10. Veiligheidsregio Definitieve Begrotingswijziging 2024, Begroting 2025 en Dekkingsplan Gebiedsgerichte Opkomsttijden
Tekst van het document
2.761
3.104
3.020
2.447
2.421
2.410
842
842
842
842
842
842
499 3.104
926 3.020
1.416 2.447
868 2.421
853 2.410
714 2.538
Materieel en voertuigen Wij hebben een grote vloot aan voertuigen. Bij de aanbesteding van de meeste voertuigen worden onderhoudscontracten afgesloten voor maximaal 15 jaar. Het onderhoud inclusief APK wordt uitgevoerd door de werkplaats in Tilburg. Steeds vaker wordt ook andersoortig onderhoud aan voertuigen zelf uitgevoerd, zoals bijvoorbeeld pomprevisies. Dat geldt ook voor het onderhoud van kleine dienstvoertuigen. De bepakkingswerkzaamheden worden grotendeels in eigen beheer uitgevoerd. Er is geen voorziening groot onderhoud ingesteld ten behoeve van materieel. Vooralsnog is hier geen noodzaak toe en gelden de afgesloten contracten als normering. Er is momenteel geen sprake van achterstallig onderhoud binnen onze vloot. Naast normeringen op materieel zijn er ook normeringen op materiaal.
VRMWB | Beleidsbegroting 2025
39
VRMWB | Titel
2
Bij de voertuigen wordt er geen onderscheid meer gemaakt tussen planmatig en correctief onderhoud. Dit is samengevoegd tot Onderhoud voertuigen. Voertuigen zijn WA-verzekerd. Schades aan voertuigen zijn voor eigen rekening. Om schades te voorkomen is nader beleid gevormd en in een proces vastgelegd. Bij de bepakking zijn de kostensoorten aangepast in Onderhoud voertuigen en Correctief onderhoud voertuigen.
2.5 Verbonden partijen Er is sprake van een verbonden partij volgens het BBV als er een bestuurlijk en financieel belang is in een privaat- of publiekrechtelijke organisatie. Het bestuurlijk belang komt tot uitdrukking in de zeggenschap. Het financieel belang komt tot uitdrukking in het aan de verbonden partij ter beschikking gestelde bedrag. Dat is niet verhaalbaar als de verbonden partij failliet gaat, of waarvoor aansprakelijkheid bestaat als de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. We zijn een samenwerkingsverband op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, waaraan 24 gemeenten deelnemen. Vastgelegd is dat de deelnemende gemeenten zorgdragen dat we over voldoende middelen beschikken om aan onze verplichtingen te kunnen voldoen waarmee de exploitatie en het afdekken van financiële risico’s gewaarborgd is. Hierdoor zijn we een formeel verbonden partij voor de 24 gemeenten. We kennen zelf geen verbonden partijen conform de definitie van het BBV. Er zijn wel externe partijen waar sprake is van een structureel samenwerkingsverband onder Kosten Gemene Rekening. Deze worden hieronder toegelicht. Gemene rekening GHOR Met ingang van 1 januari 2014 is voor de bedrijfsvoering van de GHOR een dienstverleningsovereenkomst afgesloten met de GGD West-Brabant.
De dienstverleningsovereenkomst is geformaliseerd in een overeenkomst kosten voor gemene rekening, waarin de activiteiten van de GHOR zijn ondergebracht. De gemeenschappelijke regelingen GGD West-Brabant, GGD Hart voor VRMWB | Beleidsbegroting 2025
40
VRMWB | Titel
2
Brabant en Veiligheidsregio MWB maken deel uit van deze gemene rekening. In de gemene rekening zijn de kosten opgenomen ten aanzien van het personeel (inclusief de kosten van ziekte, arbeidsongeschiktheid en ontslag), de toerekenbare overhead en de overige kosten van de GHOR. Ter verdeling van het werkelijke niveau van de kosten is een verdeelsleutel tussen de partijen afgesproken. Wij participeren voor een aandeel van 93,65% in de gemene rekening. Het instellen en in stand houden van een GHOR is onze taak. De GHOR is een onderdeel van de GGD en opgenomen in de begroting en jaarrekening van de GGD. Met ingang van 1 januari 2017 vindt er geen consolidatie meer plaats van de cijfers van de GHOR. De bijdrage aan het in stand houden van de GHOR is opgenomen in onze begroting en jaarrekening. De doelstellingen en resultaten van de GHOR worden verantwoord onder de pijler Bijdragen aan een veilige leefomgeving. Gemene Rekening Operationeel Centrum Veiligheidsregio/Brandweer (OC VR/Brw) Met ingang van 1 januari 2020 hebben we een convenant met de Veiligheidsregio Zeeland, inzake de samenwerking meldkamer Bergen op Zoom voor de uitvoering van de meldkamerfunctie voor de brandweertaak, de rampenbestrijding, de crisisbeheersing en de geneeskundige hulpverlening.
Personeel is door de organisatorische samenvoeging per 1 januari 2020 in onze dienst en we voeren de administratie van de meldkamerfunctie. De verdeling van de kosten van de brandweermeldkamer (inclusief CaCo functie) vindt plaats op basis van inwoneraantallen met een vaste verdeelsleutel 74% VRMWB – 26% VR Zeeland.
VRMWB | Beleidsbegroting 2025
41
VRMWB | Titel
2
3. Financiële begroting 3.1 Kaders totstandkoming begroting Herijking beleid Volgend aan de kaderbrief 2025 is er geen nieuw beleid opgenomen in de beleidsbegroting 2025 en de meerjarenraming. Loon- en Prijscompensatie De gehanteerde methodiek ten behoeve van de loon- en prijsontwikkeling wordt gecontinueerd in 2025. De kernpunten van de systematiek om de loon- en prijsontwikkeling te verwerken in de gemeentelijke bijdragen, zijn: Voor de loonontwikkeling wordt gerekend met de CPB-index ‘Loonvoet sector overheid’. Voor de prijsontwikkeling wordt gerekend met de CPB-index ‘Prijs bruto Binnenlands Product’. Beide indices worden periodiek gepubliceerd door het Centraal Planbureau (CPB). In de begroting wordt uitgegaan van de CPB-prognose ten tijde van de vaststelling van de Kadernota 2025. De loon- en prijsontwikkeling wordt bepaald door de gepubliceerde index loonvoet sector overheid en index prijs bruto binnenlands product voor het jaar 2025 van het Centraal Plan Bureau (CPB) en de correcties van deze indices voor het jaar 2022 en 2023 van de in de begroting 2023 verwerkte cijfers. In de begroting wordt uitgegaan van de jongste CPB-prognose ten tijde van de vaststelling van de conceptbegroting.
Kerngegevenstabel Centraal Planbureau o.b.v. augustus 2023 In onderstaande tabel vindt u de kern gegevens van Centraal Planbureau o.b.v. augustus 2023 in de eerste kolom. In de kolom ernaast ziet u de verhouding die leidt tot een gewogen index waarmee regulier in onze begroting wordt gewerkt. In de laatste kolom ziet u de correctie op basis van het voorschot LPO dat we in 2023 extra hebben gekregen voor de cao 2023 te dekken. Hierdoor hebben wij de correctie met terugwerkende kracht voor 2023 op 0,0% gezet. Zie hiervoor ook de kaderbrief 2025.
VRMWB | Beleidsbegroting 2025
42
VRMWB | Titel
2
Index CPB
Index begroting 2025 incl. correctie Gewogen voorschot Verhouding index LPO 2023
Loonindex 2023
5,00%
60,00%
3,00%
Prijsindex 2023
6,60%
40,00%
2,64%
Gewogen index
5,64%
Index 2023 bij begroting 2024
3,36%
Correctie index 2023
2,28%
Loonindex 2024
6,50%
60,00%
3,90%
Prijsindex 2024
3,30%
40,00%
1,32%
Gewogen index
5,22%
Index 2024 bij begroting 2024
3,52%
Correctie index 2024
1,70%
Loonindex 2025
5,30%
60,00%
3,18%
Prijsindex 2025
2,40%
40,00%
0,96%
0,00%
1,70%
Gewogen index 2025
4,14%
4,14%
Index 2025 incl nacalculatie
8,12%
5,84%
Loonindex 2026
4,70%
60,00%
2,82%
Prijsindex 2026
2,90%
40,00%
1,16%
Gewogen index 2026
3,98%
Loonindex 2027
4,80%
60,00%
2,88%
Prijsindex 2027
2,80%
40,00%
1,12%
Gewogen index 2027
4,00%
Loonindex 2028
4,20%
60,00%
2,52%
Prijsindex 2028
2,40%
40,00%
0,96%
Gewogen index 2028
3,48%
3,98%
4,00%
3,48%
Op basis van deze indices en degene die reeds in de begroting 2024 verwerkt zijn, is een gewogen gemiddelde index berekend waarmee de bijdragen van de gemeenten worden aangepast. Deze index en mutatie in de begroting is in onderstaande tabel weergegeven. 2025
2026
2027
2028
Gewogen loon- en prijsindex Kadernota 2025-2028
5,84%
3,98%
4,00%
3,48%
Gewogen loon- en prijsindex Beleidsbegroting 2024
3,46%
3,22%
3,22%
-
Mutatie loon- en prijsindex
2,38%
0,76%
0,78%
3,48%
VRMWB | Beleidsbegroting 2025
43
VRMWB | Titel
2
Dit zijn de percentages waarmee de gemeentelijke bijdragen zijn verhoogd conform de kaderbrief 2025. Zie hiervoor ook de paragraaf ‘exploitatiebijdrage gemeenten’. Ontwikkeling Rijksbijdrage BDuR Op basis van de beschikking BDuR Rijksbijdrage 2023 (december 2023) van het Ministerie van Justitie en Veiligheid is onderstaande prognose afgegeven voor de meerjarige bijdrage. Ontwikkeling bijdrage BDuR
2025
2026
2027
2028*
Beleidsbegroting 2024 (beschikking 2022)
€ 10.309.318
€ 10.309.318
€ 10.309.318
€ 10.309.318
Loon/prijs bijstelling en taakstelling
€
€
€
€
Beschikking 2023
€ 11.261.064
€ 11.297.088
€ 11.293.640
€ 11.293.640
verwachte loon/prijs bijstelling
€
700.000
€ 1.050.000
€ 1.400.000
€ 1.750.000
Beleidsbegroting 2025
€ 11.961.064
€ 12.347.088
€ 12.693.640
€ 13.043.640
951.746
987.770
984.322
984.322
* de Rijksbijdrage BDuR wordt 3 jaar vooruit geprognotiseerd. Voor 2028 is hetzelfde bedrag als 2027 aangehouden.
Omdat het ministerie jaarlijks de BDuR bijdrage bijstelt voor loon- en prijsontwikkeling, wordt rekening gehouden met een verwachtte bijstelling. Extra BDuR gelden versterking crisisbeheersing en informatievoorziening Op 26 augustus 2022 zijn bestuurlijke afspraken tussen de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), het Veiligheidsberaad, het Interprovinciaal Overleg (IPO) en het Rijk gemaakt in het kader van de doorstroom migratie. Onderdeel van deze afspraken is de geleidelijk opbouwende structurele toevoeging van € 83 miljoen aan de BDuR vanaf 2023 voor een versterking van crisisbeheersing en informatievoorziening bij de veiligheidsregio's. Dit vindt vanaf 2023 met een geleidelijke opbouw in vier jaar plaats: De extra financiële middelen zijn bestemd voor de versterking van de (toekomstige): 1. Crisisbeheersing. 2. Informatievoorziening per regio én gezamenlijk. 3. Inrichten van Knooppunt Coördinatie Regio’s – Rijk (KCR2). Voor 2023 en 2024 zijn er gegarandeerde afspraken uitgewerkt tussen het ministerie van J&V en de Veiligheidsregio’s over de verdeling van de extra middelen tussen de drie genoemde onderwerpen. De exacte verdeling van de aanvullende extra middelen vanaf 2025 staat nog niet vast in verband met de benodigde flexibiliteit om in te spelen op lopende ontwikkelingen.
Hierover worden uiterlijk 31 juli van het jaar voorafgaand aan het jaar dat de aanvullende extra middelen beschikbaar komen, afspraken gemaakt. Op basis van de verdelingssystematiek 2023 komt dit voor VRMWB uit op: 2025
2026
2027
2028*
Extra middelen crisisbeheersing en informatievoorziening VRMWB
€ 2.981.833
€ 3.390.303
€ 3.390.303
€ 3.390.303
* de Rijksbijdrage BDuR wordt 3 jaar vooruit geprognotiseerd. Voor 2028 is hetzelfde bedrag als 2027 aangehouden.
VRMWB | Beleidsbegroting 2025
44
VRMWB | Titel
2
Exploitatiebijdrage gemeenten In 2018 is door het Algemeen Bestuur besloten de verdeelsleutel van het kostenverdeelmodel bij te stellen zodat er aansluiting is met de bijdrage uit het Gemeentefonds, inclusief een overgangsperiode tot en met 2021 die is doorgelopen tot en met 2022. Met ingang van begrotingscyclus 2023 actualiseren we jaarlijks de verdeelsleutels van de gemeentelijke bijdrage naar de meest recent beschikbare Cebeon-maatstaven. Het betreft enerzijds een set aan risicomaatstaven en anderzijds het gewicht dat deze maatstaf bijdraagt aan het totale risicoprofiel per gemeente. Hoe hoger het risicoprofiel, hoe meer de gemeente bijdraagt aan de Veiligheidsregio. Jaarlijks worden de geactualiseerde kengetallen (o.a. OZB waarde, bedrijven, bebouwing, woonruimten etc.) gepubliceerd via de meicirculaire, subcluster Brandweer en rampenbestrijding gemeentefonds. Als de individuele kengetallen van gemeenten wijzigen, wijzigt daarmee de onderlinge verhouding van de risico's en daarmee samenhangend de gemeentelijke bijdragen. Vanaf 2022 nemen wij de actualisering vanuit de meicirculaire jaarlijks over. Omdat een aantal kengetallen jaarlijks kunnen fluctueren, ontstaan hierdoor kleine verschillen in het risicoprofiel per gemeente. Omdat wij de begroting moeten aanleveren vóór mei, maken wij gebruik van de laatste bekende meicirculaire.
Dat betekent voor de begroting 2025, die in januari-maart 2023 gemaakt wordt, bij gebruik maken van de meicirculaire 2023. Door het jaarlijks actualiseren van de verdeelsleutels sluit de bijdrage die gemeenten betalen aan de Veiligheidsregio aan op de bijdrage die zij verkrijgen vanuit het gemeentefonds en zijn de veranderingen relatief beperkt. Deze werkwijze komt overeen met het in 2018 genomen AB-besluit, waarin de volgende uitgangspunten zijn vastgesteld: • De sleutel CEBEON ten behoeve van verdeling gemeentefonds is de basis voor de sleutel van het kostenverdeelmodel. • De sleutel wordt jaarlijks geüpdatet bij begroting (t+2), (m.a.w. de sleutels die op basis van meicirculaire 2023 zijn berekend worden toegepast in de beleidsbegroting 2025). • De meest recent beschikbare sleutel wordt gehanteerd. Jaarlijks wordt de sleutel na uitkomst meicirculaire beschikbaar gesteld door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Overzicht voormalige vs. nieuwe sleutel kostenverdeelmodel (KVM) Hieronder is een overzicht weergegeven van de verdeelsleutels van het kostenverdeelmodel, op basis van de Cebeon-maatstaven uit de Meicirculaire 2023, die als basis dienen voor de beleidsbegroting 2025.
VRMWB | Beleidsbegroting 2025
45
VRMWB | Titel
Gemeentelijke bijdrage sleutel
2
2025 o.b.v. meicirculaire
2024 o.b.v. meicirculaire
Verschil 2025-2024 (-/-
2023
2022
= lagere bijdrage)
Alphen-Chaam
0,90%
1,01%
-0,11%
Altena
4,73%
4,49%
0,24%
Baarle-Nassau
0,66%
0,76%
-0,10%
Bergen op Zoom
5,80%
5,81%
-0,01%
Breda
17,12%
16,38%
0,74%
Dongen
2,11%
1,96%
0,15%
Drimmelen
2,38%
2,29%
0,10%
Etten-Leur
3,53%
3,43%
0,10%
Geertruidenberg
1,83%
1,82%
0,01%
Gilze en Rijen
2,16%
2,27%
-0,11%
Goirle
1,90%
1,74%
0,16%
Halderberge
2,60%
2,65%
-0,05%
Hilvarenbeek
1,33%
1,39%
-0,06%
Loon op Zand
1,90%
1,87%
0,04%
Moerdijk
3,29%
4,20%
-0,91%
Oisterwijk
2,88%
2,65%
0,23%
Oosterhout
4,75%
4,70%
0,05%
Roosendaal
6,66%
6,72%
-0,06%
Rucphen
1,76%
1,66%
0,10%
Steenbergen
2,02%
2,15%
-0,13%
Tilburg
22,11%
22,23%
-0,12%
Waalwijk
3,99%
4,11%
-0,11%
Woensdrecht
1,90%
2,02%
-0,12%
Zundert
1,70%
1,70%
0,00%
100,00%
100,00%
100,00%
Totaal
Ontwikkeling gemeentelijke bijdrage Op basis van de vastgestelde financiële uitgangspunten, weergegeven in vorige paragrafen, is een totaaloverzicht van de bijdragen van gemeenten en het financieel meerjarenperspectief opgesteld. Hierin zijn ook de intekentaken opgenomen.
VRMWB | Beleidsbegroting 2025
46
VRMWB | Titel
bedragen in €
Gemeentelijke bijdrage beleidsbegroting 2024 Waarvan kapitaallasten KVM zonder kapitaallasten Mutatie LPO uit kaderbrief 2025-2028 Delta LPO in euro boekjaar 2025-2028 Nieuwe bijdragen KVM incl beleid en LPO ex kaplasten VZ MJOP groot onderhoud Nieuwe bijdragen KVM geactualiseerde kapitaallasten Nieuwe bijdragen KVM totaal excl intekentaken FLO-overgangsrecht Bijdrage MDH Nieuwe bijdragen KVM totaal incl intekentaken
2
2025
2026
2027
2028
76.843.108
79.275.853
81.650.997
81.650.997
7.747.438
8.463.277
8.782.952
8.782.952
69.095.670
70.812.576
72.868.045
72.868.045
2,38%
0,76%
0,78%
3,48%
1.644.477
538.176
568.371
2.535.808
70.740.147
71.350.752
73.436.416
75.403.853
280.500
280.500
280.500
280.500
71.020.647
71.631.252
73.716.916
75.684.353
7.702.738
8.480.308
8.786.119
8.788.259
78.723.385
80.111.560
82.503.035
84.472.612
2.841.979
2.796.428
2.290.606
2.108.905
103.105
106.095
109.066
112.120
81.668.469
83.014.083
84.902.707
86.693.637
Actualisatie FLO-overgangsrecht Gemeente (bedragen x 1.000)
Bergen op Zoom Breda Roosendaal Tilburg Totaal VRMWB | Beleidsbegroting 2025
Rekening 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting Begroting 2027 2028
506
315
382
444
384
327
1.431
813
944
864
719
796
593
370
449
521
451
384
1.658
1.021
1.067
968
737
602
4.188
2.519
2.842
2.796
2.291
2.109 47
VRMWB | Titel
2
Op grond van het pensioenreglement van het ABP is de werkgeversbijdrage Netto FLO-spaartegoed (NFST) vanaf 2023 pensioengevend. Daarnaast is over genoemde werkgeversbijdrage NFST op grond van fiscale regelgeving RVU-heffing verschuldigd. Naast de pensioengevendheid leidt de RVU-heffing van 52% tot een extra kostenstijging, waardoor het fundament onder het ontstaan van de werkgeversbijdrage NFST als opvolger van de werkgeversbijdrage Levensloop is weggevallen. Gelet op de ongewenste kostenstijging als gevolg van de verplichte pensioengevendheid en RVUheffing is overeengekomen de maandelijkse werkgeversbijdrage NFST per 1 januari 2024 te beëindigen. Het vervallen van de werkgeversbijdrage NFST zorgt op korte termijn voor lagere kosten. De begroting voor aankomende jaren is hierop aangepast. In latere jaren zorgt een lager NFST-saldo voor een lagere inzet NFST tijdens de individuele periode van volledig buitengewoon verlof van het FLOovergangsrecht en daarmee een hogere maandelijkse aanvulling van de werkgever. Over deze aanvulling is RVU-heffing verschuldigd waardoor de kosten van het FLO-overgangsrecht voor de werkgever stijgen. De kostenstijging schuift daarmee op naar de individuele periode van volledig buitengewoon verlof van het FLO-overgangsrecht. Deze lagere kosten betekenen een aanpassing van de begroting 2024. Dit is als begrotingswijziging 2024-1 verwerkt.
Actualisatie kazernes en bijdrage in kosten huisvesting en facilitair Gemeente (bedragen x € 1.000)
Bergen op Zoom Moerdijk Waalwijk Totaal
Rekening 2023
Begroting 2024
Begroting 12025
Begroting 2026
253 95 26 374
92 100 10 201
102 102
105 105
Begroting Begroting 2027 2028 107 107
109 109
In het 1e kwartaal van 2024 worden de laatste twee van de in totaal negen in 2013 overgenomen kazernes terug verkocht aan de gemeenten Bergen op Zoom en Waalwijk. Oorspronkelijk was dit in 2023 gepland. Hierdoor zijn de kosten voor het eigenaarsdeel te weten belastingen, verzekeringen en kapitaallasten o.b.v. de realisatie 2023 opnieuw berekend. Dit betekent een aanpassing van de begroting 2024. Dit is verwerkt met de begrotingswijziging 2024-1. Met de gemeente Moerdijk zijn afspraken gemaakt over een bijdrage in de kosten voor huisvesting en facilitaire zaken. Dit wordt jaarlijks geactualiseerd op basis van de prijsindex. Totale gemeentelijke bijdragen 2025-2028
In de onderstaande tabellen is voor de jaren 2025 t/m 2028 de bijdrage per gemeente aan Veiligheidsregio MWB opgenomen. Hierbij zijn de wijzigingen met betrekking tot loon- en prijscompensatie, de herijking van de kapitaallasten, de intekentaken FLO-overgangsrecht en kazernes verwerkt. De effecten van de Cebeon maatstaven uit de toekomstige circulaires en toekomstige indices van het CPB zijn hierin niet meegenomen zullen de uiteindelijke gemeentelijke bijdrage per jaar beïnvloeden.
VRMWB | Beleidsbegroting 2025
48
VRMWB | Titel
VRMWB | Beleidsbegroting 2025
2
49
VRMWB | Titel
VRMWB | Beleidsbegroting 2025
2
50
VRMWB | Titel
VRMWB | Beleidsbegroting 2025
2
51
VRMWB | Titel
VRMWB | Beleidsbegroting 2025
2
52
VRMWB | Titel
2
3.2 Financiële positie Meerjarenbalans en EMU-saldo Met het oog op een betere raming en beheersing van het EMU-saldo wordt in het nieuwe BBV een geprognosticeerde balans voorgeschreven en het meerjarig opnemen van het EMU-saldo. Beiden zijn hieronder weergegeven. Meerjarenbalans (bedragen * 1.000)
31-12-2023
31-12-2024
31-12-2025
31-12-2026
31-12-2027
31-12-2028
Materiele vaste activa
57380
47537
54159
51979
52727
49229
Vlottende activa
2322
5884
5884
5884
5884
5884
Liquide middelen
113
96
96
96
96
96
Overlopende activa Totaal vaste activa
4284 64099
1674 55191
1674 61813
1674 59634
1674 60381
1674 56883
(bedragen * 1.000)
31-12-2023
31-12-2024
31-12-2025
31-12-2026
31-12-2027
31-12-2028
Eigen vermogen
6724
5233
4444
4449
4050
3912
Voorzieningen
3865
3754
3154
3115
3104
3084
Vaste schulden
29669
34937
42198
40123
41289
37932
Vlottende passiva
23364
11208
11987
11946
11938
11955
Overlopende passiva Totaal vaste passiva
477 64099
60 55191
30 61813
0 59634
0 60381
0 56883
ACTIVA
PASSIVA
De omvang van de materiele vaste activa neemt toe in 2025 en blijft op een zelfde niveau in de jaren erna, op basis van het investeringsplan. De financiering van de investeringen vindt voornamelijk plaats door het aantrekken van langlopende leningen. Door de inzet van reserves zal het eigen vermogen de komende jaren worden afgebouwd. EMU-saldo
1.
2. 3. 4.
5.
Omschrijving (bedragen x 1.000) Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c) Mutatie (im)materiële vaste activa
Realisatie 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
€
252
€
-638
€
-789
€
5
€
-399
€
€
2.404
€
4.606
€
6.622
€
-2.180
€
748
€ -3.498
Mutatie voorzieningen
€
726
€
481
€
-600
€
-39
€
-11
€
-20
Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie)
€
-
€
-
€
-
€
-
€
-
€
-
Boekwinst/verlies bij de verkoop van financiële vaste activa en (im)materiële vaste activa, alsmede de afwaardering van financiële vaste activa
€
46
€
60
€
60
€
60
€
60
€
60
-1.472
€
-4.823
2.087
€
-1.218
Berekend EMU-saldo
VRMWB | Beleidsbegroting 2025
€
€
-8.071
€
€
-413
3.005
53
VRMWB | Titel
2
Leningenoverzicht Het investeringsplan laat voor de komende jaren een aanschaf van materiaal zien. Dit zal door middel van extern aan te trekken leningen worden gefinancierd. In onderstaand overzicht is de verwachting van de aan te trekken leningen opgenomen en ook de stand van de huidige leningen. De lasten die voortkomen uit de leningen zijn verwerkt in de exploitatie voor de komende jaren. Overzicht lopende leningen
Bedrag
1 Lening BNG 4,58%, nummer 82959, aangegaan ter financiering VOC, BRW
635.292 Aflossing in 30 jaarlijkse termijnen volgens annuïteiten € 39.152 eerste maal oktober 1995, laatste maal 2024 9.765.000 Aflossing € 651.000 per jaar aflossing per kwartaal eerste maal oktober 2010, laatste maal 2025 4.140.000 Aflossing € 207.000 per jaar aflossing per kwartaal eerste maal oktober 2010, laatste maal 2030 6.000.000 Aflossing € 400.000 per jaar aflossing per halfjaar, eerste maal op 30-04-2016, laatste maal 2030 2.500.000 Aflossing € 125.000 per jaar met jaarlijkse betaling, eerste maal juli 2016, laatste maal 2026 10.000.000 Aflossing € 666.667 per jaar aflossing per 3 maanden, eerste maal november 2021, laatste maal 2036
2 Lening BNG 3,41%, nummer 15429, aangegaan ter financiering van overname activa brandweer
3
Lening BNG 3,68%, nummer 105430, Aangegaan ter financiering van overname activa brandweer
5 Lening BNG 1,22%, nummer 110376, Aangegaan ter financiering van investeringen 2016
6 Lening BNG 0,84%, nummer 110377, Aangegaan ter financiering van investeringen 2016
7 Lening BNG 0,205%, nummer 114923, Aangegaan ter financiering van investeringen 2021
VRMWB | Beleidsbegroting 2025
Looptijd
Bijzonderheden
Stand per 01-01-2023
Stand per 01-01-2024
Geraamde stand per 01-01-2025
Vervroegde aflossing is niet mogelijk behalve bij rentevoet aanpassing
80.097
40.945
-
Vervroegde aflossing niet toegestaan
1.790.250
1.139.250
488.250
Vervroegde aflossing niet toegestaan
1.604.250
1.397.250
1.190.250
Vervroegde aflossing niet toegestaan
3.200.000
2.800.000
2.400.000
Vervroegde aflossing niet toegestaan
875.000
625.000
375.000
Vervroegde aflossing niet toegestaan
9.166.667
8.500.000
7.833.333
54
VRMWB | Titel
8 Lening BNG 2,132%, nummer 115776 Aangegaan ter financiering van investeringen 2022
9 Lening BNG 3,033%, nummer 116078 Aangegaan ter financiering aflossing lening 108835 lening 2024 o.b.v. liquiditeitsprognose
lening 2024 o.b.v. liquiditeitsprognose
Lening 2025 o.b.v. liquiditeitsprognose
Lening 2026 o.b.v. liquiditeitsprognose
Lening 2027 o.b.v. liquiditeitsprognose
Lening 2028 o.b.v. liquiditeitsprognose
2
10.000.000 Aflossing € 666.667 per jaar aflossing per 3 maanden, eerste maal december 2022, laatste maal 2037 7.000.000 Aflossing € 1.000.000 per jaar aflossing per halfjaar, eerste maal juni 2023, laatste maal 2029 7.000.000 Aflossing € 1.400.000 per jaar aflossing per halfjaar, eerste maal 2024, laatste maal 2030 3.200.000 Aflossing € 160.000 per jaar aflossing per halfjaar, eerste maal 2025, laatste maal 2044
Vervroegde aflossing niet toegestaan
9.833.333
9.166.667
8.500.000
Vervroegde aflossing niet toegestaan
7.000.000
6.000.000
5.000.000
12.500.000 Aflossing € 625.000 per jaar, aflossing per halfjaar, eerste maal 2026, laatste maal 2044 3.175.000 Aflossing 158.750 per jaar, aflossing per halfjaar, eerste maal 2027, laatste maal 2046 6.450.000 Aflossing 322.500 per jaar, aflossing per halfjaar, eerste maal 2028, laatste maal 2047 2.250.000 Aflossing 112.500 per jaar, aflossing per halfjaar, eerste maal 2029, laatste maal 2048 84.615.292
VRMWB | Beleidsbegroting 2025
Vervroegde aflossing niet toegestaan
-
-
5.950.000
Vervroegde aflossing niet toegestaan
-
-
3.200.000
Vervroegde aflossing niet toegestaan
-
-
-
Vervroegde aflossing niet toegestaan
-
-
-
Vervroegde aflossing niet toegestaan
-
-
-
Vervroegde aflossing niet toegestaan
-
-
-
33.549.597
29.669.112
34.936.833
55
VRMWB | Titel
2
Reserves en voorzieningen Reserves Omschrijving (bedragen x € 1.000)
Box gemeente Crises en calamiteitenreserve Egalisatie kapitaallasten Doorontwikkeling organisatie SaaS Subtotaal box gemeente Box Rijk / overig Rijksbijdrage strategische projecten Rijksbijdrage BTW HSL Subtotaal box Rijk Totaal
€
1-1-2023
Mutatie reserve
1-1-2024
Mutatie reserve
1-1-2025
Mutatie reserve
1-1-2026
Mutatie reserve
1-1-2027
Mutatie reserve
1-1-2028
1.612 8.700 996 846 12.154
-8.700 -478 110 -9.068
1.612 519 956 3.086
-78 100 22
1.612 441 1.056 3.108
-80 -301 -381
1.612 361 755 2.727
-83 243 160
1.612 278 998 2.887
-85 -159 -244
1.612 192 839 2.643
1.704
-392
1.312
-313
1.000
-
1.000
-
1.000
-
1.000
1.073 604 3.381 15.535
-140 -13 -545 -9.612
933 591 2.836 5.922
-140 -259 -712 -690
793 332 2.125 5.233
-140 -268 -408 -789
653 64 1.717 4.444
-140 -15 -155 5
513 50 1.562 4.449
-140 -15 -155 -399
373 35 1.407 4.050
Bovenstaande reserves geven de stand van de reserves weer vóór resultaatbestemming jaarrekening 2023. De voorgestelde toevoegingen vanuit het resultaat zijn hier nog niet in verwerkt. Voorzieningen
De dotatie en aanwending van de voorziening spaarverlof wordt op basis van werkelijk opgenomen en gespaard verlof jaarlijks bepaald bij de jaarrekening. Investeringen De investeringen zijn opgenomen in een meerjarig investeringsplan. Dit plan geeft de voorgenomen investeringen weer voor de lange termijn. Het plan wordt jaarlijks geactualiseerd. Het meerjarig investeringsplan geeft ook input voor de financieringsbehoefte. Alle investeringen in onderstaande overzichten betreffen investeringen met een economisch nut. Er is geen sprake van investeringen met een maatschappelijk nut. Categorie (bedragen x € 1.000)
Rekening 2023
Begroting Begroting 2025 Begroting 2026 2024
Begroting 2027
Begroting 2028
Bedrijfsgebouwen Vervoermiddelen Machines, apparaten en installaties Overige materiële vaste activa
460 5.120
200 3.347
96 14.647
108 4.057
5.720
1.535
364
509
1.266
1.077
857
1.102
3.769
917
1.141
1.816
4.646
3.403
Totaal
9.713
4.973
17.149
7.059
11.222
6.040
VRMWB | Beleidsbegroting 2025
56
VRMWB | Titel
2
3.3 Overzicht lasten en baten Onderstaand overzicht geeft inzicht in de baten en de lasten in het meerjarig kader, waarbij de algemene dekkingsmiddelen, overhead, vennootschapsbelasting en de mutaties in de reserve apart inzichtelijk zijn gemaakt. Een uitgebreide toelichting bij de cijfers vindt u in hoofdstuk in het beleidsgedeelte. Jaarrekening 2023
Begroting 2024, Begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028
VRMWB | Beleidsbegroting 2025
57
VRMWB | Titel
2
3.4 Incidentele en structurele lasten en baten Het overzicht met de incidentele en structurele lasten en baten, inclusief de mutaties in de reserve, geeft inzicht in het structurele en reële evenwicht van de begroting. Door het volgen van een duurzame begrotingssystematiek worden structurele lasten gedekt met structurele middelen en incidentele lasten grotendeels met incidentele middelen en een klein deel structurele lasten. Hierdoor is er sprake van een positief begrotingsevenwicht. Zie ook de paragraaf 2.3 Weerstandsvermogen en Risicobeheersing, financiële kengetallen. Begroting 2025 Bedragen x € 1000
MJB 2026
MJB 2027
MJB 2028
Incidenteel
structureel
Incidenteel
structureel
Incidenteel
structureel
1.381
100.570
605
102.823
1.027
105.095
1.043
107.219
595
81.694
179
84.246
251
85.764
137
87.277
0
9.215
0
9.483
0
9.692
0
9.907
595
71.669
179
73.953
251
75.252
137
76.540
0
810
0
810
0
820
0
831
0
866
0
903
0
806
0
709
Overhead
420
18.011
50
17.673
392
18.525
521
19.234
Reserve
366
0
375
0
384
0
385
0
-1.155
-100.796
-370
-103.058
-783
-105.339
-798
-107.464
0
-6.239
0
-6.306
0
-5.946
0
-5.849
0
-28
0
-28
0
-22
0
-8
0
-6.077
0
-6.139
0
-5.739
0
-5.657
0
-133
0
-139
0
-185
0
-185
Algemene dekkingsmiddelen
0
-94.532
0
-96.752
0
-99.393
0
-101.615
Overhead
0
-25
0
0
0
0
0
0
Reserve
-1.155
0
-370
0
-783
0
-798
0
Eindtotaal
226
-226
235
-235
244
-244
245
-245
Lasten Veiligheid
Incidenteel
structureel
Bijdrage aan een veilige leefomgeving Leveren van een hulpvaardige en slagvaardige inzet Stimuleren redzaamheid in de samenleving Algemene dekkingsmiddelen
Baten Veiligheid Bijdrage aan een veilige leefomgeving Leveren van een hulpvaardige en slagvaardige inzet Stimuleren redzaamheid in de samenleving
Algemeen Wij duiden de volgende typen posten als incidenteel: • De (projectmatige) lasten die worden gedekt uit een reserve. • Mutaties in de reserves • Eenmalige baten en lasten op niet terugkerende posten in de begroting. Hieronder een nadere toelichting op bovenstaand overzicht van incidentele lasten en baten hoger dan 50k. VRMWB | Beleidsbegroting 2025
58
VRMWB | Titel
2
Veiligheid: Leveren van een hulpvaardige en slagvaardige inzet (595k) Het betreft lasten binnen de reserve HSL voor de tijdelijke inzet van adviseurs Brandweerzorg, oefenuren ten behoeve van aanpak incidenten op de HSL en kapitaallasten van de voor de HSL aangeschafte voertuigen (268k). Daarnaast de lasten binnen de reserve SaaS voor vervanging software primair proces en het vakbekwaamheidmanagementsysteem (295k). Tot slot betreft het lasten binnen de reserve Doorontwikkeling organisatie voor frictiekosten personeel in het primair proces als gevolg van de doorontwikkeling die in 2021 heeft plaatsgevonden (32k). Overhead (420k) Dit betreft de lasten binnen de reserve SaaS voor vervanging software ICT (371K). Tevens betreft het lasten binnen de reserve Doorontwikkeling organisatie voor de frictiekosten overheadspersoneel als gevolg van de doorontwikkeling van de organisatie die in 2021 heeft plaatsgevonden (49k). Reserves (Storting 366k en onttrekking -1.155k) Dit betreft de storting in de reserve Saas (366k). De onttrekking is ter dekking van de lasten binnen de reserve Saas (667k), de reserve HSL (268k) en de reserve Doorontwikkeling organisatie (80k). Daarnaast de onttrekking reserve BDuR BTW (140k) ter dekking van algemene lasten.
VRMWB | Beleidsbegroting 2025
59
VRMWB | Titel
2
3.5 Overzicht op taakvelden In deze paragraaf is het overzicht op taakvelden ingevoegd.
VRMWB | Beleidsbegroting 2025
60
VRMWB | Titel
2
3.6 Begroting op kostencategorie
VRMWB | Beleidsbegroting 2025
61
VRMWB | Titel
4.
Bijlagen
4.1
Tariefstelling
2
Tarievenbesluit personeel Veiligheidsregio 2025 Voor verantwoording van personele inspanningen bij projecten is het noodzakelijk dat het DB hiervoor een uurtarief vaststelt. Op basis van begroting, rekening houdend met een opslag voor bemiddeling, begeleiding, risico en administratieve verwerking e.d., zijn de volgende uurtarieven bepaald voor 2025: Laag
(Schaal 5/6/7)
€ 92
Middel
(Schaal 8/9/10)
€ 115
Hoog
(Schaal 11/12/13)
€ 157
Deze tarieven zijn met name bedoeld voor de verantwoording van projectmatige zaken en subsidies. Ten behoeve van individuele afspraken wordt de mogelijkheid van maatwerk opengehouden. Zo nodig dienen deze tarieven nog te worden verhoogd met 21% BTW. In principe is het beschikbaar stellen van personeel belast met BTW. Alleen in gevallen waarbij sprake is van een individueel contract in het kader van ‘arbeidsmobiliteit’ (= individueel opleidings- / ontwikkelingstraject), dan wel er expliciet vrijstelling is verleend door de inspecteur, kan heffing van BTW buiten beschouwing blijven. De in rekening te brengen BTW is overigens voor gemeenten compensabel in het kader van het btw-compensatiefonds.
VRMWB | Beleidsbegroting 2025
62
VRMWB | Titel
2
4.2 Lijst van veelgebruikte afkortingen Afkorting
Betekenis
Afkorting
Betekenis
AB
Algemeen Bestuur
LPO
Loon- en prijsontwikkeling
AO
Administratieve Organisatie
M&O
Misbruik en Oneigenlijk
BBV
Besluit begroting en
MJOP
Meerjaren Onderhoudsplan
MT
Management Team
MWB
Midden- en West Brabant
NFST
Netto FLO-spaartegoed
verantwoording provincies en gemeenten BDuR
Brede Doeluitkering Rampenbestrijding
BIO
Baseline Informatiebeveiliging Overheid
BNG
Bank voor Nederlandse gemeente
CaCo
Calamiteiten Coördinator
NIPV
Nederlands Instituut Publieke Veiligheid
CAO
Collectieve
OCB
Operationeel Centrum Brandweer
OV VR/Brw
Operationeel Centrum
Arbeidsovereenkomst CBS
Centraal Bureau voor de Statistiek
CERT
Computer Emergency
Veiligheidsregio/Brandweer OvD-BZ
Officier van Dienst Bevolkingszorg
Response Team CPB
Centraal Plan Bureau
PPMO
Periodiek Preventief Medisch Onderzoek
DB
Dagelijks Bestuur
PPS
Publiek-Private Samenwerking
DCU
Decentrale Uitgifte
PTSS
Post-traumatische stress stoornis
DMS
Document
RCDV
Raad van Commandanten en Directeuren
Managementsysteem
Veiligheidsregio
EMU
Europees Monetaire Unie
RI&E
Risico Inventarisatie en Evaluatie
Fido
Financiering Decentrale
SOC
Security Operations Centre
Overheden FLO
Functioneel Leeftijdsontslag
TBO
Team Brandonderzoek
FP&C
Financiën, Planning & Control
UKB
Uniform Kwaliteitsniveau Bevolkingszorg
FTE
Full Time Equivalent
VNG
Vereniging Nederlandse Gemeenten
VRMWB | Beleidsbegroting 2025
63
VRMWB | Titel
GGD
Gemeentelijke
2
VR
Veiligheidsregio
VRMWB
Veiligheidsregio Midden- en West-
Gezondheidsdienst GGO
Gebiedsgerichte opkomsttijden
GHOR
Geneeskundige Hulpverlening
Brabant VRZ
Veiligheidsregio Zeeland
WA
Wettelijke Aansprakelijkheidsverzekering
Wgr
Wet gemeenschappelijke regelingen
Wmebv
Wet modernisering elektronisch
bij Ongevallen en Rampen GRIP
Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdings Procedure
ICT
Informatie- en Communicatie Technologie
IPO
Interprovinciaal Overleg
bestuurlijk verkeer IV
Informatie Voorziening
Wnra
Wet normalisering rechtspersoon ambtenaren
J&V
Justitie & Veiligheid
Woo
Wet open overheid
KCR2
Knooppunt Crisisbeheersing
Wvr
Wet veiligheidsregio's
WVSV
Werkgeversvereniging Samenwerkende
Regio Rijk
Veiligheidsregio’s
VRMWB | Beleidsbegroting 2025
64
Dekkingsplan gebiedsgerichte opkomsttijden 2024-2027 Brandweer Midden- en WestBrabant
Voorwoord Voor u ligt het Dekkingsplan 2024-2027 van Brandweer Midden- en West-Brabant (Brandweer MWB). Minimaal eens per vier jaar stelt de brandweer dit plan op. Het plan beschrijft welke operationele prestaties wij de komende jaren gaan leveren, welke taken wij uitvoeren en welke middelen wij inzetten om de (basis-) brandweerzorg te leveren. Dit dekkingsplan is wezenlijk anders dan de voorgaande plannen. Met dit nieuwe dekkingsplan worden de objectgerichte opkomsttijden losgelaten. Deze worden vervangen door gebiedsgerichte opkomsttijden, waarbij we naar de prestatie in een gebied (CBS buurt) kijken en niet naar één specifiek gebouw (object). Dit gebeurt op basis van een landelijke standaard voor het berekenen en opstellen van dekkingsplannen. Hiermee worden de regionale dekkingsplannen van de 25 afzonderlijke Veiligheidsregio’s eenduidig en met elkaar vergelijkbaar. De systematiek gebiedsgerichte opkomsttijden kijkt naar de operationele prestaties bij gebouwbranden. In dit dekkingsplan zijn de verwachte prestaties beschreven op het gebied van snelheid, capaciteit, paraatheid en werkdruk. Op basis van deze verwachte prestaties wordt per gebied een waardering ‘goed/voldoende/onvoldoende’ gegeven.
Nieuw is dat voor zogenaamde aandachtobjecten, objecten waar de opkomsttijd meer is dan 3 minuten boven de streeftijd, een advies gevraagd wordt van de gemeente in samenspraak met de brandweer over hoe om te gaan met deze objecten. Verder beschrijven we of er objecten zijn die buiten de maximale opkomsttijd van 18 minuten bereikt worden en welke maatregelen de gemeente en brandweer neemt voor deze objecten.
De nieuwe methodiek van dekkingsplannen werkt niet alleen door in een nieuwe blik op het beoordelen van de brandweerprestaties. Door het toepassen ervan wordt de beoordeling bovendien een cyclisch proces, waarin de brandweer vaker dan de wettelijke vierjaarlijkse termijn kan analyseren of het wenselijk is om conclusies en maatregelen bij te stellen. De integratie tussen risicobeheersing en incidentbestrijding is expliciet onderdeel van de systematiek, waardoor de samenhang tussen het voorkomen en bestrijden van brand wordt versterkt.
Met dit dekkingsplan beogen we een adequate en professionele brandweerzorg te organiseren.
Dekkingsplan VRMWB 2024-2027, juli 2024| 2
Inhoud Voorwoord .................................................................................................................................. 2 Inleiding ................................................................................................................................................... 4 1.1 Gebiedsgerichte opkomsttijden ........................................................................................... 5 1.2 Dekkingsacht ........................................................................................................................ 7 1.3 Leeswijzer ........................................................................................................................... 11 Processtap 1: Dekking bijstellen ............................................................................................................ 12 2.1 Interne ontwikkelingen....................................................................................................... 13 2.2 Externe ontwikkelingen ...................................................................................................... 15 Processtap 2: Dekking beschrijven ........................................................................................................
18 3.1 Doel .................................................................................................................................... 19 3.2 Data over uitruktijden ........................................................................................................ 19 3.3 Beschrijving onderdelen ..................................................................................................... 19 3.4 Prognose opkomsttijd ......................................................................................................... 20 3.5 Capaciteit ............................................................................................................................ 23 3.6 Paraatheid .......................................................................................................................... 27 Processtap 3: Dekking beoordelen ........................................................................................................ 33 4.1 Doel .................................................................................................................................... 34 4.2 Indeling gebieden in categorieën ....................................................................................... 34 4.3 Beoordeling snelheid tankautospuit ..................................................................................
36 4.4 Beoogd beoordelingskader slagkracht ............................................................................... 41 4.5 Beoordelingskader Grootschalig Brandweeroptreden ....................................................... 42 4.6 Beoogd beoordelingskader Ondersteuningseenheden ...................................................... 42 4.7 Conclusie ............................................................................................................................ 44 Processtap 4: Dekkingsplan vaststellen ................................................................................................. 45 Processtap 5: Uitvoering bijstellen ........................................................................................................ 47 Processtap 6: Dekking uitvoeren ........................................................................................................... 49 Processtap 7: Uitvoering beoordelen .................................................................................................... 51 Bijlagen .................................................................................................................................................. 54 Bijlage 1: Toelichting op de gebruikte data ..............................................................................
55 Bijlage 2: Reactieve personele beschikbaarheid van posten met vrijwillige bezetting ............ 63 Bijlage 3: Gebieden met een hogere opkomsttijd dan de norm .............................................. 64 Bijlage 4: Aandachtsobjecten ................................................................................................... 65
Dekkingsplan VRMWB 2024-2027, juli 2024| 3
Inleiding
1.1 Gebiedsgerichte opkomsttijden Met het nieuwe dekkingsplan 2024-2027 wordt gebiedsgerichte opkomsttijden (GGO) geïntroduceerd in plaats van object gebonden opkomsttijden. Dit vraagt om een toelichting. In het rapport “Ter Plaatse!1” van de Inspectie Justitie en Veiligheid (JenV) werd geconstateerd dat de in de wet genoemde opkomsttijden “slechts marginaal” werden behaald. Dit werd vervolgens meegenomen in het landelijke rapport RemBrand “Brandveiligheid is een coproductie”2. De conclusie van dit rapport was dat brandveiligheid uiteindelijk altijd een ketenresultaat is. Het is belangrijk om binnen alle onderdelen van de veiligheidsketen verbeteringen door te voeren, passend bij de huidige en toekomstige risico’s. De opdracht van de Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio (RCDV) voor de ontwikkeling van een landelijke handreiking was: “voer een systeem in van gebiedsgerichte opkomsttijden, ondersteund door een uniforme methodiek voor dekkingsplannen.” Het doel van deze handreiking is daarmee om te komen tot een landelijk uniforme systematiek waarmee risicogebieden, de bijbehorende opkomsttijden en het maken van een dekkingsplan kunnen worden uitgewerkt.
Het idee achter RemBrand was om meer balans te brengen in de benadering van brandveiligheid, waarbij voor het eerst gekeken werd naar de gehele keten van brandveiligheid en niet alleen naar de opkomsttijden en de voertuigbezetting. Hierbij werd gezocht naar het antwoord op de vraag hoe we op het gebied van brandveiligheid nu echt iets kunnen veranderen.
1
Ter plaatse!, 2012, Inspectie JenV
2
RemBrand “Brandveiligheid is een coproductie”, mei 2015, Brandweer Nederland, Vastgesteld door het Veiligheidsberaad op 12 juni 2015
Dekkingsplan VRMWB 2024-2027, juli 2024 | 5
Figuur 1: de oude en nieuwe normen weergegeven.
Zowel het rapport RemBrand als het rapport Ter plaatse van de Inspectie JenV beschrijven de wens om te komen tot een nieuwe systematiek voor het opstellen van een dekkingsplan. Een methodiek die meer recht doet aan de praktijk. In de oude systematiek bleken de theoretische prognose - en de in de praktijk gerealiseerde opkomsttijden sterk af te wijken. Om te komen tot een echte verandering op het gebied van brandveiligheid is een betrouwbaar beeld van de repressieve prestatie noodzakelijk. Het toepassen van de nieuwe methodiek heeft geleid tot een verbeterd en meer integraal vormgegeven dekkingsplan. Het dekkingsplan is een weergave van de prestatie die door de brandweer wordt geleverd op het gebied van dekking. Deze bestaat uit incidentbestrijding (repressie) en risicobeheersing. De samenhang tussen risicobeheersing en incidentbestrijding wordt binnen de brandweer schematisch weergegeven middels de zogenaamde vlinderdas. In Figuur 2 bevindt de repressieve prestatie zich rechts in deze vlinderdas. Risicobeheersing zijn de maatregelen voordat het incident is begonnen en bevindt zich links voor de brand. Van belang is om zich daarbij te realiseren dat maatregelen aan de kant van risicobeheersing niet één op één kunnen worden uitgeruild tegen de repressieve inzet aan de achterkant.
Dekkingsplan VRMWB 2024-2027, juli 2024 | 6
Figuur 2: Vlinderdas met activiteiten
1.2 Dekkingsacht De systematiek voor GGO maakt gebruik van de zogenaamde dekkings-acht. Deze bestaat uit zeven processtappen die de brandweer afzonderlijk moet doorlopen om een goed afgewogen dekkingsplan op te stellen. De dekkings-acht bestaat uit de volgende stappen: 1) Dekking bijstellen. Inzichtelijk maken of ontstane of voorgenomen wijzigingen in de ruimtelijke ordening, gebruik gebouwen en/of organisatie van invloed zijn op de regionale dekking en zo ja, in welke mate. Deze stap is in deze eerste versie van het dekkingsplan GGO een beschrijving van de huidige situatie. 2) Dekking beschrijven. Beschrijven van de dekking in het verzorgingsgebied en hiermee inzichtelijk maken waar de brandweer repressief toe in staat is onder de gegeven omstandigheden. De beschrijving bevat de factoren snelheid, capaciteit, paraatheid en werkdruk. Niet voor alle genoemde factoren zijn er beoordelingskaders beschikbaar. Ondanks het feit dat er voor een factor geen beoordelingskader bestaat, moet hij wel worden beschreven. Op die manier ontstaat er meer inzicht in de dekking.
Dekkingsplan VRMWB 2024-2027, juli 2024 | 7
3) Dekking beoordelen. Toetsen van de verwachte repressieve dekking op basis van de uitkomsten van stap 2 en deze beoordelen. Dit is nodig om te bepalen of de repressieve mogelijkheden het verzorgingsgebied voldoende afdekken of dat aanpassingen en/of maatregelen nodig zijn. 4) Dekkingsplan vaststellen. Bestuurlijk akkoord verkrijgen op het dekkingsplan. De brandweer legt het plan, al dan niet voorzien van keuzes, ter besluitvorming voor aan het algemeen bestuur, vraagt om het dekkingsplan vast te stellen en daarmee de brandweer opdracht te verlenen tot uitvoering. Deze processtap stelt het bestuur in staat haar verantwoordelijkheid ten opzichte van wet- en regelgeving te nemen. 5) Uitvoering bijstellen. Implementeren van het dekkingsplan. Het dekkingsplan vormt het vertrekpunt voor de uitvoering. De implementatie kan activiteiten omvatten als bijvoorbeeld de aanpassing van het meldkamersysteem, (her)positionering van de voertuigen, aanpassing van de bezetting en de roosters, uitbreiding van personeel en materieel, maatregelen in het kader van risicobeheersing en voorlichting. 6) Dekking uitvoeren. Uitvoeren van de dekking zoals die is vastgelegd in het dekkingsplan. De uitvoering van de dekking gaat feitelijk over alarmeren, uitrukken, ter plaatse komen en hulpverlenen aan mens en dier.
Deze stap focust op de realisatie van de prestatieafspraken tussen de brandweer en haar bestuur inclusief de registratie van de realisatie. 7) Uitvoering beoordelen. Beoordeel de dekkingsprestatie op basis van daadwerkelijk bestreden incidenten. Dit geeft inzicht in de repressieve dekking zoals die is uitgevoerd of gerealiseerd. Daarnaast geeft het een antwoord op de vraag of de oorspronkelijke prestatieafspraken in het dekkingsplan daadwerkelijk recht hebben gedaan aan de realiteit. De beoordeling kan worden gebruikt om van te leren, cyclisch te verbeteren en verantwoording af te leggen. Als het nodig is, stelt de brandweer op basis van de inzichten de uitvoering en/of inrichting van de dekking bij. Door de dekkingsprestatie te monitoren, kan de brandweer bovendien een afwijking van de verwachte prestatie verklaren. Figuur 3: Dekkingsacht
Dekkingsplan VRMWB 2024-2027, juli 2024 | 8
Werkwijze met gebiedsgerichte opkomsttijden In de inleiding heeft u kunnen lezen waarom er wordt overgegaan op een andere methodiek. Hieronder volgt een toelichting op de werkwijze zelf. In de oude werkwijze gelden tijdnormen die gerelateerd zijn aan afzonderlijke objecten/typen van gebouwen. In de nieuwe methodiek wordt gewerkt met tijdnormen per gebied. Daarbij bepaalt het overheersende karakter van type bebouwing in dat gebied de categorisering. Dit wil simpelweg zeggen dat het type bebouwing wat het meest voorkomt de categorie bepaalt. Als referentie voor een gebied is gekozen voor buurten. Deze zijn gelijk aan de indeling van wijken en buurten zoals we die kennen van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Dit vereenvoudigt de vergelijkbaarheid met andere datasets en informatiebronnen. Een gebied kan worden ingedeeld in één van drie te onderscheiden categorieën. Afhankelijk van de samenstelling van een dergelijk gebied volgt een indeling. Als er sprake is van binnenstedelijk gebied met veel objecten met verminderd zelfredzamen, gebouwen van vóór 1900 of portiekflats is er sprake van een categorie 1-gebied. De reguliere woonwijk wordt ingedeeld in categorie 2-gebied. Wanneer dorpen of wijken een laag aantal adressen per km2 heeft of een gebied is dunbevolkt en er is sprake van veel open ruimte dan is er veelal sprake van een categorie 3-gebied.
Per categorie is er een bandbreedte voor de opkomsttijd. Bij categorie 1 dient de brandweer tussen de 4 tot 10 minuten ter plaatse te zijn. Voor categorie 2 is dat tussen de 7 tot 13 minuten en voor categorie 3 tussen de 12 tot 18 minuten. Deze bandbreedte is in 2015 vastgesteld in het rapport RemBrand. Om te kunnen monitoren wordt per categorie gewerkt met een referentiewaarde. Dat is de mediaan van de bandbreedte. Dat gaat dus respectievelijk om 7, 10 en 15 minuten.
Figuur 4: Overzicht opkomsttijden per categorie/gebied
Dekkingsplan VRMWB 2024-2027, juli 2024 | 9
Beoordeling van gebiedsgerichte opkomsttijden De beoordeling van opkomsttijden wordt gedaan aan de hand van een beoordelingskader met daarin de waarden ‘goed’, ‘voldoende’ en ‘onvoldoende’. Aan de beoordeling van een gebied wordt een kleur gegeven. Groen staat voor goed, blauw voor voldoende en rood voor een gebied wat om aanvullende aandacht vraagt. In dit laatste (rode) gebied is de snelheid van onze repressieve prestatie onvoldoende voor de categorie (1, 2 of 3) van het gebied. Hierbij dient te worden vermeld dat de snelheid waarmee we aanwezig zijn en de kwaliteit van de prestatie zelf geen één op één verband met elkaar houden. Meerdere factoren bepalen de kwaliteit van het optreden. De factor snelheid, waarmee de eerste tankautospuit (TS) ter plaatse is, wordt aangevuld met andere factoren die eveneens van invloed zijn. Is het een brandweerauto met 4 of met 6 personen? Hoe snel zijn de volgende brandweerauto’s aanwezig? Wat gebeurt er met de beoordeling in een gebied als er sprake is van grootschalige inzet? Dergelijke vragen worden beschreven in dit dekkingsplan. Om inzichtelijk te maken waar de opkomsttijd hoger is dan het beoordelingskader, is de ‘aandachtspuntenlijst’ opgesteld. De aandachtspuntenlijst bevat buurten (‘aandachtsgebieden’) en objecten (‘aandachtsobjecten’) waar de repressieve brandweerzorg zijn grens heeft bereikt.
Aandachtsobjecten zijn Categorie 1-objecten met een opkomsttijd buiten de bandbreedte, dus een opkomsttijd hoger dan tien minuten. Dit ongeacht welke categorie het gebied heeft waar het object in ligt. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een ziekenhuis of een portiekflat. Het dekkingsplan hangt nadrukkelijk samen met een ketenbrede brandweerzorg en wordt daarmee een breder begrip dan enkel de repressieve brandweerzorg die we veelal kennen vanuit brandweerkazernes en brandweerauto’s. Vanwege de vele factoren en actoren kan een fixatie op de opkomsttijd van de brandweer belemmerend werken bij het maken van brandveiligheidsbeleid, als zou ‘het’ met goede opkomsttijden geregeld zijn. Tegelijkertijd, als het eenmaal brandt, wordt er wel een snelle respons van de brandweer verwacht. Hiervoor blijft een goed inzicht van de snelheid waarmee de brandweer daadwerkelijke aanwezig is cruciaal. De opkomsttijd is één van de essentiële punten, naast vakmanschap, informatie, materieel, blusmiddelen en beschikbaarheid in termen van paraatheid en capaciteit. De opkomsttijd is voorwaardelijk: zonder (tijdige) opkomst hebben de andere aspecten van de incidentbestrijding immers minder betekenis. Daarmee wordt brandveiligheid een coproductie.
Dekkingsplan VRMWB 2024-2027, juli 2024 | 10
1.3 Leeswijzer Het dekkingsplan 2024-2027 voor Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant (VRMWB) is ingedeeld volgens de processtappen in de handreiking voor landelijke uniforme systematiek voor dekkingsplannen, zoals deze in paragraaf 1.2 zijn toegelicht: Hoofdstuk 2 gaat over Dekking bijstellen (Processtap 1) Hoofdstuk 3 gaat over Dekking beschrijven (Processtap 2) Hoofdstuk 4 gaat over Dekking beoordelen (Processtap 3) Hoofdstuk 5 gaat over Dekkingsplan vaststellen (processtap 4) Hoofdstuk 6 gaat over Uitvoering bijstellen (processtap 5) Hoofdstuk 7 gaat over Dekking uitvoeren (processtap 6) Hoofdstuk 8 gaat over Uitvoering beoordelen (Processtap 7)
Dekkingsplan VRMWB 2024-2027, juli 2024 | 11
Processtap 1: Dekking bijstellen
2. Dekking bijstellen (Processtap 1) Dit hoofdstuk beschrijft de bestaande regionale context, die dient als vertrekpunt in het opstellingsproces, en de verschillende interne en externe ontwikkelingen die invloed kunnen hebben op de dekking. Voorbeelden hiervan zijn grote infrastructurele wijzigingen en grootschalige woningbouwprojecten, maar ook maatschappelijke keuzes waarbij verkeersveiligheid zwaarder kan wegen dan de factor snelheid bij de repressieve prestatie. In deze eerste versie van het dekkingsplan is het geen dekking bijstellen, maar wordt de huidige situatie beschreven.
2.1 Interne ontwikkelingen Bij interne ontwikkelingen kijken we of er interne wijzigingen van invloed zijn op de regionale dekkingen zo ja, in welke mate.
Repressieve inrichting Organisatievorm In Midden- en West-Brabant zijn er drie organisatievormen: volledig vrijwillig, volledig beroeps (24-uursdienst) of een combinatievorm. Kazernes met beroepspersoneel: Deze kazernes hebben een 24/7 bezetting. Dit wil echter niet zeggen dat ze daarmee ook altijd beschikbaar zijn. Beroepskazernes zijn georganiseerd in de grotere steden binnen de regio. De reden voor een beroepsbrandweer is een hogere uitrukfrequentie die niet of nauwelijks door vrijwilligers kan worden vervuld. Daarnaast zijn een aantal specialisme geplaatst bij kazernes met beroepspersoneel, dat ook een hogere uitrukfrequentie geeft. Het gevolg van een hoge uitrukfrequentie is de kans op gelijktijdigheid, dat wil zeggen dat terwijl het ene incident plaatsvindt er gelijktijdig een tweede incident in hetzelfde uitrukgebied gebeurt. Hoe meer inzetten een kazerne heeft, hoe groter deze kans is. Dit onderwerp wordt verder uitgewerkt in hoofdstuk 2 bij de thema’s werkdruk en capaciteit. Vrijwilligersposten: In de vrijwillige kazernes wordt gewerkt met het vrije instroomprofiel. Mensen zijn niet verplicht om op te komen bij een incident en hebben naast de brandweerfunctie vaak ook een andere baan. Dit kan, met name overdag, leiden tot een tekort aan personeel. Combinatie: Deze kazernes hebben gedurende kantooruren een beroepsbezetting om de eerste uitruk te verzorgen.
Voor de ondersteuning en buiten kantooruren wordt vanuit deze brandweerpost uitgerukt met vrijwillige medewerkers.
Dekkingsplan VRMWB 2024-2027, juli 2024 | 13
TS-flex / Uitruk op Maat (UoM) Het bestuur van de Veiligheidsregio is bevoegd om af te wijken van het Besluit Veiligheidsregio’s, dat uitgaat van een bezetting van de tankautospuit (TS) van 6 personen, onder de voorwaarde dat de veiligheid van burgers en brandweerpersoneel gelijk blijft. De problematiek van de beschikbaarheid van vrijwilligers is in de afgelopen jaren groter geworden. De beschikbaarheid is zowel overdag als in het weekend en vakantieperiode verminderd. Met Uitruk op Maat (UoM) is het mogelijk om veilig uit te rukken met een TSflex (minimale bezetting van 4 personen), zodat we bij een tekort van twee manschappen toch burgers snel kunnen helpen bij een incident. Sinds begin 2019 worden alle vrijwillige posten geoefend om veilig met een TS-flex een inzet te doen. Ze worden bij een gebouwbrand altijd ondersteund met een tweede voertuig, zodat de slagkracht weer gelijk is aan de TS6. De overige incidenten kan men zelfstandig afhandelen met een TS-flex. Uitgangspunt blijft voldoende vrijwilligers tijdens alle uren van de week voor een bezetting van een TS6. Bij een uitruk van een TS-flex wordt de opkomsttijd bepaald door de aankomst van de tweede TS. Op dat moment is namelijk een volledig team beschikbaar van minimaal 6 personen. In oktober 2022 is door het Veiligheidsberaad het nieuwe “Landelijk kader uitruk op maat bij brand” vastgesteld.
VRMWB werkt conform dit landelijk kader.
Interregionale samenwerking Brandweer MWB werkt met interregionale operationele grenzen, waarbij meldkamers elkaars eenheden direct kunnen alarmeren. Hierdoor ontstaat geen vertraging in opkomsttijden. Afspraken rondom het operationeel optreden met de Veiligheidsregio’s Brabant-Zuidoost, Brabant-Noord, Rotterdam-Rijnmond, Zuid-Holland Zuid, Gelderland-Zuid en Zeeland zijn vastgelegd in convenanten. Door de interregionale inzet van eenheden krijgt de burger de meest snelle hulp die geboden kan worden. De internationale samenwerking is onderdeel van de besprekingen met België. Er zijn op dit moment al enkele plaatselijke afspraken gemaakt. Namelijk: industrieterrein Hazeldonk, Baarle-Hertog en omgeving, redvoertuig Berendrecht voor Ossendrecht/Putte en de A4 bij Woensdrecht. Belgische eenheden kunnen we niet direct alarmeren. Hierbij is het altijd nodig om de meldkamer in Antwerpen te bellen. Op dit moment betekent het helaas wel tijdverlies. De gezamenlijk ambitie is om dit voornamelijk technische probleem op te lossen.
Dynamisch alarmeren Brandweer MWB is medio 2022 overgegaan van statisch naar dynamisch alarmeren. Hierbij wordt op basis van de locatie van een incident een op dat moment dichtstbijzijnde eenheid gealarmeerd. Met dynamisch alarmeren wordt voor ieder object in de regio de snelste TS berekend.
Alarmering vrijwilligers Voor de alarmering van vrijwilligers maakt Brandweer MWB gebruik van een zogenaamd twee-weg pagersysteem. Hierbij geven vrijwilligers bij een alarmering aan of zij opkomen Dekkingsplan VRMWB 2024-2027, juli 2024 | 14
naar de kazerne. Indien er onvoldoende opkomst wordt bevestigd om de eenheid te kunnen bemensen, dan krijgt de meldkamer een signaal. Deze kan dan een opvolgende dichtstbijzijnde eenheid alarmeren. Hiermee is gerealiseerd dat een maximale vertraging van 1.00 minuut optreedt in de opkomst. In uitzonderlijke gevallen dat ook een tweede TS niet kan uitrukken, wordt altijd een beroeps TS gealarmeerd als derde TS.
Visie vrijwilligers De samenleving verandert en dat heeft invloed op het vrijwilligerslandschap. De veranderende arbeidsmarkt, bevolkingssamenstelling en werkgeverschap maken dat vrijwilligheid een actueel thema blijft voor de brandweer. Maar ook op het gebied van regelgeving is duidelijk geworden dat er een fundamenteel onderscheid moet zijn tussen brandweervrijwilligers en beroepsmedewerkers (EU-deeltijdrichtlijn). Het Veiligheidsberaad en minister JenV hebben een stuurgroep ‘toekomstbestendig brandweerstelsel’ ingericht. Deze stuurgroep richt zich op de implementatie van de bouwsteen verplichtend karakter om zo te voldoen aan de EU-deeltijdrichtlijn. Dit heeft direct gevolgen op hoe wij als VRMWB onze vrijwilligers nu en in de toekomst kunnen inzetten. Het implementatieplan wordt verder uitgewerkt als aan de randvoorwaarden is voldaan. De twee belangrijkste randvoorwaarden zijn ten eerste het wegnemen van de juridische belemmeringen ten aanzien van de arbeidstijdenwetgeving en ten tweede het beschikbaar komen van de financiële middelen. Vervolgstappen voor VRMWB zijn afhankelijk van besluitvorming en implementatieperiode.
2.2 Externe ontwikkelingen Brandweer MWB streeft naar een nauwe verbondenheid met de maatschappij die zij dient. De maatschappij verandert en daarmee ook de eventuele hulpvraag van inwoners. In het Regionaal Risicoprofiel van VRMWB wordt elke vier jaar een overzicht gegeven van de regionale geografie en risico’s in de regio. De volgende paragrafen geven een kort overzicht.
Geografie De regio beslaat een oppervlakte van ongeveer 2140 km2 en bestaat uit 24 gemeenten. VRMWB grenst aan de veiligheidsregio's: Gelderland-Zuid, Brabant-Noord, Brabant-Zuidoost, Zeeland, Rotterdam-Rijnmond en Zuid-Holland Zuid. Daarnaast grenst de Veiligheidsregio aan België met drie Hulpverleningszones in de Provincie Antwerpen (Rand, Taxandria, Antwerpen).
Demografie Het verzorgingsgebied van de Veiligheidsregio telt meer dan een miljoen inwoners (1.151.098) in 2023. De helft van deze inwoners woont in de gemeenten Tilburg, Breda, Roosendaal en Bergen op Zoom. Nog eens 18% woont in de gemeente Altena, Oosterhout, Waalwijk en Etten-Leur. De overige 33% woont in de overige 16 gemeenten. Als je de as van de gemeente Tilburg, Breda, Roosendaal en Bergen op Zoom uitbreidt met de tussenliggende gemeente dan woont 70% van de inwoners op deze as.
Dekkingsplan VRMWB 2024-2027, juli 2024 | 15
Volgens de prognose van het CBS zal het aantal inwoners tot 2050 met 5% tot 10 % toenemen. Van het aantal inwoners is nu bijna 22% 65 jaar of ouder. Dit percentage stijgt in 2040 tot 26%.