Was wordt tabel APV 2023
Tekst van het document
Wordt b. de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden; c. de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek. 3.Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Zondagswet of het Besluit geluidproduktie sportmotoren. 1. Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig, een bromfiets, een fiets of een paard. 2. Het verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van: a. het voorkomen van overlast; b. de bescherming van natuur- of milieuwaarden; c. de veiligheid van het publiek. 3. Het verbod is niet van toepassing op motorvoertuigen, bromfietsen, fietsen en paarden: a. ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de bevoegde minister aangewezen hulpverleningsdiensten; b. die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de terreinen als in het eerste lid bedoeld; c.
die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd; d. van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het eerste lid bedoeld; e. voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de onder d bedoelde personen. 4. Het verbod is voorts niet van toepassing: a. op wegen die gelegen zijn binnen de in het eerste lid bedoelde gebieden of terreinen; b. binnen de bij of krachtens de Provinciale verordening ‘Stiltegebieden’ aangewezen stiltegebieden ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als ‘toestel’. 5. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 6.Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Vuurverbod
Reden
1.Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben; 2.Mits er geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op: a. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke; b. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen afvalstoffen worden verbrand;
1.Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. 2. Mits geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op: a. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke; b. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, voor zover geen afvalstoffen worden verbrand;
Tekstueel, lid 3
Volgens Model APV (tekstueel lid 5)
Tekstueel
Artikel
Onderwerp
Was c. vuur voor koken, bakken en braden. 3.Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen. 4.Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna. 5.Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht of de Provinciale milieuverordening. 6.Op de ontheffing bedoeld in het derde lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. 7.Het bepaalde in lid 2 is niet van toepassing op open vuur op het strand en de toegangspaden als bedoeld in artikel 2:79a; 8.Het college kan plaatsen en gebieden aanwijzen waar, al dan niet onder nadere voorwaarden, het verbod niet van toepassing is. verstrooiing van as
Wordt Reden c. vuur voor koken, bakken en braden. 3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna. 5. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1˚ of 3˚, van het Wetboek van Strafrecht of de Provinciale milieuverordening. 6. Op de aanvraag om een ontheffing bedoeld in het derde lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. 7. Het bepaalde in lid 2 is niet van toepassing op open vuur op het strand en de toegangspaden als bedoeld in artikel 2:79a. 8. Het college kan plaatsen en gebieden aanwijzen waar, al dan niet onder nadere voorwaarden, het verbod niet van toepassing is. Verstrooiing tekstueel
artikel 5:35
Definitie incidentele asverstrooiing
Begripsbepaling
Definitie
artikel 5:35
Definitie incidentele asverstrooiing
artikel 5:36
Verboden plaatsen
afdeling 10
In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing: het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een permanent daartoe bestemd terrein. 1.Incidentele asverstrooiing is verboden op: a.verharde delen van de weg; b.gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen. 2.Het college kan voor een bepaalde termijn verbieden dat op andere plaatsen dan die genoemd in het eerste lid asverstrooiing plaatsvindt. 3.Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorg draagt voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van het verbod uit het eerste lid, behoudens de gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen. 4.Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. afdeling 10, straatnaamborden, huisnummers e.d. (vervallen)
artikel 5:38
Gedoogplicht aanduidingen (vervallen)
In deze afdeling wordt onder incidentele asverstrooiing verstaan het tekstueel verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een permanent daartoe bestemd terrein. 1. Incidentele asverstrooiing is verboden op: tekstueel (lid 3) a. verharde delen van de weg; b. gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen. 2. Het college kan voor een bepaalde termijn verbieden dat op andere plaatsen dan die genoemd in het eerste lid asverstrooiing plaatsvindt. 3. Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorg draagt voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het eerste lid, onder a. 4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. weglaten volgens Model APV zie bijlage bij de apv 2016: weglaten want Is geregeld in de Verordening naamgeving en nummering weglaten volgens Model APV
artikel 5:39
verwijderen e.d. van aanduidingen (vervallen)
weglaten
Afdeling 9
tekstueel
Volgens Model APV
Artikel Hoofdstuk 6
Onderwerp
Was
Wordt
Reden
artikel 6:1
Sanctiebepaling
artikel 6:2
toezichthouders
1.Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de op • aanpassing in lid 2: grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt • artikel 4:11 is gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de verwijderd, want dit tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van artikel is niet de rechterlijke uitspraak. opgenomen in de APV 2.In afwijking van het eerste lid is artikel 1a van de Wet op de economische Schagen. Ook is in lid 2 delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de de verwijzing naar het artikelen 2:10 en 2:11 als sprake is van een omgevingsvergunningplichtige tweede lid eruit activiteit (artikel 2:12, eerste lid). gehaald. Dit klopte 3.In geval van overtreding van de krachtens artikel 3, derde lid, van de Wet namelijk veiligheidsregio’s gestelde regels kan het college een bestuurlijke boete niet. opleggen van ten hoogste de geldboete, bedoeld in artikel 64, eerste lid, van de Wet veiligheidsregio’s. 1.Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening Naam team is bepaalde zijn belast: De toezichthouders/handhavers van het team aangepast naar Serviceteam Toezicht en Handhaving. toezichthouders/ 2. Het college dan wel de burgemeester kan daarnaast andere personen met handhavers van het dit toezicht belasten. team Serviceteam 3.
Onverminderd het eerste en tweede lid zijn de ambtenaren van politie, Toezicht en bedoeld in artikel 141, onder b, van het Wetboek van Strafvordering, eveneens Handhaving. belast met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften.
artikel 6:3
Binnentreden woningen
artikel 6:4
Intrekking oude verordening
1.Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak. 2.In afwijking van het eerste en tweede lid is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2:10, vijfde lid, 2:11, tweede lid, 2:12, eerste lid en 4:11b, eerste lid. 3.In geval van overtreding van de krachtens artikel 3, derde lid, van de Wet veiligheidsregio’s gestelde regels kan het college een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste de geldboete, bedoeld in artikel 64, eerste lid, van de Wet veiligheidsregio’s. 1.Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde zijn belast: de personen in de functies Handhaver I, Handhaver II, Handhaver III, Medewerker toezicht en handhaving en Beleidsmedewerker toezicht en handhaving van de Afdeling Ruimte, Taakveld Toezicht en Handhaving. 2.Het college dan wel de burgemeester kan daarnaast andere personen met dit toezicht belasten.
3.Onverminderd het eerste en tweede lid zijn de ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 141, onder b, van het Wetboek van Strafvordering, eveneens belast met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften. 1.Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening, behoudens hoofdstuk 3, gegeven voorschriften die strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner. 2.De in artikel 6:2, derde lid, bedoelde ambtenaren, voor zover zij zijn belast met de opsporing van de strafbare feiten, bedoeld in de artikelen 3:14, tweede lid, en 3:21, eerste lid, zijn bevoegd zonder toestemming van de bewoner in een woning binnen te treden waar een overtreding van een dergelijk strafbaar feit wordt gepleegd of naar hun redelijk vermoeden wordt gepleegd. 3.De in artikel 6:2, derde lid, bedoelde ambtenaren zijn in het kader van hun toezichtstaak bevoegd zonder toestemming van de bewoner in een woning binnen te treden, als daar bedrijfsmatig prostitutie plaatsvindt. De Algemene plaatselijke verordening Schagen, vastgesteld bij raadsbesluit van 2 januari 2013, wordt ingetrokken.
artikel 6:7
citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke verordening Schagen 2016.
Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke verordening gemeente Schagen 2023.
Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een Lid 1, 2 en 3 wordt nu overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften die een artikel, conform strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming model APV van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner.
De Algemene plaatselijke verordening Schagen 2016, vastgesteld bij raadsbesluit van 11 februari 2020 wordt ingetrokken.