CConstaterende datRucphen
Koppel je AI →
Document · PDF

28 OMWB Vastgestelde jaarrekening en begroting

commissie Economie Ruimtelijke Ordening en Milieu 15 september 2021, gemeente RucphenBij agendapunt: Ingekomen stukken38.020 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Te zien is dat het gemiddelde percentage overtreders (dit verschilt per ge­

werkt in het inrichtingenbestand dat we raadplegen en onderhouden voor alle

meente) binnen het werkgebied van de OMWB 54,4% is t.o.v. een Brabants

basistakenbedrijven van de gemeenten.

gemiddelde van 53,5% (andere od’s). Het percentage overtreders ligt binnen OMWB­-gebied dus gemiddeld 1% hoger dan de overige omgevingsdienst-­

Toezicht BRZO-bedrijven

gebieden. Het gaat hier om alle overtredingen. Dit zegt echter nog niet direct

Het toezicht­programma is in 2020 volledig uitgevoerd. De inhoudelijke rappor­

iets over de aard of impact. Het kan een uitstaande luchtwasser met maximale

tage is te vinden in het BRZO-­jaarverslag.

impact zijn, maar ook een niet bijgehouden logboek. Het moet in de juiste context worden gezien. Dit verschilt per gemeente.

Intensivering Toezicht veehouderij (ITv) Het project ITv liep oorspronkelijk van 2018 tot 2020 en bevindt zich vanwege

Voor het afsluiten van project ITv is de projectgroep momenteel bezig met het

een vertraging, veroorzaakt door COVID-19, momenteel in de afrondende fase.

schrijven van een adviesstuk. Hierin staan de geleerde lessen over het data­- en

Naar verwachting vindt de afronding halverwege 2021 plaats. Iedere deelne­

informatiegestuurd werken, de doorontwikkeling van de tools, hoe data­kwaliteit

mende gemeente heeft via haar eigen account toegang tot de ITv­-portal en

te behouden, naar welke andere sectoren betreffende werkwijze kan worden

daarmee altijd toegang tot de eigen gemeentelijke data. Hier kan gericht data

uitgerold, et cetera. Het adviesstuk wordt in het eerste kwartaal van 2021

gezocht worden, zowel op naleefgedrag specifiek per onderdeel (voorzien van

opgeleverd. Een eindrapport volgt na sluiting van het project.

benchmarkfaciliteit) als op beleidsmatig niveau (zoals stand van zaken asbest­ daken en leegstand in het buitengebied). Hiernaast wordt het naleefpercentage van de veehouderijsector van alle deel­ nemende gemeenten na drie jaar uitvoering weergegeven.

<<

<

OMWB Jaarstukken 2020

11

>

Toezicht LPG tankstations In het kader van informatie-­en risicogestuurd werken is in 2019 de helft van alle LPG-­tankstations van Midden-­en West­-Brabant gecontroleerd. De tweede helft is in 2020 gecontroleerd. Het doel van het project is de risi­co’s van LPG­ tankstations inzichtelijk te maken en een programmatische en risicogerichte aanpak voor deze branche te ontwikkelen. De hierbij verkregen informatie over de branche wordt gebruikt om toezicht efficiënter, effectiever en risicogerichter uit te voeren. In het eerste kwartaal van 2021 worden de resultaten van alle controles geanalyseerd en wordt een voorstel gedaan voor een mogelijk vervolg voor de branche. Het naleefgedrag laat in een aantal gevallen te wensen over. Het betreft dan stations met vier tot tien overtredingen en/of zeer ernstige overtredingen. Dit is soms een station van een zelfstandige ondernemer, maar vaak een station van een en dezelfde grotere partij. Ook na de eerste hercontrole was de situatie in elf gevallen zodanig dat de zaak is overgedragen naar de afdeling Repressieve Handhaving. De helft van alle repressieve zaken had betrekking

we zowel met de uitvoering van de (her)controles als met de aanpak richting

op een station dat geëxploiteerd wordt door dezelfde grote partij. De stations

bedrijven die het moeilijk hadden, soms een pas op de plaats moeten maken.

van deze partij, die geleid hebben tot een repressieve aanschrijving, worden

De uitvoeringen van verschillende plannen van aanpak bij bedrijven hebben

in 2021 administratief gecontroleerd om te bezien of keuringen en controles

vertraging opgelopen en lopen nog door. In 2021 worden de laatste bedrijven

nu wel tijdig en correct zijn uitgevoerd.

gecontroleerd in het kader van de zuiveringsplicht. De zuiveringsplicht glas­ tuinbouw kan op verschillende manieren worden ingevuld. Een glastuinbouw­

<<

<

Toezicht Glastuinbouw

bedrijf kan aantoonbaar een nul­-lozer zijn (volledig hergebruik drain­en/of

Per 1 januari 2018 is het in de branche glastuinbouw (ook de bedrijven met

filterspoelwater), een zuiveringsvoorziening hebben of mobiel (laten) zuiveren.

een glasopstand van minder dan 2.500 m2) niet toegestaan om ongezuiverd

Uit de aspectcontroles 2020 kan geconcludeerd worden dat het merendeel

drainwater (substraatteelt), drainagewater (grondteelt) en/of filterspoelwater

van de bedrijven een (aantoonbare) nul­-lozer is. Daarnaast hebben ook veel

te lozen op oppervlaktewater, riolering en/of bodem. De aspectcontroles op de

bedrijven de beschikking over een eigen zuiveringsvoorziening, vast of mobiel

‘zuiveringsplicht’ (van gewasbeschermingsmiddelen) in de glastuinbouw zijn

(deze laatste binnen eigen, verschillende bedrijfsvestigingen). Een kleiner deel

ook in 2020 weer gezamenlijk met het Waterschap Brabantse Delta uitgevoerd.

van de tuinbouwbedrijven laat drain- en/of filterspoelwater op contractbasis

Dit betreft 80% van onze controles. De overige waterschappen hebben op een

gezuiverd lozen op locatie door een erkend bedrijf. Op een enkel bedrijf is de

andere wijze inbreng geleverd. In totaal betrof het voor 2020 ongeveer 110

zuiveringsplicht niet van toepassing of is het bedrijf gestopt met tuinbouwacti­

controles. Doordat COVID-19 een weerslag had op de tuinbouwsector, hebben

viteiten.

OMWB Jaarstukken 2020

12

>

Toezicht e-waste en gemeentelijke afvalbedrijven

Vuurwerkverkoop

De afvalbranche is voortdurend onderhevig aan veranderingen. Van het ene op

Het was al bekend dat het zware vuurwerk, zoals zware knallers en vuurpijlen

het andere moment kan er een landelijk of wereldwijd probleem ontstaan met

vanaf dit jaar niet meer verkocht mocht worden. Daarnaast kwam dit jaar, door

de verwerking van een bepaalde afvalstroom, waardoor de lokale afvalinzame­

de omstandigheden rondom COVID-19, een verbod op de verkoop van consu-

laar of verwerker met bijvoorbeeld capaciteitsproblemen te maken krijgt. Door

mentenvuurwerk (behalve fop- en schertsvuurwerk) en later heeft de landelijke

deze dynamische markt en het feit dat met afval snel geld te verdienen valt,

overheid nog bepaald dat alleen essentiële winkels geopend moch­ten blijven.

niet altijd op een bonafide manier, is het zaak om deze branche doorlopend

Dit heeft ertoe geleid dat de controles bij vuurwerkverkooppun­ten anders zijn

in beeld te hebben. De OMWB doet dit door fysiek en administratief toezicht.

verlopen dan normaal. Via diverse memo’s en updates zijn alle gemeenten op de hoogte gehouden over de situatie en de manier waar­op toezichthouders

Om een start te maken met de kennis en borging van het werken met een

hebben gehandeld. Bij bekende verkooppunten die zich kenmerken door goed

tactische analyse is er voor het onderwerp e­-waste (elektronisch afval) een

naleefgedrag en wij geen aanleiding zagen voor fysieke voorcontroles hebben

projectgroep samengesteld. Aan de hand van de landelijk opgestelde tactische

we dit administratief afgehandeld. Hierbij is schriftelijk verzocht om verplichte

analyse zijn de risico-­indicatoren voor onze regio in beeld gebracht. Ook zijn de

keuringen en documenten naar ons te sturen. Daar­naast zijn locaties fysiek

inrichtingen in kaart gebracht die te maken hebben met e-­waste.

bezocht, wanneer wij hier aanleiding voor zagen (denk aan nieuwe locaties,

Aan de hand van deze twee overzichten is een wegingsmodel samengesteld.

locaties met een minder goed naleefgedrag of locaties die al enige tijd niet

Dit wegingsmodel heeft een eerste verschuiving aangetoond. Concreet bete­

bezocht waren).

kent dit dat we van een lijst met meer dan achthonderd bedrijven de ongeveer veertig meest risicovolle inrichtingen in beeld hebben. Voor deze laatste inrich­

In december hebben we alle verkooppunten op de hoogte gehouden van ont­

tingen zijn operationele analyses gemaakt. Aan de hand van deze analyses is

wikkelingen via mail en telefonisch contact. Hierbij is ook uitvraag gedaan of zij

per inrichting administratief onderzocht of genoemde risico­-indicatoren daad­

geopend bleven voor de verkoop van fop­- en schertsvuurwerk. Daarnaast

werkelijk aan de orde zijn.

hebben we tijdens de eindejaarscontroles (29, 30 en 31 december) alle locaties minimaal één keer bezocht. Hierbij hebben we met name op afstand gecon­

In 2020 is het project gemeentelijke afvalbedrijven doorgezet. Dit betekent

troleerd of er vuurwerk verkocht werd. Bij een aantal locaties hebben we ook

dat in 2020 vrijwel alle afvalbedrijven die in 2019 nog niet bezocht waren, zijn

fysiek de opslag en verkoop nog gecontroleerd. In totaal hebben we dit jaar

bezocht. Naar aanleiding van deze bezoeken is per bedrijf een digitale checklist

81 verkooppunten gecontroleerd.

ingevuld. Op deze manier borgen we de bedrijfsspecifieke gegevens die in de

<<

<

toekomst weer gebruikt kunnen worden voor informatiegestuurd toezicht. Door

Veel verkooppunten hadden nog opslag van niet-­verkocht vuurwerk van 2019

COVID-19 zijn niet alle bedrijven fysiek bezocht. Door de beperkingen was het

en deze opslag voldeed in alle gevallen (bij enkele locaties na een directe actie,

soms niet mogelijk om een goede fysieke controle uit te voeren. Dit is zoveel

zoals verplaatsen van een te hoog gestapelde doos) aan de gecontroleerde

als mogelijk ondervangen door digitaal toezicht uit te voeren. De resultaten

punten. Een aantal locaties waren tijdens de eindejaarscontroles geopend.

van de controles in 2019 en 2020 tonen aan dat diepgaand administratief toe­

Op enkele locaties na zijn er geen bijzonderheden bij de verkoop van fop-­en

zicht bij bepaalde bedrijven heel zinvol is. Daarnaast blijft fysiek toezicht be-

schertsvuurwerk geconstateerd. De bijzonderheden bij enkele locaties zijn met

langrijk, zodat er doorlopend een goed beeld is van de staat van de bedrijven.­

betreffende gemeente direct besproken.

OMWB Jaarstukken 2020

13

>

Toezicht - Naleefgedrag van alle branches

eind 2020 een project gestart dat vanwege COVID-19 vertraging heeft opgelo­

Het gemiddelde, spontane, naleefgedrag van zowel de basis­als de niet-­basis­

pen en doorloopt naar 2021. Het doel van dit project is zorgen dat nieuw aan

taak inrichtingen binnen de gehele regio van de OMWB is over 2021 in totaal

te leggen systemen altijd voldoen aan de wet­en regelgeving. Tevens is het

64%. Het werkelijke spontane naleefgedrag kan naar beneden afwijken. Dit

doel dat alle nieuwe systemen tijdig bij de OMWB worden gemeld, zodat ook

komt doordat in de berekening de lichtere overtredingen (Overtredingen type

het toezicht adequaat kan worden ingepland en uitgevoerd.

A1/2 en B1, conform de Landelijke handhavingsstrategie) niet zijn meegeno­ men en doordat een deel van de controles vanwege COVID-19 administratief

Toezicht afvalwater

zijn uitgevoerd, waardoor er minder fysieke overtredingen geconstateerd zijn.

Het afvalwater dat bedrijven lozen kan soms tot ingrijpende schade aan de riolering leiden. Wanneer dat niet preventief gesignaleerd wordt, bestaat het

Toezicht gBES (gesloten bodemenergiesystemen)

risico dat een deel van de riolering al op de helft van haar levensduur vervan-

De OMWB voert in opdracht van gemeenten het toezicht uit op de aanleg van

gen moet worden. Voor diverse gemeenten voert de OMWB daarom afvalwater-­

gesloten bodemenergiesystemen (gBES), dit is een basistaak. In de periode

monitoring uit. Bij veel van de afvalwatermonitoringsonderzoeken blijkt dat

van 2018 tot halverwege 2020 heeft toezicht vanuit de OMWB hoofdzakelijk

bij de betreffende bedrijven de voorzieningen niet op orde zijn. De resultaten

risicogericht plaatsgevonden op de ondergrondse aanleg van bodemenergiesys­

leveren veel informatie op en geven vaak aanleiding tot een vervolgtraject.

temen waarvoor de aanleg is gemeld en de aparte startmeldingen zijn verricht.

Het opstellen van het afvalwatermonitoringsprogramma en vervolgtrajecten

De OMWB heeft geconstateerd dat het aantal te melden installaties de laatste

gebeurt in nauw overleg met de gemeenten die hieraan deelnemen.

twee jaar sterk is toegenomen. Tijdens het toezicht is ook een toename in aantal boorploegen per bedrijf geconstateerd. Verder viel op dat er verschillen

Toezicht Bodem

zijn tussen het aantal meldingen per gemeente. Van sommige, ook grotere ge­

Voor de gemeenten houdt de OMWB toezicht op het toepassen van grond en

meenten, wordt nauwelijks tot geen meldingen ontvangen, terwijl wél bekend

bouwstoffen overeenkomstig het gestelde in het Besluit bodemkwaliteit (Bbk).

is dat er gebouwd wordt in gasvrije gebieden. De OMWB heeft het vermoeden

De verplichte meldingen worden door toezicht beoordeeld en deze worden

dat niet altijd voor alle aangelegde installaties de wettelijk verplichte OLO-­en

risicogericht gecontroleerd. Verder vinden er vrije veldcontroles plaats op toe-

AIM­-meldingen ook daadwerkelijk worden verricht of dat deze vanuit het be­

passingen van grond en bouwstoffen die niet gemeld zijn. Er wordt met name

voegd gezag niet goed worden doorgestuurd. Als systemen worden aangelegd

op gelet of er sprake is van een nuttige toepassing en de milieuhygiënische

zonder melding of zonder startmelding van aanleg van een systeem zijn deze

kwaliteit van de toegepaste grond en bouwstoffen voldoet aan het Bbk en de

niet bekend. Dit is een risico omdat dan niet bekend is of het op verantwoorde

kwaliteit en functie van de ontvangende bodem. Ook moet zijn voldaan aan

wijze wordt aangelegd, de werking gegarandeerd is en het überhaupt wel aan­

de gemeentelijke bodembeheernota. Het aantal meldingen stijgt ieder jaar

gelegd had mogen worden (bijvoorbeeld interferentie). Naast het feit dat niet

en bedraagt nu ongeveer 1350. Actueel is de regelgeving met betrekking tot

nagegaan kan worden of deze systemen wel geplaatst hadden mogen worden

PFAS. Hierop is bij de meeste gemeenten het bodembeleid al geactualiseerd.

kan ook geen toezicht worden gehouden op de aanleg van deze systemen. In beide gevallen brengt dit milieurisico’s met zich mee. Gelet hierop is de OMWB

<<

<

OMWB Jaarstukken 2020

14

>

Handhaving en klachten

Wat opvalt is dat er met name in het kader van de Wnb meer verzoeken tot handhaving worden ingediend. Het afgelopen jaar is er meer aandacht besteed

Handhaving

aan overtredingen die betrekking hebben op het bruine kleurspoor (bodem ge­

Ondanks de beperkingen als gevolg van de COVID-19­-crisis is het repressie­

relateerde taken). Het kost veel energie en vergt lange adem. De (financiële)

ve werk uitgevoerd, waar mogelijk digitaal. Een repressieve controle is ook

belangen zijn groot voor de betrokkene die zorg moet dragen voor een sane­

bedoeld om een zuiver beeld te krijgen van de representatieve bedrijfssituatie.

ring. Een al jarenlang lopende zaak in Roosendaal lijkt nu te worden afgerond.

Om die reden zijn we risicogericht meerdere malen onaangekondigd ter plaatse

Verder heeft een landelijke opererende stichting bij veel omgevingsdiensten en

gegaan en de betrokken inrichtinghouder in de open lucht op gepaste afstand

gemeenten handhavingsverzoeken ingediend tegen het gebruik van rubbergra­

gesproken. Veel ondernemers hebben het moeilijk. Dit vraagt waar mogelijk

nulaat (oude autobanden) op kunstgrasvelden. Wij hebben hierin de gemeente

een iets andere insteek bij repressief toezicht en handhaving. In overleg met

Tilburg kunnen ondersteunen. Ook de overige gemeenten binnen ons werkge­

het bevoegd gezag is er enkele keren voor gekozen om termijnen informeel

bied is hulp aangeboden, waarbij de gemeente Oosterhout en Bergen op Zoom

ietwat te verlengen door de controle later uit te voeren. Hierdoor werd bij de

van advies zijn voorzien. Verder hebben we als OMWB regelmatig landelijk

ondernemer de indruk gewekt dat er begrip werd getoond en zo meer ruimte

overleg over deze materie.

werd gegeven om een en ander op orde te krijgen. We zien op dit moment zeker bij kleinere bedrijven een terughoudendheid om te investeren, als gevolg

Klachten

van de onzekere toekomst. Dwangsommen kunnen soms de doodsteek voor

Als we 2020 vergelijken met 2019 vallen er ruwweg twee dingen op: het aantal

een klein bedrijf zijn. Niet de dwangsom, maar de overtuigingskracht van de

klachten over geluidhinder is aanzienlijk lager en er is een inhoudelijke ver-

toezichthouder geeft regelmatig de doorslag om toch maatregelen te treffen.

schuiving geweest van de klachten. Dat komt vooral door de lockdowns voor de horeca en de evenementen. In 2020 zijn op jaarbasis ongeveer zevenhonderd klachten en meldingen minder ontvangen dan in 2019. Het soort klachten dat in 2020 ontvangen is, heeft ervoor gezorgd dat er minder werkzaamheden buiten kantoortijd hebben plaatsgevonden. Doorgaans wordt er namelijk elk jaar een groot deel van de geluidklachten buiten kantoortijd in behandeling genomen. Daar staat een forse toename tegenover van andere klachten. Met name klachten over trillingen, lichthinder, gezondheidsklachten, afval en/of verontreiniging (in het buitengebied). De toename van deze klach­ten heeft waarschijnlijk een oorzaak in het feit dat mensen meer thuis waren. Opeens vielen dagelijkse zaken eerder op die voorheen niet werden opgemerkt omdat mensen tijdens werkdagen normaal gesproken niet thuis waren. Vooral bij de eerste lockdown merkten we dat mensen sneller geïrriteerd waren. Zij klaagden ook vaker achter elkaar over hetzelfde onderwerp.

<<

<

OMWB Jaarstukken 2020

15

>

Niet-inrichting gebonden taken

rende maatregelen uit te voeren. Er wordt ingezet op een slimme combinatie van de instrumenten advisering, stimuleren, administratief en fysiek toezicht

Asbest

en zo nodig handhaving. In 2020 is in samenwerking met het Brabants Datalab

Bij asbest is de afgelopen jaren sprake geweest van een onstuimige groei van

en de andere Brabantse omgevingsdiensten veel geïnvesteerd in dataopbouw

toezichtstaken en zijn de werkzaamheden onderdeel van het basistakenpakket

en zijn er dashboards ontwikkeld om deze data te ontsluiten. Als basis voor

van de OMWB geworden. In 2020 merkten we dat de groei minder werd en we

informatiegestuurd toezicht is informatie verzameld over het energieverbruik

in een consolidatiefase kwamen. Mogelijk is er in de bedrijfsmatige omgeving

van bedrijven. In 2021 hopen we hiervan de meerwaarde te ondervinden. We

dan ook sprake van een zichtbare reductie van de historische asbestvoorraad.

zien ook een toename van het aantal interne adviesverzoeken. Vooral vanuit

Uitzondering hierop is het aantal gemeenten dat de verzoektaken bij sanering

vergunningverlening krijgen onze energiespecialisten steeds vaker het verzoek

in opdracht van particulieren bij de OMWB heeft neergelegd. In drie jaar tijd

om energierapportages te beoordelen.

is het aantal verzoeken om bijstand gestegen tot ruim honderd. Er is daarmee ruimte gekomen om de focus te verleggen richting meer risicogericht toezicht

Ketengericht milieutoezicht

en de ketenaanpak.

In 2020 is hard gewerkt aan het versterken van het ketengericht milieutoe­ zicht. De term ketengericht milieutoezicht is inmiddels vervangen door keten­

Bouw en Sloop

aanpak. De ketenaanpak is immers breder dan alleen het toezicht. Het gaat

Bij het product Bouw en Sloop was er een toename van het aantal verzoeken

ook om de samenwerking met onze ketenpartners, de analyse van ketens, de

om toetsing van sloopmeldingen en het aantal uitgevoerde gevallen van (veld)

uitwerking van maatschappelijke opgaven en de inzet van het brede spectrum

toezicht bij totaalsloop. Het betrof een autonome groei en een groei van het

aan VTH-­instrumenten. Na onderzoek naar best practices binnen de OMWB en

aantal gemeenten dat deze producten bij de OMWB heeft neergelegd. We

bij andere omgevingsdiensten heeft dit geresulteerd in een ketenaanpak waar­

verwachten dat deze groei doorzet omdat gemeenten minder makkelijk aan

in drie sporen worden onderscheiden:

de vereiste expertise kunnen komen en een mogelijke privatisering van een

• ketenanalyses

deel van de bouwplantoetsing en toezicht plaats gaat vinden. De resterende

• ketenprojecten

gemeentelijke taken bij bedrijfsmatige en industriële bouw en sloop zouden

• keteninstrumenten

dan goed aan de procedure rondom milieuvergunningverlening bij de OMWB gehangen kunnen worden.

In het werkplan ketenaanpak 2021 is dit vertaald naar een integraal plan met concrete projecten rondom de prioriteiten asbest, bodem, afval en secundaire

Energie

grondstoffen. In een digitale themabijeenkomst is dit afgestemd met de deel­

Het toezicht op de informatieplicht energiebesparing en het toezicht op de

nemers.

uitvoering van energiebesparingsmaatregelen bij bedrijven heeft het afgelopen jaar steeds meer vorm gekregen en wordt in 2021 voortgezet. De OMWB geeft

De omzet op programmadeel 1 bedroeg over 2020 € 19.621.000 (begroot

hieraan invulling door het uitvoeren van stimulerend toezicht. Toezicht is geen

€ 20.356.000). De kosten worden niet verbijzonderd naar programma; deze

doel, maar een middel. De toezichtmomenten zijn in de eerste plaats contact­

worden op totaalniveau verantwoord.

momenten die gebruikt worden om bedrijven te stimuleren om energiebespa-

<<

<

OMWB Jaarstukken 2020

16

>

2.2.2 Programmadeel 2: Adviezen en projecten

groei van de vraag aan advisering, mede in relatie tot de inwerking­treding van

In programmadeel 2 brengen deelnemers aan de hand van het werkprogramma

de Omgevingswet.

de adviestaken op het terrein van milieu en overige taken uit het omgevingsrecht in. Deze zogenaamde verzoektaken omvatten (milieu-­)metingen, adviezen

Meting en Onderzoek

en projecten op het gebied van bijvoorbeeld BRZO, geluid, bodem, (afval)water,

Ondanks dat COVID-19 veel van de flexibiliteit en creativiteit van onze mede­

lucht, vergunningverlening (niet-basistaken), toezicht (niet-basistaken), asbest

werkers heeft gevraagd is het team Metingen en Onderzoek (TMO) erin

(niet-basistaken), ruimtelijke planvormingsprocessen, externe veiligheid, duur-

geslaagd 2020 af te sluiten met goede resultaten. Door afgelastingen van

zaamheid en omgevingsbeleid. Deze taken hebben vaak een wettelijke grondslag

evenementen zijn vooral veel geluidmetingen niet doorgegaan maar door

of zijn onderdeel van beleidsambities.

slimme inzet van onze flexibele schil heeft dit geen leegloop tot gevolg gehad. Daarnaast zijn door COVID-19 preventieve meetprogramma’s minder intensief

De werkprogramma’s zijn indicaties van het volume van deze taken. Inciden­tele

uitgevoerd en werd de uitvoering van metingen tijdens lockdowns beperkt tot

verzoektaken kunnen van jaar tot jaar verschillen. Deelnemers hebben in hun

(urgente) handhavingszaken.

werkprogramma’s vaak enkele niet nader gespecificeerde budgetten opgenomen, waar in de loop van het jaar opdrachten voor worden verstrekt. De

Enkele opvallende zaken en ontwikkelingen van het afgelopen jaar volgen

realisatie van de gegeven opdrachten in 2020 wordt per deelnemer in de (derde)

hieronder.

termijnverantwoording teruggekoppeld. Verificatieonderzoeken bodemsanering en partijen grond Ontwikkelingen van invloed op de resultaten

Er zijn in 2020 verdeeld over heel Brabant in totaal 25 onderzoeken uitgevoerd in het kader van controle van bodemsaneringen. Deze onderzoeken zijn uitge­

Advies Ruimtelijke Ordening en advies Externe Veiligheid

voerd in opdracht van toezichthouders van zowel de OMWB als van de ODZOB

Een gestage groei is er bij het product advisering Ruimtelijke Ordening en

en de ODBN. In de meeste gevallen vormde twijfel over het saneringsresultaat

Milieu. Gemeenten doen steeds vaker een beroep op de OMWB om bijstand

de aanleiding. Meestal werden na de sanering de wanden en bodem van de

en advisering bij het opstellen van ruimtelijke plannen. Dit is waarschijnlijk

saneringsput onderzocht en de resultaten getoetst aan de saneringsdoelstel­ling.

een gevolg van het teruglopen van het aantal milieuadviseurs bij onze deel­

Daarnaast zijn controles uitgevoerd op kwaliteit van partijen toe te passen of

nemende gemeenten. Bij Externe Veiligheid is het afgelopen jaar naast hun

vrijgekomen grond. Van de 25 onderzoeken die TMO heeft uitgevoerd in 2020

bijdrage in de milieuvergunningverlening, veel tijd en energie gestoken in de

voldeden veertien gevallen niet aan de saneringsdoelstelling of kwaliteits­

bijdrage aan landelijke projecten, onder andere op het gebied van het vorm­

klasse. Naar aanleiding van de geconstateerde overtredingen zijn verschillende

geven van Aandachtsgebieden en het Register Externe Veiligheid. Omdat de

‘bodemsignalen’ ingediend bij de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT)

subsidieregeling voor de ontwikkeling van het product ook in 2020 nog be-

van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

schikbaar kwam, betekende dat een meevaller voor de al ingebrachte finan­

<<

<

ciële middelen van de deelnemende gemeenten. Daarnaast heeft de OMWB het

Omgevingsfoto Geluid

voorzitterschap van het Landelijk Beraad Veilige Leefomgeving en levert zij een

Door enkele gemeenten is eind 2020 gevraagd om een omgevingsfoto

projectleider Omgevingswet voor de ODNL. Ook hier verwachten we een verdere

te ma­ken. In een omgevingsfoto wordt voor een aantal

OMWB Jaarstukken 2020

17

>

milieu­aspecten de huidige stand van zaken grafisch weergegeven. Voor het

Schone Lucht Akkoord (SLA)

onderdeel geluid zijn enkele kaarten gemaakt waarin de bestaande gezamenlijke

Diverse gemeenten en provincie hebben door het ondertekenen van het

geluidbelasting vanwege wegen, spoorwegen, industrieterreinen en windturbines

Schone Lucht Akkoord (SLA) als doel gesteld om de luchtkwaliteit binnen de

in beeld is gebracht. Deze verschillende geluidsoorten zijn ‘hindergewogen’ bij

gemeentegrenzen te verbeteren, dusdanig dat de huidige luchtverontreiniging

elkaar opgeteld. De reden hiervoor is dat bijvoorbeeld railverkeer doorgaans

in 2030 is gehalveerd. Om in de toekomst als omgevingsdienst een bijdrage te

als minder hinderlijk wordt ervaren dan het geluid vanwege windturbines. Op

kunnen blijven leveren aan de monitoring van de luchtkwaliteit is TMO in 2020

deze manier is inzich­telijk wat het huidige geluidklimaat is binnen de gemeente.

gestart met een onderzoek naar de toepassing van goedkopere, maar min­

Deze informatie wordt gebruikt als input voor de Omgevingsvisie.

der nauwkeurige sensortechnieken. Door een netwerk van deze sensoren kan bijvoorbeeld continu fijnstof en NO2 gemeten worden en geeft daarmee in de

Donkertekaart

leefomgeving een trend weer van de toe­of afname van de luchtverontreiniging

In samenwerking met de afdeling Ecologie en Openbare verlichting van de

als gevolg van deze specifieke componenten. Door de resultaten van deze me-

gemeente Tilburg zijn de eerste stappen gezet om een donkertekaart voor

thoden te vergelijken met de gevalideerde en genormeerde methoden die TMO

de gemeente Tilburg op te zetten. Deze kaart kan als onderlegger worden

ook uitvoert kan in de toekomst meer worden gezegd over de betrouw­baarheid

gebruikt bij het vaststellen van omgevingszones voor lichthinder, die op hun

van deze sensortechnieken.

beurt weer deel uit kunnen maken van toekomstige omgevingsplannen in het kader van de Omgevingswet. Daarnaast zijn met de gemeente Breda contacten

Controle tankstations met behulp van OGI-camera

gelegd om hier eenzelfde donkertekaart op te gaan stellen.

TMO beschikt over een OGI­-camera (Optical Gas Imaging). Met deze camera kunnen emissies van vluchtige organische stoffen worden aangetoond. De OGI­ techniek brengt de gaswolken visueel in beeld. De camera wordt onder andere ingezet bij de petrochemische industrie. Hier zijn in 2020 regel­matig lekkages vastgesteld en visueel gemaakt waarvan in oorsprong ver­wacht werd dat daar weinig tot geen emissies van organische dampen zouden (kunnen) optreden. Bij het meest recente project is een tiental tankstations bezocht en is de reguliere vulling van ‘product’ vanuit de tankauto in de opslagtank beoordeeld. Het zogenaamde gesloten ‘damp­retour systeem’ van het tankstation zelf bleek in 65% van de gevallen niet goed te functioneren, waardoor tijdens het vullen van de tank, een gaswolk aan benzinedamp ont­snapt via de drukbeveiliging. Naast een veiligheidsrisico brengt dit ook een extra en makkelijk te voorkomen belasting op het milieu en de leefomgeving met zich mee. Niet alleen TMO leert van iedere constatering, maar ook de bedrijven waar we de metingen uitvoeren. Het gaat immers naast de milieu­belasting ook over de blootstelling van dampen aan eigen personeel en andere bijkomende risico’s (bijvoorbeeld explosies). We zien dan ook het afgelopen jaar de interesse voor de OGI­

<<

<

OMWB Jaarstukken 2020

18

>

techniek enorm toenemen. Bedrijven huren steeds vaker een externe partij in

2.2.3 Programmadeel 3: Collectieve taken

om OGI­-onderzoeken uit te voeren. Dit resulteert in minder milieubelasting in

Jaarlijks voert de OMWB het Programma Collectieve taken uit. Het programma

combinatie met minder geurklachten. Moerdijk is hier een mooi voorbeeld van.

van 2020 heeft een omvang € 1,5 mln. Het is een bestuurlijk vastgesteld pro-

Daar zijn door de jaren heen de geurklachten drastisch gereduceerd. Momen-

gramma dat een efficiënte, effectieve en kwalitatief hoogwaardige uitvoe­ring

teel voeren we gesprek­ken met onze collega’s van DCMR, FUMO, ODRA en de

van de taken van de OMWB ondersteunt. Een programma dat nadrukke­lijk

ONZKG voor een werk­groep diffuse emissies vanuit de overheid, die zich met

aansluit op de andere twee programma’s, namelijk de basistaken en de verzoek-

name richt op OGI.

taken, zodat de OMWB de goede dingen doet én die dingen goed doet. Door in te spelen op toekomstige ontwikkelingen op het gebied van VTH, zoals bijvoor-

Luchtverontreiniging als gevolg van particuliere houtstook

beeld de Omgevingswet en risicogericht werken.

Al decennia is luchtverontreiniging veroorzaakt door particuliere houtstook in Nederland een van de grootste bronnen van overlast in de leefomgeving. Maar

Het programma is tot stand gekomen in goed overleg met een ambtelijke

voor juist die milieubelastende activiteit is geen beleid opgesteld in Nederland.

werkgroep van de deelnemers en vervolgens via het AO, DB en uiteindelijk AB

De laatste jaren neemt deze overlast alleen maar toe. Naast geuroverlast blijkt

vastgesteld. In 2018 is de OMWB gestart met het op een projectmatige wijze

hinder als gevolg van fijnstof bij houtstook een enorme spelbreker te zijn voor

aanpakken van het programma. Het programma en de projectmatige aanpak

een gezond en optimaal ‘leefklimaat’ (vooral voor mensen met longproblemen).

hebben in 2019 en 2020 duidelijk hun meerwaarde bewezen. Projecten wor-

Toch is er nog steeds geen beleid opgesteld met betrekking tot houtstook (in

den niet alleen binnen het gestelde budget uitgevoerd, ook is er een duidelijke

relatie tot de directe omgeving). In 2020 is door de OMWB het initiatief geno­

verbetering zichtbaar van de geboekte resultaten. Hoewel we zeker nog zaken

men om in samenwerking met enkele andere omgevingsdiensten een notitie op

kunnen verbeteren, heeft de professionalisering van projectmanagement een

te stellen waarmee we gemeentes kunnen adviseren hoe ze hier invulling aan

positieve bijdrage geleverd aan de uitvoering van het programma. Een verant­

kunnen geven. Met als doel de luchtkwaliteit in woonwijken te verbeteren en

woording van het programma wordt afzonderlijk aangeboden in het tweede

het percentage gehinderden af te laten nemen (mede in het kader van de tran­

kwartaal van 2021.

sitie richting Omgevingswet). Hier is een duidelijke samenhang met het Schone Lucht Akkoord. Het omgevingsplan zou namelijk een optimale ingang kunnen

De omzet op programmadeel 3 bedroeg over 2020 € 1.556.000 (begroot

zijn om dit probleem gebiedsgericht te kunnen benaderen.

€ 1.556.000). De kosten worden niet verbijzonderd naar programma; deze worden op totaalniveau verantwoord.

De omzet op programmadeel 2 bedroeg over 2020 € 8.103.000 (begroot € 9.275.000). De kosten worden niet verbijzonderd naar programma; deze worden op totaalniveau verantwoord.

<<

<

OMWB Jaarstukken 2020

19

>

2.2.4 Programmadeel 4: Overige exploitatielasten en b ­ aten In programma 4 zijn de werkzaamheden ondergebracht die buiten voorgaande programma’s vallen. Het gaat hierbij om de levering van producten en diensten aan zowel deelnemers als niet-­deelnemers. Dit zijn onder andere de kosten voor luchtkwaliteitsmetingen, laboratoriumkosten en kosten van eNoses. De omzet op programmadeel 4 bedroeg over 2020 € 4.199.000 (begroot € 2.575.000). De kosten worden niet verbijzonderd naar programma; deze worden op totaalniveau verantwoord. 2.2.5 Kosten van Bedrijfsvoering, Vennootschapsbelasting en de post Onvoorzien De totale kosten van bedrijfsvoering (BBV hanteert de term ‘overhead’) be­

In 2020 is de bestuurlijke en ambtelijke taskforce ‘versnelling transitie vee­

droegen voor 2020 € 10.837.000 (begroot € 9.597.000). Voor een verdere

houderij’ met provincie en gemeenten gecontinueerd. Het implementatieplan is

uitsplitsing wordt verwezen naar de tekstuele toelichting in paragraaf 2.3.3

opgesteld en in uitvoering gebracht. Ook op andere onderwerpen als de aanpak

Bedrijfsvoering plannen en resultaten en paragraaf 3.3.3 Toelichting op het

van de stikstofproblematiek en de uitvoering van de Wet natuurbescherming

overzicht van baten en lasten 2020.

wordt intensief samengewerkt. Ook op het terrein van de invoering van de Omgevingswet vindt nauwe samenwerking plaats. Alle drie de diensten nemen

De kosten vennootschapsbelasting bedroegen in 2020 € 2.500 (begroot € 0).

deel in de projectgroep. De overdracht van de bodemtaken van provincie naar

Dit betreft de reservering voor de te verwachten te betalen vennootschaps­

gemeenten blijft eveneens hoog op de samenwerkingsagenda.

belasting over 2020. Het Brabants Omgevings Datalab (BOD) hetgeen in 2019 is gestart, is in 2020 Het bedrag van € 150.000 dat is gereserveerd voor onvoorziene kosten is in

succesvol voortgezet. Met het BOD worden goede resultaten geboekt om op

2020 voor € 142.000 aangesproken. Dit betreft de kosten voor BOA-­inzet

basis van verzamelde en geanalyseerde gegevens van de drie diensten en pro­

tijdens diverse weekenden in verband met COVID-19. Het Dagelijks Bestuur

vincie, beter informatiegestuurd en risicogericht te kunnen werken. Het geeft

heeft toestemming gegeven deze kosten ten laste van de post Onvoorzien te

inzicht in de tendensen provinciebreed van milieurelevante ontwikkelingen.

verantwoorden. Andere samenwerkingsprojecten zijn Kompas, de implementatie van het instru­ 2.2.6 Samenwerking van drie Brabantse Omgevingsdiensten

menteel VTH-­kader van de provincie, de aanpak van PFAS, (potentieel) zeer

Op veel terreinen en op verschillende niveaus wordt samengewerkt tussen de

zorgwekkende stoffen en de samenwerking in diverse projecten met de water­

Brabantse omgevingsdiensten (ODBN, ODZOB en OMWB). Bij de uitbraak van

schappen en veiligheidsregio’s. Bestaande samenwerking zoals in Samen Sterk

COVID-19 hebben de drie diensten de consequenties hiervan voor de uitvoering

in Brabant, de Milieuklachtencentrale, het ketengericht milieutoezicht en in het

van toezicht en handhaving met elkaar bestudeerd. Vervolgens werden de

toezicht op Risicorelevante bedrijven is in 2020 bestendigd en verder uitgebouwd.

ervaringen met de nieuwe aanpak met elkaar gedeeld.

<<

<

OMWB Jaarstukken 2020

20

>

2.3 Paragrafen

Risicobeheersing

Het Besluit Begroting en Verantwoording voor Provincies en Gemeenten (BBV)

Risicobeheersing of risicomanagement is het effectief omgaan met de kansen

schrijft voor dat in de begroting en jaarrekening paragrafen worden opgeno­

en bedreigingen die de realisatie van de organisatiedoelstellingen kunnen be­

men waarin de beleidslijnen zijn vastgelegd voor een aantal beheersmatige

invloeden. Hiervoor is het van belang dat er een continu proces wordt inge­

aspecten van de organisatie. De voor de OMWB van toepassing zijnde paragra­

richt van identificeren, prioriteren en beheersen van risico’s. De OMWB streeft

fen zijn hierna opgenomen:

ernaar risico’s zoveel als mogelijk te vermijden, verzekeringen ervoor af te

1. Weerstandsvermogen en risicobeheersing

sluiten of ze te ondervangen door beheersmaatregelen te treffen. In het kader

2. Financiering

van dit laatste stelt de OMWB een Intern Controleplan op, waaraan in het be-

3. Bedrijfsvoering (inclusief rechtmatigheid)

grotingsjaar uitvoering wordt gegeven.

2.3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Conform het BBV is het verplicht om op basis van risico­inschatting een kwa­ lificatie te geven van de omvang van het weerstandsvermogen. Het weer­ standsvermogen betreft de relatie tussen de risico’s waarvoor geen specifieke maatregelen zijn getroffen en de capaciteit van middelen en mogelijkheden die de OMWB heeft om niet­-begrote kosten op te vangen (BBV artikel 11). Om te voorkomen dat bij niet-­afgedekte risico’s ingrijpende (organisatie)wijzi­ gingen noodzakelijk zijn, is een afdoende weerstandsvermogen voor de OMWB gewenst. Hoe groot die weerstandscapaciteit moet zijn, is afhankelijk van de risico­inschatting en de bereidheid van het Bestuur om deze risico’s al dan niet te lopen. De OMWB streeft een voldoende weerstandscapaciteit na, dat bete­ kent een weerstandsratio tussen 1,0 en 1,4. Normering weerstandsvermogen Voor de normering van het weerstandsvermogen in relatie tot de deelnemers heeft het Algemeen Bestuur besloten een model vast te stellen dat erop neerkomt dat 5% van het (begrotings-/jaarrekening-)totaal van de exploitatierekening wordt aangehouden als weerstandsvermogen. Daarbij wordt een onder- en een bovengrens gehanteerd van respectievelijk 4% en 6%. Binnen deze bandbreedte is het weerstandsvermogen toereikend vanuit de optiek van het Algemeen Bestuur.

<<

<

OMWB Jaarstukken 2020

21

>

Geïdentificeerde risico’s

gevallen gaat lukken. Het risico dat hiermee samenhangt, wordt ingeschat

In de 2e Burap 2020 zijn de volgende risico’s geïdentificeerd:

op € 500.000 met een kans van maximaal 50%. Dit risico is gelijk gebleven aan vorig jaar, als gevolg van de verdere doorontwikkeling van de organisatie. Maatregelen: het uitvoeren van een correct en zorgvuldig personeelsbeleid,

Maximaal

Kans op

Gewogen

bedrag schade

optreden risico

risico

4. Inhuur versus vast personeel

400.000

50%

200.000

5. Transitie

500.000

50%

250.000

6. Problematiek arbeidsmarkt

700.000

75%

525.000

In aanvulling op punt 4 wordt het volgende opgemerkt: omdat de vaste for-

9. COVID-19

1.000.000

50%

500.000

matie nog niet op het juiste peil is, werken wij naast inhuur in toenemende

Totaal

2.600.000

Risico’s (bedragen x € 1.000)

1.475.000

waaronder een adequaat opleidingsprogramma. 6. Problematiek arbeidsmarkt

mate ook met trainees en net afgestudeerden die wij in dienst nemen. Deze jonge, nieuwe collega’s moeten wij opleiden ‘on the job’. Dat doen wij

Toelichting

in een periode van ongeveer twee jaar. In de eerste twee jaar zijn deze colle­

4. Inhuur versus vast personeel

ga’s nog niet volledig declarabel (eerste jaar 950 uren, tweede jaar 1150 uur,

In de begroting van de OMWB geldt als uitgangspunt dat in beginsel het

vanaf het derde jaar volledig declarabel, dat is 1350 declarabele uren). De

eigen personeel de taken verricht. Echter, in verband met de situatie op de

begeleiding verloopt via eigen collega’s van de dienst. In verband met deze

arbeidsmarkt is het nog niet mogelijk om op korte termijn het personeels­

noodzakelijke aanpak hebben wij een tijdelijk productietekort in termen van

bestand op het niveau van de begroting te krijgen. Het vaste personeels­

declarabiliteit. Het maximale risico in verband hiermee is € 700.000.

bestand gebaseerd op 308.000 declarabele uren is 228 fte (besluit AB in 2017). Op dit moment is de vaste formatie ongeveer 215 fte. Dit betekent

9. COVID-19

dat we afhankelijk zijn van de inhuur van derden voor de uitoefening van de

In februari 2020 heeft de uitbraak van COVID-19 plaatsgevonden, wat

taken. Deze externe inzet is duurder dan de uitvoering met eigen personeel.

een enorme impact heeft op ons allemaal. Hoe groot de financiële impact

Vandaar dat we dit opnemen in de risicotabel.

uiteindelijk zal zijn, is nu nog niet te bepalen. Onze organisatie loopt nu

Maatregelen: dit risico is te ondervangen door aanname van eigen perso­

geen risico qua continuïteit. We bewaken onze liquiditeitspositie en nemen

neel. In 2019 en 2020 hebben we samen met de twee andere Brabantse

maatregelen om onze taken gedurende deze crisis zo goed mogelijk te

omgevingsdiensten initiatieven ontplooid om onze positie op de arbeids­

blijven uitvoeren. Desondanks houden wij rekening met productieverlies en/

markt te verbeteren.

of minder opdrachten. Uitgaande van een omzet van ongeveer € 34 miljoen met circa 3%.

5. Transitie De aan onze organisatie en medewerkers gestelde eisen veranderen snel.

Actualisatie in het kader van de jaarrekening 2020

Dit is enerzijds gericht op de inhoud van het werk, anderzijds zien we dat ook andere vaardigheden worden gevraagd. In de opleidingen wordt hier

<<

<

4. Inhuur versus vast personeel

volop aandacht aan besteed. Medewerkers kunnen dan hun rol binnen de

In de begroting van de OMWB geldt als uitgangspunt dat in beginsel het eigen

organisatie beter pakken. De verwachting is dat dit niet in alle individuele

personeel de taken verricht. Afgelopen jaar is een aantal nieuwe medewer-

OMWB Jaarstukken 2020

22

>

kers in dienst getreden waardoor de verhouding tussen vast personeel en

jonge, nieuwe collega’s moeten wij opleiden ‘on the job’. Dat doen wij in een

inhuur beter in balans is gekomen. Daartegenover staat echter dat het hui-

periode van ongeveer twee jaar. In de eerste twee jaar zijn deze collega’s

dige vaste personeelsbestand (conform besluit AB in 2017) is gebaseerd op

nog niet volledig declarabel (eerste jaar 950 uren, tweede jaar 1150 uur,

308.000 declarabele uren (228 fte), waar de laatste 2 à 3 jaar de opdrachtpor-

vanaf het derde jaar volledig declarabel, dat is 1350 declarabele uren). De

tefeuille van de deelnemers aan de dienst rond de 340.000 declarabele uren op

begeleiding verloopt via eigen collega’s van de dienst. In verband met deze

jaarbasis beweegt. Een uitbreiding van het vaste perso­neel voor het primaire

noodzakelijke aanpak hebben wij een tijdelijk productietekort in termen van

proces ligt voor de hand, naar een niveau van 240 fte, oftewel 324.000 decla-

declarabiliteit. Het maximale risico in verband hiermee is € 700.000.

rabel uren. Op dit moment is de vaste formatie ongeveer 220 fte. Dit betekent dat we afhankelijk zijn van de inhuur van derden voor de uitoefening van de

9. COVID-19-virus

taken. Deze externe inzet is duurder dan de uitvoering met eigen personeel,

In februari 2020 heeft de uitbraak van COVID-19 plaatsgevonden, die een

vandaar dat we dit opnemen in de risicotabel.

enorme impact heeft op ons allemaal. Door tijdens lockdowns werkzaam­

Maatregelen: dit risico is te ondervangen door aanname van eigen personeel.

heden anders aan te pakken is het verlies in productieve uren beperkt

Vanaf 2019 worden samen met de twee andere Brabantse omgevingsdiensten

gebleven. Daarnaast is tijdelijk een aantal inhuurcontracten opgeschort,

initiatieven ontplooid om onze positie op de arbeidsmarkt te verbeteren. Dit

waardoor een aanzienlijke besparing op het inhuurbudget heeft plaatsge­

heeft in 2020 al tot het aannemen van een aantal nieuwe medewerkers geleid.

vonden. Ondanks het feit dat we als OMWB het afgelopen jaar de impact van COVID-19 hebben wisten te beperken, blijft het lastig te bepalen hoe

5. Transitie mens en systeem

groot de financiële impact voor komend jaar zal zijn. Onze organisatie loopt

De aan onze organisatie en medewerkers gestelde eisen blijven snel veran­

geen risico qua continuïteit, conform artikel 35 lid I van de GR zullen de

deren. Dit is enerzijds gericht op de inhoud van het werk, anderzijds zien

deelnemers er steeds voor zorg dragen dat de Omgevingsdienst over vol­

we dat ook andere vaardigheden worden gevraagd. In de opleidingen wordt

doende middelen beschikt om al zijn verplichtingen jegens derden te kunnen

hier volop aandacht aan besteed, waardoor de werkers hun rol binnen de

voldoen. We bewaken onze liquiditeitspositie goed en nemen maatregelen

organisatie beter kunnen pakken. De verwachting is echter dat dit niet in alle

om onze taken gedurende deze crisis zo goed mogelijk te blijven uitvoeren.

individuele gevallen gaat lukken. Het risico dat hiermee samenhangt, wordt ingeschat op € 500.000 met een kans van maximaal 50%. Dit risico is gelijk

Risicos’en beheersmaatregelen

gebleven aan vorig jaar, als gevolg van de verdere doorontwikkeling van de

De werkplannen 2021 zijn goed gevuld, taken worden (net als in 2020) ook

organisatie.

administratief of op afstand (digitaal) uitgevoerd. De uitvoering van taken

Maatregelen: het uitvoeren van een correct en zorgvuldig personeelsbeleid,

in de situaties van ongewone voorvallen, calamiteiten en aantasting veilig­

waaronder een adequaat opleidingsprogramma.

heid/ milieu vinden op een normale manier doorgang. Waar mogelijk worden werkzaamheden in de planning naar voren gehaald.

6. Problematiek arbeidsmarkt

<<

<

In aanvulling op punt 4 wordt het volgende opgemerkt: omdat de vaste

We borgen enerzijds de inhoud en kwaliteit van het milieu (zo goed moge­

formatie nog niet op het juiste peil is, werken wij naast inhuur in toenemende

lijk) en anderzijds zetten we in op het zo veel mogelijk beperken van finan­

mate ook met trainees en net afgestudeerden die wij in dienst nemen. Deze

ciële schade voor dienst en deelnemers.

OMWB Jaarstukken 2020

23

>

Financiële kengetallen

Financiële positie De liquiditeitspositie is goed, de deelnemers hebben hun bijdrage voor het eerste halfjaar middels bevoorschotting betaald. Het is niet uit te sluiten dat

Het BBV schrijft voor dat een aantal verplichte financiële kengetallen moet

in 2021 het volledig uitvoeren van de werkprogramma’s onder druk komt te

worden opgenomen. Doel daarvan is inzicht te geven in de financiële positie

staan. Wanneer nodig, wordt (net als in 2020) externe inhuur op­of afge-

van de organisatie. De trend van de voor de OMWB relevante kengetallen

schaald, waardoor baten en lasten op gelijk niveau blijven. Eventuele financiële

wordt in onderstaande tabel weergegeven.

gevolgen worden via de bestuursrapportages gemeld. Financiële kengetallen

Op basis van het voorgaande en een actuele inschatting van de huidige risico’s is het eindbeeld voor de jaarrekening 2020 als volgt: Maximaal

Kans op

Gewogen

bedrag schade

optreden risico

risico

4. Inhuur versus vast personeel

400.000

50%

200.000

5. Transitie mens en systeem

500.000

50%

250.000

6. Problematiek arbeidsmarkt

700.000

75%

525.000

9. COVID-19-virus

1.000.000

50%

Totaal

2.600.000

Risico’s (bedragen x € 1.000)

500.000 1.475.000

Jaarrekening 2020

Begroting 2020

Jaarrekening 2019

Netto schuldquote

-3,8%

-­2,9%

-­5,9%

Solvabiliteitsratio

40,1%

30,9%

40,2%

Structurele exploitatieruimte

0,2%

-­0,1%

­-3,0%

Grondexploitatie

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Belastingcapaciteit

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Tabel financiële kengetallen

Netto schuldquote De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Hoe verder deze ratio onder de 1,0 ligt, hoe beter het is.

Beschikbaar weerstandsvermogen

De netto schuldquote is toegenomen ten opzichte van de jaarrekening 2019.

De weerstandscapaciteit bestaat uit de algemene reserve. De algemene reserve bedraagt ultimo 2020 € 1.546.000. Uitgaande van het actuele risicoprofiel van

Solvabiliteit

€ 1.475.000 is de weerstandsratio 1,05. Dit wordt volgens de waarderingstabel

Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de OMWB in staat is aan haar

van het Nederlands Adviesbureau Risicomanagement (NAR) gekwalificeerd als

financiële verplichtingen te voldoen. De solvabiliteitsratio geeft het aandeel van

‘voldoende’. In de jaarrekening 2019 bedroeg de weerstandsratio 1,05 (‘vol­

het eigen vermogen in het balanstotaal weer. Hoe hoger deze ratio, hoe groter

doende’).

de weerbaarheid van de organisatie. De solvabiliteit is vergelijkbaar met het percentage uit de jaarrekening 2019.

Voor de normering van het weerstandsvermogen in relatie tot de deelnemers komt het weerstandsvermogen op 4,4% van het jaarrekeningtotaal uit. Daarbij

Structurele exploitatieruimte

ligt het vermogen ruim binnen de bandbreedte van 4% tot 6%.

Door het zuiveren van de incidentele lasten en baten en de mutaties in reserves, ontstaat er beeld in hoeverre sprake is van een structureel sluitende begroting. De structurele lasten en baten worden in dit kengetal uitgedrukt als een percentage van de totale baten (voor mutaties reserves) van het betref­fende jaar. Een

<<

<

OMWB Jaarstukken 2020

24

>

positief percentage is wenselijk, aangezien dit betekent dat de structurele baten

Renterisicobeheer

toereikend zijn om de structurele lasten te dekken.

1. de kasgeldlimiet wordt niet overschreden conform de Wet fido; 2. d  e renterisico norm wordt niet overschreden conform de Wet fido;

Onderlinge verhouding kengetallen De kengetallen laten een wisselend beeld zien ten opzichte van 2019. De overall conclusie is dat de kengetallen nog binnen de wenselijke marges vallen waardoor de balanspositie van de OMWB als solide is aan te merken.

3. n  ieuwe leningen/uitzettingen worden afgestemd op de bestaande financiële positie en de liquiditeitenplanning; 4. de rentetypische looptijd en het renteniveau van de betreffende lening/uitzetting wordt zo veel mogelijk afgestemd op de actuele rentestand en de rente­visie; 5. b  innen de kaders gesteld onder lid 3 en lid 4, streeft de OMWB naar spreiding

2.3.2 Financiering

in de rentetypische looptijden van uitzettingen.

In aansluiting op de Wet Financiering decentrale overheden (fido) is in het Besluit Begroting en Verantwoording neergelegd dat de financieringsparagraaf

Met de inwerkingtreding van de Wet fido is de term ‘Renterisico-norm’ geïntro­

de beleidsvoornemens voor het risicobeheer van de financieringsportefeuille

duceerd. De norm schrijft voor dat in enig jaar de aflossing van een langlopende

uiteenzet. De grondslag voor de aan de portefeuille verbonden Treasuryfunctie

schuld niet meer mag bedragen dan 20% van het begrotingstotaal.

is vastgelegd in het Treasurystatuut. Het beheer van de OMWB is risicomijdend en mede gericht op het voldoen aan de renterisico­norm en de kasgeldlimiet.

De OMWB kent momenteel geen langlopende leningen en voldoet daarmee auto­ matisch aan de norm. De huidige financieringspositie en dito -behoeften vanuit de

Treasurybeleid

investeringsbegroting, geven thans geen verdere aanleiding tot aanwending van

De doelstellingen van het treasurybeleid van de OMWB zijn:

een dergelijke lening.

1. h  et verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen accepta­ bele condities; 2. h  et beschermen van vermogens­en (rente­)resultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s, liquiditeitsrisico’s en

Kredietrisicobeheer Met betrekking tot het kredietrisicobeheer geldt het uitgangspunt dat overtollige middelen op voorhand worden aangehouden in de schatkist.

krediet­risico’s; 3. h  et minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities; 4. h  et optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet fido

Intern liquiditeitsbeheer De OMWB beperkt haar interne liquiditeitsrisico’s door haar treasury­-activiteiten te baseren op een adequate liquiditeitsplanning.

respectievelijk de limieten en richtlijnen van het Treasurystatuut. Valutarisicobeheer Onder risico’s worden verstaan zowel renterisico’s (vaste schuld en vlottende

Valutarisico’s worden door de OMWB uitgesloten. Leningen worden uitsluitend aan-

schuld), als kredietrisico’s, liquiditeitsrisico’s en valutarisico’s. Met betrekking

gegaan of gegarandeerd in de Europese geldeenheid (de euro).

tot risicobeheer geldt het volgende algemene uitgangspunt: Bij het uitzetten of aantrekken van middelen worden de bepalingen zoals neergelegd in de Wet fido en de Ruddo in acht genomen.

<<

<

OMWB Jaarstukken 2020

25

>

Kasgeldlimiet

Schatkistbankieren

Met de kasgeldlimiet stelt de Wet fido een norm voor het maximumbedrag

Overheden mogen sinds 2014 tegoeden uitsluitend bij het Rijk of andere de­

voor de financiering van de bedrijfsvoering met kortlopende middelen (looptijd

centrale overheden wegzetten. Dit is primair bedoeld om de staatsschuld terug

< 1 jaar). De kasgeldlimiet voor gemeenschappelijke regelingen betreft 8,2%

te dringen. De OMWB heeft gedurende het gehele boekjaar 2020 te maken

van het begrotingstotaal.

gehad met overschotten aan liquide middelen. Deze overschotten zijn dagelijks afgeroomd naar de schatkist. Op de lopende rekening blijft na afroming maxi­

Voor de berekening van de kasgeldlimiet is onderstaande modelstaat voorge­

maal € 250.000 beschikbaar.

schreven. De opgenomen bedragen betreffen de realisatiecijfers 2020. Leningen en kredietfaciliteiten De kasgeldlimiet is voor de OMWB voor 2020 berekend op € 2.687.000. Aan­ gezien het gemiddelde netto vlottende overschot aan financieringsmiddelen op

Bij de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) heeft de OMWB een kredietfaciliteit

€ 11 miljoen wordt geschat, is de ruimte onder de kasgeldlimiet gelijk aan de

van afgerond € 1,0 miljoen.

kasgeldlimiet. Stappen (1-4)

2.3.3 Bedrijfsvoering plannen en resultaten (1) Vlottende schuld

(2) Vlottende middelen

(3) Netto vlottend (+) of Overschot middelen (–)

Eerste kwartaal

0

14.271

-­14.271

voor bedrijfsvoering. Naast de reguliere activiteiten zijn voor bedrijfsvoering

Tweede kwartaal

0

4.347

-­4.347

vanuit het primaire proces een aantal majeure ontwikkelingen relevant:

Derde kwartaal

0

14.288

-­14.288

Vierde kwartaal

0

6.093

-­6.093

(1) – (2) = (3)

Stappen (5–9)

Variabelen

(5)

Kasgeldlimiet

2.687

(6a) = (5>4)

ruimte onder

Bedragen

2.687

overschrijding van

0

de kasgeldlimiet

Begrotingstotaal

32.767

(8)

Percentage regeling

8,2%

(5) = (7) x (8) / 100

Kasgeldlimiet

2.687

OMWB Jaarstukken 2020

Na de vervanging van de diverse systemen in 2019 en het aanpassen van aan ontwikkelingen als Business Intelligence (BI), Informatiegestuurd werken

kasgeldlimiet (5)

<

Omgevingswet;

werkwijzen wordt in 2020 de informatievoorziening doorontwikkeld. Denk ook

Berekening

<<

plaatsen effect op de werkzaamheden onder andere het Digitaal Stelsel

• Vernieuwing informatievoorziening

de kasgeldlimiet

(7)

• Omgevingswet Deze ingrijpende wetswijziging heeft binnen de bedrijfsvoering op meerde­re

(4) gemiddelde van (3)

(6b) = (4>5)

Deze paragraaf geeft inzicht in de beleidsvoornemens en behaalde resultaten

en Datawarehousing.

26

>

Resultaten Afdeling Bedrijfsvoering

Omgevingswet Zoals meerdere organisaties in den lande zijn we in afwachting van de datum

COVID-19

van inwerkingtreding van de Omgevingswet. In de voorbereidende sfeer zijn

Deze pandemie vergt veel van ons allen. De afdeling bedrijfsvoering is in

we aangesloten bij het DSO en heeft de gehele organisatie met behulp van

organisatie­-ondersteunende zin van betekenis geweest door (ICT-­)middelen

e-­learning kennis gemaakt met de beginselen van de Omgevingswet.

te verstrekken om thuiswerken te vergemakkelijken. Daarnaast hebben we een aanpassing van het aantal werkplekken doorgevoerd ten behoeve van de

Juridische aangelegenheden

1,5 meter­-maatregel. De vergaderfaciliteiten zijn uitgebreid met videobellen

In 2020 speelden twee kwesties waarvoor juridische ondersteuning nood­

(TEAMS, Zoom) en hebben we een reserveringssysteem (i-­reserve) aange­

zakelijk was:

schaft. Het aantal door COVID-19 besmette mensen is binnen de organisatie

- Bij de overname van vijf trainees van detacheringsbureau Lybrae is er

beperkt gebleven en er heeft, zoals het zich nu laat aanzien, geen besmetting

verschil van inzicht ontstaan over het wel of niet nakomen van contract-

binnen de organisatie plaatsgevonden. De maatregelen hebben naar het zich

verplichtingen. Naar aanleiding van een rechtszaak heeft op 27 mei 2021

laat aanzien gewerkt. Het ziekteverzuimpercentage over 2020 was 4,9%.

een schikking plaatsgevonden. Als gevolg hiervan is een post van € 125.000

In 2019 was dit percentage 4,5%. Dit is een lichte stijging, de relatie met de

gevormd voor toekomstige kosten;

COVID-19­-pandemie is moeilijk te leggen. Er is vooral een toename van

- De uitloop van de livegang van Squit 20/20 heeft geleid tot het opleggen van

langdurig zieken. De mentale belasting van het thuiswerken en het gebrek aan

een boete en het indienen van een schadeclaim bij de firma Roxit. De boete is

sociale bewegingsruimte is merkbaar en voor een bepaalde groep medewerkers

geaccepteerd, over de schadeclaim is overeenstemming bereikt. Beide bedra-

(alleenstaanden, ouders met kinderen in de basisschoolleeftijd) nog groter.

gen zijn opgenomen in de jaarcijfers.

We schakelen als organisatie intensief met de bedrijfsarts en bedrijfsmaat­ schappelijk werk om medewerkers at risk in beeld te houden. Organisatie-aanpassing bedrijfsvoering In maart heeft de OR positief geadviseerd over een kleine aanpassing van de afdeling Bedrijfsvoering. Er wordt nu gewerkt met vijf clusters, met een kleine staf. En er heeft een verschuiving van fte’s over de clusters heen plaatsge­ vonden. Door vooral digitalisering zijn er bij de clusters HR en Financiën en Control besparingen gerealiseerd. Hierdoor was het mogelijk om bij het cluster Informatievoorziening extra formatieplaatsen te creëren, om zo de essentiële verbeteringen beter vorm te kunnen geven.

<<

<

OMWB Jaarstukken 2020

27

>

Vernieuwing informatievoorziening

Op grond van het bovenstaande richt HR zich in 2020 op:

Het programma SPEER voorziet in het ingrijpend wijzigen van het applica­ tielandschap. Het programma bestaat uit drie deelprojecten:

1. Opleiden en ontwikkelen

a. verbetering processen bedrijfsvoering, middels AFAS;

We bereiden onze medewerkers voor op de komst van de Omgevingswet en

b. opzetten en inrichten van datawarehouse en rapportages;

daarmee samenhangende veranderingen. We gaan onze medewerkers waar

c. implementatie Squit 20/20, onze kernapplicatie voor de VTH­-processen.

mogelijk zelf opleiden. We investeren veel in talentontwikkeling om te blijven voldoen aan de kwaliteitscriteria 2.1.

Ad a. De bedrijfsvoeringprocessen zijn in 2020 verder geoptimaliseerd. Alle ontwikkelingen worden in een zogenaamde roadmap opgenomen en naar pri-

Resultaten 2020

oriteit uitgevoerd. De HR-processen zijn nu vrijwel volledig middels workflows

In 2020 is de basis gelegd voor het leer­en ontwikkelplan Omgevingswet van

ingericht. Dit geeft als resultaat een vergaande efficiëntie. Voor de financiële

de OMWB. Alle medewerkers hebben scholing ontvangen en beschikken over

processen is veel energie gestoken in de facturering en omzetcontroles. We zijn

voldoende kennis van de wet om zich op de wetswijziging voor te kunnen

daardoor beter in control.

bereiden. Hier zal op worden voortgebouwd door middel van verdiepende

Ad b. Het inrichten van het dataplatform als basis voor de informatievoorziening

(vaardigheids-­)training en oefening.

is afgerond. De rapportagemogelijkheid middels Power BI is uitgerold naar ge­ bruikers en de eerste sturings-­en verantwoordingsrapportages zijn ontwikkeld.

In het afgelopen jaar is de dienst door een extern bureau getoetst op het

Dit project loopt op koers.

voldoen aan de wettelijk verplichte kwaliteitscriteria 2.2 voor het uitoefenen

Ad c. De livegang van Squit 20/20 was meerdere malen uitgesteld. Op 7 decem­ber

van de taken voor vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) met

2020 is Squit echt live gegaan. Een livegang die technisch goed is verlopen, maar

betrekking tot milieu. De uitkomst van deze externe toets is: zeer deskundig

nog steeds veel inzet vergt. Nieuwe processen en werkwijzen moeten ins­lijten,

en robuust. In paragraaf ‘Kwaliteitscriteria 2.2’ verderop in dit verslag, wordt

en sommige inrichtingskeuzes moeten enerzijds uitgelegd en verduidelijkt wor-

verder ingegaan op de resultaten.

den en anderzijds zijn ze punt van discussie vanwege veranderende inzichten. 2. Strategische personeelsplanning Human Resource Management

De capaciteit en kwaliteit van ons personeelsbestand dient ingezet te worden

De komst van de Omgevingswet is binnen dit cluster de grootste verandering.

stroom) is van groot belang en afgestemd op wat nodig is om ons werkprogram­

Deze wet vraagt van onze medewerkers een actievere opstelling als adviseur.

ma en aanvullende opdrachten te kunnen uitvoeren. Om dit te realiseren leggen

Dit betekent ontwikkelen van het zittend personeel (vaardigheden en com­

we de focus op strategische personeelsplanning. Interne mobiliteit, maar ook het

petenties), alsook werven van nieuw personeel. Er is momenteel krapte op

begeleiden van medewerkers naar externe organisaties maakt hiervan deel uit.

daar waar het nodig is. Flexibiliteit in het personeelsbestand (in-­, door-­en uit­

het aanbod in de arbeidsmarkt. Voor de OMWB is het van groot belang zich

<<

<

te profileren als een moderne, aantrekkelijke werkgever met goede arbeids­

Resultaten 2020

voorwaarden, ontwikkelmogelijkheden en een duurzame inzetbaarheid van

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10492038/1