Getekend RB Belastingverordeningen 2025
Tekst van het document
Artikel 7 Belastingtijdvak 1.
2.
In de gevallen waarin de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, is het belastingtijdvak de periode waarvoor de vergunning is verleend, met dien verstande dat bij een kalender overschrijdende geldigheidsduur van de vergunning het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar. In andere dan de in het eerste lid bedoelde gevallen, is het belangtijdvak de aaneengesloten periode gedurende welke het belastbaar feit zich voordoet of heeft voorgedaan.
Artikel 8 Wijze van heffing 1.
De precariobelasting wordt geheven bij wege van aanslag, gedagtekende nota of ander schriftuur.
Raadsbesluit Verordening precariobelasting 2025
Pagina 2 van 4
2.
In afwijking van het eerste lid wordt de voor een dag verschuldigde precariobelasting geheven door middel van een mondelinge kennisgeving, dan wel gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt mondeling dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt. De belasting wordt verschuldigd bij de aanvang van het heffingstijdvak of, zo dit later is, op het tijdstip waarop het hebben van voorwerpen een aanvang neemt.
Artikel 9 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1. 2. 3.
4.
5.
In de gevallen bedoeld in artikel 7, eerste lid, is de precariobelasting verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. In de gevallen bedoeld in artikel 7, tweede lid, is de precariobelasting verschuldigd bij het einde van het belastingtijdvak. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt is de naar jaartarieven geheven precariobelasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde precariobelasting als er in dat tijdvak, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor de naar jaartarieven geheven precariobelasting voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde precariobelasting als er in dat tijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij blijkt dat het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 10,00. Belastingbedragen van minder dan € 10,00 worden niet geheven.
Artikel 10 Termijn van betaling 1.
2.
In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de precariobelasting worden betaald ingeval de kennisgeving als bedoeld in artikel 8: a. mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving; b. schriftelijk wordt gedaan op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen 28 dagen na de dagtekening van de kennisgeving. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel 11 Kwijtschelding Bij de invordering van de precariobelasting wordt geen kwijtschelding verleend.
Artikel 12 Overgangsrecht De “Verordening precariobelasting 2024” van 19 december 2023 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Artikel 13 Inwerkingtreding 1. 2.
Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2025.
Artikel 14 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: “Verordening precariobelasting 2025”.
Aldus besloten in de vergadering van: 17 december 2024.
De raad van de gemeente Schagen, griffier
voorzitter
De heer G.E.P. Meijer
Mevrouw M.J.P. van Kampen-Nouwen
Raadsbesluit Verordening precariobelasting 2025
Pagina 3 van 4
Raadsbesluit Verordening precariobelasting 2025
Pagina 4 van 4
Tarieventabel behorende bij de Verordening grafrechten 2025 Hoofdstuk 1 Verlenen en verlengen van rechten 1.1 Voor het verlenen van een uitsluitend recht voor een graf voor twee overledenen wordt geheven: € € € € €
848,20 1.696,40 2.544,60 4.241,00 6.361,50
€ € € € € € €
424,10 848,20 1.272,30 1.696,40 2.544,60 3.392,80 4.241,00
Voor het verlenen van een uitsluitend recht voor een natuurgraf voor onbepaalde tijd wordt geheven: Voor een natuurgraf voor één overledene Voor een natuurgraf voor twee overledenen
€ €
3.598,70 6.426,25
Voor het verlenen van een uitsluitend recht op een urnengraf, urnennis, urnenplaats en gedenkplaats wordt geheven: voor een periode van 10 jaar voor een periode van 20 jaar voor een periode van 30 jaar voor een periode van 50 jaar voor een periode van 75 jaar
€ € € € €
424,10 848,20 1.272,30 2.120,50 3.180,75
1.6.1 1.6.2 1.6.3 1.6.4 1.6.5 1.6.6 1.6.7
Voor het verlengen van een uitsluitend recht op een urnengraf, urnennis, urnenplaats en gedenkplaats wordt geheven voor de periode van 5 jaar voor de periode van 10 jaar voor de periode van 15 jaar voor de periode van 20 jaar voor de periode van 30 jaar voor de periode van 40 jaar voor de periode van 50 jaar
€ € € € € € €
212,05 424,10 636,15 848,20 1.272,30 1.696,40 2.120,50
1.7 1.7.1 1.7.2
Voor het verlenen van een uitsluitend recht voor een natuururnengraf voor onbepaalde tijd wordt geheven: voor 1 urn voor 2 urnen
€ €
1.696,55 2.519,10
Hoofdstuk 2 2.1 2.1.1 2.1.2
Begraven,bijzetten van urnen en verstrooien van as Voor het begraven van een overledene in een particulier graf Voor het begraven van een kind jonger dan 1 jaar: 25% van het tarief van 2.1 Voor het begraven van een kind van 1 tot 8 jaar: 50% van het tarief van 2.1
€
678,10
1.1.1 1.1.2 1.1.3 1.1.4 1.1.5
op een particulier graf voor de periode van 10 jaar op een particulier graf voor een periode van 20 jaar op een particulier graf voor een periode van 30 jaar op een particulier graf voor een periode van 50 jaar op een particulier graf voor een periode van 75 jaar
1.2 1.2.1 1.2.2 1.2.3 1.2.4 1.2.5 1.2.6 1.2.7 1.2.8
Voor het verlengen van een uitsluitend recht voor een graf voor twee overledenen wordt geheven: op een particulier graf voor de periode van 5 jaar op een particulier graf voor de periode van 10 jaar op een particulier graf voor de periode van 15 jaar op een particulier graf voor de periode van 20 jaar op een particulier graf voor de periode van 30 jaar op een particulier graf voor de periode van 40 jaar op een particulier graf voor de periode van 50 jaar voor een verlenging in het kader van de vereiste grafrusttermijn: 1/10 deel van het tarief van 1.2.2 per te verlengen jaar
1.3 1.3.1 1.3.2 1.3.3
Voor het verlenen en verlengen van een uitsluitend recht voor een graf voor een kind wordt geheven: Voor een graf van een kind tot 1 jaar: 25% van het tarief van 1.1 en 1.2 Voor een graf van een kind van 1 tot 8 jaar: 50% van het tarief van 1.1 en 1.2 Voor een graf van een kind van 8 tot 12 jaar: 75% van het tarief van 1.1 en 1.2
1.4 1.4.1 1.4.2 1.5 1.5.1 1.5.2 1.5.3 1.5.4 1.5.5 1.6
2.1.3
Voor het begraven van een kind van 8 tot 12 jaar: 75% van het tarief van 2.1
2.2
Voor het begraven van een overledene in een algemeen graf, inclusief gebruiksrecht voor 10 jaar
2.3
Voor het bijzetten van een asbus of urn in een graf, urnengraf of urnennis; het verstrooien van as
2.4 2.4.1 2.4.2
Toeslag voor het begraven en bijzetten van asbussen en urnen; en het verstrooien van as: op werkdagen na 15.00 uur en op zaterdag op zon- en feestdagen
Hoofdstuk 3 Grafonderhoud Voor het onderhoud van een (urnen-)graf, urnennis, urnenplaats en particuliere gedenkplaats, per 3.1 jaar Het in hoofdstuk 3.1 genoemde onderhoud moet voor de duur van het verleende recht 3.2 ineens worden voldaan tegen betaling van het hieronder genoemde tarief: voor 5 jaar (maal het jaarlijkse recht) voor 10 jaar (maal het jaarlijkse recht) voor 15 jaar (maal het jaarlijkse recht) voor 20 jaar (maal het jaarlijkse recht) voor 30 jaar (maal het jaarlijkse recht) voor 40 jaar (maal het jaarlijkse recht) voor 50 jaar (maal het jaarlijkse recht) voor 75 jaar (maal het jaarlijkse recht)
€
976,80
€
114,65 50% 100%
€
56,55
€ € € € € € € €
282,75 565,50 848,25 1.131,00 1.696,50 2.262,00 2.827,50 4.241,25
Hoofdstuk 4 Opgraven en samenvoegen 4.1
Opgraven van een stoffelijk overschot: op basis van kostenopgave gespecialisseerd bedrijf
4.2
Toeslag op tarief 2.1 voor het op verzoek samenvoegen van overledenen in een bestaand graf
50% *
Hoofdstuk 5 Overige diensten 5.1
Vergunning afhandelen voor plaatsing van een van de voorschriften afwijkende grafbedekking
€
102,80
5.2
Vergunning afhandelen voor plaatsing of wijziging van een keldergraf (incl. bouwtechnisch onderzoek)
€
411,30
5.3
Overschrijven van grafrechten
€
8,80
5.4
Reserveren van een voorkeursgrafplek voor 10 jaar
€
411,30
5.5
Reserveren van een voorkeursurnengraf of urnenplaats voor 10 jaar
€
154,25
5.6
Lijkschouwing door een gemeentelijk lijkschouwer
€
411,30
* Beperkt mogelijk, afhankelijk van de geboden mogelijkheden per begraafplaats conform de beheerverordening en de bijbehorende nadere regels.
Behorende bij de Verordening grafrechten 2025 Vastgesteld op 17 december 2024
Powered by TCPDF (www.tcpdf.org)
De raad van de gemeente Schagen, griffier
voorzitter
De heer G.E.P. Meijer
Mevrouw M.J.P. van Kampen-Nouwen
verschuldigde rechten 1. 2. 3.
De onderhoudsrechten, bedoeld in artikel 3.1 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt zijn de rechten bedoeld in artikel 3.1 van de tarieventabel verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor de rechten bedoeld in artikel 3.1 van de tarieventabel voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 10,00.
Artikel 9 Ontstaan van de belastingschuld voor de overige rechten Andere rechten dan die bedoeld in artikel 3.1 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen.
Artikel 10 Termijn van betaling 1. 2.
In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de rechten worden betaald binnen 4 weken na de dagtekening de schriftelijke kennisgeving. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijn.
Artikel 11 Kwijtschelding Bij de invordering van de begraaf- en grafrechten wordt geen kwijtschelding verleend.
Artikel 12 Overgangsrecht De “Verordening grafrechten 2023” van 20 december 2022 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Artikel 13 Inwerkingtreding 1. 2.
Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2025.
Artikel 14 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: “Verordening grafrechten 2025”. Aldus besloten in de vergadering van: 17 december 2024.
De raad van de gemeente Schagen, griffier
voorzitter
De heer G.E.P. Meijer
Mevrouw M.J.P. van Kampen-Nouwen
Raadsbesluit Verordening grafrechten 2025
Pagina 2 van 2
Registratienr. 23.101546
*23.101546* Relatie met: 20.049207
GISELLEBRaadsbesluit 0000001189 E Gemeenteraad
Raadsbesluit De raad van de gemeente Schagen, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 5 november 2024, nr. ; gelet op het bepaalde in artikel 229 van de Gemeentewet;
besluit: vast te stellen de:
Verordening op de heffing en invordering van campergeld 2025 Artikel 1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: camper: een (bestel)auto, ingericht voor het vervoeren van 2 of meer personen en kamperen c.q. buitenshuis verblijven met de mogelijkheid tot overnachten; camperplaats: een afgebakend gedeelte van de openbare weg nabij de Recreatiehaven van Schagen (maximaal 21 camperplaatsen) bestemd om door een camper te worden ingenomen; etmaal: een periode van 24 uren, gemeten vanaf 10.00 uur ’s morgens; gebruiker: degene die een camperplaats inneemt. Als gebruiker wordt aangemerkt: 1. de eigenaar van de camper; 2. in geval van verhuur van de camper: degene op wiens naam de huurovereenkomst is gesteld (de huurder); 3. indien geen eigenaar of huurder aanwezig is wordt de gebruiker aangewezen door de dienstdoende perso(o)n(en) belast met het innen van campergeld.
Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam “campergeld” wordt een recht geheven voor het innemen van een camperplaats, daaronder begrepen de diensten die met het innemen van de camperplaats verband houden.
Artikel 3 Belastingplicht Het recht als bedoeld in artikel 2 wordt geheven van degene die een camperplaats inneemt.
Artikel 4 Belastingtarief Het recht als bedoeld in artikel 2 bedraagt: a. voor een onder artikel 1 bedoelde camper tot 8 meter € 13,70 per nacht; b. voor een onder artikel 1 bedoelde camper vanaf 8 meter € 21,15 per nacht; c. voor personen-/ bestelauto’s, aanhangwagens/trailers € 6,65 per etmaal in de periode van 1 mei tot 1 september.
Artikel 5 Heffingstijdvak Het heffingstijdvak beloopt ten minste een etmaal en begint met ingang van de dag waarop de camperplaats wordt ingenomen.
Raadsbesluit Verordening campergeld 2025
Pagina 1 van 2
Artikel 6 Wijze van heffing De rechten worden geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekend gemaakt.
Artikel 7 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1. 2. 3.
Het recht als bedoeld in artikel 2 is verschuldigd bij het begin van het heffingstijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. Indien de belastingplicht in de loop van een etmaal aanvangt, is het recht verschuldigd voor een volledig etmaal. Indien de belastingplicht in de loop van een etmaal eindigt, bestaat geen aanspraak op gedeeltelijke ontheffing van het verschuldigde recht.
Artikel 8 Termijn van betaling 1.
2.
3.
In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet het campergeld worden betaald ingeval wordt geheven bij mondelinge kennisgeving en de belastingplichtige niet aanstonds een schriftelijke kennisgeving verlangt, terstond na het doen van de kennisgeving. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de invorderingswet 1990 moet het campergeld worden betaald ingeval wordt geheven bij schriftelijke kennisgeving, terstond na het uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen 14 dagen na de dagtekening van de kennisgeving. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel 9 Kwijtschelding Bij de invordering van campergeld wordt geen kwijtschelding verleend.
Artikel 10 Overgangsrecht De “Verordening campergeld 2024” van 19 december 2023 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 11, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Artikel 11 Inwerkingtreding 1. 2.
Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2025.
Artikel 12 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: “Verordening campergeld 2025”. Aldus besloten in de vergadering van: 17 december 2024.
De raad van de gemeente Schagen, griffier
voorzitter
De heer G.E.P. Meijer
Mevrouw M.J.P. van Kampen-Nouwen
Raadsbesluit Verordening campergeld 2025
Pagina 2 van 2
Tarieventabel behorende bij de "Verordening liggeld pleziervaartuigen, passagiers- en charterschepen 2025". 1. Passanten (losse) ligplaatsen, passagiers- en charterschepen Het tarief voor het innemen van een ligplaats met een pleziervaartuig bedraagt per dag of een gedeelte daarvan: tot 8 meter € 12,50 8 tot 9 meter € 13,70 9 tot 10 meter € 14,85 10 tot 11 meter € 16,00 11 tot 12 meter € 17,15 12 tot 13 meter € 18,35 13 tot 14 meter € 19,55 schepen langer dan 14 meter worden apart berekend 2. Vaste ligplaatsen per boxmaat Het tarief voor een vaste ligplaats per boxmaat. Boxmaat jaarplaats jaarplaats met zijsteiger 7 x 2,4 meter € 349,20 € 382,95 8 x 2,5 meter € 403,65 € 442,25 8 x 2,7 meter € 410,90 € 450,40 8 x 3,7 meter € 419,05 € 459,05 9 x 2,7 meter € 460,00 € 503,35 9 x 3,2 meter € 468,65 € 512,95 9 x 3,7 meter € 476,90 € 521,65 11 x 3,3 meter € 563,55 € 616,50 11 x 3,7 meter € 574,65 € 628,60 11 x 4,1 meter € 585,25 € 640,60 14 x 4,3 meter n.v.t € 802,00 14 x 4,7 meter n.v.t € 816,45 op schepen aan de kopsteiger of kade is een apart tarief van toepassing. Indien de recreatieve passant/tijdelijke ligplaatshouder gedurende het hoogseizoen langer dan twee weken een ligplaats inneemt wordt er geen specifiek tarief toegepast. De toewijzing van deze ligplaats is steeds van tijdelijke aard en kan per direct worden opgezegd. 3.
Voor vaste ligplaats voor pleziervaartuigen aan de kopsteigers of aan de kade is een apart tarief van toepassing, waarbij de lengte wordt afgerond op een meter Alle genoemde bedragen zijn inclusief B.T.W. Behorende bij de Verordening liggeld pleziervaartuigen, passagiers- of charterschepen 2025 Vastgesteld op 17 december 2024 De raad van de gemeente Schagen, griffier
voorzitter
De heer G.E.P. Meijer
Mevrouw M.J.P. van Kampen-Nouwen Pagina 1
Registratienr. 23.101549
*23.101549* Relatie met: 20.049207
GISELLEBRaadsbesluit 0000001189 E Gemeenteraad
Raadsbesluit De raad van de gemeente Schagen, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 5 november 2024, nr. ; gelet op het bepaalde in artikel 229 van de Gemeentewet;
besluit: vast te stellen de:
Verordening op de heffing en invordering van liggeld pleziervaartuigen, passagiers- en charterschepen 2025 Artikel 1 Inleidende bepaling Krachtens deze verordening wordt een liggeld voor pleziervaartuigen, passagiers- en charterschepen geheven.
Artikel 2 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: boxmaat: de afmetingen van een vaste ligplaats; haven: de voor recreatie bestemde haven op industrieterrein Lagedijk te Schagen; jaarplaats: een ligplaats voor de periode van 1 april tot 1 april van het volgende kalenderjaar; lengte: de grootste lengte overall van het vaartuig met inbegrip van de vaste boegspriet; pleziervaartuig: een vaartuig dat hoofdzakelijk is bestemd of wordt gebruikt voor de recreatie; termijn: een in de tarieventabel genoemde periode waarin het gebruik van de ligplaats in de haven plaatsheeft; vaartuigen: alle soorten drijvende lichamen, die wegens hun drijfvermogen gebezigd worden, dan wel bestemd of geschikt zijn voor het vervoer te water van personen; vaste ligplaats: ligplaats die voor een periode van minimaal zes maanden in gebruik wordt gegeven.
Artikel 3 Aard van de heffing Onder de naam liggeld pleziervaartuigen, passagiers- en charterschepen wordt een recht geheven voor het innemen van een ligplaats met een pleziervaartuig, een passagiersschip of charterschip in de haven.
Artikel 4 Belastingplicht Het recht wordt geheven van de feitelijke gebruiker van een pleziervaartuig, een passagiersschip of charterschip die met dit pleziervaartuig, passagiersschip of charterschip een ligplaats inneemt in de haven.
Raadsbesluit Verordening liggeld pleziervaartuigen, passagiers- en charterschepen 2025
Pagina 1 van 2
Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief a. b.
De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.
Artikel 6 Wijze van heffing, verschuldigdheid a. b.
De rechten worden geheven door middel van een gedagtekende nota of andere schriftuur, waarin het verschuldigde bedrag wordt vermeld; De rechten worden verschuldigd op het tijdstip waarop het gebruik van een ligplaats in de haven een aanvang neemt.
Artikel 7 Betaling Het recht moet bij aanbieding van de in artikel 6, eerste lid bedoelde nota of schriftuur worden voldaan.
Artikel 8 Kwijtschelding Bij de invordering van het liggeld wordt geen kwijtschelding verleend.
Artikel 9 Overgangsrecht De “Verordening liggeld pleziervaartuigen, passagiers- en charterschepen 2024” van 19 december 2023 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 10, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Artikel 10 Inwerkingtreding 1. 2.
Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2025.
Artikel 11 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: “Verordening liggeld pleziervaartuigen, passagiers- en charterschepen 2025”. Aldus besloten in de vergadering van: 17 december 2024.
De raad van de gemeente Schagen, griffier
voorzitter
De heer G.E.P. Meijer
Mevrouw M.J.P. van Kampen-Nouwen
Raadsbesluit Verordening liggeld pleziervaartuigen, passagiers- en charterschepen 2025
Pagina 2 van 2
Registratienr. 23.101548
GISELLEBRaadsbesluit
*23.101548*
0000001189
Relatie met: 20.049207
E Gemeenteraad
Raadsbesluit De raad van de gemeente Schagen, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 5 november 2024, nr. ; gelet op het bepaalde in artikel 229 van de Gemeentewet;
besluit: vast te stellen de:
Verordening op de heffing en invordering van lig- en kadegelden 2025 HOOFDSTUK 1 INLEIDENDE BEPALINGEN Artikel 1 Inleidende bepaling Krachtens deze verordening worden geheven: a. een liggeld; b. een kadegeld.
Artikel 2 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: reis: de tijdsduur, welke verloopt tussen aankomst, de dag van aankomst niet meegerekend, en daaropvolgend vertrek, met een maximum van 9 dagen; vaartuigen: alle soorten drijvende lichamen, die wegens hun drijfvermogen gebezigd worden, dan wel bestemd of geschikt zijn voor het vervoer te water van personen en/of handelswaren.
HOOFDSTUK 2 LIGGELDEN Artikel 3 Aard van de heffing Onder de naam liggelden worden rechten geheven ter zake van het gebruik overeenkomstig de bestemming van voor de dienst bestemde kaden en wallen, die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn.
Artikel 4 Belastingplicht Het recht wordt geheven van de feitelijke gebruiker van een vaartuig die met dit vaartuig een ligplaats inneemt aan de voor de openbare dienst bestemde kaden en wallen, die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn.
Artikel 5 Heffingsgrondslag 1. 2. 3.
De heffingsgrondslag voor het liggeld is het laadvermogen in tonnen van het schip. Voor de toepassing van het bepaalde in het vorige lid geldt als laadvermogen in tonnen, het aantal tonnen zoals dat blijkt uit de bij het schip behorende, mits in Nederland geldige, meetbrief. Indien de in het vorige lid genoemde meetbrief niet kan worden overlegd, wordt het laadvermogen in tonnen ambtshalve vastgesteld.
Artikel 6 Tarief 1. 2.
Het recht bedraagt per ton laadvermogen € 0,08 met een minimum van € 2,55 per reis. Bij abonnement bedraagt het recht per jaar per 50 ton laadvermogen of gedeelte daarvan
Raadsbesluit Verordening lig- en kadegelden 2025
Pagina 1 van 3
3.
€ 51,85. De onder 1 en 2 genoemde bedragen zijn inclusief omzetbelasting indien deze verschuldigd is.
HOOFDSTUK 3 KADEGELDEN Artikel 7 Aard van de heffing Onder de naam kadegelden worden rechten geheven voor het gebruik van een kade of wal tot tijdelijke opslag van goederen, indien daartoe vergunning is verleend.
Artikel 8 Belastingplicht Het recht wordt geheven van degene, die de vereiste vergunning heeft verkregen of op wiens last oppervlakte is ingenomen of aan de openbare dienst is onttrokken.
Artikel 9 Heffingsgrondslag De heffingsgrondslag voor het kadegeld is de ingenomen grondoppervlakte.
Artikel 10 Tarief Het recht bedraagt per m² ingenomen grondoppervlakte of gedeelte daarvan € 0,08 per dag of gedeelte van een dag, met een minimum van € 2,55. Deze bedragen zijn inclusief omzetbelasting indien deze verschuldigd is.
HOOFDSTUK 4 ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 11 Wijze van heffing, verschuldigdheid en betaling 1. 2. 3. 4.
De rechten worden geheven door middel van een gedagtekende nota. De rechten worden verschuldigd op het tijdstip waarop het gebruik van de haven, kade of wal een aanvang neemt. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de rechten worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de eerste maand volgend op de maand die in de dagtekening van de nota is vermeld. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het derde lid gestelde termijn.
Artikel 12 Restitutie Van het liggeld dat bij vooruitbetaling is voldaan voor een jaar, wordt, indien het gebruik van de haven is beëindigd voor het verstrijken van de geldigheidsduur, restitutie verleend voor zoveel twaalfden van het betaalde bedrag als er in het kalenderjaar na de beëindiging van het gebruik van de haven nog volle maanden overblijven.
Artikel 13 Vrijstellingen Geen liggeld wordt geheven: a. ter zake van rijks, provinciale en gemeentelijke vaartuigen. b. ter zake van vaartuigen welke behoren bij een ander vaartuig. c. ter zake van vaartuigen die een ligplaats innemen voor het verrichten van reparaties tot een maximum van twee dagen. d. op dagen waarop wegens ijsgang of bevriezing afvaart onmogelijk is.
Artikel 14 Overgangsrecht De “Verordening lig- en kadegelden 2024” van 19 december 2023 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 15, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Artikel 15 Inwerkingtreding 1. 2.
Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2025
Artikel 16 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: “Verordening lig- en kadegelden 2025”.
Raadsbesluit Verordening lig- en kadegelden 2025
Pagina 2 van 3
Aldus besloten in de vergadering van: 17 december 2024.
De raad van de gemeente Schagen, griffier
voorzitter
De heer G.E.P. Meijer
Mevrouw M.J.P. van Kampen-Nouwen
Raadsbesluit Verordening lig- en kadegelden 2025
Pagina 3 van 3
Registratienr. 23.101549
*23.101549* Relatie met: 20.049207
GISELLEBRaadsbesluit 0000001189 E Gemeenteraad
Raadsbesluit De raad van de gemeente Schagen, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 5 november 2024, nr. ; gelet op het bepaalde in artikel 229 van de Gemeentewet;
besluit: vast te stellen de:
Verordening op de heffing en invordering van marktgelden 2025 Artikel 1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: dagplaats: een standplaats die per marktdag beschikbaar wordt gesteld; standplaats: de op of voor de duur van een markt door burgemeester en wethouders aangewezen ruimte voor het uitoefenen van de markthandel; standwerkersplaats: een dagplaats bestemd voor het uitoefenen van de handel op een wijze als bij standwerken geboden is; vaste plaats: een standplaats die voor een periode van 1 januari tot en met 31 december daarop volgend beschikbaar wordt gesteld.
Artikel 2 Aard van de heffing In deze verordening wordt onder de naam marktgeld een recht geheven voor het innemen van een standplaats, als bedoeld in de marktverordening.
Artikel 3 Belastingplicht Het marktgeld wordt geheven van degene, aan wie een standplaats is toegewezen.
Artikel 4 Tarieven Het marktgeld bedraagt voor: 1. het innemen in de woonplaats Schagen van een standplaats van 4 strekkende meters of minder: a. per jaar € 496,30 b. per marktdag voor het innemen van een standplaats op de Westfriese markt € 21,65 c. per marktdag voor het innemen van een standplaats op de weekmarkt: 1. gedurende het gehele jaar (met uitzondering van de 10 marktdagen waarop de activiteiten van de Westfriese Folklore zijn) € 11,45 2. gedurende de periode van 10 weken waarop de activiteiten van de Westfriese Folklore zijn € 21,65
Raadsbesluit Verordening marktgelden 2025
Pagina 1 van 2
2.
3.
bij meer dan 4 strekkende meters wordt het tarief in de woonplaats Schagen per extra strekkende meter of gedeelte daarvan verhoogd met: a. per jaar € 78,70 b. per marktdag € 1,96 het innemen van een standplaats in de overige gebieden: a. dagplaats, per vierkante meter € 1,55 b. een vaste plaats, per vierkante meter per kwartaal € 9,71 c. een standwerkersplaats € 7,42
Artikel 5 Wijze van heffing Het marktgeld wordt geheven door middel van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingplichtige bekendgemaakt.
Artikel 6 Termijn van betaling 1.
2.
In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de marktgelden worden betaald ingeval de kennisgeving als bedoeld in artikel 5: a. mondeling wordt gedaan, terstond via een pinbetaling; b. schriftelijk wordt gedaan op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen 28 dagen na de dagtekening van de kennisgeving. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.
Artikel 7 Ontheffing Indien de belastingplichtige door omstandigheden onafhankelijk van zijn wil, geen gebruik kan maken van zijn standplaats wordt ontheffing verleend.
Artikel 8 Kwijtschelding Bij de invordering van de marktgelden wordt geen kwijtschelding verleend.
Artikel 9 Overgangsrecht De “Verordening marktgelden 2024” van 19 december 2023 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 10, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Artikel 10 Inwerkingtreding 1. 2.
Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2025.
Artikel 11 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: “Verordening marktgelden 2025”. Aldus besloten in de vergadering van: 17 december 2024.
De raad van de gemeente Schagen, griffier
voorzitter
De heer G.E.P. Meijer
Mevrouw M.J.P. van Kampen-Nouwen
Raadsbesluit Verordening marktgelden 2025
Powered by TCPDF (www.tcpdf.org)
Pagina 2 van 2