Bijlage 2 Jaarverslag en Jaarrekening DCMR 2022
Tekst van het document
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2022
48 / 100
7.4
Niet uit de balans blijkende rechten en verplichtingen
DCMR is voor een aantal toekomstige jaren verbonden aan verschillende niet uit de balans blijkende financiële verplichtingen. Hieronder volgt een opsomming van de belangrijkste.
EA2019 Warme- en koude dranken
Overzicht langlopende verplichtingen Einddatum contract Verplichting Verplichting Verplichting Leverancier (exclusief < 1 jaar 1 tot 2 jaar 2 tot 5 jaar opties verlenging) Selecta Netherlands BV 30-4-2025 € 72.352 € 72.352 € 24.117
EA2019 Digitale Checklisten
Genetics B.V.
EA2019 Afvalmanagement
Renewi Nederland B.V./Ecosmart
Multifunctionals (printers)
Veenman
EA2019 Nieuw Financieel Systeem
Technology 2 Enjoy
EA2019 Bodeminformatiesysteem
Roxit
WGA
Loyalis/ASR
EA2019 Nazorg bodemlokaties
Afvalservice Bodemzorg
EA2020 ICT supportdesk
NTNT (vh. Groupe Open)
NMK-A
Geodan
Backup and Storage
SLNT IT BV
Gebruik personeelssysteem
RAET
Mobiele communicatie via VNG
Vodafone
EA2020 Onderhoud gebouwen
Veolia Gebouwenbeheer
EA2020 Schoonmaak
CSU
Huur Parallelweg 1, Schiedam
ROC Beheer BV.
EA2020 Nieuwe Website
Betawerk
EA2020 Nieuw VTH Systeem
Mozard BV
EA2020 Accountantcontrole
PWC
Catering
V'Business
Medewerkersonderzoek Overeenkomst Ontwikkeling Normstelling Vliegenoverlast Elektriciteit
Effectory BV
108.709 52.963 30-6-2023 € 17.333 31-12-2023 € 269.433 31-12-2023 € 38.277 31-12-2025 € 178.353 € 5-1-2024 € 62.132 1-9-2022 € 139.133 30-7-2023 € 94.553 31-10-2023 € 180.000 31-12-2025 € 162.978 € 21-4-2023 € 50.112 1-1-2025 € 103.972 € 30-9-2024 € 275.540 € 9-12-2023 € 2.027.497 31-3-2023 € 8.852 31-12-2025 € 46.265 € 31-7-2023 € 47.985 31-12-2023 € 135.080 1-11-2023 € 61.226
Omschrijving
1-1-2024 €
30-11-2023 €
178.353 €
178.353
162.978 €
162.978
103.972 206.655
46.703 €
46.703
Stichting KAD
31-12-2023
Vattenfall Sales Nederland NV
31-12-2025 € 439.202 € 439.202 € € 4.635.223 € 1.210.215 €
439.202
TOTAAL
€
63.277 851.353
Leasecontracten wagenpark Het wagenpark wordt geleased bij één leasemaatschappij. De aangegane verplichting bedraagt exclusief brandstof ca. €100k op jaarbasis.
7.5
Gebeurtenissen na balansdatum
Tot heden is er geen sprake van gebeurtenissen na balansdatum die enige invloed zouden kunnen hebben.
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2022
49 / 100
8 Algemene waarderingsgrondslagen De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten daarvoor geeft.
8.1
Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling
De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balansonderdeel anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen als zij bij het opmaken van de jaarrekening bekend zijn. Dividendopbrengsten van deelnemingen worden als bate genomen op het moment waarop het dividend betaalbaar gesteld wordt. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen en schulden als gevolg van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerd aan verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt. Bij deze uitzondering moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden, overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken.
Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar. Als er sprake is van (eenmalige) schokeffecten (bijvoorbeeld reorganisaties) dient wel een verplichting opgenomen te worden.
8.2
Materiële vaste activa met economisch nut
Deze materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht; in die gevallen wordt op het saldo afgeschreven. Slijtende investeringen worden vanaf het moment van ingebruikneming lineair afgeschreven in de verwachte gebruiksduur, waarbij rekening wordt gehouden met een eventuele restwaarde. Op het moment dat het kapitaalgoed in gebruik wordt genomen, wordt met afschrijven gestart.
8.3
Vlottende activa
De projecten zijn gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs of de lagere marktwaarde. Er wordt geen rente bijgeschreven. Incourante voorraden worden afgewaardeerd naar marktwaarde. De vervaardigingsprijs omvat de kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend, alsmede een redelijk te achten aandeel in de rentekosten en de administratie- en beheerskosten. Winsten uit de projecten worden slechts genomen indien en voor zover die met voldoende mate van betrouwbaarheid als gerealiseerd aangemerkt kunnen worden. Zolang daarvan geen sprake is, worden de verkregen verkoopopbrengsten ten volle op de vervaardigingskosten in mindering gebracht.
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2022
50 / 100
Afgeronde projecten worden gewaardeerd tegen de kostprijs. Deze bestaat uit de verrekenprijzen van grond- en hulpstoffen en de loon- en machinekosten die aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening in mindering gebracht. De voorziening wordt statisch bepaald op basis van de geschatte inningskansen. De liquide middelen en overlopende posten worden tegen nominale waarde opgenomen.
8.4
Passiva
Het eigen vermogen bestaat uit de algemene, bestemmingsreserve en het resultaat na bestemming volgens het overzicht van baten en lasten. Van bestemmingsreserves die niet met juridisch onontkoombare verplichtingen zijn belast, valt het (restant)saldo van een bestemmingsreserve zonder voorafgaand bestuursbesluit ten gunste van het ‘resultaat na bestemming’ vrij als: a) Het doel waarvoor de bestemmingsreserve is gevormd vervalt, of b) Gedurende drie jaar niets aan de bestemmingsreserve is onttrokken of toegevoegd. De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. De afrekening met de participanten vindt volledig plaats op basis van werkelijke uren en materiële lasten. Het saldo van de onder- of overbesteding ten opzichte van het werkplan wordt in zijn geheel verrekend met het voorschot met specifiek bestedingsdoel.
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2022
51 / 100
9 Overzicht van baten en lasten in de jaarrekening 9.1
Overzicht baten en lasten
Overzicht van baten en lasten in de jaarrekening 2022 Raming begrotingsjaar voor wijziging na wijziging Realisatie 2022 Begrotingsafwijking baten lasten saldo baten lasten saldo baten lasten saldo baten lasten saldo a b c = a-b a b c = a-b d e f=d-e g = a- d h = b- e i = g - h 49.471 - 49.471 50.011 50.121 -110 53.731 55.925 -2.194 -3.720 -5.803 2.083 - 25.108 26.158 -1.050 25.308 23.276 2.032 -200 2.882 -3.082 Kosten overhead - 25.108 25.108 23.276 23.276 1.832 1.832 Bezettingsresultaat afdelingen 1.050 -1.050 2.032 -2.194 162 -2.032 3.243 -5.275 Totaal participant 49.471 - 49.471 75.119 76.279 -1.160 79.039 79.201 -162 -3.920 -2.921 -999 Algemene dekkingsmiddelen saldo financieringsfunctie overige dekkingsmiddelen 100 100 50 50 36 36 14 14 onvoorzien -12 374 -386 12 -374 386 subtotaal algemene dekkingsmiddelen 100 100 50 50 24 374 -350 26 -374 400 Heffing vennootschapsbelasting Resultaat voor onttrekkingen/dotaties 49.571 - 49.571 75.169 76.279 -1.110 79.063 79.575 -512 -3.894 -3.295 -599 Toevoeging/Onttrekkingen aan reserves Resultaat voorgaand boekjaar Mutatie Algemene reserve Mutatie reserve Modernisering Bedrijfsvoering 1.730 1.000 730 1.605 1.056 549 125 -56 181 Mutatie reserve Personeel en Organisatie 56 56 -56 -56 Mutatie reserve Duurzaamheidsopgaven 380 380 490 490 -110 -110 subtotaal mutatie reserves 2.110 1.000 1.110 2.151 1.056 1.095 -41 -56 15 Resultaat na
Toevoegingen/Onttrekkingen 49.571 - 49.571 77.279 77.279 81.214 80.631 584 -3.935 -3.351 -584 Voorstel technische toevoeging / onttrekking aan reserves Mutatie Algemene reserve Mutatie reserve Modernisering Bedrijfsvoering Mutatie reserve Personeel en Organisatie subtotaal mutatie reserves Resultaat na technische bestemming 49.571 - 49.571 77.279 77.279 81.214 80.631 584 -3.935 -3.351 -584 Omschrijving Programma's ( € x 1.000) Programma Milieubeheer Programma Bedrijfsvoering
9.2
Algemene dekkingsmiddelen
Omschrijving Financiering en algemene dekkingsmiddelen Betaalde rente financiering Bespaarde rente op eigen vermogen Doorberekende rente aan kostenplaatsen Overige opbrengsten Onvoorzien Totaal
Raming 2022 lasten saldo b c = a-b
baten a € € € € € €
100 100
€ € € € € €
-
€ € € € € € € 100 € € € € 100 €
baten d
Realisatie 2022 lasten saldo e f=d-e € € € 36 € 12- € 24 €
-
€ € € € € €
baten g = a- d
€ € € 36 € 12- € 24 €
Begrotingsafwijking lasten saldo h = b- e i=g-h 64 12 76
€ € € € € €
Het inschatten van de post ‘overige opbrengsten’ is lastig gezien de onzekerheid van de realisatie. De huidige afwijkingen zijn het gevolg van de uitvoering van het gekozen beleid. Dit betreft geen onrechtmatige afwijkingen.
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2022
Blad 52 van 100
-
€ € € € € €
64 12 76
10 Overige gegevens 10.1 Wet normering topinkomens De Wet normering van topinkomens (WNT) regelt hoeveel topfunctionarissen in de (semi)publieke sector maximaal mogen verdienen. De WNT is van toepassing op DCMR Milieudienst Rijnmond. Op grond van het bepaalde in §4, artikel 4.1, 1e lid, letters a tot en met g van de Wet normering topfunctionarissen publieke en semipublieke sector moeten de gevraagde gegevens van de (waarnemend- en) directeur openbaar gemaakt worden. Gegevens 2022 bedragen x €1
R.M. Thé
Functiegegevens
Directeur
Aanvang en einde functievervulling in 2021
01/01–31/12
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)
1,0
Dienstbetrekking? Bezoldiging
ja
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen
€ 156.975,80
Beloningen betaalbaar op termijn
€ 23.515,44
Subtotaal
€180.491,24
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
€ 216.000,00
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag Bezoldiging
N.v.t. € 180.491,24
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan
N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling
N.v.t.
Gegevens 2021 bedragen x €1
R.M. Thé
Functiegegevens
Directeur
Aanvang en einde functievervulling in 2021
01/01–31/12
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)
1,0
Dienstbetrekking? Bezoldiging
ja
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen
€ 154.885,93
Beloningen betaalbaar op termijn
€ 22.895,04
Subtotaal
€ 177.780,97
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
€ 209.000,00
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag Bezoldiging
N.v.t. € 177.780,97
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan
n.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling
n.v.t.
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2022
53 / 100
10.2 Bestuursleden algemeen bestuur Onderstaande tabel bevat de samenstelling van het algemeen en dagelijks bestuur (AB/DB) van DCMR. De bestuursleden zijn wethouder in de genoemde gemeente, of gedeputeerde van de provincie. De AB- en DB-leden verrichten de werkzaamheden onbezoldigd en ontvangen geen bezoldiging gelet op de Wet Normering Topinkomens. De leden van het AB worden aangewezen door de gemeenteraden en provinciale staten. De leden van het DB worden aangewezen door en vanuit het AB. In maart 2022 vonden gemeenteraadsverkiezingen plaats. Door de veranderingen in de colleges van B&W van de gemeenten is ook de samenstelling van het AB en DB van DCMR gewijzigd. Onderstaand wordt daarom ook de samenstelling na de college-veranderingen (medio 2022) in een tabel genoemd. Samenstelling AB en DB tot de verkiezingen en vorming van nieuwe colleges van B&W. DCMR-participant
Naam
Bestuursfunctie
Provincie Zuid-Holland
de heer M. Stolk
Voorzitter DB en AB
Provincie Zuid-Holland
de heer F. Zevenbergen
Portefeuillehouder financiën, DB en AB
Gemeente Rotterdam
de heer A. Bonte
Vicevoorzitter DB en AB
Gemeente Albrandswaard
de heer M.C. Goedknegt
DB en AB
Gemeente Brielle
De heer A. Schoon
AB
Gemeente Vlaardingen
de heer B. Bikkers
DB en AB
Gemeente Barendrecht
mevrouw T.F. de Jonge
AB
Gemeente Capelle aan den IJssel
de heer N.C. van Veen
AB
Gemeente Goeree-Overflakkee
de heer D. Markwat
AB
Gemeente Hellevoetsluis
de heer P. Schop
AB
Gemeente Krimpen aan den IJssel
de heer A. Timm
AB
Gemeente Lansingerland
de heer J.W. van den Beukel
AB
Gemeente Maassluis
de heer J.M.H. Evers
AB
Gemeente Nissewaard
de heer I. Bal
AB
Gemeente Ridderkerk
de heer M. Japenga
AB
Gemeente Rotterdam
de heer A.H.P. van Gils
AB
Gemeente Schiedam
mevrouw A.J.M. Laan
AB
Gemeente Westvoorne
Mevrouw L. van der Pol
DB en AB
Provincie Zuid-Holland
mevrouw J.N. Baljeu
AB
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2022
54 / 100
Nieuwe samenstelling AB en DB, na de vorming van de nieuwe colleges van B&W (medio 2022) DCMR-participant
Naam
Bestuursfunctie
Provincie Zuid-Holland
de heer M. Stolk
Voorzitter DB en AB
Provincie Zuid-Holland
de heer F. Zevenbergen
Portefeuillehouder financiën, DB en AB
Gemeente Rotterdam
Mevrouw C. Zeegers
Vicevoorzitter DB en AB
Gemeente Albrandswaard
De heer R. Polder
AB
Gemeente Brielle
De heer A. Schoon
AB
Gemeente Vlaardingen
De heer K. Kegel
AB
Gemeente Barendrecht
De heer L. van der Linden
AB
Gemeente Capelle aan den IJssel
De heer S. Geissler
AB
Gemeente Goeree-Overflakkee
De heer D. Markwat
AB
Gemeente Hellevoetsluis
De heer P. Schop
AB
Gemeente Krimpen aan den IJssel
De heer W. Tempel
DB en AB
Gemeente Lansingerland
De heer M. Muis
AB
Gemeente Maassluis
Mevrouw D. Mulder
AB
Gemeente Nissewaard
De heer C. Hottentot
AB
Gemeente Ridderkerk
De P. Meij
AB
Gemeente Rotterdam
De heer M. Struijvenberg
AB
Gemeente Schiedam
De heer F. Hamerslag
DB en AB
Gemeente Westvoorne
Mevrouw L. van der Pol
DB en AB
Provincie Zuid-Holland
Mevrouw J.N. Baljeu
AB
In de gemeenten Westvoorne, Hellevoetsluis en Brielle vonden de gemeenteraadsverkiezingen in verband met herindeling pas plaats op 23 november 2022. Het college van de nieuwe gemeente Voorne aan Zee is begin januari 2023 geïnstalleerd. De bestuurders van de gemeenten Westvoorne, Hellevoetsluis en Brielle waren tot eind 2022 lid van het Algemeen bestuur van DCMR.
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2022
55 / 100
11 Bijlagen 11.1 Nadere verklaring producten Reguleren Uitgebreide procedure Wabo (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht) Deze categorie betreft de volgende producten: wijzigen voorschriften (milieu), revisie (milieu), handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening (voor zover uitgebreid, deels zijn dit reguliere producten die niet zijn meegeteld), oprichting (milieu), intrekkingsbesluit (milieu), verandering (milieu), handelingen met gevolgen voor beschermde natuurgebieden. Reguliere procedure Wabo Onder dit kopje zijn uitsluitend het aantal milieuneutrale meldingen weergegeven. Toezicht Er zijn verschillende soorten inspecties. Globaal zijn dit de volgende: Opleveringscontrole Inspectie ter oplevering van een nieuwe of gewijzigde vergunning. Preventieve controle Een controle op het bedrijf waarbij bepaalde bedrijfsonderdelen of milieuaspecten fysiek worden gecontroleerd. Deze inspecties worden gericht ingezet daar waar de risico`s in de branches het grootst zijn. Nacontrole Een controle bij een bedrijf volgend op een eerdere preventieve controle waarbij overtredingen geconstateerd zijn. Tijdens de nacontrole wordt bezien of de overtredingen voortduren of al ongedaan gemaakt zijn. Administratieve controle Een administratieve controle is een controle waarbij bedrijfsdocumenten worden geïnspecteerd.
Klachten- of voorvalonderzoek Inspectie om de bron en oorzaak van klachten of voorvallen te achterhalen. Inventariserende controle Inspectie waarbij de bedrijven of wijzigingen in de bedrijvigheid in een bepaald gebied worden geïnventariseerd. Brzo-controle Een inspectie bij een Brzo-inrichting wordt uitgevoerd om na te gaan of de inrichting voldoet aan de verplichtingen die voortvloeien uit het Besluit risico’s zware ongevallen 2015 (Brzo 2015) en daarmee verbonden regelgeving. Tijdens de VT-inspectie wordt de Wabo-gerelateerde wetgeving opgepakt (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht). De Brzo-controles worden gezamenlijk met de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR) en met de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid (voormalige Nederlandse Arbeidsinspectie) uitgevoerd. De aard van de inspecties is systeemgericht en/of technisch. Bodem Beschikkingen
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2022
56 / 100
Dit betreft de volgende beschikkingen: verlening subsidie bodemsanering, BUS-evaluatie bodemsanering (Besluit uniforme saneringen), evaluatieverslag bodemsanering, saneringsplan bodemsanering ernst/spoed, bodemsanering nazorgplan. Inspecties Wbb (Wet bodembescherming)/ Bbk (Besluit bodemkwaliteit) Dit betreffen de volgende controles: Bbk, bodemsanering niet-Wbb, bodemsanering Wbb ernstig/niet ernstig, mobiele puinbreker (locatiegebonden controle buiteninrichtingen), nazorglocaties, ontgrondingen. Beoordeling rapportages Dit betreffen de volgende beoordelingen: monitoringsrapportage, plan van aanpak nieuw geval van bodemverontreiniging, melding besluit bodemkwaliteit en rapportage bodemonderzoek. Overige gebiedsgerichte producten Geluid Bij geluid gaat het om de ontheffingen geluidsbelasting. Luchtvaart Het betreft hier ontheffingen tijdelijk en uitzonderlijk gebruik (TUG) en controles TUG. Deze taak wordt alleen voor de provincie uitgevoerd. Ruimtelijke ontwikkeling Het betreft de producten advies milieuaspecten, beoordeling goede ruimtelijke ordening (GRO), quickscan gebiedsbestemmingsplannen en haalbaarheidsscan ruimtelijke intake team (RIT). Daarnaast de nulstapadviezen m.e.r., de vormvrije m.e.r.-beoordelingen en de m.e.r.-beoordelingsbesluiten. Verreweg de meeste producten zijn opgesteld voor de gemeente Rotterdam.
Vuurwerk Het betreft de ontbrandingstoestemmingen vuurwerk, de behandeling van meldingen vuurwerkontbranding en controles bij vuurwerkevenementen. Deze taken worden uitsluitend voor de provincie uitgevoerd.
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2022
57 / 100
11.2 Rechtmatigheidsverantwoording Op grond van hun verantwoordelijkheid stelt het dagelijks bestuur (DB) van de gemeenschappelijke regeling DCMR Milieudienst Rijnmond de rechtmatigheid als volgt vast: De baten en lasten alsmede de balansmutaties moeten getrouw in de jaarrekening worden opgenomen. Uit het getrouw opnemen van de baten en lasten alsmede de balansmutaties, blijken een drietal rechtmatigheidscriteria niet expliciet. Dit betreffen: het begrotingscriterium, het voorwaardencriterium, en het misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium. In deze rechtmatigheidsverantwoording licht het DB van de gemeenschappelijke regeling DCMR Milieudienst Rijnmond toe in hoeverre bij de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium zijn nageleefd. Dit houdt in dat de verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties in overeenstemming zijn met door het bestuur vastgestelde kaders zoals de begroting en verordeningen en met bepalingen in de relevante wet- en regelgeving. Bij de waarderingsgrondslagen in de jaarrekening is het door het dagelijks en algemeen bestuur op 8 december 2022 het vastgestelde normenkader van de relevante wet- en regelgeving verder toegelicht.
Deze verantwoording hanteert een grensbedrag omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de verantwoording hoeven te worden betrokken. Deze grens is door het bestuur bepaald en bedraagt 3% van de totale lasten inclusief toevoegingen aan de reserves en is daarmee vastgesteld op € het definitieve bedrag dient door PWC ingevuld te worden. Bevinding Het DB is van mening dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties met betrekking tot salarissen en aanbesteding rechtmatig tot stand zijn gekomen binnen de daarvoor gestelde grens. In de paragraaf bedrijfsvoering is op basis van de Kadernota rechtmatigheid van de commissie BBV en op basis van de afspraken met de raad aanvullende informatie opgenomen over de financiële rechtmatigheid. In deze paragraaf heeft het DB ook beschreven welke actie hij onderneemt om vermelde afwijkingen in de toekomst te voorkomen.
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2022
58 / 100
11.3 Staat van activa Overzicht van onroerende en roerende bezittingen in euro's
( € x 1.000) GEBOUW
Aanschafwaarde
Investeringen
31 dec 21
2022
Desinvesteringen en geheel afge- Aanschafwaarde schreven bedragen in 2022
31 dec 22
Afschrijving tot en met
Afschrijving Desinvestering
Afschrijvin
2021
2022
2022
-
-
-
-
-
-
INRICHTING NIEUWE PAND
2.397
-
-
2.397
2.396
-
KANTOORMEUBILAIR
2.347
518
-
2.865
2.017
-
9
756
15
-
771
520
-
6
AUTOMATISERING
4.983
227
17
5.193
3.663
-17
52
METINGEN/ADVIEZEN
2.303
-
-
2.303
2.303
-
-
TOTAAL GENERAAL
12.787
759
17
13.529
10.900
-17
67
COMMUNICATIEMIDDELEN
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2022
59 / 100
-
11.4 Werkplanoverzicht per opdrachtgever
Omschrijving opdrachtgevers ( € x 1.000) Gemeente Albrandswaard Gemeente Barendrecht Gemeente Brielle Gemeente Capelle aan den IJssel Gemeente Goeree-Overflakkee Gemeente Hellevoetsluis Gemeente Krimpen aan den IJssel Gemeente Lansingerland Gemeente Maassluis Gemeente Nissewaard Gemeente Ridderkerk Gemeente Schiedam Gemeente Vlaardingen Gemeente Westvoorne Gemeente Rotterdam Provincie Zuid-Holland Provincie Zeeland Projecten Totaal opdrachtgevers Bezettingsresultaat afdelingen Algemene dekkingsmiddelen saldo financieringsfunctie overige dekkingsmiddelen onvoorzien subtotaal algemene dekkingsmiddelen Heffing vennootschapsbelasting
Raming begroting na wijziging
baten a 383 702 601 550 1.603 593 521 1.587 479 1.113 967 1.574 1.784 541 20.563 29.940 3.492 7.075 74.069 -
100 100
Realisatie 2022
lasten saldo b c = a-b 383 702 601 550 1.603 593 521 1.587 479 1.113 967 1.574 1.784 541 20.563 29.940 3.492 7.075 74.069 1.050
-
baten d 489 771 653 598 1.831 673 539 1.682 443 1.223 1.025 1.399 1.731 557 21.495 30.719 3.667 8.200 77.694
Begrotingsafwijking
lasten e 489 771 653 598 1.831 673 539 1.682 443 1.223 1.025 1.399 1.731 557 21.495 30.719 3.667 8.274 77.769
saldo f=d-e -75 -75
baten g = a- d -105 -69 -52 -47 -227 -80 -18 -95 36 -110 -59 175 54 -16 -932 -779 -175 -1.125 -3.626
lasten h = b- e -105 -69 -52 -47 -227 -80 -18 -95 36 -110 -59 175 54 -16 -932 -779 -175 -1.199 -3.701
saldo i=g-h 75 75
-1.050
2.032
2.194
-162
-2.032
3.243
-5.275
100 100
77.694 36 -12 24
77.769 374 374
-75 36 -386 -350
64 12 76
-374 -374
64 386 450
-
-
-
-
-
-
-
-
Resultaat voor onttrekkingen/toevoegingen
74.169
75.118
-950
79.750
80.337
-512
-5.580
-832
-4.750
Toevoeging/Onttrekkingen aan reserves Resultaat voorgaand boekjaar Mutatie Algemene reserve Mutatie reserve Modernisering Bedrijfsvoering Mutatie reserve Personeel en Organisatie Mutatie reserve Duurzaamheidsopgaven subtotaal mutatie reserves Resultaat na ontrekkingen/toevoegingen
74.169
75.118
-950
1.605 56 490 2.151 81.901
1.056 1.056 81.393
549 56 490 1.095 584
-1.605 -56 -490 -2.151 -7.731
-1.056 -1.056 -1.888
-549 -56 -490 -1.095 -5.845
Voorstel technische toevoeging / onttrekking aan reserves Mutatie Algemene reserve Mutatie reserve Modernisering Bedrijfsvoering Mutatie reserve Personeel en Organisatie subtotaal mutatie reserves Resultaat na technische bestemming
0 0 0 0 74.169
0 0 0 0 75.118
0 0 0 0 949
0 0 0 0 81.901
0 0 0 0 81.393
584
0 0 0 0 -7.731
0 0 0 0 -1.888
0 0 0 0 -5.845
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2022
-
60 / 100
11.5 Overzicht voorschot met specifiek bestedingsdoel per participant
Saldo Mutatie 2022
31-12-2021
Omschrijving
Saldo
Saldo
31-12-2022 €
31-12-2022 ( € x 1)
-17 19 -18 15 -293 -2 198 -42 -3 -5 188 550 353 572 62 443 45 2.065
-16.976 18.561 -17.770 15.030 -292.854 -1.705 197.716 -41.744 -2.766 -5.282 188.009 549.604 353.081 571.636 62.103 443.245 44.629 2.064.518
€
€
Participant Albrandswaard Participant Barendrecht Participant Brielle Participant Capelle aan den IJssel Participant Goeree Overflakkee Participant Hellevoetsluis Participant Krimpen aan den Ijssel Participant Lansingerland Participant Maassluis Participant Nissewaard Participant Ridderkerk Participant Rotterdam Participant Schiedam Participant Vlaardingen Participant Westvoorne Participant Provincie Zuid Holland Provincie Zeeland Totaal
68 23 34 104 -66 -8 216 -41 -29 95 247 769 179 537 96 1.558 228 4.012
-86 -4 -52 -90 -227 6 -18 -1 26 -100 -59 -220 175 34 -35 -1.115 -184
Totaal van de vorderingen op participanten Totaal van de schulden aan participanten
-143 4.155
-379 2.444
-379.096 2.443.614
Saldo
4.012
2.065
2.064.518
( € x 1.000)
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2022
Blad 61 van 100
11.6 Overzicht van baten en lasten per taakveld
V&W DCMR naar Taakveld Taakveld
Categorie
7.4 Milieubeheer 7.4 Milieubeheer 7.4 Milieubeheer
3.6 3.8 7.1
Huren Overige goederen en diensten Mutatie reserves
Bedrag ( € x 1.000 )
0 77.031 2.151 79.182
Totale Baten
Taakveld
Categorie
7.4 Milieubeheer 7.4 Milieubeheer 7.4 Milieubeheer 7.4 Milieubeheer 7.4 Milieubeheer 7.4 Milieubeheer 7.4 Milieubeheer
Salarissen en sociale lasten 1.1 Belastingen 2.1 3.5.1 Ingeleend personeel Overige goederen en diensten 3.8 Mutatie reserves 7.1 Mutatie voorzieningen 7.2 Afschrijvingen 7.3
Totale Lasten Resultaat voor bestemming
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2022
53.528 64 7.591 15.044 1.056 636 679 78.598 584
62 / 100
11.7 Bijlage SiSa verantwoordingen
Specifieke uitkering
E23
Proefontgassing
Ontvanger
Uitkeringscode
IenW
Juridische grondslag
Verstrekker
SiSa bijlage verantwoordingsinformatie 2022 op grond van artikel 3 van de Regeling informatieverstrekking sisa - d.d. 30-1-2023
Indicator Besteding (jaar T)
Indicator Project afgerond in (jaar T)? (Ja/Nee)
Indicator
Indicator
Indicator
Indicator
DCMR Milieudienst Rijnmond, Provincie Zuid-Holland en Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied
IenW
E83B
Aard controle R Aard controle n.v.t. Indicator: E23/01 Indicator: E23/02 €0 Ja Tijdelijke regeling specifieke uitkering Hieronder per regel één Projectnaam / nummer Besteding (jaar T) per project bodem 2022 gemeente(code) uit (jaar T) selecteren en in de kolommen ernaast de verantwoordingsinformatie voor die gemeente invullen SiSa tussen medeoverheden Aard controle n.v.t. Aard controle n.v.t. Indicator: E83B/01 Indicator: E83B/02 1 061924 Gemeente Goeree-Overflakkee RA21149 Heerendijk Oude Tonge' € 8.816
E93
Cumulatieve Project afgerond eigen/externe (Ja/Nee) financiering (t/m jaar T) per project
Aard controle n.v.t. Aard controle n.v.t. Indicator: E83B/04 Indicator: E83B/05 € 8.816 € 8.816
2 061621 Gemeente Lansingerland RA21150-Rottekade Bergschenhoek' 3 060556 Gemeente Maassluis RA21153 Nazorg Maasluis' 4 061924 Gemeente Goeree-Overflakkee RA21154 Nazorg Stad ah Haringvliet '
€ 10.471 € 72.762 €0
€ 10.471 € 72.762 €0
€ 10.471 € 72.762 €0
5 060613 Gemeente Albrandswaard 6 060489 Gemeente Barendrecht 7 Kopie projectnaam / nummer
RA21155 Nazorg Rhoonse Griende' RA22027 Dorpsstraat/Barendrecht '
€ 1.490 € 1.548
€ 1.490 € 1.548
€ 1.490 € 1.548
Uitvoering is volgens aanvraag uitgevoerd (Ja/Nee), zo nee geef in indicator 09 de reden aan
Optionele toelichting. Verplicht als bij 08 nee is ingevuld
Aard controle n.v.t.
Aard controle n.v.t.
Aard controle n.v.t.
Indicator: E83B/07
Indicator: E83B/08
Indicator: E83B/09
1 RA21149 Heerendijk Oude Tonge' 2 RA21150-Rottekade Bergschenhoek' 3 RA21153 Nazorg Maasluis' 4 RA21154 Nazorg Stad ah Haringvliet ' 5 RA21155 Nazorg Rhoonse Griende' 6 RA22027 Dorpsstraat/Barendrecht ' 25 Eindverantwoording (Ja/Nee)
IenW
Aard controle R Indicator: E83B/03
Cumulatieve besteding (t/m jaar T) per project
Aard controle R
Aard controle n.v.t.
Indicator: E93/01
Indicator: E93/02
€ 15.885 Naam activiteit
Nee Nee Nee Ja Nee Nee
Ja Ja Ja Ja Ja Ja
Aard controle n.v.t. Indicator: E83B/10 Nee Totale besteding (jaar T) Cumulatieve besteding (t/m jaar T)
Regeling specifieke uitkering Interbestuurlijk programma VTH
Aard controle n.v.t. Indicator: E83B/06
€ 15.885 Besteding (jaar T)
Eindverantwoording (Ja/Nee)
Aard controle n.v.t. Indicator: E93/03 Nee Cumulatieve besteding (t/m jaar T)
Aard controle n.v.t.
Aard controle n.v.t.
Aard controle n.v.t.
Indicator: E93/04
Indicator: E93/05
Indicator: E93/06
1 2 15 EZK
F21
Eenmalige specifieke uitkeringen ten Besteding (jaar T) behoeve van extra ondersteuning voor toezicht op en handhaving van de energiebesparingsplicht
€ 63.840
Cumulatieve besteding (t/m jaar T)
Wordt voldaan aan het bepaalde in Wordt voldaan aan het artikel 6, tweede lid van de bepaalde in artikel 6, Regeling (ja/nee) zesde lid, van de Regeling (ja/nee)
Eindverantwoording (ja/nee)
Aard controle R
Aard controle n.v.t.
Aard controle R
Aard controle D2
Aard controle R
Indicator: F21/01
Indicator: F21/02
Indicator: F21/03
Indicator: F21/04
Indicator: F21/05
€ 63.840
Nee
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2022
Ja
Nee
63 / 100
11.8 Controleverklaring
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2022
64 / 100
Deel C: Jaarverslag Meerjarenprogramma Algemeen DCMR werkt samen met de participanten – de provincie Zuid-Holland en inmiddels dertien gemeenten – aan een veilig en leefbaar Rijnmondgebied. Het streven is het gebied te ontwikkelen tot een economische topregio en tegelijkertijd de kwaliteit en veiligheid van de leefomgeving te verbeteren. Om dit te bereiken is samen met de participanten een meerjarenprogramma (MJP) opgesteld waarin is aangegeven aan welke beleidsdoelstellingen DCMR bijdraagt. De doelstellingen zijn opgesteld rond de beleidsopgaven veiligheid, gezondheid, duurzaamheid en leefbaarheid. In 2022 heeft een herijking van het MJP plaatsgevonden en zijn focuspunten op onderdelen bijgesteld met ingang van 2023. Dit monitoringsverslag ziet op de periode tot 2022. In de volgende paragrafen wordt per beleidsopgave gerapporteerd over zowel kwantitatieve als kwalitatieve resultaten. Per beleidsopgave zijn focuspunten benoemd met een duidelijk effect op milieu en veiligheid. Voor elk focuspunt zijn indicatoren opgesteld waarmee de voortgang en resultaten gemonitord kunnen worden.
1. Veiligheid De beleidsopgave veiligheid kent drie focuspunten: 1.1
Procesveiligheid in de industrie
Voor de procesveiligheid is het van belang dat er naast ontwerp en techniek ook gekeken wordt naar de operationele veiligheid. Het gaat hierbij om het juist bedienen en opereren van installaties. Naast instrumentele veiligheid speelt de veiligheidscultuur een belangrijke rol. Operationele procesveiligheid is niet geheel in voorschriften en normen te beschrijven. Wel kan een continue inspanning van het bedrijf worden gevraagd, die het uitdaagt continu te verbeteren. Aandacht voor operationele veiligheid draagt bij aan het voorkomen van incidenten en de gevolgen hiervan. Bij de Brzo-inspecties ligt de focus op het controleren van de veiligheidsbeheersystemen. De afgelopen jaren is er gewerkt aan de invoering van een nieuw landelijk inspectiesysteem, de LBR (landelijke benadering risicobedrijven). Doelstelling van de LBR is de uitvoering van landelijk uniform, eenduidig, integraal en risicogestuurd toezicht op risicovolle bedrijven. In het kader van het MVO (Meerjarenagenda Versterken omgevingsveiligheid) is in 2022 gewerkt aan de doorontwikkeling van deze nieuwe inspectiemethodiek en is het nieuwe gemeenschappelijke inspectieregister 2.0 geïmplementeerd. Er zijn drie indicatoren voor procesveiligheid bekeken: - Aantal inspecties en overtredingen op het thema procesveiligheid. - Resultaten van cultuurmetingen. - Benchmark op cybersecurity.
Wat is er bereikt? Aantal inspecties en overtredingen op procesveiligheid Geïnspecteerd is of de vereiste procesbeveiligingen aanwezig zijn en of deze juist zijn ingesteld. Hierbij is ook gekeken naar veiligheid kritische apparatuur en of het vereiste onderhoud aan installatie en procesbeveiliging op basis van de juiste normen worden uitgevoerd. Er zijn flitscontroles uitgevoerd op de te nemen acties bij alarmen die operators moeten doen. Door de grote hoeveelheid en diversiteit in installaties zal er de komende jaren doorlopend geïnspecteerd worden op procesveiligheid. In 2022 zijn binnen de branche chemie, tankopslagbedrijven en raffinaderijen 85
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2022
65 / 100
inspecties uitgevoerd, waarbij in de chemie een overtreding is geconstateerd op de juiste toepassing van veiligheidskritische apparatuur. De Brzo-inspecties zijn uitgevoerd conform de inspectieplanning en daarmee zijn alle Brzo-bedrijven minimaal eenmaal per jaar geïnspecteerd. Op basis van de landelijke ranking, de handhavingsinformatie en expert judgement zijn ook onaangekondigde Brzo-inspecties uitgevoerd, in totaal 164 inspecties en 45 hercontroles. Er zijn in 2022 minder overtredingen geconstateerd. Het lijkt erop dat er meer overtredingen als afwijking zijn aangemerkt. Hier doet Brzo+ onderzoek naar. Met de komst van het LBR bestaat de namelijk mogelijkheid zogeheten afwijkingen te registreren. Dit zijn weliswaar geen overtredingen, maar zijn voor het bedrijf niet vrijblijvend. Het bedrijf moet ze verplicht oppakken. Het niet oplossen van een afwijking leidt uiteindelijk tot een overtreding van de verbetercyclus van het bedrijf (PDCA). Er is in 2022 ingezet op gezamenlijke landelijke communicatie in het kader van BRZO+. DCMR heeft een bijdrage geleverd aan het landelijk overleg over de digitale kwetsbaarheid van Brzo-bedrijven. Brzo-bedrijven zijn gestimuleerd ongewone voorvallen te melden.
Resultaten van cultuurmetingen In 2022 is door DCMR-gedragswetenschappers bij twee bedrijven de meting veiligheidsperceptie uitgevoerd, waarbij gemeten is hoe medewerkers het werken bij een bedrijf ervaren. Werkdruk blijkt een terugkomend punt van aandacht te zijn. Ook de communicatie binnen het bedrijf, bijvoorbeeld over het wel of niet opvolgen van meldingen, biedt aanknopingspunten om de veiligheid verder te verbeteren. Daarnaast moet blijvend worden geïnvesteerd in het vergroten van de psychologische veiligheid. Dit is van belang voor het aan- en uitspreken over (on)veilige situaties. Omdat de survey wordt uitgezet onder alle medewerkers van het bedrijf, geeft het resultaat een representatief beeld. Op dit moment werken de dataspecialisten aan verdere automatisering van het instrument waardoor het gemakkelijker en met minder tijdsinspanning bij meerdere bedrijven toegepast kan worden. Dit instrument is genomineerd voor de innovatieprijs op het landelijke toezichtfestival. Jaarlijks worden veiligheidscultuurbeoordelingen uitgevoerd middels interviews bij een selectie van risicovolle bedrijven. Deze beoordelingen worden eens per vijf jaar uitgevoerd, als onderdeel van de BRZO-inspectie. Er wordt onder andere gevraagd naar leiderschap, de betrokkenheid van medewerkers en communicatie.
Hieruit volgen conclusies over de fase van veiligheidscultuur waarin het bedrijf zich bevindt. Een bedrijf kan startend zijn op het gebied van veiligheidscultuur, uitvoerend of evaluerend.
Veiligheidscultuurbeoordelingen 2022 voor branche Chemie
24
24
Startend Uitvoerend
47
Evaluerend
Beoordelingen van de veiligheidscultuur worden ook uitgevoerd door de toezichthouders als onderdeel van Wabo-inspecties. Het grootste deel van de bedrijven bevindt zich in de uitvoerende fase. In 2022 is de toelichting bij de checklist verbeterd, maar ook bij de tweede meting viel op dat de checklist moeilijk in te vullen was. DCMR kijkt intern hoe dit beter kan.
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2022
66 / 100
Benchmark op cybersecurity In 2021 is landelijk afgesproken om een juridisch onderzoek te doen om te bepalen wie de toezichthouder is voor cyber. Dit onderzoek is nog niet uitgevoerd. In 2023 is een nieuwe Europese richtlijn Network and Information Systems (NIS2) van kracht. Hierdoor komen duizenden bedrijven onder cyberregelgeving te vallen. In het Rotterdamse havengebied zijn partijen in gesprek over een samenhangende vorm van cybertoezicht door de verschillende toezichthouders in de haven van Rotterdam. FERM, onderdeel van het Port Cyber Resilience Programma, heeft als doel het stimuleren en faciliteren van de samenwerking tussen Rotterdamse Havenbedrijven en de cyberweerbaarheid te verhogen. FERM heeft voor de Cyber Kracht Meting (CKM) in openbare bronnen op internet gezocht of de domeinnamen van bedrijven in de Rotterdamse Haven kwetsbaarheden bevatten. Deze uitkomsten worden gedeeld met de betrokken organisaties. De rapporten geven aan wat goed gaat en waar extra aandacht nodig is met betrekking tot digitale veiligheid. Ook krijgen de organisaties uitleg over hoe ze op deze punten kunnen verbeteren. 1.2
Veilig opslaan en omgaan met gevaarlijke stoffen
Opslag van gevaarlijke stoffen brengt risico’s met zich mee. Om de risico’s zoveel mogelijk te beperken moeten bedrijven maatregelen nemen. Deze maatregelen staan in de Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen (PGS). PGS-en bevatten doelen die de risico’s beheersen en de negatieve effecten voor mens en milieu beperken. Op dit moment loopt een actualisatie van veel PGS-en. Het is belangrijk dat bedrijven de meest actuele PGS-en toepassen bij de opslag van gevaarlijke stoffen. Dit verkleint het restrisico voor de omgeving. Met name relevant binnen dit focuspunt zijn de PGS 15 (opslag verpakte gevaarlijke stoffen), PGS 29 (opslag van brandbare vloeistoffen in tanks) en PGS 31 (opslag van gevaarlijke vloeistoffen in ondergrondse en bovengrondse tankinstallaties). De invoering van de nieuwe PGS 37 (opslag van lithiumbatterijen) komt naar verwachting in 2023. Er zijn twee indicatoren voor het focuspunt implementatie PGS-en bekeken: - Aantal bedrijven met een geactualiseerde vergunning. - Aantal controles en overtredingen bij bedrijven met PGS-en als aandachtspunt. Wat is er bereikt? Geactualiseerde vergunningen PGS In het actualisatieproject PGS 29 zijn de industriebedrijven gevraagd om een gap-analyse met een implementatieplan aan te leveren. Hierin beschrijven ze hoe ze gaan voldoen aan de richtlijnen van PGS 29 met betrekking tot tankbrand- en tankputbrandscenario’s.
Project PGS 29 bestaat uit twee
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2022
67 / 100
fasen. Alle bedrijven doorlopen fase 1: tankbrandscenario. Hier worden de maatregelen in de vergunning opgenomen die een bedrijf dient te nemen ter voorkoming van een brandende tank. Er is een aantal bedrijven die ook fase 2 dienen te doorlopen. Op fase 2 is het tankputbrandscenario van toepassing. In de vergunning worden de maatregelen opgenomen die genomen moeten worden ter bestrijding van een tankputbrand. Bijvoorbeeld een grote schuimblusinstallatie op de tankput. Hiervoor geldt dat het een tank betreft met een vast dak, opslag van K1 (licht ontvlambaar) of K2 (ontvlambaar) vloeistoffen en de tank moet groter zijn dan 150m3. Van de 65 bedrijven in fase 1 zijn voor 61 bedrijven de vergunningen aangepast. Bij 2 bedrijven is de aanpassing van de vergunning in behandeling en 1 bedrijf zit in het revisietraject. Fase 2 (tankputbrandscenario) is op 34 bedrijven van toepassing, Tegen 16 van 23 ambtshalve beschikkingen is beroep ingesteld door de bedrijven en is voorlopige voorziening verzocht aan de rechtbank. De rechter heeft de verzoeken toegewezen en de voorschriften geschorst. Vijf beschikkingen met betrekking tot het implementatieplan zijn onherroepelijk geworden. Bij twee beschikkingen wordt nog overleg gevoerd naar aanleiding van de zienswijze.
Bij drie bedrijven loopt de beoordeling van de plannen, opstellen van ontwerpbeschikkingen en beoordelen van de huidige vergunningensituatie. Er is geen actualisatieprogramma gepland voor de voorschriften van PGS 15. Alle vergunningen die ouder zijn dan tien jaar worden gecontroleerd op actualiteit door middel van een actualisatietoets. Daarnaast kijkt de projectleider omgevingsvergunningen naar de actualiteit van de vergunningvoorschriften zodra er een nieuwe (wijzigings-) vergunning wordt aangevraagd. Gebleken is dat enkele PGS15 bedrijven met een oudere vergunning bouwkundig niet altijd voldoen aan de bouwkundige eisen uit de PGS 15, versie 2016. Hiervoor start in de nabije toekomst een actualisatieprogramma. Controles en overtredingen bij bedrijven met PGS- als aandachtspunt De PGS 29 is van toepassing op bedrijven met ten minste één verticale cilindrische bovengrondse stalen tank waarvan de bodem op een fundering rust. PGS 29 geeft richtlijnen voor de brandveilige, milieuveilige en arbeidsveilige opslag. DCMR voert elk jaar controles uit op dezelfde onderwerpen- dit kunnen wel andere tanks zijn- maar opvallend is dat er ieder jaar opnieuw overtredingen zijn. Het gros van de geconstateerde overtredingen zijn in het veld geconstateerd wanneer er wordt rondgelopen door de inspecteur. Tabel: Aantal inspecties PGS 29.
Jaar 2020 2021 2022
Aantal controles 65 95 45
Aantal bedrijven met overtreding 12 8 8
Opvallend is verder dat inrichtingen die onder de werkingssfeer van de PGS 15 vallen, steeds vaker de randen van de wet – en regelgeving opzoeken, grotere opslaghoeveelheden en extremere stoffen aanvragen aan zoals LT4-stoffen. Een ander zorgpunt bij PGS 15-bedrijven is de opslag van lithium batterijen. Op dit moment wordt een aparte PGS-richtlijn, de PGS 37-2, opgesteld voor de veilige opslag van Lithium-ion batterijen. Een nieuwe versie van de PGS 15 is in de maak. Dit betreft de PGS15 Nieuwe Stijl. Een PGS Nieuwe Stijl betekent dat maatregelen tot stand zijn gekomen met een
risicobenadering.
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2022
68 / 100
Tabel: Aantal inspecties PGS 15.
Jaar
Aantal controles 237 190 202
2020 2021 2022 1.3
Aantal bedrijven met overtreding 18 36 36
Beperken van de gevolgen van incidenten
De overheid beoordeelt op basis van risicostudies (Quantitative risk assessment, QRA; Hazard operability, HAZOP) of een bedrijf zich op een locatie kan vestigen. Het gaat dan over bedrijven die onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) vallen. In de risicostudies staan kritische veiligheidsvoorzieningen die bepalend zijn voor beperking van de omvang van een incident of de kans dat een incident kan voorkomen. Verder vindt er onderzoek plaats naar de omgeving: of er gevoelige objecten liggen binnen het risico-, invloeds-, of aandachtsgebied van het bedrijf. In de vergunning dienen de kritische veiligheidsvoorzieningen te staan. Deze moeten voldoen aan het criterium van de beste beschikbare techniek. Tijdens inspecties is onderzoek nodig of een bedrijf nog steeds aan de uitgangspunten van de risicostudies voldoet. Daarnaast is het van belang dat bedrijven leren van incidenten en ze steeds opnieuw de juiste voorzorgsmaatregelen nemen om incidenten te voorkomen en gevolgen te beperken. Wanneer bedrijven niet aan de eisen van de beste beschikbare technieken voldoen, ontstaan er vermijdbare veiligheids- en milieurisico’s. Er zijn drie indicatoren voor het beperken van gevolgen van incidenten bekeken: - Aantal en aard incidenten met gevaarlijke stoffen. - Aantal gewijzigde vergunningen op kritische veiligheidsvoorzieningen.
- Aantal inspecties en overtredingen ten opzichte van de uitgangspunten van de QRA. Wat is er bereikt? Aantal incidenten (ongevallen) bij Bevi-bedrijven Bedrijven in het Rijnmondgebied kunnen via het Centraal Incidenten Nummer (CIN) voorvallen melden die mogelijk om inzet van hulpdiensten vragen. Met een CIN-melding worden politie, brandweer, Rijkswaterstaat, Havenbedrijf Rotterdam en DCMR met een telefoongesprek gelijktijdig geïnformeerd. Bij de meeste meldingen is actie overigens niet nodig. In 2022 zijn in totaal 297 CIN-meldingen binnengekomen bij DCMR. In onderstaande tabel is weergegeven om welke soort CIN-meldingen het ging. Het aantal CIN-meldingen zegt niet direct iets over het aantal incidenten. Het is wel een indicatie voor het meldgedrag van bedrijven. In 2022 is bij de inspecties aandacht besteed aan de meldprocedure Ervan uitgaande dat de meldingsbereidheid niet is gewijzigd, kan worden aangenomen dat het aantal incidenten niet afneemt. Bedrijven kiezen er zelf voor om transparant te zijn, maar DCMR tilt ook zwaar aan het niet of verkeerd melden door bedrijven. Tabel: CIN-meldingen
2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 Brand
126
158
140
101
146
151
186
149
196
220
150
219
133
154
Gevaar
13
10
15
6
25
33
26
20
30
37
29
37
23
37
Zonder gevaar
191
150
137
134
129
147
154
149
111
145
146
146
101
113
Totaal
330
318
292
241
300
331
366
318
337
402
325
402
257
297
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2022
69 / 100
Bij grote incidenten, incidenten met veel impact, maar ook als de gevolgen minder groot zijn wordt door middel van een zogeheten artikel 17-brief de bedrijven gevraagd onderzoek te doen naar het incident. De bedrijven moeten het incident beschrijven, wat is er gebeurd, wat waren de gevolgen, welke maatregelen zijn genomen, maar vooral hoe het bedrijf denkt het incident in de toekomst te voorkomen. DCMR heeft een goed beeld van de incidenten en de inspecties die hierop volgen. Het is lastig om de vastgelegde gegevens/antwoorden/opvolging van de bedrijven te kunnen monitoren. Omdat bij grote incidenten een onderzoek soms maanden duurt is er beperkt inzicht welke maatregelen er doorgevoerd worden en hoe dit tot verbeteringen van de veiligheidssituatie leidt. De ambitie is om ook daaraan meer vorm te geven. In samenwerking met het Toezichtslab is gewerkt aan een trendanalyse, het BAM (= branche alarmering monitor) waarbij de data van klachten en incidenten gecombineerd wordt. Het doel is om hiermee beter inzicht te krijgen in veelvoorkomende, afwijkende incidenten, meldingen en klachten. Als het vermoeden is dat een bepaald type incident zich bij andere bedrijven met dezelfde activiteiten kan voor doen of als eenzelfde incident bij binnen een groep bedrijven zich vaker voordoet, wordt hierop actie ondernomen.
Dit gebeurde bijvoorbeeld toen bij een aantal bedrijven geconstateerd werd dat er bij foamdammen in tanks gebruik werd gemaakt van aluminium in plaats van het vereiste staal. Die foamdammen moeten de verspreiding van brand voorkomen. Naar aanleiding van deze constatering zijn alle bedrijven aangeschreven waarvan het vermoeden was dat dit bij hen zou kunnen spelen. Alle zestien bedrijven hebben gereageerd op de aanschrijving om een plan van aanpak aan te leveren. Om beter inzicht te krijgen in incidenten is er een ‘storybuilder’ aanpak ontwikkeld. Met die aanpak kan diepgaander onderzoek gedaan worden naar individuele incidenten en de maatregelen die getroffen worden om deze in de toekomst te voorkomen. Het resultaat van die aanpak zijn casussen waarin beschreven wordt wat een bedrijf zou moeten doen om een bepaald type incident te voorkomen of te bestrijden en er wordt beschreven wat op dit gebied een gewenste VTH-aanpak zou zijn. Gewijzigde vergunningen op kritische veiligheidsvoorzieningen Er zijn in 2022 drie vergunningen behandeld om de kritische veiligheidsvoorzieningen uit nieuwe risicostudies van bedrijven te actualiseren. Met deze vergunningen worden de maatregelen en voorzieningen, die nodig zijn om de kans op een groot effect te minimaliseren, in voorschriften geborgd.
Inspecties op de uitgangspunten van de QRA (kwantitieve risicostudies) In 2022 zijn nog openstaande Veiligheidsrapporten (VR) beoordeeld. Bedrijven zijn gewezen op de verplichting van het hebben van een actueel VR en om minimaal eenmaal per vijf jaar het VR door te lopen op actualiteit en bij te werken. Significante wijzigingen moeten door de inspectiediensten worden getoetst op volledigheid. De toets op juistheid (klopt de praktijk ook met het ingediende VR) wordt tijdens de Brzo-inspecties op locatie beschouwd. In 2022 werd bij twaalf Brzo-bedrijven een juistheidstoets uitgevoerd. Bij elf Brzo-bedrijven zijn afwijkingen geconstateerd die tot een of meer acties (niet zijnde een overtreding) voor het bedrijf heeft geleid.
2
Gezondheid
De beleidsopgave gezondheid kent vier focuspunten: 2.1
Uitstoot van zeer zorgwekkende stoffen verminderen
Een zeer zorgwekkende stof (ZZS) is een stof die gevaarlijk is voor mens of milieu omdat deze bijvoorbeeld carcinogeen, mutageen of reprotoxisch (CMR) is of zich in de voedselketen ophoopt. Het voorkomen van uitstoot van deze stoffen naar lucht, bodem, indirect naar afvalwater en/of afval- of afvalverwerking is dus belangrijk voor het behouden van een gezonde leefomgeving .
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2022
70 / 100
Bedrijven met emissies van zeer zorgwekkende stoffen naar de lucht moeten verplicht één keer per vijf jaar informatie aanleveren over de mate waarin emissies van zeer zorgwekkende stoffen naar de lucht plaatsvinden en de mogelijkheden om emissies van die stoffen te voorkomen dan wel, indien dat niet mogelijk is, te beperken. Bedrijven moeten daartoe een vermijdings- en reductie plan (VRP) opstellen waarmee continue aandacht voor de ZZS-emissies wordt gerealiseerd. DCMR hanteert een brede definitie van ZZS, die verder gaat dan de huidige stoffenlijst van het RIVM. De volgende stoffen behoren tot de groep ZZS: - Opkomende stoffen zoals toegepast door de waterkwaliteitsbeheerders. Dit zijn stoffen waarvan de schadelijkheid nog niet bekend is. - Potentiële ZZS voor provinciale bedrijven. - Stoffen die het RIVM bestempelt als behandelen als ZZS of behandelen als pZZS (potentieel zeer zorgwekkende stof). - Door bedrijven zelf-geclassificeerde stoffen in CMR1A/B. Per opdrachtgever wordt bepaald hoe deze toegevoegde stoffen aan de groep ZZS worden toegepast. Er zijn vier indicatoren bekeken om vermindering van de uitstoot van ZZS te beoordelen: - Een actueel overzicht van de bedrijven die uitstoten en om welke ZZS het gaat. - Aantal geactualiseerde vergunningen op ZZS. - Aantal uitgevoerde controles en overtredingen op ZZS.
- Aantal bedrijven dat is geïnformeerd over regels, mogelijkheden en lessons learned met betrekking tot ZZS. Wat is er bereikt? Actueel overzicht van bedrijven die ZZS uitstoten en om welke ZZS het gaat Het RIVM is bezig met het opzetten en implementeren van een landelijke ZZS-database. In deze database moeten de bedrijven als onderdeel van hun de vijfjaarlijkse informatieplicht hun emissies naar lucht en (indirect) naar afvalwater opgeven als ook hun vijfjaarlijkse VRP. De verwachting is dat de ZZS-database in 2024 in gebruik wordt genomen. In het zogeheten emissieregister dat gekoppeld is aan het installatieregister van DCMR is eveneens aangegeven welke ZZS-geëmitteerd en indirect geloosd worden. Aantal geactualiseerde vergunningen op het gebied van ZZS Van 2017 tot 2021 zijn in het kader van het ZZS-uitvraagproject de ZZS-relevante provinciale bedrijven gevraagd om hun actuele en gemaximeerde gegevens m.b.t.(potentiële) ZZS te leveren op basis waarvan vergunningen geactualiseerd kunnen worden. Bij chemische bedrijven zijn daar waar relevant vervolgens VRP’s verlangd. Sinds 2018 worden deze vergunningen op grond daarvan geactualiseerd. M.b.t. de afvalbedrijven blijkt dat het achterhalen van deze informatie complex en daardoor in verreweg de meeste gevallen onvolledig is.
Daarom is gekozen om voor deze bedrijfstak niet meer opnieuw informatie op te vragen, zoals aanwezigheid van ZZS in afval, emissiegegevens of een VRP, maar om de vergunningen direct te actualiseren. Tegelijkertijd worden deze vergunningen ook geactualiseerd in het kader van het Landelijk Afvalbeheerplan (LAP3) m.b.t. het reguleren van ZZS in afval. De bewerking en verwerking van afval met ZZS moet aan het LAP3 voldoen en dit moet in de vergunning zijn vastgelegd. Bij de gemeentelijke inrichtingen heeft geen ZZS-inventarisatie plaatsgevonden zoals bij de provinciale bedrijven. Landelijk lopen bij verschillende gemeenten en OD’s daartoe wel initiatieven. Vanwege gebrek aan capaciteit is dit aspect bij DCMR niet opgepakt. Er zijn standaardvoorschriften opgesteld met betrekking tot acceptatie en registratie van ZZShoudende afvalstoffen. Er is een set voorschriften voor emissies naar lucht en (indirect) naar water geldend voor de industriële bedrijven en een set voor provinciale afvalbedrijven. Voor gemeentelijke bedrijven type C gelden voor ZZS-emissies naar lucht, rechtstreeks werkende regels uit het Activiteitenbesluit. Deze kunnen onder bepaalde omstandigheden ook van toepassing zijn voor
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2022
71 / 100
provinciale bedrijven. De voorschriften en rechtsreeks werkende regels uit het Activiteitenbesluit zijn gelijkluidend. Voor verreweg de meeste type B-bedrijven gelden geen minimalisatieregels voor ZZS. In 2022 heeft screening van de gegevens uit de ZZS-uitvraag, de vergunning en daadwerkelijke actualisatie plaatsgevonden, al dan niet op basis van een VRP. Van de provinciale industriële bedrijven moeten van 91 bedrijven van de 130 die in het kader van het ZZS-uitvraagproject door DCMR zijn aangeschreven én beoordeeld, de vergunning aangepast worden. Dit betekent dat de bedrijven of een vergunning moeten aanvragen, omdat de (p)ZZS-stof niet in de aanvraag van de vigerende vergunningen zijn genoemd, of er moet een aanpassing van de vergunning komen omdat een stof ten tijde van het verlenen van de vergunning niet als (p)ZZS werd aangemerkt. Voor 2022 geldt: -
4 zaken zijn afgesloten omdat de pZZS van de lijst is verwijderd, 19 procedures zijn afgerond en Bij 11 bedrijven wordt de ZZS-actualisatie meegenomen in de revisieaanvraag. De overige zaken zijn nog in behandeling of moeten nog worden gestart.
Van de provinciale afvalbedrijven moeten van alle bedrijven van de 46 die in het kader van het ZZSuitvraagproject zijn aangeschreven, de vergunning aangepast worden. Dat betekent dat de bedrijven voorschriften krijgen opgelegd of het bijhouden van een register waarin opgenomen hun te verwerken afvalstoffen met ZZS en pZZS, acceptatie- en verwerkingsvoorschriften, het uitvoeren van een eventuele risicoanalyse indien sprake is van hergebruik bij afval met een percentage van meer dan (over het algemeen) 0,1% ZZS, en eventueel emissie-/lozingseisen en minimalisatie-eisen van ZZS en pZZS. Deze actie is in 2022 begonnen en heeft geleid tot: -
11 afgesloten procedures vanwege niet meer in werking op de locatie of Type B geworden; 1 afgeronde procedures 2 meegenomen in een revisieaanvraag 32 nog in behandeling.
In het kader van het potentiële ZZS-beleid van de provincie Zuid-Holland zijn in veel procedures tot actualisatie van omgevingsvergunningen kritische zienswijzen ingediend. Dit heeft geleid tot aanpassingen van de standaard ZZS-voorschriften en consideransteksten. Vanwege een toenemend aantal (en goed onderbouwde) zienswijzen en beroepen (30%) specifiek tegen de pZZS, is een analyse uitgevoerd over het afbreukrisico bij beroep en wordt een gerechtelijke uitspraak in zaak Chemours afgewacht. Aantal inspecties en overtredingen op gebied van ZZS Op de emissiegrenswaarde (EGW) lucht wordt een keer per twee jaar gecontroleerd op ZZS en op EGW-afvalwater wordt een keer per twee jaar op ZZS gecontroleerd. Tabel: Aantal inspecties ZZS.
Jaar
Aantal inspecties
Aantal inspecties met overtreding
Aantal inspecties zonder overtreding
2019 2020 2021 2022
47 84 79 76
0 1 4 4
47 83 75 72
De branche chemie loopt voorop in de actualisatie van de vergunningen, deze zijn nu aangepast en op basis daarvan vinden inspecties plaats. Bij die inspecties zijn onder andere de VRP’s (vermijdingsen reductie programma’s) opgevraagd en er is gekeken naar de maatregelen zoals opgenomen in de
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2022
72 / 100
geactualiseerde vergunningen. Omdat dit voor bedrijven nieuwe maatregelen zijn, is daar regelmatig discussie over, onder andere over wanneer een maatregel wel of niet voldoende doorgevoerd is. Om meer duidelijkheid te krijgen wordt een richtlijn opgesteld die aangeeft welke financiële investering van bedrijven gevraagd kan worden om de uitstoot van ZZS te verminderen. Die kosten kunnen namelijk behoorlijk oplopen. Bij de industriële branches tank op- en overslag en raffinaderijen zijn de nieuwe maatregelen nog niet in de vergunning vastgelegd. Bij deze branches zijn in 2022 controles uitgevoerd volgens de huidige vastgestelde emissie grenswaarden. Bij de gemeentelijke branches loopt de actualisatie van de vergunningen op ZZS nog niet en dit is vooralsnog ook niet geprioriteerd. Met betrekking tot de lozing van ZZS in water en bodem wordt in de branche akkerbouw samengewerkt met het Waterschap Hollandse Delta. Uit die samenwerking is gebleken dat er serieuze aandachtspunten zijn op ZZS vanuit de kaderrichtlijn water, met name in het oostelijke gedeelte van Goeree Overflakkee. Akkerbouwers veroorzaken een groot deel van de ZZSemissies naar bodem en water. Momenteel is DCMR daarover in gesprek met meerdere partijen, waaronder ILT (Inspectie Leefomgeving en Transport). Vanuit het landelijke ZZS-preventiebeleid is wettelijk gezien nog weinig expliciet geregeld voor bodem.
Daarom is het voor nu vooral wachten op aanpassingen in de wetgeving wat handelingsperspectief biedt om ook hierop in te zetten. Binnen DCMR is gebrainstormd op welke manier dit onderdeel onder de aandacht gebracht zou kunnen worden bij het ministerie van IenW, Het streven is om dit in 2023 te vervolgen. Vanuit de gemeente Rotterdam is opdracht gegeven om onderzoek te doen naar een aantal ZZS in de bodem. Dat is een meerjarig proces. Ook het Ministerie van IenW is voornemens landelijk gezien soortgelijk onderzoek uitvoeren; DCMR is bij de voorbereiding hiervan betrokken. Dit soort onderzoeken kunnen mogelijk nieuwe inzichten opleveren die op termijn verwerkt kunnen worden in beleid en wetgeving en daaropvolgend vergunningverlening en toezicht Aantal bedrijven dat is geïnformeerd over regels, mogelijkheden en lessons learned met betrekking tot ZZS In het kader van het ZZS-uitvraagproject (2017-2021) heeft elk jaar voor die branches die in dat jaar zijn aangeschreven, een informatiemiddag plaatsgevonden over ZZS, de wettelijke eisen en de informatie waarom gevraagd is. In totaal waren dit ca. 150 (DCMR-)bedrijven. Eind 2021 doorlopend in 2022 zijn intern cursussen georganiseerd waardoor toezichthouders en vergunningverleners nu goed op de hoogte zijn van actuele regelgeving op het gebied van ZZS.
In 2022 heeft DCMR deelgenomen aan verschillende botsproeven om nieuwe wetgeving op ZZS te testen in samenwerking met bedrijven. Verder nam DCMR deel aan kennisnetwerkdagen op ZZS, georganiseerd door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. In Zuid-Holland is in 2021 een kennisschakelpunt gestart over zeer zorgwekkende stoffen in een circulaire economie. Diverse overheden en uitvoeringsdiensten uit de regio werken hier aan nieuwe kennis over gebruik van afval waarin ZZS zitten. DCMR brengt omgevingsdiensten, waterschappen, de provincie, gemeenten en kennisinstellingen samen om kennis te delen en verder te ontwikkelen. Enerzijds om reststromen die verontreinigd zijn met ZZS toch circulair te kunnen inzetten. Anderzijds om te voorkomen dat de aanwezigheid van deze stoffen in processen leidt tot niet-herbruikbare afvalstoffen. Het kennisschakelpunt zorgt voor overzicht van wat waar op het vlak van ZZS gebeurt met welke netwerken/platfora en samenwerkingsverbanden; deelt hiervoor kennis en informatie, verzamelt actief kennisvragen met hierbij vanuit welke rol/taak de vraag gesteld wordt en gaat na met wie geschakeld moet worden voor de antwoorden (bijv. met RIVM).
2.2 Uitstoot van fijnstof en stikstof verminderen Bij dit focuspunt gaat het om de vermindering van de uitstoot van fijnstof (PM10 en PM2.5) en stikstof door bedrijven en activiteiten. Met stikstof gaat het om stikstofverbindingen, dus zowel om stikstofoxiden als om ammoniak. Fijnstof kan nadelige gezondheidseffecten veroorzaken, zoals
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2022