08b Programmaverantwoording 2023
Tekst van het document
700
720
733
789
823
860 780
600 500 400 300 200 100 0 2019
2020
2021 Rucphen
2022
2023
Nederland bron: COELO, Atlas lokale lasten | 2019 -2023
66
Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden euro 1000 900 800 700
708
735
764
773
800
810
867
905
942 852
600 500 400 300 200 100 0 2019
2020
2021 Rucphen
2022
2023
Nederland bron: COELO, Atlas lokale lasten | 2019 - 2023
*Woonlasten: Het gemiddelde totaalbedrag per jaar dat een één- of meerpersoonshuishouden betaalt aan woonlasten (onroerendezaakbelastingen, rioolheffing en afvalstoffenheffing).
Gemiddelde WOZ waarde woningen x € 1.000,00 400
352
350 300
264
250
250
276
271
291
290
315
368
317
200 150 100 50 0 2019
2020
2021 Rucphen
2022
2023
Nederland bron : CBS - WOZ | 2019 -2023
Nieuw gebouwde woningen per 1.000 woningen 30,0
26,5
25,0 20,0 13,6
15,0 10,0
9,0
8,6
9,2
10,4
8,9
8,9
9,3
3,5
5,0 0,0 2018
2019
2020 Rucphen
2021
2022
Nederland bron : BAG/ABF | 2018 - 2022
67
Demografische druk percentage 71,0
70,3
70,1
70,0
69,8
70,0
70,1
70,3
69,1 69,0 68,1 68,0 67,0
67,5 67,0
66,0 65,0 2019
2020
2021 Rucphen
2022
2023
Nederland bron : CBS | 2019 - 2023
*Demografische druk: De som van het aantal personen van 0 tot 20 jaar en 65 jaar of ouder in verhouding tot de personen van 20 tot 65 jaar. Dit cijfer geeft inzicht in de verhouding van het niet-werkende deel van de bevolking tot het werkende deel van de bevolking.
68
Overzicht van de algemene dekkingsmiddelen Inleiding In dit hoofdstuk besteden wij aandacht aan de algemene dekkingsmiddelen. Algemene dekkingsmiddelen zijn inkomsten van een gemeente waarvoor geen bestedingsdoel is bepaald. Deze middelen zijn in principe vrij te besteden: uw raad bepaalt voor welk doel de middelen worden ingezet. Hierbij dienen we natuurlijk rekening te houden met het feit dat gemeenten wettelijk verplicht zijn een aantal taken uit te voeren. Het overzicht van algemene dekkingsmiddelen bevat de volgende onderdelen: • Lokale heffingen; • Algemene uitkeringen en overige uitkeringen gemeentefonds; • Treasury; • Overige baten en lasten (inclusief onvoorzien).
Overzicht algemene dekkingsmiddelen In onderstaande tabel is de opbrengst van de verschillende algemene dekkingsmiddelen verantwoord. Hierna lichten wij de opbrengsten per onderdeel toe.
Lokale heffingen Algemene uitkeringen en overige uitkeringen gemeentefonds Treasury Overige baten en lasten
Lasten Baten Lasten Baten Lasten Baten Lasten Baten
TOTAAL
Prim. Beg. 2023
Begr. na wijz. 2023
Rekening 2023
336.998 -4.139.577
377.698 -4.285.777
377.837 -4.268.980
-46.353.264 368.212 -571.070 1.023.622
-48.685.265 395.982 -542.540 343.725 -10.000
-49.262.355 405.932 -728.281
-49.335.079
-52.406.177
-53.519.347
-43.500
Lokale heffingen Lokale heffingen zijn de opbrengsten uit rechten (retributies) en de eigen belastingen. Onder de algemene dekkingsmiddelen verstaan we alleen de baten uit de eigen belastingen. Dit zijn de onroerende zaakbelastingen, toeristenbelasting en forensenbelasting. Belastingopbrengsten uit rechten, zoals rioolheffing, zijn kostendekkend en daarmee niet vrij besteedbaar. Voor het opleggen en innen van de eigen belastingen betalen we een bijdrage aan de Belastingsamenwerking West-Brabant (BWB). Deze bijdrage zien we terug aan de lastenkant. Een nadere toelichting over de inkomsten en kostendekking vindt u terug in paragraaf 5.1 ‘Lokale heffingen’.
69
Algemene uitkeringen en overige uitkeringen gemeentefonds De algemene uitkering is één van de uitkeringen die gemeenten van het Rijk ontvangen. Dat gebeurt via het Gemeentefonds. Gemeenten kunnen, met inachtneming van wet- en regelgeving, zelf bepalen of zij de uitkering uitgeven aan taken die het Rijk opdraagt of aan eigen beleid. Gemeenten hoeven zich niet te verantwoorden over de besteding van de algemene uitkering richting het Rijk. De verantwoording vindt plaats aan de gemeenteraad. Algemene uitkering 2023 Aan de hand van de decembercirculaire 2023 van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is de uitkering uit het gemeentefonds voor het jaar 2023 berekend op € 41.179.551,10. In onderstaand overzicht is de ontwikkeling van de algemene uitkering op de verschillende rapportagemomenten weergegeven: Algemene uitkering van het gemeentefonds 2023 Raming
Werkelijk
Verschil
Begroting 2023
40.194.712
1e bestuursrapportage 2023
40.281.482
86.770
2e bestuursrapportage 2023
40.851.475
569.993
Financiële slotwijziging 2023
40.842.440
-9.035
Jaarrekening 2023
41.179.551
337.111
(Bedragen excl. afrekening oude jaren, integratie- en decentralisatie-uitkeringen, maar wel incl. taakmutaties).
Het verschil tussen de begroting 2023 en de 1e bestuursrapportage 2023 wordt met name veroorzaakt door actualisatie van maatstaven die gebruikt worden in de berekening van de algemene uitkering. Zie voor verdere toelichting de 1e bestuursrapportage 2023. Het verschil tussen de 1e en 2e bestuursrapportage 2023 van € 569.993,00 positief, wordt veroorzaakt door de effecten van de mei- en septembercirculaire 2023. Het betreft met name de volgende onderdelen binnen het gemeentefonds die een afwijking veroorzaken: • een extra prijsbijstelling over 2022; • de afrekening van het BTW compensatiefonds 2022; • een opwaarts bijgesteld accres als gevolg van een hogeren loon- en prijsontwikkeling. Zie voor verdere toelichting de 2e bestuursrapportage 2023. Na de 2e bestuursrapportage 2023 is de financiële slotwijziging 2023 opgesteld. Het verschil tussen deze twee documenten bedraagt € 9.035,00 negatief, wat veroorzaakt is door een actualisatie van de maatstaf bijstandsontvangers die gebruikt wordt in de berekening van de algemene uitkering. Ten opzichte van de berekening die gemaakt is voor de financiële slotwijziging 2023 is het werkelijke bedrag voor 2023 € 337.111,10 hoger uitgevallen. Dit wordt veroorzaakt door de mutaties uit de decembercirculaire 2023 en door actualisatie van de maatstaf huishoudens met een laag inkomen met drempel.
Algemene uitkering oude jaren In het dienstjaar 2023 hebben er nog verrekeningen plaatsgevonden met betrekking tot de jaren 2021 en 2022 welke per saldo hebben geleid tot een ontvangst van € 48.751,49. Totaal algemene uitkering Het totale bedrag dat in 2023 wordt verantwoord op het taakveld “algemene uitkering” bedraagt € 49.262.354,59. Voor 2023 was een bedrag begroot van € 48.685.265,00, waardoor er per saldo een bedrag van € 577.089,59 meer ontvangen is in 2023. In onderstaande tabel is per onderdeel het geraamde en het werkelijke bedrag opgenomen.
70
Totaal algemene uitkering Omschrijving
Begroot
Werkelijk
Verschil
1
Algemene uitkering uit het gemeentefonds 2023
40.842.440
41.179.551
337.111
2
Alg. uitkering uit het gemeentefonds 2023 oude jaren
19.303
48.751
29.448
3
Integratie-uitkering Sociaal domein
6.411.135
6.411.135
Decentralisatie-uitkeringen: 4
Taal voor ontheemden uit Oekraïne
7.217
7.217
5
Voorschoolse voorziening peuters
33.419
33.419
6
VTH provinciale taken
46.697
46.697
7
Armoedebestrijding kinderen
71.520
71.520
8
Wet goed verhuurderschap
6.832
6.832
9
Maatschappelijke begeleiding
16.590
18.960
32.635
32.635
1.166.049
1.166.049
10 Extra capaciteit BOA's 11 Energietoeslag 2022/2023 12 Veilig wonen
7.062
7.062
13 Wet Kwaliteitsborging Bouwen (Wkb)
14.246
14.246
14 Einde lening inburgeringsplichtig
1.011
2.030
15 Versterking omgevingsveiligheidsdiensten
5.000
5.000
16 Leerlingenvervoer Oekraïne
4.109
4.109
17 Invoeringskosten Omgevingswet
177.608
2.370
1.019
177.608
18 Meerkosten Oekraïne sociaal domein
6.637
6.637
19 Uitvoeringskosten gebiedsgerichte aanpak Totaal
22.896
22.896
49.262.354
577.089
48.685.265
Het verschil van € 577.089,59 wordt met name veroorzaakt door de mutaties uit de decembercirculaire 2023. In onderstaande toelichting wordt per onderdeel een toelichting gegeven. Ontwikkelingen n.a.v. de decembercirculaire 2023 Zoals gebruikelijk bevat de decembercirculaire geen nieuwe accresramingen. In de Startnota heeft het kabinet aangegeven nader te bezien of het wenselijk is om het accres stabieler te maken. Het kabinet heeft daarom besloten om het volumedeel van het accres voor 2022–2025 vast te zetten. Dit betekent dat de accresstanden voor de jaren 2022 tot en met 2025 voor gemeenten slechts nog zullen wijzigen als gevolg van loon- en prijsontwikkelingen. Voor de jaarafsluiting 2023 is het accres 2023, zoals gemeld in de meicirculaire 2023 de definitieve stand. In de decembercirculaire is wel de omvang van de algemene uitkering voor 2023 gewijzigd. Dit wordt veroorzaakt door diverse kleine taakmutaties die zijn toegevoegd. Gemeenten zijn vrij om deze middelen in de begroting op te nemen voor het uitvoeren van de taken waaraan ze volgens de circulaire aan gelabeld zijn of mogen deze middelen vrij besteden. De middelen zijn namelijk niet geoormerkt.
Integratie- en decentralisatie-uitkeringen decembercirculaire 2023 De decembercirculaire bevat een aantal nieuwe of geactualiseerde integratie- en decentralisatie uitkeringen met betrekking tot 2023. Decentralisatie-uitkering maatschappelijke begeleiding Conform artikel 18 van de vigerende Wet inburgering voorziet het college in de maatschappelijke begeleiding van inburgeringsplichtige asielmigranten en hun gezinsleden. Op basis van de decembercirculaire 2023 ontvangt de gemeente Rucphen een aanvulling van € 2.370,00 op het eerder ontvangen bedrag van € 16.590,00. Dit aanvullende bedrag wordt bij de resultaatbestemming 2023 gestort in de reserve maatschappelijke begeleiding.
71
Decentralisatie-uitkering einde lening inburgeringsplicht In het Bestuurlijk Overleg van april 2020 zijn tussen het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en de VNG afspraken gemaakt over het ondersteunen van de zogenaamde Einde Lening Inburgeringsplicht (ELIPs). Dit zijn inburgeraars die hun lening voor de inburgering (vrijwel) volledig hebben uitgeput, maar nog steeds inburgeringsplichtig zijn. De afspraken zijn met ingang van 1 januari 2023 geformaliseerd in regelgeving. In het besluit Inburgering is nu opgenomen dat gemeenten inburgeraars die onder de ELIP definitie gerekend worden, hulp en begeleiding kunnen aanbieden. Gemeenten gaan zelf over de wijze van invulling van de begeleiding. Via een decentralisatie-uitkering worden hiertoe middelen aan gemeenten beschikbaar gesteld voor begeleiding en het in een beperkt aantal gevallen financieel ondersteunen van ELIPs bij het betalen van extra cursusuren of examengelden. Op basis van de decembercirculaire 2023 ontvangt de gemeente Rucphen aan aanvulling van € 1.019,00 op het eerder ontvangen bedrag van € 1.011,00. Dit aanvullende bedrag wordt bij de resultaatbestemming 2023 gestort in de reserve maatschappelijke begeleiding.
Decentralisatie-uitkering invoeringskosten omgevingswet De financiële middelen vanuit het Coalitieakkoord (CA) van het kabinet-Rutte IV worden ingezet voor het bereiken van de doelen van de Omgevingswet. Met het uitkeren van deze € 103 miljoen in 2023 kunnen de ontvangende partijen in hun transitie zorgdragen dat ze aangesloten, geoefend en ingeregeld zijn en voldoen aan de in de Omgevingswet gestelde eisen. Zie hiervoor ook de paragraaf 3.2.2 van de septembercirculaire 2022. Er volgt nog een stelselevaluatie, waarbij de daadwerkelijk gemaakte kosten in kaart worden gebracht. Op de aanvullende post bij het ministerie van Financiën staat nog een reservering van in totaal ruim € 151 miljoen voor gemeenten (€ 71 miljoen in 2024 en € 80 miljoen in 2025) en daarnaast € 1 miljoen in 2024 voor provincies. Zodra deze middelen naar de fondsen worden overgeheveld zodat ze kunnen worden uitgekeerd, zal dit worden opgenomen in een volgende circulaire. De gemeenten ontvangen een uitkering op basis van een vast bedrag (15 procent van het totaal), het aantal inwoners (60 procent) en landoppervlak (25 procent). Het bedrag voor de gemeente Rucphen over 2023 bedraagt € 177.608,00. Dit bedrag wordt bij de resultaatbestemming 2023 gestort in de reserve mutaties decembercirculaire. In de 1e bestuursrapportage 2024 worden deze middelen toegevoegd aan het budget implementatie omgevingswet.
Deze € 177.608,00 heeft wel betrekking op 2023, maar omdat de middelen pas in december worden uitgekeerd aan de gemeenten, kunnen we hier in 2023 verder niets meer mee doen. Door de middelen over te brengen naar 2024, kunnen ze in 2024 ingezet worden. Decentralisatie-uitkering meerkosten Oekraïne sociaal domein De verantwoordelijkheid voor de zorg en ondersteuning vanuit de Wmo 2015 en de Jeugdwet, de uitvoering van het basistakenpakket Jeugdgezondheidszorg, het Rijksvaccinatieprogramma en het prenataal huisbezoek uit de Wet publieke gezondheid, ligt ook voor Oekraïense ontheemden bij gemeenten. Het aantal Oekraïense ontheemden is dusdanig groot in omvang dat dit niet als een onderdeel van gebruikelijke fluctuaties gezien kan worden. Daarnaast leidt de opvang van Oekraïense ontheemden tot clustering bij specifieke gemeenten, namelijk in die gemeenten waar opvanglocaties zijn gerealiseerd. Het kabinet heeft op 25 mei 2022 besloten om gemeenten te compenseren voor de extra kosten die zij ten aanzien van bovengenoemde taken maken. In 2023 zijn de gemiddelde zorgkosten per ontheemde vastgesteld aan de hand van een extern onderzoek onder Nederlandse gemeenten uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de VNG.
De uitkomst van dit onderzoek levert voor 2023 een te verdelen bedrag op van € 20,2 miljoen dat objectief verdeeld is naar rato van het aantal opgevangen ontheemden per gemeente. De gemeente Rucphen ontvangt in 2023 een bedrag van € 6.637,00. Deze middelen worden verwerkt in de jaarrekening 2023 en vallen weg tegen de eventueel gemaakte kosten in 2023. Decentralisatie-uitkering energietoelage Het kabinet heeft als prioriteit om mensen met een laag inkomen te ondersteunen bij het voldoen van de energierekening. Hiervoor zijn in navolging van de decembercirculaire 2022 ook in 2023 middelen aan het gemeentefonds toegevoegd voor het uitkeren van de energietoeslag (€ 1,4 miljard waarvan € 500 miljoen al in 2022). Inmiddels is de noodzakelijke wijziging van de Participatiewet aangenomen door de Tweede en Eerste Kamer en kan de overige € 900 miljoen van de € 1,4 miljard worden uitgekeerd.
72
Voor de gemeente Rucphen betreft het een bedrag van € 1.166.049,00. In de 2e bestuursrapportage 2023 van het Werkplein was hier al rekening mee gehouden en deze middelen zijn in 2023 al overgemaakt richting het Werkplein. Decentralisatie-uitkering uitvoeringskosten gebiedsgerichte aanpak Bij de uitwerking van het Nationaal Programma Landelijk Gebied zijn naast het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit ook medeoverheden betrokken. Gemeenten spelen naast provincies en waterschappen een belangrijke rol bij de totstandkoming van de provinciale gebiedsprogramma’s en dat vraagt extra inzet van personeel. Deze decentralisatie-uitkering is een bijdrage in de gemaakte kosten vanuit gemeenten voor hun bijdrage aan gebiedsprogramma’s in 2023. De bijdrage aan gemeenten bedraagt in totaal € 10 miljoen, uiteenlopend van € 5.251 tot € 80.001 per gemeente. De verdeelsleutel die hiervoor wordt gehanteerd, is in overleg met de VNG tot stand gekomen en is gebaseerd op CBS gegevens: de percentages agrarisch landgebruik en bos en het aantal landbouwbedrijven. Voor de gemeente Rucphen betreft het een bedrag van € 22.896,00. Deze middelen worden verwerkt in de jaarrekening 2023 en vallen weg tegen de gemaakte kosten van de gemeente in 2023.
73
Treasury Saldo van de financieringsfunctie Onder financieringsfunctie verstaan we alle activiteiten die te maken hebben met het verwerven en beheren van financiële middelen. Het saldo van de financieringsfunctie is het saldo van (a) de betaalde rente (kosten) over de aangegane leningen en de aangetrokken middelen in rekening-courant en (b) de ontvangen rente (opbrengsten) over de uitzettingen inclusief de toegerekende rentelasten aan de programma’s. We presenteren het saldo in het volgende overzicht: Saldo financieringsfunctie
Begroot
Werkelijk
Saldo
Rentekosten van langlopende geldleningen
359.636
359.636
0
Rente kasgeldleningen
27.728
27.728
0
Kosten betalingsverkeer en beheer
7.862
10.518
-2.656
756
756
-0
Rente rekening-courant
-
7.295
-7.295
Kosten i.v.m. invordering
-
-
-
395.982
405.932
-9.950
-
190.206
-190.206
Rentetoerekening (boekwaarde aandelen)
(a) totale lasten Rente rekening-courant Rente kasgeldleningen
-
-
-
568
568
0
Rentevergoeding grondbedrijf
52.034
52.034
-0
Ontvangsten i.v.m. invordering
24.000
35.692
-11.692
Toegerekende reële en bespaarde rente
416.798
400.642
16.156
Ontvangen dividend
49.140
49.140
-
(b) totale opbrengsten
542.540
728.281
-185.741
(c) saldo (b - a)
146.558
322.349
-175.791
Rente hypothecaire geldleningen
Rentekosten rekenen we toe aan die taakvelden waar een boekwaarde van een investering voorkomt. In de Financiële Verordening is bepaald dat we dit doen we via een omslagmethode, tenzij speciaal voor een investering een geldlening is aangegaan. Dan belasten we de werkelijke rentekosten door en die rente blijft dan buiten de omslag. Wij kennen alleen geldleningen voor algemene financiering. Hiervoor geldt dus de omslagmethode. De omslagrente is bij de begroting 2023 bepaald op 0,39%. Dit ronden we conform de Financiële Verordening af op 0,50%. De berekening per 31 december 2023 vindt als volgt plaats: Berekening rentepercentage grondbedrijf
31-12-2022
1. De externe rentelasten over de korte en lange financiering
31-12-2023 387.363
2. Langlopende schulden en kasgeldleningen
29.576.134
3. Rentelast over het vreemd vermogen (1 / 2)
1,31%
4. Vreemd vermogen
47.075.980
5. Totaal vermogen
103.859.708
6. Percentage vreemd vermogen (4 / 5)
45,33%
7 Rentepercentage grondbedrijf (6 * 3)
0,59%
Rente berekening voor de boekwaarde
31-12-2022
31-12-2023
1. De externe rentelasten over de korte en lange financiering
387.363
2. De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend
52.034
3. De aan taakvelden toe te rekenen rente (1 - 2)
335.329
4. Boekwaarde exclusief grondbedrijf
80.128.311
5. Rente over de boekwaarde exclusief grondbedrijf (3 /4)
74
0,42%
De verdeling van de reële en bespaarde rente aan de taakvelden is conform onderstaande tabel. Reële en bespaarde rente toegerekend aan taakvelden: Omschrijving
Begroot
0.2 Burgerzaken
Werkelijk 36
36
0.4 Overhead
55.499
55.499
0.5 Treasury
756
756
1.1 Crisisbeheersing en brandweer
2.990
2.990
1.2 Openbare orde en veiligheid
450
450
2.1 Verkeer en vervoer
119.714
119.732
2.5. Openbaar vervoer
754
754
3.1 Economische ontwikkeling
11
11
3.2 Fysieke bedrijfsinfrastructuur
24
24
4.888
4.888
28.442
28.442
4.1 Openbaar basisonderwijs 4.2 Onderwijshuisvesting 4.3 Onderwijsbeleid en leerlingzaken 5.2 Sportaccommodaties 5.5 Cultureel erfgoed 5.7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie 6.1 Samenkracht en burgerparticipatie 6.2 Toegang en eerstelijnsvoorzieningen 7.1 Volksgezondheid 7.2 Riolering 7.3 Afval 7.5 Begraafplaatsen en crematoria 8.2 Grondexploitatie (niet-bedrijventerreinen) 8.3 Wonen en bouwen
2.520
2.520
45.042
45.042
9
9
8.682
8.682
37.004
37.004
37
37
128
128
65.640
65.640
1.114
1.114
143
143
25.024
25.024
1.716
1.716
400.623
400.642
Dividend BNG Bank N.V. Dividend is een winstuitkering van een onderneming aan haar aandeelhouders. Gemeente Rucphen heeft 19.656 aandelen in BNG Bank. Het dividend over 2022 is € 49.140,00; dit is € 2,50 per aandeel.
75
Overige baten en lasten (inclusief onvoorzien) Onder de overige baten en lasten nemen we de onvoorziene uitgaven, stelposten, taakstellingen en de ontvangsten uit dwangsommen op. In de volgende tabel is het verloop te zien, gevolgd door een toelichting. Overige baten en lasten
Omschrijving
Begroting na wijziging
Begroot
Werkelijk
Onvoorziene uitgaven
55.000,00
7.000,00
-
Stelpost inflatie
600.000,00
-
-
Stelpost energiekostenstijging
190.000,00
-
-
Stelpost Ambulantisering in de GGZ Stelpost Rijksvaccinatieprogramma meningokokken
39.721,00
39.721,00
-
4.019,00
4.019,00
-
Stelpost Integratie uitkering Inburgering
61.910,00
109.593,00
-
Stelpost Flankerend beleid energiearmoede Stelpost dienstverl gem. aanpak armoede + schulden
-
46.355,00
-
-
37.084,00
-
Stelpost wet goed verhuurderschap
-
20.832,00
-
Stelpost Toezicht en handhaving gastouderschap
6.000,00
-
-
Stelpost extra kosten brandverzekering
53.206,00
-
-
Stelpost decentr.-uitkering Gezond in de stad
-
71.850,00
-
13.766,00
7.271,00
-
1.023.622,00
10.000,00 353.725,00
43.500,00 43.500,00
Stelpost subsidieprogramma Dwangsommen Totaal
Onvoorziene uitgaven In 2023 is het budget voor onvoorziene uitgaven ingezet voor een bedrag van € 48.000,00. Dit bedrag is ingezet als gedeeltelijk bekostiging van de interim secretaris. In hoofdstuk 6.4. vindt u een nadere toelichting. Stelposten We nemen een stelpost op wanneer de werkelijke uitgaven nog niet exact bepaald kunnen worden. Onze stelposten bevatten beschikbare middelen waarvoor nog geen beleid is vastgesteld, zoals bijvoorbeeld ontvangen decentralisatie-uitkeringen. Uitgaven ten laste van deze posten kunnen pas worden gedaan wanneer uw raad hierover een besluit heeft genomen. Op dat moment worden de middelen met een begrotingswijziging overgebracht naar een ander (uitvoerings-)budget. Stelpost inflatie In de Programmabegroting 2023 is vanaf 2023 een structurele stelpost inflatie opgenomen. Deze stelpost is bedoeld voor het opvangen van kostenstijgingen door indexering. In de 2e bestuursrapportage 2023 is € 270.000,00 ten laste gebracht van deze stelpost met betrekking tot de actualisatie van de budgetten jeugdzorg. De kostenstijgingen binnen de niet vrij-toegankelijk jeugdzorg, mede als gevolg van de OVA-index, passen binnen het doel van de stelpost. In de Financiële slotwijziging 2023 is een bedrag van € 43.006,00 ten laste gebracht van deze stelpost, in verband met de hogere indexering op de inhuur van onze jeugdprofessionals.
Tevens is het restant van de stelpost in de Financiële slotwijziging 2023 vrijgevallen ten gunste van het begrotingssaldo 2023. Stelpost energiekostenstijging Vanaf de Kadernota 2023 is rekening gehouden met een energiekostenstijging van 50%. Hiervoor is in de Kadernota 2023 een structurele stelpost energiekostenstijging opgenomen van € 190.000,00. Door middel van het raadsvoorstel “Financiële doorrekening aanbesteding energiecontract 2023“ (raadsvergadering 8 maart 2023), is deze stelpost volledig ingezet voor het tekort op de energiekostenstijging.
76
Stelpost ambulantisering GGZ Op 5 juni 2019 is op de Algemene Ledenvergadering van de VNG ingestemd met het hoofdlijnenakkoord GGZ. In het hoofdlijnenakkoord GGZ wordt ingezet op ambulantisering van de zorg. Dit leidt tot een groter beroep op zorg en begeleiding in het gemeentelijke domein. Het kabinet stelt financiële middelen beschikbaar voor het realiseren van de ambities uit het hoofdlijnenakkoord. Een bedrag van € 39.721,00 is in 2023 als stelpost opgenomen. Stelpost Rijksvaccinatieprogramma meningokokken Op basis van de septembercirculaire 2021 zijn vanaf 2022 middelen geraamd met betrekking tot het Rijksvaccinatieprogramma meningokokken. Sinds 2019 zijn gemeenten verantwoordelijk voor de uitvoering voor het RVP voor de jeugd tot 18 jaar. Voor 2021 is het pakket uitgebreid met het MenACWY (meningokokkenvaccinatie) voor 14-jarigen. Om hier uitvoering heeft het Rijk geld toegevoegd aan de sinds 2019 overgehevelde middelen voor de uitvoering van het RVP. De middelen zijn toegevoegd aan de algemene uitkering en zijn niet geoormerkt. In de Programmabegroting 2023 is hiervoor een stelpost opgenomen van € 4.019,00. Deze stelpost is in 2023 niet ingezet. Stelpost Integratie-Uitkering (IU) Inburgering De inwerkingtreding van de nieuwe Inburgeringswet is per 1 januari 2022 ingegaan. Vanaf 2021 ontvangen gemeenten een structurele bijdrage in de uitvoeringskosten.
Op basis van de Septembercirculaire 2022 is het bedrag voor Rucphen verhoogd met € 54.197,00 naar € 61.910,00. Deze stijging is het gevolg van een hogere instroom van inburgeraars. Daarnaast is het restantbedrag van € 47.683,00 van deze stelpost uit 2022 overgebracht naar 2023. In totaliteit bedraagt de stelpost in 2023 € 109.593,00. Deze stelpost is in 2023 niet benodigd geweest, dit doordat de kosten hiervoor verwerkt zijn in de begroting van het Werkplein. De middelen van deze stelpost komen ten gunste van het rekeningresultaat 2023. Stelpost Flankerend beleid energiearmoede Het kabinet heeft in totaal incidenteel € 200 miljoen beschikbaar gesteld voor de jaren 2022 tot en met 2024 om een stapeling van sociale en maatschappelijke problemen als gevolg van de hoge inflatie te voorkomen. Van dit bedrag is in 2023 in totaal € 50 miljoen via het gemeentefonds aan gemeenten beschikbaar gesteld voor de verwachte extra inzet die nodig zal zijn op het gebied van vroegsignalering en om gemeenten tegemoet te komen in het verwachte extra beroep op bijzondere bijstand. Voor Rucphen betreft dit een bedrag van € 46.355,00 en dit bedrag is opgenomen als stelpost in onze begroting. Wij stellen u voor bij de resultaatbestemming 2023 deze middelen over te brengen naar 2024.
Stelpost dienstverlening gemeenten aanpak armoede en schulden Voor de Aanpak Geldzorgen, Armoede en Schulden, die in juli 2022 aan de Tweede Kamer is gepresenteerd, heeft het kabinet in 2023 in totaal € 118 miljoen beschikbaar gesteld. Van deze middelen is € 40 miljoen via het gemeentefonds aan gemeenten beschikbaar gesteld als investering in betere dienstverlening door gemeenten op het gebied van armoede en schulden. Gemeenten kunnen deze middelen inzetten om aan de slag te gaan met de prioriteiten van de Aanpak geldzorgen, armoede en schulden, zoals het verdubbelen van het gebruik van de schuldhulpverlening en het tegengaan van kinderarmoede. Voor Rucphen gaat het om een eenmalig bedrag in 2023 van € 37.084,00. Dit bedrag is opgenomen als stelpost. Wij stellen u voor bij de resultaatbestemming 2023 deze middelen over te brengen naar 2024. Stelpost wet goed verhuurderschap In het landelijk Coalitieakkoord is afgesproken dat gemeenten meer mogelijkheden krijgen om malafide verhuurderschap en discriminatie op de huurmarkt gerichter aan te pakken. Deze afspraken zijn uitgevoerd in de vorm van het wetsvoorstel goed Verhuurderschap. De nieuwe wet is in juli 2023 in werking getreden. Deze wet introduceert een landelijke basisnorm voor goed verhuurderschap, in de vorm van algemene regels, waaraan verhuurders en verhuurbemiddelaars zich dienen te houden.
Het Rijk heeft middelen ter beschikking gesteld om gemeenten financieel te ondersteunen bij de implementatie en uitvoering van deze wet. Deze middelen zijn beschikbaar gesteld in de Miljoenennota 2023. De financiering bestaat uit een incidentele bijdrage van € 9,2 miljoen voor de eenmalige kosten die gemeenten maken als gevolg van de invoering van de landelijke regels en het instellen van het meldpunt (voor Rucphen € 6.832,00 in 2023). Daarnaast bestaat de financiering uit een structurele bijdrage van € 12,4 miljoen voor de structurele kosten als gevolg van de handhaving van de landelijke algemene regels en het meldpunt (voor Rucphen € 14.000,00). Beide bedragen, € 6.832,00 + € 14.000,00, zijn opgenomen als stelpost. Deze stelpost is in 2023 niet benodigd geweest en komen in 2023 ten gunste van het rekeningresultaat.
77
Stelpost Toezicht en handhaving gastouderschap Voor het ondersteunen van gemeenten bij hun handhavingstaak in de kinderopvang in het kader van het intensiveren van toezicht en handhaving van de gastouderopvang heeft het ministerie van SZW vanaf 2022 jaarlijks € 6,4 miljoen extra ter beschikking gesteld via de algemene uitkering. Voor Rucphen gaat het om € 6.000,00 per jaar, dit bedrag is opgenomen als stelpost in de begroting. Deze middelen zijn in 2023 ingezet met betrekking tot peuteropvang en voorschoolse educatie. Stelpost brandverzekering In de begroting 2023 is een structurele stelpost opgenomen met betrekking tot “brandverzekering + taxaties gemeentelijke eigendommen”. Deze stelpost is opgenomen omdat de oude brandverzekeringspolis per 31-122022 was opgezegd door de verzekeraars. Dit vanwege een verhardende markt en stijgende premies. Om een nieuwe verzekering te sluiten moest een Europese Aanbestedingsprocedure worden doorlopen. Om onze eigendommen tegen de juiste waarde te verzekeren zijn eind 2022 onze eigendommen opnieuw getaxeerd. Omdat bij de begroting 2023 deze kosten nog niet in beeld waren, is er een schatting gemaakt en op basis daarvan een stelpost opgenomen van € 53.206,00 in 2023 oplopend tot € 56.462,00 in 2026. Door middel van de 2e bestuursrapportage 2023 is de stelpost verdeeld over de betreffende begrotingsposten voor brandverzekering.
In 2023 is gebleken dat niet de volledige stelpost benodigd was, waardoor een bedrag van € 2.774,00 ten gunste is gebracht van het begrotingssaldo 2023. Voor de jaren vanaf 2024 is de volledige stelpost benodigd en is bij de begroting 2024 verdeeld over de betreffende begrotingsposten voor brandverzekering. Stelpost decentralisatie-uitkering Gezond in de stad Gemeenten met kwetsbare wijken krijgen via de decentralisatie-uitkering Gezond in de Stad (GIDS) extra ruimte om de gezondheid te verbeteren van mensen in een lage sociaaleconomische positie. Daarbij kunnen wijkverpleegkundigen en sociale wijkteams een belangrijke rol spelen door op basis van de gezondheidsproblematiek in de wijk meer in te zetten op preventie, vroegsignalering van gezondheidsproblemen en het leggen van verbindingen tussen gemeentelijke voorzieningen en de eerstelijnszorg. Het restantbudget van 2022, € 71.850,00, is overgebracht van 2022 naar 2023. Wij stellen voor dit bedrag over te brengen naar 2024 om o.a. in te zetten als dekking voor de Kringloper kledingbank. Stelpost subsidieprogramma De stelpost subsidieprogramma is bedoeld om mutaties op bestaande subsidies en incidentele subsidies te bekostigen. In de bestuursrapportage zijn de mutaties op de stelpost toegelicht.
Dwangsommen Dwangsommen worden alleen in uitzonderlijke situaties opgelegd en worden om die reden niet als structurele inkomst geraamd. In 2023 is een bedrag van ruim € 125.000,00 aan dwangsommen opgenomen, waarvan € 10.000,00 werkelijk is ontvangen. De invorderingstrajecten van een aantal zaken zijn nog lopende. Om deze reden is een bedrag van € 71.500,00 opgenomen als dubieus.
78
Overzicht van de kosten van overhead In de programma’s nemen we alleen de kosten van het primaire proces op. Dit met het uitgangspunt dat we kosten zoveel mogelijk direct toerekenen aan een taakveld. Overhead is niet direct toe te rekenen aan een specifiek taakveld en wordt daarom centraal begroot en verantwoord. Om vast te stellen welke kosten onder de overhead vallen, is door commissie BBV de volgende definitie opgesteld: “Alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces”. Het is voorgeschreven de kosten van overhead in een apart overzicht op te nemen. Doordat de overhead op een apart taakveld wordt begroot, staan deze niet bij de taakvelden van bijvoorbeeld riolering en afval. Om de tarieven toch juist vast te stellen, rekenen we de overhead afzonderlijk toe. Deze methode is opgenomen in de verordening art. 212 Gemeentewet (de financiële verordening). Ook is voorgeschreven dat in de paragraaf Lokale Heffingen per bestemmingsheffing een tabel wordt opgenomen waarin de berekening van de kostendekkendheid is verwerkt. In onderstaande tabel zijn de kosten van overhead in rubrieken onderverdeeld. Ook geven we per rubriek een verklaring van de verschillen tussen de begroting (na wijziging) en de werkelijke baten en lasten.
Wij verwijzen daarbij in een aantal gevallen naar een inhoudelijke toelichting in de paragraaf Bedrijfsvoering.
Rubriek
Begroot
Salariskosten
Werkelijk
Saldo
5.544.836
5.452.081
92.755
Overige personeelskosten
669.110
641.074
28.036
Kapitaallasten
399.950
399.950
-
Belastingen en verzekeringen
147.875
140.216
7.659
Behandeling Bezwaren en rechtskundig advies
301.070
215.264
85.806
Inkoop
122.824
120.183
2.641
Communicatie
51.903
45.445
6.458
1.277.665
1.233.452
44.213
Archief
121.970
120.059
1.911
Facilitair
559.876
553.073
6.803
Automatisering en telefonie
Catering en overige kosten Totaal overheadkosten
42.404
45.304
-2.900
9.239.483
8.966.101
273.382
319.760
324.090
-4.330
8.919.723
8.642.011
277.712
Doorbelaste salariskosten en overhead Totaal netto overheadkosten
Verschillenverklaring De belangrijkste oorzaak van de daling van de netto overheadkosten zijn de lagere salariskosten, lagere kosten voor bezwaren en rechtskundig advies en lagere kosten voor automatisering. De lagere kosten voor de behandeling bezwaren en rechtskundig advies worden met name veroorzaakt door lagere lasten voor de implementatie van de Woo en voor auditfuncties. Bij automatisering en telefonie zijn minder kosten gemaakt voor onderhoud programmatuur, informatieveiligheid en bewustwording integriteit. Toelichting op de verschillende kostencomponenten Salariskosten Aan het taakveld overhead worden de salariskosten van de ambtelijke organisatie toegerekend in overeenstemming met de verdeling in de begroting 2023.
79
Overige personeelskosten Onder deze rubriek vallen alle kosten die betrekking hebben op personeel, niet zijnde salariskosten. De belangrijkste onderdelen hierin zijn: • werving en selectie; • kosten van arbodienst en arbeidsgeneeskundig onderzoek; • reis- en verblijfkosten; • studies en cursussen; • ondernemingsraad. Kapitaallasten Betreft afschrijving en toegerekende rente op basis van het omslagprincipe over de boekwaarde van gebouwen, inventaris, automatisering, etc. Belasting en verzekeringen Betaalde belastingen en afgedragen premies. Behandeling bezwaren en rechtskundig advies Overheidsorganen zoals gemeenten kunnen beslissingen nemen met rechtsgevolgen voor anderen. De rechtsbescherming is o.a. geregeld in de Algemene Wet Bestuursrecht. Daarnaast kan het zijn dat iemand meent niet correct behandeld te zijn door de gemeente (bestuur of medewerkers) en daarover een klacht wil indienen. Een klacht wordt in eerste instantie door de gemeente zelf behandeld. Als dat niet tot een oplossing leidt kan een klacht worden ingediend bij een onafhankelijke ombudsvoorziening: de Commissie Ombudsman. Inkoop Wij hebben de werkzaamheden van inkoop en aanbesteding voornamelijk uitbesteed aan de dienstverlener Karel.
(voorheen genaamd Stichting Inkoopbureau West-Brabant), een samenwerkingsverband van gemeenten en gemeenschappelijke regelingen op het gebied van inkoop in de regio Zuid-West Nederland. Het Inkoopbureau ondersteunt en adviseert haar deelnemers op het gebied van inkoop en contractmanagement in de ruimste zin van het woord. Bij iedere deelnemer worden een of meerdere medewerkers vanuit het Inkoopbureau gestationeerd. Deze medewerkers zorgen dat het inkoop- en aanbestedingsbeleid actueel is, verzorgen de begeleiding van aanbestedingen en vervullen een helpdeskfunctie op het gebied van inkoop. Ook verzorgt Karel. de coördinatie, de aanbestedingen en het contractmanagement van regionale en gezamenlijke aanbestedingen. Daarnaast biedt Karel. verzorging van het contractmanagement van (complexe) contracten en van het doorlopen van innovatieve aanbestedingen. Communicatie Voor een toelichting op onze doelstellingen met betrekking tot communicatie en de vastgestelde beleidskaders verwijzen wij naar de paragraaf Bedrijfsvoering. De kosten die onder overhead worden verantwoord hebben vooral betrekking op de publicaties in de raadhuiskrant. Automatisering en telefonie Op 16 december 2015 heeft u de ‘Visie op Dienstverlening en Informatievoorziening’ vastgesteld. Aansluitend hebben wij een ‘Programmaplan Dienstverlening en Informatievoorziening 2020-2025’ vastgesteld.
Naar aanleiding van het programmaplan is een ‘Meerjaren Uitvoeringsprogramma Dienstverlening en Informatievoorziening 2016-2020’ opgesteld. Op basis van deze documenten vinden investeringen in zowel hard- als software plaats. Daar vloeien dan kapitaallasten en onderhoudskosten uit voort. Archief Wij zijn deelnemer in de gemeenschappelijke regeling ‘West-Brabants Archief’ (WBA). Facilitair Dit onderdeel omvat alle kosten die te maken hebben met het gebruik van het gemeentehuis zoals schoonhouden, energieverbruik, onderhoud gebouw, inventaris en installaties, en beveiliging. De inkomsten in verband met verhuur zijn op de kosten in mindering gebracht. Ook omvat deze rubriek de kosten van druk- en bindwerk, briefporten en abonnementen op (digitale) vakliteratuur. Catering en overige kosten Deze rubriek bevat de kosten voor het bedrijfsrestaurant, de vergaderkosten, de kosten van de maaltijden voor de avondopenstelling en de kosten voor de koffieautomaten.
80
Bedrag voor de heffing voor de vennootschapsbelasting Gemeenten zijn op grond van de 'Wet modernisering Vpb-plicht overheidsondernemingen' verplicht vennootschapsbelasting (Vpb) te betalen als zij een fiscale onderneming hebben. Deze wet is, mede onder druk van de Europese Commissie, ingevoerd om een gelijk speelveld te maken tussen overheidsondernemingen en private ondernemingen. De belasting heeft voor onze gemeente betrekking op het grondbedrijf en over opbrengsten van het afval (niet de afvalstoffenheffing). Per saldo is in 2023 € 3.372,00 betaald. In 2023 is een voorschot over de aangifte van 2023 betaald. Daarnaast is een eerdere betaling over 2021 teruggedraaid.
81
De Paragrafen Wij hebben, conform BBV, zeven programma overstijgende paragrafen in de begroting opgenomen. De indeling van de jaarstukken is gelijk aan die van de begroting en kent daarom in ieder geval diezelfde paragrafen. In de paragrafen staat informatie voor raadsleden waarmee zij inzicht krijgen in de financiële positie van onze gemeente, de beheersmatige aspecten en de risico’s. Wij gaan in op de volgende onderwerpen: • lokale heffingen • weerstandsvermogen en risicobeheersing • onderhoud van kapitaalgoederen • financiering • bedrijfsvoering • verbonden partijen • grondbeleid
Lokale heffingen Lokale heffingen zijn de opbrengsten uit rechten (retributies) en de eigen belastingen. In deze paragraaf staat informatie over: • de geraamde inkomsten; • de beleids- en begrotingsuitgangspunten; • de kostendekking van de tarieven; • de lokale lastendruk; • het kwijtscheldingsbeleid; • Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking West-Brabant (BWB). Geraamde inkomsten In onderstaand overzicht zijn de inkomsten per belastingsoort opgenomen. Soort
Begroting
Begroting na wijziging
Werkelijk
Algemene dekkingsmiddelen
4.139.577
4.285.777
4.265.463
Onroerende-zaakbelastingen:
3.974.949
4.116.349
4.106.459
eigenarenheffing woningen
2.848.229
2.880.529
2.868.086
eigenarenheffing niet-woningen
679.239
760.039
761.058
gebruikersheffing niet-woningen
447.481
475.781
477.315
meeropbrengst OZB areaaluitbreiding
30.000
-
-
Forensenbelasting
18.770
19.570
18.797
Toeristenbelasting
115.858
149.858
140.206
Leges
872.550
1.023.369
1.146.288
Algemene dienstverlening
174.275
295.581
327.327
Algemene dienstverlening (rijksleges)
71.100
95.500
95.219
Omgevingsvergunningen
619.300
625.788
716.356
Europese dienstenrichtlijn
7.875
6.500
7.386
Overige heffingen
5.280.003
5.143.016
5.053.418
Rioolheffing
2.468.619
2.515.169
2.524.623
Afvalstoffenheffing
2.773.393
2.599.797
2.500.671
Lijkbezorgingsrechten
26.141
20.800
20.988
Marktgelden
11.850
7.250
7.134
82
Verschillenverklaring Onroerendezaakbelastingen (OZB) van woning eigenaren Al eerder, in de 2e bestuursrapportage 2023, is deze inkomstenraming met € 32.300,00 verhoogd. Bij OZB woningen houden we ieder jaar rekening met een verwachte meeropbrengst als gevolg van areaaluitbreiding. Hier is een vast bedrag van € 30.000,00 voor geraamd. De werkelijke OZB opbrengsten voor woning eigenaren zijn € 12.443,00 lager dan de begroting na wijziging. Dit komt door een minder sterke waardeontwikkeling. De WOZ-waarden van woningen tussen de waardepeildatum 1 januari 2021 en 1 januari 2022 zijn gemiddeld met 13,1% gestegen. In de tariefstelling is rekening gehouden met 14,38%. Dit verschil creëert een minderopbrengst. De debiteurenpositie is verbeterd t.o.v. ultimo 2022. Daarom onttrekken we een bedrag van € 8.195,00 uit de voorziening dubieuze debiteuren. Deze mutatie heeft een positief effect op de werkelijke inkomsten. Ook verklaarden we een bedrag van € 1.924,00 als oninbaar, wat een negatief effect heeft op de inkomsten. Onroerendezaakbelastingen (OZB) van niet-woningen De OZB opbrengsten van niet-woningen (eigenaren- en gebruikersheffing) laten een andere ontwikkeling zien. Er is van een sterkere waardestijging dan geraamd. De WOZ-waarden van overige onroerende zaken tussen de waardepeildatum 1 januari 2021 en 1 januari 2022 stegen gemiddeld met 4,8 %.
In de tariefstelling hielden we rekening met gemiddelde van 0,5% voor alle typen niet-woningen. Dit verschil veroorzaakt een meeropbrengst. De opbrengsten voor niet woningen zijn gezamenlijk € 111.653,00 hoger dan begroot. In de 2e bestuursrapportage 2023 is al rekening gehouden met een meeropbrengst van € 109.100,00. De rest van het verschil verklaren we door een onttrekking van € 2.857,00 uit de voorziening dubieuze debiteuren. Deze mutatie heeft een positief effect op de inkomsten. Ook verklaarden we een bedrag van € 3.113,00 als oninbaar, wat een negatief effect heeft op de inkomsten. Forensenbelasting De werkelijke opbrengsten forensenbelasting sluiten (nagenoeg) aan op de geraamde opbrengsten. In de 2e bestuursrapportage 2023 is al rekening gehouden met een meeropbrengst van € 800,00. De werkelijk opbrengst is lager omdat er een bedrag van € 770,29 is gestort in de voorziening dubieuze debiteuren. Toeristenbelasting Eerder, in de 2e bestuursrapportage 2023, rapporteerden we een meeropbrengst van € 34.000,00. De werkelijke opbrengsten toeristenbelasting zijn € 9.652,00 lager dan begroting na wijziging. Het verschil ontstaat door een storting van € 8.234,00 in de voorziening dubieuze debiteuren, wat een negatief effect heeft op de inkomsten. Ook verklaarden we een bedrag van € 2.253,00 als oninbaar.
Leges De werkelijke opbrengsten leges ‘Algemene dienstverlening’ zijn € 150.700,00 hoger dan begroot, waarvan € 121.606,00 tussentijds is bijgesteld. Dit is grotendeels (€ 110.000,00) te verklaren door leges die zijn opgelegd op grond van de telecommunicatiewet, met name voor het glasvezelnet. Daarnaast is er een toename in het aantal verkochte reisdocumenten en rijbewijzen. Omdat reisdocumenten bestaan uit een rijksdeel en een gemeentedeel zijn er ook meer rijksleges ontvangen. Dit heeft geen effect op het rekeningresultaat, omdat deze ontvangsten in zijn geheel worden afgedragen aan het Rijk. Het verschil bij de leges Omgevingsvergunningen verklaren we a.d.h.v. de ontvangsten met betrekking tot anterieure overeenkomsten. Er is € 136.207,00 meer opbrengst gerealiseerd dan begroot. Bij de bouwleges zien we juist een minderopbrengst van € 39.242,00. Per saldo is € 97.056,00 meer leges ontvangen dan begroot. In de leges Europese dienstenrichtlijn is er slechts sprake van een minimaal verschil met de begroting. Rioolheffing In de 2e bestuursrapportage 2023 is de raming verhoogd met € 46.550,00. In werkelijkheid is € 56.004,00 aan meeropbrengst gerealiseerd. De meeropbrengst is een gevolg van areaaluitbreiding bij woningen en sterkere waardeontwikkeling van niet-woningen.
Het resterende verschil verklaren we door een onttrekking uit de voorziening dubieuze debiteuren van € 7.163,00 als gevolg van een verbeterde debiteurenpositie. Tot slot is een bedrag van € 1.124,00 oninbaar verklaard.
83
Afvalstoffenheffing In de 2e bestuursrapportage 2023 is de raming verlaagd met € 63.000,00. De werkelijke opbrengsten afvalstoffenheffing zijn € 99.126,00 lager dan de begroting na wijziging. Het verschil zit in het variabele deel van de afvalstoffenheffing. Voor de ledigingen 2023 nemen we een ‘nog te ontvangen’ bedrag op van € 996.000,00 (87.800 ledigingen rest en 50.100 ledigingen gft) t.o.v. een geraamd bedrag van € 1.150.000,00 (96.000 ledigingen rest en 61.000 ledigingen gft). Minder ledigingen betekent minder inkomsten, maar als hier minder tonnages tegenover staan, ook minder kosten. De volledige kostendekking afvalstoffenheffing volgt verderop in deze paragraaf. De debiteurenpositie is verslechterd t.o.v. ultimo 2022. Daarom storten we een bedrag van € 16.711,00 in de voorziening dubieuze debiteuren. Deze mutatie heeft een negatief effect op de werkelijke inkomsten. Ook verklaarden we een bedrag van € 6.718,00 als oninbaar. Lijkbezorgingsrechten In 2023 is de werkelijke opbrengst lijkbezorgingsrechten € 5.153,00 minder dan begroot, wat grotendeels is bijgesteld in de 2e bestuursrapportage 2023. De opbrengst bestaat voor het grootste gedeelte uit verlengingen van bestaande grafrechten. Dit geldt zowel voor de begraafplaats aan de Kaaistraat in St. Willebrord als aan de Kerstraat in Rucphen.
Marktgelden De werkelijke opbrengsten marktgelden zijn € 4.716,00 minder dan begroot, wat structureel is bijgesteld in de 1e bestuursrapportage 2023. Het verschil verklaren we door een lagere bezetting van de markt. Beleids- en begrotingsuitgangspunten De belangrijkste beleidsuitgangspunten voor de heffing van gemeentelijke belastingen, rechten en leges worden ieder jaar in de paragraaf lokale heffingen van de begroting beschreven. Deze uitgangspunten volgen het Hoofdlijnenakkoord 2022 - 2026 voor deze raadsperiode.
De meest belangrijke uitgangspunten kunnen als volgt worden samengevat: • bezuinigen gaat voor lastenverzwaring; • de opbrengst van de onroerende-zaakbelastingen (OZB) wordt jaarlijks maximaal 2% verhoogd. Het vaststellen van belastingverordeningen en tarieven is een autonome bevoegdheid van de gemeenteraad. In de raadsvergadering van het 14 december 2022 heeft uw raad, voorafgaand aan het nieuwe belastingjaar, de verordeningen voor 2023 vastgesteld. Onroerende-zaakbelastingen (OZB) Op basis van artikel 220 van de Gemeentewet mogen we belastingen op onroerende zaken heffen. Dit doen we om een deel van onze gemeentelijke taken te bekostigen. De onroerende-zaakbelastingen vormen de grootste ‘eigen’ inkomstenbron van onze gemeente. Drie groepen krijgen een aanslag OZB: • • •
eigenaren van woningen; eigenaren van niet-woningen; gebruikers van niet-woningen.
De eigenaar/gebruiker op 1 januari van enig jaar is belastingplichtig voor dat hele jaar. De heffingsgrondslag is de (WOZ)waarde van de onroerende zaak, die met een WOZ-beschikking is vastgesteld. Voor het belastingjaar 2023 gold de waardepeildatum 1 januari 2022. Bij de vaststelling van de OZB-opbrengst is, conform het coalitieakkoord, vastgehouden aan de afgesproken maximale stijging van 2%. Daarnaast is rekening gehouden met extra opbrengst als gevolg van areaaluitbreiding. De vastgestelde OZB-opbrengst in combinatie met de totale WOZ-waarde bepaalt het definitieve tarief. Hierbij gaan we uit van de totale WOZ-waarde van alle woningen en niet-woningen. Deze waarde is berekend exclusief areaaluitbreiding en waardeverlaging als gevolg van bezwaar- en beroepschriften. Wel houden we rekening met de verwachte waardeontwikkeling.
84
Forensenbelasting We heffen forensenbelasting om mensen die relatief veel in onze gemeente verblijven, maar geen ingezetene zijn van onze gemeente, mee te laten betalen aan voorzieningen in onze gemeente. Het doel is niet om kosten voor deze voorzieningen één op één te verhalen, maar juist om een bijdrage te vragen aan het algemene voorzieningenniveau. De heffingsgrondslag is de WOZ-waarde van de woning waarin het verblijf plaatsvindt. Conform de uitgangspunten verhoogden we de opbrengst forensenbelasting met hetzelfde percentage als de OZB (2%). Toeristenbelasting Toeristenbelasting is verschuldigd over zakelijke of privé overnachtingen van mensen buiten de gemeente die hiervoor een vergoeding betalen. Degene die overnacht, betaalt de belasting vrijwel altijd aan de ondernemer die de overnachting verzorgt. Deze ondernemer draagt de belasting daarna af aan de gemeente. Deze belasting kent zowel een tarief voor volwassenen als voor jeugdige personen tot en met de leeftijd van 18 jaar. Bij de wijziging van de tarieven van de toeristenbelasting is rekening gehouden met het amendement dat in december 2014 door uw raad is aangenomen. De tarieven worden pas verhoogd als de meerjarige indexering gekoppeld aan de OZB-opbrengstverhoging (2%) leidt tot een verhoging van de tarieven met een tot op € 0,05 nauwkeurig af te ronden tarief.
In 2023 bleef het tarief voor volwassenen € 1,05 en steeg het tarief voor personen jonger dan 18 jaar naar € 0,80. Kostendekking van de tarieven Naast de hiervoor genoemde belastingen beschrijven we in dit onderdeel ook de heffingen en rechten die hoogstens kostendekkend mogen zijn. We maken inzichtelijk hoe we bij de berekening van de tarieven borgen dat de geraamde baten de geraamde lasten niet overschrijden, wat de beleidsuitgangspunten zijn en hoe deze uitgangspunten zijn gebruikt bij de tariefstelling. Rioolheffing De rioolheffing hangt samen met de wettelijke zorgplicht voor drie beleidsvelden op het gebied van water. Doel van de rioolheffing is om geld vrij te maken voor onder meer de afvoer van afvalwater, de afvoer van regenwater (ook wel hemelwater genoemd) en het beheer van het grondwaterpeil. De inkomsten uit rioolheffing zijn alleen beschikbaar voor uitgaven gerelateerd aan de beschreven zorgtaken. Het heffen van rioolheffing om andere gemeentetaken te financieren is niet toegestaan. De tariefontwikkeling van de rioolheffing is afhankelijk van de kostenonderbouwing zoals opgenomen in de financiële paragraaf van het gemeentelijk rioleringsplan. Op 15 juni 2022 heeft uw raad het Gemeentelijk Rioleringsprogramma 2023 – 2026 vastgesteld. Een volledig 100%-kostendekkende tariefberekening is het uitgangspunt.
Voor woningen is een vast bedrag aan rioolheffing verschuldigd. In 2023 is dit bedrag bepaald op € 216,34. Voor niet-woningen is de WOZ-waarde van het object de heffingsgrondslag. De heffingsmaatstaf is 0,1273% van de totale WOZ-waarde met een maximale heffing voor niet-woningen van € 2.500,00. De eigenaar op 1 januari van het belastingjaar is belastingplichtig voor het gehele jaar.
Berekening van de kostendekkendheid rioolheffing
Omschrijving
Begroot
Begroting na wijziging
Werkelijk
Kosten taakveld(en), incl. (omslag)rente Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen
958.115 30.889
962.204 15.889
42.254
Netto kosten taakveld
927.226
946.315
1.389.354
Toe te rekenen kosten Overhead incl. (omslag)rente
350.286
350.286
350.286
BTW
875.907
875.907
430.027
Overig
321.334
420.718
353.713
Totale kosten
2.474.753
2.593.226
2.523.380
Opbrengst heffingen
2.468.619
2.515.169
2.524.623
99,8%
97,0%
100,0%
Dekkingspercentage
85
1.431.608
Afvalstoffenheffing Gemeenten zijn wettelijk verantwoordelijk voor de inzameling van het afval van huishoudens. Met de afvalstoffenheffing kan de inzameling van het huishoudelijk afval worden bekostigd. De inkomsten uit de afvalstoffenheffing mogen niet meer dan kostendekkend zijn. Alle particuliere huishoudens waar de gemeente de inzamelplicht nakomt, moeten afvalstoffenheffing betalen. De heffing stellen we vast per perceel. Sinds de invoering van het DIFTAR-systeem bestaat de heffing uit een vast bedrag per perceel (woning) en een drietal variabele tarieven voor het per keer aanbieden van de verschillende afvalcontainers (restafval-, GFT-afval- en ondergrondse verzamelcontainer). Voor de huis-aanhuis inzameling van papier en plastic is géén bedrag verschuldigd. Het uitgangspunt bij de afvalstoffenheffing is een volledig 100%-kostendekkende tariefberekening. Alle kosten van de activiteiten die in enige mate (geheel/gedeeltelijk) kunnen worden toegerekend aan de in de Wet Milieubeheer opgenomen gemeentelijke zorgplicht voor het verwijderen van huishoudelijke afvalstoffen, inclusief de kosten van de gemeentelijke milieustraat, zijn in de kostenonderbouwing meegenomen. Daarbij maken we onderscheid tussen vaste en variabele kosten, om zo het vaste tarief per perceel en de verschillende containertarieven te berekenen. Het vast tarief voor 2023 is € 155,00.
De variabele tarieven voor restafval, GFT-afval- en ondergrondse verzamelcontainer zijn respectievelijk € 9,70, € 3,40 en € 1,90 per lediging.
Berekening van de kostendekkendheid afvalstoffenheffing
Omschrijving
Begroot
Begroot na wijziging
Werkelijk
Kosten taakveld(en), incl. (omslag)rente Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen
2.227.797 161.700
2.413.058 521.861
283.506
Netto kosten taakveld
2.066.097
1.891.197
1.819.768
Toe te rekenen kosten Overhead incl. (omslag)rente
80.782
80.782
80.782
BTW
380.784
380.784
411.529
Overig
279.496
279.496
292.599
Totale kosten
2.807.159
2.632.259
2.604.678
Opbrengst heffingen
2.793.393
2.599.797
2.500.671
99,5%
98,8%
96,0%
Dekkingspercentage
2.103.274
Egalisatiereserve afvalstoffenheffing Uit bovenstaande tabel is af te lezen dat de opbrengst van de afvalstoffenheffing lager is dan het totaal aan toe te rekenen kosten. Dit betekent dat er minder dan 100% kostendekking is gerealiseerd. In totaal is sprake van een tekort van € 104.007,00, waarvan € 73.318,00 wordt opgevangen door de het restant van de Egalisatiereserve afvalstoffenheffing in te zetten. Leges We heffen leges voor het in behandeling nemen van verschillende aanvragen voor gemeentelijke dienstverlening of voor het verkrijgen van diverse producten. Denk hierbij aan inwoners die betalen voor een paspoort, een rijbewijs of een uittreksel uit de gemeentelijke basisadministratie, maar ook aan projectontwikkelaars die een aanvraag indienen voor een omgevingsvergunning. De opbrengst uit de leges mag de totale kosten niet overtreffen. Met andere woorden: een gemeente kan geen winst maken op de diensten die zij levert. De tarieven voor leges zijn daarom kostendekkend berekend. Daarnaast zijn er bepaalde producten waarvoor maximumtarieven gelden. Deze zijn landelijk vastgesteld. We berekenen alle tarieven op basis van de ‘activity-based-costing-methode’, waarbij we een inschatting maken van de werkelijke kosten van een dienst/product. Hierbij houden we rekening met de geraamde tijdsbesteding, directe kosten en een doorbelasting van overhead.
De legestabel is onderverdeeld in drie titels met onderliggende hoofdstukken voor specifieke dienstverlening. In onderstaande tabellen is de kostendekking op hoofdstukniveau inzichtelijke gemaakt.
86
Titel 1 Algemene dienstverlening kosten
opbrengsten
4.331
dekking
hoofdstuk 1
Dienstverlening en Producten
hoofdstuk 2
Burgerlijke stand
14.863
13.573
91,3%
hoofdstuk 3
Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart
121.039
121.836
100,7%
hoofdstuk 4
Rijbewijzen
83.578
91.547
109,5%
hoofdstuk 5
Verstrekkingen uit de basisregistratie personen
13.361
12.136
90,8%
hoofdstuk 6
Vervallen
-
-
0,0%
hoofdstuk 7
Vastgoedinformatie
hoofdstuk 8
Overige publiekszaken
hoofdstuk 9
75,8%
Leegstandwet
-
-
0,0%
6.659
5.090
76,4%
-
-
0,0%
-
-
0,0%
hoofdstuk 10 Vervallen hoofdstuk 11 Kansspelen
3.283
109
252
231,5%
hoofdstuk 12 Telecommunicatie en ondergrondse infrastructuur
138.053
130.667
94,6%
hoofdstuk 13 Verkeer en vervoer
28.082
26.160
93,2%
hoofdstuk 14 Vervallen
-
0,0%
hoofdstuk 15 Diversen
-
0,0%
kostendekking Titel 1
410.075
404.543
98,7%
Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning kosten hoofdstuk 1
Begripsomschrijvingen
hoofdstuk 2
opbrengsten
dekking
-
-
0,0%
Voorafgaand aan de formele aanvraag
10.785
-
0,0%
hoofdstuk 3
Omgevingsvergunning
756.098
565.868
74,8%
hoofdstuk 4
Vermindering
-
-
0,0%
hoofdstuk 5
Teruggaaf
hoofdstuk 6
Wet ruimtelijke ordening/Wet geluidhinder
hoofdstuk 7
In deze titel niet benoemde beschikking
kostendekking Titel 2
-
-
0,0%
51.795,00
14.281,15
27,6%
818.678
580.150
0,0% 70,9%
Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn kosten
opbrengsten
dekking
hoofdstuk 1
Horeca
4.732
4.078
86,2%
hoofdstuk 2
Organiseren evenementen of markten
9.937
2.215
22,3%
hoofdstuk 3
Seksbedrijven
-
-
0,0%
hoofdstuk 4
Vervallen
-
-
0,0%
hoofdstuk 5
Gastouderopvang
2.103
888
42,2%
hoofdstuk 6
Winkeltijdenwet
-
-
0,0%
hoofdstuk 7
Marktstandplaats
726
205
28,3%
hoofdstuk 8
In deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking
-
-
0,0%
kostendekking Titel 3
17.498
7.386
42,2%
Bovenstaande tabellen bevatten alleen de producten die zijn opgenomen in onze legesverordening. Leges met betrekking tot eigen verklaringen, naturalisatie en anterieure overeenkomsten ontbreken in dit overzicht. Voor eigen verklaringen en naturalisatie gelden vaste landelijke tarieven en voor anterieure overeenkomsten worden separate overeenkomsten gesloten. De inkomsten uit bovenstaande tabellen sluiten om die reden niet aan bij de leges inkomsten zoals vermeld in paragraaf 5.1.
87
Marktgeld en lijkbezorgingsrechten Marktgeld en lijkbezorgingsrechten vallen, net als leges, onder retributies (rechten). Retributies worden geheven als de gemeente een dienst verleent of een van haar bezittingen ter beschikking stelt. In dit geval gaat het om respectievelijk het gebruik van een marktstandplaats en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaats. Ook bij deze rechten geldt dat ze maximaal kostendekkend mogen zijn, maar hier kiezen we bewust voor gedeeltelijke kostendekking. Een verhoging naar volledig kostendekkende tarieven leidt tot ongewenst hoge (schrik-)tarieven. Bij de berekening van het tarief van het markt- en promotiegeld hebben wij in verband met de praktische hanteerbaarheid het tarief op € 0,05 naar boven afgerond. De lijkbezorgingsrechten worden afgerond op hele euro’s. Berekening van de kostendekkendheid marktgeld
Omschrijving
Begroting na wijziging
Begroot
Werkelijk
Kosten taakveld(en), incl. (omslag)rente Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen
53.789 10.884
74.644 8.850
45.792 7.311
Netto kosten taakveld
42.905
65.794
38.481
Toe te rekenen kosten Overhead incl. (omslag)rente
17.193
17.193
17.193
BTW
-
-
-
Overig
-
-
-
Totale kosten
60.098
82.987
55.674
Opbrengst heffingen
11.850
7.250
7.193
Dekkingspercentage
19,7%
8,7%
12,9%
Berekening van de kostendekkendheid lijkbezorgingsrechten
Omschrijving
Begroting na wijziging
Begroot
Werkelijk
Kosten taakveld(en), incl. (omslag)rente Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen
90.875 -
89.277 -
86.396 -
Netto kosten taakveld
90.875
89.277
86.396
Toe te rekenen kosten Overhead incl. (omslag)rente
37.136
37.136
37.136
-
-
-
BTW Overig
-
-
-
128.011
126.413
123.532
Opbrengst heffingen
26.141
20.800
20.988
Dekkingspercentage
20,4%
16,5%
17,0%
Totale kosten
88
Lokale lastendruk In onderstaande tabel geven we een doorkijk in het verloop van de tarieven en de waardeontwikkeling. Belastingsoort
2020
2021
2022
2023
1. eigenarenheffing woningen
0,1048%
0,1006%
0,0944%
0,0819%
2. eigenarenheffing niet-woningen
0,1565%
0,1602%
0,1623%
0,1700%
3. gebruikersheffing niet-woningen
0,1279%
0,1281%
0,1339%
0,1376%
Onroerendezaakbelastingen
Rioolheffing 1. tarief woningen
€ 207,02
€ 207,02
€ 207,02
€ 216,34
2. tarief niet-woningen
0,1124%
0,1127%
0,1193%
0,1273%
Afvalstoffenheffing 1. vast bedrag per perceel
€ 140,50
€ 148,50
€ 156,50
€ 155,00
2. tarief lediging Restafvalcontainer
€ 9,80
€ 11,30
€ 11,00
€ 9,70
3. tarief lediging GFT-afvalcontainer
€ 3,40
€ 4,00
€ 3,80
€ 3,40
4. tarief inworp OVC
€ 2,00
€ 2,30
€ 2,20
€ 1,90
1-1-2019
1-1-2020
1-1-2021
1-1-2022
1. woningen
4,9%
6,5%
9,1%
13,1%
2. niet-woningen
3,8%
0,4%
0,7%
4,8%
Waardeontwikkeling WOZ-waarde
Gemiddelde WOZ waarde
1-1-2019
1-1-2020
1-1-2021
1-1-2022
1. woningen
€ 264.000
€ 276.000
€ 291.000
€ 315.000
Ook hebben we voor de verschillende (fictieve) huishoudens de financiële consequenties in een tabel weergegeven. Wij hebben onderscheid gemaakt in een berekening voor belastingplichtigen met een eigen woning of eigen bedrijf, en een berekening voor huurders van woningen. Lokale lastendruk Huurwoning
Particuliere woning
Particuliere woning
WOZ-waarde object per 1-1-2021
n.v.t.
€ 250.000
€ 400.000
€ 700.000
WOZ-waarde object per 1-1-2022
n.v.t.
€ 286.000
€ 458.000
€ 703.000
eigenarenheffing
n.v.t.
€ 234,23
€ 375,10
€ 1.195,10
gebruikersheffing
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
€ 967,33
n.v.t.
€ 216,34
€ 216,34
Belastingsoort
Bedrijf
Onroerendezaakbelastingen
Rioolheffing woningtarief niet-woningtarief
€ 894,92
Afvalstoffenheffing * Vast tarief per perceel
€ 155,00
€ 155,00
€ 155,00
n.v.t.
Lediging GFT-container
€ 20,40
€ 20,40
€ 20,40
n.v.t.
Lediging Rest-container
€ 106,70
n.v.t.
Totaal aanslag 2023
€
282,10
€
732,67
€
873,54
€ 3.057,35
Aanslagbedrag 2022
€
300,30
€
743,32
€
884,92
€
Verschil
€ 106,70
-€ 18,20
€ 106,70
-€ 10,65
-€ 11,38
(*) uitgaande van een gemiddeld aantal ledigingen van respectievelijk 6 GFT/ 11 Rest afvalcontainers.
89
2.908,50 € 148,85
Kwijtscheldingsbeleid Het verlenen van kwijtschelding is geen verplichting maar een bevoegdheid. Volgens de Invorderingswet kan gehele of gedeeltelijke kwijtschelding worden verleend aan een belastingplichtige die zijn belastingaanslag of een deel daarvan niet anders dan met buitengewoon bezwaar kan betalen. De Regeling kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2023 is vastgesteld op 14 december 2022. In iedere belastingverordening afzonderlijk is vermeld of kwijtschelding mogelijk is. In 2023 kon volledige kwijtschelding worden verzocht voor de aanslag OZB, rioolheffing en het vaste deel van de afvalstoffenheffing. Kwijtschelding van het variabele deel van de afvalstoffenheffing was beperkt tot een maximum aantal containerledigingen, namelijk 9 ledigingen van de restafvalcontainer, 5 ledigingen van de GFT-container en 26 inworpen in de ondergrondse verzamelcontainer. Daarnaast is in het kwijtscheldingbeleid aangegeven wanneer iemand in aanmerking komt voor kwijtschelding. Dit toetsen we aan de betalingscapaciteit en de hoogte van het vermogen van een belastingschuldige. Hier zijn normeringen voor. Het betreft de normen en bedragen genoemd in de Participatiewet (bijstandsnorm), die gelden voor de “kosten van bestaan”. In ons bestaand beleid is gekozen om de kosten van bestaan op 100% van de bijstandsnorm te stellen.