CConstaterende datSchagen
Koppel je AI →
Document · PDF

Was wordt tabel APV 2023

Oordeelsvormende vergadering 19 april 2023, gemeente SchagenBij agendapunt: Vaststellen van de Algemene plaatselijke verordening Schagen30.426 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

de prostituee klanten en diensten kan weigeren zonder dat dat voor haar andere werkzaamheden gevolgen heeft; i. de prostituee kan weigeren alcohol of drugs te gebruiken zonder dat dat voor haar werkzaamheden gevolgen heeft; j. aan de voor de exploitant werkzame beheerder voldoende professionele eisen op het gebied van agressiebeheersing en bedrijfshulpverlening worden gesteld en waar nodig wordt gezorgd voor scholing hierin; k. de exploitant zich een oordeel vormt over de mate van zelfredzaamheid van de prostituee voordat deze voor of bij hem gaat werken, teneinde vast te stellen of zij voldoet aan de eisen die hij hiervoor in zijn bedrijfsplan heeft opgenomen; l. de exploitant voor elke voor of bij hem werkzame prostituee kan aantonen onder welke verhuur- of arbeidsvoorwaarden zij haar diensten aanbiedt; m. de exploitant of beheerder zich er regelmatig van vergewist dat de prostituee niet door derden gedwongen wordt tot prostitutie en dat hij in dit kader informatie van hulpverleningsinstanties ter beschikking stelt; n. de exploitant aan de voor of bij hem werkzame prostituees informatie ter beschikking stelt over de mogelijkheden om hulp te krijgen als een prostituee wil stoppen met haar werk in de prostitutie; o. de overlast aan de omgeving van de onder het seksbedrijf vallende seksinrichtingen beperkt wordt. 3.

Het bedrijfsplan wordt overgelegd bij de aanvraag om een vergunning.

Opname volgens model APV, bedrijfsplan is nader uitgewerkt.

Artikel

Onderwerp

Was

artikel 3:16

Minimale verhuurperiode werkruimte Verdere verplichtingen van de exploitant en beheerder prostitutiebedrijf

(gereserveerd)

artikel 3:17

Paragraaf 3.3

Raam- en straatprostitutie

artikel 3:18

Raamprostitutie

Wordt Reden 4. De exploitant meldt een voorgenomen wijziging van het bedrijfsplan onverwijld aan het bevoegde bestuursorgaan. De wijziging wordt na goedkeuring van het bevoegde bestuursorgaan als onderdeel van het bedrijfsplan aangemerkt, als deze voldoet aan de eisen die overeenkomstig het eerste en tweede lid aan een bedrijfsplan worden gesteld. 5. De rechten voor prostituees, die worden gewaarborgd op grond van het tweede lid, worden op schrift gesteld en in een voor haar begrijpelijke taal uitgereikt aan elke prostituee die werkzaam is voor of bij de exploitant. 6. In de seksinrichting wordt in ten minste twee talen en voor de klant goed zichtbaar bekend gemaakt dat een prostituee klanten en diensten mag weigeren en mag weigeren alcohol of drugs te gebruiken. Een werkruimte wordt bij aanvang van het huren voor ten minste 4 Opname volgens aaneengesloten weken verhuurd model APV

1.De exploitant van een prostitutiebedrijf draagt er zorg voor dat: a.de voor of bij het prostitutiebedrijf werkzame prostituees redelijkerwijs hun eigen werktijden kunnen bepalen; b.er een deugdelijke bedrijfsadministratie wordt gevoerd waarin de actuele gegevens zijn opgenomen van in ieder geval; i.de voor of bij het prostitutiebedrijf werkzame prostituees; ii.de verhuuradministratie; iii.de werkroosters van de beheerders; c.de bedrijfsadministratie met inachtneming van de wettelijke termijnen en te allen tijde beschikbaar is voor toezichthouders; d.medewerkers van de gemeentelijke gezondheidsdienst en van andere door de burgemeester of het college aangewezen instellingen worden toegelaten tot seksinrichtingen als ze voornemens zijn voorlichtings- en preventieactiviteiten uit te voeren of voorlichtingsmateriaal te verspreiden. e.dat onverwijld bij de burgemeester wordt gemeld ieder signaal van mensenhandel of andere vormen van dwang of uitbuiting; 2.Het is verboden te handelen in strijd met het eerste lid.

1. De exploitant of de beheerder is aanwezig gedurende de uren dat het prostitutiebedrijf daadwerkelijk wordt uitgeoefend. 2. De exploitant van een prostitutiebedrijf draagt er zorg voor dat: a. de voor of bij het prostitutiebedrijf werkzame prostituees redelijkerwijs hun eigen werktijden kunnen bepalen; b. er een deugdelijke bedrijfsadministratie wordt gevoerd waarin de actuele gegevens zijn opgenomen van in ieder geval; 1°. de voor of bij het prostitutiebedrijf werkzame prostituees; 2°. de verhuuradministratie; 3°. met betrekking tot alle voor of bij het prostitutiebedrijf werkzame prostituees, de documentatie die ten grondslag ligt aan de vorming van het oordeel over de mate van zelfredzaamheid, bedoeld in artikel 3:15, tweede lid, onder k; 4°. de werkroosters van de beheerders; 5°. […]. c. de bedrijfsadministratie met inachtneming van de wettelijke termijnen wordt bewaard en te allen tijde beschikbaar is voor toezichthouders; d. medewerkers van de gemeentelijke gezondheidsdienst en van andere door de burgemeester of het college aangewezen instellingen worden toegelaten tot seksinrichtingen als ze voornemens zijn voorlichtings- en preventieactiviteiten uit te voeren of voorlichtingsmateriaal te verspreiden; e. onverwijld bij de politie wordt gemeld ieder signaal van mensenhandel of andere vormen van dwang en uitbuiting; f.

onverwijld aan het bevoegde bestuursorgaan wordt gemeld als gedurende ten minste één maand geen gebruik gemaakt zal worden van de vergunning. Deze melding vermeldt de reden en de verwachte duur; g. gedaan wordt wat nodig is voor een goede gang van zaken binnen het prostitutiebedrijf.

Opname volgens model-APV. • Lid 1 is aangepast en het artikel is hernummerd gelet op de toevoeging van het eerste lid. • Art. 3:17 lid 2 onder 3 en 4: opname als gevolg van de opname van art. 3:15 uitwerking bedrijfsplan.

1.Het is een prostituee verboden: a.zich vanuit een gebouw of vanuit de toegang naar een gebouw aan klanten die zich op of aan de weg bevinden beschikbaar te stellen; en b.passanten hinderlijk te bejegenen of zich aan passanten op te dringen dan wel zich ongekleed of vrijwel ongekleed achter het raam van een seksinrichting

Het is een prostituee verboden: a. zich vanuit een gebouw of vanuit de toegang naar een gebouw aan klanten die zich op of aan de weg bevinden beschikbaar te stellen; en b. passanten hinderlijk te bejegenen of zich aan passanten op te dringen dan

Lid 2 is verwijderd omdat wij geen vergunning gaan verlenen voor raamprostitutie.

Artikel

Onderwerp

artikel 3:19

Straatprostitutie

artikel 3:20

Handhaving straatprostitutie

Was of in de toegang tot een seksinrichting op te houden. 2.Het verbod van het eerste lid, aanhef en onder a, is niet van toepassing op een prostituee die werkzaam is in onder een raamprostitutiebedrijf vallende een seksinrichting waarvoor een vergunning is verleend. 1.Het is verboden op openbare plaatsen door handelingen, houding, woord, gebaar of op andere wijze, passanten te bewegen, uit te nodigen dan wel aan te lokken om gebruik te maken van de diensten van een prostituee. 2.Het is verboden zich op openbare plaatsen op enigerlei wijze dwingend te bemoeien met een prostituee. 3.Het verbod in het tweede lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 237f, 424, 426bis of 431 van het Wetboek van Strafrecht dan wel artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994. 1.Met het oog op de naleving van het verbod, bedoeld in artikel 3:19, kan door een opsporingsambtenaar het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen. 2.Met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in artikel 3:5, vijfde lid, kan door een opsporingsambtenaar aan personen die zich bevinden op de openbare plaatsen bedoeld in artikel 3:19, het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.

3.De burgemeester kan met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in artikel 3:5, vijfde lid, personen aan wie ten minste eenmaal een bevel is gegeven als bedoeld in het tweede lid, verbieden zich gedurende een bepaalde termijn, anders dan in een openbaar middel van vervoer, te bevinden op de in dat besluit aangegeven openbare plaats(en). Degene die een verbod heeft gekregen is verplicht hieraan onmiddellijk te voldoen. 4.De burgemeester beperkt het verbod bedoeld in het derde lid indien dat in verband met persoonlijke omstandigheden van de betrokkene noodzakelijk is.

Wordt Reden wel zich ongekleed of vrijwel ongekleed achter het raam van een seksinrichting of in de toegang tot een seksinrichting op te houden.

Artikel 3:21 Verbodsbepalingen klanten Opname volgens 1. Het is een klant verboden seksuele handelingen te verrichten met een model APV. prostituee van wie hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat zij werkzaam is voor of bij een exploitant aan wie geen vergunning voor een prostitutiebedrijf is verleend. 2. Het is verboden op of aan de weg of op, aan of in een andere voor publiek toegankelijke plaats gebruik te maken van de diensten van een prostituee. 3. Het verbod, bedoeld in het tweede lid, geldt niet in een seksinrichting waarvoor een vergunning is verleend en op of aan de op grond van artikel 3:19, tweede lid, aangewezen wegen. 1. Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin of daarop Opname volgens goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan model APV, tekstueel. wel afbeeldingen van erotisch-pornografische aard openlijk tentoon te stellen, aan te bieden of aan te brengen als de burgemeester aan de rechthebbende heeft bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen daarvan, de openbare orde of de woon- en leefomgeving in gevaar brengt. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op het tentoonstellen, aanbieden of

1. Het is verboden op of aan de weg of op, aan of in een andere vanaf de weg zichtbare plaats, niet zijnde een seksinrichting waarvoor een vergunning is verleend, zich op te houden met het kennelijke doel prostitutie of het verrichten van seksuele handelingen in het kader van prostitutie. 2. Het verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen wegen gedurende de door het college vastgestelde tijden.

Opname volgens modelapv (lid 3 vervalt).

1. Met het oog op de naleving van het verbod, bedoeld in artikel 3:19, eerste lid, kan door een politieambtenaar of toezichthouder het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen. 2. Een politieambtenaar of toezichthouder kan een persoon die zich op een krachtens artikel 3:19, tweede lid, aangewezen weg bevindt, in het belang van de openbare orde, de woon- en leefomgeving, het voorkomen of beperken van overlast, de veiligheid, de zedelijkheid of de gezondheid van prostituees of klanten bevelen zich onmiddellijk in een door hem aangegeven richting te verwijderen. 3. Met het oog op de in het tweede lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie ten minste eenmaal een bevel als bedoeld in dat lid is gegeven een bevel geven zich gedurende ten hoogste 3 maanden niet op te houden op krachtens artikel 3:19, tweede lid, aangewezen wegen. 4. De burgemeester beperkt het in het derde lid bedoelde bevel, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van de betrokkene noodzakelijk oordeelt.

Tekstuele aanpassingen/opname volgens model APV: toevoeging van een termijn in lid 3.

Afdeling 4 overige bepalingen artikel 3:21

verbodsbepalingen klanten

(gereserveerd)

artikel 3:22

Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotischpornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke

1.Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen van erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te stellen, aan te bieden of aan te brengen: a. indien het bevoegd bestuursorgaan aan de rechthebbende heeft bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen daarvan, de openbare orde of de woon- en leefomgeving in gevaar brengt; b. anders dan overeenkomstig de door het bevoegd bestuursorgaan in het

Artikel

Onderwerp

Hoofdstuk 4

artikel 4:1

Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente Voorkomen of Geluidhinder en verlichting beperken geluidhinder en hinder door verlichting begripsbepalingen

artikel 4:1

Definities

artikel 4:2

Aanwijzing collectieve 1.De geluidsnormen bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit festiviteiten en artikel 4:5 van deze verordening gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen. 2.De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 3.148, eerste lid, van het Besluit gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen. 3.In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid, kan het college

afdeling 1

Was belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving gestelde regels. 2.Het verbod bedoeld in het eerste lid is niet van toepassing op het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet.

Artikel 4:1 Begripsbepalingen In deze afdeling wordt verstaan onder: a. Besluit: Activiteitenbesluit milieubeheer; b. inrichting: inrichting type A of type B als bedoeld in het Besluit; c. houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting drijft; d. collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is verbonden; e. incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen; f. geluidsgevoelige gebouwen: woningen en gebouwen die op grond van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als geluidsgevoelige gebouwen met uitzondering van gebouwen behorende bij de betreffende inrichting; g. geluidsgevoelige terreinen: terreinen die op grond van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als geluidsgevoelige terreinen met uitzondering van terreinen behorende bij de betreffende inrichting; h. onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is versterkt. i. horecaconcentratiegebied: een binnen de gemeente gelegen gebied dat gekenmerkt wordt door een concentratie van horecabedrijven en om die reden door het college is aangewezen als “horecaconcentratiegebied”.

Wordt aanbrengen van goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en gevoelens, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet.

Reden

Voorkomen of beperken geluidhinder en hinder door verlichting

Aanpassen volgens model APV.

definities

tekstueel

Artikel 4:1 Definities Indeling volgens In deze afdeling wordt verstaan onder: Model APV. - Besluit: Activiteitenbesluit milieubeheer; • “Begripsbepalingen” - collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal is aangepast naar inrichtingen is verbonden; “Definities”. - gevoelige gebouwen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1. van • Sub a t/m i is het Activiteitenbesluit milieubeheer; verwijderd. Daarvoor - gevoelige terreinen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1. van het in de plaats staan de Activiteitenbesluit milieubeheer; begrippen nu op - houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder alfabetische volgorde. of anderszins een inrichting drijft; - incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen; - inrichting: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer, met dien verstande dat de artikelen 4:2 tot en met 4:5 uitsluitend van toepassing zijn op inrichtingen type A of type B als bedoeld in het Activiteitenbesluit milieubeheer; - onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is versterkt. - horecaconcentratiegebied: een binnen de gemeente gelegen gebied dat gekenmerkt wordt door een concentratie van horecabedrijven en om die reden door het college is aangewezen als “horecaconcentratiegebied”. 1.

De geluidsnormen bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 Tekstuele aanpassing: van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:5 gelden niet voor door o.a artikel 2:17a en het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende 19a zijn toegevoegd in de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen. lid 1. 2. De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 3.148, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.

Artikel

Onderwerp

artikel 4:3

Incidentele festiviteiten

Was bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in een of meer van de volgende delen: a.Eén of meer horecaconcentratiegebieden. b. Eén of meer van de volgende bebouwde kommen: Burgerbrug, Burgervlotbrug, Callantsoog, De Stolpen, Dirkshorn, Eenigenburg, Groenveld, Groote Keeten, Kalverdijk; Kerkbuurt, Krabbendam, Oudesluis, Petten, ’t Rijpje, Schagen, Schagerbrug, Schoorldam, Sint Maarten, Sint Maartensbrug, Sint Maartensvlotbrug, Sint Maartenszee, Stroet, Tuitjenhorn, Valkoog, Waarland, Warmenhuizen en ’t Zand. c. Het overige gebied van de gemeente Schagen. 4.Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor het begin van een nieuw kalenderjaar bekend. 5.Het college kan wanneer een collectieve festiviteit redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid aanwijzen. 6.Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de inrichting, bedraagt niet meer dan 80 dB(A), gemeten op de gevel van gevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter. 7.De geluidswaarde als bedoeld in het zesde lid is inclusief onversterkte muziek en inclusief 10 dB(A) toeslag vanwege muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten.

8.Op de dagen als bedoeld in het eerste lid dient het ten gehore brengen van extra muziek -hoger dan de geluidsnorm als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening- uiterlijk om 02:00 uur te worden beëindigd.

Wordt Reden 3. In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid kan het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in een of meer van de volgende delen: a. één of meer horecaconcentratiegebieden; b. één of meer van de volgende bebouwde kommen: Burgerbrug, Burgervlotbrug, Callantsoog, De Stolpen, Dirkshorn, Eenigenburg, Groenveld, Groote Keeten, Kalverdijk, Kerkbuurt, Krabbendam, Oudesluis, Petten, ’t Rijpje, Schagen, Schagerbrug, Schoorldam, Sint Maarten, Sint Maartensvlotbrug, Sint Maartenszee, Stroet, Tuitjenhorn, Valkoog, Waarland, Warmenhuizen en ’t Zand. c. Het overige gebied van de gemeente Schagen. 4. Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor het begin van een nieuw kalenderjaar bekend. 5. Als een collectieve festiviteit redelijkerwijs niet te voorzien was, kan het college een festiviteit terstond als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid aanwijzen. 6. Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de inrichting, bedraagt niet meer dan 80 dB(A), gemeten op de gevel van gevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter. 7. De geluidsnorm, bedoeld in het zesde lid, is inclusief onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten. 8.

Op de dagen, bedoeld in het eerste lid, wordt het ten gehore brengen van extra muziek hoger dan de geluidsnorm, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:5, uiterlijk om 02:00 uur beëindigd. Artikel 4:3 Kennisgeving incidentele festiviteiten Artikel 4:3 Melding incidentele festiviteiten Tekstuele 1.Het is een inrichting toegestaan maximaal 12 incidentele festiviteiten per 1. Het is een inrichting toegestaan op maximaal 12 dagen of dagdelen per aanpassingen (o.a): kalenderjaar te houden waarbij de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen kalenderjaar incidentele festiviteiten te houden waarbij de geluidsnormen, • “Kennisgeving 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening niet van bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het incidentele toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:5, niet van toepassing zijn, mits de festiviteiten” is de aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld. houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de aangepast naar 2.Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 6 incidentele festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college.

“melding incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer aan te houden ten behoeve 2. Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 6 dagen of dagdelen festiviteiten”. van sportactiviteiten waarbij artikel 3.148, eerste lid, van het Besluit niet van per kalenderjaar in verband met de viering van incidentele festiviteiten de • artikel 2:17a en 19a toepassing is, mits de houder van de inrichting ten minste tien werkdagen voor verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij zijn toegevoegd in lid de aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld. artikel 3.148, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer niet van 1. 3.Het college stelt een formulier vast voor het doen van een kennisgeving. toepassing is, mits de houder van de inrichting ten minste tien werkdagen voor 4.De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het formulier, volledig de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college. en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat formulier 3. Het college stelt een formulier vast voor het doen van de melding. vermeld. 4. De melding is gedaan wanneer het formulier, volledig en naar waarheid 5.De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het college op ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld.

verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit, die 5. De melding wordt geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat. de houder van een inrichting een incidentele festiviteit die redelijkerwijs niet te 6.Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de inrichting bedraagt voorzien was, terstond toestaat. niet meer dan 80 dB(A), gemeten op de gevel van geluidgevoelige gebouwen op 6. Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de inrichting bedraagt een hoogte van 1,5 meter. niet meer dan 80 dB(A), gemeten op de gevel van gevoelige gebouwen op een 7.De geluidswaarde als bedoeld in het zesde lid is inclusief onversterkte muziek hoogte van 1,5 meter. en inclusief 10 dB(A) toeslag vanwege muziekcorrectie. Tevens wordt de 7. De geluidsnorm, bedoeld in het zesde lid, is inclusief onversterkte muziek en bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwen gelaten. exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege muziekcorrectie. Tevens wordt de 8.Op de dagen als bedoeld in het eerste lid wordt het ten gehore brengen van bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten.

Artikel

Onderwerp

Was extra muziek - hoger dan de geluidsnorm als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening - uiterlijk om 02:00 uur beëindigd. 9.De geluidsnorm als bedoeld in het zesde lid geldt voor het bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de buitenruimte. 10.Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen.

artikel 4:5

Onversterkte muziek

1.Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek als bedoeld in artikel 2.18, eerste lid onder f en vijfde lid van het Besluit binnen inrichtingen is de onder e. opgenomen tabel van toepassing, met dien verstande dat: a.de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of aanpandige gevoelige gebouwen niet gelden indien de gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van geluidsmetingen; b.de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij gevoelige terreinen op de grens van het terrein; c.de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor zover het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige ruimten en verblijfsruimten; d.bij het bepalen van de geluidsniveaus zoals vermeld in de tabel geen bedrijfsduurcorrectie wordt toegepast. e. Tabel

2.Voor de duur van 4 uur in de week is onversterkte muziek, vanwege het oefenen door muziekgezelschappen zoals orkesten, harmonie- en fanfaregezelschappen, in een inrichting gedurende de dag- en avondperiode uitgezonderd van de genoemde geluidsniveaus in het eerste lid. 3.Indien versterkte elementen worden gecombineerd met onversterkte elementen, wordt het hele samenspel beschouwd als versterkte muziek en is het Besluit van toepassing. 4.Het eerste lid is niet van toepassing op collectieve en incidentele festiviteiten als bedoeld in artikel 4:2 en artikel 4:3.

Wordt 8. Op de dagen, bedoeld in het eerste lid, wordt het ten gehore brengen van extra muziek hoger dan de geluidsnorm, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:5, uiterlijk om 02:00 uur beëindigd. 9. De geluidsnorm, bedoeld in het zesde lid, geldt voor het bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de buitenruimte. 10. Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen. 1. Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek als bedoeld in artikel 2.18, eerste lid, onder f, en vijfde lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer binnen inrichtingen is de in het tweede lid opgenomen tabel van toepassing, met dien verstande dat: a. de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of aanpandige gevoelige gebouwen niet gelden als de gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van geluidsmetingen; b. de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij gevoelige terreinen op de grens van het terrein; c.

de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor zover het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige ruimten als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder en verblijfsruimten als bedoeld in artikel 1.1, onder d, van het Besluit geluidhinder; d. bij het bepalen van de geluidsniveaus als vermeld in de tabel geen bedrijfsduurcorrectie wordt toegepast. 2. Tabel

3. Voor de duur van 4 uur in de week is onversterkte muziek, vanwege het oefenen door muziekgezelschappen zoals orkesten, harmonie- en fanfaregezelschappen, in een inrichting gedurende de dag- en avondperiode uitgezonderd van de genoemde geluidsniveaus in het eerste lid. 4. Als versterkte elementen worden gecombineerd met onversterkte elementen, wordt het hele samenspel beschouwd als versterkte muziek en is dit artikel niet van toepassing. 5. Het eerste lid is niet van toepassing op collectieve en incidentele festiviteiten als bedoeld in de artikelen 4:2 en 4:3.

Reden

Tekstuele aanpassing: • artikel 1 lid c is aangepast; • tabel zat in sub e en nu is tabel opgenomen in lid 2; • aanpassing in lid 4

Artikel artikel 4:6

artikel 4:13

artikel 4:15

Onderwerp Was Wordt Overige geluidshinder 1.Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer of 1. Het is verboden buiten een inrichting op een zodanige wijze toestellen of van het Besluit op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt. omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 2.Het college kan van het verbod ontheffing verlenen. 3.Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de 3.Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de Provinciale milieuverordening. Vuurwerkbesluit of de Provinciale milieuverordening. 4.Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht 4.Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Opslag voertuigen, Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz. Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen en dergelijke vaartuigen, mest, 1.Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van 1. Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien afvalstoffen en de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast dan wel voorkoming van de gemeente, ter voorkoming of beëindiging van overlast dan wel dergelijke van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, in de openlucht of buiten de weg buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, in de openlucht of de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te buiten de weg de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of hebben: aanwezig te hebben: a.onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voer- of a. onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan; vaartuigen of onderdelen daarvan; b.bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan; b. bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan; c.kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of onderdelen daarvan, indien c.

kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of onderdelen daarvan, voor het plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of zover het plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of anderszins voor een commercieel doel; of verhuur of anderszins voor een commercieel doel; of d.mestopslag, gierkelders of andere verzamelplaatsen van vuil, een verzameling d. mestopslag, gierkelders of andere verzamelplaatsen van vuil, een ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde landbouwproducten, verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen. afbraakmaterialen en oude 2.Het college kan bij de aanwijzing nadere regels stellen. metalen. 3.Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien krachtens 2. Het college kan bij de aanwijzing nadere regels stellen. de Wet ruimtelijke ordening of door of krachtens de Provinciale 3. 3.Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien Landschapsverordening. krachtens de Wet ruimtelijke ordening of door of krachtens de Provinciale Landschapsverordening. Verbod hinderlijke of 1. Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of 1.

Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of gevaarlijke reclame te voeren door middel van een opschrift, aankondiging of afbeelding waardoor te voeren door middel van een opschrift, aankondiging of afbeelding waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht of ernstige hinder ontstaat voor de het verkeer in gevaar wordt gebracht of ernstige hinder ontstaat voor de omgeving. omgeving. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door 2. Het verbod is niet van toepassing in gevallen waarin een het Activiteitenbesluit milieubeheer. omgevingsvergunning is verleend en het gevaar en de hinder zijn betrokken bij de afweging.

Afdeling 5. Kamperen buiten kampeerterreinen artikel 4:17 Definitie kampeermiddel artikel 4:19

Aanwijzing kampeerplaatsen

Reden Tekstuele aanpassingen (lid 1 en 2).

Opname volgens model APV, tekstuele aanpassing.

Conform model APV

Begripsbepaling

Definitie

Tekstuele aanpassing

1.Het verbod van artikel 4:18, eerste lid is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen. 2.Het college kan daarbij nadere regels stellen ter bescherming van de belangen genoemd artikel 4:18, vierde lid, onder a en b.

1. Artikel 4:18, eerste lid, is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen. 2. Het college kan daarbij nadere regels stellen ter bescherming van de belangen genoemd in artikel 4:18, vierde lid.

Tekstuele aanpassing, opname volgens model-APV

Artikel Hoofdstuk 5

Onderwerp

Was

Wordt

Reden

afdeling 1

Parkeerexcessen en stopverbod

parkeerexcessen

parkeerexcessen en stopverbod

tekstueel - toevoegen volgens model APV

artikel 5:1

Begripsbepalingen

artikel 5:2

Voertuigen van autobedrijf e.d.

artikel 5:6

Kampeermiddelen en andere voertuigen

Artikel 5:1 Begripsbepalingen (vervallen) Is opgenomen in In deze afdeling wordt verstaan onder: artikel 1:1. a.voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder al, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990) met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen; b.parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1, onder ac, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990). 1.Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede verstaan: 1. Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede verstaan: Tekstueel -volgens a.het gebruiken van een voertuig voor het geven van lessen; a. het gebruiken van een voertuig voor het geven van lessen; of model APV. b.het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van personen tegen b. het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van personen tegen “Parkeren van betaling. betaling. voertuigen van 2.Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet gerekend: 2. Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet gerekend: autobedrijf e.d.” is a.voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden verricht a.

voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden verricht aangepast naar die in totaal niet meer dan een uur vergen, en dit gedurende de tijd die nodig is die in totaal niet meer dan een uur vergen, en dit gedurende de tijd die nodig is “Voertuigen van en gebruikt wordt voor deze werkzaamheden; en gebruikt wordt voor deze werkzaamheden; of autobedrijf e.d.” b.voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde lid bedoelde persoon. b. voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde lid bedoelde 3.Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een gewoonte van persoon. Maakt het mogelijk op maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te slopen, te verhuren of te 3. Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een gewoonte van te treden tegen verhandelen, verboden: maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te slopen, te verhuren of te excessief gebruik van a.drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd, op de weg verhandelen, verboden: de weg door te parkeren binnen een cirkel met een straal van 25 meter met als middelpunt a. drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd, op de bijvoorbeeld een van deze voertuigen; weg te parkeren binnen een cirkel met een straal van 25 meter met als rijschoolhouders en b.de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.

middelpunt een van deze voertuigen; taxiondernemers. 4.Het college kan ontheffing van het verbod verlenen. b. de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken. 5.Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht 4. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. 5. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. 1.Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere 1. Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere Tekstuele aanpassing dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt: dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt: lid 2 en lid 4. a. langer dan op drie achtereenvolgende dagen te plaatsen of te hebben op een a. langer dan op drie achtereenvolgende dagen te plaatsen of te hebben op door het college aangewezen weg, waar dit naar zijn oordeel buitensporig is een door het college aangewezen weg, waar dit naar zijn oordeel buitensporig met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte of schadelijk is is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte of schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente; voor het uiterlijk aanzien van de gemeente; b.

op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit naar zijn b. op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. 2.Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste lid, aanhef 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het eerste en onder a. lid, aanhef en onder a. 3.Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt 3. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Provinciaal wegenreglement of de Provinciale voorzien door het Provinciaal wegenreglement of de Provinciale landschapsverordening. landschapsverordening. 4.Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht 4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel artikel 5:7

Onderwerp Reclamevoertuigen

artikel 5:8

Grote voertuigen

artikel 5:9

artikel 5:11

artikel 5:12

Was Parkeren van reclamevoertuigen

1.Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. 2.Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door het college aangewezen weg, waar dit parkeren naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte. 3.Het verbod in het tweede lid is niet van toepassing op werkdagen van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00 uur. 4.De verboden in het eerste en tweede lid zijn voorts niet van toepassing op campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg worden geplaatst of gehouden. 5.Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde verboden ontheffing verlenen. 6.Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Uitzichtbelemmerend 1.Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een lengte heeft e voertuigen van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op hinderlijke wijze wordt belemmerd of hen anderszins hinder of overlast wordt aangedaan. 2. Het verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is. Aantasting 1. Het is verboden met een voertuig te rijden door een park of plantsoen of een groenvoorzieningen van gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook, of het daarin te door voertuigen doen of te laten staan. 2. Dit verbod is niet van toepassing op: a. de weg; b. voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam; c. voertuigen waarmee standplaats wordt of is ingenomen op terreinen die voor dit doel zijn bestemd. 3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.

overlast van fiets of bromfiets

Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast, of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen langer dan 1 maand onbeheerd te laten staan.

Wordt Reclamevoertuigen

Reden Tekstuele aanpassing.

1. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte Tekstuele aanpassing heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter te parkeren in lid 4, 5 en 6 en op een door het college aangewezen plaats, waar dit naar zijn oordeel onderwerp (“parkeren schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. van grote voertuigen” 2. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte is aangepast naar heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door het college aangewezen “grote voertuigen”. weg, waar dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte. 3. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg worden geplaatst of gehouden. 4. Het tweede lid is voorts niet van toepassing op werkdagen van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00 uur. 5. Het college kan ontheffing verlenen van de verboden. 6. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. 1.

Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een lengte heeft tekstuele aanpassing: van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter, op de weg te titel (“Parkeren van parkeren bij een voor bewoning of ander dagelijks gebruik bestemd gebouw op uitzichtbelemmerende zodanige wijze dat daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat voertuigen” is gebouw op hinderlijke wijze wordt belemmerd of hen anderszins hinder of aangepast naar overlast wordt aangedaan. “uitzichtbelemmeren2. Het verbod is niet van toepassing gedurende de tijd die nodig is en gebruikt de voertuigen” en lid wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van 2. het voertuig ter plaatse noodzakelijk is. 1.Het is verboden met een voertuig te rijden door een park of plantsoen of een Tekstuele aanpassing, van gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook, of het daarin te lid 4 is vervallen doen of te laten staan. (toestemming van 2.Dit verbod is niet van toepassing: rechtswege bij niet a.op de weg; tijdig beslissen). b.op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden door of vanwege de overheid; en c.op voertuigen waarmee standplaats wordt of is ingenomen op terreinen die voor dit doel zijn bestemd. 3.Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.

4.Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. 1.Het is in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente en/of ter Tekstuele aanpassing + voorkoming of beëindiging van overlast of hinder of gevaarzetting, of ter verruiming, voorkoming van schade verboden op door het college aangewezen plaatsen, • Lid 1: o.a. is het fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of woord opheffing plaatsen te laten staan. aangepast naar 2.Onverminderd het bepaalde in het eerste lid is het verboden op of aan een beëindiging (overname openbare plaats, dan wel in of buiten de openbare fietsparkeervoorzieningen, volgens modelapv). (brom)fietsen of vergelijkbare vervoermiddelen • Toevoeging lid 2 sub

Artikel

Onderwerp

Was

Wordt a. langer dan een maand onafgebroken te laten staan; b. die rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeren langer dan drie achtereenvolgende dagen te laten staan.

artikel 5:15

Venten

1. Het is verboden te venten op door het college (in het belang van de openbare orde) aangewezen openbare plaatsen, dagen of uren. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 3. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. 4. Het verbod is niet van toepassing op: a. situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994; b. het venten met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard.

Tekstueel volgens model APV. lid 1 (a en b samengevoegd) +kleine tekstuele aanpassingen

artikel 5:17

Standplaatsen

1.Het is verboden te venten: a. op door het college in het belang van de openbare orde aangewezen openbare plaatsen; of b. op door het college in het belang van de openbare orde aangewezen dagen en uren. 2.Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste lid. 3.Op de ontheffing bedoeld in het tweede lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. 4.Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet. 5.Het verbod bedoeld in artikel 5:15, eerste lid, is niet van toepassing op het venten met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard. Begripsbepaling

Definitie

Tekstueel volgens Model APV

artikel 5:18

Standplaatsvergunning en weigeringsgronden

1. Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben. 2.Het college kan de vergunning weigeren wegens strijd met een geldend

1. Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben. 2.Het college kan de vergunning weigeren wegens strijd met een geldend

Aanpassing lid 3. Voorgetelde wijziging van de VNG in lid 2

artikel 5:13

artikel 5:14

Reden a: weesfietsen mogen na 1 maand verwijderd worden. • Lid 2 sub b: Fietswrakken mogen na 3 dagen verwijderd worden. Inzameling van geld of 1.Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare inzameling 1. Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare inzameling opname leden- of goederen of leden- of van geld of goederen te houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden. van geld of goederen te houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden, dan donateurwerving donateurwerving 2.Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan: het bij het wel in het openbaar leden of donateurs te werven als daarbij te kennen wordt volgens model APV + aanbieden van goederen, waartoe ook worden gerekend geschreven of gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor tekstuele wijzigingen gedrukte stukken, dan wel bij het aanbieden van diensten aanvaarden van geld een liefdadig of ideëel doel is bestemd. of goederen, indien daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt 2. Onder een inzameling als bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan het gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is aanvaarden van geld of goederen bij het aanbieden van diensten of goederen, bestemd.

waartoe ook worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, als daarbij te 3.Het verbod geldt niet voor een inzameling die wordt gehouden: kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of a.in besloten kring, ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd. b.door een instelling met een CBF-keurmerk, of 3. Het verbod geldt niet voor een inzameling of werving die wordt gehouden: c. door een andere, door het college aangewezen instelling. a. in besloten kring; [, of;] 4.Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht b. door een instelling die is ingedeeld in het door het college vastgestelde (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. collecte- en wervingsrooster, mits de inzameling of werving overeenkomstig dat collecte- en wervingsrooster en met inachtneming van de door het college gegeven voorschriften plaatsvindt[; of c. door een andere, door het college aangewezen instelling. 4. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Begripsbepaling Definitie tekstueel volgens model APV

Artikel

Onderwerp

Was Wordt bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. voorbereidingsbesluit. 3.Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd: geweigerd als: a. indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving a. de standplaats hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; voldoet aan redelijke eisen van welstand; of b. indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een b. een kwantitatieve of territoriale beperking als gevolg van bijzondere deel van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door het verlenen van omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente noodzakelijk de vergunning voor een standplaats voor het verkopen van goederen een is in verband met een dwingende reden van algemeen belang. redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar komt. 4. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene 4.Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

van toepassing.

Reden niet overgenomen omdat in onze bestemmingsplannen nog niet alle standplaatsen positief zijn bestemd. Zodra dit wel goed is geregeld kan lid 2 aangepast worden naar: "Het college weigert de vergunning wegens strijd met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. " tekstueel volgens de model APV

artikel 5:20

Afdeling 5

Afbakeningsbepalinge 1.Het verbod van artikel 5:18, eerste lid is niet van toepassing op situaties n waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement. 2.De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a, is niet van toepassing op bouwwerken. Snuffelmarkten vervallen

1. Artikel 5:18, eerste lid, is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement. 2. De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a, is niet van toepassing op bouwwerken. Snuffelmarkten

artikel 5:22

Snuffelmarkt

vervallen

artikel 5:23

Snuffelmarkt

vervallen

1. In deze afdeling wordt onder snuffelmarkt verstaan een markt in een voor Volgens model-APV het publiek toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk tweedehands en incourante goederen worden verhandeld of diensten worden aangeboden vanaf standplaatsen. 2. Onder snuffelmarkt wordt niet verstaan: a. een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet; b. een evenement als bedoeld in artikel 2:24. 1. Het is verboden een snuffelmarkt te organiseren: Volgens model-APV a. wegens strijd met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit; b. als de burgemeester het organiseren van de snuffelmarkt verboden heeft in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu; of c. zonder voorafgaande melding. 2. De organisator doet de melding als bedoeld in het eerste lid, onder c, binnen [aantal] weken voorafgaand aan de snuffelmarkt met vermelding van: a. naam en adres van de organisator; b. adres van het gebouw waar de snuffelmarkt gehouden wordt; c. de dagen en tijdstippen waarop de snuffelmarkt wordt gehouden; d. de frequentie van het houden van de snuffelmarkt; e. het soort van goederen en diensten dat wordt aangeboden en verhandeld; f. het aantal standplaatsen; en g. het te verwachten aantal bezoekers. 3.

De snuffelmarkt kan worden gehouden als de burgemeester niet binnen 2

Artikel

Onderwerp

Was

artikel 5:25

Ligplaats vaartuigen

1.Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te stellen op door het college aangewezen gedeelten van openbaar water. 2.Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar water: a.nadere regels stellen in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente; b.beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen. 3.Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet, de Provinciale vaarwegenverordening of de Provinciale landschapsverordening

artikel 5:26

aanwijzingen ligplaats

Wordt Reden weken na ontvangst van de melding heeft beslist dat het organiseren van de snuffelmarkt wordt verboden in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu. De burgemeester geeft daarvan binnen 2 weken na ontvangst van de melding aan de organisator met opgaaf van redenen bericht. 4. Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend dan wel nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de zin van de Winkeltijdenwet. 1. Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te hebben dan Lid 4 en 5 zijn wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te stellen op door het college toegevoegd en aangewezen gedeelten van openbaar water. gehaald uit 5:26 lid 1 2. Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen van een en 2 ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet krachtens het eerste lid Opname volgens aangewezen gedeelten van openbaar water: a. nadere regels stellen in het model-APV. belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente; b. beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen. 3.Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet, de Provinciale vaarwegenverordening of de Provinciale landschapsverordening 4.

Het college kan aan de rechthebbende op een vaartuig aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente. 5. De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door het college gegeven aanwijzingen met vervallen (opgenomen in art 5:25 lid 4) Aanpassen volgens Model APV

artikel 5:27

verbod innemen ligplaats

Het is verboden een ligplaats in te nemen, te hebben of beschikbaar te stellen in strijd met het krachtens artikel 5:26, tweede lid bepaalde.

vervallen

Aanpassen volgens model APV

Afdeling 7

Crossterreinen

Afdeling 7. Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden

Afdeling 7. Crossterreinen en gemotoriseerd- en ruiterverkeer in natuurgebieden

artikel 5:31a

Begripsbepalingen

vervallen

artikel 5:32

Crossterreinen

In deze afdeling wordt verstaan onder: -motorvoertuig; hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, onder z, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; -bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid onder e, van de Wegenverkeerswet 1994. 1.Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of een bromfiets een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben. 2.Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan daarbij nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen: a.in het belang van het voorkomen of beperken van overlast;

Toevoeging van streepje na het woord gemotoriseerd- en ruiterverkeer Volgens model-APV, opgenomen in artikel 1:1.

1. Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of een bromfiets te crossen buiten wedstrijdverband, een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben. 2. Het verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van: a. het voorkomen of beperken van overlast;

• Lid 1 tekstueel: "te crossen". • Lid 3 toevoeging “de Zondagswet”.

Artikel

Onderwerp

artikel 5:33

Beperking verkeer in natuurgebieden

afdeling 8

artikel 5:34

Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken

Was b.in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden; c.in het belang van de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek. 3.Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer of het Besluit geluidproduktie sportmotoren. 1.Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig, een bromfiets, een fiets of een paard. 2.Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan daarbij nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen: a.het voorkomen van overlast; b.de bescherming van natuur- of milieuwaarden; c.de veiligheid van het publiek.

3.Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op motorvoertuigen, bromfietsen, fietsen en paarden: a.ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de bevoegde minister aangewezen hulpverleningsdiensten; b.die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de terreinen als in het eerste lid bedoeld; c.die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd; d.van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het eerste lid bedoeld; e.voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de onder d bedoelde personen. 4.Het in het eerste lid gestelde verbod is voorts niet van toepassing: a.op wegen die gelegen zijn binnen de in het eerste lid bedoelde gebieden of terreinen; b.binnen de bij of krachtens de Provinciale verordening 'Stiltegebieden' aangewezen stiltegebieden ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als 'toestel'. 5.Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. 6.Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Verbod vuur te stoken

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14684322/1