CConstaterende datSchiedam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Ontwerpbegroting 2026 en meerjarenperspectief 2027-2030 Rogplus

Gemeenteraad 15 juli 2025, gemeente SchiedamBij agendapunt: Raadsbesluit Begroting 2026, jaarstukken 2024 en eerste begrotingswijziging 2025 Rogplus33.611 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

28

Voor begeleiding bij sociaal en persoonlijk functioneren zijn in 2020 contracten ingegaan. Hierin is onderscheid gemaakt tussen begeleiding van cliënten met ouderdomsgerelateerde klachten (Meedoen in de Stad – ouderen) en cliënten met nietouderdomsgerelateerde klachten (Meedoen in de Stad – niet-ouderen). Voor Meedoen in de Stad – ouderen zijn contracten aangegaan met meerdere partijen. Meedoen in de Stad – niet-ouderen wordt verzorgd door een consortium van partijen dat opereert onder de naam ZorgSamen MVS. Daarnaast hebben cliënten de mogelijkheid om met een pgb zelf begeleiding in te kopen. Tenslotte bevat dit begrotingsonderdeel ook de (begrote) uitgaven voor de ondersteuning aan zintuiglijk gehandicapten (doven en slechthorenden en blinden en slechtzienden) op basis van de hiervoor door de VNG afgesloten landelijke contracten. In aanvulling op de contracten voor Meedoen in de Stad streeft Rogplus, samen met de gemeenten, naar een betere samenwerking met het voorliggend veld. Uitgangspunten

Aantallen Bij begeleiding bij sociaal en persoonlijk functioneren wordt onderscheid gemaakt tussen begeleiding van cliënten met ouderdomsgerelateerde klachten (Meedoen in de Stad – ouderen) en cliënten met niet-ouderdomsgerelateerde klachten (Meedoen in de Stad – niet-ouderen). Daarnaast hebben cliënten de mogelijkheid om met een pgb zelf begeleiding in te kopen. Rogplus heeft met één samenwerkingsverband van zorgaanbieders een contract gesloten voor het leveren van dienstverlening met betrekking tot Meedoen in de Stad - niet ouderen. Het contract is gesloten op basis van taakgerichte financiering: het samenwerkingsverband van zorgaanbieders ontvangt een vast bedrag per jaar om maatwerkoplossingen te leveren aan de doelgroep. De ontwerpbegroting 2026 wordt op dit onderdeel gebaseerd op de contractafspraken met het samenwerkingsverband. Voor Meedoen in de Stad – Ouderen wordt het gebruik over 2024 als basis genomen voor de berekening van de uitgaven over 2025 en verder, waarbij is aangenomen dat de groei van het beroep op Meedoen in de Stad – ouderen de door de gemeenten verwachte groei van het aantal inwoners van 65 jaar en ouder per gemeente volgt.

Gemeenten, Rogplus, DSW en (andere) zorgpartijen werken binnen het kader van de Regionale Aanpak Ouderenzorg aan initiatieven voor kwalitatief goede zorg en ondersteuning aan (kwetsbare) ouderen, zodat zij zo lang als mogelijk, met behoud van kwaliteit van leven en veilig in hun vertrouwde thuissituatie kunnen blijven wonen. Het is nog te vroeg om in de ontwerpbegroting rekening te houden met het (financieel) effect van deze initiatieven. Ook voor initiatieven voor het intensiveren van de samenwerking met partijen in het voorliggend veld is nog niet te zeggen of en hoe deze een (financieel) effect hebben.

29

De budgetten voor de landelijke contracten voor ondersteuning van blinden en slechtzienden en doven en slechthorenden maken deel uit van de begroting van Rogplus. Ook komt het voor dat cliënten ondersteuning ontvangen, waarvoor een apart contract met een gespecialiseerde aanbieder af is gesloten. De landelijke contracten en de ‘uitzonderingscontracten’ maken geen deel uit van Meedoen in de Stad. Met ingang van de (ontwerp)begroting 2025 worden deze budgetten daarom begroot in een apart begrotingsonderdeel. Voor deze contracten worden de aantallen gebaseerd op het werkelijke gebruik in 2024. De ontwikkeling van het aantal cliënten wordt gebaseerd op de verwachte ontwikkeling van het aantal inwoners van 40 jaar en ouder. Voor de ontwerpbegroting 2026 worden de aantallen voor begeleiding en dagbesteding op basis van pgb gebaseerd op het werkelijke beroep hierop begin 2025. Omdat begeleiding op basis van pgb zowel betrekking heeft op ouderdomsgerelateerde klachten als op nietouderdomsgerelateerde klachten is hier de groei gebaseerd op de verwachte groei van het aantal inwoners van 40 jaar en ouder.

Prijs Meedoen in de stad – niet-ouderen wordt gefinancierd op basis van taakgerichte financiering. De contractafspraken hierover worden overgenomen in de ontwerpbegroting 2026. Jaarlijks wordt een prijsindex toegepast die gelijk is aan de met jaarmutatie van de consumentenprijsindex per september van het laatst afgesloten jaar volgens het CBS. Actueel is de stand van deze index 3,5%7. Voor Meedoen in de stad – ouderen, de landelijke contracten voor auditief en visueel beperkten en begeleiding op basis van pgb geldt dat in de ontwerpbegroting 2026 de tarieven en budgetten jaarlijks worden geïndexeerd met het (laatste bekende) prijsindexcijfer personele kosten dat bepaald wordt door de Nza (Nederlandse Zorgautoriteit). De actuele stand (2024) van dit percentage is 4,18%. Voor Meedoen in de Stad – ouderen is dit ook zo vastgelegd in de contracten met de zorgaanbieders. Begroting 2026 Onderdeel

Werkelijk

Begroot

Begroot

Begroot

2024

Primair 2025

1e wijziging 2025

2026

Meedoen in de Stad - niet ouderen

9.589.500

9.774.400

10.372.400

10.756.600

Meedoen in de Stad - ouderen

1.816.458

2.540.500

2.439.000

2.568.000

Landelijke contracten zintuiglijk gehandicapten pgb Overhead

7

0

225.100

269.600

284.300

1.644.000

1.932.000

1.717.900

1.801.900

1.136.861

1.248.700

0

0

14.186.820

15.720.700

14.798.900

15.410.800

https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/70936NED/table?fromstatweb

30

Meerjarenperspectief 2027-2030 Begroot Onderdeel

2026

2027 L

2028 L

2029 L

2030 L

Meedoen in de Stad - niet ouderen

10.756.600

11.155.000

11.568.100

11.996.600

12.441.000

Meedoen in de Stad - ouderen

2.568.000

2.709.400

2.850.900

3.012.800

3.173.300

Landelijke contracten zintuiglijk gehandicapten

284.300

299.200

315.000

333.200

352.700

pgb

1.801.900

1.885.300

1.972.500

2.073.000

2.180.700

Overhead

0

0

0

0

0

15.410.800

16.048.900

16.706.500

17.415.600

18.147.700

Risico’s • Er worden meer indicaties voor Meedoen in de Stad – Ouderen afgegeven dan voorzien • Er worden (gemiddeld) zwaardere en duurdere indicaties voor Meedoen in de Stad – Ouderen afgegeven dan voorzien • Het jaarbudget voor het contract Meedoen in de Stad – Niet-ouderen wordt bij verlenging hoger vastgesteld dan onder het oude contract • Er worden meer indicaties voor Meedoen in de Stad – Ouderen verzilverd dan voorzien • Meer cliënten dan voorzien doen een beroep op begeleiding op basis van pgb • De consumentenprijsindex valt hoger uit dan voorzien.

3.2.6

Ondersteuning bij bijzondere woonvormen

Omschrijving Ondersteuning bij Bijzondere Woonvormen is de naam van het begrotingsonderdeel dat voorheen Geclusterd Wonen werd genoemd. Verschillende zorgaanbieders hebben in de MVS-gemeenten woonvormen gecreëerd waarbinnen cliënten op basis van de Wmo hulp bij het huishouden en/of begeleiding bij het sociaal en persoonlijk functioneren krijgen. Doorgaans is Wmo-ondersteuning in de vorm van Ondersteuning bij Bijzondere Woonvormen kostenefficiënter dan dat cliënten apart hulp bij het huishouden en begeleiding ontvangen. Onder Geclusterd Wonen vallen de volgende initiatieven: • Maassluis: Vertrouwd & Zeker (SOL) • Vlaardingen: PlusWonen (Frankeland) • Schiedam: PlusWonen (Frankeland), Westvest (Pameijer), Wonen en Begeleiden (Enver) Uitgangspunten

Aantallen De berekening van de ontwikkeling van de aantallen cliënten wordt gebaseerd op de stand van de aantallen cliënten aan het begin van 2025. Per initiatief is de verwachte (en mogelijke) groei van het aantal cliënten bepaald. Hierbij is rekening gehouden met de

31

maximale capaciteit van de voorzieningen en de contractueel vastgelegde aantallen te verzorgen cliënten.

Prijs In de ontwerpbegroting 2026 worden de actuele prijsafspraken met de leveranciers toegepast. Voor alle vormen van Ondersteuning bij Bijzondere Woonvormen wordt aangenomen dat de tarieven jaarlijks worden geïndexeerd met het (laatste bekende) prijsindexcijfer personele kosten dat bepaald wordt door de Nza (Nederlandse Zorgautoriteit). De actuele stand (2025) van dit percentage is 4,18%. Begroting 2026 Onderdeel Ondersteuning bij bijzondere woonvormen

Werkelijk

Begroot

Begroot

Begroot

2024

Primair 2025

1e wijziging 2025

2026

2.324.668

2.429.600

2.464.800

2.567.800

2.324.668

2.429.600

2.464.800

2.567.800

Meerjarenperspectief 2027-2030 Begroot Onderdeel

2026

Ondersteuning bij bijzondere woonvormen

2027 L

2028 L

2029 L

2030 L

2.567.800

2.675.300

2.787.000

2.903.600

3.024.800

2.567.800

2.675.300

2.787.000

2.903.600

3.024.800

Risico’s •

De consumentenprijsindex valt hoger uit dan voorzien

3.2.7

Regeling tegemoetkoming meerkosten

Omschrijving Rogplus voert voor de MVS-gemeenten de regeling tegemoetkoming meerkosten uit. De regeling kan worden gezien als een compensatie van de afschaffing van de rijksregelingen Wet tegemoetkoming chronische zieken en gehandicapten (Wtcg) en Compensatie Eigen Risico (CER). In de Verordening maatschappelijke ondersteuning MVS en in het Besluit en de Beleidsregels zijn de regels vastgelegd waarmee inwoners in aanmerking kunnen komen voor een tegemoetkoming. De regeling voor inwoners met een laag inkomen bestaat uit de volgende twee componenten: 1. Tegemoetkoming in verband met aannemelijke meerkosten ten gevolge van beperkingen, chronische psychische of psychosociale problemen. 2. Tegemoetkoming bij aannemelijke meerkosten ten gevolge van beperkingen, chronische, psychische of psychosociale problemen wanneer de cliënt het volledige eigen risico op grond van de zorgverzekeringswet heeft betaald in het kalenderjaar.

32

Uitgangspunten

Aantallen De MVS-gemeenten kennen de Regeling Tegemoetkoming Meerkosten. Inwoners met hoge zorgkosten en een laag inkomen kunnen een tegemoetkoming aanvragen. Er bestaan twee varianten van de regeling: LI (Langdurige Indicatie) en ER (Eigen Risico). In de ontwerpbegroting 2026 worden de aantallen (toegekende) aanvragen gebaseerd op het (verwachte) aantal aanvragen over 2023 en 2024. Hierbij wordt rekening gehouden met de in 2026 geldende inkomensgrenzen voor het beroep op de regeling. Meerjarig wordt de groei van het aantal aanvragen gebaseerd op de verwachte groei van het aantal inwoners van 40 jaar en ouder, zoals afgegeven door de gemeenten.

Prijs In Maassluis en Vlaardingen geldt dat de tegemoetkoming voor beide varianten van de regeling € 200 is. In Schiedam is dit € 100 per variant. Rogplus past deze tarieven toe in de ontwerpbegroting 2026 en het meerjarenperspectief. Begroting 2026 Onderdeel

Werkelijk

Begroot

Begroot

Begroot

2024

Primair 2025

1e wijziging 2025

2026

Tegemoetkoming meerkosten

476.900

422.600

462.400

467.500

476.900

422.600

462.400

467.500

Meerjarenperspectief 2027-2030 Begroot Onderdeel

2026

Tegemoetkoming meerkosten

2027 L

2028 L

2029 L

2030 L

467.500

473.400

477.900

484.700

490.100

467.500

473.400

477.900

484.700

490.100

Risico’s • Meer mensen doen een beroep op de regeling tegemoetkoming meerkosten dan voorzien. 3.2.8

Projecten en innovatie

Omschrijving Binnen het begrotingsonderdeel Projecten en Innovatie zijn de kosten begroot van budgetten die Rogplus organisatiebreed in kan zetten voor initiatieven die bijdragen aan de transformatie en innovatie in het sociaal domein en het verbinden van de Wmo met andere beleidsvelden in het sociaal domein én daarbuiten. Daarnaast gaat het om budgetten voor projecten (bijvoorbeeld collectieve woningaanpassingen), het herindiceren van cliënten en het verbeteren en optimaliseren van de uitvoering van de Wmo. Ook de bijdragen van de gemeenten aan het Programma Regionale Aanpak Ouderenzorg worden gedekt uit dit budget.

33

Uitgangspunten

Aantallen De budgetten binnen dit begrotingsonderdeel zijn niet geïndexeerd voor aantallen.

Prijs De budgetten zijn geïndexeerd met het prijsindexcijfer personele kosten van de NZa: 4,18%. Begroting 2026 Onderdeel

Werkelijk

Begroot

Begroot

Begroot

2024

Primair 2025

1e wijziging 2025

2026

Projecten en innovatie

0

729.900

729.900

760.500

Projecten

184.600

0

0

0

Herindicaties

57.609

0

0

0

Innovaties

331.596

0

0

0

573.805

729.900

729.900

760.500

Meerjarenperspectief 2027-2030 Begroot Onderdeel

2026

Projecten en innovatie

2027 L

2028 L

2029 L

2030 L

760.500

792.300

825.400

859.900

895.900

Projecten

0

0

0

0

0

Herindicaties

0

0

0

0

0

Innovaties

3.2.9

0

0

0

0

0

760.500

792.300

825.400

859.900

895.900

Preventie

Omschrijving Sinds een aantal jaren is de rol van de consulenten van Rogplus veranderd. In het kader van de transformatie hebben de consulenten ‘de kanteling’ in hun werk toegepast en zijn breder gaan kijken naar de individuele situatie van de hulpvrager. Rogplus zet meer in op preventie en daarmee op het uitstellen of voorkomen van een ondersteunings- en of zorgvraag. Om de inzet van Rogplus op het gebied van preventie ook in de begroting inzichtelijk te maken heeft Rogplus in de begroting 2023 het begrotingsonderdeel ‘Preventie’ geïntroduceerd. De budgetten in dit begrotingsonderdeel maakten voorheen deel uit van de directe overhead in de overige begrotingsonderdelen in het programma Wmo. De kosten van de volgende werkzaamheden worden begroot in het begrotingsonderdeel Preventie: • Cliëntparticipatie / Fief. Via het platform Fief kunnen inwoners die (nog) voldoende zelfredzaam zijn informatie vinden over zelfredzaamheid, tips over gezondheid, gezond en fit ouder worden en activiteiten in de buurt.

34

• •

•

Cliëntparticipatie / Meedoen. In de Meedoen-groep zitten cliënten die actief meedenken over het aanbod en de kwaliteit van Wmo-voorzieningen in de MVSgemeenten en de dienstverlening van Rogplus. Wijkteams. De consulenten draaien ook mee in de wijkteams waar zij in samenwerking met verschillende partners complexe casussen multidisciplinair aanpakken, maar ook vraagstukken van inwoners verbinden en met afstemmen met het informele – en voorliggend veld. Daarnaast zijn de consulenten van Rogplus hier in het kader van de Wmo, de vraagbaak en sparringpartner voor de collega’s in de wijkteams. Preventiegerichte aanpak. Via Rogplus worden cliënten activiteiten aangeboden die hen helpen fit en gezond te blijven. Dit gebeurt in de vorm van Powerful Ageing.

Uitgangspunten De inzet van de consulenten van Rogplus in de Wijkteams en voor adviesgesprekken, alle personeelslasten ten behoeve van Fief en een werkbudget voor Fief zijn toegerekend aan het begrotingsonderdeel Preventie. Begroting 2026 Onderdeel

Werkelijk

Begroot

Begroot

Begroot

2024

Primair 2025

1e wijziging 2025

2026

Wijkteams

484.180

486.700

486.700

561.000

Cliëntparticipatie

183.365

193.200

193.200

243.600

0

210.400

217.900

113.200

667.545

890.300

897.800

917.800

Preventiegerichte inzet

Meerjarenperspectief 2027-2030 Begroot Onderdeel

2026

2027 L

2028 L

2029 L

2030 L

Wijkteams

561.000

573.200

585.900

598.800

612.000

Cliëntparticipatie

243.600

248.900

254.500

260.000

265.800

Preventiegerichte inzet

113.200

117.800

123.100

128.300

133.700

917.800

939.900

963.500

987.100

1.011.500

3.2.10 Overhead Wmo Omschrijving Het begrotingsonderdeel Overhead Wmo bevat de uitgaven voor direct aan het programma Wmo toe te rekenen overhead. Met ingang van de wijzigingen in de iv3voorschriften in 2025 zijn deze kosten in een apart begrotingsonderdeel binnen het programma begroot. Voordien stonden deze uitgaven begroot bij de verschillende (andere) begrotingsonderdelen binnen het programma. De opbouw van de overheadkosten is nader toegelicht bij het programma Overhead.

35

Begroting 2026 Onderdeel

Werkelijk

Begroot

Begroot

Begroot

2024

Primair 2025

1e wijziging 2025

2026

Overhead Wmo

0

0

4.597.900

4.750.100

0

0

4.597.900

4.750.100

Meerjarenperspectief 2027-2030 Begroot Onderdeel

2026

2027 L

2028 L

2029 L

2030 L

Overhead Wmo

4.750.100

4.854.600

4.961.300

5.070.400

5.182.000

4.750.100

4.854.600

4.961.300

5.070.400

5.182.000

3.2.11

Inkomsten Eigen Bijdrage Wmo

Omschrijving De kosten van het Programma Wmo worden op de volgende manieren gefinancierd: •

Collectief Wmo-vervoer (ievo). Cliënten betalen per rit een eigen bijdrage. De ontwikkeling van de inkomsten uit eigen bijdragen voor het Wmo-vervoer volgt de ontwikkeling van de kosten van het Wmo-vervoer. De inkomsten uit reizigersbijdragen voor het gebruik van het Wmo-vervoer zijn conform het contract gebaseerd op de OVtarieven, zoals afgegeven door de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH). Voor 2025 is het opstaptarief € 1,12 per persoon en het kilometertarief € 0,19 per kilometer voor ritten binnen de MVS-regio en € 0,38 per kilometer voor ritten daar buiten8. Voor 2026 en verder is aangenomen dat deze tarieven jaarlijks toenemen met de gemiddelde stijging over de afgelopen drie jaar.

•

Overname scootmobielen en rolvoorzieningen. Als een cliënt verhuist buiten het MVSgebied kan de gemeente waar de cliënt naartoe verhuist de scootmobiel of rolvoorziening van Rogplus overnemen. Soms neemt een particulier de voorziening over. De inkomsten hieruit worden als aparte inkomstenpost in de begroting opgenomen.

•

Eigen bijdragen: Cliënten betalen een eigen bijdrage (abonnementstarief) wanneer ze vanuit de Wmo gebruik maken van huishoudelijke hulp, dagbesteding, logeren in een zorginstelling, elektrische deuropeners (bij de eigen voordeur), vlonders (bij de eigen voordeur), scootmobielen of begeleiding. De eigen bijdrage is altijd € 21,00 per maand, ongeacht het aantal voorzieningen dat een cliënt heeft. In een beperkt aantal gevallen is vrijstelling mogelijk voor de eigen bijdrage. De inkomsten uit eigen bijdragen voor Wmo-voorzieningen zijn gebaseerd op de

8

https://mrdh.nl/nieuws/ov-tarieven-2025#:~:text=Tarieven%20per%20regio,was%2018%2C7%20eurocent)

36

werkelijke inkomsten over 2024. De inkomsten volgen de verwachte ontwikkeling van het aantal cliënten, waarbij aangenomen is dat het aantal cliënten voor Schoon Huis zich ontwikkelt, zoals eerder beschreven en voor de overige voorzieningen de verwachte groei volgt van het aantal inwoners van 40 jaar en ouder. Het kabinet heeft besloten dat de eigen bijdrage voor Wmo-voorzieningen vanaf 2027 (weer) inkomens- en vermogensafhankelijk wordt. Daarom wordt voor 2027 en verder een extra stijging van de inkomsten uit eigen bijdrage aangenomen. De omvang hiervan wordt berekend op basis van de inkomsten uit eigen bijdragen vóór de introductie van het abonnementstarief. •

Bijdrage gemeenten. Het verschil tussen de uitgaven en de inkomsten uit bijdragen van cliënten wordt gedekt door bijdragen van de MVS-gemeenten.

Begroting 2026 Onderdeel

Werkelijk

Begroot

Begroot

Begroot

2024

Primair 2025

1e wijziging 2025

2026

Inkomsten Wmo-vervoer

-555.996

Verkoop Voorzieningen Eigen bijdragen

-579.100

-605.300

0

-104.400

-208.300

-209.300

-1.693.732

-1.625.100

-1.769.400

-1.816.800

-11.906

0

0

0

Bijdrage AAV Schoon huis Bijdrage gemeenten

-561.600

-54.790.603

-59.537.300

-60.278.400

-62.455.000

-57.052.237

-61.828.400

-62.835.200

-65.086.400

Meerjarenperspectief 2027-2030 Begroot Onderdeel

2026

Inkomsten Wmo-vervoer

2027 L

-605.300

2028 L

-633.900

2029 L

-662.200

2030 L

-694.700

-726.300

Verkoop Voorzieningen

-209.300

-210.000

-210.800

-212.400

-214.300

Eigen bijdragen

-1.816.800

-3.637.800

-3.748.600

-3.893.700

-4.051.900

Bijdrage AAV Schoon huis Bijdrage gemeenten

3.3

0

0

0

0

0

-62.455.000

-63.262.900

-65.295.000

-67.784.800

-70.442.600

-65.086.400

-67.744.600

-69.916.600

-72.585.600

-75.435.100

Programma Beschermd Wonen

Omschrijving In de Wmo 2015 is Beschermd Wonen als maatwerkvoorziening opgenomen naast de voorzieningen voor maatschappelijke opvang. In de Beleidsregels Maatschappelijke ondersteuning Maassluis, Vlaardingen en Schiedam 2023 is onder artikel 2.5.1 het volgende opgenomen: Beschermd Wonen wordt slechts geboden indien er voor een meerderjarige cliënt met psychische of psychosociale problematiek een noodzaak is voor verblijf in een instelling

37

met daarbij behorend toezicht en begeleiding en de cliënt niet in staat is zich op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk te handhaven in de samenleving. Beschermd Wonen kan als Zorg in Natura worden aangeboden of door de cliënten via een pgb worden ingekocht. De centrumgemeente Vlaardingen is materieel verantwoordelijk voor deze vorm van ondersteuning. Beschermd Wonen is bedoeld voor cliënten met de volgende kenmerken: • een gediagnosticeerde psychiatrische stoornis; • niet in staat om zelfstandig te wonen, onder meer door het ontbreken van daarvoor vereiste vaardigheden of remmingen; • noodzaak tot permanent toezicht, onder meer door het ontbreken van vermogen om te beoordelen of er zorg nodig is; • geen noodzaak tot opname in een behandelingsinstelling (zorgverzekeringswet) vanwege hun stoornis. Uitgangspunten

Aantallen De centrumgemeente Vlaardingen is voor de MVS-gemeenten verantwoordelijk voor Beschermd Wonen. Het Rijk heeft besloten dat de centrumregeling voor Beschermd Wonen af moet worden gebouwd. Het is nog niet bekend hoe en wanneer dit gebeurt. In afwachting van nadere informatie hierover houdt Rogplus in de ontwerpbegroting vooralsnog aan dat de budgetten voor Beschermd Wonen worden begroot bij centrumgemeente Vlaardingen. De gemeenten en Rogplus houden via de circulaires de ontwikkelingen in de gaten. Rogplus past indien nodig de begroting voor Beschermd Wonen hierop aan. In 2025 worden de contracten met de aanbieders van Beschermd Wonen opnieuw aanbesteed. Met deze aanbesteding sluit Rogplus het aanbod beter aan op de in de praktijk ervaren behoefte aan ondersteuning. In het aanbod wordt onder meer rekening gehouden met de mogelijkheid tot ‘beschut wonen’ en ‘beschermd thuis wonen’. Naar verwachting heeft de nieuwe aanbesteding beperkt effect op de aantallen cliënten. Sinds de vorige aanbesteding is het aanbod van Beschermd Wonen als Zorg in Natura dusdanig verbreed dat een verplaatsing plaats heeft gevonden van Beschermd Wonen op basis van pgb naar Beschermd Wonen als Zorg in Natura. In 2024 was er in de MVSgemeenten maar één cliënt met Beschermd Wonen op basis van pgb. Het bijbehorende budget in de ontwerpbegroting is daarom beperkt.

Prijs Sinds 2021 is de methode voor tariefstelling voor Beschermd Wonen gewijzigd en wordt per cliënt bepaald welke ‘bouwstenen’ hij binnen zijn indicatie ontvangt. De bouwstenen die kunnen worden afgegeven zijn: a. Wonen b. 24-uurs toezicht in nabijheid c. 24 uurs toezicht op locatie

38

d. e. f. g. h. i. j.

Individuele begeleiding: afhankelijk van de noodzaak in uren per week Dagbesteding: afhankelijk van de noodzaak tot 1-9 dagdelen per week Vervoer van en naar de dagbesteding Persoonlijke verzorging: afhankelijk van de noodzaak in uren per week Verpleging: afhankelijk van de noodzaak in uren per week Waakvlam: alleen voor plaatsing op een wachtlijst beschermd wonen Gebruik gemeenschappelijke ruimte

Afhankelijk van de soort ondersteuning die een cliënt ontvangt, hanteert Rogplus verschillende profielen voor cliënten Beschermd Wonen: het instroomprofiel, het ondersteuningsprofiel en het uitstroomprofiel. Daarbij is er aandacht voor meer differentiatie en krijgt de transformatie naar beschermd thuis aandacht wat kan leiden tot meer plekken en cliënten met een andere zorgbehoefte dan nu (intramuraal met 24 uur toezicht). In de ontwerpbegroting 2026 wordt uitgegaan van de gemiddelde kosten per cliënt per profiel begin 2025. De kosten voor Beschermd Wonen worden jaarlijks geïndexeerd met een indexpercentage dat is samengesteld uit de Nza-index voor personele kosten. Voor 2024 is dit percentage 4,18%. Dit percentage wordt zowel toegepast op Beschermd Wonen op basis van Zorg in Natura als op Beschermd Wonen op basis van een pgb. Voor Beschermd Wonen in natura geldt geen abonnementstarief, maar is de eigen bijdrage inkomensafhankelijk. De ontwikkeling van de opbrengsten uit eigen bijdragen voor Beschermd Wonen volgt daarom de ontwikkeling van de kosten. De begrote inkomsten voor de eigen bijdrage Beschermd Wonen zijn gebaseerd op de in 2024 geïnde eigen bijdragen. Het verschil tussen de uitgaven en de inkomsten wordt gedekt uit bijdragen van de MVS-gemeenten. Begroting 2026 Baten/

Werkelijk

Begroot

Begroot

Begroot

Primair 2025

1e wijziging 2025

2026

Lasten

Onderdeel

2024

Lasten

Zorg in natura

Baten

5.358.939

5.632.200

5.669.500

6.002.000

pgb

52.000

48.200

54.200

50.200

Overhead

467.984

453.700

453.700

443.700

5.878.922

6.134.100

6.177.400

6.495.900

Eigen bijdragen

-233.461

-286.500

-293.100

-297.500

Bijdrage gemeenten

-5.645.461

-5.847.600

-5.884.300

-6.198.400

-5.878.922

-6.134.100

-6.177.400

-6.495.900

0

0

0

0

39

Meerjarenperspectief 2027-2030 Baten/

Begroot

Lasten

Onderdeel

2026

Lasten

Zorg in natura pgb Overhead

Baten

2027 L

2028 L

2029 L

2030 L

6.002.000

6.346.200

6.660.100

6.938.500

7.228.500

50.200

52.300

54.500

56.800

59.200

443.700

453.500

463.500

473.700

484.100

6.495.900

6.852.000

7.178.100

7.469.000

7.771.800

Eigen bijdragen

-297.500

-299.700

-299.700

-299.700

-297.500

Bijdrage gemeenten

-6.198.400

-6.552.300

-6.878.400

-7.169.300

-7.474.300

-6.495.900

-6.852.000

-7.178.100

-7.469.000

-7.771.800

0

0

0

0

0

Risico’s • Het aantal cliënten Beschermd wonen stijgt meer dan voorzien; • De consumentenprijsindex valt hoger uit dan voorzien 3.4

Programma Jeugdhulp

3.4.1

Jeugdhulpopdracht

Omschrijving De MVS-gemeenten zijn verantwoordelijk voor een integraal en dekkend aanbod van jeugdhulp waarbij wordt voldaan aan de doelen van de Jeugdwet. Zij laten de uitvoering hiervan integraal als één Opdracht door één Opdrachtnemer verrichten. Het MVS Jeugdmodel is hiervoor het kader. Deze opdracht is ingegaan per 1 januari 2023. De opdracht omvat alle vormen van jeugdhulp met uitzondering van de jeugdhulp die is gecontracteerd middels het LTA, de maatregelen in het kader van de jeugdbescherming en jeugdreclassering (waaronder jeugdhulp door de Gecertificeerde Instellingen) en Veilig Thuis. Ook jeugdhulpvervoer, het jeugd- en gezinsdeel van het Wijkteam en het flexibel team maken deel uit van de opdracht, net als jeugdhulp die wordt geboden in en in samenwerking met het Onderwijs en jeugdhulp die wordt geboden in huisartsenpraktijken in de vorm van praktijkondersteuners. De opdracht omvat zowel zorg in natura (ZIN) als pgb. Rogplus voert het contractmanagement uit voor de door de MVS-gemeenten aan Mevis gegunde jeugdhulpopdracht. De zorgkosten voor deze opdracht en de met de opdracht gemoeide uitvoeringskosten zijn opgenomen in de begroting van Rogplus. Rogplus neemt de budgetten hiervoor op in het begrotingsprogramma Jeugdhulp. Uitgangspunten

Opdrachtwaarde Vanuit het MVS Jeugdmodel werken Mevis, Rogplus en de gemeenten aan de transformatie van de jeugdhulp in Maassluis, Vlaardingen en Schiedam. Mevis is voor

40

Rogplus de enige contractpartij op het gebied van jeugdhulp. Het contract van de MVSgemeenten en Rogplus met Mevis is ingegaan in 2023 en loopt in beginsel tot en met 2028. De rijksoverheid heeft op basis van een robuustheidsscan aangegeven dat de MVSregio te klein is om een zelfstandige jeugdhulpregio te blijven opereren. Dit betekent dat de jeugdhulpopdracht niet in zijn huidige vorm na 2028 kan blijven bestaan. Vooralsnog is niet bekend hoe de opdracht vanaf 2029 vorm wordt gegeven. In 2023 en 2024 zijn de uitgaven van Mevis fors hoger uitgevallen dan de daarvoor door Rogplus op basis van de aanbesteding begrote budgetten. Op basis van een business case is beoordeeld of en in welke mate Mevis een beroep kan doen op het veiligheidsventiel voor de uitgaven boven het budget. Voor 2023 en 2024 is zo een beroep gedaan op het veiligheidsventiel en zijn de uitgaven van Mevis gedekt uit een bijdrage van Rogplus. Op basis van de business case 2024 van Mevis is een reëel budget berekend voor de jeugdhulpopdracht in de MVS-gemeenten en (daarmee) de bijdrage aan Mevis in 2025 en verder. Deze berekening houdt rekening met de voor Mevis geldende contractafspraken (waaronder prijsindexatie, een contractueel vastgelegd inverdieneffect en de transformatieopdracht) en met demografische ontwikkelingen in de gemeenten.

Mevis, Rogplus en de MVS-gemeenten hebben onderling de toegepaste rekenwijze afgestemd. In de ontwerpbegroting 2026 is het budget voor de bijdrage aan Mevis bepaald op basis van het (her)berekende reële budget voor 2025 voor de jeugdhulpopdracht in de MVSgemeenten. Dit budget kan voor 2026 nog worden herijkt. Hiervoor loopt momenteel een extern onderzoek. Om tot een zorgvuldig en reëel meerjarenperspectief te komen, adviseert een financiële werkgroep met vertegenwoordigers van de gemeenten en Rogplus, mede op basis van dit onderzoek, hoe de begroting van 2026 en verder er op dit onderdeel uit moet zien. Rogplus verwerkt eventuele aanpassingen door middel van een begrotingswijziging. De omvang van Jeugdhulp op basis van pgb wordt bepaald op grond van de werkelijke uitgaven voor Jeugdhulp op basis van pgb over 2024. Meerjarig wordt hetzelfde prijsindexpercentage op de pgb-budgetten toegepast als dat op de Jeugdopdracht van toepassing is.

Prijs Het budget voor de zorgkosten wordt gedurende de uitvoering van de opdracht jaarlijks geïndexeerd conform de volgende verdeling en prijsindexcijfers9: • 70% personele kosten, conform het jaarlijkse prijsindexcijfer personele kosten van de Nederlandse Zorgautoriteit • 20% materiële kosten, conform het jaarlijkse prijsindexcijfer materiele kosten van de Nederlandse Zorgautoriteit • 10% kapitaallasten, conform het jaarlijkse prijsindexcijfer kapitaallasten van de Nederlandse Zorgautoriteit

9

https://www.nza.nl/onderwerpen/prijsindexcijfers

41

De samengestelde index heeft een voorlopig karakter en wordt later definitief vastgesteld. Op basis van de actuele waarden is de toe te passen index 3,47%. In de ontwerpbegroting en het meerjarenperspectief rekent Rogplus met dit percentage. Vanaf het derde opdrachtjaar (2025) wordt rekening gehouden met het contractueel vastgelegde inverdieneffect. Dit is 1,0% van de geïndexeerde opdrachtwaarde in 2025, 2,0% in 2026, 3,5% in 2027 en 5,0% in 2028. Meerjarig wordt hetzelfde prijsindexpercentage op de pgbbudgetten toegepast als dat op de Jeugdopdracht van toepassing is. Begroting 2026 Werkelijk

Begroot

Begroot

Begroot

Onderdeel

2024

Primair 2025

1e wijziging 2025

2026

Jeugdhulpopdracht

85.910.082

Zorgcontinuïteit

65.066.400

84.355.800

86.453.000

0

0

0

0

pgb

875.000

1.021.400

999.400

1.056.600

UItvoeringsorganisatie Jeugd

1.688.475

1.559.700

1.559.700

1.535.700

88.473.557

67.647.500

86.914.900

89.045.300

Meerjarenperspectief 2027-2030 Begroot Onderdeel

2026

2027 L

2028 L

2029 L

2030 L

Jeugdhulpopdracht

86.453.000

87.160.600

86.592.100

89.731.800

92.650.700

0

0

0

0

0

pgb

1.056.600

1.104.000

1.152.400

1.207.600

1.267.200

UItvoeringsorganisatie Jeugd

1.535.700

1.569.500

1.604.000

1.639.300

1.675.300

89.045.300

89.834.100

89.348.500

92.578.700

95.593.200

Zorgcontinuïteit

Risico’s • De opdrachtwaarde voor de Jeugdhulpopdracht van de MVS-gemeenten valt hoger uit als gevolg van significante afwijkingen ten opzichte van de uitgangspunten in het contract; • De samengestelde index voor de opdracht aan Mevis valt hoger uit dan voorzien; • Het effect van de beheersmaatregelen wijkt af van de aannames daarover bij het bepalen van het reëel budget voor de jeugdhulp voor 2025. • Het effect van de inspanningen van de gemeenten ter versterking van het voorliggend veld en de netwerken wijkt af van de aannames daarover bij het bepalen van het reëel budget voor de jeugdhulp voor 2025. • De ontwikkeling van de aantallen cliënten wijkt af van de aannames daarover bij het bepalen van het reëel budget voor de jeugdhulp voor 2025. • Robuustheidsscan (vanaf 2029).

42

3.4.2

Jeugdhulp- en leerlingenvervoer

Omschrijving Jeugdhulpvervoer brengt kinderen en jongeren van en naar de locatie waar jeugdhulp wordt geboden. Jeugdvervoer valt onder de Jeugdwet. Er is, in tegenstelling tot bij leerlingenvervoer, geen sprake van onderwijs. Vanaf 2023 is de uitvoering van jeugdhulpvervoer gedelegeerd aan Rogplus. Dit betekent onder meer dat Rogplus het contractmanagement uitvoert voor jeugdhulpvervoer en dat Rogplus de uitgaven voor jeugdhulpvervoer opneemt in de begroting. De MVS-gemeenten en Rogplus oriënteren zich op het gelijktrekken van de uitvoering en het contractbeheer voor jeugdhulpvervoer en leerlingenvervoer. Nu zijn de gemeenten verantwoordelijk voor leerlingenvervoer en Rogplus voor jeugdhulpvervoer. Dit kan in de praktijk tot onoverzichtelijke en soms ongewenste situaties leiden. Een eerste resultaat van de genoemde heroriëntatie is dat Rogplus vanaf het schooljaar 2024/2025 voor de MVS-gemeenten de indicatiestelling voor leerlingenvervoer verzorgt. Deze aanpassing is verwerkt in de begroting. Overige aanpassingen worden nog verkend en zijn nog niet opgenomen in de begroting. Uitgangspunten

Aantallen Op basis van de feitelijke kosten voor jeugdhulpvervoer in 2024 is de omvang van het budget voor jeugdhulpvervoer in 2026 en verder berekend.

Prijs In het contract voor jeugdhulpvervoer is opgenomen dat de tarieven jaarlijks worden geïndexeerd met de NEA-index. In de ontwerpbegroting en het meerjarenperspectief worden hiervoor dezelfde aannames gehanteerd, zoals beschreven bij het begrotingsonderdeel Vervoerskosten in het programma Wmo. De MVS-gemeenten en Rogplus oriënteren zich op het gelijktrekken van de uitvoering en het contractbeheer voor jeugdhulpvervoer en leerlingenvervoer. Nu zijn de gemeenten verantwoordelijk voor leerlingenvervoer en Rogplus voor jeugdhulpvervoer. Omdat de uitkomst van deze oriëntatie nog onduidelijk is, wordt hier in de ontwerpbegroting nog niet op geanticipeerd. Begroting 2026 Werkelijk

Begroot

Begroot

Begroot

Onderdeel

2024

Primair 2025

1e wijziging 2025

2026

Jeugdhulpvervoer

1.459.883

1.208.900

1.515.100

1.570.500

Backoffice Jeugdhulpvervoer

43.075

64.300

64.300

94.300

Backoffice Leerlingenvervoer

129.225

158.300

158.300

210.600

1.632.183

1.431.500

1.737.700

1.875.400

43

Meerjarenperspectief 2027-2030 Begroot Onderdeel

2026

Jeugdhulpvervoer

2027 L

2028 L

2029 L

2030 L

1.570.500

1.612.200

1.655.400

1.728.400

1.806.400

94.300

96.400

98.500

100.800

102.900

Backoffice Jeugdhulpvervoer Backoffice Leerlingenvervoer

210.600

215.200

220.000

224.900

229.800

1.875.400

1.923.800

1.973.900

2.054.100

2.139.100

Risico’s • Het aantal en de duur van de reizen met jeugdhulpvervoer valt hoger uit dan voorzien; • De NEA-index valt hoger uit dan voorzien.

3.4.3

Inkomsten Jeugdhulp

Omschrijving Rogplus ondersteunt verschillende bedrijfsprocessen van Mevis. Ook maakt Mevis gebruik van het abonnement van Rogplus op de juridische database Schulinck. Met Mevis is afgesproken dat Mevis Rogplus voor deze diensten betaalt. De omvang van de bijdrage van Mevis aan Rogplus is in 2026 vastgesteld op € 129.500. Voor de ontwerpbegroting 2026 en het meerjarenperspectief wordt dit bedrag jaarlijks geïndexeerd met het OVApercentage. De Jeugdwet kent geen eigen bijdragen. Het verschil tussen de begrote uitgaven en de bijdrage van Mevis moet daarom worden gedekt uit bijdragen van de gemeenten. Begroting 2026 Onderdeel

Werkelijk

Begroot

Begroot

Begroot

2024

Primair 2025

1e wijziging 2025

2026

Bijdrage Mevis Bijdrage gemeenten

-117.000

-121.000

-121.900

-127.000

-89.988.740

-68.958.000

-88.530.700

-90.793.700

-90.105.740

-69.079.000

-88.652.600

-90.920.700

Meerjarenperspectief 2027-2030 Begroot Onderdeel Bijdrage Mevis Bijdrage gemeenten

2026

2027 L

2028 L

2029 L

2030 L

-127.000

-132.400

-137.900

-143.700

-149.700

-90.793.700

-91.625.500

-91.184.500

-94.489.100

-97.582.600

-90.920.700

-91.757.900

-91.322.400

-94.632.800

-97.732.300

44

3.5

Programma Overhead

Uitgangspunten

Personeel De personeelsformatie en personeelskosten van de uitvoeringsorganisatie worden in de ontwerpbegroting 2026 berekend op basis van alle opgedragen taken op het gebied van de Wmo, Beschermd Wonen, Jeugdwet, leerlingen- en jeugdhulpvervoer en applicatiebeheer van het cliëntvolgsysteem Rondom voor de wijkteams. Ook is rekening gehouden met de doelen volgend uit het strategisch plan van Rogplus. Vanwege het ravijnjaar 2026 moeten gemeenten, nog meer dan anders, weloverwogen omgaan met hun middelen. De gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam hebben in dat kader verbonden partijen verzocht de organisatiekosten (verder) te beheersen. Hoewel de organisatie van Rogplus van oudsher al sober en doelmatig is ingericht, voert Rogplus daarom ook in de eigen organisatie beheersmaatregelen door. Daarnaast neemt Rogplus een taakstellend budget op in de ontwerpbegroting. Per saldo leiden de beheersmaatregelen en de taakstelling tot een besparing van 2,5% op de totale in de begroting 2025 opgenomen overheadkosten. In de loop van 2025 werkt Rogplus uit hoe aan dit taakstellend budget in kan worden gevuld. Hoewel Rogplus nastreeft dat inwoners zo min mogelijk last hebben van de uitvoering van de beheersmaatregelen, valt niet uit te sluiten dat cliënten te maken krijgen met een mindere kwaliteit van dienstverlening door Rogplus, bijvoorbeeld langere doorlooptijden.

In de ontwerpbegroting 2026 is de formatie gebaseerd op de formatie van Rogplus aan het begin van 2025 (inclusief vacatureruimte). Met name, maar niet alleen door de komst van de jeugdwettaken is het werk van Rogplus de laatste jaren intensiever, diverser en complexer geworden. Rogplus heeft in de ontwerpbegroting 2026 ook rekening gehouden met ontwikkelingen in de taken en werkzaamheden van Rogplus. Zo heeft Rogplus taken overgenomen van de gemeenten op het gebied van leerlingenvervoer en moet naar aanleiding van een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep de toepassing van de vergewisplicht op de indicatiestelling voor jeugdhulp worden geïntensiveerd. Ook betekent de verandering van de algemene voorziening Schoon Huis in een maatwerkvoorziening per 2026 dat bij meldingen voor huishoudelijke hulp (weer) een uitgebreid en breed gesprek plaatsvindt. Hiervoor moet de benodigde formatie worden uitgebreid. Daar staat tegenover dat deze maatregel per saldo een financieel voordeel oplevert. Daarbij draagt een uitgebreid en breed gesprek bij aan een integrale manier van werken en preventie. Deze (autonome) ontwikkelingen kan Rogplus niet opvangen binnen de bestaande formatie. Dit ook, omdat Rogplus tegelijkertijd te maken heeft met een groei van het aantal cliënten en Rogplus haar organisatie in het kader van de beheersmaatregelen optimaliseert en versobert.

Per saldo vragen de nieuwe en/of zwaardere taken en werkzaamheden meer formatie dan dat door de versobering van de formatie wordt

45

bezuinigd. Het gevolg hiervan is dat de begrote overheadkosten per saldo toenemen, al was de toename zonder de beheersmaatregelen aanzienlijk groter geweest. Begroting 2025 Afdeling

Aantal

Begroting 2026

FTE

Aantal

FTE

Uitvoering

56

49,2

60

52,4

Bedrijfsvoering

49

43,3

50

45,0

Staf en directie

20

16,6

17

15,1

Totaal

125

109,0

127

112,5

In de ontwerpbegroting 2026 worden de personeelslasten bepaald door eerst de personeelslasten over 2025 te berekenen, waarbij de actuele cao-afspraken toe worden gepast. In 2026 en verder worden de loonkosten geïndexeerd met het in de indexatiebrief van de MVS-gemeenten opgenomen percentage. Het budget voor inhuur van personeel van derden wordt gebaseerd op de werkelijke uitgaven in 2024 en inzichten uit de strategische personeelsplanning van Rogplus. In 2026 en verder worden de loonkosten geïndexeerd met de OVA.

Algemene kosten Rogplus is gevestigd op de Westlandseweg 1 in Maassluis. De huisvestingskosten worden in de ontwerpbegroting 2026 en het meerjarenperspectief 2027-2030 gebaseerd op het huurcontract. De huurkosten worden conform het huurcontract jaarlijks verhoogd met de jaarmutatie per november van de consumentenprijsindex alle huishoudens. Actueel is deze index 4,0%10. In de ontwerpbegroting 2026 worden de kosten voor telefonie en ICT gebaseerd op de contracten met de leveranciers voor telefonie- en ICT-diensten. Deze kosten worden conform contract niet geïndexeerd. Wel wordt in de begroting rekening gehouden met de investeringen in hard- en software die nodig zijn om te (blijven) voldoen aan de steeds scherpere eisen op het gebied van gegevensbescherming. De overige kosten (waaronder de energielasten) worden begroot op basis van het kostenniveau 2024, waarbij de budgetten worden geïndexeerd met het in de indexatiebrief van de MVS-gemeenten opgenomen percentage.

Inkomsten Overhead Rogplus ontvangt inkomsten uit rente over bij banken uitstaande tegoeden. In de ontwerpbegroting 2026 worden deze inkomsten gebaseerd op de werkelijke inkomsten in 2024. Buiten deze rente-inkomsten en eventuele andere incidentele inkomsten worden de uitgaven voor het Programma Overhead gedekt door bijdragen van de gemeenten. Directe en indirecte overhead De personeelskosten van Wmo-consulenten, medewerkers frontoffice en pgb-consulenten worden toegerekend aan begrotingsprogramma’s Wmo en Beschermd Wonen; de personeelskosten van medewerkers die taken uitvoeren in het kader van de Jeugdwet en het contract met Mevis aan het begrotingsprogramma Jeugdhulp. De kosten voor externe

10

https://www.cbs.nl/nl-nl/cijfers/detail/83131NED

46

advisering, het budget voor personeel van derden en de overige personeelskosten worden naar rato van de verdeling van de personeelskosten over de programma’s verdeeld. Binnen het programma Wmo worden een deel van de lasten van de medewerkers van Rogplus in de Wijkteams en de personeelslasten ten behoeve van Fief en Meedoen toegerekend aan het begrotingsonderdeel Preventie. De algemene kosten vallen onder het programma Overhead. Omdat de totale overheadkosten verdeeld worden over alle vier de begrotingsprogramma’s wordt de taakstelling op de overhead apart gepresenteerd in deze ontwerpbegroting en niet als onderdeel van het programma Overhead. De taakstelling is berekend op € 469.000 in 2026 en is in het meerjarenperspectief jaarlijks verhoogd met het door de gemeenten afgegeven indexpercentage van 2,2%. In de ontwerpbegroting 2026 is de taakstelling in mindering gebracht op de gemeentelijke bijdragen aan Rogplus. Als bekend is hoe Rogplus de taakstelling invult, wordt de taakstelling met een (ontwerp)begrotingswijziging verrekend met de budgetten in de begrotingsprogramma’s.

Begroting 2026 Baten/

Werkelijk

Begroot

Begroot

Begroot

Primair 2025

1e wijziging 2025

2026

Lasten

Onderdeel

2024

Lasten

Overhead

5.303.467

5.592.300

5.592.300

6.180.800

5.303.467

5.592.300

5.592.300

6.180.800

Baten

Overige inkomsten

-478.901

-380.000

-380.000

-388.300

Bijdrage gemeenten

-4.824.566

-5.212.300

-5.212.300

-5.792.500

-5.303.467

-5.592.300

-5.592.300

-6.180.800

0

0

0

0

Totaal Overhead

Meerjarenperspectief 2027-2030 Baten/ Lasten

Onderdeel

2026

2027 L

2028 L

2029 L

2030 L

Lasten

Overhead

6.180.800

6.325.700

6.474.000

6.626.000

6.781.800

6.180.800

6.325.700

6.474.000

6.626.000

6.781.800

Baten

Totaal Overhead

Begroot

Overige inkomsten

-388.300

-396.800

-405.500

-414.500

-423.500

Bijdrage gemeenten

-5.792.500

-5.928.900

-6.068.500

-6.211.500

-6.358.300

-6.180.800

-6.325.700

-6.474.000

-6.626.000

-6.781.800

0

0

0

0

0

47

Overhead totaal Begroting 2026 Werkelijk

Begroot

Begroot

Begroot

Overhead

2024

Primair 2025

1e wijziging 2025

2026

Salariskosten, sociale lasten, personeelskosten

9.133.461

10.642.200

10.642.200

11.367.900

Personeel derden

1.325.087

440.100

440.100

452.000

Externe advisering

162.272

260.000

260.000

282.000

Algemene kosten

1.661.827

1.682.700

1.682.700

1.835.000

Kapitaallasten

79.558

81.100

81.100

82.900

Taakstelling

-

-

-

-469.000

Totaal

Overhead

12.362.205

13.106.100

13.106.100

13.550.800

Werkelijk

Begroot

Begroot

Begroot

2024

Primair 2025

1e wijziging 2025

2026

Programma Wmo Overhead Wmo

4.062.435

4.597.900

4.597.900

4.750.100

Preventie - Wijkteams

484.180

486.700

486.700

561.000

Preventie - Cliëntparticipatie

183.365

193.200

193.200

243.600

Totaal Wmo

4.729.980

5.277.800

5.277.800

5.554.700

Overhead Beschermd Wonen

467.984

453.700

453.700

443.700

Totaal Beschermd Wonen

467.984

453.700

453.700

443.700

1.688.475

1.559.800

1.559.800

1.535.700

Programma Beschermd Wonen

Programma Jeugdhulp Overhead Jeugdhulp Overhead Jeugdhulp- en Leerlingenvervoer

172.300

222.600

222.600

304.900

Totaal Jeugdhulp

1.860.775

1.782.400

1.782.400

1.840.600

Overhead Indirect

5.303.467

5.592.200

5.592.200

6.180.800

Totaal Overhead

5.303.467

5.592.200

5.592.200

6.180.800

0

0

0

-469.000

Programma Overhead

Taakstelling Overhead Taakstelling Overhead Totaal Taakstelling Overhead Totaal

0

0

0

-469.000

12.362.205

13.106.100

13.106.100

13.550.800

48

Overhead totaal Meerjarenperspectief 2027-2030 Begroot Overhead

2026

2027 L

2028 L

2029 L

2030 L

Salariskosten, sociale lasten, personeelskosten

11.367.900

11.617.900

11.873.600

12.134.900

12.401.800

Personeel derden

452.000

461.900

472.100

482.500

493.100

Externe advisering

282.000

288.200

294.500

301.000

307.600

Algemene kosten

1.835.000

1.884.200

1.934.900

1.987.000

2.040.700

Kapitaallasten

82.900

84.800

86.600

88.500

90.500

Taakstelling

-469.000

-479.300

-489.800

-500.600

-511.600

Totaal

13.550.800

13.857.700

14.171.900

14.493.300

14.822.100

2026

2027 L

2028 L

2029 L

2030 L

Overhead Wmo

4.750.100

4.854.600

4.961.300

5.070.400

5.182.000

Preventie - Wijkteams

561.000

573.200

585.900

598.800

612.000

Begroot Overhead Programma Wmo

Preventie - Cliëntparticipatie

243.600

248.900

254.500

260.000

265.800

Totaal Wmo

5.554.700

5.676.700

5.801.700

5.929.200

6.059.800

Overhead Beschermd Wonen

443.700

453.500

463.500

473.700

484.100

Totaal Beschermd Wonen

443.700

453.500

463.500

473.700

484.100

1.535.700

1.569.500

1.604.000

1.639.300

1.675.300

Programma Beschermd Wonen

Programma Jeugdhulp Overhead Jeugdhulp Overhead Jeugdhulp- en Leerlingenvervoer

304.900

311.600

318.500

325.700

332.700

Totaal Jeugdhulp

1.840.600

1.881.100

1.922.500

1.965.000

2.008.000

Overhead Indirect

6.180.800

6.325.700

6.474.000

6.626.000

6.781.800

Totaal Overhead

6.180.800

6.325.700

6.474.000

6.626.000

6.781.800

-469.000

-479.300

-489.800

-500.600

-511.600

Programma Overhead

Taakstelling Overhead Taakstelling Overhead Totaal Taakstelling Overhead Totaal

-469.000

-479.300

-489.800

-500.600

-511.600

13.550.800

13.857.700

14.171.900

14.493.300

14.822.100

49

3.6

Overzicht algemene dekkingsmiddelen

Rogplus kent geen algemene dekkingsmiddelen: • Lokale heffingen waarvan de besteding niet gebonden is. Rogplus heft geen lokale heffingen; • Algemene Uitkeringen. Er zijn door Rogplus geen rechtstreekse baten ontvangen uit het Gemeentefonds; • Dividend. Rogplus bezit geen aandelen en heeft daarom geen baten in de vorm van dividend ontvangen; • Saldo van de financieringsfunctie. Er is in 2024 geen beroep gedaan op de kapitaalmarkt. In 2025 en 2026 is dit ook niet voorzien; • Saldo compensabele btw en de uitkering uit het btw-compensatiefonds. Rogplus heeft periodiek een opgave verstrekt aan de drie deelnemende gemeenten van de omzetbelasting die zij aan derden heeft betaald. De gemeenten kunnen, in de visie van het Ministerie, alleen de omzetbelasting op de apparaatskosten verhalen op het btw-compensatiefonds (BCF). Voor zover van toepassing zijn alle vermelde bedragen in de jaarrekening inclusief btw met uitzondering van de apparaatskosten. De btw op de apparaatskosten wordt specifiek aan de MVS-gemeenten doorberekend; • Overige algemene dekkingsmiddelen. Rogplus heeft geen overige dekkingsmiddelen. 3.7

Materiële vast activa Boekwaarde

Mutaties

Mutaties

31-12-2025

+

-/-

Afschrijving Boekwaarde 2025

31-12-2026

Vaste activa Materiële vaste activa

408.938

82.933

82.933

-

408.938

Totaal

408.938

82.933

82.933

-

408.938

De materiële vaste activa van Rogplus bestaan uit kantoorinventaris, hardware en software. Onderhanden werk inz. Grondexploitaties: Eigen vermogen: Opgenomen langlopende geldleningen: Voorzieningen: 3.8

n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.

Stand en verloop van de reserves en voorzieningen

Rogplus heeft geen reserves en voorzieningen.

50

3.9

Geprognosticeerde balans Werkelijk

Prognose

Prognose

Prognose

Prognose

Prognose

Prognose

Ultimo

Ultimo

Ultimo

Ultimo

Ultimo

Ultimo

Ultimo

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

Activa Vaste activa Materiële vaste activa Overige materiële vaste activa

408.938

408.938

408.938

408.938

408.938

408.938

408.938

408.938

408.938

408.938

408.938

408.938

408.938

408.938

1.187.400

1.187.400

1.187.400

1.187.400

1.187.400

1.187.400

1.187.400

4.945.931

4.945.931

4.945.931

4.945.931

4.945.931

4.945.931

4.945.931

819.360

819.360

819.360

819.360

819.360

819.360

819.360

425.723

425.723

425.723

425.723

425.723

425.723

425.723

Vlottende activa Uitzettingen Vorderingen op openbare lichamen Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Overige vorderingen Liquide middelen Kas en banksaldi Overlopende activa Overige overlopende activa Totaal activa

1.034.287

1.034.287

1.034.287

1.034.287

1.034.287

1.034.287

1.034.287

8.412.701

8.412.701

8.412.701

8.412.701

8.412.701

8.412.701

8.412.701

8.821.639

8.821.639

8.821.639

8.821.639

8.821.639

8.821.639

8.821.639

0

0

0

0

0

0

0

Passiva Vaste passiva Eigen vermogen Reserves Vreemd vermogen Voorzieningen

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

2.579.308

2.579.308

2.579.308

2.579.308

2.579.308

2.579.308

2.579.308

Vooruit ontvangen van overige overheden

3.783.574

3.783.574

3.783.574

3.783.574

3.783.574

3.783.574

3.783.574

Overige overlopende passiva

2.458.756

2.458.756

2.458.756

2.458.756

2.458.756

2.458.756

2.458.756

8.821.639

8.821.639

8.821.639

8.821.639

8.821.639

8.821.639

8.821.639

8.821.639

8.821.639

8.821.639

8.821.639

8.821.639

8.821.639

8.821.639

Vlottende passiva Vlottende schulden Overige vlottende schulden Overlopende passiva

Totaal passiva

51

4. Paragrafen 4.1

Weerstandsvermogen

Omschrijving Het weerstandsvermogen en risicobeheersing van Rogplus bestaat uit de relatie tussen: • de weerstandscapaciteit: de middelen en mogelijkheden waarover Rogplus beschikt om niet begrote kosten te dekken; • alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. Inventarisatie van de weerstandscapaciteit Omdat Rogplus niet beschikt over reserves of andere vormen van eigen vermogen, is de weerstandscapaciteit nihil. Overschrijding van werkelijke kosten ten opzichte van begroting zal leiden tot een tekort. Dit tekort wordt aangevuld door de gemeenten. Zij zijn de feitelijke risicodrager. Wanneer blijkt dat de totale kosten een overschrijding laten zien, wordt eerst bekeken of via besparingen de kostenoverschrijding beperkt kan worden. Wanneer de overschrijding ten opzichte van de begroting substantieel is, wordt in overleg met de gemeenten een begrotingswijziging in procedure gebracht. Overeenkomstig de Gemeenschappelijke Regeling Rogplus worden de werkelijke kosten na afloop van het boekjaar in rekening gebracht bij de deelnemende gemeenten. Inventarisatie van de risico’s Per programma en per begrotingsonderdeel zijn mogelijke risico’s geïnventariseerd.

Hierbij is onderscheid gemaakt tussen risico’s op een onvoorziene toename in de aantallen verstrekte voorzieningen en risico’s op een onvoorziene stijging van de prijs van de voorzieningen. •

•

Aantallen: Wanneer er een kans is van minimaal 10% en maximaal 50% dat de actuele begroting significant wordt overschreden als gevolg van een onvoorziene toename van de aantallen voorzieningen is het risico opgenomen in de risicotabel. Als definitie van significant is 20% van het begrote bedrag gehanteerd bij posten van minder dan € 1 miljoen, 10% van de begroting bij posten tussen € 1 miljoen en € 10 miljoen, 5% boven € 10 miljoen en 2% voor de jeugdhulpopdracht. Hierbij is een minimumbedrag van € 50.000 gehanteerd. De ‘kans’ is het percentage dat de mogelijkheid weergeeft dat in het begrotingsjaar het risico zich voordoet. Het risicobedrag is bepaald door het bedrag met de kans te vermenigvuldigen. Prijs: De risicosom van een onvoorziene toename van de prijs wordt bepaald door de als risico aangemerkte toename van de prijs in procentpunten te vermenigvuldigen met de som van het begrote budget waarop het indexpercentage van toepassing is. Voor de jeugdhulpopdracht geldt dat de totale omvang van de jeugdhulpopdracht nog kan wijzigen als gevolg van nieuwe inzichten in de aantallen cliënten, mede als gevolg van de toepassing van het nieuwe woonplaatsbeginsel.

52

De risico’s worden gecumuleerd per programma per soort gepresenteerd. De totale risicosom bedraagt op basis van de actuele begroting € 9.932.000. Dit is vergelijkbaar met afgelopen jaar. In de risicosom is nog geen rekening gehouden met begrotingswijzigingen die het begrote budget voor de bijdrage aan Mevis aan moeten laten sluiten op het actuele niveau van uitgaven voor de jeugdhulp. Na toepassing van deze wijzigingen zal de risicosom aanzienlijk lager uitvallen. Programma

Soort

Wmo

Meer voorzieningen verstrekt dan voorzien en/of meer cliënten

922.000

Hogere prijsstijging dan voorzien

1.174.000

Beschermd Wonen Jeugdhulp

Risicosom

Meer cliënten Beschermd Wonen dan voorzien

59.000

Hogere prijsstijging dan voorzien

118.000

Hogere opdrachtwaarde en/of meer jeugdhulpvervoer

6.931.000

Hogere prijsstijging dan voorzien

728.000 9.932.000

Beheersmaatregelen Rogplus houdt de ontwikkeling van de aantallen cliënten en de kosten van de Wmo nauwlettend in de gaten. Aan de hand van dashboards en managementrapportages wordt gedurende het gehele jaar gemonitord of de baten en lasten in de pas blijven lopen met de begroting. Rogplus voert actief contractmanagement met alle grote en middelgrote zorgaanbieders in de regio. Tijdens deze gesprekken wordt de ontwikkeling van de zorgvraag besproken. Ook werkt Rogplus samen met de gemeenten voor het versterken van de positie van voorliggende voorzieningen en het welzijnswerk en wijzen de Wmoconsulenten van Rogplus de cliënten actief op alternatieven voor Wmo-voorzieningen als die voor handen zijn. 4.2

Onderhoud kapitaalgoederen

Rogplus heeft geen gebouwen of andere kapitaalgoederen in eigendom of exploitatie die moeten worden onderhouden. Rogplus huurt het kantoor aan de Westlandseweg 1 in Maassluis. 4.3

Financiering

De treasuryfunctie wordt als volgt gedefinieerd: “het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op: de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s”. Gezien de manier waarop Rogplus gefinancierd wordt zal er in 2026 geen beroep gedaan worden op de kapitaalmarkt om geldleningen aan te trekken. De in- en uitgaande kasstromen die voortvloeien uit de normale exploitatie zijn redelijk goed te beheersen. De maandelijks voortschrijdende liquiditeitsprognose is het voornaamste instrument om het liquiditeitsrisico te beperken.

53

Omdat Rogplus een Gemeenschappelijke Regeling in de vorm van een Openbaar Lichaam is, doet Rogplus aan schatkistbankieren. De verplichting tot schatkistbankieren is in de wet Fido opgenomen.

54

5. Bijlagen 5.1

Begroting 2026 – Totaal Werkelijk

Begroot

Begroot

Begroot

Programma

Baten/ Lasten

Begrotingsonderdeel

Onderdeel

2024

Primair 2025

1e wijziging 2025

2026

Wmo

Lasten

Vervoerskosten

Wmo-vervoer

5.260.127

6.089.300

5.480.300

5.826.200

Individuele vervoerskosten

25.007

41.900

31.300

32.700

Overhead

396.536

546.300

0

0

5.681.670

6.677.500

5.511.600

5.858.900 1.457.400

Totaal Taxi- en vervoerskosten Scootmobielen en rolvoorzieningen

Scootmobielen

2.020.637

2.428.000

1.699.200

Autoaanpassingen / -verstrekkingen

66.415

56.000

56.000

58.600

Handbewogen rolstoelen

440.009

441.700

537.700

615.900

Electrische rolstoelen

907.074

776.200

1.070.000

1.201.000

Sportvoorzieningen

21.144

25.000

25.000

26.200

Aandrijfunits en fietsen

443.166

0

0

0

0

601.900

184.600

180.000

Aandrijfunits Fietsen

0

226.200

277.400

322.300

Kindvoorzieningen

131.493

219.900

264.000

368.100

Overhead

330.576

346.200

0

0

4.360.513

5.121.100

4.113.900

4.229.500

Totaal Scootmobielen en rolvoorzieningen Woonvoorzieningen

Verhuis- en inrichtingskosten

87.430

42.700

91.300

95.500

Roerende woonvoorzieningen

250.409

192.600

318.300

373.400

Woningaanpassingen

1.958.214

1.638.200

1.825.400

1.909.800

Onderhoud / reparatie

305.836

239.800

339.800

355.400

Overhead

139.804

192.400

0

0

2.741.693

2.305.700

2.574.800

2.734.100

Algemene voorziening Schoon Huis

22.005.569

23.356.100

24.387.900

0

Maatwerkvoorzieningen

1.757.783

1.702.500

2.073.600

27.158.400

Totaal Woonvoorzieningen Schoon Huis

Aanvullende algemene voorziening

65.614

69.300

67.200

70.000

pgb

151.000

138.800

154.500

161.000

Overhead

2.058.658

2.264.300

0

0

26.038.624

27.531.000

26.683.200

27.389.400

Meedoen in de Stad - niet ouderen

9.589.500

9.774.400

10.372.400

10.756.600

Meedoen in de Stad - ouderen

1.816.458

2.540.500

2.439.000

2.568.000

0

225.100

269.600

284.300

1.644.000

1.932.000

1.717.900

1.801.900

Totaal Schoon Huis Meedoen in de Stad

Landelijke contracten zintuiglijk gehandicapten pgb Overhead Totaal Meedoen in de Stad Ondersteuning bij bijzondere woonvormen

Ondersteuning bij bijzondere woonvormen

Totaal Ondersteuning bij bijzondere woonvormen Tegemoetkoming meerkosten

Tegemoetkoming meerkosten

Totaal Tegemoetkoming meerkosten Projecten en innovatie

Projecten en innovatie

2.567.800 2.567.800

476.900

422.600

462.400

467.500

476.900

422.600

462.400

467.500 760.500

0

0

Herindicaties

57.609

0

0

0

Innovaties

331.596

0

0

0

573.805

729.900

729.900

760.500

Wijkteams

484.180

486.700

486.700

561.000

Cliëntparticipatie

183.365

193.200

193.200

243.600

0

210.400

217.900

113.200

667.545

890.300

897.800

917.800

Overhead Wmo

0

0

4.597.900

4.750.100

0

0

4.597.900

4.750.100

57.052.237

61.828.400

62.835.200

65.086.400

Inkomsten Wmo-vervoer

-555.996

-561.600

-579.100

-605.300

Verkoop Voorzieningen

0

-104.400

-208.300

-209.300

-1.693.732

-1.625.100

-1.769.400

-1.816.800

Bijdrage AAV Schoon huis Bijdrage gemeenten

Totaal Wmo

2.464.800 2.464.800

729.900

Eigen bijdragen

Totaal Inkomsten Wmo

2.429.600 2.429.600

0

Totaal Lasten

Totaal Baten

2.324.668 2.324.668

729.900

Totaal Overhead Wmo Inkomsten Wmo

0 15.410.800

0

Totaal Projecten en innovatie

Baten

0 14.798.900

184.600

Preventiegerichte inzet Overhead Wmo

1.248.700 15.720.700

Projecten

Totaal Projecten en innovatie Preventie

1.136.861 14.186.820

-11.906

0

0

0

-54.790.603

-59.537.300

-60.278.400

-62.455.000

-57.052.237

-61.828.400

-62.835.200

-65.086.400

-57.052.237

-61.828.400

-62.835.200

-65.086.400

0

0

0

0

(1 van 2)

55

Baten/

Werkelijk

Begroot

Begroot

Begroot

Programma

Lasten

Begrotingsonderdeel

Onderdeel

2024

Primair 2025

1e wijziging 2025

2026

Beschermd

Lasten

Beschermd Wonen

Zorg in natura

5.358.939

5.632.200

5.669.500

pgb

52.000

48.200

54.200

50.200

Overhead

467.984

453.700

453.700

443.700 6.495.900

Wonen Totaal Beschermd Wonen Baten

Inkomsten Beschermd Wonen

5.878.922

6.134.100

6.177.400

Eigen bijdragen

-233.461

-286.500

-293.100

-297.500

Bijdrage gemeenten

-5.645.461

-5.847.600

-5.884.300

-6.198.400

-5.878.922

-6.134.100

-6.177.400

-6.495.900

0

0

0

0

85.910.082

65.066.400

84.355.800

86.453.000

Totaal Beschermd Wonen Totaal Beschermd Wonen Jeugdhulp

Lasten

Jeugdhulpopdracht

Jeugdhulpopdracht Zorgcontinuïteit pgb UItvoeringsorganisatie Jeugd

Totaal Jeugdhulpopdracht Jeugdhulp- en leerlingenvervoer

Jeugdhulpvervoer

94.300

158.300

158.300

210.600

Bijdrage Mevis

Totaal Baten

1.875.400 90.920.700

-121.000

-121.900

-127.000

-88.530.700

-90.793.700

-90.105.740

-69.079.000

-88.652.600

-90.920.700

-90.105.740

-69.079.000

-88.652.600

-90.920.700

0

0

0

0

5.303.467

5.592.300

5.592.300

6.180.800

5.303.467

5.592.300

5.592.300

6.180.800

5.303.467

5.592.300

5.592.300

6.180.800

Overige inkomsten

-478.901

-380.000

-380.000

-388.300

Bijdrage gemeenten

-4.824.566

-5.212.300

-5.212.300

-5.792.500

-5.303.467

-5.592.300

-5.592.300

-6.180.800

-5.303.467

-5.592.300

-5.592.300

-6.180.800

0

0

0

0

0

0

0

-469.000

0

0

0

-469.000

0

0

0

-469.000

0

0

0

469.000

0

0

0

469.000

Overhead

Taakstelling Overhead

Totaal Taakstelling

Totaal Taakstelling

1.737.700 88.652.600

-68.958.000

Totaal Lasten Taakstelling

1.431.500 69.079.000

-117.000

Totaal Overhead

Baten

1.632.183 90.105.740 -89.988.740

Totaal Overhead

Taakstelling

1.570.500

129.225

Totaal Baten Lasten

1.535.700 89.045.300

Backoffice Leerlingenvervoer

Totaal Overhead

Taakstelling

1.559.700 86.914.900 64.300

Totaal Lasten Inkomsten Overhead

1.559.700 67.647.500

1.515.100

Totaal Jeugdhulp

Baten

1.688.475 88.473.557

64.300

Bijdrage gemeenten

Overhead

0 1.056.600

1.208.900

Totaal Inkomsten Jeugdhulp

Lasten

0 999.400

43.075

Totaal Baten Overhead

0 1.021.400

1.459.883

Totaal Jeugdhulp- en leerlingenvervoer Inkomsten Jeugdhulp

0 875.000

Backoffice Jeugdhulpvervoer

Totaal Lasten Baten

6.002.000

Bijdrage gemeenten

0

0

0

469.000

Totaal Taakstelling

0

0

0

0

Eindtotaal

0

0

0

0

(2 van 2)

56

5.2

Meerjarenperspectief 2027-2030 Totaal - Lopende prijzen Baten/

Begroot

Programma

Lasten

Begrotingsonderdeel

Onderdeel

2026

2027 L

2028 L

2029 L

2030 L

Wmo

Lasten

Vervoerskosten

Wmo-vervoer

5.826.200

6.175.000

6.519.700

6.835.400

7.139.200

32.700

34.200

35.800

37.600

39.300

0

0

0

0

0

5.858.900

6.209.200

6.555.500

6.873.000

7.178.500 1.763.400

Individuele vervoerskosten Overhead Totaal Taxi- en vervoerskosten Scootmobielen en rolvoorzieningen

Scootmobielen

1.457.400

1.520.700

1.598.800

1.681.400

Autoaanpassingen / -verstrekkingen

58.600

61.200

64.600

67.600

70.900

Handbewogen rolstoelen

615.900

643.800

678.100

713.200

748.900

Electrische rolstoelen

1.201.000

1.262.400

1.309.200

1.375.900

1.426.900

Sportvoorzieningen

26.200

27.400

29.000

30.400

31.800

0

0

0

0

0

Aandrijfunits

180.000

189.300

199.100

208.400

219.100

Fietsen

322.300

336.800

355.700

373.000

391.000

Kindvoorzieningen

368.100

388.500

409.900

429.900

453.300

0

0

0

0

0

4.229.500

4.430.100

4.644.400

4.879.800

5.105.300

Verhuis- en inrichtingskosten

95.500

100.100

104.700

109.900

115.100

Roerende woonvoorzieningen

373.400

389.300

407.800

427.100

446.100

Woningaanpassingen

1.909.800

2.002.100

2.093.300

2.198.200

2.300.600

Onderhoud / reparatie

355.400

372.500

389.500

409.000

428.000

0

0

0

0

0

2.734.100

2.864.000

2.995.300

3.144.200

3.289.800

Aandrijfunits en fietsen

Overhead Totaal Scootmobielen en rolvoorzieningen Woonvoorzieningen

Overhead Totaal Woonvoorzieningen Schoon Huis

Algemene voorziening Schoon Huis Maatwerkvoorzieningen

73.300

76.700

80.200

84.200

168.500

176.100

184.100

193.300

0

0

0

0

0

27.389.400

28.456.900

28.999.800

29.967.300

31.109.500

Meedoen in de Stad - niet ouderen

10.756.600

11.155.000

11.568.100

11.996.600

12.441.000

Meedoen in de Stad - ouderen

2.568.000

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15616391/1