CConstaterende datSchagen
Koppel je AI →
Document · PDF

Begroting 2024 -28-9 definitief (1)

Gemeenteraad 31 oktober 2023, gemeente SchagenBij agendapunt: Programmabegroting 2024 en meerjarenraming 2025-202731.158 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

58

6.5 Organisatie Wat willen we bereiken Een belangrijke stap in het ontwikkelen van onze organisatie is het effectief en efficiënt opbouwen van de organisatie. Dit doen we op basis van onze besturingsfilosofie. Wat willen we daar voor doen Met de nieuwe organisatiestructuur, de zogeheten grof- en fijnstructuur, is een gezond en wendbaar fundament van de organisatie neergezet. Nu is het noodzakelijk om de koers van de organisatie verder vorm te geven, met de focus op een organisatie die flexibel, communicatief en netwerkend is. Zo kunnen we inspelen op wat het bestuur en de samenleving van ons vragen. In 2023 is verder gewerkt aan de ontwikkeling van de organisatie, zodat deze koers in 2024 kan worden ingezet. Daarbij is het belangrijk een prioritering aan te brengen in de noodzakelijke interventies. Zodat wat we doen, van kwalitatief hoog niveau is en gedragen kan worden door de ambtelijke organisatie. Voor de komende jaren is daarom een aantal speerpunten geformuleerd. Eén van deze speerpunten borduurt voort op wat we in 2022 gestart zijn, namelijk het vormgeven van het werkgeversmerk. Het speerpunt heet Ontwikkeling ‘thuis in gemeente Schagen en gaat over wat voor soort organisatie we écht (willen) zijn. De andere speerpunten zijn Grip op grote projecten, Managementontwikkeling, Sturen op politieke dossiers / lange termijnplanning en Ontwikkelagenda.

Omdat deze speerpunten samenhangen, komt er een overkoepelende missie en visie: een kort een bondig verhaal, dat richting geeft aan de ontwikkeling die we als organisatie willen maken.

Doelstelling en resultaten Doelstelling: Het creëren van een stabiele en wendbare organisatiestructuur. Resultaten: Op 1 januari 2023 is de nieuwe organisatiestructuur geïmplementeerd.

Vastgesteld beleid N.v.t.

Totaal Financiën

59

Bedragen x1.000

Omschrijving

Rekening Begroting Begroting 2022 2023 na 2024 wijziging

Raming 2025

Raming 2026

Raming 2027

Lasten Participatie

128

546

388

388

388

388

Dienstverlening en organisatie

606

463

662

589

589

589

Veiligheid

4.602

5.178

5.444

5.376

5.379

5.278

Bestuur

1.924

1.895

1.995

1.995

1.917

1.895

Organisatiekosten

41.881

44.241

44.232

44.131

43.971

43.746

Totaal lasten

49.140

52.323

52.721

52.479

52.244

51.896

Dienstverlening en organisatie

588

439

833

728

728

728

Veiligheid

230

79

79

79

79

79

Bestuur

139

0

0

Organisatiekosten

1.030

439

769

574

574

574

Totaal baten

1.987

956

1.681

1.381

1.381

1.381

Saldo van lasten en baten

-47.153

-51.367

-51.040

-51.099

-50.863

-50.515

Toevoeging aan reserves

974

829

829

829

1.018

829

Onttrekkingen aan reserves

662

999

884

618

829

98

Saldo mutaties reserves

-312

170

56

-211

189

-730

-47.465

-51.196

-50.985

-51.309

-50.674

-51.246

Baten

Resultaat begroting

Toelichting financiën De verschillen tussen de jaarschijven 2023 en 2024 groter dan € 100.000 lichten wij toe. Lasten: Participatie: Conform het coalitieakkoord wordt voorgesteld om in Schagen een burgerberaad te gaan houden. Er wordt een groep van 330 inwoners geselecteerd om een burgerberaad te houden wat moet leiden tot een burgerakkoord met daarin voorstellen om de leefbaarheid in de hele gemeente Schagen op hetzelfde niveau te houden of te verhogen. In 2023 is daarvoor een bedrag nodig van €258.000,- in 2024 wordt het bedrag uit het coalitieakkoord aangehouden van €100.000,Dienstverlening en organisatie: In 2024 wordt rekening gehouden met een hogere afdracht voor identiteitskaarten en reisdocumenten. Dit heeft te maken met de reguliere verlening van de documenten na 10 jaar. Als gevolg hiervan zijn de lasten hoger ingeschat dan in 2023. Veiligheid: De hogere kosten in 2024 hebben te maken met de jaarlijkse indexering van de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio van €288.000.

60

Baten: Organisatiekosten: Als tegenhanger voor de hogere afdracht voor identiteitskaarten en reisdocumenten wordt in de begroting 2024 rekening gehouden met extra legesinkomsten als gevolg van de reguliere verlening van de documenten na 10 jaar. Dit gaat om een totaalbedrag van €390.000,-. Reserves: Onttrekkingen: Aan de reserve gemeentelijke gebouwen is in 2023 incidenteel meer onttrokken dan in 2024 op basis van het meerjaren-onderhoudsplan. Dit gaat om een bedrag van €76.000. Daarnaast is er in de begroting 2023 meer onttrokken uit de reserve reddingsbrigade in verband met aanschaf van het benodigde materieel conform het onderhoudsplan €39.000,-. Investeringen Bedragen * € 1.000 Omschrijving Informatisering & automatisering Redding materieel Totaal

2024

2025

2026

2027

168

168 263 431

168 342 510

168

168

61

168

Programma 7 Financiën Managementinformatie In dit programma wordt inzicht gegeven in onze grootste bron van inkomsten de Algemene Uitkering Gemeentefonds en onze eigen inkomsten via de opgelegde heffingen en leges. Deze heffingen zijn vaak de enige mogelijkheid om aanvullende wensen te kunnen verwezenlijken of dekken. Vanaf 2026 is een daling van de Algemene Uitkering vastgesteld. Deze daling zorgt in deze meerjarenbegroting voor een niet sluitende begroting voor de jaren 2026 en 2027.

7.1 Algemene uitkering Wat willen we bereiken Onze grootste bron van inkomsten is de Algemene Uitkering Gemeentefonds. Door de toenemende overheidsuitgaven, de hoge inflatie en de toegenomen zorgkosten, stijgt de Algemene Uitkering de komende jaren. Vanaf 2026 is een daling van de Algemene Uitkering vastgesteld. In deze raadsperiode gaan we per circulaire een Raadsinformatiememo opstellen, waarin we de uitkomsten verwerken. In de reguliere Planning & Control documenten worden de circulaires financieel vertaald in de begroting. Wat willen we daar voor doen • We werken samen met de M50 om de jaarlijks lagere algemene uitkering om te buigen. • De kortingen op onze inkomsten uit het gemeentefonds zijn dusdanig groot dat we een actieve lobby op gang hebben gebracht naar de Vereniging Nederlandse Gemeenten en de landelijke politiek. Doelstelling en resultaten Doelstelling: • Maximaal inzetten om de korting te minimaliseren via aansluiting bij de M50. • Maximaal inzetten om de korting te minimaliseren door aan te haken bij Lobby gemeenten, provincie en Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). Resultaten: • Lagere korting als nadeelgemeente.

Vastgesteld beleid De mei- en septembercirculaire van de Algemene uitkering Gemeentefonds komt jaarlijks gelijktijdig uit op het moment waarop respectievelijk de Kadernota en de Begroting door het college worden vastgesteld. Het is daarom niet mogelijk om de circulaires in deze documenten te verwerken. Daarom wordt er uitgegaan van de volgende uitgangspunten: • De september-circulaire 2023 wordt verwerkt in de eerste begrotingswijziging van 2024. • De december-circulaire wordt verwerkt in de Kadernota voor de begroting 2025. • De mei-circulaire 2024 wordt verwerkt in de Begroting 2025.

62

7.2 OZB Wat willen we bereiken Zoals in het coalitieakkoord en de Kadernota voor de begroting 2024 is opgenomen, zijn de gemeentelijke inkomsten verhoogd met de standaard inflatie. Het gaat hier onder andere om de gemeentelijke belastingen. Voor de leges en heffingen geldt dat die maximaal 100% kostendekkend mogen zijn. Deze zijn dus uitgezonderd van de verhoging met de standaard inflatie. Dat geldt ook voor de begraafrechten. De toeristenbelasting is met ingang van 2024 verhoogd van € 1,75 naar €2 per overnachting. Deze zijn daarom niet verhoogd met de inflatie. De indexatie van de gemeentelijke inkomsten is gebaseerd op de Consumenten Prijs Index (CPI) van mei 2023. Wat willen we daar voor doen • De belastingen volgen standaard de inflatie. Doelstelling en resultaten Doelstelling: Maximaliseren van de opbrengsten binnen de vastgestelde richtlijnen. Resultaten: Realiseren van de begrote opbrengst.

7.3 Reserves Wat willen we bereiken Algemene reserve: In de Kadernota 2023 en het raadsvoorstel bij de kadernota is opgenomen dat de algemene reserve van de gemeente Schagen wordt gevoed tot een bedrag van € 8 miljoen. Dit is gerealiseerd in de jaarschijf 2023. De stortingen in de jaarschijven 2024 en 2025 kunnen daarom worden aangewend als incidenteel dekkingsmiddel of om de reservepositie van de gemeente verder te versterken. Reserve Weerstandsvermogen: Bij de Kadernota voor de begroting 2023 is de reserve weerstandsvermogen gecreëerd. Het geld dat nodig is voor het opvangen van risico's. Deze risico's worden inzichtelijk via de risicoanalyse, zoals opgenomen in de paragraaf ‘Weerstandsvermogen en risicobeheersing'. Zoals hierboven is aangegeven, is de algemene reserve op het gewenste niveau gebracht. De stortingen in de algemene reserve die zijn begroot voor de jaren 2024 en 2025 worden gestort in de reserve Weerstandsvermogen. Hiermee wordt voorkomen dat wanneer een risico zich voordoet, de algemene reserve onder het gewenste niveau daalt. Wat willen we daar voor doen • De reserve Weerstandsvermogen wordt in deze collegeperiode gevoed tot een bedrag zo groot als het incidentele risico van de gemeente. • De egalisatiereserve Weerstandsvermogen wordt aangewend wanneer een financieel risico zich voordoet.

63

Doelstelling en resultaten Doelstelling: Versterken van het weerstandsvermogen en daarmee het eigen vermogen. Resultaten: Het weerstandsvermogen dat wordt gevormd, is even groot als de incidentele risico's van de gemeente.

Vastgesteld beleid Niet van toepassing.

7.4 Vennootschapsbelasting (Vpb) Wat willen we bereiken Vanaf 2016 moeten gemeenten en andere overheden vennootschapsbelasting, oftewel Vpb, betalen over de winst die ze met hun ondernemingsactiviteiten maken. De invoering hiervan leidt tot een fiscale afsplitsing van de ondernemersactiviteiten. De nieuwe wet bepaalt dat concurrerende en op winst gerichte ondernemingsactiviteiten van overheden vanaf 1 januari 2016 voortaan belastingplichtig zijn. Wat willen we daar voor doen Jaarlijks laten we een scan uitvoeren door een externe partij om de belastingverplichting te toetsen en te berekenen. Doelstelling en resultaten Doelstelling: Uitvoeren van de fiscale verplichtingen conform wet- en regelgeving. Resultaten: Als belastingplichtige geen discussie met de Belastingdienst over de Vpb aangifte Vastgesteld beleid Niet van toepassing.

7.5 Lokale heffingen Wat willen we bereiken De lokale heffingen vormen een belangrijk deel van de inkomsten van de gemeente. Inzicht in de omvang, werking en reikwijdte van deze heffingen is belangrijk voor de raad. Deze heffingen zijn vaak de enige mogelijkheid om aanvullende wensen te kunnen verwezenlijken of dekken. Door het vaststellen van de begroting wordt het geld dat voortkomt uit belastingen en heffingen zoals retributies, rechten en leges bekrachtigd. Wat willen we daar voor doen • Leges, heffingen en andere tarieven zijn kostendekkend. Alleen voor grafrechten wordt een uitzondering gemaakt. • We focussen maximaal op het binnenhalen van subsidies voor alle mogelijke doelen. We tonen verhoogde inzet op het zoeken van andere inkomensbronnen.

64

•

Over iedere toeristische overnachting dient toeristenbelasting betaald te worden.

Doelstelling en resultaten Doelstelling: • De inkomsten te maximaliseren binnen de kaders van de raad. • Om de voorzieningen betaalbaar te houden, worden de lasten gedragen door de inwoners die de lasten kunnen dragen. Resultaten: • Binnen het product worden de kosten doorberekend in de tarieven. • Maximaliseren van het verwerven van derde geldstromen (subsidies). Vastgesteld beleid In de Gemeentewet is bepaald welke belastingen wij kunnen heffen. Dit zijn de belastingen genoemd in de artikelen 220 t/m 229d Gemeentewet. Verder zijn dit belastingen die wij heffen op basis van andere wetten. Bijvoorbeeld de afvalstoffenheffing op basis van de Wet milieubeheer.

65

7.6 Overhead Artikel 8 van het BBV bepaalt dat het programmaplan naast de te realiseren programma’s ook een overzicht van de kosten van overhead bevat. Apart taakveld Overhead Bij de herziening van het BBV is vastgelegd dat kosten zoveel mogelijk direct worden toegerekend aan de betreffende taken/activiteiten. Dit betekent dat alle bedrijfskosten die direct verbonden zijn aan activiteiten/taken/ producten in de betreffende taakvelden moeten worden begroot en verantwoord. Deze voorschriften betekenen ook dat de baten en lasten van overhead niet meer aan de afzonderlijke beleidsprogramma’s toegerekend mogen worden als indirecte lasten, maar centraal onder een afzonderlijk taakveld(taakveld 0.4 Overhead) moeten worden geraamd. Omschrijving

begroting 2024 begroting 2025 Begroting 2026 Begroting 2027

Informatisering

5.441

5.148

5.081

5.025

HR & Communicatie

3.376

3.376

3.376

3.376

Financiën

6.066

6.071

6.071

6.071

Bestuurlijke & Juridische zaken

2.254

2.270

2.270

2.270

Gegevensbeheer en Geo

190

190

190

190

Facilitaire dienst

583

583

583

583

17.909

17.637

17.570

17.514

Overhead

Wat valt er onder Overhead? Onder overhead wordt verstaan het geheel van functies en activiteiten gericht op sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Denk hierbij aan de kosten van: • Leidinggevenden primair proces (inclusief secretariaten en officemanagement); • Financiën en Inkoop; • Personeel & Organisatie; • Juridische zaken; • Interne en externe communicatie; • Bestuurszaken en bestuursondersteuning; • ICT-activiteiten; • Facilitaire zaken en Huisvesting; • DIV (documentaire informatievoorziening). Overheadpercentage De kosten van overhead kunnen worden uitgedrukt in een percentage. Het BBV schrijft voor dat hiervoor een indicator moeten worden opgenomen in de begroting. Deze indicator drukt de totale overheadkosten uit in het percentage van het totaal van de lasten exclusief toevoegingen aan reserves. Totale overheadkosten

17.909

17.637

17.570

17.514

Totale lasten exclusief toevoegingen aan reserves

151.610

143.993

146.486

146.405

11,8%

12,2%

12,0%

12,0%

Percentage overhead

66

7.7 Onvoorzien Op grond van artikel 8 lid 6 van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is de gemeente verplicht een post onvoorzien op te nemen in de begroting. Het budget onvoorzien is beschikbaar voor uitgaven die als onuitstelbaar en onvermijdbaar worden aangemerkt en waarvoor in de begroting verder geen bedrag is opgenomen. De post onvoorzien bedraagt jaarlijks €18.344.

Totaal Financiën Bedragen x1.000

Omschrijving

Rekening Begroting Begroting 2022 2023 na 2024 wijziging

Raming 2025

Raming 2026

Raming 2027

Lasten OZB

217

159

159

159

159

159

Vpb

0

1

1

1

1

1

Overig

1.831

1.645

3.143

3.245

3.246

3.246

Totaal lasten

2.049

1.805

3.303

3.405

3.406

3.406

Algemene uitkering

86.022

88.239

93.049

94.030

86.408

86.253

OZB

11.309

12.384

13.222

13.432

13.642

13.492

Overig

5.940

6.139

7.225

7.236

7.166

7.166

Totaal baten

103.271

106.762

113.496

114.698

107.216

106.911

Saldo van lasten en baten

101.222

104.957

110.193

111.293

103.811

103.506

Toevoeging aan reserves

5.285

1.910

3.075

3.175

0

75

Onttrekkingen aan reserves

4.397

976

1.710

25

75

0

Saldo mutaties reserves

-887

-934

-1.365

-3.150

-75

-75

100.334

104.023

108.828

108.143

103.736

103.431

Baten

Resultaat begroting

Toelichting financiën De verschillen tussen de jaarschijven 2023 en 2024 groter dan € 100.000 lichten wij toe. Lasten: Overig: De gemeente wordt in de algemene uitkering gecompenseerd voor de hogere uitgaven als het gevolg van de hogere inflatie. Bij de mei-circulaire 2023 die in de kadernota is verwerkt is deze inflatiecorrectie opgenomen en wordt als stelpost in de begroting opgenomen. Het bedrag in de begroting 2024 is daardoor €1.498.000 hoger. Baten: Overig: Bij de begroting 2022 is een impuls gegeven richting de organisatie om grote uitdagingen, ambities en wettelijke taken aan te kunnen pakken door de organisatie op orde te krijgen. Om de uitgaven in deze begroting te dekken is een besluit genomen om enkele lasten te

67

verzwaren, te besparen door onder andere kosten te verlagen, efficiënter te werken en meer te automatiseren en om eenmalig geld uit de algemene reserve in te zetten. Dit voornemen is vertaald in een taakstelling. Deze taakstelling is in de meerjarenbegroting verwerkt waarbij er ook een toename is meegenomen van €1.150.000, - ten opzichte van 2023. Algemene Uitkering Gemeentefonds: De Algemene Uitkering Gemeentefonds laat een stijging zien voor de jaren 2023 tot en met 2026. Dit is met name toe te schrijven aan de hogere uitgaven van het Rijk. Doordat een systeem wordt gehanteerd genaamd ‘samen de trap op, samen de trap af’ beweegt de algemene uitkering mee met de uitgaven van de rijksoverheid. De gemeenten worden gecompenseerd voor de hoge inflatiecorrectie. Daarnaast is er een gedeeltelijke compensatie voor de opgaven waar gemeenten voor staan. Dit is op het gebied van duurzaamheid en de stijgende kosten voor de jeugdzorg. Ten opzichte van het raadsvoorstel bij de Kadernota 2024 is er een positieve bijstelling van de cijfers. Dit wordt veroorzaakt door het bevriezen van het volume-accres voor de jaren 2023 tot en met 2025. Vanaf 2026 daalt de algemene uitkering (ravijn jaar). Vooralsnog zijn de investeringen op rijksniveau hierover nog onduidelijk waardoor deze ontwikkeling in de algemene uitkering ontstaat.

OZB: In de uitgangspunten van de kadernota 2023 voor 2024 is opgenomen dat de belastingen worden verhoogd met de inflatie o.b.v. de CPI-mei. Dit komt overeen met 5%. Voor de onroerende zaakbelastingen is dit een extra inkomst € 628.000. Daarnaast wordt ieder jaar rekening gehouden met een areaal uitbreiding woningbouw die zal zorgen voor hogere OZBinkomsten. Hiervoor is een bedrag opgenomen van € 180.000,-. Reserves: Stortingen: Om de Algemene reserve weer op het gewenste niveau te brengen, is in het raadsvoorstel bij de Kadernota 2022 opgenomen dat er de komende jaren stortingen plaats gaan vinden. In de periode 2023 t/m 2025 wordt er in totaal € 7,1 miljoen gestort, tot het gewenste niveau van € 8,0 miljoen. In 2023 is het gewenste niveau wel al bereikt, echter zal de afgesproken stortingen worden doorgezet totdat er andere beleidswijzigingen zijn doorgevoerd. Onttrekkingen: In de Kadernota voor de begroting 2023 is opgenomen dat de beoogde reserve weerstandsvermogen moet worden gevoed tot een bedrag van € 8 miljoen. Door de positieve financiële resultaten in het boekjaar 2022 zijn er extra middelen toegevoegd aan de algemene reserve. Hierdoor is de beoogde omvang van € 8 miljoen bereikt in 2023. De incidentele stortingen in de jaarschijven 2024 en 2025, respectievelijk € 3 en € 3,1 miljoen vallen hiermee gedeeltelijk vrij.

Deze middelen zijn beschikbaar als incidenteel dekkingsmiddel. Investeringen Niet van toepassing.

68

Paragrafen

69

Paragraaf financiering Algemeen Deze paragraaf bevat onze beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille. Ook geeft deze inzicht in de rentelasten en het renteresultaat. Net als de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend. Ook geeft deze inzicht in de financieringsbehoefte. Treasury De treasuryfunctie ondersteunt de uitvoering van de programma's en het uitzetten van geldmiddelen die niet direct nodig zijn. Treasury regelt het tijdig beschikbaar hebben van financieringsmiddelen voor de financiering van beleid tegen zo gunstig mogelijke tarieven. Hierbij wordt rekening gehouden met de randvoorwaarden. Zoals de kasgeldlimiet. Ook wordt rekening gehouden met de aard van de financieringsbehoefte. Zoals kort versus lang. Daarnaast is de treasuryfunctie gericht op het beheersbaar houden van financiële risico’s. Zoals renterisico’s, kredietrisico’s en liquiditeitsrisico’s. Ook richt het zich op het optimaliseren van het renteresultaat binnen de gestelde wettelijke kaders en randvoorwaarden van het gemeentelijk treasurybeleid. Op lokaal niveau zijn de kaders en de uitvoering van het treasurybeleid vastgelegd in het Treasurystatuut. Naast de gemeentewet en het BBV is er nog aanvullende wet- en regelgeving met betrekking tot de treasuryfunctie. Dit is: • Wet financiering decentrale overheden.

Oftewel de Wet Fido. Deze wet geeft regels voor het financieringsbeleid bij de gemeente. • Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden. Oftewel het besluit Ruddo. • Wet houdbare overheidsfinanciën. Oftewel Wet Hof. Deze lichten we hieronder verder toe. In deze paragraaf komen achtereenvolgens de volgende onderwerpen aan de orde: a. Wet houdbare overheidsfinanciën en verplicht schatkistbankieren; b. Gemeentelijk beleid; c. Financieringspositie; d. Renteontwikkeling; e. Risicobeheer; f. Renteresultaat.

A. Wet houdbare overheidsfinanciën en wet verplicht schatkistbankieren De Europese eisen en afspraken over reductie van het begrotingstekort en staatsschuld vormen de basis van de Wet houdbare overheidsfinanciën. Oftewel de Wet Hof. Met de Wet Hof gaat per jaar een macroplafond gelden voor het EMU-tekort van alle gemeenten samen. De hoogte van het macroplafond wordt na bestuurlijk overleg door de minister van Financiën vastgesteld. Voor 2013 tot en met 2015 is de begrenzing aan het jaarlijks EMU-tekort van de gemeenten, provincies, waterschappen en hun gemeenschappelijke regelingen vastgesteld op 0,5% van het bruto binnenland product. Oftewel het BBP. Om de decentrale overheden iets meer ruimte te bieden, is de daadwerkelijke norm voor het maximale tekort iets ruimer gesteld dan de ambitie. De tekortnorm is 3% van het bruto binnenlands product.

70

In het Besluit Begroting en Verantwoording artikel 20 is de verplichting vastgelegd dat gemeenten het geschatte EMU-saldo moeten opnemen in de programmabegroting over het vorige begrotingsjaar, het begrotingsjaar en de 3 daaropvolgende jaren. Het EMU-saldo is het saldo van alle inkomsten en uitgaven van de overheid en decentrale overheden. Dit is op transactiebasis in een bepaald jaar. Dus geen afschrijvingen of bijvoorbeeld waarde mutaties. Het EMU-saldo geeft aan of er in een bepaald jaar met reële transacties meer geld uitgegeven wordt dan er in een jaar binnenkomt. Of dat er geld overgehouden wordt. Het EMU-saldo is daarmee een aanwijzing voor de ontwikkeling van onze liquiditeitspositie en financiële positie, oftewel eigen vermogen en schulden. De EMU-saldi voor 2024 t/m 2027 worden als rekening begrotingbegrotingbegrotingbegrotingbegroting volgt berekend: bedragen x € 1.000 2022 2023 2024 2025 2026 2027 Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q.

onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c) Afschrijvingen ten laste van de exploitatie Bruto dotaties aan de post voorzieningen ten laste van de exploitatie minus de vrijval van de voorzieningen ten bate van de exploitatie Investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden geactiveerd Baten uit bijdragen van andere overheden, de Europese Unie en overigen, die niet op de exploitatie zijn verantwoord en niet al in mindering zijn gebracht bij post 4 Desinvesteringen in (im)materiële vaste activa: Aankoop van grond en de uitgaven aan bouw-, woonrijp maken e.d. (alleen transacties met derden die niet op de exploitatie staan) Baten bouwgrondexploitatie: Lasten op balanspost Voorzieningen voorzover deze transacties met derden betreffen Lasten i.v.m. transacties met derden, die niet via de onder post 1 genoemde exploitatie lopen, maar rechtstreeks ten laste van de reserves (inclusief fondsen en dergelijke) worden gebracht en die nog niet vallen onder één van bovenstaande posten Verkoop van effecten EMU-saldi gemeente Schagen (+1+2+34+5+6-7+8-9-10-11)

71

8.321

-2.898

-3.275

-3.583

6.180

6.659

5.240

5.151

7.109

7.081

6.854

6.788

1.718

2.605

2.411

2.636

2.936

8.829

5.564

17.320

10.002

11.659

11.317

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

4.732

-1.594

6.423

5.899

15.659

16.372

Wet verplicht schatkistbankieren De regeling schatkistbankieren decentrale overheden verplicht gemeenten om hun overtollige middelen aan te houden bij de staat. Dit gaat om middelen boven een bepaald drempelbedrag. Deelnemen aan schatkistbankieren draagt bij aan een lagere EMU-schuld van de hele sector. De financieringsbehoefte van het rijk vermindert doordat overtollige middelen in de schatkist worden aangehouden. Dit vertaalt zich in een lagere staatsschuld. Alle bankrekeningen van gemeenten tellen mee. Overtollige middelen mogen op basis van deze wet dus alleen bij de schatkist worden aangehouden. Of onderling worden uitgeleend aan andere decentrale overheden. Vanaf 1 juli 2021 is de drempel voor gemeenten voor verplicht schatkistbankieren verhoogd van 0,75% naar 2% van het begrotingstotaal bij de start van het jaar. Het minimum drempelbedrag is ook verhoogd van €250.000 naar € 1 miljoen. Wanneer wij meer liquide middelen bezitten dan de norm van €3.308.726 moeten we dit bij de schatkist aanhouden. B. Gemeentelijk beleid Ons beleid op het gebied van aantrekken en uitzetten van geld is vastgelegd in ons Treasurystatuut. Het laatste goedgekeurde statuut is van 2013. In dit statuut is opgenomen dat de gemeenteraad gekozen heeft om uit te gaan van een laag risicoprofiel.

De belangrijkste uitgangspunten zijn: • Het uitzetten van gelden vindt plaats bij de Bank Nederlandse Gemeenten of andere financiële instellingen met ten minste een AA-rating. • Gelden aantrekken gebeurt in beginsel bij de laagste aanbieder. Tenzij contractueel anders is afgesproken. • Het gebruik van derivaten is niet toegestaan. C. Financieringspositie We hebben middelen nodig voor de financiering van vaste activa, de bouwgrondexploitatie en de lopende transacties. Oftewel uitgaven min ontvangsten. Deze financieringsmiddelen bestaan uit langlopende leningen, kortlopende leningen, debetsaldi in rekening-courant en crediteuren. Geldleningen Per 31-12-2022 is de stand van de langlopende leningen €50.965.000 en een jaarlijkse aflossingsverplichting van €3.205.000. D. Renteontwikkeling De rente op de geldmarkt en kapitaalmarkt wordt voornamelijk bepaald door het beleid van de Europese Centrale Bank. Oftewel ECB. De inflatie blijft ook in 2024 duidelijk boven de doelstelling van de ECB. Deze is vanaf 2022 fors gestegen. Dit heeft verschillende oorzaken. Bijvoorbeeld de grote vraag en een beperkt aanbod van goederen en diensten. Of de verstoring in de productieketen en transportketen vanwege de coronapandemie. Ook de huidige geopolitieke ontwikkelingen spelen mee. Deze omstandigheden leiden samen tot hogere en onzekere renteontwikkeling. E.

Financieel Risicobeheer De risico's bij de gemeenten zijn: 1. Renterisico's op vaste schulden. Oftewel renterisiconorm; 2. Renterisico op de vlottende schuld. Oftewel kasgeldlimiet; 3. Kredietrisico op verstrekte geldleningen en afgegeven borgstellingen.

72

E.1. Renterisico-norm In de Wet Fido is het sturingsinstrument ‘renterisiconorm’ gepresenteerd. Het doel van de renterisiconorm is het beheersen van de renterisico's op de vaste schulden. De norm geeft aan over welk bedrag per jaar er maximaal risico mag worden gelopen. Dit gaat over onder andere leningen waarvan de rente herzien gaat worden. Het gaat ook over de herfinanciering van aflossingen. Door aflossingen en herzieningen in de tijd te spreiden wordt het renterisico verkleind. De renterisiconorm wordt berekend met een wettelijk vastgesteld percentage van het begrotingstotaal. Dit percentage is bepaald op 20%. Dit betekent voor ons een renterisiconorm van afgerond €33.087.000.

Bedragen x € 1.000 Toelichting tabel: De renteherziening op de vaste schuld is op 0 gesteld. Ons beleid is dat er alleen leningen worden afgesloten met een vast rentepercentage. Dit rentepercentage kan tijdens de looptijd van de lening niet worden herzien. Uit de tabel blijkt dat we een zeer laag renterisico hebben en zeer ruim binnen de wettelijke risiconorm blijven. E.2. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is in de Wet Fido opgenomen om de directe gevolgen van een snelle rentestijging te beperken. De kasgeldlimiet bepaalt dat de gemeente voor slechts een beperkt

73

bedrag met kort geld mag financieren. Met kort geld wordt geld met een looptijd van minder dan 1 jaar bedoeld. De norm is in de wet gesteld op 8,5% van het begrotingstotaal aan lasten. De gemiddelde korte schuld per kwartaal mag de kasgeldlimiet niet overschrijden. Je moet het aan de toezichthouder melden wanneer je voor het derde achtereenvolgende kwartaal de limiet overschrijdt. Hierbij moet je ook voorleggen hoe je dit oplost. Voor het jaar 2024 is de kasgeldlimiet vastgesteld op €14 miljoen. Wij mogen tot de kasgeldlimiet financieren met kort geld. De verwachting is dat in 2024 de kasgeldlimiet zal worden benut. De komende periode zullen we per kwartaal de kasgeldlimiet goed in de gaten houden. Bij een voortdurende overschrijding moeten we dit melden aan de toezichthouder. We zullen aanvullende langlopende financiering moeten aantrekken als blijkt dat de overschrijding aanwezig blijft. Dit is sterk afhankelijk van de uitvoering van onze voorgenomen investeringen. Toets wet Fido

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Saldo kredietinstell. en liquidemiddelen

-4.351

-7.679

-5.083

-5.083

-5.083

-5.083

Begrotings totaal Kasgeldlimiet Vlottende schuld Vlottende middelen Netto vlottende schuld (1-2)

155.169 141.321 162.775 153.593 152.995 152.914 13.189 12.012 13.836 13.055 13.005 12.998 21.865 40.528 29.740 18.536 17.531 13.983 3 21.862 40.528 29.740 18.536 17.531 13.983

Ruimte onder kasgeldlimiet

-8.673 -28.516 -15.904

stand per 01/01

-5.481

-4.526

-985

Bedragen x euro 1.000, -

Berekening kasgeldlimiet

2022

2023

Begrotingstotaal

155.169

Kasgeldlimiet in procenten Kasgeldlimiet in bedrag

8,50% 13.189

2024

2025

2026

2027

141.321

162.775 153.593

152.995

152.914

8,50% 12.012

8,50% 13.836

8,50% 13.005

8,50% 12.998

1) Toegestane kasgeldlimiet 8,50% 13.055

2) Omvang vlottende schuld Schuld in rekening courant

4.354

7.679

5.083

5.083

5.083

5.083

Overige geldleningen niet zijnde vast schuld Totaal vlottende schuld

17.511 21.865

32.850 40.528

24.657 29.740

13.453 18.536

12.448 17.531

8.900 13.983

3) Omvang vlottende middelen Contante gelden in kas Tegoeden in rekening-courant Overige uitstaande gelden < 1 jaar

1 2 34.744

20.550

21.309

22.437

21.970

22.543

34.747

20.550

21.309

22.437

21.970

22.543

Totaal netto vlottende schuld (2-3)

-12.882

19.979

8.431

-3.901

-4.439

-8.560

Toegestane kasgeldlimiet (1)

13.189

12.012

13.836

13.055

13.005

12.998

Ruimte (+) / Overschrijding (-)

26.071

-7.967

5.405 16.956

17.443

21.557

Totaal vlottende middelen 4) Toets kasgeldlimiet

74

E.3. Kredietrisico verstrekte geldleningen en borgstellingen Bij het bepalen van kredietrisico’s maken we een onderscheid tussen 2 soorten risico’s die wij als gemeente lopen. Het ene risico lopen wij omdat wij geldleningen verstrekken of hebben verstrekt aan andere partijen. Het andere risico lopen wij omdat wij gemeentegaranties hebben afgegeven. Oftewel een borgstelling. Het kredietrisico voor verstrekte geldleningen zit hem in het mogelijk niet kunnen nakomen van de verplichtingen door de tegenpartij. Bij borgstellingen ligt het risico bij het claimen van de borg. Waarna de partij waarvoor de borg is gesteld haar verplichtingen niet kan nakomen. Hierbij is de stand vanuit de jaarrekening opgenomen van door de gemeente aan derden verstrekte leningen en deelnemingen. Bedragen * € 1.000 Omschrijving

Lening verenigingen/stichtingen SVN-duurzaamheidslening nr 3552 SVN-duurzaamheidslening nr 4213 Starterslening Svn nr 4211

Boekwaarde Investeringen per 31-12-2021

Desinvestering

Afschrijving/ DoorgevoerdeBoekwaarde aflossing waardeper vermindering 31-12-2022

630

100

-

-4

-

726

1.018

-

-

-

-

1.018

2.058

-

-

-

-

2.058

1.739

500

-

-

-

2.239

Starterslening Svn nr 4212

176

-

-

-

-

176

Hypotheken

174

-

-

-9

-

165

5.795

600

-

-13

-

6.382

Totaal

*We verstrekken al geruime tijd geen nieuwe hypotheken meer. Aan waarborgen en garanties heeft de gemeente Schagen een bedrag uitstaan van €105.440.000. F. Renteresultaat In het Besluit begroting en verantwoording is opgenomen dat de rentekosten aan de desbetreffende taakvelden moeten worden toegerekend. Het doel is om een juist inzicht in de kosten van de taakvelden te krijgen. Dit gebeurt met behulp van een renteomslag. Het bedrag dat toegerekend kan worden is berekend in onderstaande tabel. De renteomslag moet jaarlijks worden berekend. Zodra de afwijking tussen de gehanteerde omslagrente en de werkelijke rentelast groter wordt dan 0,5% moet de gehanteerde omslagrente aangepast worden. Vanwege het verschil tussen het gehanteerde omslagpercentage en het werkelijk betaalde percentage ontstaat er een renteresultaat. In onderstaand schema wordt inzicht gegeven in: • De rentelasten; • Het renteresultaat; • De manier waarop rente wordt toegerekend aan investeringen, grondexploitaties en projecten.

75

Rente resultaat Boekwaarde 1-1-2024

169.132 169.132

Rente lasten korte en lange termijn Rente treasury langlopende leningen

38 1.561 1.599

Renteomslag

0,95%

Afronden op 0,5%

1,0%

De externe rente over de korte en lange financiering De externe rentebaten Totaal door te rekenen externe rente

1.599 501 1.097

De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend (voorbeeld riolering) Saldo door te berekenen externe rente

-

1.097

Rente over eigen vermogen Rente over voorzieningen (contante waarde) De aan taakvelden (programma's inclusief overzicht Overhead) toe te rekenen rente

1.097

De werkelijk aan taakvelden (programma's inclusief overzicht Overhead) toegerekende rente (...% renteomslag)

1.691

Renteresultaat op het taakveld treasury

594

Het gepresenteerde renteresultaat van €594.000 voordelig betekent dat de gehanteerde omslagrente van 1,0% hoger is dan het gemiddelde van de werkelijke rentepercentages. Er wordt dus meer rente doorberekend naar de activa dan er wordt betaald aan de geldverstrekkers. Het verschil valt binnen de gestelde bandbreedte. Dit betekent dat er een reëel percentage wordt toegerekend aan de activa.

76

Paragraaf lokale heffingen Doelstelling Met dit overzicht van de lokale heffingen geven we een inzicht in welke heffingen er zijn. Ook laten we zien wat de tarieven zijn. Dit maakt duidelijk wat de financiële gevolgen zijn van eerder gemaakte beleidskeuzes. Het laat ook zien wat onze inwoners hiervoor moeten betalen. Gemeentelijk beleid In de Gemeentewet is bepaald welke belastingen door een gemeente geheven kunnen worden. Dit zijn de belastingen genoemd in de artikelen 220 tot en met 229d Gemeentewet. Ook zijn er belastingen die een gemeente heft op basis van andere wetten. Bijvoorbeeld de afvalstoffenheffing op basis van de Wet Milieubeheer. Het algemene uitgangspunt is dat tarieven kostendekkend moeten zijn. Dit beleid komt neer op ‘de gebruiker betaalt’. Bij de afvalstoffenheffing en de rioolheffing is het streven om 100% kostendekkend te zijn. Voor inwoners die niet in staat zijn bepaalde gemeentelijke belastingen te betalen is kwijtschelding mogelijk. Dit is mogelijk voor de afvalstoffenheffing, de rioolheffing en bij uitzondering voor de onroerendezaakbelastingen. Inflatiecijfer Voor de leges, de rioolheffing en de afvalstoffenheffing hebben we afgesproken dat we kostendekkende tarieven heffen. Voor zover dit mogelijk en acceptabel is.

De onroerendezaakbelastingen en overige heffingen verhogen we jaarlijks met een inflatiecijfer gelijk aan het consumenten prijsindex cijfer. Oftewel CPI. Het CPI van mei was 6,1. In de kadernota is een aanname gedaan, omdat de CPI van mei nog niet bekend was, van 5%. Omdat we een dalende lijn zien van de inflatie, is de inflatiecorrectie in de begroting niet naar boven bijgesteld, maar is het cijfer van de kadernota gehandhaafd. De belangrijkste belastingen, rechten en leges die door ons worden geheven zijn: • onroerendezaakbelastingen; • afvalstoffenheffing; • rioolheffing voor gebruikers; • toeristenbelasting; • forensenbelasting; • grafrechten; • precariobelasting; • leges. Elke soort lichten we verder toe. Onroerendezaakbelastingen Op grond van artikel 220 van de Gemeentewet heffen wij onroerendezaakbelastingen. Oftewel OZB. Voor gecombineerde panden wordt voor het woondeel een vermindering toegepast. Gecombineerde panden zijn panden waarbij een deel bedrijfsmatig wordt gebruikt en een deel als woning. De inkomsten voor 2024 zijn geschat op een totaal van € 13,4 miljoen. Dit is inclusief de inflatiecorrectie, de extra uitgekeerde proceskostenvergoedingen in 2023 aan no cure no paybureaus in het kader van de WOZ-waardebepaling, de meeropbrengst vanwege het

77

realiseren van nieuwbouw woningen, de afdracht aan het Ondernemersfonds Schagen en het compensatiebudget voor sport en cultuur. Dit laatste gaat om de 3% extra opbrengst van sportcomplexen en culturele complexen. De tarieven voor 2024 zijn nog niet bekend. De hertaxatie naar peildatum 1 januari 2023 is nog niet afgerond. Uiterlijk in december 2023 komen we met een voorstel om deze tarieven vast te stellen. Bij de berekening van de tarieven zal rekening worden gehouden met de uitkomsten van de herwaardering. Bij een stijging van de WOZ-waarde daalt het tarief. Zo pakt de herwaardering opbrengst neutraal uit. Andersom zal bij een daling van de WOZ-waarde het tarief stijgen. WOZ staat voor waardering onroerende zaken. Afvalstoffenheffing De Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing regelt de heffing en invordering van de gemeentelijke afvalstoffen. Oftewel de kosten van het ophalen van het huishoudelijk afval. Afvalstoffenheffing kan worden geheven op grond van artikel 15.33 van de Wet Milieubeheer. De aanslag afvalstoffenheffing wordt vastgesteld aan de hand van het aantal personen dat op 1 januari van het belastingjaar bij een huishouden staat ingeschreven. De gemeentelijke afvalstoffenheffing wordt voor een groot deel bepaald door het tarief uit de dienstverleningsovereenkomst met de Huisvuilcentrale. Oftewel HVC.

Andere kostencomponenten van de afvalstoffenheffing zijn onder andere inzamelkosten en afvoerkosten van openbare afvalbakken. Dit bevat de inzet van onze eigen gemeentelijke dienst en werkvoorzieningsschap PRO. Daarnaast gaat dit ook om de inzet van gemeentelijke veegmachines, kosten van invordering & verhaal & kwijtschelding, papiervergoeding aan verenigingen en instellingen en BTW en afvalstoffenbelasting aan het rijk. Verhoudingsgewijs wordt de afvalstoffenheffing voor 75% bepaald door het tarief dat is afgesproken in de dienstverleningsovereenkomst met HVC. Voor 25% wordt het bepaald door eigen toerekenbare kosten op het onderwerp afvalinzameling en verwerking. Jaarlijkse inrekening van Consumenten Prijsindexcijfer (CPI) en ingroei-model dienstverleningsovereenkomst Het DVO-tarief van de dienstverleningsovereenkomst stijgt jaarlijks mee met de Consumenten Prijs- indexcijfer en loonkostencompensatie. Echter door lagere afvalkosten verwachten we met een minimale stijging van de afvalstoffenheffing kostendekkend te kunnen werken. Hiernaast is bij het aangaan van de dienstverleningsovereenkomst in 2017 een ingroeiregeling afgesproken voor de stijgende kosten van inzameling op glas en textiel, beheer en onderhoud inzamelmiddelen en collectieve kosten HVC voor de jaren 2017 t/m 2026 is hierin opgenomen. Daarnaast verwachten we hogere inkomsten op de afvalstromen.

Door bovenstaande componenten stijgt het tarief voor 2024 met 1%. Afvalstoffenheffing 1 persoon 2 personen 3 personen ≥ 4 personen Extra container

2023 322,379,379,410,206,-

2024 325,383,383,414,208,-

De totale opbrengst van de afvalstoffenheffing is geraamd op €7.658.000,-.

78

Rioolheffing De rioolheffing wordt door ons geïnd als retributie die wordt geheven wanneer een bouwwerk is aangesloten op riolering. Dit is volgens de definitie van de Leidraad Riolering. Percelen die niet zijn aangesloten op de riolering zijn niet heffing plichtig. Voor 2024 bedragen de tarieven: • •

Tot en met 99.750 m3 waterverbruik een tarief van € 220,- per eenheid van 350 m3 gebruik. Waarbij een gedeelte van 350 m3 naar boven wordt afgerond. Vanaf 99.751 m3 een tarief van € 220,- per eenheid van 750 m3 gebruik. Waarbij een gedeelte van 750 m3 naar boven wordt afgerond.

In maart 2023 is het Programma Stedelijk Water en Riolering vastgesteld. Oftewel PSWR. Deze stijging is conform het vastgestelde PSWR 2023-2027. In de primitieve begroting is aan inkomsten uit de rioolheffing een bedrag van €5.637.000 geraamd. Toeristenbelasting Het tarief per persoon per nacht bedraagt €2,00. Hiervan is €0,04 bestemd voor de Ondernemers Federatie Schagen voor het aanmoedigen van innovatie in het toerisme. De inkomsten uit de toeristenbelasting zijn vooralsnog geschat op €3 miljoen. Er gelden forfaitaire tarieven voor kampeerplaatsen die toeristen voor een lange periode achtereen tot hun beschikking hebben. Bij campings met jaarplaatsen, seizoenplaatsen of maandarrangementen is namelijk een registratie per nacht niet uitvoerbaar.

Daarom zijn de volgende forfaitaire tarieven voor 2024 opgenomen: Vaste jaarplaats 2,3 personen x 53,7 nachten x € 2,00 € 247,02 Vaste seizoenplaats 2,4 personen x 53,6 nachten x € 2,00 € 257,28 Seizoenplaats 2,4 personen x 52,9 nachten x € 2,00 € 253,92 Voorseizoenarrangement 2,2 personen x 30 nachten x € 2,00 € 132,00 Verlengd voorseizoenarrangement 2,3 personen x 39 nachten x € 2,00 € 179,40 Naseizoenarrangement 2,2 personen x 18 nachten x € 2,00 € 79,20 Maandarrangement 2,1 personen x 12 nachten x € 2,00 € 50,40 Forensenbelasting Forensenbelasting wordt geheven wanneer natuurlijke personen meer dan 90 dagen van het belastingjaar voor zichzelf of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden. Zonder dat zij in de gemeente hun hoofdverblijf hebben. In onze gemeente zijn ongeveer 3.650 personen belastingplichtig voor de forensenbelasting. De totale opbrengst van de forensenbelasting is geschat op €2.226.500. De forensenbelasting kent 2 tarieven. Één tarief voor stacaravans en één tarief voor woningen. Dit geldt ook voor recreatiewoningen. Het tarief voor stacaravans bedraagt in 2024 €345,15. Het tarief voor woningen bedraagt in 2024 €808,30. Grafrechten Grafrechten heffen we op basis van de Verordening op de heffing en invordering van grafrechten. In 2021 is de Beheersverordening gemeentelijke gedenkparken gemeente

79

Schagen 2022 vastgesteld. Naar aanleiding van deze Beheersverordening hebben we de tarieven in de verordening grafrechten onderzocht en bijgesteld. Voor het begraven of bijzetten van stoffelijke overschotten worden aanslagen grafrechten opgelegd. Dit gaat om het gebruik van de begraafplaats en om het door of vanwege de gemeente verlenen van diensten in verband met het begraven en het bijzetten. De inkomsten voor 2024 worden geraamd op €288.000. Precariobelasting Precariobelasting wordt geheven op voorwerpen op, onder of boven voor de publieke dienst bestemde gemeentegrond. De inkomsten voor 2024 worden geschat op €95.000. Leges Leges heffen we voor diensten die we als gemeente hebben geleverd. In de tarieventabel, die bij de verordening hoort, worden de bedragen genoemd die we voor diverse verleende diensten heffen. Voor een aantal diensten worden de tarieven door het rijk voorgeschreven. Bijvoorbeeld bij reisdocumenten. Bij het vaststellen van de tarieven gaan we er van uit dat deze 100% kostendekkend zijn. De tarieventabel leges is onderverdeeld in drie titels en is ingericht volgens de modelverordening van de Vereniging Nederlandse Gemeenten: • • •

Titel 1 Algemene dienstverlening bijvoorbeeld: burgerlijke stand, reisdocumenten, winkeltijden et cetera; Titel 2 Dienstverlening die valt onder de fysieke leefomgeving of omgevingsvergunning, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; Titel 3 Dienstverlening die valt onder de Europese Dienstenrichtlijn: horeca, evenementen en dergelijke.

Voor titel 1 en 2 mogen de opbrengsten van alle diensten binnen een titel niet hoger zijn dan de uitgaven. Binnen een titel mag een dienst dus meer dan 100% kostendekkend zijn, zolang deze gecompenseerd wordt door een lagere kostendekking. Voor titel 3 geldt de kostendekking per dienst. De totale opbrengst aan leges is geschat op €1.798.189, zoals te zien is in onderstaand overzicht: Recapitulatie Hoofdstuk 1, 2 en 3

Directe Kostendek kosten Loonkosten Overhead Opbrengst kendheid

Kostendekking Hoofdstuk 1

361.339

306.838

234.257

712.416

78,94%

2.211

2.146

4.194

96,28%

309.049

236.403

716.610

79,03%

Kostendekking Hoofdstuk 2 Kostendekking Hoofdstuk 3 Kostendekking totale tarieventabel

361.339

80

Titel 1 algemene dienstverlening Bij titel 1 is weinig ruimte om de tarieven te verhogen. De opbrengsten komen voornamelijk door paspoorten en rijbewijzen. Deze tarieven zijn op dit moment gelijk aan het maximale bedrag. Onderwerp legesverordening

Directe Loonkosten Overhead Opbrengst Kostendek kosten kendheid

Hoofdstuk 1 - Algemene dienstverlening Paragraaf 1 - Burgerlijke stand

20.097

41.266

31.509

43.985

47,36%

Paragraaf 2 - Reisdocumenten

249.109

96.573

73.724

341.435

81,41%

Paragraaf 3 - Rijbewijzen Paragraaf 4 - Verstrekkingen uit de basisregistratie personen

46.340

117.045

89.352

245.565

97,16%

36.720

28.040

39.400

60,84%

7.804

5.958

32.700

60,27%

642

491

1.090

96,20%

5.293

6.788

5.183

8.241

47,74%

361.339

306.838

234.257

712.416

78,94%

Paragraaf 5 - Verstrekkingen uit het Kiezersregister Paragraaf 6 - Verstrekkingen op grond van Wet bescherming persoonsgegevens n.v.t. Paragraaf 7 - Bestuursstukken n.v.t. Paragraaf 8 - Vastgoedinformatie Paragraaf 9 - Overige publiekszaken

40.500

Paragraaf 10 - Gemeentearchief Paragraaf 11 - Huisvestingswet n.v.t. Paragraaf 12 - Leegstandswet Paragraaf 13 - Gemeentegarantie n.v.t. Paragraaf 14 - Marktstandplaatsen (voor weekmarkten e.d.) Paragraaf 15 - Winkeltijdenwet Paragraaf 16 - Kansspelen Paragraaf 17 - Telecommunicatie Paragraaf 18 - Verkeer en vervoer Paragraaf 19 - Diversen Paragraaf 20 - Urgentie Totaal hoofdstuk 1

Titel 2 dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning De kostendekking van titel 2 is onder de 100% kostendekking. Hoewel er getoetst wordt op de gehele verordening wordt u geadviseerd om onder deze grens te blijven. Het is namelijk goed mogelijk dat de jurisprudentie wijzigt met betrekking tot kruis subsidiëring. Dit kan gevolg hebben tot een toename in bezwaar- en beroepsprocedures. Onderwerp legesverordening

Directe Loonkosten Overhead Opbrengst Kostendek kosten kendheid

Hoofdstuk 2 - Omgevingswet Dit hoofdstuk volgt in de raad van december

PM

Totaal hoofdstuk 2

81

Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese Dienstenrichtlijn Dit is een klein onderdeel van de legesverordening. Hij bestaat voor een groot deel uit evenementenvergunningen. Vanwege de maatschappelijke betekenis ervan is dit bij veel gemeenten niet kostendekkend. Onderwerp legesverordening

Directe Loonkosten Overhead Opbrengst Kostendek kosten kendheid

Hoofdstuk 3 - Europese dienstenrichtlijn Paragraaf 1 - Horeca Paragraaf 2 - Organiseren markten en overige APV beschikking Paragraaf 3 - Prostitutiebedrijven

1.594

1.546

3.116

99,24%

140

137

231

83,39%

43

42

77

90,59%

434

421

770

90,16%

2.211

2.146

4.194

96,28%

Paragraaf 4 - Splitsingsvergunning woonruimte n.v.t. Paragraaf 5 - Leefmilieuverordening n.v.t. Paragraaf 6 - Brandbeveiligingsverordening Paragraaf 7 - In deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking Totaal hoofdstuk 3

Overige gemeentelijke belastingen/heffingen Naast de genoemde verordeningen zijn er nog een aantal met een relatief lage belastingopbrengst. Deze verordeningen hebben betrekking op marktgelden, staangelden, campergelden, havengelden en liggelden. Kwijtschelding Wij bieden aan inwoners met een minimum inkomen de mogelijkheid om kwijtschelding aan te vragen. Er wordt in principe alleen nog kwijtschelding verleend voor de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. De onroerendezaakbelasting voor gebruikers van woningen is afgeschaft. Kwijtschelding voor de onroerendezaakbelastingen voor eigenaren is alleen mogelijk op de voorwaarde dat er geen overwaarde op de woning zit. De norm voor het verlenen van kwijtschelding is gesteld op 100% van de bijstandsnorm. Dit is het maximale dat is toegestaan. Inwoners die in aanmerking komen voor kwijtschelding hoeven niet ieder jaar opnieuw kwijtschelding aan te vragen. Is er in 2023 kwijtschelding verleend? Dan toetsen we automatisch voor belastingjaar 2024 of de inwoner weer in aanmerking komt voor kwijtschelding. De inwoner krijgt automatisch kwijtschelding wanneer deze toets positief is. Gemiddeld 65% van de kwijtscheldingen wordt op deze manier verleend. Overzicht tarieven lokale heffingen In onderstaande tabel zijn de tarieven voor 2024 van de belangrijkste gemeentelijke belastingen opgenomen.

Belastingtarieven per 1 januari 2024 OZB: Eigenaar woning Eigenaar niet-woning Gebruiker niet-woning Rioolheffing:

n.n.b. n.n.b. n.n.b.

82

t/m 99.750 m3 bedraagt het tarief per 350 m3 vanaf 99.751 m3 bedraagt het tarief per 750 m3 Afvalstoffenheffing: Eenpersoons huishouden Twee- en driepersoons huishouden Vier- en meerpersoons huishouden Extra container Overzicht geraamde baten en kwijtschelding Soort heffing Onroerendezaakbelastingen (eigenaar/gebruiker) Afvalstoffenheffing/reinigingsheffing Rioolheffing Toeristenbelasting Forensenbelasting Leges Precariorechten

83

€ 220,00 € 220,00 € 325,00 € 383,00 € 414,00 € 208,00

€ € € € € € €

Baten 13.399.000 7.658.000 5.637.000 3.000.000 2.226.500 2.061.000 95.000

Kwijtschelding € 0 € 189.000 € 119.000 niet mogelijk niet mogelijk niet mogelijk niet mogelijk

Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding Het weerstandsvermogen betreft de mogelijkheid van de gemeente om financiële risico’s op te vangen. Zonder dat dit ten koste gaat van het bestaande beleid. Het weerstandsvermogen wordt uitgedrukt in een ratio. In deze paragraaf staat beschreven met welke risico’s wij te maken hebben. Ook worden de berekening en de analyse van het weerstandsvermogen beschreven. Net als de weerstandscapaciteit en de verplichte kengetallen. Trends en ontwikkelingen Om ons weerstandsvermogen te bepalen, is het noodzakelijk om inzicht te hebben in de financiële risico’s die wij lopen. Ook toekomstige financiële risico’s. Het is niet mogelijk de toekomst te voorspellen. Daarom maken we een inschatting op basis van trends en ontwikkelingen waar we als gemeente mee te maken hebben. Hierna volgt een toelichting op een aantal belangrijke risico's waar we nu en in de nabije toekomst mee te maken hebben. We hebben de risico's ingedeeld naar strategische, interne en externe risico's. Strategische risico's Een belangrijk thema dat in 2024 verder uitgewerkt dient te worden, is 'betaalbaarheid'. Als gevolg van het huidige takenpakket, de noodzakelijke investeringen, de inflatie, de stijgende renten en de ambities uit het coalitieakkoord, laat het meerjarenperspectief voor de begrotingen voor 2026 en 2027 geen sluitend saldo zien.

De gemeentelijke financiën zijn momenteel onvoldoende voor het uitvoeren van het huidige takenpakket. Dat de gemeentelijke financiën momenteel onvoldoende zijn om het huidige takenpakket uit te voeren, bemoeilijkt ook de ambities van het college op het realiseren van betaalbare woningen, duurzaamheid, maar ook het openhouden van voorzieningen. In 2024 zal worden gewerkt aan een 'knoppenmodel' voor de raad waarin financiële effecten van een aantal beleidskeuzes zichtbaar zal worden gemaakt. Ondertussen blijft de VNG gesprekken voeren met het Rijk over de bekostiging van gemeenten. De belangen van de gemeente Schagen worden hierin via de M50 behartigt. Interne risico's De organisatie is sinds 2021 in transitie; een ontwikkeling die een aantal jaren duurt en die zich ook in 2024 verder zal doorzetten. Om focus te houden heeft de directie 5 speerpunten benoemd waaraan de komende jaren wordt gewerkt. 1. Grip op grote projecten 2. Managementontwikkeling 3. Sturing op politieke dossiers/ lange termijn planning 4. Ontwikkelagenda 5. Ontwikkeling 'Thuis in de gemeente Schagen' Onze dienstverlening wordt uitgevoerd door mensen; zij vormen de belangrijkste kracht in de organisatie. De directie heeft niet alleen oog voor het vervullen van vacatures, maar ook het welzijn van de medewerkers.

Door middel van managementontwikkeling (speerpunt 2) en de verdere uitwerking van het werkgeversmerk (speerpunt 5) ontwikkelen leidinggevenden en medewerkers met elkaar een nieuwe bedrijfscultuur waar aandacht voor elkaar is.

84

Zoals genoemd onder de strategische risico's zijn de beschikbare middelen beperkt en vraagt de focus om deze voor de juiste zaken in te zetten. Dit geldt ook voor de mensen die de werkzaamheden uitvoeren. Middels het derde speerpunt worden (politieke) ambities in een lange termijn planning gezet. Op de ontwikkelagenda (speerpunt 4) komen onderwerpen die de bedrijfsvoering verder verstevigen. Hieronder valt de ontwikkeling van risicomanagement, verbetering van interne processen en control. Vanwege een aantal grote lopende projecten (waaronder Noorderlicht, Schagen Oost, Muggenburg Zuid, Waldervaart, Multitreffer, Groenoord) vraagt de directie meer grip en projectcontrol op deze projecten. Het gaat dan om het herijken van het instrumentarium, aangevuld met grip op de doorlooptijd en de financiën van het project (speerpunt 1). Externe risico's Ontwikkelingen Rijk Zoals benoemd onder de strategische risico's vormt de wijze van financiering van het takenpakket het grootste risico. Door de val van het kabinet in juli 2023 vindt de behandeling van wetsvoorstellen pas later plaats. Belangrijke beslissingen worden uitgesteld tot het aantreden van een nieuw kabinet. Bij het publiceren van deze begroting hebben de verkiezingen voor de Tweede Kamer nog niet plaatsgevonden. De uitkomst van de verkiezingen zal bepalend zijn voor de kabinetsformatie en het nieuw te vormen beleid.

Omgevingswet De Omgevingswet treedt per 1 januari 2024 in werking. Op dit moment is het lastig te zeggen welke impact dit gaat hebben op de dienstverlening. De verwachting is dat een groep vergunningen gaan aanvragen vóórdat de wetgeving ingaat. Een andere groep wacht juist de invoering af. De invoering van de Omgevingswet is complex. Het betreft wetgeving die over verschillende disciplines binnen de gemeente gaat. Het risico bestaat dat de ondersteunende applicaties nog niet volledig zijn ingericht bij de invoering van de wet. Tevens heeft de invoering van de Omgevingswet impact op de opbrengsten uit leges, omdat deze onder de Omgevingswet (deels) komen te vervallen. De technische toets verschuift van de gemeente naar de marktpartijen. Hierdoor mogen we dus minder leges in rekening brengen. Tevens is het onzeker over hoeveel tijd en kosten we kwijt zijn aan het behandelen van Buitenplanse omgevingsplantactiviteit (BOPA). Gevolgen van de oorlog in Oekraïne Ondanks dat Nederland niet betrokken is bij de oorlog in Oekraïne, merken we hier wel de gevolgen van deze oorlog. In de eerste plaats zien we Oekraïners die (tijdelijk) op zoek zijn naar onderdak en verblijven bij gastgezinnen in de gemeente Schagen of inmiddels in tijdelijke woningen.

Daarnaast zijn de prijzen voor olie en gas als gevolg van de oorlog zo ver gestegen dat dit heeft geleid tot een energiecrisis waarbij mensen hun rekeningen voor gas en elektra niet meer kunnen betalen. De prijsstijgingen werken niet alleen door in andere grondstoffen en materialen, maar ook in voedingsmiddelen.

85

Beleid weerstandsvermogen, weerstandscapaciteit en risico's Het weerstandsvermogen kan worden uitgedrukt als de verhouding tussen de weerstandscapaciteit en alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. Het weerstandsvermogen is onder te verdelen in een incidenteel weerstandsvermogen voor het opvangen meer eenmalige risico’s en een structureel weerstandsvermogen voor het opvangen van meerjarige risico’s. In de nota Vermogensbeheer, vastgesteld in december 2019, is opgenomen dat voor het incidenteel weerstandsvermogen gestreefd wordt naar een ratio van 1,5. Aan de ratio weerstandsvermogen wordt de volgende betekenis gegeven: Ratio weerstandsvermogen Betekenis 2,0 < ratio Uitstekend 1,5 < ratio < 2,0 Ruim voldoende 1,0 < ratio < 1,5 Voldoende 0,8 < ratio < 1,0 Onvoldoende ratio < 0,8 Slecht Incidentele weerstandscapaciteit De incidentele weerstandscapaciteit bestaat uit die reserves waar nog geen verplichting op rust of waarvan de besteding nog kan worden gewijzigd. Daarnaast wordt rekening gehouden met stille reserves. In de begroting 2024 is rekening gehouden met de stille reserve die aanwezig is op gronden en gebouwen waarover de gemeente beschikt. De stille reserve waarmee wordt gerekend bedraagt € 16,9 miljoen (peildatum 31-12-2022).

De verwachte incidentele weerstandscapaciteit bedraagt per 1 januari 2024: Stand algemene reserve per 31-12-2023: € 8.000.000 voor jaarrekeningresultaat 2023 Storting algemene reserve 2024: € 1.275.000 Stille reserve: € 16.900.000 Totaal: € 26.175.000 Inschatting van risico's Wanneer een risico wordt onderkend, wordt een inschatting gemaakt van de kans dat het risico zich voordoet en de impact die het heeft. Wij hanteren hiervoor de volgende normen. Staffel Hoog Midden Laag Extra Laag Garantievermogen

Kans 75% 50% 25% 10% 1%

86

Incidentele risico's In onderstaand overzicht zijn de incidentele risico's gespecificeerd met een risico groter dan €100.000. Andere risico's zijn samengevat onder de overige risico's. Incidentele risico's Strategisch/ Kans Impact € Bedrag € extern / intern Indexatie onderhoud Extern 10% 18.500.000 1.850.000 kapitaalgoederen Calamiteiten/ ramp Extern 25% 4.000.000 1.000.000 Kosten jeugdzorg niet gedekt door Rijk Strategisch 75% 1.300.000 975.000 Overige risico's 225.000 4.050.000 De incidentele risico's met de grootste financiële impact betreffen: • In deze begroting zijn de kosten die gepaard gaan met het behalen c.q. behouden van een minimaal kwaliteitsniveau door dagelijks en cyclisch onderhoud van de openbare ruimte oplopend tot jaarlijks € 18,5 miljoen opgenomen. Naar verwachting zullen de prijzen van grondstoffen en diensten jaarlijks stijgen. Gezien de huidige inflatie is het risico dat de prijzen met 10% zullen stijgen. • Risico's t.a.v. calamiteiten en rampen. Hier valt ook het risico op cybercriminaliteit onder. De inschatting dat cybercriminaliteit plaatsvindt wordt laag ingeschat, echter de financiële gevolgen en de impact op de dienstverlening zijn hoog. • In deze begroting zijn de middelen uit de meicirculaire verwerkt die het Rijk beschikbaar heeft gesteld voor de jeugdzorgkosten. Ook zijn de kosten reëel begroot.

Eerder hielden we in het meest slechte scenario rekening met € 1.300.000 hogere kosten. Ontwikkelingen laten zien dat de kosten voor jeugdzorg landelijk oplopen door meer jeugdigen die behandeld worden en tegelijkertijd tarieven die stijgen als gevolg van inflatie. De verwachting is dat extra kosten van de jeugdzorg niet meer gedekt zullen worden door het Rijk. Ratio incidenteel weerstandsvermogen Op basis van de beschikbare en de benodigde incidentele weerstandscapaciteit kan het weerstandsvermogen worden bepaald. Totale incidentele weerstandscapaciteit € 26.175.000 Totale incidentele risico’s € 04.050.000 = 6,5 De incidentele risico’s, afgezet tegen de beschikbare incidentele capaciteit, geven een ratio van 6,5. De streefwaarde o.b.v. de nota Vermogensbeheer (2019) bedraagt 1,5. De ratio ligt ruim boven de streefwaarde. Wanneer de stille reserve niet tot de incidentele weerstandscapaciteit wordt gerekend, komt de ratio uit op 2,3. Dit ligt ook ruim boven de streefwaarde.

87

Structureel weerstandscapaciteit De structurele weerstandscapaciteit bestaat uit de onbenutte belastingcapaciteit en de post onvoorzien. Voor de onbenutte ozb-capaciteit gaan wij uit van het verschil tussen het artikel12-norm-tarief en het laatst vastgestelde tarief. norm tarief 2023* verschil Ozb woningen

0,1614

0,1095

0,0519

Ozb niet woningen

0,1614

0,2356

-0,0742

Ozb g niet woningen 0,1614 0,1696 -0,0082 * tarief 2024 nog niet bekend bij opstellen deze tabel, daarom tarief 2023 gebruikt Wanneer in 2024 het artikel-12-norm-tarief in Schagen wordt geheven, levert dit een extra opbrengst op van € 2,4 miljoen (2022: € 3,3 miljoen). De verwachte structurele weerstandscapaciteit bedraagt per 31 december 2023: Onbenutte belastingcapaciteit: € 2.400.000 Post Onvoorzien: € 18.344 Totaal: € 2.418.344 Structurele risico's In onderstaand overzicht zijn de structurele risico's gespecificeerd met een risico groter dan €100.000. Structurele Strategisch/ Kans Impact € Bedrag € risico's extern / intern Leningen aan Extern 10% 7.828.000 782.800 derden Garantstellingen Extern 1% 112.647.000 1.126.470 Herijking Extern 25% PM PM gemeentefonds Open einde Strategisch 50% 300.000 150.000 regelingen 2.059.270 De structurele risico's met de grootste financiële impact betreffen: - Risico op oninbaarheid van leningen die aan derden verstrekt zijn; - Risico op opeisbaarheid van afgegeven garanties; - De open einde regelingen in het sociaal domein; - Onzekere financiering vanaf 2027 vanuit het Rijk o.g.v. herijking van het gemeentefonds.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14641902/1