CConstaterende datSchiedam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3a BP Schieveste (gewijzigd) - Toelichting

Gemeenteraad 30 mei 2023, gemeente SchiedamBij agendapunt: Raadsbesluit Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan "Schieveste 2021"40.667 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

30

aangeduid als 'ontwikkelvelden'. De meest optimale volgorde voor de bouw van deze ontwikkelvelden is bepaald op basis van onder meer het dichtzetten van de geluidbelasting afkomstig van de A20, duurzaamheid en een aantrekkelijk woon- en leefklimaat. Zo zorgt de bouw van fase 1 en 2 ervoor dat geluidbelasting op de nieuwe woningen in fase 3 en 4 verlaagd wordt. De eerste fase omvat circa 1.250 woningen. De overige fases gaan uit van elk 300-600 woningen met bijbehorende voorzieningen in de plint. Omdat op dit moment nog niet duidelijk is waar de voorzieningen precies gaan komen is in voorliggend bestemmingsplan ook de positionering ook niet juridisch vastgelegd, maar is uitgegaan van een minimale oppervlakte voorziening per woning. De aantallen woningen en oppervlakte aan voorzieningen zijn nader toegelicht in paragraaf 5.1.3.

Afbeelding 3.8. ruimtelijk beeld fasering Schieveste

3.3

Alternatief stedenbouwkundig plan

Roc Vastgoed 2 C.V. heeft, als onderdeel van hun zienswijze, een alternatief stedenbouwkundig plan ingediend dat voor hen minder bezwarend is dan het masterplan dat ten grondslag lag aan het bestemmingsplan uit 2021. Het alternatief betreft het laten vervallen van het gebouw dat voor het DCMR-gebouw was voorzien en het verlagen van de bouwhoogte van het gebouw op de kopse kant van het DCMR-gebouw. Om deze vrees weg te nemen en aangezien met de alternatieve invulling recht wordt gedaan aan alle betrokken belangen is het voorliggende bestemmingsplan aangepast aan de alternatieve invulling. Concreet betekent dit dat het gebouw aan de voorzijde van het DCMR-gebouw is komen te vervallen (er is niet langer een bouwvlak opgenomen) en de maximale bouwhoogte van het gebouw op de kopse gevel is verlaagd naar 45 meter. Voor een nadere motivering wordt verwezen naar de notitie 'Alternatieve stedenbouwkundige invulling Schieveste, locatie DCMR-gebouw'. Deze notitie is als bijlage 41 aan het bestemmingsplan toegevoegd. In de nottie is ingegaan op alle relevante belangen.

Bestemmingsplan ‘Schieveste 2021’ Herstelbesluit, d.d. 11 mei 2023

31

Hoofdstuk 4 Milieueffectrapportage 4.1

Inleiding

In Nederland is het verplicht voor ontwikkelingen met mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen een zogenaamde m.e.r.-procedure te doorlopen en een MER op te stellen. De procedure van een milieueffectrapportage (m.e.r.) is bedoeld om het milieubelang volwaardig en vroegtijdig in de plan- en besluitvorming in te brengen. Een m.e.r. is gekoppeld aan een plan of besluit, bijvoorbeeld een structuurvisie, een bestemmingsplan of een vergunning. Of en zo ja welke verplichtingen gelden ten aanzien van een m.e.r. is vastgelegd in de Wet milieubeheer en het Besluit m.e.r. Vanuit twee sporen kan sprake zijn van verplichtingen ten aanzien van een m.e.r.:  

Op basis van toetsing aan het Besluit m.e.r.; Omdat voor de voorgenomen activiteit een passende beoordeling moet worden uitgevoerd.

Toetsing aan het Besluit m.e.r. De ontwikkeling van Schieveste kan getypeerd worden als een stedelijk ontwikkelingsproject (Categorie D11.2 van het Besluit m.e.r.). De activiteit ligt boven de drempelwaarde van 2.000 woningen. Voor de ontwikkeling is derhalve een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk. Gezien de omvang van de ontwikkeling (een groot aantal woningen met een hoge dichtheid) en de kenmerken van het plangebied (gelegen tussen spoorlijn en snelweg) is er voor gekozen geen m.e.r.beoordeling uit te voeren, maar direct te starten met de m.e.r.-procedure. Een m.e.r.-beoordeling zou tot de conclusie leiden dat een m.e.r.-procedure noodzakelijk is. Daarmee is een m.e.r.-beoordeling in dit geval niet meer zinvol. Een m.e.r.-procedure biedt tevens een structuur om belanghebbenden zorgvuldig bij de vormgeving van het plan te betrekken. De m.e.r.-procedure biedt de mogelijkheid om de milieueffecten en kwaliteit van de toekomstige leefomgeving in het plangebied op een goede manier in de verdere plan- en besluitvorming te betrekken. Dit gebeurt door in de m.e.r.-procedure ook te kijken naar mogelijke alternatieven en varianten voor de manier waarop de ontwikkeling kan worden vormgegeven en naar mogelijke varianten ten aanzien van het programma en de bereikbaarheid. Relatie met te nemen besluit Het MER wordt gekoppeld aan het voorliggende bestemmingsplan Schieveste 2021.

Dit betekent dat de m.e.r.-procedure gelijk oploopt met de procedure voor dit ruimtelijk besluit (bestemmingsplan). Het MER dient daarom als onderbouwing voor de besluitvorming over bestemmingsplan Schieveste 2021. Het bestemmingsplan bevat een concrete en globale bestemmingsregeling, waarbij bepaalde aspecten bij de vergunningverlening nader moeten worden uitgewerkt of afgewogen. Het MER is daarom zowel een project-MER als een plan-MER. De commissie m.e.r. heeft op 13 januari 2021 geadviseerd over de concept-MER voor Schieveste. Naar aanleiding van het advies zijn in het MER aanvullingen gedaan op het gebied van Mobiliteit, Geluid en Klimaat. De definitieve versie van het MER is opgenomen als bijlage 3 bij de toelichting.

4.2

Notitie reikwijdte en detailniveau

De m.e.r.-procedure startte met een startdocument, de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD). Deze notitie is als bijlage 1 bij het MER gevoegd. In de NRD zijn de kaders van, en de onderzoeksmethodiek voor, het MER beschreven. Op de NRD zijn diverse reacties binnengekomen. In de Nota van beantwoording voor de NRD Schieveste is aangegeven hoe met de binnengekomen adviezen op de NRD in het MER rekening wordt gehouden. De Nota van Beantwoording is als bijlage bij het MER gevoegd. Bestemmingsplan ‘Schieveste 2021’ Herstelbesluit, d.d. 11 mei 2023

32

Ook is door de gemeente de onafhankelijke Commissie m.e.r. om advies gevraagd. De Commissie heeft op 23 december 2019 een advies op de reikwijdte en het detailniveau van het MER uitgebracht. Het advies is ook opgenomen in de Nota van Beantwoording. De reacties zijn verwerkt in het MER.

4.3

Alternatieven en varianten

Er zijn twee alternatieven onderzocht op milieugevolgen: 1. alternatief dat uitgaat van de stedenbouwkundige opzet en het programma dat is opgenomen in het Masterplan (3.000 woningen en het toevoegen van 67.300 m 2 b.v.o.) 2. alternatief dat uitgaat van de stedenbouwkundige opzet die uitgaat van verlenging van de overkapping van de spoorlijn (en hetzelfde programma).

In een variant is gekeken naar een grotere bandbreedte van het programma van maximaal 3.500 woningen en 67.300 m2 b.v.o. aan voorzieningen. Deze variant is de maximale realistische programmatische invulling van het plangebied. De verdeling van de woningtypes blijft procentueel gelijk aan de verdeling in het Masterplan. Ook zijn er voor een aantal aspecten gevoeligheidsanalyses uitgevoerd, omdat voor deze aspecten nog een nadere afweging en keuze mogelijk is. In de gevoeligheidsanalyse is beschouwd op welke thema's welke effecten ontstaan door het toepassen van de aanpassingen. De analyse is uitgevoerd voor de volgende thema's:   

4.4

mobiliteit en bereikbaarheid (waaronder een variant met een knip in de Overschieseweg en een variant met een lagere parkeernorm voor woningen) fasering groene inrichting

Effecten

In tabel 4.1 is een integrale effectbeoordeling weergegeven van de alternatieven zonder en met verlengde kap en de variant met 3.500 woningen en voorzieningen in Schieveste.

Bestemmingsplan ‘Schieveste 2021’ Herstelbesluit, d.d. 11 mei 2023

33

Tabel 4.1. Scoretabel alternatieven Masterplan zonder en met verlengde kap en variant 3.500 woningen De ontwikkeling van Schieveste: bijdrage aan de leefomgeving De ontwikkeling van Schieveste leidt tot positieve en negatieve effecten voor de leefomgeving. De ontwikkeling leidt wel tot een verkeerstoename, maar nauwelijks tot nieuwe doorstromingsknelpunten in de omgeving. De mobiliteitsshift van minder auto en meer OV en fiets is een positieve ontwikkeling. De geluidseffecten op de omgeving zijn per saldo positief. De hoogbouw heeft een afschermende werking van het dominante wegverkeerslawaai afkomstig van de A20 op de bestaande woningen ten zuiden van Schieveste. Bij het spoorweglawaai is voor het alternatief Masterplan (zonder verlengde kap) het belangrijkste effect dat het geluid van de treinen door de gevels van Schieveste wordt teruggekaatst in zuidelijke richting. Dit leidt bij de bestaande woningen tot een toename van de geluidbelasting door spoorweglawaai. Het alternatief met verlengde kap leidt lokaal tot minder hogere geluidbelastingen door spoorweglawaai. Bestemmingsplan ‘Schieveste 2021’ Herstelbesluit, d.d. 11 mei 2023

34

De effecten op de gezondheidsbescherming en leefomgevingskwaliteit op de bestaande bewoners zijn zeer beperkt of verwaarloosbaar. Omwonenden kunnen gebruik maken van de nieuwe groen- en sportvoorzieningen in het gebied, wat ontmoeten en bewegen bevordert. De hoogbouw in het gebied is wel vanaf grote afstand zichtbaar en zorgt voor enige schaduwwer-king op het noordelijk gelegen bedrijventerrein Spaanse Polder. Het gebied zorgt echter wel voor een positieve kwaliteitsimpuls in omgeving. Op beschermde gebieden (Natura 2000 en NNN) treden geen effecten op. Kwaliteitsimpuls en aandachtspunten in het plangebied In de regio is een grote maatschappelijke behoefte aan woningen, maar de plekken waar ruimte is zijn ook de plekken met aandachtspunten, zoals Schieveste. Schieveste is een sterk milieubelast gebied vanwege de ligging tussen A20 en het spoor. Met diverse maatregelen is een acceptabel woon- en leefklimaat voor de nieuwe bewoners te bewerkstelligen. Binnen het thema verkeer scoort de bereikbaarheid per OV en langzaam verkeer van het plange-bied goed door de ligging nabij het trein- en metrostation. Verkeersveiligheid en parkeren zijn aandachtspunten voor de ontwikkeling. Het verdient aanbeveling om bij de verdere inrichting van het plangebied goed te kijken naar de verkeersveiligheidssituatie vanwege de kruising van fietsers/voetgangers met auto's.

De parkeerbalans van de alternatieven en varianten (nog uitgaande van de gemeentelijke parkeernorm) laten een tekort aan parkeerplaatsen zien. Echter, met de beoogde parkeernorm van gemiddeld 0,3 parkeerplaats per woning is er geen sprake meer van een tekort. Het geluidniveau is een belangrijk aandachtspunt in het plangebied. Het plaatsen van de geluidwerende voorzieningen is minimaal nodig om een acceptabel geluidniveau in het middengebied (enfilade) te realiseren en het geluidniveau op meerdere woningen te beperken. Evenwel is nog steeds sprake van hoge (gecumuleerde) geluidbelastingen op de nieuwe woningen door het geluid van het wegverkeer op de A20 en het geluid van het spoor. Voor de verschillende bronnen dient voor het volgende aantal woningen een hogere waarde te worden vastgesteld, gebaseerd op 3.500 woningen en de bestaande stationskap (geen verlengde kap):     

Rijkswegen: 1.972 woningen Horvathweg: 31 woningen Hoofdspoorwegen: 1.632 woningen Metrospoorwegen: 594 woningen Industrieterrein 's-Gravenlandse Polder/Spaanse Polder: 208 woningen

Aanvullende mitigerende maatregelen zijn nodig om de geluidskwaliteit te verbeteren en te borgen dat ook de wettelijke maximale waarde voor het binnenniveau in de woningen niet wordt overschreden, zowel in de eindsituatie als gedurende de aanleg conform de beoogde fasering. De bodemkwaliteit verbetert als gevolg van de ontwikkeling, door de functiegerichte bodemsanering. Het aantal bewoners neemt langs de A20 (transportroute gevaarlijke stoffen) toe waardoor het groepsrisico verder stijgt. Maatregelen zijn nodig om de externe veiligheidsrisico's te beperken. De hoogbouw leidt lokaal tot enige wind-, schaduw- en trillingshinder. Met aanvullend onderzoek en mitigerende maatregelen zijn deze effecten tot een acceptabel niveau te beperken. De stedenbouwkundige opzet van Schieveste met hoogbouw en ruime aandacht voor de groene inrichting van de enfilade geeft een kwaliteitsimpuls aan het gebied en biedt tevens kansen om de biodiversiteit in het gebied te vergroten. Aandacht is nodig voor de landschappelijke inpassing van de minimaal benodigde geluidwerende voorzieningen en eventuele aanvullende geluidsmaatregelen om de geluidseffecten verder te beperken. De enfilade is toegankelijk en uitnodigend voor bewoners, omwonenden en passanten om te wandelen, te ontmoeten en te bewegen in het groen. Bestemmingsplan ‘Schieveste 2021’ Herstelbesluit, d.d. 11 mei 2023

35

Met een waterbeheerplan of waterhuishoudkundige kan invulling worden gegeven aan de toekomstige waterberging in het gebied. Hierdoor kan in de openbare ruimte een systeem gericht op vasthouden, bergen en infiltreren worden toegepast. Dit kan tot een positief effect op waterberging en waterstructuren leiden. Uit de Energievisie komt naar voren dat dat warmte- en koudeopslag (WKO) (in combinatie met aquathermie) een scenario is waarmee het totaalplan kan worden voorzien van warmte en koeling. Voor een WKO-systeem is reeds een vergunning verleend, waaruit blijkt dat er geen negatieve milieugevolgen optreden. De effecten van aquathermie dienen nader onderzocht te worden, waarbij voldaan dient te worden aan de eisen uit de beleidsnotitie van Hoogheemraadschap Delfland. Het verdient aanbeveling om dit verder uit te werken zodat Schieveste klimaatneutraal kan worden ontwikkeld.

4.5

Afwegingskader alternatieven en varianten

De alternatieven verschillen in de verlengde overkapping boven het spoor. Het doel van het alternatief met de verlengde overkapping is het dempen van de geluidbelasting vanaf het spoor. Uit de analyse blijkt dat het alternatief met verlengde overkapping alleen voor het spoorweglawaai lokaal een positief effect heeft, omdat over de rest van het spoor in Schieveste het spoorweglawaai niet wordt afgeschermd. Voor de gecumuleerde geluidbelasting in het plangebied zelf is het verschil tussen de twee alternatieven niet groot. Een overkapping is landschappelijk ook positiever dan bijvoorbeeld hoge geluidschermen. De variant met 500 extra woningen ten opzichte van de alternatieven laat vrijwel geen verschileffecten zien. Alleen het externe veiligheidsrisico en de energievraag nemen toe en de extra bewoners in het gebied geven extra druk op de beschikbare sport- en groenvoorzieningen, alsmede de parkeervoorzieningen. De gevoeligheidsanalyses laten de volgende resultaten zien:  

4.6

De analyse met de raakvlakprojecten laat geen relevante verschileffecten zien; De verschileffecten van de variant met knip in de Overschieseweg zijn beperkt. Mede door de lage verkeersintensiteiten van de Overschieseweg en de korte extra omreistijd heeft het afsluiten van de Overschieseweg nauwelijks gevolgen voor de bereikbaarheid van Schieveste. Het afsluiten van de Overschieseweg leidt wel tot een verbetering van de verkeersveiligheid op de Overschieseweg zelf; De variant met de lage parkeernorm van 0,3 parkeerplaats per woning heeft positieve gevolgen voor de verkeersafwikkeling en de parkeerbalans ten opzichte van de alternatieven. Verkeersveiligheid blijft vanwege de kruising van auto's en fietsers op meerdere kruispunten nog een aandachtspunt. Door de fasering gedurende de bouw wordt een deel van de woningen gedurende de bouwperiode blootgesteld aan een hogere geluidsbelasting dan waarvan sprake zal zijn na volledige realisatie van Schieveste. Aan de achterzijde is sprake van verhoogde geluidsbelastingen ten gevolge van de A20 en hoofdspoorwegen. De maximale ontheffingswaarden voor wegverkeerslawaai en spoorweglawaai worden hier echter niet overschreden. De beoogde fasering wordt hierop dan ook niet aangepast.

Voorkeursalternatief (VKA)

Het effectonderzoek en de toets aan de ambities laat zien dat de verschillen tussen de alternatieven, varianten en gevoeligheidsanalyses beperkt zijn. Vanuit milieuoptiek hebben de volgende onderzochte variabelen voor het voornemen de lichte voorkeur: Bestemmingsplan ‘Schieveste 2021’ Herstelbesluit, d.d. 11 mei 2023

36

    

3.000 woningen met voorzieningen (in plaats van 3.500 woningen met voorzieningen) verlengde stationskap knip Overschieseweg verlaging van de gemiddelde parkeernorm naar 0,3 parkeerplaatsen per woning extra groene inrichtingsmaatregelen.

Mitigerende maatregelen Diverse mitigerende maatregelen zijn nodig of gewenst/aanbeveling om de milieueffecten verder te beperken. Onder andere voor verkeer, geluid, externe veiligheid, natuur en gezondheid kunnen maatregelen getroffen worden die een positieve bijdrage leveren.

4.7

Verdere MER-procedure

De m.e.r., zoals deze voor Schieveste wordt gevolgd, heeft de volgende procedurestappen:

Bestemmingsplan ‘Schieveste 2021’ Herstelbesluit, d.d. 11 mei 2023

37

Hoofdstuk 5 Beleidskader Dit hoofdstuk geeft een beknopt overzicht van het relevante ruimtelijk beleid voor het bestemmingsplan op nationaal, provinciaal, regionaal en gemeentelijk schaalniveau. Per beleidsstuk is aangegeven in hoeverre deze haar doorwerking heeft in het bestemmingsplan.

5.1

Rijksbeleid

5.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI), ontwerp juni 2019

Ook in de toekomst moet Nederland een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving bieden en economisch kunnen floreren. Daarom is het van belang om inzicht te hebben in de opgaven waar Nederland voor staat. De druk op de ruimte, op onze leefomgeving, vraagt voortdurend om afweging van verschillende belangen. Internationale ontwikkelingen, de invloed van technologie en de groeiende verschillen tussen regio’s vragen om snellere, creatieve en integrale afwegingen. Het klimaat verandert en er moet zorgvuldiger worden omgaan met energiebronnen en grondstoffen. Ook daaruit vloeien nieuwe opgaven. In aanloop naar de Omgevingswet komt er één rijksvisie op de leefomgeving: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. De eerste Nationale Omgevingsvisie staat gepland na de zomer van 2020. Het Ontwerp van deze Nationale Omgevingsvisie is in juni 2019 verschenen. De NOVI schetst een duurzaam toekomstperspectief voor de leefomgeving in Nederland in 2050. Dit toekomstperspectief voor Nederland is: 

Een klimaatbestendige delta, waarbij Nederland beschermd is tegen de negatieve gevolgen van klimaatverandering, waterveiligheid (ook voor de laaggelegen gebieden in het westen) gegarandeerd is en voldoende zoetwater beschikbaar is van goede kwaliteit; Duurzaam, concurrerend en circulair: een toekomstbestendige en volledig circulaire economie zonder vervuilende manieren van produceren en consumeren, met een uitstekend vestigingsklimaat en een hoge quality of life, met een zo goed mogelijke inpassing van duurzame energie in onze leefomgeving en slimme combinaties van functies zonder de risico's en milieunadelen te vergroten. Een economie die veel maatschappelijke winst oplevert in termen van banen, innovatie en nieuwe bedrijvigheid en exportmogelijkheden; Kwaliteit van leven in stad en dorp: met een aantrekkelijke woon- en leefomgeving en een goede verbondenheid van stad en land. De ontwikkelingen zijn gericht op kwaliteit, met gecontroleerde en doordachte groei waar dat nodig is, waardoor diversiteit in wonen, een stedelijk netwerk, prettige woonmilieus, met rust en ruimte maar ook vitale en leefbare regio's ontstaan. Nabijheid en betrouwbare verbindingen: een uitstekende bereikbaarheid wordt met een goede en betrouwbare infrastructuur gegarandeerd, waarbij wordt ingespeeld op locatiekeuzes voor wonen en werken (nabijheid).

De infrastructuur is onderdeel van een mobiliteitssysteem dat een meer divers patroon van mobiliteit veilig, robuust en duurzaam afhandelt. Luchthavens blijven belangrijk voor een sterk internationaal netwerk voor de lange afstanden. De uitdaging is om het vliegverkeer net als het goederenvervoer op een zo veilige, efficiënte en duurzame manier vorm te geven. Veilig en gezond, herkenbaar en natuurlijk: een veilig en gezond leven voor iedereen staat voorop. De leefomgeving nodigt uit om te bewegen, elkaar te ontmoeten en te ontspannen. Daarbij horen een goede milieukwaliteit, robuuste natuur, klimaatbestendigheid en voor iedereen goede toegang tot wonen, werken en voorzieningen.

Het realiseren van een fysieke leefomgeving die dit toekomstperspectief mogelijk maakt, is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle overheden. In de NOVI benoemt het Rijk 21 nationale Bestemmingsplan ‘Schieveste 2021’ Herstelbesluit, d.d. 11 mei 2023

38

belangen voor het omgevingsbeleid, inclusief de opgaven en de rol van het Rijk in het realiseren van deze opgaven. Deze opgaven komen samen in vier prioriteiten. Deze prioriteiten vormen complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Deze prioriteiten zijn: 1. 2. 3. 4.

Naar een duurzame en concurrerende economie; Naar een klimaatbestendige en klimaatneutrale samenleving; Naar een toekomstbestendige en bereikbare woon- en werkomgeving; Naar een waardevolle leefomgeving.

Deze vier opgaven kunnen alleen in samenhang verder worden gebracht wanneer aandacht is voor thema’s die hier dwars doorheen lopen, zoals omgevingskwaliteit, gezondheid, cultuurhistorie, klimaatadaptatie, water, bodem, (nationale) veiligheid en milieukwaliteit. De komst van de Omgevingswet maakt het mogelijk om het beleid en aanpak rondom de gezonde leefomgeving steviger te verankeren, rekening houdend met de samenstelling van de wijk en de behoeften van inwoners. Gemeenten krijgen onder de Omgevingswet namelijk meer ruimte voor lokaal maatwerk doordat taken worden gedecentraliseerd. Volgens het Rijk is een gezonde leefomgeving een omgeving waar inwoners zich prettig voelen, die uitnodigt tot gezond gedrag en zo min mogelijk negatieve invloed heeft op de gezondheid. Voor gemeenten is onder andere de 'Handreiking Gezonde Gemeente' door het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport opgesteld om te ondersteunen bij het sturen op een gezonde fysieke en sociale leefomgeving. Voorliggend plan is aangemerkt als bestemmingsplan met verbrede reikwijdte. Vooruitlopend op het Omgevingsplan bevat dit plan regels die zien op de 'fysieke leefomgeving': een ruimere begripsbepaling dan in de Wro, waar wordt gesproken over een 'goede ruimtelijke ordening'.

Hierdoor kunnen onder meer duurzaamheidsvereisten, veiligheidsvoorschriften, stedenbouwkundige waarden, gezondheidseffecten en diverse onderwerpen uit de gemeentelijke verordening worden opgenomen in het plan. Door te voorzien in een plan met verbrede reikwijdte wordt aangesloten bij de ambitie van het rijk om ontwikkelingen in samenhang te bekijken, en een en veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit te bereiken en in stand te houden. Met de ontwikkeling van Schieveste wordt een nieuw woonmilieu toegevoegd, dat complementair is aan de binnenstad van Schiedam en de omliggende wijken. Het programma is divers: naast woningen wordt ruimte geboden aan kantoren, horeca en een (student)hotel. Daarbij is nadrukkelijk aandacht voor eventuele gezondheidseffecten en wordt sterk gestuurd op duurzame mobiliteit. De ligging naast station Schiedam Centrum is hierbij leidend, en zorgt ervoor dat de regio bereikbaar blijft. De openbare ruimte is zorgvuldig en aantrekkelijk ingericht en er wordt gestreefd naar een autovrij gebied. Autoontsluitingen worden beperkt en bestaande fietsstructuren uitgebreid. Met de ontwikkeling wordt zodoende bijgedragen aan een aantrekkelijke, veilige en gezonde woon- en leefomgeving in Schiedam. 5.1.2

Structuurvisie Infrastructuur en ruimte

Op 13 maart 2012 heeft de Minister van Infrastructuur en Milieu de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte vastgesteld. De structuurvisie vervangt verschillende nota's, waaronder de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040 en de Nota Mobiliteit, en schetst de doelen, belangen en opgaven van het Rijk tot 2028 en de ambities tot 2040. Uitgangspunt is de ruimtelijke ordening zoveel mogelijk over te laten aan gemeenten en provincies ('decentraal, tenzij…'), minder nationale belangen en eenvoudigere regelgeving. De nationale belangen die worden benoemd betreffen de internationale concurrentiepositie, het gebruik van de ondergrond, het behouden en versterken van vervoer- en transportsystemen, de milieukwaliteit, de waterveiligheid en zoetwatervoorziening en het behoud en versterken van natuur en cultuurhistorische waarden.

Bestemmingsplan ‘Schieveste 2021’ Herstelbesluit, d.d. 11 mei 2023

39

Schiedam maakt onderdeel uit van de regio Zuidvleugel. De structuurvisie zet voor wat betreft deze regio, en voor zover van belang voor Schiedam, in op het verbeteren van het vestigingsklimaat door het optimaal benutten en verbeteren van de bereikbaarheid, mede door het ontwikkelen van een efficiënt multimodaal logistiek netwerk, het borgen van de waterveiligheid en een het robuust en compleet maken van het hoofdenergienetwerk. Voor een aantrekkelijk vestigingsklimaat in de stedelijke regio's met een concentratie van topsectoren is het nodig om te beschikken over een voldoende voorraad (kwalitatief en kwantitatief) aan woningen, bedrijventerreinen, kantoren en andere voorzieningen. Ook natuur, hoogwaardige landschappen en recreatieve voorzieningen horen daarbij. De structuurvisie gaat uit van het vraaggericht programmeren en realiseren van verstedelijking door provincies, gemeenten en marktpartijen. Een dergelijke wijze van programmeren is vereist om groei te faciliteren, te anticiperen op stagnatie en om krimpregio’s leefbaar te houden. Ook dient de ruimte zorgvuldig te worden benut en overprogrammering te worden voorkomen.

Om beiden te bereiken is een ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening, op grond waarvan bij ruimtelijke besluiten gemotiveerd moet worden hoe een zorgvuldige afweging is gemaakt van het ruimtegebruik (zie paragraaf 5.1.3). 5.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) gaat uit van het vraaggericht programmeren en realiseren van verstedelijking. Om dit te bereiken is de ladder voor duurzame verstedelijking als motiveringseis opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. De ladder voor duurzame verstedelijking is ingericht voor een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke besluiten, waardoor de ruimte in stedelijke gebieden optimaal benut wordt. De ladder vereist dat indien een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt de behoefte aan deze ontwikkeling wordt beschreven. Indien de ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied plaatsvindt moet gemotiveerd worden waarom dit niet mogelijk is binnen het bestaand stedelijk gebied. De uitgangspunten van duurzame verstedelijking zijn tevens onderdeel van de provinciale Omgevingsverordening. De vereisten wijken echter af van de vereisten uit het Besluit ruimtelijke ordening. De provinciale ladder vereist dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet voorzien in een actuele regionale behoefte, die zo nodig regionaal is afgestemd, en welke plaatsvindt binnen het bestaand stads- en dorpsgebied. Ontwikkeling buiten het bestaand stads- en dorpsgebied is alleen toegelaten in de in de verordening genoemde gevallen en op de genoemde locaties. Toetsing Het totale programma van Schieveste bestaat voor ca.

80% uit wonen (208.000 m 2 b.v.o.) en circa 20% uit werklocaties en voorzieningen (parkeren en bestaande gebouwen buiten beschouwing gelaten). Daarvan omvat het (nieuwe) kantorenprogramma 20.600 m2 b.v.o. en de plintvoorzieningen (incl. fietsparkeren) 19.100 m2 b.v.o.. Het programma wordt hierna getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Daarbij dient in ogenschouw te worden genomen dat het totale plan voor Schieveste goed moet aansluiten bij de toekomstige regionale vraag. De programmering van de individuele onderdelen moet in onderlinge samenhang worden bezien, zodat er wordt gebouwd op de plekken die de agglomeratiekracht verder versterken.

Bestemmingsplan ‘Schieveste 2021’ Herstelbesluit, d.d. 11 mei 2023

40

Bestaand bebouwd gebied Vanuit het nationaal beleid is bepaald dat verstedelijking in de zuidelijke Randstad met voorrang plaatsvindt binnen bestaand stedelijk gebied in nabijheid van hoogwaardig OV. De provincie streeft eveneens naar een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied, met een inzet op verdichting, concentratie en specialisatie binnen het bestaand stads- en dorpsgebied. De ontwikkeling vindt geheel plaats binnen bestaand stedelijk gebied en sluit aan bij het verstedelijkingsakkoord en de woondeal om het woningbouwprogramma te realiseren binnen bestaand stedelijk gebied. Het plangebied is centraal gelegen, aansluitend op het multimodaal OV-knooppunt station Schiedam Centrum waar trein, tram en bus en metro samenkomen. De ontwikkeling van het plangebied voldoet daarmee aan de vereisten van een duurzame verstedelijking Woningbouw Schieveste zal worden ontwikkeld naar een nieuw woongebied waarin ruimte is voor circa 3.000 woningen. De locatie Schieveste is in de Nationale woonagenda en de hierop volgende Regionale Woondeal Zuid-Holland aangemerkt als concrete versnellingslocatie voor woningbouw. De urgente (woning-)bouwopgave in de Zuidelijke Randstad kan worden benut als katalysator om agglomeratiekracht te vergroten. Er is behoefte aan 170.000 woningen tot 2040 (zoals afgestemd in de Verstedelijkingsalliantie).

Voor de gemeente Schiedam is het uitgangspunt om in woningen te voorzien voor ieders wooncarrière. Op basis van de Woonvisie Schiedam bestaat de behoefte aan meer verschillende typen woningen voor Schiedammers met een middeninkomen. Om aan deze behoefte te voldoen zullen binnen de stad aantrekkelijke nieuwe woongebieden worden ontwikkeld, waardoor het woningaanbod afwisselender wordt en de kwaliteit van de stedelijke ruimte stijgt. In de visie van de gemeente Schiedam kunnen levensloopbestendig ontworpen woningen absoluut bijdragen aan het succes van Schieveste, zeker als die woningen langer dan 1 generatie mee gaan. Dat wil zeggen dat ze ook in de toekomst nog kunnen voldoen aan een veranderende woonwens van de bewoners. De gemeente Schiedam meent dat voor het succes van Schieveste minimaal de helft van de woningen kleiner of gelijk aan 50 m² b.v.o. samenvoegbaar moet zijn. Hierbij is een eigen kwalitatieve buitenruimte gewaarborgd in de nieuwe situatie. Met de ontwikkeling van Schieveste wordt voor een groot deel invulling gegeven aan de in de regionale woningmarktafspraken, het Verstedelijkingsakkoord en de Woondeal Zuidelijke Randstad vastgelegde kwantitatieve woningbehoefte.

Om invulling te geven aan de kwalitatieve behoefte geldt dat minimaal 30% van de woningen tot de sociaal bereikbare sector behoort, bestaande uit een mix van de verschillende doelgroepen van jong tot oud. Daarnaast zal minimaal 40% van de woningen tot de middendure sector behoren en maximaal 30% tot de dure sector. Deze verdeling in woningtypen is vastgelegd in de planregels. Hiermee wordt een goede verdeling van woningtypen op Schieveste geborgd. Daarnaast biedt de hoge dichtheid van bebouwing op Schieveste de mogelijkheid om elders in de stad ruimte te bieden voor een grondgebonden woonprogramma in minder hoge dichtheden. Daarmee wordt ook ruimte geboden voor de sloop en vervangende nieuwbouw binnen het sociale segment. Woningen Type

Omschrijving

Aantal

Studio's 1 persoons

één persoons units

1226

Studio's 2 persoons

twee persoons units

470

Student

één persoons units

314

Bestemmingsplan ‘Schieveste 2021’ Herstelbesluit, d.d. 11 mei 2023

41

Sociale huur appartement

2-3 kamerwoning

390

Koop/huur appartement

2-3 kamerwoning

256

Koop appartement

3-4 kamerwoning

176

Koop gezinsappartement

3-4 kamerwoning

143

Koop lofts

4-5 kamerwoning

49

TOTAAL

3.024 woningen

Tabel 5.1: Aantal woningen in Schieveste De bouw van ongeveer 3.000 woningen op een binnenstedelijke locatie is passend binnen en draagt bij aan het realiseren van de landelijke, provinciale, regionale en gemeentelijke doelstellingen om te voorzien in meer woningen en een meer gevarieerd aanbod aan woonmilieus. Doelstellingen die zijn geformuleerd om invulling te geven aan de grote woningbehoefte in Nederland als geheel en ZuidHolland en de regio Rotterdam in het bijzonder. De nabijheid van het openbaar vervoersknooppunt, de binnenstad van Schiedam, de voorzieningen in het plan zelf, maar ook de binnensteden van Rotterdam en Delft bieden de ideale omstandigheden voor één- en tweepersoons huishoudens, zoals studenten en starters in de regio. Zoals nu tegen het programma aan wordt aangekeken, zal maximaal 25% van het aantal woningen in de koopsfeer terechtkomen. Dit zal variëren van het middeldure tot het hogere prijssegment. Mocht er op termijn meer vraag zijn naar dit segment, kan hier in de latere fases op worden ingespeeld door de verhouding in het aanbod te wijzigen. Bij de bouw worden voorzieningen getroffen zodat bij het eventueel samenvoegen van woningen kan worden voldaan aan de (alsdan) geldende regels. Kantoren Op grond van het voorheen geldende bestemmingsplan Schieveste was het reeds toegelaten om maximaal 94.900 m² aan kantoren te realiseren op Schieveste.

De ontwikkeling van woningbouw op Schieveste heeft tot gevolg dat dit kantorenprogramma niet volledig gerealiseerd zal worden. De plannen voorzien in maximaal 20.600 m² aan (nieuw) kantooroppervlak. Uitgangspunt is daarbij dat, conform het Masterplan, hiertoe de 'vrijkomende' kantoormeters als gevolg van de sloop van de bestaande kantoortorens aan de westzijde (samen thans 10.000 m 2 b.v.o. kantoor) worden ingezet voor nieuwe kantoren. Als deze twee bestaande kantoortorens blijven staan, kan derhalve dus maar 10.600 m2 b.v.o. nieuwe kantoren worden toegevoegd. Uitgangspunt is voorts dat het bestaande kantoor van DCMR (15.000 m2 b.v.o.) behouden blijft. In totaal zou er daarmee in de eindsituatie maximaal 35.600 m2 b.v.o. aan kantoren in Schieveste aanwezig zijn. Dit is in overeenstemming met de regionale kantorenafspraken, waarin is afgesproken de plancapaciteit te verlagen. Daarbij geldt dat, gelet op de mogelijkheden uit het voorheen geldende bestemmingsplan, voor wat betreft de kantoren geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De (provinciale) ladder van duurzame ontwikkeling is daarom niet van toepassing op de mogelijkheden die worden geboden voor kantoren. Werk- en voorzieningenprogramma Om ervoor te zorgen dat Schieveste levendig is, overdag en 's avonds, is het programmeren van plinten van groot belang.

Dat betekent enerzijds een gemixt programma met afwisselende functies, zodat deze plinten hoogfrequent worden (wat leidt tot veel interactie en uitwisseling tussen gebouwen en openbare ruimte), Anderzijds kan het programma zorgen voor een goede 'reden' waarvoor mensen uit de hele metropoolregio naar Schieveste komen. In de visie van de gemeente Schiedam draagt dit bij aan het succes van Schieveste. Het al aanwezige vrijetijdsprogramma valt hier ook onder. Het is denkbaar dat Bestemmingsplan ‘Schieveste 2021’ Herstelbesluit, d.d. 11 mei 2023

42

er nog aanvullend programma wordt toegevoegd dat iets on- Schiedams is (geen concurrentie met de binnenstad) en van meerwaarde is voor Schieveste, Schiedam en de metropool, bijvoorbeeld een HBOopleiding. Plan De plannen voor de ontwikkeling van Schieveste bieden ruimte voor maximaal 12.200 m² aan aanvullende voorzieningen, in de plinten van de gebouwen. De oppervlakte aan voorzieningen is verdeeld over een variatie aan functies zoals horeca, detailhandel (maximaal 2.000 m 2 b.v.o. binnen het woongebied), sport, gezondheid en kleinschalige werklocaties. De voorzieningen zijn primair ten dienste van de nieuwe bewoners, sluiten aan bij de identiteit van de wijk en werkvoorzieningen passen bij het karakter van de kennis-as tussen Den Haag en Rotterdam. Het plan gaat uit van 67.300 m 2 b.v.o. aan werklocaties en voorzieningen, waaronder plintvoorzieningen en parkeren. Bij de realisatie van 3.000 woningen komt dat neer op 22,43 m2 aan voorzieningen per woning. De ontwikkeling van de voorzieningen zal niet evenredig met de woningen worden gerealiseerd. Naar gelang het aantal bewoners in het gebied toeneemt, zullen andere typen voorzieningen (met een groter verzorgingsgebied) in Schieveste een plek krijgen. Daardoor zal het oppervlak aan voorzieningen naar verwachting in fase 4 en 5 groter zijn dan in de eerste fasen.

Er is in maart 2019 een 'Behoefteonderzoek voorzieningen' gedaan voor Schieveste door BRO (bijlage 23), dat richting geeft aan de invulling van dit programma. Binnen Schieveste is, afhankelijk van de geambieerde verzorgingsfunctie, behoefte aan een voorzieningenprogramma van in totaal circa 5.625 – 14.275 m² b.v.o.. De marktruimte aan voorzieningenprogramma omvat detailhandel, horeca, leisure en maatschappelijke voorzieningen. Voor detailhandel omvat de kwalitatieve behoefte een supermarkt met aanvullend 3 tot 7 kleinere zaken, bijvoorbeeld ten behoeve van versartikelen, dranken, drogisterij, en persoonlijke dienstverlening. Koppeling met station (zichtbaarheid en korte afstand) heeft de voorkeur. Eventueel kan worden gedacht aan een afhaalpunt/bezorg-hub nabij het station. Voor horeca is plek voor 1 tot 3 zaken met een buurtfunctie (midden/hoge marktsegment en specialistische concepten). Ook 3 tot 4 zaken nabij en zichtbaar vanaf het station zijn denkbaar. Aanvullend is één grotere horecavestiging met bovenwijkse functie mogelijk. Wat betreft leisure kan worden gedacht aan voorzieningen gericht op ontspanning en vermaal (casino, speelconcept, escape room) of vergaderplekken/flexibele werkplekken.

Maatschappelijke voorzieningen zijn denkbaar in verschillende vormen: zorg (gezondheidscentrum, private zorgkliniek), sport (minimaal één fitness of sportschool en aanvullend 1-2 bijzondere voorzieningen als squash, crossfit of klimwand), 2-3 kinderopvanglocaties, 1-2 vestigingen voor buitenschoolse opvang en tot slot een sociaal-culturele ontmoetingsruimte (200400 m2 b.v.o.). Dit werk- en voorzieningenprogramma is niet concurrerend met, maar complementair aan de Schiedamse binnenstad. Voor wat betreft detailhandel geldt dat niet wordt beoogd een nieuw winkelconcentratiegebied te realiseren. De detailhandel betreft enerzijds een supermarkt voor de bewoners van de nieuwe wijk. Anderzijds betreft het kleinschalige detailhandel, in combinatie met horeca, passend bij het karakter van een stationsomgeving. De behoefte aan deze voorzieningen is afgestemd op de behoefte van bewoners en bezoekers van het gebied. Dit soort voorzieningen zijn geen bedreiging voor voorzieningen elders in (de binnenstad van) Schiedam, maar juist versterkend voor de stad. Bovendien kunnen zij bijdragen aan de ambities die nog in ontwikkeling zijn voor 'sGraveland/Spaanse Polder, dat een innovatiemilieu voor bedrijvigheid wil bieden. In de regels is opgenomen dat de totale oppervlakte aan detailhandel in het woongebied maximaal 2.000 m 2 b.v.o. mag bedragen.

Conclusie De ontwikkeling van Schieveste bevindt zich op een multimodaal ontsloten locatie in het bebouwd Bestemmingsplan ‘Schieveste 2021’ Herstelbesluit, d.d. 11 mei 2023

43

gebied van Schiedam. Het plan geeft invulling aan het woonbeleid op nationaal, regionaal, provinciaal en gemeentelijk niveau. De voorzieningen in Schieveste zijn ondersteunend aan de nieuw te bouwen woningen in het gebied en zijn complementair aan de overige voorzieningen in (het centrum van) Schiedam. Tot slot wordt het plan gefaseerd gebouwd. Daardoor kan worden bijgestuurd indien de lokale en/of regionale behoefte (kwalitatief en kwantitatief) in de toekomst verandert. Het aandeel voorzieningen is bepaald op basis van het toekomstige aantal nieuwe bewoners, en wordt naar behoefte gerealiseerd in de verschillende bouwfases. Hiermee zijn het woningbouwprogramma en de overige voorzieningen in het plan kwantitatief en kwalitatief voldoende onderbouwd en is het plan in lijn met de Ladder voor duurzame verstedelijking. 5.1.4

Nationale woonagenda en regionale Woondeals

Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) heeft eind 2018 meerdere gesprekken gevoerd met een aantal (stedelijke) regio’s die te maken hebben met grote woningtekorten. Hierbij kwam naar voren dat er een versnelling nodig is op het gebied van woningbouw. Nationale woonagenda 2018-2021 Sinds het einde van de crisis is het verschil tussen de vraag naar en het aanbod van woningen enorm toegenomen. Dit komt onder andere door een combinatie van de snel aantrekkende economie, eerdere maatregelen op de woningmarkt en een inhaalvraag van mensen die de crisis afgewacht hebben. De knelpunten op de woningmarkt zijn complex en veelomvattend, en vragen om inzet, betrokkenheid en samenwerking van én tussen alle spelers op de woningmarkt. Om die reden hebben marktpartijen, vertegenwoordigers van bewoners, de koepels van woningcorporaties, waterschappen en het Rijk een Nationale woonagenda opgesteld voor de periode 2018-2021. De Woonagenda zet in op: 1. Meer woningen bouwen (versnellen en vergroten aanbod): versnellen van bestaande bouwplannen, het vergroten van de plancapaciteit voor de (middel)lange termijn en het in samenhang met andere opgaven oppakken van de woningmarktvraagstukken; 2.

Betaalbaarheid: een toegankelijke sociale huursector, betaalbaar wonen, gezonde koopmarkt en hypotheekverstrekking, betaalbare verduurzaming en rekening houden met ambities van woningcorporaties op de woningmarkt; 3. Beter benutten van de bestaande voorraad: doorstroming bevorderen, passende huisvesting voor aandachtsgroepen en versterking van lokaal woonbeleid; De uitwerking van de agenda vindt plaats op verschillende beleidsniveaus. Met het tekenen van deze Nationale woonagenda beloven de partijen zich op al deze niveaus in te zetten om de acties uit te werken in concrete resultaten. Regionale woondeals De woondeals bestaan uit meerdere onderdelen met eigen afspraken. Eén hiervan is de aanpak van knelpunten bij de versnelling van de woningbouw. Hieronder vallen een aantal concrete versnellingslocaties die bijdragen aan de bouwopgave in de regio. De woondeals bevatten verder afspraken over de (regionale) behoefte aan plancapaciteit en over gerichte acties op de aanpak van de gevolgen van de krapte. Vanaf januari 2019 zijn er zes woondeals getekend, waaronder voor de Zuidelijke Randstad (3 juni 2019). Het Rijk ondersteunt de opgave met geld voor pilots en mankracht. Verder kunnen onder voorwaarden projecten onder de Crisis- en herstelwet tijdelijk afwijken van bepaalde normen zodat tijdwinst kan worden geboekt.

De regionale woondeal voor de Zuidelijke Randstad is toegelicht onder Woondeal Zuidelijke Randstad.

Bestemmingsplan ‘Schieveste 2021’ Herstelbesluit, d.d. 11 mei 2023

44

Afbeelding 5.1: locaties waarover in de Woondeal Zuidelijke Randstad afspraken zijn gemaakt, ministerie BZK 5.1.5

Verstedelijkingsakkoord

Het Verstedelijkingsakkoord maakt aanvullende afspraken ten opzichte van de eerdere afspraken tussen Rijk en regio in het kader van de Woondeal Zuidelijke Randstad. Elementen van de woondeal komen terug in het integrale Verstedelijkingsakkoord. Met het verstedelijkingsakkoord bevestigen de partijen de verstedelijkingsstrategie om de woningbehoefte tot 2040 vooral in bestaand stedelijk gebied nabij hoogwaardig openbaar vervoer te accommoderen. De focus ligt daarbij op de toplocaties van de Verstedelijkingsalliantie. Om het woningbouwprogramma van de Woondeal uit te kunnen voeren zijn de partijen afhankelijk van belangrijke randvoorwaarden, waaronder maatregelen voor bereikbaarheid, gebiedsontwikkeling en alternatieven voor (hoge milieucategorie) bedrijvigheid. Om die reden is in de Woondeal afgesproken deze onderwerpen gezamenlijk uit te werken in het Verstedelijkingsakkoord. De twee kernthema’s van het akkoord zijn: verstedelijking (wonen, werken en voorzieningen) en mobiliteit. Met name de samenhang tussen verstedelijking en mobiliteit staat centraal in het akkoord. Daarnaast zijn de thema’s energie en landschap randvoorwaardelijk meegenomen.

Bestemmingsplan ‘Schieveste 2021’ Herstelbesluit, d.d. 11 mei 2023

45

Het masterplan voor Schieveste is opgesteld als uitwerking van de urgente woningbouwopgave en het Verstedelijkingsakkoord, waarin de locatie is aangemerkt als één van de verdichtingslocaties (afbeelding 5.1). De samenhang tussen het nieuwe woonmilieu en de ligging nabij station Schieveste zijn nadrukkelijk meegenomen in het Masterplan. Er wordt sterk gestuurd op een autoloze wijk en het gebruik van duurzame en openbare vervoersmiddelen. Daarnaast is het vanzelfsprekend dat in Schieveste de wettelijke normen ten aanzien energiezuinigheid - die in 2021 ondergebracht zullen worden in BENG-normen - worden gehanteerd. De gebiedsontwikkeling past hiermee binnen de gestelde kaders uit de Nationale woonagenda en draagt bij aan de uitvoering van het Verstedelijkingsakkoord. 5.1.6

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

De nationale belangen uit de structuurvisie die juridisch borging vragen zijn opgenomen in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Een aantal rijksbelangen wordt met dit besluit geborgd in bestemmingsplannen en andere ruimtelijke plannen van overheden. Onderwerpen die aan bod komen zijn: rijksvaarwegen, de mainportontwikkeling Rotterdam, kustfundament, grote rivieren, de Waddenzee en het waddengebied, defensie, hoofdwegen en landelijke spoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen, primaire waterkeringen, de ecologische hoofdstructuur, het IJsselmeergebied, erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde en de ruimtereservering voor de parallelle Kaagbaan. Hoofdwegen en landelijke spoorwegen Het Barro ziet niet specifiek toe op de planlocatie Schieveste. Wel is het plangebied gelegen nabij de rijksweg A20 en een landelijke spoorweg. De rijksweg A20 is een hoofdweg als bedoeld in de Tracéwet. De spoorverbindingen van station Schiedam Centrum in de richting van Rotterdam en Delft zijn landelijke spoorwegen als bedoeld in de Tracéwet. Het plangebied is aangewezen als een reserveringsgebied voor de verbreding van bestaande hoofdwegen of nieuwe infrastructuur.

Op 11 maart 2019 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat de voorkeursbeslissing genomen om de A20 te verbreden van 2 x 2 naar 2 x 3 rijstroken in beide rijrichtingen tussen de aansluitingen Nieuwerkerk aan den IJssel en Gouda. In de rijrichting Gouda – Nieuwerkerk aan den IJssel begint de verbreding bij de onderdoorgang van de A20 onder de A12. Ter hoogte van Schieveste is geen verbreding voorzien. De verbreding van de A20 is daarom aangemerkt als raakvlakproject, dat onafhankelijk van de ontwikkeling van Schieveste tot stand kan komen, maar waarover nog geen formeel besluit is genomen. Het is wel mogelijk dat dit project de ontwikkeling van Schieveste kan beïnvloeden. In de Milieueffectrapportage (MER) is de verbreding van de A20 meegenomen bij het in kaart brengen van de potentiële milieueffecten in het gebied. Ook voor de spoorverbinding zijn nieuwe plannen voorzien. Het Rijk trekt 300 miljoen euro uit voor volledige spoorverdubbeling tussen Den Haag en Rotterdam. Er wordt uitgegaan van een spoorverdubbeling op het traject Schiedam-Delft en het verbeteren van de sociale veiligheid en aantrekkelijkheid van OV-knooppunten. De verdubbeling van het spoor geldt alleen voor het gebied ten westen van het station.

Tot slot hebben de NS en ProRail het voornemen Station Schiedam te verbouwen tot één integraal station/verkeersknooppunt voor alle vervoersmiddelen (trein, tram, bus, metro).

Bestemmingsplan ‘Schieveste 2021’ Herstelbesluit, d.d. 11 mei 2023

46

Defensie Een van de nationale belangen die is vervat in het Barro is het waarborgen van het functioneren van Defensieterreinen. Voor nieuwe plannen in de nabijheid van militaire luchthavens is het van belang dat er een zorgvuldige belangenafweging plaatsvindt. Voor de betreffende locaties gelden bouwbeperkingen in het radarverstoringsgebied. Schieveste is niet gelegen in het beperkingengebied van een militair luchtvaartterrein. Ten aanzien van het naastgelegen vliegveld Rotterdam-The Hague airport wordt verwezen naar paragraaf 6.12. Conclusie Het bestemmingsplan houdt rekening met de aanwezigheid en ontwikkelingen rond hoofdwegen en landelijke spoorwegen. Er zijn geen militaire luchthavens in de nabijheid met gevolgen voor het plangebied. Daarmee is het plan in overeenstemming met het bepaalde in het Barro. 5.1.7

Erfgoedwet

De Monumentenwet 1988 is op 1 juli 2016 overgegaan in de Erfgoedwet. De Erfgoedwet bundelt de voorgaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. Bovendien is aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. Het beschermingsniveau zoals deze in de oude wetten en regelingen gold, blijft gehandhaafd. Het behoud en beheer van het Nederlandse erfgoed was geregeld in zes verschillende wetten en een regeling, waarin roerend, onroerend en archeologisch erfgoed allemaal hun eigen specifieke definities, procedures en beschermingsmaatregelen hadden. In de Erfgoedwet is vastgelegd hoe met ons erfgoed wordt omgegaan, wie welke verantwoordelijkheden daarbij heeft en hoe het toezicht daarop wordt uitgeoefend. Overbodige regels zijn geschrapt en de verantwoordelijkheid voor de bescherming van het cultureel erfgoed ligt waar mogelijk bij het erfgoedveld zelf. Onderdelen van de Monumentenwet die de fysieke leefomgeving betreffen, worden overgeheveld naar de Omgevingswet die (naar verwachting) in 2024 van kracht wordt. Voor deze onderdelen is een overgangsregeling in de Erfgoedwet opgenomen voor de periode 2016-2024. Het gaat daarbij om de volgende zaken:   

Vergunningen tot wijziging, sloop of verwijdering van rijksmonumenten Verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie Bescherming van stads- en dorpsgezichten

Binnen Schieveste zijn geen monumenten of cultuurhistorisch waardevolle bebouwing aanwezig. In dit bestemmingsplan is hieromtrent geen beschermende regeling opgenomen. Het aspect archeologie is nader uitgewerkt onder paragraaf 6.4. 5.1.8

Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2014

De leefomgeving waarin mensen wonen, werken en leven heeft invloed op hun gezondheid. In de Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2014 van het RIVM is berekend dat in Nederland gemiddeld bijna 6 procent van de ziektelast toe te schrijven is aan milieufactoren. Hiermee is milieu, na roken, een van de belangrijke determinanten die bijdragen aan de ziektelast. Fijn stof en geluidsbelasting leveren de grootste bijdrage aan de ziektelast door milieufactoren. Vrijwel overal in Nederland wordt aan de normen voor fijn stof en stikstofdioxide voldaan, maar het grootste deel van de ziektelast door deze stoffen is toe te schrijven aan blootstelling aan concentraties die onder de huidige normen liggen.

Bestemmingsplan ‘Schieveste 2021’ Herstelbesluit, d.d. 11 mei 2023

47

Naast het beperken van de druk op de gezondheid door diverse omgevingsfactoren, zoals luchtverontreiniging of geluid, is het tevens belangrijk om aandacht te hebben voor de positieve invloed die de omgeving kan hebben op de gezondheid. Dit kan door bij de leefomgeving rekening te houden met verschillende thema's en belangen, zoals gezonde mobiliteit, natuur, groen en water, sport en spelen, openbare ruimte, milieukwaliteit, en binnenmilieu. Kwetsbare groepen zoals kinderen, ouderen en mensen met een lage sociaal-economische status (SES) hebben daarbij vanwege hun kwetsbaarheid extra aandacht nodig. Gezondheid en de Omgevingswet De mogelijkheden om via de leefomgeving de gezondheid van mensen te verbeteren zijn groter dan men denkt. Het gaat daarbij over het nadrukkelijk en op een slimme manier rekening houden met gezondheid bij de inrichting van de leefomgeving, door gezondheid naar de voorkant van het proces te halen. De Omgevingswet, die naar verwachting in 2024 in werking treedt, is erop gericht om een veilige en gezonde fysieke leefomgeving te bereiken en ondersteunt een gebiedsgerichte aanpak bij de inrichting van de leefomgeving. Daarbij wordt een innovatieve aanpak van de opgaven voor de leefomgeving nagestreefd.

De toenemende integraliteit die bij de invoering van de Omgevingswet ook wettelijk wordt vastgelegd, biedt meer afwegingsruimte voor gemeenten om hun eigen ambities te bepalen voor een gezonde leefomgeving. Schieveste bevindt zich op een uitdagende plek, die 'harde randen' in de vorm van de A20 en het spoor en randvoorwaarden zoals geluid en fijnstof met zich meebrengen. Dit wordt gecompenseerd door positieve kwaliteiten als een uitstekende OV-bereikbaarheid en een ontwerp met laag autogebruik en een hoogwaardig woonmilieu. Het beperken van geluid, fijnstof en andere milieukundige effecten wordt nader toegelicht in hoofdstuk 6. Van belang is dat het binnengebied van Schieveste als hoogwaardig groen openbaar gebied met hoge verblijfskwaliteit wordt ingericht. Met een herkenbare groene as door het gebied worden de pleinen en programma's aan elkaar geregen en worden wandelaars en fietsers door het gebied geleid. Aan de oostzijde wordt een 'sportplein' ingericht, dat allerlei vormen van sport en spel aantrekkelijk moet maken. Naast sport- en speelvoorzieningen in de openbare ruimte kunnen in dit deelgebied een sportschool, een gezondheidscentrum en (gezonde) horeca in de plinten rondom het plein komen. Ook wordt gekeken naar deelfietsen en oplaadpunten voor elektrische voertuigen, en wordt het binnengebied van Schieveste autovrij.

5.2

Provinciaal en Regionaal beleid

5.2.1

Omgevingsbeleid Zuid-Holland

Op 20 februari 2019 heeft de provincie Zuid-Holland het Omgevingsbeleid vastgesteld. Het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Het bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. Daarnaast zijn in het Omgevingsbeleid operationele doelstellingen opgenomen, die deel uit maken van verschillende uitvoeringsprogramma's en -plannen, zoals het programma Ruimte en het programma Mobiliteit. De ruimtelijke hoofdstructuur maakt met een integraal kaartbeeld inzichtelijk hoe de strategische beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie ruimtelijk samenkomen.

Bestemmingsplan ‘Schieveste 2021’ Herstelbesluit, d.d. 11 mei 2023

48

Met het Omgevingsbeleid streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Onder 'omgevingskwaliteit' wordt verstaan: het geheel aan kwaliteiten die de waarde van de fysieke leefomgeving bepalen. In de gehele provincie, zowel in het stedelijk gebied als in het landelijk gebied, beoogt het kwaliteitsbeleid een 'ja, mits-beleid': ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit. De ambitie van de provincie is een slim, schoon en sterk Zuid-Holland. De Provincie gaat uit van zes richtinggevende ambities, waarbinnen een aantal opgaven zijn geformuleerd: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Naar een klimaatbestendige delta Naar een nieuwe economie: the next level Naar een levendige meerkernige metropool Energievernieuwing Best bereikbare provincie Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving

Gemeenten stellen in regionaal verband woonvisies vast, waarin de gewenste kwalitatieve en kwantitatieve ontwikkelrichting, voor de bestaande en gewenste woningvoorraad, binnen de regio, wordt bepaald. De regionale woonvisie vormt het kwalitatieve en kwantitatieve kader voor, en de onderbouwing van, het door de regio op te stellen regionale woningbouwprogramma en de beoordeling daarvan door de provincie. Centraal doel van het integrale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Daarbij streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Met het provinciaal omgevingsbeleid wordt aangesloten op de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet: het doelmatig benutten van de fysieke leefomgeving voor maatschappelijke opgaven en het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit. Ruimtelijke kwaliteit Een nadere uitwerking van het provinciale beleid voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit is weergegeven in de 'kwaliteitskaart' en de 'richtpunten ruimtelijke kwaliteit', behorende bij zowel de Omgevingsvisie als de Omgevingsverordening.

Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten (de laag van de ondergrond, de laag van de cultuur- en natuurlandschappen, de laag van de stedelijke occupatie en de laag van de beleving), samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening. Ontwikkelingen moeten rekening houden met deze richtpunten. Laag van de ondergrond De gronden van het plangebied zijn op de kaart 'Laag van de Ondergrond' aangeduid als 'oude stroomgordels en geulafzettingen', onderdeel van het rivierdeltacomplex van Zuid-Holland.

Bestemmingsplan ‘Schieveste 2021’ Herstelbesluit, d.d. 11 mei 2023

49

Afbeelding 5.2: uitsnede kwaliteitskaart 'Laag van de ondergrond', Omgevingsbeleid Zuid-Holland De gronden binnen het plangebied zijn aangeduid als kleigrond. Ontwikkelingen moeten bijdragen aan het behoud van ruimte voor dynamische natuurlijke processen en zoet-zoutovergangen in de Deltawateren en natuurlijke buitendijkse gebieden. Voorliggend plan is niet gelegen aan Deltawateren of buitendijks gebied. In het kader van vooroverleg worden de waterhuishoudkundige aspecten ten aanzien van het plan voorgelegd aan het Hoogheemraadschap. De westzijde van het plangebied, evenwijdig aan de Schie, is aangeduid als oude stroomgordel en geulafzetting. Zuid-Holland is, uitgezonderd de duinen en de dijken, relatief plat. Binnen dit platte land is nog een aantal bijzondere, natuurlijke hoogteverschillen te vinden, waaronder oude stroomgordels en geulafzettingen. Ontwikkelingen dienen de onregelmatige patronen en het reliëf in het landschap herkenbaar en in stand te houden. Waar mogelijk worden de archeologische waarden van deze structuren meer herkenbaar gemaakt bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Een gedetailleerder kaartbeeld is opgenomen in de Cultuurhistorische Hoofdstructuur (CHS) van de provincie Zuid-Holland. Het profiel van de Schie blijft met de ontwikkeling van Schieveste ongemoeid.

In voorliggend plangebied is geen sprake meer van oorspronkelijke hoogteverschillen of landschappelijke structuren. Ten tijde van de bouw van de bestaande kantoortorens, de DCMR en de middelbare school is het terrein op één hoogte gebracht. Wel zijn mogelijk historische resten aanwezig in de grond. Hiertoe is een archeologische dubbelbestemming opgenomen. Het aspect archeologie is nader toegelicht in paragraaf 6.4.

Bestemmingsplan ‘Schieveste 2021’ Herstelbesluit, d.d. 11 mei 2023

50

Afbeelding 5.3: uitsnede kwaliteitskaart 'Laag van de stedelijke occupatie', Omgevingsbeleid ZuidHolland De gronden die behoren tot het plangebied zijn op de kaart 'Laag van de stedelijke occupatie' aangeduid als ' Steden en dorpen', onderdeel van de kern Schiedam. De bijbehorende relevante richtpunten zijn als volgt:   

Ontwikkelingen dragen bij aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van stad, kern of dorp. Hoogteaccenten (waaronder hoogbouw) vallen zoveel mogelijk samen met centra (zwaartepunten) en interactiemilieus in de stedelijke structuur. Daar waar hoogbouw niet samenvalt met “zwaartepunten” in de stedelijke structuur geeft een beeldkwaliteitsparagraaf inzicht in de effecten, invloed en aanvaardbaarheid van hoogbouw op de (wijde) omgeving. Ontwikkelingen dragen bij aan versterking van de stedelijke groen- en waterstructuur.

De spoorlijn en de rijksweg A20 zijn op de kaart als zodanig aangeduid. Richtpunten voor de infrastructuur zijn als volgt:   

Ontwikkelingen in stad en land houden rekening met het zicht vanuit de trein op de omgeving. Ontwikkelingen in stationsgebieden dragen bij aan de versterking van de (hoog)stedelijke kwaliteit ter plaatse. Nieuwe of aan te passen infrastructuur wordt altijd beschouwd als een integrale gebiedsopgave inclusief inpassingsvraagstukken. Hieronder wordt naast ligging in het landschap ook verstaan; zorgvuldig omgaan met doorlopende landschappelijke structuren, logische oplossingen voor doorgaande ecologische en recreatieve verbindingen en behoud van gebruiks- en belevingswaarde van het omliggend gebied en logische verbinding met aansluitende infrastructuur.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12743881/1