10 VNG lbr 25-057 Vierde nazending najaars ALV 28 nov 2025
Tekst van het document
9-
-
inzetten richting de augustus-besluitvorming voor alles wat we eerder hebben afgesproken. Het kabinet moet gemeenten tegemoetkomen op wat gemeenten nodig hebben om taken in medebewind te kunnen uitvoeren. Dat gaat met name om de uitspraak van de onafhankelijke deskundigencommissie o.l.v. Tamara van Ark over de jeugdzorg met o.a. de uitspraak dat gemeenten met terugwerkende kracht gecompenseerd moeten worden voor de jaren 2023 en 2024. Daarnaast moeten er ook afspraken worden gemaakt over 2028 en verder. Het gesprek hierover met het kabinet moet op een goede en effectieve manier worden gevoerd. Het VNG-bestuur is van mening dat de resolutie over de VNG-inzet richting TK-verkiezingen daar de beste strategie voor is. De voorzitter geeft het woord aan Jan Martin van Rees die als voorzitter commissie Ruime Wonen en Mobiliteit een toelichting geeft op de actualiteit rond wonen, huurbevriezing en het stikstofdossier. Jan Martin van Rees staat stil bij de uitdagingen binnen het fysieke domein. Zo noemt hij de onrendabele toppen bij de woningbouwopgave; onvoldoende middelen voor de infrastructuur; de kosten van funderingsschade maar ook de uitdagingen rond weerbarstige opgaven als netcongestie en het stikstofdossier.
Gemeenten hebben behoefte aan consistent beleid vanuit het rijk gericht op de langere termijn waarbij gemeenten in staat worden gesteld de investeringen te doen die nodig zijn. De voorzitter geeft het woord aan een aantal insprekers voor een toelichting bij de moties die bij dit agendapunt behandeld worden. De gemeente Roermond heeft aangegeven niet te zullen inspreken en is akkoord met een stemming over de motie “Gemeenten Gezamenlijk in Gedrang” bij acclamatie. Motie Zaanstad ”Nieuwe ronde, nieuwe kansen” met preadvies ontraden en motie Zaanstad “Ravijnjaar en rechtsgang” met preadvies ontraden. Stephanie Onclin, wethouder Zaanstad, wijst erop dat er nog steeds geen goede financiële vertaling vanuit het rijk is gekomen en slechts voor een deel een tegemoetkoming op de kosten van gemeenten voor de jeugdzorg. Er wordt nog steeds geen recht gedaan aan de zorgen van lokale bestuurders. De wethouders Financiën zijn aan het eind van hun Latijn. Motie Zwijndrecht “Afrekenen met disbalans” met preadvies overnemen Tycho Jansen, wethouder Zwijndrecht, wijst op de wirwar aan regels waar gemeenten mee te maken hebben en pleit ervoor dat gewaakt wordt voor een gelijkwaardige positie van gemeenten. Hij wijst in dit verband op het stevige rapport van de Raad voor het Openbaar Bestuur.
Motie Zutphen en anderen “Stop de verkapte bezuiniging op SPUKS” met preadvies overnemen Eva Boswinkel, wethouder Zutphen, spreekt namens een grote vertegenwoordiging van meerdere netwerken van gemeenten. Zij pleit ervoor vanuit de inhoud naar de gemeentefinanciën te blijven kijken. Vanuit het rijk dreigt nu een 10% korting op de Spuks. Deze verkapte bezuiniging moet stoppen.
9
-
10Motie Amersfoort “Toezichthouders aan te zetten het VNG begrotingsadvies te volgen” met preadvies overnemen Willem-Jan Stegeman, wethouder Amersfoort, benadrukt het belang van een toezegging vanuit de provincies in hun rol als toezichthouders van de gemeenten dat zij het begrotingsadvies van de VNG zullen volgen. De voorzitter reageert dat het VNG-bestuur de moties vanuit Zwijndrecht, Zutphen en Amersfoort kan overnemen. Als het gaat om de moties vanuit Zaanstad adviseert het VNG-bestuur om deze niet over te nemen. Het gaat daarbij vooral om verschil van mening over de te volgen strategie om onze doelstellingen te behalen. Het VNG-bestuur blijft het oog op de bal houden en blijft zich inzetten voor voldoende middelen voor de jeugdzorg. Als die middelen niet komen stapt de VNG naar de rechter, zoals eerder afgesproken. Maar gemeenten zullen ook realistisch moeten zijn. Dit betekent dat gemeenten een deel van de pijn van het totaalpakket aan bezuinigingen voor hun rekening zullen moeten nemen en zich in moeten blijven zetten voor haalbare doelen en een effectieve strategie. De voorzitter geeft het woord aan de volgende insprekers:
Arjan Kampman, wethouder Enschede, pleit ervoor als VNG ons zo hoog als mogelijk te blijven inzetten voor verbetering van de positie van gemeenten waaronder een financieel houdbaar jeugdstelsel en meer beleidsvrijheid op medebewindstaken. Ria Barber-Hendriks, wethouder Berg en Dal, zegt dat we ons als gemeenten niet moeten blindstaren op volledige compensatie. Ze pleit ervoor om een discussie over de taken van gemeenten op gang te brengen. Want het moet uit de lengte of uit de breedte komen. Er zit spanning tussen enerzijds als gemeenten een stap naar voren willen doen en anderzijds het rijk dat zelf geen verantwoordelijkheid neemt. Daarnaast noemt ze ook de problematiek van personeelstekorten bij gemeenten. Anna de Groot, raadslid Zaanstad spreekt namens Raden in Verzet haar steun uit voor alle moties. Het is van groot belang dat er structureel herstel voor gemeenten komt van de financiële verhoudingen. De voorzitter erkent dat gemeenten en vooral de wethouders Financiën het zwaar hebben. Ook krijgen gemeenten er onverwacht nog een extra taak bij met de organisatie van de verkiezingen eind oktober. Het kan niet zo zijn dat die kosten voor rekening van gemeenten komen. Er ligt inmiddels een claim bij het rijk.
Wat betreft de balans tussen taken en middelen: dat blijft binnen de achterban een ingewikkelde discussie want wat doe je niet meer? Daar komen gemeenten onderling niet uit. De voorzitter herkent de problematiek rond de arbeidsmarkt en onvoldoende menskracht bij gemeenten. De voorzitter benadrukt nogmaals haar strijdbaarheid om nog een aantal belangrijke zaken met het kabinet te regelen. De resolutie “VNG-inzet richting TK-verkiezingen: onze inwoners verdienen beter!” wordt in stemming gebracht en aangenomen met 99,65% van de stemmen.
10
-
11De motie Zaanstad ”Nieuwe ronde, nieuwe kansen” wordt in stemming gebracht en verworpen met 76,31% van de stemmen. De motie Zaanstad “Ravijnjaar en rechtsgang” wordt in stemming gebracht en verworpen met 78,26% van de stemmen. De motie Roermond “Gemeenten Gezamenlijk in Gedrang” wordt bij acclamatie aangenomen. De motie Zwijndrecht “Afrekenen met disbalans” wordt bij acclamatie aangenomen. De motie Zutphen “Stop de verkapte bezuiniging op SPUKS” wordt bij acclamatie aangenomen. De motie Amersfoort “Toezichthouders aan te zetten het VNG-begrotingsadvies te volgen” wordt in stemming gebracht en aangenomen met 98,17% van de stemmen.
9b. Resolutie Jeugd De voorzitter stelt aan de orde van behandeling de nieuwe resolutie Jeugd. Deze resolutie gaat in op de opvolging door het kabinet van het advies van de Deskundigencommissie Hervormingsagenda jeugd 2023-2028 (commissie Van Ark), de weging van de inzet van het kabinet door het bestuur en de inzet van het bestuur ten aanzien van vervolgstappen. Nathalie Kramers, voorzitter van de commissie Zorg Jeugd en Onderwijs geeft een nadere toelichting. De VNG heeft al jaren een consistente en stevige inzet als het gaat om de Jeugdzorg. Die inzet blijft: uitspraak commissie Van Ark moet van kaft tot kaft worden uitgevoerd. Bij de Voorjaarsnota zijnenkele tussenresultaten behaald maar de VNG blijftzich inzetten voor de uitvoering van het rapport Van Ark in zijn geheel, dus inclusief compensatie met terugwerkende kracht voor de jaren 2023 en 2024. Als er geen duidelijkheid komt met Prinsjesdag volgt een ingebrekestelling van het rijk door gemeenten. Naast de genoemde inzet blijft de VNG werken aan inhoudelijke verbeteringen van het jeugdstelsel. De voorzitter geeft het woord aan Manouska Molema, wethouder Groningen, voor een toelichting bij de aangepaste motie Groningen “Ook na 2028 verdient onze jeugd passende zorg en ondersteuning” én het daarop aangepaste preadvies van het bestuur. Dat preadvies is nu overnemen.
Manouska Molema, wethouder Groningen, benadrukt dat kinderen het recht hebben op bescherming en verzorging. Gemeenten hebben daarvoor passende wetgeving en voldoende middelen nodig, toekomstbestendige oplossingen en perspectief voor onze jeugd vanaf 2028. De motie is bedoeld als aanscherping van de resolutie met een oproep aan het VNG-bestuur om het rijk eraan te houden dat gemeenten in staat worden gesteld de Jeugdwet uit te voeren; dat het rijk er rekening mee houdt dat gemeenten maar zeer beperkt invloed hebben op de instroom in de jeugdzorg; dat de ingeboekte bezuiniging vanaf 2028 volledig voor risico van het rijk moet komen en mocht het rijk dat niet doen dat dan aan de ALV de principiële vraag wordt voorgelegd waar wij als gemeenten de streep trekken. Edward Piena, wethouder Ridderkerk, verwijst naar de vorig jaar aangenomen motie Ridderkerk. Om te zorgen voor een krachtig sociaal domein is passende en structurele bekostiging vanuit het rijk nodig in plaats van incidenteel en ad hoc. Hij spreekt zijn steun uit voor de resolutie die in lijn is met de motie Ridderkerk. 11
-
12Nathalie Kramers dankt de wethouder van Groningen voor de aanscherping van de resolutietekst. Het VNG-bestuur neemt deze over. De resolutie Jeugd wordt in stemming gebracht en aangenomen met 99,63% van de stemmen. De aangepaste motie Groningen wordt in stemming gebracht en aangenomen met 98,67% van de stemmen.
9c. Aanvullend Zorg- en Welzijnakkoord (AZWA) De voorzitter gaat over naar de stand van zaken rond het AZWA en het Ouderenakkoord, de beoogd opvolger van het IZA/GALA-akkoord. Nathalie Kramers, voorzitter commissie Zorg Jeugd en Onderwijs geeft aan dat er nog geen onderhandelingsakkoord aan de leden kan worden voorgelegd. Ze geeft een toelichting op het proces en de zogenaamde “3 poortjes-strategie” die goed heeft gewerkt. Met als eerste poortje om als gesprekspartner weer volwaardig aan tafel komen. Dat is gelukt. Vervolgens viel het kabinet en gingen de panelen schuiven Het is vanwege de val van het kabinet nog onduidelijk of het AZWA wel of niet controversieel verklaard wordt en welke financiële ruimte er is. De basislijn van onze inzet waaraan we blijven vasthouden is continuïteit op de afspraken die we hadden gemaakt als gemeenten rondom GALA en IZA voor 2026 en 2027. Gemeenten kunnen op dit moment doorgaan met waar ze mee bezig waren. Aanvullende afspraken kunnen alleen gemaakt worden als er ook aanvullende middelen beschikbaar worden gesteld. Mocht het lukken om tot een akkoord te komen dan zal dit aan de leden worden voorgelegd.
10a. Resolutie Vernieuwing mandaat inkoop sociaal domein De voorzitter gaat over naar de resolutie “Vernieuwing mandaat inkoop sociaal domein”. Er zijn op dit voorstel geen moties en amendementen ontvangen. De resolutie “Vernieuwing mandaat inkoop sociaal domein” wordt in stemming gebracht en aangenomen met 99,83% van de stemmen.
10b. Nieuwe afspraken inzameling verpakkingsafval De voorzitter gaat over naar het voorstel voor “Nieuwe afspraken inzameling verpakkingsafval “. Het gaat om een onderhandelingsresultaat en dat betekent dat het voorstel niet amendabel is. Er zijn bij voorstel drie moties ontvangen: o Etten-Leur “Nieuwe afspraken inzameling verpakkingsafval” met preadvies: ontraden o o
Losser “Nieuwe afspraken inzameling verpakkingsafval” met preadvies: ontraden Deventer “Nieuwe afspraken inzameling verpakkingsafval” met preadvies: overnemen
De voorzitter geeft Chantal Zeegers, voorzitter commissie Economie, Klimaat, Energie en Milieu het woord voor een toelichting. Chantal Zeegers licht toe dat het een ingewikkeld onderhandelingsproces is geweest met veel betrokken partijen. De afspraken die nu voorliggen gaan in per 1 januari 2026. Er wordt nog een juridische uitwerking waarvoor mandaat aan de leden wordt gevraagd. De afspraken die nu voorliggen 12
-
13zijn meer transparant; er is meer kans op goede recycling en minder afkeur van ingezameld afval; de vergoeding per ton gaat omhoog en de governance wordt verbeterd. Het verzoek aan de leden is om het VNG-bestuur mandaat te verlenen de gemaakte afspraken verder juridisch uit te werken.
Jean Pier Schouw, wethouder Etten-Leur, benadrukt het belang dat gemeenten zelf de regie houden op het inzamelsysteem. Als het bestuur deze toezegging kan doen, zal de gemeente Etten-Leur de motie intrekken. Chantal Zeegers reageert dat het VNG-bestuur dit ondersteunt. Gemeenten gaan over hun eigen inzamelsystemen. Er wordt wel goed gekeken naar kwaliteit. Uitfaseren is geen verplichting. De voorzitter concludeert dat de motie Etten-Leur is ingetrokken. Hugo Bellaart, wethouder Gooise Meren, benadrukt dat de keuze voor de wijze van afvalinzameling bij de raad ligt en niet bij het college. Het gaat om een voor de inwoners zichtbare taak waarmee grote bedragen gemoeid zijn. Dit raakt aan het budgetrecht van de raad. Vanwege de latere verzending van de afspraken aan de leden hebben college en raad hier niet goed over kunnen spreken. Hij zou daarom graag de wijze van inzameling uit de afspraken halen. Chantal Zeegers geeft aan dat we met deze afspraken te maken hebben met veel juridische kaders. Ze benadrukt nogmaals dat het niet de bedoeling is dat bepaalde inzamelingssystemen worden voorgeschreven. Het gaat vooral om verbetering van de kwaliteit van de inzameling. Als de kwaliteit hoger is krijgen gemeenten een hogere vergoeding. Het gaat om een set van nieuwe afspraken waarbij de vraag voor welk systeem gekozen wordt bij elke gemeente afzonderlijk ligt.
Ze doet namens het bestuur de toezegging dit nog nader uit te werken en hierop terug te komen in de Najaars ALV. Hugo Bellaart dankt de commissievoorzitter voor deze toezegging en trekt de motie vanuit Gooise Meren in. De voorzitter benadrukt nogmaals dat het bestuur in mandaat moet kunnen onderhandelen namens de vereniging. Daarnaast geldt dan dat gemeenten hun eigen besluit nemen of ze wel of niet meedoen met de gemaakte afspraken. De voorzitter meldt dat de gemeenten Losser en Deventer hebben aangegeven niet het woord te zullen voeren bij de door hen ingediende moties. Het voorstel voor de nieuwe afspraken inzameling verpakkingsafval wordt in stemming gebracht en aangenomen met 94,46% van de stemmen. De motie Losser “Nieuwe afspraken inzameling verpakkingsafval” met preadvies ontraden wordt in stemming gebracht en verworpen met 88,67% van de stemmen. De motie Deventer “Nieuwe afspraken inzameling verpakkingsafval” wordt in stemming gebracht en bij acclamatie aangenomen.
13
-
14-
11. Verantwoording moties en nieuwe moties De voorzitter stelt aan de orde van behandeling de “Verantwoording door het bestuur over de uitvoering van moties”. Bij dit agendapunt worden ook de nieuwe moties behandeld, die niet bij een eerder agendapunt aan de orde zijn gekomen. Ook is er ruimte voor insprekers die een onderwerp onder de aandacht willen brengen zonder een motie in dienen. Motie Opsterland “Ondersteuning en samenwerking met gemeenten in Oekraïne” Rob Jonkman, wethouder Opsterland, geeft een toelichting bij de motie. Het doel is een platform te bieden aan gemeenten die bruikbare spullen over hebben die gemeenten in Oekraïne heel goed kunnen gebruiken. Om zo niet alleen een bijdrage te leveren aan materiële zaken maar ook aan hoop en perspectief. Spreker geeft aan de motie in te trekken omdat VNG International zich bereid heeft verklaard de gevraagde verkenning te doen en daarbij tevens na te gaan of kan worden aangesloten bij bestaande initiatieven. Motie Dordrecht e.a. “Op weg naar een PFAS-vrije samenleving” met preadvies: overnemen. Tanja de Jonge, wethouder Dordrecht, geeft een toelichting. Ze verwijst naar de animatie die als link in de motie is opgenomen. De motie is een oproep om samen met het bedrijfsleven en andere partijen te werken aan oplossingen om te komen tot een PFAS-vrije samenleving. De motie wordt bij acclamatie aangenomen.
Motie Roermond “Grensoverschrijdende energie-uitwisseling als oplossing voor netcongestie” met preadvies: overnemen. Aijiththan Loganathan, wethouder Roermond, geeft een toelichting. Veel gaat al goed als het gaat om grensoverschrijdende samenwerking behalve op het gebied van netcongestie. Dit mag volgens bestaande wet- en regelgeving niet en dat terwijl er in Duitsland sprake is van stroomoverschot. De motie wordt bij acclamatie aangenomen. Motie Leiden “Behoud gedeeld eigenaarschap en gelijkwaardigheid in regionale samenwerking energietransitie” met preadvies: overnemen Er is geen behoefte vanuit de indiende gemeente om in te spreken. De motie wordt in stemming gebracht en aangenomen met 96,66% van de stemmen. De voorzitter geeft het vervolgens woord aan drie insprekers van wie de inbreng betrekking heeft op het terrein van de commissie Economie, Klimaat, Energie & Milieu én van de commissie Ruimte, Wonen & Mobiliteit. Tanja de Jonge, wethouder Dordrecht, houdt namens de G40 een pleidooi voor lange termijn oplossingen en investeringsruimte voor verduurzaming van woningen. Daarbij zijn de woningcorporaties belangrijke partners. De subsidiepotjes voor aardgasvrije woningen zijn uitgeput. Wat nodig is, is langjarige investeringscapaciteit.
14
-
15-
Jan Kees Oppelaar, wethouder Gouda, onderstreept het belang van structurele en betere investeringscapaciteit voor woningcorporaties. Het is een schrale troost dat de huurbevriezing van tafel is maar het water staat de corporaties nog steeds aan de lippen. Hugo Bellaart, wethouder Gooise Meren doet een oproep aan bestuur om er bij de Tweede Kamer op aan te dringen om bij de afweging onderwerpen wel/niet controversieel te verklaren steeds de vraag te stellen of het onderwerp van doorslaggevende betekenis is voor niet-controversiële woningbouw en belemmeringen die woningbouw verhinderen, weg te nemen. Jan Martin van Rees, voorzitter commissie Ruimte Wonen en Mobiliteit en Chantal Zeegers, voorzitter commissie Economie, Klimaat, Energie en Milieu kunnen zich vinden in de oproepen van de insprekers. De voorzitter gaat over tot behandeling van de nieuw ingediende moties. Motie Den Bosch e.a. “Van het stikstofslot in landelijk gebied en steden, perspectief voor gemeentelijke opgaven” met preadvies bestuur: overnemen. De motie wordt bij acclamatie aangenomen. Motie Het Hogeland e.a. “PAS-melders” met preadvies bestuur: overnemen De motie wordt bij acclamatie aangenomen. Motie Gooise Meren “Bruidsschat blijkt factuur. Structurele lasten van de facto decentralisatie regelgeving door Omgevingswet” De motie wordt bij acclamatie aangenomen.
Motie Roermond “Instandhouding Rijksfinanciering Nationale Parken” De motie wordt bij acclamatie aangenomen. Motie Maasdriel “Kansrijk bouwen in een kansarme werkelijkheid” Michiel Alexander de Raaf, wethouder Maasdriel, geeft een toelichting. De rode draad is dat er rust en duidelijkheid komt vanuit Den Haag. De motie wordt bij acclamatie aangenomen. Motie Schouwen-Duiveland “Laat de afweging van bewoning recreatiewoningen bij gemeentebesturen” Er is geen behoefte om in te spreken. De motie wordt in stemming gebracht en aangenomen met 97,87% van de stemmen.
15
-
16Motie Valkenburg aan de Geul “Bezuinigingen op publieke gezondheid GGD-en” De motie wordt bij acclamatie aangenomen. Motie Helmond “Behoud van gelijke onderwijskansen voor alle kinderen en jongeren” De motie wordt bij acclamatie aangenomen. Motie Best e.a. “Meer steun van minister van Asiel en Migratie bij uitvoering Spreidingswet” Véronique Zeeman, wethouder Best, merkt op dat gemeenten voor een enorme opgave staan als het gaat om de uitvoering van de Spreidingswet. Gemeenten hebben behoefte aan steun vanuit het rijk,
niet alleen als het gaat om uitvoerbare wetgeving maar ook als het gaat om het toeroepen van een halt bij geweld dat zich richt tegen lokale bestuurders. De motie wordt in stemming gebracht en aangenomen met 98,01% van de stemmen. Motie Roermond “Versnellen van inburgering en regionale koppeling” De motie wordt bij acclamatie aangenomen. Motie Krimpenerwaard “Huisvesting minderjarige statushouders” De motie wordt in stemming gebracht en aangenomen met 98,62% van de stemmen. De voorzitter geeft aan dat nog twee insprekers het woord willen voeren. Evert Jan Slootweg, wethouder West Maas en Waal, vraagt aandacht voor de financiering van de organisatiekosten van gemeenten voor de verkiezingen op 29 oktober. Jacqueline van Dongen, wethouder Zwijndrecht, sluit zich daarbij aan. Ze is teleurgesteld in de reactie van de minister van BZK. Ze vindt dat gemeenten een grens moeten trekken als er geen vergoeding van het rijk komt voor de kosten die gemeenten maken voor de organisatie van de verkiezingen. De voorzitter onderstreept mede namens Ton Heerts, voorzitter commissie Bestuur en Veiligheid, het belang van vergoeding van de door gemeenten te maken kosten. Het gaat om grote bedragen. De rekening is inmiddels bij het rijk neergelegd. Het voorstel Verantwoording moties wordt in stemming gebracht en aangenomen met 98,88% van de stemmen.
12. Invulling vacatures VNG-bestuur en commissies Aan de orde van behandeling is het voorstel voor invulling van vacatures in VNG-bestuur en commissies. De door de Voordrachtscommissie voorgedragen kandidaten zijn op 22 mei bekend gemaakt, waarbij de mogelijkheid is geopend om andere kandidaten te stellen. Er zijn daarop geen andere kandidaten gesteld. De voorzitter constateert dat zich bij dit agendapunt geen insprekers hebben gemeld. De voorzitter geeft aan dat besluitvorming over invulling van vacatures waarvoor geen andere kandidaten zijn gesteld, zoals gebruikelijk in een enkele stemming aan de leden wordt voorgelegd. 16
-
17-
Het voorstel wordt in stemming gebracht en aangenomen met 99,64% van de stemmen. De voorzitter feliciteert alle benoemde kandidaten. Ze dankt ook de kandidaten die niet zijn voorgedragen voor hun bereidheid om een bijdrage te leveren aan het werk van de VNG. Er waren 87 kandidaten voor 24 vacatures. Dat betekent dat de Voordrachtscommissie moeilijke keuzes heeft moeten maken.
13.
Rondvraag/WVTTK
De voorzitter geeft aan dat zich geen insprekers hebben aangemeld voor de rondvraag. Zij kijkt terug op een zeer geslaagd Congres en bedankt daarvoor organiserende gastgemeenten van de Brainportregio Eindhoven, de medewerkers van het VNG-bureau en VNG Connect en alle anderen die een bijdrage aan dit congres hebben geleverd!
14.
Sluiting en aankondiging locatie congres 2026
De voorzitter geeft aan dat, zoals gebruikelijk, aan het einde van dit congres de gastlocatie van het VNG Congres voor het komend jaar zich bekend zal maken. De nieuwe gastgemeenten Oost-Gelre en Winterswijk maken zich op originele wijze bekend. De voorzitter dankt alle deelnemers voor hun aanwezigheid en spreekt de wens uit elkaar volgend jaar september opnieuw te treffen, dan in de Achterhoek.
17
Voorstel aan de Algemene ledenvergadering Datum ALV
: 28 november 2025
Agendapunt
: 5. VNG-inzet richting nieuwe kabinet (ter informatie)
Onderwerp VNG-inzet richting nieuwe kabinet (ter informatie) Gevraagd besluit De ALV neemt kennis van de voorbereiding van de VNG-inzet richting het nieuwe kabinet. Toelichting op hoofdlijnen Aanleiding Op 18 juni jl. is de resolutie “VNG-inzet richting Tweede Kamerverkiezingen; onze inwoners verdienen beter!” met een meerderheid van 99,65% door de leden aangenomen. Deze inzet vormt de basis van de voorbereiding van de VNG-inzet richting een nieuw kabinet. Toelichting Hierbij informeren wij u over de voorbereiding van onze inzet richting het nieuwe kabinet. Die voorbereiding loopt langs meerdere sporen. Inzet in de afgelopen periode Allereerst brengen we de VNG-inzet op de verschillende dossiers vanzelfsprekend nadrukkelijk onder de aandacht in onze bestuurlijke overleggen met bewindslieden en onze talrijke contacten met het rijk, de andere medeoverheden en relevante maatschappelijke partners. In de afgelopen periode hebben we samen met andere partners de Woontop, de Top Bestaanszeker Nederland en de manifestatie Kansengelijkheid georganiseerd, evenals diverse gezamenlijke verklaringen opgesteld, zoals die van de Maatschappelijke Alliantie (NKP) en de Bouwsteen Natuur.
Brede alliantie rond “bouwstenen voor een nieuw regeerakkoord” Daarnaast heeft de VNG samen met een brede maatschappelijke alliantie van medeoverheden, partners en inwoners het initiatief genomen om “bouwstenen voor een nieuw regeerakkoord” te formuleren. Deze bouwstenen sluiten aan bij de resolutie “VNG-inzet richting TK-verkiezingen Onze inwoners verdienen beter!” en brengen gezamenlijke voorstellen in beeld vanuit het perspectief van inwoners. Thema’s zijn onder meer bestaanszekerheid, wonen, energie en klimaat, zorg en jeugdzorg, en weerbaarheid.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl | vng.nl
1/2
Door kennis, ervaring en daadkracht te bundelen laten we zien dat samenwerking loont en dat er breed draagvlak is voor gezamenlijke oplossingen. Zo dragen we bij aan een snelle kabinetsformatie en een regeerakkoord dat breed gedragen wordt, zodat het land vooruit kan. Na de Tweede Kamerverkiezingen van 29 oktober vindt begin november verdere afstemming plaats met de partners over een gezamenlijke hoofdboodschap aan het nieuwe kabinet en over de verschillende bouwstenen. Over de voortgang van dit traject zullen wij u zo spoedig mogelijk informeren. Parallel spoor motie Chakor met aandacht voor rapport “Elke regio telt!” In een parallel spoor van de motie Chakor zetten wij ons samen met medeoverheden in voor betere interbestuurlijke en financiële verhoudingen. De motie, die op 12 juni jl. is aangenomen, roept op tot versterking van de samenwerking tussen overheidslagen en verbetering van de financiële positie van decentrale overheden. Inmiddels is onder leiding van Han Polman een studiegroep aan de slag gegaan om de uitvoering van de motie vorm te geven.
Zijn inzet als voorzitter van deze studiegroep is het borgen van de spelregels en werkwijze voor interbestuurlijke samenwerking in het nieuwe regeerprogramma, en het vergroten van de aandacht voor zowel de ongelijke positie van regio’s als de investeringslogica van het rijksbeleid die deze ongelijkheid versterkt, op basis van de uitgangspunten van het rapport Elke regio telt. Proces Belangrijke stappen: -
29 oktober: Tweede Kamerverkiezingen Begin november: nadere afstemming met maatschappelijke partners over traject “bouwstenen voor een nieuw regeerakkoord” (gezamenlijk hoofdboodschap +
-
bouwstenen) Medio / tweede helft november: informeren leden over voortgang traject
-
28 november: Najaars ALV
Bijlage(n) Geen.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
2/2
Voorstel aan de Algemene ledenvergadering Datum ALV
: Najaars ALV 28 november 2025
Agendapunt
: 6b. Resolutie “Een aanpak die voor gemeenten wel werkt voor opvang tot en met
Integratie”
Onderwerp Alternatief plan voor opvang en integratie.
Gevraagd besluit Het bestuur stelt de leden voor om in te stemmen met de resolutie “Een aanpak die voor gemeenten wel werkt voor opvang tot en met Integratie”. NB) De tekst van de resolutie ontvangt u volgende week in een nazending. Als bijlage ontvangt u hierbij wel het alternatieve plan “Van wachtstand naar werkstand: een alternatief plan voor opvang en integratie”. Toelichting op hoofdlijnen Aanleiding Tijdens de ALV-en van 26 juni en 15 november 2024 hebben de leden in eerdere resoluties uitgesproken dat negatieve gevolgen van nationaal asielbeleid niet op gemeenten mogen worden afgewenteld en dat uitvoerbaar instrumentarium voor verdeling en doorstroom behouden moet blijven. Het bestuur heeft daarbij toegezegd om met gemeenten een gezamenlijke discussie te voeren over onderlinge solidariteit bij opvang, huisvesting en integratie. Toelichting Op basis van het gesprek met de leden is het plan “Van wachtstand naar werkstand: een alternatief plan voor opvang en integratie” uitgewerkt. De daarbij behorende resolutie “Een aanpak die voor gemeenten wel werkt voor opvang tot en met Integratie” is de vertaling van dit plan. Met de resolutie wordt aan de ALV een samenhangende, uitvoerbare en toekomstbestendige aanpak voorgelegd waarin gemeenten – binnen hun wettelijke taak en beleidsruimte – vanaf dag één kunnen bijdragen aan opvang, participatie en integratie van nieuwkomers.
De resolutie verzoekt de leden in te stemmen met een VNG-inzet langs drie hoofdlijnen: a. Vanaf dag één meedoen – snelle procedure, vroege participatie en regionale plaatsing gekoppeld aan werk, binding en kwetsbaarheid b. Extra woonruimte als sleutel – inzet van opstartwoningen en flexibele woonvormen om verdringing te voorkomen en doorstroom te bevorderen c. Randvoorwaarden en maatwerk – behoud van evenwichtige verdeling tot de keten op orde is, voldoende financiële middelen en ruimte voor lokaal beleid.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl | vng.nl
1/2
Mogelijkheid van een tweede resolutie Op 12 november vindt een Overhedenoverleg plaats, waarin de punten uit de brandbrief van de VNG opnieuw worden besproken. Dit overleg kan tot gevolg hebben dat er een aanvullende resolutie nodig is om de verdere inzet van de VNG te specificeren. Dat kan onder meer het geval zijn als de VNG en gemeenten een juridische procedure zouden starten richting het Rijk. Proces Belangrijke stappen: - 12 november: Overhedenoverleg met opnieuw bespreking van de brandbrief van de VNG - 28 november: Besluitvorming in de Najaars ALV over de resolutie “Een aanpak die voor gemeenten wel werkt voor opvang tot en met Integratie” en mogelijk een tweede resolutie. Bijlage(n) 1. Resolutie “Een aanpak die voor gemeenten wel werkt voor opvang tot en met Integratie” 2. Alternatief plan “Van wachtstand naar werkstand: een alternatief plan voor opvang en integratie”. Resolutie “Een aanpak die voor gemeenten wel werkt voor opvang tot en met Integratie” Stemt u in met de resolutie: 1 = ja 2 = nee
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
2/2
Van wachtstand naar werkstand Een alternatief plan voor opvang en integratie
Inhoud Aanleiding
3
Doel4 Visie6 Het Proces: Van Aankomst naar Zelfstandigheid
8
Van aankomst naar zelfstandigheid
8
Doorstroom naar (opstart)woningen – van opvang naar een eigen thuis
13
Conclusie15 Bijlage 1: Randvoorwaarden en aandachtspunten
16
Foto cover: Regio8.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
2
Aanleiding De afgelopen jaren is het asielbeleid voortdurend onder druk komen te staan – van de asielcrisis in 2015 tot aan recente tekorten in opvang en huisvesting. Beleidsmaatregelen als de Spreidingswet zijn waardevolle stappen en vragen om structurele uitwerking binnen een duurzaam systeem. Ook de Agenda Flexibilisering Uitvoering Asielketen bevat belangrijke bouwstenen voor een wendbaarder systeem. In de praktijk worden deze echter nog niet structureel toegepast, waardoor het huidige beleid kwetsbaar blijft voor schommelingen in instroom en de effecten van de wooncrisis. Gemeenten constateren dat er behoefte is aan een aanpak die beter aansluit op deze realiteit en die perspectief biedt voor zowel asielzoekers als de samenleving. Uitgangspunten van dit plan zijn een vroege integratie, het versterken van binding met de regio en het creëren van doorstroom via ‘opstartwoningen’. Dit plan presenteert een uitvoerbaar en gedragen alternatief, gebaseerd op de kennis en ervaring van gemeenten. Het biedt een concreet handelingsperspectief dat juridisch en praktisch haalbaar is. Met dit voorstel laten we zien dat een andere aanpak niet alleen wenselijk, maar ook mogelijk is. Dit plan is de stip op de horizon.
Er wordt bewust voor gekozen de wenselijke situatie te schetsen: “waar we als gemeenten heen willen” en daarnaast te kijken welke risico’s en aandachtspunten er zijn en hoe we deze kunnen mitigeren. Dit plan sluit zoveel mogelijk aan bij bestaande structuren en beleidskaders, zoals gemeentelijke woonvisies, de Uitvoeringsagenda Flexibilisering Asielketen en het Europees Migratiepact. Door te werken binnen deze kaders en aan te haken bij lopende plannen, vergroten we de uitvoerbaarheid, versnellen we besluitvorming en benutten we optimaal de al beschikbare middelen en samenwerkingsverbanden.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
3
Doel Het doel van dit plan is om te komen tot een proces voor asielzoekers1 die in een AZC of elders worden opgevangen tot en met de uitstroom van statushouders naar de reguliere woningmarkt. Dit plan is een combinatie van (her)nieuw(d)e inzichten, succesvolle bestaande elementen en de doorontwikkeling van bestaande ideeën. Het is een verbreding en verdieping vanuit gemeentelijke ervaring en verantwoordelijkheid. Het plan kent de volgende uitgangspunten: 1. Vanaf dag één meedoen: investeren in perspectief en zelfredzaamheid Asielzoekers starten direct na binnenkomst met taal, werkoriëntatie en participatie. Dit vergroot hun kans op succesvolle integratie en stimuleert eigen verantwoordelijkheid. Werken wordt aantrekkelijk via een spaarregeling die financiële zelfstandigheid bevordert. 2. Wonen als sleutel: ruimte maken voor doorstroom en balans op de woningmarkt Met opstartwoningen zorgen we voor snellere uitstroom uit de opvang en meer toegang tot reguliere (sociale) huur voor álle woningzoekenden. Dit voorkomt verdringing en geeft asielzoekers sneller een plek in de samenleving. 3. Van opvang naar bijdrage: actief inzetten op arbeid en economie Asielzoekers gaan sneller aan de slag op de arbeidsmarkt – onder meer in sectoren met tekorten zoals zorg, onderwijs en techniek.
Hierdoor neemt de druk op andere migratiestromen af, wordt arbeidspotentieel benut en ontstaat wederkerigheid. 4. Samen verantwoordelijk: een sluitende aanpak door samenwerking in de keten Gemeenten, Rijk, COA, IND, werkgevers en maatschappelijke organisaties werken samen in een keten die vanaf dag één gericht is op perspectief. Iedere partij draagt bij aan een doorlopende lijn van opvang, participatie, huisvesting en integratie. 5. Menswaardige en kwalitatief goede opvang Het is belangrijk dat opvang bijdraagt aan de toekomst van mensen die in Nederland mogen blijven. Goede opvang moet hen ondersteunen zodat zij snel en volledig kunnen meedoen aan de samenleving en zich verder kunnen ontwikkelen. 6. Een menswaardige aanpak voor sterke buurten Een inclusieve en toekomstgerichte benadering vergroot het draagvlak en voorkomt overlast. Door verbinding met de buurt te stimuleren via gemengde woonvormen, ontmoeting en begeleiding versterken we wederzijds vertrouwen en sociale samenhang. Dit plan laat zien hoe we – vanaf het moment van aankomst tot en met integratie in de samenleving – kunnen zorgen voor rust, duidelijkheid en kansen. Voor asielzoekers, gemeenten en hun inwoners. We zetten in op snellere procedures, eigen verantwoordelijkheid van de nieuwkomer, opvang in verbinding met de buurt en een vroege start met meedoen – via taal, participatie en werk.
Geen blauwdruk, maar een route die ruimte laat voor maatwerk, lokale kracht en samenwerking.
1 Een belangrijk vraagstuk is wat de opvang en integratie van Oekraïners op de lange termijn zal betekenen na afloop van de RTB en hoe dit gaat samenhangen met de procedure van asielzoekers/statushouders.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
4
Het succes van opvang en integratie valt of staat met draagvlak in de samenleving en bestuurlijk lef. Dit vraagt om een aanpak die recht doet aan álle inwoners. Het plan gaat uit van een gelijkwaardige wisselwerking: bescherming en perspectief voor asielzoekers en sterke, leefbare buurten voor iedereen. Inzet van de VNG op asiel: gebaseerd op eerdere resoluties Aanleiding voor de VNG om met dit plan te komen zijn twee door de leden aangenomen resoluties op het gebied van asiel is gebaseerd op twee door de ledenvergadering aangenomen resoluties. In juni 2024 is met 96% van de stemmen een resolutie aangenomen waarin wordt gesteld dat de Spreidingswet niet mag worden ingetrokken zolang de asielketen niet op orde is. Dat wil zeggen: voldoende opvangcapaciteit, tijdige besluitvorming en doorstroom naar passende huisvesting. Daarnaast benadrukt de resolutie dat gemeenten in hun lokale beleid de ruimte moeten behouden om statushouders met voorrang te huisvesten, omdat dit essentieel is voor een goede doorstroom vanuit de opvang en een succesvolle start van integratie. In november 2024 volgde een tweede resolutie over asiel, die met 98% steun werd aangenomen en grotendeels dezelfde uitgangspunten onderschrijft. Deze resoluties vormen gezamenlijk nog steeds het fundament onder de huidige VNG-inzet.
Tegelijkertijd blijft de VNG kijken hoe onderdelen, zoals de taakstelling voor de huisvesting van statushouders, beter kunnen aansluiten bij waar een statushouder de meeste kans heeft om goed te aarden.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
5
Visie Gemeenten staan dagelijks voor de opgave om mensen die recht hebben op verblijf in Nederland te begeleiden en te ondersteunen bij hun integratie. Tegelijkertijd ervaren we dat het maatschappelijk draagvlak onder druk staat. Daarom kiezen we bewust voor een benadering die recht doet aan de menselijke maat én bijdraagt aan een samenleving waarin iedereen tot zijn recht komt. We bouwen aan een mensgerichte opvang- en integratieketen, ontwikkeld en uitgevoerd door gemeenten in samenwerking met het Rijk, COA, IND, werkgevers en maatschappelijke partners. Onze benadering ziet de asielzoeker niet als passieve ontvanger van hulp, maar als iemand met potentieel en eigen kracht. Door vanaf dag één in te zetten op participatie, opleiding taal en werk, versterken we zowel de zelfstandigheid van asielzoekers als de samenhang in de samenleving. We bieden mensen die mogen blijven rust, duidelijkheid en kansen om hun leven op te bouwen. Daarmee versterken we de kans op succesvolle integratie én creëren we maatschappelijke meerwaarde: meer arbeidsparticipatie, minder afhankelijkheid van uitkeringen en sterkere gemeenschappen. Demografisch perspectief en het gematigde groeiscenario In het maatschappelijk en politiek debat ligt de nadruk vaak op asielmigratie. In werkelijkheid vormt deze echter slechts een beperkt deel van de totale migratiestroom naar Nederland.
De Staatscommissie voor Demografie heeft in haar rapport Demografie 2025 een analyse gemaakt van de verschillende migratiestromen in Nederland over de afgelopen decennia. Uit deze analyse blijkt dat arbeidsmigratie en gezinsmigratie (niet gerelateerd aan asiel) samen de grootste bijdrage leveren aan de instroom. In de periode 1999–2020 was deze groep goed voor 58% van de totale migratie. De categorie arbeidsmigranten groeit. Deze groep omvat zowel EU-arbeidsmigranten als migranten van buiten de EU. Een deel van hen keert na verloop van tijd terug, maar een toenemend deel vestigt zich voor langere tijd of duurzaam in Nederland. Vermoedelijk ligt het werkelijke aandeel van arbeidsmigranten nog hoger, omdat een aanzienlijke groep EU-migranten in Nederland verblijft zonder registratie als ingezetene in de Basisregistratie Personen (BRP). Volgens het Rapport Demografie 2025 bedroeg asielmigratie (inclusief nareis) circa 12% van de totale instroom in de onderzochte periode. Daarmee is asielmigratie slechts één onderdeel van een bredere migratiedynamiek die gezamenlijk beslag legt op woningruimte, arbeidsmarkt en publieke voorzieningen. De Staatscommissie adviseert te sturen op een scenario van gematigde bevolkingsgroei. Een groei naar circa 19 à 20 miljoen inwoners in 2050 biedt volgens de commissie de beste balans tussen economische ontwikkeling en maatschappelijke houdbaarheid.
De VNG onderschrijft deze keuze. Dit vergt gerichte matiging van migratie, zodat bevolkingsgroei, economische vitaliteit en leefbaarheid met elkaar in evenwicht blijven. Voor gemeenten betekent dat de bevolkingsgroei niet uitsluitend voortkomt uit de asielopvang, maar ook uit andere migratiestromen, met name arbeidsmigratie. Het is daarom belangrijk dat er bewuste regionale economische keuzes worden gemaakt over de inzet van arbeidsmigranten. Tegelijkertijd vraagt dit om nationaal beleid en investeringen in arbeidsbesparende technologieën, zodat de vraag naar laagbetaald of fysiek zwaar werk niet leidt tot een onevenredige afhankelijkheid van arbeidsmigratie.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
6
Voor asielmigratie betekent dit dat er duidelijke en uitvoerbare regels nodig zijn, in samenhang met het nieuwe EU-migratiepact dat medio 2026 wordt geïmplementeerd. Een goede implementatie van dit pact zal grote invloed hebben op de instroom en de beoordeling van asielaanvragen. Cruciaal is dat er wordt geïnvesteerd in de asielketen, zodat aanvragen efficiënt en effectief kunnen worden afgehandeld. Dit verkort de wachttijden in de opvang en maakt het mogelijk dat mensen die mogen blijven eerder kunnen starten met hun integratie. Daarmee wordt zowel de menselijke maat als de uitvoerbaarheid voor gemeenten versterkt. Solidariteit tussen gemeenten De basis van dit plan ligt in het besef dat gemeenten in onderlinge solidariteit een stap naar voren kunnen zetten op het asiel- en migratievraagstuk. De motie die tijdens de ALV van november 2024 is aangehouden, vormde daarvoor het vertrekpunt. Gemeenten hebben daarin uitgesproken dat we de solidariteitsdiscussie niet alleen willen voeren, maar vooral ook willen omzetten in gezamenlijke actie. Niet door te wachten op wat het Rijk ons biedt, maar door zelf te formuleren wat er nodig is om de opvang, huisvesting en integratie van mensen die bescherming zoeken daadwerkelijk uitvoerbaar en houdbaar te maken. Dit plan is een stip op de horizon: het schetst waar we als gemeenten naartoe willen en hoe we dat samen kunnen bereiken.
De uitwerking daarvan vraagt om verdere concretisering in de praktijk – per regio, per gemeente en met onze ketenpartners. Dat betekent niet dat elke gemeente hetzelfde hoeft te doen, maar dat we elkaar aanvullen en versterken. De ene gemeente kan meer opvang realiseren, een andere richt zich sterker op huisvesting, begeleiding of werk. Door dergelijke onderlinge afspraken te maken, creëren we ruimte voor maatwerk en vergroten we het draagvlak. In regionaal verband kunnen gemeenten, samen met partners als COA, woningcorporaties, sociale diensten, UWV, werkgevers en maatschappelijke organisaties, afspraken maken over taakverdeling, inzet en wederkerigheid. Zo bouwen we aan een aanpak waarin solidariteit niet alleen een principe is, maar een werkwijze: we doen het samen en we pakken het op gegeven de opgave. Op basis van de verdere uitwerking van dit plan zullen we richting het Rijk komen met duidelijke vragen wat wij als gemeenten nodig hebben – vanuit eigen kracht en gezamenlijke verantwoordelijkheid – om deze stip op de horizon stap voor stap werkelijkheid te maken.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
7
Het Proces: Van Aankomst naar Zelfstandigheid Vanaf het moment van binnenkomst wordt ingezet op een doorlopende lijn van opvang naar participatie en uiteindelijk integratie. Dat vraagt om een herschikking van de huidige voorinburgering en de inburgering van statushouders. Het uitgangspunt is dat asielzoekers zo snel mogelijk zelfredzaam zijn: zij krijgen de mogelijkheid om in het AZC te werken en worden, zodra zij statushouder zijn, zoveel mogelijk zonder afhankelijkheid van een uitkering gehuisvest. Door mensen direct te koppelen aan een passende regio, snel zicht te krijgen op hun vaardigheden en direct te starten met taal, werkoriëntatie en participatie, benutten we talent en voorkomen we stilstand. Deze aanpak biedt perspectief, verkort de route naar zelfstandigheid en versterkt het maatschappelijk draagvlak. Het is een ketenaanpak waarin iedere schakel – van aanmeldcentrum tot werkgeversnetwerk – gericht samenwerkt aan één doel: een snelle, duurzame en wederkerige bijdrage van asielzoekers aan de samenleving.
Van aankomst naar zelfstandigheid Het proces in drie kernstappen:
1
2
3
Aankomst, screening & koppeling Registratie, eerste inschatting en de koppeling aan een regio met voldoende kansen voor de nieuwkomer. Start arbeidsoriëntatie en participatie Na de koppeling start het werk- of participatietraject in de regio. Huisvesting & doorstroom Tijdelijke opstartwoningen als brug naar een vast thuis.
Focus op de toekomst Zelfstandigheid & financiën Het einddoel is een stabiele toekomst. Dit omvat het opbouwen van een financiële buffer, het meedoen naar vermogen en duurzamenintegratie.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
8
Binnenkomst in het aanmeldcentrum Bij aankomst in een van de aanmeldcentra worden asielzoekers geregistreerd, medisch en psychologisch gescreend en wordt hun identiteit vastgesteld. De IND maakt direct een inschatting van de slagingskans van het asielverzoek. Conform het EU-migratiepact, dat per juni 2026 van kracht wordt, vindt er een eerste screening plaats om snel onderscheid te maken tussen kansrijke en (evident) kansarme aanvragen. Na afronding van deze aanmeldfase stroomt de nieuwkomer door naar een asielzoekerscentrum (AZC) of opvang elders in het land. Regionale plaatsing In het aanmeldcentrum wordt per persoon beoordeeld in welke regio plaatsing het meest passend is, in eerste instantie op basis van familiare situatie of medische kwetsbaarheid en vervolgens op basis van regionale binding en arbeidsmarktkansen. Daarbij wordt gekozen voor een regio die aansluit bij de kennis en competenties van de betrokkene. Hierbij wordt ook rekening gehouden met de wensen van regio’s voor het koppelen van statushouders en bijvoorbeeld ook aansluit bij het woningaanbod. Dit is de regio – en indien mogelijk de gemeente – waar betrokkene later wordt gekoppeld zodra een verblijfsvergunning wordt verleend. De opgave vanuit de Spreidingswet blijft onverminderd van kracht.
Voldoende opvangcapaciteit is noodzakelijk om asielzoekers zo gericht mogelijk te plaatsen, waardoor een betere match ontstaat tussen persoon en regio. Dit betekent ook dat er voldoende duurzame opvang is, zoals de spreidingswet beoogt. Naast dat dit goedkoper is, is het van groot belang om opvang van betere kwaliteit te organiseren met onder meer aandacht voor kinderen in de opvang. De taakstelling uit de Spreidingswet draagt bij aan een evenwichtige verdeling van asielzoekers over het land en sluit, samen met de taakstelling voor de huisvesting van statushouders, aan bij de doorlopende lijn richting participatie. Bij kansrijke aanvraag snel aan het werk Asielzoekers met een kansrijke aanvraag krijgen vanaf dag één intensieve begeleiding en taalles gericht op (arbeids)participatie2. Het doel is dat mensen zo snel mogelijk volwaardig en naar vermogen mee kunnen doen in de samenleving en dat zij ook snel aan het werk gaan. In de eerste zes maanden – wanneer asielzoekers nu nog niet mogen werken – ligt de focus op taalontwikkeling en participatieactiviteiten. Degenen die kunnen en mogen werken, gebruiken deze periode ter voorbereiding op werk (bijvoorbeeld via vrijwilligerswerk, stages of trainingen) voor anderen wordt participatie op alternatieve manieren vormgegeven op basis van hun persoonlijke situatie.
Bij kansarme snelle procedure, maar ook passende activiteiten Naast de inzet op kansrijke aanvragen is het van belang dat ook asielzoekers met een (evident) kansarme aanvraag vanaf dag één deelnemen aan passende activiteiten. Dit voorkomt passiviteit en overlast, vergroot het welzijn en versterkt het maatschappelijk draagvlak. Tegelijkertijd is het cruciaal dat kansarme aanvragen aanzienlijk sneller worden beoordeeld dan nu het geval is. Dat ligt zowel in het belang van de samenleving – omdat onnodig langdurig verblijf wordt voorkomen – als in het belang van de migrant, die snel duidelijkheid krijgt en niet onnodig in onzekerheid verkeert. In lijn met de Uitvoeringsagenda Flexibilisering Asielketen wordt gekozen voor een wendbare aanpak, gericht op meerdere scenario’s. Bij binnenkomst wordt in het aanmeldcentrum een kort maar gericht profiel opgesteld met basisinformatie over vaardigheden, opleiding en interesses. Op basis daarvan wordt direct een participatieaanbod of eventueel tijdelijk werk ingericht dat lokaal van waarde is én bij terugkeer bruikbaar blijft, zoals korte vaktrainingen, erkende certificaten, ondernemerschapsmodules, basis-ICT, EHBO of vrijwilligerswerk in de directe omgeving.
2 Er moet naast begeleiding naar werk en integratie ook oog zijn voor psychologische hulp.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
9
De activiteiten hebben een tweesporenkarakter: 1. Versnelling bij wijziging kansinschatting – wanneer een aanvraag toch kansrijk blijkt, kan de deelnemer direct doorstromen naar het volledige participatie- en integratietraject. 2. Terugkeerroute – bij afwijzing wordt voortgebouwd op de opgedane kennis, certificaten en eventuele gespaarde middelen (via een aangepaste Reba-spaarregeling) om herintegratie in het land van herkomst te ondersteunen. Deze aanpak sluit aan bij de uitgangspunten van de Uitvoeringsagenda Flexibilisering Asielketen: geen verloren tijd in de opvang, maatwerk per persoon en maximale benutting van talent, ook als verblijf in Nederland tijdelijk blijkt te zijn. Er is een snellere procedure nodig voor kansarme aanvragen in combinatie met goede begeleiding, goede besteding van de dag en een strengere aanpak van overlastgevers onder deze groep. Maatwerk voor wie niet direct kan werken Werk is niet voor iedereen weggelegd: sommige asielzoekers kunnen om uiteenlopende redenen niet direct aan het werk of naar een opleiding. Na een medische/psychische beoordeling kan voor deze personen (gedeeltelijke) vrijstelling van arbeidsdeelname gelden, en wordt waar mogelijk ingezet op andere vormen van zinvolle dagbesteding zoals vrijwilligerswerk in de lokale gemeenschap.
Asielzoekers die (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt zijn, krijgen gerichte re-integratieondersteuning toegesneden op hun mogelijkheden. Regionale werkcentra en samenwerking In alle 35 arbeidsmarktregio’s worden regionale werkcentra opgezet die leidend zijn bij het aan het werk helpen van asielzoekers. Hierdoor kan al vanaf dag één in het AZC de nadruk op participatie worden gelegd. In of nabij het AZC wordt de samenwerking tussen verschillende partners georganiseerd – zoals het COA (Centraal Orgaan opvang asielzoekers), UWV, gemeenten, onderwijsinstellingen en werkgevers. Onder regie van gemeenten stellen zij gezamenlijk voor elke nieuwkomer een persoonlijk profiel op, gebaseerd op diens opleiding, competenties, motivatie en perspectief. Deze aanpak sluit aan bij de structuur van de regionale werkcentra en bevordert een naadloze overgang naar participatie, onderwijs of werk. Er zijn diverse lokale initiatieven die succesvol zijn in een vergelijkbare aanpak, hiervan worden de succesfactoren overgenomen. Maximaal inzetten op ontwikkelkansen Voor iedere nieuwkomer wordt een ontwikkelplan opgesteld op basis van zijn of haar eerder genoten opleiding en opgedane ervaring. Er wordt actief gestuurd op snelle diploma-erkenning en waar nodig aanvullende scholing, zodat iemand aan de slag kan in de baan die het beste bij hem of haar past.
Dit kan ook betekenen het gericht wegwerken van deficiënties voor beroepen waarin in Nederland een toelating voor nodig is waar specifieke scholing voor is vereist. Omscholing of bijscholing in (maatschappelijke) tekortsectoren – zoals zorg en welzijn, onderwijs en veiligheid – krijgt speciale aandacht. Voor degenen die niet direct kunnen werken, wordt een participatieplan gemaakt om op andere manieren volwaardig mee te doen in de samenleving. We zetten hierbij in op een verplichtend karakter: het recht op opvang betekent een verplichting tot participatie/werk. Aan de slag Gemeenten zijn de meest aangewezen partij om asielzoekers naar werk te begeleiden. Hiermee voorkomen zij ook dat asielzoekers, zodra zij de status van vergunninghouder krijgen, doorstromen naar de bijstand. Voor mensen die zeer intensieve begeleiding nodig hebben richting werk, kunnen leerwerktrajecten bij sociale werkbedrijven een passende uitkomst bieden. Nagenoeg alle gemeenten beschikken over of zijn verbonden aan een werkontwikkelbedrijf dat hiertoe mogelijkheden biedt. Er is direct werk beschikbaar (in huis of via de lokale/regionale werkgeversnetwerken) en expertise in begeleiding. Ook hebben veel werkontwikkelbedrijven de afgelopen jaren al ervaring opgedaan met de inburgering en re-integratie van statushouders.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
10
Het aanbod aan asielzoekers ligt in het verlengde hiervan. Denk aan: • (onbetaalde) Participatiebanen waarin asielzoekers leren wat werken in Nederland inhoudt en bezig zijn met de Nederlandse taal. • duale trajecten, een combinatie van (betaald) werk en praktijkgerichte taalondersteuning Op veel plekken is er ook ondersteunend instrumentarium ontwikkeld, zoals vertaal-apps, ook toegesneden op bijvoorbeeld werk in de groenvoorziening, het werken met taalbuddies op de werkvloer, of bewustzijn ontwikkeling – ook bij reguliere werkgevers op cultuursensitief werken. Continuïteit van begeleiding en integratie Zolang mensen in de opvang verblijven, ontvangen zij onder meer intensieve begeleiding op het gebied van taal, cultuur en basisvaardigheden. Deze ondersteuning vergroot de kans op succesvolle integratie — zowel voor de nieuwkomer als voor de ontvangende samenleving. De begeleiding stopt niet bij het verkrijgen van een verblijfsvergunning: ook na statustoekenning blijft een ononderbroken ontwikkellijn cruciaal. Voor statushouders is stabiliteit essentieel. Onnodige verhuizingen, onderbreking van werk of vertraging in het inburgeringstraject moeten worden voorkomen. De inspanningen die tijdens de opvangfase zijn gestart — waaronder vrijwillige voorinburgering via het COA — vormen de basis waarop wordt voortgebouwd.
Door werkplekken, leerwerktrajecten en inburgeringstrajecten naadloos te laten aansluiten op het verblijf in het AZC, blijft de lijn van participatie vanaf dag één in stand. Dit voorkomt verlies van motivatie, onnodige kosten en vertraging bij integratie. Deze doorgaande lijn wordt geborgd door afspraken met werkgevers en de inzet van leerwerktrajecten waarin ook aandacht is voor taalontwikkeling op de werkvloer. Tegelijk wordt het inburgeringstraject afgestemd op de persoonlijke situatie van de statushouder, zodat werk, opleiding en inburgering elkaar versterken in plaats van belemmeren. Verder betekent dit ook een herschikking van de huidige voorinburgering en de inburgering als iemand statushouder is geworden. Structurele stabiele opvangcapaciteit en werkgeversperspectief Wanneer mensen veel moeten verhuizen door het opvangtekort naar een andere regio, verliezen werkgevers arbeidspotentieel. Dit zorgt ervoor dat werkgevers niet in deze groep mensen willen investeren. Voldoende capaciteit van opvangplaatsen door heel Nederland is hierbij cruciaal en een kans voor werkgevers en voor de samenleving. Het behoud van de Spreidingswet is hiervoor essentieel, ook in situaties wanneer de instroom van asielzoekers (tijdelijk) afneemt.
Investeren in een toekomst in Nederland of bij terugkeer De huidige regeling voor de eigen bijdrage ontmoedigt asielzoekers vaak om aan de slag te gaan. Op dit moment wordt een (relatief groot) deel van hun verdiende geld ingehouden om tegemoet te komen aan de opvangkosten. Het voorstel is om een deel van de eigen bijdrage die asielzoekers betalen voor de tegemoetkoming in de opvangkosten opzij te zetten in een spaarvoorziening voor asielzoekers met een eigen inkomen in het asielzoekerscentrum. Het nieuwe voorstel maakt dit eerlijker en aantrekkelijker. De spaarvoorziening vormt een tegoed dat asielzoekers later kunnen gebruiken en anders (deels) betaald zou zijn aan eigen bijdrage: bij een positieve verblijfsstatus helpt het hen om zelfstandig te gaan wonen met een financiële buffer (bijvoorbeeld voor inrichtingskosten, een overbruggingsbudget of een huurwaarborg), en bij terugkeer biedt het een vangnet voor vertrek- en herintegratiekosten en zou het ook kunnen dienen als middel om de terugkeer te stimuleren. Op deze manier worden eigen verantwoordelijkheid en participatie gestimuleerd en verloopt de overgang naar de volgende fase soepeler. Dit is een win-win voor zowel de nieuwkomer als de samenleving.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
11
De vrijgave vindt pas plaats na afronding van de asielprocedure, voor specifieke kosten, zoals: • Inrichtingskosten bij huisvesting – bijvoorbeeld meubilair en basisvoorzieningen wanneer iemand na een verblijfsvergunning een woning krijgt; • Waarborgsommen of huurvoorschotten – financiële zekerheid om een huurcontract af te sluiten; • Ondersteuning bij vrijwillige terugkeer – bijdrage in de kosten voor reis of herstart in het land van herkomst.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
12
Doorstroom naar (opstart) woningen – van opvang naar een eigen thuis Naast werk is huisvesting cruciaal: zonder woonruimte geen nieuwe start. Nederland kampt met een fors woningtekort van ruim 400.000 woningen. Om de druk op de woningmarkt te verlichten, is het nodig de komende jaren extra in te zetten op tussenvormen voor verschillende doelgroepen, waaronder statushouders. Dit neemt niet weg dat de bestaande woningbouwplannen en afspraken onverkort moeten worden uitgevoerd. Tegelijkertijd is aanvullende inzet nodig en uiteraard oplossingen voor de netcongestie en stikstof. Het gaat niet om een vast gedefinieerd woningtype, maar om een “next best” woonoplossing voor mensen die nu tussen wal en schip vallen door het woningtekort, dat voorlopig niet volledig kan worden ingelopen. Daarbij is ook nadrukkelijk de insteek dat dit ook voor andere groepen die met spoed woonruimte nodig hebben, ingezet wordt en een gedeelte van de woningen wordt gebruikt voor statushouders. De investeringen in opstartwoningen kunnen worden bekostigd uit de honderden miljoenen die nu jaarlijks worden besteed aan noodopvang, omdat statushouders niet tijdig aan een woning kunnen worden geholpen. Op dit moment verblijven zo’n 18.000 statushouders onterecht in COA-opvang. De gemiddelde kosten daarvan bedragen € 71 per dag.
Dat betekent een jaarlijkse uitgave van circa € 466 miljoen (365 dagen x € 71 x 18.000). Wanneer deze middelen gericht worden ingezet in structurele woonoplossingen, kan de uitstroom naar zelfstandige huisvesting worden versneld, met aanzienlijke besparingen op dure noodopvang. Ondanks de benodigde eenmalige investeringen is huisvesting kostenneutraal, omdat bewoners huur betalen. Daarmee levert deze aanpak niet alleen menselijke en maatschappelijke winst op, maar ook een financieel verstandige oplossing: minder kosten voor opvang, snellere economische zelfstandigheid en meer doorstroming op de woningmarkt. De invulling kan per gemeente verschillen en in de praktijk uiteenlopende vormen aannemen, zoals: • Flexibele nieuwbouw: permanente gebouwen die later anders kunnen worden ingedeeld. • Transformatie van panden: leegstaande kantoren of andere gebouwen ombouwen tot woonruimte. • Opdeling van bestaande woningen: huurwoningen opsplitsen in onzelfstandige woonruimten, zogeheten ‘verkamering’. • Tijdelijke woonunits: flexibele woningbouwconcepten zoals containerwoningen. Selectiecriteria en doelgroep mix Doorstroom naar opstartwoningen is afhankelijk van economische binding (werk in de regio) of kwetsbaarheid (medische/sociale redenen). Er wordt ingezet op gemengde bewoning (jongeren, studenten, lokale spoedzoekers, statushouders).
Dit bevordert integratie en vermindert weerstand in de samenleving. Daarnaast wordt ingezet op het stimuleren van eigen initiatief in huisvesting. Net zoals bij arbeidstoeleiding, is begeleiding nodig om mensen bewust te maken van hun rol en mogelijkheden op de woningmarkt. Denk aan ondersteuning bij inschrijving als woningzoekende, inzicht in inschrijftijdopbouw, uitleg over huurvoorwaarden en oriëntatie op vervolgwoningen. Daarmee wordt huisvesting een leerproces dat mensen voorbereidt op duurzame, zelfstandige bewoning.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
13
Gemeenten kunnen hierin actief ondersteunen met begeleiding, voorlichting en digitale tools, zodat mensen regie leren nemen over hun eigen woonloopbaan. Inschrijftijdopbouw Gemeenten stimuleren bewoners om zelf stappen te zetten op de woningmarkt – via directe inschrijving, oriëntatie op vervolghuisvesting en waar mogelijk groei naar middenhuur of vrije sector. Voor diegenen die aangewezen zijn op sociale huurwoningen wordt mogelijk gemaakt dat tijdens hun verblijf in een opstartwoning inschrijftijd wordt opgebouwd voor een reguliere sociale huurwoning. Deze aanpak zorgt ervoor dat statushouders perspectief hebben op doorstroming. Het normaliseert hun positie door hen vanaf het begin onderdeel te maken van reguliere systemen – net zoals andere woningzoekenden. Het bevordert regie op huisvesting, voorkomt langdurige afhankelijkheid van crisisvoorzieningen, en legt een directe koppeling tussen opvang, huisvesting en participatie. Gemeenten kunnen zo beter sturen op doorstroom, en statushouders worden niet onnodig belemmerd in hun ontwikkeling. Bovendien sluit deze werkwijze aan bij de uitgangspunten van de Wet versterking regie volkshuisvesting, waarin het beter bedienen van aandachtsgroepen3 en het stimuleren van doorstroming op de woningmarkt centraal staan.