Herbestemming perceel Trambaan 30 te Warmenhuizen en woningbouw Beemsterboerweg te Waarland geanonimiseerd
Tekst van het document
,
In de PRV zijn de provinciale belangen uit de Structuurvisie Noord-Holland 2040 uitgewerkt in algemene regels. Verschillende regels zijn opgenomen over onderwerpen in zowel het landelijk als het bestaand stedelijk gebied van Noord-Holland waar een provinciaal belang mee gemoeid is. Afhankelijk van de ligging van een plangebied zijn de regels uit de verordening al dan niet van toepassing. ,
,
Het bestaand stedelijk gebied is in het provinciale overheidsbeleid beleidsmatig aangewezen voor verdere verstedelijking. Het plandeel ter plaatse van de Beemsterboerweg kan daarom als bestaand stedelijk gebied worden aangemerkt. Daarnaast is ter plaatse van het plandeel aan de Trambaan het landelijk gebied van toepassing Hierbij is de interactieve kaart behorend bij de PRV geraadpleegd om te bepalen welke thema’s en ,
Ruimtelijke plannen
BJZ. nu en advies
25
Bestemmingsplan “Herbestemming perceel Trambaan 30 te Warmenhuizen en woningbouw Beemsterboerweg te Waarland. ” Vastgesteld bijbehorende regels specifiek van belang zijn voor ontwikkelingen binnen het plangebied. In voorliggend geval zijn de volgende thema’s van belang: Hoofdstuk 2 Regels voor het gehele provinciale grondgebied artikel 5a ‘Nieuwe stedelijke ontwikkeling’ Artikel 16; ‘Ruimte voor ruimte’ Hoofdstuk 6 Energie artikel 33 ‘Energie en duurzaam bouwen’.
•
,
• •
,
Artikel 5a Nieuwe stedelijke ontwikkeling 1.
Een bestemmingsplan kan uitsluitend voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als deze ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. Gedeputeerde staten stellen nadere regels aan de afspraken bedoeld in het eerste lid.
2.
In de Provinciale Ruimtelijke Verordening is het begrip ‘stedelijke ontwikkeling’ als volgt gedefinieerd: ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1 eerste lid onder i van het Besluit ruimtelijke ordening. ,
,
In het Besluit ruimtelijke ordening is het begrip ‘stedelijke ontwikkeling’ nader gedefinieerd als: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein of van kantoren detailhandel woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. ,
,
,
Artikel 16 Ruimte voor ruimte In artikel 16 is de mogelijkheid van nieuwe woningen ter compensatie van de sloop van storende agrarische bebouwing opgenomen. De provincie heeft de nadere eisen ten aanzien van de Ruimte voor Ruimte regeling verder uitwerkt in de Uitvoeringsregeling Ruimte voor Ruimte (in werking getreden op 14 januari 2015). Op 29 oktober is een wijzigingsbesluit in werking getreden waarmee de overgangsbepaling ten aanzien van de projecten waar de provincie voor 11 februari 2014 positief over adviseert verlengd. ,
,
Artikel 33 ‘Energie en duurzaam bouwen’ Bestemmingsplannen voor woningbouw renovatie (herstructurering) bedrijventerreinen kantoorlocaties en glastuinbouw dienen te beschrijven op welke wijze invulling wordt gegeven aan energiebesparing en inzet van duurzame energiebesparing en inzet van duurzame energie waaronder mede wordt verstaan het gebruik van restwarmte Warmte Koude Opslag en aardwarmte zonneenergie biomassa. Een nieuwe stedelijke ontwikkeling dient aan eisen van duurzaam bouwen te voldoen.
1.
,
,
,
,
,
,
,
2.
4. 2. 1. 3 Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 en de Provinciale Ruimtelijke Verordening De in voorliggend plan besloten ontwikkeling betreft enerzijds een nieuwe stedelijke ontwikkeling zoals bedoeld in artikel 5a van de Provinciale Ruimtelijke Verordening. Voorliggend plan voorziet in een woningbouwontwikkeling die zoals eerder al is aangegeven (paragraaf 4. 1. 2) in overeenstemming is met de kwantitatieve en kwalitatieve woningbouwbehoefte binnen de provincie Noord-Holland en de gemeente Schagen (zie ook paragraaf 4. 4. 1). Doordat er behoefte is aan deze ontwikkeling en er wordt gebouwd op een inbreidingslocatie kan worden geconcludeerd dat er sprake is van effectief ruimtegebruik. Daarnaast wordt met de voorgenomen ontwikkeling ingespeeld op de Ruimte voor Ruimte regeling. Hierbij wordt ter plaatse van de Trambaan nr. 30 het voormalig kassencomplex gesaneerd waarbij circa 2 hectare aan bedrijfsbebouwing wordt verwijderd. Hierbij treedt een significante kwaliteitsverbetering op. Ten aanzien van het aspect duurzaam bouwen wordt opgemerkt dat er geen wettelijke verplichting bestaat tot het vastleggen van duurzaamheidsmaatregelen in een bestemmingsplan. De nieuwe woningen moeten voldoen aan het Bouwbesluit 2012. Hieronder valt onder meer (vrijwel) energieneutraal (EPC 04) bouwen en bij voorkeur met duurzame materialen.
Het huidige ontwerpplan gaat uit van het bouwen van duurzame woningen. Hierbij moet worden gedacht aan speciale aandacht voor isolatie van de funderingen vloeren gevels daken het gebruik van zonnepanelen warmtepompen vloerverwarming inductiekoken “triple glas” ,
,
,
,
,
,
,
,
,
Ruimtelijke plannen
BJZ. nu en advies
26
Bestemmingsplan “Herbestemming perceel Trambaan 30 te Warmenhuizen en woningbouw Beemsterboerweg te Waarland. ” Vastgesteld etc. De woningen worden daarnaast niet aangesloten op het gasnetwerk. Door de woningen te voorzien van relatief grote raampartijen wordt de natuurlijke opwarming van het interieur door zonlicht bevorderd.
Geconcludeerd wordt dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 en de Provinciale Ruimtelijke Verordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.
4. 2. 3
Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid
Voorliggend initiatief is in overeenstemming met het provinciaal beleid zoals verwoord in de Structuurvisie Noord-Holland 2040 de Provinciale Ruimtelijke Verordening en Provinciale woonvisie 2010-2020. ,
4. 3
Regionaal beleid
In het Gewest Kop van Noord-Holland werken negen gemeenten in de regio samen op de beleidsterreinen wonen werken milieu en recreatie aangezien deze beleidsterreinen zich op een hoger schaalniveau afspelen dan het gemeentelijke niveau. Gezamenlijk wordt gewerkt aan een vitale leefbare en prettige regio. ,
,
,
,
,
Het Ontwikkelingsbeeld Noord-Holland Noord (‘Ontwikkelen met kwaliteit. Ruimtelijke samenhang op uitvoering gericht’) vaart de Provincie Noord-Holland een andere koers. In tegenstelling tot de voorgaande jaren biedt de provincie gemeenten veel meer de kans om te bouwen volgens de eigen behoefte en voor groei. In het bestuurlijk vastgestelde Ontwikkelingsbeeld schetst de provincie alleen in hoofdlijnen het provinciale ruimtelijke beleid. Gemeenten moeten - voor wat betreft het wonen - zelf invulling geven aan het ontwikkelingsbeeld middels het opstellen van een regionale woonvisie. De voorziene woningbouw in het plangebied Breezand-Zuid is passend binnen de woonvisie. De eerste ambitie is “Kwaliteit gaat voor kwantiteit”. “Het gaat dus niet om het bouwen voor uitsluitend groei maar we bouwen primair om het behouden en het versterken van de kwaliteit van het wonen in de Kop voor álle doelgroepen en in álle gemeenten. We leggen het accent in ons kwantitatief woningbouwprogramma primair op het bouwen voor de autonome groei van de woningbehoefte per gemeente. De verdeling van het aantal woningen en de bouwstromen over de verschillende gemeenten is gebaseerd op dit principe en de basis van het regionaal kwantitatief woningbouwprogramma. Daarnaast zullen de gemeenten in de Kop de doorstroming op de woningmarkt stimuleren waardoor er meer ruimte wordt gecreëerd voor starters.
Onderdeel van dit beleid is een grotere transparantie van de markt middels flankerende maatregelen waaronder woonruimteverdeling en handhaven van de kernvoorraad”. ,
In de regionale woonvisie wordt de ambitie uitgesproken om de woningvoorraad elk jaar met 1. 000 tot 1. 200 woningen uit te breiden. Voor deze ambitie worden meerdere redenen gegeven: • • •
Er wordt meer druk uit andere regio’s verwacht. Voor woningzoekenden is in de eigen gemeenten de afgelopen jaren te weinig gebouwd Er is veel vertrouwen in de positieve effecten van bijzondere plannen in de eigen regio.
Daarbij wordt aangegeven dat er wel differentiatie in het aanbod moet komen dus niet alleen maar koopwoningen in de duurdere segmenten maar ook koop- en huurwoningen in de sociale sector. ,
,
Woningbouwlocatie aan de Beemsterboerweg is zowel gericht op het bevorderen van de doorstroming in kern Waarland zelf waardoor starters op de woningbouwmarkt de gelegenheid krijgen om een woning te kopen/huren als op de starters zelf. In het plan wordt een gedifferentieerd woningaanbod gerealiseerd. Dit past binnen de ambities die in de regionale woonvisie zijn neergelegd. ,
,
Ruimtelijke plannen
BJZ. nu en advies
27
Bestemmingsplan “Herbestemming perceel Trambaan 30 te Warmenhuizen en woningbouw Beemsterboerweg te Waarland. ” Vastgesteld
4. 4
Gemeentelijk beleid
4. 4. 1
Omgevingsvisie gemeente Schagen
Op 14 december 2021 is de Omgevingsvisie Schagen vastgesteld. In de Omgevingsvisie wordt de koers voor de toekomst geschetst. Op hoofdlijnen is uitgewerkt wat belangrijk is in de gemeente Schagen. In de visie zijn 8 speerpunten uitgewerkt met doelen voor 2040. In 2040 is de gemeente Schagen. • • • • • • • •
Een gezinsvriendelijke gemeente met een stad die belangrijk is voor de regio. Met sterke dorpen en een gemeente die aantrekkelijk is voor ondernemers; Een gemeente die nationaal en internationaal meedoet op het gebied van toerisme en recreatie wetenschap en (nieuwe vormen van) landbouw; Een gemeente die steeds aansluit bij de groeiende behoefte aan woningen die passen bij de vraag en bijdragen aan sterke kernen; Een gemeente waar iedereen mee kan doen; Een gemeente waar kernen voorzieningen onderwijs en werk goed bereikbaar zijn; Een veilige gezonde en sportieve gemeente; Een duurzame gemeente; Een gemeente waarin bewoners en bezoekers de omgeving waardevol vinden. ,
,
,
,
Hieronder wordt nader op de relevante speerpunten ingegaan. Wonen In mei 2020 heeft het college van de gemeente Schagen besloten geen nieuwe woonvisie aan te bieden aan de gemeenteraad maar deze op te nemen in de omgevingsvisie. In de omgevingsvisie zijn een aantal doelstellingen op het gebied van wonen uitgewerkt; • • • •
Per jaar te starten met de bouw van 300 woningen; Verbeteren van de leefbaarheid; Een woning voor ieder huishouden; 30/40% van de nieuwbouwwoningen zijn in de prijsklasse tot € 210. 000. Hiervan moet minimaal een kwart sociale huur zijn;
• • •
4. 4. 2
Een minimale bruto vloeroppervlakte van 35 vierkante meter per woning te hanteren; Voldoende starterswoningen in de kernen; Stimuleren collectief opdrachtgeverschap (CPO)
Toetsing aan de Omgevingsvisie gemeente Schagen
In voorliggende situatie wordt ter plaatse van de Beemsterboerweg zestien woningen gerealiseerd. Hierbij gaat het zowel om vrijstaande woningen twee-onder-één-kapwoningen als rijtjeswoningen. Hierbij wordt een stap gezet naar het realiseren van jaarlijks 300 woningen binnen de gemeente Schagen. Daarnaast wordt met de voorgenomen ontwikkeling ingespeeld op het realiseren van woningen passend bij ieder huishouden. ,
,
Gelet op het realiseren van ondermeer rijtjeswoningen wordt niet alleen op de doorstroming binnen de kern Waarland en de gemeente Schagen ingespeeld maar ook in het toevoegen van voldoende starterswoningen binnen de kern. ,
,
Daarnaast zal ter plaatse van het plandeel Trambaan nr. 30 circa 2 hectare aan landschap ontsierende bebouwing verwijderd worden waarbij sprake zal zijn van kwaliteitsverbetering. Tot slot zorgt de nieuwbouw van een woning ter plaatse van het plandeel Trambaan nr. 30 dat er een verbetering van de leefbaarheid en stedenbouwkundige kwaliteit optreedt. ,
Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de Omgevingsvisie gemeente Schagen waarbij de voorgenomen ontwikkeling een positieve invloed heeft op het landschap gelet op het verwijderen van agrarische bebouwing zie paragraaf 4. 2. 1. 2 naast dat er wordt ingespeeld op het bieden van woningen in de kern Waarland. ,
,
Ruimtelijke plannen
BJZ. nu en advies
28
Bestemmingsplan “Herbestemming perceel Trambaan 30 te Warmenhuizen en woningbouw Beemsterboerweg te Waarland. ” Vastgesteld
HOOFDSTUK 5
MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN
Op grond van artikel 3. 1. 6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema's geluid bodem luchtkwaliteit externe veiligheid milieuzonering geur ecologie archeologie & cultuurhistorie en het Besluit milieueffectrapportage. ,
5. 1
Geluid
5. 1. 1
Algemeen
,
,
,
,
,
,
De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeurswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeurswaarde te voldoen. ,
In voorliggende situatie worden ter plaatse van de Trambaan nr. 30 één geluidsgevoelig object verplaatst naast dat ter plaatse van de Beemsterboerweg ong. zestien nieuwe geluidsgevoelige objecten worden toegevoegd.
5. 1. 2
Situatie plangebied
5. 1. 2. 1
Wegverkeerslawaai
In artikel 74 van de Wgh is aangegeven dat wegen aan weerszijden een wettelijke geluidszone hebben waarvan de grootte is opgenomen in onderstaande tabel. Wettelijke geluidszones van wegen: Aantal rijstroken
Stedelijk gebied
Buitenstedelijk gebied
1 of 2 rijstroken
200 m
250 m
3 of 4 rijstroken
350 m
400 m
5 of meer rijstroken
350 m
600 m
De hiervoor genoemde zones gelden niet voor: • •
wegen die zijn aangeduid als woonerf (art 74. 2); wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt (art 74. 2).
Trambaan nr. 30 De woning gesitueerd aan de Burchtweg wordt verplaatst naar de Trambaan. Hierbij zal de woning zoals aangegeven in hoofdstuk 3 ter plaatse van de watersilo’s worden gesitueerd. De Trambaan betreft een 60 km/uur weg. Dit geldt eveneens voor de Burchtweg. Gelet op de ligging binnen zowel de geluidszone van de Trambaan als de Burchtweg is door BJZ. nu een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. Hieronder wordt op de conclusie van het onderzoek ingegaan. Voor de gehele rapportage wordt verwezen naar bijlage 2 behorende bij deze plantoelichting. ,
,
,
Ruimtelijke plannen
BJZ. nu en advies
29
Bestemmingsplan “Herbestemming perceel Trambaan 30 te Warmenhuizen en woningbouw Beemsterboerweg te Waarland. ” Vastgesteld Conclusie akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Trambaan
nr. 30
De geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeerslawaai van de Trambaan bedraagt inclusief 5 dB reductie hoogstens 43 dB. De geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeerslawaai van de Burchtweg bedraagt inclusief 5 dB reductie hoogstens 34 dB. Met deze waarden wordt voldaan aan de voorkeurswaarde van 48 dB uit de Wet geluidhinder. Gelet op vorenstaande is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de te realiseren woning met betrekking tot het aspect wegverkeerslawaai. Beemsterboerweg ong. De Beemsterboerweg Weelweg en Veluweweg betreffen 30 km/uur wegen. Hierbij dienen deze wegen als toegangsweg richting de kern Waarland. Gelet op de verkeersintensiteit naar/van de kern Waarland is door BJZ. nu een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. Hierna wordt nader op de conclusie ingegaan. Voor het gehele akoestisch onderzoek wordt verwezen naar bijlage 3 behorende bij deze plantoelichting. ,
Conclusie akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Beemsterboerweg De cumulatieve geluidbelasting bedraagt hoogstens 50 dB. Dit betekent dat de geluidbelasting niet hoger is dan 53 dB en het maximale binnenniveau van 33 dB uit het Bouwbesluit behaald kan worden ter plaatse van alle wooneenheden. Daarnaast wordt er ook voldaan aan alle voorwaarden uit het gemeentelijk geluidbeleid. Er is daarmee sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de te realiseren woningen wat betreft het aspect wegverkeerslawaai. Gelet op het vorenstaande zal de geluidbelasting als gevolg van de Trambaan en Beemsterboerweg belemmering vormen voor de gewenste ontwikkeling. 5. 1. 2. 2
geen
Railverkeerslawaai
Trambaan nr. 30 In de directe nabijheid van het plandeel aan de Trambaan bevindt zich geen spoorlijn. Dit aangezien de dichtstbijzijnde spoorlijn op circa 8. 8 kilometer ligt. Beemsterboerweg ong. Op een afstand van circa 220 meter ten oosten van het plandeel ligt de spoorlijn Alkmaar – Den Helder. Op basis van de geluidskaart van de Atlas Leefomgeving valt het westelijke deel van de Beemsterboerweg buiten de invloedssfeer van deze spoorlijn. Tevens is bij het bestemmingsplan aan het oostelijke deel van de Beemsterboerweg een akoestisch onderzoek railverkeerslawaai uitgevoerd. Uit dit onderzoek wordt geconcludeerd dat de voorkeursgeluidswaarde van 55 dB niet overschreden. Geconcludeerd wordt dat het aspect railverkeerslawaai geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling. 5. 1. 2. 3
Industrielawaai
In de nabijheid van beide plandelen zijn geen geluidsgezoneerde bedrijventerreinen aanwezig. In paragraaf 5. 5 wordt nader ingegaan op milieuhinder (o. a. geluid) als gevolg van individuele bedrijven naast dat in paragraaf 5. 6 wordt ingegaan op het geuraspect. Op deze plaats wordt geconcludeerd dat het aspect industrielawaai geen belemmering vormt voor de besloten ontwikkelingen in dit bestemmingsplan.
5. 1. 3
Conclusie
De Wet geluidhinder vormt geen belemmering voor dit plan.
Ruimtelijke plannen
BJZ. nu en advies
30
Bestemmingsplan “Herbestemming perceel Trambaan 30 te Warmenhuizen en woningbouw Beemsterboerweg te Waarland. ” Vastgesteld
5. 2
Bodemkwaliteit
5. 2. 1
Algemeen
Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen dient doorgaans een verkennend bodemonderzoek te worden verricht. ,
Ter plaatse van het plandeel Trambaan nr. 30 zal na sloop van de huidige bebouwing een bodemonderzoek worden uitgevoerd. Dit bodemonderzoek staat voor 2023 gepland. In de regels van het bestemmingsplan zal middels een voorwaardelijke verplichting de sloop en het uitvoeren van een bodemonderzoek worden geborgd. Ter plaatse van de Beemsterboerweg is door bodembureau Vlam Bodemadvies een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 uitgevoerd. Hierna wordt op de conclusie van het bodemonderzoek ingegaan. Voor het gehele onderzoek wordt verwezen naar bijlage 4 behorende bij de plantoelichting.
5. 2. 2
Situatie plangebied
Conclusie onderzoeksresultaten Beemsterboerweg
ong.
Op basis van de onderzoeksresultaten dient de hypothese onverdacht te worden geaccepteerd. In de bovenen ondergrond alsmede in het grondwater zijn geen verhogingen aangetoond ten opzichte van de achtergrondwaarden en streefwaarden. Indicatief getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit voldoet de boven- en ondergrond aan de klasse Altijd toepasbaar en is conform de CROW 400 geen veiligheidsklasse van toepassing. Op basis van de resultaten van het uitgevoerde bodemonderzoek is geen aanvullend of nader onderzoek noodzakelijk. Met dit onderzoek zijn milieu hygiënisch gezien geen belemmeringen aangetroffen voor de voorgenomen verkoop van het perceel alsmede de beoogde nieuwbouw.
5. 2. 3
Conclusie
De bodemkwaliteit vormt ter plaatse van het plandeel Beemsterboerweg ong. geen belemmering. Wat betreft het plandeel Trambaan nr. 30 dient na sloop een verkennend bodemonderzoek te worden uitgevoerd.
5. 3
Luchtkwaliteit
5. 3. 1
Beoordelingskader
Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5 titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. ,
In de Wet luchtkwaliteit staan ondermeer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen).
5. 3. 1. 1
Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen
Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip “niet in betekenende
Ruimtelijke plannen
BJZ. nu en advies
31
Bestemmingsplan “Herbestemming perceel Trambaan 30 te Warmenhuizen en woningbouw Beemsterboerweg te Waarland. ” Vastgesteld mate” is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO)2 en fijn stof (PM). 10 Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: ,
woningen: 1. 500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3. 000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100. 000 m 2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg. Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO 2 en PM 10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. 5. 3. 1. 2
Besluit gevoelige bestemmingen
Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen kinderdagverblijven en verzorgings- verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. ,
,
De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. ,
5. 3. 2
Situatie plangebied
Gelet op de aard en omvang van dit plan in verhouding tot categorieën van gevallen zoals beschreven in subsubparagraaf 5. 3. 1. 1 kan worden gesteld dat voorliggend project 'niet in betekenende mate bijdraagt' aan de luchtverontreiniging. ,
Tot slot wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling niet wordt aangemerkt als een gevoelige bestemming in het kader van het 'Besluit gevoelige bestemmingen'.
5. 3. 3
Conclusie
Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoering van het plan.
5. 4
Externe veiligheid
5. 4. 1
Algemeen
Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie de opslag de verlading het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden voldaan aan strikte risicogrenzen. Een en ander brengt met zich mee dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven vervoer gevaarlijke stoffen per weg spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: ,
,
,
,
• • • • •
,
het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit.
Ruimtelijke plannen
BJZ. nu en advies
32
Bestemmingsplan “Herbestemming perceel Trambaan 30 te Warmenhuizen en woningbouw Beemsterboerweg te Waarland. ” Vastgesteld Voor vervoer van gevaarlijke stoffen geldt de ‘Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen’ (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water spoor wegen of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgelegd in: ,
• • •
,
het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); de Regeling basisnet; de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied).
Voor het transport van gevaarlijke stoffen per buisleiding geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico.
5. 4. 2
Situatie plangebied
Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond de plandelen. Dit aangezien op beide locaties een risicogevoelige functie een woning wordt gerealiseerd/verplaatst. Op de risicokaart van de Atlas Leefomgeving staan meerdere soorten risico’s zoals ongevallen met brandbare explosieve en giftige stoffen grote branden of verstoringen van de openbare orde. In afbeelding 5. 1 is een uitsnede van de risicokaart met betrekking tot de Trambaan nr. 30 weergegeven en in afbeelding 5. 2 een uitsnede van de risicokaart met betrekking tot de Beemsterboerweg ong. In beide gevallen is het plandeel met een rode ster aangeduid. ,
,
,
,
,
Trambaan nr. 30
Afbeelding 5. 1
Uitsnede Risicokaart Trambaan nr. 30 (Bron: Atlas Leefomgeving , bewerkt)
Ruimtelijke plannen
BJZ. nu en advies
33
Bestemmingsplan “Herbestemming perceel Trambaan 30 te Warmenhuizen en woningbouw Beemsterboerweg te Waarland. ” Vastgesteld Op een afstand van circa 950 meter ten westen van het plandeel is een buisleiding van de GasUnie gesitueerd. Het betreft een buisleiding met een diameter van 914 meter mm met een werkdruk van 66. 2 bar. Op basis van het attribuutrapport behoort bij deze details een 1% letaliteitsafstand van 430 meter en een 100% letaliteitsafstand van 180 meter. Aangezien het plandeel op geruime afstand is gesitueerd vormt de aanwezigheid voor de verplaatsing van de woning geen belemmering. Tevens zijn ten oosten en zuiden twee agrarische bedrijven gesitueerd met bijbehorende risicocontouren. Aangezien het om beperkte risicocontouren gaan die geen invloed uitoefenen op het voornemen wordt hier niet nader op ingegaan. ,
,
Uit de inventarisatie blijkt dat het plandeel aan de Trambaan nr. 30: • • • •
zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen dan wel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); zich niet bevindt binnen een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; niet ligt binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen; niet ligt binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen.
Beemsterboerweg ong.
Afbeelding 5. 2
Uitsnede Risicokaart Beemsterboerweg ong. (Bron: Atlas Leefomgeving , bewerkt)
Uit de inventarisatie blijkt dat het plandeel aan de Beemsterboerweg: • • • •
zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen dan wel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); zich niet bevindt binnen een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; niet ligt binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen; niet ligt binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen.
Ruimtelijke plannen
BJZ. nu en advies
34
Bestemmingsplan “Herbestemming perceel Trambaan 30 te Warmenhuizen en woningbouw Beemsterboerweg te Waarland. ” Vastgesteld 5. 4. 3
Conclusie
Eén en ander brengt met zich mee dat het voornemen in overeenstemming is met wet- en regelgeving ter zake van externe veiligheid.
5. 5
Milieuzonering
5. 5. 1
Algemeen
Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: •
•
het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen.
Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave “Bedrijven en Milieuzonering” uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur stof geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan of wijzigingsplan mogelijk is. ,
,
,
,
,
Hoewel deze richtafstanden indicatief zijn volgt uit jurisprudentie dat deze afstanden als harde eis gezien worden door de Raad van State bij de beoordeling of woningen op een passende afstand van bedrijven worden gesitueerd. ,
5. 5. 2
Gebiedstypen
In de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering’ is een tweetal gebiedstypen te onderscheiden; 'rustige woonwijk' en 'gemengd gebied'. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Overige functies komen vrijwel niet voor. Langs de randen is weinig verstoring van verkeer. Het buitengebied wordt gerekend tot een met het omgevingstype ‘rustige woonwijk’ vergelijkbaar omgevingstype. Gebieden waar in enige vorm sprake is van functiemenging of in gebieden waar bewust functiemenging wordt nagestreefd (bijvoorbeeld om een grotere levendigheid tot stand te brengen) worden aangemerkt als ‘gemend gebied’. Het omgevingstype ‘gemengd gebied’ wordt in de VNG-uitgave ‘Bedrijven en Milieuzonering’ als volgt omschreven: ,
,
“Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan ,
,
Ruimtelijke plannen
BJZ. nu en advies
35
Bestemmingsplan “Herbestemming perceel Trambaan 30 te Warmenhuizen en woningbouw Beemsterboerweg te Waarland. ” Vastgesteld de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend. ” De richtafstanden uit het omgevingstype rustige woonwijk kunnen zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat met één afstandsmaat worden verlaagd indien sprake is van gemengd gebied. Daarbij wordt in de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ opgemerkt dat het vanuit het oogpunt van efficiënt ruimtegebruik de voorkeur verdient functiescheiding niet verder door te voeren dan met het oog op een goed woon- en leefklimaat noodzakelijk is. ,
,
Het plandeel aan de Trambaan ligt in het buitengebied van de gemeente Schagen en het plandeel aan de Beemsterboerweg nabij in een woonwijk. Hierbij is in beide gevallen geen sprake van enige mate van functiemenging. Er wordt dan ook in beide gevallen uitgegaan van het omgevingstype ‘rustige woonwijk’. Hierna worden de richtafstanden met betrekking tot de milieucategorie weergegeven. Milieucategorie 1 2 3. 1 3. 2 4. 1 4. 2 5. 1 5. 2 5. 3 6
Richtafstanden tot omgevingstype rustige woonwijk 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1. 000 m 1. 500 m
5. 5. 3
Situatie plangebied
5. 5. 3. 1
Algemeen
Richtafstanden tot omgevingstype gemengd gebied 0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1. 000 m
Aan de hand van vorenstaande regeling is onderzoek verricht naar de feitelijke situatie. De VNG uitgave “Bedrijven en Milieuzonering” geeft een eerste inzicht in de milieuhinder van inrichtingen. Zoals reeds hiervoor genoemd wordt bij het realiseren van nieuwe functies gekeken naar de omgeving waarin de nieuwe functies gerealiseerd worden. Hierbij spelen twee vragen en rol: ,
1. 2.
5. 5. 3. 2
past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking);
laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking).
Externe werking
Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die vanuit hinder of gevaar bezien in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ordening. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast. ,
,
De functie ‘wonen’ betreft geen milieubelastende functie voor de omgeving. Er is geen sprake van een aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden ter plaatse van de plandelen. Tevens dient er te worden opmerkt dat ter plaatse van het plandeel Trambaan nr. 30 een verbetering plaatsvindt door het stoppen van het glastuinbouw bedrijf.
5. 5. 3. 3
Interne werking
Hierbij gaat het om de vraag of de nieuwe woningen/woonbestemming hinder ondervindt van bestaande functies in de omgeving. Hierna wordt nader op beide plandelen ingegaan.
Ruimtelijke plannen
BJZ. nu en advies
36
Bestemmingsplan “Herbestemming perceel Trambaan 30 te Warmenhuizen en woningbouw Beemsterboerweg te Waarland. ” Vastgesteld Trambaan nr. 30. Ten aanzien van het plandeel aan de Trambaan kan worden opgemerkt dat op circa 50 meter ten zuiden een agrarisch bouwvlak aanwezig is waarbinnen een grondgebonden agrarisch bedrijf is gesitueerd. Het betreft een tuindersbedrijf waarbij verbouw van vollegrondsgroenten aardappelen en akkerbouwgewassen plaatsvindt. Op basis van de VNG-uitgave behoort bij deze functie een milieucategorie 2 waarbij maximaal 30 meter van toepassing is. Hierbij is de grootste afstand voor het aspect geluid. Aangezien de beoogde woning op een grotere afstand dan 30 meter van het agrarisch bouwvlak wordt gerealiseerd vormt de aanwezigheid van het agrarisch bedrijf geen belemmering. ,
,
Daarnaast ligt op een afstand van circa 200 meter ten noordwesten van het plandeel aan de Burchtweg 2 eveneens een agrarisch bouwvlak. Het betreft een veehouderij. Het betreft een grondgebonden veehouderij waarbij milieucategorie 3. 2 van toepassing is. Op basis van de VNG-uitgave behoort hierbij met uitzondering van het aspect geur een afstand van 30 meter voor geluid en stof. Hieraan wordt ruimschoots aan voldaan. In paragraaf 5. 6 wordt nader op het aspect ‘geur’ ingegaan. ,
Tot slot ligt ten zuidoosten een bedrijfsbestemming waarbij maximaal milieucategorie 2 is toegestaan. Deze bedrijfsbestemming ligt op circa 140 meter afstand. Aangezien ter plaatse tot en met milieucategorie 2 bedrijven zijn toegestaan met een maximale richtafstand van 30 meter wordt ruimschoots aan deze afstand voldaan. ,
,
Beemsterboerweg ong. Ten aanzien van het plandeel aan de Beemsterboerweg ong. kan worden opgemerkt dat in de omgeving enkel woningen en agrarische cultuurgronden aanwezig zijn. Hierbij zijn geen milieubelastende factoren aanwezig die de voorgenomen ontwikkeling belemmeren. Wat betreft het aspect ‘geur’ wordt verwezen naar paragraaf 5. 6.
5. 5. 3. 4
Spuitzones
Ten zuiden van het plangebied aan de Beemsterboerweg zijn gronden met een agrarische bestemming aanwezig waarop een grondgebonden agrarische bedrijfsvoering is toegestaan. Op deze gronden kunnen op grond van de bestemming gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de drift van gewasbeschermingsmiddelen van belang. Het neerkomen van een deel van de gewasbeschermingsmiddelen door wind heeft namelijk mogelijk effect op de gezondheid van omwonenden. In dit bestemmingsplan is een spuitzone van 50 meter opgenomen vanaf de tuinen van de meest zuidelijke woningen. Deze spuitzone valt deels in het gebied bestemd als wonen. Hier bevindt zich de bestaande weg (Houtwerf) en het bestaande water. Daarnaast ligt de spuitzone deels op agrarische gronden. Binnen de spuitzone mogen de gronden niet gebruikt worden voor langdurig verblijf en mogen geen gewasbestrijdingsmiddelen worden gebruikt.
5. 5. 3
Conclusie milieuzonering
Het aspect milieuzonering vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid
5. 6
Geur
5. 6. 1
Wet geurhinder en veehouderij & Activiteitenbesluit
van
dit bestemmingsplan.
De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor vergunningsplichtige veehouderijen als het gaat om geurhinder. Voor meldingsplichtige veehouderijbedrijven is het beoordelingskader voor geurhinder opgenomen in het Activiteitenbesluit.
,
De Wgv stelt één landsdekkend beoordelingskader met een indeling in twee categorieën. Voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld wordt deze waarde uitgedrukt in een ten hoogste toegestane ,
Ruimtelijke plannen
BJZ. nu en advies
37
Bestemmingsplan “Herbestemming perceel Trambaan 30 te Warmenhuizen en woningbouw Beemsterboerweg te Waarland. ” Vastgesteld geurbelasting op een geurgevoelig object. Voor de andere diercategorieën is die waarde een wettelijke vastgestelde afstand die ten minste moet worden aangehouden. Voor diercategorieën waarvoor in de Wgv een geuremissie per dier is vastgesteld geldt dat binnen een concentratiegebied de geurbelasting op geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom niet meer dan 3 odeur units per kubieke meter lucht mag bedragen. Voor geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom mag deze niet meer bedragen dan 14 odeur units per kubieke meter lucht. ,
,
Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) dient voor diercategorieën waarvoor per dier geen geuremissie is vastgesteld (bijvoorbeeld melkkoeien en paarden) en een geurgevoelig object de volgende afstanden aangehouden te worden: • •
ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen , en ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen.
Voor meldingsplichtige veehouderijbedrijven gelden tevens vaste afstandseisen. Deze eisen zijn gebaseerd op en komen overeen met de vaste afstanden zoals opgenomen in de Wgv. Op grond van het bepaalde in artikel 1 van de Wgv is een geurgevoelig object als volgt gedefinieerd: gebouw bestemd voor en blijkens aard indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en die daarvoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik wordt gebruik.
,
,
,
5. 6. 2
Situatie plangebied
Ter plaatse van de beoogde woning aan de Trambaan is op circa 50 meter ten zuiden een agrarisch bouwvlak gesitueerd waarbinnen een agrarisch bedrijf is gevestigd. Het betreft een tuindersbedrijf waarbij geen dieren worden gehouden. Een nadere toetsing aan deze locatie wordt dan ook niet benodigd geacht. Ten noordwesten van het plandeel is op circa 200 meter afstand een veehouderij gesitueerd. Hierbij is sprake van een grondgebonden veehouderij waarbij aan de vaste afstanden van 50 meter kan worden getoetst. Aangezien de beoogde woning ruimschoots buiten deze 50 meter wordt beoogd vormt deze aanwezig geen belemmering. Geconcludeerd wordt dat ter plaatse van de Trambaan nr. 30 sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. ,
Ten aanzien van het plandeel aan de Beemsterboerweg dient te worden opgemerkt dat in een straal van 200 meter geen veehouderij is gesitueerd. De dichtstbijzijnde veehouderij betreft een grondgebonden veehouderij op circa 210 meter ten noorden van het plandeel waarbij aan de vaste afstand van 50 meter kan worden voldaan.
5. 6. 3
Conclusie
Het aspect geur vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
5. 7
Ecologie
5. 7. 1
Algemeen
Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Sinds 1 januari 2017 is het wettelijk kader ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Soortenbescherming gaat uit van de bescherming van dier- en plantensoorten.
Ruimtelijke plannen
BJZ. nu en advies
38
Bestemmingsplan “Herbestemming perceel Trambaan 30 te Warmenhuizen en woningbouw Beemsterboerweg te Waarland. ” Vastgesteld 5. 7. 2
Gebiedsbescherming
5. 7. 2. 1
Natura 2000-gebieden
Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Deze gebieden worden in Nederland op grond van de Wet natuurbescherming beschermd. De plandelen liggen niet binnen een Natura 2000-gebied. In onderstaande tabel zijn de afstanden van de betreffende plandelen tot de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden weergegeven. Deelgebied
Dichtstbijzijnde Natura 2000gebied Schoorlse Duinen Schoorlse Duinen
Trambaan Beemsterboerweg
Afstand Circa 3. 0 kilometer Circa 10. 0 kilometer
Gelet op de omvang van het voornemen is vanuit BJZ een stikstofonderzoek opgesteld. Hieronder wordt kort op de conclusie ingegaan. Voor de gehele rapportage wordt verwezen naar bijlage 5. Conclusie stikstofrapportage Uit de AERIUS-berekening blijkt dat in de gebruiksfase van de voorgenomen ontwikkeling geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 000 mol/ha/j. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. De onderdelen en resultaten van de AERIUS-berekening zijn in bijlage 1 bijgevoegd. ,
Het project is in het kader van de Wet natuurbescherming ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden niet vergunningsplichtig. ,
,
5. 7. 2. 2
Natuurnetwerk Nederland (NNN)
Het Nederlands Natuurnetwerk (NNN) is de kern van het Nederlandse natuurbeleid (NNN). Het NNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. In of in de directe nabijheid van het NNN geldt het ‘nee tenzij’ principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. ,
De plandelen maken geen onderdeel uit van het NNN. In onderstaande tabel zijn de afstanden van de betreffende plandelen tot het NNN weergegeven. Deelgebied Trambaan Beemsterboerweg
Afstand tot NNN Circa 16 kilometer Circa 0. 5 kilometer ,
Gezien de onderlinge afstand de aard en omvang van de ontwikkeling wordt gesteld dat er geen sprake is van aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN. ,
5. 7. 3
Soortenbescherming
5. 7. 3. 1
Algemeen
Wat betreft de soortbescherming is de Wet natuurbescherming van toepassing. Hierin wordt onder andere de bescherming van dier- en plantensoorten geregeld. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de aanwezige natuurwaarden. Als hiervan sprake is moet ontheffing of vrijstelling worden gevraagd. ,
In voorliggend geval is voor beide plandelen een quickscan door Natuurbank Overijssel uitgevoerd. De belangrijkste conclusies worden verderop besproken. Voor het complete onderzoeksrapport wordt naar bijlage 6 en 7 bij deze toelichting verwezen.
Ruimtelijke plannen
BJZ. nu en advies
39
Bestemmingsplan “Herbestemming perceel Trambaan 30 te Warmenhuizen en woningbouw Beemsterboerweg te Waarland. ” Vastgesteld 5. 7. 3. 2
Situatie plangebied
Trambaan nr. 30 Vogels Er kan worden uitgesloten dat soorten met een jaarronde nestbescherming binnen de invloedsfeer van de beoogde werkzaamheden nestelen. Het is niet toegestaan om bezette vogelnesten te verstoren of vernielen ook als deze niet jaarrond beschermd zijn. Als de voorgenomen ingrepen worden uitgevoerd tijdens het broedseizoen kan niet worden uitgesloten dat een bezet vogelnest verstoord of beschadigd wordt. Van de binnen de invloedsfeer verwachte soorten is uitsluitend het bezette nest beschermd niet het oude nest of de nestplaats.
,
,
Werkzaamheden die kunnen leiden tot het verstoren/vernielen van vogelnesten dienen buiten het broedseizoen van vogels uitgevoerd te worden. De meest geschikte periode om de voorgenomen activiteiten uit te voeren is augustus-februari. Voorgenomen werkzaamheden mogen juridisch beschouwd wel plaats vinden tijdens het broedseizoen van vogels mits geen bezette vogelnesten beschadigd/verstoord worden. Indien de voorgenomen activiteiten uitgevoerd wordt tijdens het broedseizoen dient een broedvogelscan uitgevoerd te worden om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te sluiten. ,
,
Vleermuizen Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten (slopen van gebouw) wordt mogelijk een vleermuis verstoord of gedood en wordt mogelijk een vaste rust- of verblijfplaats beschadigd of vernield. Verblijfplaatsen van vleermuizen (en vleermuizen) zijn jaarrond beschermd en mogen alleen met een ontheffing van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming beschadigd en vernield worden. Om de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten in beeld te krijgen is nader onderzoek nodig. Dit nader onderzoek dient uitgevoerd te worden conform het vleermuisprotocol Grondgebonden zoogdieren Als gevolg van de beoogde werkzaamheden worden mogelijk vaste rust- of voortplantingsplaatsen of functioneel leefgebied vernield of verstoord. Nader onderzoek naar kleine marterachtigen dient uitgevoerd te worden naar de aanwezigheid van kleine marterachtigen binnen het plangebied. Amfibieën Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb. Tot slot wordt benadrukt dat te allen tijde rekening dient te worden gehouden met de zorgplicht zoals opgenomen in de Wet natuurbescherming.
De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten alsmede voor hun directe leefomgeving. ,
Beemsterboerweg ong. Vogels Er kan worden uitgesloten dat soorten met een jaarronde nestbescherming binnen de invloedsfeer van de beoogde werkzaamheden nestelen. Het is niet toegestaan om vogelnesten te verstoren of vernielen ook als deze niet jaarrond beschermd zijn. Als de voorgenomen ingrepen worden uitgevoerd tijdens het broedseizoen kan niet worden uitgesloten dat een bezet vogelnest verstoord of beschadigd wordt. Van de binnen de invloedsfeer verwachte soorten is uitsluitend het bezette nest beschermd niet het oude nest of de nestplaats. ,
,
Werkzaamheden die kunnen leiden tot het verstoren/vernielen van vogelnesten dienen buiten het broedseizoen van vogels uitgevoerd te worden. De meest geschikte periode om de voorgenomen activiteiten uit te voeren is augustus-februari. Voorgenomen werkzaamheden mogen juridisch beschouwd wel plaats vinden tijdens het broedseizoen van vogels mits geen bezette vogelnesten beschadigd/verstoord worden. Indien de voorgenomen activiteiten uitgevoerd wordt tijdens het broedseizoen dient een broedvogelscan uitgevoerd te worden om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te sluiten. ,
,
Ruimtelijke plannen
BJZ. nu en advies
40
Bestemmingsplan “Herbestemming perceel Trambaan 30 te Warmenhuizen en woningbouw Beemsterboerweg te Waarland. ” Vastgesteld Vleermuizen Vleermuizen bezetten geen vaste rust- of voortplantingsplaats in het plangebied door de afwezigheid van gebouwen of bomen binnen de invloedsfeer van het plangebied. Nader onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. Grondgebonden zoogdieren Voor de beschermde grondgebonden zoogdieren geldt dat ze niet (opzettelijk) gedood mogen worden. Er worden geen beschermde grondgebonden zoogdieren in het plangebied verwacht het naleven van de zorgplicht wordt hierbij als voldoende geacht. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. ,
Amfibieën Alhoewel er geen rugstreeppad wordt verwacht binnen het plangebied geldt het advies om maatregelen te treffen om intreding van de rugstreeppad te voorkomen tijdens het bouwrijp maken van het perceel. Rugstreeppadden zijn pioniersoorten en maken gretig gebruik van bouwterreinen die bouwrijp worden gemaakt. Indien de rugstreeppad gedurende de werkzaamheden aangetroffen wordt dient het werk gestaakt te worden en dienen de individuen door een ervaren ecoloog uitgevangen te worden en op een geschikte plaats uitgezet te worden. Voorbeelden van geschikte maatregelen zijn metalen platen om de vorming van bandensporen te voorkomen en het plaatsen van een amfibieënscherm. ,
Tot slot wordt benadrukt dat te allen tijde rekening dient te worden gehouden met de zorgplicht zoals opgenomen in de Wet natuurbescherming. De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten alsmede voor hun directe leefomgeving. ,
5. 7. 4
Conclusie
Mits bezette vogelnesten beschermd worden dan leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties in het kader van soort- of gebiedsbescherming. Tevens zal voor sloop ter plaatse van de Trambaan een aanvullend onderzoek moeten plaatsvinden. In de regels is dit middels een voorwaardelijke verplichting vastgelegd. ,
5. 8
Archeologie & Cultuurhistorie
5. 8. 1
Archeologie
5. 8. 1. 1
Algemeen
Initiatiefnemers hebben op basis van de Erfgoedwet een archeologische zorgplicht bij projecten waarbij de bodem wordt verstoord. Ten behoeve van een eenduidig archeologiebeleid dat ‘omgevingswetproof’ is heeft Archeologie West-Friesland een update van de beleidskaart archeologie vervaardigd voor de gehele gemeente Schagen. Hierin is de vrijstellingsgrens voor archeologisch onderzoek overgenomen uit de beleidskaart uit 2010. ,
Het vervaardigen van een gedetaileerder verwachtingsmodel is op basis van geo(morfo)logische bodemkundige en archeologische gegevens niet goed mogelijk. Bij beoogde ingrepen zal in eerste instantie een quickscan vervaardigd worden waarbij die archeologische verwachting nader wordt gespecifieerd voor een specifiek plangebied. Voor het plangebied Beemsterboerweg is geen quickscan vervaardigd. ,
,
5. 8. 1. 2 Situatie plangebied Beemsterboerweg en Trambaan Beemsterboerweg ong. In de toelichting van het vigerende bestemmingsplan staat aangegeven dat het plangebied een dubbelbestemming ‘waarde – archeologie heeft (vrijstellingsgrens 2. 500 m.2 Dit is overgenomen van de
Ruimtelijke plannen
BJZ. nu en advies
41
Bestemmingsplan “Herbestemming perceel Trambaan 30 te Warmenhuizen en woningbouw Beemsterboerweg te Waarland. ” Vastgesteld beleidskaart archeologie van de voormalige gemeente Harenkarspel. Op de verbeleding en in de regels komt deze dubbelbestemming niet tot uiting. In het kader van de geplande ontwikkeling is een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek uitgevoerd vanwege de wijzigingsbevoegdheid. Het archeologisch onderzoeksbureau Laagland heeft een archeologisch onderzoek uitgevoerd (opgenomen als bijlage 8). Dit is getoetst door de adviseur van de bevoegde overheid en akkoord bevonden. De gemeente Schagen beschikt over een archeologische verwachtingskaart. De archeologische verwachtingswaarden zijn in het bestemmingsplan ‘Landelijk gebied Harenkarspel’ doorvertaald middels archeologische dubbelbestemmingen. Wat betreft het plandeel Beemsterboerweg is een archeologisch onderzoek als wijzigingsvoorwaarde opgenomen. Trambaan nr. 30 Zoals in paragraaf 1. 4 reeds is uitgewerkt geldt voor het plandeel Trambaan de dubbelbestemming ‘Waarde archeologie 3’. Hierbij geldt een onderzoeksplicht bij grondwerkzaamheden met een oppervlakte van meer dan 500 m.2 Ter plaatse van het voormalig glastuinbouwbedrijf zijn de gronden reeds geroerd waarbij geen archeologische waarden meer aanwezig zijn. Het uitvoeren van een archeologisch onderzoek wordt dan ook niet benodigd geacht. ,
5. 8. 2
Cultuurhistorie
5. 8. 2. 1
Algemeen
Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. ,
In de Bro is in artikel 3.1.6 vijfde lid onderdeel a opgenomen dat een bestemmingsplan of wijzigingsplan “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” dient te bevatten. ,
5. 8. 2. 2
,
Situatie plangebied
De plandelen kennen zelf geen bijzondere cultuurhistorische waarden. In de directe nabijheid van de plandelen bevinden zich tevens geen rijks- dan wel gemeentelijke monumenten. Daardoor wordt gesteld dat cultuurhistorie geen belemmering vormt voor onderliggend plan.
5. 8. 3
Conclusie
Het uitvoeren van aanvullend archeologisch onderzoek wordt in het kader van dit bestemmingsplan niet noodzakelijk geacht en er is geen sprake van negatieve effecten op de aanwezige cultuurhistorische waarden.
5. 9
Besluit milieueffectrapportage
5. 9. 1
Algemeen
De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: •
Op basis van artikel 7.2a lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m. e. r. -plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8 lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. ,
,
Ruimtelijke plannen
BJZ. nu en advies
42
Bestemmingsplan “Herbestemming perceel Trambaan 30 te Warmenhuizen en woningbouw Beemsterboerweg te Waarland. ” Vastgesteld •
•
Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m. e. r. -plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m. e. r. -(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten).
In het Besluit m. e. r. neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m. e. r. Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd. Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of wijzigingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van ‘kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan. Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen voldoet het aan de definitie van het besluit. ,
.
Een belangrijk element in het Besluit m. e. r. is het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). Dit betekent dat het bevoegd gezag meer moet doen dan onder de oude regelgeving. Kon vroeger worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m. e. r. (beoordeling) noodzakelijk was onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven. Voor deze toets wordt de term vormvrije m. e. r. beoordeling gehanteerd. .
,
5. 9. 2
Situatie plangebied
5. 9. 2. 1
Artikel 2. 8 van de Wet natuurbescherming
Zoals is aangegeven in paragraaf 5. 7. 2. 1 liggen de plandelen op ruime afstand van de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden. Tevens is middels een stikstofberekening aangetoond dat er geen sprake zal zijn van een aantasting van de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura-2000 gebied. Een passende beoordeling op basis van artikel 2. 8 lid 1 van de Wet natuurbescherming is in het kader van het voornemen dan ook niet noodzakelijk. Daarom is geen sprake van een m. e. r. -plicht op basis van artikel 7. 2a van de Wet milieubeheer.
5. 9. 2. 2
Drempelwaarden Besluit m. e. r.
De voorgenomen ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt door het partieel herzien van het geldende bestemmingsplan. Dit betekent dat voorliggende ontwikkeling m. e. r. -(beoordelings)plichtig is indien activiteiten worden mogelijk gemaakt die genoemd worden in onderdeel C of D van het Besluit m. e. r. en de daarin opgenomen drempelwaarden overschrijden. ,
In dit geval is er sprake van een ontwikkeling die niet wordt genoemd in onderdeel C van het Besluit m. e. r. en is daarom niet direct m. e. r. -plichtig. Op basis van onderdeel D kan de in dit plan besloten ontwikkeling worden aangemerkt als: ‘De aanleg wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. ,
De ontwikkeling in dit bestemmingsplan is m. e. r. -beoordelingsplichtig indien de volgende drempelwaarden worden overschreden: 1. 2. 3.
een een een
oppervlakte van 100 hectare of meer aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat of bedrijfsvloeroppervlakte van 200. 000 m 2 of meer. ,
,
Gezien de drempelwaarden wordt geconcludeerd dat voor dit bestemmingsplan geen sprake is van een m. e. r. beoordelingsplicht. Echter zoals ook in het voorgaande aangegeven dient ook wanneer ontwikkelingen onder drempelwaarden blijven het bevoegd gezag zich er van te vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben. ,
,
,
Gelet op de aard- en omvang van de voorgenomen ontwikkeling is het de vraag om er sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' als bedoeld in onderdeel D 11. 2 van het Besluit milieueffectrapportage. Uit
Ruimtelijke plannen
BJZ. nu en advies
43
Bestemmingsplan “Herbestemming perceel Trambaan 30 te Warmenhuizen en woningbouw Beemsterboerweg te Waarland. ” Vastgesteld jurisprudentie (ABRvS 18 juli 2018 ECLI:NL:RVS:2018:2414) volgt dat het antwoord op deze vraag afhankelijk is van de concrete omstandigheden van het geval waarbij onder meer aspecten als de aard en de omvang van de voorziene ontwikkeling moet worden beoordeeld of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. Niet relevant is of per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen ontstaan. ,
,
De in het voorliggende bestemmingsplan besloten ontwikkeling gaat uit van het verwijderen van een glastuinbouwcomplex en het verplaatsen van een bestaande woning aan de Trambaan en het toevoegen van zestien woningen aan de Beemsterboerweg. Het gaat om een ontwikkeling waarbij het aantal verkeersbewegingen in niet betekende mate toeneemt. Verder is voor zover in dit kader relevant sprake van een nieuwe functie die niet leidt tot een aantasting van het woon- en leefklimaat ter plaatse van omliggende woningen en bedrijvigheid. Gelet op het vorenstaande en de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit m. e. r. Tevens blijkt uit dit hoofdstuk en hoofdstuk 6 dat dit bestemmingsplan geen belangrijk nadelige milieugevolgen heeft die het doorlopen van een m. e. r. -procedure noodzakelijk maken. ,