10. Veiligheidsregio Definitieve Begrotingswijziging 2024, Begroting 2025 en Dekkingsplan Gebiedsgerichte Opkomsttijden
Tekst van het document
Infrastructurele en nieuwbouw ontwikkelingen Voor grote woningbouwplannen en nieuwe stedelijke ontwikkelingen is vanuit het Ministerie van ruimtelijke Ordening en gebiedsontwikkeling de “ladder voor duurzame verstedelijking” van toepassing. Doel van de ladder is het optimaal gebruiken van de ruimte in stedelijke gebieden. Toegepast op onze regio betekent dit dat de bouw van nieuwe woningen vooral binnenstedelijk zal zijn in de vorm van inbreidingsplannen. In de steden van Midden- en West-Brabant kan de schaarse ruimte beter benut worden door hoogbouw. Om nieuwe woongebieden te bouwen die ook bereikbaar zijn, bij een toenemende mobiliteit is, wordt vooral langs bestaande infrastructuur (stationsgebieden, rondwegen, ontsluitingswegen) gebouwd. Het beleid voor verstedelijking gaat niet zo zeer uit van nabijheid maar van multimodale bereikbaarheid (knooppunten en vervoersassen). Een vergelijking van de woningbouwplannen voor de komende beleidsperiode met het huidige dekkingsplan zal duidelijk moeten maken in hoeverre toekomstige aanpassingen in de brandweerzorg nodig zijn.
De risico’s in de regio Volgens de Wvr (artikel 15, lid 2) wordt voorgeschreven dat het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio verplicht is om een regionaal risicoprofiel vast te stellen, waarin de maatgevende risico’s voor de Veiligheidsregio worden beschreven. In dit dekkingsplan beperken we ons tot het maatgevende brandrisico, wat de kern van gebiedsgerichte opkomsttijden is. Hiervoor hanteren we een gebouwbrand als uitgangspunt. Het regionale risicoprofiel is gelijktijdig met het beleidsplan in juli 2023 aan het bestuur aangeboden. Doordat GGO uitgaat van een gebouwbrand worden andere risico’s zoals natuurbranden, industrie en infrastructuur niet meegenomen in dit rapport. Deze onderwerpen krijgen natuurlijk wel de aandacht in bijvoorbeeld de gebiedscommissies Natuurbrandbeheersing voor natuurbranden en de afdeling Industriële Veiligheid voor de risicovolle bedrijven.
Verlaging maximumsnelheid bebouwde kom De Tweede Kamer heeft op 27 oktober 2020 ingestemd met een motie van GroenLinks en de SGP om de norm voor de maximumsnelheid in de bebouwde kom te verlagen van 50 naar 30 km/u. Een limiet van 50 kilometer per uur is nog toegestaan op doorgaande wegen als de verkeersveiligheid niet in gevaar is. Zo hopen de partijen het aantal verkeersdoden te doen dalen. Uitzonderingen zijn nog wel mogelijk, bijvoorbeeld op doorgaande wegen of plekken waar dit veilig kan. Naar aanleiding hiervan zijn diverse gemeenten gestart hier invulling aan te geven. Een structurele snelheidsverlaging van 50 naar 30 km/u kan een negatief effect hebben op de opkomsttijd van de hulpdiensten, zeker als deze gepaard gaat met snelheidsbeperkende maatregelen zoals versmalling van de rijbaan en/of het aanleggen van
Dekkingsplan VRMWB 2024-2027, juli 2024 | 16
verkeersdrempels. Een hogere opkomsttijd van de hulpdiensten kan een negatief effect hebben op het (levensreddend) optreden van die hulpdiensten. De werkelijke impact van de verlaging van de snelheid is niet of lastig te geven. Een lagere snelheid op wegen zal betekenen dat hulpdiensten later op de plek van het incident kunnen komen. Voor vrijwillige kazernes geldt hiernaast dat de verlaging dubbel werkt. De vrijwilligers zullen er namelijk ook langer over doen om op de kazerne te komen, waarna de brandweerauto er langer over doet om bij het incident te komen. Dit dekkingsplan is gebaseerd op de huidige infrastructuur.
Dekkingsplan VRMWB 2024-2027, juli 2024 | 17
Processtap 2: Dekking beschrijven
Dekking beschrijven (Processtap 2) 3.1 Doel In processtap 2 beschrijft de Brandweer MWB de verwachte (berekende) dekking in onze regio. Dit doen we door de factoren snelheid, capaciteit, paraatheid en werkdruk voor de basisbrandweereenheid, de TS, te beschrijven. Conform de handreiking wordt het maatgevend scenario gebouwbrand als uitgangspunt genomen. De handreiking schrijft daarbij een aantal verplichte grafische weergaven voor. Bij de beschrijving wordt onderscheid gemaakt tussen dag (8.00-17.00) en avond/nacht/weekend (ANW) situaties. We presenteren in dit hoofdstuk de avond/nacht/weekend situaties. De plaatjes voor dag situatie zijn voor dit hoofdstuk nagenoeg gelijk aan de ANW. In het volgende hoofdstuk wordt bij de waardering wel de dag situatie gegeven.
3.2 Data over uitruktijden Voor het bepalen van de snelste TS bij incidenten (kazernevolgordetabel) maakt de Brandweer MWB standaard gebruik van 4,5 minuut voor vrijwillige posten en 1,5 minuut voor beroepsposten. De tijdsregistratie zoals die gebruikt is in het dekkingsplan, is verkregen door de handelingen die handmatig worden uitgevoerd (statussen). Deze wijze van registreren door menselijk handelen is foutgevoelig. We zijn sinds 2022 begonnen met automatisch statussen waarbij de data verzameld wordt op basis van GPS van de navigatie. Uit onderzoek3 blijkt dat automatisch statussen met deze GPS data ook geen volledig betrouwbare cijfers geven. Een technische aanpassing is noodzakelijk om de data nauwkeurig te maken. In dit dekkingsplan werken we nu nog met de handmatig statustijden. De resultaten kunnen veranderen als de verbeterde data van automatisch statussen in de loop van 2025 verwerkt worden.
3.3 Beschrijving onderdelen De beschrijving bevat de twee verplichte factoren snelheid en capaciteit. Voor de factor snelheid geldt een wettelijk normeringskader (zie box 18 uit project RemBrand) en voor de factor capaciteit een beoogde norm. Daarnaast beschrijven we de factoren paraatheid en werkdruk die (nog) geen norm hebben. Die laatste twee zijn niet verplicht, maar geven wel meer inzicht.
3
Onderzoek uitruktijden, 2023, VRMWB
Dekkingsplan VRMWB 2024-2027, juli 2024 | 19
Figuur 5: beschrijving onderdelen dekkingsplan.
3.4 Prognose opkomsttijd Voor de factoren snelheid en capaciteit is de prognose van de opkomsttijd van belang. Onder de prognose verstaan we in dit verband de verwachte opkomsttijd voor een specifieke locatie. Voor de berekeningen van de prognose opkomsttijd is het computerprogramma Care van SafetyCT gebruikt. Dit is toegespitst op dekkingsplanberekeningen en is ingericht om conform de handreiking de vereiste resultaten en benodigde data op te leveren. De opkomsttijd bij een incident is de tijdsduur tussen de melding van een hulpvraag bij de meldkamer tot het moment waarop een volledige bemande TS op de incidentlocatie arriveert. De opkomsttijd bestaat uit drie tijdselementen: meldkamertijd, uitruktijd en rijtijd. Deze drie tijdselementen bepalen samen de opkomsttijd. Onderstaand figuur illustreert hoe de drie tijdselementen elkaar opvolgen.
Figuur 6: Uitleg alarmeringsproces met meldkamertijd, uitruktijd en rijtijd.
Dekkingsplan VRMWB 2024-2027, juli 2024 | 20
Bijlage 1 geeft de wijze van berekenen van de opkomsttijd en de resultaten van de meldkamertijd en uitruktijd per kazerne.
Snelheid Het berekenen van de snelheid van een basisbrandweereenheid (TS6) is een verplicht onderdeel van het dekkingsplan. Snelheid beschrijft de best geschatte tijd waarmee de 1e TS ter plaatse kan zijn. Het gebied waar een basisbrandweereenheid het snelst kan zijn ten opzichte van andere basisbrandweereenheden wordt het verzorgingsgebied van die eenheid genoemd. Omdat het maatgevend scenario brand als uitgangspunt is genomen, spreken we in dit verband van basisbrandweereenheden. De wet schrijft een TS6 (TS met 6 persoons bezetting) als basisbrandweereenheid voor. Zoals bij de inleiding al aangegeven wordt in het nieuwe dekkingsplan een meer realistisch beeld weergegeven. Dit geldt niet alleen voor de algemene prognose, maar ook voor het gevolg van de invoering van TS-flex. In geval van een uitruk met een TS-flex is de opkomsttijd van de tweede TS bepalend voor de dekking, omdat er dan pas minimaal 6 mensen ter plaatse zijn. Bij de vrijwilligers hebben we, met name tijdens werkdagen en weekenden overdag, problemen om via het principe van vrije instroom een complete TS met 6 mensen te kunnen leveren. Om toch zo snel mogelijk, op een verantwoorde manier, brandweerzorg te bieden kunnen de vrijwilligers met een TS-flex (met een minimale bezetting van 4 mensen) uitrukken. In Figuur 7 worden de prestaties voor de factor snelheid weergegeven in een S-curve.
Deze naam refereert naar de vorm van de curve. Voor de factor snelheid zijn twee modellen weergegeven. Eén waar als eerste een TS6 ter plaatse komt (de linker blauwe S-curve) en de andere S-curve met een TS-flex en dus de opkomsttijd van de 2e TS bepalend is (de rechter rode S-curve). Het is een theoretisch model waarin de daadwerkelijke opkomsttijd meer richting de blauwe lijn ligt. De blauwe lijn (opkomsttijd TS6) laat zien dat bij 85% van de gebouwbranden de TS binnen 10 minuten ter plaatse is. En bij 99% van de gebouwbranden de TS binnen 13 minuten ter plaatse is. De rode curve laat zien dat bij een TS-flex de 2de TS (en daarmee 6 brandweermensen) bij 37% van de gebouwbranden binnen 10 minuten ter plaats is en binnen 80% binnen 13 minuten ter plaatse is. In verband met afronding staat dat binnen 18 minuten 100% van de incidenten wordt bereikt. Dit klopt niet voor de Biesbosch en het zuidelijk gedeelte van Zundert waar we de norm van 18 minuten niet halen. Dekkingsplan VRMWB 2024-2027, juli 2024 | 21