Bijlage 2 Reactienota van Ministerie IenW inzake NRD LHB RTHA
Tekst van het document
Zienswijze: 93733728
Kern zienswijze Indiener wil dat RTHA alleen een uitwijkplek voor Schiphol kan zijn in geval van een directe noodsituatie. ‘RTHA als de uitwijkplek voor vliegtuigen die niet op Schiphol kunnen landen waarvan de eisen daarvoor zullen strenger en vastgelegd worden in een nieuwe extensieregeling. Dit blijft een vrijblijvende formulering. Uitwijkplek alleen in het geval van een directe en ernstige noodsituatie, niet bij de eerste vertraging door het te vol plannen van Schiphol.’ Antwoord De International Civil Aviation Organisation (ICAO) definieert een uitwijkluchthaven als een luchthaven waarnaar een vliegtuig – tijdens de vlucht – kan uitwijken wanneer het onmogelijk of afgeraden wordt om door te vliegen naar of te landen op de geplande luchthaven van bestemming. Er moet derhalve sprake zijn van onvoorziene omstandigheden en de vlucht mag niet vooraf gepland worden naar de alternatieve bestemming. Als een luchthaven (zoals Schiphol in zomer 2022) restricties oplegt aan de capaciteit en luchtvaartmaatschappijen als gevolg hiervan planmatig vluchten verplaatsen naar een andere luchthaven dan valt dit niet onder de definitie van uitwijken. Als gevolg van verbeterde hulpmiddelen in het vliegtuig wordt er in de praktijk niet vaak meer uitgeweken.
In de nacht uitwijken naar RTHA heeft voor commercieel verkeer in de gebruiksjaren 2002 tot en met 2020 in totaal 24 keer plaatsgevonden, dus gemiddeld iets meer dan een keer per jaar.
14
https://www.luchtvaartindetoekomst.nl/onderwerpen/nieuwe-indeling-luchtruim 62
Zienswijzen: 93607317, 93669444
Kern zienswijzen Indiener pleit om beperkende maatregelen voor interferentie van Schiphol- en RTHA-verkeer te onderzoeken, en implementeren in de aanstaande luchtruimherziening. Antwoord In het MER zal inzichtelijk worden gemaakt welke mogelijkheden worden gezien om de omvang van de milieugevolgen te beperken. Daarbij wordt onder andere gekeken naar de ligging van vliegroutes, afwijkingen van routes, en operationele procedures. In het kader van het programma Luchtruimherziening wordt vanwege de geringe afstand tussen Rotterdam en Schiphol het naderingsgebied van Rotterdam opnieuw ingericht. Naast kortere routes en minder uitstoot maakt de voorziene verandering het beter mogelijk om het naderende en vertrekkende vliegverkeer van onder andere Rotterdam zoveel mogelijk continu te laten klimmen en dalen op vaste routes. Dat beperkt afwijken, geluid en emissies. Met de introductie van vaste naderingsroutes vanaf 6.000 voet en de toename van de hoogte waarop de vertrekroutes moeten worden gevolgd, zal er meer volgens vaste routes gevlogen worden. Voor meer informatie over het programma Luchtruimherziening kan Nieuwe indeling luchtruim | Luchtvaart in de toekomst worden geraadpleegd15.
Omdat het streven is het Luchthavenbesluit RTHA vóór 2025 te nemen en het programma Luchtruimherziening een looptijd tot 2035 heeft, wordt er in het kader van de onderzoeken voor het Luchthavenbesluit (waaronder het MER) uitgegaan van de huidige aankomst- en vertrekroutes. In de Luchtvaartnota 2020-2050 is aangekondigd dat het kabinet gaat bekijken hoe het nauwkeurig gebruik van vliegroutes en het vastleggen van preferente minimale vlieghoogten in juridische besluiten zo goed mogelijk kan worden geborgd en gehandhaafd. Dit gebeurt parallel aan de uitwerking van het routeontwerp in de luchtruimherziening.
15
https://www.luchtvaartindetoekomst.nl/onderwerpen/nieuwe-indeling-luchtruim 63
Relatie andere luchthavens
Zienswijze: 93259256
Kern zienswijze Indiener pleit voor een betere verdeling van het aantal vluchten waarbij een deel van de vluchten door Lelystad Airport wordt afgewerkt. Antwoord Aangezien de luchtvaart een vrije markt is, is het aan luchtvaartmaatschappijen om te bepalen van welke luchthavens gebruik gemaakt wordt. Het is vanwege internationale verdragen, Europese en Nederlandse wet- en regelgeving voor de rijksoverheid ook in principe slechts beperkt mogelijk om (commercieel) vliegverkeer over Nederlandse luchthavens te verdelen.
Zienswijze: 93259181
Kern zienswijze Indiener vraagt om het gebruik van Lelystad om Schiphol te ontlasten. ‘Participant vraagt zich af waarom Lelystad Airport niet ingezet wordt om Schiphol te ontlasten. Waarom is er gekozen voor uitwijken naar RTHA? Het vliegveld van Lelystad ligt klaar.’ Antwoord RTHA is een uitwijkluchthaven van Schiphol bij calamiteiten. Lelystad Airport is nog niet geopend voor commercieel verkeer. In de hoofdlijnenbrief Schiphol16 is aangegeven dat er medio 2024 een besluit wordt genomen over openstelling van de luchthaven voor (groot) commercieel verkeer. Windstil stijgen en landen
Zienswijzen: 93661368, 93648929, 93712010, 93488733
Kern zienswijzen Indieners willen dat de effecten onderzocht worden van de door RTHA naar voren gebrachte optie om bij windstil weer in één richting te stijgen en landen. Antwoord In het kader van het MER dat ten behoeve van het Luchthavenbesluit opgesteld wordt, zal onderzocht worden of het in één richting opstijgen en landen mogelijk is en indien dat mogelijk is, wat het effect daarvan is voor onder meer de geluidbelasting.
16
https://open.overheid.nl/repository/ronl-024dd11c16bad9823ae75aed4b8dd1ccd8de6cce/1/pdf/hoofdlijnenbrief-schiphol.pdf 64
Advies NRD door de Commissie m.e.r Studiegebied en vliegroutes Voor een goed begrip van bijvoorbeeld de gevolgen van de berekende geluidbelasting en andere milieueffecten en voor het ontwerp van mogelijke milieuvriendelijkere varianten is inzicht in het studiegebied nodig. Ook inzicht in de vliegroutes is van belang om de effecten op het studiegebied te kunnen beoordelen: Geef aan waar woonkernen, stiltegebieden, natuurgebieden en industriële gebieden waar gevaarlijke stoffen worden opgeslagen liggen ten opzichte van de luchthaven. Laat ook de gebieden met specifieke ruimtelijke opgaven (op kaart) zien, bijvoorbeeld gebieden waar woningbouw is voorzien en de belangrijke recreatiegebieden. Antwoord Zoals aangegeven in de NRD zal in het MER de autonome ontwikkeling - dus onder de aanname dat het Luchthavenbesluit niet gewijzigd wordt - in kaart gebracht worden, zowel voor de huidige situatie als de ontwikkeling op de langere termijn. Daarbij worden relevante woonkernen, stiltegebieden, natuurgebieden en industriële gebieden in beeld gebracht en wordt ingegaan op de potentieel risico van transport en opslag van gevaarlijke stoffen. Daarnaast wordt in het MER rekening gehouden met ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van de luchthaven en de effecten op recreatiegebieden.
Toon de vliegroutes zodat het niet alleen duidelijk is hoeveel en welke vliegtuigen worden verwacht, maar ook waar ze vliegen en wanneer. Specificeer daarvoor in het MER welke soort vluchten op welke delen van de dag en nacht gepland zijn in de referentiesituatie, en welke set routes/procedures (inclusief hoogteprofielen) daarbij horen. Ga ook in op de interactie met de naderings- en vertrekroutes van Schiphol.
Antwoord In het MER worden de vliegroutes, -hoogtes en frequenties in beeld gebracht en zo veel mogelijk op kaarten gepresenteerd. Hierdoor is ligging van woonkernen en industriële gebieden waar gevaarlijke stoffen worden opgeslagen (externe veiligheid) ten opzichte van vliegroutes te achterhalen.
Gebruik voor het bepalen van de referentiesituatie voor geluid, externe veiligheid, lucht en natuur geen modelroutes, maar baseer routes en verticale profielen op radartracks en transponderdata. Aantallen per type, herkomst en bestemming en vliegprocedures en dienstregeling zijn ontleend aan de invoerset gebruikt voor de omzettingsregeling. Deel de beschikbare geluidsruimte in de referentiesituatie op tussen de ruimte gebruikt voor maatschappelijk verkeer en voor andere typen verkeer.
Antwoord Dit advies wordt overgenomen. In het MER wordt de voorgestelde methodiek toegepast.
65
3.8
Ruimtelijke ontwikkelingen
Samenvatting NRD In het kader van het MER zullen relevante ruimtelijke ontwikkelingen in kaart gebracht worden. Dit gaat primair uit van ontwikkelingen waarover besluitvorming heeft plaatsgevonden. Separaat daarvan zal zoveel mogelijk inzichtelijk gemaakt worden wat de effecten van de ontwikkelingen zijn die wel voorzien worden, maar waarover nog geen formele besluitvorming heeft plaatsgevonden. Ruimtelijke ontwikkelingen niet beperken
Zienswijze: 93152685
Kern zienswijze Indiener verzoekt om in alle varianten te bezien in hoeverre krimp van geluidscontouren c.q. vluchten kan leiden tot bouw van meer woningen. ‘De geluidscontouren hebben een direct gevolg voor de woningbouwopgaven van omliggende gemeenten. Ik verzoek u in alle varianten te bezien in hoeverre krimp van geluidscontouren c.q. vluchten kan leiden tot bouw van meer woningen.’ Antwoord In het MER wordt de omvang van geluidcontouren in beeld gebracht. Woningbouw valt buiten de beïnvloedingssfeer van de luchthaven en kan daarom geen onderdeel worden van het MER of het Luchthavenbesluit. Kansen voor woningbouw zal in andere besluitvormingsprocedures in beeld gebracht worden. In het MER wordt de milieubelasting ten opzichte van bestaande woonkernen en eventuele nieuwbouw in beeld gebracht voor zover hierover al besluitvorming is geweest (planstatus: hard) of op basis van openbare informatie kenbaar is dat hierover besluitvorming in voorbereiding is (planstatus: zacht).
Zienswijzen: 93607436, 93670082
Kern zienswijzen Indiener vindt dat het MER moet ingaan op ruimtelijk beperkingen per alternatief. ‘Het MER dient een duidelijk inzicht en vergelijking te geven van de ruimtelijke beperkingen die elk van de alternatieven oplevert. Voor onze regio is essentieel dat er geen beperkingen zijn voor woningbouw in de bestaande kernen, maar waarbij we ook expliciet willen benoemen dat er geen ruimtelijke beperkingen van het nieuw te realiseren Vijfde Dorp in de gemeente Zuidplas (nieuwbouw van circa 8.000 woningen) mogen optreden.’ Antwoord De effecten van de alternatieven op de ruimtelijke opgaven in de omgeving van RTHA worden in het MER onderzocht en beeld gebracht. In het MER wordt de milieubelasting ten opzichte van bestaande woonkernen en eventuele nieuwbouw in beeld gebracht voor zover hierover al besluitvorming is geweest (planstatus: hard) of op basis van openbare informatie kenbaar is dat hierover besluitvorming in voorbereiding is (planstatus: zacht). De ruimtelijke beperkingen die door andere gebiedsopgaven in de omgeving van de luchthaven spelen zijn onderdeel van de MER-onderzoeken en daarmee ook onderdeel van de afweging van alternatieven.
66
Zienswijzen: 93607317, 93682130, 93595527, 93507201
Kern zienswijzen Indiener stelt dat woningbouwplannen niet belemmerd mogen worden door het voornemen, waarbij de 56dB(A) Lden contour woningbouwontwikkeling niet mag raken en de huidige 35 Ke contour niet mag overschrijden. Antwoord Met de NRD stelt RTHA voor vier alternatieven voor de luchthaven als onderdeel van het MER te onderzoeken. Daarnaast worden in het MER een extra alternatief onderzocht met minder vliegtuigbewegingen (indicatief 25%) en een variant op het EPP zonder ontwikkelruimte waarbij de totale passagierscapaciteit gelijk blijft. Als onderdeel van het MER zullen voor deze alternatieven de beperkingengebieden inzichtelijk gemaakt worden, waaronder die, die van belang zijn voor nieuwbouwplannen van omliggende gemeenten (deze betreffen overigens niet alleen de 56 dB(A) Ldencontour). Daartoe is in de NRD ook een overzicht met ruimtelijke ontwikkelingen opgenomen (tabel 3 op p. 20). Hierdoor wordt duidelijk hoe de alternatieven zich verhouden tot de verschillende nieuwbouwplannen. Met betrekking tot de zienswijzen over de 56 dB(A) Lden-contour (en de 35 Kecontour) kan niet op dit proces vooruitgelopen worden.
Op basis van het MER (en andere beslisinformatie, zoals een economische onderbouwing) neemt het ministerie van IenW uiteindelijk een besluit over het voorkeursalternatief en worden in het ontwerp-Luchthavenbesluit de verschillende beperkingengebieden vastgelegd.
Zienswijze: 93726239
Kern zienswijze Indiener maakt zich zorgen over de ruimtelijke ontwikkeling. ‘Het belang van het zorgen voor een open en groen landschap naast een steeds verder verdichtende regio en stad als Delft is zeer groot.’ Antwoord Bij het aspect natuur worden de kwetsbare (natuur) gebieden in de omgeving van het vliegveld beoordeeld op mogelijke effecten: zowel Natura 2000 als Natuurnetwerk Nederland (NNN) en stiltegebieden, waaronder het Bijzonder Provinciaal Landschap Midden-Delfland. In het MER worden effecten op Natura 2000 gebieden nadrukkelijk meegenomen. Ruimtelijke ontwikkelingen (uitbreiden)
Zienswijze: 93595527
Kern zienswijze Indiener stelt dat overzicht ruimtelijke ontwikkelingen moet worden uitgebreid ‘De NRD bevat een overzicht van ruimtelijke ontwikkelingen die in het MER-onderzoek worden meegenomen. Wij constateren dat deze lijst aanvulling behoeft. Voor een goede berekening van het aantal gehinderden is het belangrijk dat de ontwikkeling van de woningbouw in ieder geval tot aan het zichtjaar zo accuraat mogelijk wordt meegenomen. Meerdere kleinere ontwikkelingsplannen zijn daarvoor eveneens relevant. Wij zijn gaarne bereid gedetailleerde gegevens beschikbaar te stellen.’ Antwoord In het MER wordt de milieubelasting ten opzichte van bestaande woonkernen en eventuele nieuwbouw in beeld gebracht voor zover hierover al besluitvorming is geweest (planstatus: hard) of op basis van openbare informatie kenbaar is dat hierover besluitvorming in voorbereiding is (planstatus: zacht). Uw aanvullende informatie is daarom welkom.
67
Zienswijze: 93541278
Kern zienswijze Indiener verzoekt rekening te houden met uitbreiding van het treinspoor. ‘Neem in de berekeningen ook de effecten van andere nabij te realiseren ontwikkelingen mee, zoals de verdubbeling van het treinspoor.’ Antwoord Cumulatie van geluidhinder van vliegverkeer en andere geluidbronnen wordt in het MER onderzocht,
Zienswijze: 93654840
Kern zienswijze Indiener mist de ontwikkelingen in Waddinxveen inzake geluidsoverlast. ‘Woningbouw gebied Triangel wordt hierin niet benoemd. Er is hier sprake van forse uitbreiding woongebied onder een route van RTHA. Verder heeft deze uitbreiding woningen en wegen ook meer verharding in het gebeid tot gevolg wat meer weerkaatsing van het geluid van de vliegtuigen geeft.’ Antwoord Het in de NRD opgenomen overzicht met ruimtelijke ontwikkelingen (tabel 3 op p. 20) betreft een eerste inventarisatie gebaseerd op een opgave van de provincie Zuid-Holland, welke in het kader van het MER nader zal worden uitgewerkt. In het MER wordt de milieubelasting ten opzichte van bestaande woonkernen en eventuele nieuwbouw in beeld gebracht voor zover hierover al besluitvorming is geweest (planstatus: hard) of op basis van openbare informatie kenbaar is dat hierover besluitvorming in voorbereiding is (planstatus: zacht). Voor zover het woningbouwproject Triangel aan deze criteria voldoet, zal deze onderdeel zijn van de onderzoeken die voor het MER worden uitgevoerd.
Zienswijze: 93669444
Kern zienswijze Indiener wil dat rekening wordt gehouden met woningbouwprojecten in Zoetermeer. ‘In de NRD wordt rekening gehouden met de relevante ruimtelijke ontwikkelingen die in de regio van RTHA zullen plaatsvinden. Wij stellen tevreden vast dat de ontwikkellocatie Bleizo-West is opgenomen in de lijst met relevante ontwikkelingen. In de NRD zijn echter geen criteria genoemd aan de hand waarvan bepaald wordt welke ruimtelijke ontwikkelingen relevant zijn om mee te nemen in het MER. Wij vinden dat de NRD hierop een aanvulling verdient. In ieder geval willen wij dat rekening wordt gehouden met de woningbouwprojecten in Zoetermeer, waaronder de locatie Entree.’ Antwoord Het in de NRD opgenomen overzicht met ruimtelijke ontwikkelingen (tabel 3 op p. 20) betreft een eerste inventarisatie gebaseerd op een opgave van de provincie Zuid-Holland, welke in het kader van het MER nader zal worden uitgewerkt. In het MER wordt de milieubelasting ten opzichte van bestaande woonkernen en eventuele nieuwbouw in beeld gebracht voor zover hierover al besluitvorming is geweest (planstatus: hard) of op basis van openbare informatie kenbaar is dat hierover besluitvorming in voorbereiding is (planstatus: zacht). Voor zover de woningbouwprojecten in Zoetermeer aan deze criteria voldoen (waaronder de locatie Entree), zullen deze onderdeel zijn van de onderzoeken die voor het MER worden uitgevoerd.
Zienswijze: 93731028
Kern zienswijze Indiener wil graag dat de ontwikkelingen in Capelle aan den IJssel worden meegenomen
68
‘In het kader van de MER zullen relevante ruimtelijke ontwikkelingen in kaart gebracht worden. Enkel ontwikkelingen waar besluitvorming over heeft plaatsgevonden zijn expliciet benoemd. In de gemeente Capelle aan den IJssel zal op korte termijn een herontwikkeling van het Rivium van start gaan. Over het Rivium is nog geen formeel planologisch besluit genomen. Wel zijn er al meerdere besluiten genomen over het voornemen van de ontwikkeling en het project is reeds aangewezen als Chw-plan. Vanuit de Rijksoverheid zijn reeds subsidies verleend voor dit project. Wij vragen u dan ook om expliciet rekening te houden met de ontwikkeling van het Rivium.’ Antwoord Het in de NRD opgenomen overzicht met ruimtelijke ontwikkelingen (tabel 3 op p. 20) betreft een eerste inventarisatie gebaseerd op een opgave van de provincie Zuid-Holland, welke in het kader van het MER nader zal worden uitgewerkt. In het MER wordt de milieubelasting ten opzichte van bestaande woonkernen en eventuele nieuwbouw in beeld gebracht voor zover hierover al besluitvorming is geweest (planstatus: hard) of op basis van openbare informatie kenbaar is dat hierover besluitvorming in voorbereiding is (planstatus: zacht). Voor zover de woningbouwprojecten in Capelle aan den IJssel aan deze criteria voldoen (waaronder het Rivium), zullen deze onderdeel zijn van de onderzoeken die voor het MER worden uitgevoerd.
Zienswijze: 93721817
Kern zienswijze Indiener ziet graag de capaciteitsuitbreiding van Metrolijn E meegenomen. ‘In het overzicht opgenomen in tabel 3 is de voorgenomen ontwikkeling van Metrolijn E Randstadrail waar het vooral gaat om capaciteitsuitbreiding, dus meer metrostellen per uur, niet meegenomen. Voor omwonenden is het belangrijk deze wel mee te nemen.’ Antwoord Het MER wordt opgesteld voor de besluitvorming over de luchthaven. De uitbreiding van de capaciteit van de metrolijn valt buiten het mandaat van de luchthaven. De gemeente en/of provincie kunnen hierover besluiten. In het MER worden wel de verkeerseffecten van de verschillende alternatieven onderzocht waaronder de toename van bezoekers en hoe de reizigers verdeeld zijn tussen auto, openbaar vervoer en andere modaliteiten. Hierdoor zal een eventuele toename van metroreizigers in beeld gebracht worden.
69
Advies NRD door de Commissie m.e.r Relatie met andere gebiedsopgaven In de regio bestaan meerdere woningbouwplannen en regiodeals zoals Triangel in Waddinxveen, het Vijfde Dorp in Zuidplaspolder en Wilderszijde in Lansingerland. Geef aan wat de relatie is met deze en andere gebiedsopgaven zoals vastgelegd in nationale, provinciale en gemeentelijke omgevingsvisies en sectorale plannen. Geef aan in hoeverre het voornemen een bijdrage kan leveren aan deze opgaven (bijvoorbeeld door vermindering van de geluidsbelasting), dan wel belemmerend is voor deze opgaven. Welke keuzes zijn mogelijk en nodig? Alternatieven gebiedsopgaven De luchthaven beïnvloedt de veiligheid en leefomgeving in de regio. Daarom moet goed in beeld zijn wat er in de omgeving gebeurt. Breng daarvoor op hoofdlijnen de ontwikkelingen in de omgeving van de luchthaven in kaart voor zowel woningbouw, mobiliteit, natuur als andere geluidsgevoelige bestemmingen. Doe dit voor de ‘harde’ plancapaciteit en geef daarnaast een doorkijk naar de overige (woningbouw)plannen (zachte plancapaciteit).
Op die manier kan onderzocht worden of en in hoeverre het Luchthavenbesluit ook duurzaam en robuust is in het licht van ontwikkelingen in de regio Antwoord In het MER wordt de milieubelasting ten opzichte van bestaande woonkernen en eventuele nieuwbouw in beeld gebracht voor zover hierover al besluitvorming is geweest (planstatus: hard) of op basis van openbare informatie kenbaar is dat hierover besluitvorming in voorbereiding is (planstatus: zacht). De ruimtelijke beperkingen die door andere gebiedsopgaven in de omgeving van de luchthaven spelen zijn onderdeel van de MER-onderzoeken en daarmee ook onderdeel van de afweging van alternatieven.
70
4
Milieueffecten
Samenvatting NRD In het MER worden voor alle alternatieven de milieuaspecten onderzocht: geluidbelasting, externe veiligheid, emissies en luchtkwaliteit, gezondheid, ruimtelijke ordening, natuurbehoud en biodiversiteit, bereikbaarheid en verkeer, cultuurhistorie. Per milieuaspect zijn indicatoren geformuleerd. 4.1
Milieueffecten
Brandstof
Zienswijze: 93053906
Kern zienswijze Indiener vindt dat brandstofkwaliteit benoemd en geanalyseerd moet worden. ‘Aspecten over brandstofkwaliteit moeten nadrukkelijk benoemd en geanalyseerd worden. Hierbij moet niet alleen naar synthetische of biobrandstoffen mengsels gekeken worden die een lagere CO2-uitstoot tot gevolg hebben (en daarmee in lekenperspectief `schoner lijken) maar ook naar loodvrije en zwavelarme brandstoffen die minder luchtvervuiling veroorzaken en daarmee daadwerkelijk schoner zijn.’ Antwoord Zwavelvrije kerosine zal de uitstoot van ultrafijn stof verminderen, maar er zijn nog onvoldoende gegevens over de mate van vermindering en geen rekenmodellen die de vermindering in kaart kunnen brengen17.
Zienswijze: 93670035
Kern zienswijze Indiener wil dat percentages SAF (bij te mengen brandstof) niet wordt meegenomen in de berekeningen. ‘De percentages SAF zijn gebaseerd op de onjuiste aanname dat er voldoende SAF kan worden geproduceerd om de vliegtuigindustrie hiervan op grote schaal te voorzien Waarom deze aanname onjuist is, hebben wij uitgebreid toegelicht in onze Reflectie op het EPP (bijlage 3): zie p. 10 onder Innovaties Omdat onvoldoende concreet is hoeveel SAF in de komende jaren tot 2035 beschikbaar is voor het bijmengen, moet dit effect bij de berekeningen buiten beschouwing worden gelaten. Alle aannames en berekeningen moeten expliciet zijn, zodat wij deze op juistheid kunnen controleren.’ Antwoord In het MER zullen de gehanteerde aannames worden onderbouwd. Naarmate deze aannames onzeker zijn en effect hebben op het resultaat van de berekeningen zal de gevoeligheid daarvan in het MER inzichtelijk gemaakt worden.
Zienswijze: 93692228
Kern zienswijze Indiener verzoekt onderzoek te doen naar de milieu- en gezondheidswinst die behaald kan worden met het verplicht stellen van het gebruik van zwavelvrije kerosine. ‘Dit alles leidt mij tot het volgende:
17
https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2022D56418&did=2022D56418 71
- onderzoek de milieu- en gezondheidswinst die behaald kan worden met het verplicht stellen van het gebruik van zwavelvrije kerosine (is gewoon beschikbaar, maar duurder en dus niet gebruikt!);’ Antwoord Zwavelvrije kerosine zal de uitstoot van ultrafijn stof verminderen, maar er zijn nog onvoldoende gegevens over de mate van vermindering en geen rekenmodellen die de vermindering in kaart kunnen brengen. Tegelijkertijd heeft het ministerie van IenW de Tweede Kamer in december 2022 geïnformeerd over de stappen die het zet om kerosine wereldwijd te ontzwavelen18.
Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS)
Zienswijze: 93595527
Kern zienswijze Indiener wil ZZS opnemen in onderzoek. ‘Wij verzoeken in het onderzoek mee te nemen de Zeer Zorgwekkende Stoffen en onderschrijven de noodzaak van het meenemen van ultrafijnstof in de berekeningen van de milieueffecten.’ Antwoord In het MER worden ook de emissies ZZS onderzocht in het MER.
Zienswijze: 93488733
Kern zienswijze Indiener wil inzicht in gezondheidsrisico’s voor de omgeving. ‘In de Wet Luchtvaart zijn voor de ZeerZorgwekkende Stoffen (ZZS) geen beperkingen opgenomen. Dat betekent niet dat daaraan in de MER geen aandacht aan moet worden besteed. In de MER moet nadrukkelijk tot uitdrukking komen wat de gezondheidsrisico’s van de operatie op RTHA voor de omgeving zijn.’ Antwoord Het ministerie van IenW laat voor onder andere de luchthaven RTHA berekenen welke concentraties in de omgeving van de luchthaven kunnen optreden als gevolg van het vliegverkeer van en naar de luchthaven en welke risico’s daarmee samenhangen. Deze informatie wordt meegenomen in het MER. Het gaat hierbij om concentraties van de stoffen PM10, PM2,5, NO2, CO, C6H6 en SO2. Voor NOx, SOx, CO2, VOS en zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) worden emissies beschreven (zie ook de paragraaf over gezondheid WHO). De cumulatieve gezondheidsrisico’s worden met behulp van de Milieu Gezondheids Risico (MGR) indicator in beeld gebracht.
Zienswijze: 93651395
Kern zienswijze Indiener vindt dat het MER nadrukkelijker aandacht moet besteden aan de effecten op luchtkwaliteit en gezondheid vanwege uitstoot van vervuilende en kankerverwekkende stoffen door de luchtvaart. ‘Rotterdam heeft binnen Nederland te maken met een zeer slechte luchtkwaliteit. Dit heeft gevolgen voor de longfunctie van steeds meer omwonenden. Recente wetenschappelijke onderzoeken en inzichten van longspecialisten tonen aan dat dit zeer zorgwekkende lange termijn consequenties heeft op gezondheid, zonder uitzicht op herstel. Recente inzichten over de invloeden van ultrafijnstof en de constatering dat luchtvaart in grote mate bijdraagt aan uitstoot van de Zeer Zorgwekkende Stoffen
18
https://open.overheid.nl/documenten/ronl-5bdbbdfa3f0fa0f8714bc4dd52fbac60a6793aa7/pdf 72
(waaronder kankerverwekkende stoffen) maken duidelijk dat een groeiscenario van RTHA zo dicht bij de bebouwde omgeving onevenredig veel schade toebrengt aan de gezondheid van omwonenden.’ Antwoord Het ministerie van IenW laat voor onder andere de luchthaven RTHA berekenen welke concentraties in de omgeving van de luchthaven kunnen optreden als gevolg van het vliegverkeer van en naar de luchthaven en welke risico’s daarmee samenhangen. Deze informatie wordt meegenomen in het MER. Het gaat hierbij om concentraties van de stoffen PM10, PM2,5, NO2, CO, C6H6 en SO2. Voor NOx, SOx, CO2, VOS en zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) worden emissies beschreven (zie ook paragraaf over de gezondheid WHO). De cumulatieve gezondheidsrisico’s worden met behulp van de Milieu Gezondheids Risico (MGR) indicator in beeld gebracht.
Zienswijze: 93670035
Kern zienswijze Indiener wil dat schadelijke stoffen in het onderzoek worden betrokken. ‘De volgende schadelijke stoffen moeten ook in het onderzoek worden betrokken: Zeer Zorgwekkende Stoffen: ondernemingen moeten de uitstoot van deze kankerverwekkende stoffen voorkomen. Als dat niet mogelijk is, dan moet de uitstoot tot een minimum worden beperkt. Roet: de meest ongezonde vorm van fijn stof en een belangrijke en een belangrijke aanvullende indicator van de lokale luchtkwaliteit. CO, NOx en SO2: in het luchtvaartbesluit moeten ook absolute grenswaarden voor deze stoffen worden opgenomen. Effecten van verbrand rubber en kerosinedampen: zie Nota van Antwoord Luchtvaartnota, p. 173. Alle emissies moeten worden meegenomen, ook de emissies tijdens het warmdraaien en taxiën en de emissies boven 3.000 voet.’ Antwoord Al deze emissies en (potentieel) schadelijke stoffen zullen in het MER onderzocht worden.
Zienswijze: 93698231
Kern zienswijze Indiener vindt dat er onderzoek gedaan moet worden naar de concentraties van schadelijke stoffen (CO2, PM10, PM2,5, PM0,5, en NOx) bij woningen en dat deze sterk gereduceerd moeten worden tot minstens de Europese richtlijnen. ‘De luchthaven heeft nog nooit gehoord dat CO2, NOx, fijnstof en ultrafijnstof genoemd in akkoorden en verdragen sterk gereduceerd zullen moeten worden. En dus leg je de verantwoordelijkheid voor de uitstoot van zeer schadelijke stoffen naast je neer en geef je aan dat alles mag. En denkt de RTHA dat de richtlijn die de Europese Unie voor fijnstof (PM10) in 1999 invoerde niet voor de luchthaven met zijn enorme piekbelasting van fijnstof een ultrafijnstof geldt. Volgens de Europese Richtlijn 1999/30/EG mogen vanaf 2005, de jaargemiddelde PM10 concentraties niet hoger zijn dan 40 µg/m³ en mag de daggemiddelde PM10-concentratie nog op hoogstens 35 dagen per jaar hoger zijn dan 50 µg/m³. In 2021 verlaagde de WHO-advieswaarden voor de uitstoot van PM2,5: 5 μg/m³ en PM10: 15 μg/m³. Omdat uit onderzoek is gebleken dat ook weinig fijnstof in de lucht al ongezond is. Het is nog steeds niet tot dit bedrijf doorgedrongen dat er woningen staan op nog geen 500 meter afstand van de startbaan. Het wordt hoog tijd dat gezien de zeer korte afstand tot de startbaan ter plekke onderzoek wordt gedaan.’
73
Antwoord Het ministerie van IenW laat voor onder andere de luchthaven RTHA berekenen welke concentraties in de omgeving van de luchthaven kunnen optreden als gevolg van het vliegverkeer van en naar de luchthaven en welke risico’s daarmee samenhangen. Deze informatie wordt meegenomen in het MER Het gaat hierbij om concentraties van de stoffen PM10, PM2,5, NO2, CO, C6H6 en SO2. Voor NOx, SOx, CO2, VOS en zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) worden emissies beschreven (zie ook paragraaf over de gezondheid WHO). Al deze resultaten worden in het MER gepresenteerd.
Zienswijzen: 93689386, 93689312, 93726709
Kern zienswijzen Indiener verzoekt om meer aandacht te besteden aan de uitstoot van schadelijke stoffen. ‘Reductie van hinder en vermindering van de uitstoot van schadelijke stoffen zouden voorop moeten staan.’ Antwoord In het MER worden alternatieven onderzocht waarin de verbetering van de leefomgeving centraal staat (zie paragraaf 3.4). Daarbij gaat het om reductie van hinder en vermindering van de uitstoot van schadelijke stoffen.
Zienswijze: 93733447
Kern zienswijze Indiener vindt dat er meer aandacht moet zijn voor schadelijke stoffen en de wetgeving hiervoor in het MER. ‘RTHA neemt niets uit het Schone Lucht Akkoord mee in het NRD en gaat uit van de nota zoals deze nu is in de opdracht tot MER. Ultrafijnstof en andere bewezen schadelijke stoffen moeten onderzocht worden in het MER. In het MER moet rekening gehouden worden met gevolgen van uitstoot op de lange termijn en wet- en regelgeving waar momenteel aan wordt gewerkt. Het luchtvaartbesluit zal voor vele jaren van kracht blijven. Daar wordt nu geen rekening mee gehouden.’ Antwoord De effecten op de luchtkwaliteit worden in het MER onderzocht. Het gaat hierbij om concentraties van de stoffen PM10, PM2,5, NO2, CO, C6H6 en SO2. Voor NOx, SOx, CO2, VOS en zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) worden emissies beschreven (zie ook paragraaf over de gezondheid WHO). Al deze resultaten worden in het MER gepresenteerd.
Zienswijze: 93730317
Kern zienswijze Indiener wil inzicht in emissieberekening en stelt dat deze niet mogen toenemen en omlaag moeten. ‘Ultrafijnstof heeft op dit moment geen norm maar nu al is duidelijk dat het een negatieve impact heeft op de gezondheid van de mens. De wetenschappelijke ontwikkelingen gaan hard en daarvoor geldt het voorzorgsbeginsel. In de Luchtvaartwet is er voor de uitstoot van de ruim tweehonderd ‘zeer zorgwekkende stoffen (ZZS)’ nog niets geregeld met uitzondering van koolmonoxide. De Luchtvaartwet moet daar nog op worden aangepast. Het is van groot belang dat beiden in de MER worden meegenomen. Dat geldt ook de uitstoot van CO2 en de stikstofdioxiden. En hoe worden emissies uitgedrukt? Per vliegtuig of per passengier? Over de gehele vlucht of alleen tot 900 meter hoogte gemeten? De totale emissies mogen niet toenemen en moeten voor de bewoners omlaag.’
74
Antwoord De Rijksoverheid stuurt op afname van de negatieve gezondheidseffecten door luchtvaart als voorwaarde voor de toekomstige groei van de burgerluchtvaart. Hierbij gaat het om geluidshinder en de gezondheidseffecten door de uitstoot van schadelijke stoffen. De luchtkwaliteit in de omgeving van de luchthaven wordt in het MER onderzocht. Middels modelberekeningen wordt inzichtelijk gemaakt welke invloed de verschillende alternatieven hebben op de luchtkwaliteit. De berekende concentraties worden, waar mogelijk, vergeleken met luchtkwaliteitsnormen en/of de WHO-advieswaarden. De groep zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) is zeer groot. Onderzoek naar de bijdrage van de luchtvaart aan de uitstoot van ZZS is nog gaande. De belangrijkste ZZS in relatie tot luchtvaart zijn vluchtige organische koolwaterstoffen (VOS). Kerosine is een belangrijke bron van VOS emissie. In het luchtkwaliteit onderzoek wordt de VOS-uitstoot berekend en in beeld gebracht. Dit geeft een goede inschatting van de uitstoot van ZZS door de luchtvaart in de verschillende alternatieven. In het MER wordt de uitstoot en concentratie van ultra fijnstof berekend. Ultra fijnstof is meer dan roet gerelateerd aan luchtvaart. De slijtage van vliegtuigbanen bij taxiën, opstijgen en landen wordt in de berekeningen meegenomen in de fijnstof emissie- en concentratieberekeningen.
De beoordeling van de invloed van de luchthaven op de luchtkwaliteit vindt plaats op basis van zowel de bijdrage van de luchtvaart als de grondgebonden activiteiten. Voor de verschillende stoffen wordt in kaart gebracht welke veranderingen in emissies, concentraties (en voor natuur deposities) plaats zullen vinden bij de verwachte verandering in vlootsamenstelling. In het MER wordt op hoofdlijnen aangegeven wat de bijdrage is van RTHA aan de stikstofemissie boven de 3.000 voet-grens. Daarbij zal ook ingegaan worden op de status van de onderzoeken en/of rekenmethoden om stikstofemissies boven de 3.000 voet-grens te bepalen.
Zienswijze: 93721817
Kern zienswijze Indiener wil meer informatie over hoe stikstof en andere schadelijke stoffen worden meegenomen in het onderzoek. ‘Minder emissies: is dit per passagier of per vliegbeweging? En is dit alleen tot 900 meter hoogte (de eerste paar minuten van de vlucht) of over de hele vlucht gemeten? Hier dient ook toegevoegd te worden dat onder de Luchtvaartwet de Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) helaas nu nog geen beperkingen hebben (indicatoren ontbreken nog). De Luchtvaartwet moet daar nog op aangepast worden, maar wat ons betreft is het van groot belang dat de bestaande kennis en relevante indicatoren daarover bij deskundigen wel in een MER worden meegenomen. Een aanwijzing daartoe is relevant en op zijn plaats.’ Antwoord In het MER wordt op hoofdlijnen aangegeven wat de bijdrage is van RTHA aan de stikstofemissie boven de 3.000 voet-grens. Daarbij zal ook ingegaan worden op de status van de onderzoeken en/of rekenmethoden om stikstofemissies boven de 3.000 voet-grens te bepalen. Het kabinet heeft in reactie op het deeladvies Luchtvaart van de Commissie Remkes aangegeven om de uitstoot van NOx boven de 3.000 voet mee te nemen in de jaarlijkse emissieregistratie aan de Europese Commissie. Het RIVM is gevraagd om hiervoor de mogelijkheden te inventariseren.
Vooralsnog blijven emissies boven de 3.000 voet en de betekenis daarvan voor stikstofdeposities in specifieke door stikstofdepositie overbelaste Natura 2000-gebieden, een leemte in kennis in de milieueffectrapportages.
75
In de rapportage wordt daarnaast beschreven welke uitgangspunten voor de stikstofdepositieberekeningen zijn gehanteerd zodat de berekeningen herleidbaar zijn. De groep zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) is zeer groot. Onderzoek naar de bijdrage van de luchtvaart aan de uitstoot van ZZS is nog gaande. De belangrijkste ZZS in relatie tot luchtvaart zijn vluchtige organische koolwaterstoffen (VOS). In het luchtkwaliteit onderzoek wordt de VOS-uitstoot berekend en in beeld gebracht. Dit geeft een goede inschatting van de uitstoot van ZZS door de luchtvaart in de verschillende alternatieven.
Geur
Zienswijze: 93619675
Kern zienswijze Indiener zou graag onderzocht of duidelijk willen hebben welke stoffen stank kunnen veroorzaken, en dat hier ook regels in het Luchthavenbesluit worden opgenomen over de verspreiding van deze geurdeeltjes. ‘Dit is iets wat samenhangt met de luchtkwaliteit, maar zoals ik het zie zijn de gevolgen van een slechte luchtkwaliteit niet altijd merkbaar op de korte termijn. Wat ik als omwonende van het vliegveld wel direct merk is dat er, bij een bepaalde windrichting, een onaangename lucht van het vliegveld komt. Dit is het beste te vergelijken met de lucht van brandende witte aanmaakblokjes van de barbecue maar dan vele malen geconcentreerder. Ik zou graag onderzocht of duidelijk willen hebben welke stoffen stank kunnen veroorzaken, en dat hier ook regels in het Luchthavenbesluit worden opgenomen over de verspreiding van deze geurdeeltjes.’ Antwoord In het MER wordt aan de hand van de ligging van de 98-percentiel en 99,99-percentiel geurcontouren rondom de luchthaven onderbouwd of er sprake is van geurhinder. Eventuele maatregelen om geurhinder te bepreken, worden in het MER onderzocht.
Zienswijze: 93715678
Kern zienswijze Indiener geeft aan stankoverlast te ervaren als gevolg van boomkap, en geeft aan dat hier goed over nagedacht te worden in de ruimtelijke ontwikkeling van de omgeving. ‘De afgelopen jaren zijn er rondom de luchthaven, vanwege nieuwbouw, diverse bomen gekapt. Dat heeft in bepaalde gebieden geleid tot meer geluidshinder maar ook tot meer stankoverlast (Kerosine geur). Wij raden u aan om te onderzoeken in hoeverre het verder vergroenen van de omgeving rondom de luchthaven kan leiden tot minder overlast, maar vooral ook tot een gezondere leefsituatie voor bewoners.’ Antwoord In het MER wordt aan de hand van de ligging van de 98-percentiel en 99,99-percentiel geurcontouren rondom de luchthaven onderbouwd of er sprake is van geurhinder. Het MER onderzoekt de mogelijkheden om de overlast van de luchthaven te verminderen, voor zover deze maatregelen binnen het vermogen van de luchthaven liggen.
76
Advies NRD door de Commissie m.e.r Geurhinder Geef een overzicht van de belangrijkste geurbronnen op de luchthaven. Denk daarbij in ieder geval aan het starten en proefdraaien van straalmotoren, het gebruik van hulpmotoren en tanken. Presenteer de ligging van de 98-percentiel en 99,99-percentiel geurcontouren rondom de luchthaven en leg een koppeling met de geurbelasting door andere bronnen zoals de petrochemische industrie en de aanwezige woningen en aantallen blootgestelden. Geef aan of er sprake is van geurhinder. Werk in dat geval mitigerende maatregelen uit waarmee de geurhinder gereduceerd kan worden. Antwoord In het MER wordt aan de hand van de ligging van de 98-percentiel en 99,99-percentiel geurcontouren rondom de luchthaven onderbouwd of er sprake is van geurhinder. Eventuele maatregelen om geurhinder te bepreken, worden in het MER onderzocht. Bodem en grondwater
Zienswijze: 93670035
Kern zienswijze Indiener wil dat de bodem en (grond)waterkwaliteit op en in de nabije omgeving van de luchthaven wordt onderzocht op de concentraties PFAS en andere schadelijke stoffen. Indiener wil daarnaast dat de gezondheidseffecten op basis van bodem en (grond)waterkwaliteit worden onderzocht. Antwoord Het doel van het MER is om de milieugevolgen van de te onderzoeken alternatieven in beeld te brengen zodat deze een volwaardige rol kunnen spelen in de besluitvorming. De concentraties PFAS die in de omgeving wordt gemeten wordt niet veroorzaakt door de ontwikkeling van de luchthaven naar aanleiding van het nieuwe Luchthavenbesluit. In het MER worden de effecten op de bodem en het oppervlaktewater onderzocht zodat ze integraal afgewogen kunnen worden met andere milieugevolgen.
77
Advies NRD door de Commissie m.e.r Keuze rekenmodellen en inputgegevens Onderbouw de keuze van de rekenmodellen en van de inputgegevens waarmee de milieugevolgen worden bepaald. Speciale aandacht is nodig voor de onderbouwing van de toegepaste rekenmodellen als geen standaard rekenmethode is voorgeschreven. Zo is er geen voorgeschreven model voor het berekenen van veiligheidsrisico’s. Geef een navolgbaar overzicht van de inputgegevens van de vliegtuigbewegingen, zoals vliegtuigtypen, vliegroutes, verticale profielen voor snelheid, stuwkracht en flap/slat settings en -procedures. Antwoord Dit advies van de Commissie m.e.r wordt overgenomen in de keuze voor rekenmodellen en inputgegevens. Onzekerheden in milieugevolgen Ga - waar relevant - in op de onzekerheden in de rekenmodellen en de inputgegevens. Geef aan hoe deze doorwerken in bijvoorbeeld de geluid- en stikstofdepositieberekeningen en toon de marges door eventuele onzekerheden. Geef aan wat deze onzekerheden betekenen voor de significantie van verschillen tussen alternatieven, de toetsing aan grens- en advieswaarden, en voor het op te stellen monitorings- en evaluatieprogramma. Breng het effect in kaart van vervanging van de huidige vloot door nieuwere (maar vaak zwaardere) typen en betrek dit in de onzekerheidsmarge bij de bepaling van de effecten van de verschillende alternatieven.
Antwoord Dit advies van de Commissie m.e.r wordt overgenomen. In de berekeningen wordt ingegaan op onzekerheden in de modellen en wat deze betekenen voor de significantie van verschillen tussen de alternatieven. Cumulatie van milieugevolgen Houd bij de bepaling van de milieugevolgen rekening met cumulatie door gevolgen van andere plannen en projecten. Dit is niet alleen relevant voor milieuaspecten waarvoor cumulatieve grensen advieswaarden zijn gedefinieerd, zoals bij de concentratie van schadelijke stoffen in de lucht, maar ook voor andere milieuaspecten waarbij sprake is van cumulatie, zoals bij de geluidbelasting of natuurschade. In het MER wordt voor de verschillende alternatieven ook de cumulatie van het vlieggeluid met grondgebonden activiteiten en andere geluidbronnen in beeld gebracht. De cumulatieve gezondheidsrisico’s worden met behulp van de Milieu Gezondheids Risico (MGR) indicator in beeld gebracht.
78
Advies NRD door de Commissie m.e.r Geografische presentatie van milieugevolgen Breng de vliegroutes, -hoogtes en -frequenties apart in beeld voor het luchtverkeer. Geef via een geografische presentatie inzicht in de regionale verdeling van de bijbehorende milieubelasting. Geef aan wat deze belasting betekent voor woonkernen (geluid, externe veiligheid, luchtkwaliteit), stiltegebieden (geluid), natuurgebieden (geluid en stikstofdepositie) en industriële gebieden waar gevaarlijke stoffen worden opgeslagen (externe veiligheid). Antwoord Aan de luchthaven wordt gevraagd om de vliegroutes, -hoogtes en frequenties in beeld te brengen en deze in een geografische presentatie van de milieubelasting bij woonkernen (geluid, externe veiligheid, luchtkwaliteit), stiltegebieden (geluid), natuurgebieden (geluid en stikstofdepositie) en industriële gebieden waar gevaarlijke stoffen worden opgeslagen (externe veiligheid). Zichtjaren In de NRD wordt als zichtjaar 2035 gehanteerd. De Commissie adviseert om hier een zichtjaar verder in de toekomst aan toe te voegen zodat ook langeretermijneffecten zoals klimaat in beeld gebracht kunnen worden. Antwoord Voor het MER wordt 2035 gekozen als zichtjaar om de toekomstige ontwikkelingen te schouwen. Dit is gekozen omdat dit ruim 10 jaar is na de verwachte inwerkingtreding van een nieuw Luchthavenbesluit.
Voor lange termijneffecten zoals klimaat zal een doorkijk gemaakt worden naar 2040-2050 op basis van de huidige inzichten en aannames die daarbij gemaakt worden.
79
4.2
Geluidbelasting vliegverkeer
Samenvatting NRD De geluidbelasting door vliegverkeer wordt uitgedrukt in Lden. Geluidcontouren worden gepresenteerd voor de waarden 40, 45, 48, 56 en 70 dB. De geluidbelasting van het vliegverkeer dat plaatsvindt tussen 23.00 en 07.00 uur wordt gepresenteerd in Lnight. Bij de geluidsberekeningen voor de grote luchtvaart zal gebruik maken van het Europese rekenmodel ECAC DOC29. Het Europese rekenmodel zal gebruikt worden voor helikopters NORAH. Voor de kleine luchtvaart wordt als mogelijk gebruik gemaakt van ECAC DOC29. Bestaande geluidshinder
Zienswijze: 93250147, 93726839
Kern zienswijze Indiener vraagt aandacht voor de geluidshinder die het vliegveld in de huidige situatie veroorzaakt. Antwoord In de Luchtvaartnota heeft het kabinet aangegeven dat hinderbeperking een belangrijk uitgangspunt is in het beleid en daarmee voor de toekomstige ontwikkeling van Schiphol en de overige regionale burgerluchthavens van nationale betekenis, zoals RTHA. De meldingenrapportages van DCMR geven inzicht in de ervaren hinder, mogelijke oorzaken, en mede op basis hiervan kunnen hinderbeperkende maatregelen worden bezien. Meldingen hebben een signalerende functie. Dit in aanvulling c.q. naast de inzichten over hinderbeleving die volgen uit bijvoorbeeld de vierjaarlijkse GGD Gezondheidsmonitor waarbij de geluidhinder op gemeente-, wijk- en buurtniveau in de wijde omgeving rond een luchthaven in beeld wordt gebracht. In het MER worden verschillende hinderbeperkende maatregelen onderzocht, bijvoorbeeld ten aanzien van de reductie van nachtverkeer of het verstillen van de vloot in de randen van de dag. Deze maatregelen zijn mede het gevolg van signalen uit de meldingenrapportages van DCMR.
Zienswijze: 93663066
Kern zienswijze Indiener wil dat milieu en omgevingseffecten in het belang van omwonenden wordt uitgewerkt, voelt zich niet gehoord en merkt toename van overlast van het vliegveld. ‘Ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat het in de aanvraag voor een nieuw Luchthavenbesluit ontbreekt aan een transparante publieke afweging tussen al de verschillende belangen. Het meewegen van de belangen van de omwonenden RTHA lijkt onvoldoende te zijn gehoord, dan wel te zijn meegenomen. De focus lijkt primair te liggen op groei terwijl zeer indringend en herhaaldelijk wordt gevraagd om ook krimp scenario’s te onderzoeken. Krimp is kennelijk geen serieuze optie voor bestuurders. Krimp biedt echter andere en nieuwe kansen voor Rotterdam. Hier kan en moet meer oog voor komen. Het biedt immers ruimte voor nieuwe en andere ontwikkelingen (innovatie, circulair) Ook alternatieve vormen van economische stimulatie dragen bij aan de verdere ontwikkeling van Rotterdam, anders dan uitsluitend RTHA laten groeien in het aantal vliegtuigbewegingen. Het transformeren van de huidige vorm van economische bedrijvigheid naar een duurzame, schone en milieuvriendelijke bedrijvigheid kost tijd en vraagt van burgers, bedrijven en bestuurders om naar elkaar te luisteren en begrip te hebben voor elkaars belangen om zo tot gedragen scenario’s en besluiten te komen.
Dit betekent dat het gesprek ook over de krimp van de RTHA moet kunnen gaan. Gebaseerd op feiten en recente wetenschappelijke inzichten en onderzoeken. Schone en stille vliegtuigen bestaan simpelweg nog niet en het is de vraag wanneer deze toestellen zijn uitontwikkeld en door de luchtvaartmaatschappijen besteld kunnen worden.’
80
Antwoord In het MER wordt in navolging van het advies van de Commissie voor de m.e.r. wordt een breder scala aan alternatieven onderzocht. Het gaat dan om een alternatief met een vermindering van het aantal vliegtuigbewegingen van indicatief 25% en een variant van het EPP zonder ontwikkelruimte waarbij de totale passagierscapaciteit en het aantal vliegtuigbewegingen niet toe zal nemen (zie paragraaf 3.4). Hiermee worden de ‘hoeken van het speelveld’ in termen van milieuwinst en groei in beeld gebracht en daarmee betrokken in de besluitvorming voor het Luchthavenbesluit.
Zienswijze: 93711654
Kern zienswijze Indiener ervaart geluidoverlast, met name in de avonden. ‘Wij hebben momenteel vooral last van het lawaai van de landende vliegtuigen: ook al is het niet elke dag, de toestellen komen met veel lawaai over de wijk gevlogen tot ’s avonds laat en vaak ook nog na elven. Dit is niet goed voor ons woongenot en onze gezondheid. En zelfs al wonen wij verder weg dan onze Schiedamse buren: ook wij moeten in de zomer helaas regelmatig gesprekken in de tuin onderbreken als er weer een vliegtuig over komt. Wij willen graag dat er onderzocht wordt of de late aankomsttijd niet wat vroeger kan, waardoor er meer rustige avonden zijn en wij niet gestoord worden rond middernacht.’ Antwoord In het MER wordt in gebieden binnen een aantal representatieve stedelijke en landelijke locaties de representatieve piekbelasting op basis van de berekende number above 60 en 70 dB(A) in beeld gebracht. Daarbij is er onderscheid gemaakt in dag, avond en nacht. Verschuivingen van de intensiteit van vliegtuigbewegingen gedurende de dag zijn onderdeel van het MER. Het gaat dan om de effecten wanneer een verschuiving van vliegtuigbewegingen van de (vroege) ochtend naar een later tijdstip van de dagperiode plaatsvindt, of een verschuiving van vliegtuigbewegingen naar de vroege avondperiode.
Zienswijze: 93711648
Kern zienswijze Indiener stelt dat geluidsoverlast de rust verstoort, vooral in de zomer. ‘We hebben zodoende redelijk wat overlast van overvliegende vliegtuigen, helemaal in de randen van de nacht (22.00-23.00 en 7.00-8.00 uur). Doordat vertraagde vluchten mogelijk zijn tot 01.00 uur is het, zeker ’s zomers wanneer veel meer gevlogen wordt dan ’s winters, erg hinderlijk dat zo laat nog vliegtuigen overkomen. Dit wordt nog eens versterkt doordat het weekend de drukste periode is in aantal vliegtuigbewegingen en ’s zomers meestal ramen open staan of doordat we nog tot laat in de tuin zitten. Bij overvliegen van een airliner is elkaar buiten verstaan voor 20 seconden gewoonweg niet mogelijk.’ Antwoord In de Luchtvaartnota heeft het kabinet aangegeven dat hinderbeperking een belangrijk uitgangspunt is in het beleid en daarmee voor de toekomstige ontwikkeling van Schiphol en de overige regionale burgerluchthavens van nationale betekenis, zoals RTHA. De luchthaven stelt een MER op, waarin verschillende hinderbeperkende maatregelen worden onderzocht, bijvoorbeeld ten aanzien van de reductie van nachtverkeer of het verstillen van de vloot in de randen van de dag.
81
Zienswijze: 93694637
Kern zienswijze Indiener vindt dat overlast van de luchthaven is toegenomen ‘De overlast beperkt zich niet alleen tot het geluid, maar ook: zware stank van kerosine. In vergelijking: Voor minder stank wordt in pernis of botlek al een onderzoek ingesteld. overmatige parkeerdruk door in de wijk parkerende reizigers; In vergelijking: Een ander bedrijf moet in zo’n situatie al verkeerregelaars in gaan zetten. overmatig transportverkeer, ook door de woonwijk, van/naar RTHA t.b.v. bevoorrading; In vergelijking: Een ander bedrijf moet hier de juiste vergunningen voor hebben en overlast tot een minimum beperken. overmatig toeristisch verkeer, door de woonwijk, van/naar RTHA; De bewoners gaan hier nu de dupe van worden , daar de gemeente al bezig is met betaald parkeren. beperking tot boomaanplant/groen; vanwege ‘MOGELIJK’ gevaar; beperking tot woningbouw. De huidige woningbouw is op basis van oude beoordelingen en mensen aldaar voelen zich bedrogen.’ Antwoord In de Luchtvaartnota heeft het kabinet aangegeven dat hinderbeperking een belangrijk uitgangspunt is in het beleid en daarmee voor de toekomstige ontwikkeling van Schiphol en de overige regionale burgerluchthavens van nationale betekenis, zoals RTHA. De meldingenrapportages van DCMR geven inzicht in de ervaren hinder, mogelijke oorzaken, en mede op basis hiervan kunnen hinderbeperkende maatregelen worden bezien.
Meldingen hebben een signalerende functie. Dit in aanvulling c.q. naast de inzichten over hinderbeleving die volgen uit bijvoorbeeld de vierjaarlijkse GGD Gezondheidsmonitor waarbij de geluidhinder op gemeente-, wijk- en buurtniveau in de wijde omgeving rond een luchthaven in beeld wordt gebracht. In het MER worden verschillende hinderbeperkende maatregelen onderzocht, bijvoorbeeld ten aanzien van de reductie van nachtverkeer of het verstillen van de vloot in de randen van de dag.
zienswijze: 93732465, 93725589, 93692228
Kern zienswijze Indieners ervaren geluidshinder en overlast als gevolg van RTHA. Antwoord Er worden maatregelen genomen om ervoor te zorgen dat de overlast die de luchthaven voor omwonenden veroorzaakt te verminderen. In de alternatieven in het MER worden door de luchthaven verschillende maatregelen onderzocht om de impact van het nachtelijk verkeer te verminderen en de hinder voor de omgeving te beperken. Bijvoorbeeld het halveren van het aantal vertraagde vluchten in 2030 ten opzichte van 2019, het beperken van de vliegtijden voor zakelijk verkeer in de nacht en het bevriezen van het aantal vluchten in de randen van de dag. Daarnaast worden in het MER een extra alternatief onderzocht met minder vliegtuigbewegingen (indicatief 25%) en een variant op het EPP zonder ontwikkelruimte waarbij de totale passagierscapaciteit gelijk blijft (zie paragraaf 3.4).
82
Zienswijze: 93725589
Kern zienswijze Indiener ervaart al last van geluidshinder en vreest voor meer (ook rondom randtijdstippen). ‘Het is niet mee die ene vakantievlucht in de week naar het Zuiden, het zijn inmiddels tientallen (vakantie- en zakelijke) vluchten per dag naar alle windstreken van Europa (en ver daarbuiten). En dat dagelijks tussen 07:00 en 23:00 uur, 7 dagen in de week, 365 dagen per jaar!! En soms ook buiten de reguliere openingstijden van het vliegveld!! Er is duidelijk een verschil te horen in het type vliegtuig en de maatschappij. Sommige vluchten zijn beduidend stiller dan andere. Als men gaat voor stillere vliegtuigen, doet iedereen dan mee? Of geldt dit dan alleen voor de Nederlandse vliegmaatschappijen? En vallen andere maatschappijen hier buiten? Steeds vaker staat een vlucht gepland om 06:55 uur. Deze vliegtuigen wachten keurig tot het moment van 07:00 uur om te vertrekken. Dat betekent dat het toestel een half uur van tevoren staat warm te draaien, is volgestopt met passagiers en naar de vertrekplaats is gereden om rond om 07:00 uur op te stijgen.
Een warm draaiend vliegtuig dat om 06:45 uur naar de startplaats aan het begin van de baan taxiet, produceert al genoeg herrie om wakker van te worden.’ Antwoord In de Luchtvaartnota heeft het kabinet aangegeven dat hinderbeperking een belangrijk uitgangspunt is in het beleid en daarmee voor de toekomstige ontwikkeling van Schiphol en de overige regionale burgerluchthavens van nationale betekenis, zoals RTHA. De meldingenrapportages van DCMR geven inzicht in de ervaren hinder, mogelijke oorzaken, en mede op basis hiervan kunnen hinderbeperkende maatregelen worden bezien. Meldingen hebben een signalerende functie. Dit in aanvulling c.q. naast de inzichten over hinderbeleving die volgen uit bijvoorbeeld de vierjaarlijkse GGD Gezondheidsmonitor waarbij de geluidhinder op gemeente-, wijk- en buurtniveau in de wijde omgeving rond een luchthaven in beeld wordt gebracht. In het MER worden verschillende hinderbeperkende maatregelen onderzocht, bijvoorbeeld ten aanzien van de reductie van nachtverkeer of het verstillen van de vloot in de randen van de dag.
83
Toekomstig geluidshinder Zienswijzen: 93233704, 93382009, 93586379, 93654644, 93654613, 93678999, 93711313, 93732465 93721169, 93715678
Kern zienswijzen Er zijn zienswijzen ingediend die duiden op de zorg over toename van toekomstig geluidshinder als gevolg van uitbreiding van RTHA en de daaraan gerelateerde gezondheidseffecten, woonplezier en nachtrust. De essentie van de zienswijzen is: Indiener wil weten hoe en of geluidoverlast is toegenomen en hoe dat in de toekomst wordt gereguleerd; Indiener maakt zich zorgen over de toename van geluidsoverlast voor omwonenden; Indiener wil dat het geluidsoverlast afneemt omdat dit het woonplezier en de nachtrust verstoort. Antwoord In de Luchtvaartnota 2020-2050 staan vier publieke belangen genoemd en een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving is er daar één van. Dat moet onder meer concreet gemaakt worden door een afname van de negatieve gezondheidseffecten (geluidshinder en de gezondheidseffecten door de uitstoot van schadelijke stoffen). Parallel aan het opstellen van het MER zal de initiatiefnemer deze doelstellingen nader specificeren (kwantificeerbaar en toetsbaar) en daarbij aansluiten bij de regionale behoefte. De doelstellingen kunnen door verschillende maatregelen bereikt worden, zoals de vermindering van (nacht)vluchten, de vernieuwing van de luchtvloot en (geluid)maatregelen in de omgeving.
In de alternatieven in het MER worden door de luchthaven verschillende maatregelen onderzocht om de impact van het nachtelijk verkeer te verminderen en de hinder voor de omgeving te beperken. Bijvoorbeeld het halveren van het aantal vertraagde vluchten in 2030 ten opzichte van 2019, het beperken van de vliegtijden voor zakelijk verkeer in de nacht en het bevriezen van het aantal vluchten in de randen van de dag. Daarnaast worden in het MER een extra alternatief onderzocht met minder vliegtuigbewegingen (indicatief 25%) en een variant op het EPP zonder ontwikkelruimte waarbij de totale passagierscapaciteit gelijk blijft. Het reduceren van het aantal vluchten aan de randen van de dag zijn varianten die in het MER verkend worden. Over de routes kan aangegeven worden dat in het kader van het programma Luchtruimherziening vanwege de geringe afstand tussen Rotterdam en Schiphol het naderingsgebied van Rotterdam opnieuw ingericht wordt. Naast kortere routes en minder uitstoot maakt de voorziene verandering het beter mogelijk om het naderende en vertrekkende vliegverkeer van onder andere Rotterdam zoveel mogelijk continu te laten klimmen en dalen op vaste routes. Dat beperkt afwijken, geluid en emissies.
Met de introductie van vaste naderingsroutes vanaf 6.000 voet en de toename van de hoogte waarop de vertrekroutes moeten worden gevolgd, zal er meer volgens vaste routes gevlogen worden. Omdat het streven is het Luchthavenbesluit RTHA vóór 2025 te nemen en het programma Luchtruimherziening een looptijd tot 2035 heeft, wordt er in het kader van de onderzoeken voor het Luchthavenbesluit (waaronder het MER) uitgegaan van de huidige aankomst- en vertrekroutes. In de Luchtvaartnota 2020-2050 is aangekondigd dat het kabinet gaat bekijken hoe het nauwkeurig gebruik van vliegroutes en het vastleggen van preferente minimale vlieghoogten in juridische besluiten zo goed mogelijk kan worden geborgd en gehandhaafd. Dit gebeurt parallel aan de uitwerking van het routeontwerp in de luchtruimherziening.
Zienswijze: 93698231
Kern zienswijze Indiener verzoekt om in het MER ook onderzoek te doen naar trillingen door opstijgen van vliegtuigen. ‘Alles wat je doet om een vliegtuig stiller te maken heeft ook een keerzijde. De energie die nu eenmaal nodig is om een vliegtuig de lucht in te krijgen gaat niet verloren en moet ergens heen. Het gevolg
84
hiervan zijn de zwaardere trillingen die worden voortgebracht. Door het gebruik van grotere en zwaardere toestellen zal dit alleen maar toenemen. Naar deze vorm van overlast is nog nooit onderzoek gedaan. Het verzoek is dus ook deze vorm van overlast in kaart te brengen.’ Antwoord De mogelijke effecten als gevolg van trillingen en laagfrequent geluid zullen in het MER onderzocht worden.
Advies NRD door de Commissie m.e.r Laagfrequent geluid Ga na of er aanleiding is om laagfrequent geluid afkomstig van de luchthaven te onderzoeken. Dit kan het gevolg zijn van het warm- en proefdraaien van motoren of van andere grondgebonden activiteiten op de luchthaven. Als dat het geval is, geef dan aan of dit laagfrequent geluid eventueel tot hinder in de omgeving kan leiden en welke bron- en overdrachtsgerichte maatregelen gnomen kunnen worden om de hinder te beperken. Antwoord In het MER zal het optreden van laagfrequent geluid en trillingen onderzocht worden.
Geluidsberekeningen methodiek
Zienswijze: 93053906
Kern zienswijze Indiener verzoekt om het aantal (ernstig) gehinderden en slaapverstoorden te bepalen aan de hand van lokaal passende dosis-effect relaties. ‘In de tabel onder 3.2 Milieuaspecten wordt het aantal (ernstig) gehinderden en slaapverstoorden bepaald op basis van een oude Schiphol-curve uit 2002. Deze is niet toereikend voor andere luchthavens vanwege de afstand woonkern-luchthaven en is inmiddels 20 jaar oud. Het zou bepaald moeten worden aan de hand van lokaal passende dosis-effect relaties. Wij verzoeken u om dit mee te nemen in de onderzoeken.’ Antwoord Het aantal geluidgehinderden wordt op basis van de meest recente wetenschappelijke inzichten rondom dosis-effect relaties in beeld gebracht.