Bijlage 1 Ontwerpbegroting 2026 en meerjarenperspectief 2027-2030 Rogplus
Tekst van het document
28
Voor begeleiding bij sociaal en persoonlijk functioneren zijn in 2020 contracten ingegaan. Hierin is onderscheid gemaakt tussen begeleiding van cliënten met ouderdomsgerelateerde klachten (Meedoen in de Stad – ouderen) en cliënten met nietouderdomsgerelateerde klachten (Meedoen in de Stad – niet-ouderen). Voor Meedoen in de Stad – ouderen zijn contracten aangegaan met meerdere partijen. Meedoen in de Stad – niet-ouderen wordt verzorgd door een consortium van partijen dat opereert onder de naam ZorgSamen MVS. Daarnaast hebben cliënten de mogelijkheid om met een pgb zelf begeleiding in te kopen. Tenslotte bevat dit begrotingsonderdeel ook de (begrote) uitgaven voor de ondersteuning aan zintuiglijk gehandicapten (doven en slechthorenden en blinden en slechtzienden) op basis van de hiervoor door de VNG afgesloten landelijke contracten. In aanvulling op de contracten voor Meedoen in de Stad streeft Rogplus, samen met de gemeenten, naar een betere samenwerking met het voorliggend veld. Uitgangspunten
Aantallen Bij begeleiding bij sociaal en persoonlijk functioneren wordt onderscheid gemaakt tussen begeleiding van cliënten met ouderdomsgerelateerde klachten (Meedoen in de Stad – ouderen) en cliënten met niet-ouderdomsgerelateerde klachten (Meedoen in de Stad – niet-ouderen). Daarnaast hebben cliënten de mogelijkheid om met een pgb zelf begeleiding in te kopen. Rogplus heeft met één samenwerkingsverband van zorgaanbieders een contract gesloten voor het leveren van dienstverlening met betrekking tot Meedoen in de Stad - niet ouderen. Het contract is gesloten op basis van taakgerichte financiering: het samenwerkingsverband van zorgaanbieders ontvangt een vast bedrag per jaar om maatwerkoplossingen te leveren aan de doelgroep. De ontwerpbegroting 2026 wordt op dit onderdeel gebaseerd op de contractafspraken met het samenwerkingsverband. Voor Meedoen in de Stad – Ouderen wordt het gebruik over 2024 als basis genomen voor de berekening van de uitgaven over 2025 en verder, waarbij is aangenomen dat de groei van het beroep op Meedoen in de Stad – ouderen de door de gemeenten verwachte groei van het aantal inwoners van 65 jaar en ouder per gemeente volgt.
Gemeenten, Rogplus, DSW en (andere) zorgpartijen werken binnen het kader van de Regionale Aanpak Ouderenzorg aan initiatieven voor kwalitatief goede zorg en ondersteuning aan (kwetsbare) ouderen, zodat zij zo lang als mogelijk, met behoud van kwaliteit van leven en veilig in hun vertrouwde thuissituatie kunnen blijven wonen. Het is nog te vroeg om in de ontwerpbegroting rekening te houden met het (financieel) effect van deze initiatieven. Ook voor initiatieven voor het intensiveren van de samenwerking met partijen in het voorliggend veld is nog niet te zeggen of en hoe deze een (financieel) effect hebben.
29
De budgetten voor de landelijke contracten voor ondersteuning van blinden en slechtzienden en doven en slechthorenden maken deel uit van de begroting van Rogplus. Ook komt het voor dat cliënten ondersteuning ontvangen, waarvoor een apart contract met een gespecialiseerde aanbieder af is gesloten. De landelijke contracten en de ‘uitzonderingscontracten’ maken geen deel uit van Meedoen in de Stad. Met ingang van de (ontwerp)begroting 2025 worden deze budgetten daarom begroot in een apart begrotingsonderdeel. Voor deze contracten worden de aantallen gebaseerd op het werkelijke gebruik in 2024. De ontwikkeling van het aantal cliënten wordt gebaseerd op de verwachte ontwikkeling van het aantal inwoners van 40 jaar en ouder. Voor de ontwerpbegroting 2026 worden de aantallen voor begeleiding en dagbesteding op basis van pgb gebaseerd op het werkelijke beroep hierop begin 2025. Omdat begeleiding op basis van pgb zowel betrekking heeft op ouderdomsgerelateerde klachten als op nietouderdomsgerelateerde klachten is hier de groei gebaseerd op de verwachte groei van het aantal inwoners van 40 jaar en ouder.
Prijs Meedoen in de stad – niet-ouderen wordt gefinancierd op basis van taakgerichte financiering. De contractafspraken hierover worden overgenomen in de ontwerpbegroting 2026. Jaarlijks wordt een prijsindex toegepast die gelijk is aan de met jaarmutatie van de consumentenprijsindex per september van het laatst afgesloten jaar volgens het CBS. Actueel is de stand van deze index 3,5%7. Voor Meedoen in de stad – ouderen, de landelijke contracten voor auditief en visueel beperkten en begeleiding op basis van pgb geldt dat in de ontwerpbegroting 2026 de tarieven en budgetten jaarlijks worden geïndexeerd met het (laatste bekende) prijsindexcijfer personele kosten dat bepaald wordt door de Nza (Nederlandse Zorgautoriteit). De actuele stand (2024) van dit percentage is 4,18%. Voor Meedoen in de Stad – ouderen is dit ook zo vastgelegd in de contracten met de zorgaanbieders. Begroting 2026 Onderdeel
Werkelijk
Begroot
Begroot
Begroot
2024
Primair 2025
1e wijziging 2025
2026
Meedoen in de Stad - niet ouderen
9.589.500
9.774.400
10.372.400
10.756.600
Meedoen in de Stad - ouderen
1.816.458
2.540.500
2.439.000
2.568.000
Landelijke contracten zintuiglijk gehandicapten pgb Overhead
7
0
225.100
269.600
284.300
1.644.000
1.932.000
1.717.900
1.801.900
1.136.861
1.248.700
0
0
14.186.820
15.720.700
14.798.900
15.410.800
https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/70936NED/table?fromstatweb
30
Meerjarenperspectief 2027-2030 Begroot Onderdeel
2026
2027 L
2028 L
2029 L
2030 L
Meedoen in de Stad - niet ouderen
10.756.600
11.155.000
11.568.100
11.996.600
12.441.000
Meedoen in de Stad - ouderen
2.568.000
2.709.400
2.850.900
3.012.800
3.173.300
Landelijke contracten zintuiglijk gehandicapten
284.300
299.200
315.000
333.200
352.700
pgb
1.801.900
1.885.300
1.972.500
2.073.000
2.180.700
Overhead
0
0
0
0
0
15.410.800
16.048.900
16.706.500
17.415.600
18.147.700
Risico’s • Er worden meer indicaties voor Meedoen in de Stad – Ouderen afgegeven dan voorzien • Er worden (gemiddeld) zwaardere en duurdere indicaties voor Meedoen in de Stad – Ouderen afgegeven dan voorzien • Het jaarbudget voor het contract Meedoen in de Stad – Niet-ouderen wordt bij verlenging hoger vastgesteld dan onder het oude contract • Er worden meer indicaties voor Meedoen in de Stad – Ouderen verzilverd dan voorzien • Meer cliënten dan voorzien doen een beroep op begeleiding op basis van pgb • De consumentenprijsindex valt hoger uit dan voorzien.
3.2.6
Ondersteuning bij bijzondere woonvormen
Omschrijving Ondersteuning bij Bijzondere Woonvormen is de naam van het begrotingsonderdeel dat voorheen Geclusterd Wonen werd genoemd. Verschillende zorgaanbieders hebben in de MVS-gemeenten woonvormen gecreëerd waarbinnen cliënten op basis van de Wmo hulp bij het huishouden en/of begeleiding bij het sociaal en persoonlijk functioneren krijgen. Doorgaans is Wmo-ondersteuning in de vorm van Ondersteuning bij Bijzondere Woonvormen kostenefficiënter dan dat cliënten apart hulp bij het huishouden en begeleiding ontvangen. Onder Geclusterd Wonen vallen de volgende initiatieven: • Maassluis: Vertrouwd & Zeker (SOL) • Vlaardingen: PlusWonen (Frankeland) • Schiedam: PlusWonen (Frankeland), Westvest (Pameijer), Wonen en Begeleiden (Enver) Uitgangspunten
Aantallen De berekening van de ontwikkeling van de aantallen cliënten wordt gebaseerd op de stand van de aantallen cliënten aan het begin van 2025. Per initiatief is de verwachte (en mogelijke) groei van het aantal cliënten bepaald. Hierbij is rekening gehouden met de
31
maximale capaciteit van de voorzieningen en de contractueel vastgelegde aantallen te verzorgen cliënten.
Prijs In de ontwerpbegroting 2026 worden de actuele prijsafspraken met de leveranciers toegepast. Voor alle vormen van Ondersteuning bij Bijzondere Woonvormen wordt aangenomen dat de tarieven jaarlijks worden geïndexeerd met het (laatste bekende) prijsindexcijfer personele kosten dat bepaald wordt door de Nza (Nederlandse Zorgautoriteit). De actuele stand (2025) van dit percentage is 4,18%. Begroting 2026 Onderdeel Ondersteuning bij bijzondere woonvormen
Werkelijk
Begroot
Begroot
Begroot
2024
Primair 2025
1e wijziging 2025
2026
2.324.668
2.429.600
2.464.800
2.567.800
2.324.668
2.429.600
2.464.800
2.567.800
Meerjarenperspectief 2027-2030 Begroot Onderdeel
2026
Ondersteuning bij bijzondere woonvormen
2027 L
2028 L
2029 L
2030 L
2.567.800
2.675.300
2.787.000
2.903.600
3.024.800
2.567.800
2.675.300
2.787.000
2.903.600
3.024.800
Risico’s •
De consumentenprijsindex valt hoger uit dan voorzien
3.2.7
Regeling tegemoetkoming meerkosten
Omschrijving Rogplus voert voor de MVS-gemeenten de regeling tegemoetkoming meerkosten uit. De regeling kan worden gezien als een compensatie van de afschaffing van de rijksregelingen Wet tegemoetkoming chronische zieken en gehandicapten (Wtcg) en Compensatie Eigen Risico (CER). In de Verordening maatschappelijke ondersteuning MVS en in het Besluit en de Beleidsregels zijn de regels vastgelegd waarmee inwoners in aanmerking kunnen komen voor een tegemoetkoming. De regeling voor inwoners met een laag inkomen bestaat uit de volgende twee componenten: 1. Tegemoetkoming in verband met aannemelijke meerkosten ten gevolge van beperkingen, chronische psychische of psychosociale problemen. 2. Tegemoetkoming bij aannemelijke meerkosten ten gevolge van beperkingen, chronische, psychische of psychosociale problemen wanneer de cliënt het volledige eigen risico op grond van de zorgverzekeringswet heeft betaald in het kalenderjaar.
32
Uitgangspunten
Aantallen De MVS-gemeenten kennen de Regeling Tegemoetkoming Meerkosten. Inwoners met hoge zorgkosten en een laag inkomen kunnen een tegemoetkoming aanvragen. Er bestaan twee varianten van de regeling: LI (Langdurige Indicatie) en ER (Eigen Risico). In de ontwerpbegroting 2026 worden de aantallen (toegekende) aanvragen gebaseerd op het (verwachte) aantal aanvragen over 2023 en 2024. Hierbij wordt rekening gehouden met de in 2026 geldende inkomensgrenzen voor het beroep op de regeling. Meerjarig wordt de groei van het aantal aanvragen gebaseerd op de verwachte groei van het aantal inwoners van 40 jaar en ouder, zoals afgegeven door de gemeenten.
Prijs In Maassluis en Vlaardingen geldt dat de tegemoetkoming voor beide varianten van de regeling € 200 is. In Schiedam is dit € 100 per variant. Rogplus past deze tarieven toe in de ontwerpbegroting 2026 en het meerjarenperspectief. Begroting 2026 Onderdeel
Werkelijk
Begroot
Begroot
Begroot
2024
Primair 2025
1e wijziging 2025
2026
Tegemoetkoming meerkosten
476.900
422.600
462.400
467.500
476.900
422.600
462.400
467.500
Meerjarenperspectief 2027-2030 Begroot Onderdeel
2026
Tegemoetkoming meerkosten
2027 L
2028 L
2029 L
2030 L
467.500
473.400
477.900
484.700
490.100
467.500
473.400
477.900
484.700
490.100
Risico’s • Meer mensen doen een beroep op de regeling tegemoetkoming meerkosten dan voorzien. 3.2.8
Projecten en innovatie
Omschrijving Binnen het begrotingsonderdeel Projecten en Innovatie zijn de kosten begroot van budgetten die Rogplus organisatiebreed in kan zetten voor initiatieven die bijdragen aan de transformatie en innovatie in het sociaal domein en het verbinden van de Wmo met andere beleidsvelden in het sociaal domein én daarbuiten. Daarnaast gaat het om budgetten voor projecten (bijvoorbeeld collectieve woningaanpassingen), het herindiceren van cliënten en het verbeteren en optimaliseren van de uitvoering van de Wmo. Ook de bijdragen van de gemeenten aan het Programma Regionale Aanpak Ouderenzorg worden gedekt uit dit budget.
33
Uitgangspunten
Aantallen De budgetten binnen dit begrotingsonderdeel zijn niet geïndexeerd voor aantallen.
Prijs De budgetten zijn geïndexeerd met het prijsindexcijfer personele kosten van de NZa: 4,18%. Begroting 2026 Onderdeel
Werkelijk
Begroot
Begroot
Begroot
2024
Primair 2025
1e wijziging 2025
2026
Projecten en innovatie
0
729.900
729.900
760.500
Projecten
184.600
0
0
0
Herindicaties
57.609
0
0
0
Innovaties
331.596
0
0
0
573.805
729.900
729.900
760.500
Meerjarenperspectief 2027-2030 Begroot Onderdeel
2026
Projecten en innovatie
2027 L
2028 L
2029 L
2030 L
760.500
792.300
825.400
859.900
895.900
Projecten
0
0
0
0
0
Herindicaties
0
0
0
0
0
Innovaties
3.2.9
0
0
0
0
0
760.500
792.300
825.400
859.900
895.900
Preventie
Omschrijving Sinds een aantal jaren is de rol van de consulenten van Rogplus veranderd. In het kader van de transformatie hebben de consulenten ‘de kanteling’ in hun werk toegepast en zijn breder gaan kijken naar de individuele situatie van de hulpvrager. Rogplus zet meer in op preventie en daarmee op het uitstellen of voorkomen van een ondersteunings- en of zorgvraag. Om de inzet van Rogplus op het gebied van preventie ook in de begroting inzichtelijk te maken heeft Rogplus in de begroting 2023 het begrotingsonderdeel ‘Preventie’ geïntroduceerd. De budgetten in dit begrotingsonderdeel maakten voorheen deel uit van de directe overhead in de overige begrotingsonderdelen in het programma Wmo. De kosten van de volgende werkzaamheden worden begroot in het begrotingsonderdeel Preventie: • Cliëntparticipatie / Fief. Via het platform Fief kunnen inwoners die (nog) voldoende zelfredzaam zijn informatie vinden over zelfredzaamheid, tips over gezondheid, gezond en fit ouder worden en activiteiten in de buurt.
34
• •
•
Cliëntparticipatie / Meedoen. In de Meedoen-groep zitten cliënten die actief meedenken over het aanbod en de kwaliteit van Wmo-voorzieningen in de MVSgemeenten en de dienstverlening van Rogplus. Wijkteams. De consulenten draaien ook mee in de wijkteams waar zij in samenwerking met verschillende partners complexe casussen multidisciplinair aanpakken, maar ook vraagstukken van inwoners verbinden en met afstemmen met het informele – en voorliggend veld. Daarnaast zijn de consulenten van Rogplus hier in het kader van de Wmo, de vraagbaak en sparringpartner voor de collega’s in de wijkteams. Preventiegerichte aanpak. Via Rogplus worden cliënten activiteiten aangeboden die hen helpen fit en gezond te blijven. Dit gebeurt in de vorm van Powerful Ageing.
Uitgangspunten De inzet van de consulenten van Rogplus in de Wijkteams en voor adviesgesprekken, alle personeelslasten ten behoeve van Fief en een werkbudget voor Fief zijn toegerekend aan het begrotingsonderdeel Preventie. Begroting 2026 Onderdeel
Werkelijk
Begroot
Begroot
Begroot
2024
Primair 2025
1e wijziging 2025
2026
Wijkteams
484.180
486.700
486.700
561.000
Cliëntparticipatie
183.365
193.200
193.200
243.600
0
210.400
217.900
113.200
667.545
890.300
897.800
917.800
Preventiegerichte inzet
Meerjarenperspectief 2027-2030 Begroot Onderdeel
2026
2027 L
2028 L
2029 L
2030 L
Wijkteams
561.000
573.200
585.900
598.800
612.000
Cliëntparticipatie
243.600
248.900
254.500
260.000
265.800
Preventiegerichte inzet
113.200
117.800
123.100
128.300
133.700
917.800
939.900
963.500
987.100
1.011.500
3.2.10 Overhead Wmo Omschrijving Het begrotingsonderdeel Overhead Wmo bevat de uitgaven voor direct aan het programma Wmo toe te rekenen overhead. Met ingang van de wijzigingen in de iv3voorschriften in 2025 zijn deze kosten in een apart begrotingsonderdeel binnen het programma begroot. Voordien stonden deze uitgaven begroot bij de verschillende (andere) begrotingsonderdelen binnen het programma. De opbouw van de overheadkosten is nader toegelicht bij het programma Overhead.
35
Begroting 2026 Onderdeel
Werkelijk
Begroot
Begroot
Begroot
2024
Primair 2025
1e wijziging 2025
2026
Overhead Wmo
0
0
4.597.900
4.750.100
0
0
4.597.900
4.750.100
Meerjarenperspectief 2027-2030 Begroot Onderdeel
2026
2027 L
2028 L
2029 L
2030 L
Overhead Wmo
4.750.100
4.854.600
4.961.300
5.070.400
5.182.000
4.750.100
4.854.600
4.961.300
5.070.400
5.182.000
3.2.11
Inkomsten Eigen Bijdrage Wmo
Omschrijving De kosten van het Programma Wmo worden op de volgende manieren gefinancierd: •
Collectief Wmo-vervoer (ievo). Cliënten betalen per rit een eigen bijdrage. De ontwikkeling van de inkomsten uit eigen bijdragen voor het Wmo-vervoer volgt de ontwikkeling van de kosten van het Wmo-vervoer. De inkomsten uit reizigersbijdragen voor het gebruik van het Wmo-vervoer zijn conform het contract gebaseerd op de OVtarieven, zoals afgegeven door de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH). Voor 2025 is het opstaptarief € 1,12 per persoon en het kilometertarief € 0,19 per kilometer voor ritten binnen de MVS-regio en € 0,38 per kilometer voor ritten daar buiten8. Voor 2026 en verder is aangenomen dat deze tarieven jaarlijks toenemen met de gemiddelde stijging over de afgelopen drie jaar.
•
Overname scootmobielen en rolvoorzieningen. Als een cliënt verhuist buiten het MVSgebied kan de gemeente waar de cliënt naartoe verhuist de scootmobiel of rolvoorziening van Rogplus overnemen. Soms neemt een particulier de voorziening over. De inkomsten hieruit worden als aparte inkomstenpost in de begroting opgenomen.
•
Eigen bijdragen: Cliënten betalen een eigen bijdrage (abonnementstarief) wanneer ze vanuit de Wmo gebruik maken van huishoudelijke hulp, dagbesteding, logeren in een zorginstelling, elektrische deuropeners (bij de eigen voordeur), vlonders (bij de eigen voordeur), scootmobielen of begeleiding. De eigen bijdrage is altijd € 21,00 per maand, ongeacht het aantal voorzieningen dat een cliënt heeft. In een beperkt aantal gevallen is vrijstelling mogelijk voor de eigen bijdrage. De inkomsten uit eigen bijdragen voor Wmo-voorzieningen zijn gebaseerd op de
8
https://mrdh.nl/nieuws/ov-tarieven-2025#:~:text=Tarieven%20per%20regio,was%2018%2C7%20eurocent)
36
werkelijke inkomsten over 2024. De inkomsten volgen de verwachte ontwikkeling van het aantal cliënten, waarbij aangenomen is dat het aantal cliënten voor Schoon Huis zich ontwikkelt, zoals eerder beschreven en voor de overige voorzieningen de verwachte groei volgt van het aantal inwoners van 40 jaar en ouder. Het kabinet heeft besloten dat de eigen bijdrage voor Wmo-voorzieningen vanaf 2027 (weer) inkomens- en vermogensafhankelijk wordt. Daarom wordt voor 2027 en verder een extra stijging van de inkomsten uit eigen bijdrage aangenomen. De omvang hiervan wordt berekend op basis van de inkomsten uit eigen bijdragen vóór de introductie van het abonnementstarief. •
Bijdrage gemeenten. Het verschil tussen de uitgaven en de inkomsten uit bijdragen van cliënten wordt gedekt door bijdragen van de MVS-gemeenten.
Begroting 2026 Onderdeel
Werkelijk
Begroot
Begroot
Begroot
2024
Primair 2025
1e wijziging 2025
2026
Inkomsten Wmo-vervoer
-555.996
Verkoop Voorzieningen Eigen bijdragen
-579.100
-605.300
0
-104.400
-208.300
-209.300
-1.693.732
-1.625.100
-1.769.400
-1.816.800
-11.906
0
0
0
Bijdrage AAV Schoon huis Bijdrage gemeenten
-561.600
-54.790.603
-59.537.300
-60.278.400
-62.455.000
-57.052.237
-61.828.400
-62.835.200
-65.086.400
Meerjarenperspectief 2027-2030 Begroot Onderdeel
2026
Inkomsten Wmo-vervoer
2027 L
-605.300
2028 L
-633.900
2029 L
-662.200
2030 L
-694.700
-726.300
Verkoop Voorzieningen
-209.300
-210.000
-210.800
-212.400
-214.300
Eigen bijdragen
-1.816.800
-3.637.800
-3.748.600
-3.893.700
-4.051.900
Bijdrage AAV Schoon huis Bijdrage gemeenten
3.3
0
0
0
0
0
-62.455.000
-63.262.900
-65.295.000
-67.784.800
-70.442.600
-65.086.400
-67.744.600
-69.916.600
-72.585.600
-75.435.100
Programma Beschermd Wonen
Omschrijving In de Wmo 2015 is Beschermd Wonen als maatwerkvoorziening opgenomen naast de voorzieningen voor maatschappelijke opvang. In de Beleidsregels Maatschappelijke ondersteuning Maassluis, Vlaardingen en Schiedam 2023 is onder artikel 2.5.1 het volgende opgenomen: Beschermd Wonen wordt slechts geboden indien er voor een meerderjarige cliënt met psychische of psychosociale problematiek een noodzaak is voor verblijf in een instelling
37
met daarbij behorend toezicht en begeleiding en de cliënt niet in staat is zich op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk te handhaven in de samenleving. Beschermd Wonen kan als Zorg in Natura worden aangeboden of door de cliënten via een pgb worden ingekocht. De centrumgemeente Vlaardingen is materieel verantwoordelijk voor deze vorm van ondersteuning. Beschermd Wonen is bedoeld voor cliënten met de volgende kenmerken: • een gediagnosticeerde psychiatrische stoornis; • niet in staat om zelfstandig te wonen, onder meer door het ontbreken van daarvoor vereiste vaardigheden of remmingen; • noodzaak tot permanent toezicht, onder meer door het ontbreken van vermogen om te beoordelen of er zorg nodig is; • geen noodzaak tot opname in een behandelingsinstelling (zorgverzekeringswet) vanwege hun stoornis. Uitgangspunten
Aantallen De centrumgemeente Vlaardingen is voor de MVS-gemeenten verantwoordelijk voor Beschermd Wonen. Het Rijk heeft besloten dat de centrumregeling voor Beschermd Wonen af moet worden gebouwd. Het is nog niet bekend hoe en wanneer dit gebeurt. In afwachting van nadere informatie hierover houdt Rogplus in de ontwerpbegroting vooralsnog aan dat de budgetten voor Beschermd Wonen worden begroot bij centrumgemeente Vlaardingen. De gemeenten en Rogplus houden via de circulaires de ontwikkelingen in de gaten. Rogplus past indien nodig de begroting voor Beschermd Wonen hierop aan. In 2025 worden de contracten met de aanbieders van Beschermd Wonen opnieuw aanbesteed. Met deze aanbesteding sluit Rogplus het aanbod beter aan op de in de praktijk ervaren behoefte aan ondersteuning. In het aanbod wordt onder meer rekening gehouden met de mogelijkheid tot ‘beschut wonen’ en ‘beschermd thuis wonen’. Naar verwachting heeft de nieuwe aanbesteding beperkt effect op de aantallen cliënten. Sinds de vorige aanbesteding is het aanbod van Beschermd Wonen als Zorg in Natura dusdanig verbreed dat een verplaatsing plaats heeft gevonden van Beschermd Wonen op basis van pgb naar Beschermd Wonen als Zorg in Natura. In 2024 was er in de MVSgemeenten maar één cliënt met Beschermd Wonen op basis van pgb. Het bijbehorende budget in de ontwerpbegroting is daarom beperkt.
Prijs Sinds 2021 is de methode voor tariefstelling voor Beschermd Wonen gewijzigd en wordt per cliënt bepaald welke ‘bouwstenen’ hij binnen zijn indicatie ontvangt. De bouwstenen die kunnen worden afgegeven zijn: a. Wonen b. 24-uurs toezicht in nabijheid c. 24 uurs toezicht op locatie
38
d. e. f. g. h. i. j.
Individuele begeleiding: afhankelijk van de noodzaak in uren per week Dagbesteding: afhankelijk van de noodzaak tot 1-9 dagdelen per week Vervoer van en naar de dagbesteding Persoonlijke verzorging: afhankelijk van de noodzaak in uren per week Verpleging: afhankelijk van de noodzaak in uren per week Waakvlam: alleen voor plaatsing op een wachtlijst beschermd wonen Gebruik gemeenschappelijke ruimte
Afhankelijk van de soort ondersteuning die een cliënt ontvangt, hanteert Rogplus verschillende profielen voor cliënten Beschermd Wonen: het instroomprofiel, het ondersteuningsprofiel en het uitstroomprofiel. Daarbij is er aandacht voor meer differentiatie en krijgt de transformatie naar beschermd thuis aandacht wat kan leiden tot meer plekken en cliënten met een andere zorgbehoefte dan nu (intramuraal met 24 uur toezicht). In de ontwerpbegroting 2026 wordt uitgegaan van de gemiddelde kosten per cliënt per profiel begin 2025. De kosten voor Beschermd Wonen worden jaarlijks geïndexeerd met een indexpercentage dat is samengesteld uit de Nza-index voor personele kosten. Voor 2024 is dit percentage 4,18%. Dit percentage wordt zowel toegepast op Beschermd Wonen op basis van Zorg in Natura als op Beschermd Wonen op basis van een pgb. Voor Beschermd Wonen in natura geldt geen abonnementstarief, maar is de eigen bijdrage inkomensafhankelijk. De ontwikkeling van de opbrengsten uit eigen bijdragen voor Beschermd Wonen volgt daarom de ontwikkeling van de kosten. De begrote inkomsten voor de eigen bijdrage Beschermd Wonen zijn gebaseerd op de in 2024 geïnde eigen bijdragen. Het verschil tussen de uitgaven en de inkomsten wordt gedekt uit bijdragen van de MVS-gemeenten. Begroting 2026 Baten/
Werkelijk
Begroot
Begroot
Begroot
Primair 2025
1e wijziging 2025
2026
Lasten
Onderdeel
2024
Lasten
Zorg in natura
Baten
5.358.939
5.632.200
5.669.500
6.002.000
pgb
52.000
48.200
54.200
50.200
Overhead
467.984
453.700
453.700
443.700
5.878.922
6.134.100
6.177.400
6.495.900
Eigen bijdragen
-233.461
-286.500
-293.100
-297.500
Bijdrage gemeenten
-5.645.461
-5.847.600
-5.884.300
-6.198.400
-5.878.922
-6.134.100
-6.177.400
-6.495.900
0
0
0
0
39
Meerjarenperspectief 2027-2030 Baten/
Begroot
Lasten
Onderdeel
2026
Lasten
Zorg in natura pgb Overhead
Baten
2027 L
2028 L
2029 L
2030 L
6.002.000
6.346.200
6.660.100
6.938.500
7.228.500
50.200
52.300
54.500
56.800
59.200
443.700
453.500
463.500
473.700
484.100
6.495.900
6.852.000
7.178.100
7.469.000
7.771.800
Eigen bijdragen
-297.500
-299.700
-299.700
-299.700
-297.500
Bijdrage gemeenten
-6.198.400
-6.552.300
-6.878.400
-7.169.300
-7.474.300
-6.495.900
-6.852.000
-7.178.100
-7.469.000
-7.771.800
0
0
0
0
0
Risico’s • Het aantal cliënten Beschermd wonen stijgt meer dan voorzien; • De consumentenprijsindex valt hoger uit dan voorzien 3.4
Programma Jeugdhulp
3.4.1
Jeugdhulpopdracht
Omschrijving De MVS-gemeenten zijn verantwoordelijk voor een integraal en dekkend aanbod van jeugdhulp waarbij wordt voldaan aan de doelen van de Jeugdwet. Zij laten de uitvoering hiervan integraal als één Opdracht door één Opdrachtnemer verrichten. Het MVS Jeugdmodel is hiervoor het kader. Deze opdracht is ingegaan per 1 januari 2023. De opdracht omvat alle vormen van jeugdhulp met uitzondering van de jeugdhulp die is gecontracteerd middels het LTA, de maatregelen in het kader van de jeugdbescherming en jeugdreclassering (waaronder jeugdhulp door de Gecertificeerde Instellingen) en Veilig Thuis. Ook jeugdhulpvervoer, het jeugd- en gezinsdeel van het Wijkteam en het flexibel team maken deel uit van de opdracht, net als jeugdhulp die wordt geboden in en in samenwerking met het Onderwijs en jeugdhulp die wordt geboden in huisartsenpraktijken in de vorm van praktijkondersteuners. De opdracht omvat zowel zorg in natura (ZIN) als pgb. Rogplus voert het contractmanagement uit voor de door de MVS-gemeenten aan Mevis gegunde jeugdhulpopdracht. De zorgkosten voor deze opdracht en de met de opdracht gemoeide uitvoeringskosten zijn opgenomen in de begroting van Rogplus. Rogplus neemt de budgetten hiervoor op in het begrotingsprogramma Jeugdhulp. Uitgangspunten
Opdrachtwaarde Vanuit het MVS Jeugdmodel werken Mevis, Rogplus en de gemeenten aan de transformatie van de jeugdhulp in Maassluis, Vlaardingen en Schiedam. Mevis is voor
40
Rogplus de enige contractpartij op het gebied van jeugdhulp. Het contract van de MVSgemeenten en Rogplus met Mevis is ingegaan in 2023 en loopt in beginsel tot en met 2028. De rijksoverheid heeft op basis van een robuustheidsscan aangegeven dat de MVSregio te klein is om een zelfstandige jeugdhulpregio te blijven opereren. Dit betekent dat de jeugdhulpopdracht niet in zijn huidige vorm na 2028 kan blijven bestaan. Vooralsnog is niet bekend hoe de opdracht vanaf 2029 vorm wordt gegeven. In 2023 en 2024 zijn de uitgaven van Mevis fors hoger uitgevallen dan de daarvoor door Rogplus op basis van de aanbesteding begrote budgetten. Op basis van een business case is beoordeeld of en in welke mate Mevis een beroep kan doen op het veiligheidsventiel voor de uitgaven boven het budget. Voor 2023 en 2024 is zo een beroep gedaan op het veiligheidsventiel en zijn de uitgaven van Mevis gedekt uit een bijdrage van Rogplus. Op basis van de business case 2024 van Mevis is een reëel budget berekend voor de jeugdhulpopdracht in de MVS-gemeenten en (daarmee) de bijdrage aan Mevis in 2025 en verder. Deze berekening houdt rekening met de voor Mevis geldende contractafspraken (waaronder prijsindexatie, een contractueel vastgelegd inverdieneffect en de transformatieopdracht) en met demografische ontwikkelingen in de gemeenten.
Mevis, Rogplus en de MVS-gemeenten hebben onderling de toegepaste rekenwijze afgestemd. In de ontwerpbegroting 2026 is het budget voor de bijdrage aan Mevis bepaald op basis van het (her)berekende reële budget voor 2025 voor de jeugdhulpopdracht in de MVSgemeenten. Dit budget kan voor 2026 nog worden herijkt. Hiervoor loopt momenteel een extern onderzoek. Om tot een zorgvuldig en reëel meerjarenperspectief te komen, adviseert een financiële werkgroep met vertegenwoordigers van de gemeenten en Rogplus, mede op basis van dit onderzoek, hoe de begroting van 2026 en verder er op dit onderdeel uit moet zien. Rogplus verwerkt eventuele aanpassingen door middel van een begrotingswijziging. De omvang van Jeugdhulp op basis van pgb wordt bepaald op grond van de werkelijke uitgaven voor Jeugdhulp op basis van pgb over 2024. Meerjarig wordt hetzelfde prijsindexpercentage op de pgb-budgetten toegepast als dat op de Jeugdopdracht van toepassing is.
Prijs Het budget voor de zorgkosten wordt gedurende de uitvoering van de opdracht jaarlijks geïndexeerd conform de volgende verdeling en prijsindexcijfers9: • 70% personele kosten, conform het jaarlijkse prijsindexcijfer personele kosten van de Nederlandse Zorgautoriteit • 20% materiële kosten, conform het jaarlijkse prijsindexcijfer materiele kosten van de Nederlandse Zorgautoriteit • 10% kapitaallasten, conform het jaarlijkse prijsindexcijfer kapitaallasten van de Nederlandse Zorgautoriteit
9
https://www.nza.nl/onderwerpen/prijsindexcijfers
41
De samengestelde index heeft een voorlopig karakter en wordt later definitief vastgesteld. Op basis van de actuele waarden is de toe te passen index 3,47%. In de ontwerpbegroting en het meerjarenperspectief rekent Rogplus met dit percentage. Vanaf het derde opdrachtjaar (2025) wordt rekening gehouden met het contractueel vastgelegde inverdieneffect. Dit is 1,0% van de geïndexeerde opdrachtwaarde in 2025, 2,0% in 2026, 3,5% in 2027 en 5,0% in 2028. Meerjarig wordt hetzelfde prijsindexpercentage op de pgbbudgetten toegepast als dat op de Jeugdopdracht van toepassing is. Begroting 2026 Werkelijk
Begroot
Begroot
Begroot
Onderdeel
2024
Primair 2025
1e wijziging 2025
2026
Jeugdhulpopdracht
85.910.082
Zorgcontinuïteit
65.066.400
84.355.800
86.453.000
0
0
0
0
pgb
875.000
1.021.400
999.400
1.056.600
UItvoeringsorganisatie Jeugd
1.688.475
1.559.700
1.559.700
1.535.700
88.473.557
67.647.500
86.914.900
89.045.300
Meerjarenperspectief 2027-2030 Begroot Onderdeel
2026
2027 L
2028 L
2029 L
2030 L
Jeugdhulpopdracht
86.453.000
87.160.600
86.592.100
89.731.800
92.650.700
0
0
0
0
0
pgb
1.056.600
1.104.000
1.152.400
1.207.600
1.267.200
UItvoeringsorganisatie Jeugd
1.535.700
1.569.500
1.604.000
1.639.300
1.675.300
89.045.300
89.834.100
89.348.500
92.578.700
95.593.200
Zorgcontinuïteit
Risico’s • De opdrachtwaarde voor de Jeugdhulpopdracht van de MVS-gemeenten valt hoger uit als gevolg van significante afwijkingen ten opzichte van de uitgangspunten in het contract; • De samengestelde index voor de opdracht aan Mevis valt hoger uit dan voorzien; • Het effect van de beheersmaatregelen wijkt af van de aannames daarover bij het bepalen van het reëel budget voor de jeugdhulp voor 2025. • Het effect van de inspanningen van de gemeenten ter versterking van het voorliggend veld en de netwerken wijkt af van de aannames daarover bij het bepalen van het reëel budget voor de jeugdhulp voor 2025. • De ontwikkeling van de aantallen cliënten wijkt af van de aannames daarover bij het bepalen van het reëel budget voor de jeugdhulp voor 2025. • Robuustheidsscan (vanaf 2029).
42
3.4.2
Jeugdhulp- en leerlingenvervoer
Omschrijving Jeugdhulpvervoer brengt kinderen en jongeren van en naar de locatie waar jeugdhulp wordt geboden. Jeugdvervoer valt onder de Jeugdwet. Er is, in tegenstelling tot bij leerlingenvervoer, geen sprake van onderwijs. Vanaf 2023 is de uitvoering van jeugdhulpvervoer gedelegeerd aan Rogplus. Dit betekent onder meer dat Rogplus het contractmanagement uitvoert voor jeugdhulpvervoer en dat Rogplus de uitgaven voor jeugdhulpvervoer opneemt in de begroting. De MVS-gemeenten en Rogplus oriënteren zich op het gelijktrekken van de uitvoering en het contractbeheer voor jeugdhulpvervoer en leerlingenvervoer. Nu zijn de gemeenten verantwoordelijk voor leerlingenvervoer en Rogplus voor jeugdhulpvervoer. Dit kan in de praktijk tot onoverzichtelijke en soms ongewenste situaties leiden. Een eerste resultaat van de genoemde heroriëntatie is dat Rogplus vanaf het schooljaar 2024/2025 voor de MVS-gemeenten de indicatiestelling voor leerlingenvervoer verzorgt. Deze aanpassing is verwerkt in de begroting. Overige aanpassingen worden nog verkend en zijn nog niet opgenomen in de begroting. Uitgangspunten
Aantallen Op basis van de feitelijke kosten voor jeugdhulpvervoer in 2024 is de omvang van het budget voor jeugdhulpvervoer in 2026 en verder berekend.
Prijs In het contract voor jeugdhulpvervoer is opgenomen dat de tarieven jaarlijks worden geïndexeerd met de NEA-index. In de ontwerpbegroting en het meerjarenperspectief worden hiervoor dezelfde aannames gehanteerd, zoals beschreven bij het begrotingsonderdeel Vervoerskosten in het programma Wmo. De MVS-gemeenten en Rogplus oriënteren zich op het gelijktrekken van de uitvoering en het contractbeheer voor jeugdhulpvervoer en leerlingenvervoer. Nu zijn de gemeenten verantwoordelijk voor leerlingenvervoer en Rogplus voor jeugdhulpvervoer. Omdat de uitkomst van deze oriëntatie nog onduidelijk is, wordt hier in de ontwerpbegroting nog niet op geanticipeerd. Begroting 2026 Werkelijk
Begroot
Begroot
Begroot
Onderdeel
2024
Primair 2025
1e wijziging 2025
2026
Jeugdhulpvervoer
1.459.883
1.208.900
1.515.100
1.570.500
Backoffice Jeugdhulpvervoer
43.075
64.300
64.300
94.300
Backoffice Leerlingenvervoer
129.225
158.300
158.300
210.600
1.632.183
1.431.500
1.737.700
1.875.400
43
Meerjarenperspectief 2027-2030 Begroot Onderdeel
2026
Jeugdhulpvervoer
2027 L
2028 L
2029 L
2030 L
1.570.500
1.612.200
1.655.400
1.728.400
1.806.400
94.300
96.400
98.500
100.800
102.900
Backoffice Jeugdhulpvervoer Backoffice Leerlingenvervoer
210.600
215.200
220.000
224.900
229.800
1.875.400
1.923.800
1.973.900
2.054.100
2.139.100
Risico’s • Het aantal en de duur van de reizen met jeugdhulpvervoer valt hoger uit dan voorzien; • De NEA-index valt hoger uit dan voorzien.
3.4.3
Inkomsten Jeugdhulp
Omschrijving Rogplus ondersteunt verschillende bedrijfsprocessen van Mevis. Ook maakt Mevis gebruik van het abonnement van Rogplus op de juridische database Schulinck. Met Mevis is afgesproken dat Mevis Rogplus voor deze diensten betaalt. De omvang van de bijdrage van Mevis aan Rogplus is in 2026 vastgesteld op € 129.500. Voor de ontwerpbegroting 2026 en het meerjarenperspectief wordt dit bedrag jaarlijks geïndexeerd met het OVApercentage. De Jeugdwet kent geen eigen bijdragen. Het verschil tussen de begrote uitgaven en de bijdrage van Mevis moet daarom worden gedekt uit bijdragen van de gemeenten. Begroting 2026 Onderdeel
Werkelijk
Begroot
Begroot
Begroot
2024
Primair 2025
1e wijziging 2025
2026
Bijdrage Mevis Bijdrage gemeenten
-117.000
-121.000
-121.900
-127.000
-89.988.740
-68.958.000
-88.530.700
-90.793.700
-90.105.740
-69.079.000
-88.652.600
-90.920.700
Meerjarenperspectief 2027-2030 Begroot Onderdeel Bijdrage Mevis Bijdrage gemeenten
2026
2027 L
2028 L
2029 L
2030 L
-127.000
-132.400
-137.900
-143.700
-149.700
-90.793.700
-91.625.500
-91.184.500
-94.489.100
-97.582.600
-90.920.700
-91.757.900
-91.322.400
-94.632.800
-97.732.300
44
3.5
Programma Overhead
Uitgangspunten
Personeel De personeelsformatie en personeelskosten van de uitvoeringsorganisatie worden in de ontwerpbegroting 2026 berekend op basis van alle opgedragen taken op het gebied van de Wmo, Beschermd Wonen, Jeugdwet, leerlingen- en jeugdhulpvervoer en applicatiebeheer van het cliëntvolgsysteem Rondom voor de wijkteams. Ook is rekening gehouden met de doelen volgend uit het strategisch plan van Rogplus. Vanwege het ravijnjaar 2026 moeten gemeenten, nog meer dan anders, weloverwogen omgaan met hun middelen. De gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam hebben in dat kader verbonden partijen verzocht de organisatiekosten (verder) te beheersen. Hoewel de organisatie van Rogplus van oudsher al sober en doelmatig is ingericht, voert Rogplus daarom ook in de eigen organisatie beheersmaatregelen door. Daarnaast neemt Rogplus een taakstellend budget op in de ontwerpbegroting. Per saldo leiden de beheersmaatregelen en de taakstelling tot een besparing van 2,5% op de totale in de begroting 2025 opgenomen overheadkosten. In de loop van 2025 werkt Rogplus uit hoe aan dit taakstellend budget in kan worden gevuld. Hoewel Rogplus nastreeft dat inwoners zo min mogelijk last hebben van de uitvoering van de beheersmaatregelen, valt niet uit te sluiten dat cliënten te maken krijgen met een mindere kwaliteit van dienstverlening door Rogplus, bijvoorbeeld langere doorlooptijden.
In de ontwerpbegroting 2026 is de formatie gebaseerd op de formatie van Rogplus aan het begin van 2025 (inclusief vacatureruimte). Met name, maar niet alleen door de komst van de jeugdwettaken is het werk van Rogplus de laatste jaren intensiever, diverser en complexer geworden. Rogplus heeft in de ontwerpbegroting 2026 ook rekening gehouden met ontwikkelingen in de taken en werkzaamheden van Rogplus. Zo heeft Rogplus taken overgenomen van de gemeenten op het gebied van leerlingenvervoer en moet naar aanleiding van een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep de toepassing van de vergewisplicht op de indicatiestelling voor jeugdhulp worden geïntensiveerd. Ook betekent de verandering van de algemene voorziening Schoon Huis in een maatwerkvoorziening per 2026 dat bij meldingen voor huishoudelijke hulp (weer) een uitgebreid en breed gesprek plaatsvindt. Hiervoor moet de benodigde formatie worden uitgebreid. Daar staat tegenover dat deze maatregel per saldo een financieel voordeel oplevert. Daarbij draagt een uitgebreid en breed gesprek bij aan een integrale manier van werken en preventie. Deze (autonome) ontwikkelingen kan Rogplus niet opvangen binnen de bestaande formatie. Dit ook, omdat Rogplus tegelijkertijd te maken heeft met een groei van het aantal cliënten en Rogplus haar organisatie in het kader van de beheersmaatregelen optimaliseert en versobert.
Per saldo vragen de nieuwe en/of zwaardere taken en werkzaamheden meer formatie dan dat door de versobering van de formatie wordt
45
bezuinigd. Het gevolg hiervan is dat de begrote overheadkosten per saldo toenemen, al was de toename zonder de beheersmaatregelen aanzienlijk groter geweest. Begroting 2025 Afdeling
Aantal
Begroting 2026
FTE
Aantal
FTE
Uitvoering
56
49,2
60
52,4
Bedrijfsvoering
49
43,3
50
45,0
Staf en directie
20
16,6
17
15,1
Totaal
125
109,0
127
112,5
In de ontwerpbegroting 2026 worden de personeelslasten bepaald door eerst de personeelslasten over 2025 te berekenen, waarbij de actuele cao-afspraken toe worden gepast. In 2026 en verder worden de loonkosten geïndexeerd met het in de indexatiebrief van de MVS-gemeenten opgenomen percentage. Het budget voor inhuur van personeel van derden wordt gebaseerd op de werkelijke uitgaven in 2024 en inzichten uit de strategische personeelsplanning van Rogplus. In 2026 en verder worden de loonkosten geïndexeerd met de OVA.
Algemene kosten Rogplus is gevestigd op de Westlandseweg 1 in Maassluis. De huisvestingskosten worden in de ontwerpbegroting 2026 en het meerjarenperspectief 2027-2030 gebaseerd op het huurcontract. De huurkosten worden conform het huurcontract jaarlijks verhoogd met de jaarmutatie per november van de consumentenprijsindex alle huishoudens. Actueel is deze index 4,0%10. In de ontwerpbegroting 2026 worden de kosten voor telefonie en ICT gebaseerd op de contracten met de leveranciers voor telefonie- en ICT-diensten. Deze kosten worden conform contract niet geïndexeerd. Wel wordt in de begroting rekening gehouden met de investeringen in hard- en software die nodig zijn om te (blijven) voldoen aan de steeds scherpere eisen op het gebied van gegevensbescherming. De overige kosten (waaronder de energielasten) worden begroot op basis van het kostenniveau 2024, waarbij de budgetten worden geïndexeerd met het in de indexatiebrief van de MVS-gemeenten opgenomen percentage.
Inkomsten Overhead Rogplus ontvangt inkomsten uit rente over bij banken uitstaande tegoeden. In de ontwerpbegroting 2026 worden deze inkomsten gebaseerd op de werkelijke inkomsten in 2024. Buiten deze rente-inkomsten en eventuele andere incidentele inkomsten worden de uitgaven voor het Programma Overhead gedekt door bijdragen van de gemeenten. Directe en indirecte overhead De personeelskosten van Wmo-consulenten, medewerkers frontoffice en pgb-consulenten worden toegerekend aan begrotingsprogramma’s Wmo en Beschermd Wonen; de personeelskosten van medewerkers die taken uitvoeren in het kader van de Jeugdwet en het contract met Mevis aan het begrotingsprogramma Jeugdhulp. De kosten voor externe
10
https://www.cbs.nl/nl-nl/cijfers/detail/83131NED
46
advisering, het budget voor personeel van derden en de overige personeelskosten worden naar rato van de verdeling van de personeelskosten over de programma’s verdeeld. Binnen het programma Wmo worden een deel van de lasten van de medewerkers van Rogplus in de Wijkteams en de personeelslasten ten behoeve van Fief en Meedoen toegerekend aan het begrotingsonderdeel Preventie. De algemene kosten vallen onder het programma Overhead. Omdat de totale overheadkosten verdeeld worden over alle vier de begrotingsprogramma’s wordt de taakstelling op de overhead apart gepresenteerd in deze ontwerpbegroting en niet als onderdeel van het programma Overhead. De taakstelling is berekend op € 469.000 in 2026 en is in het meerjarenperspectief jaarlijks verhoogd met het door de gemeenten afgegeven indexpercentage van 2,2%. In de ontwerpbegroting 2026 is de taakstelling in mindering gebracht op de gemeentelijke bijdragen aan Rogplus. Als bekend is hoe Rogplus de taakstelling invult, wordt de taakstelling met een (ontwerp)begrotingswijziging verrekend met de budgetten in de begrotingsprogramma’s.
Begroting 2026 Baten/
Werkelijk
Begroot
Begroot
Begroot
Primair 2025
1e wijziging 2025
2026
Lasten
Onderdeel
2024
Lasten
Overhead
5.303.467
5.592.300
5.592.300
6.180.800
5.303.467
5.592.300
5.592.300
6.180.800
Baten
Overige inkomsten
-478.901
-380.000
-380.000
-388.300
Bijdrage gemeenten
-4.824.566
-5.212.300
-5.212.300
-5.792.500
-5.303.467
-5.592.300
-5.592.300
-6.180.800
0
0
0
0
Totaal Overhead
Meerjarenperspectief 2027-2030 Baten/ Lasten
Onderdeel
2026
2027 L
2028 L
2029 L
2030 L
Lasten
Overhead
6.180.800
6.325.700
6.474.000
6.626.000
6.781.800
6.180.800
6.325.700
6.474.000
6.626.000
6.781.800
Baten
Totaal Overhead
Begroot
Overige inkomsten
-388.300
-396.800
-405.500
-414.500
-423.500
Bijdrage gemeenten
-5.792.500
-5.928.900
-6.068.500
-6.211.500
-6.358.300
-6.180.800
-6.325.700
-6.474.000
-6.626.000
-6.781.800
0
0
0
0
0
47
Overhead totaal Begroting 2026 Werkelijk
Begroot
Begroot
Begroot
Overhead
2024
Primair 2025
1e wijziging 2025
2026
Salariskosten, sociale lasten, personeelskosten
9.133.461
10.642.200
10.642.200
11.367.900
Personeel derden
1.325.087
440.100
440.100
452.000
Externe advisering
162.272
260.000
260.000
282.000
Algemene kosten
1.661.827
1.682.700
1.682.700
1.835.000
Kapitaallasten
79.558
81.100
81.100
82.900
Taakstelling
-
-
-
-469.000
Totaal
Overhead
12.362.205
13.106.100
13.106.100
13.550.800
Werkelijk
Begroot
Begroot
Begroot
2024
Primair 2025
1e wijziging 2025
2026
Programma Wmo Overhead Wmo
4.062.435
4.597.900
4.597.900
4.750.100
Preventie - Wijkteams
484.180
486.700
486.700
561.000
Preventie - Cliëntparticipatie
183.365
193.200
193.200
243.600
Totaal Wmo
4.729.980
5.277.800
5.277.800
5.554.700
Overhead Beschermd Wonen
467.984
453.700
453.700
443.700
Totaal Beschermd Wonen
467.984
453.700
453.700
443.700
1.688.475
1.559.800
1.559.800
1.535.700
Programma Beschermd Wonen
Programma Jeugdhulp Overhead Jeugdhulp Overhead Jeugdhulp- en Leerlingenvervoer
172.300
222.600
222.600
304.900
Totaal Jeugdhulp
1.860.775
1.782.400
1.782.400
1.840.600
Overhead Indirect
5.303.467
5.592.200
5.592.200
6.180.800
Totaal Overhead
5.303.467
5.592.200
5.592.200
6.180.800
0
0
0
-469.000
Programma Overhead
Taakstelling Overhead Taakstelling Overhead Totaal Taakstelling Overhead Totaal
0
0
0
-469.000
12.362.205
13.106.100
13.106.100
13.550.800
48
Overhead totaal Meerjarenperspectief 2027-2030 Begroot Overhead
2026
2027 L
2028 L
2029 L
2030 L
Salariskosten, sociale lasten, personeelskosten
11.367.900
11.617.900
11.873.600
12.134.900
12.401.800
Personeel derden
452.000
461.900
472.100
482.500
493.100
Externe advisering
282.000
288.200
294.500
301.000
307.600
Algemene kosten
1.835.000
1.884.200
1.934.900
1.987.000
2.040.700
Kapitaallasten
82.900
84.800
86.600
88.500
90.500
Taakstelling
-469.000
-479.300
-489.800
-500.600
-511.600
Totaal
13.550.800
13.857.700
14.171.900
14.493.300
14.822.100
2026
2027 L
2028 L
2029 L
2030 L
Overhead Wmo
4.750.100
4.854.600
4.961.300
5.070.400
5.182.000
Preventie - Wijkteams
561.000
573.200
585.900
598.800
612.000
Begroot Overhead Programma Wmo
Preventie - Cliëntparticipatie
243.600
248.900
254.500
260.000
265.800
Totaal Wmo
5.554.700
5.676.700
5.801.700
5.929.200
6.059.800
Overhead Beschermd Wonen
443.700
453.500
463.500
473.700
484.100
Totaal Beschermd Wonen
443.700
453.500
463.500
473.700
484.100
1.535.700
1.569.500
1.604.000
1.639.300
1.675.300
Programma Beschermd Wonen
Programma Jeugdhulp Overhead Jeugdhulp Overhead Jeugdhulp- en Leerlingenvervoer
304.900
311.600
318.500
325.700
332.700
Totaal Jeugdhulp
1.840.600
1.881.100
1.922.500
1.965.000
2.008.000
Overhead Indirect
6.180.800
6.325.700
6.474.000
6.626.000
6.781.800
Totaal Overhead
6.180.800
6.325.700
6.474.000
6.626.000
6.781.800
-469.000
-479.300
-489.800
-500.600
-511.600
Programma Overhead
Taakstelling Overhead Taakstelling Overhead Totaal Taakstelling Overhead Totaal
-469.000
-479.300
-489.800
-500.600
-511.600
13.550.800
13.857.700
14.171.900
14.493.300
14.822.100
49
3.6
Overzicht algemene dekkingsmiddelen
Rogplus kent geen algemene dekkingsmiddelen: • Lokale heffingen waarvan de besteding niet gebonden is. Rogplus heft geen lokale heffingen; • Algemene Uitkeringen. Er zijn door Rogplus geen rechtstreekse baten ontvangen uit het Gemeentefonds; • Dividend. Rogplus bezit geen aandelen en heeft daarom geen baten in de vorm van dividend ontvangen; • Saldo van de financieringsfunctie. Er is in 2024 geen beroep gedaan op de kapitaalmarkt. In 2025 en 2026 is dit ook niet voorzien; • Saldo compensabele btw en de uitkering uit het btw-compensatiefonds. Rogplus heeft periodiek een opgave verstrekt aan de drie deelnemende gemeenten van de omzetbelasting die zij aan derden heeft betaald. De gemeenten kunnen, in de visie van het Ministerie, alleen de omzetbelasting op de apparaatskosten verhalen op het btw-compensatiefonds (BCF). Voor zover van toepassing zijn alle vermelde bedragen in de jaarrekening inclusief btw met uitzondering van de apparaatskosten. De btw op de apparaatskosten wordt specifiek aan de MVS-gemeenten doorberekend; • Overige algemene dekkingsmiddelen. Rogplus heeft geen overige dekkingsmiddelen. 3.7
Materiële vast activa Boekwaarde
Mutaties
Mutaties
31-12-2025
+
-/-
Afschrijving Boekwaarde 2025
31-12-2026
Vaste activa Materiële vaste activa
408.938
82.933
82.933
-
408.938
Totaal
408.938
82.933
82.933
-
408.938
De materiële vaste activa van Rogplus bestaan uit kantoorinventaris, hardware en software. Onderhanden werk inz. Grondexploitaties: Eigen vermogen: Opgenomen langlopende geldleningen: Voorzieningen: 3.8
n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Stand en verloop van de reserves en voorzieningen
Rogplus heeft geen reserves en voorzieningen.
50
3.9
Geprognosticeerde balans Werkelijk
Prognose
Prognose
Prognose
Prognose
Prognose
Prognose
Ultimo
Ultimo
Ultimo
Ultimo
Ultimo
Ultimo
Ultimo
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
Activa Vaste activa Materiële vaste activa Overige materiële vaste activa
408.938
408.938
408.938
408.938
408.938
408.938
408.938
408.938
408.938
408.938
408.938
408.938
408.938
408.938
1.187.400
1.187.400
1.187.400
1.187.400
1.187.400
1.187.400
1.187.400
4.945.931
4.945.931
4.945.931
4.945.931
4.945.931
4.945.931
4.945.931
819.360
819.360
819.360
819.360
819.360
819.360
819.360
425.723
425.723
425.723
425.723
425.723
425.723
425.723
Vlottende activa Uitzettingen Vorderingen op openbare lichamen Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Overige vorderingen Liquide middelen Kas en banksaldi Overlopende activa Overige overlopende activa Totaal activa
1.034.287
1.034.287
1.034.287
1.034.287
1.034.287
1.034.287
1.034.287
8.412.701
8.412.701
8.412.701
8.412.701
8.412.701
8.412.701
8.412.701
8.821.639
8.821.639
8.821.639
8.821.639
8.821.639
8.821.639
8.821.639
0
0
0
0
0
0
0
Passiva Vaste passiva Eigen vermogen Reserves Vreemd vermogen Voorzieningen
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
2.579.308
2.579.308
2.579.308
2.579.308
2.579.308
2.579.308
2.579.308
Vooruit ontvangen van overige overheden
3.783.574
3.783.574
3.783.574
3.783.574
3.783.574
3.783.574
3.783.574
Overige overlopende passiva
2.458.756
2.458.756
2.458.756
2.458.756
2.458.756
2.458.756
2.458.756
8.821.639
8.821.639
8.821.639
8.821.639
8.821.639
8.821.639
8.821.639
8.821.639
8.821.639
8.821.639
8.821.639
8.821.639
8.821.639
8.821.639
Vlottende passiva Vlottende schulden Overige vlottende schulden Overlopende passiva
Totaal passiva
51
4. Paragrafen 4.1
Weerstandsvermogen
Omschrijving Het weerstandsvermogen en risicobeheersing van Rogplus bestaat uit de relatie tussen: • de weerstandscapaciteit: de middelen en mogelijkheden waarover Rogplus beschikt om niet begrote kosten te dekken; • alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. Inventarisatie van de weerstandscapaciteit Omdat Rogplus niet beschikt over reserves of andere vormen van eigen vermogen, is de weerstandscapaciteit nihil. Overschrijding van werkelijke kosten ten opzichte van begroting zal leiden tot een tekort. Dit tekort wordt aangevuld door de gemeenten. Zij zijn de feitelijke risicodrager. Wanneer blijkt dat de totale kosten een overschrijding laten zien, wordt eerst bekeken of via besparingen de kostenoverschrijding beperkt kan worden. Wanneer de overschrijding ten opzichte van de begroting substantieel is, wordt in overleg met de gemeenten een begrotingswijziging in procedure gebracht. Overeenkomstig de Gemeenschappelijke Regeling Rogplus worden de werkelijke kosten na afloop van het boekjaar in rekening gebracht bij de deelnemende gemeenten. Inventarisatie van de risico’s Per programma en per begrotingsonderdeel zijn mogelijke risico’s geïnventariseerd.
Hierbij is onderscheid gemaakt tussen risico’s op een onvoorziene toename in de aantallen verstrekte voorzieningen en risico’s op een onvoorziene stijging van de prijs van de voorzieningen. •
•
Aantallen: Wanneer er een kans is van minimaal 10% en maximaal 50% dat de actuele begroting significant wordt overschreden als gevolg van een onvoorziene toename van de aantallen voorzieningen is het risico opgenomen in de risicotabel. Als definitie van significant is 20% van het begrote bedrag gehanteerd bij posten van minder dan € 1 miljoen, 10% van de begroting bij posten tussen € 1 miljoen en € 10 miljoen, 5% boven € 10 miljoen en 2% voor de jeugdhulpopdracht. Hierbij is een minimumbedrag van € 50.000 gehanteerd. De ‘kans’ is het percentage dat de mogelijkheid weergeeft dat in het begrotingsjaar het risico zich voordoet. Het risicobedrag is bepaald door het bedrag met de kans te vermenigvuldigen. Prijs: De risicosom van een onvoorziene toename van de prijs wordt bepaald door de als risico aangemerkte toename van de prijs in procentpunten te vermenigvuldigen met de som van het begrote budget waarop het indexpercentage van toepassing is. Voor de jeugdhulpopdracht geldt dat de totale omvang van de jeugdhulpopdracht nog kan wijzigen als gevolg van nieuwe inzichten in de aantallen cliënten, mede als gevolg van de toepassing van het nieuwe woonplaatsbeginsel.
52
De risico’s worden gecumuleerd per programma per soort gepresenteerd. De totale risicosom bedraagt op basis van de actuele begroting € 9.932.000. Dit is vergelijkbaar met afgelopen jaar. In de risicosom is nog geen rekening gehouden met begrotingswijzigingen die het begrote budget voor de bijdrage aan Mevis aan moeten laten sluiten op het actuele niveau van uitgaven voor de jeugdhulp. Na toepassing van deze wijzigingen zal de risicosom aanzienlijk lager uitvallen. Programma
Soort
Wmo
Meer voorzieningen verstrekt dan voorzien en/of meer cliënten
922.000
Hogere prijsstijging dan voorzien
1.174.000
Beschermd Wonen Jeugdhulp
Risicosom
Meer cliënten Beschermd Wonen dan voorzien
59.000
Hogere prijsstijging dan voorzien
118.000
Hogere opdrachtwaarde en/of meer jeugdhulpvervoer
6.931.000
Hogere prijsstijging dan voorzien
728.000 9.932.000
Beheersmaatregelen Rogplus houdt de ontwikkeling van de aantallen cliënten en de kosten van de Wmo nauwlettend in de gaten. Aan de hand van dashboards en managementrapportages wordt gedurende het gehele jaar gemonitord of de baten en lasten in de pas blijven lopen met de begroting. Rogplus voert actief contractmanagement met alle grote en middelgrote zorgaanbieders in de regio. Tijdens deze gesprekken wordt de ontwikkeling van de zorgvraag besproken. Ook werkt Rogplus samen met de gemeenten voor het versterken van de positie van voorliggende voorzieningen en het welzijnswerk en wijzen de Wmoconsulenten van Rogplus de cliënten actief op alternatieven voor Wmo-voorzieningen als die voor handen zijn. 4.2
Onderhoud kapitaalgoederen
Rogplus heeft geen gebouwen of andere kapitaalgoederen in eigendom of exploitatie die moeten worden onderhouden. Rogplus huurt het kantoor aan de Westlandseweg 1 in Maassluis. 4.3
Financiering
De treasuryfunctie wordt als volgt gedefinieerd: “het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op: de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s”. Gezien de manier waarop Rogplus gefinancierd wordt zal er in 2026 geen beroep gedaan worden op de kapitaalmarkt om geldleningen aan te trekken. De in- en uitgaande kasstromen die voortvloeien uit de normale exploitatie zijn redelijk goed te beheersen. De maandelijks voortschrijdende liquiditeitsprognose is het voornaamste instrument om het liquiditeitsrisico te beperken.
53
Omdat Rogplus een Gemeenschappelijke Regeling in de vorm van een Openbaar Lichaam is, doet Rogplus aan schatkistbankieren. De verplichting tot schatkistbankieren is in de wet Fido opgenomen.
54
5. Bijlagen 5.1
Begroting 2026 – Totaal Werkelijk
Begroot
Begroot
Begroot
Programma
Baten/ Lasten
Begrotingsonderdeel
Onderdeel
2024
Primair 2025
1e wijziging 2025
2026
Wmo
Lasten
Vervoerskosten
Wmo-vervoer
5.260.127
6.089.300
5.480.300
5.826.200
Individuele vervoerskosten
25.007
41.900
31.300
32.700
Overhead
396.536
546.300
0
0
5.681.670
6.677.500
5.511.600
5.858.900 1.457.400
Totaal Taxi- en vervoerskosten Scootmobielen en rolvoorzieningen
Scootmobielen
2.020.637
2.428.000
1.699.200
Autoaanpassingen / -verstrekkingen
66.415
56.000
56.000
58.600
Handbewogen rolstoelen
440.009
441.700
537.700
615.900
Electrische rolstoelen
907.074
776.200
1.070.000
1.201.000
Sportvoorzieningen
21.144
25.000
25.000
26.200
Aandrijfunits en fietsen
443.166
0
0
0
0
601.900
184.600
180.000
Aandrijfunits Fietsen
0
226.200
277.400
322.300
Kindvoorzieningen
131.493
219.900
264.000
368.100
Overhead
330.576
346.200
0
0
4.360.513
5.121.100
4.113.900
4.229.500
Totaal Scootmobielen en rolvoorzieningen Woonvoorzieningen
Verhuis- en inrichtingskosten
87.430
42.700
91.300
95.500
Roerende woonvoorzieningen
250.409
192.600
318.300
373.400
Woningaanpassingen
1.958.214
1.638.200
1.825.400
1.909.800
Onderhoud / reparatie
305.836
239.800
339.800
355.400
Overhead
139.804
192.400
0
0
2.741.693
2.305.700
2.574.800
2.734.100
Algemene voorziening Schoon Huis
22.005.569
23.356.100
24.387.900
0
Maatwerkvoorzieningen
1.757.783
1.702.500
2.073.600
27.158.400
Totaal Woonvoorzieningen Schoon Huis
Aanvullende algemene voorziening
65.614
69.300
67.200
70.000
pgb
151.000
138.800
154.500
161.000
Overhead
2.058.658
2.264.300
0
0
26.038.624
27.531.000
26.683.200
27.389.400
Meedoen in de Stad - niet ouderen
9.589.500
9.774.400
10.372.400
10.756.600
Meedoen in de Stad - ouderen
1.816.458
2.540.500
2.439.000
2.568.000
0
225.100
269.600
284.300
1.644.000
1.932.000
1.717.900
1.801.900
Totaal Schoon Huis Meedoen in de Stad
Landelijke contracten zintuiglijk gehandicapten pgb Overhead Totaal Meedoen in de Stad Ondersteuning bij bijzondere woonvormen
Ondersteuning bij bijzondere woonvormen
Totaal Ondersteuning bij bijzondere woonvormen Tegemoetkoming meerkosten
Tegemoetkoming meerkosten
Totaal Tegemoetkoming meerkosten Projecten en innovatie
Projecten en innovatie
2.567.800 2.567.800
476.900
422.600
462.400
467.500
476.900
422.600
462.400
467.500 760.500
0
0
Herindicaties
57.609
0
0
0
Innovaties
331.596
0
0
0
573.805
729.900
729.900
760.500
Wijkteams
484.180
486.700
486.700
561.000
Cliëntparticipatie
183.365
193.200
193.200
243.600
0
210.400
217.900
113.200
667.545
890.300
897.800
917.800
Overhead Wmo
0
0
4.597.900
4.750.100
0
0
4.597.900
4.750.100
57.052.237
61.828.400
62.835.200
65.086.400
Inkomsten Wmo-vervoer
-555.996
-561.600
-579.100
-605.300
Verkoop Voorzieningen
0
-104.400
-208.300
-209.300
-1.693.732
-1.625.100
-1.769.400
-1.816.800
Bijdrage AAV Schoon huis Bijdrage gemeenten
Totaal Wmo
2.464.800 2.464.800
729.900
Eigen bijdragen
Totaal Inkomsten Wmo
2.429.600 2.429.600
0
Totaal Lasten
Totaal Baten
2.324.668 2.324.668
729.900
Totaal Overhead Wmo Inkomsten Wmo
0 15.410.800
0
Totaal Projecten en innovatie
Baten
0 14.798.900
184.600
Preventiegerichte inzet Overhead Wmo
1.248.700 15.720.700
Projecten
Totaal Projecten en innovatie Preventie
1.136.861 14.186.820
-11.906
0
0
0
-54.790.603
-59.537.300
-60.278.400
-62.455.000
-57.052.237
-61.828.400
-62.835.200
-65.086.400
-57.052.237
-61.828.400
-62.835.200
-65.086.400
0
0
0
0
(1 van 2)
55
Baten/
Werkelijk
Begroot
Begroot
Begroot
Programma
Lasten
Begrotingsonderdeel
Onderdeel
2024
Primair 2025
1e wijziging 2025
2026
Beschermd
Lasten
Beschermd Wonen
Zorg in natura
5.358.939
5.632.200
5.669.500
pgb
52.000
48.200
54.200
50.200
Overhead
467.984
453.700
453.700
443.700 6.495.900
Wonen Totaal Beschermd Wonen Baten
Inkomsten Beschermd Wonen
5.878.922
6.134.100
6.177.400
Eigen bijdragen
-233.461
-286.500
-293.100
-297.500
Bijdrage gemeenten
-5.645.461
-5.847.600
-5.884.300
-6.198.400
-5.878.922
-6.134.100
-6.177.400
-6.495.900
0
0
0
0
85.910.082
65.066.400
84.355.800
86.453.000
Totaal Beschermd Wonen Totaal Beschermd Wonen Jeugdhulp
Lasten
Jeugdhulpopdracht
Jeugdhulpopdracht Zorgcontinuïteit pgb UItvoeringsorganisatie Jeugd
Totaal Jeugdhulpopdracht Jeugdhulp- en leerlingenvervoer
Jeugdhulpvervoer
94.300
158.300
158.300
210.600
Bijdrage Mevis
Totaal Baten
1.875.400 90.920.700
-121.000
-121.900
-127.000
-88.530.700
-90.793.700
-90.105.740
-69.079.000
-88.652.600
-90.920.700
-90.105.740
-69.079.000
-88.652.600
-90.920.700
0
0
0
0
5.303.467
5.592.300
5.592.300
6.180.800
5.303.467
5.592.300
5.592.300
6.180.800
5.303.467
5.592.300
5.592.300
6.180.800
Overige inkomsten
-478.901
-380.000
-380.000
-388.300
Bijdrage gemeenten
-4.824.566
-5.212.300
-5.212.300
-5.792.500
-5.303.467
-5.592.300
-5.592.300
-6.180.800
-5.303.467
-5.592.300
-5.592.300
-6.180.800
0
0
0
0
0
0
0
-469.000
0
0
0
-469.000
0
0
0
-469.000
0
0
0
469.000
0
0
0
469.000
Overhead
Taakstelling Overhead
Totaal Taakstelling
Totaal Taakstelling
1.737.700 88.652.600
-68.958.000
Totaal Lasten Taakstelling
1.431.500 69.079.000
-117.000
Totaal Overhead
Baten
1.632.183 90.105.740 -89.988.740
Totaal Overhead
Taakstelling
1.570.500
129.225
Totaal Baten Lasten
1.535.700 89.045.300
Backoffice Leerlingenvervoer
Totaal Overhead
Taakstelling
1.559.700 86.914.900 64.300
Totaal Lasten Inkomsten Overhead
1.559.700 67.647.500
1.515.100
Totaal Jeugdhulp
Baten
1.688.475 88.473.557
64.300
Bijdrage gemeenten
Overhead
0 1.056.600
1.208.900
Totaal Inkomsten Jeugdhulp
Lasten
0 999.400
43.075
Totaal Baten Overhead
0 1.021.400
1.459.883
Totaal Jeugdhulp- en leerlingenvervoer Inkomsten Jeugdhulp
0 875.000
Backoffice Jeugdhulpvervoer
Totaal Lasten Baten
6.002.000
Bijdrage gemeenten
0
0
0
469.000
Totaal Taakstelling
0
0
0
0
Eindtotaal
0
0
0
0
(2 van 2)
56
5.2
Meerjarenperspectief 2027-2030 Totaal - Lopende prijzen Baten/
Begroot
Programma
Lasten
Begrotingsonderdeel
Onderdeel
2026
2027 L
2028 L
2029 L
2030 L
Wmo
Lasten
Vervoerskosten
Wmo-vervoer
5.826.200
6.175.000
6.519.700
6.835.400
7.139.200
32.700
34.200
35.800
37.600
39.300
0
0
0
0
0
5.858.900
6.209.200
6.555.500
6.873.000
7.178.500 1.763.400
Individuele vervoerskosten Overhead Totaal Taxi- en vervoerskosten Scootmobielen en rolvoorzieningen
Scootmobielen
1.457.400
1.520.700
1.598.800
1.681.400
Autoaanpassingen / -verstrekkingen
58.600
61.200
64.600
67.600
70.900
Handbewogen rolstoelen
615.900
643.800
678.100
713.200
748.900
Electrische rolstoelen
1.201.000
1.262.400
1.309.200
1.375.900
1.426.900
Sportvoorzieningen
26.200
27.400
29.000
30.400
31.800
0
0
0
0
0
Aandrijfunits
180.000
189.300
199.100
208.400
219.100
Fietsen
322.300
336.800
355.700
373.000
391.000
Kindvoorzieningen
368.100
388.500
409.900
429.900
453.300
0
0
0
0
0
4.229.500
4.430.100
4.644.400
4.879.800
5.105.300
Verhuis- en inrichtingskosten
95.500
100.100
104.700
109.900
115.100
Roerende woonvoorzieningen
373.400
389.300
407.800
427.100
446.100
Woningaanpassingen
1.909.800
2.002.100
2.093.300
2.198.200
2.300.600
Onderhoud / reparatie
355.400
372.500
389.500
409.000
428.000
0
0
0
0
0
2.734.100
2.864.000
2.995.300
3.144.200
3.289.800
Aandrijfunits en fietsen
Overhead Totaal Scootmobielen en rolvoorzieningen Woonvoorzieningen
Overhead Totaal Woonvoorzieningen Schoon Huis
Algemene voorziening Schoon Huis Maatwerkvoorzieningen
73.300
76.700
80.200
84.200
168.500
176.100
184.100
193.300
0
0
0
0
0
27.389.400
28.456.900
28.999.800
29.967.300
31.109.500
Meedoen in de Stad - niet ouderen
10.756.600
11.155.000
11.568.100
11.996.600
12.441.000
Meedoen in de Stad - ouderen
2.568.000