10 VNG lbr 25-057 Vierde nazending najaars ALV 28 nov 2025
Tekst van het document
Door inschrijftijd te laten meetellen in opstartwoningen draagt het bij aan twee oplossingen: het verlichten van druk op de asielketen én het faciliteren van duurzame integratie. Gezinshereniging en passende woning Indien een statushouder recht heeft op gezinshereniging, wordt bij de toewijzing van een opstartwoning actief beoordeeld of deze geschikt is voor de toekomstige gezinssituatie. Is dit niet het geval, dan moet tijdig een passende voorziening beschikbaar komen om te voorkomen dat gezinsleden bij aankomst dakloos raken of in een onveilige of overvolle situatie terechtkomen. Daarbij moet de inschrijftijd die is opgebouwd in de opstartwoning meegenomen worden bij de toewijzing van een volgende woning, zodat bewoners niet opnieuw onderaan beginnen. Systeemverandering Het idee van tijdelijke of gefaseerde huisvesting voor statushouders is niet nieuw. Eerdere pogingen – zoals containerwoningen, hotelopvang of tijdelijke wooncomplexen – liepen vaak vast door een combinatie van factoren: tijdelijke financiering, hoge kosten, gebrek aan doorstroommogelijkheden, eenzijdige doelgroepen (alleen statushouders), onvoldoende begeleiding of isolatie van bewoners van de omgeving. Opstartwoningen bieden een integrale aanpak. Ze zijn vanaf dag één gekoppeld aan participatie, werk of opleiding en begeleiding.
Er worden structurele afspraken gemaakt over doorstroom, de doelgroep is gemengd en de aanpak sluit aan op lokaal beleid. Daarbij wordt bewust gestuurd op duurzame inzetbaarheid van de woonvormen en een financiering die langer meegaat dan één projectperiode. Opstartwoningen doorkruisen niet de bestaande woningbouwplannen, maar creëren aanvullend aanbod waar nu een groot tekort aan is: kleinschalige, flexibele woonvormen, al dan niet zelfstandig. Het betreft een tijdelijke maatregel zolang de woningmarkt nog niet op orde is. De middelen die nu worden besteed aan kostbare en vaak kwalitatief mindere (nood)opvang zouden hiervoor beter kunnen worden ingezet: investeren in opstartwoningen.
3 Ten tijde van schrijven ontraadt de VNG deze wet aan de Eerste Kamer a.g.v. het amendement Mooiman dat de voorrangsregeling voor statushouders intrekt. Echter is de verwachting dat deze wet op enig moment, mogelijk aangepast, wel in werking zal treden.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
14
Conclusie De kern van de aanpak is het stimuleren van zelfredzaamheid van asielzoekers, het creëren van opstartwoningen als tijdelijke tussenvorm die niet alleen de druk op dure noodopvang vermindert, maar ook direct gekoppeld is aan taal, werk en begeleiding. Door vanaf dag één intensief in te zetten op werk, integratie en economische binding, versterken we de zelfstandigheid van asielzoekers en vergroten we het draagvlak in de ontvangende gemeenten. Uiteindelijk leidt deze samenhangende aanpak tot maatschappelijke meerwaarde: asielzoekers worden sneller economisch actief, de uitgaven aan opvang en begeleiding nemen af, en statushouders krijgen – net als andere woningzoekenden – zicht op een duurzame wooncarrière. Waar mogelijk stromen zij zelfstandig door naar reguliere huisvesting, en bouwen zij inschrijftijd op voor sociale huur. Zo levert het plan zowel een humane aanpak voor mensen op zoek naar een nieuwe start als een duurzame oplossing voor de structurele uitdagingen in de Nederlandse asiel- en woningmarkt. De voorgestelde aanpak levert meer op dan alleen een snellere doorstroom en betere integratie. Het is een wederkerig model waarin asielzoekers én samenleving zichtbaar profiteren. Voor de samenleving betekent dit minder druk op dure noodopvang, een betere benutting van arbeidspotentieel in sectoren met tekorten en meer evenwicht op de woningmarkt.
Gemeenten krijgen ruimte om lokaal te doen wat nodig is, werkgevers vinden gemotiveerde krachten en buurten worden versterkt door ontmoeting en verbinding. Asielzoekers krijgen direct perspectief, ontwikkelen vaardigheden, vinden sneller werk en bouwen aan een stabiel bestaan. Zij dragen vanaf het begin bij aan hun eigen toekomst én aan de gemeenschap waar zij wonen. Samen maken we het verschil Het succes van deze benadering staat of valt met de goede samenwerking tussen gemeenten, Rijk, uitvoeringsinstanties zoals COA, IND, UWV en DUO, woningcorporaties, werkgevers, onderwijs en maatschappelijke partners. Elke schakel in de keten krijgt een helder omschreven rol: van de IND als efficiënte poortwachter tot de samenwerking in de regionale werkcentra die taal- en werktrajecten coördineren, en van woningcorporaties die flexibele woonconcepten realiseren tot buurtcoaches die sociale integratie bevorderen. Door duidelijke juridische kaders en structurele financiering – waaronder experimenteerruimte in wet- en regelgeving zoals de REBA en de Woningwet – ontstaat de ruimte om dit model op schaal uit te rollen. We nodigen deze partners graag uit om met ons mee te denken en de praktijk verder vorm te geven. Bijlagen 1. Randvoorwaarden en aandachtspunten
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
15
Bijlage 1: Randvoorwaarden en aandachtspunten Dit plan laat zien dat een andere aanpak van opvang en integratie mogelijk is. De uitvoering vergt een stevige inzet van gemeenten, maar óók duidelijke keuzes van het Rijk en een slagvaardige samenwerking in de keten. Veel onderdelen kunnen al binnen bestaande kaders, maar voor enkele sleutelaspecten is beleidsmatige of juridische aanpassing nodig. In dit hoofdstuk benoemen we de belangrijkste aandachtspunten en voorwaarden die moeten worden geborgd om het plan succesvol en op schaal uit te kunnen voeren.
Algemene randvoorwaarden Stabiele AZC-capaciteit (ook bij dalende instroom) In het huidige systeem wordt de opvangcapaciteit van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) sterk afgestemd op de actuele instroom. Bij een hoge instroom wordt snel opgeschaald (vaak met tijdelijke, dure noodopvang), en bij een daling juist weer afgebouwd. Dit leidt tot een cyclisch beleid met: • Continu hoge kosten voor op- en afschaling; • Verlies van expertise en personeel (bij afschaling); • Onbetrouwbaarheid richting gemeenten, uitvoerders en bewoners; • Gebrek aan rust en continuïteit in opvang én integratie. Voor een goed functionerende asiel- en integratieketen is structurele, stabiele capaciteit noodzakelijk — ook bij fluctuerende instroom. Alleen dan is er ruimte voor kwaliteit, menswaardige opvang, en een vroege start van integratie (zoals taal, werkoriëntatie en begeleiding). Het in stand houden van de stabiele financiering van 41.000 plekken bij het COA, ongeacht de bezetting is dan ook essentieel. Deze regeling komt vanaf 2027 in gevaar gezien de financiering t/m 2026 is geborgd, daarna nog niet. Ook evenredige spreiding over het land steunt een stabiel opvanglandschap. Versterk de IND als efficiënte en betrouwbare poortwachter Een tijdige en zorgvuldige beoordeling van asielaanvragen is essentieel voor het functioneren van het hele stelsel.
De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) moet daarom structureel beschikken over voldoende middelen en capaciteit om aanvragen snel en zorgvuldig af te handelen. Kortere procedures zorgen ervoor dat asielzoekers eerder duidelijkheid krijgen over hun toekomstperspectief. Dit is niet alleen van belang voor henzelf, maar draagt ook bij aan het beperken van de kosten voor opvang. Mensen met een verblijfsvergunning kunnen dan sneller doorstromen naar reguliere huisvesting en zijn minder lang aangewezen op opvangvoorzieningen. Daarnaast wordt met een snellere besluitvorming voorkomen dat de overheid jaarlijks tientallen miljoenen euro’s kwijt is aan dwangsommen wegens te trage beslissingen. Investeren in een krachtige en goed toegeruste IND is daarmee een randvoorwaarde voor een beter functionerend asielstelsel. Snelle BRP-inschrijving Zonder inschrijving in de Basisregistratie Personen (BRP) kunnen statushouders geen woning, zorgverzekering of werk krijgen – laat staan beginnen met inburgering of opleiding. Trage procedures vertragen de integratie en zorgen voor frustratie, verlies van vaardigheden en afhankelijkheid van uitkeringen. Snelle registratie maakt een soepele overgang van opvang naar participatie mogelijk.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
16
Juridische belemmeringen Het alternatieve plan raakt aan meerdere wet- en regelgeving, o.a. de Spreidingswet, de Participatiewet, de Wet inburgering etc. Relevante risico’s betreffen onder meer het gelijkheidsbeginsel, beperkingen in landelijke wet- en regelgeving, en beperkte beleidsruimte voor gemeenten bij opvang, huisvesting en arbeidstoeleiding. Het kan het risico op ongelijke behandeling in de hand werken bij maatwerkvoorzieningen voor statushouders, zoals opstartwoningen of versnelde toeleiding naar werk. Ook kunnen gemeentelijke initiatieven botsen met bestaande kaders zoals de Vreemdelingenwet, Participatiewet of de Wet arbeid vreemdelingen. Om dit te voorkomen wordt ingezet op juridische verkenning van experimenteerruimte, samenwerking met het Rijk en benutting van bestaande afwijkingsmogelijkheden, bijvoorbeeld via pilots of algemene maatregelen van bestuur (AMvB’s). Daarbij kunnen lessen uit bestaande experimenten in het land worden meegenomen – waaronder de opvang van Oekraïense ontheemden, die op onderdelen al als praktijkproef fungeert voor flexibele huisvesting, participatie en regionale regie. Ook vraagt gegevensdeling tussen ketenpartners om naleving van de AVG en een gezamenlijk systeem. Via lokale privacy-protocollen en convenanten met juridische grondslag kan deze samenwerking worden geborgd.
Werk -en participatie als leidend principe Inburgering en werk/participatie/opleiding Statushouders die aan het werk zijn (bijvoorbeeld via participatiebanen of tijdelijke functies) of een opleiding volgen worden tegelijkertijd geacht om hun inburgeringstraject succesvol te doorlopen. Dat betekent: taallessen volgen, Kennis van de Nederlandse Maatschappij (KNM)-onderdelen afronden, oriëntering op de Nederlandse arbeidsmarkt (ONA) etc. Dit vraagt gemiddeld 20 uur per week. Werk, opleiding en/of participatie moeten hierbij passen en vraagt om flexibiliteit aan beide kanten: zowel van de werkgever/ opleidingsinstantie als de inburgering. Wanneer werk/opleiding en inburgering hand in hand gaan, hoeft de statushouders geen keuze te maken tussen werk/opleiding óf inburgering. Een optie is om leerwerktrajecten te ontwikkelen waar inburgering integraal onderdeel vanuit maakt, maar waar wel arbeidsparticipatie waar dat kan leidend is. Investeren in de eigen toekomst - Aanpassing Reba en uitvoering COA Er wordt een spaarregeling opgezet voor asielzoekers met inkomen uit werk ter bevordering van financiële zelfstandigheid en verantwoordelijkheid. Door zelf te sparen, krijgen asielzoekers een actief gevoel van regie over hun eigen toekomst. Dit stimuleert financiële verantwoordelijkheid en bewustwording van kosten die komen kijken bij zelfstandig wonen of vertrek.
Bij een positieve asieluitkomst kunnen de spaargelden gebruikt worden voor inrichtingskosten van een woning, waarborgsommen en huurvoorschotten. Dit vergemakkelijkt de overgang van opvang naar zelfstandige huisvesting. Voor mensen die niet in Nederland mogen blijven, kan een deel van het gespaarde bedrag worden ingezet om terugkeer te faciliteren, bijvoorbeeld voor reiskosten of andere vertrekgerelateerde kosten. Dit kan ook bijdragen aan een soepele en respectvolle terugkeer. De Regeling eigen bijdrage voor asielzoekers (Reba) regelt de eigen bijdrage die asielzoekers met inkomen en/of vermogen moeten betalen aan het COA voor de opvangkosten. Er zal goed gekeken moeten worden naar deze regeling om een spaarpot (juridisch) mogelijk te maken en werk lonend te laten blijven. Er kan gekeken worden naar aansluiting op het huidige Reba systeem door, naast de berekening van de eigen bijdrage, ook automatisch een reservering voor sparen in te voeren.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
17
Betere inzet loonkostensubsidies en jobcoaches Veel statushouders hebben aanvankelijk moeite met het vinden of behouden van werk, vanwege taal, cultuur, trauma of gebrek aan netwerk. Met gerichte ondersteuning – zoals loonkostensubsidie of begeleiding door jobcoaches – wordt de afstand tot de arbeidsmarkt kleiner, kunnen werkgevers eerder instappen, en wordt duurzame participatie mogelijk. Zonder deze instrumenten blijft het risico groot dat mensen in een uitkeringssituatie terechtkomen of onder hun niveau werken. Diploma-erkenning Snelle diploma-erkenning of competentieverkenning is essentieel om statushouders snel richting werk of opleiding te begeleiden. Wanneer eerder verworven diploma’s of vaardigheden tijdig worden erkend, ontstaat directe toegang tot de arbeidsmarkt of vervolgonderwijs. Dit voorkomt dat mensen onder hun niveau worden geplaatst, met verlies van potentieel en motivatie tot gevolg. Door mensen in te zetten op basis van hun kwalificaties, verkleint hun afhankelijkheid van uitkeringen en vergroten hun kansen op economische zelfstandigheid. Werk is bovendien een van de krachtigste pijlers voor succesvolle integratie en zelfredzaamheid. Als deze erkenning uitblijft, belanden statushouders vaker in langdurige bijstandstrajecten of laagbetaalde banen zonder perspectief, wat leidt tot frustratie, stilstand en hogere maatschappelijke kosten.
Het proces vereist veel administratie en documenten (zoals originele diploma’s, cijferlijsten, verklaringen van echtheid) die vluchtelingen vaak niet bij zich hebben of niet kunnen opvragen in het land van herkomst. Daardoor De diplomawaarderingsprocedure bij DUO/Nuffic duurt vaak maanden, soms langer dan een jaar. Tegelijk is er nog te weinig structurele inzet op EVC (Erkenning van Verworven Competenties) of praktijkroutes. De kosten voor de aanvraag voor diploma-erkenning zijn voor statushouders of personen die een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd hebben aangevraagd (via ‘internationale diploma waardering’ – IDW) gratis (voor 1 diploma). Met het wetsvoorstel ‘asielnoodmaatregelenwet’ wordt de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd afgeschaft. Dat betekent dat een grote groep niet in aanmerking komt voor gratis diplomawaardering. Om dit wel mogelijk te maken, is een snelle, toegankelijke en kosteloze diplomawaardering cruciaal. Dat vraagt om: • een versnelde procedure voor de waardering van buitenlandse diploma’s; • structurele financiering vanuit het Rijk, zodat ook statushouders zonder verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd kosteloos gebruik kunnen maken van deze voorziening; • en betere informatievoorziening en ondersteuning bij het aanvragen van diplomaerkenning of alternatieve competentieverkenning.
Wettelijke taak voor gemeenten In Nederland is er geen wettelijke verantwoordelijkheid belegd voor de arbeidsmarkttoeleiding van asielzoekers. Asielzoekers vallen hierdoor vaak tussen wal en schip: gemeenten zijn pas verantwoordelijk na statustoekenning, en het COA heeft geen taak op arbeidsmarkttoeleiding, alleen dagbesteding. Het gevolg is dat arbeidsmarkttoeleiding van deze groep fragmentarisch en vrijblijvend is en afhankelijk van lokale initiatieven en pilots. Gemeenten worden pas verantwoordelijk bij statustoekenning, maar moeten dan in korte tijd een inburgeringstraject én arbeidstoeleiding realiseren, vaak zonder dat er al voorwerk is gedaan. Het COA is (a.g.v. de wet inburgering) de aangewezen partij om de voorinburgering voor statushouders in de opvang te organiseren. Geef gemeenten deze taak: alles wat te maken heeft met werk, participatie én inburgering komt daarmee in één hand en tegelijk is de doorgaande (participatie/werk)lijn vanaf de opvang geborgd. Geef gemeenten een wettelijk taak in de arbeidsmarkttoeleiding en participatie van asielzoekers: dat leidt tot snellere integratie, behoud van vaardigheden en motivatie en meer perspectief en waardigheid tijdens procedure voor de nieuwkomer.
Tegelijkertijd leidt het voor gemeenten tot een betere voorbereiding op de latere gemeentelijke taak (bij statustoekenning), minder maatschappelijke kosten en betere benutting van het arbeidspotentieel en het stimuleert een betere samenwerking tussen de arbeidsmarktregio en de betrokken partijen bij de opvang. Hier moet wel een passende
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
18
financiering tegenover staan. Het ligt voor de hand om werkontwikkelbedrijven hierbij een rol te geven. Daarmee is een vrijwel landelijk dekkend aanbod van ondersteuning gegarandeerd en kan ook de kwaliteit geborgd blijven
Opstartwoningen Realistisch én noodzakelijk Opstartwoningen zijn een belangrijk onderdeel van dit alternatief: ze zorgen voor rust in de opvang, versnellen integratie en bieden mensen sneller een eigen plek. Tegelijkertijd erkennen we dat voldoende doorstroom uit deze woningen een reëel zorgpunt is. Gemeenten hebben te maken met een krappe woningmarkt, lange juridische procedures en een wirwar aan regelgeving. We pleiten voor het beter benutten van het lokaal potentieel: doen wat nodig is. Meer woningen zijn nodig voor iedereen – en dat vraagt om keuzes. Door opstartwoningen slim in te passen, bijvoorbeeld via transformatie of tijdelijke bouw, kunnen we versnellen zonder bestaande woningzoekenden te verdringen. Juist daarom pleiten we voor ruimte om lokaal te kunnen doen wat nodig is. Dat betekent: minder belemmerende regels, flexibeler gebruik van bestaande wet- en regelgeving, en passende termijnen die aansluiten bij de praktijk. Om tempo te maken, is landelijke ondersteuning cruciaal – bijvoorbeeld in de vorm van een tijdelijke crisis- en herstelwet die procedures vereenvoudigt en besluitvorming versnelt, zonder de zorgvuldigheid uit het oog te verliezen. Doelgroep mix in opstartwoningen Doelgroepmix in opstartwoningen is essentieel om segregatie te voorkomen en de wederzijdse integratie te versterken.
Door statushouders samen te huisvesten met andere groepen met een woonurgentie – zoals jongeren, studenten, mensen uit de maatschappelijke opvang of lokale woningzoekenden – ontstaat een gemengde leefomgeving waarin ontmoeting en uitwisseling worden gestimuleerd. Deze aanpak sluit aan bij bestaande good practices, zoals de woonconcepten van sociaal beheer met community building, die bewezen effectief zijn in het voorkomen van sociaal isolement en het bevorderen van zelfredzaamheid. Diverse vormen mogelijk Opstartwoningen kunnen in diverse concepten worden vormgegeven, zoals modulaire woongebouwen (gestapeld of geschakeld), kleine nieuwbouw of getransformeerde bestaande bouw. Naast tijdelijke, flexibele bouw is permanente bouw met flexibele woonconcepten uiteraard ook een goede optie. Schakelwoningen/modules Om snel en doelgericht opvangcapaciteit te creëren, is het belangrijk om flexibel om te gaan met ruimte en woningtypen. Geschakeld of gestapeld wonen in zogenoemde schakelmodules biedt hierbij uitkomst. Het principe is eenvoudig: zelfstandige eenheden worden zó ontworpen dat ze tijdelijk als losse woonstudio’s kunnen functioneren, bijvoorbeeld voor alleenstaanden, en op een later moment eenvoudig kunnen worden samengevoegd tot grotere gezinswoningen.
Deze opzet maakt het mogelijk om in de eerste fase meerdere bewoners op te vangen in gescheiden eenheden, terwijl de units in een latere fase, bijvoorbeeld bij gezinshereniging of doorstroom, zonder grote verbouwing samengevoegd kunnen worden. Dit voorkomt leegstand, maakt efficiënter gebruik van ruimte en draagt bij aan een duurzame en toekomstbestendige woningvoorraad.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
19
Kleinschalige nieuwbouw Opstartwoningen zijn alternatieve woonvormen, maar vallen nadrukkelijk niet buiten de woningbouwopgave: door flexibele woonvormen die als tijdelijke maatregel fungeren te realiseren in nieuwbouwprojecten, kunnen deze relatief eenvoudig later weer worden ingezet voor andere type bewoning. Stapelbare prefab units met eigen voorzieningen (keuken, badkamer), op te schalen tot kleine woongebouwen. Deze vorm is goed geschikt voor mix met jongeren, studenten, starters of arbeidsmigranten. Deze units zijn snel te realiseren, herplaatsbaar en geschikt voor sociale begeleiding via een beheerteam of buurtteam. Getransformeerde panden of tijdelijke herbestemming (bijv. kantoren, scholen, zorglocaties of hotels) Hiermee wordt hergebruik van leegstaand vastgoed gestimuleerd voor opstartwonen met gedeelde voorzieningen. Goed voor een gemengde invulling en community-based beheer. Het is een duurzame vorm door hergebruik, geschikt voor tijdelijke opvang én integratie, mits zorgvuldig begeleid. Geclusterde woningen in reguliere wijken (in-buurt plaatsing) Een aantal woningen per straat of blok wordt ingezet als opstartwoning. Door deze verspreide plaatsing binnen reguliere woonwijken ontstaat vanzelf contact met buren, voorzieningen en buurtactiviteiten.
Dit bevordert een natuurlijke integratie in de samenleving en voorkomt dat bewoners geïsoleerd raken in aparte woonlocaties. Hiervoor is geen aparte voorzieningen nodig, maar vereist wél inzet op buurtcommunicatie en begeleiding. Randvoorwaarden voor succes Om deze woonvormen ook werkelijk te laten bijdragen aan duurzame integratie, gelden de volgende randvoorwaarden: • Sociale begeleiding is cruciaal: inzet van buurtcoaches, sociaal beheer of participatieprogramma’s voorkomt isolement of overlast. • Tijdelijkheid met perspectief: opstartwonen moet een duidelijke brug vormen naar reguliere huisvesting; bewoners bouwen inschrijftijd en perspectief op. • Doelgroepmix is voorwaarde: huisvest statushouders samen met of nabij andere woningzoekenden zoals studenten, jongeren of mensen uit de opvang, om segregatie te voorkomen. • Woonkwaliteit moet fatsoenlijk zijn: tijdelijke oplossingen mogen geen afbreuk doen aan waardigheid en veiligheid; ondermaatse huisvesting ondermijnt draagvlak. • Inpassing in lokaal beleid: de woonvormen moeten aansluiten bij het gemeentelijk woonbeleid en integratiestrategieën • Financiering: er zullen structureel financiële middelen vrijgemaakt moeten worden om deze concepten vorm te geven.
De kosten gaan voor de baten uit – dit vraagt lef en investeringsbereidheid, maar levert op termijn lagere opvangkosten, snellere integratie en meer zelfstandigheid op. Wetsvoorstel versterking regie volkshuisvesting Het Wetsvoorstel ‘versterking regie volkshuisvesting’, biedt de sturingsmiddelen die nodig zijn om het alternatieve plan van asiel tot integratie ruimtelijk te verankeren4. Om de woningbouw beter te kunnen aansturen, introduceert de wet verplichte volkshuisvestingsprogramma’s voor het Rijk, de provincies en de gemeenten. In deze programma’s wordt vastgelegd hoeveel woningen er gebouwd moeten worden, waar deze
4 Ondanks dat de VNG de wet ontraadt i.v.m. het amendement ‘Mooiman’ dat alle voorrang voor statushouders verbiedt, gaan we er wel vanuit dat de wet er komt, mogelijk met vertraging, danwel aanpassing.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
20
woningen komen en voor welke doelgroepen ze bestemd zijn. De wet bevat ook een aantal versoepelingen die moeten bijdragen aan snellere woningbouw. Zo wordt de zogeheten ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ afgeschaft voor woningbouwprojecten. Dit betekent dat de onderzoeksverplichtingen die vaak tot vertraging en extra kosten leiden, komen te vervallen. Ook worden de procedures versneld: voor woningbouwprojecten van 12 of meer woningen is er straks nog maar één beroepsmogelijkheid bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die binnen zes maanden uitspraak moet doen. Deze wet ondersteunt tevens de ontwikkeling van flexibele woonconcepten. Voorrang statushouders Idealiter krijgen gemeenten de ruimte om zelf – in afstemming met woningcorporaties invulling te geven aan hun urgentie- en toewijzingsbeleid, met oog voor het huisvesten van verschillende aandachtsgroepen. Binnen die ruimte zijn er nog steeds mogelijkheden om recht te doen aan het belang van statushouders, zónder in strijd te handelen met de wet. (mocht de voorrang vervallen) Wat mag (nog wel) Algemeen doelgroepenbeleid • Wijs flexwoningen toe op basis van algemene kenmerken: bijvoorbeeld jongeren, starters, mensen met geen vaste woonruimte – zonder status als criterium. • Statushouders kunnen daarbinnen vallen, maar niet exclusief of met voorrang.
Werken met spreidingsmodellen Gemeenten kunnen met woningcorporaties afspreken dat bijvoorbeeld 10% van de flexwoningen beschikbaar komt voor mensen vanuit maatschappelijke opvang of opvanginstellingen (waaronder mogelijk statushouders) – mits het label ‘statushouder’ niet wordt gebruikt. Volgorde op basis van aanmelddatum of loting: Bij flexlocaties is het toegestaan om toewijzing via objectieve, niet-statusafhankelijke volgorde te organiseren.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
21
Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 2514 JS Den Haag +31 70 373 83 93 info@vng.nl november 2025
Voorstel aan de Algemene ledenvergadering Datum ALV
: 28 november 2025
Agendapunt
: 6b. Resoluties ”Een aanpak die wel werkt voor opvang tot en met integratie” en
“Naar een houdbare opvang van Oekraïense ontheemden”
Onderwerp Resolutie “Naar een houdbare opvang van Oekraïense ontheemden” Gevraagd besluit De algemene ledenvergadering gaat akkoord met: -
De resolutie “Naar een houdbare opvang van Oekraïense ontheemden”
NB: Op 5 november ontving u eerder de resolutie ”Een aanpak die wel werkt voor opvang tot en met integratie”. Toelichting op hoofdlijnen
Toelichting Gemeenten hebben de opvang van Oekraïense ontheemden sinds 2022 onder grote druk zo goed mogelijk op zich genomen. Inmiddels is sprake van een structurele opgave, maar het rijk blijft werken met tijdelijke regelingen, onduidelijke kaders en ontoereikende bekostiging. Gemeenten dragen hierdoor onevenredige risico’s, terwijl het formeel een verplichting van de lidstaat betreft. In het Overhedenoverleg van 19 november is opnieuw gesproken over de randvoorwaarden waaronder gemeenten de opvang van Oekraïense ontheemden organiseren. Dat heeft geleid tot een aantal procesafspraken, maar nog niet tot concrete oplossingen voor onze problemen. Daarom leggen wij de resolutie “Naar een houdbare opvang van Oekraïense ontheemden” aan u voor die beoogt: -
het rijk te bewegen tot het alsnog realiseren van toereikende structurele randvoorwaarden de VNG te machtigen om juridische stappen te zetten, indien het rijk niet op korte termijn gemeenten tegemoet komt met structurele randvoorwaarden voor houdbare opvang, en daarmee blijft volharden in het nalaten van zijn verantwoordelijkheid nemen in de uitvoering van het asiel- en Oekraïnedossier.
Bijlage(n) Resolutie “Naar een houdbare opvang van Oekraïense ontheemden” met toelichting
Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl | vng.nl
1/1
Resolutie: Naar een houdbare opvang van Oekraïense ontheemden De leden van de VNG, in de ALV bijeen te Utrecht op 28 november 2025 (amendabele tekst voor de ALV) Constaterende dat: • De VNG op 22 september in een brandbrief aan de minister-president haar zorgen heeft geuit over het asiel- en Oekraïnedossier en om overleg met het kabinet heeft gevraagd, maar concrete resultaten tot op heden zijn uitgebleven; • De opvang van Oekraïense ontheemden sinds het uitbreken van de oorlog in 2022 door het rijk aan de gemeenten is opgedragen omdat rijksuitvoeringsorganisaties daartoe door het rijk niet in staat werden geacht; • Gemeenten nu geconfronteerd worden met overvolle locaties, een tekort aan opvangplekken, complexe zorgvragen en ernstige problemen rondom het mentale welzijn van Oekraïense ontheemden, terwijl de opvang langdurig is geworden en het rijk wijzigende beleidskaders hanteert zonder goed overleg; • Gerechtelijke uitspraken gemeenten verplichten om alle ontheemden op te vangen, ongeacht hun capaciteit, waardoor kwaliteit en veiligheid onder druk staan; • De VNG herhaaldelijk heeft gewaarschuwd voor deze onhoudbare situatie en het kabinet heeft opgeroepen tot structurele randvoorwaarden, zonder dat afdoende overleg en actie is gevolgd; • De voorgestelde Regeling tijdelijke bekostiging opvang en huisvesting gemeenten (doelgroep-flexibele regeling) voor bekostiging van
Oekraïne- en asielopvang bij de totstandkoming onvoldoende is afgestemd met gemeenten en in de huidige vorm niet uitvoerbaar is; • Er blijvende onduidelijkheid bestaat over de langetermijnperspectieven na afloop van de toepasselijkheid van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB) en een transitieperiode met toepassing van overgangsrecht voor ten minste de duur van twee jaren noodzakelijk is na het verstrijken van de RTB. Overwegende dat: • De opvang van Oekraïense ontheemden een rijksverantwoordelijkheid is, waarbij gemeenten uitvoeren op basis van nationale wetgeving; • Het rijk nauwelijks verantwoordelijkheid en regie neemt op elementen die om landelijke coördinatie vragen; • Er in het overhedenoverleg van 19 november procesafspraken zijn gemaakt om samen met gemeenten te werken aan over onder meer verbeteringen aan de doelgroepflexibele regeling, prioritering in de oekraine-opvang en een aanpak voor overlastgevers en dat dit op korte termijn moet leiden tot resultaat. • Een juridische interventie onvermijdelijk kan worden wanneer bestuurlijke overleggen niet leiden tot concrete oplossingen en een evenwichtige verantwoordelijkheidsverdeling tussen rijk en gemeenten. Roept het VNG-bestuur op om: A. Structurele randvoorwaarden voor houdbare opvang 1.
Het kabinet te doordringen van de noodzaak van een samenhangende aanpak en bekostiging om de opvang van Oekraïense ontheemden, inclusief (psychische) zorg, begeleiding, onderwijs en een aanpak voor overlastgevers. 2. Het kabinet ertoe te bewegen om wettelijke mogelijkheden te creëren om opvang te kunnen prioriteren, faseren of beëindigen wanneer er onvoldoende capaciteit is; 3. Het kabinet aan te spreken op de rijksverantwoordelijkheid voor registratie, opvang, uitstroom en terugkeer en dit expliciet vast te leggen in wetgeving, met bijbehorende uitvoeringsafspraken en financiële regelingen voor Oekraïense ontheemden wanneer gemeenten niet
in opvang kunnen voorzien. En verleent het bestuur het hierna te noemen mandaat: B. Juridische stappen 4. Indien het rijk blijft volharden in het nalaten zijn verantwoordelijkheid te nemen in de uitvoering nan het Oekraïnedossier, en de gedane toezeggingen uit het overhedenoverleg van 19 november niet leiden tot structurele oplossingen, mandateert de ALV het VNG-bestuur om: a. de rijksoverheid (Nederlandse Staat) formeel in gebreke te stellen wegens het niet naleven van haar wettelijke en bestuurlijke verantwoordelijkheden; b. voor of namens gemeenten een juridische procedure tegen de Staat te starten, dan wel zich te voegen in een reeds lopende procedure van een of meer gemeenten over de hiervoor genoemde dossiers. Toelichting (niet-amendabel): Gemeenten hebben sinds 2022 onder grote druk de opvang van Oekraïense ontheemden georganiseerd. De situatie is structureel geworden, maar het rijk blijft werken met tijdelijke regelingen, onduidelijke kaders en ontoereikende bekostiging. Gemeenten dragen hierdoor onevenredige risico’s, terwijl het formeel een verplichting van de lidstaat betreft. De resolutie beoogt het rijk te bewegen tot structurele randvoorwaarden en de VNG te machtigen juridische stappen te entameren wanneer bestuurlijke overleggen geen resultaat opleveren.
Voorstel aan de Algemene ledenvergadering Datum ALV
: 28 november 2025
Agendapunt
: 6c. Interbestuurlijke Samenwerkingsagenda Energiesysteem (ISA)
Onderwerp Resolutie “Uitgangspunten Interbestuurlijke Samenwerkingsagenda Energiesysteem (ISA)”
Gevraagd besluit Het bestuur stelt de leden voor om in te stemmen met de resolutie “Uitgangspunten voor consultatie over Interbestuurlijke Samenwerkingsagenda Energiesysteem (ISA)”. NB) De tekst van de resolutie wordt op dit moment afgestemd met de commissie Economie, Klimaat, Energie & Milieu. De resolutie ontvangt u volgende week in een nazending.
Toelichting op hoofdlijnen Aanleiding In het Nationaal Plan Energiesysteem (NPE) heeft het Rijk de visie voor het energiesysteem van de toekomst beschreven. In de reactie op de consultatie van dit NPE heeft de VNG aangegeven dat het toekomstig energiesysteem een visie moet zijn van de overheden gezamenlijk. Dit heeft uitgemond in de Interbestuurlijke Samenwerkingsagenda. In deze Interbestuurlijke Samenwerkingsagenda werken het Ministerie van KGG, VRO, I&W, IPO, UvW, NBNL en de VNG samen. Het afgelopen jaar is deze agenda uitgewerkt. Dit heeft geleid tot het ‘Consultatiedocument ISA’, dat nu door de betrokken partijen aan hun achterban wordt voorgelegd. Toelichting Wij willen de leden informeren over de voortgang van de consultatieronde en de resolutie “Uitgangspunten voor consultatie over Interbestuurlijke Samenwerkingsagenda Energiesysteem (ISA)” voorleggen. In de resolutie wordt een aantal uitgangspunten geformuleerd die onze positie binnen ISA kunnen versterken. Daarbij blijven de randvoorwaarden die eerder zijn gesteld aan het Klimaatakkoord onverkort van kracht (“haalbaar, betaalbaar en rechtvaardig voor de samenleving”). De tekst van de resolutie wordt op dit moment afgestemd met de commissie Economie, Klimaat, Energie & Milieu. De resolutie ontvangt u volgende week in een nazending.
Welke doelen en resultaten willen we bereiken? Gemeenten staan voor een grote maatschappelijke opgave: het als eerste overheid ruimtelijk mogelijk maken én verduurzamen van het wonen, het werken en de mobiliteit. Om deze opgaven te kunnen realiseren is voldoende betaalbare en beschikbare energie een randvoorwaarde.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl | vng.nl
1/2
Het energiesysteem verandert ingrijpend. Er ontstaat een nieuwe dynamiek waarbij bepaalde keuzes bepalend kunnen zijn voor de rol en invloed van de gemeente om de voorzieningen voor wonen, werken en mobiliteit en het borgen van de publieke belangen te kunnen blijven faciliteren en realiseren. Gemeenten ervaren dit nu meer dan ooit met de gevolgen van netcongestie. Met de ontwikkeling naar een meer integraal en meer decentraal energiesysteem ontstaat een nieuw sturings- en regievraagstuk; wie heeft invloed of bepaalt hoe de beschikbare energie wordt verdeeld om wonen, werken en verplaatsen mogelijk te blijven maken. De Interbestuurlijke samenwerkingsagenda biedt de VNG de mogelijkheid om de positie, taken en verantwoordelijkheden van overheden, waaronder gemeenten, binnen dit veranderende energiesysteem goed te borgen. Binnen het ISA wordt het gesprek gevoerd over de verschillende belangenafwegingen en keuzes door de overheden die benodigd zijn om tot een meer integraal en meer decentraal energiesysteem te komen. Wat betekenen de voorstellen in het consultatiedocument voor gemeenten? Het consultatiedocument heeft momenteel nog geen directe gevolgen voor gemeenten. Het is een eerste schets van de ontwikkelrichting en nieuwe werkwijze tussen de overheden om tot een meer integraal en meer decentraal energiesysteem te komen.
De in het consultatiedocument genoemde pilots, voor 2026, vragen betrokkenheid van een beperkte groep gemeenten. Na afronding en evaluatie van de pilots kan worden besloten of en zo ja hoe, we verder gaan met de beoogde werkwijze zoals beschreven in het consultatiedocument. Indien die werkwijze gevolgen heeft voor gemeenten zullen wij deze opnieuw voorgeleggen aan de leden. Op dit moment is er geen sprake van financiele consequenties voor gemeenten. Proces Het proces kunt de volgende stappen: - Huidige situatie: consultatie van de achterbannen van de betrokken partijen - Week 3 november: toezending aan de leden van resolutie met toelichting - 19 november: ambtelijke consultatieronde VNG - 26 november: bestuurlijke consultatieronde VNG - 28 november: besluitvorming over resolutie in Najaars ALV - 10 december: Bestuurlijk Overleg Klimaat & Energie waarin ISA-partners de uitkomsten van de consultatie van hun achterbannen bespreken - Q1 2026: beoogde start van de pilots. Bijlage(n) Geen.
Resolutie “Uitgangspunten Interbestuurlijke Samenwerkingsagenda Energiesysteem (ISA)” Stemt u in met de resolutie: 1 = ja 2 = nee
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
2/2
Voorstel aan de Algemene ledenvergadering Datum ALV
: Najaars ALV 28 november 2025
Agendapunt
: 7. Collectivisering van digitalisering in kader resolutie “Als één sterke bestuurslaag
regie op de Digitale Samenleving” aangenomen in ALV 18 juni 2025
Onderwerp Collectivisering Digitalisering en gezamenlijke regie op AI, Cloud en Digitale Veiligheid.
Gevraagd besluit De algemene ledenvergadering gaat akkoord met: −
Drie nader uit te werken collectiviseringsvoorstellen op het gebied van AI, Cloud en Digitale Veiligheid.
Toelichting op hoofdlijnen In de Resolutie ‘Als één sterke bestuurslaag regie op de Digitale Samenleving’ besloten gemeenten minstens 80% van hun digitalisering te collectiviseren. Hiervoor werken zij ‘collectiviseringsvoorstellen’ uit. De eerste stap is bepalen op welke prioriteiten dit moet gebeuren. Deze ALV ligt het voorstel voor om aan de slag te gaan op de dossiers AI, Cloud en Digitale Veiligheid en de doorsnijdende thema’s Digitale Autonomie, Sourcing en Digitaal Vakmanschap. Deze prioriteiten sluiten nauw aan op bestaande (interbestuurlijke) ambities, zoals de Nederlandse Digitaliseringsstrategie. Uitwerking van de voorstellen gebeurt in een open proces met brede ledenbetrokkenheid, ondersteund door de VNG. Bijlage(n) 1. Toelichting Collectivisering Digitalisering – Eerste Prioriteiten: gezamenlijk regie op AI, Cloud en Digitale Veiligheid 2. Opdracht tot uitwerking AI 3. Opdracht tot uitwerking Cloud 4. Opdracht tot uitwerking Digitale Veiligheid.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl | vng.nl
1/2
7. Collectivisering van digitalisering in kader resolutie “Als één sterke bestuurslaag regie op de Digitale Samenleving” aangenomen in ALV 18 juni 2025 Stemt u in met drie nader uit te werken collectiviseringsvoorstellen op het gebied van AI, Cloud en Digitale Veiligheid: 1 = ja 2 = nee
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
2/2
Collectivisering Digitalisering Eerste Prioriteiten Gezamenlijke regie op AI, Cloud en Digitale Veiligheid
Documenttitel
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
Nassaulaan 12 2514 JS Den Haag 070 373 83 93 info@vng.nl
Auteurs: Dirk van Brederode (e.a.) Datum: 31 oktober 2025
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
1. Inleiding Digitalisering is een kritiek onderdeel van vrijwel alles wat gemeenten doen, van vergunningverlening tot maatschappelijke ondersteuning. Voor hun inwoners vereisen gemeenten dat de inzet van digitalisering verantwoord, veilig en effectief is. Dit staat echter sterk onder druk door een grote schaarste aan mensen en middelen én een geopolitieke omgeving die de veiligheid, continuïteit en autonomie van onze digitale systemen bedreigt. Dit voorkomt dat gemeenten de overduidelijke kansen die digitalisering biedt ten gunste van de samenleving inzetten. Gemeenten willen als één sterke bestuurslaag regiepakken op de digitalisering en het overgrote deel hiervan collectiviseren. Ondersteund door de VNG doen de leden dit stapsgewijs, vanuit bestaande en gedeelde ambities - zoals de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) - en in nauwe samenwerking met de andere overheden. Zij nemen de tijd voor de uitwerking van ‘collectiviseringsvoorstellen’ op prioriteiten, met een gedragen implementatieplan, goede organisatie en adequate (interbestuurlijke) financiering. De ALV bepaalt op welke opgaven collectiviseringsvoorstellen komen, via ‘opdrachten tot uitwerking’. Op drie prioriteiten liggen die nu voor: AI, Cloud en Digitale Veiligheid.
Deze prioriteiten hangen nauw samen en versterken elkaar, in het bijzonder langs drie doorsnijdende thema’s: digitale autonomie, collectieve ICT-sourcing en vakmanschap.
Resolutie: ‘Als één sterke bestuurslaag regie op de Digitale Samenleving Gemeenten besloten in juni 2025 hun krachten te bundelen op digitalisering. Zij stemden tijdens de ALV in met de resolutie ‘Als één sterke bestuurslaag regie op de digitale samenleving’. Gemeenten spraken daarmee af ten minste 80% van hun digitalisering collectief op te pakken, dit gezamenlijk te sturen en te organiseren en waar mogelijk aan te sluiten bij nationale ontwikkelingen. Zo kunnen ze gebruikmaken van elkaars kennis en expertise, samen sterk staan richting technologieleveranciers en andere overheden én goede ideeën en nieuwe technologieën vlot bruikbaar maken voor alle gemeenten. Kortom: weten ‘dat het goed zit’ met als basis voldoen aan regelgeving, een ijzersterke beveiliging en hype-vrije innovatie. Dat alles voor de beste prijs en zo veel mogelijk interbestuurlijk tot stand gekomen. Voor meer informatie, ga naar vng.nl/regie-op-de-digitale-samenleving
2. Eerste prioriteiten voor collectivisering De keuze voor de eerste prioriteiten die nu voorliggen is gebaseerd op de criteria ‘urgent’ en ‘evident’: gemeenten verlangen hier zo snel mogelijk gezamenlijke actie.
2.1.
Cloud
Cloudtechnologie is de basis onder vrijwel alle digitalisering waarvan gemeenten gebruikmaken. Van de opslag van data tot parkeerapps: ‘de cloud’ raakt het allemaal. Gemeenten maken hier dankbaar gebruik van voor hun processen en informatievoorziening, maar zo’n sleuteltechnologie
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
vraagt regie. Dat komt door de toenemende afhankelijkheid van een steeds kleiner wordende groep leveranciers, de geopolitieke situatie die afdwingt dat de beveiliging van inwonersgegevens ijzersterk is en die ook de vraag oplevert wáár ter wereld die data het beste kan worden opgeslagen. Het voorstel is om de gemeentelijke inzet op Cloud te collectiviseren; om grote strategische kwesties als collectief en met de andere overheidslagen te beslechten. Zoals de prioriteit uit de NDS om een overheidsbrede, soevereine clouddienst in te richten. Zo weten gemeenten ‘dat het goed zit’ met hun informatievoorziening en processen.
2.2.
Artificiële Intelligentie (AI)
Gemeenten zien de grote kansen van het inzetten van AI. Bijvoorbeeld om delen van een vergunningsaanvraag te automatiseren of álle bezwaarprocedures van de afgelopen tien jaar te doorzoeken op patronen en ingeslopen vooroordelen. Maar zij verdrinken in de complexiteit van de technologie, regels en risico’s om dit veilig en verantwoord in te zetten. En als een gemeente een goed werkend systeem heeft, gaat opschaling moeizaam. Daarom willen gemeenten de handen ineenslaan. Om samen de ‘compliance-last’ te dragen, om één plek te bieden voor de kennis en enthousiasme van de leden om samen te experimenteren, om goede ideeën schaalbaar en deelbaar te maken. En om kaders te stellen en serieuze gesprekken te voeren met marktpartijen over ethische inzet, vanuit het perspectief van inwoners in plaats van aandeelhouders. Zo kunnen gemeenten deze krachtige technologie met vertrouwen verantwoord en veilig inzetten.
2.3.
Digitale Veiligheid
Gemeenten hebben te kampen met cyberdreigingen, zoals hacks, ransomware, incidenten bij leveranciers, datalekken en verstoring van vitale processen. De geopolitieke situatie maakt dit nijpender dan ooit, met toegenomen dreiging vanuit vijandelijke staten. Kortom: de digitale weerbaarheid van gemeenten staat flink onder druk. Gemeenten werken al jaren op dit dossier samen, ondersteund door de VNG met onder meer de Informatiebeveiligingsdienst. Ze voelen de urgentie om die samenwerking te versnellen en versterken; met een collectieve aanpak om ‘de kieren te dichten’, met de uitbreiding van bestaande dienstverlening en met de implementatie van wetgeving en standaarden. Zo ontstaat een stevige basis voor de digitale weerbaarheid van álle gemeenten en dus ook voor onze inwoners en ondernemers.
3. Samenhang en gedeelde oplossingsrichtingen van de prioriteiten De prioriteiten hangen nauw met elkaar samen en versterken elkaar in de uitvoering, omdat zij vergelijkbare oplossingsrichtingen voorstellen. Dit komt terug in de ‘doorsnijdende thema’s, met allereerst het belang van ‘vakmanschap’: de kennis en (digitale) vaardigheden van bestuurders en ambtenaren. Deels wettelijk ingegeven, is dit een randvoorwaarde voor veiligheid en verantwoorde inzet van technologie. De mens geeft het systeem vorm en zit uiteindelijk aan de knoppen.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
Een tweede doorsnijdend thema is ‘digitale autonomie’. Onder de huidige geopolitieke spanningen is het niet ondenkbaar dat Nederlandse gemeenten plotseling de toegang wordt ontzegd tot gegevens en processen die essentieel zijn voor hun kerntaken. Dit bovenop de al sterk toegenomen afhankelijkheid van een slinkend aantal marktpartijen. Voor Digitale Veiligheid en Cloud zijn die afhankelijkheden historisch groot, voor AI krijgen die nu vorm. Gemeenten willen hierop de regie terug. De VNG publiceerde hierover in oktober 2025 het position paper Digitale Autonomie. Tot slot is ‘collectieve ICT-sourcing’ – de cyclus met o.a. behoeftebepaling, gezamenlijke inkoop en contractmanagement – een cruciale randvoorwaarde voor succesvolle collectivisering. Gemeenten spreken met één stem (en waar mogelijk interbestuurlijk) met de marktpartijen. Voor een betere onderhandelingspositie, maar ook om gemeenten te ontzorgen met standaardvoorwaarden en met gezamenlijke inkoop. De ambities op AI, Cloud en Digitale Veiligheid stokken volledig zonder kennis- en krachtenbundeling. Niet voor niets komt dit in elk gesprek met de leden terug als onderwerp waarop ze ontzorgd willen worden. Naast deze doorsnijdende thema’s pakken we ook door op de realisatiekoers Common Ground, die tijdens de ALV in juni 2025 als eerste collectiviseringsvoorstel is vastgesteld.
Vanuit het landelijk programma Common Ground is inmiddels de eerste stap gezet om dit te vertalen naar een concrete realisatiestrategie. Daarbij is nadrukkelijk de verbinding gelegd met de inrichting van een regieorganisatie en de ontwikkeling van een centrale infrastructurele voorziening (i.e. Cloud), die beide cruciaal zijn om de realisatiekoers daadwerkelijk te kunnen uitvoeren. Met instemming van de ALV geeft de VNG de komende periode prioriteit aan deze opgaven in de ondersteuning op digitalisering. Daarbij zien we bij alle prioriteiten een behoefte om krachten en kennis te bundelen en hierop gezamenlijke regie te organiseren. Dit komt in de uitwerking van de voorstellen aan bod.
4. Samenhang tussen agenda’s en strategieën De voorgestelde prioriteiten sluiten naadloos aan op de prioriteiten geïdentificeerd in de Digitale Agenda Gemeenten 2028, de NDS en de Digital Decade. Gemeenten organiseren zich langs deze prioriteiten, om de samenhang te bewaken en elke vorm van dubbel werk te voorkomen. Met collectivisering op deze prioriteiten geven zij hier concreet invulling vanuit gemeentelijk perspectief, geven ze er uitvoering aan en organiseren zij zich als volwassen (onderhandelings)partner in de interbestuurlijke samenwerking. Daarbij is in de resolutie het principe afgesproken: éérst interbestuurlijk, pas daarna regionaal en bij uitzondering decentraal zaken regelen.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
Nederlandse Digitaliseringsstrategie Met de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) slaan de Nederlandse overheden de handen ineen om digitale opgaven met grote urgentie en impact samen op te pakken. De NDS focust op zes prioriteiten, zoals cloudtechnologie, data delen en digitale veiligheid. Overheidsbreed wil men de vrijblijvendheid voorbij en interventies doen op onder meer de implementatie van wetgeving, standaardisatie, het wegnemen van juridische belemmeringen en overheidsbrede ICT-sourcing. Hiervoor maken zij interbestuurlijk afspraken en bundelen ze krachten bij financiering, organisatie en implementatie. Voor meer informatie, ga naar digitaleoverheid.nl/nederlandse-digitaliseringsstrategie-nds/
5. Uitwerking van collectiviseringsvoorstellen en ledenbetrokkenheid Met de opdrachten tot uitwerking van de collectiviseringsvoorstellen AI, Cloud en Digitale Veiligheid nemen leden nadrukkelijk nog géén bindende beslissingen over financiering, organisatie en implementatie. Dat komt pas aan bod in de daadwerkelijke uitwerking van de collectiviseringsvoorstellen voor de prioriteiten, waarover de ALV dan in tweede instantie beslist. De uitwerking gebeurt door een kernteam van de leden, ondersteund door de VNG. De VNG zorgt hierbij voor een versterking van de betrokkenheid van experts en verantwoordelijken uit de uitvoeringspraktijk. Ook komt er een open proces, zodat alle leden over de uitwerking kunnen meedenken. En om tussen ALV’s (deel)beslissingen te nemen over bijvoorbeeld de adoptie van standaarden en de inzet bij interbestuurlijke afspraken. Zo borgen gemeenten kundigheid, draagvlak én tempo bij de uitwerking van de voorstellen.
6. Resultaten voor gemeenten Collectivisering op deze prioriteiten betekent dat gemeenten weten ‘dat het goed zit’. Zij zijn ontzorgd op de compliance-last bij de inzet van AI, weten dat de beveiliging van hun systemen ijzersterk is en de beste bewakers kent én dat gegevens en processen altijd onder hun regie zijn. Gemeenten met kennis en enthousiasme kunnen dit inzetten voor het collectief. Of dit nu in de vorm van ontwikkeling of inkoop, kaderstelling of onderhandeling is, ze weten dat zij voor de collega’s van 342 organisaties werk uit handen nemen. Zo bouwen gemeenten samen aan hun collectieve digitalisering.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
Collectiviseringsvoorstel AI Opdracht tot uitwerking
Collectiviseringsvoorstel AI
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
Nassaulaan 12 2514 JS Den Haag 070 373 83 93 info@vng.nl
Auteurs: David van den Berg (e.a.) Datum: 31 oktober 2025
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
1/4
Opdracht tot Uitwerking (OtU) AI Oproep: vandaag collectiviseren op AI voor de gemeente van morgen Gemeenten en inwoners zien de kansen van AI, maar om deze te kunnen benutten is het mitigeren van de risico’s noodzakelijk. Grote uitdagingen rondom voldoen aan complexe vereisten vanuit verschillende wetgeving, ongewenste digitale afhankelijkheden en het in huis hebben van de juiste ICT-kennis en kunde, maken dat gemeenten collectief oplossingen willen die bijdragen aan het faciliteren van het gebruik van AI, zonder de lasten 342 keer apart te dragen. Het betekent dat we als gemeenten collectief de handen in een moeten slaan. Om nu al het (beproefde) laaghangende fruit schaalbaar en deelbaar te maken. Met het oog op de toekomst, en vanuit een nieuw beleidsmatig perspectief, waarin gemeenten ontzorgd zijn door diverse collectieve structuren, en een individuele gemeente zich geen zorgen meer hoeft te maken over de betrouwbaarheid en veiligheid van een bepaalde toepassing. Want dat wordt dan geregeld -voor en door het collectief. Maar bovenal: voor de inwoner.
Doel van de opdracht tot uitwerking (OtU) Met deze opdracht vragen we de ALV om steun en mandaat om de inzet van AI in de gemeentelijke uitvoering collectief te organiseren. Concreet vragen we om instemming met de voorgestelde visie, de scope en richting, alsmede de toestemming om deze verder uit te werken tot een volwaardig collectiviseringsvoorstel inclusief governance- en financieringsopties. Visie Onze insteek is gezamenlijk werken aan een duurzaam fundament en de nodige infrastructuur, zodat alle gemeenten AI-toepassingen veilig en betrouwbaar kunnen gebruiken. We streven naar een eenduidige, collectieve manier van werken die ervoor zorgt dat AI-toepassingen op dezelfde en verantwoorde manier aansluiten op de gemeentelijke systemen. Dit doen we met gezamenlijke standaarden, een aanpak voor verlichting van de lasten rond compliance en risicobeheersing en het organiseren van eenduidige aansluiting van betrouwbare leveranciers. Deze aanpak vergroot niet alleen de experimenteer- en uitvoeringskracht van gemeenten, maar versterkt ook de digitale weerbaarheid. Bovendien reduceert het de huidige kwetsbaarheden door personeelsschaarste, complexe wet- en regelgeving en afhankelijkheid van grote (vaak nietEuropese) leveranciers. Het belang van collectief werken is nog niet eerder zo groot geweest.
Scope We starten waar het collectief het meeste oplevert: de generieke basis die elke gemeente nodig heeft. Het begint met werken aan gezamenlijke eisen en normen voor AI - bijvoorbeeld op het gebied van uitlegbaarheid, veiligheid en privacy - en het onderzoeken van een standaardkoppeling met gemeentelijke systemen. Ook werken we aan collectieve landingsbaan: van pilot naar productie met als richtlijn 80% generiek en 20% lokaal maatwerk. Hier geven we direct invulling aan door het zo snel mogelijk breed beschikbaar stellen van succesvolle, geverifieerde toepassingen uit lopende pilots. We zoeken nadrukkelijk de verbinding met de collectieve inzet op de dossiers Cloud en Digitale Veiligheid, alsmede de doorsnijdende thema’s: collectieve ICT-sourcing, digitale autonomie en digitaal vakmanschap. Ons werk volgt bestaand beleid, geeft uitvoering aan de Nederlandse
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
2/4
Digitaliseringsstrategie (NDS) en is het fundament voor de uitvoering van lopende projecten en programma’s zoals aanpak arbeidsmarktkrapte, GROEI en besparingsmotor. Niet alles hoeft overal tegelijk. We bouwen stapsgewijs en sluiten aan bij draagkracht, begrotingscycli en politiek-bestuurlijk momentum. Voor de 20% die niet gedekt wordt door dit voorstel hoeven gemeenten niet stil te zitten. Ze kunnen bijvoorbeeld aan de slag met de inrichting van goede governance, gesprekken voeren met lokale SSC’s om dingen samen op te pakken en werken aan digitaal vakmanschap. Dit kan allemaal met behulp van bestaand aanbod. Doorsnijdende thema’s Collectieve ICT-sourcing: AI is bij uitstek een domein waar versnipperde inkoop en afhankelijkheid van marktpartijen tot grote risico’s leiden. Het collectiviseringsvoorstel AI bouwt voort op het strategische belang van collectieve ICT-sourcing. Gemeenten moeten een volledige sourcingcyclus gezamenlijk doorlopen: van behoeftebepaling en contractering tot monitoring en exit-strategieën. Alleen zo kunnen we grip houden op publieke waarden, innovatie stimuleren en vendor lock-in voorkomen. Collectieve ICT-sourcing is daarmee een randvoorwaarde om AI schaalbaar, veilig en betaalbaar in te zetten. Cloud en data-infrastructuur: Voor de inzet van AI is schaalbare, betrouwbare en weerbare ICTinfrastructuur onmisbaar.
De keuzes die gemeenten gezamenlijk maken rondom cloudvoorzieningen en (federatieve) data-infrastructuren vormen daarmee de basis voor de opschaling van AI. Het collectiviseringsvoorstel AI sluit dus direct aan bij de collectieve cloud-ambitie en de inrichting van het federatief datastelsel. Digitale veiligheid en autonomie: AI vergroot bestaande risico’s rond cyberveiligheid en maakt gemeenten nog afhankelijker van internationale leveranciers. De collectieve inzet op AI moet daarom nauw verbonden zijn met het collectiviseringsvoorstel Digitale Veiligheid. Alleen door afspraken te maken over beveiliging, logging, compliance en uitlegbaarheid kunnen gemeenten AI op een verantwoorde manier inzetten. Dit versterkt ook de bredere agenda van digitale autonomie, waarin gemeenten minder afhankelijk willen worden van enkele dominante marktpartijen. Digitaal vakmanschap en AI-geletterdheid: Zonder voldoende kennis en vaardigheden bij gemeenten blijft de collectieve inzet op AI een papieren ambitie. Gemeenten moeten daarom investeren in AI-geletterdheid: het vermogen om AI-toepassingen te begrijpen, te beoordelen en verantwoord te gebruiken, ook op bestuurlijk niveau. Dit sluit aan bij de NDS, waarin AIgeletterdheid verhogen bij overheid en samenleving als randvoorwaarde is benoemd. Richting Waar werken we aan? • •
•
We leggen de gezamenlijke normen, rollen en verantwoordelijkheden vast, inclusief checks & balances die automatisch meeschalen met nieuwe technologie; We maken heldere afspraken over de benodigde governance, aansprakelijkheid, kostenverdeling en gezamenlijke inkoop die zorgt voor één uniforme manier van aanhaken voor leveranciers; We borgen beheer en doorontwikkeling: standaardintegraties, lifecycle-beheer en werken aan een lijst met goedgekeurde toepassingen en herbruikbare bouwblokken.
Dit is een meerjarig groeipad met mijlpalen op 1, 2, 5 en 10 jaar. Resultaat in de praktijk: sneller van pilot naar productie, aansluiten en overstappen is simpel, voorspelbare kosten en compliance en merkbaar betere, inclusieve dienstverlening voor inwoners en ondernemers.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
3/4
Wat vragen we de ALV? • • • •
Steun voor de visie en ambitie: toewerken naar een gezamenlijk structuur waarin we werken aan betrouwbare, uitlegbare en schaalbare inzet van AI; Bekrachtiging van reikwijdte en scope: focus op toekomstbestendige checks & balances, in lijn met NDS en Europese kaders; Mandaat voor uitwerking: toewerken naar een volledige uitwerking in een collectiviseringsvoorstel, inclusief financierings- en governance-opties; Bevestiging van fasering en uitvoeringsprincipes: op de korte termijn de focus op quick wins door het delen bewezen en beproefde initiatieven -met het oog op het verbeteren van de dienstverlening en de besparingsmotor. Op de lange termijn een duurzame infrastructuur die gemeente ontzorgt met betrouwbare AI-toepassingen.
Met dit besluit zet de ALV de gemeenten als één sterke bestuurslaag in positie om regie te nemen op AI — verantwoord, schaalbaar en met de meerwaarde voor inwoners en het werk aan maatschappelijke opgaven voorop.
Toekomstbeeld: het werk van een IV’er in 2035 Het is 2035. De informatievoorzieningsprofessional (IV’er) van Steenwijkersloot opent haar lokale dashboard, die verbonden is aan een trusted AI-hub. Er is een piek in bezwaarzaken over parkeervergunningen. Geen aanbesteding of losse privacy assessment: via de beschikbare catalogus activeert zij gecertificeerde bouwblokken voor intake en anonimisering, juridische ondersteuning, uitlegbaarheid en logging. Lokaal stelt ze beleidsparameters in: doorlooptijden, human-in-the-loop momenten en aanvullende taal- en inclusiviteitsopties. De koppeling met de lokale zaak- en bronsystemen volgt. Zo gedaan. De relevante standaarden m.b.t. datakwaliteit zijn centraal geborgd. Later meldt de gezamenlijke monitoring een foutpiek bij transcripties in een wijk met sterk dialect. De landelijke beheerdienst zet een verbeterde component klaar; de IV’er leest de releasenotitie en accepteert de update. Geen zorgen over compliance of discriminatie, die vragen zijn gedekt in de centrale voorziening. Aan het einde van de week bespreekt zij met het domeinteam de resultaten: kortere doorlooptijden, consistente motiveringen en voor inwoners inzicht welke bouwblokken zijn gebruikt.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
4/4
Collectiviseringsvoorstel Digitale Veiligheid Opdracht tot uitwerking
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
Nassaulaan 12 2514 JS Den Haag 070 373 83 93 info@vng.nl
Auteurs: Kàto Vierbergen (e.a.) Datum: 31 oktober 2025
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
1/5
Opdracht tot Uitwerking (OtU) Digitale Veiligheid
Oproep: Gemeenten zetten nu collectief in op het versterken van de digitale weerbaarheid De geopolitieke ontwikkelingen leveren voor gemeenten toenemende complexe dreigingen. Gemeenten moeten zich voorbereiden op militaire en hybride dreigingen en hun digitale en maatschappelijke weerbaarheid versterken. Naast cyberdreigingen zoals ransomware aanvallen door criminelen en statelijke actoren, incidenten bij leveranciers, datalekken zien we moedwillige verstoring van vitale processen met maatschappelijke impact en essentiële gemeentelijke diensten die onder druk komen te staan. De digitale samenleving vraagt om bescherming van publieke waarden, privacy en het vertrouwen van inwoners en ondernemers in de overheid en de rechtstaat. Naast deze groeiende digitale weerbaarheidsrisico’s staan gemeenten ook onder druk door tekorten op de arbeidsmarkt, en een toenemende afhankelijkheid van grote (nietEuropese) technologieleveranciers. Versnipperde sourcing en de complexiteit van weten regelgeving vergroten deze kwetsbaarheden. Collectivisering biedt mogelijkheden voor de gemeentelijke uitvoeringskracht, de digitale weerbaarheid en helpt bij het borgen van publieke waarden.