doel voldoende passende en toekomstgerichte werkgelegenheid voor stad en regio, met een optimaal voorzieningenniveau. Het doel voor bezoekers is het bieden van een optimale beleving van Schiedam, met optimale voorzieningen.
Als deelambities en kaders voor de uitvoering is een aantal focusonderwerpen benoemt: 1. dienstverlening en partnerschap; 2. innovatie en innovatief vestigingsklimaat; 3. samenwerken en netwerken; 4. circulaire economie; 5. onderwijs en arbeidsmarkt; 6. vrijetijdseconomie.
40 esteld)
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020 (vastg
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020
Afbeelding 14 - Werklocaties in Schiedam Voor bedrijventerreinen zijn de volgende uitgangspunten benoemd: 1. (Behouden en realiseren van) Voldoende en passende fysieke ruimte en milieuruimte voor bedrijvigheid, in het bijzonder voor (vestiging en uitbreiding van) de innovatieve maakindustrie en/of clusterversterkende bedrijven; 2. (Behoud en realiseren van) Een veerkrachtig en robuust vestigingsklimaat en bijbehorende economische structuur, met sterke en toekomstbestendige bedrijfsclusters; 3. (Behoud en/of realiseren van) Kwalitatief hoogwaardige en duurzame bedrijventerreinen. Voor kantorenlocaties is relevant dat 's-Graveland & Spaanse Polder een deel van het kantorenprogramma binnen SchieDistrict realiseert. Voor de kantorenlocaties zijn de volgende uitgangspunten geformuleerd: 1. Ontwikkeling van nieuwe zelfstandige kantoren alleen op de daartoe aangewezen, goed en multimodaal ontsloten kantorenlocaties; optimale benutting van aanwezige OV-mogelijkheden; 2. Beschikbare plancapaciteit voor kantoren benutten voor het versterken van de economische structuur, de aanwezige maakclusters en/of de profilering van een gebied/terrein; 3. (Inzet op) Het verplaatsen van kantoren van minder goede en incourante plekken naar de aangewezen kantorenlocaties, wanneer zich daartoe mogelijkheden voordoen (waarbij tevens ruimte kan worden vrijgespeeld voor nieuwe ontwikkelingen).
Naast algemene economische aandachtspunten zijn in de visie concrete (economische) ontwikkelrichtingen voor vier gebiedsontwikkelingen uitgewerkt. Voor 's-Graveland & Spaanse Polder, als onderdeel van SchieDistrict, zijn onder andere de volgende relevant: 1. Herstructurering, waarmee het terrein beter wordt benut (ontwikkelen braakliggende kavels, sloop-nieuwbouw vastgoed, intensivering); 2. Ontwikkeling cq. uitgifte van nieuwe bedrijfskavels op 's-Graveland Noord (bruto circa 5ha), ter compensatie voor gedeeltelijke transformatie van Nieuw-Mathenesse Noord; 3. In de zone langs de A20 zijn mogelijkheden voor de ontwikkeling van bedrijfsgebonden en zelfstandige kantoren (max. 30.000 m2). Insteek is dat deze gerelateerd zijn aan de maakindustrie op het bedrijventerrein; 4. Verduurzamen gebied en bedrijfsbebouwing op de bedrijventerreinen; 5. Creëren van aantrekkelijke verbindingen richting het station met veel aandacht voor openbare ruimte en groen; opheffen van de barrièrewerking van de A20 tussen Schieveste en de rest van het SchieDistrict; 6. borgen van bereikbaarheid en mobiliteit. Als doelgroepen voor bedrijfsvestiging in de Spaanse- en ’s-Gravelandse Polder worden onder andere de maakindustrice, mechatrnoica en fijnmechanicat genoemd.
Ook stadslogistiek en groothandelsbedrijven komen aan bod, en in de etalagezone langs de A20 is plaats voor representatieve arbeidsintensieve bedrijven en kantoren. Detailhandel Met de vaststelling van de Economische visie is het detailhandelsbeleid daar in ondergebracht. Schiedam heeft geen grootschalige perifere detailhandelsconcentratie. Wel zijn enkele grote aanbieders aanwezig op bedrijventerreinen (bijv. bouwmarkten). De ruimte voor reguliere detailhandel op het bedrijventerrein is beperkt, het bedrijventerrein is in de Economische visie niet aangemerkt als detailhandelslocatie. Vanwege het grote aanbod in de regio is er geen aanleiding om het aanbod aan perifere of volumineuze detailhandel substantieel uit te breiden. Diverse voorheen bestaande planologische mogelijkheden voor dergelijke detailhandel zijn met het voorliggende bestemmingsplan verwijderd
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020 (vastgesteld) 41
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020
omdat deze mogelijkheden niet meer werden benut en gelet op de doelstellingen voor de gebiedsontwikkeling ook niet langer gewenst zijn. De diverse bestaande vormen van volumineuze en andersoortige detailhandel zijn van een maatbestemming voorzien. Als onderdeel van een bedrijf is ondergeschikte detailhandel toegestaan. Het bestemmingsplan is daarmee in lijn met het detailhandelsbeleid.
3.4.3 Ontwikkelperspectief en Ruimtelijk Economische Visie en Agenda (REVA) Als verdere uitwerking van de eerdere Kadernota Economie (de voorganger van de Economische) is op 1o juli 2018 besloten over de vaststelling van een gebiedsopdracht voor de A20 zone ('s-Graveland, Spaanse Polder, Schieveste en een klein deel van Oost rondom het station Schiedam Centrum). Deze gebiedsopdracht ziet dus naast ontwikkelingen op het bedrijventerrein, ook op bijvoorbeeld de ontwikkeling van Schieveste en het stationsgebied. Op 29 oktober 2019 heeft de gemeenteraad als uitwerking van de gebiedsopdracht de Ruimtelijk Economische Visie en Agenda (REVA) voor het gebied 's-Graveland en Spaanse Polder en het bijbehorende "Ontwikkelperspectief 's-Gravelandsepolder & Spaanse Polder: hèt bedrijventerrein van de toekomst" vastgesteld. De Spaanse Polder en 's Gravelandsepolder zijn een belangrijk werkgebied in Schiedam en een cruciale bouwsteen van de lokale en regionale economie. Het is met het naastgelegen Rotterdamse werkgebied één van de grootste bedrijventerreinen van West-Europa. De ligging is uitstekend: naast de snelweg A20, aan een IC-station Schiedam Centrum en direct op de kennisas Leiden - TU-Delft – Erasmus Universiteit.
Zo speelt het gebied op verschillende schaalniveaus een belangrijke rol; niet alleen als poort naar de stad (Schiedam; Rotterdam), maar ook als schakel binnen de MRDH en het internationale havenindustrieel complex. Het economische deel van de REVA is in gezamenlijke opdracht van Schiedam en Rotterdam opgesteld door Buck Consultants International (BCI) en Perron 14. Het geeft een integrale analyse van de sterkten, zwaktes, kansen en bedreigingen voor de verdere ontwikkeling van dit gebied. Aan deze analyse hebben ondernemers en vastgoedeigenaren uit het gebied hun bijdrage geleverd. Zo is een breed gedragen beeld ontstaan van de mogelijkheden voor dit gebied; een economische motor waar nu al ca. 25.000 mensen uit Schiedam en de regio werkzaam zijn.
42 esteld)
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020 (vastg
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020
Afbeelding 15 - Toekomstbeeld 's-Gravelandsepolder en Spaanse Polder Het economische deel van de REVA is voor Schiedam verder uitgewerkt in een ruimtelijke visie voor het gebied. Deze visie bevat diverse belangrijke uitgangspunten die doorwerken in het voorliggende bestemmingsplan. Belangrijk uitgangspunt is dat 's-Graveland en Spaanse Polder een gemengd bedrijventerrein blijft, waarin een diversiteit aan bedrijven plek vinden door optimaal, intensief ruimtegebruik. In lijn met de uitgangspunten van de Roadmap Next Economy (RNE) ontstaat een bedrijventerrein waar innovatie, maakindustrie en RNE-start-ups hun vaste landingsplek hebben. Vanwege de investeringsbereidheid in het gebied houden we ruimte voor zones met bedrijvigheid in hogere milieucategorieën. Aan de randen is dat afgestemd met het wonen dat in de omgeving van het gebied (zoals Schieveste) zijn plaats heeft. Het gebied is daarmee een robuuste motor voor de arbeidsmarkt van Schiedam en de regio, en een plaats waar bedrijfsleven en onderwijs samenkomen. Kortom, een bedrijventerrein als onderdeel van de A20 zone waar werken, wonen (op Schieveste) en een goed functionerend OV-knooppunt op duurzame wijze zijn gerealiseerd. Deverse uitgangspunten uit deze visie zijn nadien verwerkt in de Economische visie, en zijn ook in het bestemmingsplan zichtbaar.
Denk aan het inzetten van de etalagezone, het verbeteren van de bereikbaarheid van het gebied, inzet op verduurzaming en innovatie in bedrijvigheid (onder andere door campusontwikkeling) en het verbeteren van de kwaliteit van zowel bebouwing als openbare ruimte. Voor een uitgebreidere toelichting op het Ontwikkelperspectief wordt verwezen naar de bijlagen bij deze toelichting.
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020 (vastgesteld) 43
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020
3.4.4 Gebiedsopdracht SchieDistrict In juli 2018 heeft het college besloten de gebiedsontwikkeling A20-zone Schiedam op te starten en is een gebiedsopdracht geformuleerd. In het voorjaar van 2020 is de naam van de gebiedsontwikkeling gewijzigd naar SchieDistrict. Sinds de start van de gebiedsontwikkeling is steeds duidelijker zichtbaar hoezeer schaalsprongen op het gebied van wonen (verdichten), economie (werken en een leven lang ontwikkelen) en mobiliteit (bereikbaarheid met alle (deel)modaliteiten) nodig zijn om verstedelijking, betere leefbaarheid en maatschappelijke inclusie op een duurzame manier te realiseren. Dit is mede aanleiding geweest om de gebiedsopdracht SchieDistrict in april 2020 te actualiseren. De gebiedsopdracht ziet op diverse deelgebieden. Naast de bedrijventerreinen Spaanse Polder en 's-Gravelandsepolder zijn dit ook de gebieden Schieveste, het station Schiedam Centrum, de Kop van de Singel, het AMEC-gebouw, de Peperkliplocatie en de diverse corridors in en naar het gebied (zoals de verbinding tussen Spaanse Polder en Nieuw-Mathenesse en het Merwe-/Vierhavens gebied).
Afbeelding 16 - Overzicht van de gebiedsopdracht SchieDistrict De actualisatie van de gebiedsopdracht SchieDistrict bouwt voort op het Ontwikkelperspectief uit oktober 2019 en versterkt de onderlinge samenhang tussen de diverse beleidsdocumenten. Aan de hand van het Ontwikkelperspectief worden de ’s-Gravelandsepolder en Spaanse Polder ontwikkeld tot ‘hot spot in bedrijf’; een perfect bereikbaar gemengd bedrijventerrein voor innovatieve ondernemingen, hightech maakindustrie en start- & grown ups. Met name voor de hightech maak-bedrijven ontstaan er zo kansen op samenwerking in concepten als de (inmiddels als zodanig aangeduide) Mechatronica Innovatie Campus Schiedam (MICS). Ook stedenbouwkundig moet er een grote verbeterslag plaats vinden. Op de zichtlocaties vereist dat meer aandacht voor de uitstraling van bedrijven. Met name in de zone langs de rijksweg A20 moet een gebied komen waar hoogwaardige bedrijven zich presenteren (etalagezone). De hoogwaardige bedrijven in dit gebied liggen dicht op het hoogwaardig openbaar vervoer-knooppunt van Schiedam Centrum. Deze panden moeten een minimale hoogte van vier bouwlagen hebben met een bovengemiddelde architectonische uitstraling.
Met deze ingrepen blijft het gebied op lange termijn een robuuste motor voor de arbeidsmarkt van Schiedam en de regio en groeit het uit tot een vliegwiel voor innovatie en duurzaamheid waar bedrijfsleven, onderwijs en een leven lang ontwikkelen elkaar weten te vinden en te versterken. Een verdere uitbouw van de samenwerking met partijen als MRDH en Innovation Quarter, die de
44 esteld)
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020 (vastg
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020
Schiedamse ontwikkelingen met grote belangstelling volgen, versterkt dit perspectief van een economisch ecosysteem dat past in de transitie naar een ‘next economy’. Er is ruimte in het gebied om dit te faciliteren en er zijn diverse Schiedamse bedrijven die hierin het voortouw kunnen en willen nemen. De gebiedsopdracht gaat onder in op zaken als erfpacht, veiligheid en ondermijning en andere voor de gebiedsontwikkeling relevante aspecten. Ook wordt op diverse ruimtelijke aspecten ingegaan. Voor de volledige gebiedsopdracht wordt verwezen naar de bijlage bij deze toelichting.
3.4.5 Strategie Werklocaties In 2020 is gewerkt aan de opstelling van een Strategie Werklocaties Schiedam. De Strategie Werklocaties geeft de ruimtelijk-economische onderbouwing voor de strategische ontwikkeling van de werklocaties in Schiedam, als onderdeel van de economische visie die parallel wordt opgesteld. De bedrijventerreinen 's-Graveland en Spaanse Polder zijn als onderdeel van het SchieDistrict een belangrijke component in de Strategie Werklocaties. Het document geeft een analyse van de bestaande ruimtelijk-economische positie van Schiedam en een analyse van de structuur en de ontwikkelingen voor de werklocaties. Ook bevat het een behoefteraming voor kantoren en bedrijventerreinen naar type werkmilieu en een toekomstperspectief met ambitiekaart voor de ontwikkeling van de werklocaties de komende periode. In een bij de Strategie werklocaties behorend separaat rapport is de onderbouwing voor het kantorenprogramma binnen SchieDistrict gegeven. In aanvulling hierop is inmidels ook een separate Ladderonderbouwing kantoren en bedrijfsruimte opgesteld. Hiermee is ook de uitwerking gegeven van de te doorlopen ladder voor duurzame verstedelijking.
Afbeelding 17 - Ambitiekaart uit de (concept) Strategie Werklocaties bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020 (vastgesteld) 45
bestemmingsplan 's-Graveland & Spaanse Polder 2020
3.4.6 Woonvisie Op 29 september 2020 is de woonvisie 'Groei als kans voor de stad' vastgesteld. De woonvisie geeft een actuele kijk op het wonen in Schiedam en beschrijft de koers die de gemeente de komende 20 jaar wil volgen. De belangrijkste ambities van de woonvisie zijn: groei als kans voor de stad, wooncarrière voor alle Schiedammers, passende en herkenbare woonmilieus, passende woningen, groei van de kwaliteit van de woningvoorraad en de leefomgeving, een veilige en leefbare woonomgeving en verduurzaming van de bestaande bouw en nieuwbouw. Om deze ambities te realiseren gaat de woonvisie uit van: het toevoegen van 6.000 woningen en het vervangen van 1.000 woningen tot 2030; het realiseren van 2.000 passende woningen voor senioren; het gelijk houden van de sociale woningvoorraad (niveau 2018); versterken aanpak particuliere woningverbetering, inclusief verduurzamen bestaande woningen. De Woonvisie geeft in relatie tot het plangebied op zichzelf weinig beleidsmatige uitspraken. De functie wonen is binnen de grenzen van het bedrijventerrein zelf (bestemmingen Bedrijventerrein, Gemengd, Kantoor) niet gewenst. Het bestemmingsplan maakt ook geen (bedrijfs)woningen mogelijk. De afgelopen jaren is het beperkt aantal van oudsher nog aanwezige bedrijfswoningen op het terrein gesaneerd, op een aantal plekken is dit proces in de afrondende fase.