CConstaterende datRucphen
Koppel je AI →
Document · PDF

16. VNG lbr 24-019 Uitnodiging ALV 26 juni 2024

commissie Economie Ruimtelijke Ordening en Milieu 4 september 2024, gemeente RucphenBij agendapunt: Ingekomen stukken ABM28.664 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Ontwikkelingen rond het (aanstaande) nieuwe kabinet en landelijke politiek 3. Stand van Zaken per nieuwe randvoorwaarde 1. Het speelveld en uitvoeringskracht gemeenten op orde 2. Haalbaar, betaalbaar én rechtvaardig voor de samenleving 3. We doen het samen en in vertrouwen 4. Houd koers richting 2050

Inleiding In 2018 heeft de ALV, onder randvoorwaarden, ingestemd met het Klimaatakkoord en daarmee een aanzienlijk pakket met nieuwe taken binnen energie en klimaat op zich genomen. Sinds deze stap naar voren van gemeenten heeft het klimaatbeleid forse ontwikkelingen doorgemaakt. Er zijn grote onderwerpen bij gekomen, zoals netcongestie (zie daarvoor ook de motie “Oplossingen voor een overvol stroomnet” van de gemeenten Almere, Schagen e.a.), natuur-inclusief isoleren en de betaalbaarheid, met name voor kwetsbare huishoudens, van de energierekening. Gemeenten gaan steeds meer van visies en planvorming naar de uitvoering. De forse uitvoeringsmiddelen die vanuit het Rijk beschikbaar zijn gesteld en de (hopelijk) aanstaande invoering van de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie en de Wet collectieve warmtevoorziening ((Wgiw en Wcw) geven daarvoor de ruimte. De VNG richt zich dan ook steeds meer op het ondersteunen van de uitvoeringskracht van gemeenten. Bovenstaande heeft ook geleid tot actualisatie van de VNG-randvoorwaarden bij het klimaatbeleid op de BALV van 1 december 2023. De geactualiseerde randvoorwaarden zijn erop gericht de uitgangspositie van gemeenten te versterken zodat zij hun energie- en klimaattaken uit het Klimaatakkoord kunnen uitvoeren en zo een effectieve bijdrage kunnen leveren aan de klimaatopgave.

Tevens zorgt de actualisatie ervoor dat de randvoorwaarden waarmee de VNG namens gemeenten werkt op nationaal niveau up-to-date zijn, 5 jaar na ondertekening van het Klimaatakkoord. De geactualiseerde randvoorwaarden zijn: 1. 2. 3. 4.

Het speelveld en uitvoeringskracht gemeenten op orde; Haalbaar, betaalbaar en rechtvaardig voor de samenleving; We doen het samen en in vertrouwen; Houd koers richting 2050.

De geactualiseerde randvoorwaarden zijn een voortzetting, aanpassing en uitbreiding van de eerdere randvoorwaarden. Ze zijn bedoeld als rode draad in de huidige en toekomstige gesprekken van de VNG met het Rijk en met het nieuwe kabinet wanneer dat aantreedt. 1

Ontwikkelingen rond het (aanstaande) nieuwe kabinet en landelijke politiek In het onderhandelingsakkoord dat PVV, VVD, NSC en BBB hebben afgesloten willen deze partijen zich houden aan bestaande afspraken rondom klimaat en vasthouden aan stabiel beleid. Stabiel beleid is belangrijk voor gemeenten en voor het algemene doelbereik van de bestaande afspraken.. Toch zien we een aantal verschuivingen binnen het beleid die het doelbereik lastiger maken. Een aantal van deze maatregelen (zoals geen verplichting warmtepomp bij nieuwe cv-ketel; uitsluiten van verplichte labelsprongen voor koopwoningen, windmolens zoveel mogelijk op zee in plaats van op land en de invoering van zero-emissiezones uitstellen om uitzonderingen landelijk te kunnen regelen) raken gemeenten direct. Ook een aantal financiële maatregelen raken het werk van gemeenten. Bijvoorbeeld: een generieke korting op subsidies die ook duurzaamheidssubsidies raken; het Klimaatfonds van 35 mld. wordt gekort met 1,2 mld.; en verlaging van de belasting op aardgas. Belangrijkste is echter dat er (nog) geen extra uitvoeringsmiddelen voor gemeenten beschikbaar zijn gesteld (de Raad voor het Openbaar Bestuur, ROB, pleitte eerder dit jaar voor een toename van ca 200 mln, zie verderop).

Ook andere voorstellen – overheveling Spuks naar gemeentefonds met een afslag van 10%, en afschaffen van het stikstof-transitiefonds, waar uitvoering van het klimaatbeleid voor de landbouw onder valt – leiden tot meer druk op de hoeveelheid beschikbare uitvoeringsmiddelen. De VNG mikt op het hernieuwen van bestuurlijke afspraken met het nieuwe kabinet, met aandacht voor bovenstaande kwesties en met name de noodzakelijke toename van de uitvoeringsmiddelen. Naast het aantredende nieuwe kabinet, liggen er vanuit het demissionaire kabinet de Wgiw en de Wcw voor in het parlement, beide belangrijk voor de regierol van gemeenten. De invoering van deze wetsvoorstellen is nog geen gelopen race en blijft onze aandacht houden richting Eerste en Tweede Kamer. De Tweede Kamer heeft in april ingestemd met de Wgiw. Het onderliggende besluit (Bgiw) zal in samenhang met de Wcw door de Tweede Kamer behandeld worden. Daarna gaat de Wgiw naar de Eerste Kamer. Gezien de brede steun in de Tweede Kamer hebben wij goede hoop dat de Wgiw de eindstreep haalt. De Wcw zal naar verwachting voor de zomer naar de Tweede Kamer worden gestuurd. Beoogde Inwerkingtreding van beide wetten is 1 juli 2025.

Stand van zaken randvoorwaarden 1. Het speelveld en uitvoeringskracht gemeenten op orde Er zijn nog steeds grote uitdagingen rondom de uitvoerbaarheid van de energietransitie door gemeenten, zoals door de krapte op de arbeidsmarkt, de steeds nijpendere netcongestie, de regels rondom natuur-inclusief isoleren (soortenbescherming) en de beschikbaarheid van materialen. Dit heeft ook effect op de omvang en inzet van uitvoeringsmiddelen. Achtereenvolgens komende de volgende onderwerpen aan bod: 1.1 Uitvoeringsmiddelen en ROB-advies; 1.2 Uitvoeringskracht gemeenten; 1.3 Duurzame mobiliteit; 1.4 Landbouw en landgebruik; 1.5 Netcongestie; 1.6 Programmeren voor investeren in energiesysteem; 1.7 Energieboards; 1.8 Groen gasopgave; 2

1.9 Energiesysteem, NPE & energiewet. 1.1 Uitvoeringsmiddelen en ROB advies De uitvoeringsmiddelen die het Rijk beschikbaar stelde in de eerste tranche van de Tijdelijke Regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat en energiebeleid (hierna CDOKE) hebben de uitvoeringskracht van gemeenten sterk verbeterd. De CDOKE is gebaseerd op het advies “van Parijs naar Praktijk” uit 2021 van de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) en het onderhavige kostenonderzoek door AEF. Omdat er ten tijde van dit onderzoek nog veel onduidelijkheid bestond over de daadwerkelijke uitvoeringskosten adviseerde de ROB een evaluatie en herijking van de uitvoeringskosten in 2024. Op verzoek van de verschillende overheden is het ROB in 2023 gestart met de herijking. Na de val van Rutte IV is op mede ons verzoek het onderzoek versneld zodat het tijdig klaar was voor een volgend kabinet aantrad. Het onderliggende financiële onderzoek is door AEF en Improven uitgevoerd met grote betrokkenheid van de VNG, gemeenten en andere decentrale overheden. Op 28 maart 2024 heeft ROB het nieuwe advies gepubliceerd: “Koersen op Klimaatneutraal”. Het nieuwe onderzoek laat zien dat de daadwerkelijke kosten hoger uitvallen dan in 2021 is geraamd (ca 200 mln. gemiddeld per jaar). Dit heeft o.a.

te maken met beter inzicht in de omvang van de al bestaande taken en aangescherpte ambities maar ook met nieuwe taken zoals de ontwikkeling van publieke warmtebedrijven, het aanpakken van netcongestie en integraal programmeren, en de inzet op soortenbescherming. De ROB adviseert in het advies om de benodigde extra middelen snel beschikbaar te stellen en daarbij ook snel ‘meer’ en langdurige zekerheid te verschaffen aan gemeenten. Over de wijze van bekostiging sluit de ROB aan bij de bestaande systematiek van een brede doeluitkering gecombineerd met planfinanciering. Een bekostigingswijze waarbij specifieke plannen van gemeenten worden bekostigd. Naast de uitvoeringsmiddelen gericht op ambtelijke capaciteit was onderdeel van het ROB-onderzoek ook de investeringsopgave van gemeenten gerelateerd aan hun klimaatopgave. Conclusie van ROB was dat in dit tijdsbestek er onvoldoende duidelijkheid over die kosten kon worden geboden en dat er meer onderzoek nodig is. De ROB adviseert echter dat het rijk ook voor deze kosten reeds een deel van de benodigde middelen uitkeert, zodat ontwikkelingen bij gemeenten van start kunnen gaan . Het ROB hecht in het advies ook veel waarde aan een goede dynamiek tussen decentrale uitvoering en centrale regie waarbij de gewenste beleidsvrijheid blijft bestaan, maar de centrale doelstellingen niet uit het oog worden verloren.

Daarom adviseert de ROB de onderlinge samenwerking tussen nationale programma’s en decentrale overheden te intensiveren en specifiek aandacht te vestigen op het onderling uitwisselen van kennis en expertise. Daarnaast adviseert de ROB in te zetten op de implementatie van een nationale monitorings-systematiek met eenduidige indicatoren voor het decentrale klimaat- en energiebeleid (naar gelijk het regie- en monitoring model van de NP RES). Een dergelijke regierol vanuit de Rijksoverheid moet tevens kunnen voorzien in de spreekwoordelijke ‘stok achter de deur’ voor wanneer het klimaat- en energiebeleid op decentraal niveau onvoldoende voortgang boekt. Verder adviseert het ROB om de uitkering via één brede doeluitkering te laten verlopen (minder Spuks) en jaarlijks te inventariseren welke nieuwe taken erbij zijn gekomen.

3

Met het Rijk en andere overheden werken wij deze aanbevelingen verder uit. Na publicatie van het onderhandelingsakkoord van PVV, VVD, NSC en BBB heeft het Rijk de VNG geïnformeerd dat de appreciatie van het ROB advies aan het volgende kabinet is. 1.2 Uitvoeringskracht gemeenten De VNG spant zich op verschillende manieren in om de uitvoeringskracht van gemeenten in de energietransitie te versterken. Dit doen we via goed bezochte oploopjes, lezingen, masterclasses voor ambtenaren en bestuurders, essays en de opbouw van een lerend netwerk. De groeiende beschikbaarheid van kennis en informatie levert een belangrijke bijdrage aan het vergroten van het (gemeentelijk) handelingsperspectief. Hier geven we 2 voorbeelden. De Datavoorziening Energietransitie Gebouwde Omgeving (DEGO) is verder uitgebreid, waarmee de informatiepositie van gemeenten verder is versterkt. Daarnaast hebben wij op verschillende manieren onderzocht hoe wij verder kunnen inspelen op de ondersteuningsbehoefte van gemeenten. Deze inspanningen hebben o.a. geleid tot het ROB advies eind maart. Daarnaast hebben we met het Rijk aanvullende afspraken gemaakt over de inzet van de Uitvoerbaarheidstoets Decentrale Overheden (UDO), waarmee de lokale uitvoerbaarheid verder wordt geborgd: klimaatmaatregelen die gemeenten raken worden met behulp van een UDO aan ons voorgelegd.

De UDO’s worden naar verwachting ook een belangrijk instrument bij de tussentijdse actualisaties van de benodigde uitvoeringsmiddelen. 1.3 Duurzame mobiliteit Als VNG hanteren we bij de verduurzaming van mobiliteit de Trias Mobilica als uitgangspunt, De Trias Mobilica richt zich op verminderen, veranderen en verduurzamen van mobiliteit. Vanuit dat principe streven we naar verminderen en veranderen: een niet gereden kilometer hoeft namelijk ook niet geëlektrificeerd (verschoond) te worden. Op verschillende vlakken werken we met het Rijk, IPO en andere partijen samen om de klimaatdoelstellingen op mobiliteit te behalen. Daarbij merken we dat de beleidsinsteek van het ministerie vooral gericht is op elektrificatie en daarmee vooral ziet op de laatste stap van de Trias Mobilica (verschonen). Daarmee komen de doelstellingen voor 2030 in beeld, maar is er nog geen houdbare lange termijnstrategie. We blijven ons inzetten voor een integraal duurzaam mobiliteitsbeleid. 1.4 Landbouw en landgebruik In de ‘Bestuurlijke afspraken Klimaat en Energie’ uit 2022 is vastgelegd dat de aanpak voor Landbouw en Landgebruik uit het Klimaatakkoord wordt ondergebracht bij het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG).

Het doel van dit programma is een integrale aanpak voor emissiereductie van CO2 en stikstof, alsmede het borgen van de waterkwaliteitsdoelen zoals die zijn vastgelegd in de Kader Richtlijn Water. Het programma werkt met generiek beleid, zoals de uitkoopregelingen, maar vooral met een gebiedsgerichte aanpak. Het is daarbij zaak dat gemeenten voldoende worden geëquipeerd om zo'n gebiedsproces mede te begeleiden en dit vast te leggen in omgevingsvisies of –plannen. Specifiek voor het landgebruik in Veenweidegebieden is een (publiekprivaat)-programma opgezet om via peilverhoging te komen tot minder broeikasgassen. De VNG heeft haar inzet vastgelegd in de position paper landelijk gebied. Naast het halen van de wettelijke reductiedoelen staan ook leefbaarheid en herstel van vertrouwen tussen inwoner en overheid voorop. Voor de glastuinbouw is het ‘Convenant Energietransitie Glastuinbouw 2022-2030' van belang dat is afgesloten tussen Rijk, brancheorganisatie Glastuinbouw Nederland en de triplehelix Stichting Greenports Nederland. Partijen spreken in dit convenant de ambitie uit dat in 2040 de glastuinbouw klimaatneutraal en rendabel is. Voor de uitvoering is een budget van 391 miljoen euro gereserveerd. De 4

rol van gemeente is vooral het faciliteren en stimuleren van gebiedsprocessen, zodat glastuinbouwbedrijven versneld kunnen moderniseren. Uiteindelijk dient zo’n gebiedsproces ook ruimtelijk te worden vastgelegd in een omgevingsvisie of -plan. 1.5 Netcongestie Het aanbod van én de vraag naar elektriciteit nemen sneller toe dan de uitbreiding en versterking van de energie-infrastructuur. De problemen op de elektriciteitsnetten raken burgers en bedrijven. Inmiddels ondervinden gemeenten in toenemende mate de gevolgen van deze netcongestie. Zo kunnen in de regio Flevopolder, Gelderland en Utrecht woonwijken niet worden aangesloten op het net, kunnen bedrijven niet uitbreiden en verduurzamen en kunnen projecten voor hernieuwbare energie niet worden aangesloten op het stroomnet. De netcongestie problematiek vraagt om een stevige en gezamenlijke aanpak van overheden, netbeheerders en netgebruikers. De inzet vanuit de VNG op dit dossier is breed; we zijn aangesloten bij het Landelijk Actie Programma Netcongestie op alle lijnen. Het programma richt zich op drie hoofddoelen: • Sneller bouwen – sneller realiseren van netuitbreidingen. Aanpak waarin Rijk, provincies en gemeenten en netbeheerders verschillende projecten in een gebied in samenhang aansturen; • Sterker sturen – sturen op betere benutting van het net. Met regelgeving, contractvormen, nettarieven, etc.

Door ACM, netbeheerders, Rijk in samenspraak met netgebruikers; • Vergroten flexibele capaciteit – publiek-private acties voor slimme oplossingen. Industrieën en bedrijven ontwikkelen en benutten flexibel energiegebruik. Door netgebruikers, netbeheerders, Rijk, provincies, gemeenten en ACM. Uitbreiding van het lokale stroomnet is nodig om gebouwen te verduurzamen, het toenemend aantal zonnepanelen aan te sluiten en elektrische voertuigen op te laden. Hele wijken, buurten en dorpen moeten de komende jaren worden voorzien van nieuwe stroomkabels en transformatorhuisjes. Bij het realiseren van deze trafohuisjes stelt de netbeheerder vergaande eisen. VNG maakt zich hard voor een goede, onderlinge samenwerking en een regierol voor gemeenten in de verschillende ruimteclaims en met grip op de ondiepe ondergrond. 1.6 Programmeren voor investeringen in energiesysteem In iedere provincie wordt het energiesysteem in samenhang met ruimtelijk-economische opgaven geprogrammeerd door provincie, gemeenten en netbeheerder(s). Dit gezamenlijke proces vertaalt zich in een lijst van prioritaire energie-infrastructuurprojecten: het Provinciale Meerjareninvesteringsprogramma Energie & Klimaat (pMIEK). Netbeheerders prioriteren de projecten met pMIEK-status in hun Investeringsplannen (IP’s) en overheden spannen zich binnen hun bevoegdheden in om projecten te versnellen.

Inzet VNG: vroegtijdige en actieve betrokkenheid van gemeenten borgen. De provincie heeft de wettelijke taak om een pMIEK op te stellen en hierbij gemeenten en netbeheerders goed te betrekken. Maar in veel provincies blijkt het een uitdaging om gemeenten te betrekken. De actualiteiten op dit dossier zijn als volgt: • Hiervoor heeft de VNG financiële middelen uit het landelijke Klimaatfonds weten te reserveren zodat in iedere provincies meerdere procesbegeleiders kunnen worden ingehuurd om gemeenten te ondersteunen bij het pMIEK-proces; • De VNG is lid van de interbestuurlijke werkgroep integraal programmeren. Deze werkgroep start een leertraject om provincies en gemeenten te begeleiden in het opstellen van hun energievisie; 5

•

De interbestuurlijke werkgroep integraal programmeren stelt een pMIEK-handleiding op die als bijlage bij de Samenwerkingsovereenkomst MIEK wordt gevoegd. Deze handleiding beschrijft wat de minimale vereisten zijn aan het proces om te komen tot een pMIEK. 1.7 Energyboards De Energyboards houden zich bezig met de coördinatie, afstemming en samenhang van alle energiesysteem gerelateerde zaken op provinciaal niveau. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om vraag en aanbod van energie, energieflexibiliteit, en energie-infrastructuur. De Energyboards bevinden zich onder de regie van provincies. Het is de intentie dat in een Energyboard (kern)gemeenten, provincie, regionale netbeheerder(s), TenneT, Gasunie en EZK zitting nemen. De inzet vanuit de VNG: er wordt in samenwerking met het IPO een landelijk afsprakenkader Energyboards opgesteld. Belangrijk aandachtspunt voor de VNG is het mandaat dat deelnemende gemeenten hebben om namens andere gemeenten besluiten te nemen. Daarvoor hebben we samen met IPO en EZK vanuit de werkgroep integraal programmeren (WIP) een bestuurlijke netwerk energiesysteem met bestuurders opgezet. 1.8 Groen gas Samen met het ministerie van EZK, IPO en UvW verkent VNG een gezamenlijke en integrale aanpak in de groen gasopgave.

We werken in afstemming met het (Rijks-)Programma Groen Gas concrete actiepunten uit rond een realistische en duurzame beschikbaarheid van biogrondstoffen, de ruimtelijke inpassing van klein- tot grootschalige vergisters en de mogelijke betrokkenheid en inzet van de decentrale overheden hierin. Belangrijke aandachtspunten vanuit de VNG zijn de samenhang met andere opgaven in de ruimtelijke ordening en de landbouw, en de VTH-rol rond milieu- en omgevingseffecten. Een dilemma dat de VNG agendeert, is de uiteindelijke toepassing van het schaarse groen gas in de lokale warmtetransitie. Er is duidelijkheid nodig over de inzet van groen gas in de gebouwde omgeving. 1.9 Energiesysteem, NPE & energiewet Het energiesysteem verandert fundamenteel, wordt minder centraal en meer decentraal, ontwikkelt van vraag naar aanbod gestuurd en de onderlinge afhankelijkheid tussen de modaliteiten binnen het energiesysteem nemen toe. Bij het integrale energiesysteem gaat het om, het borgen van de publieke belangen door keuzes te maken over dit samenspel van bron-infrastructuur-afnemer van de verschillende energiemodaliteiten/energiedragers. De VNG zet in op het stimuleren van een decentraal energiesysteem.

Energie delen biedt voor inwoners en bedrijven een aantal grote maatschappelijke voordelen: • Lagere kosten; • Meer eigenaarschap voor de burger; • Rechtsgelijkheid; • Oplossing netcongestie; • Energie delen kan een alternatief zijn voor salderen. Nationaal Programma Energie (NPE) De komende periode zullen veel activiteiten plaatsvinden waarbij we interbestuurlijk – en vanuit de VNG met gemeenten samen – de ideeën uit het NPE gaan vertalen naar het decentrale niveau. 6

Een stap naar voren betekent dat wij het Rijk helpen in het ontwikkelen van een samenhangend verhaal. En daarbij formuleren welke elementen daarin voor ons cruciaal zijn: • Dat de financiële prikkels rondom lokale keuzes; van gemeenten, van inwoners, van bedrijven, zodanig zijn dat dat gedrag dat in het publiek belang is ook het meest aantrekkelijke is; • Integraliteit over verschillende energiemodaliteiten; • Betaalbaarheid en energierechtvaardigheid; • Een systeem waaraan iedereen kan meedoen. Energiewet De VNG vindt dat de Energiewet zoals die nu is voorgelegd, de Europese richtlijnen voor het ontwerp van een decentraal energiesysteem met een actieve rol van consument als producent, onvoldoende heeft opgenomen. We willen dat in deze wet ruimte komt voor: • Energie delen: zodat inwoners, bedrijven en/of lokale overheden zelf opgewekte energie gelijktijdig en lokaal met elkaar kunnen uitwisselen zonder tussenkomst van een traditionele energieleverancier; • Ruimtelijk sturen op vraag en aanbod door gemeenten. De VNG heeft daarvoor twee amendementen opgesteld en een position paper verspreid onder Kamerleden. Zie hiervoor https://vng.nl/sites/default/files/2024-04/position-paper-energiewet.pdf

2. Haalbaar, betaalbaar én rechtvaardig voor de samenleving 2.1 Haalbaarheid + rechtvaardigheid voor samenleving Op de BALV van 1 december 2023 is de randvoorwaarde van rechtvaardigheid toegevoegd aan het bestaande devies van haalbaar en betaalbaar. Dit betekent dat rechtvaardigheid als zodanig ook standaard wordt meegenomen in de monitoring en toetsing van het klimaatbeleid. Dit in nauwe afstemming met de mogelijkheden bij gemeenten, Rijk- en andere instituties. 2.2 Betaalbaarheid De betaalbaarheid heeft binnen het Klimaatakkoord vooral betrekking op de verduurzamingsopgaven van de Gebouwde Omgeving. Hierin speelt rechtvaardigheid ook een relevante rol. Onderzoek naar betaalbaarheid Berenschot voert in opdracht van VNG en BZK een onderzoek uit om te komen tot landelijke kaders voor betaalbaarheid. Hiermee weten gemeenten wanneer ze de betaalbaarheid voldoende borgen in het geval ze de aanwijsbevoegheid uit de Wgiw inzetten. Naar verwachting is dit onderzoek rond de zomer gereed. Dit onderzoek zal mogelijk ook worden gebruik voor de uitwerking van de Wgiw en Bgiw. Betaalbaarheid warmtenetten BZK en EZK werken met betrokkenheid van VNG en IPO aan de betaalbaarheid voor warmtenetten zodat het aansluiten op een warmtenet aantrekkelijker wordt en de kosten voor bestaande gebruikers betaalbaar blijven.

7

3. We doen het samen en in vertrouwen 3.1 Relatie Rijk <> VNG De uitslag van de Tweede Kamerverkiezingen en de formatie die zijn einde nadert betekenen mogelijk een andere gespreksdynamiek met het Rijk in de komende kabinetsperiode. Centraal in onze boodschap aan de landelijke politiek is de noodzaak van een voorspelbare en betrouwbare overheid, Waarbij de energietransitie noodzakelijk is om een aantal grote uitdagingen waar Nederland voor staat het hoofd te kunnen bieden. Denk daarbij aan bestaanszekerheid, voldoende beschikbaarheid van (kwalitatieve) woningen, toekomstperspectief voor het bedrijfsleven. We zien dat ook in het onderhandelingsakkoord wordt vastgehouden aan relatief stabiel klimaatbeleid. Dit is belangrijk om samen verder te kunnen op dit dossier. We kijken uit naar de samenwerking met het nieuwe kabinet. We willen in het gesprek met het Rijk nadrukkelijk ook de onderlinge relatie benoemen. In de bestuurlijke afspraken van 2022 is opgenomen dat we gelijkwaardig samenwerken met het Rijk, provincies en waterschappen als één overheid met een coherent verhaal voor de samenleving. Die afspraak willen we met het nieuwe kabinet vervolg geven. Waarbij we werken vanuit vertrouwen bij uitvoering door gemeenten en vertrouwen op de deskundigheid en ervaring van gemeenten. We doen waar kan een ‘stap naar voren’. We verwachten samenhangend beleid.

4. Houd koers richting 2050 In het onderhandelingsakkoord houden PVV, VVD, NSC en BBB vast aan stabiel klimaatbeleid en erkennen zij dat burgers en bedrijven moeten weten waar ze aan toe zijn. Gemeenten vallen daar ook onder. Stabiliteit bevordert de haalbaarheid, uitvoerbaarheid en het handelingsperspectief van gemeenten. Het is positief dat deze partijen willen vasthouden aan bestaande afspraken. Maar ook daarbinnen is het bewaken van de stabiliteit van belang, bijvoorbeeld bij het opstellen en uitwerken van maatregelen. We zullen in gesprekken met het nieuwe kabinet streven naar consequent, koersvast en voorspelbaar beleid voor de lange termijn waarvan de uitvoering kan worden doorgezet over kabinetsperiodes heen. Zodat we ook nu al kunnen kijken wat er na 2030 nodig is om energie- en klimaatdoelstellingen te behalen.

8

8. VNG Jaarverslag 2023, inclusief Financieel Jaarverslag en verantwoording over het Fonds Gezamenlijke Gemeentelijke Uitvoering (GGU) Bijlage bij ledenbrief 29 mei 2024: “Uitnodiging ALV 26 juni 2024” Samenvatting Wij presenteren u het Jaarverslag 2023. Het bestaat uit een online bestuurlijk en financieel verslag. De verantwoording van het fonds Gemeenschappelijke Gemeentelijke Uitvoering (GGU) is opgenomen in beide verslagen. Het Jaarverslag staat geagendeerd tijdens de aanstaande Algemene Ledenvergadering op woensdag 26 juni a.s. Voorstel aan de leden Het VNG-bestuur legt het bestuurlijk verslag ter kennisname aan u voor en vraagt u om het Financieel Jaarverslag vast te stellen en het bestuur décharge te verlenen.

Bestuurlijk jaarverslag 2023 Aan de start van het eerste volledige bestuursjaar van de nieuwe raden en colleges, waren er hoge verwachtingen. De VNG hoopte afspraken te maken over stabiele gemeentefinanciën en flinke stappen te kunnen zetten in grote dossiers als bestaanszekerheid en wonen. Maar door de val van het kabinet kwam veel stil te liggen. Voor de VNG was het op een ander vlak wel een heel productief jaar. De ALV nam de Verenigingsstrategie 2030 aan. De VNG kiest de koers dat gemeenten een centrale rol spelen in de aanpak van grote vraagstukken. Niet als uitvoerders, maar als medeoverheid. De stap naar voren heeft binnen en buiten de VNG-organisatie echt impact gekregen. In dit bestuurlijk jaarverslag leest u hoe diverse VNG-medewerkers aan de slag zijn gegaan met de verenigingsstrategie 2030. Ook wordt ingegaan op andere onderwerpen die de aandacht van gemeenten vroegen in 2023 en leest u over de verschillende VNG-bedrijven.

Financieel jaarverslag 2023 In financieel-economisch opzicht was 2023 voor de VNG een stabiel jaar. Wel is nog goed zichtbaar dat we te maken hadden met nog steeds hoge inflatie. Dit leidt tot aanzienlijk hogere kosten voor huisvesting. Positieve financiële ontwikkelingen zijn het goede rendement op de effectenportefeuille die de VNG aanhoudt, als ook het rendement van de dochterbedrijven. We zien ook een toename van subsidie gefinancierde projecten.

De VNG sloot het jaar af met een negatief bedrijfsresultaat van € 3,5 miljoen. Dit is conform het besluit van de ALV (Algemene Leden Vergadering) in 2018 om het eigen vermogen gefaseerd in te zetten. In de begroting was een negatief resultaat van € 4,4 miljoen geraamd. Het uiteindelijk jaarresultaat is positief door het rendement op de effectenportefeuille en andere rentebaten. Dit betreft een bedrag van € 5 miljoen. Het positief jaarresultaat over 2023 bedraagt € 2,8 miljoen. De volledige toelichting op het resultaat van de VNG leest u in het Financieel verslag 2023. Deze vindt u in de bijlage.

Financieel Jaarverslag 2023

2

Financieel jaarverslag 2023

Inhoud Inhoud

3

Voorwoord

5

Financieel beleid

6

Kerninformatie van de VNG

15

Samenstelling bestuur en directie VNG

17

Enkelvoudige jaarrekening 2023

19

Enkelvoudige balans per 31 december 2023

20

Enkelvoudige staat van baten en lasten over 2023

22

Toelichting algemeen

24

Toelichting op de enkelvoudige balans

30

Toelichting op de enkelvoudige staat van baten en lasten

40

Geconsolideerde jaarrekening 2023

53

Geconsolideerde balans per 31 december 2023

54

Geconsolideerde staat van baten en lasten over 2023

56

Geconsolideerd kasstroomoverzicht

58

Toelichting op de geconsolideerde balans

59

Toelichting op de geconsolideerde staat van baten en lasten

63

Overzicht mutatie eigen vermogen

66

Overige gegevens

67

Overige zaken betreffende de jaarrekening

68

Controleverklaring van de onafhankelijke accountant

69

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

3

4

Financieel jaarverslag 2023

Voorwoord Voor de VNG was 2023 in financieel-economisch opzicht een stabiel jaar. Wel is nog goed zichtbaar dat we te maken hadden met nog steeds hoge inflatie. Dit leidt tot aanzienlijk hogere kosten voor huisvesting. Positieve financiële ontwikkelingen zijn het goede rendement op de effectenportefeuille die de VNG aanhoudt, als ook het rendement van de dochterbedrijven. We zien ook een toename van subsidie gefinancierde projecten. De VNG sloot het jaar af met een negatief bedrijfsresultaat van € 3,5 miljoen. Dit is conform het besluit van de ALV (Algemene Leden Vergadering) in 2018 om het eigen vermogen gefaseerd in te zetten. In de begroting was een negatief resultaat van € 4,4 miljoen geraamd. Het uiteindelijk jaarresultaat is positief door het rendement op de effectenportefeuille en andere rentebaten. Dit betreft een bedrag van € 5 miljoen. Het positief jaarresultaat over 2023 bedraagt € 2,8 miljoen. De VNG-organisatie haalde in 2023 de certificering van de CO2-Prestatieladder. Daarmee committeren we ons aan het reduceren van onze CO2-uitstoot. De prestatieladder is een duurzaamheidsinstrument dat organisaties helpt om bij te dragen hun uitstoot te verminderen. We zetten daarvoor in 2023 een aantal stappen: • We brachten de energiestromen en CO2-footprint van de VNG in kaart om inzicht te krijgen.

• We stelden doelen voor CO2-reductie • We communiceren zowel in- als extern over het CO2-beleid (transparantie) • We nemen deel aan initiatieven in de sector op het gebied van CO2-reductie. Net als in 2022 maakte het VNG-bestuur ook in 2023 extra middelen vrij voor werkzaamheden van de VNG Kennishub. De Kennishub ondersteunt gemeenten bij de ontsluiting en het toegankelijk maken van de beschikbare, meest relevante en actuele kennis. We doen dit samen met gemeenten en kennisinstellingen. In het afgelopen jaar volgde ik Jan van Zanen op als voorzitter van de VNG. Het is een eervolle en belangrijke taak; in gemeenten is veel aan de hand, we hebben grote opgaven. Dat vraagt stevige onderhandelingen in Den Haag. Het is zoeken naar bondgenoten en naar de goede strategie om onze positie te versterken. Dat vind ik – met mijn achtergrond – leuk om te doen; Ik heb iets te bieden op dit terrein. In die context zei ik uit volle overtuiging ‘ja’ tegen deze uitdaging. Sharon Dijksma, voorzitter VNG

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

5

Financieel beleid Het financieel beleid richt zich in 2023 evenals voorgaande jaren op een stabiele begroting en het altijd kunnen voldoen aan (betalings-)verplichtingen. Op basis van de in de ALV van juni 2018 vastgestelde contributiesystematiek (en daaruit volgende begrotingsgrondslagen) wordt de bestemming van het resultaat van de bedrijven en beleggingsportefeuille bij het vaststellen van de jaarrekening in de ALV besloten. In de meerjarige begrotingssystematiek is gekozen voor een combinatie van een contributiestijging van 1% bovenop de index als gevolg van de inflatie en een geleidelijke afbouw van de financiële reserves. In de toelichting op het contributievoorstel is geconstateerd dat het voor een stabiele begroting en een transparante verantwoording nodig is dat de basisactiviteiten (de kernorganisatie) uiteindelijk worden gedekt uit structurele inkomsten. Zolang de 100% dekking vanuit de contributie nog niet is gerealiseerd, wordt het begrotingstekort gefinancierd vanuit het vermogen. In de begroting 2023 is een dekking opgenomen uit het vermogen van € 4,488 miljoen, een bedrag van € 0,607 miljoen als dekking voor de afschrijvingslasten voor verbouwing van de Willemshof en een bedrag van € 0,528 miljoen als dekking voor de kennisfunctie.

De samenstelling van de baten en lasten van de VNG De Vereniging streeft in haar begroting naar een volledige dekking van de kernorganisatie uit de contributie. Naast de contributie en de inzet van het eigen vermogen zijn er ook andere bronnen waaruit de kosten van de organisatie als geheel worden gedekt. Ook subsidies en bijdragen uit het Fonds GGU vormen een wezenlijke bron van inkomsten.

Samenstelling van baten VNG 2023 ( b e d r a g e n x € 1 . 0 0 0 ) Fin. baten en lasten; € 5.005; 3%

Resultaat deelnemingen; € 1.362; 1%

Contribu�e; € 26.206; 16% Interne omzet; € 4.187; 3% Overige opbrengsten; € 3.369 ; 2%

Bijdrage projecten; € 122.429 ; 75% Contribu�e

Interne omzet

Overige opbrengsten

Bijdrage projecten

Fin. baten en lasten

Resultaat deelnemingen

De lasten worden onderverdeeld in salarislasten, overige personeelslasten, activiteitslasten en de overige vaste lasten (zoals huisvestingskosten, ICT en overige kantoorkosten). Onder de activiteitslasten staan de lasten voor adviezen derden, bijeenkomsten en voorlichting. Deze lasten worden veelal gedekt vanuit de subsidies en GGU-middelen.

6

Financieel jaarverslag 2023

Samenstelling van lasten VNG 2023 ( b e d r a g e n x € 1 . 0 0 0 ) Overige lasten; € 1.802 ; 1%

Salarislasten; € 28.857; 18%

Overige personeelskosten; € 6.471 ; 4% Afschrijvingen; € 1.467; 1% Kantoor- en huisves�ngslasten; € 6.114 ; 4%

Ac�viteitslasten; € 115.023 ; 72%

Salarislasten

Overige personeelskosten

Afschrijvingen

Kantoor- en huisves�ngslasten

Ac�viteitslasten

Overige lasten

Beleggingsportefeuille De VNG heeft in het verleden besloten om een beleggingsportefeuille aan te houden voor vermogen dat niet op korte termijn aangesproken hoeft te worden. Het beleggingsbeleid is gericht op een horizon van 5 tot 10 jaar. De doelstelling van de beleggingen is een stabiele vermogensontwikkeling met een gemiddeld jaarrendement van circa 4%. De lange termijn beleidsbenchmark die de gewenste risico/rendement verhouding van het bestuur van de Vereniging weerspiegelt, bestaat uit een portefeuille die is samengesteld uit wereldwijde aandelen (10%), onroerend goed (5%), absoluut rendement (10%) en Euro obligaties (75%). De samenstelling van de lange termijn benchmark en de hierbij afgesproken beheerrichtlijnen blijkt voor de toekomst steeds minder passend om binnen de gewenste risico/rendement verhouding te komen tot een langjarig rendement van 4%. Oorzaak hiervan is de ontwikkeling van de rente op lange termijn. Gezien het voorgaande is er het voornemen om de beleggingsrichtlijnen en compliance zodanig aan te passen dat de nadruk op wat meer offensieve beleggingen komt te liggen, waardoor de 4% rendementsdoelstelling makkelijker gerealiseerd kan worden zonder dat gewenste (en aanvaardbare) risico/rendement verhouding hierbij wordt los gelaten.

Omvang van de beleggingsportefeuille Ten opzichte van het voorgaande jaar is de effectenportefeuille, inclusief saldo rekening courant en beheerkosten, met € 6,409 miljoen (11,13%) in omvang toegenomen. Na eliminatie van beheerkosten wordt deze toename voor een groot deel veroorzaakt door het koersresultaat groot € 4,845 miljoen wat gelijk is aan 8,22% van de uitgangs- of beginwaarde per 01-01-2023. Daarnaast wordt de toename van de omvang van de effectenportefeuille voor € 0,592 miljoen gevonden in ontvangen en geherinvesteerde dividenden. Er zijn in 2023 geen middelen onttrokken aan de effectenportefeuille noch is er gestort op de effectenportefeuille. Waarde beleggingsportefeuille De waarde van de beleggingsportefeuille ultimo 2023 komt uit op € 64,283 miljoen. Dit is inclusief het saldo rekening courant (€ 0,295 miljoen) dat de beheerder van de beleggingsportefeuille gebruikt voor aan- en verkopen.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

7

Samenstelling resultaat beleggingsportefeuille Het beleggingsresultaat bepaalt de toe en afname van de waarde van de portefeuille op de balans. Het resultaat op de beleggingsportefeuille na aftrek van management- en custodiankosten bedraagt € 5,368 miljoen positief. Dit is als volgt samengesteld (* € 1.000)

Coupon Dividenden (na dividendbelasting) Rente

592 -

Netto inkomsten

592

Overige lasten effectenportefeuille

-69

Koersresultaat 4.485 Beleggingsresultaat 5.368

Het percentuele resultaat van de effectenportefeuille 2023 komt hiermee uit op 9,11%. Met de voor de portefeuille overeengekomen benchmark wordt een resultaat beoogd van 4%. Het beleggingsresultaat komt hierdoor dit jaar met 5,11% hoger uit ten opzichte van de benchmark. Herwaarderingsreserve Het cumulatieve ongerealiseerde resultaat ultimo 2023 (= de theoretische waarde van de herwaarderingsreserve) bedraagt € 1,780 miljoen.

Sturen op liquiditeitspositie en werkkapitaal Liquiditeitspositie De Vereniging wil op het gebied van liquiditeitsbeheer ‘in control’ zijn. Het uitgangspunt is dat het liquiditeitssaldo niet onder nul mag dalen. Dit wordt bereikt door: • het jaarlijks opstellen van een kasstroomoverzicht op basis van de geconsolideerde jaarrekening; • het beheersen van de jaarlijks toegestane investeringen; • het streven naar een voorspelbaar en optimaal winstuitkeringsbeleid van de door de VNG (in) direct gehouden bedrijven; • het periodiek verkopen van een deel van de effectenportefeuille indien nodig voor een aanvaardbare liquiditeitspositie; • een goede en adequate informatievoorziening. De liquiditeitspositie is het saldo van de liquide middelen en de kortlopende schulden aan kredietinstellingen. Ultimo 2023 bedraagt de liquiditeitspositie van de Vereniging € 25,70 miljoen. In 2022 kwam het saldo uit op € 37,65 miljoen. Vermogen en solvabiliteit De solvabiliteit wordt gebruikt om inzicht te krijgen in de financiële gezondheid van de organisatie op langere termijn. Dit kengetal geeft aan in hoeverre met het vermogen de

8

Financieel jaarverslag 2023

kortlopende alsook de langlopende schulden kunnen worden terugbetaald. De solvabiliteitsratio van de Vereniging uitgedrukt als percentage van het eigen vermogen bedraagt per balansdatum 2023 37,79% (34,29% per balansdatum 2022). De ten opzichte van 2022 verbeterde solvabiliteit wordt veroorzaakt doordat het eigen vermogen is toegenomen als gevolg van voornamelijk koerswinsten op effecten en de daaruit volgende afname van de bestemmingsreserve en door het positieve resultaat 2023. Een solvabiliteitsratio van 37,79% bij de vereniging wordt solide bevonden. De VNG heeft als gevolg van de verkoop van enkele panden in het verleden en het resultaat van haar deelnemingen een vrij vermogen, dat in een effectenportefeuille wordt aangehouden. Tot en met 2018 werd het rendement op het vermogen gebruikt als aanvulling op de contributie. Vanaf 2019 wordt het rendement op de effectenportefeuille niet begroot en uitgegeven in het boekjaar, maar wordt de bestemming van het rendement meegenomen bij de vaststelling van de jaarrekening. Vanaf 2019 wordt geleidelijk de contributie verhoogd met 1% per jaar. Dit wordt gedaan onder gelijktijdige afbouw van het vermogen. Zolang de contributie niet dekkend is zal het tekort uit het vermogen worden onttrokken, zoals afgesproken in de ALV 2018.

Het belegde vermogen wordt aangehouden om de volgende reden: • Het vermogen wordt aangehouden om de gevolgen van negatieve begrotingen op te vangen. Deze zullen ontstaan door de financiering van de renovatie van de Willemshof in 2009. In 2007 is besloten dat lasten als gevolg van herhuisvesting ten laste van het eigen vermogen komen. Dit geschiedt door middel van het begroten van een verlies gelijk aan de jaarlijkse afschrijvingslast. • Daarnaast komt het geregeld voor dat de VNG ten behoeve van grote projecten tijdelijk lasten voorfinanciert uit het vermogen. • Voorts dient het vermogen voor het opvangen van onvoorziene lasten die het gevolg zijn van tegenvallers in de eigen bedrijfsvoering en het financieren van tijdelijke, niet standaard uitgaven die wel voorzien in een behoefte bij de leden om actie op bepaalde terreinen te ondernemen, op te vangen in de begroting. • Het vermogen dient ook ter dekking van het belangrijkste risico voor de VNG: het WW- en bovenwettelijke WW(BWW)-risico. De VNG is eigenrisicodrager voor de WW en BWW. Het vermogen is nodig in het geval de VNG op enig moment sterk zou moeten inkrimpen en aan een groot deel van haar medewerkers een uitkering moet verstrekken. Gemiddeld genomen hebben de medewerkers een opgebouwd WW- en BWW-recht van ongeveer twee keer het jaarsalaris.

• Het vermogen wordt gebruikt om deelnemingen die in zwaar weer zijn gekomen, al dan niet als gevolg van externe omstandigheden, tijdelijk te ondersteunen. • Het vermogen dient als dekking voor het negatieve werkkapitaal.

Fraude en continuïteit •

•

In het algemeen nemen wij maatregelen om de gesignaleerde risico’s te voorkomen en te mitigeren om zo de frauderisico’s te beperken. Wij monitoren periodiek de voortgang van projecten en de behaalde resultaten. Het verbeteren van een goede werking van het interne (risico-) beheersingssysteem is voor het bestuur een prioriteit. Bij de beoordeling van de continuïteitsveronderstelling wordt gekeken naar de mate waarin het vrij uitkeer baar dividend en overig vermogen het mogelijke negatieve werkkapitaal kan dekken. Daarnaast wordt gewerkt met een solvabiliteitsratio

Maatschappelijk verantwoord ondernemen De VNG onderstreept het belang van maatschappelijk verantwoord ondernemen. De VNG

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

9

ondersteunt veel initiatieven met een maatschappelijk karakter op landelijk en gemeentelijk niveau. De vermogensbeheerder belegt met engagement. Het engagementproces beoogt verbetering te bewerkstelligen bij ondernemingen en fondsmanagers waar bepaalde ESG-aandachtspunten (Environmental Social & Governance) zijn geconstateerd. Verwezenlijking van de uitgangspunten wordt bereikt door de dialoog aan te gaan met ondernemingen en fondsmanagers die ESG-criteria, die de vermogensbeheerder hanteert, schenden.

Deelnemingen De deelnemingen die de VNG ultimo 2023 (indirect) aanhoudt zijn de volgende: • VNG Diensten B.V.: Fungeert als houdstermaatschappij van de hieronder vermelde dochterbedrijven. De vennootschap maakt gebruik van de vrijstelling tussenconsolidatie als bedoeld in artikel 2:408 BW. De financiële gegevens van de vennootschap en haar dochtermaatschappijen zijn opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening 2023 van de VNG te Den Haag. Statutaire directie: L.K. Geluk en P.W. Jeroense. Vestigingsplaats: Den Haag. • Congres- en Studiecentrum VNG B.V. (incl. haar dochter VNG Opleiding en Detachering B.V.): De onderdelen VNG Academie en VNG Congressen organiseren congressen en opleiding voor gemeenten. Het onderdeel VNG Trainees & Detachering leidt trainees en professionals op die gedetacheerd worden bij de (lokale) overheid. Statutaire directie: L.D. de Vries. Vestigingsplaats: Den Haag. • VNG Risicobeheer B.V.: Is gericht op risicomanagement bij gemeenten. In deze rol adviseert zij over risicovraagstukken en ontwikkelt zij verzekeringsproducten voor gemeenten. Onder andere rechtsbijstandverzekeringen voor collegeleden en ambtenaren, vrijwilligersverzekeringen, zorgverzekeringen en ongevallenverzekeringen brandweer. Voorts adviseert VNG Risicobeheer over risicobeheer bij gemeenten. Statutaire directie: C. Ravensbergen. Vestigingsplaats: Den Haag.

• VNG International B.V.: (inclusief haar buitenlandse dochter CILG): Werkt aan versterking van het democratisch lokaal bestuur wereldwijd. Het bedrijf ondersteunt Nederlandse en Europese gemeenten bij beleidsinnovatie door gebruik te maken van Europese netwerken. VNG International ondersteunt het internationale werk van Nederlandse gemeenten. Statutaire directie: P.W. Jeroense. Vestigingsplaats: Den Haag. • VNG Realisatie B.V.: Richt zich op het verbeteren van dienstverlening en bedrijfsvoering van gemeenten ten behoeve van hun burgers en bedrijven. Daarnaast helpt VNG Realisatie gemeenten deel te nemen aan de netwerksamenleving en ontwikkelt VNG Realisatie concepten voor een krachtig bestuur. Statutaire directie: N. Ducastel. Vestigingsplaats: Den Haag.

Resultaatontwikkeling van de Vereniging De jaarrekening omvat twee jaarrekeningen, de enkelvoudige jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening. In de enkelvoudige jaarrekening is het resultaat van de deelnemingen apart opgenomen, terwijl in de geconsolideerde jaarrekening de totale baten en lasten van de VNG en de deelnemingen worden weergegeven, geëlimineerd voor de onderlinge leveringen.

10

Financieel jaarverslag 2023

Op hoofdlijnen is de ontwikkeling van het resultaat van de Vereniging als volgt: Bedragen x € 1.000

Realisatie 2022

Begroting 2023

Realisatie 2023

Begroting 2024

Baten

134.883

113.081

156.191

118.067

Lasten

138.915

118.704

159.734

123.127

Bedrijfsresultaat

-4.032

-5.623

-3.543

-5.060

Financiële baten en lasten

-1.261

-

5.005

-

Resultaat deelnemingen

274

-

1.363

-

-5.019

-5.623

2.824

-5.060

Bestemmingsreserve

800

1.135

934

607

Onverdeeld resultaat

-4.219

-4.488

3.758

-4.453

Resultaat (voor bestemming)

In de begroting 2023 is rekening gehouden met een dekking uit het vermogen van € 4,488 miljoen. Daarnaast is in de begroting 2023 rekening gehouden met de dekking van de kennishub van € 0,528 miljoen en met de dekking van de onderstaande afschrijvingslasten vanuit het vermogen voor een totaalbedrag van € 0,607 miljoen: • De renovatie van de Willemshof, besluit genomen in 2007; • De herinrichting van de begane grond, besluit genomen in 2018, Deze lasten worden verantwoord in de staat van baten en lasten en gedekt vanuit het vermogen. De Kennishub heeft op dit moment vooral een bemiddelende rol. Dat wil zeggen dat de hub zich richt op het faciliteren en stimuleren van kennisontwikkeling en -deling intern (binnen de VNG) en met en tussen de leden (gemeenten) van de VNG. De hub doet dit via (structurele) connecties met de kennisinstellingen (door de uitbouw en coördinatie van kennisnetwerken). Met andere woorden: de hub verbindt, structureert en coördineert kennisontwikkeling en -deling en heeft een aanjaagfunctie op het gebied van kennis- en datagedreven werken. De Kennishub wordt binnen en buiten de VNG steeds meer gevraagd te verbinden, adviseren en mee te denken. Er is overal beweging op het gebied van kennis en ook andere partijen lijken in een vergelijkbare puzzel te zitten waar het gaat over kennis en expertise. De realisatie 2023 is uitgekomen op € 0,326 miljoen.

Het restant valt vrij in de overige reserves. Vergelijking realisatie 2023 met begroting 2023 Het resultaat is uitgekomen op € 3,758 miljoen positief. Het resultaat is daarmee € 8,246 miljoen hoger dan begroot. Het bedrijfsresultaat is € 2,080 miljoen hoger dan begroot. Het resultaat van de deelnemingen en de financiële baten en lasten waren in de begroting niet meegenomen. Het resultaat uit de effectenportefeuille en de deelnemingen bedraagt € 6,368 miljoen positief. Het hogere bedrijfsresultaat verklaart deels het positievere resultaat. Het bedrijfsresultaat is een optelsom van de volgende posten: • Baten: De realisatie in 2023 is uiteindelijk € 43,110 miljoen hoger uitgekomen dan begroot met name veroorzaakt door hoger gerealiseerd projectvolume en de hogere doorbelasting van afgenomen diensten, zoals ICT en de vergoeding voor detachering van interne medewerkers. De nieuwe projecten beïnvloeden het bedrijfsresultaat. Een hogere dan begrote inzet van intern personeel zorgt voor een extra dekking van de overheadlasten. • De hogere projectbijdrage wordt mede veroorzaakt door nieuwe extern gefinancierde projecten na het vaststellen van de begroting. Tegenover deze projecten staat een nagenoeg gelijke stijging van de projectlasten (inclusief personele lasten).

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

11

•

• • •

• •

•

•

De lasten van uitzendkrachten/personeel derden komen 2,519 miljoen hoger uit dan begroot. De extra lasten hebben onder andere betrekking op vervangende inhuur voor openstaande vacatures, detacheringen en zwangerschapsvervanging. De studielastenkosten komen € 0,246 miljoen hoger uit dan begroot. De reis- en verblijfslasten komen € 0,221 miljoen hoger uit dan begroot. Een hogere dotatie dan begroot aan de egalisatievoorziening van € 0,308 miljoen, als gevolg van de stijging van de WW en BWW rechten omdat oud-medewerkers hun baan zijn kwijtgeraakt. De RVU Voorziening is gemuteerd met € 0,171 miljoen. Stijging van de reservering van de verlofuren van € 0,591 miljoen. In 2023 is de PAS regeling vervallen. Medewerkers mochten kiezen voor meer verlofuren (op basis van leeftijd) of het behoud van toekomstige deelname aan de PAS-regeling. Veel medewerkers hebben (vooral als ze relatief jonger zijn) gekozen voor de extra verlofuren. De kantoor- en huisvestingslasten zijn ten opzichte van de begroting € 1,367 miljoen hoger. Dit wordt met name veroorzaakt door de hogere automatiseringslasten. Deze zijn € 0,623 miljoen hoger dan begroot. Ook de huisvesting- (o.a. verwarming en licht) en onderhoudslasten en de restauratieve lasten (koffieautomaten en catering) waren in 2023 hoger dan begroot. Doorbelasting van de inzet van medewerkers voor extern gefinancierde projecten aan projecten.

In de begroting werd rekening gehouden met een doorbelasting van € 7,112 miljoen aan baten. Door het gestegen projectvolume was de werkelijke inzet van medewerkers hoger. De werkelijke doorbelasting kwam uit op €9,354 miljoen, € 2,242 miljoen hoger dan begroot. Dit levert een positief dekkingsresultaat op.

Vergelijking realisatie 2023 met realisatie 2022 Het resultaat van de Vereniging is in 2023 uitgekomen op € 3,758 miljoen positief. Ten opzichte van het resultaat van € 4,219 miljoen negatief over 2022 is dit een stijging van € 7,977 miljoen. Zoals hierboven al genoemd zijn er zowel mee- als tegenvallers die voor het resultaat zorgen. Zo zijn ten opzichte van 2022 de lasten relatief minder gestegen dan de baten, is er een positief resultaat te melden op de financiële baten en lasten en is het resultaat van de deelnemingen hoger dan in 2022. Het bedrijfsresultaat is in 2023 € 0,489 miljoen hoger dan in 2022 en ook hoger dan begroot. De belangrijkste oorzaak voor de stijging van het resultaat is een optelsom van het volgende: • Een lagere stijging van de salarislasten (conform AVR-ontwikkelingen) en de overige personeelslasten. • Hogere kantoor- en huisvestingslasten en daardoor ook een hogere doorbelasting. • Hogere contributie als gevolg van de afgesproken 1% groei van de contributie, naast het gebruikelijke indexeren. • Hogere projectbijdragen als gevolg van de extra inzet vanuit Gemeentefonds Saldi, naast de bijdrage uit het Fonds GGU opgericht, voor de gezamenlijke uitvoeringsactiviteiten. • Het positievere resultaat werd enigszins gedempt door de hogere dotatie vanuit de egalisatievoorziening. De WW en BWW rechten stegen, omdat oud-medewerkers hun baan zijn kwijtgeraakt.

• Daarnaast was er een hogere reservering voor verlofuren. In 2023 is de PAS regeling vervallen. Medewerkers mochten kiezen voor meer verlofuren (op basis van leeftijd) of het behoud van toekomstige deelname aan de PAS-regeling. Veel medewerkers hebben (vooral als ze relatief jonger zijn) gekozen voor de extra verlofuren. Het resultaat uit deelnemingen komt € 1,089 miljoen (397,44%) hoger uit ten opzichte van 2022. Het hogere resultaat uit de deelnemingen in 2023 wordt gevonden bij VNG Connect. De overige deelneming hebben allen een lager positief resultaat. Het hogere resultaat van VNG Connect komt voornamelijk door hogere brutomarges dan begroot (€ 0,904 miljoen). Het resultaat van VNG International B.V., VNG Risicobeheer B.V. en VNG Realisatie in 2023 was

12

Financieel jaarverslag 2023

positief maar ten opzichte van het voorgaande jaar zien we een afname van het resultaat met respectievelijk 11,61%, 53,04% en 47,13%. De afname van het resultaat ten opzichte van het voorgaande jaar bij de hiervoor genoemde VNG-deelnemingen is veroorzaakt door een aantal factoren die bij iedere deelneming anders is. Zo heeft VNG Realisatie B.V. geen permanent winststreven, heeft VNG International te maken met hogere indirecte apparaatskosten (€ 0,318 miljoen) en heeft VNG Risicobeheer een resultaat dat € 0,132 miljoen hoger is dan begroot. Er werd bij VNG Risicobeheer door de activiteiten rond Lijn 3 minder tijd besteed aan de diverse projecten en met name het Risicobeheerfonds. Het gerealiseerde resultaat uit de effectenportefeuille is € 4,980 miljoen hoger dan in 2022. Dit hoger uitkomen wordt nagenoeg uitsluitend veroorzaakt door positieve koersresultaten. De gerealiseerde rentebaten bedragen € 1,383 miljoen. Dit is € 1,166 miljoen hoger dan 2022.

Toelichting op de bedrijfsrisico’s Net als iedere andere organisatie loopt de Vereniging in de dagelijkse uitvoering van haar activiteiten risico’s. Het is van belang deze risico’s te identificeren en daarop bewust beleid te ontwikkelen. In deze paragraaf worden de meest relevante risico’s belicht. Het gaat hier om risico’s die de financiële positie van de Vereniging kunnen aantasten. Projecten De Vereniging voert namens derden diverse projecten uit. Hiervoor ontvangt zij bijdragen en/of subsidies van het rijk en overige overheidsorganisaties. Uit de ontvangen bijdragen worden projectmedewerkers gefinancierd. Het betreft hier niet alleen medewerkers met een tijdelijke aanstelling, maar ook medewerkers met een vaste aanstelling of externe inhuur. Gezien de omvang van het aantal projecten is een vaste kern van projectmedewerkers verantwoord. Het laatste betekent wel dat vaste lasten worden gefinancierd met variabele inkomsten. Risico bij het wegvallen van projecten is dat er onvoldoende dekking is voor de salarislasten en eventueel kosten voor afvloeiing van projectmedewerkers. Om de risico’s te beheersen worden alleen die projecten begroot die zeker zullen worden gerealiseerd. Voorts wordt voor de uitvoering van projecten zo veel mogelijk gewerkt met personeel dat flexibel over de projecten ingezet kan worden.

Verder is er bij inhuur ook het risico van een fictief dienstverband. Risicobeheersing vindt hier plaats door vooraf de opdrachtformulering helder en duidelijk neer te zetten en te toetsen. Er is een Inkoop Service Desk ingericht om het inkoopproces te ondersteunen en te bewaken. Inkoop vindt plaats via de Inkoop Service Desk. Middels deze maatregelen wordt getracht het risico op het wegvallen van bijdragen te beperken. Subsidies De Vereniging ontvangt subsidies voor de uitvoering van diverse projecten. De Vereniging loopt het risico dat achteraf het subsidiebedrag naar beneden wordt bijgesteld als de Vereniging niet aan de subsidievoorwaarden heeft voldaan, terwijl de lasten wel zijn gemaakt. Dit risico wordt onder meer beperkt door periodiek te monitoren of de gemaakte lasten binnen het toegekende budget vallen en een strikt tijdschrijfbeleid te handhaven zodat projecturen na afloop te verantwoorden zijn. Resultaat bedrijven De Vereniging loopt het risico dat de resultaten van de bedrijven tegenvallen door ontwikkelingen op de markt waarop deze bedrijven opereren of doordat andere risico’s zich voordoen, die typisch zijn voor de betreffende deelneming. Als indirect 100% aandeelhouder deelt de Vereniging in de resultaatseffecten als gevolg van de ondernemingsrisico’s van de deelnemingen. De VNG wil haar afhankelijkheid van het resultaat van de VNG-bedrijven terugdringen.

Hierdoor zal bij de VNG het risico dat uit het aandeelhouderschap voortkomt gemitigeerd worden. Dit heeft zij gedaan door sinds 2019 het resultaat van de deelnemingen niet meer mee te nemen in de begroting.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

13

Beleggingen De Vereniging loopt koersrisico over het belegd vermogen. Als de koersen van aandelen en of vastrentende waarden dalen zal dit een negatief effect op het vermogen hebben. Tevens kan het een negatief effect op het resultaat hebben omdat begrote inkomsten uit beleggingen niet worden gerealiseerd. Behoudens de situatie van algehele en extremere omstandigheden (malaise op de effectenmarkten) is door het aanbrengen van spreiding in de portefeuille (in beleggingscategorieën en over regio’s wereldwijd), het risico op een negatief effect op het vermogen beperkt. Er is gekozen voor een middellange beleggingsstrategie. Dat houdt in dat wordt verwacht dat optredende koersdalingen op de middellange termijn weer goed worden gemaakt en de vermogenspositie dus niet structureel wordt aangetast. Een eventueel negatief effect op het jaarresultaat van de Vereniging is niet altijd op voorhand uit te sluiten. Wel wordt dit eventuele negatieve effect gedempt door te werken met een herwaarderingsreserve. Hierdoor worden, zolang er een herwaarderingsreserve is, ongerealiseerde koersresultaten niet in het resultaat betrokken. Het risico dat gelopen wordt met beleggingen wordt vervolgens nog verder beperkt door spreiding en door indien nodig door een tijdige aanpassing van de portefeuilleverdeling in tijden van verslechterende marktomstandigheden.

Er wordt een defensief beleggingsbeleid gevoerd. Eigenrisicodrager WW en Bovenwettelijk WW (BWW) De Vereniging is eigen risicodrager voor de WW- en BWW rechten van de oud-medewerkers. Dit kan leiden tot tegenvallers die vooral bij de het recht op BWW op kunnen lopen tot hoge bedragen. Voor alle opgebouwde rechten wordt op het moment dat het recht zich voordoet een voorziening gevormd. Om eventuele opbouw van nieuwe rechten te beperken, werkt de Vereniging voor een deel met tijdelijke contracten, indien het om tijdelijk werk en een tijdelijke financiering gaat. Frauderisico’s De Vereniging besteedt aandacht aan het in kaart brengen van frauderisico’s. In het algemeen worden maatregelen genomen om de gesignaleerde risico’s te voorkomen en te mitigeren om zo de frauderisico’s te beperken. De VNG monitort periodiek de voortgang van projecten en de behaalde resultaten. Het verbeteren van een goede werking van het interne (risico-) beheersingssysteem is voor de VNG een prioriteit. Er zijn bij de Vereniging geen vermoedens dan wel gevallen van fraude bekend. Continuïteit De Vereniging heeft overwogen of er gebeurtenissen en omstandigheden zijn waardoor (ernstige) onzekerheid zou kunnen bestaan of de Vereniging haar activiteiten in continuïteit kan voortzetten. Daarbij is geconcludeerd dat er geen materiële onzekerheid bestaat.

De VNG heeft voldoende en geschikte informatie om te concluderen dat het hanteren van de continuïteitsveronderstelling passend is. Op basis hiervan zal in de jaarrekening geen verdere toelichting worden gegeven met betrekking tot de continuïteitsveronderstelling van de VNG.

14

Financieel jaarverslag 2023

Kerninformatie van de VNG (bedragen x € 1.000)

Geconsolideerde balans van de VNG per ultimo

2023

2022

Vaste activa

74.307

68.555

Vlottende activa

100.813

107.734

Groepsvermogen

-56.301

-51.704

Voorzieningen

-2.150

-2.154

-116.669

-122.431

-

-

2023

2022

Contributie

26.206

24.974

Totale baten (exclusief contributie)

177.422

156.484

Totale lasten

205.722

185.064

Bedrijfsresultaat

-2.094

-3.604

Financiële baten en lasten

5.326

-1.373

Bijzondere baten en lasten

31

-

Resultaat uit voorgaande jaren

16

Kortlopende schulden

Geconsolideerde staat van baten en lasten van de VNG

Vennootschapsbelasting

-455

-40

Resultaat boekjaar

2.824

-5.019

934

800

3.758

-4.219

Dekking uit het vermogen Onverdeeld resultaat

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

15

Het aandeel in het resultaat van de VNG-bedrijven in het resultaat (na VpB) van de Vereniging is als volgt opgebouwd

2023

2022

Congres- en Studiecentrum VNG B.V.

953

-399

VNG Risicobeheer B.V.

186

395

VNG International B.V.

274

310

VNG Realisatie B.V.

46

87

VNG Naleving B.V.

-

20

-97

-139

1.362

274

2023

2022

Bezetting in fte’s per 31 december

308,16 fte

298,5 fte

Gemiddeld aantal fte’s

303,33 fte

295,0 fte

16%

15%

5,49%

5,42%

Salarislasten in procenten van de lasten

18%

20%

Vraagbaakfunctie van de Vereniging

2023

2022

Contactmomenten via de Frontoffice

27.194

25.531

- Waarvan telefonisch

10.854

- Waarvan per mail

16.340

Aantal op basis van de contactmomenten geregistreerde vragen (Corsa)

6.759

VNG Diensten B.V. (excl. deelnemingen)

Personeelsgegevens van de Vereniging

Uitstroompercentage bij de Vereniging Ziekteverzuimpercentage (incl. zwangerschappen)

16

Financieel jaarverslag 2023

Samenstelling bestuur en directie VNG (per 31 december 2023)

Mw. S. Dijksma Voorzitter Burgemeester Utrecht Dhr. M. Boumans Vicevoorzitter Burgemeester Doetinchem Dhr. E. van Oosterhout Secretaris/Penningmeester Burgemeester Emmen Dhr. S. van Alfen Lid Raadslid Buren Mw. S. Ausems Lid Burgemeester Waalwijk Mw. A. van Berckel Lid Secretaris Tilburg Dhr. C. van den Bos Lid Burgemeester Urk Mw. S. Bruines Lid Wethouder Den Haag Dhr. P. Depla Lid Burgemeester Breda Dhr. E. Drenth Lid Wethouder Midden Groningen Mw. C. Dortmans Lid Wethouder Helmond Dhr. R. Groot Wassink Lid Wethouder Amsterdam Dhr. J.M. van Rees Lid Wethouder Almelo Dhr. T. Heerts Lid Burgemeester Apeldoorn Dhr. P. Heijkoop Lid Wethouder Dordrecht Dhr. J. Kramer Lid Burgemeester Noardeast-Fryslân Mw. L. van Hooijdonk Lid Wethouder Utrecht Dhr. R. Lievense Lid Raadslid Schouwen Duiveland Dhr. A. Reinders Lid Burgemeester Stichtse Vecht Dhr. P. Snijders Lid Burgemeester Zwolle Dhr. G. van Soest Lid Griffier Venlo Mw. L. Spies Lid Burgemeester Alphen a/d Rijn Mw. O. de Vries-Chang Lid Raadslid Heerenveen Dhr. R. Wever Lid Burgemeester Heerlen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14448109/1