312023001.25.352 Gemeente Schagen - Jaarstukken 2024 - gewaarmerkt
Tekst van het document
• De verantwoording van de reguliere uitvoeringskosten richting projecten moeten conform de BBV op een andere wijze worden verantwoord. Namelijk als een correctie op de reguliere lasten en niet als een extra baat op de verschillende teambudgetten (805N). Per saldo budgettair neutraal zie lasten. • Overige verschillen (1V) Reserves Onttrekkingen: • In 2024 heeft een lagere onttrekking plaatsgevonden uit de reserve onderhoud gemeentelijke gebouwen. Dit betreft lagere kosten onderhoud van onder andere woningen en garages, culturele gebouwen en gemeentelijke gebouwen. De lagere onttrekking aan de reserve onderhoud gemeentelijke gebouwen heeft per saldo geen effect op het rekeningresultaat (59N). • Voor het jaar 2024, is net als voorgaande jaren, een budget in de begroting meegenomen voor het aanschaffen van de benodigde BYOD. In de begroting 2024 is hiervoor een totaalbedrag opgenomen van € 150.000. Dit jaar is hiervan een bedrag gebruikt van € 108.000. In verband met het voornemen om over te stappen van BYOD naar CYOD is er minder gebruik gemaakt van de bestaande regeling (42N). • De afgelopen twee jaar hebben we meer aan ontwikkeling van de organisatie besteed dan de jaren daarvoor, zodat we kunnen werken aan een organisatie die flexibel, communicatief en netwerkend is. Op deze manier kunnen we inspelen op wat bestuur en de samenleving van ons vragen.
Daarnaast hebben we de afgelopen twee jaar meer dan 200 vacatures vervuld. Daar zitten medewerkers bij zonder gemeentelijke ervaring, medewerkers die voor het uitoefenen van hun functie vereiste opleidingen en certificaten moeten halen, en medewerkers die intern zijn doorgestroomd en voor hun nieuwe functie opleidingen gevolgd hebben. Bovendien merken we dat opleidingen door indexering vanwege inflatie het afgelopen jaar aanzienlijk duurder zijn geworden. De hogere kosten op het bestaande budget opleidingen zullen wij na aftrek van de inkomsten onttrekken uit de gevormde reserve Opleidingen, waardoor het geen effect heeft op het rekeningresultaat (39V). • Overige verschillen (3N). 69
7 Programma Financiën 7.1 Algemene uitkering Wat hebben we bereikt Gemeenten krijgen geld van de Rijksoverheid uit het gemeentefonds. Hiermee betalen zij een deel van hun uitgaven. Gemeenten bepalen zelf waar ze dit geld aan besteden. Hoeveel geld gemeenten uit het gemeentefonds krijgen, hangt af van hun kenmerken en belastingcapaciteit. De belastingcapaciteit geeft aan hoeveel belasting een gemeente jaarlijks kan innen. De Rijksoverheid kijkt bij de verdeling van het gemeentefonds onder meer naar: het aantal inwoners, het aantal jongeren, het aantal uitkeringsgerechtigden, de oppervlakte van de gemeente en de grootte van de watergebieden. Deze kenmerken heten maatstaven. Er zijn meer dan 60 maatstaven. Elke maatstaf heeft een bedrag voor elke 'eenheid’. De gemeente krijgt dus geld voor iedere inwoner, iedere jongere, enzovoorts. In 2024 heeft het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een meicirculaire, een septembercirculaire en een decembercirculaire gepubliceerd. Met deze circulaires kan de bijdrage aan gemeenten worden aangepast. Hiervan is de raad via raadsinformatiememo's op de hoogte gebracht. In het voorjaar van 2024 is besloten over te gaan tot het schrappen van de oploop van de opschalingskorting in combinatie met het vervroegd invoeren van de nieuwe financieringssystematiek in 2024.
Dit houdt in dat de koppeling van het accres aan de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (bbp) per 2024 vervroegd is ingevoerd. Bij de Miljoenennota 2025 zijn de ramingen 2025 en verder voor het volume accres aangepast op basis van de macro-economische verkenning (MEV) van het CPB. Afgelopen zomer heeft het CBS een revisie van het bbp gepubliceerd. Doordat het volume accres wordt gebaseerd op t-9 t/m t-2 had ook de bbp-index voor de periode 2015 tot en met 2023 aangepast moeten worden. Het volledig doorvoeren van de CBS-revisie leidt tot een hogere bbp-index voor 2025-2029 dan in de Miljoenennota geraamd.
7.2 OZB Wat hebben we bereikt Resultaten vanuit begroting: minder OZB ontvangen dan begroot. De algemene dekkingsmiddelen van de gemeente Schagen bestaan met name uit de Algemene uitkering uit het Gemeentefonds en de Integratie Uitkering Sociaal Domein. De lokale heffingen vormen daarnaast een grote bron van inkomsten. De onroerendezaakbelasting, ook wel OZB genoemd, wordt onderverdeeld in OZB-woningen (eigenarenbelasting) en OZB niet-woningen (gebruikersbelasting). De OZB-woningen was in 2024 begroot op €9.046.731. De werkelijke ontvangen OZB is meer dan begroot, namelijk €9.089.288. Er is daardoor sprake van een voordelig verschil van €42.557. De OZB niet-woningen was in 2024 begroot op €3.993.825. De werkelijke ontvangen OZB is minder dan begroot, namelijk €3.722.780. Er is sprake van een nadelig verschil van €271.045. Dit verschil heeft meerdere oorzaken. De stijging van de gemiddelde WOZ-waarde was iets lager dan verwacht, de opbrengst uit de nieuwbouwwoningen was iets lager en er waren in 2024 meer bezwaren tegen de WOZ-waarde.
70
7.3 Reserves Wat hebben we bereikt Algemene reserve De Algemene reserve is een buffer voor het opvangen van financiële risico’s waarvoor geen voorzieningen zijn gevormd en voor het opvangen van tekorten op de jaarrekening en incidentele tegenvallers. De Algemene reserve vormt een belangrijk onderdeel van de (incidentele) weerstandscapaciteit van de gemeente. De gewenste omvang hangt af van het totaal aan risico’s waarvoor geen voorzieningen zijn getroffen en die van materiële betekenis zijn in relatie tot de financiële positie. De minimum omvang komt overeen met het totaalbedrag aan incidentele risico’s volgens de paragraaf Weerstandsvermogen, verminderd met het totaalbedrag aan bestemmingsreserves die ook ingezet kunnen worden om financiële risico’s af te dekken en verminderd met een deel van de stille reserves, voor zover deze bezittingen kunnen worden verkocht zonder gevolgen te hebben voor de uitvoering van de publieke taak. Ondergrens van de algemene reserve is 20% van de som van de incidentele risico’s. Eind 2024 was de stand van deze reserve €16.669.643 voor storting van het rekeningresultaat. Reserve weerstandsvermogen De reserve weerstandsvermogen dient voor het opvangen van risico’s. Welke risico’s we lopen en de financiële gevolgen daarvan worden inzichtelijk in de paragraaf ‘Weerstandsvermogen en risicobeheersing’.
7.4 Vennootschapsbelasting (Vpb) Wat hebben we bereikt Sinds 1 januari 2016 bestaat de Wet modernisering vennootschapsbelastingplicht overheidsondernemingen (vpb). We zijn hiermee vpb-plichtig geworden als wij een onderneming drijven. Het belangrijkste onderdeel van de Vpb-plicht van gemeenten wordt gevormd door de gemeentelijke grondexploitaties. Voor het jaar 2024 is de voorgeschreven Post Quick Scan (PQS) gedaan. Tot nu toe liet de PQS van onze gemeente zien dat we nog niet door de ondernemerspoort zijn gegaan. Hierbij wordt gekeken naar het totale resultaat van alle lopende grondexploitaties. Door het sluiten en het openen van nieuwe grondexploitaties kan het totaalbeeld van de grondexploitaties snel veranderen. Jaarlijks toetsen wij of de opzet in zijn totaliteit verandert door het openen of afsluiten van projecten. 7.5 Lokale heffingen Wat hebben we bereikt Lokale heffingen In 2024 heeft een raadswerkgroep gekeken naar het proces rondom de inning van de toeristenbelasting. De raadswerkgroep heeft geconstateerd dat het proces op een aantal punten verbeterd kan worden. Dit is vastgelegd in de RIM Inning toeristenbelasting van 9 januari 2025. In 2025 vindt een evaluatie plaats op de verbeterpunten. Overige baten en lasten Ontvangen rente en winstuitkeringen In 2024 hebben we rente ontvangen op onze rekening courant van de BNG en over onze schatkistrekening.
Daarnaast hebben we van Alliander een dividenduitkering ontvangen (€359.845) en van de HVC een garantstellingsprovisie(€109.880).
71
Betaalde rente en toegerekende rente Conform onze langlopende leningen hebben we rentelasten betaald in 2024. Deze rentelasten zijn toegerekend aan de kostenplaatsen die gebruik maken van de betreffende activa. 7.6 Overhead Wat hebben we bereikt Onder overhead verstaat het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) in artikel 1 ‘alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces’. Deze definitie wordt in de notitie overhead 2023 van de commissie BBV nader geduid als: het geheel van functies gericht op de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Hiertoe behoren ook de systemen en aanverwante lasten die deze functies ondersteunen. De kosten van overhead kunnen worden uitgedrukt in een percentage. Dit percentage drukt de totale overheadkosten uit in het percentage van het totaal van de lasten exclusief toevoegingen aan reserves: €19.348 (totale overheadkosten / €1000) / €154.408 (totale lasten exclusief toevoegingen aan reserves / €1000) = 12,5% (percentage overhead) 7.7 Onvoorzien Wat hebben we bereikt Binnen het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) is er een verplichting tot het opnemen van een post onvoorzien in de begroting.
Deze post is bedoeld om kosten die bij het opstellen van de begroting niet voorzienbaar waren, maar toch zijn ontstaan, op te vangen. In de tweede tussenrapportage is dit bedrag vrijgevallen en opgenomen in het te verwachten begrotingssaldo of rekeningresultaat.
Wat heeft het gekost Totale lasten en baten per doelstelling per resultaat Programma Financiën
Omschrijving
Bedragen x € 1.000 Primaire Begroting 2024
Begroting 2024 na wijziging
Rekening 2024
Verschil
180
-22
Lasten P7PD2.23
OZB
159
159
P7PD4.23
Vpb
1
1
P7PD5.23
Overig
3.143
1.279
2.357
-1.078
3.303
1.439
2.538
-1.098
Totaal lasten
1
N
Baten P7PD1.23
Algemene uitkering
93.049
99.960
100.068
-109
P7PD2.23
OZB
13.222
13.104
12.880
224
P7PD5.23
Overig
7.225
4.724
5.479
-755
Totaal baten
113.496
117.788
118.427
-640
V
Saldo van lasten en baten
110.193
116.349
115.890
-459
N
Toevoeging aan reserves
3.075
11.098
11.685
-587
72
Onttrekkingen aan reserves
1.710
10.911
11.498
-587
Saldo mutaties reserves
-1.365
-187
-187
0
N
108.828
116.162
115.703
-459
N
Totaal resultaat
Toelichting verschillen Verschillen per doelstelling groter dan € 25.000,- worden hier toegelicht Lasten P7PD5.23 Overig Er zijn verschillende redenen waarom de lasten hoger zijn dan begroot (1.078N). • In verband met het aangekondigde boekenonderzoek door de belastingdienst over het boekjaar 2023 hebben wij besloten om een vooronderzoek te laten uitvoeren door EFK. Dit onderzoek is bedoeld om alvast mogelijke fouten te identificeren en corrigeren. Op basis van hun bevindingen heeft EFK aangegeven dat we op bepaalde onderdelen een bedrag aan BTW kunnen terugontvangen, terwijl we op andere onderdelen betalingen verschuldigd zijn. Zie ook de baten kant (501N) • In lijn met het voorzichtigheidsprincipe en op basis van voorlopige bevindingen adviseert EFK om de BTW suppletie over 2022 in te trekken. EFK richt zich momenteel op 2023, terwijl de situatie met betrekking tot 2022 later verder wordt onderzocht (261N). • De beheerskosten van de startersleningen zijn toegenomen en worden, voor zover nodig, gedekt door de rentebaten uit het schatkistbankieren (31N). • Voor dubieuze debiteuren binnen het belasting- en sociaal domein is in de begroting geen bedrag voorzien, omdat het moeilijk is in te schatten hoeveel vorderingen er jaarlijks ontstaan. Voor belastingen wordt de voorziening berekend op basis van de oudheid van de vorderingen.
In het sociaal domein wordt de voorziening vastgesteld op basis van de openstaande posten lijst en het percentage van debiteuren met uitstaande betalingen. Op basis van de gehanteerde systematiek is er een storting gedaan om de voorziening op een adequaat niveau te houden (287N). • Overige verschillen (2V). Baten P7PD1.23 Algemene uitkering Het verschil tussen de begroting en de realisatie wordt veroorzaakt door de positieve impact van de decembercirculaire 2024 en de negatieve correcties over de jaren 2022 en 2023, na de tweede bestuursrapportage. Uiteindelijk leidt dit alles tot een positief saldo (109V). P7PD2.23 OZB De opbrengst uit de onroerendezaakbelasting (OZB) voor niet-woningen is lager uitgevallen dan oorspronkelijk geraamd (224N). Dit komt door verschillende factoren: • Na de herwaardering en de afhandeling van bezwaren bleek de totale WOZ-waarde lager te zijn dan waarmee rekening werd gehouden bij het vaststellen van de OZBtarieven. Dit heeft geleid tot een kleinere grondslag voor de belastingheffing dan verwacht. • Het aantal leegstaande bedrijfspanden is hoger dan ingeschat. Voor deze panden kon geen OZB voor het gebruik worden opgelegd, wat heeft bijgedragen aan de lagere opbrengst in deze categorie. • Daarnaast zijn een aantal panden met een gecombineerde functie (niet-woning met een woningdeel) verschoven van de categorie "niet-woning" naar "woning".
Het tarief 73
voor woningen ligt lager en er worden geen aanslagen opgelegd voor het gebruik, wat ook heeft geleid tot een lagere opbrengst. P7.PD3.23 Overig Er zijn verschillende redenen waarom de baten hoger zijn uitgevallen dan verwacht (755V): • Door het uitstellen van verwachte investeringen is het saldo op onze schatkist bankrekening hoger uitgevallen dan verwacht. Dit heeft ook geleid tot hogere renteinkomsten (386V). • Normaal ontvangen we het dividend van Alliander in het jaar na het betreffende boekjaar. We weten echter al welk bedrag we in 2024 zullen ontvangen, en dit bedrag is daarom alvast opgenomen in de jaarrekening (110V). • In verband met het aangekondigde boekenonderzoek door de belastingdienst over het boekjaar 2023 hebben wij besloten om een vooronderzoek te laten uitvoeren door EFK. Dit onderzoek is bedoeld om alvast mogelijke fouten te identificeren en corrigeren. Op basis van hun bevindingen heeft EFK aangegeven dat we op bepaalde onderdelen een bedrag aan BTW kunnen terugontvangen, terwijl we op andere onderdelen betalingen verschuldigd zijn. Zie ook de lastenkant (278V). • Per abuis is er een rentevergoeding opgenomen voor de grondexploitaties. Dit bleek niet juist. In de begroting is dit niet aangepast en levert het een nadeel op (85N). • De Stichting exploitatie beheer accommodatie Petten is opgeheven.
Door het opheffen van deze stichting is het resterende bedrag wat stond op een aparte bankrekening teruggestort naar de gemeente (66V). Reserves Lasten • Conform bestemming jaarrekeningresultaat 2023 wordt er gestort in de reserve overlopende posten ter dekking van de lasten energie armoede. Per saldo heeft dit geen invloed op het rekeningresultaat want hetzelfde bedrag wordt ook onttrokken aan de reserve overlopende posten (N587). Baten • De lasten energie armoede worden conform bestemming jaarrekeningresultaat 2023 onttrokken aan de reserve overlopende posten ter dekking van de lasten energie armoede. Per saldo heeft dit geen invloed op het rekeningresultaat want hetzelfde bedrag wordt ook gestort in de reserve overlopende posten (V587).
74
Overzicht paragrafen Paragraaf financiering Algemeen Deze paragraaf bevat onze beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille en geeft inzicht in de rentelasten, het renteresultaat, de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend en de financieringsbehoefte. In deze paragraaf komen achtereenvolgens deze onderwerpen aan de orde: · Financieel beleid; · Wet Houdbare Overheidsfinanciën (wet HOF) en verplicht schatkistbankieren; · Financieringsstructuur; · Renteontwikkeling; · Risicobeheer; · Renterisiconorm; · Kredietrisico; · Kasgeldlimiet; · Renteomslag; · Schatkistbankieren. Financieel beleid Het financieel beleid van onze gemeente kenmerkt zich door zuiver te begroten en transparant te zijn in onze rapportages. Onder ‘zuiver begroten’ verstaan we dat alle noodzakelijke lasten structureel zijn verwerkt in een sluitende begroting en dat we geen lasten doorschuiven naar de toekomst. In 2024 zijn er over het boekjaar 2024, 2 rapportages geweest, namelijk: de eerste tussenrapportage en de tweede bestuursrapportage. Er zijn geen lasten doorgeschoven naar de toekomst. Het EMU-saldo is het saldo van de inkomsten en uitgaven van de overheid. Het EMU-saldo van de lokale overheid telt mee voor het EMU-saldo van de totale overheid.
In het Verdrag van Maastricht uit 1992 is afgesproken dat het EMU-tekort van een land maximaal 3% van het bruto binnenlands product mag zijn. In de wet staat dat gemeenten een gelijkwaardige bijdrage moeten leveren aan het terugdringen van het EMU-tekort. Het EMU-saldo, ofwel het nationale begrotingstekort, mag niet groter zijn dan 3% van het bruto binnenlands product (bbp). Van dit tekort neemt het Rijk 2,5% voor zijn rekening en de decentrale overheden 0,5%. De EMU-saldo Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan/onttrekking uit reserves Mutaties (im)materiële vaste activa (-) Mutatie voorzieningen (+) Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie) (-) Verwachte boekwinst bij verkoop effecten en verkoop (im)materiële vaste activa (+) EMU-saldi gemeente Schagen
2024 Begroting
2024 Rekening
2023 Rekening
2.498
22.687
16.712
36.128 932
15.134 -1.270
1.309 99
-4.741
-984
-5.762
0
0
0
-27.957
7.267
21.264
75
Financieringsstructuur Een financieringsstructuur beschrijft hoe een onderneming haar activiteiten en investeringen financiert. Dit is de verhouding tussen eigen vermogen en vreemd vermogen. Onze gemeente heeft middelen nodig voor de financiering van vaste activa, de bouwgrondexploitatie en de lopende transacties. Dat zijn uitgaven min ontvangsten. De financieringsmiddelen bestaan uit de eigen reserves en voorzieningen, langlopende leningen, kortlopende leningen, debetsaldi in rekening-courant en crediteuren. Een deel van deze investeringen komt ten laste van reserves en voorzieningen. Daardoor nemen deze als financieringsbron af. De investeringen van onze gemeente zijn gefinancierd met langlopende geldleningen, eigen reserves en kortlopende geldleningen. Aan de omvang van kortlopende geldleningen zit een limiet; de kasgeldlimiet. In Schagen bedraagt die afgerond €12,9miljoen. Wanneer wij deze limiet drie kwartalen overschrijden, moet langlopende financiering worden aangetrokken. In 2024 was het gehele jaar sprake van een overschot aan liquide middelen. Dit is voor een groot deel ontstaan door vooruit ontvangen voorschotten van het Rijk. De middelen zijn overgeboekt op de zogenaamde rekening Schatkistbankieren. Op 31 december 2024 bedroeg het saldo van deze rekening ruim €21miljoen.
De investeringen met een economisch nut en financiële vaste activa bedragen bij elkaar €92 miljoen. Hier staat €45 miljoen aan vaste geldleningen tegenover. De rest is gefinancierd met reserves en kasgeld. De leningenportefeuille bestaat per 31 december 2024 uit 10 leningen met een oorspronkelijke hoofdsom van €75 miljoen. Het saldo van de openstaande leningen bedraagt €45 miljoen. Renteontwikkeling De ECB heeft 2024 haar rentetarieven meerdere keren verlaagd, dit om de inflatie terug te brengen naar de doelstelling van 2% op de middellange termijn en om economische groei te ondersteunen, De rente was op 6 juni 2024 nog 3,75%. De ECB heeft in 2024 inmiddels 4 keer de rente verlaagd. De depositorente van de ECB daalde van 3,75% aan het beging van het jaar naar 3,00% aan het eind van het jaar. Een daling van 0,75%. Risicobeheer Een belangrijk onderdeel van het treasurybeheer in onze organisatie is het risicobeheer. Het risicobeheer omvat alle activiteiten die zich richten op het beheersen van financiële risico’s zoals renterisico’s, kredietrisico’s en liquiditeitenrisico’s. Onze gemeente loopt geen koersrisico omdat ons effectenbezit geen speculatief karakter heeft. De aandelen zijn gewaardeerd tegen historische aanschafprijs. Renterisiconorm In de wet financiering decentrale overheden (Wet fido) is het sturingsinstrument 'renterisiconorm' geïntroduceerd.
Met deze norm wordt een kader gesteld voor de spreiding van de looptijden van langlopende geldleningen. Het doel van de renterisiconorm is het beperken van de gevolgen van een stijgende kapitaalmarktrente op de rentelasten van de gemeente. Dit wordt bereikt door een limiet te stellen aan dat deel van de vaste schuld
76
waarover het rentepercentage in een bepaald jaar moet worden aangepast aan de geldende markttarieven. De bedoelde aanpassingen van rentepercentages doen zich voor bij herfinanciering en renteherziening. Herfinanciering houdt in dat een vervangende lening wordt aangetrokken om aan de aflossingsverplichting van een bestaande lening te voldoen. Renteherziening doet zich voor wanneer de geldgever het rentepercentage van een lening gedurende de looptijd herziet. Spreiding dient te voorkomen dat in een jaar een relatief groot deel van het vreemd vermogen geherfinancierd dient te worden of dat renteaanpassing plaats zal vinden in een periode waarin de rente relatief hoog is. De renterisiconorm zorgt er uiteindelijk voor dat de rentestijgingen vertraagd doorwerken op de rentelasten in een jaar. Hieronder volgt een berekening van de renterisiconorm van 2024. Bedragen x euro 1.000,Begroting 2024
Berekening renterisiconorm en risico
Rekening 2024
Rekening 2023
1a Renteherziening op vaste schuld o/g 1b Renteherziening op vaste schuld u/g 2 Netto renteherziening op vaste schuld (a-b) 3a Nieuwe aangetrokken vaste schuld
11.000
3b Nieuwe verstrekte lange leningen 4 Netto aangetrokken vaste schuld (a-b)
11.000
-
-
5 Betaalde aflossingen
3.205
3.205
3.205
6 Herfinanciering (laagste van 4 en 5)
3.205
3.205
3.205
7 Rente risico op vaste schuld (2+6)
3.205
3.205
3.205
Begroting 2024
Rekening 2024
Rekening 2023
152.388
154.408
149.097
20%
20%
20%
30.478
30.882
29.819
Begroting 2024
Rekening 2024
Rekening 2023
10 Renterisiconorm
30.478
30.882
29.819
7 Renterisico op vaste schuld
3.205
3.205
3.205
11 Ruimte (+) / Overschrijding (-) (10-7)
27.273
27.677
26.614
Rente risiconorm 8 Begrotings- rekeningtotaal 9 Bij ministeriele regeling vastgesteld % 10 Renterisiconorm
Toets rente risiconorm
Kredietrisico Bij het bepalen van kredietrisico’s maken we een onderscheid tussen risico’s. Er zijn risico's die wij als gemeente lopen omdat wij geldleningen verstrekken of hebben verstrekt aan andere partijen, en er zijn risico’s die wij als gemeente lopen omdat wij gemeentegaranties, oftewel borgstelling, hebben afgegeven. De genoemde risico’s hebben zich niet voorgedaan in 2024.
77
(bedragen x euro 1.000,-) Verstrekte leningen Leningen Verenigingen/Stichtingen Duurzaamheidsleningen Startersleningen Hypotheken Obligatlelening Alliander Deelnemingen Totaal
2024 732 2.047 4.387 1.446 926 9.539
2023 712 3.104 3.456 154 1.446 676 9.548
Kasgeldlimiet In de onderstaande tabel toetsen we de omvang van de kasgeldlimiet aan de wettelijke norm uit de Wet fido. De gegevens voor de begroting baseren we op de wettelijke gemiddelde omvang van de vlottende schuld en vlottende middelen aan het begin van het boekjaar. De kasgeldlimiet wordt berekend als een percentage van de jaarbegroting en geldt voor het hele jaar. De kortlopende schuld mag niet verder oplopen dan 8,5% van het rekeningtotaal aan lasten voor bestemming. Dit houdt in dat de kasgeldlimiet 8,5% van €154 miljoen, dus €13 miljoen bedraagt. Mocht het nodig zijn kan de gemeente korte termijn financiering aantrekken tot dit bedrag. Bedragen x euro 1.000,Berekening kasgeldlimiet
Begroting Rekening 2024 2024
Rekening 2023
1) Toegestane kasgeldlimiet rekeningtotaal
152.388
154.408
149.097
kasgeldlimiet in procenten
8,50%
8,50%
8,50%
kasgeldlimiet in bedrag
12.953
13.125
12.673
2) Omvang vlottende schuld schuld in rekening courant
-
overige geldleningen niet zijnde vast schuld
5.083
4.359
4.218
overige uitstaande schulden <1jaar
24.657
20.952
22.379
29.740
25.311
26.597
contante gelden in kas
1
2
tegoeden in rekening-courant
4
54
21.309
52.191
51.764
21.309
52.196
51.820
Totaal netto vlottende schuld (2-3)
8.431
-26.885
-25.223
Toegestane kasgeldlimiet (1)
12.953
13.125
12.673
4.522
40.010
37.896
Totaal vlottende schuld 3) Omvang vlottende middelen
overige uitstaande gelden < 1 jaar Totaal vlottende middelen 4) Toets kasgeldlimiet
Ruimte (+) / Overschrijding (-)
78
Renteomslag (ook wel rekenrente) en renteresultaat In de notitie rente 2017 van de commissie BBV staat een renteschema opgenomen om de jaarlijks toegestane omslagrente te bepalen. De omslagrente wordt bij de begroting berekend en mag binnen een marge van 0,5%-punt worden afgerond. De begrote omslagrente voor 2024 bedraagt 0,88% en is afgerond op 1,00%. De externe en interne rente wordt door middel van de renteomslag via de kapitaallasten doorberekend aan de taakvelden (x € 1.000) Renteschema
2024
a. De externe rentelasten over de korte en lange financiering
1.192
b. De externe rentebaten over de korte en lange financiering
-1.644
Saldo rentelasten en rentebaten
-452
c. De rente die aan de grondexploitatie moet
24
worden doorberekend De rente van projectfinanciering die aan het desbetreffende taakveld moet worden toegerekend 24 Aan taakvelden toe te rekenen externe rente
-428
d1. Rente over eigen vermogen
0
d2. Rente over voorzieningen
0
Totaal werkelijk aan taakvelden toe te rekenen rente
-428
e. De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)
1.181
f. Renteresultaat op het taakveld Treasury
-1.610
Schatkistbankieren Eind 2013 is het schatkistbankieren ingevoerd. Dit houdt in dat overtollige middelen, met uitzondering van middelen nodig voor uitoefening van de publieke taak, voortaan uitsluitend bij het Rijk, oftewel de schatkist, of bij andere lagere overheden mogen worden uitgezet. Dit beperkt eventuele kredietrisico’s. Een bepaald bedrag, het zogenaamde drempelbedrag, mag buiten de schatkist worden gehouden. De hoogte van het drempelbedrag hangt af van de omvang van de begroting. Maatgevend voor de omvang van de begroting is het begrotingstotaal zoals dat ook gebruikt wordt voor bijvoorbeeld het berekenen van de kasgeldlimiet. De drempel is gelijk aan 2,0% van het begrotingstotaal indien het begrotingstotaal lager is dan € 500 miljoen, waarbij het drempelbedrag minimaal € 1 miljoen bedraagt. Voor onze gemeente was dit bedrag in 2024 €3,25 miljoen. De verantwoording over het schatkistbankieren is conform de wettelijke richtlijnen opgenomen in de toelichting op de balans onder de vlottende activa. Per 31 december 2024 is het saldo van het schatkistbankieren €21.048.711.
79
Paragraaf lokale heffingen Algemeen Deze paragraaf geeft een overzicht van de diverse lokale heffingen en belastingen op hoofdlijnen. Hiermee ontstaat inzicht in de lokale lastendruk. Dit is van belang voor de integrale afweging tussen enerzijds het beleid en anderzijds de inkomsten. Ook wordt weergegeven welk beleid wij in 2024 hebben gevoerd ten aanzien van de kwijtschelding. Tenslotte is een vergelijking opgenomen uit de Coelo-atlas met betrekking tot de gemiddelde woonlasten.
De belangrijkste belastingen, rechten en leges, die in onze gemeente worden geheven zijn: a. Onroerendezaakbelastingen De belangrijkste inkomstenbron van de gemeente waarover het gemeentebestuur zelf zeggenschap heeft zijn de Onroerendezaakbelastingen (OZB). Bij de berekening van de tarieven is rekening gehouden met de geraamde opbrengst in de begroting 2024. De geraamde opbrengst is inclusief de afdracht voor het Ondernemersfonds Schagen (OFS), het compensatiebudget voor sport en cultuur en de verandering van de WOZ-waarden. De opbrengst is geraamd op € 13.040.556. De werkelijke opbrengst bedraagt € 12.812.068. Ten opzichte van de geraamde opbrengst is de werkelijke opbrengst € 228.488 lager, dit is 1,75% minder dan geraamd. De reden hiervan heeft diverse oorzaken. De stijging van de gemiddelde WOZ-waarde was iets lager dan verwacht, de opbrengst uit de nieuwbouwwoningen was iets lager en er waren in 2024 meer bezwaren tegen de WOZwaarde. b. Afvalstoffenheffing De afvalstoffenheffing wordt geheven over alle huishoudens als dekking in de kosten van het ophalen en afvoeren van het huishoudelijk afval. De hoogte van de afvalstoffenheffing is mede afhankelijk van het aantal personen binnen een huishouden. Daarnaast betalen huishoudens met een extra container een extra bedrag. In onderstaande tabel is een overzicht van de tarieven opgenomen. Afvalstoffenheffing
Tarief 2024
1 persoonshuishouden
325,-
2 en 3 persoonshuishouden
383,-
≥ 4 persoonshuishouden
414,-
extra container
208,-
De opbrengst is geraamd op € 7.658.472. De werkelijke opbrengst bedraagt € 7.724.753
80
KOSTENDEKKENDHEID AFVALSTOFFENHEFFING Kosten
Bedrag
2.1 Verkeer en vervoer
€ 35.711
6.3 Inkomensregelingen (kwijtschelding)
€ 191.734
7.3 Afval
€ 5.681.722
Overhead
€ 219.000
BTW
€ 1.377.653
Totaal Kosten
€ 7.505.820
Opbrengsten
Bedrag
1.1
€ 7.724.753
Afvalstoffenheffing
Totaal Opbrengsten
€ 7.724.753
Totaaloverzicht
Bedrag
Totaal kosten
€ 7.505.820
Totaal opbrengsten
€ 7.724.753
Kostendekkendheidspercentage (excl. mut. vrz)
103%
Storting in voorziening
€ 217.691
Kostendekkendheidspercentage (incl. mut. vrz)
100%
c. Rioolheffing De rioolheffing wordt geheven voor het afvoeren of het lozen van afvalwater op de gemeentelijke riolering. Direct of indirect. De hoogte van de rioolheffing is afhankelijk van het aantal kubieke meters water dat wordt afgevoerd. De ontwikkeling van de tarieven hangt nauw samen met de uitvoering van het Programma Stedelijk Water en Riolering (PSWR). In onderstaande tabel is een overzicht van de tarieven opgenomen. Rioolheffing
Tarief 2024
basistarief (tot 350 m³ afvalwater)
220,-
meerverbruik: > 350 m³ t/m 99.750 m³
per eenheid van 350 m³
220,-
vanaf 99.751 m³
per eenheid van 750 m³
220,-
De opbrengst is geraamd op € 5.363.628. De werkelijke opbrengst bedraagt 5.457.788 KOSTENDEKKENDHEID RIOOLHEFFING Kosten
Bedrag
6.3
Inkomensregelingen (kwijtschelding)
€ 119.428
7.2
Riolering
€ 2.059.801
Voorziening
€ 886.604
Overhead
€ 1.379.936
BTW
€ 606.283 € 5.052.052
Totaal Kosten
81
Opbrengsten
Bedrag
1.1
€ 5.457.788
Belasting per perceel:
Totaal Opbrengsten
€ 5.457.788
Totaaloverzicht
Bedrag
Totaal kosten
€ 5.052.052
Totaal opbrengsten
€ 5.457.788
Kostendekkendheidspercentage(excl. mut. vrz)
108%
Storting voorziening
€ 405.735
Kostendekkendheidspercentage (incl. mut. vrz)
100%
d. Toeristenbelasting Het tarief per overnachting is vastgesteld op € 2,00 per persoon per nacht. De aanslagen toeristenbelasting worden na afloop van het jaar opgelegd. Dit is omdat dan pas het aantal overnachtingen bekend is. Dit betekent dat de aanslagen van 2024 voor het overgrote deel in mei 2025 worden opgelegd. In de jaarrekening 2024 is nu een bedrag van € 3.149.134 als opbrengst verantwoord. De opbrengst is geraamd op € 2.957.078. De werkelijke opbrengst bedraagt € 3.149.134 Ten opzichte van de geraamde opbrengst is de werkelijke opbrengst € 192.056 hoger. Dit komt door uitbreiding van het aantal toeristische accommodaties en een verhoging in de opgave van het aantal overnachtingen door toeristen. e. Forensenbelasting De forensenbelasting wordt achteraf gelijktijdig met de toeristenbelasting in mei 2025 opgelegd. In de jaarrekening 2024 is een bedrag van € 2.138.905 als opbrengst verantwoord. Tussentijds worden aanslagen opgelegd aan belastingplichtigen, die in de loop van 2024 hun recreatiewoning of caravan verkopen. Op deze wijze wordt voorkomen dat voormalige eigenaren een jaar na de verkoop van hun eigendom nog geconfronteerd worden met een belastingaanslag. De opbrengst is geraamd op € 2.154.011. De werkelijke opbrengst bedraagt € 2.138.905 f.
Grafrechten Grafrechten worden opgelegd voor het gebruik van een gedenkpark en door de gemeente geleverde diensten in verband met een gedenkpark. De opbrengst van het kohier is geraamd op € 168.184. De werkelijke opbrengst bedraagt € 156.044. Kosten
Bedrag
Inkomensregelingen (kwijtschelding)
€0
7.5 Grafrechten
€ 232.271
Overhead
€ 314.807
BTW
€0
82
€ 547.079
Totaal Kosten Opbrengsten
Bedrag
1.1
€ 156.044
Belasting per perceel:
Totaal Opbrengsten
€ 156.044
Totaaloverzicht
Bedrag
Totaal kosten
€ 547.079
Totaal opbrengsten
€ 156.044
Kostendekkendheidspercentage(excl. mut. vrz)
29%
g. Precariobelasting Precariobelasting wordt geheven voor het hebben van voorwerpen op, onder of boven de voor de publieke dienst bestemde gemeentegrond. De opbrengst is geraamd op € 95.160. De werkelijke opbrengst bedraagt € 93.146. H. Leges Hoofdstuk 1 Algemene dienstverlening
Kosten
Opbrengsten Kostendekking
Paragraaf
1
Burgerlijke stand
€ 79.069
€ 48.000
60,71%
Paragraaf
2
Reisdocumenten
€ 720.414 € 657.953
91,33%
Paragraaf
3
Rijbewijzen
€ 233.788 € 209.973
89,81%
Paragraaf
4
Verstrekkingen uit de basisregistratie personen
€ 27.827
€ 18.184
65,35%
Paragraaf
5
Verstrekkingen uit het Kiezersregister
€0
€0
0,00%
Paragraaf
6
Verstrekkingen op grond van Wet bescherming persoonsgegevens n.v.t
€0
€0
0,00%
Paragraaf
7
Bestuursstukken n.v.t.
€0
€0
0,00%
Paragraaf
8
Vastgoedinformatie
€0
€0
0,00%
Paragraaf
9
Overige publiekszaken
€ 9.782
€ 8.255
84,39%
Paragraaf
1 0
Gemeentearchief
€0
€0
0,00%
Paragraaf
1 1
Huisvestingswet n.v.t.
€0
€0
0,00%
Paragraaf
1 2
Leegstandswet
€ 714
€ 449
62,89%
Paragraaf
1 3
Gemeentegarantie n.v.t.
€0
€0
0,00%
Paragraaf
1 4
Marktstandplaatsen (voor weekmarkten e.d.)
€ 4.150
€ 1.750
42,17%
Paragraaf
1 5
Winkeltijdenwet
€0
€0
0,00%
Paragraaf
1 6
Kansspelen
€ 677
€ 1.496
220,97%
83
Paragraaf
1 7
Telecommunicatie
€ 66.362
€ 74.400
112,11%
Paragraaf
1 8
Verkeer en vervoer
€ 24.123
€ 20.259
83,98%
Paragraaf
1 9
Diversen
€ 1.083
€ 526
48,57%
Paragraaf
2 0
Urgentie
€0
€0
0,00%
Kostendekking Hoofdstuk 1
€ € 1.041.245 1.167.990
89,15%
Hoofdstuk 2 Omgevingswet
Kosten
Opbrengsten Kostendekking
Paragraaf
1
Algemene bepalingen
€0
€0
Paragraaf
2
Voorfase
€ 10.436 € 42.200
404,37%
3
Activiteiten met betrekking tot bouwwerken
€ 1.909.90 € 1.822.604 7
95,43%
Paragraaf
4
Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed
€0
€0
0,00%
Paragraaf
5
Milieubelastende activiteiten
€0
€0
0,00%
Paragraaf
6
Lozingsactiviteiten
€0
€0
0,00%
Paragraaf
7
Aanlegactiviteiten
€ 32.331 € 12.950
40,05%
Paragraaf
8
Overige activiteiten
€0
€0
0,00%
Paragraaf
9
Maatwerkvoorschriften bij bouwactiviteiten
€ 2.269
€ 197
8,68%
Paragraaf
1 0
Gelijkwaardigheid
€0
€0
0,00%
Paragraaf
1 1
Overige tarieven
€ 501
€ 1.219
243,31%
Paragraaf
1 2
Modaliteiten
€ 3.705
€ 16.134
435,47%
Paragraaf
1 3
Vermindering
€0
€ -3.809
0,00%
Paragraaf
1 4
Teruggaaf
€0
€ -15.581
0,00%
Paragraaf
€ 1.959.14 € 1.875.914 9
Kostendekking Hoofdstuk 2
0,00%
95,75%
Hoofdstuk 3 Europese dienstenrichtlijn
Kosten
Opbrengsten
Kostendekkin g
Paragraaf
1
Horeca
€ 15.407
€ 15.614
101,34%
Paragraaf
2
Organiseren markten en overige APV beschikking
€ 21.227
€ 20.563
96,87%
Paragraaf
3
Prostitutiebedrijven
€0
€0
0,00%
84
Paragraaf
4
Splitsingsvergunning woonruimte n.v.t.
€0
€0
0,00%
Paragraaf
5
Leefmilieuverordening n.v.t
€0
€0
0,00%
Paragraaf
6
Brandbeveiligingsverordening
€0
€0
0,00%
7
In deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking
€ 632
€ 266
42,09%
Kostendekking Hoofdstuk 3
€ 37.266
€ 36.443
97,79%
Recapitulatie Hoofdstuk 1, 2 en 3
Kosten
Opbrengste Kostendekkin n g
Kostendekking Hoofdstuk 1
€ 1.167.990
€ 1.041.245
89,15%
Kostendekking Hoofdstuk 2
€ 1.959.149
€ 1.875.914
95,75%
Kostendekking Hoofdstuk 3
€ 37.266
€ 36.443
97,79%
Kostendekking totale tarieventabel
€ 3.164.405
€ 2.953.602
93,34%
Paragraaf
Totaal opbrengsten Financiële verantwoording opgelegde belastingen 2024 Belastingjaren lopen over ten minste vijf begrotingsjaren. Conform de Algemene wet inzake rijksbelastingen kunnen belastingen nog 3 jaar nadat de belastingschuld is ontstaan worden opgelegd. De invordering kan nog plaatsvinden 5 jaar nadat de belasting is opgelegd. Overzicht opgelegde aanslagen 2024 in relatie tot begroting (bedragen x € 1.000,-) Omschrijving
Begroot
Werkelijk
Verschil
OZB woning
€ 9.047
€ 9.089
€ 43 V
OZB niet-woning
€ 3.994
€ 3.723
€ 271 N
Forensenbelasting
€ 2.154
€ 2.139
€ 15 N
Toeristenbelasting
€ 2.957
€ 3.149
€ 192 V
Grafrechten
€ 168
€ 156
€ 12 N
Precariobelasting
€ 95
€ 93
€2N
Totaal
€ 18.415
€ 18.349
€ 65 N
Omschrijving
Begroot
Werkelijk
Verschil
Afvalstoffenheffing
7.658
7.725
€ 67 V
Rioolheffing
5.364
5.458
€ 94 V
Heffingen (bedragen x € 1.000,-)
De meer of minder opbrengsten uit de afvalstoffenheffing komen ten laste of gunste van de egalisatiereserve afvalstoffenheffing, tenzij hier onvoldoende in zit.
85
Leges Op basis van de legesverordening worden verschillende rechten geheven. Voor zover mogelijk zijn de tarieven kostendekkend. (bedragen x € 1.000,-) Omschrijving
Begroot
Werkelijk
Verschil
Leges
2.962
3.201
239 V
Kwijtschelding Voor de inwoners van onze gemeente met de laagste inkomens bestaat de mogelijkheid van kwijtschelding. Dit is mogelijk voor de OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Een verzoek om kwijtschelding wordt getoetst aan de regelgeving, zoals opgenomen in de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990. De norm voor het verlenen van kwijtschelding is gesteld op 100% van de normbedragen voor de kosten van bestaan. Dit op basis van de Participatiewet, oftewel bijstandsnormen. We toetsen geautomatiseerd via het Inlichtingenbureau of mensen in aanmerking komen voor kwijtschelding. Door deze werkwijze hoeven de kwijtscheldingsgerechtigden niet ieder jaar kwijtschelding aan te vragen. Wanneer de toetsing positief is, krijgen deze mensen automatisch kwijtschelding. Gemiddeld 70% van de kwijtschelding wordt op deze manier verleend. Overzicht verleende kwijtschelding 2024 in relatie tot begroting (bedragen x € 1.000,-) Omschrijving
Begroot
Werkelijk
Verschil
Afvalstoffenheffing
€ 189
€ 192
€3N
Rioolheffing
€ 108
€ 119
€ 11 N
Lastendruk Ons beleid is gericht op het hanteren van kostendekkende tarieven. In de Coelo-atlas wordt ieder jaar een objectieve vergelijking gemaakt van de woonlasten per gemeente. De gemeente Schagen zit landelijk gezien boven het gemiddelde, met een plaats 250 op de ranglijst. Op de ranglijst wordt de gemeente met de laagste woonlasten aangegeven met nummer 1 en de hoogste met nummer 345. Bij de berekening van het gemiddelde bedrag dat een huishouden aan gemeentelijke woonlasten betaalt, worden de OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing betrokken. De gemeente Rijssen-Holten is de gemeente met de laagste woonlasten van € 675. De gemeente Bloemendaal heeft de hoogste woonlasten van € 1.988. De gemiddelde woonlasten bedragen € 994. De gemiddelde woonlasten voor meerpersoonshuishouden in onze regiogemeenten bedragen volgens de Coelo-atlas voor 2024: Gemeente
Bedrag
Ranglijst
Schagen
€ 1.055
250
Bergen
€ 1.187
309
Den Helder
€ 912
85
Hollands Kroon
€ 938
110
Dijk en Waard
€ 917
87
86
Texel
€ 798
17
Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding risicobeheersing en weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen betreft de mogelijkheid van de gemeente om financiële risico’s op te vangen, zonder dat dit ten koste gaat van het bestaande beleid. Het weerstandsvermogen wordt uitgedrukt in een ratio. In deze paragraaf staat beschreven met welke risico’s wij te maken hebben gehad, de berekening en de analyse van het weerstandsvermogen en de weerstandscapaciteit en de verplichte kengetallen. Het weerstandsvermogen is onder te verdelen in een incidenteel weerstandsvermogen, voor het opvangen meer eenmalige risico’s, en een structureel weerstandsvermogen, voor het opvangen van meerjarige risico’s. In deze paragraaf is zowel een berekening gemaakt van de incidentele weerstandsratio als van de structurele weerstandsratio. Daarnaast is het totaal van de risico's afgezet tegen het incidentele weerstandsvermogen. Ontwikkeling risico’s Bij het opmaken van de begroting 2024 noemden we de zorgen over de betaalbaarheid van alle taken van de gemeente als strategisch risico. Inmiddels is bekend geworden dat Schagen er financieel goed voor staat. Dit komt doordat Schagen meer inkomsten vanuit het Rijk ontvangt doordat Schagen relatief veel Oekraïners opvangt. Onder de interne risico's stonden de vijf speerpunten van de directie benoemd.
In de paragraaf bedrijfsvoering staan de ontwikkelingen omtrent deze speerpunten toegelicht. Uit het Global Risk Report 2025 blijkt dat de belangrijkste risico's op korte termijn voor Nederland toezien op een tekort aan arbeidskrachten, te kort aan energievoorzieningen, cyberrisico's, polarisatie in de samenleving en mis(leidende) informatie. Als gemeente herkennen we deze risico's en hebben we als overheid een rol om deze risico's te verminderen. Op een aantal externe risico's hebben wij als gemeente geen of maar beperkt invloed. We onderkenden als risico: · Ontwikkelingen Rijk; · Omgevingswet; · Gevolgen van de oorlog in Oekraïne Ontwikkelingen Rijk: Bij het opmaken van de begroting 2024 had Nederland een demissionair kabinet. Op dat moment was nog niet bekend hoe het nieuwe kabinet er uit ging zien. Dit gaf gemeenten veel onzekerheid over de hoogte van de algemene uitkering die gemeenten ontvangen van het Rijk. Inmiddels is bekend geworden dat het kabinet de besparingen op de jeugdzorg heeft teruggedraaid. De septembercirculaire pakte voor Schagen positief uit. Omgevingswet: Een jaar geleden is de Omgevingswet in werking getreden. In het algemeen kan worden gesteld dat er sprake was van een zachte landing. Hoewel er enkele opstartproblemen
87
waren, zoals technische problemen met het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) heeft dit niet geleid tot grootschalige verstoringen. De impact op de dagelijkse dienstverlening bij het afhandelen van omgevingsvergunningen en meldingen was niet noemenswaardig. Daarnaast heeft de gemeenteraad het transitieplan voor het gefaseerd invoeren van het omgevingsplan vastgesteld. De transitie naar een volwaardig omgevingsplan is de komende jaren (tot 2032) nog in ontwikkeling, zeker gezien de enorme opgave. Dit kan betekenen dat het transitieplan moet worden bijgesteld als daar aanleiding voor is. Afgesproken is dat de kosten van de transitie naar het definitieve omgevingsplan worden gedekt uit het reguliere budget Omgevingswet/omgevingsplan Gevolgen van de oorlog in Oekraïne: In de begroting 2024 beschreven we de effecten van de oorlog in Oekraïne die we op dat moment ervaarden; stijging van prijzen voor bijvoorbeeld olie en gas, Oekraïense vluchtelingen die onderdak nodig hadden. Nog steeds duurt de oorlog voort en zijn de spanningen wereldwijd toegenomen. Schagen ontvangt extra compensatie vanuit het gemeentefonds voor de Oekraïners die zij opvangen.
Inleiding weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen kan worden uitgedrukt als de verhouding tussen de weerstandscapaciteit en alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. Het weerstandsvermogen is onder te verdelen in een incidenteel weerstandsvermogen voor het opvangen van meer eenmalige risico’s en een structureel weerstandsvermogen voor het opvangen van meerjarige risico’s. In de nota Vermogensbeleid 2024 die is vastgesteld in februari 2025, is opgenomen dat voor het incidenteel weerstandsvermogen gestreefd wordt naar een ratio van 1,5, met een minimum van 1,0. Incidenteel weerstandscapaciteit De incidentele weerstandscapaciteit bestaat uit die reserves waar nog geen verplichting op rust of waarvan de besteding nog kan worden gewijzigd. Daarnaast wordt rekening gehouden met stille reserves. In de jaarrekening 2024 is rekening gehouden met de stille reserve die aanwezig is op gronden en gebouwen waarover wij beschikken. De stille reserve waarmee wordt gerekend is €53,5 miljoen (2023: € 55,2 miljoen). De incidentele weerstandscapaciteit bedraagt per 31 december 2024: Stand algemene reserve per 31-12-2024: € 16.670.000 voor jaarrekeningresultaat Stille reserve: € 53.500.000 Totaal: € 70.170.000
Incidentele risico's Voor het classificeren van risico's gebruiken we de volgende staffel: Staffel
kans in %
extreem laag
1%
extra laag
10%
laag
25%
88
midden
50%
hoog
75%
In onderstaand overzicht zijn de incidentele risico's gespecificeerd met een risico groter dan €100.000. Andere risico's zijn samengevat onder de overige risico's.
De incidentele risico's met de grootste financiële impact betreffen: • Calamiteiten en rampen. Dit risico ziet toe op de situatie dat er sprake is van calamiteiten of een grotere ramp. Te denken valt aan het betalen van kosten bij natuurrampen. In 2023 viel het risico van cyberaanvallen ook onder dit risico. Deze is nu apart opgenomen. • Cyberrisico's. Op basis van het Global Risk Report 2025 blijkt dat cyberrisico's in de top 3 staat van grootste risico's voor Nederland op de korte termijn (komende 2 jaar). De kans dat een organisatie slachtoffer wordt van een hack aanval is de laatste jaren toegenomen. Als gemeente hebben we de nodige maatregelen genomen om de kans op een aanval te verminderen, zoals bijvoorbeeld het continue monitoren van mogelijk verdachte activiteiten en is de toegang tot systemen beperkt. De kans op een cyberaanval hebben we daarom ingeschat als laag. Door de maatregelen die we hebben genomen, kunnen we sneller en beter ingrijpen bij een eventuele aanval. We schatten daarom in dat de financiële effecten gedaald zijn. • Kosten ontwikkeling Sociaal Domein. De incidentele risico's in het sociaal domein hebben betrekking op de hogere uitvoeringskosten, toename van de complexiteit en een stijging van de kosten. • Fiscale risico’s.
De Belastingdienst heeft begin 2025 een boekenonderzoek aangekondigd naar de juistheid van de aangiften btw/bcf en de afdracht loonheffing over het boekjaar 2023. Onder de overlopende passiva hebben we een beste inschatting opgenomen van de mogelijke naheffing btw/bcf over 2023. Over eventuele bevindingen uit de controle op de loonheffing is nog geen inschatting te maken. Daarnaast verrichten we op eigen initiatief extra onderzoek naar de juiste afdracht btw/bcf over 2022 en 2024. Deze onderzoeken vinden in 2025 plaats en de financiële impact is nog onzeker. De uitkomsten van deze onderzoeken verwerken we in de tweede bestuursrapportage 2025. Eerder voorzagen we een risico op de prijsstijgingen voor het onderhoud aan kapitaalgoederen. De prijzen voor grondstoffen stabiliseren. Hierdoor is het risico afgenomen. Ratio incidenteel weerstandsvermogen Op basis van de beschikbare en de benodigde incidentele weerstandscapaciteit kan het weerstandsvermogen worden bepaald. Totale incidentele weerstandscapaciteit
€ 70.170.000
Totale incidentele risico’s
€ 1.880.000
89
= 37,3
De incidentele risico’s, afgezet tegen de beschikbare incidentele capaciteit, geven een ratio van 37,3. De streefwaarde op basis van de nota Vermogensbeleid bedraagt 1,5. De ratio ligt ruim boven de streefwaarde. Wanneer de ratio incidenteel weerstandsvermogen alleen wordt berekend op basis van de algemene reserve dan bedraagt de ratio 8,9. Deze ratio ligt ook ruim boven de streefwaarde van 1,5. Structureel weerstandscapaciteit De structurele weerstandscapaciteit bestaat uit de onbenutte belastingcapaciteit. Voor de onbenutte ozb-capaciteit gaan wij uit van het verschil tussen het artikel-12-norm-tarief en het laatst vastgestelde tarief. Wanneer in 2024 het artikel-12-norm-tarief in onze gemeente was geheven, had dit een extra opbrengst opgeleverd van € 2,4 miljoen (2023: € 2,4 miljoen). Structurele risico's In onderstaand overzicht zijn de structurele risico's gespecificeerd met een risico groter dan €100.000.
De structurele risico's met de grootste financiële impact betreffen: - Risico op oninbaarheid van leningen die aan derden verstrekt zijn; - Risico op opeisbaarheid van afgegeven garanties; - De openeinderegelingen in het sociaal domein; Ratio structureel weerstandsvermogen Totale structurele weerstandscapaciteit
€ 2.400.000
Totale structurele risico’s
€ 2.316.480
= 1,0
De structurele weerstandsratio bedraagt 1,0. Dit betekent dat de gemeente de structurele risico's voldoende kon opvangen met structurele middelen. Kengetallen Vanuit het rapport van de Adviescommissie Vernieuwing van de begroting en verantwoording van gemeenten zijn gemeenten verplicht financiële kengetallen in deze paragraaf in de begroting op te nemen. De aanleiding van het rapport was de wens om de kader stellende en controlerende rol van de raad te versterken. Het gebruik van kengetallen is om de financiële positie van gemeenten weer te geven en te kunnen vergelijken. Begroting 2024
Rekening 2024
Rekening 2023
Netto schuldquote
46,67%
2,04%
6,57%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
51,00%
6,60%
10,59%
Solvabiliteitsratio
36,96%
59,25%
51,81%
Kengetallen
90
Structurele exploitatieruimte
2,83%
14,36%
5,51%
Kengetal grondexploitatie
-3,48%
-2,56%
-2,14%
Belastingcapaciteit
117%
112%
113%
Netto schuld per inwoner o.b.v. alle schulden
€ 2.623
€ 1.464
€ 1.567
Netto schuld per inwoner o.b.v. langlopende schulden
€ 1.764
€ 933
€ 1.007
Saldo van baten en lasten voor toevoegingen en onttrekkingen van reserves als percentage van de inkomsten (inkomsten excl. bijdrage reserves)
2,90%
12,81%
10,08%
Onbenutte belastingcapaciteit ozb als percentage van de inkomsten
1,55%
1,36%
1,45%
Hieronder wordt een toelichting gegeven op de gegevens van bovenstaande tabel.
Netto schuldquote De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Een percentage tot 100% is als voldoende aan te merken. Het percentage voor 2024 ligt beduidend lager en is hiermee ruim voldoende. De solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio is de verhouding tussen het eigen vermogen en het vreemd vermogen en geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Een percentage van rond de 50% is voldoende. De solvabiliteitsratio is gestegen t.o.v. de begroting en de jaarrekening 2023. Dit komt door de toename van de reserves, zowel de bestemmingsreserves als de algemene reserve. Structurele exploitatieruimte Het financiële kengetal structurele exploitatieruimte geeft aan hoe groot de structurele vrije ruimte binnen de vastgestelde begroting is. Daarnaast geeft dit kengetal ook aan of de gemeente in staat is om de structurele tegenvallers op te vangen, dan wel of er nog ruimte is voor nieuw beleid. Een structureel ratio rond de 0% van algemene uitkering en belastingcapaciteit geeft een acceptabel risico. De structurele exploitatieruimte neemt toe. Kengetal grondexploitatie Het financiële kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie, oftewel
91
boekwaarde, is ten opzichte van de jaarlijkse baten. Een norm bepalen voor dit kengetal is lastig. De boekwaarde van de gronden in bezit zegt namelijk nog niets over de relatie tussen de vraag en aanbod van woningbouw dan wel m2-bedrijventerrein. Maatwerk is hiervoor van toepassing. Dat wil onder andere zeggen; hoeveel woningen of m2-bedrijventerrein zijn gepland, het type en op welke plek. Daarnaast is het van wezenlijk belang wat de te verwachte vraag zal zijn. Dit vergt meer onderzoek dan naar voren komt uit het genoemde kengetal. De boekwaarde van de gronden geeft wel weer of een gemeente veel middelen heeft gestopt in haar grondexploitatie. Dit geld dient namelijk ook nog terugverdiend te worden. Om vorengenoemde redenen is geen norm verbonden aan het kengetal grondexploitatie. Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeenten zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Een percentage van 100% wil zeggen dat we op het landelijk gemiddelde zitten. De belastingdruk binnen onze gemeente is dus hoger dan het landelijk gemiddelde. Onderlinge samenhang kengetallen Bovenstaande kengetallen zijn in lijn met elkaar en de meeste bevinden zich in de minst risicovolle signalering gedurende het jaar 2024, wat wijst op een sterke financiële positie.
Te zien is dat de schulden zijn afgenomen ten opzichte van de eigen middelen en dat de algemene reserve is aangevuld.
92
Paragraaf kapitaalgoederen Samenvatting / Inleiding Deze paragraaf gaat over het onderhoud van kapitaalgoederen in gemeentelijk bezit. Kapitaalgoederen zijn onderdelen van de openbare ruimte en accommodaties waarvoor langlopende investeringen nodig zijn. Denk hierbij aan wegen, wandel- en fietspaden, openbaar groen, bomen, speelplekken, riolering, oppervlaktewater, straatmeubilair en verlichting. Ook voorzieningen op het gebied van onderwijshuisvesting, sport en gemeentelijk vastgoed vallen hieronder. Het beheer en onderhoud van deze kapitaalgoederen is gericht op de duurzame instandhouding van de voorzieningen. In deze paragraaf wordt een toelichting gegeven op het beleidskader, het gewenste kwaliteitsniveau, de beheer- en onderhoudsplannen en de financiële consequenties per beleidsterrein. 2. Kaders en Doelen Bij de ruimtelijke inrichting streeft Schagen naar een evenwichtige ontwikkeling met kwaliteit, waarbij economie, wonen, natuur en recreatie in balans zijn. Het beleid richt zich op vijf kernpunten: 1. Duurzame instandhouding – Kapitaalgoederen worden functioneel en samenhangend beheerd voor een lange levensduur. 2. Sober & doelmatig – Basisniveau onderhoud met beeldkwaliteit CROW C, en CROW B waar nodig. 3. Participatie & tevredenheid – Inwoners actief betrekken, sturen op beleving en sociale inclusie. 4.
Duurzaamheid & klimaatadaptatie – Een toekomstbestendige, gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. 5. Financieel evenwicht – Van basis op orde naar een begroting die aansluit op beleid, beeldkwaliteit en onderhoudsplanning. Onderhoudsdoelen zijn dus méér dan een technische opgave. Ze worden bewust ingezet om grotere maatschappelijke doelen te realiseren, zoals duurzaamheid, veiligheid, leefbaarheid en inclusiviteit. 3. Kerncijfers Kapitaalgoed
aantal
eenheid
Bebording en dragers
14.300
stuks
Bomen
33.785
stuks
Groenvoorzieningen
45.771
mlj. m2
Civiele kunstwerken Beschoeiing/kademuren
987 33
stuks kilometer
Openbare verlichting en elektrische installaties
12.940
stuks
Riolering Gemalen Kolken
650 645 23.250
kilometer stuks stuks
Speelvoorzieningen
204
stuks
Sportvelden
46
stuks
Straatmeubilair
12.400
Stuks
Oppervlaktewater
220
kilometer
93
Wegen (alle types verharding) Verdeeld in: Wegen Parkeerplaatsen Fietspaden Voetpaden Overig
3.9
mlj. m2
59 7 6 17 11
% % % % %
Vastgoed Verdeeld in Begraafplaats/berging Cultuur Eigen huisvesting Kinderopvang Overig Reddingsbrigade Sport Torens Woning
65
stuks
7 12 3 2 10 8 7 6 5
stuks stuks stuks stuks stuks stuks stuks stuks stuks
Beleid De gemeente Schagen volgt landelijke wet- en regelgeving, gemeentelijke beleidsplannen en relevante trends voor het beheer van kapitaalgoederen, zoals wegen, riolering, groen en gebouwen. De basis hiervoor is het "Integraal Beleidsplan Openbaar Gebied – Integraal beheer en onderhoudskwaliteit van de kapitaalgoederen in de openbare ruimte” (2016), met uitzondering van gebouwen. Specifiek beleid per kapitaalgoed: Wegen
Integraal beleidsplan Openbaar Gebied
2016
Groen
Integraal beleidsplan Openbaar Gebied Beleidsplan Ecologie en biodiversiteit
2016 2024
Bomen
Bomen in Schagen – Visie en Ambitie Bomenverordening 2018 Groene Kaart
2018
Riolering
Programma Stedelijk Water en Riolering
2023-2027
Water
Integraal beleidsplan Openbaar Gebied
2016
Gebouwen
n.v.t.
Beheer Het Integraal Beleidsplan (2016) is vertaald naar concrete beheerplannen per kapitaalgoed. Beheer kent drie pijlers: • Onderhoud: Instandhouding voor dagelijks gebruik. • Beheer: Behoud van kwaliteit gedurende de levensduur. • Vervanging: Bij het niet meer voldoen aan functionele of technische eisen. Het beheer is verder uitgewerkt in de beheerplannen.
94
Beheerplan
Toelichting
Datum
Bebording
Verkeers- en informatieborden met toebehoren
2019 – 2023
Bomen
Beheer en onderhoud van bomen in de openbare ruimte
2019 – 2023
Groen
Beheer van parken, plantsoenen en overige groenvoorzieningen
2019 – 2023
Civiele kunstwerken
Bruggen, beschoeiingen, duikers e.d.
2019 – 2023
Openbare verlichting en installaties
Straatverlichting en elektrische installaties
2019 – 2023
Riolering
Beheer van het rioleringsstelsel
2019 – 2023
Sportvelden
Beheer van velden en faciliteiten
2019 – 2023
Straatmeubilair
Bankjes, afvalbakken en overige voorzieningen
2019 – 2023
Oppervlaktewater Baggerplan
Vijvers, sloten en andere waterpartijen
2019 – 2023
Wegen
Wegen, fietspaden en trottoirs
2019 – 2023
Gebouwen
n.v.t. Onderhoud wordt gepland op conditieniveau 3 volgens de NEN 2767-norm: redelijke staat met plaatselijke veroudering, zonder risico’s voor de functie van bouw- of installatiedelen.
De beheerplannen 2019–2023 zijn aangehouden. De beleidsmatige kaders zijn ongewijzigd. Wel zijn de financiële gevolgen geactualiseerd. Er is verder gewerkt aan een gezamenlijke meerjarenplanning voor kapitaalgoederen. Werkzaamheden worden per wijk zoveel mogelijk gecombineerd, en afgestemd op bijvoorbeeld werkzaamheden rondom netcongestie. Gebouwen en vastgoed Voor gebouwen is de Meerjarenonderhoudsplanning (MJOP) leidend. Deze is in 2017 opgesteld op basis van een nulmeting in de software O-prognose. De MJOP wordt jaarlijks geactualiseerd. De focus ligt op het op peil brengen van de openbare ruimte. Op korte termijn kunnen sommige kapitaalgoederen tijdelijk terugvallen in beeldkwaliteitsniveau. Beschikbare middelen worden ingezet Kwaliteit De CROW Kwaliteitscatalogus onderscheidt vijf onderhoudsniveaus (A+, A, B, C en D). Niveau A staat voor een hoog kwaliteitsniveau; niveau D duidt op achterstallig onderhoud. De gemeentelijke ambitie is een ‘sobere en doelmatige’ aanpak. Daarom wordt in de meeste gevallen minimaal kwaliteitsniveau C gehanteerd. Dit borgt de basisfunctie en veiligheid met beperkte middelen. Voor begraafplaatsen en toeristische kernen zoals Schagen, Callantsoog, Petten, Sint Maartensvlotbrug, Sint Maartenszee en Groote Keeten wordt gestreefd naar kwaliteitsniveau B.
Gemeentelijke gebouwen worden onderhouden volgens NEN 2767 (minimaal conditie 3), met aanvullende richtlijnen op het gebied van onderhoud en duurzaamheid. Huidige kwaliteit •
Wegen: Het onderhoudsniveau is lager dan gewenst. In de zomer van 2024 zijn alle wegen, stoepen en fietspaden geïnspecteerd. Op basis van deze resultaten wordt gericht gewerkt aan kwaliteitsverbetering. Factoren zoals netcongestie en glasvezelaanleg vertragen de voortgang.
95
•
•
Riool: Door een inhaalslag in inspectie is er een redelijk volledig beeld van de staat van het rioolstelsel. Dit verkeert – gelet op leeftijd – in redelijke tot goede conditie. Grondwateroverlast blijft een aandachtspunt en vraagt samenwerking met het Hoogheemraadschap. Groen en water: De kwaliteit van het openbaar groen en de watergangen is over het algemeen goed.
Speerpunten 2024 Wegen Eerder is geconstateerd dat de huidige staat van een aantal wegen onder de vastgestelde norm raken. Er is een raamovereenkomst gesloten voor het uitvoeren van groot onderhoud aan asfaltverhardingen. Dit is de start van een verbetering van de kwaliteit van onze wegen. In de zomer van 2024 zijn weginspecties uitgevoerd waardoor we goed inzicht hebben in de opgave. De inspectieresultaten zijn hebben geleid tot 26 locaties waar in 2025 en 2026 asfalt gerenoveerd gaat worden. In combinatie met rioolwerkzaamheden zijn diverse vervangingen gerealiseerd of in uitvoering (zie riool). Daarnaast is er gewerkt aan verkeersveiligheid door onder andere de realisatie van de verbeterde oversteek op de Zuiderweg, de realisatie van een rotonde op de Speketersweg en verkeersveiligheidsmaatregelen op kruispunt Grote Sloot-Keinsmerweg. Riool Aan de Kanaalstraat en omgeving in Schagen zijn de (integrale) werkzaamheden afgerond. Hier is het gemengde riool vervangen voor een gescheiden stelsel, en in de bovengrond klimaatrobuust ingericht. Ook de Hoebelaan en Jonkerstraat in Waarland zijn voorzien van een gescheiden rioolstelsel. De werkzaamheden van de Koorndijk en Kalverdijk Tuitjenhorn zijn ook afgerond. In Stroet en aan de Schagerweg in Schagerbrug zijn de rioolwerkzaamheden volop in uitvoering.
Groen en Bomen Op het gebied van groen en bomen werken we aan een mooiere, groenere, meer klimaatbestendige en biodiverse leefomgeving. Daarvoor hebben we volop ingezet op het omvormen van overbodige verharding naar groen. Er is bijna 4000 m2 groen toegevoegd aan ons areaal. Daarnaast zijn de groenrenovaties volgens plan uitgevoerd. Water Onderhoud van watergangen is gebeurd conform het beheerplan en/of baggerplan. Gebouwen en vastgoed In 2024 is het project Grip op vastgoed gestart om beter inzicht en sturing te krijgen op het gemeentelijk vastgoed. Voor de 65 gemeentelijke gebouwen is de Meerjarenonderhoudsplanning (MJOP) geactualiseerd. Er zijn inmiddels ruim 2.200 zonnepanelen geplaatst, veel panden zijn voorzien van ledverlichting en gevels en installaties krijgen extra isolatie. Ook wordt oude beglazing vervangen door HR++-glas. Onderhoud en verduurzaming worden zoveel mogelijk gecombineerd op natuurlijke onderhoudsmomenten. Alle kantoorhoudende panden voldoen sinds 2023 aan de verplichting voor minimaal energielabel C; enkele panden hebben al label A of A++. De ambitie is om in 2030 gemiddeld energielabel A te behalen voor het hele gemeentelijke vastgoed.