CConstaterende datSchiedam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Ontwerpbegroting 2026 en meerjarenperspectief 2027-2030 Rogplus

Gemeenteraad 15 juli 2025, gemeente SchiedamBij agendapunt: Raadsbesluit Begroting 2026, jaarstukken 2024 en eerste begrotingswijziging 2025 Rogplus33.611 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Ontwerpbegroting 2026 en Meerjarenperspectief 2027-2030 Versie 1.1

Maassluis, 11 april 2025

Status: Definitief

Opgesteld door:

Vertrouwelijkheid: Voor intern gebruik

Frank Rost, Manager Bedrijfsvoering

Voorwoord Voor u ligt de begroting 2026 van de gemeenschappelijke regeling openbaar lichaam Rogplus (hierna: Rogplus). Deze begroting is gebaseerd op het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (hierna: BBV). De belangrijkste uitgangspunten bij het opstellen van de begroting 2026 staan aangegeven in de inleiding en zijn verderop in deze begroting financieel vertaald. Rogplus zal voor zowel de Wmo als de Jeugdhulp werken aan een zo efficiënt en effectief mogelijke uitvoering van de door de drie gemeenten toevertrouwde taken. Het stimuleren van preventie door middel van initiatieven als Fief en Powerful Ageing, het betrekken van wijknetwerken en het voorliggend veld bij de uitvoering van Jeugdhulp en ZorgSamen MVS, het geven van duidelijke informatie en het actief samenwerken met en binnen de drie MVS-gemeenten op langer zelfstandig wonen maken hier nadrukkelijk deel van uit. Cemil Kahramanoğlu Voorzitter bestuur Rogplus

Anton van Genabeek Directeur Rogplus

2

Inhoud Voorwoord...............................................................................................................2 1.

Inleiding ......................................................................................................... 5

2.

Begrotingskaders ........................................................................................ 6

2.1

Missie ............................................................................................................................ 6

2.2

Visie ............................................................................................................................... 6

2.3

Doelstellingen............................................................................................................. 6

2.4

Algemene kaders ...................................................................................................... 7

2.5

Verdeling lasten en baten per gemeente .......................................................... 8

2.5.1

Uitgangspunten ................................................................................................. 8

2.5.2

Verdeelsleutels................................................................................................... 9

2.6

3.

Externe ontwikkelingen ..........................................................................................10

Programmaplan .......................................................................................... 11

3.1

Totalen.......................................................................................................................... 11

3.1.1

Baten en lasten per programma .................................................................. 11

3.1.2

Baten en lasten per begrotingsonderdeel ................................................ 12

3.1.3

Baten en lasten per taakveld (BBV) ........................................................... 14

3.1.4

Bijdrage gemeenten ........................................................................................16

3.2

Programma Wmo ....................................................................................................18

3.2.1

Vervoerskosten .................................................................................................18

3.2.2

Scootmobielen en rolvoorzieningen .......................................................... 20

3.2.3

Woonvoorzieningen ........................................................................................ 22

3.2.4 Schoon Huis....................................................................................................... 24 3.2.5

Meedoen in de Stad ........................................................................................ 28

3.2.6

Ondersteuning bij bijzondere woonvormen ............................................. 31

3.2.7

Regeling tegemoetkoming meerkosten................................................... 32

3.2.8

Projecten en innovatie ................................................................................... 33

3.2.9

Preventie ............................................................................................................34

3.2.10 Overhead Wmo ................................................................................................ 35 3.2.11 Inkomsten Eigen Bijdrage Wmo .................................................................. 36

3

3.3

Programma Beschermd Wonen ......................................................................... 37

3.4 Programma Jeugdhulp ........................................................................................ 40 3.4.1

Jeugdhulpopdracht....................................................................................... 40

3.4.2 Jeugdhulp- en leerlingenvervoer...............................................................43 3.4.3 Inkomsten Jeugdhulp ................................................................................... 44 3.5 Programma Overhead.......................................................................................... 45 3.6 Overzicht algemene dekkingsmiddelen ..........................................................50 3.7

Materiële vast activa .............................................................................................50

3.8

Stand en verloop van de reserves en voorzieningen ....................................50

3.9

Geprognosticeerde balans ...................................................................................51

4.

Paragrafen .................................................................................................. 52

4.1

Weerstandsvermogen ........................................................................................... 52

4.2

Onderhoud kapitaalgoederen ............................................................................ 53

4.3 Financiering .............................................................................................................. 53

5.

Bijlagen......................................................................................................... 55

5.1

Begroting 2026 – Totaal ........................................................................................55

5.2

Meerjarenperspectief 2027-2030 Totaal - Lopende prijzen ....................... 57

5.3 Meerjarenperspectief 2027-2030 Totaal - Constante prijzen ....................59 5.4 Begroting 2026 – Maassluis ..................................................................................61 5.5 Meerjarenperspectief 2027-2030 Maassluis - Lopende prijzen ................ 63 5.6 Meerjarenperspectief 2027-2030 Maassluis - Constante prijzen.............65 5.7

Begroting 2026 – Vlaardingen ............................................................................ 67

5.8 Meerjarenperspectief 2027-2030 Vlaardingen - Lopende prijzen ............69 5.9 Meerjarenperspectief 2027-2030 Vlaardingen - Constante prijzen ......... 71 5.10 Begroting 2026 – Schiedam ................................................................................. 73 5.11 Meerjarenperspectief 2027-2030 Schiedam - Lopende prijzen ................ 75 5.12 Meerjarenperspectief 2027-2030 Schiedam - Constante prijzen ............ 77

4

1. Inleiding In deze ontwerpbegroting presenteert Rogplus per programma en per begrotingsonderdeel de begrote lasten en baten voor 2026 en het meerjarenperspectief voor de periode van 2027 tot en met 2030. Om tot deze ontwerpbegroting te komen heeft Rogplus een analyse gemaakt van de te verwachten ontwikkelingen van enerzijds de kosten en baten en anderzijds de aantallen cliënten per soort Wmo-voorziening. Als startpunt is daarbij de 'Kadernota Ontwerpbegroting 2026 Rogplus’ gehanteerd. Deze kadernota is in februari 2024 vastgesteld door het Dagelijks Bestuur van Rogplus en aan de gemeenten verzonden. De ontwerpbegroting gaat verder uit van de geldende Verordening, van continuering van het bestaande beleid en van de actuele contracten. Rogplus baseert de ontwerpbegroting zoveel mogelijk op actuele inzichten in de ontwikkeling van de aantallen cliënten en beschikkingen en op beschikbare rapportages over demografische ontwikkelingen en de ontwikkeling van het beroep op Wmovoorzieningen in de MVS-gemeenten. De prijsontwikkeling is waar mogelijk gebaseerd op door onafhankelijke instanties afgegeven indicatoren. Rogplus probeert zo de best mogelijke inschatting te maken om te komen tot een zo realistisch mogelijke begroting. Waar van toepassing zijn de in het kader van het ravijnjaar 2026 getroffen beheersmaatregelen verwerkt.

Aanvullend daarop verwerkt Rogplus vanaf 2026 een taakstelling op de organisatiekosten in de begroting. Deze taakstelling wordt in de loop De ontwerpbegroting 2026 en het meerjarenperspectief 2027-2030 zijn opgesteld volgens de meest recente richtlijnen van het BBV en gaat uit van het in de Gemeentewet opgenomen beginsel van reëel begroten. De ontwerpbegroting volgt de iv3-voorschriften die sinds 2025 gelden. In dat kader zijn sinds 2025 de directe overheaduitgaven in het programma Wmo op een eigen begrotingsonderdeel begroot. Rogplus heeft geen reserves en voorzieningen. In de ontwerpbegroting 2026 zijn daarom geen onttrekkingen of dotaties aan reserves en voorzieningen opgenomen.

5

2. Begrotingskaders 2.1

Missie

Rogplus zet zich in voor een betekenisvol leven voor de inwoners van de gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam. We stimuleren de veerkracht van inwoners met een hulpvraag en de saamhorigheid in de samenleving. We houden het sociaal domein vitaal, beschikbaar en betaalbaar. 2.2

Visie

Rogplus is de verbindende schakel tussen inwoners, gemeenten en samenwerkingspartners. We gaan open en transparant het gesprek aan met inwoners met een hulpvraag en denken in mogelijkheden en oplossingen. Minder veerkrachtige inwoners helpen we op weg met hulp en ondersteuning. We gaan langdurige samenwerkingsrelaties aan met betrouwbare partners en geven de professional op de werkvloer de ruimte te doen wat nodig is. Onze kennis, ervaring en informatie delen we met gemeenten en samenwerkingspartners. Daarmee helpen we niet alleen onze cliënten, maar ook de ontwikkeling van het sociaal domein vooruit. Naast de missie en visie voor de organisatie hecht Rogplus veel waarde aan de kernwaarden. Onze kernwaarden zijn: De inwoner centraal, waarde creërend, deskundig, ontwikkelingsgericht en samenwerkend. De kernwaarden dienen als leidraad voor de uitvoering van onze taken Het strategisch plan van Rogplus, waarin de missie en visie is uitgewerkt, loopt tot en met 2024. Rogplus is eind 2024 gestart met het opstellen van een nieuw strategisch plan met een bijgestelde missie en visie. In 2025 zal het nieuwe strategisch plan 2025-2028 worden vastgesteld. 2.3

Doelstellingen

Uit de Wmo 2015, de gemeenschappelijke regeling Rogplus, de Verordening maatschappelijke ondersteuning Maassluis Vlaardingen Schiedam en de beleidsregels en nadere regels maatschappelijke ondersteuning volgt dat Rogplus de volgende doelstellingen heeft: • •

•

Bevorderen van de deelname aan het maatschappelijke verkeer en het zelfstandig functioneren van mensen met een beperking of een chronisch psychisch probleem en mensen met een psychosociaal probleem; Verstrekken van voorzieningen aan mensen met een beperking of een chronisch psychisch probleem en aan mensen met een psychosociaal probleem ten behoeve van het behouden en het bevorderen van hun zelfstandig functioneren of hun deelname aan het maatschappelijke verkeer; Verstrekken van voorzieningen ter compensatie van beperkingen en de inwoners in staat stellen een huishouden te voeren, zich in en om de woning te verplaatsen, zich lokaal te verplaatsen per vervoermiddel of medemensen te ontmoeten en op basis daarvan sociale contacten aan te gaan.

6

Met het MVS Jeugdmodel beogen gemeenten een verdere transformatie van de jeugdhulp in de regio. Ook willen de gemeenten meer grip en sturing op de kwaliteit en kosten van de jeugdhulp. Als onderdeel van het model hebben de gemeenten een aanbesteding gedaan voor het grootste deel van de aan de gemeenten toegewezen jeugdhulptaken. Het consortium Mevis heeft deze opdracht gegund gekregen. Ook hebben de MVSgemeenten besloten dat Rogplus met ingang van 2023 de uitvoeringsorganisatie is voor de jeugdhulpopdracht. In de Jeugdwet zijn de onderstaande doelstellingen opgenomen: • • • • •

Preventie en uitgaan van eigen verantwoordelijkheid en eigen mogelijkheden van jeugdigen en hun ouders, met inzet van hun sociale netwerk; De-medicaliseren, ontzorgen en normaliseren; Eerder de juiste hulp op maat te bieden om jeugdigen en gezinnen zo snel mogelijk, zo dichtbij mogelijk en zo effectief mogelijk hulp te bieden met aandacht voor (kosten)effectiviteit van de geboden hulp; Integrale hulp aan gezinnen volgens het uitgangspunt één gezin, één plan, één aanspreekpunt; Meer ruimte voor professionals om de juiste hulp te bieden door vermindering van regeldruk.

Naast bovengenoemde doelstellingen uit de Wmo 2015 en Jeugdwet heeft Rogplus ook de volgende algemene kaders geformuleerd: • • • •

We bieden maatwerkoplossingen. Eigen oplossingen, oplossingen via het eigen netwerk en oplossingen via algemene voorzieningen krijgen daarbij voorrang.; Een zo efficiënt mogelijke organisatie, waarbij de uitvoeringskosten zo laag mogelijk worden gehouden; Beperken van de administratieve druk voor cliënten, zorgaanbieders en medewerkers. Werkprocessen worden regelmatig geëvalueerd en aangepast; Beperken van de doorlooptijd van aanmelding tot en met beschikking. Er geldt een wettelijke termijn van zes weken voor het afhandelen van een aanmelding. 2.4

Algemene kaders

De ontwerpbegroting 2026 en het meerjarenperspectief 2027-2030 zijn opgesteld volgens de meest recente richtlijnen van het BBV. De inkomsten bestaan uit bijdragen in de kosten (hierna: eigen bijdragen) voor verschillende Wmo-voorzieningen, de terugkoop van Wmo-voorzieningen door leveranciers, bijdragen van cliënten voor vervoer Wmo-vervoer, een bijdrage van Mevis voor werkzaamheden die Rogplus ten behoeve van Mevis verricht, rente-inkomsten en bijdragen van de drie MVS-gemeenten. De gemeentelijke bijdrage is het verschil tussen de uitgaven en de overige inkomsten van Rogplus. Rogplus heeft hierom per definitie een sluitende begroting. In dit begrotingsdocument zijn de uitgaven van Rogplus als positieve bedragen opgenomen en de inkomsten als negatieve bedragen. Deze worden voorafgegaan door het teken ‘-‘. De begroting is opgesteld in lopende prijzen. Dit wil zeggen dat meerjarig

7

rekening is gehouden met de ontwikkeling van prijzen en lonen. In de bijlagen is ook de begroting opgenomen in constante prijzen. Wanneer in een tabel achter een jaartal de letter L staat duidt dit op lopende prijzen. De letter C duidt op constante prijzen. Rogplus heeft geen reserves of voorzieningen. In de begroting is dan ook geen rekening gehouden met onttrekkingen en dotaties aan reserves en voorzieningen. In dit document wordt de ontwerpbegroting 2026 vergeleken met de werkelijke lasten en baten in 2024, zoals opgenomen in de voorlopige jaarcijfers, en met de primaire begroting 2025 en met de eerste ontwerpbegrotingswijziging 2025. Deze eerste ontwerpbegrotingswijziging 2025 wordt tegelijkertijd met de ontwerpbegroting 2026 voor besluitvorming aangeboden. De ontwerpbegroting 2026 en het meerjarenperspectief 2027-2030 zijn op 24 maart 2025 besproken in het voorbereidend overleg van Rogplus met de accounthouders en financieel adviseurs van de drie gemeenten. Op 3 april 2025 zijn de ontwerpbegroting 2026 en het meerjarenperspectief 2027-2030, na behandeling in de vergadering van het Dagelijks Bestuur van Rogplus, vastgesteld en voor zienswijze vrijgegeven. Op basis van de ontwerpbegroting stelt Rogplus de (definitieve) begroting 2026 en meerjarenperspectief 2027-2030 op. Hierin wordt de input uit de ontvangen zienswijzen verwerkt.

Rogplus is voornemens de Begroting 2026 en het meerjarenperspectief 20272030 vast te stellen in de vergadering van het Algemeen Bestuur van 10 juli 2025 en vervolgens aan te bieden aan de gemeenten. 2.5

Verdeling lasten en baten per gemeente

2.5.1

Uitgangspunten

De totale kosten van Rogplus worden verdeeld over de drie gemeenten (Maassluis, Schiedam en Vlaardingen) en afgerekend. Ter financiering van de lopende uitgaven, wordt maandelijks een voorschot verkregen op deze eindafrekening. Bij de toerekening van de kosten gaat per programma als volgt: • Wmo. De kosten worden per gemeente geregistreerd en op basis van werkelijkheid ten laste van de woonplaats van de cliënt toegerekend. Voor het Wmo-vervoer zijn de kosten verdeeld op basis van het aantal verreden ritten en kilometers per gemeente. De directe opbrengsten en eigen bijdragen zijn in mindering gebracht op de kosten. De uitgaven voor het contract Meedoen in de Stad – niet-ouderen met ZorgSamen MVS worden verdeeld op basis van de afgesproken verdeelsleutel. • Beschermd Wonen. De uitvoering van Beschermd Wonen voor Maassluis, Vlaardingen en Schiedam valt vanaf 1 januari 2015 onder de verantwoordelijkheid van centrumgemeente Vlaardingen. De gemaakte kosten worden per gemeente geregistreerd, maar verantwoord bij de centrumgemeente Vlaardingen. • Jeugdhulp. De kosten worden volgens een door de gemeenten onderling bepaalde verdeelsleutel over de gemeenten verdeeld.

8

•

Overhead. Conform de Gemeenschappelijke Regeling worden deze kosten over de gemeenten verdeeld aan de hand van de in de volgende paragraaf genoemde verdeelsleutel.

2.5.2

Verdeelsleutels

Wmo De verdeelsleutel van de kosten van de uitvoering van de Wmo over de drie gemeenten wordt bepaald op basis van de vastgestelde kengetallen. Dit zijn: • Het aantal pashouders voor het Wmo-vervoer; • Het aantal unieke cliënten; • Het aantal beschikkingen. Per gemeente is per kengetal het aantal bepaald voor het laatst afgesloten jaar. Voor de begroting 2026 is dit 2024. Per kengetal wordt de verhouding tussen de drie gemeenten berekend. Vervolgens wordt het gewogen gemiddelde berekend voor het aandeel van de gemeenten. Het aantal pashouders voor het Wmo-vervoer en het aantal unieke cliënten tellen hierin mee met een factor 1, het aantal beschikkingen telt mee met een factor 2. Het gewogen gemiddelde wordt afgerond op halve procenten. Op basis van de actuele situatie is de verdeelsleutel voor de programma’s Wmo en Beschermd Wonen als volgt: • Maassluis: 20,50% • Vlaardingen: 41,00% • Schiedam: 38,50% Soort

Maassluis

Vlaardingen

Schiedam

Totaal

Pashouders Wmo-vervoer

1.610

3.731

3.150

8.491

Unieke cliënten

2.852

6.407

5.852

15.111

Beschikkingen

2.365

4.216

4.158

10.739

Soort

Maassluis

Vlaardingen

Schiedam

Totaal

Pashouders Wmo-vervoer

19,0%

43,9%

37,1%

100,0%

Unieke cliënten

18,9%

42,4%

38,7%

100,0%

Beschikkingen

22,0%

39,3%

38,7%

100,0%

Gewogen gemiddelde

20,5%

41,2%

38,3%

100,0%

Verdeelsleutel

20,5%

41,0%

38,5%

100,0%

Vervoerskosten Binnen het begrotingsonderdeel Vervoerskosten worden de budgetten voor het vervoerloket en het doelgroepenvervoer verdeeld op basis van de aantallen gemaakte ritten over heel 2024. Dit leidt tot de volgende verdeelsleutel: • Maassluis: 20,70% • Vlaardingen: 42,80% • Schiedam: 36,50%

9

Jeugdhulp Voor de uitgaven voor het contract met Mevis geldt de kostenverdeling, zoals deze is afgesproken door de MVS-gemeenten. De herijking van de opdrachtwaarde op basis van de realisatie 2022 leidt tot de volgende verdeelsleutel: • Maassluis: 15,03% • Vlaardingen: 44,04% • Schiedam: 40,93% Leerlingenvervoer en jeugdhulpvervoer De verdeelsleutel voor het budget voor de backofficetaken leerlingenvervoer en jeugdhulpvervoer is gebaseerd op de aantallen vervoerde kinderen in het laatst afgesloten jaar. Dit leidt tot de volgende verdeelsleutel: • Maassluis: 24,20% • Vlaardingen: 38,90% • Schiedam: 36,90% 2.6

Externe ontwikkelingen

Het kabinet heeft besloten dat met ingang van 2027 het abonnementstarief voor de eigen bijdrage voor Wmo-voorzieningen verdwijnt en dat de eigen bijdragen (weer) inkomensafhankelijk worden1. In de ontwerpbegroting 2026 heeft Rogplus de inkomsten uit eigen bijdragen berekend op basis van de plannen voor de inkomensafhankelijke eigen bijdrage en inzichten uit de periode voor de introductie van het abonnementstarief. Mede vanwege de komst van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage stappen Rogplus en de MVS-gemeenten af van de algemene voorziening Schoon Huis. Vanaf 2026 wordt huishoudelijke hulp alleen nog maar in de vorm van een maatwerkoplossing aangeboden. Rogplus anticipeert in de ontwerpbegroting op deze ontwikkeling. In april 2024 is de wet ‘Verbetering beschikbaarheid jeugdzorg’ naar de Tweede Kamer gestuurd. Uitgangspunt van deze wet is dat gemeenten verplicht worden om regionaal samen te werken bij de inkoop van specialistische jeugdzorg. Tegelijkertijd heeft het ministerie van VWS opdracht gegeven voor een robuustheidsscan om te beoordelen of de jeugdhulpregio Rotterdam Rijnmond voldoende functioneert. Voor de jaarschijven 2026 en verder is vooralsnog geen rekening gehouden met deze wet en de gevolgen van de robuustheidsscan.

Zodra hier meer over bekend is en de inzichten in het effect van deze wijziging op de uitgaven en inkomsten voldoende concreet zijn, zal Rogplus de begroting hierop aanpassen. Naast de terugkeer van de inkomensafhankelijke eigen bijdragen, de wet ‘Verbetering beschikbaarheid jeugdzorg’ en de robuustheidscan spelen er momenteel verschillende externe ontwikkelingen die op termijn invloed kunnen hebben op het beroep op en het aanbod van de Wmo en de Jeugdwet in de MVS-gemeenten en daarmee op de begroting van Rogplus. Voorbeelden van deze externe ontwikkelingen zijn de hervormingsagenda jeugd en de nieuwe financieringssystematiek voor gemeenten die het Rijk vanaf 2026 wil introduceren.

1

https://open.overheid.nl/documenten/ronl-a46db680cc67398e673053092b9b68b317128abc/pdf

10

3. Programmaplan 3.1

Totalen

3.1.1

Baten en lasten per programma

Begroting 2026 Werkelijk

Begroot

Begroot

Begroot

Baten/Lasten

Programma

2024

Primair 2025

1e wijziging 2025

2026

Lasten

Wmo

57.052.237

61.828.400

62.835.200

65.086.400

Beschermd Wonen

5.878.922

6.134.100

6.177.400

6.495.900

Jeugdhulp

90.105.740

69.079.000

88.652.600

90.920.700

Overhead

5.303.467

5.592.300

5.592.300

6.180.800

Taakstelling Overhead

0

0

0

-469.000

158.340.365

142.633.800

163.257.500

168.214.800

Bijdrage Maassluis

24.271.144

22.197.200

25.532.800

26.647.400

Bijdrage Vlaardingen

69.512.013

62.828.100

71.464.800

73.613.100

Bijdrage Schiedam

61.466.213

54.529.900

62.908.100

64.510.100

Bijdragen cliënten

2.495.095

2.577.600

2.849.900

2.928.900

Overige inkomsten

595.901

501.000

501.900

515.300

158.340.365

142.633.800

163.257.500

168.214.800

0

0

0

0

Totaal Lasten Baten

Totaal Baten Eindtotaal

Meerjarenperspectief 2027-2030 Begroot Baten/Lasten

Programma

2026

2027 L

2028 L

2029 L

2030 L

Lasten

Wmo

65.086.400

67.744.600

69.916.600

72.585.600

75.435.100

Beschermd Wonen

6.495.900

6.852.000

7.178.100

7.469.000

7.771.800

Jeugdhulp

90.920.700

91.757.900

91.322.400

94.632.800

97.732.300

Overhead

6.180.800

6.325.700

6.474.000

6.626.000

6.781.800

Taakstelling Overhead

-469.000

-479.300

-489.800

-500.500

-511.700

Totaal Lasten Baten

Totaal Baten Eindtotaal

168.214.800

172.200.900

174.401.300

180.812.900

187.209.300

Bijdrage Maassluis

26.647.400

27.025.700

27.411.600

28.433.900

29.448.100

Bijdrage Vlaardingen

73.613.100

74.656.900

75.633.900

78.420.700

81.210.500

Bijdrage Schiedam

64.510.100

65.207.700

65.891.100

68.299.600

70.687.500

Bijdragen cliënten

2.928.900

4.781.400

4.921.300

5.100.500

5.290.000

Overige inkomsten

515.300

529.200

543.400

558.200

573.200

168.214.800

172.200.900

174.401.300

180.812.900

187.209.300

0

0

0

0

0

11

3.1.2

Baten en lasten per begrotingsonderdeel

Begroting 2026 Werkelijk

Begroot

Begroot

Begroot

2024

Primair 2025

1e wijziging 2025

2026

Programma Baten/Lasten

Begrotingsonderdeel

Wmo

Taxi- en vervoerskosten

5.681.670

6.677.500

5.511.600

5.858.900

Scootmobielen en rolvoorzieningen

4.360.513

5.121.100

4.113.900

4.229.500

Woonvoorzieningen

2.741.693

2.305.700

2.574.800

2.734.100

Schoon Huis

26.038.624

27.531.000

26.683.200

27.389.400

Meedoen in de Stad

14.186.820

15.720.700

14.798.900

15.410.800

Ondersteuning bij bijzondere woonvormen

2.324.668

2.429.600

2.464.800

2.567.800

Tegemoetkoming meerkosten

476.900

422.600

462.400

467.500

Projecten en innovatie

573.805

729.900

729.900

760.500

Preventie

667.545

890.300

897.800

917.800

Overhead Wmo

0

0

4.597.900

4.750.100

57.052.237

61.828.400

62.835.200

65.086.400

Inkomsten Wmo

-57.052.237

-61.828.400

-62.835.200

-65.086.400

-57.052.237

-61.828.400

-62.835.200

-65.086.400

0

0

0

0

Beschermd Wonen

5.878.922

6.134.100

6.177.400

6.495.900

5.878.922

6.134.100

6.177.400

6.495.900

Inkomsten Beschermd Wonen

-5.878.922

-6.134.100

-6.177.400

-6.495.900

Totaal Baten

-5.878.922

-6.134.100

-6.177.400

-6.495.900

Totaal Beschermd Wonen

0

0

0

0

88.473.557

67.647.500

86.914.900

89.045.300

Lasten

Totaal Lasten Baten Totaal Baten Totaal Wmo Beschermd Lasten Wonen

Totaal Lasten Baten

Jeugdhulp

Lasten

Jeugdhulpopdracht Jeugdhulp- en leerlingenvervoer

1.632.183

1.431.500

1.737.700

1.875.400

90.105.740

69.079.000

88.652.600

90.920.700

-90.105.740

-69.079.000

-88.652.600

-90.920.700

-90.105.740

-69.079.000

-88.652.600

-90.920.700

0

0

0

0

Overhead

5.303.467

5.592.300

5.592.300

6.180.800

5.303.467

5.592.300

5.592.300

6.180.800

Inkomsten Overhead

-5.303.467

-5.592.300

-5.592.300

-6.180.800

-5.303.467

-5.592.300

-5.592.300

-6.180.800

0

0

0

0

0

0

0

-469.000

0

0

0

-469.000

0

0

0

469.000

0

0

0

469.000

Totaal Overhead

0

0

0

0

Eindtotaal

0

0

0

0

Totaal Lasten Baten

Inkomsten Jeugdhulp

Totaal Baten Totaal Jeugdhulp Overhead

Lasten Totaal Lasten Baten Totaal Baten

Totaal Overhead Taakstelling Lasten

Taakstelling

Totaal Lasten Baten Totaal Baten

Afname bijdrage gemeenten

12

Meerjarenperspectief 2027-2030 Begroot Programma Baten/Lasten

Begrotingsonderdeel

2027 L

2028 L

2029 L

2030 L

Wmo

Taxi- en vervoerskosten

5.858.900

6.209.200

6.555.500

6.873.000

7.178.500

Scootmobielen en rolvoorzieningen

4.229.500

4.430.100

4.644.400

4.879.800

5.105.300

Woonvoorzieningen

2.734.100

2.864.000

2.995.300

3.144.200

3.289.800

Schoon Huis

27.389.400

28.456.900

28.999.800

29.967.300

31.109.500

Meedoen in de Stad

15.410.800

16.048.900

16.706.500

17.415.600

18.147.700

Ondersteuning bij bijzondere woonvormen

2.567.800

2.675.300

2.787.000

2.903.600

3.024.800

Tegemoetkoming meerkosten

467.500

473.400

477.900

484.700

490.100

Projecten en innovatie

760.500

792.300

825.400

859.900

895.900

Preventie

917.800

939.900

963.500

987.100

1.011.500

Lasten

Overhead Wmo

2026

4.750.100

4.854.600

4.961.300

5.070.400

5.182.000

65.086.400

67.744.600

69.916.600

72.585.600

75.435.100

-65.086.400

-67.744.600

-69.916.600

-72.585.600

-75.435.100

-65.086.400

-67.744.600

-69.916.600

-72.585.600

-75.435.100

0

0

0

0

0

Beschermd Wonen

6.495.900

6.852.000

7.178.100

7.469.000

7.771.800

6.495.900

6.852.000

7.178.100

7.469.000

7.771.800

Inkomsten Beschermd Wonen

-6.495.900

-6.852.000

-7.178.100

-7.469.000

-7.771.800

Totaal Baten

-6.495.900

-6.852.000

-7.178.100

-7.469.000

-7.771.800

Totaal Beschermd Wonen

0

0

0

0

0

89.045.300

89.834.100

89.348.500

92.578.700

95.593.200

Totaal Lasten Baten

Inkomsten Wmo

Totaal Baten Totaal Wmo Beschermd Lasten Wonen

Totaal Lasten Baten

Jeugdhulp

Lasten

Jeugdhulpopdracht Jeugdhulp- en leerlingenvervoer

1.875.400

1.923.800

1.973.900

2.054.100

2.139.100

90.920.700

91.757.900

91.322.400

94.632.800

97.732.300

-90.920.700

-91.757.900

-91.322.400

-94.632.800

-97.732.300

-90.920.700

-91.757.900

-91.322.400

-94.632.800

-97.732.300

0

0

0

0

0

Overhead

6.180.800

6.325.700

6.474.000

6.626.000

6.781.800

6.180.800

6.325.700

6.474.000

6.626.000

6.781.800

Inkomsten Overhead

-6.180.800

-6.325.700

-6.474.000

-6.626.000

-6.781.800

-6.180.800

-6.325.700

-6.474.000

-6.626.000

-6.781.800

0

0

0

0

0

-469.000

-479.300

-489.800

-500.500

-511.700

-469.000

-479.300

-489.800

-500.500

-511.700

469.000

479.300

489.800

500.500

511.700

469.000

479.300

489.800

500.500

511.700

Totaal Overhead

0

0

0

0

0

Eindtotaal

0

0

0

0

0

Totaal Lasten Baten

Inkomsten Jeugdhulp

Totaal Baten Totaal Jeugdhulp Overhead

Lasten Totaal Lasten Baten Totaal Baten

Totaal Overhead Taakstelling Lasten

Taakstelling

Totaal Lasten Baten Totaal Baten

Afname bijdrage gemeenten

13

3.1.3

Baten en lasten per taakveld (BBV)

Begroting 2026 Baten/

Werkelijk

Begroot

Begroot

Begroot

Lasten

BBV-taakveld

2024

Primair 2025

1e wijziging 2025

2026

Lasten

0.4 Overhead

5.303.467

5.592.300

5.592.300

5.711.800

4.3 Onderwijsbeleid en leerlingzaken

129.225

158.300

158.300

210.600

6.1 Samenkracht en burgerparticipatie

183.365

193.200

193.200

243.600

6.21 Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Wmo

484.180

486.700

486.700

561.000

6.22 Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Jeugd

17.445.644

12.832.200

17.623.400

25.495.200

6.60 Hulpmiddelen en diensten (Wmo)

11.916.959

13.019.400

12.200.300

12.822.500

6.711 Huishoudelijke hulp (Wmo)

23.828.966

25.127.900

26.528.700

27.228.400

6.714 Overige maatwerkarrangementen (Wmo)

14.781.331

16.332.500

16.956.000

17.517.900

6.752 Jeugdhulp ambulant regionaal

48.604.503

42.068.400

38.505.400

34.981.300

6.762 Jeugdhulp met verblijf regionaal

23.008.293

12.462.300

23.578.100

21.296.500

6.791 PGB Wmo

1.847.000

2.119.000

1.926.600

2.013.100

6.792 PGB Jeugd

875.000

1.021.400

999.400

1.056.600

6.811 Beschermd wonen (Wmo)

5.358.939

5.632.200

5.669.500

6.002.000

0

472.100

6.91 Coördinatie en beleid Wmo

4.530.419

5.051.600

5.051.600

5.193.800

6.92 Coördinatie en beleid Jeugd

43.075

64.300

7.788.000

7.880.500

6.822 Jeugdreclassering

Totaal Lasten Baten

Totaal Baten Eindtotaal

158.340.365

142.633.800

163.257.500

168.214.800

-155.845.270

-140.056.200

-160.407.600

-165.285.900

6.60 Hulpmiddelen en diensten (Wmo)

-734.533

-835.700

-966.500

-995.000

6.711 Huishoudelijke hulp (Wmo)

-975.545

-931.200

-1.011.400

-1.040.700

6.714 Overige maatwerkarrangementen (Wmo)

-551.556

-524.200

-578.900

-595.700

6.811 Beschermd wonen (Wmo)

-233.461

-286.500

-293.100

-297.500

-158.340.365

-142.633.800

-163.257.500

-168.214.800

0

0

0

0

0.8 Overige baten en lasten

14

Meerjarenperspectief 2027-2030 Baten/

Begroot

Lasten

BBV-taakveld

2026

2027 L

2028 L

2029 L

2030 L

Lasten

0.4 Overhead

5.711.800

5.846.400

5.984.200

6.125.500

6.270.100

4.3 Onderwijsbeleid en leerlingzaken

210.600

215.200

220.000

224.900

229.800

6.1 Samenkracht en burgerparticipatie

243.600

248.900

254.500

260.000

265.800

6.21 Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Wmo

561.000

573.200

585.900

598.800

612.000

6.22 Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Jeugd

25.495.200

33.248.900

40.521.900

41.928.800

43.384.600

6.60 Hulpmiddelen en diensten (Wmo)

12.822.500

13.503.300

14.195.200

14.897.000

15.573.600

6.711 Huishoudelijke hulp (Wmo)

27.228.400

28.288.400

28.823.700

29.783.200

30.916.200

6.714 Overige maatwerkarrangementen (Wmo)

17.517.900

18.222.400

18.947.400

19.719.100

20.511.500

6.752 Jeugdhulp ambulant regionaal

34.981.300

30.778.300

26.091.000

27.027.500

27.999.000

6.762 Jeugdhulp met verblijf regionaal

21.296.500

18.590.900

15.575.500

16.125.900

16.695.500

6.791 PGB Wmo

2.013.100

2.106.100

2.203.100

2.313.900

2.433.200

6.792 PGB Jeugd

1.056.600

1.104.000

1.152.400

1.207.600

1.267.200

6.811 Beschermd wonen (Wmo)

6.002.000

6.346.200

6.660.100

6.938.500

7.228.500

6.91 Coördinatie en beleid Wmo

5.193.800

5.308.100

5.424.800

5.544.100

5.666.100

6.92 Coördinatie en beleid Jeugd

7.880.500

7.820.600

7.761.600

8.118.100

8.156.200

168.214.800

172.200.900

174.401.300

180.812.900

187.209.300

6.822 Jeugdreclassering

Totaal Lasten Baten

Totaal Baten Eindtotaal

0.8 Overige baten en lasten

-165.285.900

-167.419.500

-169.480.000

-175.712.400

-181.919.300

6.60 Hulpmiddelen en diensten (Wmo)

-995.000

-1.205.100

-1.245.200

-1.293.700

-1.342.900

6.711 Huishoudelijke hulp (Wmo)

-1.040.700

-2.083.900

-2.147.300

-2.230.500

-2.321.000

6.714 Overige maatwerkarrangementen (Wmo)

-595.700

-1.192.700

-1.229.100

-1.276.600

-1.328.600

6.811 Beschermd wonen (Wmo)

-297.500

-299.700

-299.700

-299.700

-297.500

-168.214.800

-172.200.900

-174.401.300

-180.812.900

-187.209.300

0

0

0

0

0

15

3.1.4

Bijdrage gemeenten

Begroting 2026 Werkelijk

Begroot

Begroot

Begroot

Primair 2025

1e wijziging 2025

2026

Gemeente

Programma

2024

Maassluis

Wmo

9.698.686

Beschermd Wonen

11.810.500

0

0

0

0

13.608.364

10.387.500

13.376.100

13.743.600

Overhead

964.094

1.070.400

1.070.400

1.189.400

Taakstelling

0

0

0

-96.100

24.271.144

22.197.200

25.532.800

26.647.400

Wmo

22.529.215

24.695.300

24.745.500

25.502.500

Beschermd Wonen

5.645.461

5.847.600

5.884.300

6.198.400

Jeugdhulp

39.406.566

30.200.300

38.750.100

39.725.700

Overhead

1.930.771

2.084.900

2.084.900

2.378.800

Taakstelling

0

0

0

-192.300

69.512.013

62.828.100

71.464.800

73.613.100

22.562.702

24.102.700

24.446.600

25.142.000

0

0

0

0

Jeugdhulp

36.973.809

28.370.200

36.404.500

37.324.400

Overhead

1.929.702

2.057.000

2.057.000

2.224.300

Totaal Vlaardingen Schiedam

11.086.300

Jeugdhulp

Totaal Maassluis Vlaardingen

10.739.300

Wmo Beschermd Wonen

Taakstelling

0

0

0

-180.600

Totaal Schiedam

61.466.213

54.529.900

62.908.100

64.510.100

Eindtotaal

155.249.370

139.555.200

159.905.700

164.770.600

16

Meerjarenperspectief 2027-2030 Begroot Gemeente

Programma

2026

Maassluis

Wmo

11.810.500

12.030.300

12.453.600

12.945.400

13.459.800

0

0

0

0

0

Jeugdhulp

13.743.600

13.876.300

13.812.300

14.315.700

14.787.600

Overhead

1.189.400

1.217.400

1.246.100

1.275.400

1.305.600

Beschermd Wonen

Taakstelling

2029 L

2030 L

-96.100

-98.300

-100.400

-102.600

-104.900

27.025.700

27.411.600

28.433.900

29.448.100

Wmo

25.502.500

25.786.900

26.586.500

27.584.700

28.663.500

Beschermd Wonen

6.198.400

6.552.300

6.878.400

7.169.300

7.474.300

Jeugdhulp

39.725.700

40.079.400

39.877.700

41.321.000

42.671.400

Overhead

2.378.800

2.434.800

2.492.100

2.550.900

2.611.100

Taakstelling Totaal Vlaardingen Schiedam

2028 L

26.647.400

Totaal Maassluis Vlaardingen

2027 L

Wmo Beschermd Wonen

-192.300

-196.500

-200.800

-205.200

-209.800

73.613.100

74.656.900

75.633.900

78.420.700

81.210.500

25.142.000

25.445.700

26.254.900

27.254.700

28.319.300

0

0

0

0

0

Jeugdhulp

37.324.400

37.669.800

37.494.500

38.852.400

40.123.600

Overhead

2.224.300

2.276.700

2.330.300

2.385.200

2.441.600

Taakstelling

-180.600

-184.500

-188.600

-192.700

-197.000

Totaal Schiedam

64.510.100

65.207.700

65.891.100

68.299.600

70.687.500

Eindtotaal

164.770.600

166.890.300

168.936.600

175.154.200

181.346.100

17

3.2

Programma Wmo

3.2.1

Vervoerskosten

Vervoerloket Binnen het Wmo-vervoer in de MVS-gemeenten wordt onderscheid gemaakt tussen het vervoerloket (planning van de ritten) en het doelgroepenvervoer (uitvoering van de ritten). Dit zijn gescheiden opdrachten die elk door een andere aanbieder uit worden gevoerd. De vergoeding voor het vervoerloket bestaat uit twee onderdelen: 1. een vaste maandvergoeding 2. een variabele maandvergoeding. De in de ontwerpbegroting opgenomen budgetten worden gebaseerd op het historisch gebruik van het Wmo-vervoer. De verdeling van de kosten voor het vervoerloket wordt gebaseerd op de aantallen gemaakte ritten over heel 2024. Conform het contract wordt jaarlijks een prijsindex toegepast die gelijk is aan de met jaarmutatie van de consumentenprijsindex per september van het laatst afgesloten jaar volgens het CBS. Actueel is de stand van deze index 3,5%2. Doelgroepenvervoer Wmo Het doelgroepenvervoer wordt uitgevoerd door twee aanbieders. De vergoeding voor de vervoerder is een vast tarief per inzetuur per voertuigtype, waarbij voor een rolstoeltaxibus een toeslag op het basistarief wordt gerekend van 20%. In de ontwerpbegroting wordt gerekend met het tarief van de vervoerders aan wie de opdracht is gegund. Boven op het vaste tarief per inzetuur wordt een tarief per inzetkilometer vergoed.

Deze vergoeding bedraagt (onafhankelijk van het voertuigtype) € 24,10 per 100 inzetkilometers (prijspeil 2025). De inzeturen en de gereden kilometers worden gebaseerd op het historisch gebruik van het collectief vervoer vanuit de Wmo per gemeente. In het contract met de vervoerder is opgenomen dat de tarieven jaarlijks op worden gehoogd met de NEA-Index. Het laatst afgegeven (gecorrigeerde) percentage voor de NEA-index is 1,5 %3. Dit percentage is van toepassing op 2025. Omdat dit percentage relatief laag is en daarom niet representatief voor de kostenontwikkeling op middellange termijn, wordt op de ontwerpbegroting 2026 en het meerjarenperspectief 2027-2030 het gemiddelde percentage van de index over de afgelopen 10 jaar toegepast. Dit is 3,4%. Dit percentage geldt ook voor de begrote individuele vervoerskosten (buiten het contract voor Wmo-vervoer). In de (ontwerp)begroting 2025 kon het laatst afgegeven percentage van de NEA-index wel meerjarig worden toegepast. De ontwerpbegroting 2026 wijkt op dit punt af van die van vorig jaar.

2 3

https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/70936NED/table?fromstatweb Https://www.sfmobiliteit.nl/nea-index

18

Plan van aanpak doelgroepenvervoer In 2022 is besloten dat in de begroting van Rogplus rekening wordt gehouden met de uitgaven voor drie acties uit het plan van aanpak doelgroepenvervoer. Het gaat om de volgende drie acties: • Actie 3. Extra capaciteit voor het koppelen van reizigersprofielen aan pashouders • Actie 4. Traject zelfstandig reizen Wmo- en leerlingenvervoer • Actie 9. Instellen van een vervoerloket (regiemodel, private variant) Het begrote budget voor deze acties is € 108.000 in 2026 en € 80.000 in 2027 en 2028. Het plan van aanpak doelgroepenvervoer beoogt (onder meer) een efficiëntere benutting van de verschillende (mede) door de overheid gefinancierde vervoersmiddelen, het openbaar vervoer en gesubsidieerd vervoer, zoals Argos Mobiel. In de ontwerpbegroting 2026 wordt voorzichtigheidshalve vooralsnog geen rekening gehouden met een inverdieneffect op de uitgaven voor collectief Wmo-vervoer. Wel houdt Rogplus de ontwikkeling van het gebruik van collectief Wmo-vervoer nauwlettend in de gaten. Individuele vervoerskosten In de ontwerpbegroting is een beperkt budget opgenomen voor individuele vervoerskosten. Dit betreft taxivergoedingen buiten de contracten met de vervoerders om. De omvang van dit budget is gebaseerd op historisch gebruik van deze voorziening. Dit budget heeft betrekking op een zeer beperkt aantal cliënten.

De indicaties zijn na onderzoek (dossierstudie) opnieuw vastgesteld voor een jaar. Rogplus volgt deze cliënten om te beoordelen of individuele vervoerskostenvergoeding nog aan de orde blijven of het nieuwe model doelgroepenvervoer mogelijk een oplossing biedt. Begroting 2026 Onderdeel Wmo-vervoer

Werkelijk

Begroot

Begroot

Begroot

2024

Primair 2025

1e wijziging 2025

2026

5.260.127

6.089.300

5.480.300

5.826.200

25.007

41.900

31.300

32.700

Individuele vervoerskosten Overhead

396.536

546.300

0

0

5.681.670

6.677.500

5.511.600

5.858.900

Meerjarenperspectief 2027-2030 Begroot Onderdeel Wmo-vervoer Individuele vervoerskosten Overhead

2026

2027 L

2028 L

2029 L

2030 L

5.826.200

6.175.000

6.519.700

6.835.400

7.139.200

32.700

34.200

35.800

37.600

39.300

0

0

0

0

0

5.858.900

6.209.200

6.555.500

6.873.000

7.178.500

19

Risico’s • Het aantal en de duur van de reizen met Wmo-vervoer valt hoger uit dan voorzien; • Hogere NEA-index dan voorzien. 3.2.2

Scootmobielen en rolvoorzieningen

Omschrijving Rogplus heeft vanaf juni 2025 een nieuw contract met twee leveranciers voor de verstrekking van scootmobielen, rolstoelen (handbewogen en elektrisch), fietsen en roerende woonvoorzieningen. Onderdeel van dit contract is dat zoveel mogelijk voorzieningen worden herverstrekt en dat bij nieuw te verstrekken voorzieningen zoveel mogelijk een beroep wordt gedaan op het basispakket van de leveranciers De ontwerpbegroting voor het begrotingsonderdeel scootmobielen en rolvoorzieningen is opgebouwd naar analogie van het nieuwe contract. De kosten zijn weergegeven per soort voorziening en bevatten de kosten voor nieuwverstrekkingen, herverstrekkingen en onderhoud van de voorziening. Met ingang van de begroting van 2025 worden aandrijfunits en fietsen als aparte begrotingsonderdelen gepresenteerd. Voorheen werden deze gecombineerd gepresenteerd. Uitgangspunten

Aantallen Vanaf juni 2025 zijn nieuwe contracten voor scootmobielen, rolvoorzieningen en roerende woonvoorzieningen van toepassing. De budgetten in de ontwerpbegroting 2026 voor scootmobielen, handbewogen rolstoelen, elektrische rolstoelen, aandrijfunits en fietsen en kindvoorzieningen zijn gebaseerd op de historische aantallen voor deze voorzieningen en de nieuwe contractprijzen. Vervolgens is per soort voorziening op basis van de door de gemeenten afgegeven bevolkingsprognoses per leeftijdsgroep bepaald welk deel van de leeftijdsgroep in 2024 actief gebruik heeft gemaakt van de voorziening en zijn voor 2026 en verder de aantallen berekend op basis van de bevolkingsprognose per bevolkingsgroep. Sportvoorzieningen en autoaanpassingen vallen buiten de contracten voor scootmobielen, rolvoorzieningen en roerende woonvoorzieningen. Electrische sportvoorzieningen worden in bruikleen verstrekt. In de ontwerpbegroting is op de budgetten van deze voorzieningen hetzelfde groeipercentage toegepast als voor de meest gebruikte voorziening binnen het contract: de scootmobiel. Momenteel vindt op initiatief van Rogplus een pilot met deelscootmobielen plaats. De verwachting is dat door het gebruik van deelscootmobielen de totale vraag op scootmobielen af kan nemen.

Omdat de pilot nog loopt en de (duurzame) financiële effecten van het gebruik van deelscootmobielen nog niet kunnen worden gekwantificeerd, wordt in de ontwerpbegroting 2026 nog geen rekening gehouden met het gebruik van deelscootmobielen en een eventueel inverdieneffect.

20

Cliënten gebruiken in voorkomende gevallen een pgb voor scootmobielen en rolvoorzieningen. Met ingang van de begroting 2025 zijn de uitgaven hiervoor apart begroot.

Prijs Zoals aangegeven heeft onlangs een aanbesteding plaatsgevonden voor scootmobielen en rolvoorzieningen. Het nieuwe contract gaat per 1 juni 2025 in. Dit heeft geleid tot een lagere prijs voor bepaalde hulpmiddelen. De nieuwe tarieven en contractafspraken zijn verwerkt in de begroting. Conform de geldende contracten wordt jaarlijks een prijsindex toegepast die gelijk is aan de jaarmutatie van de consumentenprijsindex per september van het laatst afgesloten jaar volgens het CBS. Actueel is de stand van deze index 3,5%4. Begroting 2026 Onderdeel Scootmobielen

Werkelijk

Begroot

Begroot

Begroot

2024

Primair 2025

1e wijziging 2025

2026

2.020.637

2.428.000

1.699.200

1.457.400

Autoaanpassingen / -verstrekkingen

66.415

56.000

56.000

58.600

Handbewogen rolstoelen

440.009

441.700

537.700

615.900

Electrische rolstoelen

907.074

776.200

1.070.000

1.201.000

Sportvoorzieningen

21.144

25.000

25.000

26.200

Aandrijfunits en fietsen

443.166

0

0

0

Aandrijfunits

0

601.900

184.600

180.000

Fietsen

0

226.200

277.400

322.300

131.493

219.900

264.000

368.100

Kindvoorzieningen Overhead

330.576

346.200

0

0

4.360.513

5.121.100

4.113.900

4.229.500

Meerjarenperspectief 2027-2030 Begroot Onderdeel Scootmobielen

2026 1.457.400

2027 L

2028 L

2029 L

2030 L

1.520.700

1.598.800

1.681.400

1.763.400

Autoaanpassingen / -verstrekkingen

58.600

61.200

64.600

67.600

70.900

Handbewogen rolstoelen

615.900

643.800

678.100

713.200

748.900

Electrische rolstoelen

1.201.000

1.262.400

1.309.200

1.375.900

1.426.900

Sportvoorzieningen

26.200

27.400

29.000

30.400

31.800

Aandrijfunits en fietsen

0

0

0

0

0

Aandrijfunits

180.000

189.300

199.100

208.400

219.100

Fietsen

322.300

336.800

355.700

373.000

391.000

Kindvoorzieningen

368.100

388.500

409.900

429.900

453.300

Overhead

4

0

0

0

0

0

4.229.500

4.430.100

4.644.400

4.879.800

5.105.300

https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/70936NED/table?fromstatweb

21

Risico’s • Er worden meer nieuwe voorzieningen verstrekt dan voorzien • Er worden duurdere of complexere voorzieningen verstrekt dan voorzien • Er wordt meer en/of gemiddeld duurder onderhoud aan voorzieningen uitgevoerd • De consumentenprijsindex valt hoger uit dan voorzien

3.2.3

Woonvoorzieningen

Omschrijving Binnen het begrotingsonderdeel Woonvoorzieningen begroot Rogplus de kosten van roerende woonvoorzieningen, woningaanpassingen en het onderhoud daarvan en verhuisen inrichtingskosten. Roerende woonvoorzieningen, zoals tillift en douche-/toiletstoel, vallen onder dezelfde contracten als scootmobielen en rolvoorzieningen. Voor roerende woonvoorzieningen gelden daarom dezelfde aannames en uitgangspunten als voor scootmobielen en rolvoorzieningen. De te verstrekken woonvoorziening, ter compensatie van beperkingen bij het normale gebruik van de woning, kan bestaan uit: • een woonvoorziening in natura; • een persoonsgebonden budget te besteden aan een woonvoorziening. Bij dure woningaanpassingen moet worden verantwoord waarom verhuizen ofwel het verstrekken van een tegemoetkoming in de verhuiskosten geen adequate oplossing is. Het primaat ligt immers bij verhuizen. Bij de afweging tussen aanpassen of verhuizen wordt er behalve met de kosten in verband met het verstrekken van de goedkoopst adequate voorziening met de sociale context van de cliënt rekening gehouden. In overeenstemming met het Rijksbeleid willen de drie MVS-gemeenten dat inwoners langer zelfstandig thuis blijven wonen. De woningvoorraad verschilt per gemeente. Bij oudere woningen zijn complexere aanpassingen nodig om inwoners zelfstandig thuis te kunnen laten wonen.

Rogplus werkt met woningbouwcorporaties en zorgpartijen aan samenwerkingsovereenkomsten die mogelijk moeten maken dat cliënten nog meer dan nu naar een geschikte woning kunnen verhuizen, zodat complexe woningaanpassingen kunnen worden vermeden. De betrokken partijen werken aan initiatieven om in het kader van het Regionaal Integraal Gezondheidsakkoord (RIGA) meer samen op te trekken bij het thema langer zelfstandig wonen. In de ontwerpbegroting 2026 wordt vooralsnog geen rekening gehouden met een inverdieneffect van deze initiatieven. Roerende woonvoorzieningen, zoals een tillift, een postoel, vallen onder dezelfde contracten als scootmobielen en rolvoorzieningen. Voor roerende woonvoorzieningen gelden daarom dezelfde begrotingskaders als voor scootmobielen en rolvoorzieningen.

22

Uitgangspunten

Aantallen In de ontwerpbegroting 2026 volgt de kostenontwikkeling voor woningaanpassingen, het onderhoud daarvan en verhuis- en inrichtingskosten de door de gemeenten verwachte groei van het aantal inwoners van 65 jaar en ouder per gemeente. Deze wordt voor Maassluis en Schiedam afgegeven door het (voormalige) Kenniscentrum MVS en voor Vlaardingen door de afdeling Informatie.

Prijs Rogplus heeft contracten met leveranciers van (aangepaste) keukens, vlonders, spoel/föhn- en toiletvoorzieningen en trapliften. In overeenstemming met deze contracten wordt jaarlijks een prijsindex toegepast die gelijk is aan de jaarmutatie van de consumentenprijsindex per september van het laatst afgesloten jaar volgens het CBS. Actueel is de stand van deze index 3,5%5. Vanwege het fluctuerende karakter van de kosten voor woningaanpassingen worden de werkelijke gemiddelde kosten over 2023 en 2024 als basis genomen voor de ontwerpbegroting. Begroting 2026 Onderdeel

Werkelijk

Begroot

Begroot

Begroot

2024

Primair 2025

1e wijziging 2025

2026

Verhuis- en inrichtingskosten

87.430

42.700

91.300

95.500

Roerende woonvoorzieningen

250.409

192.600

318.300

373.400

Woningaanpassingen

1.958.214

1.638.200

1.825.400

1.909.800

Onderhoud / reparatie

305.836

239.800

339.800

355.400

Overhead

139.804

192.400

0

0

2.741.693

2.305.700

2.574.800

2.734.100

Meerjarenperspectief 2027-2030 Begroot Onderdeel

2026

2027 L

2028 L

2029 L

2030 L

Verhuis- en inrichtingskosten

95.500

100.100

104.700

109.900

115.100

Roerende woonvoorzieningen

373.400

389.300

407.800

427.100

446.100

Woningaanpassingen

1.909.800

2.002.100

2.093.300

2.198.200

2.300.600

Onderhoud / reparatie

355.400

372.500

389.500

409.000

428.000

Overhead

0

0

0

0

0

2.734.100

2.864.000

2.995.300

3.144.200

3.289.800

Risico’s De woningmarkt zit op slot. Het aantal beschikbare nieuwe woningen is beperkt en daardoor stagneert de instroom en doorstroom op de woningmarkt. Als er onvoldoende geschikte woningen voor Rogplus cliënten beschikbaar zijn, dan bestaat er een reëel

5

https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/70936NED/table?fromstatweb

23

risico dat er meer woningaanpassingen moeten worden gedaan en woonvoorzieningen verstrekt moeten worden om mensen langer zelfstandig thuis te kunnen laten wonen • • • •

Er worden meer roerende woonvoorzieningen verstrekt dan voorzien Er wordt meer en/of duurder onderhoud aan woonvoorzieningen uitgevoerd Er worden meer of duurdere woningaanpassingen (individueel en collectief) gedaan dan voorzien De consumentenprijsindex valt hoger uit dan voorzien

3.2.4

Schoon Huis

Omschrijving Sinds 2020 wordt hulp bij het huishouden als algemene voorziening aangeboden aan de inwoners van de MVS-gemeenten. Beschikkingen voor hulp bij het huishouden worden sindsdien op basis van deze algemene voorziening verstrekt met aanvullend de mogelijkheid van een maatwerkvoorziening. De maatwerkvoorziening kan als zorg in natura en via pgb worden verstrekt. De algemene voorziening wordt alleen beschikt als zorg in natura. Rogplus heeft contracten met vijf zorgaanbieders voor het leveren van dienstverlening met betrekking tot een schoon huis (hulp bij het huishouden). De contracten zijn ingegaan op 1 januari 2020 en lopen, na verlenging, door tot en met 2026. Er zijn drie onderdelen waaruit de dienstverlening kan bestaan: • Algemene Voorziening Schoon Huis • Maatwerkvoorziening Schoon Huis • Aanvullende Algemene Voorziening Schoon Huis De Aanvullende Algemene Voorziening Schoon Huis is de opvolger van de Huishoudelijke Hulp Toeslag. Mantelzorgers kunnen tegen een vergoeding extra uren huishoudelijke hulp inkopen. Voor de taak ‘de was doen’ is de was- en strijkservice een voorliggende voorziening. Ontwikkelingen en maatregelen De middelen voor gemeenten staan in 2026 onder druk. Daarnaast staat de Wmo voor een uitdaging door een toenemende vergrijzing en een knellende arbeidsmarkt.

Dit vraagt om beheersmaatregelen in het sociaal domein en op de Wmo, om zo de zorg beschikbaar, betaalbaar en van goede kwaliteit te houden voor de inwoners die het nodig hebben. Sinds de invoering van het abonnementstarief zijn de aanvragen voor huishoudelijke hulp flink gestegen. Dit heeft geleid tot hogere kosten en wachtlijsten. Landelijk is de personele en financiële houdbaarheid van de zorg en ondersteuning een belangrijk maatschappelijk vraagstuk. Daarom wordt met ingang van 1 januari 2027 naar verwachting de inkomensafhankelijke eigen bijdrage opnieuw ingevoerd. Dit zal naar verwachting leiden tot een daling van het aantal aanvragen. Voor de MVS-gemeenten houdt het wetsvoorstel nog een andere belangrijke verandering in. De eigen bijdrage voor algemene

24

voorzieningen (zoals Schoon Huis) wordt vanaf dat moment niet meer verzorgd door het CAK, maar wordt een verantwoordelijkheid van de gemeenten zelf. Dit brengt een grote administratieve belasting met zich mee. Voor maatwerkvoorzieningen blijft het CAK de eigen bijdrage wel verzorgen. In 2023 is Rogplus gestart met twee pilots om deze wachtlijsten en de werkdruk voor huishoudelijk hulp aan te pakken, te weten de pilot “Verminderde inzet huishoudelijke hulp” en de pilot “Powerful Ageing”, een beweegprogramma dat de zelfredzaamheid vergroot. De eerste resultaten van beide pilots zijn positief en blijken de wachttijden en werkdruk te reduceren. Ouderen die deelnemen aan het programma kunnen langer zelfstandig blijven wonen en actief deelnemen aan de maatschappij. Dit draagt bij aan hun welzijn, mensen voelen zich daardoor beter in hun vel zitten, en het vermindert de afhankelijkheid van zorgvoorzieningen. Op dit moment is deelname aan Powerful Ageing in de MVS-gemeenten volledig vrijblijvend en het aantal deelnemers beperkt. Vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) moet het college een passende voorziening aanbieden om inwoners te ondersteunen bij hun zelfredzaamheid en participatie, als zij dat op eigen kracht of met hulp van andere personen uit hun sociale netwerk niet of onvoldoende kunnen. De vorm van de ondersteuning staat niet vast.

Het kan overwogen worden om altijd te onderzoeken of Powerful Ageing een passende oplossing kan zijn als inwoners het huishouden niet meer (volledig) zelf kunnen bijhouden. Op die manier wordt een impuls gegeven aan de gemeentelijke visies om te zorgen voor een gezonde en vitale stad en kan bovendien het beroep op Wmo-voorzieningen worden verminderd. Dit helpt om de zorg ook in de toekomst beschikbaar te houden voor inwoners die het echt nodig hebben. Rogplus is zich bewust van de maatschappelijke impact van een dergelijke maatregel en vindt het daarom belangrijk dat de raden actief betrokken worden bij de keuze of en hoe Powerful Ageing in wordt gezet in de MVS-gemeenten. In de ontwerpbegroting is geen rekening gehouden met een brede en/of verplichte inzet van Powerful Ageing. Mochten de raden wel deze wens hebben, moet Rogplus dit met een begrotingswijziging verwerken. Uitgangspunten

Aantallen De aantallen cliënten en declaraties voor huishoudelijke hulp in 2026 en verder worden gebaseerd op het gebruik van de algemene voorziening schoon huis en de maatwerkvoorziening over 2024. Bij de prognose van de aantallen cliënten Schoon Huis wordt vervolgens rekening gehouden met de volgende factoren: Ontwikkelingen met een versterkend effect op de uitgaven voor huishoudelijke hulp: • Abonnementstarief. In 2019, sinds de invoering van het voor de eigen bijdrage, is de vraag naar hulp bij het huishouden sterk toegenomen. Deze groei is inmiddels afgevlakt, maar zet nog wel door. Naar verwachting wordt het abonnementstarief per 1 januari 2027 vervangen door de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage. • Vergrijzing. Met name oudere inwoners van de MVS-gemeenten doen een beroep op huishoudelijke hulp op basis van de Wmo. De bevolking van de gemeenten vergrijst geleidelijk.

25

•

Bevolkingsgroei. Het aantal inwoners van de MVS-gemeenten neemt toe. Het beroep op Wmo-voorzieningen groeit hierin mee.

Ontwikkelingen met een dempend effect op de uitgaven voor huishoudelijke hulp: • Adviesgesprekken. Rogplus wijst, meer dan voorheen, inwoners actief op andere oplossingen, zoals de inzet van particuliere hulp of hulp door familie en bekenden. Ook dit heeft een dempend effect op de groei. • Stoppen algemene voorziening. Ombuiging van de algemene voorziening naar een maatwerkvoorziening. • Powerful Ageing. Cliënten die aan bepaalde voorwaarden voldoen krijgen via Rogplus de mogelijkheid om onder begeleiding van een fysiotherapeut oefeningen te doen die een positieve invloed hebben op hun spierkracht. Hierdoor worden cliënten zelfredzamer en kunnen ze zelf ook meer huishoudelijke taken uitvoeren. • Inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage. Op dit moment betaalt elke cliënt die van een of meer van deze voorzieningen gebruik maakt het abonnementstarief van € 21 per maand, ongeacht het inkomen. Het Rijk is voornemens vanaf 2027 de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage (her) in te voeren. Dit leidt naar verwachting tot een daling van het aantal cliënten en het aantal in te zetten uren. • Pilot Schoon Huis. Rogplus voert samen met aanbieders een pilot uit om te kijken in welke gevallen kan worden volstaan met minder uur huishoudelijke hulp per week en zo de wachtlijsten te verminderen.

De bevindingen uit deze pilot worden meegenomen in de toekomstplannen voor het aanbieden van huishoudelijke hulp in de MVSgemeenten. De bovengenoemde ontwikkelingen brengen een relatief grote mate van onzekerheid met zich mee. Het is bijvoorbeeld moeilijk te voorspellen wat het kwantitatieve effect van de inkomens- en vermogensafhankelijke bijdrage gaat zijn op het aantal cliënten. Bovendien hebben sommige ontwikkelingen een doorwerkend effect op elkaar. Voor de begroting is op basis van ervaring(cijfers) een zo goed mogelijke verwachting opgesteld en de ontwikkeling hiervan wordt gemonitord, maar dit neemt niet weg dat er een grotere onzekerheid resteert over de meerjarenbegroting dan gebruikelijk. Door vakantie of ziekte maken cliënten niet altijd gebruik van hun indicatie. De verzilveringsgraad was in 2024 vergelijkbaar met 2023: 92%. Het is aannemelijk dat met het loslaten van de algemene voorziening de verzilveringsgraad daalt. Rogplus houdt in de ontwerpbegroting rekening met de verschillen tussen de gemeenten in de ontwikkeling van de aantallen cliënten met een beschikking voor de algemene voorziening Schoon Huis en de verzilveringsgraad daarvan. Mantelzorgers kunnen de aanvullende algemene voorziening (AAV) Schoon huis aanvragen. Daarmee kunnen ze voor maximaal twee uur per week hulp bij het huishouden krijgen voor een bijdrage van € 7,50 per uur.

In Maassluis wordt een inkomensgrens gehanteerd van 130% van het bruto minimuminkomen; Vlaardingen en Schiedam hanteren geen inkomensgrens. De budgetten voor de AAV worden gebaseerd op de aantallen mantelzorgers die in 2024 gebruik hebben gemaakt van de AAV. Voor huishoudelijke hulp op basis van pgb wordt het gebruik gebaseerd op de stand van de pgb’s aan het begin van 2025. Deze stand wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van de

26

door de gemeenten verwachte groei van het aantal inwoners van 40 jaar en ouder per gemeente. Met de ombuiging van de algemene voorziening naar een maatwerkvoorziening zal het aandeel pgb’s naar verwachting gaan stijgen. Een algemene voorziening kan namelijk niet in de vorm van een pgb worden verzilverd en een maatwerkvoorziening wel. Dit zal een kleine verschuiving van zorg in natura naar pgb opleveren. De omvang hiervan is momenteel nog niet te voorspellen en daarom niet in de begroting verwerkt.

Prijs In de contracten met de aanbieders is vastgelegd dat de uurtarieven jaarlijks opnieuw worden vastgesteld op basis van een kostprijsberekening gebaseerd op de AMvB reële prijs Wmo 2015. Jaarlijks wordt dit uurtarief vastgesteld op basis van de afspraken in de Cao voor Verpleeg-, Verzorgingshuizen, Thuiszorg en Jeugdgezondheidszorg (VVT). Voor 2025 is dit uurtarief € 40,02. Dit tarief wordt in twee stappen verhoogd met 7,5%. Vanaf juli 2025 wordt het tarief 4,0% hoger en vanaf juli 2026 7,5%. Om te anticiperen op de ontwikkeling van de (jaarlijks vast te stellen) uurtarieven voor huishoudelijke hulp, worden in de ontwerpbegroting de uurtarieven voor 2027 en verder jaarlijks geïndexeerd met het (laatste bekende) prijsindexcijfer personele kosten (Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling, OVA) dat bepaald wordt door de Nza (Nederlandse Zorgautoriteit). Het voorlopige percentage voor 2025 van de OVA is 4,18%6. Dit percentage is ook van toepassing op hulp bij het huishouden op basis van pgb. Binnen de begroting voor de algemene voorziening schoon huis is een budget gereserveerd voor de was- en strijkservice. Dit budget is gebaseerd op de werkelijke bestedingen voor de was- en strijkservice in 2024, geïndexeerd met de OVA (4,18%). Ook is in de ontwerpbegroting een bedrag opgenomen voor huishoudelijke hulp in hospice ‘De Margriet’ in Vlaardingen.

Met ingang van de (ontwerp)begroting 2026 worden deze budgetten begroot in een apart begrotingsonderdeel. Voor deze contracten worden de aantallen gebaseerd op het werkelijke gebruik in 2024. Begroting 2026 Werkelijk

Begroot

Begroot

Begroot

Onderdeel

2024

Primair 2025

1e wijziging 2025

2026

Algemene voorziening Schoon Huis

22.005.569

23.356.100

24.387.900

0

Maatwerkvoorzieningen

1.757.783

1.702.500

2.073.600

27.158.400

Aanvullende algemene voorziening

65.614

69.300

67.200

70.000

pgb

151.000

138.800

154.500

161.000

Overhead

2.058.658

2.264.300

0

0

26.038.624

27.531.000

26.683.200

27.389.400

6

https://www.nza.nl/onderwerpen/prijsindexcijfers

27

Meerjarenperspectief 2027-2030 Begroot Onderdeel

2026

Algemene voorziening Schoon Huis Maatwerkvoorzieningen

2027 L

2028 L

2029 L

2030 L

0

0

0

0

0

27.158.400

28.215.100

28.747.000

29.703.000

30.832.000

Aanvullende algemene voorziening

70.000

73.300

76.700

80.200

84.200

pgb

161.000

168.500

176.100

184.100

193.300

Overhead

0

0

0

0

0

27.389.400

28.456.900

28.999.800

29.967.300

31.109.500

Risico’s • Er worden meer indicaties voor Schoon Huis afgegeven dan voorzien • Er worden (gemiddeld) zwaardere indicaties voor Schoon Huis afgegeven dan voorzien • Er worden meer indicaties voor Schoon Huis verzilverd dan voorzien • De wachtlijsten en -tijden nemen toe of af • Loonontwikkelingen Cao VVT die rechtstreeks invloed hebben op de AMvB ‘reële prijs Wmo 2015’ en dat resulteert in een hogere prijsindex dan voorzien.

3.2.5

Meedoen in de Stad

Omschrijving Binnen het begrotingsonderdeel Meedoen in de Stad zijn de kosten begroot voor de ondersteuning bij het sociaal en persoonlijk functioneren van cliënten met matige of zware beperkingen op het terrein van: • sociale redzaamheid; • maatschappelijke participatie; • psychosociaal functioneren; • psychosociaal welbevinden en/of; • mentaal functioneren. • visuele en auditieve beperkingen Onder meer de volgende vormen van begeleiding worden aangeboden: • Individuele begeleiding. Individuele begeleiding wordt verstrekt voor het behouden dan wel bevorderen van de zelfredzaamheid en participatie van de cliënt opdat hij in zijn eigen leefomgeving kan blijven en verwaarlozing wordt voorkomen. • Dagbesteding. Dagbesteding wordt verstrekt voor het behouden dan wel bevorderen van de zelfredzaamheid en participatie van de cliënt opdat hij in zijn eigen leefomgeving kan blijven en verwaarlozing wordt voorkomen. Dagbesteding kan ook als respijtzorg (ontlasting van mantelzorgers) worden ingezet. • Logeren (kortdurend verblijf). Het zwaartepunt van deze maatwerkvoorziening ligt op logeren met als doel het overnemen van het permanente toezicht op de cliënt ter ontlasting van de gebruikelijke verzorger of mantelzorger.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15616391/1