Bijlage 2 Jaarverslag en Jaarrekening DCMR 2022
Tekst van het document
Aantal kiloton vermeden CO2-uitstoot door energietransitie In onderstaande grafiek is de vermeden CO2-uitstoot uitgedrukt in het aantal kiloton per bron. Vanuit de klimaatmonitor wordt deze analyse iedere twee jaar gedaan. De inzet op hernieuwbare energie kan worden vertaald naar vermeden CO2-uitstoot. Het gaat om een theoretische besparing, de redenering is dat een toename aan hernieuwbare energie, bijvoorbeeld door de inzet van windturbines, het gebruik van fossiele energie vermindert.
Vermeden CO2 door hernieuwbare energie 1000 800 600 400 200 0 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 hernieuwbare energie in verkeer en vervoer hernieuwbare warmte hern. elektriciteit (excl. wind op zee)
Aantal bedrijven dat mogelijkheden voor het opwekken van duurzame energie benut Er zijn plannen voor een Zuid-Hollands datalab met andere omgevingsdiensten uit Zuid-Holland. Eén van de casussen waarnaar gekeken gaat worden is de vervanging van het bestaande energiedashboard. Omdat de regelgeving rondom energiebesparing volop in ontwikkeling is en blijft zet DCMR blijvend in op kennisuitwisseling. Er is een organisatiebreed energietransitieteam dat nu vooral kennis uitwisselt en opbouwt. Dit gebeurt onder andere binnen de leergroepen voor zorg, onderwijs, gemeentelijk- en maatschappelijk vastgoed en industrie. Voor de leergroep industrie is een sessie georganiseerd waarbij een aantal leveranciers van innovatieve technieken zijn gematcht met een aantal partijen uit
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2022
93 / 100
de industrie om te onderzoeken of er nieuwe technieken beschikbaar zijn voor energiebesparing. Een vervolg op deze sessie wordt voorbereid. Met betrekking tot hernieuwbare energie heeft DCMR bijvoorbeeld een rol in zon op dak projecten. In 2022 hebben er 2 opleveringscontroles plaatsgevonden bij zon op daken van bedrijven met BRZOinstallaties. Vanuit de Gemeente Rotterdam is een projectgroep opgericht om harder door te pakken op zonnepanelen op industriële daken. DCMR neemt deze taak op zich Voorbeelden van duurzaamheidsadviezen over ruimtelijke ontwikkelingen aan gemeenten DCMR is in de rol van bevoegd gezag actief betrokken bij verschillende m.e.r.-procedures op het vlak van circulariteit en de energietransitie, zowel voor de realisatie van concrete projecten als bij meer beleidsmatige (ruimtelijke) plannen. DCMR beoordeelt onder andere of de effecten van circulaire of duurzame alternatieven ten opzichte van ‘conventionele alternatieven’ voldoende aan bod komen in een MER. De milieueffectrapportage voor het Deep Blue Project van Shell te Pernis, dat zich richt op het afvangen van CO2 voor geologische opslag en de productie van duurzame waterstof, heeft geleid tot een verdere optimalisatie van dit voornemen, waarbij ook een zwavelhoudende stookgasstroom konden worden verwerkt en waarmee de uitstoot van 65 kiloton CO2 kon worden vermeden.
In de lopende m.e.r.-procedure voor Evolution Terminal te Vlissingen, één van de nieuwe initiatieven voor grootschalige opslag van groene ammoniak, zijn in samenwerking met diverse collega’s maatregelen voorgesteld om deze groene energiedrager op een zo veilige en verantwoorde manier te kunnen opslaan, verladen en vervoeren, zonder dat hierbij onaanvaardbare gezondheidsrisico’s optreden. Daarvoor wordt gebruik gemaakt van relevante expertise uit binnen- en buitenland. Er heeft een vooroverleg plaatsgevonden over de m.e.r.-procedure voor het AMR (Advanced Methanol Rotterdam) wat is gestart in oktober 2022. De fabriek zal in de haven van Rotterdam nietrecyclebaar afval omzetten in geavanceerde methanol, waarvan weer producten gemaakt kunnen worden. De hernieuwbare brandstof vervangt fossiele brandstof, wat CO 2 besparing oplevert. AMR wilde stoom van een ander bedrijf gebruiken om om te zetten in elektriciteit. Dit is prijstechnisch voordelig maar niet energie-efficiënt. Deze concrete vraag zal ook worden behandeld in de m.e.r.procedure. Op meer beleidsmatig niveau is door DCMR een belangrijke bijdrage geleverd aan het planMER voor de Module Energietransitie voor het Omgevingsbeleid van de Provincie Zuid-Holland, waarin de effecten van zoekgebieden voor opwek door zon en wind zijn onderzocht. 4.3
Circulaire economie
In 2030 moet Nederland 50% minder grondstoffen verbruiken en in 2050 een volledig circulaire economie hebben. In deze circulaire economie bestaat geen afval en gebruiken we grondstoffen steeds opnieuw. Zowel nieuwe als bestaande bedrijven ontwikkelen circulaire initiatieven. Ze waarderen reststromen op zodat ze het als product of de grondstof kunnen gebruiken. Wet- en regelgeving voorziet nog niet goed in de transitie naar een circulaire economie. Er zijn knelpunten, bijvoorbeeld als het gaat om de bestaande afvalstatus van een potentiële grondstof. Als iets de status van afval heeft gekregen, gelden regels voor hoe bedrijven zich van afval moeten ontdoen. Voor belemmeringen moeten verantwoorde oplossingen worden gevonden binnen de kaders van gezondheid en veiligheid. DCMR heeft bij dit focuspunt aandacht voor de ketensamenwerking van bedrijven en industrieën en het gebruik van groen en biomassa. Daarbinnen is aandacht voor een beperkt aantal pilotprojecten per jaar. DCMR heeft sinds een aantal jaren een adviesteam 'Afval en Circulaire Economie', met daarin experts vanuit de drie afdelingen. Dit ACE-team beantwoordt de binnenkomende vragen van ondernemers en participanten over circulaire economie. Intern wordt er kennis uitgewisseld en gezocht naar een goede aanpak op circulaire economie.
Door in dit team kennis en kunde op afval te bundelen kunnen deze aanvragen beter behandeld worden.
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2022
94 / 100
Mede door het werk van het ACE-team is er binnen de vergunningverlening meer aandacht voor verminderd gebruik of hergebruik van grondstoffen. In 2021 is het project ‘circulaire economie in de vergunning opgestart’. Vanuit dit project is gekeken naar mogelijkheden vanuit regelgeving om circulaire economie al vroeg in vergunningsprocedures aandacht te geven. Ook binnen m.e.r. procedures is er steeds meer aandacht voor circulaire economie, zo wordt er vaker geadviseerd op circulaire alternatieven voor plannen. Met betrekking tot vergunningverlening is in 2022 onder ander een aantal vergunningen afgegeven voor fabrieken die afval omzetten in biobrandstof. Vanuit de PZH is er sinds 2021 een programmatische aanpak op ZZS, afval en circulaire economie. Die aanpak is mede ontwikkeld door DCMR en de andere Omgevingsdiensten. Vanuit de Rijksoverheid is er een nationaal programma circulaire economie. In 2023 wordt bekeken hoe het DCMR-programma daarop aanhaakt DCMR neemt deel aan de ‘green business club’, een samenwerkingsverband van ondernemers uit Schiedam, Vlaardingen en Maassluis, (semi)overheidsinstelling en kennisinstellingen. Vanuit dit verband wordt onder andere gewerkt aan de verwerking van restromen op bedrijventerreinen. DCMR adviseert onder andere over de verwerking van houten pallets tot nieuwe houten producten.
Er zijn vier indicatoren bekeken voor de het focuspunt circulaire economie: - Aantal adviesvragen bij het adviesloket Circulaire Economie. - Aantal uitgevoerde pilots of experimenten op circulaire economie. - Volume van het grondstoffengebruik (primair, secundair). - Aantal einde-afvaloordelen. Wat is er bereikt? Aantal adviesvragen bij het adviesloket Circulaire Economie Rotterdam heeft in samenwerking met DCMR een Circulair Loket voor ondernemers ingericht. Bedrijven die afval als grondstof willen gaan gebruiken, kunnen hier terecht voor praktische en juridische vragen. Het informatiepunt moet langdurige, kostbare trajecten voorkomen. Iemand hoeft niet steeds opnieuw het wiel uit te vinden. Specialisten van DCMR geven binnen dit loket advies op maat. Zij leggen uit welke procedures moeten worden doorlopen om reststromen te mogen hergebruiken. Veel welwillende bedrijven lopen namelijk vast in ingewikkelde processen en vergunningaanvragen. Verder geven de vragen die bij het loket binnenkomen, inzicht in de problemen en zoektochten van ondernemers in de praktijk. Die kennis kan aanleiding zijn om de regelgeving aan te passen. In 2022 zijn in er totaal 49 vragen binnengekomen. Daarvan zijn er 39 afgehandeld en 10 zijn nog in behandeling.
Voor drie vragen zal samen met andere overheden naar oplossingen gezocht worden Aantal uitgevoerde pilots of experimenten op circulaire economie Er lopen verschillende experimenten, bijvoorbeeld met het hergebruik van koffiedik en andere vormen van biomassa. Er is een experiment uitgevoerd met het gebruik van bladeren op straat, waar het afval uit gesorteerd wordt. De bladeren worden gefermenteerd (bokashi-methode) en vervolgens in Rotterdam weer gebruikt als grondverbeteraar. Resultaten worden snel verwacht. Daarnaast is een project in voorbereiding om reststromen hout uit bedrijven te gebruiken in de productie van kruislaaghout Volume grondstoffengebruik (primair, secundair) Van alle bedrijventerreinen in het DCMR-gebied is een analyse van reststromen gemaakt en uitgezocht en waar ze naar toegaan. Bedrijven kunnen reststromen hergebruiken als een (circulaire) grondstof. Bedrijventerreinen in Zuid-Holland vormen een belangrijke bron van reststromen. Er is in opdracht van PZH, de Metropoolregio en de Omgevingsdiensten onderzoek gedaan naar beschikbare grondstoffen op de bedrijventerreinen in de provincie Zuid-Holland. Het onderzoek geeft inzicht in mogelijk hoogwaardig (her)gebruik. Er is meer gedetailleerd onderzoek gedaan naar 26 bedrijventerreinen van de 250 in het Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH-gebied.
De resultaten van het onderzoek staan op de website www.circulair.biz. Deze reststromen zijn nu al
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2022
95 / 100
verhandelbaar. DCMR heeft gegevens van het landelijk meldpunt afvalstoffen beschikbaar gesteld en organiseert samen met de onderzoekers grondstoftafels. Tijdens deze bijeenkomsten worden ondernemers verbonden die grondstoffen van andere ondernemers kunnen gebruiken. De resultaten zijn ook op deze site beschikbaar in de vorm van een handelsplatform. Aantal einde-afvaloordelen Uit vergunningtrajecten en vanuit controles door toezicht ontstaan interne vragen over of een afvalstof weer als grondstof mag worden gebruikt of dat na een bewerking vanuit een afvalstof een product ontstaat. Ook via bedrijven, bijvoorbeeld via het circulaire loket van Rotterdam, komen rechtstreeks dit soort vragen binnen. Om een afvalstof weer in te zetten als grondstof zijn er drie instrumenten: voortgezet gebruik, bijproduct en einde-afvaloordeel. Deze conclusies kunnen op diverse manieren een plek krijgen: een bestuurlijk rechtsoordeel, in een vergunning of in een handhavingsbeschikking. Op dit moment is er onduidelijkheid over welk bevoegd gezag het oordeel moet vellen, het bevoegd gezag van het bedrijf waar de afvalstof vrijkomt, of het bevoegd gezag van het bedrijf waar de afvalstof weer als grondstof wordt gebruikt. Ook bedrijven kunnen zelf eindeafval-oordelen opstellen.
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2022
96 / 100
Deel D: Productiecijfers Algemeen In paragrafen 4.2.5 en 4.2.12 zijn al productiecijfers weergegeven. In deze bijlage wat meer detailinformatie over de productie. In de productiecijfers van 2020 en 2021 zijn ook geweigerde of ingetrokken procedures meegeteld evenals onderbroken handhavingsacties die wel zijn voorbereid maar geen vervolg hebben gehad. Alleen bij de strafrechtelijke handhavingsproducten zijn slechts die zaken meegeteld die tot een afgerond product hebben geleid. Vanaf 2022 worden alleen afgeronde zaken meegeteld. Productie toezicht en handhaving Tabel: Aantal gecontroleerde Brzo-bedrijven.
Product
2022
2021
2020
Brzo-inspectie preventief
164
172
179
Met de provincie Zuid-Holland is afgesproken om bij elk Brzo-bedrijf een Brzo-inspectie uit te voeren en daarnaast minimaal één Wabo-inspectie. Deze inspecties zijn allemaal uitgevoerd. Met de provincie Zeeland is afgesproken om elk hoogdrempelig Brzo-bedrijf (twintig bedrijven) eenmaal per jaar te inspecteren in het kader van het Brzo-toezicht en elk laagdrempelig Brzo-bedrijf (twee bedrijven) eenmaal per drie jaar. Alle Brzo-inspecties zijn uitgevoerd volgens de opdracht. Daarnaast is bij elk Brzo-bedrijf in Zeeland minimaal één Wabo-inspectie uitgevoerd. Zowel in Zuid-Holland als in Zeeland worden ook onaangekondigde Brzo-inspecties uitgevoerd conform de afspraken met de opdrachtgever. Daardoor zijn de aantallen Brzo-inspecties hoger dan het aantal Brzo-bedrijven. In bovenstaande tabel staat alleen het aantal Brzo-inspecties. De aantallen Wabo-inspecties van de Brzo-bedrijven zijn meegenomen in de tabel met de algemene inspecties in paragraaf 4.2.5. Tabel: Aantallen bestuursrechtelijke producten uitgesplitst.
Product
2022
2021
2020
Last onder dwangsom (LoD)
153
160
166
Besluit op handhavingsverzoek
16
13
10
Sanctie-invordering
472
348
303
0
0
2
Bestuursrechtelijke maatregelen geluid
De aantallen bij de bestuursrechtelijke producten liggen in lijn met voorgaande jaren met uitzondering van het aantal sanctie-invorderingen. Het hoge aantal in 2022 is hoogstwaarschijnlijk het gevolg van de migratie van Rudis naar Mozard. Om dat proces zo goed mogelijk te laten verlopen, is een groot aantal invorderingszaken, die nog openstonden maar waarvan duidelijk was dat deze geen vervolg meer zouden krijgen, afgerond. Aangezien alle afgeronde invorderingszaken worden meegenomen in de cijfers (en niet alleen de zaken die tot een daadwerkelijke invordering hebben geleid), tellen deze zaken ook mee. Slechts een klein deel van de invorderingszaken (ongeveer 10%) heeft tot een daadwerkelijke invordering geleid. Bij de meeste zaken is door de toezichthouder geen overtreding geconstateerd en betreft het een administratieve afdoening.
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2022
97 / 100
Tabel: Aantallen strafrechtelijke producten uitgesplitst.
Product
2022
2021
2020
Proces-verbaal FP*
24
20
52
Proces-verbaal CJIB*
8
6
17
Bestuurlijke strafbeschikking milieu*
21
8
21
* Voor de strafrechtelijke sancties betreft het alleen de daadwerkelijk afgeronde zaken.
Sinds 2021 is de werkwijze met betrekking tot de strafrechtelijke afdoening van zaken veranderd wat invloed heeft op de aantallen producten. In 2022 zijn relatief veel zaken (33) versneld afgedaan door middel van een zogenaamd SAM-proces-verbaal (Snelle Afhandeling Milieudelicten). Op basis van een beknopt relaas van bevindingen wordt de overtreder door de officier van justitie een strafbeschikking aangeboden waarmee vervolging kan worden voorkomen. Het SAM-pv wordt niet als product geteld en komt dus niet terug in de aantallen. Het zijn echter wel strafrechtelijke producten die namens de verschillende accounts worden opgemaakt en ingestuurd. Dit geldt ook voor proces-verbalen (pv’s) van bevindingen (11). Deze pv’s worden ook niet als product geteld maar wel voor de verschillende accounts opgemaakt. Vaak in het kader van participatie in strafrechtelijke onderzoeken door externe handhavingspartners. Tot slot zijn er 24 strafrechtelijke onderzoeken gestart die uiteindelijk niet hebben geleid tot een eindproduct (sepots). Een sepot kan meerdere oorzaken hebben, waarvan onvoldoende strafrechtelijk bewijs de belangrijkste is. Als de SAM-pv’s, pv’s van bevindingen en sepots zouden worden meegerekend zijn er in 2022 door DCMR 121 strafrechtelijke onderzoeken uitgevoerd. Productie Meldkamer De registratie van luchtvaartklachten vindt plaats via een speciaal digitaal meldingsformulier.
Deze klachten komen niet binnen bij de meldkamer, maar gaan rechtsreeks naar het team dat zich bezighoudt met vliegverkeer. Na een forse daling van het aantal klachten over vliegverkeer in 2020, zijn de klachten vanaf 2021 weer toegenomen. De strenge coronamaatregelen in 2020 waren de belangrijkste oorzaak voor de scherpe daling van het aantal vliegtuigklachten in dat jaar. In 2021 waren er weliswaar nog steeds coronamaatregelen, maar deze waren minder streng in vergelijking met 2020. In 2022 waren er geen beperkingen meer en is het aantal klachten verder toegenomen. De cijfers zijn te vinden in het rapport “Analyse meldingen rondom Rotterdam the Hague Airport” met subtitel “Jaarrapport 2022”. De bedrijfsmeldingen gaan over incidenten of voorgenomen risicovolle activiteiten. De toezichthouders (veelal het milieupiket) van DCMR onderzochten het merendeel van deze meldingen. Grotere bedrijven zijn verplicht om incidenten die effecten (bijvoorbeeld geur- of geluidoverlast) kunnen hebben in de omgeving via het Centrale Incidenten Nummer (CIN) te melden. Hulpdiensten kunnen op basis van een dergelijke melding snel reageren en het incident zo snel mogelijk behandelen. In 2022 was er sprake van een toename van het aantal CIN-meldingen. Er is geen oorzaak gevonden voor deze toename. Dit wordt verder onderzocht. Tabel: Aantal incidentenmeldingen.
Product
2022
2021
2020
CIN-melding brand
154
133
219
CIN-melding groot incident
30
23
37
CIN-melding klein incident
113
101
146
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2022
98 / 100
In 2022 is DCMR verder gegaan met meldingstrainingen bij de bedrijven in Zuid-Holland die niet CINplichtig zijn. Doel is dat deze bedrijven meldingen gaan doen in overeenstemming met de CINmethode. Inmiddels zijn bijna alle bedrijven in Zeeland opgeleid. In januari 2023 staan de laatste bedrijven ingepland. De meldkamer verricht ook taken voor het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM). Voor de SodM heeft de meldkamer van DCMR in 2022 in totaal 292 meldingen ontvangen. De meeste van deze meldingen betreffen incidenten en ongevallen op boor- en werkeilanden en een enkele maal een melding over een pijpleiding. Deze meldingen zijn niet in bovenstaande tabellen opgenomen. Productie Bodem DCMR voert voor de provincie Zuid-Holland en de gemeente Rotterdam de regiefunctie uit in het kader van de Wet bodembescherming. DCMR houdt de bodemkwaliteit in Rijnmond in de gaten, bepaalt of nadere acties nodig zijn en voert deze uit. Daarnaast voert DCMR de bodemtaak uit voor de provincie Zuid-Holland en de gemeente Rotterdam. Voor Schiedam wordt de toezichttaak Wbb en het beoordelen van meldingen grondverzet (Bbk) uitgevoerd. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de categorie en het aantal producten in 2022 voor het thema bodem. De aantallen zijn in lijn met eerdere jaren. Tabel: Aantallen producten bodem. *
Product
2022
2021
2020
Beschikkingen
190
183
204
Inspecties Wbb/Bbk
586
657
460
Behandeling BUS-meldingen
363
335
345
2.392
2.293
2.418
Beoordeling rapportages *Zie bijlage 11.3 voor uitleg van deze producten.
Productie overige gebiedsgerichte producten DCMR voert voor de provincie Zuid-Holland taken uit op het gebied van luchtvaart en vuurwerk. Voor verschillende gemeentes worden adviezen verstrekt voor ontheffingen geluidsbelasting. Voor zowel de provincie als de gemeentes worden adviezen op het gebied van ruimtelijke ontwikkeling opgesteld. De meeste van deze ruimtelijke adviezen betreffen de gemeente Rotterdam. In de volgende tabel is te zien wat voor soort en hoeveel gebiedsgerichte producten in 2022 gerealiseerd zijn. Tabel: Aantallen gebiedsgerichte producten. *
Product
2022
2021
2020
Geluid (ontheffing geluidsbelasting)
28
50
54
Luchtvaart (ontheffingen/controles TUG)
91
65
85
Ruimtelijke ontwikkeling (diverse adviezen/beoordelingen op ruimtelijke ordening- en m.e.r.-gebied)
1.960
2.019
1.696
Vuurwerk (ontbrandingstoestemmingen, meldingen, controles)
204
98
98
*Zie bijlage 11.3 voor uitleg van deze producten.
Het aantal ontheffingen geluidsbelasting is lager dan andere jaren. Dit komt hoofdzakelijk doordat de ontheffing omtrent A16 gebundeld is in diverse raamontheffingen. Daarnaast nemen de raamontheffingen voor de A16 meer tijd in beslag. Zo is het bij dit project nodig dat structureel overleggen plaatsvinden en moet er specifiek voor dit project een juridische toets plaatsvinden.
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2022
99 / 100
In 2020 en 2021 is het aantal ontbrandingstoestemmingen, meldingen en controles door Corona fors minder geweest. In 2022 zijn er weer volop vuurwerkevenementen geweest, waardoor het aantal zo’n 2x zoveel is dan het jaar ervoor.
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2022
100 / 100