Bijlage 2 Jaarverslag en Jaarrekening DCMR 2022
Tekst van het document
73 / 100
longproblemen. Ook bij concentraties onder de wettelijke grenswaarden kunnen deze gezondheidseffecten optreden. De uitstoot van stikstofoxiden (NOx) draagt bij aan concentraties stikstofdioxide (NO2) op leefniveau. Bij hoge concentraties kan dit gezondheidsproblemen veroorzaken. Daarnaast draagt NOx, samen met ammoniak (NH3), bij aan de stikstofdepositie op kwetsbare natuurgebieden. In mei 2019 ontstond de stikstofcrisis naar aanleiding van een uitspraak van de Raad van State over het Programma Aanpak Stikstof (PAS). Als gevolg daarvan is het terugdringen van stikstofemissie noodzakelijk voor het mogelijk maken van nieuwe ontwikkelingen, zoals bouwplannen en industriële uitbreidingen. Daarnaast is het in het belang van de volksgezondheid. Het Schone Lucht Akkoord (SLA), afgesloten en ondertekend door het Rijk, gemeenten en provincies, benadrukt dit maatschappelijk belang. Binnen het DCMR-gebied hebben verschillende participanten het SLA ondertekend en zijn de uitgangspunten door alle participanten onderschreven. De maatregelen uit het klimaatakkoord leiden ook tot een verminderde uitstoot van emissies van fijnstof, maar vooral van NOx. Het is de ambitie om zo dicht mogelijk aan de onderkant van de best beschikbare technieken (BBT)-range te vergunnen, met als doel de luchtkwaliteit te verbeteren en daarmee uitvoering te geven aan de industriemaatregelen uit het SLA.
Bij het terugdringen van de emissie zijn de eisen uit het Activiteitenbesluit c.q. het BAL en de vergunningvoorschriften leidend. Tevens geeft het SLA richting: het richt zich op het inzetten van een dalende trend van emissies van stikstofdioxide en fijnstof naar de lucht. De WHO-advieswaarden geven het streven aan. Er zijn vier indicatoren bekeken om vermindering van de uitstoot van NOx en fijnstof te beoordelen: - Aantal aangescherpte vergunningen op stikstof en fijnstof. - Aantal uitgevoerde controles en overtredingen op stikstof en fijnstof. - Aantal bedrijven dat is geïnformeerd over regels, mogelijkheden en lessons learned met betrekking tot stikstof en fijnstof - Totale hoeveelheid NOx- en fijnstofemissie vanuit de industrie Wat is er bereikt? Aantal aangescherpte vergunningen op stikstof en fijnstof De vergunningen voor energiecentrales met grote stookinstallaties zijn al geactualiseerd en de intentie was om hierbij het SLA toe te passen door in te zetten op de onderkant van de BREF-range. Op bestuurlijk niveau, vanuit PZH werd dit echter nog niet ondersteund. Om die reden is vooralsnog gecheckt op de BBT (best beschikbare technieken) zoals voorgeschreven in het activiteitenbesluit. Daarbij is vermeld dat er op latere termijn bij het invoeren van het SLA mogelijk nog aanvullende wijzigingen nodig zijn.
ILT (Inspectie Leefomgeving en Transport) heeft wel de wens om al zo scherp mogelijk te vergunnen. Daarom heeft DCMR op ingezet met een aantal revisievergunningen bij de raffinaderijen, chemie en droge bulk. Een raffinaderij is hiertegen in beroep gegaan. Het droge bulk bedrijf probeert in te zetten op verhoging van de op- en overslag waarvoor de huidige vergunning nog ruimte biedt. Dit zou leiden tot 30% meer uitstoot bij dat bedrijf. DCMR heeft een plan van aanpak opgesteld om bedrijven te motiveren om al maatregelen te treffen om de fijnstof en stikstof emissies verder terug te dringen dan het wettelijk minimum. Hierbij liften we mee op de maatwerkaanpak van het Ministerie van I&W waarbij bedrijven die veel emitteren gemotiveerd worden om maatregelen te treffen in ruil voor een vergoeding. Het gaat daarbij om bovenwettelijke maatregelen die vanuit de regelgeving niet afdwingbaar zijn. Het ministerie heeft nieuw beleid in ontwikkeling om de latente ruimte bij bedrijven in de landbouw en industrie aan te pakken. Het gaat hierbij om ruimte voor stikstofuitstoot die ongebruikt is en die kan worden verhandeld met andere bedrijven. Dan gaat het bijvoorbeeld om een al jaren leegstaande
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2022
74 / 100
koeienstal waarvoor de vergunning wel nog steeds geldig is en waarvan de stikstofrechten verkocht kunnen worden. Een risico bij de overgang naar dit nieuwe beleid is dat er nog zoveel mogelijk latente ruimte opgekocht wordt wat mogelijk leidt tot een verhoging van de stikstofuitstoot. Aantal uitgevoerde controles en overtredingen op stikstof en fijnstof De branches chemie, raffinaderijen, veehouderijen en glastuinbouw vereisen de meeste aandacht met betrekking tot de uitstoot van fijnstof en stikstof. Om die reden wordt er binnen de inspecties voor die branches onder andere gecontroleerd op het voldoen aan maatregelen om de uitstoot van fijnstof en stikstof terug te dingen. Ook binnen de branche droge bulk is dit een punt van aandacht. In de onderstaande grafiek zien we dat er in 2022 binnen de branches chemie en raffinaderijen relatief meer overtredingen werden geconstateerd
Controles > 1 overtreding
35
4
Aantal
4 1
15
4
31 25
19
14 6
-5
2021 2022 Chemie
1 3
Ja Nee
2021 2022 2021 2022 Raffinaderijen veehouderijen…
Aantal bedrijven dat is geïnformeerd over regels, mogelijkheden en lessons learned met betrekking tot stikstof en fijnstof DCMR maakt deel uit van een landelijke SLA-themagroep voor de industrie, binnen die groep wordt kennis en informatie uitgewisseld. Verder is DCMR vanuit de Ministeries van EZK en I&W gevraagd om mee te denken over een maatwerkaanpak voor grote CO2 emittenten, ook stikstofreductie wordt hierin meegenomen. Een provinciale beleidsmaker op stikstof participeert nu in de interne DCMRstikstofwerkgroep. Het Havenbedrijf voert in samenwerking met TNO-onderzoek uit naar de effecten van de energietransitie op onder andere de stikstofemissie, hierbij is DCMR betrokken. Er lopen verschillende initiatieven om via een burgermeetproject de luchtkwaliteit ten aanzien van fijnstof en stikstof van bepaalde gebieden in kaart te brengen. In Rotterdam speelt er momenteel een groot burgermeetproject naar PM2,5 (fijnstof) waarbij meer dan 500 burgers betrokken zijn. Binnenkort gaan 50 burgers uit Vlaardingen de NO2 concentratie meten Totale hoeveelheid NOx- en fijnstofemissie vanuit de industrie DCMR ontvangt jaarlijks van de eMJV (elektronisch milieujaarverslag) -plichtige bedrijven een emissie opgave die beoordeeld wordt alvorens ze in de landelijke Emissieregistratie wordt opgenomen.
Van een aantal andere bedrijven worden ook emissieopgaven ontvangen, op grond van vergunningvoorschriften of vrijwillig. De eMJV-emissies betreffen de grotere bedrijven en bepalen over het algemeen het grootste deel van de stikstof uitstoot. Voor fijnstof is dat niet het geval. De op- en overslag van droge bulk valt niet onder de eMJV-plicht maar dit zijn in termen van totale uitstoot wel zeer grote bedrijven. DCMR registreert alle ontvangen emissies en rapporteert daar jaarlijks over. In onderstaande grafieken is de stikstof (NOx) en fijnstof uitstoot per branche weergegeven over de jaren 2010 t/m 2021. De data over 2022 is nog niet bekend, die ontvangen we midden 2023. De industriële uitstoot hangt van een aantal factoren af, zoals de omvang van de economische activiteit, de gebruikte technieken, de corona epidemie, de oorlog in Oekraïne en wijzigingen in wet- en regelgeving. Een belangrijke economische factor is de fluctuatie in prijzen van kolen, olie en gas.
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2022
75 / 100
Trends per branche zijn soms lastig te interpreteren. Als het gaat om een branche met enkele bedrijven en als er één in onderhoud is, dan kan dat gevolgen hebben voor de uitstoot van de hele branche die dan tijdelijk beter oogt. We kijken daarom naar een lopend driejaargemiddelde. Uit de bovenste grijze lijn in beide grafieken kunnen we concluderen dat de totale NOx en fijnstof uitstoot de afgelopen 10 jaren gedaald is. Voor NOx wordt 90% van de uitstoot bepaald door respectievelijk de branches raffinaderijen, energie en chemie. De totale uitstoot is gedaald van 14,4 naar 9,3 kton/jaar. Het gaat hier vooral om hoger gelegen bronnen (hoge schoorstenen) met een uitstoot die invloed heeft in heel Nederland en tot in het buitenland. De fijnstofuitstoot wordt ook bepaald door drie branches: respectievelijk zijn droge bulk, raffinaderijen en de chemie samen verantwoordelijk voor 90 tot ruim 95%. De droge bulk is de grootste sector en alleen al verantwoordelijk voor circa 2/3 van de totale stofemissie. De droge bulk omvat vooral lage bronnen, met een vrij lokale invloed. De branches raffinaderijen en chemie dragen weer bij aan de ‘fijnstofdeken’ in binnen- en buitenland. In de energiebranche is sprake van een groei tot ca 2016: de komst van nieuwe kolencentrales. Vervolgens werden de oude gesloten en kwam er zelfs een productiemaximum.
De gasgestookte installaties die de weggevallen elektriciteitsproductie overnemen (en natuurlijk wind en zon) stoten veel minder of geen fijnstof uit. Ook bij de NOx-uitstoot is voor de branche energie een versnelling van de daling te zien vanaf 2016.
2.3
Voorkomen van gezondheidsrisico’s door asbest
Bij de sanering van asbest treden bijzonder grote risico’s op voor de gezondheid. Asbestsaneerders en personen in de omgeving kunnen bij slecht uitgevoerde asbestsaneringen asbestvezels inademen. Handelingen van de niet-gecertificeerde en particulieren leiden vaak tot een verontreiniging van de omgeving. De Rijksoverheid wil vanaf 2040 geen nieuwe asbestslachtoffers. Maatregelen voor veilige en gezonde asbestverwijdering zijn over het algemeen kostbaar en daarom niet geliefd bij saneerders en hun opdrachtgevers. Bij particuliere saneringen ontbreekt het regelmatig aan de juiste kennis. DCMR startte in 2018 met het toezicht op de asbestsanering. De ambitie is een uniform basisniveau van de uitvoering voor alle gemeenten in het Rijnmondgebied. Hierbij gelden de volgende ontwikkelingen en prioriteiten: - Door wetswijzigingen gaan de laagrisicosaneringen toenemen: ook niet-gecertificeerde aannemers mogen asbest gaan verwijderen. Dit verhoogt de kans op mindere kwaliteit van asbestverwijderen en daarmee een grotere kans op verspreiding van asbestvezels naar de leefomgeving. - Het verbod op asbestdaken is voorlopig van de baan. Maar (oude) asbestdaken leveren wel risico’s voor gemeenten. Een gezondheids- en milieurisico omdat deze daken in slechte staat kunnen verkeren en een financieel risico omdat verzekeraars saneringen na calamiteiten in de toekomst niet meer volledig dekken.
- Particulieren geven vaak aan dat zij het asbest al hebben verwijderd voordat zij de sloopmelding deden. Een risico hierbij is dat zij asbest verwijderen dat – vanwege gezondheidsrisico’s – niet is vrijgesteld voor particulieren.
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2022
76 / 100
Het werkgebied van DCMR-asbestdeskundigen is per 1 januari 2022 uitgebreid met de gemeenten Rotterdam en Goeree-Overflakkee. Met de forse toename van het aantal behandelde sloopmeldingen en de groei van het aantal asbestdeskundigen bij DCMR is het toetsen van meldingen en het toezicht op de sanering overgegaan van een focuspunt naar een reguliere taak. Er drie indicatoren bekeken voor het focuspunt gezondheidsrisico’s door asbest voorkomen: - Aantal voorlichtingsacties. - Goedkeuringspercentage van aantal sloopmeldingen. - Aantal uitgevoerde controles en overtredingen op asbest. Wat is er bereikt? Voorlichtingsacties Het werkgebied van DCMR asbestdeskundigen is per 1 januari 2022 uitgebreid met de gemeenten Rotterdam en Goeree-Overflakkee. Met de komst van Rotterdam is het aantal asbestmeldingen meer dan verdubbeld. Door de werkdruk van de nieuwe gemeenten en het opleiden van personeel zijn de voorlichtingsdagen/avonden opgeschoven naar planning 2023. De wens is om ook een moment te organiseren met woningbouw en met toezichthouders van de gemeenten. In 2022 was er een toename in het gebruik van de asbesttelefoon ten opzichte van 2021. De asbesttelefoon wordt steeds bekender Dagelijks is er een asbestdeskundige van DCMR beschikbaar voor de beantwoording van telefoontjes van burgers en bedrijven. Zij worden meestal direct geholpen en dat wordt erg gewaardeerd.
Bedrijven en burgers hebben in 2022 meer dan 750 keer via de asbesttelefoon gebeld met de asbestinspecteurs. Hiermee zorgt DCMR aan de voorkant voor het voorkomen van illegale sanering en het voorlichten van de inwoners van het Rijnmondgebied. In 2022 zijn een aantal woningbouwverenigingen afzonderlijk benaderd. Dit met het oog op het verminderen van het percentage afgekeurde sloopmeldingen. Op het gebied van het landelijk beleid heeft DCMR via het ODNL vakberaad een bijdrage geleverd aan onder andere de landelijke handhavingsstrategie asbest. Een wetsvoorstel over een verbod op asbestdaken is door de Eerste Kamer verworpen. Hierdoor moeten gemeenten zelf naar een oplossing zoeken voor (potentiele) problemen met asbestdaken. DCMR ondersteunt gemeenten hierbij. Dit gebeurt onder andere door het structureel in kaart brengen van de locaties van asbestdaken en het meedenken over een geschikte aanpak voor asbestdaken om gezondheidsrisico’s voor de omgeving zoveel mogelijk te voorkomen. In 2022 heeft DCMR flyers verspreid op locaties waarvan ons vermoeden is dat er problemen kunnen (gaan) spelen met asbestdaken. Via die flyers worden bewoners bewust gemaakt van de risico’s en hen aangeraden om werk te gaan maken van saneren voordat problemen ontstaan. Daarbij worden de bewoners verwezen naar DCMR voor hulp of extra informatie. Goedkeuringspercentage van aantal sloopmeldingen Jaar
Aantal goedgekeurd
Goedkeuringspercentage
2019
989
74%
2020
2.143
87%
2021
2.738
90%
2022
5.475
90%
Voorafgaand aan het verwijderen van asbest is het voor een bedrijf of particulier verplicht een sloopmelding te doen via het omgevingsloket. DCMR beoordeelt deze sloopmeldingen en hierop volgt een goedkeuring of afkeuring. Na de sloopmelding volgt er nog een startmelding om de start van de werkzaamheden aan te geven.
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2022
77 / 100
Bovenstaande tabel toont dat het aantal sloopmeldingen de laatste jaren is toegenomen omdat vanaf 2019 het aantal gemeenten is toegenomen waarvoor DCMR asbesttaken uitvoert. Het percentage goedgekeurde sloopmeldingen is ook met de jaren toegenomen en is inmiddels stabiel. Een verklaring hiervoor is dat DCMR de afgelopen jaren veel meer contact heeft gehad met de bedrijven en particulieren, waardoor zij beter op de hoogte zijn van de vereisten om een asbestsanering in gang te zetten. Onder andere de goede bereikbaarheid van de asbestdeskundigen van DCMR via de asbesttelefoon heeft daaraan bijgedragen. Uitgevoerde controles en overtredingen op asbest Sinds de start wordt gebruik gemaakt van landelijk vastgestelde checklists door Omgevingsdienst NL voor het risicogestuurd controleren op de uitvoering van asbestsaneringen. Per 2022 is een vernieuwde asbestchecklist in gebruik genomen die het mogelijk maakt om te achterhalen of saneringen door een gecertificeerd of niet gecertificeerd bedrijf is uitgevoerd. In 2022 is het nalevingspercentage op asbestsaneringen bij 139 inspecties 83% 2.4
Aanwezigheid van schadelijke stoffen in de bodem voorkomen
Het is wettelijk verplicht om de bodem te beschermen tegen de aanwezigheid van schadelijke stoffen. Bij verschillende bedrijfsactiviteiten is het risico dat schadelijke stoffen vrijkomen en in de bodem terechtkomen. Om de impact op de bodemkwaliteit te beperken, moeten de bedrijfsactiviteiten, in lijn met de Nederlandse Richtlijn Bodembescherming, voldoen aan een verwaarloosbaar bodemrisico. Als bedrijven hier niet aan voldoen, bestaan er milieurisico’s voor de bodem bij het betreffende gebied. Het bedrijf kan, voor bestaande situaties waar verwaarloosbaar bodemrisico niet bereikt kan worden, met een maatwerkverzoek een aanvaardbaar bodemrisico aanvragen. Saneringsmaatregelen zijn vaak kostbaarder dan preventieve maatregelen. Een inventarisatie onder RIE-bedrijven (Richtlijn industriële emissie) toonde aan dat lang niet alle bedrijven aan deze wettelijke verplichting voldoen of maatwerk hebben aangevraagd. Als gevolg daarvan is er een aanpak gestart om de bodembescherming beter te borgen. Bij de meeste bedrijven met PFOA houdend blusschuim zijn geen nulsituatie-onderzoeken gericht op PFAS uitgevoerd.
In de ECHA-richtlijn (8 april 2020) is de tijdlijn van afbouw PFOA houdend blusschuim gereguleerd: - vanaf 1 januari 2023 is gebruik alleen nog toegestaan op locaties waar alle vrijkomende schuimvloeistof opgevangen en verwerkt kan worden (bijvoorbeeld tankopslag, chemische industrie). - vanaf 4 juli 2025 is geen enkel gebruik meer toegestaan, (rest-)voorraden moeten als gevaarlijk afval verwerkt worden. Er moet door inwerkingtreding van deze richtlijn wel een eindsituatieonderzoek worden uitgevoerd, het gaat om het beëindigen van het gebruik van een milieubelastende stof. Voor het gebruik van het nieuwe blusschuim moet met een maatwerkbesluit een op dat schuim gericht nulsituatie-onderzoek worden uitgevoerd, tenzij evident aannemelijk wordt gemaakt dat met dat schuim geen nieuwe bodembedreigende stoffen worden geïntroduceerd. Er zijn twee indicatoren bekeken voor de het focuspunt schadelijke stoffen in de bodem voorkomen: - Aantal geactualiseerde vergunningen waarbij aanvaardbaar bodemrisico is vergund. - Aantal inspecties bij RIE4- of Brzo-bedrijven waar de benodigde maatregelen zijn genomen om verwaarloosbaar bodemrisico te bereiken. Wat is er bereikt? Geactualiseerde vergunningen met maatwerk voor aanvaardbaar bodemrisico In 2021 zijn bij vijftien bedrijven maatwerkbeschikkingen verleend waarmee aanvaardbaar bodemrisico voor bedrijven is vastgelegd.
Op basis van de eerdere inventarisatie is bij 56 RIE-bedrijven de noodzaak van maatwerk voor aanvaardbaar bodemrisico niet uit te sluiten. Bij alle maatwerkverzoeken wordt een tijdelijk aanvaardbaar bodemrisico vergund. De hierbij geëiste financiële zekerheid dwingt bedrijven om toch verwaarloosbaar bodemrisico te realiseren, zodat ze uiteindelijk alsnog aan verwaarloosbaar bodem risico zullen gaan voldoen.
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2022
78 / 100
Er zijn ook andere procedures doorlopen, daarbij gaat het om ambtshalve actualisaties, revisievergunningen en oprichtingsvergunningen. Helaas kan uit DCMR-systemen nog niet worden achterhaald hoeveel dit er zijn geweest. In 2022 zijn geen afzonderlijke maatwerkbeschikkingen gericht op aanvaardbaar bodemrisico verleend. Inspecties op maatregelen om verwaarloosbaar bodemrisico te bereiken In 2022 zijn 34 controles bij BRZO/RIE-bedrijven uitgevoerd naar maatregelen die leiden tot verwaarloosbaar bodemrisico. Er is onder andere onderzocht of het bedrijf analyses heeft uitgevoerd op bodemrisico’s en of de nodige voorzieningen zijn getroffen om bodemlekkages te voorkomen, zoals de aanwezigheid van vloeistofdichte vloeren. Bij zeven inspecties zijn overtredingen geconstateerd. De overtredingen zijn vooral toe te schrijven aan het niet hebben van richtlijnen en procedures voor het maatregelenpakket en rioleringen. Jaarlijks wordt daarnaast een selectie van bedrijven geïnspecteerd op basis van de hoeveelheid CINen bedrijfsmeldingen t.a.v. leidinglekkages. De eerste data hierop volgen in het volgende MJPmonitoringsrapport.
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2022
79 / 100
3
Leefbaarheid
De beleidsopgave leefbaarheid kent drie focuspunten: 3.1
Geluidhinder voorkomen
Geluidhinder heeft een negatief effect op de gezondheid, de leefbaarheid van de woonomgeving en op de flora en fauna. Het maatschappelijk draagvlak voor geluidproducerende activiteiten neemt af. Tegelijkertijd is er sprake van bouw van nieuwe woningen in de buurt van geluidbronnen waarmee het risico op geluidhinder verder toeneemt. Het is belangrijk de balans tussen leefbaarheid en ruimtegebruik goed in de gaten te houden. Dit focuspunt bestaat uit twee onderwerpen: - Het voorkomen van hinder van nestgeluid van afgemeerde schepen. - Het verminderen van geluidhinder door vrijetijdsbesteding (horeca, sport en recreatie en evenementen). Nestgeluid is het geluid van afgemeerde schepen, voor zover dat geluid niet het gevolg is van werkzaamheden door het bedrijf aan en of aan boord van het schip. Nestgeluid wordt ook wel geluid vanwege de hotelfunctie genoemd. Het wordt veroorzaakt door scheepsaggregaten voor verlichting, koeling, ventilatie en dergelijke. Nestgeluid kan leiden tot geluidoverlast bij omwonenden. Naast het hinderaspect zijn er ook juridische aspecten. Nestgeluid kan effect hebben op woningbouwplannen in de omgeving van bedrijven waar schepen aan de kade liggen, maar ook op de beschikbare geluidruimte en de ontwikkelingsmogelijkheden van de haven. Samen met gemeenten wordt gewerkt aan een aanpak voor nestgeluid van afgemeerde schepen.
Ook worden voorstellen geformuleerd hoe om te gaan met nestgeluid in woningbouwplannen en in handhavingskwesties. Dit gebeurt binnen RAK (regionaal afsprakenkader) als samenwerkingsverband. De implementatie gebeurt in overleg met de gemeenten. Omdat bij de vaststelling van de geluidzones van industrieterreinen in de jaren ’90 geen rekening is gehouden met nestgeluid, kan dit tot knelpunten leiden. DCMR inventariseert de benodigde en beschikbare geluidruimte van bedrijven en industrieterreinen en kijkt of knelpunten oplosbaar zijn met maatregelen dan wel maatwerk. De branches horeca, sport en recreatie en evenementen hebben een gemeenschappelijke uitdaging. Aan de ene kant zijn het branches die zorgen voor vermaak en ontspanning voor inwoners. Tegelijkertijd komt het merendeel van de geluidgerelateerde klachten (geluid, trilling- en contactgeluiden) uit deze branches1. Met de toenemende verdichting van de woonomgeving verwachten we dat deze trend doorzet2. Hierbij is het de uitdaging de balans tussen rust en reuring te bewaken. Dit voorkomt overbelasting van (woon)gebieden en blijven deze gebieden leefbaar. Gemeente Rotterdam vraagt regelmatig om advies voor de behandeling van exploitatievergunningen. DCMR beoordeelt of de akoestische onderzoeken goed en volledig zijn uitgevoerd, en kan waar nodig aan de hand van het onderzoek maatwerkvoorschriften opstellen.
De termijnen voor het beantwoorden van de adviesaanvragen worden niet altijd gehaald. De werkwijze van DCMR is aangepast, wat ervoor moet zorgen dat Gemeente Rotterdam binnen de termijnen advies ontvangt. In 2022 is een overleg opgezet vanuit DCMR met team Directieveiligheid, team Evenementen en demonstraties van Gemeente Rotterdam, de directeur van Rotterdam Festivals, en communicatie en Toezichtslab van DCMR om de communicatie rondom evenementen vorm te geven en in te zetten op verwachtingsmanagement bij omwonenden. Op de evenementenpagina van DCMR wordt het woord
1 Klachten over vliegverkeer zijn hierbij buiten beschouwing gelaten. 2 De coronamaatregelen hebben in 2020 en 2021 vanzelfsprekend gezorgd voor minder overlast van
horeca en evenementen.
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2022
80 / 100
overlast bijvoorbeeld niet meer genoemd, maar er wordt gesproken over geluid van evenementen. Ook wordt de rol van DCMR beter toegelicht. Er zijn vier indicatoren bekeken voor de het focuspunt geluidhinder voorkomen: - Aantal klachten over nestgeluid. - Aantal voor nestgeluid geactualiseerde vergunningen. - Percentage van bedrijven met klachten bij horeca, sport en recreatie. - Aantal geluidklachten door evenementen. Wat hebben we bereikt? Geluidklachten over nestgeluid Tot de zomer van 2021 werden nog geen klachten verzameld op nestgeluid. Aan de hand van verschillende subhaarden van geluid kon hiervan wel een inschatting gemaakt worden, maar geen betrouwbare. In 2021 waren 17 bedrijven (vermoedelijk) verantwoordelijk voor 29 klachten over nestgeluid. In 2022 zijn dat 12 bedrijven voor 66 klachten. Zowel oorzaak als veroorzaker is moeilijk vast te stellen. Meldingen die niet specifiek bij veroorzaker/oorzaak benoemd worden, waar geen onderzoek naar wordt gedaan door de buitendienst, worden geregistreerd onder scheepvaart algemeen of industriegebied. Het is daarom aannemelijk dat het werkelijke aantal klachten en veroorzakers aanzienlijk hoger ligt. Binnen het meldkamer registratiesysteem (ICMS) is in juli 2021 een aparte meldcategorie voor nestgeluid aangemaakt. Sinds 2022 zijn er gesprekken met het Havenbedrijf/Meldkamer over overlast in het havengebied.
Per 2023 worden actielijsten voor beter registreren van nestgeluid ingezet. Gemeente Rotterdam heeft een opdracht uitgezet voor een meetprogramma van twee jaar. Het doel van dit meetprogramma is om geluidsemissies van schepen vast te stellen, inclusief nestgeluid. DCMR is hiervoor adviseur vanuit de geluidsexpertise. Geactualiseerde vergunningen voor nestgeluid Gemeente Rotterdam heeft vooralsnog besloten om nestgeluid nog niet op te nemen in de vergunningen als industrielawaai, omdat dit niet goed is in te passen in de geluidszones. Bovendien komt er vanuit de Omgevingswet een overgang van het werken met geluidszones naar geluidproductieplafonds (GPP’s). Op grond van het overgangsrecht naar de Omgevingswet kan nestgeluid meegenomen worden in deze GPP’s zonder dat een omgevingstoets hoeft te worden uitgevoerd. Gemeente Rotterdam stelt een interim werkwijze nestgeluid op die, in RAK verband waarschijnlijk tot een regionale aanpak wordt gevormd. Vanuit adviesteam Geluid worden de nodige voorbereidingen getroffen voor het werken met GPP’s. Tot nu toe zijn er een paar vergunningaanvragen in behandeling genomen waarop DCMR geadviseerd heeft over het onderdeel nestgeluid. Percentage bedrijven in de branches horeca en sport en recreatie met meldingen van geluidhinder
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2022
81 / 100
https://app.powerbi.com/MobileRedirect.html?action=OpenRepo a6fa-c12de8f9e3ec&reportObjectId=581c26c4-a760-4c42-bfbd-b c73c-4495-bc3ff23bc280d77e&reportPage=ReportSectionb06f86d71197f6d386
In de bovenstaande grafiek is het percentage van de bedrijven binnen de horeca, sport en recreatie waarbij sprake was van minstens 1 geluidsklacht. In 2020 en 2021 liggen die percentages wat lager dan in 2019. Hier is uiteraard een verband te leggen met de coronapandemie die in 2020 uitbrak. Voor de horeca is het percentage bedrijven met klachten over geluidshinder met 4% toegenomen in 2022 vergeleken met 2021, voor de branche sport en recreatie is dit percentage met 3% toegenomen. De toename in klachten op horeca kan waarschijnlijk voor een groot deel toegeschreven worden aan klachten die binnen zijn gekomen voor een eenmalige festiviteit in de Gemeente Vlaardingen. Er stonden geen geluidsgrenswaarden beschreven in de vergunning waardoor er te veel geluid is geproduceerd en vele klachten zijn binnengekomen van bewoners in Gemeente Schiedam en Vlaardingen. Ook in Gemeente Capelle speelde afgelopen jaar iets soortgelijks. Sportverenigingen organiseerden diverse festiviteiten waarbij veel geluidsoverlast werd ervaren door bewoners. Er is door DCMR contact gelegd met Gemeente Capelle. Afgesproken is dat er geluidsmetingen worden gedaan en DCMR meekijkt met ontheffingen voor festiviteiten, met als doel om dat de gemeente Capelle een geschikte geluidsnorm bepaalt. In 2019 heeft het toezichtslab een sportwaaier ontwikkeld om buitensportverenigingen te informeren over milieuregels.
In 2022 is het gebruik van deze sportwaaier gemonitord. Een groot deel van de klachten werd veroorzaakt door een relatief kleine groep bedrijven. In 2022 is in de branche horeca 27% van de klachten veroorzaakt door de top 10 overlastgevende bedrijven. In 2021 veroorzaakte de top 10 overlastgevende bedrijven 30% van de klachten. Binnen de branche sport en recreatie is de top 10 klachtenveroorzakers verantwoordelijk voor een groter aandeel van het totaal aantal klachten. In de jaren 2019 t/m 2021 veroorzaakte de top 10 minstens 50% van de klachten. In 2022 is dit percentage met 8% gedaald t.o.v. van 2021. De klachten worden voornamelijk veroorzaakt door 24 uur sportscholen of een aantal sportclubs die structureel overlast veroorzaken. Deze bedrijven zijn bekend en zijn ook gekoppeld aan handhavingstrajecten. Er zijn minder geluidmeetronden uitgevoerd dan gepland door een tekort aan mensen in 2022. In 2023 is het plan om wekelijks een meetronde uit te voeren op basis van data-analyses. Hierbij wordt niet alleen geluid maar ook geur meegenomen om de horecaconcentratiegebieden te monitoren. In 2022 zijn in de branches horeca en sport-en recreatie circa 670 voorvallen onderzocht nav geur en geluidklachten.
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2022
82 / 100
Totaal aantal klachten over geluid door evenementen
Het aantal klachten bij evenementen op evenementenlocaties is in 2022 toegenomen met 57.5% t.o.v. van 2021. Een evenement kan het ene jaar veel klachten veroorzaken en een opvolgend jaar weinig. Een reden voor de toename is dat er in 2021 bijna geen evenementen hebben plaatsgevonden door Covid-19 maatregelen. Klachten zijn lastig te duiden omdat 99% van de evenementen zich houden aan de normen binnen de vergunning. Om die reden wordt ook in 2023 het onderzoek uitgevoerd voor locatieprofiel Kralingse Bos. In de bovenstaande tabel zijn de buitenlocaties weergeven die voor de meeste geluidsklachten zorgden, de klachten zijn per locatie en per jaar (2019 t/m 2022) weergegeven. Evenementen georganiseerd in het Kralingse Bos in Rotterdam hebben gedurende deze 4 jaren voor de meeste geluidoverlast gezorgd. In totaal kwamen in 2022 over die locatie 495 klachten binnen, iets meer dan in 2021, toen kwamen er 428 klachten binnen. Ook is te zien dat klachten voor evenementenlocatie Lloyd Multiplein, Heemraadsplein en Annie M.G. Schmidtpark zijn toegenomen in 2022. In 2022 is de onderzoeksopzet afgerond voor locatieprofiel Kralingse Bos. Binnen dat onderzoek wordt meer duiding gegeven aan de geluidklachten.
Er wordt onder andere onderzocht welke relatie er bestaat tussen het advies vanuit DCMR over geluidsnormen bij evenementen, binnengekomen klachten en beleving van de klagers, rekening houdend met de meteo omstandigheden van de afgelopen vijf jaar. In 2023 wordt dit onderzoek uitgevoerd. Het jaar 2022 is gebruikt om beleid te vormen rondom evenementenlocaties in Rotterdam en de rol van DCMR betreffende advies, toezicht en meldkamerfunctionaliteit. Voor het vormen van het beleid is ter oriëntatie een bezoek gebracht bij Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied en Gemeente Amsterdam en is er een gesprek gevoerd met Team Milieu en Team Directieveiligheid van Rotterdam. In 2023 wordt het plan verder vormgegeven en uitgevoerd. Er is een webinar georganiseerd voor evenementenorganisaties met adviezen over wet- en regelgeving en het benaderen van de omgeving.
3.2
Geurhinder voorkomen
De afgelopen drie jaar maakten inwoners in het werkgebied van DCMR gemiddeld 4.593 keer per jaar melding van geurhinder. Geurhinder kan verschillende oorzaken hebben. Hinder door geur kan, zeker als die regelmatig optreedt, een ernstige verstoring van de leefomgeving en het woongenot betekenen. Tegelijkertijd lijkt er sprake van een verlaging van de tolerantiegrens voor geuroverlast. Burgers ervaren eerder overlast en maken hier ook vaker melding van.
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2022
83 / 100
Niet-doelmatig werkende ontgeuringsinstallaties, luchtwassers of andere nageschakelde technieken ter voorkoming van geuremissie veroorzaken vaak geurhinder. De woningbouwopgave van de gemeenten heeft tot gevolg dat bedrijvigheid en woningen dichter bij elkaar komen, waarmee het risico op geurhinder toeneemt. Daarom wordt de komende jaren aan de voorkant van projecten extra aandacht besteed aan de advisering over geurhinder. Wanneer een ontgeuringsinstallatie doelmatig is, is lastig beoordelen. Werking en onderhoud van het apparaat kan deugdelijk zijn, maar verschillende omgevingsomstandigheden kunnen zorgen voor veel klachten waaruit geconcludeerd kan worden dat de ontgeuringsinstallaties toch niet deugdelijk werken. Om dit probleem te verhelpen is er in 2022 beleid ontwikkeld voor het inzetten van e-noses (een combinatie van sensoren die veranderingen in de luchtsamenstelling waarneemt). In 2023 wordt dit beleid afgerond en worden de e-noses ingezet bij horecazaken met een ontgeuringsinstallatie. Ook is een geurkaart ontwikkeld waarop de gecumuleerde geurbelasting van alle bedrijven in het Rijnmondgebied inzichtelijk is gemaakt. In 2023 zullen ook bedrijven buiten het Rijnmondgebied worden toegevoegd en zal de brondata worden aangepast wanneer vergunningen wijzigen .
Vanuit toezicht zijn binnen de brancheplannen voor 2021–2024 verschillende aandachtspunten opgenomen voor geur. Met name binnen de branche horeca is aandacht voor geur van belang. Vanuit deze branche wordt de meeste geuroverlast ervaren. DCMR organiseert regelmatig geurrondes om een goed beeld te krijgen van geuroverlast.
Voor het focuspunt geurhinder voorkomen zijn twee indicatoren bekeken: - Aantal klachten over geurhinder die niet het gevolg zijn van incidenten. - Nalevingspercentages aanwezigheid, onderhoud en doelmatigheid nageschakelde technieken. Wat hebben we bereikt? Aantal klachten over geurhinder die niet het gevolg zijn van incidenten. In de onderstaande grafiek is weergeven hoeveel klachten over geur er in de afgelopen 4 jaren zijn binnengekomen die niet gerelateerd waren aan een incident. Onder een incident verstaan we geurklachten die binnenkomen als onderdeel van een CIN-melding of wanneer er sprake is van meer dan vijftien klachten bij een voorval. Geurklachten gerelateerd aan incidenten zijn buiten beschouwing gelaten omdat een incident grote aantallen klachten kan veroorzaken, waardoor er geen goed beeld meer is van de meer gangbare geurklachten. Zo wordt zichtbaar of de reguliere controles leiden tot een vermindering van de klachten. Het grootste deel van de klachten wordt veroorzaakt binnen de branche horeca. In 2022 waren dat 793 van de in totaal 1240 klachten, 64% van het totaal. De chemie volgt op de horeca als grootste veroorzaker van geurklachten, in 2022 kwamen er gerelateerd aan deze branche 158 klachten binnen, 13% van het totaal Het aantal geurklachten is in 2022 verminderd.
In 2022 kwamen er in totaal 1242 klachten binnen die niet gerelateerd waren aan een incident, in 2021 waren het er in totaal 1505. Zoals genoemd zijn de incidenten niet meegenomen in deze weergave van klachten. Als de geurklachten naar aanleiding van incidenten worden meegerekend, dan wordt het aandeel geurklachten vanuit andere branches, zoals de chemie, groter.
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2022
84 / 100
Nalevingspercentages aanwezigheid, onderhoud en doelmatigheid nageschakelde technieken. In 2022 vonden er 108 geurcontroles plaats bij horecabedrijven. Bij 14 bedrijven werden overtredingen geconstateerd. Er is gecontroleerd op de aanwezigheid van en de doelmatige werking van ontgeuringsinstallaties, luchtwassers of andere nageschakelde technieken. Klachten worden vaak veroorzaakt doordat ontgeuringsinstallaties niet goed worden onderhouden. Filters worden minder vaak dan noodzakelijk vervangen door geldbesparing van ondernemers. Bij de meeste horecazaken is het echter zo dat er geen ontgeuringsinstallatie vereist zijn, een afzuiginstallatie met bovendakse afvoer van minimaal twee meter hoog volstaat dan. Bij de controles in 2022 bleek dat een ruime meerderheid van de bedrijven dit goed op orde had. Bij 13% van de inspecties werden overtredingen geconstateerd met betrekking tot een onjuiste hoogte van afvoerkanalen of het ontbreken van doelmatige ontgeuringsinstallaties. Daarnaast werd nog een klein aantal problemen geconstateerd met de toepassing van vetfilters of de aanwezigheid van ontgeuringsinstallaties. Tijdens de geurrondes is bij 53 inspecties bij horecabedrijven door toezichthouders buiten gebouwen gecontroleerd of er sprake is van geuroverlast. Geurrondes worden gedaan op basis van ingediende meldingen.
Op grond daarvan wordt bepaald of een bedrijf op de lijst wordt gezet voor een meetronde. Tijdens die geurrondes wordt door toezichthouders eerst buiten gebouwen gecontroleerd of er sprake is van geuroverlast. Die controles kunnen al leiden tot overtredingen en worden waar nodig opgevolgd door controles binnen de gebouwen. Bij 2% van die controles was in 2022 sprake was van een overtreding. Kanttekening is dat geurrondes alleen worden ingezet als bij controles niet te achterhalen is wie de veroorzaker is. Het is lastig om overmatige overlast vast te stellen conform het protocol. Ook binnen de industriële branches (chemie, tank op- en overslag en raffinaderijen) is gecontroleerd op het voorkomen van geuroverlast. In 2022 vonden 19 van deze controles plaats. Daarbij werd een overtreding geconstateerd. Vergunningen zijn geactualiseerd op basis van de BREF LVOC (Large Volume Organic Chemical Industry). Geurhinder verminderen is niet de aanleiding voor de actualisatie van vergunningen, maar wordt wel meegenomen. 3.3
Ondermijning en milieucriminaliteit voorkomen
De aanpak van ondermijnende criminaliteit staat hoog op de agenda, zowel landelijk als bij de gemeenten in het werkgebied van DCMR. Hier zijn bedrijven steeds vaker een dekmantel voor criminele activiteiten. Landelijk is deze trend van vermengen van onder- en bovenwereld ook waarneembaar. Deze vermenging is in een aantal branches waarneembaar: bij garagebedrijven, horeca, afvalverwijderingsbedrijven en opslagboxen op bedrijventerreinen. Van een groot percentage bedrijfspanden, stallen en loodsen in de regio is het feitelijke gebruik onbekend. Zicht van de overheid ontbreekt of is versnipperd over verschillende organisaties, waarmee het risico op ondermijning toeneemt. Door inzet van data en informatie achterhaalt DCMR waar mogelijk sprake is van
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2022
85 / 100
ondermijnende activiteiten in een bepaald geografisch gebied. Vanuit een datagedreven organisatie is DCMR niet alleen fysiek maar ook digitaal de ogen en oren van de overheid. De regiobrede deelname, landelijke afstemming en een ketenaanpak in de afvalsector bevorderen een uniforme aanpak. Vanuit DCMR-programma Milieucriminaliteit ‘Samen werken aan het effectief terugdringen van onacceptabele ondermijning in de leefomgeving’, zijn in 2022 voorbereidingen getroffen om een ketenrechercheteam op te zetten dat per 1 januari 2023 operationeel is. Het ketenrechercheteam, bestaande uit een criminoloog, ketenrechercheur, analist en financieel specialist, gaat de asbestketen inzichtelijk brengen, daar interventies uit genereren en deze toezicht- en opsporingszaken actief ondersteunen. Daarnaast is er een alliantie opgezet met Rijkswaterstaat, Politie, IOD en een aantal andere omgevingsdiensten waarmee in januari wordt gestart met een afvalanalyse. Dit wordt een datagedreven aanpak waarbij verschillende databronnen zullen worden geanalyseerd op afwijkende signalen en ongebruikelijke activiteiten die aanleiding kunnen geven om nader onderzoek te doen naar milieucriminaliteit. Toezichthouders leren door training on the job, ze kijken met elkaar mee en delen ervaringen van bijzondere acties.
Er zijn drie indicatoren bekeken voor het focuspunt ondermijning en milieucriminaliteit voorkomen: - Aantal risicoanalyses en deelnames aan ondermijningsacties. - Aantal gecontroleerde bedrijfspanden door ondermijningsteams per gemeente. - Aantal Bibob-onderzoeken totaal en binnen de afvalbranche. Wat hebben we bereikt? Aantal risicoanalyses en deelnames aan ondermijningsacties Voor de afstemming van de integrale acties met gemeenten wordt een jaarkalender gemaakt. De acties die uitgevoerd worden, worden geselecteerd op basis van de informatietuitvraag waardoor de inzet concreter is geworden. De integrale controles vinden plaats in samenwerking met gemeente, politie, Boa’s en zo nodig andere partners, zoals Belastingdienst, RDW, Stedin, UWV, RIEC en Arbeidsinspectie.
Uitgevoerde acties met actieve inzet van DCMR Uitgevoerde acties waarbij DCMR op afroep beschikbaar is
2021
2022
75 27
86 33
Ondermijningsacties per participant (bij DCMR bekend)
Aantal 2021
Aantal 2022
Albrandswaard Barendrecht Capelle aan den IJssel Goeree-Overflakkee Lansingerland Maassluis Nissewaard Ridderkerk Rotterdam Schiedam Vlaardingen Voorne aan Zee Intergemeentelijk Spaanse Polder (Rotterdam en Schiedam) Politie* Totaal
2 7 1 6 9 7 5 5 15 2 7 2 6
4 6 5 1 15 8 5 4 28 11 13 1
75
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2022
9 2 112
86 / 100
In 2022 zijn 86 ondermijningsacties uitgevoerd met actieve inzet van DCMR. Er werden voor alle 86 ondermijningacties analyses uitgevoerd door de intelligence collega’s van het team ondermijning. Er werden afgelopen jaar 92 verkennende analyses uitgevoerd voor gemeenten ter voorbereiding van ondermijningsacties. Voor 33 acties was DCMR op afroep beschikbaar. Doordat gemeenten DCMR beter weten te vinden neemt de vraag naar ondermijningsacties en informatie rond bedrijven toe. Team Ondermijning is daardoor selectiever geworden, er wordt vaker gestuurd op geen actieve deelname maar op deelname op afroep. De actie waarbij DCMR op afroep beschikbaar is, betreffen integrale controles van branches of bedrijven die voor DCMR minder prioritair zijn vanuit de kerntaken van DCMR. Denk hierbij aan controle van supermarkten, beautysalons, goudsmeden. Wel zijn er afspraken over het beschikbaar zijn van een inspecteur of milieupiket in verband met aantreffen van gevaarlijke stoffen, zoals lachgas.
Samen met 5 gemeenten zijn strategische analyses uitgevoerd op bedrijfsterreinen. Hierbij is inzicht verkregen in hoeverre er een voedingsbodem voor ondermijning is en zijn sleutelbedrijven en personen in beeld gebracht. Op basis van de analyses kunnen ondermijningsacties gerichter gepland en uitgevoerd worden. Dit leidt tot effectievere acties met minder inzet van mensen en middelen. Voorbeelden van resultaten van ondermijningsacties in 2022: In een kantoor wordt een geldtelmachine aangetroffen en (door politie) cocaïne gevonden en in een verborgen kluis meer dan een miljoen aan contant geld. Bij een gezamenlijke strategische analyse van een bedrijfsterrein wordt mede op basis van de gegevens van DCMR een bedrijfspand geselecteerd. Bij de opvolgende integrale controle vinden inspecteurs van DCMR een aantal sporttassen met harddrugs Voor de branche-analyse motorvoertuigen en herstelinrichtingen werd onder andere gebruik gemaakt van data uit de KvK, het Landelijk Meldpunt Afvalstoffen (LMA), het Digitaal Opkopersregister, het Scios-register voor spuitcabines, RDW-erkenningen, energieopgaven en gebruiksfuncties van de panden. Dit leverde verschillende inzichten op: - Adressen met alleen KvK-inschrijving, maar geen andere registraties. - Adressen met andere automotive-registraties, maar geen inschrijving KvK. - Wel een RDW-erkenning APK, maar geen garage-afval.
- Volgens KvK-gegevens schadeherstelbedrijf, zonder goedgekeurde spuitcabine.
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2022
87 / 100
Aantal gecontroleerde bedrijfspanden door ondermijningsteams per gemeente Tijdens de ondermijningsacties kunnen een of meerdere bedrijfspanden bezocht worden voor een controle. Voor die controles is een ondermijningschecklist ontwikkeld die sinds 2021 wordt ingezet. In 2022 werden er in totaal 137 bedrijfspanden bezocht voor een controle op ondermijning (in de onderstaande grafiek een uitsplitsing daarvan per branche). Bij een gedeelte van die bedrijfspanden (29) was sprake van overtredingen waardoor de controles opgevolgd moesten worden met een hercontrole. Bij 2 van die panden leidde de hercontrole tot het opleggen van een sanctie. Het aantal bedrijfspanden waar een overtreding was geconstateerd is in 2022 de helft minder dan in 2021 .
Aantal Bibob-onderzoeken totaal en binnen de afvalbranche Er zijn in 2022 14 vergunningaanvragen beoordeeld in het kader van de Wet Bibob, waarvan er 3 aanvragen betrekking hadden op activiteiten in de afvalsector. Daarnaast zijn er voor de Provincie Zeeland, 3 Bibob onderzoeksvragen uitgevoerd m.b.t. Brzo inrichtingen (geen afvalstoffen). Voor het landelijk Bureau Bibob zijn 2 onderzoeksvragen uitgevoerd m.b.t. Brzo inrichtingen (geen afvalstoffen). Team Bibob voert integriteitsonderzoeken uit in het kader van de Wet Bevordering Integriteitsbeoordelingen (Wet Bibob). Dit onderzoek vindt risicogericht plaats als er een vergunning wordt aangevraagd. Het gaat om een uitgebreide en diepgaande screening van de betrokkene. Dat is meestal de aanvrager of houder van de beschikking/vergunning. Daarnaast richt het onderzoek zich ook op de relaties van de betrokkene, bijvoorbeeld een leidinggevende of iemand die met wie de betrokkene een zakelijk samenwerkingsverband heeft. De uitkomst van het onderzoek kan leiden tot het weigeren of intrekken van de vergunning bij een ernstig gevaar van misbruik voor criminele doeleinden. Over dit gevaar kan aan het Landelijk Bureau Bibob (LBB) om advies worden gevraagd. Het LBB voert dan een Bibob-onderzoek uit. Dat is in de kern een uitgebreide en diepgaande screening, oftewel, een antecedentenonderzoek.
Ook neemt DCMR met de andere omgevingsdiensten deel aan een pilot in samenwerking met TRACK (Toezicht Rechtspersonen, Analyse, Controle en Kennisgeving). Binnen de screeningsautoriteit Justis voert TRACK de Wet controle op rechtspersonen uit. TRACK screent daarbij rechtspersonen bij belangrijke veranderingen binnen een rechtspersoon zoals een oprichting of bestuurswisseling. Hiervoor toetst TRACK aan de hand van een risicoprofiel de integriteit van een rechtspersoon en die van bestuurders en andere betrokken personen en bedrijven.
4
Duurzaamheid
De beleidsopgave duurzaamheid kent drie focuspunten:
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2022
88 / 100
4.1
Energieverbruik verminderen
Energiebesparing is noodzakelijk. Het hoort bij de landelijke en lokale klimaataanpak waarin de klimaatdoelen staan. Energiebesparing is daarnaast aantrekkelijk voor de energiegebruiker omdat het tot kostenbesparing leidt. Bedrijven met een verbruik vanaf 50.000 kWh elektriciteit of 25.000 m³ aardgasequivalent per kalenderjaar hebben een informatieplicht energiebesparing. Ze moeten rapporteren over het energiegebruik en de te nemen energiemaatregelen. De regelgeving rondom energiebesparing is en blijft volop in ontwikkeling en daarom zet DCMR in op kennisuitwisseling. Dit gebeurt onder andere binnen de leergroepen voor zorg, onderwijs en industrie. Zorg- en onderwijsinstellingen en industriële inrichtingen worden door DCMR-medewerkers op de hoogte gebracht van hun verplichtingen omtrent energiebesparing. Daarnaast worden ze ook gewezen op mogelijkheden om extra energie te besparen buiten de wettelijke kaders om. Ook stimuleert DCMR bedrijven te publiceren over de energiebesparende maatregelen die zij hebben doorgevoerd en wat dit binnen die bedrijven opgeleverd heeft. Dit kan andere bedrijven inspireren om soortgelijke maatregelen door te voeren. DCMR communiceert dit actief, bijvoorbeeld via de website of verschillende social media.
Het werkt stimulerend voor de bedrijven als er niet alleen gecontroleerd wordt op tekortkomingen, maar juist ook de positieve ontwikkelingen zichtbaar worden gemaakt. Zorgaanbieders in Rijnmond zetten vaart achter verduurzaming https://www.dcmr.nl/actueel/nieuws/zorgaanbieders-rijnmond-zetten-vaart-achter-verduurzaming Vanuit de leergroep zorg is in 2022 een mooie doorbraak bereikt. Er is een convenant gesloten tussen DCMR, zorginstellingen en Milieu Platform Zorg. Binnen dat convenant is afgesproken dat over drie jaar de betrokken zorginstellingen voldoen aan de ‘Green Deal Brons’. Het bronzen niveau staat voor net iets meer doen dan het voldoen aan de milieuwetgeving. Het betreft het nemen van extra maatregelen die zich meestal snel terugverdienen. Zo vormt het de basis van een praktisch milieuzorgsysteem. Dit is geen vrijblijvend convenant, wanneer blijkt dat de zorginstellingen niet voldoen aan de voorgenomen energiebesparende maatregelen dan wordt door DCMR snelle gehandhaafd op de wettelijke maatregelen. Het voornemen voor 2023 is om ook een convenant vast te gaan sluiten voor onderwijsinstellingen. Het grootste deel van het bedrijvenbestand valt onder de algemene maatregelen voor energie, een beperkt deel is vergunningplichtig. Binnen de vergunningplichtige groep zijn er bedrijven die onder het Emissions Trading System (ETS) vallen.
Deze bedrijven kon DCMR tot nu toe wettelijk gezien geen energiebesparende voorschriften opleggen, maar dit gaat veranderen. De afgelopen jaren heeft DCMR samen met andere instellingen actief gelobbyd voor de verplichting van energiebesparende maatregelen bij ETS-bedrijven. Die lobby heeft effect gesorteerd, ook deze bedrijven zullen vanaf 2023 moeten voldoen aan energiebesparende voorschriften. In 2022 is een aanpak ontwikkeld en zijn voorbereidingen getroffen om dit vorm te geven. Met de specifieke uitkering (SPUK) gelden is er een nieuw team opgericht wat zich specifiek richt op energiebesparing. Er zijn vier indicatoren bekeken voor de het focuspunt energiebesparing: - Aantal voor energie geactualiseerde vergunningen. - Energiebesparingspotentieel in terajoules, aantal windturbines, hectaren zonneveld en kton CO2-uitstoot. - Percentage bedrijven dat aan de informatieplicht energiebesparing voldoet. - Aantal meest voorkomende overtredingen. Wat is er bereikt? Aantal voor energie geactualiseerde vergunningen Vanaf juli 2023 worden de maatregelen op energieverbruik voorgeschreven vanuit de Rijksoverheid, er geldt vanaf dan één landelijke set van energievoorschriften. Dit betekent dat DCMR geen vergunningen meer zal afgeven of actualiseren op energie omdat deze landelijke voorschriften dan
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2022
89 / 100
gelden voor alle bedrijven. Er liepen in 2022 nog 18 procedures om de vergunningen te actualiseren. Een aantal van deze procedures is verlengd en voor een aantal is er bezwaar aangetekend. Het is daarom de vraag hoe zinvol het is in te blijven zetten op het afronden van deze procedures. Bedrijven met een zeer groot energieverbruik moeten in lijn met de rijksregels energieonderzoeken gaan aanleveren. Die onderzoeken worden door DCMR beoordeeld en op basis daarvan handhaven we op energieverbruik. Mede dankzij de lobby van DCMR zijn deze rijksregels tot stand gekomen, de regelgeving wordt hierdoor een stuk duidelijker en eenduidiger Energiebesparingspotentieel in terajoules, aantal windturbines, hectaren zonneveld en kton CO 2uitstoot DCMR verzamelt energieverbruiksgegevens, maar omdat het geen wettelijke verplichting is dit aan DCMR te melden, zijn die gegevens niet compleet. Bedrijven zijn wel verplicht om hun energieverbruikgegevens eens in de vier jaar te melden bij RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland). Dit is de informatieplicht. Om die reden worden de RVO-gegevens over energieverbruik aangevuld met de gegevens die DCMR tot nu toe zelf verzamelt. In onderstaand overzicht is het besparingspotentieel benoemd van in 2022 gecontroleerde bedrijven. Hierbij zijn de verbruiksgegevens gekoppeld aan de uitkomsten van de energie-inspecties.
Als bij een inspectie geconstateerd wordt dat een bedrijf nog niet aan de energiebesparende maatregelen voldoet, dan is er bij dit bedrijf sprake van een energiebesparingspotentieel. Geschat is dat het wel voldoen aan die maatregelen een energiebesparing van circa 10% oplevert. Het energiebesparingspotentieel wordt berekend op basis van 10% van hun totale energieverbruik. Tabel: Gemiddeld energiebesparingspotentieel gecontroleerde bedrijven
Jaar
Energie in terajoules (TJ)
3-megawatt windturbines
Zonneveld hectaren
Vermeden CO2uitstoot kton
2021
170,650
6
68,3
14,351
2022
222,415
14
160
33,8
Percentage bedrijven dat aan de informatieplicht energiebesparing voldoet Er is de afgelopen jaren sterk ingezet op het binnenhalen van meer meldingen van bedrijven volgens de informatieplicht. Een deel van de bedrijven is aangeschreven en nagebeld. In de onderstaande grafiek is per gemeente weergegeven welk percentage van het meldingsplichtige bedrijvenbestand nu voldoet aan de informatieplicht.
Aantal meest voorkomende overtredingen Het grootste deel van de energie-inspecties (1160 fysieke en administratieve inspecties in 2022) vindt plaats bij type A- en B-bedrijven (meldingsplichtig). Er zijn voor die bedrijven diverse checklists opgesteld om binnen de verschillende branches te kunnen controleren op het voldoen aan
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2022
90 / 100
energiebesparende maatregelen. Ook zijn er inspecties uitgevoerd bij een kleinere groep type Cbedrijven (vergunningplichtig). In onderstaande grafiek is weergegeven welk type overtredingen is geconstateerd bij inspecties. De meeste overtredingen zijn geconstateerd op aandacht en gedrag, en het niet voldoen aan de informatieplicht.
4.2
Energietransitie
De energietransitie is noodzakelijk omdat de inzet van fossiele brandstoffen tot uitstoot van CO 2 leidt en de klimaatopwarming versterkt. De energie die we niet kunnen besparen, moeten we uiteindelijk groen maken door de inzet van hernieuwbare bronnen. Benutting van restwarmte is ook een vorm van energiebesparing, omdat die warmte anders in de lucht of het water belandt en de ontvangers van die restwarmte (woningen, mkb, glastuinbouw) minder fossiele brandstof verbruiken. DCMR is in 2022 betrokken bij de maatwerkaanpak voor duurzame energie. Vanuit het Ministerie van Economische zaken en Klimaat en Infrastructuur en Waterstaat is het doel om versneld de CO 2uitstoot van de twintig grootste uitstoters te reduceren. Een groot aantal van die bedrijven ligt binnen het werkgebied van DCMR. Naast het verminderen van CO2 is het ook het doel om op andere milieuonderwerpen winst te boeken, zoals uitstoot van zeer zorgwekkende stoffende, NO X, veiligheidscontour, geluidsuitstoot, incidenten en klachten. Voor dit traject is een aantal jaar uitgetrokken. In 2022 is met een aantal bedrijven een Expression of Principles (EoP) ondertekend. In 2023 wordt de verdere uitvoering ter hand genomen. DCMR is betrokken om een milieubelastingprofiel op te stellen, te onderhandelen met de bedrijven en voor de actualisatie van de vergunningen.
Het is een maatwerkafspraak wat verder gaat dan al eerder afgesloten convenanten. Het idee is dat bedrijven steeds grotere toezeggingen gaan doen om versneld de CO 2-uitstoot te reduceren en de milieubelasting op andere aspecten te verkleinen. In 2022 heeft DCMR bijgedragen aan het NOVEX-traject in het kader van de NOVI (Nationale Omgevingsvisie). In het programma NOVEX werken alle overheden samen aan een plan voor de inrichting van Nederland. Er zijn een aantal gebieden in Nederland waar ingewikkelde problematiek geldt. Het Rotterdamse Havenindustrieel complex is aangemeld als NOVEX-gebied met drie knelpunten: stikstof, geluid en veiligheid van de energietransitie. Er vindt overleg plaats tussen verschillende spelers, o.a. de Rijksoverheid, waar een oplossing wordt gezocht voor deze problematiek. In het kader hiervan zal in opdracht van de Provincie Zuid-Holland een Ontwerpend Onderzoek worden uitgevoerd, waaraan DCMR vanuit zijn kennispositie een bijdrage zal leveren. Een aantal knelpunten in de regelgeving leidt tot vertraging in het realiseren van de energie- en grondstoftransitie. Deze knelpuntenzijn geïdentificeerd door zowel de overheid als het bedrijfsleven en worden verder uitwerkt door DCMR in samenwerking met het Havenbedrijf. Een voorbeeld van een
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2022
91 / 100
knelpunt is de beschikbare milieuruimte in een transitiefase. Bij een vergunningsprocedure wordt de milieuruimte uitgegeven en wordt getoetst aan de beschikbare milieuruimte. Bedrijven kunnen pas de oude installatie verwijderen wanneer de nieuwe installatie in werking is. In de tussentijd is meer milieuruimte nodig dan beschikbaar is op basis van oude vergunning. Deze hindering zorgt ervoor dat een transitieproject dan niet eenvoudig kan plaatsvinden. Als onderdeel van dit project is ook een Versnellingshuis ingericht. Het Versnellingshuis ondersteunt bedrijven bij hun initiatieven op het gebied van duurzaamheid. Er zijn vijf indicatoren bekeken voor het focuspunt energietransitie: - Inventarisatie van de beschikbare restwarmte bij industriële bedrijven. - Aantal vergunningen en m.e.r.(-beoordelings)procedures dat via de versnellingstafelaanpak bijdraagt aan energietransitie. - Aantal kiloton vermeden CO2-uitstoot door energietransitie. - Aantal bedrijven dat mogelijkheden voor het opwekken van duurzame energie benut, gespecificeerd op het soort duurzame energie. - Voorbeelden van duurzaamheidsadviezen over ruimtelijke ontwikkelingen aan gemeenten. Wat is er bereikt? Inventarisatie van de beschikbare restwarmte bij industriële bedrijven. DCMR vraagt binnen de vergunningverlening aandacht voor de benutting van restwarmte, zowel binnen als buiten bedrijven.
Allereerst wordt, zeker bij nieuwbouw, van een bedrijf energie-efficiëntie verwacht en waar mogelijk intern hergebruik van warmte wordt toegepast. Door het bedrijf ook te laten rapporteren over omvang en temperatuur van de lozing naar water en lucht wordt kennis opgebouwd over de potentie om deze restwarmte extern te gebruiken. Van significante restwarmtestromen die nu nog worden weggekoeld, wordt gevraagd deze uitkoppelgereed uit te voeren. Daarmee wordt zeker gesteld dat, mocht er een bestemming komen voor deze warmte, dat deze ook kan worden uitgekoppeld. Of de restwarmtestroom wordt hergebruikt buiten het bedrijf is een commerciële beslissing tussen twee private partijen. Door de restwarmtepotentie voor extern gebruik inzichtelijk te maken wordt realisatie bespoedigd. In de vergunning van de electrolyser die is aangelegd op de tweede Maasvlakte is opgenomen dat de installatie voorbereid moet zijn op het uitkoppelen van warmte. In 2022 is het net opgehaald m.b.t. de beschikbare en op te halen data over restwarmte van grote energiegebruikers. Tot nu toe hebben we bedrijven gestimuleerd om werk te maken van de afkoppeling van hun restwarmte. Op dit gebied zijn er positieve ontwikkelingen in gang gezet. Vanuit de nieuwe Rijksregels is het straks verplicht om als bedrijf te onderzoeken binnen welke termijn een investering in de afkoppeling van restwarmte terugverdiend wordt.
Als de terugverdientijd maximaal vijf jaar is dan zijn bedrijven verplicht om hier werk van te maken. Dezelfde regels gelden voor het duurzaam opwekken van energie. Voorlopig gelden deze regels nog niet voor de branche glastuinbouw maar de inzet is dat deze branche hier op iets latere termijn ook aan gaat voldoen Aantal vergunningen en m.e.r.(-beoordelings)procedures dat via de versnellingstafelaanpak bijdraagt aan energietransitie. Momenteel wordt de versnellingstafelaanpak ingezet voor 27 aan blauwe en groene waterstof gerelateerde projecten. Voor zeven van die projecten is de vergunningsprocedure reeds afgerond. Indien de aanvrager de aanvraag goed voorbereidt, frequent communiceert met het bevoegd gezag en er geen directe milieudrempels zijn, kan het snel gaan met een procedure. De waterstof projecten lijken erg op elkaar, een reden om de vergunningen te standaardiseren. Dat gaat bijdragen aan een snellere doorlooptijd van het vergunningverleningsproces. Voor CO 2 afvang en opslag is er een apart vergunningstraject, het onderwerp is erg complex en de wetgeving is nog niet in lijn met de laatste ontwikkelingen op dit gebied. Momenteel wordt er gezocht naar methodes om waterstof te produceren op afstand, want in Nederland zijn nog geen leidingen beschikbaar voor het transport van waterstof. Daarnaast is het investeren in electrolysers een tijdrovend traject.
Een voorwaarde voor de productie van groene energie is dat die electrolysers voorzien worden van duurzame energie (wind of zon). Er is in Nederland momenteel nog niet voldoende duurzame energie
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2022
92 / 100
beschikbaar om aan die toenemende vraag te voldoen. Een productiemethode die momenteel erg in opkomst is, is het gebruik van ammoniak als drager van waterstof. Met deze methode kan waterstof in vloeibare vorm vervoerd worden, bijvoorbeeld per schip. Dit maakt deze productiemethode aantrekkelijk voor locaties met een groot potentieel voor het opwekken van duurzame energie, zoals de Arabische Emiraten. Door de snelle opkomst van deze nieuwe productiemethode is de noodzaak ontstaan om voor die productie nieuwe BBT (Best Beschikbare Technieken) te gaan voorschrijven, want er zijn grote risico’s met betrekking tot de veiligheid van de opslag en het transport. DCMR werkt mee aan de ontwikkeling van die BBT. In 2022 heeft het Versnellingshuis een aantal successen behaald, o.a. een electrolyser van 200 megawatt (MW) op de tweede Maasvlakte en een fabriek die plastic recyclet met een innovatieve magnetische technologie Een voorbeeld van de inzet van de versnellingstafelaanpak is het bedrijf Umincorp dat op een innovatieve manier plastic weet te scheiden voor hergebruik. Het bedrijf ligt in de buurt van het Merwe-Vierhavengebied op een verontreinigde bodem. Hierdoor was het niet mogelijk om diep in de bodem te werken wat problemen opleverde. Dankzij de versnellingstafel is er snel geschakeld waardoor deze fabriek spoedig opgericht kon worden.