CConstaterende datSchagen
Koppel je AI →
Document · PDF

20.961544 bijlage toelichting Bp Buitenvaert

Gemeenteraad 9 februari 2021, gemeente SchagenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Buitenvaert26.428 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Toelichting bestemmingsplan Buitenvaert te Schagerbrug, gemeente Schagen, 2020

44

Bij graafwerkzaamheden op het terrein kunnen er beperkingen in de mogelijkheid tot hergebruik van eventueel vrijkomende grond buiten de locatie bestaan. Voor hergebruik van grond buiten de locatie is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing. Tijdens het onderzoek is zintuiglijk op het maaiveld en in de bodem geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Tijdens een verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) wordt de bodem niet specifiek op asbest onderzocht. Om uit te sluiten of er asbest in de bodem aanwezig is, is uitvoering van een asbestonderzoek conform NEN 5707 noodzakelijk. De uitvoering van een asbestonderzoek conform NEN 5707 wordt door Landview BV echter niet noodzakelijk geacht, aangezien tevens vrijwel geen potentieel asbestverdacht puin is aangetroffen. Betekenis voor dit project Ten aanzien van het aspect bodemverontreiniging zijn er vooralsnog geen belemmeringen voor deze ontwikkeling.

5.5

Archeologie

Het Verdrag van Malta (1992), beoogt het cultureel erfgoed dat zich in de bodem bevindt beter te beschermen. Op 1 september 2007 is de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) in werking getreden. Hiermee worden de uitgangspunten van het Verdrag van Malta binnen de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. De wet regelt de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van opgravingen: 'de veroorzaker betaalt'. Voor de ruimtelijke ordening is het van belang dat de Wamz uitgaat van de koppeling van archeologische waarden aan de ruimtelijke ordening. Voor bestemmingswijzigingen betekent dit dat de verplichting is neergelegd om bij de vaststelling van de wijziging rekening te houden met in de grond aanwezige, dan wel te verwachten, archeologische waarden. Zonodig dient door de initiatiefnemer, voorafgaand aan bodemingrepen, archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. De uitkomsten van het archeologisch onderzoek dienen vervolgens volwaardig in de belangenafweging te worden betrokken. Vergunningen voor archeologische monumenten vallen onder het vergunningstelsel van de Monumentenwet 1988. Vanaf 1 juli 2016 bundelt de Erfgoedwet bestaande wet- en regelgeving voor het behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland.

Samen met de toekomstige Omgevingswet maakt de Erfgoedwet een integrale bescherming van het cultureel erfgoed mogelijk. Sommige onderdelen van de Monumentenwet 1988 gaan in 2021 over naar de Omgevingswet. Tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet blijven deze onderdelen van kracht binnen het overgangsrecht van de Erfgoedwet. Voor archeologie gaat het onder meer om het meewegen van het archeologische belang bij het opstellen van bestemmingsplannen. In 2008 is in opdracht van USP Vastgoed door RAAP een bureau- en inventariserend vooronderzoek uitgevoerd voor het project nieuwbouwwijk Buitenvaert in Schagerbrug, in de toenmalige gemeente Zijpe. In november 2017 heeft RAAP dit onderzoek geactualiseerd (zie bijlage 6: Archeologisch vooronderzoek plangebied Buitenvaert, RAAP, 1 december 2017). Het betreft kadastrale nummers C 1956, 1957, 1958 en 1981 in Schagerbrug, gemeente Schagen. De huidige actualisatie van het vooronderzoek is nodig in het kader van een bestemmingsplanwijziging, en een mogelijke verandering van de eisen voor archeologisch onderzoek. Een archeologische onderbouwing met betrekking tot de eventuele aanwezigheid van archeologische waarden is daarom verplicht conform het vigerend gemeentelijk beleid.

Toelichting bestemmingsplan Buitenvaert te Schagerbrug, gemeente Schagen, 2020

45

Onderzoeksresultaten Op grond van het bureauonderzoek gold bij aanvang van het veldonderzoek voor deelgebied A (perceelnummers 1452, 1573, 1574 en 1830) in de voormalige gemeente Zijpe een lage verwachting voor het aantreffen van archeologische resten uit de perioden tot de Romeinse tijd en de Middeleeuwen. Voor de Romeinse tijd gold een middelmatige verwachting voor de aanwezigheid van archeologische resten. Door de overstromingen in de Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd is het oudere landschap, en daarmee de eventuele bewoningssporen uit eerdere perioden, bedekt geraakt door zand- en/of kleisedimenten dan wel (deels) geërodeerd. Op grond van de inpoldering in 1597 diende wel rekening gehouden te worden met de aanwezigheid van archeologische resten uit de Nieuwe tijd. Voor de aanwezigheid van huisplaatsen uit de Nieuwe tijd gold een lage archeologische verwachting. Echter gold voor lokale archeologische resten (bijvoorbeeld beerputten, slootvullingen, gebruiksvoorwerpen en mogelijk restanten van een klein gebouwtje aan de zuidrand van deelgebied A) uit de Nieuwe tijd een middelmatige archeologische verwachting. Deze lokale archeologische resten zijn niet op te sporen met een booronderzoek. Tijdens het veldonderzoek zijn geen aanwijzingen aangetroffen voor de mogelijke aanwezigheid van archeologische resten in deelgebied A.

Op grond hiervan wordt voor deelgebied A (perceelnummers 1452, 1573, 1574 en 1830) van plangebied Buitenvaert in het kader van de voorgenomen bodemingrepen geen archeologisch vervolgonderzoek aanbevolen. Betekenis voor dit project: Ten aanzien van het aspect archeologie zijn er geen belemmeringen voor deze ontwikkeling. Indien bij bodemingrepen archeologische resten worden aangetroffen, geldt op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet een meldingsplicht.

5.6

Landschap en cultuurhistorie

Bij het opstellen van plannen moeten cultuurhistorische waarden tijdig in beeld worden gebracht. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt in dat verband specifieke eisen aan het opstellen van ruimtelijke plannen. Waar mogelijk moeten cultuurhistorische waarden worden behouden of versterkt. Cultuurhistorie is daarmee een sturend onderdeel geworden in de ruimtelijke ordening. De Leidraad Landschap en Cultuurhistorie is geraadpleegd om inzicht te krijgen in de cultuurhistorische waarden van de planlocatie. De Leidraad Landschap en Cultuurhistorie verdeelt en beschrijft 20 ensembles en 10 provinciale structuren die zich onderscheiden in de ontstaansgeschiedenis en de kernwaarden van landschap en cultuurhistorie. Ambities en ontwikkelprincipes in de Leidraad geven richting bij het inpassen van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Het toepassen van de Leidraad bij ruimtelijke ontwikkelingen in het landelijke gebied is vastgelegd in de omgevingsverordening, artikel 6.54 Ruimtelijke kwaliteitseis. De planlocatie kent geen aardkundige waarden. Op basis van de informatiekaart Landschap en Cultuurhistorie zijn voor de planlocatie Buitenvaert cultuurhistorische aspecten die via het ruimtelijke traject worden beschermd van belang, zoals karakteristieke polderontginningspatronen en waterstructuren (zie hiervoor hoofdstuk 4).

Toelichting bestemmingsplan Buitenvaert te Schagerbrug, gemeente Schagen, 2020

46

5.6.1 Verantwoording ruimtelijke kwaliteit De verantwoording voor de provinciale ‘Ruimtelijke kwaliteitseis’ bij de ontwikkeling van de planlocatie buiten bestaand stedelijk gebied is op verschillende schaalniveaus in de bij het plan behorende beeldkwaliteitsplannen uitgewerkt. Schaalniveau van het landschap Het beeldkwaliteitsplan Dorpen langs de Groote Sloot8 voldoet aan de gewenste ruimtelijke kwaliteitseisen conform artikel 6.54 OVNH2020. In het beeldkwaliteitsplan wordt richting gegeven aan nieuwe ontwikkelingen in de dorpen langs de Grote Sloot. Het plan onderbouwt de locatiekeuze van Buitenvaert op basis van de ontwikkelingsgeschiedenis en de ordeningsprincipes van het landschap (artikel 6.54 lid 3 OVNH2020: bij de inpassing betrokken: de ontstaansgeschiedenis en de kernwaarden van het toepasselijke ensemble en van de toepasselijke provinciale structuren). De algemene ambitie in de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie is om ruimtelijke ontwikkelingen:  bij te laten dragen aan het zichtbaar en herkenbaar houden van de landschappelijke karakteristiek  bij te laten dragen aan het versterken van (de beleving van) openheid en  helder te positioneren ten opzichte van de ruimtelijke dragers.

Het beeldkwaliteitsplan Dorpen langs de Groote Sloot beschrijft in hoofdstuk 2 (de dorpen) en hoofdstuk 3 (ordening van het landschap) de volgende provinciale kernwaarden binnen dit gebied: (landschappelijke karakteristiek) a. de kernkwaliteit van het landschap van de Zijpepolder wordt beschreven in paragraaf 3.2; b. de kernkwaliteit van de bebouwing in deze polder en de bestaande dorpsstructuur waaraan wordt gebouwd wordt beschreven in hoofdstuk 2; (openheid en ruimtebeleving) c. kernwaarden als openheid van het landschap, met de lange zichtlijnen, worden beschreven in paragraaf 3.3; (ruimtelijke dragers) d. ruimtelijke dragers, zoals de historische structuurlijn Groote Sloot, de routes naar de kust en de cultuurhistorische objecten (zoals de landgoederen) worden beschreven in paragraaf 3.3. Samen vormen deze elementen een schatkaart. De schatkaart is de verbeelding van de landschappelijke en cultuurhistorische kernkwaliteiten van het landschap (karakteristieke deelgebieden) en de samenhang en herkenning van het gebied (routes, herkenningspunten, zichtlijnen, en dergelijke). Deze schatkaart geeft een beeld van de identiteit van het gebied en vormt de basis en inspiratiebron voor nieuwe ontwikkelingen (artikel 6.54 lid 3 OVNH2020 rekening gehouden met: de ambities en ontwikkelprincipes van het toepasselijke ensemble en van de toepasselijke provinciale structuren).

Vanuit het oogpunt van landschap en cultuurhistorie is een belangrijke ambitie voor de Zijpepolder het koesteren en versterken van het eigen karakter van de lange polderlinten. Dwarswegen verbinden ‘dijk’ en ‘kust’. In het beeldkwaliteitsplan is de schatkaart vertaald naar een ontwikkelingsvisie, die op de volgende wijze rekening houdt met de ontwikkelprincipes (artikel 6.54 15 lid 2 bij de inpassing betrokken: de kansen zoals beschreven bij de ambities en ontwikkelprincipes): a. in de Zijpepolder hebben de lange polderlinten een eigen karakter. De Groote Sloot rijgt de belangrijkste dorpen in de polder aan elkaar. De Westfriese Omringdijk vormt een herkenbare rand van de polder. Tussen de linten en de dijk blijft de ruimte open; b. routes naar de kust schakelen de lange polderlinten aan elkaar. Verdichting van dwarslinten vindt alleen in de kernen plaats. In het beeldkwaliteitsplan worden voorstellen gedaan ten aanzien van 8

Ten tijde van het opstellen van het Beeldkwaliteitsplan Dorpen langs de Groote Sloot was de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie nog niet beschikbaar, maar de inhoud en onderwerpen komen in grote lijnen overeen.

Toelichting bestemmingsplan Buitenvaert te Schagerbrug, gemeente Schagen, 2020

47

de uitstraling en het doorgaande profiel van de Schagerweg als belangrijke route naar de kust; de Groote Sloot is een belangrijke drager voor ruimtelijke ontwikkelingen. Uitbreiding van Schagerbrug vindt tegen het dorp aan, op een wijze passend bij de aanwezige bebouwingskarakteristiek: afronding vierde kwadrant van het kruispuntdorp, versterken lintbebouwing langs Schagerweg, karakteristieke buitenplaatsen (verspreid door de polder met een concentratie langs de Groote Sloot) als inspiratiebron; d. er wordt rekening gehouden met een groene afronding van de dorpsrand, en een visuele relatie met de omgeving (zicht op het open landschap).

c.

Schaalniveau van de plek Het beeldkwaliteitsplan Buitenvaert vormt een nadere verdieping van het beeldkwaliteitsplan op locatieniveau. In het beeldkwaliteitsplan Buitenvaert wordt nadrukkelijk ingegaan op de nadere uitwerking van de ruimtelijke kwaliteitsaspecten zoals zijn bedoeld in artikel 6.54: waaronder de bebouwingskarakteristieken (architectuur, stedenbouw, openbare ruimte) en de inpassing in de omgeving (vormgeving groene rand, visuele relatie met het landschap). Het beeldkwaliteitsplan beschrijft allereerst de hoofdlijnen van het Landschaps-DNA, het Dorps-DNA en de ontwikkelingsvisie Dorp voor Schagerbrug uit het Beeldkwaliteitsplan Dorpen langs de Groote Sloot. Dit sluit aan op de indeling zoals gebruikt in de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie. De polder heeft een rijke historie gekend van buitenplaatsen en landgoedboerderijen die verspreid door de polder lagen, met een concentratie langs de Groote Sloot. De planlocatie is een nieuwe buitenplaats in Schagerbrug, op een locatie waar geen lintbebouwing mogelijk is (op basis van bestaande milieucirkels), maar wel een bijzondere woningbouwlocatie die past binnen de identiteit van het landschap. In het beeldkwaliteitsplan is het dorps bouwen voor de nieuwe locatie in Schagerbrug verder uitgewerkt in bouwstenen voor het locatiespecifiek dorps bouwen en beeldthemagebieden.

Betekenis voor dit project: Het plan Buitenvaert sluit aan bij de ambities en ontwikkelprincipes in de Zijpepolder. Ten aanzien van het aspect landschap en cultuurhistorie zijn er geen belemmeringen voor deze ontwikkeling.

5.7

Natuurtoets

Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. In deze zijn de oude Boswet, Natuurbeschermingswet 1998 en de Flora- en faunawet samengevoegd tot één Natuurwet. Uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit nadrukkelijk is toegestaan. In de praktijk betekent dit dat bij een ruimtelijke ingreep of voorgenomen activiteit bekeken moet worden of er sprake is van effecten of beschermde dieren en planten (soortenbescherming) en in bepaalde gevallen op natuurgebieden (gebiedsbescherming).

5.7.1 Toetsing in het kader van de Wet Natuurbescherming Groot Eco Advies heeft in opdracht van Buitenvaert BV op 8 november 2017 een veldbezoek afgelegd om de situatie ter plaatse te beoordelen. In deze rapportage worden de resultaten van het veldbezoek en het bureauonderzoek weergegeven en de eventuele effecten van de ruimtelijke ontwikkeling getoetst aan de natuurwetgeving (zie bijlage 7: Toetsing in het kader van de Wet natuurbescherming, Groot Eco Advies, 14 december 2017). In het rapport zijn de resultaten uit eerder veldonderzoek geactualiseerd (NatuurBeleven, briefrapport Quickscan hoek Schagerweg/Grote Sloot te Schagerbrug

Toelichting bestemmingsplan Buitenvaert te Schagerbrug, gemeente Schagen, 2020

48

4e versie, Amstelveen, 27 september 2010 en Visserijkundig onderzoek, Van der Velden, 21 oktober 2010). Situatiebeschrijving De locatie Buitenvaert in Schagerbrug ligt momenteel braak. Bebouwing en bomen ontbreken. Het betreft een grasland van een voormalig veeteeltbedrijf (manege) met koeien en paarden, omringd door sloten. Het perceel wordt af en toe gemaaid. Soortenbescherming Op basis van deze quickscan wordt geconstateerd dat het bouwplan geen negatieve effecten heeft op beschermde soorten. Wel dient rekening te worden gehouden met het broedseizoen van de weidevogels. Een soort die wel als pioniersoort op kan duiken is de rugstreeppad. Hiervoor zijn geen recente waarnemingen in het gebied. Door gericht onderzoek kan de aanwezigheid van de soort worden beoordeeld. Voor andere beschermde soorten zijn geen potenties aanwezig. Gebiedsbescherming De locatie ligt op afstand van Natura 2000-gebied(en) en NatuurNetwerk Nederland (NNN, voorheen EHS). Externe effecten op de Natura 2000-gebieden kunnen worden uitgesloten gezien de aard van de werkzaamheden en de afstand tot de gebieden. Het Natuurnetwerk Nederland kent geen externe werking. Gebiedsbescherming is met betrekking tot de voorgenomen ruimtelijke ingreep m.b.t. bovengenoemde aspecten niet aan de orde.

5.7.2 Verantwoording ligging in weidevogelleefgebied (vervallen) In de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) van de provincie Noord-Holland is een regeling ter bescherming van weidevogels opgenomen. In de verordening zijn weidevogelleefgebieden aangegeven. Op basis van artikel 25 lid 1 onder d mag een bestemmingsplan niet voorzien in nieuwe mogelijk verstorende activiteiten, afgezien van huidige agrarische gebruik, binnen weidevogelleefgebied. Van dit artikel kan door de gemeenteraad worden afgeweken als er geen alternatief aanwezig is en een groot openbaar belang gediend wordt. Daarnaast moet in het bestemmingsplan opgenomen worden op welke wijze schade aan weidevogelleefgebied zoveel mogelijk wordt voorkomen, op welke wijze compensatie plaats vindt en hoe deze compensatie wordt uitgevoerd. Situatie De ontwikkeling van de planlocatie Buitenvaert vindt plaats op de gronden van een voormalig veeteeltbedrijf met als nevenactiviteit paardenhouderij. De grond is in afwachting van de woningbouw opgehoogd en ingericht als grasland. De planlocatie ligt bijna volledig in weidevogelleefgebied. Status plangebied in provinciaal beleid Het plangebied ligt op basis van de PRV binnen het weidevogelleefgebied.

Deze aanwijzing als weidevogelleefgebied is in overeenstemming met de aanwijzing van weidevogelleefgebieden in het Natuurbeheerplan 2018 dat bij besluit van 13 november 2017 is vastgesteld door Provinciale Staten. In het Natuurbeheerplan 2018 wordt in het kader van het weidevogelleefgebied gesproken over de kerngebiedenbenadering. Deze kerngebiedenbenadering vloeit voort uit het Natuurbeheerplan 2016 en houdt in dat de provincie inzet op de meest kansrijke gebieden voor weidevogels. Het motto is meer doen in minder gebieden. Op grond van deze kerngebiedenbenadering is het weidevogelleefgebied opgesplitst in twee gebieden: de kerngebieden en de overige gebieden. De kerngebieden zijn leefgebieden voor kritische soorten zoals de grutto. De overige gebieden zijn de scholeksterleefgebieden. Het plangebied is aan te merken als een scholeksterleefgebied.

Toelichting bestemmingsplan Buitenvaert te Schagerbrug, gemeente Schagen, 2020

49

Hoewel er op grond van de kerngebiedenbenadering in het Natuurbeheerplan 2018 een onderscheid wordt gemaakt tussen de verschillende weidevogelleefgebieden is dit onderscheid nog niet verankerd in de PRV. Een verklaring voor het ontbreken van deze verankering biedt het advies ‘Verkenning ruimtelijke kwaliteit open weidelandschap Noord-Holland’ uit december 2016 van de Provinciaal Adviseur Ruimtelijke Kwaliteit (PARK). In dat advies is te lezen dat indien het beschermingsregime voor de weidevogelleefgebieden enkel blijft gelden voor de kerngebieden, de structuur van een groot en aaneengesloten netwerk van weidevogellandschappen langs verstedelijkte gebieden van de provincie onder druk komt te staan. Aanbevolen wordt het beschermingsregime voorlopig overal te handhaven en te onderzoeken wat de ruimtelijke kwaliteit is van de niet-kerngebieden. Handhaving van het beschermingsregime zou dan niet plaatsvinden met als motief de bescherming van weidevogelleefgebied, maar ter bescherming van landschappelijke waarden. Het onderzoek dat de PARK heeft uitgevoerd naar de waarde van de niet-weidevogelkerngebieden is neergelegd in het ‘Kwaliteitsbeeld Noord-Holland 2050’ van 9 januari 2018. Op grond van dit onderzoek stelt de PARK voor een ruimtelijk regime te handhaven voor een aantal van de weidevogelleefgebieden dat geen kerngebied is.

Het gaat daarbij met name om die gebieden die van zeer hoge cultuurhistorische waarde zijn en gebieden die ervoor zorgen dat stedelijke gebieden direct aan groot open (weide)landschap grenzen. Het advies van de PARK is om die gebieden geen weidevogelleefgebied meer te noemen, maar onderdeel van het ‘prachtlandschap’ van de provincie te laten zijn, waarvoor een passend ruimtelijk regime moet worden ontwikkeld. Voor de overige nietkerngebieden, zou het beschermend regime kunnen komen te vervallen. Het plangebied valt niet binnen een van de gebieden die volgens de PARK met een beschermde status gehandhaafd dient te worden. Huidige waarde als weidevogelleefgebied In februari 2016 heeft NatuurBeleven de effecten van de beoogde woningbouwontwikkeling op het weidevogelleefgebied beoordeeld (bijlage10. Woningbouw Schagerbrug en weidevogelleefgebied, NatuurBeleven, mei 2016).Volgens de notitie ligt de planlocatie in een relatief kleine hoek van de polder met veel bomen en gebouwen er omheen. De maximale afstand tot de rand is ongeveer 300 meter in het midden van het gebied. Sovon9 stelt dat de verstoringsafstand van boomgroepen ongeveer 250 meter en die van gebouwen 175 meter bedraagt. Dit betekent dat een groot deel van het gebied tussen Grote Sloot, Schagerweg, Ruigeweg en kanaal/provinciale weg onder invloed staat van verstorende objecten.

Naast de situering van de planlocatie zorgt ook het huidige agrarische grondgebruik rond de planlocatie voor verstoring van het weidevogelleefgebied. Het terrein direct aangrenzend ten noorden van de planlocatie is in gebruik als bollenveld. Op de planlocatie zijn ten behoeve van de drooglegging de poelen dichtgegooid en is het terrein circa 1,5 tot 2 meter opgehoogd. De beperkte grootte van de planlocatie, de aanwezige verstoring, het gebruik en de agrarische drooglegging leidt tot de hypothese dat er geen weidevogelgezelschap op de planlocatie aanwezig is. Op basis van het bureauonderzoek blijkt dat er feitelijk geen effect is op weidevogels. Er zijn geen belemmeringen vanuit de beschermde natuurwaarden op de initiatieven. In dit kader is in 2016 een weidevogelinventarisatie uitgevoerd. Daaruit bleek dat op het perceel slechts één nest van Scholekster aanwezig was. Verder hebben geen weidevogels op het perceel gebroed of hun territorium gehad(zie bijlage 11: Weidevogelinventarisatie woningbouwlocatie “Achter de Grote Sloot” in Schagerbrug, Groot Eco Advies, 7 juli 2016 en bijlage 12: Weidevogelinventarisatie 2018 woningbouwlocatie “Achter de Grote Sloot” in Schagerbrug, Groot Eco Advies, 1 augustus 2018). Er mag geconcludeerd worden dat het perceel geen grote betekenis en waarde heeft in het kader van de functie van scholeksterleefgebied.

Dit ligt in de lijn met en onderbouwt de eerdere, voorlopige veronderstelling dat het perceel als gevolg van de invloed van verstorende objecten als 9

https://www.sovon.nl/sites/default/files/doc/VogelNieuws_2009_april_4-5_Teunissen.pdf, p.1

Toelichting bestemmingsplan Buitenvaert te Schagerbrug, gemeente Schagen, 2020

50

bomen en bebouwing waarschijnlijk geen hoge dichtheid aan Scholekster zal kennen. Initiatief van groot openbaar belang en geen alternatief buiten weidevogelleefgebied Het gemeentelijk beleid van de voormalige gemeente Zijpe en tegenwoordig Schagen zet al lange tijd in op de ontwikkeling van dit woningbouwgebied vanwege het groot openbaar belang en de afwezigheid van alternatieven. Groot openbaar belang De 40 woningen zijn een substantieel onderdeel van de woningen die het Regionaal Kwalitatief Woningbouwprogramma regio Kop van Noord-Holland voorziet voor Schagerbrug in de periode 20162020. Dit zijn regionale afspraken, in lijn met de PRV, over de kwantitatieve aantallen te bouwen woningen tot 2020 en een programmalijst van woningbouwplannen die zijn beoordeeld op kwaliteit aan de hand van een objectief afwegingskader. Voor de woningbouwlocaties in het KWK, waaronder de woningbouwlocatie Buitenvaert, is sprake van nut en noodzaak, zoals ook door gedeputeerde staten in hun zienswijze over het ontwerp van het bestemmingsplan wordt erkend en daarmee is sprake van een regionaal groot openbaar belang.

Daarnaast is het project van lokaal groot openbaar belang voor Schagerbrug en het draagvlak van de daar aanwezige voorzieningen:  er is behoefte aan deze woningbouw voor de diverse doelgroepen (zie paragraaf 5.2);  voldoende woningbouw in Schagerbrug zorgt er voor dat zowel jongeren als ouderen in het dorp kunnen blijven wonen. De nieuwe woonbuurt maakt doorstroming mogelijk;  de aanleg van deze buurt is daarmee van belang is voor de demografische opbouw van het dorp;  voldoende woningbouw in Schagerbrug draagt bij aan het op peil houden van de openbare en commerciële voorzieningen zoals scholen, sportverenigingen en gezondheidsvoorzieningen;  er zijn in Schagerbrug geen locaties om de woningbouwopgave tot 2020 binnenstedelijk op te lossen;  het is niet wenselijk om dit in een andere richting van het dorp te doen. Dat zou namelijk tot gevolg hebben dat de onevenwichtige opbouw van het dorp toe zal nemen, locaties binnen de panoramazone van de Westfriese Omringdijk komen te liggen of locaties een ongewenste milieubelasting hebben. Geen aanvaardbaar alternatief buiten weidevogelleefgebied De voorgenomen bebouwing kan alleen buiten Bestaand Stedelijk Gebied (BSG) worden gerealiseerd. Binnen het BSG is geen locatie beschikbaar waar genoeg ruimte is om de woningbouwopgave die er op grond van het KWK voor Schagerbrug ligt, op te vangen.

Het hele gebied rondom Schagerbrug is daarnaast aangemerkt als weidevogelleefgebied, waardoor een ligging van de uitleglocatie binnen weidevogelleefgebied onvermijdelijk is. Eerder is al aangetoond dat op deze locatie de waarde voor weidevogels gering is. Ruimtelijk is dit ook de beste locatie. De beoogde ontwikkeling geeft invulling aan het vierde kwadrant van Schagerbrug en sluit aan bij de ruimtelijke karakteristiek van het kruisdorp. Er ontstaat een meer evenwichtige opbouw van het dorp. Daarnaast hebben de gronden ten oosten van Schagerbrug waarde in relatie tot de openheid richting Westfriese Omringdijk. Deze openheid blijft nu bewaard. Nadere onderbouwing 

“Wijze waarop schade aan een weidevogelleefgebied zoveel mogelijk wordt voorkomen en resterende schade gecompenseerd”: uitgangspunt is ‘’Netto geen verstoring” Ca. 2,3 ha van de woningbouwlocatie Buitenvaert ligt in het weidevogelleefgebied. Conform de Uitvoeringsregeling natuurcompensatie Noord-Holland, vastgesteld op 2 december 2014, wordt deze oppervlakte financieel gecompenseerd.

Toelichting bestemmingsplan Buitenvaert te Schagerbrug, gemeente Schagen, 2020

51

“Wijze waarop wordt geborgd dat de maatregelen ten behoeve van de compensatie als hierboven bedoeld daadwerkelijk worden uitgevoerd” Tussen de ontwikkelaar en de provincie wordteen compensatieovereenkomst gesloten, die als bijlage 13: Overeenkomst op grond van artikel 1 lid 3 jo artikel 5 Uitvoeringsregeling natuurcompensatie Noord-Holland bij dit bestemmingsplan is gevoegd. Daarnaast is in de planregels een voorwaardelijke verplichting opgenomen die ertoe strekt dat pas met de woningbouw mag worden begonnen nadat de financiële compensatie heeft plaatsgevonden.

“Op welke wijze wordt aan het gestelde in artikel 5a en 5c PRV voldaan” Het KWK is een belangrijk onderdeel voor het bepalen van de nut en noodzaak voor woningbouw in dit gebied. De gemeente Schagen beroept zich op dit programma bij de onderbouwing van de nut en noodzaak voor het realiseren van woningbouwplannen tot 2020 voor de onderdelen kwantitatieve en kwalitatieve behoefte en regionale afstemming (zie hoofdstuk 5.2).

“Op welke wijze wordt aan het gestelde in artikel 15 voldaan” Ruimtelijke kwaliteit is een belangrijk uitgangspunt voor het plan. Zie hoofdstuk 4 en 5.2.

Betekenis voor dit project  Op basis van veldonderzoek in 2016 mag geconcludeerd worden dat het perceel geen grote betekenis en waarde heeft in het kader van de functie van scholeksterleefgebied. Dit is in lijn met het aanmerken van het gebied als niet-kernweidevogelleefgebied.  De locatie is van groot openbaar belang voor de leefbaarheid van Schagerbrug en voor de regionale woningbouwopgave, en er is geen aanvaardbaar alternatief binnen de kern Schagerbrug buiten het weidevogelleefgebied.  Nut en noodzaak zijn aangetoond en het beoogde plan voldoet aan de ruimtelijke kwaliteitseis van de provincie.  De ontwikkelaar is bereid tot compensatie van de schade die het project aanbrengt aan het weidevogelleefgebied. Daartoe wordt een compensatieovereenkomst gesloten, die als bijlage 13 aan het bestemmingsplan wordt toegevoegd en is een voorwaardelijke verplichting in de planregels opgenomen die ertoe strekt dat pas met woningbouw mag worden begonnen nadat de financiële compensatie is betaald.

5.7.3 Aanvullend onderzoek beschermde soorten Rugstreeppad Nader onderzoek naar de aanwezigheid van de rugstreeppad heeft plaatsgevonden in de periode april – juli 2018. Tijdens dit onderzoek zijn geen rugstreeppadden waargenomen en zijn er ook geen juvenielen, larven en eisnoeren aangetroffen (zie bijlage 9: Inventarisatie Rugstreeppad Buitenvaert in Schagerbrug, Groot Eco Advies, 9 juli 2018). Aanwezigheid weidevogels De planlocatie ligt in voormalig weidevogelleefgebied. In dit kader zijn in de lente en zomer van 2016 en 2018 weidevogelinventarisatie uitgevoerd (zie bijlage 11: Weidevogelinventarisatie woningbouwlocatie “Achter de Grote Sloot” in Schagerbrug, Groot Eco Advies, 7 juli 2016 en bijlage 12: Weidevogelinventarisatie 2018 woningbouwlocatie “Achter de Grote Sloot” in Schagerbrug, Groot Eco Advies, 1 augustus 2018). Uit de resultaten per ronde kan geconcludeerd worden dat op het perceel in 2016 en 2018 één paar Scholekster heeft gebroed. In 2018 heeft op het perceel ook een Kievit gebroed. Verder hebben geen weidevogels op het perceel gebroed of hun territorium gehad. Er mag geconcludeerd worden dat het perceel geen grote betekenis en waarde heeft in het kader van de functie van scholeksterleefgebied. In 2018 is ook de omgeving van de planlocatie geïnventariseerd, wat eenzelfde beeld heeft gegeven.

Toelichting bestemmingsplan Buitenvaert te Schagerbrug, gemeente Schagen, 2020

52

Dit ligt in de lijn met en onderbouwt de eerdere, voorlopige veronderstelling dat het perceel als gevolg van de invloed van verstorende objecten als bomen en bebouwing waarschijnlijk geen hoge dichtheid aan Scholekster zal kennen en dat het woningbouwproject “netto geen verstoring” tot gevolg heeft (bijlage 10: Woningbouw Schagerbrug en weidevogelleefgebied, Natuurbeleven, 2016).

5.7.4 Aanvullend onderzoek stikstofdepositie Gezien de omvang van de ontwikkeling, de afstand tot het Natura 2000-gebied en de ligging in stedelijk gebied, worden effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van het beschermde natuurgebied op voorhand uitgesloten (zie bijlage 7). Sinds april 2019 is de problematiek van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden door ontwikkelingen actueel. Op basis van het door de rijksoverheid beschikbaar gestelde model AERIUS 2019A kan de invloed van het project op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied berekend worden. Op basis van verkeersaantrekkende werking en activiteiten, bouwfase en gebruiksfase van het initiatief is de stikstofdepositie op nabijgelegen Natura 2000-gebieden beoordeeld (zie bijlage 8). De ontwikkeling is verantwoord. Uit de berekeningen blijkt dat de beoogde ontwikkeling zowel in de realisatiefase als in de ontwikkelingsfase niet leidt tot een stikstofdepositie boven de 0,00 mol/ha/j. Een ontheffing is dan niet nodig. Er zijn geen significant negatieve effecten op het Natura 2000-gebied te verwachten. Betekenis voor dit project  Het plan dient afgestemd te worden met de Provincie Noord-Holland, vanwege de ligging in het weidevogelleefgebied. De verantwoording voor de ligging in weidevogelleefgebied is nader uitgewerkt in hoofdstuk 5.7.2.

 Gebiedsbescherming in het kader Natura 2000, weidevogelleefgebied en NNN is niet aan de orde. De ontwikkeling is verantwoord. Uit de berekeningen blijkt dat de beoogde ontwikkeling zowel in de realisatiefase als in de ontwikkelingsfase niet leidt tot een stikstofdepositie boven de 0,00 mol/ha/j. Een ontheffing is dan niet nodig. Er zijn geen significant negatieve effecten op het Natura 2000-gebied te verwachten.  Het beoogde bouwplan veroorzaakt geen conflict met de Wet natuurbescherming. Er is ecologisch onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van beschermde soorten, en deze zijn niet aangetroffen. Op deze wijze is voldoende rekening gehouden met aanwezige natuurwaarden in het plangebied.  Daarnaast is een belangrijk aspect van de flora- en faunawet het voorzorgsbeginsel. Van grondeigenaren en gebruikers mag worden verwacht dat ingrepen en handelingen die negatieve effecten kunnen hebben op planten- of diersoorten, zodanig worden uitgevoerd dat schade tot een minimum beperkt blijft.

5.8

Geluidhinder

In 1979 is de Wet geluidhinder (Wgh) in werking getreden. De Wgh is er op gericht de hinder als geluid vanwege onder andere wegverkeerslawaai te voorkomen en te beperken. Deze wet is op 1 januari 2007 voor het laatst gewijzigd. In de Wgh is bepaald dat woningen een geluidsgevoelig object zijn. Daarom moet voor plannen waarin de bouw van een woning is voorzien, onderzoek worden gedaan naar mogelijke geluidhinder vanwege weg- en verkeerslawaai. In de Wgh is ook bepaald dat elke weg in beginsel een (geluids-)zone heeft. Dit met uitzondering van: - wegen binnen een als woonerf aangeduid gebied; - wegen waarop een snelheid van ten hoogste 30 km per uur is toegestaan. Wanneer in een plan binnen een geluidzone nieuwe woningen of andere geluidsgevoelige objecten zijn voorzien moet een akoestisch onderzoek worden uitgevoerd naar de geluidsbelasting op de gevel(s) van deze woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen.

Toelichting bestemmingsplan Buitenvaert te Schagerbrug, gemeente Schagen, 2020

53

Het plangebied ligt conform de Wet geluidhinder binnen de geluidszone van de Schagerweg. De Grote Sloot heeft een maximumsnelheid van 30 km/uur en heeft daarom geen geluidszone. Naast de geluidsbelasting ten gevolge van het wegverkeer wordt het plangebied niet belast door geluid ten gevolge van railverkeer of industrielawaai. Onderzoek wegverkeerslawaai In opdracht van USP Vastgoed BV is door DPA Cauberg-Huygen B.V. een akoestisch onderzoek uitgevoerd voor het aspect wegverkeerslawaai in het kader van de Wet geluidhinder voor het plan Buitenvaert” te Schagerbrug (zie bijlage 14: Buitenvaert te Schagerbrug; akoestisch onderzoek Wet geluidhinder, DPA Cauberg-Huygen, 8 december 2017). Het akoestisch onderzoek dient ter onderbouwing van het bestemmingsplan. Uit de rekenresultaten kunnen de volgende conclusies worden getrokken:  de berekende geluidbelasting van de Schagerweg ter plaatste van de gevels van de woningen is lager dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB;  een hogere grenswaarde als gevolg van de Wet geluidhinder is niet noodzakelijk;  de gecumuleerde geluidbelasting (30 km/uur wegen meegenomen in de berekening) bedraagt op één woning meer dan 53 dB. Bij de aanvraag omgevingsvergunning voor het aspect bouwen, dient te worden aangetoond dat de gevels van de te bouwen woning voorzien in voldoende geluidwering. De eisen hieromtrent zijn vastgelegd in het Bouwbesluit 2012.

Conform het Bouwbesluit 2012 mag de karakteristieke geluidwering van een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied van een woning niet kleiner zijn dan de geluidbelasting (cumulatieve geluidbelasting conform tabel 5.1) minus 33 dB met een minimum van 20 dB(A) bij wegverkeerslawaai. Betekenis voor dit project Het aspect geluid vormt geen belemmering ten aanzien van de uitvoerbaarheid van onderhavig plan en is dan ook niet nader onderzocht. De ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting binnen de woningen is maximaal 33dB. Bouwplannen moeten aan deze norm voldoen.

5.9

Bedrijven en milieuzonering

Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stelt zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en bevorderen. Ten aanzien van bedrijven die onder de werkingssfeer van de Wet milieubeheer vallen, geldt deze Wet en de verschillende Algemene Maatregelen van Bestuur als toetsingskader voor de toegestane bedrijfshinder ten gevolge van deze bedrijven. In bestemmingsplannen wordt gebruik gemaakt van milieuzonering: het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven/inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Milieuzonering beperkt zich tot milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie zoals geluid, geur, gevaar en stof. De milieuzonering van enkele bedrijven op het bedrijventerrein De Trambaan is van invloed op de ontwikkeling van woningbouw op de gronden ten noorden van de Schagerweg. Het gaat om de volgende bedrijven:  ARLI Machine en Apparatenbouw B.V. (Nijverheidsweg 21 t/m 27 en 31 t/m 39);  Gebr. Ligthart, Carrosserie en Tankbouw B.V. (Nijverheidsweg 3-5). Deze bedrijven zijn door de Milieudienst Kop van Noord-Holland geclassificeerd als bedrijven in de milieucategorie 3.2.

Ook het bestemmingsplan ‘Dorpen langs de Grote Sloot’ staat bedrijven in deze categorie hier toe. Voor dergelijke bedrijven geldt, volgens de VNG-brochure “Bedrijven en

Toelichting bestemmingsplan Buitenvaert te Schagerbrug, gemeente Schagen, 2020

54

milieuzonering”, een richtafstand van 100 meter. Voor het grootste deel van de bedrijvigheid is deze afstand aanwezig. Bij de bedrijfsgebouwen gevestigd op Nijverheidsweg 21-39 ontstaat een potentieel knelpunt op basis van de feitelijke situatie niet aanwezig. In het deel van het bedrijvencomplex grenzend aan de woningbouw vinden slechts werkzaamheden tot en met milieucategorie 3.1 plaats. Hiervoor geldt een richtafstand van 50 meter. Op basis van de feitelijke situatie is de milieucirkel 50m (categorie 3.1) in plaats van 100 m (categorie 3.2).10 De relevantie milieuzonering van de Trambaan ten opzichte van de planlocatie zijn op basis van het geldende bestemmingsplan in combinatie met werkelijke situatie in afbeelding 19 weergegeven. Aan de Grote Sloot, ten zuidoosten van het plangebied, zijn twee bedrijven gevestigd. Het betreft een aannemersbedrijf (Grote Sloot 355) en een snackbar (Grote Sloot 351). Het aannemers bedrijf wordt verplaatst en het perceel Grote Sloot 355 wordt bestemd voor wonen. De snackbar op Grote Sloot 351 valt volgens de VNG-brochure bedrijven en milieuzonering (2009) in milieucategorie 1, waarvoor een richtafstand van 10 meter geldt. Daarmee vormt de snackbar geen belemmering voor de ontwikkeling van de woningbouw Buitenvaert. De uitvoering van het plan wordt niet belemmerd door milieuhinder vanwege bedrijven.

afb.19 Milieuzonering van 100 m en 50 m in relatie tot nieuwbouw (Bron: Matenplan van USP)

Betekenis voor dit project: Bestaande bedrijven in de ruime omgeving van de planlocatie worden niet belemmerd in het functioneren. Er is voor de nieuwe woningen sprake van een aantoonbaar aanvaardbaar woon- en leefklimaat en er bestaat vanuit milieuhygiënische overwegingen geen bezwaar tegen het plan. De aanwezige bedrijven binnen het plangebied komen voor op bedrijventerrein de Trambaan en op een locatie in het lint aan de Grote Sloot. 10

Tussen de betreffende ondernemer en USP als ontwikkelende partij voor de Buitenvaert, is ook een privaatrechterlijke overeenkomst opgesteld waarin deze situatie is vastgelegd en voor een deel van het bedrijvencomplex milieucategorie 3.1 aangehouden dient te worden

Toelichting bestemmingsplan Buitenvaert te Schagerbrug, gemeente Schagen, 2020

55

Voor de locatie in het lint geldt dat de uitbreidingsmogelijkheden, gelet op de situering in een overwegende woonomgeving, beperkt zijn. Dit is ook de reden dat voor deze bedrijfslocatie in principe alleen een bedrijf in de milieucategorie 1 en 2 is toegestaan. Voor de bedrijven op het bedrijventerrein geldt de maximale milieucategorie 3.1. Hiermee vormt de bedrijvigheid geen belemmering voor de woonfunctie.

5.10

Luchtkwaliteit

Op 15 november 2007 is de Wet luchtkwaliteit in werking getreden. Hiermee wordt de wijziging van de Wet milieubeheer op het gebied van luchtkwaliteitseisen (hoofdstuk 5 titel 2) bedoeld. Deze wet vervangt het Besluit luchtkwaliteit uit 2005 en is een implementatie van de Europese kaderrichtlijn luchtkwaliteit en de vier dochterrichtlijnen waarin onder andere grenswaarden voor de luchtkwaliteit ter bescherming van mens en milieu zijn vastgesteld. De wetgever noemt “gevoelige bestemmingen”(zoals scholen en kinderdagverblijven) en maakt onderscheid tussen projecten die “in betekende mate” (IBM) en “niet in betekende mate”(NIBM) leiden tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. Tevens is voorzien in het zogenaamde Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Met de projecten “niet in betekende mate” van de Wet luchtkwaliteit is in de NSL rekening gehouden. In de NSL is het begrip “niet in betekenende mate” gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor fijn stof en stikstofdioxide. Op grond van de Regeling niet in betekende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) zijn (onder andere) woningbouwprojecten met 1 ontsluitingsweg en minder dan 1.500 woningen vrijgesteld van toetsing. De planontwikkeling beoogt de ontwikkeling van 40 woningen, waardoor het ver onder de getalsmatige grens van de Regeling NIBM blijft.

De ontwikkeling van de planlocatie valt binnen de categorie ‘niet in betekende mate’. Een onderzoek in het kader van de Wet luchtkwaliteit is dan ook niet noodzakelijk. Betekenis voor dit project: Luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor het afgeven van de omgevingsvergunning.

5.11

Externe veiligheid

Bij externe veiligheid gaat het om de veiligheid van mensen in een plangebied in relatie tot de opslag, het gebruik, de productie en het transport van gevaarlijke stoffen in of nabij het plangebied, voor zover die activiteiten risico’s voor de bevolking kunnen geven. Op beide categorieën is verschillende wet- en regelgeving van toepassing. Het huidige beleid voor inrichtingen (bedrijven) is afkomstig uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het beleid voor transportmodaliteiten staat beschreven in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het beleid met betrekking tot buisleidingen is opgenomen in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Binnen het beleidskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico (PR) gaat over de kans om op een bepaalde plaats te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Met het plan worden geen nieuwe risicovolle activiteiten in het plangebied geïntroduceerd.

Toelichting bestemmingsplan Buitenvaert te Schagerbrug, gemeente Schagen, 2020

56

Onderzoek In 2008 is door DPA Cauberg-Huygen Raadgevende ingenieurs BV onderzoek uitgevoerd naar onder andere het aspect externe veiligheid (20072992-03 ‘Inventarisatie Externe Veiligheid plan Schagerbrug’ d.d. 12 augustus 2008). Dit onderzoek is in 2017 geactualiseerd (zie bijlage 15: Inventarisatie Externe Veiligheid, DPA Cauberg Huygen, 8 december 2017). Voor het plangebied is gekeken naar het transport van gevaarlijke stoffen per spoor, weg en buisleidingen, en risicovolle bedrijven. Risico vervoer gevaarlijke stoffen over de weg Het plangebied is gelegen op een afstand van circa 475 meter van de N248 en op circa 1.650 meter van de N9. De PR-contouren en het groepsrisico vormen geen beperking voor de ontwikkeling van het plangebied11. Hoge druk gasleidingen Op een afstand van circa 1.000 meter is de dichtstbijzijnde hogedruk gasleiding gelegen, op een afstand van circa 4.2 kilometer is een leidingstrook van hogedruk gasleidingen gelegen. De aanwezige PR contouren zijn onbekend, echter ligt het plangebied ruim buiten de 1% letaliteitscontouren van de verschillende buisleidingen, derhalve is een berekening van het groepsrisico niet vereist. Risicovolle inrichtingen In de omgeving zijn diverse inrichtingen met gevaarlijke stoffen aanwezig. De dichtstbijzijnde inrichting betreft een LPG tankstation op een afstand van circa 1.100 meter.

De maximale veiligheidsafstand van een LPG tankstation bedraagt 150 meter. Ook de overige inrichtingen bezitten beperkte PRcontouren. De aanwezige risicovolle inrichtingen vormen dan ook geen beperking voor de ontwikkeling van het plangebied. Betekenis voor dit project Externe veiligheid vormt geen belemmering voor de wijziging van het bestemmingsplan.

5.12

Kabels en Leidingen

In een bestemmingsplan/omgevingsvergunning dienen planologisch relevante leidingen te worden weergegeven die beperkingen kunnen opleggen aan het gebruik in de omgeving. Betekenis voor dit project: In en rondom de planlocatie zijn geen kabels en leidingen bekend die de ontwikkeling belemmeren.

11

De Regionale Uitvoeringsdienst Noord-Holland Noord heeft het onderzoek als volgt aangevuld: “Bij de quickscan wordt oor de N248 uitgegaan van alleen transport van LF1 en LF2 transporten. Dit is gebaseerd op gegevens van de risicokaart welke weer gebaseerd zijn op telgegevens uit 2001 (opgenomen in de risico atlas 2003). Deze telgegevens zijn gebaseerd op 1 teldag waarbij hier alleen LF1 en LF2 transporten zijn geteld. Op basis van telgegevens van omringende wegen/wegvakken, en risicobronnen in de omgeving kan worden verondersteld dat over de N248 transport plaatsvindt van vloeibare brandstoffen (stofcategorie LF1 en LF2) en LPG/propaan (stofcategorie GF3). Maatgevend voor het groepsrisico en de omvang van het invloedgebied is het aantal GF# transporten (omvang invloedsgebied 355 meter). De geprojecteerde bebouwing in het plangebied is gelegen buiten dit invloedgebied waardoor de conclusie van de quickscan gelijk blijft.”

Toelichting bestemmingsplan Buitenvaert te Schagerbrug, gemeente Schagen, 2020

57

5.13

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

Voor activiteiten die zijn genoemd in lijst C en D in de bijlage bij het Besluit m.e.r. moet worden nagegaan of er sprake is van een geval waarin een m.e.r.- beoordelingsbesluit moet worden genomen (D-lijst) of een MER moet worden opgesteld en een m.e.r.-procedure moet worden doorlopen (C-lijst). Voor elke activiteit zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Onderdeel D.11.2 bijlage bij het Besluit m.e.r. noemt de activiteit “aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject“. De ontwikkeling van de woningbouwlocatie Buitenvaert l blijft ruim binnen deze drempelwaarden, maar een ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’ is wel verplicht. Hiervoor is een aanmeldnotitie opgesteld (zie bijlage 16). In de sectorale toelichting bij de diverse milieuaspecten in hoofdstuk 5 is geanticipeerd op de vormvrije m.e.r.-beoordeling door zowel de milieueffecten van de referentiesituatie als de plansituatie te beschrijven. De referentiesituatie beschrijft de huidige situatie inclusief de autonome ontwikkelingen. Autonome ontwikkelingen zijn ontwikkelingen die ook zullen plaatsvinden indien de uitvoering van dit plan geen doorgang vindt. Nader onderzoek heeft plaatsgevonden naar de bodemkwaliteit, geluidhinder, flora en fauna, externe veiligheid.

Uit de onderzoeken die zijn uitgevoerd voor de sectorale aspecten en waarvan de resultaten zijn weergegeven in hoofdstuk 5 wordt het volgende geconcludeerd:  zoals blijkt uit paragraaf 5.3 is ten behoeve van de planontwikkeling watercompensatie noodzakelijk;  uit de toets aan de West natuurbescherming en het daarbij behorende aanvullende onderzoek blijkt dat er geen bezwaren zijn voor de ontwikkeling van het plan vanuit het oogpunt van gebiedsbescherming en soortenbescherming  uit de berekeningen van de stikstofdepositie op Natura 2000-gebied blijkt dat de beoogde ontwikkeling zowel in de realisatiefase als in de ontwikkelingsfase niet leidt tot een stikstofdepositie boven de 0,00 mol/ha/j. Een ontheffing is dan niet nodig;  op basis van het akoestisch onderzoek leveren zowel het wegverkeer als omliggende bedrijven geen problemen op voor de beoogde planontwikkeling;  ook voor de andere milieuthema's zijn geen relevante negatieve milieueffecten te verwachten. Op basis van de toets op Bijlage III van de Europese m.e.r.-richtlijn, op basis van de milieubeoordelingen en op basis van de aanmeldnotitie mag worden verwacht dat aanzienlijke potentiële milieugevolgen als gevolg van de ontwikkeling van de woningbouwlocatie Buitenvaert, op basis van de aard van de activiteiten en gebiedskenmerken zich naar alle waarschijnlijkheid niet zullen voordoen.

De aanmeldnotitie is bij het ontwerpbestemmingsplan gevoegd (zie bijlage 16), zodat deze procedureel wordt verankerd. Betekenis voor dit project: Gelet op de criteria zoals genoemd in bijlage III van de EEG-richtlijn en de effecten van de ontwikkelingsmogelijkheden in het bestemmingsplan, in samenhang met de autonome ontwikkelingen, is het opstellen van een m.e.r. niet noodzakelijk. Op basis van de aanmeldnotitie kan het m.e.r.-beoordelingsbesluit worden genomen.

Toelichting bestemmingsplan Buitenvaert te Schagerbrug, gemeente Schagen, 2020

58

5.14

Conclusie toets van de milieu- en omgevingsaspecten

Het in de voorgaande paragrafen beschreven onderzoek naar milieuaspecten geeft aan dat belangrijke nadelige milieugevolgen, als gevolg van de in dit bestemmingsplan voorgenomen ontwikkeling, zijn uitgesloten. Een m.e.r.-procedure is niet noodzakelijk. Gelet op bovenstaande blijkt dat er geen belemmeringen zijn in het kader van milieuhinder, archeologie, bodem, water, luchtkwaliteit, externe veiligheid, archeologie, ecologie en duurzaamheid om medewerking te verlenen aan de ontwikkeling van de ‘Buitenvaert’ in Schagerbrug.

Toelichting bestemmingsplan Buitenvaert te Schagerbrug, gemeente Schagen, 2020

59

6.

JURIDISCHE PLANOPZET

6.1

Algemeen

Voorliggend bestemmingsplan is gericht op de realisatie van het woongebied Buitenvaert: 40 woningen in de dorpsrand van Schagerbrug. De Wet ruimtelijke ordening geeft het bestemmingsplan als instrument aan de gemeente voor het mogelijk maken van deze ontwikkeling. In het bestemmingsplan moet aan ieder stuk grond een bepaalde bestemming (en omschrijving van het toegestane gebruik) worden gegeven. Uitgangspunt voor dit bestemmingsplan is het op een zodanige manier inpassen van de nieuwe ontwikkelingen dat recht wordt gedaan aan de aanwezige kwaliteiten van de nabijgelegen gebieden. Het bestemmingsplan zoekt zoveel mogelijk aansluiting bij de voorschriften van het bestemmingsplan “Dorpen langs de Groote Sloot”. Daarnaast zijn de gemeentelijke regelingen voor bijbehorende bouwwerken, aan-huis-verbonden beroepen en bed & breakfast en betreffende de parkeereis verwerkt. Dit bestemmingsplan biedt een direct bouwtitel voor de beoogde ontwikkeling.

6.2

Juridische vormgeving

Wettelijke vereisten De Wro bepaalt dat ruimtelijke plannen digitaal en analoog beschikbaar moeten zijn. Dit brengt met zich mee dat bestemmingsplannen digitaal uitwisselbaar en op vergelijkbare wijze gepresenteerd moeten worden. Met het oog hierop stellen de Wro en de onderliggende regelgeving eisen waaraan digitale en analoge plannen moeten voldoen. Zo bevat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) bindende afspraken waarmee bij het maken van bestemmingsplannen rekening moet worden gehouden. De SVBP kent (onder meer) hoofdgroepen van bestemmingen, een lijst met functie- en bouwaanduidingen, gebiedsaanduidingen en een verplichte opbouw van de planregels en het renvooi. Uitgangspunten bestemmingsplan Het belangrijkste uitgangspunt voor dit bestemmingsplan is dat de gewenste situatie mogelijk gemaakt wordt. Daarbij gaat het niet alleen om alle aspecten die in de voorgaande paragrafen beschreven zijn. Daarnaast worden de belangrijkste aspecten vanuit de bestaande situatie, het beleid en de omgevingsaspecten ook geborgd in het bestemmingsplan. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om de specifieke bestemming voor de te behouden stolp en waterlopen. De hoofdstructuur van het plan wordt zo veel mogelijk in de juridische regeling van dit bestemmingsplan mogelijk gemaakt.

Een belangrijk uitgangspunt daarbij is de plaatsing van de nieuwe bebouwing zoals dit beschreven is in het beeldkwaliteitplan. Door middel van bouwvlakken wordt de plaatsing weergegeven, waarbij een onderscheid gemaakt wordt tussen de bebouwing in het lint en de bebouwing aan het hof. Het maximum aantal te bouwen woningen is vastgelegd, vanwege de ruimtelijke en beleidsuitgangspunten. De afmeting van de bebouwing, zoals deze voorzien is in het beeldkwaliteitplan of al aanwezig is, is vertaald in de bouwregels van de verschillende woonbestemmingen. Ook hierbij wordt een onderscheid gemaakt in de bebouwing in het lint en de bebouwing aan het hof. Daarnaast is het ook van belang de belangrijke bestaande structuren, bijvoorbeeld groen en water, te behouden. Dit vindt plaats door middel van specifieke bestemmingen. Binnen die bestemmingen is in veel gevallen geen sprake van bouwmogelijkheden van gebouwen. De nieuwe wegen in het woonhof krijgen een specifieke bestemming, waarmee de hoofdontsluiting van deze locatie mogelijk wordt gemaakt.

Toelichting bestemmingsplan Buitenvaert te Schagerbrug, gemeente Schagen, 2020

60

Opzet planregels De planregels van het bestemmingsplan kennen de volgende hoofdstukindeling: Hoofdstuk 1: Inleidende regels Dit hoofdstuk begint met de begripsbepalingen, waarin - om misverstanden bij de toepassing van het bestemmingsplan te voorkomen - een aantal in het bestemmingsplan gehanteerde begrippen wordt toegelicht. In het daarop volgende artikel, ‘de wijze van meten’, wordt aangegeven op welke wijze de in het bestemmingsplan opgenomen maatvoering moet worden berekend. Ook dit artikel dient om interpretatieproblemen te vermijden. Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels In dit bestemmingsplan zijn vijf enkelbestemmingen en twee dubbelbestemmingen opgenomen. De bestemming Groen, Tuin, Verkeer-Verblijfsgebied, Wonen-1, Wonen-2, Waarde Archeologie-4 en Waterstaatswerk. Per op de verbeelding aangegeven bestemming bevat dit hoofdstuk planregels, welke specifiek voor die bestemming gelden. Ieder artikel begint met een ‘bestemmingsomschrijving’, waarin duidelijk de doelen zijn weergegeven, waarvoor de gronden met de betreffende bestemming gebruikt mogen worden. Vervolgens wordt door middel van de ‘bouwregels’ aangegeven wat en in welke mate op de gronden met deze bestemming mag worden bebouwd. In de ‘ontheffing van de bouwregels’ staat onder welke voorwaarde van welk bouwvoorschrift mag worden afgeweken.

De ‘gebruiksregels’ geven aan wat verboden gebruik is en tenslotte wordt in de strafbepaling beschreven wat strafbaar is in dit kader. Onder voorwaarden mag soms ook van de gebruiksregels worden afgeweken. In het bestemmingsplan komen de volgende bestemmingen voor: 

Enkelbestemming Groen Het voormalige speelveld heeft de bestemming ‘groen’. Dit groen heeft een openbaar karakter. Binnen deze bestemming mogen geen gebouwen worden gebouwd.

Tuin Ten behoeve van een aantrekkelijk dorpsbeeld acht de gemeente het wenselijk om op delen van de erven geen gebouwen toe te staan, met uitzondering van erkers en gebouwtjes voor nutsvoorzieningen. Die delen van de erven hebben de bestemming ‘Tuin’ gekregen. De voorerven dienen in algemene zin vrij te blijven van bebouwing, omdat dat ten koste gaat van de historische bebouwingsstructuur en/of de stedenbouwkundige kwaliteit.

Verkeer - verblijfsgebied De bestemming 'Verkeer - Verblijfsgebied' geldt voor alle wegen binnen de bebouwde kom. De wegen hebben een gemengde verkeers- en verblijfsfunctie. Ter plaatse mogen geen gebouwen worden opgericht, behoudens voor openbare nutsvoorzieningen.

Wonen - 1 Voor de in het plan opgenomen nieuwe beeldbepalende woningen aan de Schagerweg is de bestemming Wonen - 1 opgenomen. De hoofdgebouwen moeten binnen deze bestemming binnen de op de kaart aangegeven bouwvlakken worden gesitueerd. De ligging van de bouwvlakken is afgestemd op het stedenbouwkundig ontwerp. In de regels is opgenomen dat het moet gaan om vrijstaande hoofdgebouwen. Het gebied buiten het bouwvlak kan worden gebruikt als tuin of erf. Verder zijn op zij- en achtererf aan- en uitbouwen en bijgebouwen mogelijk. De goothoogte van de woningen bedraagt maximaal 5 m, de bouwhoogte van een hoofdgebouw mag niet meer dan 9 m bedragen.

Toelichting bestemmingsplan Buitenvaert te Schagerbrug, gemeente Schagen, 2020

61

De gronden met de bestemming Wonen zijn bestemd voor woningen, als dan niet in combinatie met een aan-huis-verbonden-beroep of hobbymatig gebruik voor bed & breakfast. Woningen moeten binnen het bouwvlak worden gebouwd. In de regels staan aanvullende maatvoeringseisen. Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is de maximale bouwhoogte geregeld. Voor het uitoefenen van een aan huis gebonden beroep of bedrijf gelden gebruiksregels. Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van de gebruiksregels voor het bieden van recreatieve nachtverblijven. In de voorschriften is de realisatie van voldoende parkeergelegenheid per woning vastgelegd. In deze bestemming is net als in de bestemming Wonen – 2 een voorwaardelijke verplichting opgenomen die er toe strekt dat deze gronden pas mogen worden bebouwd en gebruikt nadat op grond van de Uitvoeringsregeling Natuurcompensatie Noord-Holland een financiële compensatie is betaald aan de provincie Noord-Holland, waarmee elders nieuw geschikt weidevogelleefgebied kan worden gerealiseerd. Met de betaling van het bedrag waar de financiële compensatie betrekking op heeft (EUR 44.020,28, prijspeil 2014), is aan zowel de voorwaardelijke verplichting in artikel 6.6 als die in artikel 7.6 aanhef en onder b van de planregels voldaan. 

Wonen - 2 Voor de in het plan opgenomen nieuwbouwlocatie achter de Grote Sloot is de bestemming Wonen - 2 opgenomen. Ten opzichte van de bestemming Wonen -1 wordt hier enige flexibiliteit geboden voor de verkaveling en situering. Zo wordt binnen de bestemming Wonen - 2 niet gewerkt met bouwvlakken, maar zijn op de verbeelding gevellijnen aangegeven. In de regels is vervolgens opgenomen dat tenminste één gevel van het hoofdgebouw in de gevellijn, dan wel tot een maximum van 3 m achter de gevellijn wordt gebouwd. Bij de indeling van de bestemmingsvlakken is weliswaar aangesloten bij het stedenbouwkundig ontwerp, maar is flexibiliteit en globaliteit aangehouden voor de exacte situering. Wel is in de regels opgenomen dat er uitsluitend vrijstaande hoofdgebouwen worden gebouwd. Dezelfde erfbebouwingsregeling als bij Wonen - 1 is van toepassing. Zie wat betreft de voorwaardelijke verplichting met betrekking tot financiële compensatie voor de aantasting van weidevogelleefgebied de toelichting op de bestemming Wonen – 1.

Dubbelbestemming Waarde Archeologie-5 Deze gronden zijn mede bestemd voor behoud en bescherming van de archeologische waarden. Dit is een dubbelbestemming, die naast de enkelbestemming geldt. Voor de dubbelbestemming is een uniforme bestemmingsmethodiek van de gemeente Schagen aangehouden. De dubbelbestemming Archeologie is in deze methodiek opgesplitst in acht gebieden, weergegeven door middel van aanduidingen, ‘waarde archeologie – (nummer)’ of ‘waarde vergraven archeologie – (nummer)’. In de Algemene Wijzigingsregels (zie hoofdstuk 3) zijn mogelijkheden opgenomen om het archeologisch regime op een planlocatie op basis van onderzoek te wijzigen. Voor de planlocatie geldt de dubbelbestemming ‘waarde archeologie – 5’. Er mag niet worden gebouwd, met uitzondering van bouwwerken die onder een bepaalde omvang blijven. Het criterium voor het uitvoeren van archeologisch onderzoek is: plannen groter dan 2.500 m2 EN dieper dan 0,50 m. De eerste check is de oppervlakte, kleinere oppervlaktes en dieper: dan ook geen archeologisch vooronderzoek. Bij grotere oppervlakte moet er eerst een archeologisch onderzoek zijn gedaan. De aanvrager van de omgevingsvergunning moet archeologisch onderzoek laten doen.

Toelichting bestemmingsplan Buitenvaert te Schagerbrug, gemeente Schagen, 2020

62

Waterstaat - Waterkering Deze dubbelbestemming beschermt de waterkering en de waterbeheersing die in het plangebied aanwezig is. Deze bestemming heeft een zelfde opzet als de andere dubbelbestemmingen. De bestemming is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen.

Verbeelding Met de digitalisering van ruimtelijke plannen is het lezen en interpreteren van de verbeelding (voorheen plankaart) verandert. Via de website www.ruimtelijkeplannen.nl kunnen bestemmingsplannen (ook in voorbereiding zijnde plannen voor zover deze ter inzage zijn gelegd) worden ingezien. Hoewel de digitale verbeelding het uitgangspunt vormt, blijft het mogelijk het bestemmingsplan analoog in te zien. Op de verbeelding zijn alle functies zodanig bestemd, dat het mogelijk is om met behulp van het renvooi direct te zien welke bestemmingen aan de gronden binnen het plangebied zijn gegeven en welke regels daarbij horen. Uitgangspunt daarbij is dat de verbeelding zoveel mogelijk informatie geeft over de in acht te nemen maten en volumes. Bestemmingsvlak en bouwvlak De in het plan voorkomende bestemmingen bestaan uit twee vlakken: een bestemmingsvlak én een bouwvlak. Het bestemmingsvlak geeft aan waar een bepaald gebruik is toegestaan. Het bouwvlak is een gebied dat op de verbeelding is aangeduid waarvoor de mogelijkheden om gebouwen te bouwen in de regels zijn aangegeven. Het bouwvlak is op de verbeelding voorzien van aanduidingen die betrekking hebben op de maatvoering. Bestemmingsvlakken met een gevellijn geven meer flexibiliteit in de situering en grootte van de woningen. Op de verbeelding is tevens maatvoering aangeduid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9533101/1