CConstaterende datSchagen
Koppel je AI →
Document · PDF

Getekend RB Belastingverordeningen 2025

Gemeenteraad 17 december 2024, gemeente SchagenBij agendapunt: Belastingverordeningen 202524.565 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

€ 406,65

voorbeschermd monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht: 2.8.1.2

voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit (Opa-

€ 254,15

monument) bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht, de tarieven genoemde onder 2.8.1.1.1 en 2.8.1.1.2 vermeerderd met: 2.8.1.3

voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (Bopa-

€ 508,35

monument), de tarieven genoemde onder 2.8.1.1.1 en 2.8.1.1.2 vermeerderd met: 2.8.2

Als de in het eerste lid bedoelde aanvraag een archeologisch monument betreft, worden de in het eerste lid van artikel 2.8 genoemde tarieven verhoogd met:

2.8.3

Het eerste lid, aanhef en onder a, en tweede lid van artikel 2.8, is van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning met betrekking tot een monument of archeologisch monument dat op grond van de Erfgoedverordening Schagen 2024 is aangewezen respectievelijk waarop, voordat het is

€ 203,40

aangewezen, die verordening van overeenkomstige toepassing is als: 2.8.3.1

het gaat om een aangewezen monument of archeologisch monument: zolang in het omgevingsplan daaraan nog niet de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven; en

2.8.3.2

het gaat om een monument of archeologisch monument waarop voordat het is aangewezen de verordening van overeenkomstige toepassing is: zolang in het omgevingsplan daaraan nog niet de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven of het omgevingsplan nog geen voorbeschermingsregel bevat vanwege het voornemen om die functie-aanduiding te geven.

Artikel 2.9 Rijksmonumentenactiviteit Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een rijksmonumentenactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, met uitzondering van een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een archeologisch monument, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a.

voor het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van

€ 305,00

een Rijksmonument of voorbeschermd Rijksmonument: b.

voor het herstellen of gebruiken van een monument of

€ 406,65

voorbeschermd monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht: Artikel 2.10 Omgevingsplanactiviteit: sloopactiviteit in beschermd stads- of dorpsgezicht VERVALLEN Artikel 2.11 Omgevingsplanactiviteit: overig cultureel erfgoed en werelderfgoed VERVALLEN

Paragraaf 2.5 Milieubelastende activiteiten Artikel 2.12 Omgevingsplanactiviteit: milieubelastende activiteit 2.12.1

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een milieubelastende

activiteit als bedoeld in paragraaf 22.3.26 van het tijdelijke deel van het omgevingsplan zoals opgenomen in artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a.

voor de activiteit verwerken polyesterhars:

b.

voor de activiteit installeren gesloten

€ 412,40 € 1.107,10

bodemenergiesysteem: c.

voor de activiteit kweken maden van vliegende insecten:

€ 303,90

d.

voor de activiteit opslaan propaan of propeen:

€ 781,50

e.

voor de activiteit tanken met LPG:

€ 781,50

f.

voor de activiteit antihagelkanonnen:

€ 303,90

g.

voor de activiteit biologische agens:

€ 412,40

h.

voor de activiteit genetisch gemodificeerde organismen:

€ 412,40

i.

voor de activiteit opslaan dierlijke meststoffen:

€ 412,40

j.

voor de activiteit lozen in de bodem (vangnetvergunning):

€ 618,70

k.

voor de activiteit lozen in schoonwaterriool

€ 618,70

(vangnetvergunning): l.

voor een andere activiteit dan genoemd in de onderdelen

€ 560,45

a tot en met k: Artikel 2.13 Activiteiten die bedrijfstakken overstijgen (afdeling 3.2 Besluit activiteiten leefomgeving) 2.13.1

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer activiteiten die bedrijfstakken overstijgen als bedoeld in de paragrafen 3.2.1, 3.2.3 tot en met 3.2.15, 3.2.17 tot en met 3.2.19 en 3.2.24 van afdeling 3.2 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

a.

voor één milieubelastende activiteit:

€ 379,85

b.

voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten:

€ 960,15

c.

voor vijf of meer milieubelastende activiteiten:

€ 1.941,15

Artikel 2.14 Nutssector en industrie (afdeling 3.4 Besluit activiteiten leefomgeving)

2.14.1

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer activiteiten in de categorie nutssector en industrie als bedoeld in de paragrafen 3.4.2, 3.4.4 tot en met 3.4.9 en 3.4.11 van afdeling 3.4 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

a.

voor één milieubelastende activiteit:

€ 379,85

b.

voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten:

€ 960,15

c.

voor vijf of meer milieubelastende activiteiten:

€ 1.941,15

Artikel 2.15 Afvalbeheer (afdeling 3.5 Besluit activiteiten leefomgeving) 2.15.1

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer activiteiten in de sector afvalbeheer als bedoeld in de paragrafen 3.5.1, 3.5.4, 3.5.7, 3.5.8 en 3.5.11 van afdeling 3.5 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

a.

voor één milieubelastende activiteit:

€ 379,85

b.

voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten:

€ 960,15

c.

voor vijf of meer milieubelastende activiteiten:

€ 1.941,15

Artikel 2.16 Agrarische sector (afdeling 3.6 Besluit activiteiten leefomgeving) 2.16.1

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer activiteiten in de agrarische sector als bedoeld in de paragrafen 3.6.1, 3.6.7 en 3.6.8 van afdeling 3.6 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

a.

voor één milieubelastende activiteit:

€ 379,85

b.

voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten:

€ 960,15

c.

voor vijf of meer milieubelastende activiteiten:

€ 1.941,15

Artikel 2.17 Dienstverlening, onderwijs en zorg (afdeling 3.7 Besluit activiteiten leefomgeving) 2.17.1

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een activiteit in de sector dienstverlening, onderwijs en zorg als bedoeld in de paragrafen 3.7.6 en 3.7.10 van afdeling 3.7 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief per milieubelastende activiteit, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

a.

voor één milieubelastende activiteit:

€ 379,85

b.

voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten:

€ 960,15

c.

voor vijf of meer milieubelastende activiteiten:

€ 1.941,15

Artikel 2.18 Transport, logistiek en ondersteuning daarvan (afdeling 3.8 Besluit actitiviteiten leefomgeving) 2.18.1

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer activiteiten in de sector transport, logistiek en ondersteuning daarvan als bedoeld in de paragrafen 3.8.2, 3.8.3, 3.8.5, 3.8.6, 3.8.8 tot en met 3.8.11 van afdeling 3.8 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

a.

voor één milieubelastende activiteit:

€ 379,85

b.

voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten:

€ 960,15

c.

voor vijf of meer milieubelastende activiteiten:

€ 1.941,15

Artikel 2.19 Sport en recreatie (afdeling 3.9 Besluit activiteiten leefomgeving) 2.19.1

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een activiteit in de sector

sport en recreatie als bedoeld in paragraaf 3.9.1 van afdeling 3.9 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief per milieuactiviteit, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a.

voor één milieubelastende activiteit:

€ 379,85

b.

voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten:

€ 960,15

c.

voor vijf of meer milieubelastende activiteiten:

€ 1.941,15

Artikel 2.20 Samenloop van milieubelastende activiteiten 2.20.1

Als bij de toepassing van de artikelen 2.13 tot en met 2.19 dezelfde milieubelastende activiteit onder meer dan een categorie valt en de aanvraag om een omgevingsvergunning heeft op al deze categorieën betrekking, wordt die milieubelastende activiteit slechts eenmaal in de heffing betrokken, waarbij het voor de belastingplichtige meest gunstige van toepassing zijnde tarief wordt toegepast.

2.20.2

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een kernactiviteit in een bedrijfstak gecombineerd met functioneel ondersteunende activiteiten uit andere bedrijfstakken, dan is, in afwijking van het bepaalde in deze paragraaf, op al deze activiteiten het artikel van toepassing waaronder de bedrijfstak die bepalend is voor de kernactiviteit valt.

Paragraaf 2.6 Lozingsactiviteiten Artikel 2.21 Lozingsactiviteit niet afkomstig van milieubelastende activiteit 2.21.1

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij de gemeente, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder c, onder 1, van de Omgevingswet, en het gaat niet om het lozen van water of stoffen afkomstig van een milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

Artikel 2.22 Lozingsactiviteit afkomstig van milieubelastende activiteit

€ 976,90

2.22.1

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking

€ 1.953,75

heeft op een lozingsactiviteit op een oppervlaktelichaam in beheer bij de gemeente, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder c, onder 1, van de Omgevingswet, bestaande uit het lozen van afvalwater, koelwater of stoffen afkomstig van een milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: Paragraaf 2.7 Aanlegactiviteiten Artikel 2.23 Omgevingsplanactiviteit: opbreken en graven VERVALLEN Artikel 2.24 Omgevingsplanactiviteit (aanleg): overige activiteiten beperkingengebied leidingen, landschapselement en aardkundige waarde 2.24.1

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit (aanleg), als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, in het beperkingengebied leidingen, in een bijzonder landschapselement of in een gebied met aardkundige waarde, bestaande uit het: a. aanbrengen of verwijderen van diepwortelende beplanting, b. indrijven van voorwerpen, c. ophogen van de grond, of d. verharden van de grond, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

a.

voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit (Opa-

€ 606,45

aanleg): b.

voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (Bopaaanleg):

Artikel 2.25 Omgevingsplanactiviteit (aanleg): geluid weg 2.25.1

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het aanleggen of wijzigen van een weg als op grond van het omgevingsplan of bij

€ 1.010,70

omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit een geluidgevoelig gebouw is toegelaten binnen het aandachtsgebied van die weg, als bedoeld in artikel 22.272 van het tijdelijke deel van het omgevingsplan zoals opgenomen in artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a.

voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit (Opa-

€ 868,35

aanleg-geluid): b.

voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (Bopa-

€ 1.519,60

aanleg-geluid): Artikel 2.26 Omgevingsplanactiviteit (aanleg): aanleggen of veranderen weg 2.26.1

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het aanleggen van een weg of verandering brengen in de wijze van aanleg van een weg, bedoeld in artikel 2:11 ((Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg) van de Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

a.

indien de aanlegkosten minder dan € 200.000 bedragen:

€ 169,10

2,530%

€ 6.454,60

2,280%

€ 14.951,15

2,030%

€ 27.559,45

1,770%

€ 49.546,20

1,530%

vermeerderd met 2,53% van de aanlegkosten. b.

indien de aanlegkosten € 200.000 tot € 500.000 bedragen: vermeerderd met 2,28% van de aanlegkosten boven de € 200.000

c.

indien de aanlegkosten € 500.000 tot € 1.000.000 bedragen: vermeerderd met 2,03% van de aanlegkosten boven de € 500.000

d.

indien de aanlegkosten € 1.000.000 tot € 2.000.000 bedragen: vermeerderd met 1,77% van de aanlegkosten boven de € 1.000.000

e.

indien de aanlegkosten € 2.000.000 tot € 5.000.000 bedragen: vermeerderd met 1,53% van de aanlegkosten boven de € 2.000.000

f.

indien de aanlegkosten € 5.000.000 of meer bedragen:

€ 106.562,85

vermeerderd met 1,28% van de aanlegkosten boven de € 5.000.000 met een maximum van € 139.547,20 Artikel 2.27 Omgevingsplanactiviteit (aanleg): uitweg/uitrit 2.27.1

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking

€ 173,85

heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het maken, hebben, veranderen of veranderen van het gebruik van een uitweg, bedoeld artikel [2:12] van de Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: Artikel 2.28 Omgevingsplanactiviteit (aanleg): overige aanlegactiviteiten 2.28.1

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid (aanlegactiviteit), niet zijnde een activiteit die in de voorgaande artikelen van deze paragraaf is benoemd, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

a.

voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit (Opa-

€ 409,90

aanleg-overig): b.

voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit (Opa-

€ 203,40

aanleg-overig) bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht, de tarieven genoemd onder 2.28.1.a, vermeerderd met: c.

voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (Bopa-

€ 406,65

aanleg-overig), de tarieven genoemd onder 2.28.1.a, vermeerderd met: d.

en als moet worden beoordeeld of de in het tijdelijke deel van het omgevingsplan bedoelde aanlegactiviteit niet in strijd is met het in voorbereiding zijnde omgevingsplan respectievelijk het in voorbereiding zijnde omgevingsplan

€ 101,05

1,280%

dat voorziet in de bescherming van het stads- of dorpsgezicht, als bedoeld in artikel 22.278, tweede lid, van het tijdelijke deel van het omgevingsplan zoals opgenomen in artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet, verhoogd met: Paragraaf 2.8 Overige activiteiten Artikel 2.29 Omgevingsplanactiviteit: alarminstallatie VERVALLEN Artikel 2.30 Omgevingsplanactiviteit: kappen van bomen of vellen van houtopstanden VERVALLEN Artikel 2.31 Omgevingsplanactiviteit: reclame 2.31.1

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit handelsreclame met behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die zichtbaar is vanaf een voor het publiek toegankelijke plaats, als o.a. bedoeld in artikel 5:7 (Parkeren van reclamevoertuigen) van de Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, en als niet tevens sprake is van een bouwactiviteit als bedoeld in paragraaf 2.3, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

a.

als de activiteit bestaat uit het op of aan een onroerende

€ 89,20

zaak maken of voeren van die handelsreclame: b.

als de activiteit bestaat uit het als eigenaar, beperkt

€ 89,20

gerechtigde of gebruiker van een onroerende zaak toestaan of gedogen dat die handelsreclame op of aan die onroerende zaak wordt gemaakt of gevoerd: Artikel 2.32 Omgevingsplanactiviteit: objecten plaatsen op de weg (Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de weg) VERVALLEN Artikel 2.33 Omgevingsplanactiviteit: standplaatsen VERVALLEN € 78,05 Artikel 2.34 Andere activiteiten

2.34.1

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het verrichten van een andere activiteit dan in deze paragraaf en voorgaande paragrafen van dit hoofdstuk bedoeld en die activiteit:

2.34.2

betreft een bij of krachtens artikel 5.1 van de

€ 409,90

Omgevingswet aangewezen vergunningplichtige andere activiteit, uitgezonderd de activiteit bedoeld in onderdeel b, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: 2.34.3

betreft een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

2.34.3.1

voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit (Opa-

€ 409,90

rest): 2.34.3.2

voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit (Opa-rest)

€ 203,40

bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht, de tarieven genoemde onder 2.34.3.1 vermeerderd met: 2.34.3.3

voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (Bopa-

€ 406,65

rest), de tarieven genoemde onder 2.34.3.1, vermeerderd met: 2.34.3.4

voor een in een gemeentelijke verordening als bedoeld in artikel 22.8 van de Omgevingswet in samenhang met artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit aangewezen vergunningplichtige activiteit (rest):

Paragraaf 2.9 Maatwerkvoorschriften bij bouwactiviteiten Artikel 2.35 Maatwerkvoorschriften bij bouwactiviteiten 2.35.1

Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft op een bouw- of sloopactiviteit, bedraagt het tarief:

2.35.2

voor een maatwerkvoorschrift dat betrekking heeft op: a. het in stand houden van een bestaand bouwwerk, bedoeld in artikel 3.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving;

€ 409,90

b. bouwactiviteiten die het bouwen van nieuwe bouwwerken betreffen als bedoeld in artikel 4.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; c. het gebruik van een bouwwerk, bedoeld in artikel 6.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; of d. het verrichten van bouw- of sloopwerkzaamheden als bedoeld in artikel 7.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; 1.

per maatwerkvoorschrift:

€ 202,15

2.

in andere gevallen dan bedoeld in onderdeel a, per

€ 404,30

maatwerkvoorschrift: Artikel 2.36 Maatwerkvoorschriften bij milieubelastende activiteiten 2.36.1

Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving betrekking heeft op:

a.

één milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3

€ 2.257,65

van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief: b.

twee tot vijf milieubelastende activiteiten als bedoeld in

€ 5.644,15

hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief: c.

vijf of meer milieubelastende activiteiten als bedoeld in

€ 11.288,30

hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief: 2.36.2

Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften

€ 2.257,65

betrekking heeft op een andere milieubelastende activiteit dan bedoeld in het eerste lid, bedraagt het tarief per maatwerkvoorschrift: Artikel 2.37 Maatwerkvoorschriften bij overige activiteiten 2.37.1

Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft op een andere activiteit dan genoemd in de artikelen 2.35 en 2.36, bedraagt het tarief per maatwerkvoorschrift:

Paragraaf 2.10 Gelijkwaardigheid Artikel 2.38 Gelijkwaardige maatregel

€ 2.102,35

2.38.1

Als de aanvraag om toestemming voor een gelijkwaardige maatregel als bedoeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet betrekking heeft op:

a.

een bouwactiviteit (gelijkwaardig), bedraagt het tarief, per

€ 101,05

uur: b.

een activiteit (gelijkwaardig) met betrekking tot cultureel

€ 101,05

erfgoed, bedraagt het tarief, per uur: c.

een milieubelastende activiteit (gelijkwaardig), bedraagt

€ 108,55

het tarief, per uur d.

een andere activiteit (gelijkwaardig) dan bedoeld in de

€ 104,75

onderdelen a, b of c, bedraagt het tarief, per uur: 2.38.2

Het op grond van het eerste lid verschuldigde bedrag wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag (gelijkwaardig) aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

Paragraaf 2.11 Overige tarieven Artikel 2.39 Verlengen tijdelijke omgevingsvergunning bouwactiviteit Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van

€ 808,65

een aanvraag om verlenging van de in een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit gestelde termijn, bedoeld in artikel 10.23, tweede lid, van het Omgevingsbesluit: Artikel 2.40 Wijzigen omgevingsvergunning Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om

€ 343,40

wijziging van een omgevingsvergunning is hetzelfde tarief verschuldigd als op grond van dit hoofdstuk verschuldigd is voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit of activiteiten waarop de aanvraag tot wijziging betrekking heeft. Artikel 2.41 Wijzigen voorschriften omgevingsvergunning Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van

€ 343,40

een aanvraag om wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning: Artikel 2.42 Intrekken omgevingsvergunning Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om gehele of gedeeltelijke intrekking van

€ 343,40

een omgevingsvergunning, tenzij artikel 2.58 van toepassing is: Artikel 2.43 Intrekken aanvraag om omgevingsvergunning en positieve weigering 2.43.1

Als het college van burgemeester en wethouders op grond

€ 127,45

van een aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning oordeelt dat voor de voorgenomen activiteit geen omgevingsvergunning is vereist (positieve weigering), bedraagt het tarief: 2.43.2

Bij gehele of gedeeltelijke intrekking binnen acht weken

€ 127,45

na de indiening van de aanvraag, zonder dat er tijdens de behandeling van de aanvraag om aanvullende gegevens op grond van artikel 4:5 van de algemene wet bestuursrecht is gevraagd, bedraagt het tarief: Artikel 2.44 Beoordeling onderzoeksrapporten De in artikel 2.49 opgenomen tarieven zijn van overeenkomstige toepassing op het in behandeling nemen van een aanvraag tot het beoordelen van een onderzoeksrapport, zonder dat sprake is van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ander besluit. Artikel 2.45 Wijzigen van het omgevingsplan Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van

€ 10.144,00

een aanvraag tot het wijzigen van het omgevingsplan: Artikel 2.46 Niet genoemd besluit op aanvraag Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van

€ 409,90

een aanvraag tot het nemen van een ander, in dit hoofdstuk niet benoemd besluit op grond van de Omgevingswet, de op die wet gebaseerde algemene maatregelen van bestuur of het omgevingsplan, anders dan bedoeld in artikel 2.34: Paragraaf 2.12 Modaliteiten Artikel 2.47 Achteraf ingediende aanvraag 2.47.1

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een

10,000%

activiteit wordt ingediend na aanvang of gereedkomen van de activiteit, worden de op grond van de paragrafen 2.3 tot en met 2.8 verschuldigde leges verhoogd met: 2.47.2

met een maximum van:

Artikel 2.48 Uitgebreide voorbereidingsprocedure

€ 1.320,50

Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit

€ 2.021,45

hoofdstuk bedraagt het tarief, als afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is op de voorbereiding van het besluit: Artikel 2.49 Beoordeling onderzoeksrapporten Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als krachtens wettelijk voorschrift voor de betreffende aanvraag een rapport moet worden beoordeeld: a.

voor de beoordeling van een milieukundig bodemrapport:

€ 334,15

b.

voor de beoordeling van een archeologisch

€ 334,15

bodemrapport/quickscan: c.

voor de beoordeling van een geluid- of luchtrapport

€ 334,15

betreffende de geluid- of luchtbelasting: d.

voor de beoordeling van een akoestisch rapport

€ 334,15

betreffende de interne en externe geluidwering of nagalm van een bouwwerk: e.

voor de beoordeling van een ecologisch

€ 334,15

onderzoeksrapport: f.

voor de beoordeling van een aanmeldnotitie (rapport)

€ 1.562,95

m.e.r.: g.

voor de beoordeling van een AERIUS berekening

€ 334,15

(rapport): h.

voor de beoordeling van een milieueffectrapportage

€ 3.126,00

(MER): i.

voor de beoordeling van een rapport locatie specifiek

€ 334,15

onderzoek in het kader van spuitzonering: j.

voor de beoordeling van een niet in de voorgaande

€ 334,15

onderdelen genoemd rapport: Artikel 2.50 Advies 2.50.1

Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als een daartoe aangewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet:

a.

voor een advies van de gemeenteraad (ook in geval het betreft een conceptaanvraag):

b.

voor een advies van de gemeentelijke adviescommissie (welstand) als bedoeld in de Verordening op de

€ 409,90

gemeentelijke adviescommissie erfgoed en ruimtelijke kwaliteit Schagen 2024 dat uitsluitend betrekking heeft op de redelijke eisen van welstand bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet en artikel 22.29, eerste lid, aanhef en onder b, van het tijdelijk deel van het omgevingsplan, zoals opgenomen in artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet: 2.50.1.2.1

Bij bouwkosten (welstand) tot € 20.000, ongeacht het

€ 50,00

aantal behandelingen: 2.50.1.2.2

Bij bouwkosten (welstand) hoger dan € 20.000, 0,30%

0,300%

over de bouwkosten, ongeacht het aantal behandelingen: 2.50.1.2.3

Second opinion (welstand)

€ 1.426,95

2.50.1.2.4

Maximum tarief per behandeld bouwplan (welstand)

€ 2.750,00

c.

Als de aanvraag betrekking heeft op een bouwplan

€ 23,75

waarvoor een omgevingsvergunning moet worden verleend en hiervoor een ambtelijke welstandsbeoordeling (welstand) noodzakelijk is, wordt het overeenkomstig 2.6.1 berekende bedrag verhoogd met: d.

voor een advies (welstand) van de gemeentelijke

€ 303,20

adviescommissie als bedoeld in de Verordening op de gemeentelijke adviescommissie erfgoed en ruimtelijke kwaliteit Schagen 2024 in andere gevallen dan bedoeld in onderdeel b: e.

voor een advies (welstand) in andere gevallen dan bedoeld in de onderdelen a tot en met d: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld.

2.50.2

Als een begroting (welstand) als bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

2.50.3

Handhavingszaken/excessenregeling (welstand)

2.50.4

Verhoging verplicht advies agrarische commissie (ABC), onverminderd het bepaalde in onderdeel 2.6.1 bedraagt het tarief, indien krachtens wettelijk voorschrift voor de in

€ 150,00

dat onderdeel bedoelde aanvraag een advies van de agrarische commissie nodig is en wordt beoordeeld, bedraagt het tarief: a.

inzake een standaardadvies (ABC) bestaande bedrijven;

€ 1.179,75

b.

inzake nieuwe vestigingen en/of beoordeling van een

€ 1.391,50

bedrijfsplan (ABC); c.

inzake een advies (ABC) waarbij ook uitspraken van een

€ 1.464,10

commissie voor bezwaar en beroep en/of gerechtelijke uitspraken worden betrokken; d.

inzake een nader advies (ABC) op een eerder uitgebracht

€ 738,10

advies; e.

second opinion (ABC).

2.50.5

Voor een advies aan de Veiligheidsregio Noord-Holland

€ 1.815,00 € 409,90

Noord ingevolge de beoordeling van een aanvraag anders dan met gevolgklasse 1 als bedoeld in artikel 2.17, lid 2 van het Besluit bouwwerken leefomgeving Artikel 2.51 Instemming 2.51.1

Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als een aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet betrekking heeft op een activiteit waarvoor de beslissing op de aanvraag op grond van artikel 16.16 van de Omgevingswet instemming behoeft van een bestuursorgaan:

a.

als de gemeenteraad moet besluiten over de instemming:

€ 409,90

b.

als een ander bestuursorgaan moet besluiten over de

€ 409,90

instemming: het bedrag dat dit bestuursorgaan aan rechten zou heffen als het voor de activiteit waarvoor instemming wordt verzocht zelf bevoegd gezag zou zijn. 2.51.2

Het bedrag bedoeld in het eerste lid, onder b wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag (instemming) wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

Paragraaf 2.13 Vermindering Artikel 2.52 Vermindering na omgevingsoverleg

2.52.1

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning bedoeld in

85,000%

artikel 2.2, aanhef en onderdeel b, en zoals nader omschreven in de paragrafen 2.3 tot en met 2.8, is voorafgegaan door een aanvraag om omgevingsoverleg als bedoeld in artikel 2.2, aanhef en onderdeel a, en zoals nader omschreven in paragraaf 2.2 (voorfase), waarop de aanvraag om de omgevingsvergunning betrekking heeft, bestaat onder de in het tweede lid genoemde voorwaarden aanspraak op vermindering (teruggaaf) van de voor het in behandeling nemen van de aanvraag om de omgevingsvergunning verschuldigde leges. De vermindering bedraagt: van de voor het omgevingsoverleg geheven leges. 2.52.2

Voor de toepassing van het eerste lid wordt de aanvraag om een omgevingsvergunning gedaan:

a.

voor dezelfde activiteit of activiteiten als waarop het omgevingsoverleg (teruggaaf) betrekking had;

b.

in overeenstemming met de uitkomsten van het omgevingsoverleg (teruggaaf); en

c.

binnen één kalenderjaar na het laatste omgevingsoverleg of, als het omgevingsoverleg volgens afspraak leidt tot een kennisgeving aan de aanvrager, na de dagtekening van de kennisgeving (teruggaaf).

2.52.3

Vermindering (teruggaaf) is niet van toepassing op artikel 2.4.2 (consultaanvraag)

Artikel 2.53 Vermindering bij meervoudige aanvraag VERVALLEN

Paragraaf 2.14 Teruggaaf Artikel 2.54 Teruggaaf bij aanvraag en oordeel geen omgevingsvergunning nodig VERVALLEN Artikel 2.55 Teruggaaf als aanvraag verder buiten behandeling wordt gelaten Als na toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht een aanvraag buiten behandeling wordt gelaten, bestaat aanspraak op teruggaaf. De teruggaaf bedraagt: van de voor de activiteit (teruggaaf) waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde leges. Artikel 2.56 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij reguliere procedure

85,000%

Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag om een maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht nietvan toepassing is geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: a.

bij gehele of gedeeltelijke intrekking na acht weken na de

75,000%

indiening van de aanvraag (teruggaaf): van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges. Artikel 2.57 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij uitgebreide voorbereidingsprocedure Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag om een maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: a.

bij gehele of gedeeltelijke intrekking van de aanvraag:

50,000%

Artikel 2.58 Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende omgevingsvergunning voor bouwof milieubelastende activiteiten Als het college van burgemeester en wethouders een verleende omgevingsvergunning voor een bouw- of milieubelastende activiteit intrekt op aanvraag van de vergunninghouder, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges, mits deze aanvraag is ingediend binnen 26 weken na verlening van de vergunning en van de vergunning geen gebruik is gemaakt. De teruggaaf bedraagt: van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges. Artikel 2.59 Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning voor bouwof milieubelastende activiteiten

25,000%

a.

Als het college van burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning voor een bouw- of milieubelastende activiteit weigert, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: van de voor de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning is geweigerd verschuldigde leges.

b.

Onder een weigering bedoeld in onderdeel a wordt mede verstaan een vernietiging van de beschikking waarbij de vergunning is verleend bij rechterlijke uitspraak.

Artikel 2.60 Geen teruggaaf legesdeel modaliteiten In afwijking van de voorgaande artikelen van deze paragraaf wordt geen teruggaaf verleend van het legesdeel dat betrekking heeft op de modaliteiten genoemd in paragraaf 2.12. Artikel 2.61 Minimumbedrag voor teruggaaf Een bedrag (teruggaaf) minder dan € 68,00 wordt niet teruggegeven.

25,000%

Hoofdstuk 3 Europese dienstenrichtlijn Artikel

Omschrijving

Verkooptarief

Paragraaf 3.1 Horeca 3.1.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het

€ 469,60

verkrijgen van een vergunning ingevolge artikel 3 van de Alcoholwet 3.1.1.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het

€ 78,35

verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 4, lid 4 van de Alcoholwet 3.1.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een melding als

€ 117,50

bedoeld in artikel 30 van de Alcoholwet 3.1.3

Het tarief bedraag voor het in behandeling nemen van een melding als bedoeld in artikel 30a van de Alcoholwet

3.1.3.1

voor de eerste leidinggevende

€ 78,35

3.1.3.2

voor iedere volgende leidinggevende

€ 39,10

3.1.4

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het

€ 117,50

verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Alcoholwet. 3.1.5

Indien de aanvraag betrekking heeft op een meerjarenontheffing (voor ten hoogste 5 jaren) voor een ontheffing als bedoeld in artikel 3.1.4 bedraagt het tarief 200% van het betreffende tarief

3.1.6

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het

€ 469,60

verstrekken van een exploitatievergunning als bedoeld in artikel 2:28 van de Apv bedraagt 3.1.6.1

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot wijziging van

€ 77,15

een exploitatievergunning als bedoeld in artikel 2:28 van de Apv bedraagt 3.1.7

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een

€ 78,35

ontheffing als bedoeld in artikel 2:29 van de APV Schagen (ontheffing sluitingsuur) Paragraaf 3.2 Prostitutiebedrijven 3.2.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een exploitatievergunning of wijziging van een exploitatievergunning als bedoeld in 3:3 van de APV Schagen, anders dan een wijziging bedoeld in onderdeel 3.3.2:

3.2.1.1

voor een seksinrichting

€ 531,70

3.2.1.2

voor een escortbedrijf

€ 265,80

3.2.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van een exploitatievergunning in verband met uitsluitend een wijziging van het beheer in een seksinrichting of escortbedrijf, als bedoeld in artikel 3:13d van de APV Schagen:

3.2.2.1

voor een seksinrichting

€ 78,35

3.2.2.2

voor een escortbedrijf

€ 78,35

Paragraaf 3.3 Winkeltijdenwet 3.3.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor

€ 78,35

een ontheffing in het kader van de Winkeltijdenwet of het Vrijstellingsbesluit Winkeltijdenwet 3.3.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het

€ 39,10

verlenen van toestemming om een in onderdeel 3.3.1 bedoelde ontheffing over te dragen aan een ander 3.3.3

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het

€ 39,10

intrekken of wijzigen van een in 3.3.1 bedoelde ontheffing Paragraaf 3.4 Organiseren evenement of markt 3.4.1

Het tarief voor het in behandeling nemen van een melding (O) als bedoeld in

€ 39,10

artikel 4.2 juncto artikel 14.2 van het evenementenbeleid 3.4.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het houden van een evenement als bedoeld in artikel 2.25, lid 1 van de Algemene plaatselijke verordening, indien het betreft:

3.4.2.1

Een regulier evenement, categorie A als bedoeld in

€ 156,70

3.4.2.2

Een aandacht evenement, categorie B

€ 1.233,85

3.4.2.3

Een risico evenement, categorie C of een vechtsportwedstrijd of gala

€ 2.467,70

3.4.3

Indien de aanvraag betrekking heeft op een meerjarenvergunning (voor ten hoogste 5 jaren) voor een vergunning als bedoeld in artikel 3.4.2.1 en artikel 3.3. juncto 14.3 van het evenementenbeleid, bedraagt het tarief 200% van het betreffende tarief

3.4.3.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een melding

€ 39,10

meerjarig evenement als bedoeld in artikel 3.3.3 3.4.4

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een melding

€ 78,35

incidentele festiviteiten als bedoeld in artikel 4:3, lid 1 van de Algemene plaatselijke verordening 3.4.5

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning voor het organiseren van een markt, als bedoeld in artikel 2:25 van de Algemene plaatselijke verordening, indien het betreft:

3.4.5.1

Een kofferbakmarkt, fancyfair, braderie of soortgelijke markt welke

€ 313,40

commercieel wordt uitgebaat 3.4.5.2

Het tarief onder artikel 3.3.1.2 wordt vermeerderd met een bedrag als hieronder staat aangegeven:

3.4.5.3

* indien ten behoeve van de activiteit verkeersmaatregelen nodig zijn:

€ 78,35

3.4.5.4

* indien ten behoeve van de activiteit een tijdelijke gebruiksmelding is

€ 78,35

vereist: 3.4.5.5

* indien ten behoeve van de activiteit een aanstellingsbesluit verkeersregelaars is vereist:

€ 78,35

3.4.5.6

Indien de vergunning betrekking heeft op een meerjarenvergunning (voor ten hoogste 5 jaren) voor een activiteit als bedoeld in artikel 3.4.5.1 t/m 3.4.5.5 bedraagt het tarief 200% van het betreffende tarief

Paragraaf 3.5 Standplaatsen 3.5.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het

€ 78,35

verkrijgen van een vergunning als bedoeld in artikel 5:18 van de APV Schagen (standplaatsvergunning) 3.5.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een

€ 39,10

standplaatsvergunning als bedoeld in artikel 3 van de Marktverordening Schagen (individuele vergunning) 3.5.3

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om

€ 39,10

overschrijving van de standplaatsvergunning op naam van een ander als bedoeld in artikel 9 van de marktverordening 3.5.4

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot wijziging van

€ 39,10

de locatie of een wijziging in de afmetingen van een bestaande marktvergunning Paragraaf 3.6 Huisvestingswet 3.6.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een

€ 39,10

huisvestingsvergunning om een woonruimte in gebruik te geven en te houden, als bedoeld in hoofdstuk 2 van de Huisvestingswet 2014: Paragraaf 3.7 In deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking 3.7.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een andere, in deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking

€ 39,10

Registratienr. 23.101544

*23.101544* Relatie met: 20.049207

GISELLEBRaadsbesluit 0000001189 E Gemeenteraad

Raadsbesluit De raad van de gemeente Schagen, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 5 november 2024, nr. ; gelet op het bepaalde in de artikelen 156, tweede lid aanhef en onderdeel h, en artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b van de Gemeentewet en artikelen 2, tweede lid, en 7 van de Paspoortwet en artikel 13.1a van de Omgevingswet;

besluit: vast te stellen de:

Verordening op de heffing en invordering leges 2025 Artikel 1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: a. dag: de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt; b. week: een aaneengesloten periode van zeven dagen; c. maand: het tijdvak dat loopt van de ne dag in een kalendermaand tot en met de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand, met dien verstande dat als de ne dag in een kalendermaand 30 of 31 januari is, de (n-1) e dag in de volgende kalendermaand altijd de laatste dag van de maand februari is; d. jaar: het tijdvak dat loopt van de ne dag in een kalenderjaar tot en met de (n-1)e dag in het volgende kalenderjaar; e. kalenderjaar: de periode van 1 januari tot en met 31 december; f. commercieel evenement/activiteit: een evenement/activiteit dat/die: een individueel, persoonlijk of groepswinstoogmerk heeft: of bedrijfsmatig van aard is; of mede door commerciële bedrijven wordt ontplooid; g.

niet-commerciële evenement/activiteit: een evenement/activiteit dat/die: geen individueel, persoonlijk of groepswinstoogmerk hebben: en niet bedrijfsmatig van aard is: en worden ook niet door commerciële bedrijven (mede) ontplooid: en een beoogde doelstelling van sociale, pedagogische, sportieve, charitatieve of culturele aard: en georganiseerd door stichtingen en verenigingen, waarvan de inkomsten worden aangewend om de continuïteit van de eigen activiteiten te waarborgen of worden ingezet voor een goed doel.

Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam “leges” worden rechten geheven voor: a. het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een dienst of het nemen van een besluit; b. het verlenen van een dienst op aanvraag; of c. het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een document; een en ander zoals genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel.

Raadsbesluit Verordening leges 2025

Pagina 1 van 3

Artikel 3 Belastingplicht Belastingplichtig is de aanvrager of degene voor wie de aanvraag is gedaan.

Artikel 4 Vrijstellingen Leges worden niet geheven voor: a. diensten waarvan de kosten krachtens afdeling 13.6 van de Omgevingswet zijn of worden verhaald; b. diensten waarvan de kosten krachtens een exploitatieplan zoals bedoeld in de Wet ruimtelijk ordening zijn of worden verhaald; c. het in behandeling nemen van een aanvraag van verklaringen omtrent inkomen en vermogen; d. het in behandeling nemen van een aanvraag tot het toekennen van een uitkering, bijdrage ofwel subsidie; e. een evenementenvergunning als bedoeld in artikel 2:24 van de Algemene plaatselijke verordening Schagen aangevraagd ten behoeve van: 1. de intocht van Sinterklaas; 2. het houden van huttenbouwdorpen; 3. het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2.25 (evenement) van de Algemene plaatselijke verordening de daarmee samenhangende ontheffingen, voor zover verleend voor niet commerciële, lokale activiteiten met een maximum tot 500 personen mits georganiseerd door een in de gemeente Schagen gevestigde instelling met een maatschappelijke doelstelling; 4. het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2:25 (evenement) van de Algemene plaatselijke verordening en de daarmee samenhangende ontheffingen voor zover verleend ten behoeve van een activiteit die uitsluitend wordt georganiseerd ten behoeve van een goed doel. 5.

Stichtingen of verenigingen die tot doel hebben een evenement te organiseren, waarbij het evenement gericht is op commerciële activiteiten vallen buiten deze ontheffingsregeling en blijven derhalve legesplichtig. f. diensten waarvan de kosten krachten een anterieure overeenkomst zijn of worden verhaald.

Artikel 5 Maatstaven van heffing en belastingtarief 1. 2.

De leges worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.

Artikel 6 Wijze van heffing De leges worden geheven door middel van een mondelinge kennisgeving, een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, een zegel, een nota of andere schriftuur, of kennisgeving langs elektronische weg. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving of langs elektronische weg aan de belastingschuldige bekendgemaakt.

Artikel 7 Termijn van betaling 1.

2.

In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de leges worden betaald ingeval de kennisgeving als bedoeld in artikel 6: a. mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving; b. schriftelijk wordt gedaan op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen 28 dagen na de dagtekening van de kennisgeving; c. langs elektronische weg in het aanvraagproces wordt gedaan onverwijld, dan wel als die mogelijkheid wordt geboden binnen 28 dagen na het indienen van de aanvraag langs elektronische weg; De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.

Artikel 8 Kwijtschelding Bij de invordering van de leges wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 9 Vermindering of teruggaaf 1. Gehele of gedeeltelijke vermindering of teruggaaf van leges voor een in de bij deze verordening behorende tarieventabel omschreven dienst, besluit of handeling wordt verleend overeenkomstig een met betrekking tot die dienst, besluit of handeling in die tarieventabel opgenomen bepaling. 2. Voor de toepassing van artikel 28, vierde lid, van de Invorderingswet 1990 wordt de teruggaaf van leges, bedoeld in het eerste lid, aangemerkt als een vermindering van de belastingaanslag.

Raadsbesluit Verordening leges 2025

Pagina 2 van 3

Artikel 10 Overdracht van bevoegdheden Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het wijzigen van deze verordening in de loop van het kalenderjaar, indien de wijzigingen: a. van zuiver redactionele aard zijn; b. een tariefsverlaging betreffen; c. een gevolg zijn van nieuwe of gewijzigde rijksregelgeving die in de loop van dat kalenderjaar in werking treedt binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van de inwerkingtreding ervan in het Staatsblad of de Staatscourant en het de volgende hoofdstukken of onderdelen van hoofdstuk 1 van de tarieventabel betreft: 1) paragraaf 1.2 (reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart); 2) paragraaf 1.3 (rijbewijzen); 3) paragraaf 1.4 (schriftelijke verstrekking uit de basisregistratie personen); 3) paragraaf 1.9, onderdeel 1.9.1 (verklaring omtrent het gedrag); 4) paragraaf 1.16 (kansspelen); een en ander voor zover met deze wijzigingen niet reeds bij het vaststellen of latere wijziging van deze verordening bij raadsbesluit rekening is gehouden.

Artikel 11 Overgangsrecht 1.

2.

De “Verordening leges 2024” van 19 december 2023 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 12, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in artikel 12, tweede lid, opgenomen datum van ingang van de heffing, blijft de in het eerste lid genoemde verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover de heffing van de leges hiervoor in die periode plaatsvindt.

Artikel 12 Inwerkingtreding 1. 2.

Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2025.

Artikel 13 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: “Verordening leges 2025”. Aldus besloten in de vergadering van: 17 december 2024.

De raad van de gemeente Schagen, griffier

voorzitter

De heer G.E.P. Meijer

Mevrouw M.J.P. van Kampen-Nouwen

Raadsbesluit Verordening leges 2025

Pagina 3 van 3

Tarieventabel behorende bij de Verordening precariobelasting 2025 A.

B.

C.

D.

E.

Voor het innemen of op enigerlei wijze aan het verkeer onttrekken van een gedeelte van de openbare gemeentegrond, behoudens de bijzondere tarieven hierna vermeld, per m2 of gedeelte daarvan: per dag per week per maand per jaar

€ € € €

1,02 4,08 8,08 48,72

Voor het plaatsen van werktuigen en materialen, ten behoeve van bouw- en andere werken van tijdelijk aard, per m2 of gedeelte daarvan per dag per week per maand per jaar

€ € € €

1,02 4,08 8,08 48,72

Voor het innemen van openbare gemeentegrond, conform de verleende vergunning, voor het uitstallen van goederen of voor het hebben van een terras in verband met de uitoefening van enig beroep of bedrijf per m2 of een gedeelte daarvan: per jaar gebied A per jaar gebied B per jaar gebied C

€ € €

64,95 32,47 16,24

Voor het gebruik van gemeentegrond ten behoeve van het houden van circussen waartoe o.a. behoren tenten, wagens/materialen e.d. per m2 per dag

€

0,03

Voor het hebben van een podium op openbare gemeentegrond tijdens festiviteiten of evenementen per m2 per dag per week

vervallen vervallen

Voor het hebben van een reclamebord

€

26,50

Voor het gebruik van gemeentegrond ten behoeve van het plaatsen van tijdelijke reclameobjecten zoals reclameborden, spandoeken e.d. per reclameobject

€

4,35

G.

Voor het hebben van een automatisch verkooptoestel per toestel, per jaar

€

15,85

H.

Voor het boven openbare gemeentegrond hebben van een zonnescherm of markies per strekkende meter per jaar

€

6,65

I.

Voor het op openbare gemeentegrond innemen, buiten de gewone marktdagen, van een standplaats (met een wagen, kar, een bakfiets en dergelijke) tot het ten verkoop uitstallen, aanbieden of voorradig hebben van goederen, eetwaren en andere artikelen per m2 per dag per week per maand per jaar

€ € € €

1,02 4,08 8,08 48,72

Voor het gebruik van gemeentegrond ten behoeve van het plaatsen van een marktkraam, verkoopwagen e.d. in het kader van een (rommel)markt, braderie of andere soortgelijke markt, per individuele marktplek

€

6,00

Voor het hebben van een pompinstallatie voor brandstoffen of dergelijke inrichting op en het hebben van daarbij behorende tanks in de openbare gemeentegrond: 1 Voor de pompinstallatie en leidingen per jaar: indien de pompinstallatie werkt op één tank indien zij werkt op twee tanks (dubbele pomp) indien zij werkt op drie tanks (drievoudige pomp)

€ € €

134,45 201,00 268,80

2 Voor elke tank per m3 inhoud of gedeelte daarvan, per jaar

€

31,24

3 Voor het hebben van een apparaat voor het afleveren van lucht en/of water met inbegrip van de daarbij behorende leidingen op of in de grond, per jaar

€

40,90

F.

K.

L.

Gebied A: de stad Schagen Gebied B: de kustdorpen, Petten, Sint Maartenszee, Callantsoog en Groote Keeten Gebied C: de overige dorpen Behorende bij de Verordening precariobelasting 2025 Vastgesteld op 17 december 2024 De raad van de gemeente Schagen, griffier

voorzitter

De heer G.E.P. Meijer

Mevrouw M.J.P. van Kampen-Nouwen

Registratienr. 23.101545

*23.101545* Relatie met: 20.049207

GISELLEBRaadsbesluit 0000001189 E Gemeenteraad

Raadsbesluit De raad van de gemeente Schagen, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 5 november 2024, nr. ; gelet op het bepaalde in artikel 228 van de Gemeentewet;

besluit: vast te stellen de:

Verordening op de heffing en invordering precariobelasting 2025 Artikel 1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: a. dag: een periode van 24 uren, aanvangende te 00.00 uur, of een gedeelte daarvan; b. week: een periode van zeven achtereenvolgende dagen; c. maand: een kalendermaand; d. jaar: een kalenderjaar; e. vergunning: een door het gemeentebestuur verleende en in de gemeentelijke registratie opgenomen toestemming op grond waarvan een persoon één of meer voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond mag hebben; f. niet-commerciële evenement/activiteit: een evenement/activiteit dat/die: geen individueel, persoonlijk of groepswinstoogmerk hebben: en niet bedrijfsmatig van aard is: en niet mede door commerciële bedrijven ontplooid: en een beoogde doelstelling van sociale, pedagogische, sportieve, charitatieve of culturele aard: en georganiseerd door stichtingen en verenigingen, waarvan de inkomsten worden aangewend om de continuïteit van de eigen activiteiten te waarborgen of worden ingezet voor een goed doel.

Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam precariobelasting wordt een directe belasting geheven ter zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, bedoeld of genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel.

Artikel 3 Belastingplicht 1.

2.

De precariobelasting wordt geheven van degene die het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft, dan wel van degene ten behoeve van wie dat voorwerp of die voorwerpen onder, op of boven de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond aanwezig zijn. In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt, indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, degene aan wie de vergunning is verleend of diens rechtsopvolger aangemerkt als degene bedoeld in het eerste lid, tenzij blijkt dat hij niet het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft.

Artikel 4 Vrijstellingen De precariobelasting wordt niet geheven ter zake van:

Raadsbesluit Verordening precariobelasting 2025

Pagina 1 van 4

a. b. c.

d.

e. f. g. h. i. j. k.

Het hebben van voorwerpen, waarvan de aanwezigheid door de gemeente op grond van een privaatrechtelijke overeenkomst of anderszins rechtens moet worden gedoogd; van voorwerpen of werken, welke door of vanwege het rijk en de provincie, noodzakelijk voor de uitoefening van hun publiekrechtelijke taak, zijn aangebracht of geplaatst; Voor het hebben van aankondigingen door de gemeente, voor het gebruik of genot door de gemeente van de openbare gemeentegrond en voor het hebben onder, op of boven die grond van voorwerpen, werken of inrichtingen, welke aan de gemeente in eigendom toebehoren en bij haar in gebruik zijn; Voor het gebruik of genot van de openbare gemeentegrond ten behoeve van bouwwerken, civieltechnische en cultuurtechnische werken, welke voor rekening van de gemeente worden gebouwd, verbouwd of hersteld en door haar worden of zullen worden gebruikt; Voor het hebben van wegwijzers in, op of boven de openbare gemeentegrond door de Koninklijke Nederlandse Toeristenbond A.N.W.B.; Van vlaggenstokken en vlaggen zonder reclame of handelsnaam; Voor het hebben van pilasters, plinten, kozijndorpels, gevelversieringen, goten, afvoerbuizen van hemelwater, puilijsten, goot- of kroonlijsten, spionnen e.d.

niet meer dan 0,30 m buiten de rooilijn uitstekend; Buizen in de grond tot lozing van fecaliën, huishoud- en hemelwater; Van voorwerpen of werken, welke in een uitsluitend algemeen belang voorzien of welke uitsluitend worden gebezigd voor weldadige doeleinden; Van voorwerpen of werken, waarvoor krachtens een andere gemeentelijke heffingsverordening rechten zijn verschuldigd; Niet-commerciële evenementen/activiteiten.

Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief De precariobelasting wordt geheven naar het aantal eenheden, bepaald en berekend aan de hand van de bij deze verordening behorende tarieventabel, met inachtneming van het overige in deze verordening bepaalde.

Artikel 6 Berekening van de precariobelasting 1. 2. 3. 4.

5. 6.

7.

Voor de berekening van de precariobelasting wordt met betrekking tot een in de tarieventabel genoemde lengte- of oppervlaktemaat een gedeelte daarvan als een volle eenheid aangemerkt. Indien een tarief per oppervlakte is opgesteld, wordt de precariobelasting berekend naar de oppervlakte van de horizontale projectie van de voorwerpen, tenzij anders is bepaald. De oppervlakte van andere rechthoekige voorwerpen wordt gesteld op het product van de twee aangrenzende zijden van een om het voorwerp geplaatste denkbeeldige rechthoek. Indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, wordt voor de berekening van de precariobelasting aangesloten bij de geldigheidsduur van die vergunning, tenzij blijkt dat het belastbaar feit zich gedurende een kortere periode heeft voorgedaan. In dat geval bestaat aanspraak op ontheffing, waarbij het vijfde lid van overeenkomstige toepassing is. Indien in de tarieventabel voor een voorwerp tarieven voor verschillende tijdseenheden zijn opgenomen, wordt de precariobelasting berekend op de voor de belastingplichtige meest voordelige wijze. In afwijking van het bepaalde in artikel 1 wordt voor de berekening van de precariobelasting: a.

indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een weektarief, maar geen dagtarief is opgenomen, een gedeelte van een week gelijkgesteld met een week; b. indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een maandtarief, maar geen dag- of weektarief is opgenomen, een gedeelte van een maand gelijkgesteld met een maand. Indien in de tarieventabel voor een voorwerp een dagtarief, weektarief of maandtarief is opgenomen en het belastingtijdvak een langere periode dan een dag, onderscheidenlijk een week of een maand omvat, gelden deze tarieven per dag, onderscheidenlijk week of maand van het belastingtijdvak.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15040604/1