CConstaterende datRucphen
Koppel je AI →
Document · PDF

14b Definitief GVVP Rucphen 2022072

gemeenteraad 13 december 2023, gemeente RucphenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan GVVP 2023 - 203318.582 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Figuur 4.1 Ongevallen Sint Willebrord

Het ongevallenbeeld in Rucphen komt overeen met die van Sint Willebrord. Ook in Rucphen komen relatief meer ongevallen voor op de Rucphens Vaartkant, Van Glymesstraat en de Van Voornestraat, waar fietsers bij betrokken zijn. Net als in Sint Willebrord liggen aan de centrale as van het dorp de voorzieningen en heeft de weg een ontsluitende functie. De centrale as wordt hierdoor veel gebruikt door het autoverkeer en door fietsers en voetgangers. In figuur 4.2 worden de wegvakken weergeven waar ongevallen zijn voorgevallen in Rucphen, hoe roder de kleur hoe meer ongevallen zijn voorgevallen.

Figuur 4.2 Ongevallen Rucphen

Het ongevallenbeeld van Sprundel laat een concentratie van ongevallen zien op de Noorderstraat en de Sint Janstraat, deze wegen vormen de centrale assen van de dorpskern. Ook komt letsel bij deze ongevallen voor. Uit de ongevalsdata is niet duidelijk of er ook fietsers betrokken zijn bij deze ongevallen. 27

Er zijn weinig ongevallen in de onderzoeksperiode voorgevallen in Zegge. Het ongevallenbeeld van Zegge komt overeen met het ongevallenbeeld van Rucphen en Sint Willebord Sprundel. In Zegge komen de meeste ongevallen voor op de Onze Lieve Vrouwenstraat. In de dorpskern Schijf valt het kruispunt Sint Antoniusstraat/ Zoeksestraat/ Oude Kerkpad op, hier zijn vier ongevallen voorgevallen waarvan drie met letsel. Onbekend is of hier fietsers zijn betrokken en wat de ongevallen veroorzaakt. Op de Omleiding hebben een aantal trajecten relatief veel ongevallen, dit is de Vosdonkseweg, rotonde Vosdonkseweg/ Luienhoeksestraat en tracé Rucphenseweg. De data geeft geen informatie over de oorzaak van de ongevallen. De aard van het ongeval is in bijna alle gevallen uitsluitend materiële schade. Fietsers rijden op vrijliggende fietspaden langs de Omleiding. Bij kruispunten met gemotoriseerd verkeer zijn fietsers nauwelijks betrokken bij ongevallen op de Omleiding. Het ongevallenbeeld op wegen die de overgang zijn van binnen naar buiten de bebouwde kom en vice versa valt op. Er komen relatief veel ongevallen voor op wegen als de Zundertseweg, Sprundelseweg, Sint Janstraat, Onze Lieve Vrouwestraat, Scherpenbergsebaan. Dit zijn wegen die voor de Omleiding onderdeel waren van de ontsluitingsstructuur, maar door met de komst van de Omleiding een andere functie krijgen en worden afgewaardeerd.

Een aantal van deze wegen zijn al reeds gereconstrueerd en een aantal zijn opnieuw ingericht. De aard van deze ongevallen is vrijwel altijd alleen materiële schade en er zijn nauwelijks fietsers bij betrokken. In het buitengebied zijn fietsers extra kwetsbaar, de snelheden zijn hoger in het buiten gebied en niet overal is een fietspad aanwezig. Daarom is voor het buitengebied aandacht gegeven aan ongevallen waarbij fietsers zijn betrokken. De ongevallen met fietsers in het buitengebied komen verspreid voor, maar de afloop van het ongeval is regelmatig met letsel en daarnaast zijn in de onderzoeksperiode twee ongevallen voorgekomen met dodelijk afloop.

28

H5 Bouwstenen In de voorgaande hoofdstukken zijn alle relevante beleidstukken onderzocht, is de mening en behoefte van bewoners gepeild en zijn gevaarlijke situaties in beeld gebracht. Al deze informatie is vertaald naar kansen en opgave voor het GVVP. Deze kansen en opgaven zijn verdeeld in bouwstenen. De bouwstenen worden in dit hoofdstuk beschreven.

5.1 Bouwsteen 1: De Omleiding Bouwsteen 1 is de Omleiding. Dit is niet echt een afzonderlijke bouwsteen, omdat dit al vastgesteld beleid is. De reden dat deze hier toch genoemd staat, is dat het afronden van De Omleiding randvoorwaardelijk is aan de andere bouwstenen. De Omleiding zijn de ontsluitingswegen van de gemeente Rucphen; de wegen waarvan verkeer zo lang mogelijk gebruik dient te maken voordat men de dorpskern inrijdt. Het onderliggend wegennet heeft andere functies, namelijk het bereiken van de bestemming en het verblijven op de bestemming. De realisatie van de Omleiding is inmiddels volledig afgerond.

Verkeersoverlast omliggende bedrijventerreinen Roosendaal De gemeente Rucphen ligt nabij verschillende bedrijventerreinen van Roosendaal, te weten Zuid, Majoppeveld en Borchwerf. Verkeer van en naar deze bedrijventerreinen maakt gebruik van wegen in de gemeente Rucphen. De gewenste route, weergeven in figuur 5.1, vanaf Breda richting bedrijventerreinen van Roosendaal is via de Leemstraat. Het verkeer volgt hierbij de onderstaande route en gaat hierbij over wegen die hiervoor geschikt zijn.

Figuur 5.1 De gewenste route tussen de A58 richting bedrijventerrein Borchwerf via de Leemstraat

Echter de snelste route vanaf de A58 (Breda) naar bedrijven terrein Borchwerf verloopt via Zegge over de Lage Zegstraat en vervolgens over Roosendaals gebied over de Nelson Mandelaweg, zie de weergave van deze route in figuur 5.2. Zeker wanneer op de rijksweg A58, A17 en knooppunt de Stok files staan is de route binnendoor via de wegen in de gemeente Rucphen aantrekkelijk. De Onze Lieve Vrouwenstraat en de Lage Zegstraat zijn echter erftoegangswegen en niet ingericht om deze aantallen (vracht)verkeer af te wikkelen. Dit leidt tot verkeersonveilige situaties en tot overlast voor de inwoners van Zegge. Het is niet gewenst dat (vracht)verkeer van deze route gebruik maakt.

29

Figuur 5.2 De ongewenste route tussen de A58 en bedrijventerrein Borchwerf via de Lage Zegstraat, Zegge

Maatregelen om verkeer via de gewenste route te laten rijden zijn dus gewenst. Maatregelen die tot dusver getroffen en/of onderzocht zijn, blijken onvoldoende effect of onvoldoende draagvlak te hebben. Voor het dorp Zegge wordt -in overleg met de gemeente Roosendaal- een integraal verkeersplan geschreven. De verkeersproblematiek met betrekking tot de aanrijroute van Borchwerf alsmede de vestiging van de Albert Heijn XL worden hierin opgenomen. Het verkeer dat de problemen veroorzaakt heeft zowel een herkomst als een bestemming buiten de gemeente Rucphen. Het is dus van groot belang dat er in overleg wordt getreden met de regio, omdat de gemeente Rucphen dit niet alleen kan oplossen. De RWB erkent dat het inderdaad niet wenselijk is dat het (vracht-)verkeer via Zegge rijdt. Vervolgens moeten partijen binnen de RWB bespreken welke maatregelen getroffen kunnen worden om dat te voorkomen.

5.2 Bouwsteen 2: Verkeersveiligheid Verkeersveiligheid is een samenspel tussen inrichting van de weg, gedrag van de weggebruikers en handhaving van de verkeersregels. Dit is het basisprincipe van de visie Duurzaam Veilig. De visie Duurzaam Veilig is het landelijke verkeersveiligheidsbeleid. In deze bouwsteen wordt verder ingegaan op de theorie van Duurzaam Veilig, is de verkeersrisicoanalyse weergeven, wordt een ideale schoolomgeving beschreven, zijn wegen na de nieuwe wegcategorisering waar nog geen overeenstemming is in de drie pijlers weergeven en wordt ingegaan op de handhaving en educatie van weggebruikers.

5.2.1. Duurzaam Veilig Uitgangspunt van de visie Duurzaam Veilig is de mens als maat der dingen. De mens is kwetsbaar en naast kwetsbaar ook feilbaar. De mens maakt fouten en is niet altijd gemotiveerd om zich veilig te gedragen of anderen de ruimte tot veilig handelen te geven. Dit is een belangrijke oorzaak van ongevallen. Een duurzaam veilig wegverkeer is daarom ingericht dat de ‘gevaarlijke’ eigenschappen van mensen zo min mogelijk tot ongevallen en letsel leiden. Dit betekent dat de inrichting van wegen aansluiten bij de menselijke capaciteiten. Mensen worden door educatie, voorlichting en training voorbereid om aan het verkeer deel te nemen en worden bewust gemaakt van hun gedrag. Handhaving vindt plaats op basis van een zo effectief mogelijke afstemming van regelgeving, controle en sanctie; 30

onveilig gedrag van verkeersdeelnemers wordt zo veel mogelijk (vooraf) uitgesloten of ten minste onaantrekkelijk gemaakt door de weginrichting. Verkeersveiligheidsprincipes In een duurzaam veilig wegverkeer staan vijf verkeersveiligheidsprincipes centraal, er zijn drie ontwerpprincipes en twee organisatieprincipes. •

Functionaliteit van wegen: De verkeersruimte is verdeeld in wegvakken en kruispunten, elk met verschillende functies. Wegen kunnen worden ontworpen om stromend verkeer soepel van punt A naar punt B te leiden, maar ook om plaats te bieden aan uitwisselingen, waar interactie met de omgeving plaatsvindt en waar soms abrupte manoeuvres nodig zijn. De functie van een weg is van cruciaal belang bij het ontwerpen en gebruiken ervan, vooral met het oog op verkeersveiligheid. Wegen worden vaak onderverdeeld in drie hoofdtypen: stroomwegen, gebiedsontsluitingswegen en erftoegangswegen. Voor de gemeente Rucphen laten we stroomwegen buiten beschouwing, omdat deze meestal vallen onder de verantwoordelijkheid van rijkswegen en provinciale wegen, en niet onder de bevoegdheid van de gemeente. Het is belangrijk om te begrijpen dat wegen die zijn bedoeld voor spelen en winkelen, wat we 'verblijfsfuncties' noemen, niet veilig samengaan met intensief verkeer, vooral niet met het snelstromende verkeer op stroomwegen. Erftoegangswegen zijn de enige soort wegen die de verkeersruimte delen met de verblijfsfunctie van een gebied. Ze zijn ontworpen om verkeer mogelijk te maken terwijl mensen wonen, spelen en winkelen. Figuur 5.3 geeft visueel inzicht in de verschillende functies van wegen en hoe ze de verkeersruimte beïnvloeden.

Deze functionele indeling van wegen speelt een cruciale rol bij het ontwerp en het gebruik van wegen, met als doel een veilige en efficiënte verkeerssituatie te bevorderen.

Figuur 5.3 Overzicht van functionaliteit van wegen

•

31

(Bio)mechanica: afstemming van snelheid, richting, omvang, massa, afmetingen en bescherming van verkeersdeelnemers. Het snelstromend verkeer (gemotoriseerd verkeer) is fysiek of in tijd gescheiden van langzaam verkeer (fiets en voetganger), van verkeer met een andere rijrichting, van verkeer met een substantieel andere massa en breedte, en van gevaarlijke obstakels. De weg en directe wegomgeving zijn vergevingsgezind, wat wil zeggen dat deze zo zijn ontworpen en ingericht dat de stroomsnelheid veilig is.

•

•

•

Bij uitwisselend verkeer mengen verschillende typen vervoerswijzen. Om de kans op een ongeval en de gevolgen daarvan voor met name kwetsbare verkeersdeelnemers te minimaliseren, rijdt het snelverkeer in deze situaties met een veilige lage snelheid. Psychologica: dit gaat over de informatie die aan ons wordt overgebracht via de weginrichting, wegomgeving, verkeersborden en regelgeving. Deze informatie moet voor iedere verkeersdeelnemer goed verwerkt kunnen worden. Wanneer de verkeersdeelnemer deze informatie goed kan verwerken weet hij of zij hoe te handelen in het verkeer en is het gewenste gedrag duidelijk. Verantwoordelijkheid: wegbeheerders, handhavers, wetgevers, voorlichters hebben de operationele verantwoordelijkheid om een duurzaam veilig verkeerssysteem daadwerkelijk te realiseren. Zo zorgen wegbeheerders ervoor dat wegen ingericht en onderhouden zijn, zodanig dat verkeersdeelnemers fysiek beschermd worden en de weg bepaalde competenties en veilig gedrag ondersteunt. Wetgevers stellen veilige en geloofwaardige wetgeving op en handhavers zorgen voor een effectieve naleving van regels. Het liefst wordt ongewenst gedrag door een goede weginrichting en informatievoorziening of technologie zo veel mogelijk vooraf voorkomen. De verkeersdeelnemer houdt zich aan de verkeersregels en geeft het goede voorbeeld aan kinderen en jongeren.

Leren en innoveren: het verkeer ontwikkelt zich voortdurend. Overheden, ontwerpers, wetgevers, handhavers, voertuigfabrikanten leren doorlopend wat oorzaken zijn van ongevallen en ontwikkelen daarop effectieve en preventieve systeeminnovaties (Plan). Door deze innovaties te implementeren (Do), te controleren of ze werken zoals gedacht (Check) en zo nodig bij te stellen (Act) leidt systeeminnovatie uiteindelijk tot minder ongevallen en slachtoffers.

In een duurzaam veilig wegverkeer is er afstemming in vormgeving, functie en gebruik. Wanneer de drie met elkaar in overeenstemming zijn wordt de weg als verkeersveilig ervaren. Maximumsnelheden zijn geloofwaardig, de verkeersdrukte is passend en het bestemmend verkeer en doorgaand verkeer rijdt op wegen waar het hoort. Met de wegcategorisering heeft de gemeente Rucphen eisen opgesteld als het gaat om functie, vormgeving en gebruik van wegen. Hieronder in tabel 5.1 volgt een kort overzicht. In bijlage 7 en 8 een uitgebreid overzicht weergegeven met alle kenmerken voor vormgeving, functie en gebruik van wegen buiten en binnen de bebouwde kom. Locatie

Wegtype

Karakter

Intensiteit

Bubeko

Gebiedsontsluitingsweg

Verkeersfunctie

8000 tot 15000 mvt/etm 80km/u

Vrijliggend

Bubeko

Erftoegangsweg type 1

Geringe verkeersfunctie

< 6000 mvt/etmaal

60km/u

Vrijliggend of op rijbaan

Bubeko

Erftoegangsweg type 2

Verblijfsgebied

< 3000 mvt/etmaal

60 km/u

Op rijbaan/ rijloper

Bibeko

Gebiedsontsluitingsweg

Invalsweg

> 6000 mvt/etmaal

50 km/u

Vrijliggend

< 3000 mvt/etmaal

30 km/u

Situatieafhankelijk

Bibeko Erftoegangsweg Verblijfsgebed Tabel 5.1 Eisen vormgeving - gebruik - functie

5.2.2. Methodiek risicoanalyse

32

Maximum snelheid Fietsinfrastructuur

Bij verkeersveiligheidsbeleid is een verschuiving zichtbaar van beleid op basis van ongeval cijfers (reactief) naar een risico gestuurd verkeersveiligheidsbeleid (proactief). Het ongevallenbeeld laat zien waar er verkeersonveiligheid speelt in het verkeersnetwerk. Maar door alleen naar de ongevallencijfers te kijken, wordt er geen totaalbeeld geschetst van de onveiligheid. Verkeerslachtoffers vallen verspreid op verschillende wegen. Van veel ongevallen is niet bekend wat de oorzaken zijn en op welke exacte locatie het heeft plaatsgevonden. Daarom is een preventieve, risico gestuurde aanpak effectiever dan de traditionele, reactieve aanpak. Proactief werken aan verkeersveiligheid helpt wegbeheerders om vroegtijdig risico’s in het verkeerssysteem te detecteren en gericht effectieve maatregelen te nemen om de risico’s te verkleinen of weg te nemen. Hierdoor zullen er uiteindelijk ook minder slachtoffers vallen. Dit alles onder het motto ‘voorkomen is beter dan genezen’. Daarnaast helpt risico gestuurd werken met de prioritering van werkzaamheden. De basis van risico gestuurd werken is het benoemen en in kaart brengen van de belangrijkste risicosituaties en gedragingen in het verkeerssysteem. Vervolgens is het zaak deze inzichten te vertalen naar maatregelen om de verkeersveiligheid te verbeteren, door risico’s en ongeval cijfers te verlagen.

Dit wordt gedaan door het opstellen van integrale maatregelpakketten waarbij infrastructurele en gedragsbeïnvloedingsmaatregelen op elkaar zijn afgestemd. Het Strategisch Plan Verkeersveiligheid 2030 geeft met de ambitie van nul verkeersslachtoffers richting aan beleid en concretiseert de toekomstvisie in negen beleidsthema’s. De beleidsthema’s zijn tot stand gekomen vanuit een brede verkenning van alle risico’s voor verkeersveiligheid. Het is echter niet zo dat elk thema in elk verkeerssysteem in dezelfde mate bijdraagt aan het risico op ongevallen. Om te bepalen welke thema’s prioriteit hebben (‘de risicothema’s) wordt in een risicoanalyse verschillende informatiebronnen met elkaar in verband gebracht. Het doorlopen van een risicoanalyse heeft de volgende stappen: De eerste stap is in kaart brengen hoe de bevolking is samengesteld en wie de kwetsbare verkeersdeelnemers zijn. In deze stap wordt onderzoek gedaan naar het aantal voetgangers, fietsers, het gebruik van brom en- snorfietsers. Het aandeel kinderen en het aandeel ouderen in de bevolkingsopbouw van Rucphen. Ook wordt onderzoek gedaan naar het aantal onervaren bestuurders. Vervolgens in de tweede stap wordt er gekeken naar de infrastructuur van wegen en fietspaden. Onderzoek per wegtype of deze is vormgegeven met de juiste kenmerken.

Wanneer wegen en fietspaden niet met de juiste kenmerken zijn vormgeven vormt dat een risico. In de derde stap wordt er gekeken naar de snelheidcijfers. De snelheid is een belangrijke risico indicator voor verkeersveiligheid. Hoeveel bestuurders rijden te hard, op welke weg of wegen zijn dat, en waar liggen deze wegen. Vervolgens in de vierde stap wordt onderzoek gedaan naar het aantal bestuurders dat onder invloed van alcohol en/of drugs rijdt. Alcohol, drugs en sommige medicijnengebruik zijn een belangrijke risico-indicator voor de verkeersveiligheid. Hiervoor zijn alleen landelijke cijfers beschikbaar. Op basis van de landelijke cijfers heeft de gemeente Rucphen een schatting gemaakt. In de vijfde stap wordt er gekeken naar ongeval cijfers. Net als in stap 1 ligt de nadruk hierbij op kwetsbare en onervaren verkeersdeelnemers. Het risico wordt bepaald door het aantal dodelijke en ernstige slachtoffers onder deze groepen af te zetten tegen de totale bevolking in de gemeente.

33

• •

•

Verkeersdoden: voor gemeente Rucphen gaat dit om een klein aantal. Daarmee is de kans op een toevalstreffer groot. Ziekenhuisgewonden: de politie registreert niet alle ongevallen met ziekenhuisgewonden. De registratiegraad verschilt per gemeente en per jaar, dus het is niet goed mogelijk om de cijfers tussen gemeenten onderling te vergelijken of uit te splitsen naar leeftijd, voervoerwijze, etc. Ongevallen met lichtgewonden en uitsluitend materiële schade. Deze ongevallen worden nog minder vaak geregistreerd door de politie.

De ongevallen zijn onderzocht vanaf het jaar 2015. Een aantal locaties komen naar voren met relatief hoge aantallen. Indien hierover data beschikbaar is, kan worden bekeken welke vervoerswijzen bij deze ongevallen zijn betrokken. De laatste stap prioriteren, stap zes. Na stap vijf zijn de risico’s in kaart gebracht. Welke risico’s krijgen prioriteit, waar zitten de grootste problemen en welk risico wordt als eerst aangepakt? Op drie manieren kan de prioriteit bepaald worden: •

• •

Op basis van de inhoud: op welke risico-indicator scoort gemeente Rucphen minder goed? Of op welke wegen scoort een risico-indicator het slechtst? Bijvoorbeeld weinig vrijliggende fietspaden langs 50km/uur-wegen? Of zijn er bepaalde wegen waarop veel te hard wordt gereden? Dan kan dat mede de prioritering bepalen. Op basis van politieke- bestuurlijke voorkeur: op basis van de ambitie en collegeprogramma van het gemeentebestuur. Op basis van voorkeur van burgers: op basis van participatie een afweging maken. Door te kijken naar veelvoorkomende meldingen, enquêtes of bijeenkomsten

Uit de risicoanalyse komen voor Rucphen de volgende risico’s naar voren: • • • • • • • • •

50 km/uur, veel kruispunten met andere 50km/u wegen zijn niet ingericht als rotonde of met verkeerslichten. Vrij liggende fietspaden ontbreken langs veel 50 wegen. En 60 km/ uur wegen, veel kruispunten zijn niet uitgevoerd als rotonde of als voorrangskruispunt met gebiedsontsluitingswegen, ook ontbreken er plateaus op kruisingen. Heterogeniteit in verkeer, verschillende gebruikers op dezelfde weg, landbouwverkeer en fietsers Kwetsbare verkeersdeelnemers fietsers, elektrische fietsers en ouderen Onervaren verkeersdeelnemers Rijden onder invloed Snelheid in het verkeer op 30km/u en 60km/u wegen Afleiding Verkeersovertreders

5.2.3. Duurzame weginrichting Afstemming vormgeving – functie - gebruik Voor een verkeersveilige inrichting van wegen is het van belang dat de vormgeving, gebruik en functie in overeenstemming zijn. Op wegen waar geen overeenstemming is tussen deze drie factoren is het risico op ongevallen hoger. Met de nieuwe wegcategorisering zijn de verkeersstromen binnen de gemeente Rucphen veranderd. Onderzocht is of de huidige functie, vormgeving en gebruik overeenkomt met de nieuwe functie die de weg krijgt binnen de nieuwe wegcategorisering. Op basis van dit onderzoek zijn al veel wegen 34

anders ingericht en een aantal wegen moeten nog anders worden ingericht. Toch zijn er een aantal wegen die extra aandacht vragen omdat functie, vormgeving en gebruik ook na de nieuwe wegcategorisering niet overeenkomen. Hieronder volgt het overzicht per kern.

Sprundel -

De Noorderstraat heeft in de nieuwe wegcategorisering de functie als erftoegangsweg en heeft een snelheidsregime van 30km/u. Vanwege de directe ligging aan de Omleiding is het gebruik te hoog voor een 30 km/u zone. Het is een bewuste keuze om de Noorderstraat als erftoegangsweg aan te wijzen. In 2024 staat de Noorderstraat op de planning voor reconstructie. Bij de nieuwe inrichting is het van groot belang dat de inrichting een 30km/u regime afdwingt. De kans bestaat dat hier een grijze weg ontstaat, een weg die twee functies heeft, namelijk van een gebiedsontsluitingsweg en een erftoegangsweg. Dat is onwenselijk en vraagt om extra maatregelen, zodat de maximumsnelheid wordt afgedwongen. - De St. Janstraat is al aangepast van een 50 km naar een 30 km zone. De intensiteiten zijn echter nog steeds te hoog voor een 30 km zone. Het gebruik van de St. Janstraat moet daarom worden gemonitord. Als de intensiteiten te hoog blijven, moeten ook hier aanvullende maatregelen worden genomen om de maximumsnelheid af te dwingen. Het is belangrijk op te merken dat de Omleiding inmiddels is afgerond, hoewel het volledige effect ervan nog niet volledig zichtbaar is op de St. Janstraat. Rucphen -

-

-

-

35

De Gebrande Hoefstraat blijft een gebiedsontsluitingsweg met een snelheidsregime van 50km/u (GOW 50). Vanaf de Gebrande Hoefstraat nabij Gastelseweg is inmiddels een verbinding met de Omleiding. Alleen bestemmingsverkeer maakt hierdoor gebruik van het gedeelte Gebrande Hoefstraat binnen bebouwdekom, daarom is het mogelijk om hiervan een erftoegangsweg met een snelheidsregime van 30km/u (ETW 30) te maken. Wel blijft de Gebrande Hoefstraat een directe verbinding naar Roosendaal, waardoor het gebruik hoog kan zijn. Daarnaast is de rechtstand en de brede ruimte een risico voor een ETW 30 inrichting. De Rucphense Vaartkant heeft in de nieuwe wegcategorisering de functie van een ETW 30. Momenteel is het gebruik te hoog voor een erftoegangsweg. Na afronding van de Omleiding gaat doorgaand verkeer niet meer door de Rucphense Vaartkant. Monitoring van het verkeer moet uitwijzen of er overeenstemming is binnen de drie pijlers. Het is belangrijk op te merken dat de Omleiding inmiddels is afgerond. De Zundertseweg wordt binnen bebouwde kom (BiBeKo) tot aan komgrens afgewaardeerd tot een 30 ETW. Hierbij is een reconstructie van het wegprofiel nodig. Na de herinrichting naar een ETW 30 is de kans dat het gebruik alsnog te hoog is. De Zundertseweg blijft de kortste route naar Rucphen vanaf Zundert. Kans bestaat dat het gebruik te hoog is voor een ETW30.

Vooruitlopend op het afwaarderen van de Zundertseweg, zijn tijdelijke snelheidsremmende maatregelen genomen in de vorm van verkeersjuwelen. De Sprundelseweg vanaf Munnikenheide College richting Rucphen is binnen de bebouwde kom 50 km/uur en buiten de buiten de bouwde kom 60 km/uur. Vanaf Munnikenheide College gaat de weg een 30ETW worden. Kans bestaat dat het gebruik te hoog is voor een ETW30. Hiervoor is monitoring nodig en waar nodig extra maatregelen, zodat de maximumsnelheid wordt afgedwongen.

Sint Willebrord -

-

De Poppestraat blijft een GOW 50, de intensiteiten nemen toe. De vormgeving is verouderd en daarom is reconstructie gewenst. Deze is gepland in 2033. De Rucphensestraat en de Nachtegaalstraat gaan minder verkeer afwikkelen en worden een ETW30. De reconstructie vindt plaats in 2023 en loopt door tot Q1 2024. Na de reconstructie is het profiel van de weg versmald en zijn de rechtstanden optisch verminderd. Bij de Dorpsstraat komen vorm, functie en gebruik ook niet overeen met als gevolg dat er vele aanrijdingen plaatsvinden en er te hard wordt gereden.

Zegge -

In de Lage Zegstraat komt door het sluipverkeer van en naar de bedrijventerreinen van Roosendaal de vorm, functie en het gebruik niet met elkaar overeen. Er zijn vanuit de gemeenten Rucphen en Roosendaal al diverse pogingen gedaan om hier maatregelen te treffen, maar vanwege uiteenlopende belangen is onvoldoende draagvlak voor doeltreffende maatregelen. Voor Zegge wordt samen met de gemeente Roosendaal een integraal Verkeersplan opgesteld waarin ook de vestiging van de Albert Heijn XL wordt opgenomen.

Schijf -

In de Sint Antoniusstraat geven mensen aan dat er te hard wordt gereden. Onderzoek moet uitwijzen of vormgeving- functie – gebruik in overeenstemming zijn.

Naast deze straat, ontvangt de gemeente over meer straten veel klachten omtrent snelheidsoverlast. Straten waar klachten vandaan komen dienen aanvullend te worden onderzocht. Onderzoek moet uitwijzen of vormgeving- functie – gebruik in overeenstemming zijn. Bij reconstructie van wegen dient de weginrichting naast verkeersveilig ook klimaat adaptief te zijn. Door klimaatverandering neemt de hittestress toe en is er meer ruimte nodig om hevige regen buien op te vangen. Een klimaat adaptieve inrichting is meer dan alleen wat zich boven de grond afspeelt maar ook onder de grond. Klimaat adaptieve maatregelen Door een programma van eisen op te stellen bij reconstructies van wegen wordt de weg klimaatadaptief ingericht. Denk hierbij aan de volgende de volgende aspecten: Aspect Energie

Maatregel en onderzoek Wat betekent de transitievisie warmte voor de ondergrond? Dient er ruimte gereserveerd te worden voor warmteleidingen?

Luchtkwaliteit

Keuze van groen die fijnstof en andere stoffen opvangt langs wegen

Water en Zorgen voor een goede afwatering op en van de wegen. Het water dient klimaatadaptatie binnen het plangebied geborgd/geinfiltreerd te worden. Om droogte zoveel mogelijk tegen te gaan dient het water binnen het plangebied geborgd te worden. In de kernen dienen de ontwerpen voorzien te worden van bomen voor schaduwwerking. Bomen aan de zuidzijde van de wegen heeft de voorkeur, zodat schaduw op de weg valt en mogelijk op het trottoir aan de overzijde.

36

Ecologie

Groen is hèt medium als men kijkt naar klimaatadaptatie maar ook naar leefbaarheid in een straat. In veel straten is op dit moment onvoldoende groen aanwezig. Om ruimte te creeren voor groen, dient er in het nieuwe ontwerp minder verharding te komen. Hiervoor moet het volgende worden onderzocht • Kan er gewerkt worden met minimum profielbreedtes? • Is éénrichingsverkeer mogelijk? • Is parkeren langs de weg mogelijk in plaasts van in separate parkeervakken? • Is het mogelijk om maar aan één zijde van de weg een trottoir aan te leggen zodat aan de andere zijde groen kan komen? • Kunnen parkeervakken groen uitgevoerd worden? Zorg voor een zo'n groot mogelijke diversiteit in het groen. Dit zorgt voor verschillende microklimaten, leefgebieden voor fauna en kleinere gevoeligheid voor ziekten en plagen.

Welzijn en gezondheid

Door de straat groener en leefbaarder te maken, wordt bewegen en elkaar ontmoeten gestimuleerd

Circulaire economie en materialen

Vanaf 2050 dient de hele openbare ruimte circulair te zijn. Dit betekent dat alles wat er nu wordt aangelegd met een langere levensduur dan 25 jaar, circulair dient te zijn. Dit betekent concreet wat voor je materiaalkeuze. Toepassen van gebakken straatstenen bij erftoegangsweg (ETW). In het kader van duurzaamheid (langere levensduur, makkelijker uitneembaar en her te gebruiken, geringe infiltratie), uitstraling en veiligheid (bij asfalt heeft men de neiging harder te rijden). Door het versmallen van je profielen zorg je er tevens voor dat er minder materialen nodig zijn.

Schoolomgeving Een schoolomgeving is een plek waar verkeersveiligheid de grootste prioriteit moet zijn, omdat hier veel kwetsbare verkeersdeelnemers zijn met weinig of geen verkeersinzicht, die in een krappe tijdsperiode van of naar school worden gebracht met de auto of lopend of fietsend. Het is wenselijk dat kinderen in de gelegenheid worden gesteld om zelfstandig lopend of fietsend naar school te gaan. Zodoende kunnen ze in het eigen dorp, over relatief korte afstanden, ervaring opbouwen in het verkeer. Deze ervaring nemen ze mee wanneer ze naar de middelbare school gaan op grotere afstand en met drukkere en potentieel gevaarlijkere verkeerssituaties. Een ideale schoolomgeving heeft de volgende elementen: •

• • • 37

Een gebied van 300 meter rondom de school volledig autovrij. Idealiter brengen ouders hun kind op de fiets of te voet naar school. Indien ze toch met de auto hun kind brengen, parkeren ouders aan de rand en lopen met hun kind naar school. Veel ruimte voor fietsers en voetgangers. Ouders en kinderen fietsen direct naar de toegang van de school. Veilige en goed onderhouden wegen, fietspaden en voetpaden. Fietsen en lopen moet de meest ideale vervoerswijze zijn van en naar school. Op de school route moeten kruispunten veilig zijn en fietser en voetganger de prioriteit hebben.

•

De schoolomgeving met veel ruimte voor het kind en een groene omgeving.

Wat is nodig om zo dicht mogelijk bij dit ideaalbeeld aan te sluiten. Een risicoanalyse geeft daarbij richting. Iedere schoolomgeving is anders, door het aantal leerlingen, leeftijdsopbouw van kinderen op school, welke dorpskern, omliggend verkeersnetwerk, van welke vervoerswijze gebruik wordt gemaakt van en naar school, in de mate wat een school al doet in verkeerseducatie etc. Door de risicoanalyse zijn risico’s op gebied van verkeersonveiligheid rondom de diverse schoolomgevingen inzichtelijk. Bereikbaarheid van woningen rondom de scholen is hierbij een aandachtspunt. Vervolgens kan er prioriteit gegeven worden op basis van de drie manieren in de vorige paragraaf genoemd.

5.2.4. Gedragsbeïnvloeding en voorlichting Gedrag in verkeer speelt een grote rol in de verkeersveiligheid. Sommige weggebruikers maken bewust fouten en sommige weggebruikers maken fouten zonder bij na te denken. De gemeente Rucphen faciliteert nu en in de toekomst gedragscampagnes voor de basisscholen en de middelbare school van de gemeente Rucphen. Ook vindt gedragsbeïnvloeding plaats door verkeerseducatie op de basisscholen en de middelbare school. Dit gebeurt door het aanbieden van de projecten Brabants VerkeersVeiligheid Label voor basisscholen en Totally Traffic voor de middelbare school Munnikenheide College. Binnen de gedragscampagnes op scholen wordt er onderscheid gemaakt in leeftijdscategorie, per leeftijdscategorie wordt een programma opgesteld In de participatie en in contacten met de gemeente wordt ook de behoefte aangegeven voor campagnes voor ouders die hun kind naar school toe brengen met de fiets of met de auto. In de schoolomgevingen is overlast van foutief geparkeerde voertuigen en te hard rijden. Door ouders bewust te maken van hun gedrag en bewust te maken van het gewenste gedrag, draagt dit bij aan verkeersveilige schoolomgeving.

Naast campagnes gericht op schoolomgevingen gaat de gemeente Rucphen zich richten op de educatie, gedragscampagnes en voorlichting op thema’s die voortkomen uit het Strategisch Plan Verkeersveiligheid 2030 (SPV) en de risicoanalyse, dit zijn de volgende thema’s: • • • • • • •

te hard rijden; normvervaging; alcohol en/of drugs; veilig gedrag op 50 km/u en 60km/u wegen; kwetsbare verkeersdeelnemers; onervaren verkeersdeelnemers; afleiding.

4.2.5. Handhaving Zoals eerder is vermeld is verkeersveiligheid een combinatie van allerlei facetten en is handhaving het sluitstuk. Handhaving is een taak van de politie en BOA’s: verkeershandhaving versterkt de norm van veilig verkeersgedrag en kan naleving van regels afdwingen met sancties. Bij handhaving van de verkeersregels is de gevoelsmatige (subjectieve) pakkans vaak belangrijker dan de feitelijke (objectieve) pakkans. Dit wordt ook bevestigd door respondenten van de bewonersenquête. Meer dan 50% geeft namelijk aan dat zij zich eerder aan de verkeersregels zal houden als de pakkans hoger is. Uit de enquête blijkt ook een roep om meer handhaving. Bijna 80% geeft aan dat er meer gecontroleerd zou moeten worden op de snelheid van het verkeer en dat de pakkans voor het 38

begaan van een overtreding omhoog moet. Vooral in de dorpskernen binnen bebouwde kom moet meer gehandhaafd worden. De gemeente is aan zet om de wegen in te richten conform de principes van Duurzaam Veilig, maar verkeersveiligheid zal altijd ook moeten worden afgedwongen met handhaving. De BOA’s hebben in het kader van handhaving in het verkeer een beperkte rol. Zij zijn vooral bevoegd op te treden bij stilstaand verkeer (parkeren) en bij geslotenverklaringen.

5.3 Bouwsteen 3: Fiets Fietsen heeft veel voordleen ten opzichte va andere vervoersmiddelen. Fietsen is naast lopen de duurzaamste, stilste en schoonste vervoerswijze die men kan nemen om van A naar B te komen. Fietsen is goedkoop en daarnaast is een fietser over fietsbare afstanden vaak sneller op de bestemming. Ook is fietsen heel gezond en heeft het een positief effect op de leefbaarheid. Als men veel de fiets pakt en de auto laat staan resulteert dat in minder autoverkeer door de wijken en dorpen, dat weer een positief effect heeft op verkeersveiligheid en leefbaarheid. Minder autoverkeer resulteert weer in een betere doorstroming op de weg voor autoverkeer dat geen alternatief vervoersmiddel heeft. Naast al deze voordelen van de fiets ten opzichte van andere vervoerswijzen heeft de fiets nog een voordeel. Fietsten vragen minder ruimte; op 1 auto parkeerplaats kunnen 15 fietsen worden geplaatst. Bij meer fietsgebruik kan de openbare ruimte beter worden ingericht en kan meer ruimte gemaakt worden voor groen.

Fietsen binnen bebouwde kom In de gemeente Rucphen beschikt bijna iedereen over een fiets, maar desondanks worden veel afstanden, die met de fiets kunnen worden afgelegd en korter zijn dan 7,5 km (ongeveer een half uur fietsen), vaak met de auto gereden. Hoewel soms goede redenen zijn om de auto te gebruiken voor dergelijke afstanden, blijkt uit de enquête dat niet iedereen even graag fietst en daarom niet altijd de fiets kiest voor hun reizen. Het blijft belangrijk om te stimuleren dat zoveel mogelijk fietsbare afstanden daadwerkelijk met de fiets worden afgelegd, zodat alternatieve vervoerswijzen vaker worden overwogen. Het stimuleren van het gebruik van fietsen en fietsroutes vereist het aantrekkelijk maken van de fietsinfrastructuur. Een fietsvriendelijke infrastructuur is gekenmerkt door samenhang, directheid, aantrekkelijkheid, veiligheid en comfort, waardoor fietsers worden aangemoedigd om de fiets als vervoermiddel te kiezen. • • • • •

Samenhangend: de fietsinfrastructuur vormt een samenhangend geheel en sluit aan op alle herkomst en bestemmingen van fietsers. Direct: de fietsinfrastructuur biedt de fietsers steeds een zo direct mogelijke route. Aantrekkelijk: de zintuigelijke beleving van het fietspad dient uitnodigend te zijn. Denk hierbij onder andere aan: afwisseling, sociale (on)veiligheid, vindbaarheid en bewijzering Veilig: de fietsinfrastructuur waarborgt de verkeersveiligheid van fietsers en van overige weggebruikers. Comfortabel: de fietsinfrastructuur maakt een vlotte en comfortabele doorstroming van het fietsverkeer mogelijk.

Naast dat tussen de herkomst en de bestemmingen fietspaden moeten liggen, de routes zo direct mogelijk en veilig volgens richtlijnen dienen te zijn aangelegd en comfortabel te zijn dienen fietspaden ook aantrekkelijk te zijn. De aantrekkelijkheid van een fietspad is niet meetbaar en iedere fietser ervaart het anders. Dit maakt dat aantrekkelijkheid niet wordt meegenomen in realisatie van

39

fietsroutes, terwijl de aantrekkelijkheid van een route een grote rol speelt bij de afweging of men de fiets pakt of niet. Toch zijn er aspecten die een positief effect hebben op de aantrekkelijkheid.

Fietsen buiten de bebouwde kom Het is van belang om de gemeente Rucphen bereikbaar te houden met de fiets en hiervoor goede fietsverbindingen te creëren. Centra van omliggende buurgemeenten liggen allemaal op fietsafstand van de dorpskeren van de gemeente Rucphen. Om het fietsgebruik te stimuleren moeten deze fietspaden verkeersveilig en samenhangend zijn en het liefst vrijliggend zijn. Duurzaam veilig is erop gericht om grote verschillen in massa en snelheid te voorkomen. Het buitengebied van Rucphen kent veel agrarische bedrijven en daarmee landbouwvoertuigen. Landbouwvoertuigen en fietsers moeten zoveel mogelijk van elkaar gescheiden worden. Naast dat de fietspaden verkeersveilig moeten zijn, wilt de gemeente Rucphen een aantrekkelijke toeristische gemeente zijn. Fietspaden in het buitengebied worden daarom ook veel gebruikt door recreatieve fietsers. Fietspaden dienen daarom verkeersveilig zijn en fijn te fietsen voor de toeristische en recreatieve fietser.

Snelfietsroute F58 Een snelfietsroute is een snelle fiets verbindingsweg voor fietsers. Dit speciale fietspad loopt zo direct mogelijk tussen twee steden. De doorfietsroutes vormen een netwerk dat bedoeld is voor het fietsen van langere afstanden voor functioneel fietsverkeer, zoals mensen die op weg zijn naar het werk, school of naar zakelijke afspraken. Uiteraard kunnen ook recreatieve fietsers van deze routes gebruik maken. De provincie Noord-Brabant legt in samenwerking met gemeenten snelfietsroutes aan tussen gemeenten. Momenteel ligt er een doorfietsroute tussen Etten-Leur en Breda en in 2023 is de route tussen Roosendaal en Bergen op Zoom volledig aangelegd. De provincie heeft de ambitie om ook een doorfietsroute tussen Roosendaal en Etten-Leur aan te leggen. Hier ligt een kans voor de gemeente Rucphen om bij aan te haken met het fietsnetwerk. Het tracé voor de snelfietsroute tussen Roosendaal en Etten-Leur is nog niet bepaald. Het biedt mogelijkheden om de doorfietsroute door de gemeente Rucphen, via de dorpskernen van Rucphen en St. Willebrord te laten verlopen. De meest directe fietsroute van centrum Roosendaal naar centrum Etten-Leur is 15km lang en verloopt voor een groot deel langs de snelweg A58. De route langs Rucphen is 16 km lang, maar gaat door landelijk en bewoond gebied. Deze route heeft een afwisselende omgeving en daarnaast is de sociale veiligheid beter.

Dat maakt de route langs Rucphen een meer aantrekkelijke route dan een route langs de A58. Door bovendien de dorpskernen direct aan te sluiten op het doorfietsnetwerk, wordt het potentieel aantal fietsers dat van de route gebruik maakt vergroot. Om de kansen van een route langs de gemeente Rucphen te inventariseren gaat de gemeente het gesprek aan met de Provincie Noord-Brabant, gemeente Roosendaal en gemeente Etten-Leur.

40

5.4 Bouwsteen 4: Toekomstige ontwikkelingen De wereld van verkeer en mobiliteit ondergaat snelle veranderingen. Denk aan nieuwe technologieën zoals reisinformatie via mobiele apparaten, de opkomst van elektrische voertuigen, steeds geavanceerdere navigatiesystemen en apps die waarschuwingen geven voor gevaar en alternatieve routes voorstellen bij files. Deze ontwikkelingen waren nog niet zo lang geleden ondenkbaar. De toekomst van mobiliteit blijft onzeker en daarom is het essentieel om inzicht te krijgen in de veranderingen die de mobiliteit zullen beïnvloeden. Deze bouwsteen richt zich op vier verwachte ontwikkelingen in dit dynamische veld.

Elektrisch vervoer Door het Klimaatakkoord neemt het gebruik van alternatieven voor de motor op fossiele brandstof toe. Het aantal elektrische voertuigen stijgt, ook in de gemeente Rucphen, en het aantal elektrische laadpalen in de openbare ruimte neemt toe. De verwachting is dat deze trend doorzet en de komende jaren de elektrische auto steeds nadrukkelijker aanwezig zal zijn. Om hierop in te spelen heeft de gemeente het laadpalenbeleid in concept. Ontwikkelingen rond andere duurzame brandstoffen (zoals waterstof) worden gevolgd. Gemeente Rucphen heeft deelgenomen aan de collectieve aanbesteding van laadpalen met provincie Noord-Brabant en Limburg. Laadpalen worden proactief op strategische locaties geplaatst door de provincie. Daarnaast worden op aanvraag van bewoners op loopafstand laadpalen geplaatst in de openbare ruimte. Dit resulteert in een netwerk van laadpalen op loopafstand. Een andere ontwikkeling is dat laadpalen slimmer worden. Slimme laadpalen kunnen energie terug leveren van de auto aan het energienetwerk, als er tekorten op het netwerk dreigen. Ook kunnen slimme laadpalen bepalen welke auto eerder opgeladen dient te worden, deze wordt dan sneller opgeladen dan de andere ladende voertuigen. Het systeem zorgt ervoor dat de auto op de gewenste tijd vol geladen is zodat deze gebruikt kan worden.

Deze ontwikkeling vraagt een integrale aanpak binnen de gemeente, niet alleen een verkeerskundige aanpak. Het raakt stedenbouw, beheer, civiele techniek, juridische zaken en economie. De provincie herijkt haar beleid om de 2 jaar, vanwege de snelle ontwikkeling die elektrisch vervoer doormaakt. Hierop dient het beleid van de gemeente Rucphen op aan te sluiten.

Deelmobiliteit en hubs Deelmobiliteit is het gedeelde gebruik van voertuigen, fietsen en scooters. De gebruiker is geen eigenaar van het vervoersmiddel, maar krijgt tijdelijk toegang tot het vervoersmiddels. De gebruiker betaalt per kilometer, per reis of heeft een abonnement waarmee een aantal reizen per maand met deelvervoer genomen kan worden. Deelmobiliteit zorgt voor minder autokilometers, afname van autobezit en daardoor minder benodigde parkeerruimte. Deelmobiliteit heeft een positief effect op de verkeersveiligheid, duurzaamheid en leefbaarheid. In de openbare ruimte is meer plaats voor groen, recreatie en speelplaatsen.

41

In een aantal steden kunnen reizigers al van deelvervoer gebruik maken. Maar voor de gemeente Rucphen is het nog een toekomstige ontwikkeling. In Rucphen wordt het openbaar vervoer steeds verder aangescherpt. In de kernen en het buitengebied is de afhankelijkheid van een eigen voertuig groot. Daarom zal deelmobiliteit in Rucphen niet volledig de auto vervangen. Het zal wel de 2e of 3e auto kunnen vervangen. Een 2e of 3e auto staat voor een groot deel van de dag stil op de parkeerplek. Al wordt de auto nauwelijks gebruikt, de maandelijkse kosten zijn enkele honderden euro’s. De kosten per maand van een deelauto liggen veel lager. Daarnaast houdt de 2e of 3e auto een parkeerplek op straat bezet. Bij het gebruik van de deelauto ter vervanging van de 2e of 3e auto, wordt parkeerdruk lager en kan de ruimte van de weg anders worden ingericht. Een deelauto is een auto die door meerdere personen dan wel huishoudens wordt aangeschaft, zodat deze ook door meerdere persoenen dan wel huishoudens kan worden gebruikt. Kansen liggen er om deelvervoer in te voeren bij nieuwe woonwijken of wooncomplexen met een grote parkeervraag. Een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling heeft veel claims op de openbare ruimte. Zoals een juiste breedte van de weg en voetpad, voldoende groen, wegmeubilair, maar ook voldoende parkeerplaatsen.

Door deelmobiliteit in te zetten bij nieuwe woonwijken kan het aantal parkeerplaatsen worden verlaagd en kan de beperkte ruimte anders worden ingericht. Een mobiliteitshub is een locatie waar meer mobiliteiten samenkomen. Een mobiliteitshub biedt functies die elkaar versterken. Zoals een opstapplaats om met de bus te reizen, deelmobiliteit, een pakketkluis, een automaat om je OV-kaart op te laden, parkeren van de auto, opladen van de auto of (brom)fiets, het stallen van de fiets. Hierdoor kan een reiziger met de fiets naar de mobiliteitshub fietsen om daar vervolgens de deelauto te pakken om naar de eindbestemming te rijden. Op de weg terug parkeert de reiziger de deelauto weer bij de mobiliteitshub, haalt een besteld pakket op uit de pakketkluis en fietst vervolgens naar huis. Een mobiliteitshub draagt hiermee bij aan: • • • •

schoner en duurzaam vervoer in de gemeente; minder geparkeerde auto’s op de weg; minder autoverkeer door de kernen; stimulering van openbaar vervoer.

Momenteel speelt dit vooral in grote steden, die te maken hebben met grote bereikbaarheid-en parkeerproblemen. In de gemeente Rucphen speelt dit momenteel niet, het is een te kleine gemeente met een te lage stedelijkheidsgraad. Maar als het in grote steden een succes is zal het ook toegepast worden in middelgrote steden, denk aan Roosendaal. Een logisch vervolg is dat het uiteindelijk ook in Rucphen zijn uitwerking vindt. Dit kan dan in kleine vorm zijn, bijvoorbeeld op een centrale plek in de dorpskernen en bestaan uit twee deelauto’s, een aantal deelfietsen met een pakketpunt en een laadpaal. Een voorbeeld van een grote mobiliteitshub is weergeven in figuur 5.4.

42

Figuur 5.4 Een voorbeeld van een mobiliteitshub

De gemeente gaat de ontwikkelingen rondom deelvervoer en mobiliteitshub volgen. Wanneer deelmobiliteit wordt toegepast in de vergelijkbare gemeenten bij nieuwe woonwijken en het daar een succes is, gaan we de kansen, mogelijkheden en effecten onderzoeken voor de gemeente Rucphen. Ook voor mobiliteitshub geldt dat de gemeente Rucphen hierop gaat inspelen als het in vergelijkbare gemeenten een succes is.

Smart mobility en digitalisering De ontwikkelingen in de wereld van verkeer en mobiliteit gaan razendsnel. Wat hier wordt gepresenteerd, is geen volledig overzicht, maar slechts een greep uit de huidige ontwikkelingen. Hoe de toekomst er precies uit zal zien, blijft onzeker. Smart mobility Door het verzamelen van data en gebruik wordt het gedrag van mobiliteit gestuurd. Waar vroeger de route bepaald werd op basis van de routeborden langs de weg en later via navigatie de route werd bepaald door afstand en tijd, gebruiken nu veel mensen live verkeersinformatie onderweg. Het navigatiesysteem ziet dat er op de route vertraging is en gaat na of een andere route sneller is. Groot nadeel is dat soms door het verkeer hierdoor ongewenste routes worden genomen om een file te ontwijken. Areaal digitaliseren De gemeente Rucphen is al volop bezig zijn areaal te digitaliseren. Alle wegen, fietspaden, wandelpaden, verkeersborden, groen met alle kenmerken ervan worden in kaart gebracht. Door het areaal te digitaliseren zijn exact de locatie en grenzen bekend van het areaal. Zo weet de gemeente exact wat er staat, waar en hoeveel. Deze digitalisering wordt ook gebruikt door zelfrijdende voertuigen. Waarschijnlijk duurt het nog jaren voordat zelfrijdende voertuigen door Rucphen rijden, maar ook hier zijn fabrikanten volop aan het ontwikkelen en experimenteren. 43

Intelligent Speed Adaption (ISA) Intelligent Speed Adaption (Intelligente snelheidsaanpassing) is een systeem dat de snelheid van het voertuig vergelijkt met de snelheidslimiet of de gewenste snelheid. Het informeert of waarschuwt de bestuurder of grijpt zelf in als de bestuurder te hard rijdt. Dit voorkomt te hoge snelheden, een van de belangrijkste ongevalsfactoren. De bestuurder moet via het gaspedaal kunnen voelen dat de toepasselijke snelheidslimiet is bereikt of overschreden. Het effect van ISA verschilt per variant: het effect is het grootst bij een ingrijpende variant bij dynamische limieten, dat wil zeggen limieten die afhankelijk worden gesteld van de actuele weers- en verkeersomstandigheden. Vanwege de intelligente snelheidsaanpassing heeft ISA bovendien een groot positief effect op de ernstigere ongevallen. Slimme fietsen Ook de fiets ontwikkelt zich verder. De meeste recente ontwikkeling is de elektrische fiets en de speedpedelec (een elektrische fiets die een maximumsnelheid heeft van 45km/u). De ontwikkeling gaat verder dan alleen de snelheid. Denk aan verbeterde beveiliging van de fiets: op een app heb je altijd zicht op waar de fiets is gestald en krijg je een melding als de fiets wordt gestolen. Maar er zijn ook ontwikkelingen op het gebied van verkeersveiligheid, bijvoorbeeld de fiets die met de (vracht)auto communiceert.

Zo weet de bestuurder van de (vracht)auto dat er een fiets nadert of dat een fietser zich in de dodehoek bevindt. Geo Fencing Geo Fencing is een virtuele omheining rond een locatie in de openbare ruimte. Net als een echte omheining creëert een geofence een afbakening tussen een locatie en het gebied er omheen. Daarnaast kan een geofence bewegingen binnen het afgebakende gebied detecteren. Deze techniek kan bijvoorbeeld gebruikt worden in navigatiesystemen, door gebieden aan te geven waar verkeer niet langs geleid mag worden, bijvoorbeeld schoolgebieden, dorpscentra. Zo kan het navigatiesysteem een route geven die zowel voor bestuurder, omwonenden en de gemeente wenselijk is. Een andere toepassing is bij het parkeren van deel(brom)fietsen. Gemeenten die al deelvervoer hebben ondervinden overlast dat deze deel(brom)fietsen overal worden gestald. Door plekken te markeren waar niet gestald mag worden, wordt deze overlast voorkomen. MAAS MAAS staat voor mobility as a service (mobiliteits als een dienst). MAAS is een nieuwe ontwikkeling die binnen nu en 10 jaar is te verwachten. MAAS maakt het met apps mogelijk gemakkelijk een reis te organiseren en te betalen voor verschillende vervoermiddelen als deelauto, openbaar vervoer en deelfiets. Gebruikers kunnen per reis betalen of per maand. Met MAAS biedt de mobiliteitsoplossing die volledig past bij de reisbehoefte van de reiziger.

Zie de illustratieve weergave in figuur 5.5. De gemeente heeft hier alleen een faciliterende rol.

44

Figuur 5.5 Mobiliteit als dienst

5.5 Bouwsteen 5: Openbaar vervoer Openbaar vervoer blijft een aandachtspunt voor de gemeente Rucphen; sommige inwoners zijn ervan afhankelijk. Voor het openbaar vervoer is de gemeente Rucphen in grote mate afhankelijk van de provincie. De provincie betaalt het openbaar vervoer.

Efficiëntie slag in het OV Zoals in de Visie Openbaar Vervoer Rucphen staat is er in de gemeente Rucphen een trend zichtbaar waarbij binnen het openbaar vervoer wordt gezocht naar meer efficiëntie. De algemene doelstelling van de provincie en vervoerder is dat vrijwel lege bussen worden voorkomen en dat bussen routes rijden die zorgen voor een snellere verbinding tussen begin- en eindpunt. Dit resulteert in minder haltes die op grotere afstand van elkaar liggen. Eerst lag de bushalte binnen loopafstand, nu ligt de bushalte op fietsafstand. Rol voor de gemeente Rucphen hierin is het zorgen voor goed voor- en na transport. Dit kan door het fietsnetwerk aan te laten sluiten op en te zorgen voor voldoende fiets parkeerplekken bij bushaltes. Daarnaast kan deelmobiliteit en MAAS worden gefaciliteerd.

45

Bijlagen Bijlage 1: De 4 thema’s voor mobiliteit en de vastgestelde doelen in het Klimaatakkoord Bijlage 2: Overzicht wegcategorisering Bijlage 3: Enquête Gemeentelijk Verkeer- en Vervoers Plan (GVVP) Bijlage 4: Resultaten enquête Gemeentelijk Verkeer- en Vervoers Plan (GVVP) Bijlage 5: Locaties subjectieve onveiligheid Bijlage 6: Totaalweergave ongevallenlocaties 2015 -2020 Bijlage 7: Eisen vormgeving – Functie – Gebruik wegen buiten de bebouwde kom Bijlage 8: Eisen vormgeving – Functie – Gebruik wegen binnen de bebouwde kom Bijlage 9: Overzicht schoolcampagnes van het jaar 2023

46

Bijlage 1: De 4 thema’s voor mobiliteit en de vastgestelde doelen in het Klimaatakkoord

47

Bijlage 2 overzicht wegcategorisering

48

Bijlage 3 Enquête Gemeentelijk Verkeers- en Vervoers Plan (GVVP) Inleiding De gemeente Rucphen stelt op dit moment een nieuw Gemeentelijk Verkeers en Vervoers Plan (GVVP) op. In dit plan beschrijven we ons beleid voor de komende jaren op het gebied van verkeersveiligheid en hoe we op een duurzame manier verkeersmaatregelen gaan nemen. Het nieuwe plan beschrijft niet hoe de gemeente er op stoeptegelniveau uit gaat zien. Het geeft kaders voor toekomstige projecten, vragen en initiatieven vanuit bewoners en bedrijven. Eind 2022 ligt er een actueel GVVP waarmee de verschillende gemeentelijke afdelingen, politie en andere belanghebbenden aan de slag kunnen. Op dit moment brengen we de huidige situatie in de gemeente Rucphen in beeld. U kunt ons hierbij helpen door deze enquête in te vullen. Uw vragen, wensen en kennis van bepaalde plekken of situaties zijn belangrijk voor ons. We bedanken u voor uw tijd en de inzichten die u ons geeft.

U kunt de enquête ook invullen via de volgende website: www.rucphen.nl/vragenlijstverkeer U kunt ook de enquête invullen door bovenstaande QR code te scannen met uw telefoon of tablet Wat is uw leeftijd?(kies uit onderstaande categorieën) 5 t/m 12 jaar 13 t/m 18 jaar 19 t/m 25 jaar 26 t/m 40 jaar 41 t/m 50 jaar 51 t/m 67 jaar 67+ jaar Geslacht(kies uit onderstaande categorieën) Man Vrouw Geen keuze Woonplaats(kies uit onderstaande categorieën) Zegge Sprundel Sint Willebrord Schijf Rucphen Buitengebied Grootte huishouden(vul het aantal personen in waaruit uw huishouden bestaat) Verplaatsingsgedrag Ik verplaats mij dagelijks...(meerdere antwoorden mogelijk) te voet per fiets: gewone fiets per fiets: elektrische fiets per fiets: speedpedelec per snor-/bromfiets per snor-/bromfiets: elektrisch per OV per auto per motor Anders, …………………………………………. Ik verplaats mij 3-6 dagen per week ...(meerdere antwoorden mogelijk) te voet per fiets: gewone fiets per fiets: elektrische fiets per fiets: speedpedelec per snor-/bromfiets per snor-/bromfiets: elektrisch per OV per auto per motor Anders, …………………………………………. Ik verplaats mij 1- 2 dagen per week...(meerdere antwoorden mogelijk) 49

te voet per fiets: gewone fiets per fiets: elektrische fiets per fiets: speedpedelec per snor-/bromfiets per snor-/bromfiets: elektrisch per OV per auto per motor Anders, …………………………………………. Ik verplaats mij te voet/per fiets/per OV/ per auto voor...(meerdere antwoorden mogelijk) Woon-werk verkeer Boodschappen Sporten Naar school of studie (zelf) Naar school of studie (kinderen brengen) Bezoek bij vrienden/familie/kenissen Anders, … Voor verplaatsingen korter dan 30 minuten (circa 7,5 km) pak ik de fiets…(kies uit onderstaande categorieën) Altijd Vaak Soms Nooit Wij hebben thuis de beschikking over een auto Ja Nee Aantal auto's : Heeft u, of overweegt u de komende 3 jaar een elektrische auto aan te schaffen? Ja Nee Indien Nee: Waarom niet?(meerdere antwoorden mogelijk) Ik heb net een nieuw auto aangeschaft Aantal laadpalen niet toereikend De huidige elektrische auto's hebben voor mijn gebruik een te lage range Ik rijd liever een auto op fossiele brandstof Anders, … Wij hebben thuis de beschikking over een fiets Ja Nee Aantal fietsen: Bent u bekend met het begrip deelmobiliteit? Ja Nee Toelichting Deelmobiliteit: Deelmobiliteit is het gedeelde gebruik van voertuigen. Daarbij krijgt de gebruiker tijdelijk toegang tot een bepaald vervoermiddel op het moment dat het nodig is. Denk daarbij aan bijvoorbeeld de OV-fiets of een deelauto.

Ik ben bereid een auto de deur uit te doen en gebruik te maken van deelmobiliteit wanneer: (meerdere antwoorden mogelijk) De deelmobiliteit goedkoop (of goedkoper?) is De deelmobiliteit altijd beschikbaar is De deelmobiliteit aansluit bij mijn behoeften (verschillende typen (fiets, bakfiets, scooter, personenauto, bestelwagen/bus) voor verschillende verplaatsingen) Niet Anders, ............................................................................... Ik maak wel eens gebruik van het openbaar vervoer in de gemeente Ja Nee Indien Ja: Van welk openbaar vervoer maakt u gebruik?(meerdere antwoorden mogelijk) Lijnbus 312 Buurtbus Dorpsbus ANWB automaatje Trein vanaf Roosendaal/Etten-Leur Indien nee: Waarom niet?(meerdere antwoorden mogelijk) 50

Te lage frequentie Te lang onderweg OV halte te ver weg Bestemming niet te bereiken Niet concurrerend met alternatieven Te duur Anders, ……………………………………………………………… Ik ben tevreden over het aanbod van openbaar vervoer in de gemeente Ja Nee Indien nee: Waarom niet?(meerdere antwoorden mogelijk) Bus rijdt te weinig per uur Bus is te lang onderweg OV halte te ver weg vanaf mijn woning Bestemming niet te bereiken met OV Auto of fiets is sneller, makkelijker, comfortabeler,… Bus is te duur Anders, ………………………………………………………………………………………. Ik wil best wat verder fietsen om bij een snelle en directe busverbinding te komen die vaak rijdt naar Roosendaal en Etten-Leur Ja Nee Indien Ja: Hoe lang?(kies uit onderstaande categorieën) maximaal 5 minuten 5 tot 10 minuten 10 tot 15 minuten Ik wil gebruik maken van openbaar vervoer dat dicht bij mijn woning komt.

Ik wil daarvoor best wat langer in de bus zitten voor ik op mijn bestemming ben Ja Nee Gevoel van veiligheid Er is minder doorgaand verkeer in de dorpen sinds de omleiding Ja Nee Ik vind het veiliger in de gemeente sinds de omleiding Ja Nee Ik vind het prettig fietsen in de gemeente Ja Nee Indien nee: Waarom niet?(meerdere antwoorden mogelijk) Geen aparte fietspaden Slechte kwaliteit fietspaden/wegen Teveel obstakels op fietspaden Tegelverharding Te druk met auto’s Ik kan mijn fiets niet stallen Anders, … Gevoel van veiligheid: locaties Hieronder kunt u één of meerdere locaties in de gemeente Rucphen beschrijven die u verkeersonveilig vind. Geef aan voor wie de locatie onveilig: Automobilisten/ fietsers/ voetgangers/ kinderen/ ouderen etc Geef aan of de locatie onveilig is door de inrichting van de openbare ruimte, zoals door: het ontbreken van fietspaden/ fietsvoorzieningen/ geen oversteek voorzieningen/ geen snelheidsremmende maatregelen/ Geen voorrangsregeling/ Niet overzichtelijk/ Weg nodigt uit tot hard rijden/ te druk/ te vee; verleersdeelnemers/ zicht geblokkeerd/ Of komt het door andere gebreken. 51

Geef aan of de locatie onveilig is door menselijk gedrag zoals: Afleiding/ Alcohol & drugs/ Asociaal gedrag/ niet voeren van verlichting/ geen voorrang verlenen/ inhalen/ parkeren/ snelheid/ of komt het door ander gedrag. Verkeersregel/ inrichting Het is mij duidelijk of ik op een voorrangsweg rijd of dat verkeer van rechts voorrang heeft Ja Nee Het is mij duidelijk wat de maximumsnelheid is op alle wegen in de gemeente/het is mij duidelijk wanneer ik in een 30 km-zone rijd Ja Nee Het is mij duidelijk wanneer ik in de buurt van een school rijd Ja Nee Ik vind de omgeving van scholen verkeersveilig ingericht Ja Nee Welke schoolomgeving wel? …………………………………………………………………………………. ………………………………………………………………………………… Welke schoolomgeving niet? …………………………………………………………………………………. ………………………………………………………………………………… Ik ben op de hoogte van de laatste verkeersregels Ja Nee Ik zou het fijn vinden als de gemeente mij informeert over de verkeersregels in diverse situaties in Rucphen, Zegge, Sprundel en St.

Willebrord Ja Nee Ik ervaar in mijn dorp overlast van vracht- en landbouwverkeer Ja Nee Indien ja: Wat ervaart u?(meerdere antwoorden mogelijk) Vracht en landbouwverkeer rijdt te hard Geluidsoverlast Trillingen Anders, ………………………………………………………………………………………………… Er zou meer gecontroleerd moeten worden op de maximum snelheid Ja Nee Indien Ja: Waar zou er meer gecontroleerd moeten worden?(meerdere antwoorden mogelijk) In woonstraten In het dorpscentrum Op de omleiding 52

Anders, ………………………… De pakkans voor het maken van verkeersovertredingen moet hoger Ja Nee Ik zou me eerder aan de verkeersregels houden als er meer wordt gecontroleerd en de pakkans groter is Ja Nee Parkeren en bevoorrading Er zijn voldoende parkeerplaatsen bij mij in de straat Ja Nee Er zijn voldoende parkeerplaatsen bij de voorzieningen Ja Nee Ik ben bereid mijn auto verder van mijn huis te parkeren als dat betekent dat kinderen veilig buiten kunnen spelen Ja Nee Ik weet dat ik verder van de deur moet parkeren als ik een 2e of 3e auto koop Ja Nee Ik ben bereid mijn auto verder van voorzieningen te parkeren als dat betekent dat het centrum mooier/leefbaarder/prettiger verblijven wordt (meer groen, mooiere openbare ruimte, meer terrasjes) Ja Nee Ik ben bereid mijn auto verder van school te parkeren als dat betekent dat kinderen veilig naar school kunnen lopen en fietsen Ja Nee Ik ben bereid om mijn pakketjes op een centraal punt op te halen , zodat de overlast gevende bezorgers niet langer bij mij in de straat komen Ja Nee Ik vind het een goed idee wanneer vrachtverkeer voor de bevoorrading van winkels en supermarkten naar een centraal punt buiten het dorp rijden en dat de lading vanaf daar via kleiner en schoner vervoer naar winkels wordt gebracht Ja Nee Bespreekt u het onderwerp verkeer en gedrag op de weg wel eens?(meerdere antwoorden mogelijk) nooit ja, naar aanleiding van

een ongeval ja, naar aanleiding van gedrag dat ik zie op de openbare weg Anders,……………………………………………….… Wie is verantwoordelijk voor de inrichting van de weg?(meerdere antwoorden mogelijk) 53

De gemeente Provincie Bewoners Anders, … Wie is verantwoordelijk voor het gedrag van de weggebruikers (alle weggebruikers)?(meerdere antwoorden mogelijk) De weggebruiker zelf De politie De gemeente Anders, … Mocht u nog algemene op- of aanmerkingen hebben kunt u ze hieronder kwijt:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13588282/2