07b Programmaverantwoording 2021
Tekst van het document
61
6e Corona steunpakket: Decentralisatie-uitkering Inkomstenderving gemeenten 2020 (covid-19) In het Bestuurlijk overleg financiële verhoudingen van 7 april 2021 is afgesproken dat gemeenten reële compensatie ontvangen voor de derving van inkomsten door covid-19 in 2020. De compensatie betreft de volgende posten: toeristenbelasting, parkeerbelasting, terras precario- en reclamebelasting, marktgelden, evenementenleges, havengelden en kwijtschelding / oninbaar verklaren lokale heffingen als gevolg van corona. De compensatie vindt plaats op basis van het verschil tussen begrote en gerealiseerde inkomsten, waarbij eventuele meevallers ten opzichte van de begroting worden gesaldeerd met de derving. Gemeenten ontvangen geen compensatie voor gemiste inkomsten indien dit voortkomt uit eigen beleid. Vooruitlopend op deze afrekening hebben gemeenten in 2020 een voorschot ontvangen van in totaal € 245 miljoen. Gemeenten hoeven een eventueel teveel ontvangen voorschot niet terug te betalen. In totaal ontvangen gemeenten in 2021 – bovenop het reeds verstrekte voorschot van € 245 miljoen - een uitkering van € 84,381 miljoen. De middelen voor de inkomstenderving worden beschikbaar gesteld via een decentralisatie-uitkering. Gemeenten zullen ook over 2021 compensatie van de inkomstenderving ontvangen. Verdere informatie over het proces volgt in de eerste helft van volgend jaar.
Voor de gemeente Rucphen gaat het om een bedrag van € 62.000,00. Bij de resultaatbestemming 2021 wordt voorgesteld dit bedrag te storten in de Risicoreserve coronacrisis. 6e Corona steunpakket: Integratie-uitkering Participatie: Sociale Werkbedrijven Eerder heeft het kabinet de gemeenten, voor de periode van 1 maart tot 31 december 2020, € 140 miljoen verstrekt voor het opvangen van de exploitatietekorten van de Sociale Werkbedrijven. Het kabinet stelt voor ditzelfde doel aanvullend € 45 miljoen beschikbaar voor de periode van 1 januari 2021 tot 1 oktober 2021. Het bedrag is toegevoegd aan de integratie-uitkering Participatie, via een verhoging van de Rijksbijdrage Wsw. In de septembercirculaire 2021 was reeds een bedrag van € 35 miljoen aangekondigd. Daar is de gereserveerde € 10 miljoen, waarover ook wordt gesproken in de septembercirculaire 2021, aan toegevoegd. Hiermee is ook het laatste gedeelte van de aangekondigde steun verleend. Voor de gemeente Rucphen gaat het om € 150.882,00. Dit bedrag is in 2021 overgemaakt aan het WVS. Integratie-uitkering Inburgering Aan de integratie-uitkering Inburgering wordt voor 2021 € 6,008 miljoen toegevoegd voor de kosten die gemeenten maken voor informatievoorziening in voorbereiding op het nieuwe inburgeringsstelsel (Veranderopgave Inburgering; VOI).
In het bestuurlijk overleg van oktober 2021 zijn tussen het ministerie van SZW en de VNG afspraken bekrachtigd over de incidentele vergoeding die gemeenten ontvangen voor de kosten die zij maken voor de ICT-voorzieningen die gereed moeten zijn op 1 januari 2022. Het betreft hier de kosten die gemeenten maken voor de ontwikkeling naar het zogenoemde Plateau 1 van de informatievoorziening. De middelen worden beschikbaar gesteld voor het inrichten van hun eigen ICTlandschap en de bijbehorende werkzaamheden zoals het opleiden van medewerkers, het aanpassen van werkprocessen en de noodzakelijke aanpassing of aanschaf van een softwaresysteem. Op basis van deze toevoeging stijgt de integratie-uitkering Inburgering voor de gemeente Rucphen van € 30.902,00 naar € 47.550,00. Het extra ontvangen bedrag is gestort in de reserve maatschappelijke begeleiding.
62
Treasury Dividend BNG Bank N.V. Dividend is een winstuitkering van een onderneming aan haar aandeelhouders. Gemeente Rucphen heeft 19.656 aandelen in BNG Bank. Het dividend over 2020 is € 35.577,48; dit is € 1,81 per aandeel. Saldo van de financieringsfunctie Onder financieringsfunctie verstaan we alle activiteiten die te maken hebben met het verwerven en beheren van financiële middelen. Het saldo van de financieringsfunctie is het saldo van (a) de betaalde rente (kosten) over de aangegane leningen en de aangetrokken middelen in rekening-courant en (b) de ontvangen rente (opbrengsten) over de uitzettingen inclusief de toegerekende rentelasten aan de programma’s. We presenteren het saldo in het volgende overzicht: Saldo financieringsfunctie Rentekosten van langlopende geldleningen Kosten betalingsverkeer en beheer Rentetoerekening (boekwaarde aandelen) Rente rekening-courant Kosten i.v.m. invordering (a) totale lasten Rente rekening-courant Rente kasgeldleningen Rente hypothecaire geldleningen Rentevergoeding grondbedrijf Ontvangsten i.v.m. invordering Toegerekende reële en bespaarde rente Ontvangen dividend (b) totale opbrengsten (c) saldo (b - a)
Begroot 416.519 15.928 756 1.718 434.921 3.345 17.743 700 53.729 5.000 376.428 35.577 492.522 57.601
Werkelijk 416.518 14.727 756 1.826 -15.025 418.803 7.599 18.006 952 53.729 23.413 376.428 35.577 515.703 96.901
Saldo 1 1.201 -0 -108 15.025 16.118 -4.254 -263 -252 -0 -18.413 0 -0 -23.181 -39.300
Rentekosten rekenen we toe aan die taakvelden waar een boekwaarde van een investering voorkomt. In de Financiële Verordening is bepaald dat we dit doen we via een omslagmethode, tenzij speciaal voor een investering een geldlening is aangegaan. Dan belasten we de werkelijke rentekosten door en die rente blijft dan buiten de omslag. Wij kennen alleen geldleningen voor algemene financiering. Hiervoor geldt dus de omslagmethode. De omslagrente is bij de begroting 2021 bepaald op 0,44%. Dit ronden we conform de Financiële Verordening af op 0,50%. De berekening per 31 december 2021 vindt als volgt plaats: Berekening rentepercentage grondbedrijf
31-12-2020
1. De externe rentelasten over de korte en lange financiering
31-12-2021 398.513
2. Langlopende schulden en kasgeldleningen
38.208.402
3. Rentelast over het vreemd vermogen (1 / 2)
1,04%
4. Vreemd vermogen
45.090.825
5. Totaal vermogen
98.113.776
6. Percentage vreemd vermogen (4 / 5)
45,96%
7 Rentepercentage grondbedrijf (6 x 3)
0,48%
Rente berekening voor de boekwaarde
31-12-2020
31-12-2021
1. De externe rentelasten over de korte en lange financiering
398.513
2. De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend
53.729
3. De aan taakvelden toe te rekenen rente (1 - 2)
344.784
4. Boekwaarde exclusief grondbedrijf
75.285.455
5. Rente over de boekwaarde exclusief grondbedrijf (3 /4)
63
0,46%
De verdeling van de reële en bespaarde rente aan de taakvelden is conform onderstaande tabel.
Reële en bespaarde rente toegerekend aan taakvelden: Omschrijving
Begroot
0.2 Burgerzaken 0.4 Overhead
Werkelijk 65
65
59.215
59.215
0.5 Treasury
756
756
1.1 Crisisbeheersing en brandweer
3.227
3.227
1.2 Openbare orde en veiligheid
316
316
2.1 Verkeer en vervoer
109.292
109.292
2.5. Openbaar vervoer
729
729
3.1 Economische ontwikkeling
11
11
3.2 Fysieke bedrijfsinfrastructuur
38
38
3.3 Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen
-
-
4.1 Openbaar basisonderwijs 4.2 Onderwijshuisvesting
5.256
5.256
32.185
32.185
2.740
2.740
20.413
20.413
4.3 Onderwijsbeleid en leerlingzaken 5.2 Sportaccommodaties 5.5 Cultureel erfgoed
25
25
6.362
6.362
41.676
41.675
112
112
5.7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie 6.1 Samenkracht en burgerparticipatie 6.71 Maatwerkdienstverlening 18+ 7.1 Volksgezondheid 7.2 Riolering
-
-
64.444
64.444
1.157
1.157
-
-
7.3 Afval 7.4 Milieubeheer 7.5 Begraafplaatsen en crematoria 8.2 Grondexploitatie (niet-bedrijventerreinen)
207
207
26.423
26.423
1.779
1.779
376.428
376.428
8.3 Wonen en bouwen
64
Overige baten en lasten (inclusief onvoorzien) Onder de overige baten en lasten nemen we de onvoorziene uitgaven, stelposten, taakstellingen en de ontvangsten uit dwangsommen op. In de volgende tabel is het verloop te zien, gevolgd door een toelichting. Overige baten en lasten
Omschrijving
Begroting na wijziging
Begroot
Onvoorziene uitgaven
Werkelijk
55.000,00
55.000,00
-
-
2.382,00
-
Stelpost Bbz-levensvatbaarheidsonderzoeken
7.860,00
-
-
Stelpost Ambulantisering in de GGZ Stelpost decentr. Uitk. Brede aanpak dak+thuisloosheid
34.158,00
-
-
32.051,00
-
-
13.166,00
-
42.772,00
-
-
Stelpost Integratie-uitkering Inburgering
14.090,00
17.645,00
-
Stelpost decentr.-uitkering Gezond in de stad
13.153,00
24.159,00
-
Stelpost EU richtlijn energieprestatie gebouwen
Stelpost uitvoering+implementatie Breed Offensief Stelpost Brede reg combi functie/buurtsportcoaches
Stelpost subsidieprogramma Taakstelling gemeentewinkel ivm reisdocumentendip Dwangsommen Totaal
2.778,00
4.461,00
-
-35.417,00
-35.417,00
-
166.445,00
81.396,00
-6.150,00 -6.150,00
Onvoorziene uitgaven In 2021 is het budget voor onvoorziene uitgaven niet ingezet. In hoofdstuk 6.4. vindt u een nadere toelichting. Stelposten We nemen een stelpost op wanneer de werkelijke uitgaven nog niet exact bepaald kunnen worden. Onze stelposten bevatten beschikbare middelen waarvoor nog geen beleid is vastgesteld, zoals bijvoorbeeld ontvangen decentralisatie-uitkeringen. Uitgaven ten laste van deze posten kunnen pas worden gedaan wanneer uw raad hierover een besluit heeft genomen. Op dat moment worden de middelen met een begrotingswijziging overgebracht naar een ander budget. Stelpost EU richtlijn energieprestatie gebouwen De algemene uitkering is in 2021 met € 1,797 miljoen verhoogd in verband met de tweede herziening van de EPBD III (Energy Performance of Buildings Directive). De regeling is op 10 maart 2020 geïmplementeerd en heeft als doel om de energie-efficiëntie van gebouwen te verbeteren. Naar aanleiding van EPBD III is er een verplichting geïntroduceerd voor het documenteren van de energieprestatie van een installatie, voor het installeren van zelfregulerende apparatuur per verblijfsruimte en voor laadinfrastructuur voor elektrische auto ’s. Ook zijn de eisen voor de energieprestatie van technische bouwsystemen en de keuring van verwarmingsinstallaties en airconditioningssystemen aangepast. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het toezicht en de handhaving.
In 2021 zijn deze middelen niet ingezet. Stelpost Bbz-levensvatbaarheidsonderzoeken In de begroting waren middelen geraamd voor bbz-levensvatbaarheidsonderzoeken. Bbz staat voor Besluit bijstandverlening voor zelfstandigen. Deze middelen zijn op basis van de septembercirculaire 2019 van het gemeentefonds opgenomen in de begroting als stelpost. Gebleken is dat deze middelen inmiddels verwerkt worden in de begroting van het Werkplein en dat deze stelpost dus kan vrijvallen ten gunste van het begrotingssaldo. Deze kosten bevoorschotten we dus al aan het Werkplein en worden met de jaarrekening van het Werkplein aan ons afgerekend. Stelpost Ambulantisering in de GGZ Op 5 juni 2019 is op de Algemene Ledenvergadering van de VNG ingestemd met het hoofdlijnenakkoord GGZ. In het hoofdlijnenakkoord GGZ wordt ingezet op ambulantisering van de zorg. Dit leidt tot een groter beroep op zorg en begeleiding in het gemeentelijke domein. Het kabinet heeft financiële middelen beschikbaar gesteld
65
voor het realiseren van de ambities uit het hoofdlijnenakkoord. Een bedrag van € 34.158,00 is in 2021 als stelpost opgenomen plus het restantbedrag van 2020 € 48.689,00. In de 2e bestuursrapportage 2021 is het totaalbedrag van € 82.847,00 ingezet voor de wijk GGZ-er. Stelpost decentralisatie-uitkering Brede aanpak dak- en thuisloosheid Het kabinet wil dak- en thuisloosheid zoveel mogelijk voorkomen en ervoor zorgen dat niemand op straat hoeft te slapen. In de meicirculaire 2020 heeft het kabinet voor de aanpak van dak- en thuisloosheid financiële middelen beschikbaar gesteld van in totaal € 200 miljoen voor de jaren 2020 en 2021. Hiervan wordt een bedrag van € 73 miljoen in 2020 en € 123 miljoen in 2021 aan gemeenten verstrekt. Voor 2021 is hiervoor een stelpost opgenomen van € 32.051,00. Voor de verdere regionale uitwerking van projecten op dit gebied zijn de middelen in de 1e bestuursrapportage 2021 overgeheveld naar de centrumgemeente, waardoor de stelpost volledig is ingezet. Stelpost uitvoering + implementatie Breed Offensief Het wetsontwerp Breed offensief beoogt processen te stroomlijnen en te harmoniseren om op die manier meer mensen met een arbeidsbeperking aan het werk te krijgen. Dit wetsontwerp is vanwege de demissionaire status van het kabinet controversieel verklaard.
Een deel van de activiteiten is echter niet afhankelijk van een wetswijziging en kan toch worden uitgevoerd. Voor de implementatie van de voorstellen uit Breed offensief heeft het ministerie van SZW in totaal € 53 miljoen aan incidentele middelen beschikbaar gesteld voor 2020 en 2021. De verdeling van deze middelen vindt plaats via bestuurlijke afspraken met de VNG. Op basis van die bestuurlijke afspraken ontvangen gemeenten in 2021 € 15,503 miljoen via de algemene uitkering voor de implementatie van de onderdelen van Breed offensief die géén wetswijziging vereisen en sowieso zullen worden doorgezet. De maatregelen richten zich veelal op het gemakkelijker maken voor werkgevers om mensen met een beperking in dienst te nemen. Het gaat onder andere om het stroomlijnen van de administratieve werkprocessen rondom loonkostensubsidie, het uniformeren van de loonwaardebepaling en werkgeversdienstverlening. Deze middelen zijn niet benodigd geweest in 2021. Ook hoeft het bedrag niet overgebracht te worden naar 2022 en valt vrij ten gunste van het rekeningsaldo 2021. Stelpost Brede regeling combi functie/buurtsportcoaches Sinds 2019 neemt de gemeente Rucphen deel aan de Brede regeling Combinatiefuncties. Binnen deze regeling kunnen gemeenten een combinatiefunctionaris of buurtsportcoach aanstellen.
Mede door de coronaperikelen is er in 2020 nog geen buurtsportcoach aangesteld, waardoor het budget van 2020 is overgebracht naar 2021. Het totale bedrag op de stelpost in 2021, € 85.544,00, is in de 2e bestuursrapportage 2021 ingezet voor het budget buurtsportcoaches. Stelpost Integratie-uitkering Inburgering De invoering van de nieuwe Wet inburgering is definitief vastgesteld op 1 januari 2022. In december 2020 hebben de De6 gemeenten besloten om de uitvoering van deze wet te beleggen bij het Werkplein Hart van West-Brabant. Per 1 september wordt de nieuwe Wet inburgering vervroegd uitgevoerd om ervaring op te doen en zo het proces van inburgering beter te laten verlopen. Zowel de incidentele bijdrage in de invoeringskosten als de structurele bijdrage in de uitvoeringskosten wordt verstrekt via een integratie-uitkering. De bedragen die gemeenten vanaf 2021 ontvangen, op basis van de meicirculaire 2020, betreffen de structurele bijdrage in de uitvoeringskosten. Voor Rucphen is dit in 2021 een bedrag van € 28.890,00. Op basis van de meicirculaire 2021 is dit bedrag vastgesteld op € 30.902,00. In 2021 is per saldo een bedrag van € 13.257,00 aan kosten gemaakt door het Werkplein. Wij stellen u voor het restantbedrag van € 17.645,00 bij de resultaatbestemming 2021 te storten in de reserve maatschappelijke begeleiding.
Stelpost decentralisatie-uitkering Gezond in de stad Vanaf 2015 wordt een decentralisatie-uitkering ontvangen, de zogenaamde GIDS middelen. “Gezond in de stad” is een stimuleringsprogramma dat GIDS-gemeenten helpt bij het versterken van hun lokale aanpak van gezondheidsachterstanden. De GIDS middelen werden tot en met april 2020 deels ingezet om de huursom van de Vrije Universiteit (VU) te bekostigen en ze worden ingezet voor de bekostiging van de regeling “brede impuls combinatiefuncties (sportcoaches)”. Het gaat jaarlijks om een bedrag van € 6.440,00. Deze middelen zijn weer vrijgevallen in de stelpost voor GIDS middelen. In het actieprogramma Kansrijke Start heeft de Minister van VWS aangegeven dat via een decentralisatieuitkering middelen beschikbaar gesteld worden aan GIDS-gemeenten (Gezond in de stad) die een lokale coalitie willen vormen rondom de eerste 1.000 dagen van kinderen. De middelen voor de eerste tranche zijn bij de meicirculaire aan het gemeentefonds toegevoegd. GIDS-gemeenten hebben zich in de periode van medio
66
januari tot eind oktober kunnen aanmelden voor de tweede tranche van de impuls Kansrijke Start. In de decembercirculaire 2019 is de verdeling van de tweede tranche voor de jaren 2019 tot en met 2021 opgenomen. De gemeente Rucphen ontvangt voor deze jaren € 6.713,00 per jaar extra. De inkomsten voor 2020 en 2021 zijn toegevoegd aan de stelpost decentralisatie-uitkering Gezond in de Stad. Het restantbudget van 2020, € 11.006,00, is overgebracht naar 2021, waardoor de stelpost in 2021 € 24.159,00 bedraagt. Wij stellen voor dit bedrag over te brengen naar 2022 om een bestemming te geven aan de middelen voor kansrijke start. Stelpost subsidieprogramma De stelpost subsidieprogramma is bedoeld om mutaties op bestaande subsidies en incidentele subsidies te bekostigen. In de bestuursrapportages zijn de mutaties op de stelpost toegelicht. Stelpost gemeentewinkel i.v.m. reisdocumenten Zoals wij jaarlijks in de kadernota beschrijven, is op het gebied van de leges reisdocumenten vanaf 2019 een lagere legesopbrengst ontstaan. Deze wordt veroorzaakt door de aanpassing van de geldigheidsduur van paspoorten en ID-kaarten, 10 jaar in plaats van 5 jaar. De verwachting is dat de verkoop van reisdocumenten vanaf 2024 weer zal toenemen. De lagere legesopbrengsten zijn hierbij niet ten laste gebracht van het begrotingssaldo, maar ten laste van de taakstelling bedrijfsvoering.
Dwangsommen Dwangsommen worden alleen in uitzonderlijke situaties opgelegd en worden om die reden niet als structurele inkomst geraamd. In 2021 is een bedrag van ruim € 6.000,00 aan dwangsommen opgenomen. Het invorderingstraject hiervan is nog lopende. Om deze reden is dit bedrag in 2021 opgenomen als dubieuze debiteur.
67
De kosten van overhead In de programma’s nemen we alleen de kosten van het primaire proces op. Dit met het uitgangspunt dat we kosten zoveel mogelijk direct toerekenen aan een taakveld. Overhead is niet direct toe te rekenen aan een specifiek taakveld en wordt daarom centraal begroot en verantwoord. Om vast te stellen welke kosten onder de overhead vallen, is door commissie BBV de volgende definitie opgesteld: “Alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces”. Het is voorgeschreven de kosten van overhead in een apart overzicht op te nemen. Doordat de overhead op een apart taakveld wordt begroot, staan deze niet bij de taakvelden van bijvoorbeeld riolering en afval. Om de tarieven toch juist vast te stellen, rekenen we de overhead afzonderlijk toe. Deze methode is opgenomen in de verordening art. 212 Gemeentewet (de financiële verordening). Ook is voorgeschreven dat in de paragraaf Lokale Heffingen per bestemmingsheffing een tabel wordt opgenomen waarin de berekening van de kostendekkendheid is verwerkt. In onderstaande tabel zijn de kosten van overhead in rubrieken onderverdeeld. Ook geven we per rubriek een verklaring van de verschillen tussen de begroting (na wijziging) en de werkelijke baten en lasten. Wij verwijzen daarbij in een aantal gevallen naar een inhoudelijke toelichting in de paragraaf Bedrijfsvoering.
Rubriek
Begroot
Salariskosten
Werkelijk
Saldo
4.477.364
4.262.094
215.270
Overige personeelskosten
291.691
281.079
10.612
Kapitaallasten
503.022
503.022
-
Belastingen en verzekeringen
145.049
128.679
16.370
Behandeling Bezwaren en rechtskundig advies
117.800
104.160
13.640
Inkoop
142.127
125.431
16.696
Communicatie
145.150
37.586
107.564
1.066.881
934.107
132.774
Archief
93.168
93.168
-
Facilitair
372.987
368.843
4.144
Automatisering en telefonie
Catering en overige kosten Totaal overheadkosten
40.583
37.021
3.562
7.395.822
6.875.190
520.632
425.798
432.351
-6.553
6.970.024
6.442.839
527.185
Doorbelaste salariskosten en overhead Totaal netto overheadkosten
Verschillenverklaring De belangrijkste oorzaak van de daling van de netto overheadkosten zijn de lagere salaris- en personeelskosten, lagere kosten voor communicatie en lagere kosten voor automatisering. De lagere salariskosten zijn het gevolg van lagere kosten van inhuur van personeel en vacature gelden. De lagere personeelskosten worden met name veroorzaakt door lagere kosten bij de studies en cursussen. Bij communicatie ligt de oorzaak bij nog niet gedane uitgaven voor budgetten van overheidsparticipatie en ideeënmakelaars. Bij automatisering en telefonie zijn minder kosten gemaakt bij onderhoud programmatuur. Ook op inkoop resteert een saldo. De verwachting was dat het aantal ingekochte dagdelen in 2021 niet toereikend zou zijn door extra vraag aan begeleiding en advisering van het Inkoopbureau. Er is aanvullend budget beschikbaar gesteld, zodat de inkoop en aanbestedingstrajecten konden blijven doorgaan. In werkelijkheid is de vraag minder hard toegenomen dan verwacht en blijft een deel van het budget over. Toelichting op de verschillende kostencomponenten Salariskosten Aan het taakveld overhead worden de salariskosten van de ambtelijke organisatie toegerekend in overeenstemming met de verdeling in de begroting 2021.
68
Overige personeelskosten Onder deze rubriek vallen alle kosten die betrekking hebben op personeel, niet zijnde salariskosten. De belangrijkste onderdelen hierin zijn: • werving en selectie; • kosten van arbodienst en arbeidsgeneeskundig onderzoek; • reis- en verblijfkosten; • studies en cursussen; • ondernemingsraad. Kapitaallasten Betreft afschrijving en toegerekende rente op basis van het omslagprincipe over de boekwaarde van gebouwen, inventaris, automatisering, etc. Belasting en verzekeringen Betaalde belastingen en afgedragen premies. Behandeling bezwaren en rechtskundig advies Overheidsorganen zoals gemeenten kunnen beslissingen nemen met rechtsgevolgen voor anderen. De rechtsbescherming is o.a. geregeld in de Algemene Wet Bestuursrecht. Daarnaast kan het zijn dat iemand meent niet correct behandeld te zijn door de gemeente (bestuur of medewerkers) en daarover een klacht wil indienen. Een klacht wordt in eerste instantie door de gemeente zelf behandeld. Als dat niet tot een oplossing leidt kan een klacht worden ingediend bij een onafhankelijke ombudsvoorziening: de Commissie Ombudsman. Inkoop Wij hebben de werkzaamheden van inkoop en aanbesteding voornamelijk uitbesteed aan de Stichting Inkoopbureau West-Brabant, een samenwerkingsverband van gemeenten en gemeenschappelijke regelingen op het gebied van inkoop in de regio Zuid-West Nederland.
Het Inkoopbureau ondersteunt en adviseert haar deelnemers op het gebied van inkoop en contractmanagement in de ruimste zin van het woord. Bij iedere deelnemer worden een of meerdere medewerkers vanuit het Inkoopbureau gestationeerd. Deze medewerkers zorgen dat het inkoop- en aanbestedingsbeleid actueel is, verzorgen de begeleiding van aanbestedingen en vervullen een helpdeskfunctie op het gebied van inkoop. Ook verzorgt het Inkoopbureau de coördinatie, de aanbestedingen en het contractmanagement van regionale en gezamenlijke aanbestedingen. Daarnaast biedt het Inkoopbureau verzorging van het contractmanagement van (complexe) contracten en van het doorlopen van innovatieve aanbestedingen. Communicatie Voor een toelichting op onze doelstellingen met betrekking tot communicatie en de vastgestelde beleidskaders verwijzen wij naar de paragraaf Bedrijfsvoering. De kosten die onder overhead worden verantwoord hebben vooral betrekking op de publicaties in de raadhuiskrant, kosten overheidsparticipatie en de inhuur van tijdelijke ondersteuning in verband met uitvoering van de Communicatievisie 2017-2022. Automatisering en telefonie Op 16 december 2015 heeft u de ‘Visie op Dienstverlening en Informatievoorziening’ vastgesteld. Aansluitend hebben wij een ‘Programmaplan Dienstverlening en Informatievoorziening 2016-2020’ vastgesteld.
Naar aanleiding van het programmaplan is een ‘Meerjaren Uitvoeringsprogramma Dienstverlening en Informatievoorziening 2016-2020’ opgesteld. Op basis van deze documenten vinden investeringen in zowel hard- als software plaats. Daar vloeien dan kapitaallasten en onderhoudskosten uit voort. Archief Wij zijn deelnemer in de gemeenschappelijke regeling ‘West-Brabants Archief’ (WBA). De financiële bijdrage over 2021 bedroeg € 93.168,00. Facilitair Dit onderdeel omvat alle kosten die te maken hebben met het gebruik van het gemeentehuis zoals schoonhouden, energieverbruik, onderhoud gebouw, inventaris en installaties, en beveiliging. De inkomsten in verband met verhuur zijn op de kosten in mindering gebracht. Ook omvat deze rubriek de kosten van druk- en bindwerk, briefporten en abonnementen op (digitale) vakliteratuur. Catering en overige kosten Deze rubriek bevat de kosten voor het bedrijfsrestaurant, de vergaderkosten, de kosten van de maaltijden voor de avondopenstelling en de kosten voor de koffieautomaten.
69
Heffing Vennootschapsbelasting Gemeenten zijn op grond van de 'Wet modernisering Vpb-plicht overheidsondernemingen' verplicht vennootschapsbelasting (Vpb) te betalen als zij een fiscale onderneming hebben. Deze wet is, mede onder druk van de Europese Commissie, ingevoerd om een gelijk speelveld te maken tussen overheidsondernemingen en private ondernemingen. De belasting heeft voor onze gemeente betrekking op het grondbedrijf en over opbrengsten van het afval (niet de afvalstoffenheffing). Per saldo is in 2021 € 3.373,00 ontvangen. In 2021 is een voorschot over de aangifte van 2021 betaald. Daarnaast is een eerdere betaling over 2019 teruggedraaid.
70
De Paragrafen Wij hebben, conform BBV, zeven programma overstijgende paragrafen in de begroting opgenomen. De indeling van de jaarstukken is gelijk aan die van de begroting en kent daarom in ieder geval diezelfde paragrafen. Ook aan de jaarstukken 2021 wordt een achtste paragraaf “financiële effecten van de corona crisis” toegevoegd. In de paragrafen staat informatie voor raadsleden waarmee zij inzicht krijgen in de financiële positie van onze gemeente, de beheersmatige aspecten en de risico’s. Wij gaan in op de volgende onderwerpen: • lokale heffingen • weerstandsvermogen en risicobeheersing • onderhoud van kapitaalgoederen • financiering • bedrijfsvoering • verbonden partijen • grondbeleid • financiële effecten corona crisis
Lokale heffingen Lokale heffingen zijn de opbrengsten uit rechten (retributies) en de eigen belastingen. In deze paragraaf staat informatie over: • de actualiteiten; • de geraamde inkomsten; • de beleids- en begrotingsuitgangspunten; • de kostendekking van de tarieven; • de lokale lastendruk; • het kwijtscheldingsbeleid; • Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking West-Brabant (BWB). Actualiteiten Regeling specifieke uitkering kwijtschelding gemeentelijke belastingen (kinderopvangtoeslag-affaire) Gemeenten en belastingsamenwerkingen kunnen vanaf 1 juli 2021 vorderingen kwijtschelden voor gedupeerde ouders en toeslagpartners van de kinderopvangtoeslag-affaire. In 2021 zijn 4 gedupeerden geholpen voor een totaalbedrag van € 399,95. Het rijk heeft hierbij aangegeven gemeenten volledig te compenseren. Deze compensatie is geregeld in een Specifieke Uitkering (SPUK) en bestaat uit de hoogte van de kwijtgescholden bedragen van gemeentelijke belastingen, inclusief de ophogingskosten en een eenmalige vergoeding van € 150,00 per gedupeerde ouder voor de kosten die samenhangen met het proces van kwijtschelden. Ouders die een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag willen, kunnen zich tot en met 31 december 2023 aanmelden.
Dit betekent dat het proces van kwijtschelden en de verantwoording hierover nog doorloopt na 2023 op het moment dat de Belastingdienst definitief uitslag geeft. VNG modelverordening Riool- en Waterzorgheffing Deze verordening vervangt de oude modelverordening Rioolheffing. De naam is aangevuld met “Waterzorgheffing” omdat gemeenten naast de zorgplicht voor afvalwater ook een zorgplicht voor hemel- en grondwater hebben. De term rioolheffing roept een beeld op van een buizenstelsel, terwijl de gemeentelijke watertaken veel meer omvatten. De bestrijding van wateroverlast en verdroging vraagt steeds meer maatregelen, zoals retenties, in de publieke ruimte om schade te voorkomen. Hiervan heeft iedereen profijt, ook wanneer er geen aansluiting is op de gemeentelijke riolering. De belangrijkste wijziging in de VNG-verordening is dan ook dat de eis voor een directe of indirecte aansluiting op de gemeentelijke riolering komt te vervallen. Dit betekent dat er meer percelen in de heffing kunnen worden betrokken. Hiermee bedoelen zij onroerende zaken, zoals bedoeld in Wet WOZ en roerende zaken die duurzaam aan een plaats zijn gebonden. De BWB gaat samen met de deelnemers kijken naar de mogelijke varianten in de nieuwe modelverordening en de consequenties daarvan voor deelnemers en burgers. Het streven is om te komen tot een voorkeursmodel rioolheffing 2023.
Over de ontwikkelingen wordt uw raad tussentijds geïnformeerd.
71
Toename waardebezwaren De groei van het aantal waardebezwaren van de afgelopen jaren blijft doorzetten. Dit wordt grotendeels veroorzaakt door de tussenkomst van no cure no pay (NCNP)-bureaus. Het verdienmodel van NCNP-bureaus is gericht op vergoedingen (proceskosten) die zij ontvangen als professionele ondersteuner in een bezwaarproces. Die vergoedingen zijn vaak een veelvoud van het voordeel voor de bezwaarmaker. Deze ontwikkeling leidt tot een sterke stijging van de kosten voor de BWB, door extra tijdsbesteding aan bezwaarafhandeling en te betalen proceskosten. De BWB zet in op verschillende hulpmiddelen om de bezwaarmakers te motiveren om rechtstreeks met BWB te schakelen. Er zijn dan geen proceskosten verschuldigd en het resultaat voor de bezwaarmaker blijft gelijk. Ook op landelijk niveau is de BWB zeer actief betrokken bij de gesprekken over dit onderwerp. Taxatie woningen op basis van gebruiksoppervlakte De Waarderingskamer heeft besloten dat uiterlijk per 1 januari 2022 alle gemeenten de woningen verplicht moeten taxeren op basis van de gebruiksoppervlakte (m2). Dit sluit beter aan bij de markt. Tot en met belastingjaar 2020 taxeerden we woningen binnen de gemeente Rucphen nog op inhoud (m3). In februari 2021 zijn de eerste aanslagen op basis van gebruiksoppervlakte opgelegd.
Om dit te realiseren zijn in de periode november 2018 tot en met december 2020 ongeveer 9.600 woningen opnieuw getaxeerd. Voor het hele project betalen we een incidentele bijdrage van € 79.000,00 aan de BWB. De (deel)bijdrage voor 2021 bedroeg € 10.700,00. In 2021 is het project afgerond. Geraamde inkomsten In onderstaand overzicht zijn de inkomsten per belastingsoort opgenomen. Soort
Begroting
Begroting na wijziging
Werkelijk
Algemene dekkingsmiddelen
3.984.443
3.999.443
3.958.927
Onroerende-zaakbelastingen:
3.820.544
3.835.544
3.840.387
eigenarenheffing woningen
2.737.628
2.784.628
2.787.311
eigenarenheffing niet-woningen
652.896
633.896
638.986
gebruikersheffing niet-woningen
430.020
417.020
414.090
meeropbrengst OZB areaaluitbreiding
30.000
30.000
-
Forensenbelasting
18.041
18.041
18.043
Toeristenbelasting
115.858
115.858
100.497
Leges
794.225
853.023
805.261
Algemene dienstverlening
215.866
208.111
216.041
Algemene dienstverlening (rijksleges)
100.000
92.700
97.139
Omgevingsvergunningen
471.355
549.500
489.245
Europese dienstenrichtlijn
7.004
2.712
2.837
Overige heffingen
5.029.617
5.009.278
5.072.268
Rioolheffing
2.299.140
2.288.140
2.295.247
Afvalstoffenheffing
2.693.600
2.688.600
2.739.746
Lijkbezorgingsrechten
25.375
25.375
30.806
Marktgelden
11.502
7.163
6.470
72
Verschillenverklaring Onroerendezaakbelastingen (OZB) De werkelijke OZB opbrengsten voor woning eigenaren zijn € 2.683,00 hoger dan begroot (na wijziging). Al eerder, in de 2e bestuursrapportage 2021, is deze inkomstenraming met € 47.000,00 verhoogd. Dit komt door een sterke waardeontwikkeling. De WOZ-waarden van woningen tussen de waardepeildatum 1 januari 2019 en 1 januari 2020 zijn gemiddeld met 6,5% gestegen. In de tariefstelling is rekening gehouden met 5,42%. Ook is de debiteurenpositie verbeterd t.o.v. ultimo 2020. Daarom valt een bedrag van € 3.000,00 vrij uit de voorziening dubieuze debiteuren. Deze mutatie heeft een positief effect op de werkelijke inkomsten. De OZB opbrengsten van niet-woningen laten een andere ontwikkeling zien. Alhoewel de werkelijke opbrengsten € 2.160,00 hoger zijn dan begroot (na wijziging), is het begrootte bedrag in de 2e bestuursrapportage 2021 al verlaagd met € 31.000,00. Er is echter geen sprake van waardedaling. De WOZwaarden van overige onroerende zaken tussen de waardepeildatum 1 januari 2019 en 1 januari 2020 stegen gemiddeld met 0,40%. In de tariefstelling hielden we rekening met gemiddelde van 0,40% voor alle typen nietwoningen. Het verschil is waarschijnlijk een gevolg van toenemende leegstand en waarde-correcties. Per jaareinde is er sprake van een negatief op te leggen bedrag van ruim € 35.000,00.
De rest van het verschil verklaren we door een vrijval van € 1.200,00 uit de voorziening dubieuze debiteuren. Deze mutatie heeft een positief effect op de (verwachte) inkomsten. Forensenbelasting De werkelijke opbrengsten forensenbelasting sluiten aan op de geraamde opbrengsten. Toeristenbelasting De werkelijke opbrengsten toeristenbelasting zijn ruim € 15.000,00 lager dan begroot. Aan de ene kant is sprake van een positief effect over 2020. Voor dat jaar is bijna € 74.000,00 opgelegd aan toeristenbelasting, terwijl er € 29.000,00 aan nog te op te leggen opbrengsten werd verwacht. Aan de andere kant is sprake van een negatief effect over 2021. Er is € 56.000,00 opgelegd, waar ruim € 115.000,00 is begroot. Pas bij de definitieve aanslagen 2021, die worden opgelegd in 2022, kunnen we het nog te ontvangen bedrag duiden. De verwachte opbrengst is om die reden niet meegenomen in de jaarrekening 2021. Leges Het verschil tussen de opbrengsten leges ‘Algemene dienstverlening’ en de begroting is het gevolg van een toename in het aantal verkochte reisdocumenten. Omdat reisdocumenten bestaan uit een rijksdeel en een gemeentedeel zijn er ook meer rijksleges ontvangen. Dit heeft geen effect op het rekeningresultaat, omdat deze ontvangsten in zijn geheel worden afgedragen aan het Rijk. Daarnaast zijn er relatief veel huwelijksleges en leges op grond van de telecommunicatiewet ontvangen.
Het verschil bij de leges Omgevingsvergunningen verklaren we a.d.h.v. de ontvangsten met betrekking tot bouwleges. Er is € 61.000,00 minder opbrengst gerealiseerd dan begroot. In de leges Europese dienstenrichtlijn is er slechts sprake van een minimaal verschil met de begroting (na wijziging). In de 2e bestuursrapportage zijn de ramingen al aangepast. Rioolheffing In de 2e bestuursrapportage 2021 is de raming verlaagd met € 11.000,00. In werkelijkheid is ruim € 7.000,00 meer opbrengst gerealiseerd dan begroot na wijziging. Het verschil verklaren we door een vrijval van de voorziening dubieuze debiteuren van € 3.000,00 als gevolg van een betere debiteurenpositie. Afvalstoffenheffing In de 2e bestuursrapportage 2021 is de raming verlaagd met € 5.000,00. Deze mutatie bestond uit een negatief effect over de afrekening 2020 als gevolg is van de correctie op het aantal milieustraatbezoeken en een meeropbrengst gebaseerd op het aantal ledigingen. In werkelijkheid zijn de opbrengsten ruim € 51.000,00 hoger dan begroot na wijziging. Het verschil is het gevolg van een toename van het aantal ledigingen rest- en gftcontainers, een toename van het aantal huishoudens (areaal) en een toename van het aantal milieustraatbezoeken. Een kanttekening hierbij is dat een toename van het aantal ledigingen ook een stijging in de verwerkingskosten met zich meebrengt.
Lijkbezorgingsrechten In 2021 is de geraamde opbrengst lijkbezorgingsrechten meer dan behaald. De opbrengst bestaat voor het
73
grootste gedeelte uit verlengingen van bestaande grafrechten. Dit geldt zowel voor de begraafplaats aan de Kaaistraat in St. Willebrord als aan de Kerstraat in Rucphen. Marktgelden De werkelijke opbrengsten marktgelden blijven achter op de raming. Het verschil verklaren we door een lagere bezetting van de markt. Beleids- en begrotingsuitgangspunten De belangrijkste beleids- en begrotingsuitgangspunten voor de heffing van gemeentelijke belastingen, rechten en leges worden jaarlijks in de paragraaf lokale heffingen van de begroting beschreven. Deze liggen ook vast in het Coalitieakkoord 2018 – 2022 voor deze raadsperiode. De meest belangrijke uitgangspunten zijn: • de opbrengstverhoging van de onroerende-zaakbelastingen (OZB) jaarlijks beperken tot maximaal 2%; • een 100% kostendekkende tariefberekening bij de afvalstoffenheffing en rioolheffing. Verder is het gebruikelijk om de jaarlijkse verhoging van de toeristen- en forensenbelasting te koppelen aan de OZB-opbrengstverhoging. De verhoging van andere belastingen en rechten, zoals het marktgeld en lijkbezorgingsrechten, koppelen we aan het Consumenten Prijs Indexcijfer (CPI). Deze index wordt jaarlijks door het Centraal Plan Bureau bekend gemaakt. Volgens de Kerngegevenstabel 2018 – 2021 is het indexcijfer voor 2021 ingeschat op 1,6%.
Het vaststellen van belastingverordeningen en tarieven is een autonome bevoegdheid van de gemeenteraad. In de raadsvergadering van het 16 december 2020 heeft uw raad, voorafgaand aan het nieuwe belastingjaar, de verordeningen voor 2021 vastgesteld. Onroerende-zaakbelastingen (OZB) Op basis van artikel 220 van de Gemeentewet mogen we belastingen op onroerende zaken heffen. Dit doen we om een deel van onze gemeentelijke taken te bekostigen. De onroerende-zaakbelastingen vormen de grootste ‘eigen’ inkomstenbron van onze gemeente. Drie groepen krijgen een aanslag OZB: • eigenaren van woningen; • eigenaren van niet-woningen; • gebruikers van niet-woningen. De eigenaar/gebruiker op 1 januari van enig jaar is belastingplichtig voor dat hele jaar. De heffingsgrondslag is de (WOZ)waarde van de onroerende zaak, die met een WOZ-beschikking is vastgesteld. Voor het belastingjaar 2021 gold de waardepeildatum 1 januari 2020. Bij de vaststelling van de OZB-opbrengst is, conform het coalitieakkoord, vastgehouden aan de afgesproken maximale stijging van 2%. Daarnaast is rekening gehouden met extra opbrengst als gevolg van areaaluitbreiding. De vastgestelde OZB-opbrengst in combinatie met de totale WOZ-waarde bepaalt het definitieve tarief. Hierbij gaan we uit van de totale WOZ-waarde van alle woningen en niet-woningen.
Deze waarde is berekend exclusief areaaluitbreiding en waardeverlaging als gevolg van bezwaar- en beroepschriften. Wel houden we rekening met de verwachte waardeontwikkeling. Forensenbelasting We heffen forensenbelasting om mensen die relatief veel in onze gemeente verblijven, maar geen ingezetene zijn van onze gemeente, mee te laten betalen aan voorzieningen in onze gemeente. Het doel is niet om kosten voor deze voorzieningen één op één te verhalen, maar juist om een bijdrage te vragen aan het algemene voorzieningenniveau. De heffingsgrondslag is de WOZ-waarde van de woning waarin het verblijf plaatsvindt. Conform de uitgangspunten verhoogden we de opbrengst forensenbelasting met hetzelfde percentage als de OZB (2%). Toeristenbelasting Toeristenbelasting is verschuldigd over zakelijke of privé overnachtingen van mensen buiten de gemeente die hiervoor een vergoeding betalen. Degene die overnacht, betaalt de belasting vrijwel altijd aan de ondernemer die de overnachting verzorgt. Deze ondernemer draagt de belasting daarna af aan de gemeente. Deze belasting kent zowel een tarief voor volwassenen als voor jeugdige personen tot en met de leeftijd van 18 jaar.
74
Bij de wijziging van de tarieven van de toeristenbelasting is rekening gehouden met het amendement dat in december 2014 door de raad is aangenomen. De tarieven worden pas verhoogd als de meerjarige indexering gekoppeld aan de OZB-opbrengstverhoging (2%) leidt tot een verhoging van de tarieven met een tot op € 0,05 nauwkeurig af te ronden tarief. In 2021 was een verhoging niet aan de orde. Het tarief voor volwassenen bleef gelijk op € 1,00 en het tarief voor jeugdige personen op € 0,75. Kostendekking van de tarieven Naast de hiervoor genoemde belastingen beschrijven we in dit onderdeel ook de heffingen en rechten die hoogstens kostendekkend mogen zijn. We maken inzichtelijk hoe we bij de berekening van de tarieven borgen dat de geraamde baten de geraamde lasten niet overschrijden, wat de beleidsuitgangspunten zijn en hoe deze uitgangspunten zijn gebruikt bij de tariefstelling. Rioolheffing De rioolheffing hangt samen met de wettelijke zorgplicht voor drie beleidsvelden op het gebied van water. Doel van de rioolheffing is om geld vrij te maken voor onder meer de afvoer van afvalwater, de afvoer van regenwater (ook wel hemelwater genoemd) en het beheer van het grondwaterpeil. De inkomsten uit rioolheffing zijn alleen beschikbaar voor uitgaven gerelateerd aan de beschreven zorgtaken. Het heffen van rioolheffing om andere gemeentetaken te financieren is niet toegestaan.
De tariefontwikkeling van de rioolheffing is afhankelijk van de kostenonderbouwing zoals opgenomen in de financiële paragraaf van het gemeentelijk rioleringsplan. Op 13 december 2017 heeft uw raad het verbreed Gemeentelijk RioleringsPlan (vGRP) 2018 – 2022 vastgesteld. Hierbij is gekozen voor het scenario ‘risicogestuurd rioolbeheer’. Een volledig 100%-kostendekkende tariefberekening is het uitgangspunt. Voor woningen is een vast bedrag aan rioolheffing verschuldigd. In 2021 is dit bedrag bepaald op € 207,02. Voor niet-woningen is de WOZ-waarde van het object de heffingsgrondslag. De heffingsmaatstaf is 0,1127% van de totale WOZ-waarde met een maximale heffing voor niet-woningen van € 2.500,00. De eigenaar op 1 januari van het belastingjaar is belastingplichtig voor het gehele jaar. Berekening van de kostendekkendheid rioolheffing
Omschrijving
Begroot
Begroting na wijziging
Werkelijk
Kosten taakveld(en), incl. (omslag)rente Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen
1.560.546 98.132
1.485.582
1.497.977
98.132
92.895
Netto kosten taakveld
1.462.414
1.387.450
1.405.082
Toe te rekenen kosten Overhead incl. (omslag)rente
187.935
187.935
187.935
BTW
356.576
356.576
356.576
Overig
292.215
345.035
345.654
Totale kosten
2.299.140
2.276.996
2.295.247
Opbrengst heffingen
2.299.140
2.288.140
2.295.247
Dekkingspercentage
100,0%
100,5%
100,0%
Afvalstoffenheffing Gemeenten zijn wettelijk verantwoordelijk voor de inzameling van het afval van huishoudens. Met de afvalstoffenheffing kan de inzameling van het huishoudelijk afval worden bekostigd. De inkomsten uit de afvalstoffenheffing mogen niet meer dan kostendekkend zijn. Alle particuliere huishoudens waar de gemeente de inzamelplicht nakomt, moeten afvalstoffenheffing betalen. De heffing stellen we vast per perceel. Sinds de invoering van het DIFTAR-systeem bestaat de heffing uit een vast bedrag per perceel (woning) en een drietal variabele tarieven voor het per keer aanbieden van de verschillende afvalcontainers (restafval-, GFT-afval- en ondergrondse verzamelcontainer). Voor de huis-aanhuis inzameling van papier en plastic is géén bedrag verschuldigd. Het uitgangspunt bij de afvalstoffenheffing is een volledig 100%-kostendekkende tariefberekening. Alle kosten van de activiteiten die in enige mate (geheel/gedeeltelijk) kunnen worden toegerekend aan de in de Wet Milieubeheer opgenomen gemeentelijke zorgplicht voor het verwijderen van huishoudelijke afvalstoffen, inclusief de kosten van de gemeentelijke milieustraat, zijn in de kostenonderbouwing meegenomen. Daarbij maken we onderscheid tussen vaste en variabele kosten, om zo het vaste tarief per perceel en de verschillende
75
containertarieven te berekenen. Het vast tarief voor 2021 is € 148,50. De variabele tarieven voor restafval, GFT-afval- en ondergrondse verzamelcontainer zijn respectievelijk € 11,30, € 4,00 en € 2,30 per lediging. Berekening van de kostendekkendheid afvalstoffenheffing
Omschrijving
Begroot
Begroot na wijziging
Werkelijk
Kosten taakveld(en), incl. (omslag)rente Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen
2.174.845 161.700
2.176.314
2.126.144
161.700
176.469
Netto kosten taakveld
2.013.145
2.014.614
1.949.675
Toe te rekenen kosten Overhead incl. (omslag)rente
60.214
60.214
60.214
BTW
407.494
403.263
422.009
Overig
213.055
281.542
310.301
Totale kosten
2.693.908
2.759.633
2.742.199
Opbrengst heffingen
2.693.600
2.688.600
2.739.746
Dekkingspercentage
100,0%
97,4%
99,9%
Leges We heffen leges voor het in behandeling nemen van verschillende aanvragen voor gemeentelijke dienstverlening of voor het verkrijgen van diverse producten. Denk hierbij aan inwoners die betalen voor een paspoort, een rijbewijs of een uittreksel uit de gemeentelijke basisadministratie, maar ook aan projectontwikkelaars die een aanvraag indienen voor een omgevingsvergunning. De opbrengst uit de leges mag de totale kosten niet overtreffen. Met andere woorden: een gemeente kan geen winst maken op de diensten die zij levert. De tarieven voor leges zijn daarom kostendekkend berekend. Daarnaast zijn er bepaalde producten waarvoor maximumtarieven gelden. Deze zijn landelijk vastgesteld. We berekenen alle tarieven op basis van de ‘activity-based-costing-methode’, waarbij we een inschatting maken van de werkelijke kosten van een dienst/product. Hierbij houden we rekening met de geraamde tijdsbesteding, directe kosten en een doorbelasting van overhead. De legestabel is onderverdeeld in drie titels met onderliggende hoofdstukken voor specifieke dienstverlening. In onderstaande tabellen is de kostendekking op hoofdstukniveau inzichtelijke gemaakt. Titel 1 Algemene dienstverlening kosten hoofdstuk 1
Dienstverlening en Producten
hoofdstuk 2 hoofdstuk 3
opbrengsten
dekking
3.677
3.329
90,5%
Burgerlijke stand
27.308
19.316
70,7%
Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart
117.834
90.793
77,1%
hoofdstuk 4
Rijbewijzen
125.161
112.018
89,5%
hoofdstuk 5
Verstrekkingen uit de basisregistratie personen
10.473
9.246
88,3%
hoofdstuk 6
Vervallen
-
-
0,0%
hoofdstuk 7
Vastgoedinformatie
-
-
0,0%
hoofdstuk 8
Overige publiekszaken
9.071
5.185
57,2%
hoofdstuk 9
Leegstandwet
-
-
0,0%
-
-
0,0%
hoofdstuk 10 Vervallen hoofdstuk 11 Kansspelen
78
78
100,0%
hoofdstuk 12 Telecommunicatie en ondergrondse infrastructuur
25.257
24.802
98,2%
hoofdstuk 13 Verkeer en vervoer
15.731
13.905
88,4%
hoofdstuk 14 Vervallen
-
-
0,0%
hoofdstuk 15 Diversen
-
-
0,0%
kostendekking Titel 1
334.590
76
278.672
83,3%
Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning kosten hoofdstuk 1
Begripsomschrijvingen
hoofdstuk 2
Voorafgaand aan de formele aanvraag
hoofdstuk 3
Omgevingsvergunning
hoofdstuk 4
Vermindering
hoofdstuk 5
Teruggaaf
hoofdstuk 6
Wet ruimtelijke ordening/Wet geluidhinder
hoofdstuk 7
In deze titel niet benoemde beschikking
kostendekking Titel 2
opbrengsten
dekking
-
-
0,0%
8.045
-
0,0%
577.982
454.130
78,6%
-
-
0,0%
-
-
0,0%
65.604,00
35.116,00
53,5%
-
-
0,0%
651.631
489.246
75,1%
Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn kosten hoofdstuk 1
Horeca
hoofdstuk 2
Organiseren evenementen of markten
hoofdstuk 3 hoofdstuk 4 hoofdstuk 5
Gastouderopvang
hoofdstuk 6
Winkeltijdenwet
hoofdstuk 7
Marktstandplaats
hoofdstuk 8
In deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking
opbrengsten
dekking
1.585
1.571
99,1%
867
473
54,5%
Seksbedrijven
-
-
0,0%
Vervallen
-
-
0,0%
1.285
412
32,0%
-
-
0,0%
424
381
89,9%
-
-
0,0%
kostendekking Titel 3
4.161
2.837
68,2%
Marktgeld en lijkbezorgingsrechten Marktgeld en lijkbezorgingsrechten vallen, net als leges, onder retributies (rechten). Retributies worden geheven als de gemeente een dienst verleent of een van haar bezittingen ter beschikking stelt. In dit geval gaat het om respectievelijk het gebruik van een marktstandplaats en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaats. Ook bij deze rechten geldt dat ze maximaal kostendekkend mogen zijn, maar hier kiezen we bewust voor gedeeltelijke kostendekking. Een verhoging naar volledig kostendekkende tarieven leidt tot ongewenst hoge (schrik-)tarieven. Bij de berekening van het tarief van het markt- en promotiegeld hebben wij in verband met de praktische hanteerbaarheid het tarief op € 0,05 naar boven afgerond. De lijkbezorgingsrechten worden afgerond op hele euro’s. Berekening van de kostendekkendheid marktgeld
Omschrijving
Begroting na wijziging
Begroot
Werkelijk
Kosten taakveld(en), incl. (omslag)rente
38.969
39.869
41.405
Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen
10.817
7.183
3.974
Netto kosten taakveld
28.152
32.686
37.431
13.009
13.009
13.009
BTW
-
-
-
Overig
-
-
-
Totale kosten
41.161
45.695
50.440
Opbrengst heffingen
11.502
7.163
6.470
Dekkingspercentage
27,9%
15,7%
12,8%
Toe te rekenen kosten Overhead incl. (omslag)rente
77
Berekening van de kostendekkendheid lijkbezorgingsrechten
Omschrijving
Begroting na wijziging
Begroot
Werkelijk
Kosten taakveld(en), incl. (omslag)rente
81.458
69.618
95.762
Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen
-
-
-
81.458
69.618
95.762
40.095
40.095
40.095
BTW
-
-
-
Overig
-
-
-
121.553
109.713
135.857
Opbrengst heffingen
25.375
25.375
30.806
Dekkingspercentage
20,9%
23,1%
22,7%
Netto kosten taakveld Toe te rekenen kosten Overhead incl. (omslag)rente
Totale kosten
Lokale lastendruk In onderstaande tabel geven we een doorkijk in het verloop van de tarieven en de waardeontwikkeling. Belastingsoort
2018
2019
2020
2021
1. eigenarenheffing woningen
0,1139%
0,1098%
0,1048%
0,1006%
2. eigenarenheffing niet-woningen
0,1499%
0,1610%
0,1565%
0,1602%
3. gebruikersheffing niet-woningen
0,1264%
0,1313%
0,1279%
0,1281%
1. tarief woningen
€ 205,58
€ 207,02
€ 207,02
€ 207,02
2. tarief niet-woningen
0,1108%
0,0987%
0,1124%
0,1127%
€ 109,20
€ 124,20
€ 140,50
€ 148,50
2. tarief lediging Restafvalcontainer
€ 5,60
€ 6,85
€ 9,80
€ 11,30
3. tarief lediging GFT-afvalcontainer 4. tarief inworp ondergrondse verzamelcontainer
€ 2,00
€ 2,40
€ 3,40
€ 4,00
€ 1,10
€ 1,35
€ 2,00
€ 2,30
1-1-2017
1-1-2018
1-1-2019
1-1-2020
1. woningen
1,3%
3,8%
4,9%
6,5%
2. niet-woningen
1,6%
7,2%
3,8%
0,4%
Gemiddelde WOZ-waarde
1-1-2017
1-1-2018
1-1-2019
1-1-2020
1. woningen
€ 244.000
€ 263.000
€ 274.000
€ 290.000
Onroerende-zaakbelastingen
Rioolheffing
Afvalstoffenheffing 1. vast bedrag per perceel
Waardeontwikkeling WOZ-waarde
Ook hebben we voor de verschillende (fictieve) huishoudens de financiële consequenties in een tabel weergegeven. Wij hebben onderscheid gemaakt in een berekening voor belastingplichtigen met een eigen woning of eigen bedrijf, en een berekening voor huurders van woningen.
78
Lokale lastendruk Belastingsoort
Huurwoning
WOZ-waarde object per 01-01-2019
n.v.t.
Particuliere woning
Particuliere woning
€
250.000
€
400.000
€
266.000
€
426.000
€
267,60
€
Waardeontwikkeling (Waarderingskamer)
6,50%
WOZ-waarde object per 01-01-2020
Bedrijf €
700.000
€
702.000
428,56
€
1.124,60
n.v.t.
€
899,26
€
791,15
6,50%
0,40%
Onroerende-zaakbelastingen eigenarenheffing
n.v.t.
gebruikersheffing
n.v.t.
n.v.t.
Rioolheffing: woningtarief
n.v.t.
€
207,02
€
207,02
niet-woningtarief Afvalstoffenheffing (*) Vast tarief per perceel
€
148,50
€
148,50
Lediging GFT-container
€
24,00
€
24,00
Lediging Rest-container
€
124,30
€
124,30
Totaal aanslag 2021
€
296,80
€
771,42
Aanslagbedrag 2020
€
268,70
€
Verschil
€
28,10
€
€
148,50
n.v.t.
€
24,00
n.v.t.
€
124,30
n.v.t.
€
932,38
€ 2.815,02
737,72
€
894,92
€ 2.777,60
33,70
€
37,46
€
37,42
(*) uitgaande van een gemiddeld aantal ledigingen van respectievelijk 6 GFT/ 11 Rest afvalcontainers.
Kwijtscheldingsbeleid Het verlenen van kwijtschelding is geen verplichting maar een bevoegdheid. Volgens de Invorderingswet kan gehele of gedeeltelijke kwijtschelding worden verleend aan een belastingplichtige die zijn belastingaanslag of een deel daarvan niet anders dan met buitengewoon bezwaar kan betalen. De Regeling kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2021 is vastgesteld op 16 december 2020. In iedere belastingverordening afzonderlijk is vermeld of kwijtschelding mogelijk is. In 2021 kon volledige kwijtschelding worden verzocht voor de aanslag OZB, rioolheffing en het vaste deel van de afvalstoffenheffing. Kwijtschelding van het variabele deel van de afvalstoffenheffing was beperkt tot een maximum aantal containerledigingen, namelijk 9 ledigingen van de restafvalcontainer, 5 ledigingen van de GFT-container en 26 inworpen in de ondergrondse verzamelcontainer. Daarnaast is in het kwijtscheldingbeleid aangegeven wanneer iemand in aanmerking komt voor kwijtschelding. Dit toetsen we aan de betalingscapaciteit en de hoogte van het vermogen van een belastingschuldige. Hier zijn normeringen voor. Het betreft de normen en bedragen genoemd in de Participatiewet (bijstandsnorm), die gelden voor de “kosten van bestaan”. In ons bestaand beleid is gekozen om de kosten van bestaan op 100% van de bijstandsnorm te stellen.
Dit is het maximaal toegestane percentage en zorgt voor de ruimste mate van kwijtschelding. In 2021 is € 83.560,69 aan kwijtschelding verleend en is € 35.100,00 opgenomen als nog kwijt te schelden. Hiervan heeft € 54.166,15 betrekking op het vaste deel en € 63.798,01 op het variabele deel van de afvalstoffenheffing. Ook is € 533,50 aan OZB en € 163,03 aan rioolheffing kwijtgescholden. Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking West-Brabant (BWB) In 2021 is € 385.300,00 aan reguliere bijdragen betaald aan de BWB. Dit bedrag is exclusief compensabele BTW en na verwerking van de 1e begrotingswijziging BWB 2021. Daarnaast is voor het project “Transitie naar waarderen op gebruikersoppervlak” aanvullend € 10.700,00 bijgedragen.
79
Weerstandsvermogen en risicobeheersing In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing beschrijven we de financiële positie van onze gemeente. Ook nemen we hier de verplichte financiële kengetallen op. Beleidskader In de raadsvergadering van 19 september 2018 stelde uw raad de “Nota risicomanagement & weerstandsvermogen 2018” vast. In het risicomanagementbeleid is op hoofdlijnen aangegeven wat uw raad wil bereiken met risicomanagement, welke instrumenten en middelen daartoe ingezet worden, en wat de definities en uitgangspunten zijn om te komen tot de noodzakelijke berekeningen. Dit beleidskader gebruiken we om uitvoering te geven aan het risicomanagement. Wij zoeken een balans tussen een zo volledig en objectief mogelijk risicoprofiel zonder daarbij onnodig beslag te leggen op de weerstandscapaciteit. Dit kan alleen door een integrale benadering waarin de samenhang tussen risico’s, reserves en het ratio centraal staat. We leggen de nadruk op risicomonitoring. De speerpunten voor deze periode zijn dan ook gelijk aan de doelstellingen van risicomonitoring: • • •
Speerpunt 1: Tijdig signaleren van risico’s; Speerpunt 2: Effectiviteit van beheersmaatregelen; Speerpunt 3: Evaluatie.
Risico’s, weerstandscapacitieit en weerstandsvermogen Het realiseren van ambities gaat gepaard met het nemen van risico’s. Risico’s horen bij het proces van verandering. Het is belangrijk dat uw raad zich bewust is van de risico’s die horen bij het beleid van de gemeente en dat zij hierop stuurt. Of onze gemeente in staat is de gevolgen van de risico’s op te vangen zonder dat het beleid of de uitvoering daarvan in gevaar komt, wordt weergegeven door de 'weerstandscapaciteit'. Onder weerstandscapaciteit verstaan we de middelen en mogelijkheden die de gemeente heeft om risico’s te kunnen dekken. Dit zijn onder andere: het vrij aanwendbare gedeelte van de algemene reserve, de reserve grondexploitatie, de onbenutte belastingcapaciteit, de post onvoorzien en overige stille reserves. Samen vormen deze middelen de beschikbare weerstandscapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit is afhankelijk van de aard en de omvang van de risico’s (risicoprofiel). De relatie tussen de weerstandscapaciteit en het risicoprofiel noemen we het weerstandsvermogen. Deze wordt weergegeven door de ratio weerstandsvermogen. Risicoprofiel De lijst met risico’s actualiseren we twee keer per kalenderjaar: bij de samenstelling van de begroting en de jaarrekening. In combinatie met de risico’s van de grondexploitatie en strategische gronden vormen deze risico’s het risicoprofiel van de gemeente Rucphen.
In de Programmabegroting 2022 waren 43 risico’s geïnventariseerd. Bij deze laatste actualisatie onderkennen we in totaal 45 risico’s voor onze gemeentelijke exploitatie. Bij de inventarisatie is ook de kans en het financiële gevolg in beeld gebracht. Uit ons risicoprofiel blijkt dat het maximale financiële gevolg van alle risico’s samen € 8.060.000,00 is. Het is ondenkbaar dat alle risico’s tegelijk en in hun maximale omvang optreden. We reserveren daarom een gedeelte van het totale risicobedrag. Dit berekenen we door middel van kanspercentage x maximaal financieel gevolg. Om het totale risicobedrag af te dekken is een weerstandscapacitieit benodigd van € 1.948.000,00. In het volgende overzicht presenteren we de grootste risico’s en het totaalbedrag van de overige risico’s uit de gemeentelijke exploitatie. Een totaallijst van deze risico’s vindt u terug in de bijlagen. Daarnaast hebben we de risico’s die bij onze grondexploitaties zijn benoemd in deze paragraaf opgenomen. Door de risico’s van de gemeentelijke exploitatie en grondexploitatie te combineren wordt een totaalbeeld van alle risico’s gegeven.
80
Belangrijkste financiële risico's Financieel gevolg maximaal
Benodigde weerstandscapaciteit
Risico
Kans
De (financiële) beheersmaatregelen in de jeugdzorg zijn onvoldoende in relatie tot de knelpunten in de Jeugdzorg WBW
70%
€
700.000
€
490.000
Slechte, ontoereikende verkeersveiligheid.
50%
€
300.000
€
150.000
De (financiële) beheersmaatregelen zijn onvoldoende in relatie tot de toename in zorgvraag (open einde regeling Wmo).
50%
€
200.000
€
100.000
Overlast door extreme weersomstandigheden.
50%
€
200.000
€
100.000
Boete Autoriteit Persoonsgegevens als gevolg van datalek of niet voldoen aan de AVG.
10%
€
900.000
€
90.000
Afvalstoffenheffing is niet kostendekkend en kosten kunnen niet uit de egalisatiereserve worden bekostigd.
50%
€
150.000
€
75.000
Faillissement leverancier software toepassingen.
10%
€
750.000
€
75.000
Ontwikkelingen bij verbonden partijen, uitbreiding takenpakket GR, begrotingstekorten e.d.
70%
€
100.000
€
70.000
Rijksbudget inclusief algemene uitkering wordt naar beneden bijgesteld of stijgt te weinig t.o.v. kostenstijging.
30%
€
200.000
€
60.000
Faillissement (grote) zorgaanbieder.
30%
€
200.000
€
60.000
Totaal grote risico's
€
3.700.000
€
1.270.000
Overige risico's
€
4.360.000
€
678.000
40.750
€
4.075
Strategische gronden: Uitbreiding Struikhei
10%
€
Totaal risico’s strategische gronden:
€
40.750
€
4.075
Totaal risico’s gemeentelijke exploitatie
€
8.100.750
€
1.952.075
2.146.964
€
1.018.746
Risico’s grondexploitatie: Complexen in exploitatie (zie paragraaf 5.7)
n.v.t.
€
Totaal risico’s grondexploitatie
€
2.146.964
€
1.018.746
Totaal gemeentelijke risico’s
€
10.247.714
€
2.970.821
Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit van Gemeente Rucphen bestaat uit het vrij aanwendbare gedeelte van de algemene reserve, de reserve grondexploitatie, de onbenutte belastingcapaciteit, het restantbedrag van de post onvoorzien uit de begroting 2022 en overige stille reserves. Alle onderdelen worden hieronder toegelicht. Algemene reserve Per 31 december 2021 is de algemene reserve groot € 5.131.357,57. Om een correct beeld te geven van het vrij aanwendbare gedeelte van de algemene reserve brengen we alle toekomstige onttrekkingen uit de algemene reserve, waarover door uw raad besluitvorming heeft plaatsgevonden, in mindering. Er zijn op dit moment geen toekomstige aanwendingen of onttrekkingen uit de algemene reserve, waarover door uw raad besluitvorming heeft plaatsgevonden. Dit geldt ook voor de resultaatbestemming 2021 en is daarom niet verwerking in onderstaande tabel. Reserve grondexploitatie Deze middelen gebruiken we om de risico’s van de grondexploitatie af te dekken. We nemen deze mee in de weerstandscapaciteit omdat overschotten binnen deze reserve terugvloeien naar de algemene reserve. In het geval van een tekort, wordt dit juist aangevuld door de algemene reserve. De omvang van de reserve grondexploitatie per 31 december 2021 is € 1.839.612,67.
Onbenutte belastingcapaciteit Onbenutte belastingcapaciteit is de mogelijkheid om extra middelen te genereren door belastingen te verhogen
81
of heffingen meer kostendekkend te maken. Voor de drie belangrijkste inkomsten van onze gemeente, onroerendezaakbelasting (OZB), afvalstoffenheffing en rioolheffing, is deze mogelijkheid alleen van toepassing op de OZB omdat de anderen al 100% kostendekkend zijn. De nadruk ligt hierbij op het woord ‘mogelijkheid’. Anders dan bij de reserves kan de onbenutte belastingcapaciteit namelijk niet worden gebruikt als dekking en mag deze alleen worden gezien als scenario bij grote financiële tekorten op de begroting over langere tijd. De onbenutte belastingcapaciteit bij de OZB is zo groot als het verschil tussen het gehanteerde tarief en het tarief om tot een "artikel 12 gemeente" gerekend te worden. Voor 2022 is dit tarief 0,1800%. Wanneer we dit percentage afzetten tegen de in de begroting opgenomen ramingen voor de OZB-ontvangsten blijkt er nog een ruimte te zijn van € 2.442.123,00 structureel. Onvoorzien De post onvoorzien is een vast onderdeel van de begroting. Op het budget voor onvoorziene uitgaven 2022 resteert een bedrag van € 55.000,00. De mutaties op de post onvoorzien in 2021 worden toegelicht in paragraaf 6.4. Algemene reserve geactiveerde gronden in erfpacht (stille reserves) Op basis van nieuwe BBV-regelgeving moeten in erfpacht uitgegeven gronden worden gewaardeerd tegen de uitgifteprijs van eerste uitgifte.