38 Brief Raad van State 6 september 2024 Beroep bestemmingsplan Nieuw Mathenesse Glasbuurt West (geanonimiseerd)
Tekst van het document
verschijningsvorm van het hotel. Lid
van de subcommissie Maurice Mannee vraagt of er op een bepaalde manier geborgd is in het bestemmingsplan dat er wordt afgeweken van of dit hotel een “betonnen blok” kan worden zoals dat bij het City Hotel het geval is.
De adviseur
de gemeente reageert door te stellen dat dit niet direct in het bestemmingsplan staat. Wel is het door de dubbelbestemming Waarde-Cultuurhistorie zo dat altijd een afwijking van het bestemmingsplan nodig als je iets met een monument gaat doen. Dus er zit altijd een afwegingsmoment in, waarbij de impact op het monument dus kan worden van
meegewogen.
(geanonimiseerd) geeft beeld-
aan dat in het beeldkwaliteitsplan heeft geen juridische status.
kwaliteitsplan
en
een
glazen blok is getekend.
Het
De adviseur van de gemeente reageert dat in het beeldkwaliteitsplan via een welstandsparagraaf ook nog in welstandsregels wordt gevat. Hierdoor is er nog wel een
juridische status. Daar
staat telkens in omschreven dat wat er ook gaat komen niet op voorhand in kaders is te vatten omdat het maatwerk moet worden. Dit vraagt altijd om overleg en gesprek waardoor we enerzijds op voorhand niet kunnen zeggen hoe het eruit gaat zien,
anderzijds wel de mogelijkheid hebben om als gemeente en met het gesprek te kunnen voeren en daar dus ook op te kunnen sturen. maar
inbreng van expertises
(geanonimiseerd) Adviseur
van
de gemeente:
:
(geanonimiseerd) inspraakmogelijkheid in vastligt dan kunnen De adviseur
Dit wordt door het
zij als burgers of omwonenden als enige een gehad bij dit bestemmingsplan. Als daar die hoogte al eenmaal
aan
hebben
college gedaan.
dat
zij nooit meer in bezwaar
gaan.
de gemeente is het hier niet mee eens, omdat er een afwijking van het bestemmingsplan nodig is vanwege de aanduiding als monument. De college moet een afweging maken of zij de uitwerking die de ontwikkelaar aanvraagt of zij die vinden passen van
binnen de relevante kaders.
(geanonimiseerd) vraagt of de gemeente geen probleem krijgt met de hoogte de silo. Wat
voor
ontwerp
er
ook uitkomt, het mag
aan
die hoogte van 58
van
meter
58 meter van voldoen.
Adviseur van de gemeente: Dit geldt voor het hele plangebied. De gemeente is kaderstellend. De gemeente legt in een bestemmingsplan kaders vast waarbinnen het plan
24GRFo00028 Pagina 3 van 5
Bi lage 4
die silo's voor wat betreft de
gemeentelijk
De voorzitter De adviseur
de functie en de hoogte op basis van de aanwijzing
geeft aan dat de omwonenden
met
van
het
de ontwikkelaar in gesprek kunnen gaan.
dat (geanonimiseerd) ontwikkelaar als
onderschrijft dit.
weinig garanties meter
vorm,
monument.
aan
zitten in een gesprek
met
de
er een
er voor
de omwonenden
maximale
te
hoogte van 58
ligt.
(geanonimiseerd) NN
heeft gehad over de De adviseur van de gemeente geeft aan dat behoefte van hotels. Dit is niet besproken in de zienswijze, dus dit is een nieuw punt. De adviseur van de gemeente geeft aan dat hier onderzoek naar gedaan is. Er is nog ruimte voor extra hotelcapaciteit in Schiedam. Dit kan bijdragen aan de gebiedsontwikkeling van Schiedam. De voorzitter sluit het gesprek
Beraadslaging De Subcommissie
af. Hij neemt het proces nog
een
keer door met de
en advies Zienswijzen acht de ingediende zienswijze ongegrond.
Namens de subcommissie
zienswijzen,
Yusuf Tuncer Vice-voorzitter
24GRFo00028 Pagina 5 van 5
insprekers.
Bi lage
gemeente
Schiedam Gemeente Schiedam
Postbus 1501 3100 EA Schiedam Stadskantoor Stadserf 1 3112
DZ
Schiedam
T 14010 W
Nota
www.schiedam.nl
Zienswijzen
Bestemmingsplan Nieuw-Mathenesse Glasbuurt-West (en diverse omgevingsvergunningen VROM-terrein)
d.d. 23
april 2024
Inleiding Op
20
december 2023 is de
Mathenesse
ter
inzage legging van het ontwerpbestemmingsplan Nieuwgemaakt. De bekendmaking vond plaats door publicatie
Glasbuurt-West bekend
in het het Nieuwe Stadsblad. Het ontwerp heeft van 21 december 2023 tot en met 31 januari 2024 ter inzage gelegen in het stadskantoor, en was digitaal beschikbaar via de landelijke database www.ruimtelijkeplannen.nl (plan identificatie NL.IMRO.0606.BP00103-0002). Een ieder is in de gelegenheid gesteld tijdens de inzagetermijn een zienswijze te geven op de
Gemeenteblad
en
ontwerpstukken. Gedurende de
gestelde termijn zijn zienswijzen ingediend door:
1
Commissie Ruimtelijke Ordening
2
Indieners
3,
Nauta Dutilh NV,
Zienswijze
2
worden de
namen
van
de Belangen-
en
bewonersvereniging Plantage;
2; namens
Koninklijke
De
Kuyper BV.
ingediend door zogenaamde natuurlijke personen. Uit het oogpunt van privacy en andere NAW-gegevens van deze indieners niet genoemd in deze Nota Zienswijzen. Voor de beantwoording van de zienswijzen en de procedure van het bestemmingsplan is
er
geen
is
doorslaggevende
reden
om
deze gegevens in dit document
te
vermelden.
van zienswijzen zijn in de gelegenheid gesteld gehoord te worden door de subcommissie Zienswijzen van de gemeenteraad van Schiedam. Wanneer van deze mogelijkheid gebruik is gemaakt, wordt het verslag van de hoorzitting en het advies van de subcommissie, bij de behandeling van het raadsvoorstel betrokken.
De indieners
Zienswijzen zijn de zienswijzen samengevat en beantwoord. De Nota Zienswijzen bijlage bij het raadsbesluit tot vaststelling van het bestemmingsplan (nr. 24BIJ 02717).
In deze Nota een
is
Gelijktijdig met de ter inzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan is ook een ontwerpbesluit hogere waarden Wet geluidhinder ter inzage gelegd, en zijn drie ontwerp-omgevingsvergunningen in procedure gebracht. De omgevingsvergunningen worden met toepassing voor het VROM-terrein van de zogenaamde coördinatieregeling conform artikel 3.30 Wro in samenhang met het bestemmingsplan afgehandeld. Het gaat om de volgende aanvragen omgevingsvergunning: zaaknummer Z2023-00000798 / OLO nummer 7930651 (activiteiten: bouwen en uitrit aanleggen of veranderen); zaaknummer Z2023-00001148 / OLO nummer 8205165 (activiteit: kap drie bomen); zaaknummer Z2023-00001150 / OLO nummer 8205385 (activiteit: kap zeven bomen). -__
-__
-_
1 en 2 zien alleen op het ontwerpbestemmingsplan Nieuw-Mathenesse Glasbuurtniet het West, op ontwerpbesluit hogere waarden of de ontwerp-omgevingsvergunningen. naast het ontwerpbestemmingsplan mede op de ontwerpricht zich 3 Zienswijze
De
zienswijzen en
omgevingsvergunningen
voor
het VROM-terrein.
Samenvatting en beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Commissie
1.
Ruimtelijke Ordening
van
de Belangen-
Plantage Inhoud zienswijze Indiener geeft aan de ontwikkeling van het plangebied maar
a.
vraagt de aandacht van de raad
een
tot
bewonersvereniging
woningbouwlocatie te ondersteunen,
aantal specifieke punten.
de toegestane van de de silo’s voormalige glasfabriek. 65 Een dergelijke hoogte is disproportioneel en een aantasting van cultureel erfgoed. De huidige silo’s zijn een gemeentelijk monument en beschermingswaardig. Door de vorm en hoogte zijn de silo’s een landmark in het gebied. Het toevoegen van gebouwen van 40 meter hoog in het plangebied laat het landmark verdwijnen. Ook voor het totale beeld van de stad Schiedam is een bouwhoogte van 65 meter te hoog. De C&A-flat bij de Koemarkt en de Grensflat zijn beide ruim 32 meter hoog. Alleen de toren van het stadskantoor is met zijn ruim 56 meter een uitschieter in hoogte, en een dissonant in het stadsbeeld. Indiener stelt voor dezelfde fout niet nogmaals te maken. De hoogte van 65 meter van de silo’s is ook in relatie tot het naastgelegen rijksmonumentale gebouw van De Kuyper onacceptabel. De voorgestelde hoogte van 65 meter betekent dat vanuit het beschermd stadsgezicht van de Binnenstad, de Plantage, Nieuwland en de Gorzen, de optopping overal te zien zal zijn als een misplaatste uitschieter in de hoogte. Indiener refereert aan een in het verleden voorgesteld bouwplan met een hoogte van 70 meter elders in Schiedam, welke tot brede ophef heeft geleidt. Bij de zienswijze is een aantal foto’s toegevoegd, waarop inzichtelijk is gemaakt welke gevolgen de ophoging tot 65 meter kan hebben.
Daarbij wordt opgemerkt dat het gebruik van het woord ‘optopping’ suggereert dat het om een beperkte toevoeging gaat, maar dat is allesbehalve waar. Indiener verzoekt concluderend om de silo’s als gemeentelijk monument in hun waarde te laten, en de bestaande hoogte als uitgangspunt te nemen voor de gebiedsontwikkeling. Indiener heeft bezwaar tegen het
maximale bouwhoogte
b.
voor
en
van
bestemmingsplan voor zover het gaat om
meter
voor
Reactie gemeente De zienswijze gaat vooral over de beoogde maximale bouwhoogte van 65 meter voor de silo’s van de voormalige glasfabriek, en daarvan afgeleid de toegestane bouwhoogte elders in het plangebied, en de relatie met het monumentale karakter van de silo’s. Geconcludeerd wordt dat indiener geen
specifieke bezwaren uitspreekt tegen de voorgenomen herontwikkeling van het gebied an sich, en aangeeft met deze transformatie op zichzelf in te kunnen stemmen. Om die reden wordt navolgend vooral ingegaan op de stedenbouwkundige afwegingen voor het plangebied. Voor de onderbouwing van de overige aspecten wordt verwezen naar de toelichting bij het bestemmingsplan. a. Allereerst wordt ook voor de beantwoording van de zienswijzen verwezen naar de toelichting van het bestemmingsplan. In de toelichting is op een groot aantal punten beschreven op welke wijze het ontwerpbestemmingsplan, en de mogelijkheden die het plan voor herontwikkeling van de voormalige glasfabriek biedt, past binnen het geldende beleid van de diverse overheden. Beleidsaspecten binnenstedelijke verdichting Een belangrijk beleidsmatig uitgangspunt ziet op het onderwerp woningbouw. Zoals in het bestemmingsplan is toegelicht, heeft Schiedam zich door afspraken met het Rijk, de provincie en regiogemeenten, gecommitteerd aan de opgave om in de periode tot 2030 in totaal 6.000 nieuwe woningen te bouwen. In de gemeentelijke Woonvisie is het noordelijk deel van Nieuw-Mathenesse aangewezen om
substantieel deel van de Schiedamse woningbouwopgave te accommoderen. De keuze voor Nieuw-Mathenesse Noord is om meerdere redenen beargumenteerd. Het beëindigen van de bedrijfsactiviteiten door de voormalige glasfabriek in 2017, betekende dat een groot terrein een
gelegen direct nabij de Schiedamse binnenstad, beschikbaar kwam voor herontwikkeling. Belangrijk is dat een hernieuwde ingebruikname van het terrein voor een zware industriefunctie om meerdere redenen niet wenselijk was. Gelet op de opgaven op nationaal, provinciaal en gemeentelijk niveau ten aanzien van woningbouw, is het ontwikkelen van een dergelijke binnenstedelijke locatie met een substantieel aantal woningen volkomen voor de hand liggend. Niet zonder reden verordonneert de provincie daarom bijvoorbeeld, dat bij stedelijke ontwikkelingen met woningbouw moet worden gestreefd naar een zo hoog mogelijke dichtheid aan woningen.
Dat betekent niet dat het plangebied zondermeer met hoogbouw kan worden bebouwd. Er is gewerkt met een Schiedamse maat van stedelijkheid, die recht doet aan opgaven voor woningbouw en een efficiënt binnenstedelijk ruimtegebruik, maar ook zorgdraagt voor een aantrekkelijk en kwalitatief hoogwaardig woon- en verblijfsgebied. In het Ruimtelijk Raamwerk Nieuw-Mathenesse fase 1, vastgesteld door de gemeenteraad op 1 september 2021, is het uitgangspunt voor herontwikkeling conform de Schiedamse maat van stedelijkheid uitgewerkt, en zijn op hoofdlijnen de kaders vastgelegd voor de gedeeltelijke transformatie van Nieuw-Mathenesse Noord naar een gemengd woon-werkgebied. Transformatie naar een gemengd woon-werkgebied betekent dus niet dat zondermeer voor hoogbouw is gekozen. Het Ruimtelijk Raamwerk geeft reeds weer dat, mede vanwege de ligging van het gebied nabij de Schiedamse binnenstad, sprake moet zijn van een gevarieerd
stedenbouwkundig beeld. Gelet op de omvang van het gebied, is daarbij een variatie in bouwvolumes met enkele hoogteaccenten goed inpasbaar. Het Raamwerk biedt daarvoor ook expliciete aanknopingspunten. Zo is het silocomplex benoemd als oriëntatiepunt en nieuw icoon,
zijn verschillende referenties opgenomen, zoals het Silohotel in Kaapstad, en andere zichtbaar is. Verder is het hoogteaccent van het waarop een substantiële optopping in Glasbuurt-Oost, nadrukkelijk geduid. Op de uitwerking van het Raamwerk is, binnen de mogelijkheden die er indertijd waren, mogelijkheid geboden voor inspraak en inbreng van ideeën. en
{opgehoogde) sttocoriplek, net als eet mew hoogteaccent vormen
Stedenbouwkundige uitwerking als overgang van Schiedamse binnenstad naar M4H Op basis van het Ruimtelijk Raamwerk is onder andere voor het terrein van de glasfabriek verder gewerkt aan de gedachtevorming over een mogelijke invulling met bebouwing. In samenspraak met de betrokken ontwikkelaars is op basis van het Ruimtelijk Raamwerk een beeldkwaliteitsplan uitgewerkt voor het plangebied. Bij het opstellen hiervan is expliciet aandacht besteed aan de mogelijke impact van de beoogde ontwikkeling op de omgeving.
Het te ontwikkelen terrein, van circa 6,5 hectare groot, biedt voldoende ruimte voor een gebalanceerde planuitwerking. Er is goed nagedacht over de opzet van het plan en de oriëntatie en positionering van de hogere bebouwing. Het bestemmingsplan kent bijvoorbeeld aan de in van het de zone direct plangebied, westzijde langs de Buitenhaven, over een lengte van circa 300 meter negen verschillende toegestane bouwhoogtes, variërend van 9,5 meter tot 28,5 meter. Aan de noordzijde van het plangebied, grenzend aan de achterzijde van de bestaande woningblokken aan de Rotterdamsedijk, varieert de toegestane bouwhoogte van 11,5 meter tot 21,5 meter. Voor een binnenstedelijke ontwikkelingslocatie zijn dit geen uitzonderlijke bouwhoogten. Meer naar het midden van het plangebied zijn enkele bouwblokken aangeduid met een toegestane bouwhoogte van 37,5 45 meter. Deze bouwblokken zijn echter gesitueerd aan een nieuw park, en hebben daarnaast ook door de lagere bouwhoogten van aangrenzende —
bouwblokken voldoende lucht
dat sprake is van een en ruimte om zich heen om te voorkomen hoogbouwfront. Weliswaar wordt hogere bebouwing toegestaan dan die van de voormalige glasfabriek, deze massaal
zijn door de afwisselende setting en de substantiële vergroening in het gebied (overigens kende de glasfabriek voorheen ook een substantiële massa en hoogte aan bebouwing). Verder is goed nagedacht over de opbouw van hoogtes in de overgang tussen de binnenstad naar de haven. Rond de Koemarkt en Rotterdamse dijk zijn in de loop van de 20° eeuw al hoogteaccenten geplaatst. Binnen de gebiedsontwikkelingen Merwe-Vierhavens in bouwvolumes
aanvaardbaar
de gemeente
de volgende
Rotterdam
schaalsprong
en
het
aangreïzende Glssbuurt-Oost (Van Deventerdriehoek) opbouw plangebied geeft stedenbouwkundig
gemaakt.
wordt
Het
een
—
van
en Rotterdamsedijk naar de Glasbuurt-Oost en M4H. Voor ‘schalen van de Koemarkt zichtlijnen en oriëntatiepunten gaat het Raamwerk nader in op de hoogteopbouw van de Schiedamse binnenstad naar de Rotterdamse M4H en Marconiplein. Daarbij is voor NieuwMathenesse een hoogtelijn van grofweg 45 tot ruim 70 meter aangeduid. Zoals beschreven blijft het merendeel van de bouwvolumes (ruim) onder deze maatvoering, waarbij de silo's in Glasbuurt-West en een hoogteaccent in Glasbuurt-Oost de twee hoogste volumes betreffen.
In de bestaande situatie zijn de silo’s van de voormalige glasfabriek het meest beeldbepalende, bebouwingselement in het gebied (een eerdere schoorsteen van 60 meter hoogte is enige jaren
geleden gesloopt). De silo's zijn vanwege hun karakteristiek ook aangemerkt als gemeentelijk monument, en door die aanwijzing van een specifiek beschermingsregime voorzien.
betrekking tot de silo’s is het vinden van een nieuw toekomstig gebruik, cultuurhistorische waarde als beeldbepalend iconisch element kan worden geborgd. de waarbij De grote opgave met
zijn de silo’s met transportband niet alleen cultuurhistorisch gewaardeerd, ook als stedenbouwkundige landmarks en identiteitsdragers voor het nieuwe woonwerkgebied. Een gebouw zonder functie zal op den duur onherroepelijk vervallen. Dit belang is bij de aanwijzing als gemeentelijk monument nadrukkelijk meegewogen. Mede om deze reden is bij de aanwijzing een zogenaamd transformatiekader vastgesteld (WdJ Architecten, d.d. 28 september 2022, kenmerk 449). In dit transformatiekader is voorzien in een eventuele optopping op het silocomplex, waarbij is vastgelegd dat een optopping van 75% denkbaar moet worden geacht, zonder dat hierbij het karakter van de silo’s onherstelbaar geweld aan wordt gedaan. Het gaat daarbij om een optopping van 75% op de silohoogte na sloop van de bestaande techniekruimten bovenop de silo's. De silo’s zijn 33 meter hoog, waarbij een optopping tot 58 meter acceptabel wordt geacht omdat de silo’s in zich zelf zo’n krachtig beeld opleveren. (Het bestaande silocomplex inclusief techniekruimtes is op het hoogste punt ruim 43 meter hoog, het voorgaande bestemmingsplan staat ter plaatse 45 meter bouwhoogte toe.) Het is dus zowel de wens van de betrokken ontwikkelaar als van de gemeente om een duurzame en ook openbaar toegankelijke herbestemming van de silo's mogelijk te maken.
Daarbij is er voor gekozen om het karakteristieke voorkomen van de silo’s te benutten, en die als uitgangspunt te nemen voor een mogelijke nieuwe invulling. De silo’s zijn hun functie ten behoeve van de industrie kwijt, maar kunnen wel hun beeldbepalend voorkomen, en daarmee ook de functie van oriëntatiepunt in de stad, behouden met een nieuwe invulling. In het Raamwerk maar
naar de technische staat van de silo’s heeft uitgewezen dat deze constructief dusdanige kwaliteit zijn dat een optopping mogelijk is tot een hoogte van circa 100 meter. De eigenaren van het terrein hebben daarbij de insteek genomen om bovenop de
Nader onderzoek van
een
bestaande silo's een hotel te ontwikkelen. Om voldoende ruimte te behouden voor een uitwerking van het hotel, zowel programmatisch als qua architectuur, is in het ontwerp van het bestemmingsplan bepaald dat een hoogte van maximaal 65 meter daarvoor voldoende ruimte biedt. Mede naar aanleiding van de zienswijze op dit punt, is geconcludeerd dat deze hoogte niet correspondeert met het transformatiekader van WdJ Architecten, en zich aan de bovenzijde bevindt van het hoogteprofiel zoals dat in het Ruimtelijk Raamwerk is vastgelegd. Op het punt van de toegestane hoogte voor het silocomplex kan tegemoet worden gekomen aan de zienswijze, voor zover het betreft het in overeenstemming brengen met de toegestane hoogte met de uitgangspunten in het transformatiekader voor herontwikkeling. Dit betekent dat de toegestane bouwhoogte in basis wordt gesteld op 58 meter in plaats van 65 meter. Met deze bouwhoogte is sprake van een duidelijk kader voor herontwikkeling van het silocomplex, waarbij geen sprake is van een aantasting van de monumentale waarden, en anderzijds de functie als iconisch hoogteaccent in het plangebied gewaarborgd blijft. Indieners stellen dat door het toevoegen van 40 meter hoge gebouwen in het plangebied, de landmarkpositie van de silo’s wordt weggenomen. Dat is echter niet aan de orde.
Door de opbouw en variëteit in toegestane bouwhoogten, blijven de silo’s als meest beeldbepalend element aanwezig. Dit juist ook door alleen al het hoge silocomplex als hoogteaccent te markeren. Daarbij is ook bij een toegestane bouwhoogte van 58 meter sprake van een voldoende onderscheid ten opzichte van de overige bestaande en nieuwe bebouwing in het plangebied. Mede van belang in de afweging ten aanzien van de diverse belangen op dit punt,
zijn daarbij de ambities en uitgangspunten ten aanzien van de beoogde binnenstedelijke verdichting in het plangebied, met als doel een bijdrage te leveren aan onder andere de noodzaak om een substantieel aantal nieuwe woningen in Schiedam toe te voegen. Daarbij zijn ter plaatse van het voorliggende plangebied geen beperkingen aanwezig vanwege een molenbiotoop, en is de goede werking van het luchtverkeer eveneens geborgd. Impact op het beschermd stadsgezicht en (gemeentelijke) monumenten Een laatste element in de zienswijze van indieners gaat in op de monumentale waarde van de silo’s, en de relatie van de stedenbouwkundige opzet tot het rijksmonument De Kuyper en de zichtbaarheid van de ontwikkeling vanuit het beschermd stadsgezicht van de Schiedamse
binnenstad. Om met het beschermd stadsgezicht te beginnen, de bescherming daarvan strekt niet zover dat, bezien vanuit het beschermd gezicht, geen substantiële wijziging in zicht of bebouwing mogelijk is. De bescherming van het stadsgezicht ziet op de historische binnenstad. Het bedrijventerrein Nieuw-Mathenesse zelf is geen onderdeel van het aangewezen beschermd gezicht. Dit betekent niet dat het belang van een mogelijk impact van nieuwe ontwikkelingen
op het beschermd
stadsgezicht niet is meegewogen. De gemeente houdt rekening met de impact van de hogere bebouwing op het beschermde gezicht. Hierbij wordt met name gelet op de impact op het stadsbeeld aan de Lange Haven en vanuit het park De Plantage (op straatniveau). De gemeente vindt het zicht op hoogbouw vanuit de tuinen van de Tuinlaan en vanaf hogere gezichtspunten in de stad acceptabel. Daarbij ook rekening houdend met de motivering zoals die in het transformatiekader voor het silocomplex is opgenomen met
betrekking tot het functioneel en verantwoord toevoegen van bouwvolume om het behoud van het monumentale silocomplex mogelijk te maken. Verder kan de gerede aanname worden gedaan dat bij de uitwerking van een bouwplan geen sprake zal zijn van een massief bouwblok dat met een opvallende kleurstelling bovenop het silocomplex wordt gebouwd.
In het
voorliggende bestemmingsplan
is
geborgd dat de silo's ook
herontwikkeling hun cultuurhistorische waarde behouden. Mede door het opnemen van een dubbelbestemming Waarde Cultuurhistorie, moet de nadere uitwerking van het ontwerp worden vormgegeven met inbegrip van de cultuurhistorische waarde (en in samenspraak met het kwaliteitsteam). In het beeldkwaliteitsplan is onder andere vastgelegd dat de sloop van de bestaande optopping en de uitwerking van een nieuwe optopping, programmatisch en in beeld moet bijdragen aan de icoonwerking. Ook is herhaaldelijk geduid dat de uitwerking van het ontwerp voor het beoogde hotel van een exceptionele architectonische kwaliteit moet zijn, en dat de aard van het gebouw maakt dat ook per definitie sprake is van maatwerk in de beoordeling van een ontwerp. De waarden van de silo’s zoals beschreven bij de aanwijzing als na
-
gemeentelijk monument,
worden
daarbij uiteraard
meegenomen.
Tot slot wordt aangegeven dat met betrekking tot het rijksmonumentale complex van De Kuyper, geen sprake is van een aantasting van waarden. Bij de aanwijzing als rijksmonument waren de silo’s al aanwezig. De visuele impact van een optopping op die silo’s is niet dusdanig dat dit van
invloed is op de
Gelet op de onder
erfgoedwaarde van het complex
van
De
Kuyper.
van de bestaande niet aan de orde. De opgaven voor de stad de hoogtes bebouwing gebiedsontwikkeling Schiedam, en de wijdere regio, zijn dusdanig dat een meer intensieve benutting van de schaars beschikbare ruimte in de stad noodzakelijk is. Bij de uitwerking van de stedenbouwkundige opzet voor het plangebied is gezocht naar een evenwichtige programmering, waarbij zorgvuldig is gekeken naar de stedenbouwkundige opzet voor het gebied met focus op de afgewogen inpassing van de diverse ambities en doelstellingen die we hebben als stad (en afgeleid daarvan, als regio, provincie en Rijk). Er is geen sprake van een onaanvaardbare inbreuk op het bestaand stedelijk beeld of van een onevenredige impact op omliggende buurten. Een totale heroverweging van de gekozen uitgangspunten voor de gebiedsontwikkeling NieuwMathenesse is dan ook niet aan de orde. Hierbij wordt mede meegewogen dat in het geval van het voorliggend bestemmingsplan, door de betrokken ontwikkelaars ook ruimte is en wordt geboden in de verdere uitwerking van concrete bouwplannen voor inbreng vanuit de omgeving (ook indiener is in het voortraject reeds in gesprek gekomen met de betrokken ontwikkelaars).
De algehele verbetering in de kwaliteit van de wijde leefomgeving die met de herontwikkeling van de voormalige glasfabriek wordt gerealiseerd, is daarbij dusdanig substantieel dat deze opweegt tegen het beperkt toevoegen van bouwvolumes in het gebied. Daarbij is, mede gelet op de met deze reactie op de van
a
gegeven
reactie, is het als maatgevend aanhouden
voor
zienswijze gegeven toelichting, sprake van een integrale afweging van de diverse belangen, waarbij ook het belang van indiener afdoende is meegewogen. Gelet op de onder a gegeven reactie kan wel deels tegemoet worden gekomen aan de zienswijze, De voor wat betreft de maximum toegestane bouwhoogte ter plaatse van het silocomplex. van 58 meter, zodat deze beter naar een maximum wordt toegestane bouwhoogte aangepast aansluit bij de beleidskaders en uitgangspunten voor herontwikkeling van het gebied. Zoals
toegelicht, geeft het transformatiekader voor het silocomplex aan dat een dergelijke bouwhoogte van silo’s en optopping, aanvaardbaar wordt geacht. Aanpassing van (|geanonimise rd) bouwhoogte van 65 meter naar 58 meter heeft geen onevenredig nadelige invloed op het totale stedenbouwkundige plan, maar komt wel deels tegemoet aan de zienswijze voor wat betreft de impact van toevoeging van bouwvolume. Het belang van indiener is hiermee afdoende in de integrale afweging voor het plangebied meegenomen. Vooropgesteld wordt verder dat de onder
a
ook reeds
monumentale waarde van de silo’s daarbij niet in het geding is. Mede door opname van de Cultuurhistorie is dit belang ook planologisch geborgd, in dubbelbestemming Waarde aanvulling op de reeds bestaande bescherming door aanwijzing als gemeentelijk monument. —
Conclusie Gelet op de reactie op de zienswijze, wordt voorgesteld de zienswijze deels gegrond te verklaren, voor zover het ziet op het aanpassen van de toegestane bouwhoogte ter plaatse van het silocomplex. De maximum toegestane bouwhoogte voor het silocomplex wordt aangepast van 65 meter naar 58 meter. De verbeelding wordt op dit punt aangepast. Voor het overige wordt de zienswijze ongegrond verklaard, en leidt deze niet tot aanpassingen in de juridisch bindende delen van het
bestemmingsplan (regels en verbeelding). Naar aanleiding van de zienswijze wordt ook de toelichting punten aangevuld. Indieners
2.
van
het bestemmingsplan op diverse
2
Inhoud
zienswijze De zienswijze van indieners 2 is inhoudelijk gelijkluidend aan de zienswijze van indiener 1. Uitzondering is dat indieners 2 bij hun zienswijze geen foto's hebben toegevoegd waarop inzichtelijk is gemaakt welke gevolgen de voorgenomen ophoging kan hebben. Kortheidshalve wordt voor de inhoudelijke samenvatting van de zienswijze, verwezen naar de samenvatting zoals gegeven voor de zienswijze van indiener 1. Reactie gemeente Voor de beantwoording
van
de zienswijze, wordt
verwezen
naar
de reactie op
zienswijze 1.
Conclusie Gelet op de reactie op de zienswijze, wordt voorgesteld de zienswijze deels gegrond te verklaren, voor zover het ziet op het aanpassen van de toegestane bouwhoogte ter plaatse van het silocomplex. De maximum toegestane bouwhoogte voor het silocomplex wordt aangepast van 65 meter naar 58 meter. De verbeelding wordt op dit punt aangepast. Voor het overige wordt de zienswijze ongegrond verklaard, en leidt deze niet tot aanpassingen in de juridisch bindende delen van het
bestemmingsplan (regels en verbeelding). Naar aanleiding van de zienswijze wordt ook de toelichting van punten aangevuld.
het
bestemmingsplan
op diverse
Nauta Dutilh NV, namens Koninklijke De Kuyper BV 3. Inhoud zienswijze De zienswijze richt zich zowel op het ontwerpbestemmingsplan Nieuw-Mathenesse GlasbuurtWest, als op de ontwerp-omgevingsvergunningen die in coördinatie met het bestemmingsplan worden afgehandeld. Volledigheidshalve wordt tevens opgemerkt dat de zienswijze zich ook richt op het ontwerpbestemmingsplan Nieuw-Mathenesse Glasbuurt-Oost. De Kuyper exploiteert sinds 1911 direct grenzend aan het plangebied een distilleerderij. Sinds de planvorming voor het gebied zich vanaf 2019 ontwikkeld, is door De Kuyper op constructieve wijze het gesprek gevoerd over de voorgenomen ontwikkeling. Daarbij heeft De Kuyper telkens haar zorgen geuit over de afstand tussen de voorgenomen woningbouw en haar bedrijfspanden. Op grond van het geldende bestemmingsplan kent de distilleerderij een richtafstand tot woningbouw van 300 meter (behorend bij milieucategorie 4.2. In beginsel staat De Kuyper positief tegen de voorgenomen transformatie en verlevendiging van het gebied. De zorgen over, en eventuele risico’s voor, haar
bedrijfsvoering en eventuele toekomstige uitbreidingsplannen zijn in de ontwerpstukken echter onvoldoende geadresseerd, en daarom (nog) niet weggenomen. a. De mogelijke impact van nieuwe woningen in de nabijheid van het bedrijf is onvoldoende onderzocht. De kortste afstand tussen de inrichting van De Kuyper en geprojecteerde nieuwe woningen bedraagt ongeveer 60
meter. Dit betekent dat nieuwe woningen zijn voorzien binnen de richtafstand van 300 meter die nu tot de inrichting moet worden aangehouden op basis van het vigerende bestemmingsplan. Indiener stelt dat niet, cq. onvoldoende, is onderzocht welke
impact de mogelijke geur afkomstig van de inrichting van De Kuyper heeft op de nieuwe woningen, en zij stelt daarbij dat een aantal passages uit artikel 5.7.2 van de toelichting onjuist zijn. Indiener verwijst naar een e-mail van inhoudelijk op dit punt is ingegaan. b.
In
23 oktober 2023
detoelichting van het bestemmingsplan
van van
aan
de gemeente, waarin ook reeds
wordt gewezen op het in de huidige situatie bestaan van de bedrijfsinrichting. Aan de westzijde het bedrijf bevindt zich inderdaad een woning op kortere afstand tot het bedrijf. Indiener is
woningen dichter dan 300
meter
op de grens
het echter niet eens met de kennelijke aanname van de gemeente dat hiermee de afstand tussen die woning en de inrichting van De Kuyper als maatgevende afstand kan worden genomen. Ten aanzien van het aspect geur is de exacte locatie van een gevoelig object tot een bedrijfsinrichting bepalend. Reeds omdat de nieuwe woningen in een andere windrichting ten opzichte van het bedrijf zijn gesitueerd, gaat een aanname met betrekking tot een maatgevende afstand van een bestaande woning al niet op. Daarbij is voor het aspect geur, anders dan
bijvoorbeeld voor industriegeluid, geen sprake van algemene concrete normen. Er moet sprake zijn van een aanvaardbaar niveau van geurhinder, waarbij het lokale geurbeleid relevant is om te bepalen wanneer hiervan sprake is. In het van toepassing zijnde geurbeleid van de provincie Zuid-Holland, is een aanvaardbare geurbelasting voor verspreide woningen bijvoorbeeld driemaal zo hoog als voor een woonwijk. Het bestaan van een enkele woning op kortere afstand dan 300 meter
het huidige bedrijf, kan dus niet gelijk worden gesteld aan het toevoegen woningen in de nabijheid van het bedrijf. Voor de nieuwe woonwijk zal daarom een strenger beschermingsniveau gelden dan voor een enkele verspreide woning. De toelichting van het ontwerpbestemmingsplan geeft verder aan dat op grond van de geldende milieuvergunning voor De Kuyper, enige vorm van geurhinder buiten de grens van de inrichting niet is te verwachten. Indiener verwijst naar jurisprudentie en stelt dat het verwijzen naar de geldende milieuvergunning als motivering voor het op kortere afstand dan de 300 meter richtafstand mogelijk maken van nieuwe woningen, in ieder geval zonder nader onderzoek geen stand houdt. Indiener benadrukt dat in het geval van De Kuyper de verwijzing naar een (aanvraag om revisie van haar) milieuvergunning onvoldoende comfort geeft ten aanzien van het uitblijven van beperkingen voor bedrijfsvoering. Indiener stelt dat onvoldoende duidelijk is in hoeverre een aanvaardbaar woon- en verblijfsklimaat kan worden geboden, nu concreet nader onderzoek naar de feitelijke impact van het aspect geur ontbreekt. Indiener benadrukt dat het ongewenst zou zijn wanneer de bouw van nieuwe woningen in de directe nabijheid van de inrichting van De Kuyper de huidige bedrijfsvoering, of eventuele toekomstige uitbreidingsplannen, zou belemmeren.
Indiener erkent dat het vasthouden van de 300 meter richtafstand zou betekenen dat de voorgenomen planvorming niet uitvoerbaar is, maar dat zij niet in principale tegen de voorgenomen ontwikkeling is. Wel zal deze allereerst deugdelijk moeten worden onderbouwd. Als uit een deugdelijk onderzoek blijkt dat de huidige bedrijfsvoering en eventuele toekomstige uitbreidingsplannen niet tot relevante geurhinder zal leiden, dan is het afwijken van de richtafstand van 300 meter voor De Kuyper bespreekbaar. van
van
ruim 1.200
Reactie gemeente a. Mede naar aanleiding
de zienswijze is in nadere afstemming met De Kuyper een advies een notitie gaat de DCMR onder andere in op de VNG-brochure gevraagd Bedrijven en milieuzonering, de vigerende milieuvergunning van het bedrijf, de planologische mogelijkheden van het bedrijf ter plaatse en de relatie met bestaande en nieuwe geurgevoelige objecten (woningen) in de omgeving. De notitie is als bijlage bij de toelichting van het bestemmingsplan gevoegd, en ook is de toelichting van het plan op dit punt aangevuld. Kort samengevat mag De Kuyper op grond van de vigerende omgevingsvergunning milieu geen geuremissie buiten de grens van de inrichting (het bedrijfsperceel) veroorzaken. Ook een eventuele toekomstige uitbreiding van productie of verandering van bedrijfsopzet, kan om diverse redenen niet leiden tot een vergunning waarbij wel emissie van geur buiten de iprichting wordt toegestaan (o.a. door beperkende provinciale beleidskaders in deze, de wettelijke eis om gebruik te maken van de Best Beschikbare Technieken etc.), zoals ook is toegelicht in de notitie van de DCMR (d.d. 18 april 2024, kenmerk 2499499_5871057). Dit betekent dat op dit moment geen sprake is van relevante geuremissie, en dat ook bij een eventuele toekomstige bedrijfsuitbreiding geen relevante geuremissie aan de orde zal zijn.
Zo lang De Kuyper conform haar vergunning handelt, waar de gemeente van uit gaat, is er dus van De geen sprake van overlast voor de nieuwe woningen als gevolg van het bedrijfsproces niet van het zal leiden tot Kuyper. Dit betekent ook dat vaststelling bestemmingsplan beperkingen voor de bedrijfsvoering van De Kuyper, ook al worden nieuwe geurgevoelige objecten (woningen) op relatief korte afstand van het bedrijf mogelijk gemaakt. Daarbij moet mede rekening worden gehouden met het feit dat het bestemmingsplan binnen een afstand van 50 meter tot de inrichtingsgrens van De Kuyper niet voorziet in nieuwe woningen. Het uitvoeren van een specifiek geuronderzoek heeft tegen deze achtergrond geen toegevoegde waarde. In de eerste plaats wordt daarvoor verwezen naar de notitie van de DCMR, waarin ook dat sprake is op dit aspect wordt ingegaan. Indien uit een eventueel geuronderzoek zou blijken van geuremissie buiten de inrichtingsgrens, dan overtreedt De Kuyper haar vergunning en zal aan
van
de DCMR.
In
c.
d.
zij mogelijk alsnog maatregelen moeten treffen om die geuremissie te voorkomen. Dit geldt uiteraard ook zonder herontwikkeling van de glasfabriek naar gemengd woon-werkgebied. Bovendien is de stelling van indiener ten aanzien van de windrichting onjuist. Dit omdat in de bestaande situatie sprake is van lintbebouwing, wat geduid moet worden als een type 1 geurgevoelige dichtbebouwde omgeving. Dit is ook als zodanig bestemd. Daarbij is bij een oostenwind de atmosfeer vaak vrij stabiel wat tot een hoge lokale geurblootstelling kan leiden. Een geurverspreidingsberekening zou ook een geurcontour in oostelijke richting opleveren, indien er relevant geur vrijkomt. Wanneer voor de milieubelastende activiteit een vergunning wordt aangevraagd moet daarvoor de benodigde informatie worden aangeleverd. Dit betreft echter een reguliere onderbouwing van een aanvraag, niet om een beperking of aanvullende eis als gevolg van de vaststelling van het voorliggende bestemmingsplan of de herontwikkeling van het glasfabriek-terrein naar een gemengd woon-werkgebied. In de notitie van de DCMR die mede naar aanleiding van de zienswijze is opgesteld, wordt nader ingegaan op dit aspect. Ook de toelichting van het bestemmingsplan is op dit punt aangevuld.
Hiermee is voldoende onderbouwd dat sprake zal zijn van een aanvaardbaar woonen leefklimaat in het plangebied, en dat het bedrijf De Kuyper nu en in de toekomst niet in haar bedrijfsvoering wordt belemmerd. Daarbij is gebruik gemaakt van het stappenplan in de VNGbrochure “Bedrijven en Milieuzonering”. Er is dus geen sprake van enkel een verwijzing naar een geldende milieuvergunning voor het bedrijf, er is specifiek op de diverse relevante aspecten een onderbouwing gegeven voor de toelaatbaarheid van de bestemmingslegging. Bij de vaststelling van het bestemmingsplan is daarmee sprake van een volledige weging van belangen, en is ook het belang van indiener uitdrukkelijk meegewogen. Zoals voorgaand is toegelicht, evenals in de notitie van de DCMR en in de aangevulde toelichting van het bestemmingsplan zelf, betekent de voorgenomen bestemmingslegging niet dat sprake is van een beperking van de huidige bedrijfsvoering. Gelet op het feit dat in de huidige situatie geen sprake is van geuremissie buiten de inrichtingsgrens, en ook de verdere bedrijfsvoering binnen de vergunde kaders kan worden voortgezet, is een goed woon- en leefklimaat geborgd en wordt de bestaande bedrijfsvoering van De Kuyper niet geschaad.
Concreet uitgewerkte plannen voor toekomstige uitbreidingen zijn door De Kuyper niet overgelegd, waardoor de raad niet in de gelegenheid is om dergelijke concrete plannen te beoordelen. Ook bij wijzigingen van haar bedrijfsvoering zal De Kuyper evenwel moeten voorkomen dat geurhinder buiten haar terrein optreedt. De toevoeging van woningen verandert daar niets aan. Er is daarom geen reden om aan te nemen dat in geval van eventuele toekomstige wijzigingen van de bedrijfsvoering van De Kuyper een goed woon- en leefklimaat niet geborgd zal kunnen worden. Daarbij kent de gemeente een zwaarder gewicht toe aan het belang van woningbouw op deze locatie dan aan het belang van De Kuyper met betrekking tot de door haar gevreesde, maar niet verder onderbouwde, belemmeringen voor de toekomstige bedrijfsvoering door het toevoegen van nieuwe woningen in haar nabijheid.
Conclusie
Gelet op de reactie op de zienswijze, de nadere advisering door de DCMR en de aanvulling dan wel verduidelijking op diverse punten van de toelichting van het bestemmingsplan, wordt de zienswijze ongegrond verklaard. De bedrijfsvoering van De Kuyper wordt door de vaststelling van het bestemmingsplan niet belemmerd, evenmin zal de vaststelling van het bestemmingsplan op zichzelf aanleiding zijn voor het opleggen van maatregelen in de bedrijfsvoering. Daarbij is het gerechtvaardigd om gemotiveerd af te wijken van de richtafstand van 300 meter voor het aspect geur uit de VNG-brochure Bedrijven en milieuzonering, en kan een afstand van 50 meter voor een gemengd gebied worden aangehouden. Dit op basis van het stappenplan uit paragraaf 4.2 van de VNG-brochure. Ten aanzien van eventuele toekomstige bedrijfsontwikkelingen is, mede gelet op het ontbreken
van een concreet uitgewerkt voornemen op dit vlak, afdoende onderbouwd dat ook dergelijke ontwikkeling niet op voorhand door vaststelling van het bestemmingsplan onmogelijk wordt gemaakt. Bij toekomstige uitbreidingen van de productiecapaciteit of -duur binnen de bestaande inrichting, zal als onderdeel van het vergunningstraject worden gemotiveerd dat ook een dergelijke uitbreiding niet tot hinder voor de omgeving zal leiden. Deze motivering kan, indien dat op dat moment op grond van de gewenste wijzigingen in bedrijfsvoering nodig is, een
door
een
geuronderzoek worden
onderbouwd.
Bo lage &
waw BESCHERMDE MONUMENTEN in het register ingevolge artikel 3 Van de Erfgoedverordening Schiedam
Opgenomen
Gemeente: Schiedam
PLAATSELIJKE
Monumentnummer: 384 Datum aanwijzing: 7 maart 2023
AANDUIDING
Straat
:
Plaats
Buitenhavenweg bij 118 (op terrein van)
:
Schiedam
KADASTRALE
AANDUIDING
EN
Kad. Gemeente
:
Sectie
sL
Nummer
:
OPSLAGSILO'S
EN
BIJBEHORENDE
KADASTRALE
TENAAMSTELLING
Schiedam
3634, 3635
TRANSPORTBAND
en
3974
BEHOREND
BIJ
DE VM
VEREENIGDE
GLASFABRIEKEN
OMSCHRIJVING De silo's met transportband maken onderdeel uit van een proces naar schaalvergroting en naar meer efficiënte vormen van glasproductie. De silo's en de bijbehorende transportband werden in 1964-1965 gebouwd naar ontwerp van St. van Duin, architect te Rotterdam. Bij het ontwerp was dus niet alleen een civieltechnisch ingenieursbureau, maar ook een architect betrokken. St. van Duin ontwierp veelal woningbouwprojecten, maar ook de Schiedamse vestiging van Sandvik Staal N.V. aan de 's Gravenlandseweg (1963). De silo's in Schiedam werden laag voor laag met behulp van glijbekisting opgetrokken, net als de vijf jaar daarvoor opgeleverde Euromast in Rotterdam. betonnen silo's en bijbehorende transportband vormden de voltooiing van de volledig nieuwe productielijn van de glasfabriek. Door de transportband konden de aanvoerschepen aanzienlijk korter te blijven liggen en was er veel minder personeel nodig voor de overslag. Met de inhoud van de silo's kon de fabriek ruim 10 weken vooruit en was zo dus minder afhankelijk van de het grondstoffentransport. In de silo's werd zand, glasscherven en nepheline (een Aluminiumhoudend erts) opgeslagen. Bovenop de silo's staat het zogenaamde controlestation. Dit station werd functioneel De
zes
bekleed met
plaatmateriaal.
belangrijk onderdeel vormt plaatmateriaal werd voorzien.
een
Hetzelfde van
de silo's,
maar
geldt voor de transportband vanaf de haven, wat
vanwege het utilitaire karakter telkens
van
nieuw
Niet tot het monument behoren: een tweede loopband, die de grondstoffen vervoerde naar de top van de mengsilo's, waarop een nieuw ontvangststation met verrijdbare transportband was. De twee kleinere, losse silo’s die de fabriek liet bouwen voor losse opslag van soda die over de weg werd aangevoerd, behoren evenmin tot het ensemble. Voor wat betreft de technische onderdelen van zowel de silo's en de transportband geldt dat deze niet functioneel gehouden hoeven te worden en voor wat betreft de transportband ook kunnen worden verwijderd.
Waardering De silo's en transportband zijn van waarde als uitdrukking van de opschaling en efficiëntieslag van de glasfabriek in de jaren vijftig en zestig en de mechanisering en innovatie van het glasproductieproces in het algemeen. De silo’s zijn tevens van waarde als gaaf, relatief vroeg voorbeeld van de toepassing van glijbekisting en naoorlogse siloarchitectuur. transportband zijn in achterliggende fabrieksgebouwen de productielijn De silo
samenhang ontworpen
en
maken
samen
met de
en
15 le) pf 5) z 5
ma
a] - aa
no > Ds Id
Nen nn
Salamons
Bezslaers
Advocaten
Nr.0b77
P.
1
SALOMOND BEELAERTS ADVOCATEN Raad
State
van
Dr
Afdeling Bestuursrechtspraak
Lelykade
2583
CM
10C
Den
Haag
Postbus 20019 2500 EA Den
www.salomonsbeelaerts.nl
Haag
T (31) 070 351 2124 F (31)
070 352
4452
Tevens per telefax: 070-365 13 80
Den
Haag,
7 augustus 2024
Betreft Onze ref.
: BSR Van Uden Stevedoring/ Bestemmingsplan Nieuw-Mathenesse :NB/15734
'
Geachte dames
en
Glasbuurt-West
(geanonimiseerd) heren,
Hierbij zend ik u in de hierboven kort aangeduide zaak een beroepschrift tevens houdende verzoek
om
een
voorlopige voorziening, gericht tegen het besluit van de Gemeenteraad
Schiedam d.d. 4 junì 2024, houdende de
gewijzigde
—
—
van
vaststelling van het bestemmingsplan
Nieuw-Mathenesse Glasbuurt-West met plankenmerk NL.IMRO.0606.BP00103-0003 (hierna: “het Bestemmingsplan”), het verleende
ruimte
bijbehorend besluit ‘Hogere waarden
geluidhinder’ en drie
omgevingsvergunningen die zien op de bouw van 84 appartementen en circa 400 m?
voor
horeca, de kap van een aantal
respectieve kenmerken Z2023-00000798 00001148 / OLO
nummer
8205165,
bomen / OLO
liggen vanaf 27 juni 2024
en
het aanleggen
nummer
7930651,
van een
voor een
inrit
(met
zaaknummer Z2023-
zaaknummer Z2023-00001150 / OLO
Het vastgestelde bestemmingsplan, de verleende waarden
Wet
nummer
8205385).
omgevingsverguaningen en het besluit hogere
periode van zes weken ter inzage.
Gaarne moge ik verzoeken mij de ontvangst dezes
te
bevestigen en het beroepschrift in
behandeling te nemen. Met vriendelijke
(geanoimsrd)
groet,
(geanonimiseerd)
Salomons Beelaerts Advocaten is een maatschap naar Nederlands recht, Ingeschreven bij de KvK onder nummer 76132048, BTW-nr. NL860518516B01, Door ons wordt geen verminderd met het elgen risico. aansprakelijkheid aanvaard behoudens voor zover onze beroepsaansprakelijkheldsverzekering in voorkomend geval aanspraak op een uitkering geeft, Op
al onze
dienstverlening zijn onze algemene voorwaarden van toepassing, die op
eerste
verzoek kosteloos worden
toegezonden en die tevens In te zien zijn
op onze
website,
1, Aug. 2024
Salemons
11:55
De Raad van
Beslaers
Nr. 0 en a] Ok
Advocaten
State
Afdeling Bestuursrechtspraak
BEROEPSCHRIFT
VERZOEK
TEVENS
OM VOORLOPIGE
VOORZIENING
Geeft eerbiedig te kennen:
De besloten
vennootschap met beperkte aansprakelijkheid BSR
gevestigd aan de Gustoweg 68 10C te (2583
te Rotterdam,
te dezer zake
CM) Den Haag ten kantore van Salomons
(geanonimiseerd).: EE
haar
VAN UDEN
woonplaats
STEVEDORING
kiezende
Beelaerts Advocaten,
aan
de
NE
van
Dr
B.V,
Lelykade
(geanonimiseerd) |
gemachtigde dit beroepschrift, tevens houdende verzoek om
een voor-
lopige voorziening, ondertekent en indient.
1.
_ Hierdoor stelt appellante beroep in tegen het besluit juni 2024, houdende de nesse
—
Glasbuurt-West met
gewijzigde
van
de Gemeenteraad
van
vaststelling van het bestemmingsplan
—
Schiedam d.d, 4 Nieuw-Mathe-
plankenmerk NL.IMRO.0606.BP00103-0003 (hierna: “het Bestem-
mingsplan”), het bijbehorend besluit ‘Hogere waarden Wet geluidhinder’ en drie verleende omgevingsvergunningen
die zien op de bouw
horeca, de kap van
aantal bomen
00000798 / OLO
een
nummer
7930651
en
84
appartementen en circa 400 m? ruimte
nummer
8205165
nummer
Z2023-00001150
verzoekt
daarbij de werking van het Bestemmingsplan
nummer
voor
aanleggen van een inrit (met kenmerken 22023-
(activiteiten: bouwen
zaaknummer Z2023-00001148 / OLO / OLO
het
van
en
uitrit aanleggen of veranderen),
(activiteit: kap drie bomen) en zaak-
8205385) (activiteit: kap zeven bomen)). Appellante —
en
overige genoemde besluiten
—
bij
1. Aug. 2024
11:56
Salamons
Bezlaers
Advocaten
Nr. 057
SALOON
BEELKERTS ADVOCATEN wijze van voorlopige voorziening te schorsen. Het vastgestelde bestemmingsplan, de verleende omgevingsvergunningen ode
van zes
weken ter
en
het besluit hogere waarden
liggen vanaf 27 juni 2024
peri-
voor een
inzage. Afschrift van de bestreden besluiten, zoals gezamenlijk gepubli-
ceerd in het Gemeenteblad, wordt hierbij als productie 1 overgelegd.
2.
_ Appellante exploiteert op 250 meter van het plangebied van het Bestemmingsplan een op- en overslagbedrijf voor bulkstoffen, met een aanzienlijke stof- en geluidemissie. De bedrijfsvoering van appellante is gelegen
de Gemeente Rot-
van
Appellante is daarmee belanghebbende.
terdam.
3.
in de Merwehaven binnen het grondgebied
Appellante kan zich niet met het bestreden Bestemmingsplan verenigen, betreffende planregeling onverenigbaar is met haar bedrijfsvoering.
omdat
zij meent
dat de
Appellante zal haar ter be-
schikking staande planologische capaciteiten niet optimaal kunnen benutten, terwijl er van een aanvaardbaar bestreden zins
woon-
en
leefklimaat in het
plangebied geen sprake zal zijn. Appellante acht de
besluitvorming mitsdien in strijd met een goede ruimtelijke ordening en ook anders-
strijdig met de algemene beginselen van behoorlijk
bestuur. Hiertoe moge het navolgende
dienen.
4.
__ Appellante meent dat het Bestemmingplan zich niet laat verenigen met ordening, omdat wel
een
goede ruimtelijke
de richtafstanden uit de VNG-brochure ruimschoots worden overschreden
(zo-
gelet op de stofhinder als op de geluidshinder). Deze richtafstanden zijn indicatief voor een
goede ruimtelijke ordening en dienen gemotiveerd
te worden
toegepast. Voor
zover
er
wordt
afgeweken van bedoelde richtafstanden kan dit bovendien niet zonder deugdelijke motivering, maar
woon-
de noodzakelijke en
(kwaliteit van) die motivering ontbreekt. Hierdoor is een aanvaardbaar
leefklimaat niet gewaarborgd.
1. Aug. 2024
11 56
Salamons
Beslaers
Nr.057j
Advocaten
P,
SALOMONS BEELAERTS ADVOCATEN
5.
toelichting verwijst appellante naar de hierbij als productie
Ter nadere
notitie van 10 juni 2024. herhaald
en
2
overgelegde inspraak-
Appellante verzoekt de inhoud van voormelde inspraaknotitie hier als
ingelast te beschouwen. Appellante onderschrijft nog altijd hetgeen zij in haar in-
spraaknotitie naar voren heeft gebracht. Puntsgewijs betreft dit de volgende onderwerpen: 69)
Woningen binnen tie van) en
@)
500 m/700
m
afstand
appellante ondervinden een te hage (cumula-
van
milieubelasting. Deze milieuzonering
de belangen
is nodig
de
voor
gezondheid van bewoners
appellant.
van
Stofverspreiding wordt door appellante zoveel mogelijk voorkomen, maar de stofbelasting in het plangebied
is te hoog
stof door de activiteiten
van
voor
de gevoelige functie
wonen.
De
bijdrage aan fijn-
appellante is ten onrechte niet betrokken bij de beoordeling
van
de luchtkwaliteit. Bovendien kan
van
de Gemeente Schiedam niet regulerend worden
wat
betreft de stofemissie daor het bevoegd
gezag
opgetreden ter plaatse van de be-
drijfsvoering van appellante. De
lopende aanvraag
om
van
nestgeluid aan het noordelijk
appellante om een milieuvergunning, met meer overslag en deel van de kade, is ten onrechte niet betrokken
bij de vast-
stelling van het Bestemmingsplan. (4)
Laagfrequent geluid, piekgeluid en gezamenlijk geluid zijn te hoog; er is geen sprake van goede ruimtelijke ordening. Deze geluidsemissie is niet op deugdelijke wijze betrokken bij de vaststelling van het Bestemmingsplan, het bevoegd gezag
van
Oak wat betreft de
geluidsemissie kan door
de Gemeente Schiedam niet regulerend worden
opgetreden ter
plaatse van de bedrijfsvoering van appellante. De beleidsregels van de Gemeente Schiedam zullen hier geen uitkomst bieden. Een
verhoging
van
de
grenswaarden als neerge-
legd in het besluit hogere waarden Wet Geluidhinder zal niet leiden tot een aanvaardbaar woon-
en
werkklimaat.
4
1. Aug. 2024
11: un nl
Salamons
Bezslaers
Advocaten
Nr, 057
P,
SALOMONS BEELAERTS ADVOCATEN (5)
Het
is gebaseerd op onzekere
Bestemmingsplan
komst. De
ontwikkelingen en maatregelen
in de toe-
afdwingbaarheid is temeer ongewis vanwege de rechten van appellante ter
plaatse. Daar komt bij dat het telkens niet binnen de mogelijkheden van het bevoegd gezag
van
de Gemeente Schiedam
ligt om ter plaatse van de bedrijfsvoering ván appellante
regulerend/ordenend op te treden. Gelet op de uitvoerbaarheid van het Bestemmingsplan had het
6.
Bestemmingsplan dergelijke onzekerheden niet mogen bevatten.
_Omdatde Gemeente Rotterdam tie met de bedrijfsvoering
van
stofemissie samenhangende
woningbouw wenst te realiseren in de Merwehaven
appellante, doet de Gemeente
met
de bedrijfsvoering
van
in combina-
Rotterdam thans onderzoek
appellante.
De uitkomsten
van
de
naar
dit
on-
derzoek zijn nog niet bekend. Het is evident dat de bedrijfsvoering van appellante zich niet zonder
met
meer
woningbouw laat verenigen, hetgeen grondig onderzoek noodzakelijk maakt, welk
onderzoek verweerder heeft nagelaten. Het
Bestemmingsplan is daarmee dusdanig onzorgvuldig
tot stand
blijven.
gekomen,
dat het niet in stand kan
Conclusie 7.
__ Gelet op al het vorengaande is appellante de mening toegedaan dat het Bestemmingsplan als
zo-
danig niet in stand kan blijven. Het Bestemmingsplan is zonder de benodigde zorgvuldigheid vastgesteld en ook anderszins ondeugdelijk gemotiveerd, alsmede
in
strijd met een goede ruim-
telijke ordening. Omdat het Bestemmingsplan niet in stand kan blijven kunnen
de in het ver-
lengde daarvan verleende omgevingsvergunningen evenmin in stand blijven. Het besluit tot het vaststellen van hogere waarden als bedoeld in de Wet Geluidhinder is voorts motiveerd
en
zal niet bijdragen
sluit niet in stand kan
aan
een
aanvaardbaar
woon-
en
ondeugdelijk ge-
leefklimaat, zodat ook dit be-
blijven. Appellante meent dat de werking van het Bestemmingsplan ván
1. Aug. 2024
11:57
Salamons
Bezlaers
Nr.0577
Advocaten
P.
6
SALOMONS BEELAENT
ADVOCATEN de overige
8.
besluiten, waaronder de omgevingsvergunningen,
worden
geschorst, zoals hierna
Nadere
aanvulling en toelichting behoudt zich
Appellante
op deze zelfde
gronden
dient te
ook verzocht zal worden.
nadrukkelijk het recht voor dit beroepschrift nader aan te vullen en toe
te lichten.
WESHALVE:
In de hoofdzaak
Appellante de Afdeling Bestuursrecht van de Raad
van
State verzoekt het
grond te verklaren, de bestreden besluiten (het Bestemmingplan, besluit hogere waarden Wet van
verweerder in de kosten
Justitie zal vermenen
te
Geluidhinder) te vernietigen van
het
de
beroep ontvankelijk en ge-
omgevingsvergunningen
als in bovenbedoelde zin, met
en
het
veroordeling
geding, althans een zodanige uitspraak die de Afdeling
in goede
behoren.
Bij wijze van voorlopige voorziening Requirante king
van
de Voorzitter
van
de
Afdeling
verzoekt haar verzoekschrift
de bestreden besluiten te schorsen tot op
het
gegrond
te
verklaren,
de wer-
beroep van requirante zal zijn beslist, met ver-
oordeling van verweerder in de kosten van het geding en met iedere verdere uitspraak die de Voorzitter van
Den
de Afdeling
Haag,
7
in goede Justitie zal
vermenen
te behoren.
augustus 2024
(geanonimiseerd) La
PRODUCTIE
1
1, Aug. 2024
11:5 oe
Salamons
Bezlaers
Advocaten
Nr.0577
P.
8
Nr. 276465
%
28
gemeente
juni
Schiedam
s
2024 Officiële
uitgave van de gemeente Schiedam
ruimtelijke ordening / Wet geluidhinder / bestemmingsplan Nieuw-Mathenesse Glasbuurt-West / omgevingsvergunningen VROM-terrein / besluit hogere waarden (geluid)
Wet
Burgemeester en wethouders van Schiedam maken volgens het bepaalde in o.a. artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de Algemene wet bestuursrecht, het volgende bekend. De raad
van
Schiedam heeft op 4 junì 2024 het bestemmingsplan Nieuw-Mathenesse Glasbuurt-West Het raadsbesluit met bijbehorende stukken wordt ter inzage gelegd.
gewijzigd vastgesteld.
Op grond van artikel 3,30 van de Wet ruimtelijke ordening heeft de raad op 3 oktober 2023 de gemaentelijke coördinatieregeling van toepassing verklaard op aanvragen omgevingsvergunning voor het VROM-terrein, onderdeel van het plangebied van het bestemmingsplan. Na vaststelling van het bestemmingsplan zijn drie gevraagde omgevingsvergunningen verleend. De omgevingsvergunningen worden gelijktijdig met het vastgestelde bestemmingsplan ter inzage gelegd. Eveneens heaft het
college
op
grond van
behorand bij het bestemmingsplan,
de Wet
geluidhinder
Dit besluit wordt
eveneens
een
ter
besluit
hogere waarden inzage gelegd.
genomen,
Plangebled Nleuw-Mathenesse Glasbuurt-West Het plangebied van het bestemmingsplan bestaat uit diverse percelen op het huidige bedrijventerrein Nieuw-Mathenesse in Schiedam. Het gaat om het terrein van de voormalige glasfabriek tussen de Buitenhavenweg en de Nieuw-Mathenesserstraat, het VROM-terrein aan de Buitenhavenweg, enkele kleinere percelen aan de Gouwenhovenstraat, Buitenhavenweg en Nieuwsticht, en een deel van de Buitenhaven. Het totale plangebied is ongeveer 8,5 hectare groot, waarvan circa 6 hectare voor ontwikkeling in aanmerking komt.
Aanlaiding Glasbuurt-West is onderdeel
van de gebiedsontwikkeling Nieuw-Mathenosse. Samengevat ziet de gebiedsontwikkeling enerzijds ap hat transformeren van het noordelijk deel van het bedrijvanterrain naar en aan gemengd woon-werkgebied (Glasbuurt-West en Glasbuurt-Oost), anderzijds op het verder antwikkelen en toekomstbastandig maken van het zuidelijk deel van het bedrijventerrein.
Met het bestemmingsplan wordt o.a, uitvoering gegeven aan sen deel van de afspraken die door de gemeente zijn gemaakt met Rijk, provincie en regio over de bouw van nieuwe waningan in Schiedam. Inhoud bestemmingsplan Het
bestemmingsplan maakt de bouw van 738 nieuwe woningen magelijk, aangevuld met circa 23.000m*® vormen van gemengde bedrijvigheid, een hotel en diverse voorzieningen voor de
ruimte voor diverse
nieuwe buurt. Het bestemmingsplan vormt
het planologisch kader
voor
de herontwikkeling
van
het
gebied. De
door de raad bij de vaststelling aangebrachte wijzigingen ten opzichte van het ontwerp zijn in een bijlage bij het raadsbesluit toegelicht. Het gaat niet om substantiële wijzigingen in de planopzet.
Hogere waarden (geluid) Het plangebied
bestemmingsplan is gelegen binnen meerdere wettelijke geluidzones. De voor wegverkeerslawaai en industrielawaai uit de Wet geluidhinder worden voor een deal van de nieuwe woningen overschreden. Voor deze woningen zijn hogere waarden vastgesteld, De procedure tot vaststelling van hogere waarden is gekoppeld aan het bestemmingsplan. van
het
voorkeursgrenswaarden
Omgevingsvergunningen VROM-terrein Voor de inrichting en bebouwing van het VROM-terrein aan de Buitenhavenweg zijn drie aanvragen omgevingsvergunning ingediend, De raad van Schiedam heeft op 3 oktober 2023 besloten de coördi-
Gerneenteblad 2024
nr.
276465
26 juni 2024
1, Aug. 2024
11:5 Am >
Salamons
Bezlaers
Advocaten
Nr.0b7j
P.
9
zuk) Vn
' h
gemoante
‘Schledam
ü
Re
natieregeling zoals bedoeld in artikel 3.30 Wro toe te willen passen. Na vaststelling mingsplan is besloten de gevraagde omgevingsvergunningen te verlenen.
van
het bestem-
De verleende omgevingsvergunningen zien op de bouw van 84 apparternenten en circa 400m? ruimte horeca, de kap van een aantal bomen en het aanleggen van een inrit. De onderbouwing voor de vergunningen is gegeven door het bestemmingsplan. Het gaat om de vergunningen met zaaknummer Z2023-00000798 / OLO nummer 7930651 (activiteiten: bouwen en uitrit aanleggen of veranderen), zaaknummer Z2023-00001148 / OLO nummer 8205165 (activiteit: kap drie bomen) en zaaknummer Z2023-00001150 / OLO nummer 8205385 (activiteit: kap zeven bomen). voor
Inzage en beroepsprocedure vastgestelde bestemmingsplan, de verleende omgevingsvergunningen en het besluit hogere waarden liggen vanaf27 juni 2024 voor een periode van zes weken ter inzage. Het
Het
bestemmingsplan is digitaal te bekijken op de websites www.ruimtelijkeplannen.nl en https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart (plan-idn is NL.IMRO.0606.BP00103-0003) Alle stukken zijn ookin te zien bij het Klant Contast Centrum (KCC) in het Stadskantoor, Stadserf 1 te Schiedam. Het KCC .
is op afspraak geopend. Gedurende de inzagetermijn kan beroep worden ingesteld tegen de genomen besluiten. Op grond van het bepaalde in de Wro inzake de toepassing van de coördinatieregeling, worden de diverse besluiten voor de mogelijkheid van beroep als één besluit aangemerkt,
Beroep kan worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA te 's-Gravenhage. Instellen van beroep kan onder voorwaarden ook digitaal, zie hiervoor de website van de Raad van State: https://loket.raadvanstate.nl/digitaal-loket/. Voor de behandeling van
een
beroep zijn griffierechten verschuldigd.
Gedurende de
periode van terinzagelegging kan tevens een verzoek om voorlopige voorziening worden ingediend bij de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Voor de behandeling van een dergelijk verzoek zijn ook griffierechten verschuldigd. De besluiten treden in werking daags na afloop van de beroapstarmijn, Indien binnen da beroepstermijn verzoek om voorlopige voorziening wordt ingadiend, treden de besluiten niet in werking voordat op dat verzoek is beslist, een
Crisis- en Herstelwet
1
Op
het besluit tot het vaststellen van het bestemmingsplan is afdeling 2 van hoofdstuk van de Crisisherstelwet van toepassing (artikel 1.4, Chw in samenhang met artikel 3.1, bijlage | Chw). Deze afdeling beperkt het beroepsrecht en stelt striktere eisen aan het beroepschrift. Dit brengt onder meer met zich mee dat alle beroepsgronden in het beroepschrift dienen te worden opgenomen. Tevens kunnen de beroepsgronden ná afloop van de beroepstermijn niet meer worden aangevuld. en
Vragan Voor vragen
het bestemmingsplan de heer H.J. Solle, sanior
over
opnemen
met
Schiedam,
26 juni 2024
Burgemeester en wethouders Namens
van
Schiedam,
deze:
C.E. Bos, sacrataris mr.
H.M. Bergmann,
burgemeester
Gamaanteblad 2024 nr, 276465
of de
26 juni 2024
procedure kunt u via telefoonnummer 14010 contact
juridisch beleidsadviseur ruimtelijke ontwikkeling.
1. Aug. 2924
12:00
Salamons
Bezlaers
Advocaten
Nr.0577
P.
1
LBP!SIGHT4 College van burgemeester en wethouders Gemeenteraad
en
Schiedam
van
Postbus 1501 3100 EA Schiedam
Datum:
kenmerk:
Uw
10 juni 2024
Cliënt:
BSR Van Uden
Gustoweg 68, 3029 AS Rotterdam Inspraak ontwerpbestemmingsplan
__NLIMRO,0606.BPO0109-0002
Lacatie:
Ons kenmerk:
__B005 01 _065457ab
Betreft: