CConstaterende datSchiedam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Bestemmingsplan Kop van de Singel

Gemeenteraad 18 oktober 2022, gemeente SchiedamBij agendapunt: Raadsbesluit Vaststelling bestemmingsplan 'Kop van de Singel'34.421 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Het betreft een OV-knooppunt met diverse trein-, bus-, tramen metroverbindingen. De binnenstad is op 15 minuten lopen en circa 5 minuten fietsen gelegen. De nabijheid van het OV-knooppunt zorgt ervoor dat forenzen gemakkelijk van A naar B kunnen komen en dat men zich gemakkelijk door en rondom de stad beweegt, zonder daartoe aangewezen te zijn op de auto. Tegelijkertijd zorgt de locatie bij het station voor de mogelijkheden de parkeernormen en daarmee het autogebruik van de toekomstige gebruikers te verlagen. Deelmobiliteit Deelmobiliteit is als alternatief voor traditionele vormen van mobiliteit in ontwikkeling en wordt op grond van het gemeentelijke parkeerbeleid gezien als een toegelaten invulling van de uitwisselbaarheid van parkeergelegenheid. Uit de CROW-monitor 'Autodelen 2021' blijkt dat de vervangingsratio per deelauto minimaal 5 bedraagt, en dat deze ratio hoger ligt in hoogstedelijke gebieden met parkeerregulering, nabijheid van voorzieningen en hoogwaardig openbaar vervoer. Bij voldoende gebruik, continuïteit en betrouwbaarheid is de inzet van deelauto's een ruimte-efficiënt en flexibel alternatief voor de parkeeropgave binnen ontwikkelingen. De plannen voorzien in de inzet van 2 deelauto's die ter beschikking staan aan de toekomstige bewoners, waarbij de exclusiviteit, verantwoordelijkheid en duurzame instandhouding van deze voorziening geborgd dienen te worden.

Geen uitgifte parkeervergunningen Bij realisatie van parkeergelegenheid op eigen terrein of een beroep op uitwisselbaarheid van parkeergelegenheid, kan een goede ruimtelijke ordening alleen worden geborgd wanneer toekomstige bewoners en gebruikers worden uitgesloten van het recht om tegen een lager tarief en/of met een parkeervergunning in de openbare ruimte te parkeren. Dit zorgt bij parkeren op eigen terrein voor een beter gebruik en bezetting van deze parkeergelegenheid en voorkomt daarmee toename van parkeervraag en parkeerdruk in de openbare ruimte. Bij een beroep op uitwisselbaarheid draagt het uitsluiten van het recht op een parkeervergunning bij aan het beperken van autobezit, daarmee aan het gebruik van de aangeboden oplossingen en dus via deze weg het voorkomen van een toename van parkeervraag en parkeerdruk in de openbare ruimte. Door het beroep op de uitwisselbaarheid worden de adressen binnen deze ontwikkeling van S'maak uitgesloten van het recht op een parkeervergunning ten behoeve van parkeren in openbaar gebied.

bestemmingsplan Kop van de Singel (vastgesteld)

47

bestemmingsplan Kop van de Singel

De adressen worden opgenomen op de lijst 'Beperking Uitgifte Parkeervergunningen' (BUP-lijst). Deze zal periodiek door het college worden vastgesteld. De gemeentelijke Parkeerverordening en de bijbehorende 'Regels omtrent het verlenen van parkeervergunningen aan bewoners en bedrijven' bieden de ruimte om locaties uit te sluiten van het recht op een parkeervergunning. De planlocatie Kop van de Singel is één van de locaties waarvoor dit geldt. Parkeernorm locatie Kop van de Singel De geldende parkeernorm voor de appartementen bedraagt 0,7 per appartement. Door de geringe afstand tot het station is een reductie van 40% van de parkeernorm gerechtvaardigd. Dit resulteert in een autoparkeernorm van afgerond 0,42 per woning. Daarnaast worden voor de bewoners van de woontoren twee deelauto's beschikbaar gesteld, wat leidt tot een afname van de parkeerbehoefte met 8 parkeerplaatsen. Dit komt neer op een beperking van de parkeerbehoefte met 14,3%, wat overeenkomt met een reductie op de parkeernorm van 0,1. De planen voorzien voorts in de aanleg van extra fietsparkeervoorziening (aftrek 0,02). Gelet hierop wordt voor de ontwikkeling van de planlocatie een parkeernorm gehanteerd van 0,3 parkeerplaatsen per woning indien 2 deelauto's ter beschikking worden gesteld, of een norm van 0,4 wanneer geen gebruik wordt gemaakt van deelauto's.

Deze norm sluit aan op de voor de ontwikkeling aan de noordzijde van het station (Schieveste) gehanteerde parkeernorm en zijn als zodanig verankerd in artikel 9.1 de bij dit bestemmingsplan behorende planregels.

Tabel 7 - Motivering afwijkende parkeernorm stationslocatie Parkeerbeh oefte kantoor Op basis van de geldende parkeernormen dienen voor het kantoor in totaal 18 autoparkeerplaatsen gerealiseerd te worden. De 2.015 m² kantoorfunctie zal door Woonplus geëxploiteerd gaan worden. Woonplus kiest er voor om drie grote parkeerplaatsen te gebruiken voor het parkeren voor zes kleine bedrijfsauto's (Smart fortwo). De bedrijfsactiviteiten van Woonplus vinden plaats in bijna alle wijken van Schiedam. Door beschikbaarstelling van zes bedrijfsauto's stimuleert Woonplus het vervoer van en naar werk vanuit huis middels het OV, omdat voor het zakelijk verkeer bedrijfsauto's beschikbaar zijn. Woonplus heeft de nadrukkelijke wens om middels verschillende OV-verbindingen bereikbaar te zijn voor haar klanten, relaties en medewerkers. De tram en de bus is een belangrijk vervoersmiddel voor klanten van Woonplus, de metro en trein voor medewerkers en relaties van Woonplus. Woonplus gebruikt al vele jaren (elektrische) fietsen om het gebruik hiervan te bevorderen. Op dit moment beschikt Woonplus over 20 fietsen die door medewerkers intensief worden gebruikt voor zakelijke kilometers.

De bestaande regeling voor woonwerk-verkeer bestaat onder andere uit een volledige vergoeding voor OV-abonnementen, tot en met 19 kilometer géén tegemoetkoming voor autovervoer, en vanaf 20 kilometer een beperkte vergoeding met een maximum van 80 kilometer per dag. Zodoende wordt het vervoer middels OV gestimuleerd.

48

bestemmingsplan Kop van de Singel (vastgesteld)

bestemmingsplan Kop van de Singel

Fietsparkeren De aantrekkelijkheid van het plangebied voor diverse doelgroepen is mede te danken aan de goede bereikbaarheid per openbaar vervoer. Het voorzien in voldoende en veilige gelegenheid voor het stallen fiets, draagt daar nog verder aan bij. Daarnaast is voldoende fietsparkeergelegenheid van belang in verband met de verlaagde parkeernorm. Gebruikers van de toren dienen immers over voldoende alternatieven te beschikken. Gelet op deze noodzaak worden in een gezamenlijke fietsenstalling, afhankelijk van de oppervlakte van de woning, 2 á 3 fietsparkeerplaatsen gerealiseerd voor de bewoners. Deze stallingsmogelijkheden zijn aanvullend op de individuele bergingen waarover alle woningen zullen worden beschikken. Aanvullend worden 64 fietsparkeerplaatsen gerealiseerd voor de gebruikers van het kantoor. Daarmee wordt voorzien in afdoende mogelijkheden voor het stallen van fietsen door de toekomstige gebruikers van het gebouw.

4.8.4 Verkeersgeneratie en ontsluiting Voor de berekening van de verkeersgeneratie in de toekomstige situatie, is gebruik gemaakt van de publicatie 'Toekomstbestendig parkeren' (publicatie 381) van het CROW. In onderstaand tabel is de verkeersgeneratie van het plan weergegeven.

Tabel 8 - Verkeersgeneratie ontwikkeling Kop van de Singel De verkeersgeneratie is echter ook ten dele afhankelijk van de parkeergelegenheid. In verband met de ligging aan het Stationsplein (schil centrum) geldt een relatief beperkte parkeernorm (0,3) ten opzichte van het programma zoals hierboven nader gemotiveerd. Daarnaast dient in aanmerking te worden genomen dat het station Schiedam Centrum in de directe nabijheid gelegen is, waardoor naar verwachting veelvuldig gebruik zal worden gemaakt van het openbaar vervoer. Dit is geldt met name voor de kantoorruimte die in gebruik genomen zal worden door Woonplus, waar dergelijk vervoer door het personeel wordt gestimuleerd. Ten opzichte van het huidig gebruik (speelveld en parkeerterrein) neemt de verkeersgeneratie derhalve niet toe. Vermoedelijk zal de verkeersgeneratie in de toekomstige situatie dan ook lager uitvallen dan nu is berekend. Op basis van de berekende toename, wordt er echter vanuit gegaan dat de omliggende verkeersinfrastructuur deze toename goed kan afwikkelen en dat deze nauwelijks waarneembaar is door het opgaan in de bestaande verkeersstromen in de omgeving. Door de ligging direct naast station Schiedam Centrum, is het gebied uitstekend ontsloten middels openbaar vervoer. Het betreft een OV-knooppunt met diverse trein-, bus-, tram- en metroverbindingen. De binnenstad is op korte afstand gelegen.

Voor het verwachtte incidentele gebruik van de auto door bewoners en bezoekers richting het centrum geldt dat de locatie ontsloten wordt op de Overschieseweg en de Professor Kamerlingh Onneslaan, te bereiken via de aanpalende straten Overschiesestraat, Singel en de Spoorstraat. Voor andere richtingen geldt dat de parkeergarage ontsloten wordt op de Horvarthweg en Brandersbrug. In de nabijheid kunnen gebruikers tevens gemakkelijk de Rijksweg A20 bereiken.

bestemmingsplan Kop van de Singel (vastgesteld)

49

bestemmingsplan Kop van de Singel

4.8.5 Conclusie De ontwikkeling van het plangebied zal leiden tot het verdwijnen van 43 parkeerplaatsen. Uit onderzoek is gebleken dat een deel van deze parkeerplaatsen wordt gebruikt door forenzen, die in de toekomst gebruik kunnen maken van de P+R-voorzieningen aan de noordzijde van het station. De overige parkeerplaatsen worden gebruikt door bewoners en kunnen worden gecompenseerd in de omgeving, waardoor de ontwikkeling niet zal leiden tot een afname in parkeergelegenheid. De ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt dienen te voorzien in voldoende parkeergelegenheid (op eigen terrein). Voor het kantoor geldt de parkeernorm uit het gemeenlijk parkeerbeleid. Voor de woningen wordt een lagere parkeernorm gehanteerd, gelet op de ligging van het plangebied in de nabijheid van het station en het toepassen van alternatieven voor mobiliteit. Met de verlaagde parkeernorm wordt aangesloten bij de normen die worden gehanteerd bij vergelijkbare ontwikkelingen in de nabijheid van het station, zoals Schieveste en de herontwikkeling van het pand Stationsplein 2. Bij de aanvraag om omgevingsvergunning dient te worden aangetoond dat de nieuwbouw voldoet aan de parkeernormen. Het aspect verkeer en parkeren vormt daarmee geen belemmering voor het plan.

4.9 Milieuhinder bedrijvigheid 4.9.1 Algemeen In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van woningen enerzijds een goede woon- en leefomgeving gegarandeerd kan worden en anderzijds rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Om de belangenafweging tussen bedrijvigheid en woningen te maken wordt aangesloten bij de publicatie Bedrijven en Milieuzonering 2009 van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). De zonering vindt plaats door het toepassen van minimale richtafstanden tussen bedrijven en woningen, afhankelijk van de milieucategorie van de bedrijfsactiviteiten. Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt gelet op navolgende geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling ter plaatse van het plangebied. Milieu zonering omgeving plangebied De omgeving van het plangebied kan getypeerd worden als gemengd gebied. In de directe omgeving van het gebied zijn diverse gemengde-, bedrijfs- en woonbestemmingen gesitueerd. Voor die bestemmingen geldt dat in het projectgebied geen hogere categorieën dan milieucategorie 2 worden toegestaan. Milieucategorie 2 brengt in gemengd gebied een richtafstand van 10 meter met zich mee. Omliggende objecten liggen allen op grotere afstand. Aan de overzijde van de Overschieseweg bevindt zich een supermarkt en kantoren.

Ten oosten en ten zuiden van de planlocatie zijn enkele horecagelegenheden (milieucategorie 1; SBI-2008: 471, 561, 563). Enkele van deze horecagelegenheden beschikken over een terras. Het gebruik van deze terrassen leidt in de huidige situatie niet tot overlast voor de omgeving. Daarbij wordt enige wederzijdse beïnvloeding op een binnenstedelijke (stations)locatie aanvaardbaar geacht. Ten noorden van het plangebied is het station van Schiedam gelegen. Een station heeft de SBI-code (2008) 491,492 en valt onder de milieucategorie 3.2. De richtafstand bedraagt 50 meter in gemengd gebied. De feitelijke afstand van het plangebied tot het station bedraagt circa 90 meter. Gelet daarop wordt ruim voldoende afstand bewaard tussen de geplande woningen en het station. Milieu zonering binnen plangebied Binnen het te ontwikkeling gebouw is naast woningen ook sprake van commerciële functies in de plint. Het betreft een kantoor en horeca aan de station zijde. De commerciële functies die binnen

50

bestemmingsplan Kop van de Singel (vastgesteld)

bestemmingsplan Kop van de Singel

deze ontwikkeling mogelijk worden gemaakt alsmede de horecafunctie worden bouwkundig van de appartementen afgescheiden. Daarnaast is bij het ontwerp rekening gehouden met het afsluiten c.q. scheiden van installaties, waardoor de woningen geen hiervan geen hinder ondervinden. Dit betekent dat het combineren van commerciële functies en woningen in het woongebouw in het kader van bedrijven en milieuzonering geen belemmeringen oplevert.

4.10

M.e.r.-beoordeling

4.10.1

Algemeen

Het voorkomen van aantasting van het milieu is van groot maatschappelijk belang. Het is daarom zaak om het milieubelang volwaardig in de besluitvorming te betrekken. Om hier in de praktijk vorm aan te geven is het instrument milieueffectrapportage of te wel m.e.r. ontwikkeld. De m.e.r.-beoordeling is een instrument met als hoofddoel het milieubelang volwaardig te laten meewegen bij de voorbereiding en vaststelling van plannen en besluiten. Op grond van de Wet milieubeheer worden activiteiten aangewezen welke belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu, of waarvoor beoordeeld moet worden of deze activiteiten nadelige invloed hebben. In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage is aangegeven welke activiteiten in het kader van een bestemmingsplan planMER-plichtig, projectMER-plichtig of MER-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit milieueffectrapportage drempelwaarden opgenomen. Daarnaast dient het bevoegd gezag bij de genoemde activiteiten welke niet aan de drempelwaarden voldoen, te beoordelen of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben (gelet op kenmerken, locatie en potentiële effecten).

De realisatie van 79 woningen en circa 2.300 m2 bestemd voor kantoor en verblijfsfunctie kan aangemerkt worden als een stedelijk ontwikkelingsproject en komt voor in de eerste kolom van de D-lijst horende bij het Besluit m.e.r. (categorie 11.2). Op grond van het arrest van het Europese Hof van Justitie van 15 oktober 2009 geldt dat niet alleen de vraag of een MER-beoordelingsplicht geldt niet alleen afhankelijk is van de omvang van het project, maar dat ook beoordeeld moet worden of het project gelet op de andere selectiecriteria van bijlage III van de Europese m.e.r.-richtlijn door de aard en ligging aanzienlijke milieugevolgen tot gevolg zou kunnen hebben.

4.10.2

Relatie tot ontwikkeling

Beoordeeld is of sprake is van dusdanige milieugevolgen dat een MER-(beoordelings)procedure vereist is. Gelet op de schaal van het project, de situering binnen bebouwd stedelijk gebied, het gebied reeds werd gebruikt voor stedelijke functies en de kenmerken van de potentiële effecten van een dergelijk project zullen geen belangrijke negatieve milieueffecten optreden. Hoewel de drempelwaarden niet wordt overschreden, is evenwel een vormvrije m.e.r.-beoordeling worden opgesteld. In het kader van de voorliggende ontwikkeling is een aanmeldnotitie opgesteld waarin de verschillende milieuaspecten afgewogen zijn. Deze is opgenomen als Bijlage 10. Tevens zijn in dit hoofdstuk diverse milieuaspecten zorgvuldig afgewogen. Per aspect is bepaald of de ontwikkeling gevolgen heeft voor de (milieu)aspecten bedrijven- en milieuzonering, geluid, luchtkwaliteit, externe veiligheid, bodemgeschiktheid, flora en fauna, water, archeologie, cultuurhistorie, verkeer en parkeren.

bestemmingsplan Kop van de Singel (vastgesteld)

51

bestemmingsplan Kop van de Singel

4.10.3

Conclusie

Uit de aanmeldnotitie en dit hoofdstuk blijkt dat er sprake is of kan zijn van nadelige milieueffecten. Deze effecten zijn weloverwogen beoordeeld. Waar mogelijk worden maatregelen worden genomen om deze effecten te beperken. Er kan worden geconstateerd dat de nadelige effecten te reguleren zijn en dat een uitgebreide m.e.r.-beoordeling of het opstellen van een MER in deze niet zinvol en/of noodzakelijk is.

4.11

Niet gesprongen explosieven

Voor de binnenstad van Schiedam geldt dat gehele binnenstad niet verdacht is op de aanwezigheid van niet gesprongen explosieven, omdat in de binnenstad van Schiedam geen bombardementen en grondgevechten (met stellingen) hebben plaatsgevonden. Aangezien de locatie onderdeel uitmaakt van de binnenstad van Schiedam kan geconcludeerd worden dat het plangebied niet verdacht is op de aanwezigheid van gesprongen explosieven. Derhalve kan geconcludeerd worden dat dit aspect geen belemmering vormt voor het plan Kop van de Singel.

4.12

Archeologie

4.12.1

Algemeen

De gemeente Schiedam heeft een archeologisch beleid en beleidsinstrumenten ontwikkeld, waaronder de beleidsnota 'Archeologische Monumentenzorg gemeente Schiedam' en de 'Archeologische Waardenkaart Schiedam' (januari 2008). Hiermee is een tijdige en volwaardige inbreng van archeologische belangen bij ruimtelijke ontwikkelingen gewaarborgd. Het beleid sluit aan op en komt mede voort uit het Rijksbeleid en het provinciale beleid dat naar aanleiding van het Europese 'Verdrag van Malta' is ontwikkeld. Meer specifiek is het doel van het voorgenomen archeologisch beleid te zorgen voor het behoud van archeologische waarden ter plaatse in de bodem, voor documentatie van archeologische waarden indien behoud ter plaatse niet mogelijk is en dat de resultaten van het archeologisch onderzoek bereikbaar en kenbaar zijn voor derden. Het vaststellen, waarderen en documenteren van archeologische waarden vindt binnen de archeologische monumentenzorg gefaseerd plaats. Na een bureauonderzoek kan het nodig zijn een archeologische inventarisatie in het veld uit te voeren. De resultaten van de inventarisatie kunnen vervolgens leiden tot een aanvullend archeologisch onderzoek. De resultaten van laatstgenoemd onderzoek vormen het uitgangspunt bij de keuze om een vindplaats te behouden, op te graven, waarnemingen uit te voeren tijdens het bouwproject of geen verdere stappen te ondernemen.

4.12.2

Relatie tot ontwikkeling

Bewoningsgeschiedenis Het bestemmingsplangebied maakt deel uit van een veengebied waarop klei is afgezet in verschillende periodes (Afzettingen van Duinkerke 0-III). Op het veen werd in de IJzertijd (800 voor Christus-begin jaartelling) gewoond. Op de Afzettingen van Duinkerke o en I kunnen bewoningssporen uit de ijzertijd en Romeinse tijd voorkomen. Het noordwestelijk deel van het plangebied gebied grenst aan de Schie, een riviertje dat dateert uit vermoedelijk uit de laatste eeuwen voor Christus. De kleiafzettingen in het gebied zullen deels afkomstig zijn van de Schie en voor een deel van de Nieuwe Maas. Op dergelijke oever- en dekafzettingen werd in de Romeinse tijd en (vroege) middeleeuwen gewoond. In de 10e /11e eeuw werd het (klei-op-)veengebied ontgonnen. De maaivelddaling ten gevolge van de ontwatering van het veen maakte het gebied kwetsbaar voor overstromingen. De aanleg van rivier-

52

bestemmingsplan Kop van de Singel (vastgesteld)

bestemmingsplan Kop van de Singel

en polderdijken was noodzakelijk. In de 13e eeuw werd de Schielands Hoge Zeedijk aangelegd, die zich aan de zuidkant binnen het plangebied bevindt. De dijken werden vanaf het begin vaak als woonplaats benut. Op de kaart van Van Deventer uit omstreeks 1560 is bebouwing langs deze dijk aangegeven, waarvan de resten zich mogelijk nog in de ondergrond bevinden in het zuidwestelijk deel van het plangebied. Ook bewoningssporen uit vroegere eeuwen zijn langs de linkeroever van de Schie te verwachten in het noordwestelijk van het plangebied.

bestemmingsplan Kop van de Singel (vastgesteld)

53

bestemmingsplan Kop van de Singel

In het plangebied heeft bureauonderzoek plaats gevonden en is een verkennend inventariserend veldonderzoek door middel van grondboringen uitgevoerd (zie Bijlage 11). Op basis van de resultaten van het veldonderzoek kan de aanwezigheid van deze diepere funderingen niet worden uitgesloten. BOOR heeft de gemeente Schiedam geadviseerd om door middel van een proefsleuvenonderzoek de locatie verder te onderzoeken. Hiertoe is een Programma van Eisen opgesteld en vastgesteld die de verwachtingen, strategie en methoden van het onderzoek bevat.Deze is als bijlage bijde toelichting gevoegd. Het proefsleuvenonderzoek wordt voorafgaand aan het bouwrijp maken van de gronden uitgevoerd. Ter bescherming van de archeologische waarden is in voorliggend plan de archeologische dubbelbestemming die het plangebied kent overgenomen.

4.12.3

Conclusie

Uit oogpunt van de bescherming van archeologische waarden geldt voor het gehele plangebied een archeologische dubbelbestemming. Voorafgaand aan het bouwrijp maken van de gronden wordt een proefsleuvenonderzoek verricht waardoor eventueel aanwezige archeologische waarden worden beschermd. Mocht blijken uit het proefsleuvenonderzoek dat binnen het plangebied sprake is van waardevolle of behoudenswaardige archeologische resten, dan kan vervolgonderzoek in de vorm van opgravingen vereist worden. Mochten tijdens de werkzaamheden archeologische resten worden aangetroffen dan worden deze gemeld bij de Minister van OCW. Belemmeringen worden vooralsnog niet verwacht.

4.13

W indhinder

Het is wenselijk om te kunnen vaststellen of er een aanvaardbaar windklimaat optreedt na voltooiing van het plan en derhalve geen windgevaarlijke situaties kunnen ontstaan. Windhinder op een bepaalde plek is het aantal uur per jaar dat het op deze plek harder waait dan de gestelde grens van 20 km/h. In de NEN 8100 zijn vijf kwaliteitsklassen opgenomen, A t/m E, waarbij A overeenkomt met het minst aantal uren en E met het grootste aantal. Hoe iemand het windklimaat ervaart hangt af van zijn activiteit. In een park of speeltuin is meer behoefte aan een rustiger windklimaat dan op een parkeerplaats. De norm beschrijft een drietal activiteitsklassen. De waardering van het lokale windklimaat wordt gekwalificeerd met goed, matig of slecht.

Tabel 9 - Beoordeling windklimaat ten aanzien van windhinder (NEN 8100) In het kader van voorliggend plan en voorgestane ontwikkeling, is door Cauberg Huygen een windhinderonderzoek uitgevoerd (zie Bijlage 13). Het windklimaat in de (openbare) buitenruimten op maaiveldniveau is conform de NEN 8100 bepaald. Met de resultaten van het CFD-onderzoek is beoordeeld of het windklimaat rondom het bouwplan geschikt is voor de beoogde functies. Op grond van het winderhinderonderzoek kan geconcludeerd worden dat rondom het plan geen risico op windgevaar aanwezig is. Het winklimaat is na projectrealisatie rondom de locatie als goed te beschouwen. Voor de woningen geldt daarnaast dat de balkons c.q. loggia's semi-inpandig worden gerealiseerd en gevolg van de hoge geluidsbelasting zijn deze tevens dichtgezet. Aan de noordwestgevel is het windklimaat matig tot slecht voor (horeca)terrassen. Middels mitigerende maatregelen, waaronder het plaatsen van windschermen, kan het windklimaat verbeterd worden

54

bestemmingsplan Kop van de Singel (vastgesteld)

bestemmingsplan Kop van de Singel

voor de terrassen aan de noordzijde. Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van risico op windgevaar en van onacceptabele windhinder. Het windklimaat rondom het plangebied is na realisatie van het plan als goed te beschouwen. Het aspect vormt geen belemmering voor het plan.

4.14

Bezonning

Het doel van een bezonningsstudie is het inzichtelijk maken van eventuele gewijzigde schaduwval in de omgeving ten gevolge van de toekomstige ontwikkeling. Gezien de bouwhoogte van het gebouw ten opzichte van de woningen in de omgeving is vanuit ruimtelijke en maatschappelijke overwegingen een bezonningsstudie gewenst. Voor bezonning is geen wettelijk vastgestelde norm. Voor wat betreft bezonning gebruikt de gemeente Schiedam de 'lichte TNO-norm' als referentie voor de minimaal acceptabele bezonning. Deze lichte norm houdt in dat er tenminste twee mogelijke bezonningsuren per dag zijn in de periode van 19 februari tot 21 oktober (8 maanden). Vergroting van het aantal bezonningsuren, bijvoorbeeld tot de 'strenge TNO-norm' betekent een kwalitatieve verbetering van het plan. De strenge norm houdt in dat er tenminste twee mogelijke bezonningsuren per dag zijn in de periode van 21 januari tot 22 november (10 maanden). Bij beide normen wordt gemeten in het midden van de vensterbank aan de binnenkant van een raam. Door Cauberg Huygen is een bezonningsonderzoek uitgevoerd (zie Bijlage 14), waarvan de resultaten getoetst zijn aan de lichte TNO-norm. Het doel van het onderzoek is het inzichtelijk maken van het verschil in de bezonningsduur tussen de bestaande en toekomstige situatie van de relevante gevels binnen het onderzoeksgebied.

Het bezonningsonderzoek is uitgevoerd voor de maatgevende dag op 19 februari. Op deze datum treden de laagste zonnestanden op binnen het kader van de gestelde toetsingsperiode. Dit is de maatgevende periode. De bezonningduur is berekend op basis van een onbewolkte hemelkoepel, de bezonningsstudie is als bijlage aan deze toelichting toegevoegd. Op grond van de bezonningsstudie kan gesteld worden dat de toekomstige situatie slechts een geringe invloed heeft op de bezonningssituatie van de woningen aan de Delflandseweg en de Professor Kamerlingh Onneslaan. Daarbij geldt dat bij een klein deel van de woningen aan de Professor Kamerlingh Onneslaan, die door de geveloriëntatie reeds weinig zon ontvangen, in april en mei niet meer voldaan zal worden aan de lichte TNO-norm. De invloed van de nieuwbouw op de woningen aan de Singel is groter. Het bouwplan zal het gehele jaar leiden tot een afname in zonuren. In het kader van de vaststelling van het bestemmingsplan dient een belangenafweging plaats te vinden van alle bij het gebruik van de gronden betrokken belangen, waaronder het belang van omwonenden bij een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De belangenafweging is afhankelijk van de omstandigheden van het geval waarbij geen doorslaggevende betekenis toe hoeft te komen aan het antwoord op de vraag of wordt voldaan aan de lichte TNO-norm.

Voor de belangenafweging is relevant dat het plangebied onderdeel uitmaakt van de stationsomgeving waarbij kort gezegd beoogd wordt om de ruimtelijke kwaliteit en fucntionaliteit van het stationsgebied te verbeteren. De Kop van de Singel is een belangrijke schakel in deze visie en levert een bijdrage aan het realiseren van woningen waaraan lokaal veel behoefte is. Dit geldt niet alleen voor de 79 woningen die direct met deze ontwikkeling mogelijk worden gemaakt maar ook indirect. Dit omdat op de oude locatie van Woonplus aan de Valeriusstraat circa 125 woningen worden gerealiseerd. Door het verplaatsen van het kantoor van Woonplus naar de Kop van de

bestemmingsplan Kop van de Singel (vastgesteld)

55

bestemmingsplan Kop van de Singel

Singel en het terugdringen van het autogebruik wordt daarnaast duurzame mobiliteit gestimuleerd en een bijdrage geleverd aan de ambities zoals omschreven in de Mobiliteitsvisie en het actieplan geluid. De woningen, met name aan de Singel, zullen minder zonlicht krijgen maar hiervoor geldt dat deze woningen door de noordwestelijke ligging nu reeds weinig zonlicht ontvangen en veel schaduw van het eigen gebouw krijgen. In de TNO norm worden dergelijke noordgevels dan ook veelal niet meegenomen. Daarnaast blijkt uit de oplegnotitie (zie bijlage 17) bij het bezonningsonderzoek dat aan de oostzijde van het blok aan de Singel, waar ook de buitenruimten liggen, gedurende het hele jaar 4:30 uur bezonning op de gevel is. Verder liggen alle woningen in een hoogstedelijke omgeving waarbij andere eisen mogen worden gesteld aan bezonning dan in een minder bebouwde omgeving. Ook zijn de woningen aan de Singel gesitueerd tegenover een gebied waar, zij het lang geleden, reeds bebouwing aanwezig was. Na realisatie van het bouwplan zal het plan meer in overeenstemming zijn met wonen in de stad nabij het stationsgebied. Tot slot hecht de gemeente Schiedam waarde aan het benutten van de schaarse inbreidingslocaties die er in de stad zijn, met name bij stationslocaties.

Gelet op het voorgaande wordt in het kader van de belangenafweging vanuit het algemeen belang een groter gewicht toegekend aan realisatie van het bouwplan s'Maak dan aan de afname van zonlicht bij een beperkt aantal woningen in de omgeving van het plangebied.

4.15

Kabels en leidingen

In paragraaf 4.5 zijn de relevante buisleiding voor externe veiligheid reeds beschouwd. Hieruit is gebleken dat deze leidingen geen belemmeringen vormen voor het plan. Naast de planologisch relevante kabels en leidingen zijn er ook andere kabels leidingen aanwezig in de ondergrond. Deze kabels en leidingen zijn geïnventariseerd en zullen waar nodig worden verlegd en vormen geen belemmering voor het plan.

4.16

Geur

Met betrekking tot geur is de provinciale 'Geuraanpak kerngebied Rijnmond' van toepassing. Het beleid streeft er naar om door middel van het toepassen van de beste beschikbare technieken te komen tot een situatie waarbij op de terreingrens geen geur afkomstig van een inrichting waarneembaar is (maatregelenniveau I). Grondregel is dat geen sprake mag zijn van geurwaarneming en geurhinder. In de nabijheid van het plangebied zijn geen inrichtingen gelegen die geur veroorzaken. Het plan voorziet in de ontwikkeling van woningen, kantoor en commerciële ruimte en veroorzaakt zodoende evenmin geur die voor de omgeving waarneembaar is. Het aspect geur vormt geen belemmering voor onderhavig plan.

56

bestemmingsplan Kop van de Singel (vastgesteld)

bestemmingsplan Kop van de Singel

4.17

Rotterdam-The Hague Airport (RTHA)

4.17.1

Algemeen

Op grond van de Wet luchtvaart dient voor alle luchthavens in Nederland te worden voorzien in een Luchthavenbesluit waarin de beperkingengebieden zijn opgenomen. Tot 2009 was de besluitvorming over luchthavens gereguleerd in de Luchtvaartwet. Sinds 2009 is de in de Luchtvaartwet opgenomen procedure voor aanwijzing van luchtvaartterreinen vervangen door de in de Wet luchtvaart neergelegde procedure op grond waarvan voor die luchthaven een luchthavenbesluit wordt vastgesteld. Tot 1 mei 2013 functioneerde Rotterdam The Hague Airport op basis van een aanwijzingsbesluit, welke verankerd was in de Luchtvaartwet (oud). Met de inwerkingtreding van de Wijzigingswet Wet luchtvaart (Regelgeving burgerluchthavens en militaire luchthavens) is voor luchthavens een nieuw stelsel van bepalingen in werking getreden. Sinds 1 mei 2013 is de 'Omzettingsregeling luchthaven Rotterdam The Hague Airport' van kracht. Vanaf dat moment geldt het nieuwe stelsel voor burgerluchthavens, zoals opgenomen in hoofdstuk 8 van de Wet luchtvaart, voor Rotterdam The Hague Airport. Deze omzettingsregeling moet vervangen worden door een geheel nieuw en volledig luchthavenbesluit op basis van de Wet luchtvaart. Het nieuwe luchthavenbesluit is thans nog in ontwikkeling.

Op 17 juli 2015 is door het (voormalige) Ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM) een rapport opgesteld met de naam 'Obstakelvlakken en beperkingengebieden Luchthavenbesluit Rotterdam – The Hague Airport'. In het rapport zijn de uitgangspunten van het beperkingengebied in verband met vliegveiligheid uiteengezet. Voor de luchthaven van Rotterdam The Hague Airport loopt daarnaast een m.e.r.-traject dat moet leiden tot een nieuw luchthavenbesluit. Dit luchthavenbesluit bevat onder meer een aanduiding van gebieden met ruimtelijke beperkingen voor het borgen van de vliegveiligheid rondom de luchthaven. Vooralsnog is de verwachting dat voor het nieuwe luchthavenbesluit, aangesloten wordt op de uitgangspunten zoals opgenomen in voornoemd rapport van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. In dit rapport zijn kaarten van de beperkingengebieden voor het luchthavenbesluit en van de uitgangspunten die gebruikt zijn bij het vastleggen van deze gebieden opgenomen. Totdat het nieuwe luchthavenbesluit in werking is getreden, is de Wet geluidhinder nog niet rechtstreeks van toepassing op onderhavig project. Wel is Nederland vanuit Europeesrechtelijk verband verbonden aan de beperkingen binnen de Annex 14 hoogtevakken.

Het rapport 'Obstakelvlakken en beperkingengebieden Luchthavenbesluit Rotterdam – The Hague Airport' geeft de (concept)kaarten die naar verwachting te zijner tijd worden opgenomen in het nieuwe Luchthavenbesluit. In onderstaande afbeelding zijn de hoogtebeperkingen gegeven op basis van het rapport 'Obstakelvlakken en beperkingengebieden Luchthavenbesluit Rotterdam – The Hague Airport'. De projectlocatie is globaal weergeven. Uit de kaart is af te leiden dat het plangebied gelegen is binnen de 40,7 metercontour. Het gaat hier om de zogeheten 'Inner horizontal en Conical Surfaces', die dienen om rondom de luchthaven een obstakelvrije ruimte te creëren voor vliegtuigen die door omstandigheden afwijken van de normale vliegprocedures.

bestemmingsplan Kop van de Singel (vastgesteld)

57

bestemmingsplan Kop van de Singel

Afbeelding 9 - Ligging plangebied t.o.v. Inner Horizontal Surface Hoogtebeperkingen gelden ook inzake de correcte werking van communicatie-, navigatie- en surveillanceapparatuur. Dit betreft het ILS (Instrument Landing System) en DME (Distance Measuring Equipment). De planlocatie ligt binnen het hoogtebeperkingsgebied behorend bij het DME-systeem, waarbij een maximale bouwhoogte geldt van circa 45 meter.

4.17.2

Relatie tot ontwikkeling

Het plan omvat de ontwikkeling van een woontoren met een maximum bouwhoogte van 53 meter, waardoor geconcludeerd kan worden dat de toetsvlakken samenhangend met de vliegveiligheid (IHS) en de radar- en communicatieapparatuur (ILS en DME). In dat verband wordt verwezen naar het plangebied van “Schieveste 2021” dat is gelegen is ten noorden van het plangebied. Op basis van dat bestemmingsplan ontstaat na vaststelling de mogelijkheid het gebied te herontwikkelen tot levendig woon-werkgebied, met hoogteaccenten van 65, 85 en 90 meter. In het kader van de planvoorbereiding is door aeronautisch adviesbureau To70 een studie uitgevoerd naar het effect van de bouwhoogten in het plangebied op de luchtvaart en zijn de plannen voor Schieveste voorgelegd aan de Luchtverkeersleiding Nederland, die op hun beurt de plannen ter advisering hebben voorgelegd aan de Inspectie Leefomgeving en Transport. Hieruit is gebleken dat met het realiseren van bouwhoogten tot 70 meter geen negatieve effecten op de luchtvaart te verwachten zijn. De realisatie van de planlocatie vindt, gelet op de ligging van het vliegveld, plaats 'in de schaduw' van Schieveste en heeft daarmee op zichzelf geen invloed op de vliegveiligheid.

De bouwhoogte die met onderhavig plan wordt toegestaan overschrijdt de in het kader van Schieveste voor de radar- en communicatieapparatuur acceptabel geachte maximale bouwhoogte van 70 meter niet. Gelet hierop, de grotere afstand tot Rotterdam The Hague Airport en de resultaten uit het onderzoek voor de herontwikkeling Schieveste, wordt geconcludeerd dat de beoogde bouwhoogte van 53 meter niet tot belemmering voor de luchtvaart leidt.

58

bestemmingsplan Kop van de Singel (vastgesteld)

bestemmingsplan Kop van de Singel

Het initiatief is aangeboden aan Luchtverkeersleiding Nederland voor advies. De Luchtverkeersleiding heeft het plan getoetst en komt tot de conclusie dat het bouwplan geen negatieve effecten heeft op een correcte werking van de communicatie-, navigatie- en surveillance infrastructuur.

4.17.3

Conclusie

Met de bouwhoogte van 53 meter worden de toetsvlakken samenhangend met de vliegveiligheid (IHS) en de radar- en communicatieapparatuur (ILS en DME) doorsneden. Uit advisering omtrent ontwikkelingen in de directe nabijheid van het plangebied met een hogere bouwhoogte, blijkt dat bouwhoogten tot 70 meter binnen dit gebied geen belemmering opleveren voor het luchtvaartverkeer. Het initiatief is ook aangeboden aan Luchtverkeersleiding Nederland voor advies. De Luchtverkeersleiding heeft het plan getoetst en komt tot de conclusie dat het bouwplan geen negatieve effecten heeft op een correcte werking van de communicatie-, navigatie- en surveillance infrastructuur.

4.18

Verlichting

In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient bekeken te worden of er als gevolg van het initiatief sprake kan zijn van lichthinder. Dit met name omdat aan de noordoostzijde van het gebouw sprake zal zijn van een led-gevel. Dit is geen volledige led-gevel, waarbij het ook niet de bedoeling is dat er sprake zal zijn van snel wisselende beelden of reclame-uitingen. Het betreft meer een kunstuiting, waarbij een spiegelgevel wordt toegepast. Achter de spiegelgevel wordt een led-grid aangebracht met om de 20 centimeter ledverlichting. Ook wordt een hoek van 15 graden aangehouden waardoor de led-gevel naar de grond gericht is. De led-gevel is georiënteerd op het Stationsplein.

Afbeelding 10 - Impressie led-gevel In het opgestelde lichthinderonderzoek is onderzocht in hoeverre in de woonomgeving van het plan lichthinder op zal treden als gevolg van de beoogde led-gevel, alsmede aan welke eisen de led-gevel dient te voldoen om een goed woon- en leefklimaat te waarborgen.

bestemmingsplan Kop van de Singel (vastgesteld)

59

bestemmingsplan Kop van de Singel

In de Richtlijn lichthinder van de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde (NSVV) van maart 2020 zijn grenswaarden geformuleerd voor illuminatie en aanstraling van gebouwen ter voorkoming van lichthinder voor omwonenden. De Richtlijn lichthinder kan als algemeen geaccepteerd worden aangemerkt bij toetsing van de lichtimmissie en -emissie in het kader van bestemmingsplanprocedures. Grenswaarden, waarbij lichthinder optreedt, zijn afhankelijk van het omgevingslicht. Deze worden met name bepaald door de activiteit in de omgeving. Grondgebied wordt dan ook onderverdeeld in vier gebieden, de zogenaamde omgevingszones. Voor iedere zone geldt een verschillend te hanteren grenswaarde. De omschrijving van deze zones is weergegeven in onderstaande tabel.

Gezien de ligging van het plangebied kan de omgeving in voorliggende situatie gekarakteriseerd worden als een gebied met een hoge omgevingshelderheid. Voor omgevingszone E4 is in de Richtlijn lichthinder een grenswaarde opgenomen voor de verticale verlichtingssterkte (Ev) op relevante geveldelen c.q. vensteropeningen van woningen van 25 lx in de dag- en avondperiode (tussen 07:00 en 23:00 uur) en van 5 lx in de nachtperiode (tussen 23:00 en 07:00 uur). Ook is daarnaast van belang hoe snel de beelden wisselen. Beweging en dynamiek zorgen ervoor dat men sneller naar een reclame-uiting kijkt en ook langer blijft kijken. In de richtlijn is sprake van vier frequentiecategorieën, variërend van categorie f1 met vrijwel statische beelden tot categorie f4 voor frequenties die groter zijn dan 24 hz (vloeiend beeld). Categorie f3, waar het gaat om snel wisselende beelden met een frequentie tussen 0,5 en 24 Hz, wordt door de mens als meest storend ervaren. Dzee categorie wordt dan ook uitgesloten in het bestemmingsplan. In het lichthinderonderzoek zijn berekeningen gemaakt waarbij rekening is gehouden met de ontwerp-uitgangspunten van de led-gevel. De in de led-gevel toe te passen verlichtingsbronnen zijn momenteel nog niet exact bekend. Daardoor is bij de berekeningen uitgegaan van een homogene lichtuitstraling van de led-gevel, waarbij de luminantie vanaf elke kijkhoek gelijk blijft.

Op basis van de berekeningen kan worden geconcludeerd dat, indien er uitgegaan wordt van de navolgende ontwerpuitgangspunten, er bij afwezigheid van daglicht sprake zal zijn van voldoende zichtbaarheid van de led-gevel en voldaan zal worden aan de eisen van de Richtlijn lichthinder 2020 voor omgevingszone E4: gemiddelde oppervlakteluminantie led-gevel: 10 cd/m²; maximale (plaatselijke) oppervlakteluminantie led-gevel: 15 cd/m²; geen weergave van snel wisselende beelden conform categorie f3 van de Richtlijn lichthinder. Bij aanwezigheid van daglicht is lichthinder niet aan de orde, maar dient rekening gehouden te worden met voldoende zichtbaarheid van de led-verlichting van de gevel. Bij schemering is een vloeiende overgang van de dagsituatie naar de nachtsituatie gewenst.

60

bestemmingsplan Kop van de Singel (vastgesteld)

bestemmingsplan Kop van de Singel

Uitgaande van bovenstaande ontwerp-uitgangspunten kan de lichtimmissie vanwege de led-gevel bij woningen als maatschappelijk aanvaardbaar worden aangemerkt. Om te waarborgen dat de gevel zal voldoen aan de geldende richtlijnen en sprake zal zijn van een goede ruimtelijke ordening is in het bestemmingsplan een voorwaardelijke verplichting opgenomen waaraan voldaan moet worden bij de realisatie van de led-gevel. Deze voorwaarden gelden alleen bij de afwezigheid van daglicht omdat er gedurende de dag door natuurlijk licht geen hinder op zal treden.

bestemmingsplan Kop van de Singel (vastgesteld)

61

bestemmingsplan Kop van de Singel

62

bestemmingsplan Kop van de Singel (vastgesteld)

bestemmingsplan Kop van de Singel

Hoofdstuk 5

Planbeschrijving

In dit hoofdstuk wordt de planontwikkeling beschreven. Het gegunde ontwikkelplan van Blauwhoed is opgesteld op basis van gemeentelijke doelstelling en uitgangspunten die waren opgenomen in het ontwikkelpaspoort. Daarna is gewerkt aan de uitwerking van het ontwikkelplan.

5.1 Algemeen De Kop van de Singel is een stationslocatie, maar is daarnaast een schakel binnen het stedelijk weefsel van het centrum van Schiedam; tussen station en binnenstad, tussen noord en zuid en tussen oost en west. De toekomstige functie van de Kop van de Singel betreft een woonfunctie, en ondergeschikt hieraan, een kantoorfunctie en een horecafunctie. De Kop van de Singel is onderdeel van de gebiedsontwikkeling Schiedistrict. De ontwikkeling van de Kop van de Singel hangt daarin nauw samen met de aanpak van station Schiedam Centrum, het ontwikkelen van Schieveste tot een hoogstedelijke woonlocatie, de opwaardering van de Schieoevers, het leisurecluster aan de Schie en het opwaarderen van de ruimtelijke kwaliteit van onderdoorgangen.

Afbeelding 11 - Omliggende deelprojecten Schiedistrict In het ontwikkelpaspoort is de nadruk gelegd op de prominente locatie aan het Stationsplein en de Schie. Deze locatie vraagt om een iconisch gebouw voor Schiedam dat zich langs alle kanten goed laat zien; een alzijdig gebouw. Een gebouw dat ervoor zorgt dat het Stationsplein een verankerde en herkenbare plek wordt binnen het stedelijk weefsel van Schiedam. Een gebouw dat zich in hoogte kan meten aan het tegenover gelegen kenmerkende AMEC-gebouw en tevens de opmaat vormt tussen de laagbouw van de historische binnenstad en het hoogstedelijke woonmilieu dat op Schieveste zal komen.

bestemmingsplan Kop van de Singel (vastgesteld)

63

bestemmingsplan Kop van de Singel

5.2 Uitgangspunten 5.2.1 Programma Het programma van het plan s'MAAK voldoet aan het beoogde programma, zoals dat was opgenomen in het ontwikkelpaspoort voor de locatie Kop van de Singel. Het bestaat uit een mix van wonen, kantoor, horeca en bebouwd parkeren. De ontwikkeling voorziet in de realisatie van 79 koopwoningen tussen 53 en 165 m² GBO, alsmede circa 2.015 m² kantoor en 240 m² horeca. De woningen komen op alle verdiepingen. De horeca zal gevestigd worden op de begane grond, terwijl het kantorenprogramma op de begane grond en de eerste twee verdiepingen zal zijn gesitueerd. In vergelijking tot het oorspronkelijke gegunde plan wordt met dit bestemminsplan een groter kantorenprogramma mogelijk gemaakt. De reden hiervoor is het voornemen van woningcorporatie Woonplus om hun huidige kantoor aan de Valeriusstraat te verplaatsen naar een nieuwe, beter ontsloten locatie. Om te waarborgen dat deze verhuizing niet leidt tot een toename aan kantoren is in uitgangspuntenbrief van 22 december 2021 tussen de gemeente, stichting Woonplus Schiedam en Blauwhoed Projectontwikkeling vastgelegd dat het kantoor aan de Valeriusstraat zal worden gesloopt, waarna de vrijvallende locatie met woningbouw zal worden herontwikkeld.

5.2.2 Stedenbouwkundig Uitgangspu nten Het streven naar een alzijdig gebouw in combinatie met een icoon voor de stad heeft geresulteerd in een aantal stedenbouwkundige uitgangspunten. Deze uitgangspunten zijn opgesteld vanuit de gedachte dat het toekomstige gebouw zich in de stad voegt, reageert op zijn omgeving en op een iconische manier uitblinkt. Deze uitgangspunten zijn: een hoogteaccent gelijkwaardig aan het AMEC-gebouw (circa 47 meter hoog); een plint met een minimale hoogte van 4,5 meter; een herkenbare 'kop' aan de Schie en stationszijde; een optimale zonoriëntatie; een hoofdentree van plintvoorzieningen aan het Stationsplein; vier verschillende zijden, 1 architectonisch geheel. Ontwikkelplan s'MAAK Het plan s'MAAK voorziet in een duurzame mix van functies in een markant Schiedams gebouw. Het gebouw maakt de wanden van het Stationsplein af, zowel in beeld als functie. Hierdoor wordt het Stationsplein het visitekaartje van de stad en nodigt uit tot verblijven, ontmoeten en een langer bezoek aan de stad. Het gebouw wordt een icoon voor Schiedam en een entree naar de binnenstad. Het gebouw is opgevat als één volume met een in de basis uniform gevelgrid dat door middel van diep afgeschuinde negges en kleurvariatie gelaagdheid en nuance krijgt.

Naar het Stationsplein toe presenteert het gebouw zich als een groots gebaar: maximaal in hoogte maar met een taps toelopende toren, waardoor deze elegant blijft. De insnede ter plaatse van 'de molen' creëert daarbij een logische entreezone voor bewoners en bezoekers. Tegelijkertijd opent de ruimte zich richting de Singel waardoor deze woonstraat onderdeel wordt van het plan.

64

bestemmingsplan Kop van de Singel (vastgesteld)

bestemmingsplan Kop van de Singel

Afbeelding 12 - Stedenbouwkundige uitgangspunten

Afbeelding 13 - Impressie aanzicht Stationsplein Het gebouw s'MAAK is een alzijdig gebouw. De toren aan het Stationsplein is iets hoger dan het oorspronkelijke uitgangspunt. Het gebouw krijgt een hoogte van circa 52,5 meter en sluit daarmee beter aan op de voorgenomen optopping van het AMEC-gebouw tot een bouwhoogte van 55,5 meter (inclusief dakopbouw). Door de schuine vorm oriënteert de toren zich tevens maximaal naar het plein. Naar de Schie toe en aan de Singel wordt het volume lager, om aan te sluiten op de bestaande bebouwing. Aan de Schie wordt het volume afgebouwd in hoogte door middel van een op-en-neergaande daklijn. Op deze manier kan meer hoogte en volume worden gerealiseerd in het middelste deel (6 lagen), terwijl het volume richting de Overschiesedwarsstraat afloopt naar 4 lagen. Aan de Singelzijde gebeurt iets soortgelijks. Daar komen twee nokken met een

bestemmingsplan Kop van de Singel (vastgesteld)

65

bestemmingsplan Kop van de Singel

maximumhoogte van 5 en 6 lagen waardoor de schaal van het volume beter aansluit op de laagbouw van de omgeving. Door het laagste punt (4 lagen) te oriënteren ter hoogte van de Oosterstraat wordt het volume goed geïntegreerd in zijn omgeving. De plint rondom is open en biedt ruimte aan horeca en werken als onderdeel van de stadsetalage.

Afbeelding 14 - Stedenbouwkundige principes s'MAAK

Afbeelding 15 - Impressie aanzicht Schie-zijde s'MAAK neemt de molens, de iconische reuzen van Schiedam, als uitgangspunt voor een uitgesproken ontwerp. De vorm van de molen komt geabstraheerd terug in de hoek van het gebouw, waar ook de entree zal worden gesitueerd. Een overkragend steeds smaller wordend vlak verwijst

66

bestemmingsplan Kop van de Singel (vastgesteld)

bestemmingsplan Kop van de Singel

naar het lichaam van de molen, vier diagonalen in de gevel naar de wieken. Dit beeld moet de reiziger vanaf het station welkom heten, een herkenbare groet uit Schiedam. De vorm is integraal onderdeel van de sculpturale architectuur van het gebouw.

5.2.3 Duurzaamheid Uitgangspu nten Bij nieuwbouw is aandacht voor duurzaam bouwen en energie relevant. Inmiddels is het wettelijk verplicht dat woningen voldoen aan BENG. Naast aandacht voor energieprestaties van de woningen, is het ook gewenst op een zodanige wijze te bouwen, met gebruikmaking van duurzame grondstoffen/materialen, dat de woningen na beëindiging van hun levensduur, gesloopt kunnen worden met een zo goed mogelijke terugwinning van de oorspronkelijke grondstoffen/materialen (circulaire bouw), zodat deze opnieuw toepasbaar zijn. Voor nieuwe ruimtelijke ontwikkeling heeft de gemeente een concrete wensenlijst ontwikkeld als het gaat om de duurzame en klimaatgerichte ambities: Wateroverlast en droogte: Uitgangspunt is dat het plangebied een extreme bui kan verwerken, waarbij 60 mm neerslag valt in een uur tijd. Om dit te realiseren dienen voorzieningen worden getroffen. Hitte: In het Klimaatadaptatieplan is beschreven dat het stedelijke gebied bij hittegolven niet meer dan 2 graden Celsius meer opwarmt ten opzichte van het omliggende buitengebied en dat maatregelen worden getroffen in het openbaar gebied en aan het gebouw die extreme opwarming van het gebied tegengaan.

Natuur-inclusief bouwen: Gebouwen dienen te worden ontworpen in samenhang met de groenblauwe structuren in de omgeving en dienen mogelijkheden voor verblijf en voedselvoorziening van vogels, vleermuizen en insecten. Energie: Schiedam streeft er naar om in 2040 een energie-neutrale gemeente te zij en in 2030 en 49% minder broeikasgassen uit te stoten dan in 1990. Nieuwe ontwikkelingen dienen daarom bij voorkeur energieneutraal of, indien mogelijk, NOM (Nul-Op-De-Meter) opgeleverd te worden. Circulair bouwen: Voor het gebouw wordt een materialenpaspoort opgesteld. Dit geeft inzicht in gebruikte materialen en herbruikbaarheid daarvan (demontabel, herbruikbaar, bio-based). Nieuw in te brengen materialen zijn zoveel mogelijk van bio-based materialen of hebben een non-virgin herkomst en nieuwe producten zijn zo veel mogelijk ontworpen om hergebruikt of gerecycled te worden op het einde van de levensduur. Ontwikkelplan s'MAAK Energie Gestreefd wordt naar een integraal duurzaam ontwerp in materialisatie en gebruik, dat bijdraagt aan het welzijn van bewoners én bezoekers van het gebied. Net als de andere molens in Schiedam zal het gebouw, de 7 e molen van Schiedam haar eigen energie opwekken door gebruik te maken van wind (Powernest), zon (PV-panelen) en bodem (WKO-installatie). Het gebouw wekt haar eigen energie op, waarmee het ontwerp voldoet aan de BENG-eisen uit het Bouwbesluit.

Architectonische keuzes spelen in op het inperken van de energiebehoefte door bijvoorbeeld gebruik te maken van diepe neggen, wat een natuurlijke zonwerende functie biedt. Daarnaast bieden grote raampartijen de mogelijkheid van veel daglichttoetreding, waardoor kunstmatige verlichting tot een minimum wordt beperkt. Klimaatadaptatie Als gevolg van klimaatverandering worden de seizoenen warmer, kouder, natter en droger. In extreme gevallen zorgen deze verschijnselen ervoor dat de stad als onaangenamer wordt ervaren. De ambitie is om gebouwen zo te ontwerpen dat ze comfortabel mogelijk zijn voor de

bestemmingsplan Kop van de Singel (vastgesteld)

67

bestemmingsplan Kop van de Singel

eindgebruikers en dus enerzijds anticiperen op een veranderend klimaat; maar ook een bijdrage leveren aan het verminderen van het hitte effect in de steden. Het ontwerp van de gevel biedt ruimte voor vertraagde hemelwaterafvoer, via de plantenbakken aan de gevel en de dieptewerking van de neggen. De natuurlijk veranderende schaduw zorgt voor een levendige kwaliteit van de gevel, maar ook voor een natuurlijke zonwering wanneer het in de zomer op zijn warmst is. Daarnaast voorziet het plan in een kelder ten behoeve van de waterbergingsopgave met een inhoud van 600 m³ water. Op deze manier draagt s'MAAK bij aan het realiseren van extra waterberging voor het omliggende gebied, waar sprake is van een tekort aan waterberging. Biodiversiteit en circulariteit Biodiversiteit vraagt aandacht bij elke ingreep in de stedelijke omgeving. De omgeving van de Kop van de Singel is vrij stenig en heeft relatief beperkt groen. Door in het ontwerp plantenbakken mee te ontwerpen, krijgt elke woning een kleine groene geveltuin. De biodiversiteit wordt verder versterkt door toevoeging van een binnentuin met (sier)beplanting voor. De ambitie is om een gebouw neer te zetten dat in hoge mate circulair is. Er worden zoveel als mogelijk hergebruikte materialen toegepast en materialen die secundair en/of biobased gerecycled kunnen worden.

Door te kiezen voor een prefab bouwmethodiek wordt een stikstofreductie gerealiseerd en wordt gezorgd voor een hoge mate van aanpasbaarheid van het gebouw, door een demontabele scheiding van constructie, afwerking en inrichting.

5.2.4 Openbare ruimte Het toekomstige gebouw grens langs alle zijden aan openbare ruimte. De huidige inrichting daarvan is niet overal passend bij de toekomstige functie van voorzieningen en wonen. Het gebouw zal aanleiding geven om de omringende openbare ruimte op een passende manier in te vullen. De manier waarop de verschillende (inrichtings)elementen van de huidige situatie kunnen worden ingepast is onderdeel van de bredere ontwerpopgave voor het Stationsplein. De inrichting van de openbare ruimte wordt nader worden uitgewerkt in een inrichtingsplan. De visie is om in te zetten op het creëren van een actieve openbare ruimte, die verspreid over de dag voor verschillende doelen en door verschillende doelgroepen gebruikt wordt. Shared spaces, die uitnodigen tot ontmoeting en beweging, om zo de verblijfskwaliteit Stationsplein en sociale veiligheid omgeving te vergroten. Dit gebeurt door meer groen, minder hardheid, tiny parks en de mogelijkheden voor ontmoeting te stimuleren. Met de ontwikkeling van de Kop van de Singel verdwijnt het speelveldje dat vooral door de jongeren uit de buurt wordt gebruikt. Er is gekeken naar alternatieven die voor de verschillende leeftijdsgroepen en spelaanleidingen in de directe omgeving voorhanden zijn of ontwikkeld kunnen worden; alternatieven die daarnaast de verblijfskwaliteit verhogen en de sociale veiligheid vergroot.

Mogelijke alternatieven in de omgeving, die nog nader moeten worden verkend en uitgewerkt, zijn: speelplek op Stationsplein voor 0-6 jaar, ontmoeting voor (groot-) ouders/verzorgers; freerun-/bootcampparcours langs de Schie voor 6-16 jaar; skateparcours onder bestaand viaduct (indien auto verdwijnt); parkzone Land van Ris herinrichten voor diverse doelgroepen.

68

bestemmingsplan Kop van de Singel (vastgesteld)

bestemmingsplan Kop van de Singel

5.2.5 Parkeren Met de ontwikkeling van de Kop van de Singel verdwijnt het bestaande parkeerveld met 43 parkeerplaatsen, waar onder andere omwonenden nu (nog) parkeren. De plannen voorzien in een alternatief voor de parkeerplaatsen die ten behoeve van de ontwikkeling verdwijnen. Het plan voorziet vooralsnog in de aanleg van een parkeergarage met 33 autoparkeerplaatsen en ruime stallingsvoorzieningen voor bewoners en gebruikers binnen het plangebied. Daarnaast wordt er, gelet op de gunstige ligging nabij het openbaar vervoer, uitgegaan van voldoende alternatieve mobiliteitsoplossingen. De auto krijgt zo een minder prominente plek in het straatbeeld, hetgeen de leefbaarheid vergroot (stikstofuitstoot/fijnstof vermindert), beweging stimuleert en de verblijfskwaliteit van de buurt ten goede komt.

5.3 Duurzame Verstedelijking 5.3.1 Algemeen De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte gaat uit van het vraaggericht programmeren en realiseren van verstedelijking. Om dit te bereiken is de ladder voor duurzame verstedelijking als motiveringseis opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. De ladder voor duurzame verstedelijking is ingericht voor een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke besluiten, waardoor de ruimte in stedelijke gebieden optimaal benut wordt. De ladder vereist dat indien een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt de behoefte aan deze ontwikkeling wordt beschreven. Indien de ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied plaatsvindt, moet gemotiveerd worden waarom dit niet kan binnen het bestaand stedelijk gebied. De uitgangspunten van duurzame verstedelijking zijn tevens onderdeel van de provinciale Omgevingsverordening. De vereisten wijken echter af van de vereisten uit het Besluit ruimtelijke ordening. De provinciale ladder vereist dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet voorzien in een actuele regionale behoefte, die zo nodig regionaal is afgestemd, en welke plaatsvindt binnen het bestaand stads- en dorpsgebied. Ontwikkeling buiten het bestaand stads- en dorpsgezicht zijn enkel toegelaten in de in de verordening genoemde gevallen en op de genoemde locaties.

5.3.2 Relatie tot ontwikkeling De beoogde ontwikkeling bestaat uit de realisatie van 79 appartementen binnen het stedelijk gebied. Daarnaast voorziet het plan in commerciële ruimten in de plint en op de eerste en tweede verdieping van het gebouw. Op de begane grond is aan de station zijde een horecafunctie voorzien. Voor de woningen en het toe te voegen commerciële programma dient de Ladder voor duurzame verstedelijking te worden doorlopen, omdat de ontwikkeling te typeren is als stedelijke ontwikkeling in de zin van het Besluit ruimtelijke ordening en de provinciale Omgevingsverordening. Wonen De projectlocatie is gelegen aan het Stationsplein te Schiedam. De locatie is daarmee gelegen binnen bestaand stedelijk gebied. Dit betekent dat enkel de behoefte aan de ontwikkeling hoeft te worden aangetoond, waarbij gelet op het provinciale beleid tevens de regionale afstemming bij de beoordeling dient te worden betrokken. Voor het bepalen van de behoefte is gebruik gemaakt van beschikbaar provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid (zie hiertoe hoofdstuk 3 van het plan). Uit recentelijk gepubliceerde cijfers vanuit de provincie blijkt dat in de regio Rotterdam tot en met 2030 nog ruim 51.000 woningen dienen te worden gerealiseerd om in de (cijfermatige) woonbehoefte te kunnen voorzien. Daarbij is uiteraard ook van belang dat wordt gebouwd conform de behoefte van de eindgebruikers.

Aan welk woningtype behoefte bestaat, verschilt per regio.

bestemmingsplan Kop van de Singel (vastgesteld)

69

bestemmingsplan Kop van de Singel

De projectlocatie maakt onderdeel uit van de Samenwerkingsverband Regio Rotterdam. Vanuit dit samenwerkingsverband zijn woningmarktafspraken gemaakt en ondertekend door de 14 regiogemeenten. In dat kader is afgesproken dat de totale woningvoorraad in Schiedam wordt uitgebreid tot een totaal 40.609 woningen in 2030. Om dit doel te realiseren zullen tot 2030, rekening houdend met de sloop van circa 1.200 verouderde woningen, in Schiedam in totaal 5.062 nieuwe woningen gebouwd worden. Om ten aanzien van de kwalitatieve behoefte een goede balans in de woningvoorraad te creëren is daarbij tevens besloten dat binnen Schiedam het aantal sociale woningen gelijk blijft. De toe te voegen woningen worden hoofdzakelijk in het betaalbare en middeldure segment voorzien, zodat sprake is van een evenwichtige voorraad met voldoende ruimte voor doelgroepen met een hoog sociaal inkomen en middeninkomens. Een van de speerpunten in het gemeentelijk woonbeleid het realiseren van een kwalitatief goede, gedifferentieerde en evenwichtige woningvoorraad die de wooncarrière van Schiedammers faciliteert: een wooncarrière die aantrekkelijk is voor hogere en midden inkomensgroepen van binnen en buiten stad, en die daarmee de doorstroming op de woningmarkt mogelijk maakt.

Zodoende bestaat behoefte aan een gevarieerd woningaanbod, zodat bewoners zich kunnen binden en verbonden kunnen blijven voelen aan de stad doordat er goede mogelijkheden bestaan in de wooncarrière, aansluitend op de verschillende behoeftes per levensfase. Daar levert de voorgenomen ontwikkeling een bijdrage aan. Er wordt voorzien in woningen in het betaalbare en middeldure segment in een hoogstedelijke omgeving. Jonge starters en ouderen die aangewezen zijn op het openbaar vervoer kunnen hier landen. Tegelijkertijd blijven de woningen ook voor andere doelgroepen van diverse huishoudensgrootten interessant. Met de beoogde ontwikkeling wordt dan ook gebouwd naar behoefte. Een ander speerpunt in het gemeentelijk woonbeleid is het borgen van de minimale grootte van 70 m² voor woningen. Kleine woningen en woningen tussen de 50 tot 70 m² zijn op grond van de Woonvisie alleen mogelijk in de nabijheid van hoogwaardig OV-punten en voorzieningenniveau. De woningaantallen en groottes waar het plan in voorziet zijn in een eerder stadium met de gemeente overeengekomen, dan het beleid uit de Woonvisie. Het plan voorziet in de ontwikkeling van dertien woningen die kleiner zijn dan 70 m². Er zijn geen woningen kleiner dan 50 m². Het plangebied is gelegen in de directe nabijheid van het centraal station op circa 100 meter loopafstand.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11887215/1