CConstaterende datRucphen
Koppel je AI →
Document · PDF

10. Veiligheidsregio Definitieve Begrotingswijziging 2024, Begroting 2025 en Dekkingsplan Gebiedsgerichte Opkomsttijden

commissie Economie Ruimtelijke Ordening en Milieu 4 september 2024, gemeente RucphenBij agendapunt: Ingekomen stukken ABM27.744 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Wat we al doen In deze begroting geven we aan wat we in 2025 willen ontwikkelen voor het leveren van een hulpvaardige en slagvaardige organisatie. Naast deze ontwikkelingen zijn er uiteraard ook reguliere werkzaamheden die bijdragen aan deze pijler. Het grootste deel van onze middelen, zowel financiën als capaciteit, zijn te relateren aan deze pijler. De volgende reguliere taken horen hiertoe: • Repressie (paraatheid en incidentbestrijding brandweer) • Crisisbeheersing (paraatheid en incidentenbestrijding multi) • Bevolkingszorg • (Multi) operationele voorbereiding en planvorming • Techniek, Facilitair en Logistiek • Informatiegestuurd werken, onderzoek en analyse • (Multidisciplinair) opleiden trainen en oefenen • Risico- en crisiscommunicatie Binnen bovenstaande taken worden vele activiteiten uitgevoerd en continu verbeterd. Voor onze tankautospuiten kunnen we bijvoorbeeld steeds meer spreken van ‘Smart fire fighting’; ons materieel wordt steeds ‘slimmer’ en uitgerust met sensoren en telemetrie om steeds beter te kunnen begrijpen hoe het brandweeroptreden functioneert. Ook Team Brandonderzoek (TBO) is al enige jaren een waardevolle versterking die bijdraagt aan beter en veiliger brandweeroptreden.

Daarnaast ontwikkelt het droneteam zich door tot een ‘Team Digitale Verkenning’ en bestaan er steeds betere technieken om met betere beelden en meer digitale informatie een betere incidentbestrijding en crisisbeheersing te kunnen uitvoeren. Tot slot leidt het structureler informatie gestuurd werken tot betere data en inzicht in (de ontwikkeling van) typen incidenten, hun geografische spreiding tot en VRMWB | Beleidsbegroting 2025

16

VRMWB | Titel

2

met inzicht in relaties tussen typen incidenten en typen gebouwen of locaties en de rol van bijvoorbeeld gebruikers en de wijze van incidentbestrijding. Dit geldt niet alleen voor het borgen van slagvaardige en hulpvaardige inzet, maar deze informatie draagt ook bij aan een veiligere leefomgeving. Zowel Bevolkingszorg als Crisiscommunicatie werken in 2024 aan de voorbereiding en implementatie van een landelijk ‘uniform kwaliteitsniveau bevolkingszorg’ (UKB). Dit komt voort uit de uitwerking van het onderdeel bevolkingszorg in de evaluatie van de Wet veiligheidsregio’s (Wvr). Voor 2025 staat de implementatie van het UKB op de agenda. Daarnaast ligt de aandacht op de implementatie van de regionale kaders van de Officier van Dienst-Bevolkingszorg (OvD-BZ) en de regierol van het Algemeen Bestuur (AB) op Bevolkingszorg. Naast het UKB gaat het onderdeel crisiscommunicatie zich in 2025 vooral inzetten op de vakbekwaamheid en versterking van de lokale (gemeentelijke) crisiscommunicatie adviseurs. Ontwikkelingen Dynamische en flexibele incidentbestrijding De brandweerzorg wordt steeds complexer. Zo verdicht de gebouwde omgeving, groeien steden (met als effect een groei op brandweerzorg) en hebben verkeersmaatregelen in de bebouwde kom effect voor de hulpverleningsdiensten op de bereikbaarheid van de stad.

Daarnaast ervaren wij dat de beschikbaarheid van vrijwilligers en duurzame inzetbaarheid van beroepsmedewerkers onder druk staat en zijn er ontwikkelingen in het tweede loopbaanbeleid. Om in de toekomst brandweerzorg te blijven bieden van gelijkwaardige kwaliteit, ontwikkelen we nieuwe flexibele brandweerzorgconcepten, implementeren we onder andere gebiedsgerichte opkomsttijden, passen we flexibele arbeidsarrangementen toe, investeren we meer op het voorkomen en beheersen van incidenten en benutten we de capaciteit van redzame burgers beter. Ook optimaliseren we dynamisch alarmeren, waarbij we sturen op de snelst mogelijke brandweereenheid er plaatse; gemeente-, regio- en landsgrenzen zijn daarbij niet meer leidend. We zoeken naar nieuwe vormen en combinaties van arbeidsarrangementen voor flexibele duurzame inzet van onze vrijwilligers en beroepskrachten. We werken hier landelijk samen en vertalen deze ontwikkelingen door in beleid en uitvoeringsplannen. Grote Werken De Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio’s (RCDV) heeft vanaf medio 2023 de belangrijkste landelijke thema’s ondergebracht in een programmatische structuur met de titel ‘Grote Werken’. Deze aanpak kent een looptijd van drie jaar en beoogt het volgende: • • •

Groot Werk 1: Versterk (boven) regionale crisisbeheersing en daaraan gerelateerde Informatievoorziening. Groot Werk 2: Verbeter en vereenvoudig het brandweeronderwijsstelsel, richt een daarop geïnspireerd stelsel voor crisisonderwijs in. Groot Werk 3: Kom tot een toekomstbestendige brandweerzorg. Daartoe wordt uiteraard de verbinding gelegd met de Toekomstverkenning Brandweer uit 2022. Vragen die hierbij beantwoord worden zijn: o Hoe houden we de kwaliteit van lokale en regionale brandweerzorg hoog en in verbinding met veranderende maatschappelijke vraagstukken? o Hoe verbeteren we slagkracht voor gewone en bijzondere vraagstukken?

VRMWB | Beleidsbegroting 2025

17

VRMWB | Titel

2

o o

•

Hoe versterken we onderlinge schakels in de veiligheidsketen? Hoe krijgen we meer grip en inzicht in de vorming en continuïteit van brandweerzorg? o Hoe kunnen we inzetbaarheid en betaalbaarheid garanderen door de jaren heen? o Waar helpt uniformeren en harmoniseren en waar moet ruimte blijven voor lokale afwegingen? Groot Werk 4: Toekomstbestendig werkgeverschap. Goed werkgeverschap, boeien en binden van personeel en inspelen op ‘de medewerker van de toekomst’ vragen expliciet aandacht. Investeren in de mens is een kritische succesfactor. Daarom is een toekomstgerichte ontwikkelopgave noodzakelijk. De al lopende activiteiten en initiatieven dienen meer samenhangend, gericht en geborgd te worden.

Wat willen we bereiken? Aan het einde van deze beleidsperiode in 2027 hebben we nieuwe flexibele brandweerzorgconcepten ontwikkeld, waarmee we onze paraatheid kunnen borgen met behoud van vrijwilligheid en bieden we continu de juiste brandweerzorg. Onze crisisorganisatie is paraat en kan flexibel worden ingezet voor zowel flits- als langdurige crises. Het operationeel centrum Brandweer/Veiligheidsregio geeft een relevant informatiebeeld dat onze mensen in het veld ondersteunt. Concreet betekent dit: 1. Wij leveren 24/7, 365 dagen per jaar brandweerzorg van goede kwaliteit. Met flexibele maatwerkoplossingen (brandweerzorgconcepten en arbeidsarrangementen) blijven we onze brandweerzorg leveren en is onze paraatheid geborgd. 2. Het Operationeel Centrum Brandweer/Veiligheidsregio geeft een relevant en actueel informatiebeeld dat de operatie ondersteunt. 3. Onze crisisorganisatie is flexibel inzetbaar en schaalbaar. We kunnen bij een flitscrisis snel, en in geval van een langdurige crisis voor lange tijd, onze crisisteams voorzien van Leiding & Coördinatie, Informatiemanagement en Risico- en Crisiscommunicatie. 4. Bevolkingszorg & Risico- en Crisiscommunicatie zijn robuust en efficiënt ingericht en kunnen effectief optreden bij zowel flits- als langdurige crises.

Wat gaan we daarvoor doen? In 2025 richten we ons op de volgende resultaten: Beschikbaarheid en paraatheid Eind 2025 hebben we een toolbox met oplossingen gereed om regionaal op beschikbaarheid en paraatheid flexibel te kunnen sturen, met inachtneming van restdekking (achterblijvende eenheden die de paraatheid in een gebied kunnen verzorgen) en gelijktijdigheid (incidenten die gelijktijdig plaatsvinden). Toekomstbestendige brandweerzorg In 2025 zijn de ontwikkelde toekomstscenario’s voor brandweerzorg verder ontwikkeld naar toepasbare brandweerzorgconcepten en (flexibele) arbeidsarrangementen met inachtneming van landelijke afspraken hierover.

VRMWB | Beleidsbegroting 2025

18

VRMWB | Titel

2

Informatiegestuurd werken vanuit de Meldkamer In 2024 maken we een plan van aanpak om meer informatiegestuurd te werken vanuit Operationeel Centrum Brandweer/Veiligheidsregio (OCB/VR). We optimaliseren het proces van decentrale uitgifte (DCU) op de meldkamer. DCU is voornamelijk bedoeld om bij extreme drukte op de meldkamer, zoals bijvoorbeeld bij storm, de meldkamer te ontlasten. We ontwikkelen ook informatiesystemen die beeld, oordeelsvorming en besluitvorming bij incidenten afhandeling verder kunnen optimaliseren. In 2025 hebben we onderdelen van dit meerjarige plan van aanpak geïmplementeerd. Versterking crisisbeheersing Vanaf 2025 gaan we uitvoering geven aan onderdelen van de Landelijke Agenda Crisisbeheersing, waarbij de landelijke samenwerking verder wordt verstevigd. We voeren fase 2 bestedingsplan BDURgelden uit. Kengetallen en prestaties Realisatie

Verwachting of

Verwachting of

2023

streefwaarde

streefwaarde

2024

2025

Repressie Aantal vrijwilligers

1290

1.330

1.334

Aantal beroeps

220

220

220

Opkomstpercentage vrijwilligers bij oefenen

75%

70%

70%

Opkomstpercentage vrijwilligers bij alarm

50%

30%

30%

Gebiedsgerichte opkomsttijden (GGO) Het dekkingsplan met gebiedsgerichte opkomsttijden wordt in juli 2024 vastgesteld. Dan is hiervoor een prestatie indicator ontwikkeld. In de jaarstukken 2024 rapporteren we deze over de tweede helft van 2024. Vakbekwaam worden en blijven

Multidisciplinaire incidenten Aantal grip-situaties

2

*

100%

100%

Afgehandelde incidenten Brandweer 112

6.514

*

*

Afgehandelde meldingen 0900-0904

3.365

*

*

40

40

40

% geëvalueerde grip-2 situaties Operationeel Centrum Brandweer (OCB/VR)

Crisiscommunicatie Inzet crisiswebsite

* Deze cijfers worden niet begroot, maar worden wel weergegeven in de realisatie. Het zijn niet-beïnvloedbare cijfers.

VRMWB | Beleidsbegroting 2025

19

VRMWB | Titel

2

Wat hebben we daarvoor nodig? Financieel overzicht Weergave van de kosten voor Programma Veiligheid: pijler Hulpvaardige en slagvaardige inzet

VRMWB | Beleidsbegroting 2025

20

VRMWB | Titel

2

1.5 Wendbare en duurzame organisatie Inleiding Met een duurzame organisatie doelen wij op zowel de duurzame inzetbaarheid van onze mensen als het bijdragen aan duurzaamheid in de samenleving door een steeds duurzamere bedrijfsvoering. Wendbaarheid vraagt om nieuwe manieren van werken, een informatievoorziening die betrouwbaar is en rijke inzichten biedt en een bedrijfsvoering die wendbaarheid ondersteunt. Zo spelen we snel in op nieuwe situaties en veranderende risico’s. Waar richten we ons de komende jaren op? • We maken het programma ‘Samen Vitaal’ onderdeel van onze identiteit en borgen vitaliteit structureel binnen alle lagen van de organisatie. • Met veilig en gezond werken ondersteunen en faciliteren we onze medewerkers die mentaal en fysiek weerbaar moeten zijn om schokkende gebeurtenissen en veranderingen te verwerken. • Informatiegestuurd werken vraagt veel van onze mensen. We investeren daarom in het digitaal vakmanschap van al onze medewerkers; van brandweermens, centralist tot kantoormedewerker • We geven uitvoering aan de duurzaamheidsstrategie en verkleinen onze CO2-voetafdruk. We dragen hiermee actief bij aan een groene, gezonde, sociale en circulaire gemeenschap. • We werken aan een betrouwbare en wendbare informatievoorziening door het minimaliseren en versimpelen van de complexiteit van de IT-omgeving.

Hierdoor ontstaat een bestendige, samenwerkingsgerichtere én veiligere digitale werkomgeving. • Met de snelle ontwikkelingen op het gebied van informatie en technologie, nemen ook de risico’s toe. Informatieveiligheid is een vereiste om de continuïteit van zowel de organisatie als de samenleving te waarborgen. • Het hebben en aantrekken van professionele en bevlogen medewerkers is belangrijk. We profileren ons daarom sterker als aantrekkelijk werkgever. Wat we doen In deze begroting geven we aan wat we in 2025 willen ontwikkelen om een bijdrage te leveren aan een duurzame en wendbare organisatie. Naast deze ontwikkelingen zijn er uiteraard ook reguliere werkzaamheden die bijdragen aan wendbaarheid en duurzaamheid en waar we een groot deel van onze capaciteit op in zetten. We blijven investeren in het goed uitoefenen van ons werk, richten onze processen efficiënt en doeltreffend in, vertalen en initiëren nieuwe ontwikkelingen en trends en adviseren en ondersteunen de organisatie bij beleidsvoering en uitvoering van taken op het gebied van: personeel en organisatie, financiën planning en control, inkoop, communicatie, informatisering, strategie en ontwikkeling. Ons team informatieveiligheid werkt samen met het NIPV en de andere veiligheidsregio’s aan het versterken van cyberweerbaarheid.

We versterken onze informatieveiligheid op basis van de BIO (Baseline Informatiebeveiliging Overheid), die standaard verplicht is voor overheidsorganisaties. Onderdeel van de BIO is het organiseren van de functies ‘monitoring van cyber- en digitale dreigingen en kwetsbaarheden’ (SOC, Security Operations Centre) en ‘incident response op digitale incidenten’ (CERT, Computer Emergency Response Team). Onderdelen hiervan worden in 2024 geïmplementeerd.

VRMWB | Beleidsbegroting 2025

21

VRMWB | Titel

2

In 2024 ontstaat er ook meer duidelijkheid over wat sectoraal/collectief kan worden uitgevoerd en welke ontwikkeling vanuit de regio zelf dienen te worden ingericht. Met het meerjarenprogramma ‘Samen Vitaal’ richten we ons op alle aspecten van vitaliteit: het fysieke, mentale, sociale en zingevingaspect. Binnen dit programma werken we met bewustwordingstrajecten en interventies. We verschuiven onze aandacht van het voorkomen van ziekte en uitval (zowel fysiek als psychisch) naar het bevorderen van gezondheid en welbevinden. Omstandigheden en randvoorwaarden die dat ondersteunen krijgen aandacht en versterken we. In 2025 geven we uitvoering aan het actieplan Samen Vitaal dat gevormd wordt door de behoeften per doelgroep, waarbij de repressieve dienst en meldkamer prioriteit hebben, evenals het organisatie brede onderwerp mentaal welzijn. Ontwikkelingen Preventie mentaal en fysiek verzuim Vanaf 2025 is het noodzakelijk dat er meer wordt geïnvesteerd in zowel het mentale- als fysieke aspect van het werk van de medewerkers in onze organisatie. Dit is gebaseerd op uitkomsten van onder andere interne RI&E's en landelijke signalen (en discussie) over mentale impact, PTSS en beroepsziekten bij de brandweer of veiligheidsregio.

Dit vraagt om meer aandacht voor preventie en (na)zorg voor ons personeel en vergt verdere investering in aanvullende "check-ups" (mentaal en fysiek) van de PPMO (Periodiek Preventief Medisch Onderzoek). Daarnaast leidt dit ook tot uitbreiding van het programma van eisen bij de nieuwe aanbestedingen van de Arbo-en PPMOdienstverlener (juist in het kader van de rol die beide dienstverleners bij deze thema's hebben). In aanvulling hierop wordt in 2024 een landelijk juridisch kader voorbereid dat de consequenties van PTSS verder uitwerkt en de rol en verplichtingen als werkgever verder omschrijft. Het jaar 2024 wordt gebruikt om de inhoudelijke en financiële consequenties in beeld te brengen voor 2025 en verder. Tweede loopbaanbeleid Sinds 2006 is het Functioneel Leeftijdsontslag (FLO) voor brandweermensen afgeschaft. Vanaf 1 januari 2006 mogen nieuwe medewerkers de bezwarende brandweerfunctie niet langer dan 20 jaar vervullen. Het is een gezamenlijke inspanning van werkgever en werknemer een 2e loopbaan te verwezenlijken die de werknemer na maximaal 20 jaar kan gaan vervullen binnen of buiten de Veiligheidsregio. Doelstelling is dat brandweermensen gezond hun pensioenleeftijd halen en daarna nog een goed kwalitatief leven kunnen leiden. De collega’s die voor 1 januari 2006 in dienst zijn getreden, hebben nog wel recht op FLO.

Voornemen Tweede Kamer voor aanwijzing veiligheidsregio als Vitale infrastructuur De veiligheidsregio’s maken (nog) geen onderdeel uit van de Nederlandse vitale infrastructuur. De inzet van politie, inzet van defensie en communicatie met en tussen hulpdiensten (112 en C2000) maken wel deel uit van deze infrastructuur. Het gaat om processen die essentieel zijn voor de Nederlandse samenleving; processen die kunnen leiden tot uitval of verstoring, tot ernstige maatschappelijke ontwrichting en een bedreiging vormen voor de nationale veiligheid. De COVID-19crisis heeft duidelijk gemaakt, ook voor het ministerie van J&V, dat de veiligheidsregio’s, of onderdelen hiervan, aangemerkt dienen te worden als vitale infrastructuur Het ministerie werkt aan een vitaliteitsbeoordeling van onze processen van crisisbeheersing, informatievoorziening en brandweerzorg. Het is de rol van de veiligheidsregio’s om Nederland op VRMWB | Beleidsbegroting 2025

22

VRMWB | Titel

2

regionaal niveau goed voor te bereiden op rampen en crisis. Om deze rol goed te kunnen vervullen moet de continuïteit van vitale processen binnen de sector gewaarborgd zijn en moeten de veiligheidsregio’s kunnen beschikken over de informatie die nodig is om te zorgen voor adequate voorbereiding van de rampenbestrijding en crisisbeheersing. Er wordt landelijk gewerkt aan een eerste verkenning van de consequenties van deze aanwijzing. Duidelijk is dat dit verder gaat dan alleen informatieveiligheid en ook consequenties heeft voor bijvoorbeeld toegangscontrole en aannamebeleid van nieuwe en wellicht bestaande medewerkers. Zowel de kosten als de wijze van financiering zijn op dit moment nog niet duidelijk. We volgen deze ontwikkelingen nauwlettend en informeren het bestuur zodra meer bekend is over de ingangsdatum en de kosten. Duurzaamheid De duurzame ontwikkelingsdoelen (‘Global Goals’) worden steeds belangrijker om aan bij te dragen. Voor toekomstige generaties is duurzaam leven vanzelfsprekend. Nederland stapt over op duurzame energiebronnen, zoals zonnepanelen, buurtbatterijen en woningen met verwarming op waterstof. We maken onze medewerkers, de samenleving en onze partners hier bewust van door onze kennis actief uit te dragen. We veranderen onze bedrijfsvoering om de komende jaren onze CO2-voetafdruk aanzienlijk te verkleinen.

Toekomstbestendig werkgeverschap Goed werkgeverschap, boeien en binden van personeel en inspelen op ‘de medewerker van de toekomst’ vragen expliciet aandacht. Investeren in de mens is een kritische succesfactor. Daarom is een toekomstgerichte ontwikkelopgave noodzakelijk. Landelijk wordt er een visie op werkgeverschap ontwikkeld met als belangrijkste doel om de mensgerichte opgaven met elkaar te verbinden. De veiligheidsregio neemt in haar aanpak deze landelijke uitgangspunten mee. Slimmer met data Het landelijke Programma Informatievoorziening (IV) 2020-2025 stuurt op informatie voor alle fasen van de crisis (preparatie tot nafase) beter, robuuster, beheersbaarder en efficiënter beschikbaar maken. Dat doen ze door de infrastructuur, de gegevensverzamelingen en de applicaties (op basis van de VeRA, de referentie-architectuur die door de veiligheidsregio’s is vastgesteld) een impuls te geven. Dit draagt bij aan datakwaliteit en standaardisatie van gegevens voor de veiligheidsregio’s waarvoor ook gezamenlijke afspraken nodig zijn. Door samen slimmer gebruik te maken van data verhoogt de kwaliteit, betrouwbaarheid, validiteit, redundantie van de data, van de informatie en van het IT landschap. In 2020-2025 focussen we landelijk op vier strategische thema’s: 1) Informatiegestuurd werken, 2) Continuïteit, 3) Samenwerken in ketens en netwerken, en 4) Grondplaat.

De grondplaat is de robuuste basisvoorziening die gemeenten en veiligheidsregio's gebruiken. De grondplaat bestaat uit zowel de referentie-architectuur (VeRA), de doelarchitectuur met bijbehorende realisatieprincipes (de invulling van de VeRA met techniek en systemen) als de landelijke IV/ICT-voorzieningen. Onderdelen uit de grondplaat worden altijd voor het collectief uitgewerkt. Wat willen we bereiken? Aan het einde van deze beleidsperiode in 2027 spelen we wendbaar in op actuele uitdagingen en nieuwe ontwikkelingen. Onze technische infrastructuur biedt de flexibiliteit en wendbaarheid om meer risicogericht en informatiegestuurd te werken. Onze mensen zijn vitaal, op samenwerking gericht en doen hun werk met trots en plezier. De keuzes die we maken zijn mede gericht op het

VRMWB | Beleidsbegroting 2025

23

VRMWB | Titel

2

realiseren van CO2-reductie en het gebruik van hernieuwbare grondstoffen (circulair inkopen). Concreet betekent dit: 1. Onze mensen werken goed samen, zijn flexibel, zijn gericht op duurzaamheid, en werken informatiegestuurd en risicogericht. 2. We hebben onze mensen goed geïnformeerd, meegenomen in de verandering en toegerust om hun werk goed te kunnen doen. 3. Voor deze ambitie investeren we onder meer in een vitale & duurzame organisatie, een betrouwbare en robuuste informatievoorziening, digitaal vakmanschap, en aantrekkelijk werkgeverschap. Wat gaan we daarvoor doen? In 2025 richten we ons op de volgende resultaten: Onze mensen In 2024 maken we een plan van aanpak voor de doorontwikkeling van onze organisatie gericht op de ‘menskant’ van ons meerjarenbeleid. Daarin staat welke houding, gedrag en capaciteiten onze mensen nodig hebben om onze inhoudelijke ambitie te realiseren. In 2025 hebben we onderdelen van het plan van aanpak uitgevoerd. Fysieke en mentale gezondheid We hebben een plan van aanpak voor het voorkomen en beperken van mentale en fysieke gezondheidsrisico’s en het bieden van handelingsperspectieven. Duurzaamheid We hebben onze duurzame bedrijfsvoering richting 2030 verder geïntensiveerd en bestendigd.

We hebben een plan van aanpak voor implementatie van een duurzame bedrijfsvoering, waarin de focus ligt op zowel inbedding/organisatie van duurzaamheid als op het beïnvloeden van het gedrag van medewerkers, zodat zij bewuster bijdragen aan duurzaamheid (mobiliteit, afval, CO2-reductie). Kengetallen en prestaties

Personeel en organisatie Ziekteverzuim (organisatie) Opleidingen (% realisatie van het budget)1 % van de beroeps brandweermensen die in 2026 uitstromen is gestart met tweede loopbaanbeleid Communicatie Meten reputatie via social media Volgers YouTube brw Volgers Facebook brw Volgers Instagram brw Volgers Facebook vrmwb Volgers LinkedIn vrmwb Volgers Twitter vrmwb

VRMWB | Beleidsbegroting 2025

Realisatie 2023

Verwachting of streefwaarde 2024

Verwachting of streefwaarde 2025

4,5%

4,5%

50%

100%

4,5% 95% 100%

25.650 8.850 5.350 5.600 6.450 16.100

22.000 8.500 4.500 5.700 5.300 16.100

25.500 8.850 5.350 5.600 6.450 16.100

24

VRMWB | Titel

Strategie en ontwikkeling Aantal Woo informatie- en zienswijzeverzoeken

2

21

*

*

Woo-verzoeken afgedaan binnen wettelijke termijn Afgedaan binnen primair beslistermijn Afgedaan binnen primair beslistermijn + wettelijke verdaging

100% 16 5

100%

100%

Aantal raadsvragen % raadsvragen binnen week beantwoord

25 100%

* 100%

* 100%

Inkoop Realiseren inkoop investeringen

80%

80%

80%

Informatisering Aantal hacks (major storing)

0

*

*

10%

40%

50%

Duurzaamheid CO2-reductie ten opzichte van referentiejaar 2022 1 1

Nieuwe indicator in 2025.

* Deze cijfers worden niet begroot, maar worden wel weergegeven als realisatie. Dit zijn niet-beïnvloedbare cijfers

Algemene dekkingsmiddelen In de algemene dekkingsmiddelen zijn de volgende baten opgenomen: • De financieringslasten en baten • De rijksbijdrage BDuR gelden • De algemene gemeentelijke bijdragen De toelichting van bovenstaande onderwerpen zijn respectievelijk te lezen bij de paragrafen 2.2 Financiering voor de rente en 3.1 Totstandkoming financiële kaders voor de BDuR gelden en de gemeentelijke bijdragen. Mutaties op reserves De toelichting op de reserves vindt u in paragraaf 3.2 Financiële positie.

VRMWB | Beleidsbegroting 2025

25

VRMWB | Titel

2

Wat hebben we daarvoor nodig? Weergave van de kosten voor de Overhead, algemene dekkingsmiddelen en mutaties op reserves:

VRMWB | Beleidsbegroting 2025

26

VRMWB | Titel

2

2. Paragrafen In dit hoofdstuk komen de paragrafen aan bod. Het doel van een paragraaf is om voor overstijgende onderwerpen één totaalbeeld te geven. Volgens het BBV zijn de volgende paragrafen verplicht: • • • • • • •

lokale heffingen weerstandsvermogen en risicobeheersing onderhoud kapitaalgoederen en investeringen financiering bedrijfsvoering verbonden partijen grondbeleid

Omdat wij geen lokale heffingen heffen en niet over grondposities beschikken, zijn de paragrafen lokale heffingen en grondbeleid niet opgenomen in deze begroting. Het overzicht investeringen is toegevoegd aan de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen om een eenduidig en volledig beeld te geven over dit onderwerp.

2.1 Bedrijfsvoering Formatie en bezetting In onderstaand overzicht is de begrote formatie 2024 (602,1 fte) opgenomen. De formatie in het overzicht betreft de fte's, onderverdeeld in organisatieonderdelen. De medewerkers in de organisatieonderdelen leveren een bijdrage aan verschillende pijlers. Naast de medewerkers met een aanstelling zijn in 2025 ook medewerkers vanuit andere organisaties werkzaam voor onze organisatie. Dit betreft de medewerkers van de GHOR, die in dienst zijn bij de GGD.

De sector Directie bestaat uit de directie (2 fte), directieondersteuning (2 fte) en de afdelingen Programma's (3 fte) en Concerncontrol (3 fte).

VRMWB | Beleidsbegroting 2025

27

VRMWB | Titel

2

Vrijwilligers Het aantal vrijwilligers is opgenomen in onderstaande tabel. In het dekkings- en spreidingsplan van de brandweer is een formatie van 1.334 vrijwilligers opgenomen. District

Formatie

Bezetting

Baronie

528

498

Markiezaten

432

393

Hart van Brabant

374

374

Totaal

1.334

1.265

Audit en Interne Controle Een goede interne beheersing is een belangrijke randvoorwaarden om betrouwbare cijfers te rapporteren en rechtmatig te handelen. Door middel van interne controles en audits wordt periodiek vastgesteld of interne procedures en afspraken zijn nageleefd en te rapporteren cijfers betrouwbaar zijn. Het gaat hierbij niet alleen om financiële cijfers maar ook om niet financiële cijfers. De afdeling Concerncontrol is onafhankelijk van de lijnorganisatie gepositioneerd en voert audits, evaluaties, (doelmatigheid)onderzoeken en analyses uit om vast te stellen of interne procedures en afspraken nageleefd worden. In 2025 hebben we eveneens permanente aandacht voor de goede opzet van de administratieve organisatie (AO)/interne beheersing (IB) voor de gehele organisatie en ziet de afdeling Concerncontrol toe op de uitvoering van het interne controle plan. Daarnaast bewaakt zij de voortgang van het opvolgen van de aanbevelingen vanuit de interne controle en de managementletter van de accountant. Aandacht voor frauderisico's en beheersing Het voorkomen van onrechtmatig handelen en fraude heeft binnen de organisatie de aandacht. In de processen zijn beheersmaatregelen genomen om frauderisico’s te beperken. In 2025 voeren we wederom de jaarlijkse frauderisico analyse uit.

Deze analyse vormt een inventarisatie van mogelijke fraudes die binnen een organisatie kunnen voorkomen. Deze risico’s zijn niet gebaseerd op verdenkingen of waargenomen fraudes, maar gebaseerd op een analyse van de processen die binnen een organisatie plaatsvinden. Voor de risico’s wordt een inschatting gemaakt van de kans en impact. De uitkomsten van de frauderisico analyse worden aan het managementteam en het Dagelijks Bestuur voorgelegd. Rechtmatigheidsverantwoording De invoering van de rechtmatigheidsverantwoording is op 27 september 2022 door de Eerste Kamer vastgesteld. Met ingang van het verslagjaar 2023 is de verantwoordelijkheid van het Dagelijks Bestuur voor de rechtmatigheid benadrukt doordat het Dagelijks Bestuur voor de eerste keer een verantwoording over rechtmatigheid af moet gaan geven in plaats van de accountant. Deze verantwoording geeft het Dagelijks Bestuur in de vorm van een verklaring af bij de jaarrekening. Tot het boekjaar 2023 gaf de controlerende accountant een oordeel over de rechtmatigheid. De rechtmatigheidsverantwoording gaat over de naleving van de regels die relevant zijn voor de financiële processen van de VRMWB. Bijvoorbeeld naleving van wet- en regelgeving en VRMWB | Beleidsbegroting 2025

28

VRMWB | Titel

2

aanbestedingsregels maar ook over misbruik of oneigenlijk gebruik van overheidsmiddelen of over lasten waarvoor geen dekking is opgenomen in de begroting (begrotingsonrechtmatigheid). De drie relevante criteria voor de rechtmatigheidsbeoordeling die voor de rechtmatigheidsverantwoording van toepassing zijn: 1. het begrotingscriterium; 2. het voorwaardencriterium; 3. misbruik en oneigenlijk (M&O) gebruik van overheidsmiddelen. Deze criteria moeten ondervangen worden door de (verbijzonderde) interne controles, de frauderisico analyse en de analyse begrotingsrechtmatigheid. De afdeling Concerncontrol zorg voor de uitvoering van deze werkzaamheden in samenwerking met de organisatieonderdelen. De onderbouwing van de verantwoording bestaat uit het adequaat inregelen van de interne organisatie en het uitvoeren van interne controles. Deze zijn vastgelegd in het intern controleplan die jaarlijks wordt vastgesteld door het Algemeen Bestuur. Ook worden analyses en voortgezette controles uitgevoerd op onderwerpen die hier aanleiding toe geven. De uitkomsten van deze controles leiden tot een verslag van bevindingen over de vraag of de inrichting van het financiële beheer en van de financiële organisatie een rechtmatige verantwoording mogelijk maken. Vanaf 2023 geeft de accountant een controleverklaring af met alleen een oordeel inzake de getrouwheid van de jaarrekening.

In 2023 is gewerkt aan het herzien en beoordelen van de risico's in de financiële processen. Op basis van de risico's zijn, voor ieder belangrijk financieel proces, de interne controleprogramma's beoordeeld. Dit heeft geresulteerd dat bepaalde interne controles zijn aangevuld en uitgebreid. In 2024 is ingezet op de kwaliteitsverbetering van de tweede lijnscontrole. In 2025 verwachten wij dat de activiteiten, die uitgevoerd dienen te worden om de rechtmatigheidsverantwoording af te geven, ingebed zijn in onze dagelijkse werkzaamheden. Wet Open Overheid Het bestuur heeft vastgesteld dat een Woo-verzoek moet worden ingediend via het webformulier of via een brief aan de postbus van de veiligheidsregio. Daarnaast heeft het bestuur de wettelijke verplicht gestelde Woo-contactfunctionaris aangewezen. Hiermee voldoen we aan de eisen die per 1 mei 2022, zijn getreden. Voor de uitvoering van de Woo is een implementatieplan uitgewerkt en vastgesteld. In 2025 richten wij ons op het verder actief publiceren van documenten zodat wij in 2027 voldoen aan de wettelijke opgave. Voor de verbetering van de informatiehuishouding is een verbeterplan opgesteld. Uitvoering hiervan gebeurt onder toezicht van de archiefinspecteur en het provinciaal toezicht.

Voor 15 juli 2024 gaat een voortgangsrapportage (archiefbeheer, verbeterplan, voortgang en begeleidende brieven) naar het Algemeen Bestuur en Provincie. In 2024 richten wij ons op het implementeren van een document managementsysteemt (DMS) voor bijvoorbeeld het archiveren van digitale documenten. In 2025 zullen wij digitaal archiveren verder borgen in de werkprocessen.

VRMWB | Beleidsbegroting 2025

29

VRMWB | Titel

2

Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer De Wet open overheid (Woo) stelt standaarden verplicht. Die openheid maakt het mogelijk dat iedereen de standaarden kan gebruiken. Daarbij gaat het onder meer om standaarden voor digitale toegankelijkheid die voor onze organisatie betrekking hebben op onze website. De Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmebv) regelt dat burgers en bedrijven hun zaken die ze met de overheid moeten doen, digitaal kunnen afhandelen. Uit een in 2023 uitgevoerde verkenning komt naar voren dat de aanpassingen voor onze organisatie beperkt blijven tot het verbeteren van de digitale toegankelijkheid en de modernisering van de afhandeling van elektronisch bestuurlijk verkeer. Het gaat bij de Wmebv met name om het aanpassen van digitale kanalen zodat aan wettelijke eisen wordt voldaan. Dit wordt opgepakt in 2024 maar ook voor 2025 verwachten wij nog inspanning te leveren voor implementatie van deze wet.

2.2 Financiering De financieringsparagraaf is een onderdeel van de beleidsbegroting en voorgeschreven voor gemeenschappelijke regelingen, zoals de VRMWB. De Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet Fido) stelt regels voor het financieringsgedrag, die binnen de veiligheidsregio zijn vertaald in een treasurystatuut. De vernieuwde BBV-wetgeving stelt nieuwe eisen aan de financieringsparagraaf. Zo is meer inzicht vereist in de rente en is een meerjarenbalans en het EMU-saldo verplicht om op te nemen. De verschillende onderdelen worden hieronder toegelicht en uitgewerkt. Wet Fido In de Wet Fido worden door de overheid specifieke regels gesteld ten aanzien van de structuur van de leningen van de decentrale overheid, om zodoende de gevoeligheid voor rentefluctuaties te beperken. Hiertoe wordt een kasgeldlimiet en een renterisiconorm gehanteerd. De kasgeldlimiet stelt grenzen aan de omvang van de financiering door middel van kort vermogen (looptijd korter dan 1 jaar). Voor gemeenschappelijke regelingen is de kasgeldlimiet vastgesteld op 8,2% van de lasten van de jaarbegroting. Voor de VRMWB betekent dit dat de kasgeldlimiet voor 2025 is gesteld op € 8,5 miljoen (8,2% van € 103,9 miljoen).

De renterisiconorm heeft tot doel om de renterisico’s op de langlopende schulden (langer dan 1 jaar) te beheersen door grenzen te stellen aan de spreiding van looptijden van de leningenportefeuille. Voor de gemeenschappelijke regeling is de renterisiconorm gesteld op 20%, met een minimumbedrag van € 2,5 miljoen. Voor de VRMWB betekent dit dat de renterisiconorm voor 2025 € 20,8 miljoen bedraagt (20% van € 103,9 miljoen). Op basis van de gegevens van de leningenportefeuille (zie bijlage 4.1) kan een overzicht worden samengesteld voor de renterisiconorm. Tabel renterisiconorm (bedragen x € 1.000)

2023

Renteherzieningen (1) Betaalde aflossingen (2)

2024

2025

2026

2027

2028

0

0

0

0

0

0

3880

4932

5239

5875

6130

6860

Renterisico (1 + 2)

3880

4932

5239

5875

6130

6860

Renterisiconorm (20%)

20579

20785

20390

20686

21224

21652

Ruimte renterisiconorm

16699

15853

15152

14810

15094

14792

VRMWB | Beleidsbegroting 2025

30

VRMWB | Titel

2

Rente De BBV-voorschriften vragen om inzicht in de begroting en verantwoording van de totale rentelasten. De daaraan gekoppelde financieringsbehoefte moet inzichtelijk zijn. Daarom zijn in deze paragraaf ook de rentelasten, het renteresultaat, de wijze waarop rente aan investeringen en taakvelden wordt toegerekend en de financieringsbehoefte opgenomen. De rentelasten voor 2025 bedragen op basis van de bestaande leningenportefeuille € 789.339. Deze rentelasten worden toegerekend aan de afschrijvingskosten. Renteschema 2025 (bedragen x 1.000) A

De externe rentelasten over de korte en lange financiering

866

B

De externe rentebaten (idem)

250

-/-

Saldo rentelasten en rentebaten C1

De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend

C2

De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend

C3

616 0

-/-

0

-/-

0

+/+

De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (= projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

0

D1

Rente over eigen vermogen

0

+/+

D2

Rente over voorzieningen

0

+/+

E

0

Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente

0

De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)

616

Renteresultaat op het taakveld Treasury

0

Schatkistbankieren Door een wetswijziging zijn alle lagere overheden vanaf eind 2013 verplicht om hun liquide middelen en beleggingen aan te houden in de schatkist van het Ministerie van Financiën en niet langer bij private instellingen, zoals banken. Voor Veiligheidsregio MWB houdt dit in dat de rekening-courant tegoeden en deposito’s die bij de BNG werden aangehouden, zijn ondergebracht bij het Ministerie van Financiën. Over het saldo bij het Ministerie wordt een rentevergoeding ontvangen. De renteopbrengst over de gelden bij de schatkist zijn als externe rentebaten in de begroting opgenomen. Het reguliere betalingsverkeer is vanaf 2023 ondergebracht bij de BNG. Hier wordt een rekeningcourant aangehouden waarop een beperkt saldo aan liquide middelen mag staan. Als het saldo van de rekeningcourant boven het toegestane maximum uitkomt, dan moet dit worden afgedragen aan het Ministerie van Financiën. Bij een negatief saldo moet dit juist worden aangevuld vanuit het Ministerie van Financiën. Samenstelling vreemd vermogen Per 1 januari 2025 is de verwachte stand van de huidige geldleningen geraamd op € 29,7 miljoen. Naast de aan te trekken leningen in 2025 dienen ook in komende jaren additionele geldleningen aangetrokken te worden. Een overzicht van de samenstelling van de langlopende leningen is

VRMWB | Beleidsbegroting 2025

31

VRMWB | Titel

2

opgenomen in bijlage 4.1, hierbij is rekening gehouden met het aantrekken van een lening 2025 tot en met 2028.

2.3 Weerstandsvermogen en risicobeheersing De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing geeft aan in hoeverre we in staat zijn om financiële risico’s op te vangen, zonder dat de begroting en het beleid aangepast hoeven te worden. Volgens artikel 11 van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) bevat de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing: • • • •

Een inventarisatie van de weerstandscapaciteit; Een inventarisatie van de risico’s; Het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s Een aantal verplichte financiële kengetallen

In de begroting zijn in de paragraaf ‘weerstandsvermogen en risicobeheersing’ de risico’s vermeld in relatie tot de weerstandscapaciteit. Het betreft de risico’s die tot het moment van het aanbieden van de begroting bekend zijn. Om een beeld te kunnen geven van de risico’s die de organisatie loopt, vindt periodiek een risico-inventarisatie plaats. Na afloop van het begrotingsjaar wordt in de jaarrekening, eveneens in de paragraaf weerstandsvermogens risicobeheersing, gerapporteerd over de risico’s in relatie tot de beschikbare weerstandscapaciteit. Benodigde weerstandscapaciteit Hieronder staan de belangrijkste risico’s (per februari 2024, bij het opstellen van de begroting 2025) met hun aandeel in het totaal benodigde weerstandscapaciteit: Risico Risico

Score Kans Gemiddelde Score Kans financiële Gemiddelde impact financiële impact

Vrijwilligheid Vrijwilligheid Informatieveiligheid Informatieveiligheid Continuïteit OIV IT infrastructuur Continuïteit OIV IT infrastructuur Tweede loopbaanbeleid Tweede loopbaanbeleid Omgevingswet Omgevingswet Wet Normalisering Rechtspersoon Ambtenaren Wet Normalisering Rechtspersoon Ambtenaren Verplichtend karakter Verplichtend karakter Stijgende prijsontwikkeling Stijgende prijsontwikkeling Beroepsziekten en stress gerelateerde gezondheidsklachten’ Beroepsziekten en stress gerelateerde gezondheidsklachten’ Safety Village Safety Village Aansprakelijkheid niet verzekerbare risico's Aansprakelijkheid verzekerbare risico's Totaal benodigde niet weerstandscapaciteit Totaal benodigde weerstandscapaciteit

3 33 33 33 33 33 33 33 33 3 ntb 2 ntb 2

75% € 75% € € 75% 75% € 75% 75% € 75% 75% € € 75% 75% € € 75% 75% € € 75% 75% € 75% 75% € 75% 75% € ntb ntb 50% € 50% €

1.750.000 € 1.750.000 € € 900.000 900.000 € PM PM € 800.000 800.000 € € 320.000 320.000 € € 1.250.000 1.250.000 € € 1.500.000 1.500.000 € PM PM 400.000 € 400.000 € PM PM € 400.000 400.000 € € €

Benodigd Benodigd weerstandsweerstandscapaciteit capaciteit 1.312.500 1.312.500 675.000 675.000 PM 600.000PM 600.000 240.000 240.000 937.500 937.500 1.125.000 1.125.000 PM 300.000PM 300.000 PM 200.000PM 200.000 5.390.000 5.390.000

Op basis van de actuele risico’s is de benodigde weerstandscapaciteit bepaald op € 5.390.000,-.

VRMWB | Beleidsbegroting 2025

32

VRMWB | Titel

2

Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit betreft de middelen die de organisatie heeft of ter beschikking kan krijgen om de financiële gevolgen van risico’s op te vangen. Deze middelen bestaan uit de algemene reserve, de bestemmingsreserve en de nog niet ingevulde begrotingsruimte en een post onvoorzien. Veiligheidsregio MWB rekent alleen de bestemmingsreserve Crisis en Calamiteiten tot de weerstandscapaciteit. Deze reserve is vrij aanwendbaar voor optredende risico’s zonder dat dit leidt tot een ernstige verstoring van het geformuleerde beleid. Deze bestemmingsreserve bedraagt € 1.611.576 en vormt een buffer voordat teruggevallen moet worden op de deelnemende gemeenten. De overige reserves worden niet meegerekend tot de beschikbare weerstandscapaciteit. Dit zijn de bestemmingsreserves en hieraan zijn al een bestemming toegekend. Veiligheidsregio MWB kent geen algemene reserve. Het Algemeen Bestuur heeft in maart 2012 besloten om de algemene reserve op te heffen. Het weerstandsvermogen wordt via de volgende berekening in beeld gebracht:

Ratio weerstandsvermogen:

Beschikbare weerstandscapaciteit: € 1.611.576 ------------------------------------------------------------- = 0.30 Benodigde weerstandscapaciteit: € 5.390.000

De beschikbare weerstandscapaciteit is ten opzichte van de begroting 2024 ongewijzigd en bedraagt € 1.611.576. De benodigde weerstandscapaciteit is ten opzichte van de begroting 2024 licht gedaald en bedraagt € 5.390.000. Het weerstandsvermogen (€ 1.611.576/ € 5.390.000) is hierdoor ten opzichte van de begroting 2024 licht gestegen en bedraagt 0,30 (was 0,26). Het weerstandsvermogen geeft aan in hoeverre we in staat is om financiële tegenvallers op te vangen zonder de noodzaak om direct te bezuinigen of het beleid aan te passen. We zijn, met een ratio weerstandsvermogen van 0,30, beperkt in staat om financiële tegenvallers zelf op te vangen. Dit is een logisch gevolg van het besluit van het Algemeen Bestuur (besluit maart 2012) om geen algemene reserve aan te houden. In 2024 hebben we ons beleid en kaders op risicomanagement verder uitgewerkt in een nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen en leggen deze ter vaststelling voor aan het Algemeen Bestuur. In dit beleid hebben we ook kaders en afspraken vastgelegd voor de vorming van een algemene reserve en de voeding ervan. Vooralsnog dienen de deelnemende gemeenten een algemene reserve aan te houden om de risico’s van de Veiligheidsregio op te vangen die onder andere is bestemd voor de risico’s die voortvloeien uit de gemeenschappelijke regeling waarin wordt deelgenomen.

Hiermee zijn in feite de gemeenten een deel van de benodigde weerstandscapaciteit en doen we indien nodig een beroep op de weerstandscapaciteit van de deelnemende gemeenten. Inventarisatie risico’s Omgaan met risico’s vormt een dagelijks onderdeel voor organisaties. Van onvoorspelbare crisissen zoals de oorlog in Oekraïne en de hierdoor stijgende gasprijzen tot veranderende wet- en regelgeving die invloed hebben op de bedrijfsvoering en de uitvoering van het werk.

VRMWB | Beleidsbegroting 2025

33

VRMWB | Titel

2

Zoals alle organisaties hebben wij ook te maken met risico’s bij de uitvoering van onze taak. Een groot aantal risico’s wordt opgevangen of beperkt door (interne) beheersmaatregelen die we inzetten om het effect van bepaalde risico’s te verkleinen. Voor een deel zijn er risico’s die we niet of beperkt kunnen beheersen. Om deze op te vangen zijn diverse verzekeringen afgesloten. In deze paragraaf zijn de belangrijkste risico’s benoemd die zich voor kunnen doen maar die nog onvoldoende concreet en kwantificeerbaar zijn en waarvoor geen verzekeringen zijn afgesloten of voorzieningen zijn gevormd. Bij ieder geïdentificeerd risico hebben we (voor zover mogelijk) maatregelen opgenomen die we nemen om de kans dan wel de impact van de geïdentificeerde risico’s te beperken. Om de impact goed en vanuit een breder perspectief in te schatten, worden de risico’s beoordeeld op meerdere aspecten, zoals continuïteit van de organisatie, bestuurlijke afbreuk, imago organisatie en personele, juridische en financiële implicaties. Het identificeren en vaststellen van de belangrijkste risico’s is een momentopname. In de loop van de tijd kunnen er nieuwe risico’s ontstaan en kunnen risico’s in de toekomst anders ingeschat worden. Hieronder lichten we geïdentificeerde risico’s per februari 2024 nader toe.

Vrijwilligheid Het kost steeds meer moeite om voldoende vrijwilligers te vinden en te blijven binden aan de organisatie. De beschikbaarheid van vrijwilligers en daardoor paraatheid staan onder druk. We hebben structureel 30-50 vacatures bij onze vrijwillige brandweerposten en het werven van nieuwe vrijwilligers wordt steeds problematischer. We hebben een verouderd vrijwilligersbestand (relatief hoge leeftijdsopbouw). Komende jaren moeten we rekening houden met nog meer uitstroom, met meer druk om te werven en op te leiden. De werving en selectie van vrijwilligers heeft continu aandacht. We ontwikkelen programma's voor het vinden, binden en boeien van nieuwe vrijwilligers en betrekken hen via participatieraden bij de ontwikkelingen binnen de Veiligheidsregio. We denken na over kortere opleidingstrajecten en geven landelijk input op de hervorming van het onderwijsstelsel. Daarnaast ontwikkelen we een visie op toekomstbestendige brandweerzorg, waarin we ook rekening houden met scenario’s dat een aantal posten in de toekomst niet voldoende vrijwilligers meer heeft om de benodigde paraatheid te leveren en dreigen daardoor niet levensvatbaar te zijn. Verplichtend karakter Naast dat het moeilijk is om vrijwilligers te binden en boeien aan onze organisatie hebben wij ook de maken met een Europese richtlijn. Deze richtlijn stelt dat gelijke arbeid gelijk beloond moet worden.

In de toekomst is kazerneren en consigneren van vrijwilligers daarom niet meer mogelijk waardoor we ook op onze beroepsposten geconfronteerd worden met een tekort aan medewerkers. Indien veiligheidsregio’s brandweervrijwilligers een parttime aanstelling moeten geven, nemen de kosten van de brandweerzorg enorm toe. Daarnaast is het de vraag of vrijwilligers en hun werkgevers instemmen met een ander dienstverband. In 2022 is, vooruitlopend op de landelijke ontwikkelingen, geconstateerd dat de operationele sterkte van de beroepskazernes niet voldoende is om volgens ons 24-uursrooster uitvoering te geven aan het door gemeenten vastgestelde dekkingsplan van de regio. Als tijdelijke maatregel is in de vergadering VRMWB | Beleidsbegroting 2025

34

VRMWB | Titel

2

van het Algemeen Bestuur van oktober 2022 het besluit genomen om de operationele sterkte van de beroepsbezetting uit te breiden, maar nog wel in te vullen met vrijwilligers. Hiervoor is in 2023, 2024 en 2025 de gemeentelijke bijdrage verhoogd met € 465.000. Aan deze optie kleven een paar nadelen. Op de eerste plaats is de belangrijkste oorzaak van de noodzakelijke ophoging van de formatie een gevolg van de effecten van de Europese regelgeving en het in de toekomst niet meer kunnen kazerneren van vrijwilligers. Dit brengt in de ogen van het Veiligheidsberaad (VB) een stelselverandering met zich mee, waarvoor de minister van Justitie & Veiligheid (J&V) verantwoordelijk is en die ook voor rekening van het ministerie zou moeten komen. Vanuit VRMWB is ook al aangegeven richting de “Denktank Taakdifferentiatie” dat deze kostenstijging voor VRMWB als gevolg van de regelgeving eraan zit te komen. Er is nog geen duidelijkheid of en in hoeverre de minister van J&V budget ter beschikking stelt voor de uitvoering. Indien structureel beroepsformatie moet worden aangetrokken worden de kosten geschat op ca 1,1 miljoen per jaar vanaf 2026. Informatieveiligheid De minister heeft besloten dat alle veiligheidsregio’s binnen afzienbare tijd tot de vitale infrastructuur gaan behoren. Dit betekent dat we aan een hoger volwassenheidsniveau op het gebied van informatieveiligheid moeten voldoen.

Informatieveiligheid wordt beoordeeld aan de hand van de zogeheten volwassenheidsniveaus, 0 is het laagste, 5 is het hoogste. In 2021 is een audit op de BIO (baseline informatiebeveiliging overheid) uitgevoerd (onderdeel landelijke afspraken). In 2024 vindt een herijking van de BIO-norm plaats en geven we een vervolg door middel van een roadmap om compliance met de BIO en groei in volwassenheid verder te realiseren. De impact van ransome ware aanvallen neemt toe. Bij een dergelijke aanval komt gevoelige informatie in verkeerde handen dan wel wordt openbaar gemaakt (o.a. Phising, ransome ware). Bij het lekken van persoonsgegevens kan dit leiden tot een boete van het Autoriteit Persoonsgegevens (AP). Vervreemding van overheidsgelden. (via digitale betalingsmiddelen). Maatregelen tegen ransome ware zijn dan ook van groot belang. De afgelopen jaren zijn de medewerkers getraind in het herkennen en omgaan met informatiebeveiligingsrisico's. Continuïteit Informatie- en Communicatietechnologie (ICT) Tijdens een crisis is het mogelijk dat onze vitale (ICT) infrastructuur niet naar behoren werkt. Dit kan tot gevolg hebben dat de inzet vertraagd wordt en dat bepaalde onderdelen uitvallen.

Er is een aantal beheersmaatregelen genomen om dit risico te mitigeren, zoals een analyse van kwetsbaarheden, het kunnen overdragen van kritische processen naar andere veiligheidsregio’s en het oefenen met scenario’s zoals stroomuitval, cybercrime en ICT-uitval. Naar aanleiding van wereldwijd incident LOG4J, is prioriteit gegeven aan het updaten van de continuïteitsplannen. Het continuïteitsplan voor het openen van gebouwen is in 2023 gereed, deze dient als blauwdruk om in 2024 en 2025 de kritische processen te beschrijven. Tweede loopbaanbeleid Het tweede loopbaanbeleid houdt in dat medewerkers na 20 werkzame jaren in een bezwarende 24uurs functie doorstromen naar een andere functie binnen of buiten de organisatie. De VRMWB heeft hierin de verplichting om medewerkers te ondersteunen en te faciliteren bij het starten van een tweede loopbaan. De ontwikkelingen hebben gevolgen voor medewerkers in de vorm van (financiële) onzekerheden over de toekomst. Voor de organisatie heeft het financiële gevolgen in de vorm van het VRMWB | Beleidsbegroting 2025

35

VRMWB | Titel

2

verstrekken van noodzakelijke studiefaciliteiten, mogelijk overbruggingsregelingen, vervangingskosten personeel, extra opleidingskosten door uitstroom. Wij merken wel dat deze ontwikkeling vanwege onduidelijkheid, onrust veroorzaakt bij de beroepsbrandweer mensen. Zij willen niet in onzekerheid blijven en dus vertrekken goed opgeleide brandweermensen vroegtijdig. Kwantiteit en kwaliteit van brandweermensen is een probleem, zeker in de toekomst. Dit komt onder andere door: in-/door-/uitstroom versus opleidingsduur, ervaringsverdunning, problemen met roosters, nieuwe risico's en taken en het op peil houden van de professionele 24 uurs organisatie. Dit leidt vanwege bijvoorbeeld externe inhuur tot onnodige kostenverhoging. Al langere tijd wordt door de meeste betrokken partijen onderkend dat het 20-jaren beleid niet ideaal is. De Universiteit van Maastricht is daarom in opdracht van de Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s (WVSV) in 2021 een vierjarig onderzoek gestart naar duurzame inzetbaarheid van brandweermedewerkers. Naar verwachting zijn in 2027 de onderzoeksresultaten van de Universiteit van Maastricht bekend en eventuele onderhandelingen over herziening van hoofdstuk 9a CAR (-UWO) hebben dan in het LOAV (Landelijk Overleg Arbeidsvoorwaarden Veiligheidsregio's) plaatsgevonden.

Er worden nu geen onomkeerbare besluiten genomen in afwachting van deze resultaten. De rechten en plichten (onder andere faciliteiten) van het huidige 2e loopbaanbeleid blijven vooralsnog onveranderd van kracht. In de tussentijd mogen medewerkers in een bezwarende functie en 15 dienstjaren wel uitstel aanvragen van de maximale termijn van 20 jaar mits zij voldoen aan de gestelde voorwaarden (LOAV Circulaire 22/7). Om dit risico te beperken wordt conform het uitvoeringskader uitvoering gegeven aan het tweede loopbaanbeleid. Medewerkers zijn bewust gemaakt dat zij zelf aan zet zijn voor het maken en realiseren van hun loopbaanplan. Een deel van deze brandweermensen is al bezig met de uitvoering van zijn/haar loopbaanplan of gaat hiermee starten, een deel gaat in deze periode voldoen aan de startkwalificaties conform voorwaarden. Omgevingswet De Omgevingswet is de basis voor het nieuwe stelsel van regelgeving voor de fysieke leefomgeving. Het stelsel van de Omgevingswet bundelt de regels over ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. De Omgevingswet brengt voor de veiligheidsregio’s een intensieve taakverandering mee op het gebied van risicobeheersing. Er zijn nieuwe kwaliteiten en producten nodig en een andere wijze van advisering van risicobeheersing aan gemeenten. Hiervoor is meer capaciteit nodig, vooralsnog is dit berekend op drie fte extra.

Dit leidt tot een kostenstijging van € 240.000. We verwachten dat gemeenten voor de extra structurele kosten worden gecompenseerd door het Rijk. Wat de precieze inhoudelijke/ personele en financiële effecten zijn, wordt in de loop van 2024 in kaart gebracht middels een onderzoek naar de Risicobeheersing-taken. Het Algemeen Bestuur heeft in haar vergadering van 5 oktober 2023 opdracht gegeven voor dit onderzoek. De effecten van de implementatie van de Omgevingswet zijn dan nog beter zichtbaar. Wet normalisering rechtspersoon ambtenaren (WNRA) Op 1 januari 2020 is de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) in werking getreden. Deze wet regelt dat ambtenaren zoveel mogelijk dezelfde rechten en plichten krijgen als werknemers in de civiele sector. Ambtenaren krijgen een arbeidsovereenkomst in plaats van een aanstelling en de door het bestuur vastgestelde arbeidsvoorwaardenregeling wordt vervangen door een CAO. Voor VRMWB | Beleidsbegroting 2025

36

VRMWB | Titel

2

personeel van veiligheidsregio’s geldt uitstel in verband met de complexe situatie van het werkgeverschap (beroeps-, vrijwillig en ander personeel en 24/7 beschikbaarheid en inzetbaarheid). De inwerkingtreding voor personeel van veiligheidsregio’s vindt op een later, nog niet bekend, tijdstip plaats. Met ingang van april 2021 is de Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s (WVSV) opgericht. De WVSV is op 1 januari 2022 gestart en treedt namens alle veiligheidsregio’s op als vakorganisatie; ook voor wat betreft arbeidsvoorwaarden. De invoering van de Wnra is nog onderwerp van gesprek. Onderzocht wordt of de wet volledig, gedeeltelijk of niet meer wordt ingevoerd. Medio 2024 wordt de keuze voor één van deze scenario’s voorbereid en ter besluitvorming aan het Veiligheidsberaad voorgelegd. Dit besluit wordt vervolgens gedeeld met de minister die een keuze maakt. Dan wordt duidelijk wat de impact voor de veiligheidsregio’s is. De invoering van de Wnra betekent een aanpassing van het arbeidsvoorwaardenpakket en heeft impact op de manier van werkgeverschap en op de arbeidsvoorwaarden. Indien er medio 2024 een besluit wordt genomen, vindt de uitwerking hiervan plaats in 2025 en verder. Er is op dit moment geen goede inschatting te maken van de exacte financiële risico's. De financiële impact is naar verwachting tussen de € 1,0 en € 1,5 miljoen.

Safety Village Door hoger verloop van personeel verwachten we dat de komende jaren meer geïnvesteerd moet worden in werving en selectie en het opleiden van vrijwilligers en beroepsmedewerkers. Dit legt een grotere druk op de ondersteunende diensten maar ook op ons opleidings- en trainingscentrum Safety Village en leidt naar verwachting tot capaciteitsproblemen. Hiervoor wordt nu al (samen met partners) naar oplossingen gezocht. Ook moeten er keuzes gemaakt worden ten aanzien van de toekomst van Safety Village. Daarbij moet gedacht worden aan permanente huisvesting van het (kantoor)personeel van Safety Village, schoon- en veilig werken en uitbreiding van de capaciteiten van het oefencentrum, ook in relatie tot de verleende vergunningen. Zowel de kosten als de wijze van financiering zijn op dit moment nog niet duidelijk. Beroepsziekten en stress gerelateerde gezondheidsklachten Op basis van uitkomsten van onder andere interne RI&E's en landelijke signalen (en discussie) over mentale impact, PTSS en beroepsziekten bij de brandweer of veiligheidsregio is het noodzakelijk dat er meer wordt geïnvesteerd in zowel het mentale- als fysieke aspect van het werk van medewerkers. Dit vraagt om meer aandacht voor preventie en (na)zorg voor ons personeel en vergt verdere investering in aanvullende "check-ups" (mentaal en fysiek) van de PPMO (Periodiek Preventief Medisch Onderzoek).

Daarnaast leidt dit ook tot uitbreiding van het programma van eisen bij de nieuwe aanbestedingen van de Arbo-en PPMO-dienstverlener (juist in het kader van de rol die beide dienstverleners bij deze thema's hebben). In aanvulling hierop wordt een landelijk juridisch kader voorbereid dat de consequenties van PTSS verder uitwerkt en de rol en verplichtingen als werkgever verder omschrijft. De inhoudelijke en financiële consequenties worden nog in beeld gebracht. Aansprakelijkheid bij niet verzekerbare risico's Bij de risicoaansprakelijkheid van niet verzekerbare risico’s gaat het om juridische gevolgrisico’s zoals claims en aansprakelijkstellingen. Dit risico kan zich voordoen waarbij de Veiligheidsregio kosten krijgt die zij niet kunnen verhalen bij de verzekering of anderszins.

VRMWB | Beleidsbegroting 2025

37

VRMWB | Titel

2

Stijgende loon- en prijsontwikkeling (inkopen en bouwmaterialen) Wereldwijd is een duidelijke trend zichtbaar in de prijsontwikkeling van inkopen en (bouw)materialen. Onderhoudscontracten voor materieel worden aanzienlijk verhoogd. Het risico ontstaat dat kosten voor onderhoud en de investeringsprojecten hoger uitkomen. Veel van onze contracten voor onderhoud, diensten en leveringen worden per 1 januari 2024 tussen de 5-10% verhoogd. Hier is niet geheel rekening mee gehouden in de exploitatiebegroting. Vooraf is al duidelijk dat onze reguliere indexatiemethode niet passend is voor de extreme prijs- en loonstijgingen en er financiële tekorten ontstaan. Financiële kengetallen Onderstaande tabel geeft de financiële kengetallen weer die op grond van het BBV verplicht moeten worden opgenomen in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing.

De netto schuldquote geeft het niveau van de schuldenlast aan ten opzichte van de eigen middelen en geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. De netto schuldquote neemt de komende jaren een stukje af. Dit wordt veroorzaakt doordat de vaste schulden meerjarig afnemen, terwijl de exploitatie toeneemt. De netto schuldquote en de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen laat geen verschil zien. Dit komt doordat er geen leningen worden verstrekt. De solvabiliteitsratio geeft inzicht in het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Dit geeft een beeld over in welke mate de veiligheidsregio in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het lage saldo van de solvabiliteit wordt veroorzaakt door het ontbreken van een algemene reserve, waardoor we weinig eigen vermogen hebben. De structurele exploitatieruimte geeft aan of de structurele lasten gedekt worden door structurele baten en of de exploitatie hiermee in evenwicht is. Dit wordt beoordeeld door de structurele lasten, inclusief de structurele toevoegingen aan reserves, af te zetten tegen de structurele baten, inclusief de structurele onttrekkingen aan reserves. Voor de komende jaren zitten we licht boven de 0%, wat een gezond structureel begrotingsevenwicht laat zien.

2.4 Onderhoud kapitaalgoederen In artikel 12 van het BBV staat aangegeven wat de beleidskaders zijn van het onderhoud van de kapitaalgoederen, de hieruit voortvloeiende financiële consequenties en de vertaling van deze consequenties in de begroting. Wij beschikken over een aanzienlijke omvang kapitaalgoederen. Met het onderhoud van de kapitaalgoederen is een substantieel deel van de begroting gemoeid. Deze kapitaalgoederen bestaan uit materieel en voertuigen. VRMWB | Beleidsbegroting 2025

38

VRMWB | Titel

2

Gebouwen Voor alle kazernes zijn afspraken met de gemeenten gemaakt over het onderhoud via demarcatielijsten en meerjarige onderhoudsplannen (MJOP’s). Voor het groot onderhoud is een voorziening ingesteld voor het egaliseren van de in de tijd gespreide onderhoudskosten. Eind 2022 zijn de MJOP’s voor alle kazernes geactualiseerd, waarna de dotatie en de stand van de voorziening is aangepast. Voorziening onderhoud gebouwen (bedragen x € 1.000)

Rekening 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Stand per 01-01 Toevoeging aan voorziening Aanwending voorziening Stand per 31-12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14448073/1