29b.1 Toelichting
Tekst van het document
Door de verhoging van de biodiversiteit middels het omvormen van het natuurdoeltype zal er een kwalitatieve verbetering optreden van het functioneren van het Natuur Netwerk Brabant. De plannen dragen ook indirect bij aan een betere natuurwaarden op het landgoed. Met de plannen wordt een werkomgeving gecreëerd die het mogelijk maakt het landgoed zelf te beheren. Vanuit landbouwenclave en werkomgeving de Sneider zal beheer plaatsvinden met runderen en varkens. De runderen zullen door hun begrazing en verspreiding van zaden mede zorgdragen voor de instandhouding van de open structuren op het landgoed. Dit binnen de heide en de natuurlijke graslanden. De varkens worden in de bossen ingezet en zorgen voor een natuurlijke omzet van de strooisellaag. Door de varkens onderdeel te laten worden van de dunning cycli, wordt er onder andere gezorgd voor een natuurlijke bodemverwonding die plaats biedt voor natuurlijke processen als bosverjonging en het tegengaan van zaadkieming van onder andere de Amerikaanse vogelkers. De plannen voorzien verder in economische dragers die maken dat het landgoed duurzaam in stand gehouden kan worden en de natuur kan worden versterkt. Ook dit zorgt voor een kwalitatieve verbetering. In totaal wordt er, door de nieuwe woningen en de locatie voor het landgoedbedrijf een inbreuk gedaan op het NNB van 8330 m 2.
Deze natuur heeft een ontwikkeltijd van circa 60-80 jaar. Hierdoor is fysieke compensatie nodig met een toeslag van 2/3 van het oppervlak. In totaal betekent dit een compensatie van 13.884 m 2. De herbestemming heeft een omvang van circa 28.000 m 2. De natuur die zal worden toegevoegd, is dus tweemaal hetgeen verplicht is als compensatie. De provincie heeft een herbegrenzingsbesluit genomen. De natuurdoeltypen van de aan het NNB toe te voegen gronden zullen worden opgenomen in het Natuurbeheerplan van de provincie. Uitvoering en monitoring zijn op die manier verzekerd. Het Landgoed zal na het gereed komen van het bestemmingsplan de toegevoegde gronden aan het NNB inrichten volgens de nieuwe natuurdoeltypen. De inrichting zal bestaan uit het meer open maken van het bosgebied waardoor er ruimte ontstaat voor heideontwikkeling. Hiermee wordt er een ecologische verbinding gecreëerd tussen de heide ten zuiden en de landbouw enclave “De Sneider”.
30 chthuis Schijf
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, Landgoed Ja
In het bestemmingsplan is voorwaardelijk bepaald dat de nieuwe gebouwen pas in gebruik mogen worden genomen, indien en zolang de compenserende gronden binnen een jaar na inwerkingtreding van onderhavig plan zijn ingericht en worden gebruikt conform de nieuwe bestemming en zoals aangegeven in Bijlage 1 Visie saldobenadering Natuur Netwerk Brabant. Ook in een anterieure overeenkomst is geborgd dat de herbegrenzing inclusief compensatie wordt uitgevoerd en dat het groen duurzaam wordt onderhouden en beheerd. 3.2.2.5 Aardkundige-, cultuurhistorische- en landschappelijke waarden Het plangebied is gelegen in een complex van cultuurhistorisch belang. Artikel 3.29 bepaalt hierover het volgende: Een bestemmingsplan van toepassing op Cultuurhistorisch waardevol gebied: a. b.
is mede gericht op behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden en kenmerken zoals beschreven in de Cultuurhistorische Waardenkaart; stelt regels ter bescherming van de cultuurhistorische waarden en kenmerken van de onderscheiden gebieden.
Op de C ultuurhistorische Waardenkaart is het landgoed Jachthuis Schijf gelegen als complex van cultuurhistorisch belang. Verder bepaalt artikel 3.78 Maatwerk met als doel omgevigskwaliteit het volgende: 1.
Een bestemmingsplan kan voor een concreet initiatief nieuwvestiging mogelijk maken als: a. de ontwikkeling volledig tot doel heeft een versterking te geven van de omgevingskwaliteit en voor dat doel de middelen genereert; b. de realisering van de onder a bedoelde versterking van omgevingskwaliteit niet op een andere wijze is verzekerd; c. de ontwikkeling door meerwaardecreatie aanzienlijk bijdraagt aan algemene belangen zoals sloop van overtollige bebouwing, de aanleg van natuur en bos, de verbetering van het woonen leefklimaat, het terugdringen van de emissie van milieuhinderlijke stoffen of het behoud van cultuurhistorische waarden; d.
2.
de ontwikkeling en de versterking van omgevingskwaliteit passen binnen de gewenste ontwikkelingsrichting van het gebied, bedoeld in Artikel 3.77; e. is onderbouwd dat de activiteit volhoudbaar is naar de toekomst, bezien vanuit duurzaamheid en economisch oogpunt; f. de ontwikkeling past binnen de uitgangspunten, belangen en doelen die deze verordening beoogt te beschermen; en g. bij de uitwerking van het plan deskundigen worden betrokken op het gebied van omgevingskwaliteit, onder wie een deskundige die bij de provincie Noord-Brabant werkzaam is. De bijdrage aan het versterken van omgevingskwaliteit betreft maatwerk waarbij in ieder geval de volgende aspecten in acht worden genomen en juridisch vastgelegd: a. als de activiteit de realisatie van een woning betreft: (…); b. als de ontwikkeling mede tot doel heeft een milieubelastende activiteit te saneren, moeten alle daarvoor aanwezige rechten en toestemmingen, waaronder de verleende vergunningen, zijn ingetrokken; c. als de activiteit de ontwikkeling van een nieuw landgoed betreft: (…); d. als de ontwikkeling plaatsvindt binnen een Cultuurhistorisch waardevol gebied ter behoud van een waardevol cultuurhistorisch complex, zoals beschreven op de Cultuurhistorische Waardenkaart, is de fysieke tegenprestatie gericht op behoud of versterking van de aldaar benoemde waarden en kenmerken.
Toetsing Het plan voorziet onder andere in economische dragers om het landgoed Jachthuis Schijf duurzaam in stand te kunnen houden en de cultuurhistorische en natuurwaarden te versterken. Nieuwvestiging is toegestaan op grond van artikel 3.78 van de IOV. In Bijlage 2 is de Ontwikkelingsrichting voor het gebied opgenomen. De onderhavige ontwikkeling past daarin en past ook binnen de uitgangspunten, belangen en doelen van de IOV. De ontwikkeling draagt bij aan algemene belangen, namelijk aan verbetering van de natuurlijke waarden op het landgoed en de cultuurhistorische waarden van het complex. Er is hier dus sprake van meerwaardecreatie. In een tussen de eigenaar van het landgoed en de gemeente Rucphen gesloten anterieure overeenkomst is geborgd dat de woningen en het landgoedbedrijf minimaal 25 jaar na onherroepelijk worden van het bestemmingsplan onderdeel van het landgoed blijven. Daartoe wordt ook een kwalitatieve verplichting gelegd op de percelen. Bij de
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, Landgoed Jachthuis Schijf 31
uitwerking van het plan zijn deskundigen op het gebied van omgevingskwaliteit betrokken. Het betreft deskundigen die werkzaam zijn bij de gemeente Rucphen en de provincie Noord-Brabant. Het landgoed was door de vorige eigenaar verwaarloosd. De huidige eigenaar revitaliseert het landgoed tot volwaardig en duurzaam beheerd landgoed. Mede door de omvang van het landgoed, moet die revitalisatie en het daaropvolgende, reguliere beheer kostenefficiënt gebeuren. Door de vestiging van het landgoedbedrijf kan het onderhoud in eigen beheer worden uitgevoerd, waarmee veel kosten bespaard worden. Daarnaast zorgen de beoogde overige drie woningen voor de benodigde aanvullende geldstromen. De versterking van de omgevingskwaliteit is niet op een andere wijze verzekerd. Het landgoed kan namelijk geen gebruik maken van het subsidiestelsel voor natuurbeheer zoals dat is opgezet voor instandhouding van natuur en landschap vanuit het Rijk, omdat er op dit moment geen financiële middelen beschikbaar zijn bij de provincie voor nieuwe toetreders tot het subsidiestelsel. Het landgoed is inmiddels wel gecertificeerd als beheerder binnen de eisen van het subsidiestelsel. Hierna wordt toegelicht hoe het plan bijdraagt aan versterking van de cultuurhistorische waarden en dat het past binnen de Ontwikkelingsrichting.
Werkomgeving en twee wooneenheden bij de Sneider Uit de historische kaarten is duidelijk dat de landbouwenclave bij De Sneider zeker sinds de 18e eeuw bestaat. Vanuit deze historie worden de contouren van de enclave behouden, hersteld en versterkt. Dit wordt bereikt door de huidige omzoming te behouden en op deze open plekken te accentueren met solitaire bomen en boomrijen. Daarnaast wordt de historische verkaveling behouden door de watergangen weer zichtbaar te maken. De historische toegangswegen naar het gebied vanuit de Achtmaalsebaan worden hersteld. Van de historische zandwegen is er nog maar een zichtbaar. Binnen de contour van de zandwegen wordt de beoogde bebouwing toegevoegd. Binnen de cultuurhistorische context van het landgoed is dit in wezen de enige logische plek voor het gewenste landgoedbedrijf. Het is op een open plek tegen de noordzijde van De Sneider. Hoewel hier, in de geschiedenis van het landgoed, nooit een boerderij of andere functie heeft gestaan, is dit wel de locatie waar functie en plek het beste bij elkaar passen. Dat is dan op een ‘kruising’ van natuurbeheer, bosbouw en agrarisch grondgebruik. Aan de ene kant is er de oude, agrarische enclave, aan de andere kant zijn er de uitstrekte Rucphense bossen. Voordeel van deze locatie is ook dat deze nu reeds goed bereikbaar is voor het materieel van en voor het landgoed.
Ook sluit dit aan bij de structuur die bij veel andere landgoederen en natuurgebieden te zien is. Landbouwenclaves zijn vaak ook de huiskavel van een boerderij die op of bij de enclave zelf aanwezig zijn. Vanuit dat principe is voor het landgoedbedrijf en de reguliere woning daarbij het uitgangspunt dat de gebouwen in ruimtelijk optiek één erf vormen. De nieuwe gebouwen worden daartoe gegroepeerd rondom een gemeenschappelijk erf. De beoogde uitwerking daarvoor is in paragraaf 2.2.1.1 reeds aangegeven. De nieuwe bebouwing zorgt ervoor dat de landbouwfunctie aan de rand van De Sneider versterkt wordt. Door de versterking van de enclave kan een van de oudste stukken van het landgoed duurzaam ontwikkeld worden. Ook draagt de werkomgeving indirect bij aan de instandhouding van de landschappelijke waarden. Dit voorziet immers in de dagelijkse ondersteuning van het beheer van het landgoed. Dat de beheerder hier kan wonen zorgt ervoor dat de beheerder direct betrokken is en bereikbaar is. De tweede woning zorgt voor extra inkomsten en is beperkt in omvang en passend op deze locatie vanwege de historische landbouwenclave. Het toevoegen van deze economische dragers van beperkte omvang, passende functie en op een passende locatie is in overeenstemming met de Ontwikkelingsrichting.
32 chthuis Schijf
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, Landgoed Ja
Historische kaarten De Sneider Twee poortwoningen aan de historische oprijlaan Om het landgoed zichtbaar te maken vanaf de openbare weg en daarbij het historisch karakter van het landgoed te versterken is gekozen om twee poortwoningen met poort toe te voegen aan het landgoed. De poortwoningen oriënteren zich daarbij aan de toegangslaan naar de veldkapel. De woningen zullen ruimtelijk bijdragen aan het karakter van het landgoed en zijn daarbij onderscheidend aan de lintbebouwing aan de Hoeksestraat vanuit het dorp Schijf. De entree wordt beter herkenbaar gemaakt en versterkt zo de cultuurhistorische waarden van het landgoed. Het ontwerp van de bebouwing heeft daarbij een mate van stoerheid en een directe link met het jachthuis. De functie wonen is een aanvaardbare economische drager en wordt op een locatie ingepast die het cultuurhistorische karakter van de oprijlaan verstrekt. Dit is in overeenstemming met de Ontwikkelingsrichting.
Historische kaart en luchtfoto Jachthuis bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, Landgoed Jachthuis Schijf 33
Het jachthuis is een Rijksmonument. Onderhavig plan voorziet niet in nieuwe ontwikkelingen die een negatieve invloed hebben op de cultuurhistorische waarde van het jachthuis. Het jachthuis zal behouden blijven in de huidige staat. Drevenstructuur Onderhavig plan voorziet op een indirecte wijze in het behoud en herstel van de drevenstructuur. De voorgenomen ontwikkelingen zorgen voor nieuwe financiële middelen om het landgoed duurzaam te kunnen onderhouden. Hierdoor wordt het ook mogelijk om de drevenstructuur te behouden en versterken. 3.2.2.6 Groenblauwe mantel Verder is het plangebied gelegen in de groenblauwe mantel. Artikel 3.32 bepaalt hierover het volgende: Lid 1. Een bestemmingsplan van toepassing op de Groenblauwe mantel: a. b. c.
strekt tot behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van het watersysteem en de daarmee samenhangende ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden en kenmerken; stelt regels ter bescherming van de ecologische, landschappelijke en hydrologische waarden en kenmerken van het gebied; borgt dat een ontwikkeling gepaard gaat met een positieve bijdrage aan de bescherming en ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden en kenmerken.
Lid 2. De toelichting bij een bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid bevat een beschrijving van de aanwezige ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden en kenmerken. Toetsing Met onderhavig plan wordt enkel grond herbestemd binnen de groenblauwe mantel. Het gaat om de gronden die reeds gebruikt worden voor landbouw, maar nog geen agrarische bestemming hebben. Hiermee wordt geen afbreuk gedaan aan het watersysteem en de ecologische en landschappelijke waarden van het gebied. 3.2.2.7 C onclusie Dit bestemmingsplan is in overeenstemming met de Interim omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant.
3.2.3 Ontwerp Omgevingsverordening De ontwerp Omgevingsverordening Noord-Brabant is op 23 maart 2021 vastgesteld en heeft van 9 april tot en met 20 mei 2021 ter inzage gelegen. De ingekomen reacties worden nu beoordeeld en kunnen leiden tot wijzigingen van het vastgestelde ontwerp. Naar verwachting stellen Provinciale Staten de omgevingsverordening eind 2021 vast. De omgevingsverordening treedt gelijk met de Omgevingswet op 1 juli 2022 in werking. Hierna worden de belangrijkste relevante verschillen beschreven ten opzichte van de Interim omgevingsverordening.
Artikel 4.14 Maatwerk met als doel omgevingskwaliteit In de nieuwe Omgevingsverordening komt het huidige artikel 3.31 (dat voorziet in de nieuwvestiging van functies op en voor een complex van cultuurhistorisch belang) in gewijzigde vorm terug. De ontwerp-Omgevingsverordening bepaalt in artikel 4.14 dat een omgevingsplan voor een concreet initiatief buiten bestaand ruimtebeslag een bouw- of gebruiksactiviteit mogelijk maken als de activiteit volledig tot doel heeft de omgevingskwaliteit te versterken en voor dat doel de middelen genereert. De bijdrage aan het versterken van omgevingskwaliteit betreft maatwerk, zo stelt lid 2 van het artikel. Een van de aspecten die daarbij betrokken en gebord moeten worden betreft dat ‘ingeval de ontwikkeling plaatsvindt binnen een C ultuurhistorisch waardevol gebied ter behoud van een waardevol cultuurhistorisch complex, zoals beschreven op de C ultuurhistorische Waardenkaart, de invulling past binnen de aldaar benoemde kwalitatieve uitgangspunten’. In wezen is het doel hiermee onveranderd ten opzichte van de Interim Omgevingsverordening. Ontwikkelingen op complexen met grote cultuurhistorische waarden zijn mogelijk als die ontwikkelingen bijdragen aan het behouden en versterken van die waarden.
Artikel 4.46 Groenblauwe waarden Een omgevingsplan van toepassing op Groenblauwe waarden:
34 chthuis Schijf
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, Landgoed Ja
a.
b. c. d.
strekt tot het behoud, het herstel of de duurzame ontwikkeling van het watersysteem en de daarmee samenhangende ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden en kenmerken; bevat een beschrijving van de ecologische, landschappelijke en hydrologische waarden en kenmerken van het gebied; stelt regels ter bescherming van de ecologische, landschappelijke en hydrologische waarden en kenmerken van het gebied; borgt dat een ontwikkeling gepaard gaat met een positieve bijdrage aan de bescherming en ontwikkeling van ecologische, landschappelijke en hydrologische waarden en kenmerken van het gebied.
In de Interim omgevingsverordening wordt gesproken over 'groenblauwe mantel', in het ontwerp over 'groenblauwe waarden'. Inhoudelijk is er niets veranderd aan deze regeling. Verder is er inhoudelijk ook niets veranderd met de regeling voor het Natuur Netwerk Brabant.
3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1 Toekomstvisie Puur Rucphen De toekomstvisie 'Puur Rucphen' is vastgesteld door de gemeenteraad op 23 september 2015. In deze toekomstvisie worden de maatschappelijke opgaven voor de komende jaren beschreven. De gemeente beschrijft dat haar rol als overheid en de invulling van regionale samenwerking radicaal anders wordt: van burgerparticipatie naar overheidsparticipatie en van samenwerking omdat het moet naar samenwerking omdat het loont. De inhoudelijke en bestuurlijke keuzes in de toekomstvisie zijn uitgewerkt in de volgende perspectieven: 1. 2. 3. 4.
Aantrekkelijk wonen Vrijetijdseconomie Zorgzame en zelfredzame gemeenschappen Overheidsparticipatie
5.
Regionale samenwerking
De eerste drie perspectieven geven aan wat de gemeente wil bereiken. De overige twee gaan over hoe de gemeente gaat organiseren dat de ambities realiteit worden. Het enige relevante perspectief uit de toekomstvisie is aantrekkelijk wonen. De ambitie voor dit perspectief is als volgt: 'In 2030 onderscheiden Rucphen, Schijf, Sprundel, St. Willebrord en Zegge zich regionaal in woonaantrekkelijkheid' Specifiek over Schijf wordt het gezegd dat Schijf een aantrekkelijke kleine woonkern is, mede door de relatie met het buitengebied. Voor de meeste voorzieningen zijn de inwoners aangewezen op de grotere kernen en buurgemeenten. Hoewel de toekomstvisie geen specifieke uitspraken doet over het wonen in het buitengebied, draagt onderhavig plan toch bij aan de ambitie. Met dit plan worden namelijk drie reguliere woningen gerealiseerd in het buitengebied en op het landgoed. Hiermee wordt bijgedragen aan aantrekkelijk wonen voor mensen die graag in het buitengebied en/of midden in de natuur willen wonen.
Conclusie Onderhavig plan is overeen met de toekomstvisie van de gemeente Rucphen.
3.3.2 Structuurvisie Ruphen 2030 De Structuurvisie Rucphen 2030 is vastgesteld door de gemeenteraad op 11 december 2013. Met deze nieuwe structuurvisie geeft de gemeente richting aan ruimtelijke ontwikkelingen binnen de gemeente. Deze structuurvisie is een herijking van de structuurvisie uit 2003. Het ruimtelijk beleid van de gemeente is aangegeven op de visiekaart. Op de visiekaart is het landgoed gelegen binnen de Rucphense bossen en in/nabij de EHS / Groenblauwe mantel. Het beleid hiervoor is als volgt. Rucphense bossen: versterken natuur en extensieve recreatie (onderdeel EHS) De Rucphense Bossen hebben een belangrijke recreatieve en natuurfunctie. De nadruk in de visie ligt op het beschermen en versterken van de natuurwaarden en op de infiltratiefunctie. Recreatief medegebruik is een belangrijke nevenfunctie. In beginsel zijn geen rode ontwikkelingen toegestaan, tenzij er sprake is van een economische drager met een aantoonbare meerwaarde voor de
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, Landgoed Jachthuis Schijf 35
cultuurhistorische- en natuurwaarden in het gebied. Nieuwe ontwikkelingen worden getoetst aan behoud van de natuurwaarden en van de infiltratiemogelijkheden. In het noordelijk deel is de meeste ruimte voor recreatieve functies beschikbaar van- wege de nabijheid van de kernen en de recreatieve natuurpoort nabij de Posthoorn. Er worden thema-routes en recreatieve voorzieningen (zoals informatieborden, parkeerplaatsen, picknickplaatsen en banken ed.) uitgewerkt voor extensieve recreatie. Het middengebied onderscheidt zich door de militaire functie, naast de hoofdfunctie natuur en de nevenfunctie extensieve recreatie. In het zuidelijke deel ligt de meeste nadruk op de natuur en is op kleine schaal ook nog extensieve recreatie mogelijk. Dit gebied is voornamelijk privé-eigendom. Zowel aan de westelijke rand van de Rucphense Bossen als de oostelijke bosrand richting Schijfse Vaart is een geleidelijker overgang wenselijk, in de vorm van extra kavelbeplantingen en houtwallen. EHS / Groenblauwe mantel De Rucphense bossen, de bossen rond het MOB-complex en enkele verspreide gebieden maken onderdeel uit van de ecologische hoofdstructuur. Het verknopen en versterken van de natuurfunctie en extensieve recreatie is gewenst.
De groenblauwe mantel heeft een bufferfunctie rond natuurgebieden en bestaat overwegend uit agrarisch gebied met belangrijke nevenfuncties voor natuur, water en (extensieve) recreatie. In de groenblauwe mantel is het beleid naast behoud van de bestaande functies gericht op behoud én ontwikkeling van natuur en water (-beheer) waarmee wordt bijgedragen aan de bescherming van de waarden in het aangrenzende natuurgebied en er een landschappelijk geleidelijker overgang tussen agrarisch gebied en natuurgebied ontstaat.
Visiekaart met het plangebied globaal in rood omkaderd Het plangebied ligt in het zuidelijke deel van de Rucphense bossen. Het landgoed is privé-eigendom. Het beleid voor de Rucphense bossen bevat verder geen specifieke uitgangspunten voor het oprichten van een bedrijfslocatie en enkele woningen. Het beleid voor de groenblauwe mantel is het behouden van de bestaande functies en het behoud en de ontwikkeling van natuur en water. Met onderhavig plan wordt een deel van de gronden, welke reeds in
36 chthuis Schijf
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, Landgoed Ja
gebruik zijn als landbouwgronden, herbestemd. Hiermee wordt geen afbreuk gedaan aan de bestaande functies en de natuur. Verder wordt er een groot deel van de nieuwe ontwikkelingen gecompenseerd voor het Natuur Netwerk Brabant, waarmee de ontwikkeling van de natuur gewaarborgd wordt.
Conclusie Onderhavig plan is in overeenstemming met de structuurvisie.
3.3.3 Visie Duurzaamheid 2019-2030 De gemeente Rucphen heeft de Visie Duurzaamheid 2019-2030 'Samen werken aan een toekomstbestendig Rucphen' vastgesteld. Deze visie biedt het kader voor het duurzaamheidsbeleid van de gemeente Rucphen. In de Visie Duurzaamheid richt de gemeente zich op de volgende zes thema's: Klimaat, Energie en Wonen; Groen en Water; Afval en Grondstoffen; Mobiliteit; Landbouw; Gemeente. Voor onderhavig plan is voornamelijk het eerste thema relevant: Klimaat, Energie en Wonen. Onderhavig bestemmingsplan voorziet namelijk in de vestiging van totaal vier woningen en een bedrijfslocatie. Het doel van dit thema is om in 2050 energieneutraal te zijn, wat tevens aansluit op het hoofddoel van de Klimaatwet. Hierna worden de relevante opgaven voor dit thema besproken. 3.3.3.1 Klimaat Er is steeds vaker sprake van hevige regenval, hoge temperaturen en zware stormen. Op klimaatverandering kan de gemeente weinig invloed uitoefenen. Wel is het mogelijk om de leefbaarheid in de bebouwde omgeving te beïnvloeden. Onder andere door het verminderen van het verhard oppervlak kunnen de nadelige gevolgen van hevige regenval worden tegengegaan.
De ambitie voor klimaat is als volgt: 'Streven naar het verminderen van het verhard oppervlak in particuliere tuinen met 20% in 2030 ten opzichte van 2019.' 3.3.3.2 Isoleren Isoleren De twee hoofdtaken voor het energiethema zijn het zoeken naar alternatieve, hernieuwbare vormen van energie en het onderzoeken op welke manieren gebouwen in de toekomst verwarmd kunnen worden. Hoewel de technieken voor nieuwe warmte- en energiebronnen nog vol in ontwikkeling zijn, is de opgave om op korte termijn de energievraag te beperken. Bij nieuwbouw is het streven op korte termijn dat woningen duurzaam gebouwd worden met Energielabel A. De ambitie bij isoleren is als volgt: 'Het streven is bij woningbouw in 2030 een energiebesparing te bereiken van 20% ten opzichte van 2019.' 3.3.3.3 Energietransitie In 2019 is door de gemeenteraad besloten wat het aanbod aan hernieuwbare energie is. Ook stelt de raad in 2021 het Warmteplan voor de gemeente vast. Hierin staat welke vormen van hernieuwbare energie de gemeente in gaat zetten op het moment dat alle woningen gasloos moeten zijn. Dit moment is bepaald door het Rijk op 2050. Verder worden er jaarlijks prestatieafspraken gemaakt met Thuisvester, waaronder over het verduurzamen van de woningvoorraad. Thuisvester streeft er naar dat haar woningen eind 2021 gemiddeld energielabel B hebben.
Daarnaast wordt er, in het kader van de woonvisie, gekeken of de particuliere woningbezitters door stimuleringsregelingen uitgenodigd kunnen worden om hun woningen te verduurzamen. Dit kan bijvoorbeeld door zonnepanelen. De ambitie bij energietransitie is als volgt: 'Het aanbieden van het regionaal bod hernieuwbare energie in 2019 aan de provincie Noord- Brabant waarbij de gemeente Rucphen eveneens zijn verantwoording neemt met betrekking tot de bijdrage van hernieuwbare energie in de gemeente Rucphen. Bij het opstellen van het bod hernieuwbare energie wordt geen enkele energiebron uitgesloten.'
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, Landgoed Jachthuis Schijf 37
3.3.3.4 Duurzaam bouwen In 2014 heeft de gemeente het C onvenant Duurzaam Bouwen West-Brabant ondertekend. Voor het verduurzamen van nieuwe en bestaande woningen moeten uitvoeringsprogramma's worden opgesteld en mogelijk ook kaders worden vastgesteld om de uitvoering van concrete activiteiten te bevorderen. Deze concrete activiteiten gaan grotendeels over duurzame energieopwekking en isolatie, maar ook het gebruik van duurzame materialen zijn van belang. De ambitie bij duurzaam bouwen is als volgt: 'Bij nieuwbouw is op korte termijn het streven dat nieuwe duurzame woningen worden gebouwd met een Energielabel A. Voor bestaande woningbouw is het behalen van een gemiddeld Energielabel B in 2030 het streven.' 3.3.3.5 Toetsing Onderhavig bestemmingsplan voorziet in de realisatie van totaal vier nieuwe woningen en een bedrijfslocatie voor een landgoedbedrijf. Ten eerste worden de nieuwe erven voorzien van een halfverharding, waardoor hemelwater makkelijk in de bodem kan infiltreren. Daarnaast krijgen de nieuwe gebouwen energielabel A, onder andere door goede isolatie. Daarnaast wordt gedacht aan het gebruik van een warmtepomp en zonnepanelen. De woningen worden niet aangesloten op aardgas.
Conclusie Onderhavig plan is in overeenstemming met de Visie Duurzaamheid 2019-2030 van de gemeente Rucphen.
3.4 Landgoederen De gemeenteraad heeft op 3 januari 2017 de beleidsvisie 'Landgoederen, vandaag en morgen' vastgesteld. Hierin zijn beleidsuitgangspunten voor landgoederen binnen de gemeente Rucphen beschreven. Over landgoed Jachthuis Schijf is het volgende beschreven. Het landgoed Jachthuis Schijf is het enige historische landgoed binnen de gemeente. Het landgoed was in het verleden groter en is in de loop der jaren door verkoop van delen verkleind. Om de instandhouding van het landgoed duurzaam te borgen, is het toevoegen van nieuwe economische dragers gewenst. Economische dragers die passen bij de historie en het karakter van het gebied. Te denken valt aan landbouw, bosbouw en woonfuncties. Waar mogelijk worden delen van het gebied die vroeger onderdeel uitmaakten van het landgoed, betrokken bij de ontwikkeling. Verder zijn ook de specifieke, gemeentelijke uitgangspunten voor historische landgoederen beschreven die aanvullend meegenomen worden bij de toetsing van initiatieven in historische landgoederen: De wijze waarop gebieden, die vroeger onderdeel uitmaakten van het landgoed, betrokken worden bij de ontwikkeling; Bestaande vegetatie en te ontwikkelen natuur wordt afgestemd op historische structuren en beplanting.
Indien er sprake is van nieuwe natuur waarbij geen historische context bekend is wordt de natuurontwikkeling gebaseerd op het Natuurbeheerplan Brabant aangeduid in een beheertype. Toetsing Het landgoed is nog één geheel; er zijn geen gebieden die niet meer deel uitmaken van het landgoed. Daarnaast voorziet onderhavig plan niet in de ontwikkeling van nieuwe natuur. Dit bestemmingsplan geeft wel uitvoering aan de gewenste instandhouding van het landgoed Jachthuis Schijf door het toevoegen van nieuwe economische dragers. Conclusie Onderhavig plan is in overeenstemming c.q. niet in strijd met de landgoederenregeling van de gemeente Rucphen.
38 chthuis Schijf
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, Landgoed Ja
3.5 Landschapsontwikkelingsplan In maart 2009 heeft de gemeenteraad het Landschapsontwikkelingsplan Rucphen vastgesteld. Dit plan is opgesteld om sturing te kunnen geven aan komende (voorzienbare) ontwikkelingen in het buitengebied. Tegelijkertijd geeft het een handvat om de wenselijkheid van onvoorzienbare ontwikkelingen te kunnen beoordelen. Het landschapsontwikkelingsplan is hiermee een ontwikkelingsgerichte beleidsvisie. In het plan is gewerkt met deelgebieden. Voor onderhavig plan is het deelgebied 'Rucphense Bossen' relevant. De opgaven voor dit landschap zijn als volgt beschreven: De Rucphense Bossen zijn aangewezen als infiltratiegebied en grondwaterbeschermingsgebied, vanwege hun functie als voedingsgebied voor diep en ondiep grondwater. Verder maken ze samen met de natte natuurgebieden bij Zundert (zoals De Moeren) deel uit van een zogenoemde Regionale Natuuren Landschappelijke Eenheid (RNLE). Delen van het bos zijn aangeduid als natte natuurparel. De randen van de bossen en de ingesloten kavels zijn in de reconstructie aangeduid als extensiveringgebied natuur. Toetsing Het Landschapsontwikkelingsplan bevat geen relevante uitgangspunten voor onderhavig plan. Onderhavig plan betreft praktisch alleen de realisatie van drie reguliere woningen en een landgoedbedrijf met bedrijfswoning.
Dit heeft geen invloed op het functioneren van het grondwaterbeschermingsgebied in de Rucphense Bossen. Conclusie Onderhavig plan is in overeenstemming c.q. niet in strijd met het Landschapsontwikkelingplan van de gemeente Rucphen.
3.6 Visie (Vrijetijds) Economie gemeeente Rucphen 2020-2025 Op 5 februari 2020 heeft de gemeenteraad de Visie (Vrijetijds) Economie gemeeente Rucphen 2020-2025 vastgesteld. Voor vrijetijdseconomie is in de toekomstvisie aangegeven wat de gemeente wil bereiken. Met deze visie wordt hier verder op voortgebouwd en staan de volgende thema’s centraal: detailhandel en horeca, toerisme, samenwerking economie, arbeidsmarkt, vestiging bedrijven in de kernen, veilig ondernemen en bedrijventerrein Nijverhei. Deze thema’s zijn de bouwstenen voor de gemeente waar het goed ondernemen en recreëren is. De gemeente wil dat het aantrekkelijk blijft om in de gemeente te ondernemen en te werken. In de kernen is detailhandel en horeca aanwezig en er is een bedrijventerrein de Nijverhei. Dit kenmerkt zich door lokaal gebonden bedrijvigheid. De gemeente wil een goed ondernemersklimaat waarvoor zij samen wilt werken met ondernemers. De gemeente heeft een toeristisch aanbod met de Rucphense bossen, fiets- en wandelpaden, religieus erfgoed en voor de avonturiers is er genoeg te beleven in de Binnentuin en bij de recreatieve ondernemers. De gemeente wil dit aanbod in samenwerking met de ondernemers verder uitbreiden en op de kaart zetten. Zodat de bekendheid van gemeente Rucphen groter wordt en we meer bezoekers trekken voor een langer verblijf.
Een goed ondernemersklimaat en het aantrekken van recreanten biedt als voordeel dat het draagvlak onder voorzieningen ook voor eigen inwoners wordt versterkt, bijvoorbeeld horeca, zwembad en detailhandel. Zo draagt een sterke vrijetijdseconomie bij aan de leefbaarheid van onze dorpen. Toetsing Het landgoed is en wordt niet opengesteld, waardoor de Visie (Vrijetijds) Economie gemeeente Rucphen geen relevante uitgangspunten bevat voor dit bestemmingsplan.
3.7 BOOM Boombeleid gemeente Rucphen Op 16 juni 2021 heeft de gemeenteraad het BOOM Boomnbeleid gemeente Rucphen vastgesteld. Dit is een beleidsstuk waarin de gemeente haar ambitie voor een groot deeel van de groene leefomgeving heeft vastgelegd. Waardevolle bomen (en houtopstanden) binnen de gemeente worden sinds 2012 beschermd door de groene kaart (op grond van de APV). Ter voorkoming van subjectiviteit zijn er nieuwe criteria opgesteld die duidelijker, objectiever en beter te handhaven zijn. Daarnaast zijn er minder criteria die daardoor ook beter naar de eigenaren van de bomen te communiceren zijn. Duidelijke beoordelingscriteria
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, Landgoed Jachthuis Schijf 39
zorgen voor een deugdelijke motivatie waarom bomen op de groene kaart geplaatst worden. Dit betreft zowel bomen in het openbaar gebied als op private terreinen. De gemeente wijst een boom aan als waardevol wanneer er, met inachtneming van de genoemde randvoorwaarden, tevens sprake is van tenminste één van de volgende criteria: De boom kent een cultuurhistorische waarde; De boom kent een hoge waarde voor natuur en milieu; De boom heeft een waarde binnen de groenstructuur; De boom staat op particuliere grond en heeft een hoge individuele waarde. Voor de bomen op deze lijst betekent dit vooral dat ze in basis niet gekapt mogen worden. Een omgevingsvergunning, activiteit kappen, moet worden aangevraagd. Er dient hierbij door de initiatiefnemer een goede motivatie tot kap gegeven te worden. Voor alle bomen (en houtopstanden) die op de groene kaart staan dient (financiële) compensatie plaats te vinden. Voor de bomen die onder de Wet natuurbescherming vallen gelden de daarvoor van toepassing zijnde wet- en regelgeving. Op de groene kaart is in het plangebied sprake van particuliere houtopstanden. Het betreft puntvormige, lijnvormige en vlakvormige elementen. Toetsing De vlakvormige, lijnvormige en puntvormige elementen op de groene kaart betreffen waardevolle bospercelen en enkele lanen binnen het landgoed en enkele bomen rondom het jachthuis.
De waardevolle houtopstanden zullen door onderhavig plan grotendeels niet wijzigen. Enkel op de locatie waar de poortwoningen geprojecteerd zijn zullen bomen gekapt worden. Deze bomen zijn niet beschermd door de APV, maar door de Wet natuurbescherming.
3.8 Nota Parkeernormen Rucphen 2017 De gemeente Rucphen heeft op 31 mei 2017 de Nota Parkeernormen vastgesteld. Hierin is het parkeerbeleid voor de gemeente beschreven. Binnen de gemeente Rucphen staan tal van ruimtelijke ontwikkelingen met name in of in de nabijheid van de bebouwde kommen te gebeuren. Het realiseren van deze extra ruimtelijke ontwikkelingen leidt vaak tot verdichting van de openbare ruimte, extra verkeer op de bestaande wegen en ook extra parkeerdruk. Door het vaststellen van uniforme parkeernormen wordt een duidelijke richting gegeven aan de mate van faciliteren van parkeervoorzieningen. In paragraaf 2.2.3 is de toetsing aan dit beleid beschreven.
40 chthuis Schijf
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, Landgoed Ja
Hoofdstuk 4
Milieuhygiënische aspecten
4.1 Inleiding Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (verder: Bro) moet de gemeente in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving opnemen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In deze paragraaf worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema's bodem, milieuzonering, geluid, luchtkwaliteit en externe veiligheid, erfgoed en ecologie. Ook is een paragraaf gewijd aan het al dan niet noodzakelijk zijn van een milieueffectrapportage of milieueffectbeoordeling.
4.2 Bodem Onderzocht moet worden of de bodem verontreinigd is en wat voor gevolgen een eventuele bodemverontreiniging heeft voor de uitvoerbaarheid van het plan. Een nieuwe bestemming mag pas worden opgenomen als is aangetoond dat de bodem geschikt (of geschikt te maken) is voor de nieuwe of aangepaste bestemming. Wanneer (een deel van) de bodem in het plangebied verontreinigd is, moet worden aangetoond dat het bestemmingsplan, rekening houdend met de kosten van sanering, financieel uitvoerbaar is. Bodemonderzoeken mogen in de regel niet ouder dan 5 jaar oud zijn. Uitzondering hierop zijn de plannen waar de bodem niet verdacht is op bodemverontreiniging en/of bodemonderzoeken de bodemkwaliteit voldoende weergeven en er geen onoverkomelijke problemen te verwachten zijn bij de bestemmingsplanwijziging. Met onderhavig plan wordt in totaal voorzien in vier woningen, enkele bedrijfs- en bijgebouwen en een functiewijziging van onbebouwde gronden. Voor zover bekend is op basis van historische kaarten het grondgebruik op de locaties van de geprojecteerde woningen agrarisch geweest of het betroffen natuurgronden. Er zijn dan ook geen aanwijzingen die ertoe wijzen dat de bodem verontreinigd kan zijn. Er kan gesteld worden dat de bodemkwaliteit voldoende is voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan. Een bodemonderzoek is niet nodig.
In het kader van de aanvraag omgevingsvergunning voor de nieuwe woningen zal wel een verkennend bodemonderzoek worden uitgevoerd.
4.3 Bedrijven en milieuzoneringen Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de daarvoor algemeen aanvaarde VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gebruikt. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.
Met onderhavig plan wordt een milieubelastende en milieugevoelige functies toegevoegd. De milieubelastende functie is het landgoedbedrijf en de milieugevoelige functies zijn de woningen. Derhalve is sprake van zowel inwaartse als uitwaartse zonering.
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, Landgoed Jachthuis Schijf 41
Het landgoedbedrijf komt het best overeen met 'bosbouwbedrijven' uit de richtafstandenlijst van de VNG. Hiervoor geldt milieucategorie 3.1, met een richtafstand van 50 meter, met geluid als maatgevend aspect De geprojecteerde reguliere woning, naast de bedrijfswoning bij het landgoedbedrijf, is op meer dan 60 meter afstand gelegen van de bedrijfsbebouwing. De bestemmingen van beide functies grenzen aan elkaar. Daarom is door De Roever Omgevingsadvies een akoestisch onderzoek naar industrielawaai uitgevoerd. Dit onderzoek is opgenomen als Bijlage 5. Het akoestisch onderzoek naar industrielawaai is uitgevoerd om de geluidbelasting vanwege het landgoedbedrijf op de woningen in de omgeving vast te stellen. Het hoogst berekende langtijdbeoordelingsniveau is 35,6 dB(A) etmaalwaarde. Hiermee wordt voldaan aan de richtwaarde van 45 dB(A) uit de Handreiking Bedrijven en Milieuzoneringen. De grenswaarde uit het Activiteitenbesluit bedraagt 50 dB(A) etmaalwaarde. Ook hier wordt aan voldaan. Verder is ook de geluidbelasting op de stiltegebieden berekend. De grenswaarde uit de omgevingsverordening Noord-Brabant (artikel 2.41 lid a) bedraagt 40 dB(A) LAeq, 24 uur op een afstand van 50 meter vanaf de grens van de inrichting. Ter plaatse van alle toetspunten wordt aan deze richtwaarde voldaan. De gewenste inrichting is inpasbaar binnen het Stiltegebied.
Naast het langtijdbeoordelingsniveau is ook het maximaal geluidniveau berekend. De grenswaarde uit zowel de Handreiking Bedrijven en Milieuzoneringen bedraagt respectievelijk 70, 65 en 60 dB(A) in de dag, avond en nacht. Ter plaatse van alle beoordelingspunten wordt aan deze richtwaarde voldaan. Gesteld kan worden dat sprake is van een acceptabel woon- en verblijfklimaat ter plaatse van woningen in de omgeving, inclusief de te realiseren dienstwoningen. Tot slot is er nog een berekening uitgevoerd naar indirecte hinder. De richtwaarde uit de Handreiking Bedrijven en milieuzonering bedraagt 50 dB(A) etmaalwaarde. Ter plaatse van alle beoordelingspunten wordt aan deze richtwaarde voldaan. Gesteld kan worden dat sprake is van een acceptabel woon- en verblijfklimaat ter plaatse van woningen in de omgeving, inclusief de te realiseren dienstwoningen. Er kan geconcludeerd worden dat industrielawaai de uitvoerbaarheid van onderhavig plan niet in de weg staan. Het landgoedbedrijf en de naastgelegen burgerwoning kunnen in elkaars directe nabijheid worden gesitueerd, zonder dat de ene functie hinder ondervindt van de andere functie. De poortwoningen zijn op meer dan 1,5 km afstand geprojecteerd. Op circa 200 meter ten noordwesten van de geprojecteerde bedrijfsbebouwing is bebouwing voor verblijfsrecreatie aanwezig. Ook deze afstand is ruimschoots boven de richtafstand.
Overige milieugevoelige functies liggen ruimere afstand. Qua uitwaartse zonering vormen milieuzoneringen geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan. Voor inwaartse zonering geldt het volgende. Aan de Antwerpsebaan 14 is een loonbedrijf aanwezig. Hiervoor geldt milieucategorie 3.1, met een richtafstand van 50 meter. Dit bedrijf is op ruim 400 meter ten noorden van de geprojecteerde nieuwe woningen aan De Sneider gelegen en op meer dan 1,8 km van de poortwoningen. Verder is er nog een loonbedrijf aanwezig aan de Roosendaalsebaan 7. Ook hiervoor geldt milieucategorie 3.1, met een richtafstand van 50 meter. Dit bedrijf is op ruim 700 meter ten noordoosten van de geprojecteerde poortwoningen gelegen. Overige milieubelastende functies liggen op grotere afstand van de nieuwe woningen. Ook voor de inwaartse zonering vormen milieuzoneringen geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan.
4.4 Geluid Op basis van de Wet geluidhinder (Wgh) zijn er drie geluidsbronnen waarmee bij de planologische medewerking aan nieuwe ontwikkelingen rekening gehouden dient te worden: wegverkeers-, railverkeers- en industrielawaai. Het plangebied is alleen gelegen binnen de invloedssfeer van verkeerswegen. Voor onderhavig plan is akoestische onderzoek uitgevoerd door De Roever Omgevingsadvies. Het akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai is opgenomen als Bijlage 4. Hierna worden de uitkomsten van dit onderzoek besproken. De poortwoningen zijn gelegen binnen de invloedsfeer van de Hoeksestraat. Uit de berekeningen volgt dat de geluidbelasting op deze woningen op zijn hoogst 38 dB bedraagt ter plaatse van de geprojecteerde woningen. Hiermee wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB niet overschreden. De geprojecteerde woningen aan de Sneider zijn gelegen binnen de invloedsfeer van de Achtmaalsebaan en de Antwerpsebaan. De geluidbelasting op de woningen vanwege de Achtmaalsebaan bedraagt ten hoogste 34 dB. De geluidbelasting vanwege de Antwerpsebaan bedraagt
42 chthuis Schijf
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, Landgoed Ja
ten hoogste 26 dB. Ook hiermee wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB niet overschreden. Het eventueel verschuiven van deze woningen binnen de bouwvlakken zorgt niet voor een andere conclusie. De woningen kunnen in het kader van wegverkeerslawaai overal binnen het bouwvlak gerealiseerd worden zonder dat een hoger waarde-procedure nodig zal zijn.
4.5 Luchtkwaliteit In de Wet milieubeheer (verder: Wm) zijn eisen opgenomen waaraan de luchtkwaliteit in de buitenlucht moet voldoen. Hierbij is onderscheid gemaakt in grenswaarden waaraan nu moet worden voldaan en grenswaarden waaraan in de toekomst moet worden voldaan. De meest kritische stoffen zijn stikstofdioxide en fijn stof. Aan de andere stoffen die in de Wet worden genoemd wordt in Nederland, behoudens bijzondere situaties, overal voldaan. Op grond van artikel 5.16 Wm kan de gemeenteraad een bestemmingsplan met mogelijke gevolgen voor de luchtkwaliteit alleen vaststellen wanneer aannemelijk is gemaakt dat: het bestemmingsplan niet leidt tot het overschrijden van de in de wet genoemde grenswaarden, of de luchtkwaliteit als gevolg van het bestemmingsplan per saldo verbetert of ten minste gelijk blijft, of, bij een beperkte toename, door een met de ontwikkeling samenhangende maatregel of effect, per saldo verbetert, of het bestemmingsplan niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie van een stof waarvoor in de wet grenswaarden zijn opgenomen, of de ontwikkeling is opgenomen of past in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit. In de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' zijn categorieën van gevallen aangewezen die in ieder geval niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging.
Wanneer een ontwikkeling valt onder één van die categorieën is het niet nodig een onderzoek naar de luchtkwaliteit uit te voeren. Wat het begrip 'in betekenende mate' precies inhoudt, staat in de algemene maatregel van bestuur "Niet in betekenende mate bijdragen" (Besluit NIBM). Op hoofdlijnen komt het erop neer dat 'grote' projecten die jaarlijks meer dan 3 procent bijdragen aan de jaargemiddelde norm voor fijnstof en stikstofdioxide (1,2 microgram per m 3) een 'betekenend' negatief effect hebben op de luchtkwaliteit. 'Kleine' projecten die minder dan 3 procent bijdragen, kunnen doorgaan zonder toetsing. Dat betekent bijvoorbeeld dat lokale overheden een toevoeging van minder dan 1.500 huizen niet hoeven te toetsen aan de normen voor luchtkwaliteit, omdat een dergelijk project per definitie niet boven de 3%-norm komt. Onderhavig plan voorziet in functiewijzigingen en in vier woningen, twee bedrijfsgebouwen e n een bijgebouw. Daarmee valt dit bestemmingsplan onder de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)'. Hierdoor is het niet nodig luchtkwaliteitsonderzoek uit te voeren.
4.6 Externe veiligheid Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het verminderen en beheersen van risico's van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen in inrichtingen en tijdens het transport ervan. Op basis van de criteria zoals onder andere gesteld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (verder: Bevi) worden bedrijven en activiteiten geselecteerd die een risico van zware ongevallen met zich mee (kunnen) brengen. Daarbij gaat het vooral om de grote chemische bedrijven, maar ook om kleinere bedrijven als LPG-tankstations en opslagen van bestrijdingsmiddelen. Daarnaast zijn (hoofd)transportassen voor gevaarlijke stoffen, zoals buisleidingen, spoor-, auto-, en waterwegen, ook als potentiële gevarenbron aangemerkt. Het beleid voor externe veiligheid heeft tot doel zowel individuele burgers als groepen burgers een minimum beschermingsniveau te bieden tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. Om dit doel te bereiken zijn gemeenten en provincies verplicht om bij besluitvorming in het kader van de Wet milieubeheer, de Wet ruimtelijke ordening en de Wabo de invloed van een risicobron op zijn omgeving te beoordelen. Daartoe wordt in het externe veiligheidsbeleid het plaatsgebonden risico en het groepsrisico gehanteerd.
Het plaatsgebonden risico is de kans dat een persoon die zich gedurende een jaar onafgebroken onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit risico wordt per bedrijf vastgelegd in contouren. Er geldt een contour waarbinnen die kans 10-6 (één op 1.000.000) bedraagt (verder: PR-contour). Het groepsrisico is een berekening van de kans dat een groep personen binnen een bepaald gebied
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, Landgoed Jachthuis Schijf 43
overlijdt ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De oriëntatiewaarde geeft hierbij de indicatie van een aanvaardbaar groepsrisico. Indien een ontwikkeling is gepland in de nabijheid van een risicobron geldt afhankelijk van de ontwikkeling een verantwoordingsplicht voor het toelaten van gevoelige functies. De gebieden waar de nieuwe woningen en bedrijfslocatie gerealiseerd worden liggen niet binnen de invloedssfeer van Bevi-bedrijven en van transportassen voor gevaarlijke stoffen. Op onderstaande uitsnede van de risicokaart is wel te zien dat er in de omgeving bedrijven aanwezig zijn waar opslag van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Echter zijn deze bedrijven op ruime afstand gelegen. Verder zijn in het zuiden en westen van het plangebied drie afzonderlijke aardgastransportleidingen aanwezig. Deze leidingen hebben een PR-contour en voor het groepsrisico geldt een invloedsgebied van 310 meter. De buisleidingen liggen op meer dan 400 meter afstand van de geprojecteerde nieuwbouw. Derhalve vormt externe veiligheid geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan.
Uitsnede risicokaart met de bouwlocaties in rood omkaderd
4.7 Milieueffectrapportage Dit bestemmingsplan maakt geen activiteit mogelijk die is opgenomen in onderdeel C of D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. Hoewel onderhavig plan voorziet in een landgoedbedrijf, zijn de dieren al aanwezig. Daarnaast lopen de dieren los over een deel van het landgoed en is het aantal ruim onder de grens benoemd in de bijlage bij het Besluit m.e.r. Ook voorziet onderhavig plan, met 'slechts' 4 woningen, niet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De (overige) milieueffecten zijn onderzocht in dit hoofdstuk. Ook daaruit volgt geen aanleiding om tot een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling over te gaan.
44 chthuis Schijf
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, Landgoed Ja
4.8 Erfgoed 4.8.1 Archeologie 4.8.1.1 Inleiding In Europees verband was het zogenaamde ‘Verdrag van Malta’ tot stand gekomen. Uitgangspunt van dit verdrag was het archeologisch erfgoed zo veel mogelijk in situ te behouden. Sindsdien geldt dat waar dit niet mogelijk is, dient het bodemarchief met zorg ontsloten te worden. Bij het ontwikkelen van ruimtelijk beleid moet het archeologisch belang vanaf het begin meewegen in de besluitvorming. Het Verdrag is in 1998 geratificeerd (Monumentenwet) en op 1 september 2007 via de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz) geïmplementeerd. De Wamz was een wijzigingswet en omvatte een wijziging van de Monumentenwet 1988, de Wet Milieubeheer, de Ontgrondingenwet en de Woningwet, op grond waarvan overheden onder andere bij bodemingrepen verplicht rekening moesten houden met het behoud van archeologische waarden. Sinds de invoering van deze wet zijn gemeenten belast met de zorgplicht voor het archeologisch erfgoed. Dit is niet veranderd met de inwerkingtreding van de Erfgoedwet (1-7-2016). Sindsdien is het behoud en beheer van het Nederlandse erfgoed geregeld door één integrale Erfgoedwet. De omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving zal in de nieuwe Omgevingswet worden geregeld, die in 2022 in werking zal treden.
Het uitgangspunt is dat de beschermingsniveaus zoals die in de eerdere wetten en regelingen golden, worden gehandhaafd. Provinciaal beleid In het kader van het cultuurbeleid van Noord-Brabant zet de provincie in op versterking van de Brabantse identiteit. Onderdeel hiervan is het behoud van het Brabantse ruimtelijk erfgoed, waarmee de ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving wordt vergroot en dit erfgoed met Noord- Brabant en haar inwoners wordt verbonden. Als gevolg van de Wro was er destijds de noodzaak om te komen tot zorgvuldige afbakening en onderbouwing van de erfgoedwaarden. Deze waarden zijn op de C ultuurhistorische Waardenkaart, Structuurvisie ruimte en de Verordening ruimte opgenomen. De C ultuurhistorische Waardenkaart is het bindend toetsingskader voor de provincie zelf. Gemeentelijk beleidskader In maart 2019 heeft de gemeenteraad de Nota Archeologie gemeente Rucphen vastgesteld. Het landgoed heeft een hoge verwachtingswaarde ten aanzien van de archeologie. Het landgoed kent, op basis van het gemeentelijke beleid daarvoor, drie verwachtingswaardes: Bekende archeologische vindplaatsen en relicten en hoge archeologische verwachting (ook voor jager-verzamelaars) Hoge archeologische verwachting. Kans op resten gerelateerd aan de natte context Lage archeologische verwachting (eventueel kans op veenwinningsresten)
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, Landgoed Jachthuis Schijf 45
Uitsnede archeologische beleidskaart gemeente Rucphen
Vanaf 1900 is in Rucphen gestart met de bebossing van de heide en de stuifduinen. De bebossing werd met verschillende technieken uitgevoerd. De bomen in de bossen op het landgoed zijn niet in rijen geplant, maar door zaaien. Hiervoor zijn bezandingsgreppels aangelegd op groten delen van het landgoed. Het landgoed bestaat in de huidige situatie voornamelijk uit productiebos, graslanden en heidevegetaties. Het beheer van het landgoed is gericht op instandhouding van het geheel. Hiervoor worden onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd die bestaan uit het dunnen van de bossen, het beheren van de graslanden en het laten begrazen van heiden- en natuurterreinen. Deze wijze van beheer wordt in de komende jaren gecontinueerd, zodat ook op het landgoed geen bodemingrepen zijn voorzien waarbij archeologische waarden in het geding zijn. Het archeologisch onderzoek kan daarom beperkt blijven tot de twee locaties waar dit bestemmingsplan in nieuwbouw voorziet. Voor het overige kunnen (naar verwachting aanwezige) archeologische waarden beschermd worden door de geldende, archeologische dubbelbestemming te continueren.
46 chthuis Schijf
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, Landgoed Ja
4.8.1.2 Archeologisch onderzoek Voor onderhavig plan zijn twee bureauonderzoeken uitgevoerd door ADC ArcheoProjecten naar de aanwezige archeologische waarden op de locaties bij De Sneider en de poortwoningen aan de Hoeksestraat. Deze onderzoeken zijn opgenomen als Bijlage 8 en Bijlage 9 bij deze toelichting. Navolgend worden de conclusies en aanbevelingen van beide onderzoeken kort benoemd. De Sneider Resten uit het Midden-Paleolithicum zijn schaars maar kunnen zich in het ‘Oud Dekzand’ bevinden en bestaan doorgaans uit stenen werktuigen van de moderne mens en/of de Neanderthaler. In het ‘Jong Dekzand‘ moet rekening gehouden worden met resten uit het Laat-Paleolithicum, het Mesolithicum en het Neolithicum kunnen bestaan uit restanten van kampementen van jager- verzamelaars en zullen zich manifesteren in de vorm van een strooiing van voornamelijk vuurstenen artefacten en houtskool en het voorkomen van haardkuilen. Vanaf het Neolithicum komen ook bewoningssporen voor bestaand uit onder andere huisplattegronden, akkersporen, waterputten en erfscheidingen. Organische botanische en dierlijke resten in onverbrande vorm zullen door de relatief droge en zure bodemomstandigheden slecht zijn geconserveerd. Anorganische resten en verbrande organische resten zullen redelijk tot goed geconserveerd zijn.
Op oude kaarten maakt het plangebied deel uit van een uitgestrekt heidegebied (‘Langendijksche Heide’). Vanaf de 20e eeuw behoorden de gronden tot landgoed Jachthuis Schijf, waarvan het landhuis zich circa 700 m ten oosten van het plangebied bevindt. Gelet op het kaartbeeld zijn geen sporen van agrarische activiteiten of van bebouwing vanaf het begin van de 19e eeuw te verwachten. Evenmin zijn aan het landgoed relateerde sporen te verwachten. Wel zijn op het AHN karrensporen zichtbaar die de mogelijk samenhangen met de op historische kaarten aangegeven en nabij gelegen doorgaande weg ‘Weg van Nieuwmoer naar Roosendaal’. Om bovenstaande verwachting te toetsen en aan te vullen is in december 2021 een doorstart gemaakt naar verkennend booronderzoek. Hierbij is vastgesteld dat de ondergrond uit dekzand (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden) bestaat. In boring 3, die tot 200 cm –mv is doorgezet, is vastgesteld dat beneden een diepte van 170 cm –mv (circa 10,20 m +NAP) sprake is van matig fijn dekzand met leemlaag, zogenoemd Oud Dekzand, hierboven van zwak siltig, matig fijn dekzand, zogenoemd Jong Dekzand. In de top van het dekzand is een uitontwikkelde podzolbodem aanwezig. Dit betekent dat het potentieel vondst- en sporenniveau uit de periode Laat-Paleolithicum t/m Neolithicum vrijwel overal intact is. De verwachting voor vermelde periode blijft dus hoog.
Poortwoningen Hoeksestraat Resten uit het Midden-Paleolithicum zijn schaars maar kunnen zich in het ‘Oud Dekzand’ bevinden en zullen bestaan uit stenen werktuigen van de moderne mens en/of Neanderthalers. In het ‘Jong Dekzand‘ moet rekening gehouden worden met resten uit het Laat-Paleolithicum, het Mesolithicum en het Neolithicum kunnen bestaan uit restanten van kampementen van jager-verzamelaars en zullen zich manifesteren in de vorm van een strooiing van voornamelijk vuursteen en houtskool en het voorkomen van haardkuilen. Vanaf het Neolithicum komen ook bewoningssporen voor bestaand uit onder andere huisplattegronden, akkersporen, waterputten en erfscheidingen. Organische botanische en dierlijke resten in onverbrande vorm zullen door de relatief droge en zure bodemomstandigheden slecht zijn geconserveerd. Anorganische resten en verbrande organische resten zullen redelijk tot goed geconserveerd zijn. Op oude kaarten maakt het plangebied deel uit van een uitgestrekt heidegebied (‘Rucphensche Heide’). Vanaf de 20e eeuw behoorden de gronden tot het landgoed Jachthuis Schijf, waarvan het landhuis zich circa 700 m ten westen van het plangebied bevindt. Gelet op het kaartbeeld zijn geen sporen van agrarische activiteiten of van bebouwing vanaf het begin van de 19e eeuw te verwachten. Evenmin zijn aan het landgoed relateerde sporen te verwachten.
Wel zijn mogelijk sporen van bosbouw aan te treffen. Het is mogelijk dat deze (lokaal) tot bodemverstoring en aantasting van archeologische vindplaatsen heeft geleid. Bepalend hierbij is de eventuele aanwezigheid van een stuifzanddek en de dikte daarvan. Om bovenstaande verwachting te toetsen en aan te vullen is in december 2021 een doorstart gemaakt naar verkennend booronderzoek. Hierbij is vastgesteld dat de ondergrond uit dekzand (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden) bestaat. Beneden een diepte van 35 à 45 cm –mv (circa 14,7 tot 14,3 m +NAP) is sprake van sterk siltig, zeer fijn dekzand, zogenoemd Oud Dekzand, hierboven van zwak siltig, matig fijn dekzand, zogenoemd Jong Dekzand. Met uitzondering van de zuidoosthoek van het plangebied (boring 5) waar een ontgraving heeft plaatsgevonden, is in de top van het dekzand een
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, Landgoed Jachthuis Schijf 47
uitontwikkelde podzolbodem aanwezig. Dit betekent dat het potentieel vondst- en sporenniveau uit de periode Laat-Paleolithicum t/m Neolithicum vrijwel overal intact is. De verwachting voor vermelde periode blijft dus hoog. Aanbevelingen ADC ArcheoProjecten adviseert om een inventariserend veldonderzoek uit te voeren door middel van een karterend booronderzoek. Het karterend booronderzoek heeft als doel het opsporen van vindplaatsen met als voornaamste prospectiekenmerk een strooiing van overwegend vuursteen. Volgens de KNA Leidraad IVO karterend booronderzoek dienen de boringen in een 13 x 15 m grid te worden geplaatst. Voor het plangebied resulteert dit in circa 20 karterende boringen. Bij het onderzoek dient gebruik te worden gemaakt van een Edelmanboor met een diameter van 12 cm. De opgeboorde grond dient te worden gecontroleerd op de aanwezigheid van vuursteenmateriaal en eventuele andere archeologische indicatoren door middel van zeven over een zeef met een maaswijdte van 3 mm. De werkzaamheden dienen voorafgaand aan het veldwerk te worden vastgelegd in een Plan van Aanpak (PvA). Het karterend booronderzoek is inmiddels in gang gezet.. De verwachting is dat het onderzoek voor de vaststelling van dit bestemmingsplan afgerond is. De resultaten zullen te zijner tijd in deze paragraaf verwerkt worden.