07a Bijlage a1 t NL.IMRO.0840.9000B0034-DEF1 2020-11-30
Tekst van het document
Bestemmingsplan toelichting 170490 | 30-11-2020
Pagina 47 van 61
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Figuur 25: Impressie architectuur
5.4
Landschappelijke inpassing
De locatie wordt landschappelijk ingepast. In de bijlage is het landschapsplan toegevoegd. Voor de landschappelijke inpassing wordt hierna toe verwezen.
Bestemmingsplan toelichting 170490 | 30-11-2020
Pagina 48 van 61
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Hoofdstuk 6 6.1
Juridische aspecten
Algemeen
Het onderhavige bestemmingsplan is, in navolging van het vigerende bestemmingsplannen ‘Buitengebied Rucphen 2012, 3e herziening’ en ‘Buitengebied Rucphen 2012, 4e herziening’, een gedetailleerd bestemmingsplan. In de regels behorende bij de onderhavige herziening, is zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de juridische regelgeving, zoals deze in dat plan is gehanteerd. In paragraaf 6.2 zal een algemene toelichting van de verbeelding worden gegeven. Daarna wordt in paragraaf 6.3 een algemene toelichting van de regels beschreven. 6.2
Algemene toelichting verbeelding
De verbeelding is getekend uitgaande van het rapport ‘Digitaal Uitwisselbare Ruimtelijke Plannen’ (DURP) en het rapport ‘Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012’ (SVBP2012). Hierdoor wordt het mogelijk met toevoeging van een codering de plannen digitaal uit te wisselen. De verbeelding is getekend op een kadastrale ondergrond. Op de verbeelding zijn vrijwel alle functies apart bestemd, waardoor het direct mogelijk is om met het bijbehorende renvooi te zien welke bestemmingen aan de gronden binnen de planlocatie gegeven zijn. In de bijbehorende regels zijn de bestemmingsomschrijving en de bouwregels te vinden. 6.3
Algemene toelichting regels
De regels zijn gebaseerd op het rapport ‘Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen’ (SVBP) van 2012. Hierin zijn afspraken en aanbevelingen opgenomen met betrekking tot de opbouw en de presentatie van het bestemmingsplan (digitaal en analoog). De inhoud van de planregels behorende bij dit bestemmingsplan zijn tot stand gekomen conform het geldende bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2012 en de daarop volgende herzieningen. De bestemmingsplanregels bestaan uit vier hoofdstukken: ▪ Hoofdstuk 1 Inleidende regels; ▪ Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels; ▪ Hoofdstuk 3 Algemene regels; ▪ Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels 6.3.1
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
Artikel 1 Begrippen In dit artikel worden de begrippen die van toepassing zijn op de regels verklaard. Een en ander voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde begrippen. Artikel 2 Wijze van meten In het artikel 'wijze van meten' is een regeling opgenomen waarin bepaald is hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moet worden 6.3.2
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
Artikel 3 Agrarisch met waarden – Landschappelijk De gronden met de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschappelijk’ zijn bestemd voor agrarisch grondgebruik. Daarnaast voor de uitoefening van een (vollegronds)teeltbedrijf, extensief recreatief medegebruik, het behoud, herstel of ontwikkeling van abiotische, landschappelijke, ecologische en cultuurhistorische waarden en kenmerken. Daarnaast voor het behoud van de cultuurhistorische waarde van objecten, groenvoorzieningen, infrastructurele voorzieningen, openbare nutsvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen en andere voorzieningen ten dienste van de bestemming.
Bestemmingsplan toelichting 170490 | 30-11-2020
Pagina 49 van 61
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Artikel 4 Groen - Landschapselement De gronden met de bestemming ‘Groen - Landschapselement’ zijn bestemd voor de instandhouding van natuurlijke en/of cultuurhistorisch en/of landschappelijk waardevolle landschapselementen. Daarnaast voor extensief recreatief gebruik, water en voorzieningen voor de waterhuishouding, bijbehorende wegen, paden en verhardingen en andere tot de bestemming horende voorzieningen. Binnen deze bestemming mag niet worden gebouwd. In de regels zijn specifieke gebruiksregels opgenomen. Artikel 5 Recreatie - Dagrecreatie De voor ‘Recreatie – Dagrecreatie’ aangewezen gronden zijn bestemd voor dagrecreatieve voorzieningen. In de regels is bepaald dat gebouwen ten behoeve van de dagrecreatie dienen te worden opgericht in het op de plankaart aangegeven bouwvlak. Ook zijn regels gegeven voor het plaatsen van bouwwerken geen gebouwen zijnde en bijgebouwen. In de regels zijn specifieke gebruiksregels opgenomen. Artikel 6 Waarde - Archeologie De voor ‘Waarde – Archeologie’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de instandhouding, bescherming en het behoud van archeologische waarden of verwachtingswaarden. 6.3.3
Hoofdstuk 3
Algemene regels
Artikel 7 Anti-dubbeltelregel Het artikel 'Anti-dubbeltelregel' bevat bepalingen om te voorkomen dat met het bestemmingsplan strijdige situaties ontstaan of worden vergroot. De redactie is wettelijk vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening en overeenkomstig opgenomen. Artikel 8 Algemene bouwregels In dit artikel is een aantal aanvullende bouwregels opgenomen die voor alle bestemmingen kunnen gelden, zoals een regeling voor ondergronds bouwen. Artikel 9 Algemene gebruiksregels In dit artikel een algemeen gebruiksverbod gegeven voor gebruik in strijd met de bestemming. Artikel 10 Algemene aanduidingsregels In dit artikel zijn regels gegeven ten behoeve van de op de verbeelding opgenomen gebiedsaanduidingen. Artikel 11 Algemene afwijkingsregels In dit artikel is een aantal algemene afwijkingsmogelijkheden opgenomen. Het betreft hier een standaardregeling die het mogelijk maakt om bij de uitvoering van bouwplannen beperkte afwijkingen van het plan mogelijk te maken. Artikel 12 Algemene wijzigingsregels In dit artikel is een aantal algemene wijzigingsmogelijkheden opgenomen. Het betreft hier een standaardregeling die het mogelijk maakt om bij de uitvoering van bouwplannen beperkte afwijkingen van het plan mogelijk te maken die niet met toepassing van de afwijkingsbepalingen geregeld kunnen worden. Bijvoorbeeld een geringe wijziging van de bestemmingsgrens.
Artikel 13 Algemene procedureregels In dit artikel zijn de algemene procedureregels opgenomen voor het afwijken van het bestemmingsplan, omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, wijzigingsbevoegdheid en de nadere eisen. Artikel 14 Overige regels In dit artikel is de landschappelijke inpassing door middel van een voorwaardelijke verplichting vastgelegd.
Bestemmingsplan toelichting 170490 | 30-11-2020
Pagina 50 van 61
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
6.3.4
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels
Artikel 15 Overgangsrecht In de overgangsrechtregel is een regeling opgenomen voor bebouwing en gebruik dat al bestond bij het inwerking treden van het plan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. De redactie is wettelijk vastgelegd en overeenkomstig opgenomen. Artikel 16 Slotregel In de slotregel wordt de officiële naam van het plan weergegeven. Onder deze naam kan het bestemmingsplan aangehaald worden.
Bestemmingsplan toelichting 170490 | 30-11-2020
Pagina 51 van 61
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Hoofdstuk 7 7.1
Economische uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
Het onderhavige bestemmingsplan voorziet in het oprichten van een nieuw gebouw t.b.v. een indoorklimbos op de locatie Scherpenbergsebaan 53-55 te Rucphen, volgens de Bro aan te merken als bouwplan. De ontwikkeling op de locatie Scherpenbergsebaan 53-55 te Rucphen is een particulier initiatief. De in deze toelichting beschreven ontwikkeling zullen dan ook volledig vanuit particulier initiatief gerealiseerd en gefinancierd worden. Het gehele terrein is particulier eigendom. Investeringen vanuit de gemeente zijn derhalve niet noodzakelijk.
Bestemmingsplan toelichting 170490 | 30-11-2020
Pagina 52 van 61
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Hoofdstuk 8
Overleg en inspraak
8.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
8.1.1
Inleiding procedure
Planologische procedure Voordat een bestemmingsplan geldig is, volgt de gemeente een procedure. De procedure bestaat uit drie fasen: voorontwerp, ontwerp en vastgesteld plan. In de voorontwerpfase wordt vooroverleg gepleegd met alle betrokken overheden en partijen. Tijdens de ter inzage (6 weken) het voorontwerp kan eenieder gebruik maken op het recht van inspraak. De ingekomen inspraakreacties worden beantwoord in een inspraakrapportage. De achtereenvolgende fase is de ontwerpfase. Tijdens de ter inzageperiode (6 weken) heeft eenieder het recht om een zienswijze te geven. De zienswijzen worden verwerkt en beantwoord in een zienswijzenrapportage. Pas daarna kan de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van het bestemmingsplan van start gaan. Relatie onderhavig bestemmingsplan met eerdere bestemmingsplannen Het onderhavige bestemmingsplan is, in navolging van het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied Rucphen’, een gedetailleerd bestemmingsplan. In de regels behorende bij de onderhavige herziening, is zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de juridische regelgeving, zoals deze in dit plan is gehanteerd. Het onderhavig bestemmingsplan wordt middels een zogenoemde ‘postzegelbestemmingsplannen’ juridisch-planologisch mogelijk gemaakt. 8.1.2
Omgevingsdialoog
Algemeen Een omgevingsdialoog is een zorgvuldige afstemming tussen de initiatiefnemer van een (bouw)plan en de omgeving. Met de ‘omgeving’ wordt bedoelt iedereen waarop het plan effect kan hebben, zoals bijvoorbeeld omwonenden, scholen en aangrenzende bedrijven. De omgevingsdialoog is er specifiek op gericht om alle wensen, belangen en bezwaren van de omgeving te kunnen betrekken in het verdere ontwerp van het plan. Doel van de omgevingsdialoog is niet om ‘overeenstemming’ over het plan te verkrijgen. Aanleiding voor het starten van een (omgevings)dialoog is het moment dat een initiatiefnemer een ruimtelijk ontwikkelingsproject wil uitvoeren dat niet past in het geldende bestemmingsplan. Bij het initiatief aan de Scherpenbergsebaan 53-55 is gekozen voor het toepassen van een mondelinge omgevingsdialoog. Omwonende zijn door initiatiefnemer persoonlijk benaderd. Er is aan de bewoners van de benaderde adressen een informatieblad verstrekt met daarop onder andere in het kort een uitleg over het initiatief en de te lopen procedure. Dit informatieblad is door de initiatiefnemer verder mondeling toegelicht. De resultaten van de omgevingsdialoog zijn vastgelegd in een verslag en overhandigd aan de gemeente.
De onderdelen die minimaal zijn opgenomen in het verslag zijn: - hoeveel en welke betrokkenen zijn er benaderd; - hoeveel reacties / opmerkingen / vragen zijn er ontvangen; - de inhoud van deze reacties / vragen / opmerkingen en wat hiermee is gedaan; - of de plannen nog zijn aangepast. Dialoog In de maand april 2020 is voor de beoogde ontwikkeling op de locatie Scherpenbergsebaan 53-55 te Rucphen door de initiatiefnemer een omgevingsdialoog gevoerd in de directe omgeving. Een aantal bewoners / bedrijven aan de Scherpenbergsebaan en een deel van de bewoners aan de Zundertseweg zijn benaderd voor de omgevingsdialoog. In totaal heeft de initiatiefnemer met 10 adressen de dialoog gehouden in een straal van circa 500 meter rondom de planlocatie. Tijdens de omgevingsdialogen hebben alle omwonende en bedrijven positief gereageerd op beoogde ontwikkelingen en zijn diverse algemene vragen gesteld. Hierbij kan gedacht worden aan vragen zoals:
Bestemmingsplan toelichting 170490 | 30-11-2020
Pagina 53 van 61
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
wanneer wordt het plan gerealiseerd? En hoe komt het een en ander eruit te zien. Voor zover deze gegevens vast staan heeft de initiatiefnemer deze vragen beantwoord aan de omwonende. Conclusie Uit de dialoog zijn geen wensen of bezwaren naar voor gekomen vanuit de omgeving. De gevoerde omgevingsdialogen met de direct omwonenden en bedrijven geven vooralsnog geen aanleiding om het beoogde plan aan te passen. In verband met de privacy van initiatiefnemer en geïnformeerde omwonende is het complete verslag van de omgevingsdialoog geanonimiseerd als bijlage aan het bestemmingsplan toegevoegd. 8.1.3
Vooroverleg
Op grond van artikel 3.1.1 van het Bro wordt bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg gepleegd met het waterschap, diensten van het rijk en provincie die betrokken zijn bij de ruimtelijke ordening en eventueel andere gemeenten. Het plan wordt in het kader van het vooroverleg beschikbaar gesteld aan de volgende partners: ▪ Provincie Noord-Brabant. ▪ Waterschap Brabantse Delta. ▪ Brandweer Midden- en West-Brabant. De vooroverlegreacties zijn in overleg met gemeente Rucphen verwerkt in het ontwerpbestemmingsplan en als bijlage toegevoegd aan onderhavige toelichting. Provincie Noord-Brabant. Op 12 augustus 2019 heeft de Provincie Noord-Brabant een advies uitgebracht op het voorgestelde initiatief op locatie Scherpenbergsebaan 53-55. Het plan past in principe binnen de kaders van de Verordening Ruimte (vanaf eind 2019 overgegaan in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant). Op enkele punten geeft het plan aanleiding voor opmerkingen. Parkeren Onduidelijk is waarom de uitbreiding van de parkeerstrook aan de zuidzijde is gesitueerd. In paragraaf 3.3.4 en paragraaf 4.2.2 is hierover een nadere toelichting toegevoegd. Kwaliteitsverbetering van het landschap In de reactie wordt aangegeven dat de gehanteerde bedragen voor de berekeningsgrondslag van de inspanningsverplichting lager zijn dan elders in West-Brabant.
In overleg met provincie en gemeente is paragraaf 3.3.4 m.b.t. de landschappelijke inpassing aangevuld met een toelichting waarom de huidige bedragen zijn gehanteerd. Externe werking op omliggend Natuur Netwerk Brabant Provincie geeft aan dat er nader onderzocht moet worden uitgevoerd of het voorgenomen initiatief een negatieve invloed heeft op het nabijgelegen Natuur Netwerk Brabant en Natura 2000 gebied. Naar aanleiding hiervan is een ecologisch onderzoek en stikstofdepositieberekening uitgevoerd. Beide onderzoeken zijn als bijlage aan onderhavig bestemmingsplan toegevoegd, zie voor een verdere toelichting paragraaf 4.4.8. Planregels Aangegeven wordt dat het maximaal aan toegelaten oppervlakte bebouwing ontbreekt. Daarnaast de bestemmingsomschrijving van de landschappelijke inpassing. Op de planverbeelding en in de regels zijn deze ontbrekende onderdelen opgenomen. Waterschap Brabantse Delta Op 24 juli 2019 heeft het Waterschap Brabantse Delta een positief wateradvies afgegeven voor de planlocatie. In de reactie wordt geadviseerd om te kijken naar het mogelijk toepassen van infiltratie op de planlocatie. In paragraaf 4.4.4 wordt hier verder op in gegaan.
Bestemmingsplan toelichting 170490 | 30-11-2020
Pagina 54 van 61
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
8.1.4
Voorontwerpbestemmingsplan
Het voorontwerpbestemmingsplan “Bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2012, Scherpenbergsebaan 5355 te Rucphen” met planidentificatie NL.IMRO.0840.9000B0034-VO01 wordt voor een ieder ter inzage gelegd met ingang van 11 juli 2019 (tot en met 21 augustus 2019) voor een periode van zes weken in het gemeentehuis van de gemeente Rucphen. Daarnaast is het plan digitaal raadpleegbaar via de landelijke voorziening, www.ruimtelijkeplannen.nl. Belanghebbende (overheids)instanties zijn voorts separaat op de hoogte gebracht van de terinzagelegging. Inspraakreactie Natuurwerkgroep gemeente Rucphen Naar aanleiding van het voorontwerpbestemmingsplan is een inspraakreactie binnen gekomen van Natuurwerkgroep gemeente Rucphen. In de inspraakreactie wordt aangegeven dat zij wenselijk achten dat er een ecologisch onderzoek plaats vindt op de planlocatie. Het ecologisch onderzoek is reeds uitgevoerd en zal worden toegevoegd als afzonderlijke bijlage aan het onderhavig bestemmingsplan. De volledige inspraakreactie is als bijlage toegevoegd. Inspraakreactie Brandweer Midden- en West-Brabant Naar aanleiding van het voorontwerpbestemmingsplan heeft Brandweer Midden- en West-Brabant op 12 augustus 2019 een inspraakreactie ingediend. Middels de inspraakreactie maakt de brandweer kenbaar dat de conclusies in paragraaf externe veiligheid correct zijn.
Daarnaast wordt er gevraagd om de veiligheidszones aan te passen aan de vergunning van SMT. Naar aanleiding van dit verzoek zijn de veiligheidszones op de planverbeelding aangepast naar de juridisch feitelijke situatie. Daarnaast verwijst de brandweer naar de bestaande wegenstructuur rondom het plangebied. In het voorontwerp bestemmingsplan is er ten onrechte uitgegaan dat er geen wijziging plaats vindt in de wegenstructuur rondom de locatie. In het kader van de Omleiding Rucphen Zuid wordt de wegenstructuur rondom de locatie aangepast. De toelichting is hierop aangepast. Dit heeft echter geen invloed op de ontwikkeling binnen het plangebied. Ook wordt gewezen op de uiteindelijke gebruiksfunctie van het nieuwe gebouw ten opzichte van de opkomsttijd van de brandweer. Brandweer adviseert initiatiefnemer na te denken over het treffen van eventuele aanvullende voorzieningen of maatregelen die de mate van brandveiligheid vergroten. Dit advies is ter kennisgeving aangenomen. 8.1.5
Ontwerpbestemmingsplan
Het ontwerpbestemmingsplan “Bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2012, Scherpenbergsebaan 53-55 te Rucphen” met planidentificatie NL.IMRO.0840.9000B0034-ON01 is voor een ieder ter inzage gelegd met ingang voor een periode van zes weken in het gemeentehuis van gemeente Rucphen. Daarnaast is het plan digitaal raadpleegbaar via de landelijke voorziening, www.ruimtelijkeplannen.nl. Belanghebbende (overheids)instanties zijn voorts separaat op de hoogte gebracht van de terinzagelegging. De ter visie legging van het ontwerpbestemmingsplan heeft tot twee schriftelijke zienswijzen geleid. De zienswijzen zijn afkomstig van Provincie en NatuurWerkgroep Rucphen, zie bijlage 7. Geen gebruik is gemaakt van de mogelijkheid om mondelinge zienswijzen te geven. Alle zienswijzen worden in de Nota Zienswijze eerst kort samengevat en daarna (puntsgewijs) van antwoord voorzien. De Nota Zienswijze is als afzonderlijke bijlage toegevoegd in bijlage 6. Kortheidshalve wordt hiernaar verwezen. 8.1.6
Vaststelling
Het bestemmingsplan “Bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2012, Scherpenbergsebaan 53-55 te Rucphen” met planidentificatie NL.IMRO.0840.9000B0034-DEF1 is vastgesteld en voor een ieder ter inzage gelegd voor een periode van zes weken in het gemeentehuis van gemeente Rucphen. Daarnaast is het plan digitaal raadpleegbaar via de landelijke voorziening, www.ruimtelijkeplannen.nl. Belanghebbende (overheids)instanties zijn voorts separaat op de hoogte gebracht van de terinzagelegging.
Bestemmingsplan toelichting 170490 | 30-11-2020
Pagina 55 van 61
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Bijlagen Bestemmingsplan toelichting 170490 | 30-11-2020
Pagina 56 van 61
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
1. Landschappelijke inpassing
Bestemmingsplan toelichting 170490 | 30-11-2020
Landschappelijke inpassing Scherpenbergsebaan 53-55 - Rucphen
Nieuwmoerseweg 3a 4885 KJ ACHTMAAL info@plangroen.nl
www.plangroen.nl
Colofon Opdrachtgever Schoenmakers Advies Achtmaal BV Minnelingsebrugstraat 4a 4885 KP ACHTMAAL Datum Contactpersoon
1 oktober 2020 Martijn Aarts info@plangroen.nl
PLANgroen Nieuwmoersweg 3a 4885 KJ ACHTMAAL info@plangroen.nl www.plangroen.nl
-2-
LANDSCHAPPELIJKE INPASSING - SCHERPENBERGSEBAAN 53-55 - RUCPHEN
Inhoud Inleiding 4 Beleidskader kwaliteitsverbetering van het landschap
5
Bestaande situatie 6 Landschappelijke inpassing 7-9 Beheer landschappelijke inpassing 10 Referentiebeelden 11 Verantwoording kwaliteitsverbetering van het landschap 12 Bijlagen -3-
LANDSCHAPPELIJKE INPASSING - SCHERPENBERGSEBAAN 53-55 - RUCPHEN
Inleiding Het voornemen is om op de locatie Scherpenbergsebaan 53-55 de bestaande recreatievoorzieningen vergroten. In het voorliggend plan is de landschappelijke inpassing voor de ontwikkeling opgenomen en daarnaast onderbouwd hoe deze ontwikkeling zich verhoudt tot de regeling kwaliteitsverbetering van het landschap van de provincie Noord-Brabant.
Het landschapsplan is als volgt opgebouwd: • • • • •
Beleidskader Kwaliteitsverbetering van het landschap Bestaande situatie Beheer landschappelijke aanpassing Landschappelijke inpassing Verantwoording kwaliteitsverbetering van het landschap
Planlocatie
-4-
LANDSCHAPPELIJKE INPASSING - SCHERPENBERGSEBAAN 53-55 - RUCPHEN
Beleidskader Kwaliteitsverbetering van het landschap Om de kwaliteit van het landschap te versterken heeft de provincie Noord- Brabant in haar ‘Structuurvisie ruimtelijke ordening’ en de ‘Verordening ruimte 2014’ het principe van kwaliteitsverbetering van het landschap geïntroduceerd. Voor ruimtelijke plannen buiten bestaand stedelijk gebied is in de Verordening ruimte 2014 bepaald dat de ontwikkeling gepaard dient te gaan met zorgvuldig ruimte gebruik (artikel 3.1) en kwaliteitsverbetering van het landschap (artikel 3.2). Om invulling te geven aan de kwaliteitsverbetering van het landschap heeft de provincie Noord-Brabant de handreiking ‘Kwaliteitsverbetering van het landschap: de rood-met-groen koppeling’ opgesteld. Deze handreiking geeft een aanzet, hoe invulling kan worden gegeven aan de omvang van de basisinspanning, die vanuit het ruimtelijk kwaliteitsbeleid gevraagd wordt. Voor de regio West-Brabant zijn nadere afspraken gemaakt in de notitie ‘Afsprakenkader Kwaliteitsverbetering van het landschap in de regio West-Brabant’. In deze notitie zijn drietal categorieën opgesteld om te bepalen onder welke methodiek de omvang bepaald wordt van de investering die gedaan moet worden ten behoeve van de kwaliteitsverbetering van het landschap.
De categorieën zijn als volgt onderverdeeld: Categorie 1 Ruimtelijke ontwikkelingen met nauwelijks tot geen landschappelijke invloed en waarbij geen (extra) kwaliteitsverbetering van het landschap wordt geëist. Categorie 2 Ruimtelijke ontwikkelingen met weinig landschappelijke invloed, dan wel ruimtelijke ontwikkelingen die van nature aan het buitengebied zijn gebonden, of plaatsvinden in hiervoor aangewezen gebieden. De kwaliteitsverbetering vindt plaats in de vorm van landschappelijke inpassingsmaatregelen. Deze categorie is niet limitatief. Categorie 3 Ruimtelijke ontwikkelingen welke niet tot categorie 1 of 2 behoren. De kwaliteitsverbetering wordt berekend op basis van de bestemmingswinst. De voorgenomen wijziging op de planlocatie Scherpenbergsebaan 53-55 valt onder categorie 3.
-5-
LANDSCHAPPELIJKE INPASSING - SCHERPENBERGSEBAAN 53-55 - RUCPHEN
Bestaande situatie Het gebied Schijfse vaart bestaat hoofdzakelijk uit oude besloten zandontginningen. De landerijen tussen de Rucphense Bossen en de kern Schijf liggen op een hoger gelegen dekzandrug. Daarom zijn de oude landbouwgronden, de bolle akkers juist daar te vinden. De overgang van de bossen naar het relatief open landschap zijn hard en abrupt. In het landschap zijn nog enkele historische lijnen en boskavels terug te vinden, die nog dateren uit de tijd van de ontginning. Het gebied heeft een grotendeels agrarische functie. Er is vooral intensieve veehouderij te vinden, maar ook boomteelt. Verder heeft Schijf een voorzieningenfunctie voor recreanten uit de Rucphense Bossen. Op de planlocatie Scherpenbersegbaan zijn rondom boskavels aanwezig. Aan de achterzijde zijn open ruimtes en vergezichten aanwezig. Op de onderstaande afbeeldingen zijn de topografische kaarten weergegeven van de jaren 1925, 1950, 1985 en 2017. Uit deze kaarten is de summiere verandering van het landschap duidelijk zichtbaar.
-6-
1925
1950
1985
2017
LANDSCHAPPELIJKE INPASSING - SCHERPENBERGSEBAAN 53-55 - RUCPHEN
Landschappelijke inpassing Beeldkwaliteit:
Alnus glutinosa (gewone els): een bladverliezende boomsoort die zich uitstekend leent voor in een bossingel. De els bloeit in het voorjaar in de vorm van gele katjes. De els heeft eirond donkergroen glazend blad wat in het najaar verkleurt naar geel en uiteindelijk in de winter zich laat vallen.
De landschappelijke inpassing moet een kwaliteitsverbetering zijn voor het landschap. Gemeente Rucphen heeft in zijn structuurvisie voor deelgebied ‘Schijfse vaart’ landschapspakketten opgesteld, deze pakketten versterken het landschap. Op planlocatie Scherpenbergsebaan worden de landschapspakketten ‘Bossingel’ , ‘Hoogstam fruitboomgaard’ en ‘Landschapsbomen in bomenrij’ gerealiseerd. Langs de noord en westelijke perceelsgrens wordt een laan van bomen aangeplant. Parallel aan de Scherpenbergsebaan en rondom het huis wordt een ‘Bossingel’ gerealiseerd en uitgebreid. Tevens wordt er tussen de Scherpenbergsebaan en de parkeerplaatsen solitaire bomen aangeplant. Hiermee wordt de overgang van weg naar parkeerplaats verzacht in het landschap. De ‘Hoogstam fruitboomgaard’ komt naast de oprit aan de voorzijde van het perceel. Het landschapselement ‘Hoogstam fruitboomgaard’ in onlosmakelijk verbonden met een ‘boerenerf’. De ‘Bossingel’ en ‘Landschapsbomen in bomenrij’ worden rondom het perceel gesitueerd om een zo min mogelijke inbreuk te doen op het bestaande landschap. Deze landschapselementen zorgen voor het behoud van visuele beleving van het landschap.
Castanea sativa (tamme kastanje): Een bladverliezende vruchtdragende boom met langwerpig getandblad. De kastanje geeft in het najaar zijn vruchten omhuld in een stekelige bolster.
Landschapspakketten:
Amelanchier lamarckii (Krentenboompje): Een bladverliezende struik die vroeg in het voorjaar een witte pluimachtige bloem geeft, gevolgd door een rond frisgroen blad. Het blad van de Amelanchier verkleurt van frisgroen naar rood, ook geeft de vertakking van de Amelanchier een extra sierwaarde aan het geheel.
Aangegeven bij ieder landschapspakket wordt: Normen en eisen van het pakket bepaald door provincie Noord-Brabant. Oppervlakten, plantafstanden, aantallen en soorten. Beplanting: Om de beeldkwaliteit te verhogen is er gekozen voor inheemse boom en struiksoorten. Gezien de bestaande landschapselementen en de structuurvisie van de gemeente Rucphen wordt hierop de keuze van de beplanting aangepast. Per landschappakket wordt aangegeven welke soorten worden gebruikt. Bossingel 280 m²
Acer campestre (Veldesdoorn): Een bladverliezende boom/struik die zich uitstekend laat snoeien. De Acer campestre heeft een grillige vertakking met daaraan een handvormigblad, dat zich van frisgroen naar geel en uiteindelijk rood laat verkleuren. Carpinus betulus (Haagbeuk): Een bladverliezende boomsoort die zeer verschillende van vorm kan zijn en dus zich uitstekend leent voor bossingel. Deze boom verliest zijn blad in het najaar, waarna hij relatief snel in het voorjaar frisgroen krijgt.
Viburnum opulus (Sneeuwbal): Een bladverliezende struik die in het voorjaar een wit bolvormige bloem geeft. In het najaar geeft de Viburnum een zwarte bes waar de vogels dol op zijn. Het blad van de viburnum verkleurt van frisgroen naar geel/rood. Corylus avellana (Hazelnoot): Een bladverliezende struik die zeer verschillend van vorm kan zijn en dus zich uitstekend leent voor bossingel. De Corylus is een ‘naaktbloeier’: de plant bloeit als deze nog geen bladeren heeft.
Het landschapselement ‘Bossingel’ valt onder het landschapspakket L1B(STIKA). Het is een vrijliggend aaneengesloten lijnvormig landschapselement, met een opgaande begroeiing van inheemse bomen en struiken met een bedekking van minimaal 90%. Algemene eisen ten aanzien van inrichting en beheer: Het element is tenminste 25 meter lang en is tenminste 2 meter en ten hoogste 20 meter breed; Bij versnipperen van het takhout mogen de snippers niet in het element worden verwerkt; Bij verbranden van het takhout (indien dit mogelijk is in kader van APV) geen vuur maken in of binnen 5 meter vanaf het element; Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen in het element is niet toegestaan m.u.v. pleksgewijze bestrijding van akkerdistel, ridderzuring, Jacobskruiskruid en Japanse duizendknoop en van ongewenste houtsoorten (Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik en Robinia) middels een stobbenbehandeling; Bij beweiding van de aanliggende gronden is een raster aanwezig waardoor schade door vraat aan stammen en hakhoutstoven en betreding van het element wordt voorkomen.
Het raster mag niet bevestigt zijn aan stammen van het element zelf; Grondbewerking van de aanliggende gronden wordt zodanig uitgevoerd dat schade aan het element wordt voorkomen; Snoeiwerkzaamheden worden in beginsel alleen verricht in de periode tussen 1 november en 15 maart.; bestrijding van ongewenste houtsoorten kan in de periode tussen 15 juli en 15 maart plaats vinden.
-7-
LANDSCHAPPELIJKE INPASSING - SCHERPENBERGSEBAAN 53-55 - RUCPHEN
Soort Latijnse naam
maat Nederlandse naam
Alnus glutinosa Castanea sativa Acer campestre Carpinus betulus Amelanchier lamarckii Viburnum opulus Corylus avellana
gewone els tamme kastanje veldesdoorn haagbeuk krentenboompje sneeuwbal hazelnoot
8-10 6-8 150/175 150/175 60/80 3t 100/125 3t 60/100
Aantal
30 30 30 50 40 70 30
Hoogstam fruitboomgaard 6 stuks
Landschapsboom ( 23 stuks):
Het landschapselement ‘Hoogstam fruitboomgaard’ valt onder het landschapspakket L10A(STIKA). Het is een boomgaard met hoogstamfruitbomen (appel, peer,pruim,kers), waarvan de kroon een hoogte van minimaal 150 centimeter boven de stamvoet begint en waarvan de onderbegroeiing bestaat uit grazige vegetatie.
Algemene eisen ten aanzien van inrichting en beheer: Het element is tenminste 1 are en ten hoogste 50 are groot; De onderbegroeiing wordt als grasland beheerd; Indien het appel of peer betreft wordt de boom tenminste éénmaal per 2 jaar gesnoeid. Andere soorten enkel vormsnoei indien nodig; Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen in het element is niet toegestaan m.u.v. pleksgewijze bestrijding van akkerdistel, ridderzuring, Jacobskruiskruid en Japanse duizendknoop en van ongewenste houtsoorten (Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik en Robinia) middels een stobbebehandeling; Schade aan stammen van bomen door vraat wordt voorkomen; Grondbewerking van de aanliggende gronden wordt zodanig uitgevoerd dat schade aan het element wordt voorkomen; Snoeiwerkzaamheden worden alleen verricht in de periode tussen 1 augustus en 15 maart. Malus domestica ‘Elstar’ (Elstar appel): Deze zelfbestuivende appelboom geeft in september een zachtzure tot zoete appel die uitstekend is voor consumptie. De Elstar appelboom geeft zeer makkelijk vrucht.
Het landschapselement ‘Landschapsboom als solitair’ valt onder het landschapspakket L8B (STIKA). Een bomenrij is een één-, twee of meerrijigge beplanting van bomen, niet zijnde knotbomen, die meestal van ongeveer gelijke leeftijd zijn. Een laan is een specifieke vorm van een bomenrij. Er is sprake van een laan als aan beide zijden van een weg één of meer rijen bomen in een regelmatig plantverband geplant zijn. Een bomenrij rij bestaat uit minimaal 10 inheemse loofbomen en de bomen staan in een langgerekte en relatief smalle zone zonder agrarisch gebruik. Algemene eisen ten aanzien van inrichting en beheer: -
-
De bomen kunnen periodiek worden gesnoeid, waarbij de kroon (onderste dikke tak tot de top) na het snoeien altijd meer dan 50% van de lengte van het takvrij stamstuk bedraagt; Bij versnipperen van het takhout mogen de snippers niet in de strook zonder agrarisch gebruik worden verwerkt; Bij verbranden van het takhout (indien dit mogelijk is in kader van APV) geen vuur maken onder de kronen van de bomen; Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen in het element is niet toegestaan m.u.v. pleksgewijze bestrijding van akkerdistel, ridderzuring, Jacobskruiskruid en Japanse duizendknoop en van ongewenste houtsoorten (Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik en Robinia) middels een stobbenbehandeling; Bij beweiding van de aanliggende gronden is een raster aanwezig waardoor schade door vraat stammen en betreding van het element wordt voorkomen. Het raster mag niet bevestigt zijn aan stammen van het element zelf; Grondbewerking van de aanliggende gronden wordt zodanig uitgevoerd dat schade aan het element wordt voorkomen; Snoeiwerkzaamheden worden alleen verricht in de periode tussen 1 augustus en 15 maart.
Pyrus communis ‘Conferance’ ( Conferance peer): Deze perenboom is een zelfbetuivend en geeft in augustus/september een sappige zoete peer. De peer is lang en breed van vorm en is heerlijk voor consumptie.
-
Prunus avium ‘Regina’ ( Regina kers): Deze kersenboom is een laatbloeier daardoor hebben de vruchten in verhouding met andere kersenbomen meer zonuren en dat proef je bij consumptie. Deze kersenboom is een zelfbestuiver en de pluktijd is juli/augustus.
Populus tremula( ratelpopulier): Een bladverliezende boomsoort die zich uitstekend leent als solitair. De populier heeft een eirond blad met een lange bladsteel, waardoor je de boom bij het kleinste zuchtje wind hoort ratelen.oeit van juli to september grote wite pluimen.
Soort Latijnse naam
Nederlandse naam
Sophora japonica ( honingboom): Een bladverliezende boomsoort die zich uitstekend leent als solitair. Deze boom heeft veel nectar en is daarom geliefd bij bijen en vlinders. Het blad is geveerd en hij bloeit van juli to september grote wite pluimen.
Malus domestica ‘Elstar’ Prunus avium ‘Karina’ Prunus avium ‘Regina’
Elstar appel Karina kers Regina kers
-8-
maat
Aantal
12-14 12-14 12-14
2 2 2
LANDSCHAPPELIJKE INPASSING - SCHERPENBERGSEBAAN 53-55 - RUCPHEN
Soort Latijnse naam
Nederlandse naam
Populus tremula Sophora japonica
ratelpopulier honingboom
maat
Aantal
20-25 20-25
16 7
Landschappelijke inpassing
Nog te realiseren knip-scheerheg *
Te realiseren landschapsbomen in bomenrij Te realiseren Hoogstamfruitboomgaard
Uitbreiden bossingel
Nog te realiseren landschapsbomen als solitair* Te realiseren bossingel
-9-
LANDSCHAPPELIJKE INPASSING - SCHERPENBERGSEBAAN 53-55 - RUCPHEN
Sch
Schaal 1:1500
erpe
nbe
rgse b
aan
Te realiseren landschapsbomen als solitair
* In de vorige procedure zijn diverse landschapelementen niet uitgevoerd in
verband met de verandering van de bedrijfsvoering. De landschapselementen zullen in deze ontwikkeling gerealiseerd worden.
Beheerplan Landschappelijke inpassing Beheerplan: Het beheer van de landschappelijke elementen worden volgens de normen van het STIKA (Stimuleringskader) Noord- Brabant uitgevoerd. Hieronder wordt het streefbeeld en beheer per landschapelement toegelicht. Bossingel: Bij het beheer van een Bossingel wordt er gekeken naar het streefbeeld van het element. Het streefbeeld van een hakhousingel is een rij boom/struikvormers die op regelmatige afstand zijn geplant en gefaseerd onderhouden wordt zodat het element een fraai landschappelijk uiterlijk krijgt. Doordat er gebruikt wordt gemaakt van verschillende beplantingssoorten krijgt de bossingel verschillende hoogtes en groeivormen. Beheer: In de periode tussen 1 november en 15 maart mogen er snoeiwerkzaamheden verricht worden. Al het hout wat een hoogte van 5 meter bereikt ( behalve de overstaanders/ bomen die volledig uit kunnen groeien) wordt afgezet op 30 cm boven de grond. Doordat er gebruikt wordt gemaakt van verschillende beplantingssoorten krijgt de bossingel verschillende hoogtes en groeivormen. Hoogstam fruitboomgaard: Minimaal één keer per twee jaar wordt de fruitboomgaard in de periode 1 augustus tot 15 maart gesnoeid. Daarbij wordt gelet op de volgende punten: -
Het verwijderen van waterloten, zuigers en kruisende(schurende) takken. Vruchtdragende takken (meerjarig hout) innemen ter bevordering van het vruchtdragen.
Landschapsbomen in bomenrij: Na het broedseizoen tussen 1 aug en 15 maart wordt dit element gesnoeid om de gewenste vorm te bereiken. Daarbij wordt gelet op de volgende punten. -
-10-
Het verwijderen van waterloten, zuigers, plakoksels en kruisende(schurende) takken. Begeleidingssnoei Kronen tot gewenste stamhoogte.
LANDSCHAPPELIJKE INPASSING - SCHERPENBERGSEBAAN 53-55 - RUCPHEN
Foto’s referentiebeelden
Landschappelijke inpassing
-11-
LANDSCHAPPELIJKE INPASSING - SCHERPENBERGSEBAAN 53-55 - RUCPHEN
Verantwoording kwaliteitsverbetering van het landschap Elk landschapspakket heeft zijn eigen normbedrag voor het aanleggen en beheersbijdrage voor onderhoud van het landschapspakket. Op de Locatie Scherpenbergsebaan zijn drie landschapspakketten ingepast, daar staat wat het normbedrag per eenheid is, dat geeft de totale vergoeding van de aanleg. De beheersbijdrage per eenheid en het aantal, lengte of oppervlakte de totale vergoeding onderhoud. Deze twee bedragen plus de waardevermindering geeft de compensatie vergoeding totaal aan. Zie tabel hieronder:
Berekening kwaliteitsverbetering van het landschap Scherpenbergsebaan 55 - Rucphen Waardevermeerdering Bestaand Waarde Agrarisch Waarde Agrarisch bouwvlak
1-okt-20
hoeveelheid
eenheid
7740 12865 20605
m² m² m²
€ €
7,00 25,00
€ € €
54.180,00 321.625,00 375.805,00
8608 4720 3469 3808 20605
m² m² m² m² m²
€ € € €
40,00 12,50 7,00 1,00
€ € € € €
344.320,00 59.000,00 24.283,00 3.808,00 431.411,00
Waardevermeerdering
€
55.606,00
Minimale basisinspanning 20%
€
11.121,20 = €
€ € € € € €
643,72 1.856,32 570,10 812,14 9.636,69 450,00
€
13.968,97 = €
Nieuw Waarde Intensieve recreatie /horeca (bebouwd) Waarde Intensieve recreatie /horeca (onbebouwd) Waarde Agrarisch Waarde Groen-Landschapselement
Aanleg Landschapspakketten
L1B: Bossingel L8B: Landschapsboom in bomenrij L10: Hoogstamfruitboomgaard L8A: Landschapsboom als solitair Aankoop beplanting Opstellen landschapsplan
per stuk
€ 1,58 € 60,62 € 60,62 € 60,62 zie offerte
m²/ are
2,8 -
€/m²
aantal
280 16 5 7
basisinspanning
onderhoud
vergoeding aanleg € € € €
442,40 969,92 303,10 424,34
lengte are/aantal
€ 7,19 € 5,54 € 5,34 € 5,54
per are per jr per bm per jr per bm per jr per bm per jr
2,8 16 5 7
vergoeding onderhoud (10 jr) € € € €
201,32 886,40 267,00 387,80
Benodigde investering inverstering en waardedaling
-12-
LANDSCHAPPELIJKE INPASSING - SCHERPENBERGSEBAAN 53-55 - RUCPHEN
11.121,20 +
€ € €
13.968,97 11.121,20 13.968,97 2.847,77-
Bijlagen Offerte beplanting
Offerte Schoenmakers advies bv Molenzicht 2 4881 BW Zundert 1-10-2020 Offertedatum: 27-4-2012 Hierbij de vrijblijvende offerte voor de leveren van de beplanting voor het perceel aan de Scherpenbergsebaan 53-55 te Rucphen. stuks
Omschrijving 280 M² Bossingel aankoop 30 Alnus glutinosa 8-10 30 Castanea sativa 6-8 30 Acer campestre 150/175 50 Carpinus betulus 150/175 40 Amelanchier lamarckii 60/80 3t 70 Viburnum opulus 100/125 3t 30 Corylus avellana 60/100
prijs
€ € € € € € €
939,00 1.005,00 435,00 162,50 60,80 129,50 40,80
Subtotaal BTW Hoog 21% BTW Laag 6%
€ € €
2.772,60 166,36
Totaal incl.
€
2.938,96
240,12 € 282,10 €
3.841,92 1.974,70
Subtotaal BTW Hoog 21% BTW Laag 6%
€ € €
5.816,62 349,00
Totaal incl.
€
6.165,62
Solitaire bomen aankoop 16 Populus tremula 20-25 7 Sophora japonica 20-25
€ € € € € € €
Totaal
€ €
31,30 33,50 14,50 3,25 1,52 1,85 1,36
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
2. Standaard advies groepsrisico
Bestemmingsplan toelichting 170490 | 30-11-2020
Standaard Verantwoording Groepsrisico Gemeente Rucphen
Opdrachtgever: M. Sijmens, gemeente Rucphen Uitvoering L. Jansen, M. van der Wielen, Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant Datum 01 mei 2017
1
Standaard Verantwoording Groepsrisico Inleiding Deze standaard verantwoording groepsrisico betreft alle risicobronnen die kunnen leiden tot een groepsrisico, zoals Bevi-inrichtingen, buisleidingen en autowegen. In deze standaard verantwoording worden binnen de gemeente aanwezige risicobronnen beschouwd, alleen indien hiertoe aanleiding bestaat wordt een specifieke bron specifiek benoemd. Deze standaard verantwoording wordt toegepast op grond van art. 13 voor Wro-besluiten en omgevingsvergunningen Wabo voor afwijken van bestemmingsplan of beheersverordening. Voor het groepsrisico moet worden beschouwd welke populatie wordt getroffen door een ongeval met gevaarlijke stoffen. De gevolgen van het onderhavige bestemmingsplan/Wabo-besluit voor het groepsrisico zijn bekend en vormen samen met de aanwezige mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een calamiteit en de mogelijkheden tot zelfredzaamheid van in de nabijheid aanwezige personen de basis voor de verantwoording groepsrisico. Voor een verantwoording van het groepsrisico dient de Veiligheidsregio in de gelegenheid te worden gesteld advies uit te brengen. De Veiligheidsregio heeft ervoor gekozen om in vooraf bepaalde situaties een standaardadvies af te geven.
In het standaardadvies wordt in het kader van de verantwoording aandacht besteed aan de volgende aspecten: Mogelijk te treffen maatregelen ter verbetering van de veiligheid; Mogelijkheden voor de rampenbestrijding; Mate van zelfredzaamheid van de aanwezigen Dit standaard advies, van 5 december 2016 is betrokken in onderstaande verantwoording. In de volgende paragrafen worden: De beleidsuitgangspunten externe veiligheid van Rucphen samengevat. Het toepassingsgebied van deze standaardverantwoording nader toegelicht. De groepsrisico’s van risicobronnen nader toegelicht. De bestrijding van de calamiteit en de zelfredzaamheid in relatie tot het standaard advies van de Veiligheidsregio nader uitgewerkt. Er wordt afgesloten met een verantwoording. Extern veiligheidsbeleid van de gemeente Rucphen De gemeente Rucphen heeft een Beleidsvisie Externe Veiligheid vastgesteld waarin zij aangeeft welke risico’s de gemeente acceptabel vindt en op welke manier zij deze risico’s wil beheersen. Om zowel ruimte te bieden voor de ontwikkeling van bedrijvigheid, de ruimtelijke ontwikkeling van de woonkernen én er voor te zorgen dat de veiligheidsrisico’s beperkt en beheersbaar blijven is het wenselijk om sturing te geven aan de situering van bedrijven met een risicocontour en aan ruimtelijke ontwikkelingen binnen risicocontouren.
Om die reden worden in de gemeente Rucphen de volgende gebiedstypen onderscheiden: 1. Woonwijken 2. Buitengebied 3. Bedrijventerreinen/militair terrein 4. Bijzondere gebieden: recreatie en natuur Per gebiedstype gelden andere ambities voor het plaatsgebonden risico en groepsrisico waarbij in het algemeen geldt dat in woonwijken minder risico wordt geaccepteerd dan bijvoorbeeld ter plaatse van een bedrijventerrein.
2
Voor deze standaardverantwoording is verder van belang: Een ‘relevante toename van het groepsrisico’ is voor Rucphen een toename van het groepsrisico van 10% of meer; De Veiligheidsregio hanteert in haar standaardadvies invloedsgebieden die soms hoger zijn dan wettelijk of bij vergunning op basis van een QRA zijn vastgelegd. Een voorbeeld is het invloedsgebied van een LPG-tankstation. Deze is 150 meter in plaats van 200 meter. Waar dit van toepassing is, zullen wij het standaardadvies van de Veiligheidsregio conform de wettelijk bepaalde of bij vergunning vastgelegde invloedsgebieden hanteren. Toepassing Deze standaard verantwoording groepsrisico geldt voor ruimtelijke ontwikkelingen: Buiten de 750 meter van een niet categoriale Bevi-inrichting1 of indien een kleinere invloedsgebied is vastgesteld en vastgelegd dan geldt deze kleinere afstand én; Buiten de 200 meter van een categoriale Bevi-inrichting2, autoweg,3 spoorweg4 of buisleiding5 of indien de wettelijk vastgelegde afstand kleiner is dan 200 meter deze kleinere afstand. Het beleid van de Veiligheidsregio ten aanzien van nieuwe bijzonder kwetsbare objecten is dat deze zoveel mogelijk geweerd dienen te worden binnen 750 meter van een niet-categoriale Bevi inrichting en nieuwe bijzonder kwetsbare objecten binnen 200 meter van een categoriale Bevi inrichting en risicovolle infrastructuur.
Daarnaast wordt opgemerkt dat binnen de randvoorwaarden voor het standaard advies van de Veiligheidsregio meer ontwikkelingen zijn toegelaten dan waarop deze standaardverantwoording betrekking heeft. Het betreft ontwikkelingen voor zover gelegen op een afstand van 30 meter tot 200 meter van een categoriale Bevi-inrichting, spoorlijn, autoweg of buisleiding. De Veiligheidsregio acht het standaardadvies binnen deze zone alleen niet toepasbaar wanneer sprake is van nieuwe bijzonder kwetsbare objecten. Echter deze ontwikkelingen hebben mogelijk een significante toename van het groepsrisico tot gevolg. Voor deze situaties dient dan ook een verantwoording groepsrisico te worden opgesteld en kan niet worden volstaan met onderhavige standaard verantwoording. Hierop kan worden uitgezonderd indien blijkt dat alleen sprake is van een zogenaamde beperkte verantwoordingsplicht op grond van het Bevt6 of Bevb7. Dat wil zeggen dat dan geen verantwoording over de hoogte van het groepsrisico noodzakelijk is maar wel rekening moet worden gehouden met rampenbestrijding, zelfredzaamheid en hulpverlening in geval van een calamiteit. Voorwaarde hiervoor is dat de ontwikkeling op een afstand van minimaal 30 meter van de risicobron is gelegen.
Concluderend is het toepassingsgebied van onderhavige standaard verantwoording opgenomen in onderstaande tabel: Tabel: Toepassingsgebied standaard verantwoording bij ontwikkelingen van (beperkt) kwetsbare of bijzonder kwetsbare objecten
Risicobron
Afstand ontwikkeling
Categoriale Bevi-inrichtingen
> Invloedsgebied of 200 m
1
Inrichting waarvoor een QRA is opgesteld Inrichting waarvoor vaste afstanden gelden voor plaatsgebonden risico en invloedsgebied (tabellen Revi) 3 Wegen zoals opgenomen in het Basisnet of overige wegen waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt 4 Waterweg is niet van toepassing 5 Leiding waarop het Bevb van toepassing is 2
6
Besluit externe veiligheid transportroutes
7
Besluit externe veiligheid buisleidingen 3
Niet-categoriale Bevi-inrichting Transportroutes Buisleidingen
> Invloedsgebied of 750 m > 200 m > Invloedsgebied of 200 m
Voor toepassing van deze standaardverantwoording zijn de afstanden voor niet-categoriale inrichtingen (750 m) en categoriale inrichtingen (200 m) leidend, tenzij het invloedsgebied van betreffende inrichting, transportroute of buisleiding kleiner is. In dergelijke gevallen is het werkelijke invloedsgebied bepalend of verantwoording van het groepsrisico van toepassing is. Daarnaast is het toepassingsgebied ook weergegeven op een gebiedskaart (Pdf-bestand) die voor gemeenten ook via www.geobrabant.nl beschikbaar wordt gesteld (medio 2017) in een aparte kaart(laag) voor de standaard verantwoording groepsrisico (SVGR). Op deze kaart zijn hierdoor vijf verschillende gebieden te onderscheiden: Tabel: Gebiedskaart verantwoording groepsrisico Legenda
Gebied
Verantwoording en advies
Donkergeel
ABC-zone voor ontplofbare stoffen.
Lichtgeel
Op korte afstand van een risicobron: tot 30 meter
(beperkt) Kwetsbare objecten niet toegestaan. Verantwoording groepsrisico niet van toepassing. Verantwoording groepsrisico en advies Veiligheidsregio
Blauw
Tussen 30 en 2008 meter van risicobron
Verantwoording groepsrisico en standaard advies Veiligheidsregio
Grijs
Buiten 200 of 7509 m van een risicobron
Standaard verantwoording groepsrisico en standaard advies Veiligheidsregio
Transparant
Buiten invloedsgebieden
geen verantwoording groepsrisico en geen advies Veiligheidsregio
Voor de gemeente Rucphen is een extra gebied in de tabel en op de kaart weergegeven in donkergeel. Het betreft hier de ABC-zonering voor een defensie-inrichting of een inrichting met ontplofbare stoffen voor civiele doeleinden. Weergegeven is de A- en B-zone waarbinnen in principe geen (beperkt) kwetsbare objecten mogen worden gerealiseerd. Daardoor is een verantwoording groepsrisico feitelijk nooit aan de orde voor dit gebied en de standaard verantwoording is dan ook eveneens niet van toepassing op dit gebied. Groepsrisico Het groepsrisico als gevolg van aanwezige risicovolle inrichtingen ligt in alle gevallen onder de oriëntatiewaarde. De belangrijkste transportroute voor gevaarlijke stoffen is de A58. Op grond van het Basisnet zijn berekeningen uitgevoerd. Voor het traject van de A58 ter hoogte van de gemeente Rucphen is sprake van een groepsrisico, waarvan de waarde lager is dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde.
8 9
Tenzij het invloedsgebied van de bron kleiner is Tenzij het invloedsgebied van de bron kleiner is 4
De binnen de gemeente Rucphen gelegen buisleidingen, die relevant zijn voor externe veiligheid, betreffen voornamelijk aardgasleidingen. Met uitzondering van de leidingen Z-520-33 en Z-520-12 zijn alle leidingen gelegen in het buitengebied. Voor de leidingen Z-520-33 en Z-520-12, die in de bebouwde kom van Sprundel zijn gelegen, geldt dat sprake is van een groepsrisico dat lager is dan de oriëntatiewaarde. Het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied van risicobronnen op dusdanige afstand dat de ruimtelijke ontwikkeling, ook indien sprake is van toename van het aantal aanwezigen, niet leidt tot een relevante toename van het groepsrisico. Bestrijding calamiteit en zelfredzaamheid Scenario’s De scenario’s waardoor het plangebied getroffen kan worden, is afhankelijk van de aanwezige risicobronnen. De meest voorkomende scenario’s welke zich kunnen voordoen, zijn hier beschreven. Toxisch scenario Dit scenario is van toepassing bij een plangebied dat ligt binnen een giftig (toxisch) invloedsgebied: Er komt een wolk met giftige stoffen vrij die zich verspreid in de omgeving. Deze kan ontstaan als gevolg van: een brand bij een inrichting met gevaarlijke stoffen (giftige verbrandingsproducten, rookwolk). het lek raken van een container/tankwagen/etc. met gevaarlijke stoffen (door uitdamping verspreiding in de omgeving).
Aanwezigen in het plangebied die worden blootgesteld aan de toxische wolk kunnen ernstige gezondheidsschade oplopen en kwetsbare groepen (longpatiënten) kunnen in het ‘worstcase scenario’ overlijden. Overige gevolgen zijn irritatie van de luchtwegen en branderige ogen. Incident met brandbare gassen Scenario van toepassing bij een plangebied dat ligt binnen de effectafstanden van een explosie: Een explosie kan optreden bij een LPG tankstation, bij een inrichting of bij het transport van onder druk vervoerd gas (weg). Door het instantaan falen, bijvoorbeeld als gevolg van een ongeluk, komt de inhoud spontaan en explosief vrij. De stof zal waarschijnlijk ontbranden wat eveneens voor schade zorgt. Het ‘worst-case scenario’ is dat een tank door een externe brand wordt opgewarmd, waardoor deze door oplopende interne druk faalt. Hierdoor komt de inhoud onder zeer grote druk explosief vrij en ontbrandt direct. De warmtestraling en overdruk in de omgeving is direct dodelijk zowel binnen als buiten gebouwen. Op grotere afstand zullen aanwezigen (brand)wonden oplopen. Daarnaast ontstaat schade aan gebouwen zijn als gevolg van de druk. Deze standaard verantwoording is niet van toepassing op ontwikkelingen gelegen binnen de effectafstanden van deze scenario’s.
Fakkelbrand Scenario van toepassing bij een plangebied dat ligt binnen de effectafstanden van een fakkelbrand: Dit scenario treedt op bij transportleidingen voor aardgas. Door een lekkage, scheur of volledige breuk van de buisleiding kan het aardgas vrijkomen en tot ontbranding worden gebracht door een ontstekingsbron in de nabijheid. Het vrijgekomen aardgas zal hierbij in brand vliegen wat gepaard gaat met een druk en hevige hitte ontwikkeling in de vorm van een fakkelbrand. Door de hitte kunnen personen overlijden en/of brandwonden oplopen. Deze standaard verantwoording is niet van toepassing op ontwikkelingen gelegen binnen de effectafstanden van het meest voorkomende scenario’s. Mogelijk te treffen maatregelen te verbetering van de zelfredzaamheid
5
Afsluitbare mechanische ventilatie bij toxisch scenario De Veiligheidsregio adviseert in nieuwe bouwwerken een afsluitbare mechanische ventilatie toe te passen. Daarnaast wordt aandacht gevraagd voor de detaillering van gevels, ramen en kozijnen, zodat deze goed luchtdicht zijn uitgevoerd. De detaillering van gevels, ramen en kozijnen volgt uit het Bouwbesluit 2012. Belangrijk is het controleren van een juiste uitvoering hiervan tijdens de bouw. Het toepassen van een afsluitbare mechanische ventilatie kan niet middels het Bouwbesluit worden afgedwongen. Om de toepassing hiervan te bevorderen wordt hierover actief gecommuniceerd met initiatiefnemers van bouwprojecten. Risicocommunicatie De Veiligheidsregio adviseert om actief te communiceren met gebruikers/bewoners van het invloedsgebied over de risico’s en mogelijk te nemen maatregelen. Dit vraagt om een actief beleid op het gebied van risico-communicatie. Op het gebied van risicobeheersing stelt de Veiligheidsregio in haar beleidsplan zich ten doel extra inspanningen te verrichten op het gebied van risicocommunicatie. Samen met de andere Brabantse Veiligheidsregio’s wordt hiervoor een plan ontwikkeld, waarbij gemeenten nadrukkelijk worden betrokken. Risicocommunicatie gebeurt in Rucphen o.a. door de risicokaart die via het web is in te zien (www.risicokaart.nl).
Ook de door de gemeente verstuurde kaart "Wat te doen bij een ramp" is een vorm van risicocommunicatie. Ontruimingsplan Het stimuleren van inrichtingshouders om aandacht te besteden aan hun ontruimingsplannen bij externe incidenten draagt bij aan een verhoging van de veiligheid. Instellingen en bedrijven zijn op grond van de Arbo-wet verplicht een risico-inventarisatie uit te voeren. Uit deze inventarisatie volgt of een BHV-organisatie ingesteld moet worden. Door de handhavers wordt hieraan structureel aandacht aan gegeven bij het uitvoeren van hun toezichtstaken. De Veiligheidsregio heeft in samenwerking met de gemeente Moerdijk een alerteringssysteem voor calamiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven ontwikkeld. De Veiligheidsregio past dit systeem (CBIS) inmiddels toe voor de gehele Veiligheidsregio. Toepassing van dit systeem zal bewustzijn van gevaren en communicatie bevorderen. Alle bedrijven binnen de gemeente kunnen zich inmiddels aanmelden voor dit systeem via de website : www.cbisbrabant.nl . De gemeente ondersteunt dit initiatief. Mogelijkheden voor de rampenbestrijding Toxisch scenario Bronbestrijding is bij een toxische vloeistof mogelijk door de vloeistof af te dekken. Hierdoor wordt de verdamping verminderd. Voor toxische gassen kan alleen aan bronbestrijding worden gedaan indien het om een lekkage gaat. De brandweer kan dan proberen om het gat te dichten.
Effectbestrijding is tevens mogelijk door de concentratie te verdunnen, bijvoorbeeld met behulp van een waterscherm. Dit is alleen mogelijk als de brandweer tijdig aanwezig is. Bij een toxisch incident is het belangrijk dat de bestrijding plaatsvindt vanaf bovenwinds gebied (daar waar de wind vandaan komt). Het is daarom belangrijk dat de bron tweezijdig bereikbaar is. Incident met brandbare gassen Noodzakelijk voor het voorkomen van een explosie is. Tijdige aankomst brandweer; Tijdige bereikbaarheid tankwagen of ketelwagon; Tijdige beschikbaarheid bluswater. Inzet waterkanonnen voor tweezijdige koeling tankwagen of ketelwagon. Indien de explosie niet voorkomen kan worden, is het relevant dat er voldoende bluswatervoorzieningen zijn en dat het gebied tweezijdig toegankelijk is. Aanrijtijden In het geval van een incident in het plangebied is de brandweer binnen de bestuurlijke vastgestelde tijden aanwezig (na te gaan via www.brandweermwb.nl/brandveiligheid/ 6
brandweerbereikbaarheid). Indien voor het plangebied of een deel ervan niet kan worden voldaan aan de vastgestelde tijden kan aan de hand van de door de Veiligheidsregio ontwikkelde toolbox, maatregelen worden getroffen om de veiligheid te verhogen. Belangrijk hierbij is de informatievoorziening richting de gebruikers/bewoners van een gebied waar de aanrijtijden niet worden gehaald. Toepassing van de toolbox kan een middel zijn om de veiligheid, door zelfredzaamheid en bewustzijn van de gevaren, te verhogen. Tezamen met de gemeenten Bergen op Zoom, Woensdrecht, Steenbergen en de brandweer bereidt de gemeente Rucphen het gebruik van de toolbox voor. Het gaat hierbij om het ontwikkelen en implementeren van de toolbox in onze gemeente. Dit gebeurt op projectmatige basis. WAS (Waarschuwings- en alarmeringsinstallatie) Binnen de bebouwde kom van de gemeente is de WAS-dekking veelal voldoende. Daarnaast is NLalert voor het gehele grondgebied operationeel via mobiele telefonienetwerk. Bluswatervoorziening Binnen de gemeente is een overzicht beschikbaar van de bluswatervoorziening. De Veiligheidsregio heeft deze (grote) bronnen geïnventariseerd. Op grond van het Bouwbesluit worden eisen gesteld aan benodigde bluswatervoorziening.
Op verzoek van de Veiligheidsregio wordt, indien het plangebied een nieuw uitbreidingsplan, industrieterrein met BRZO-inrichtingen of een grootschalige ontwikkeling betreft, in dit kader advies gevraagd met betrekking tot bluswatervoorziening. Bereikbaarheid De gemeente heeft een hoofdwegenstructuur voor de brandweer vastgesteld. Deze hoofdwegenstructuur voldoet aan de eisen die de brandweer hieraan stelt. Mate van zelfredzaamheid van de aanwezigen De zelfredzaamheid van aanwezigen in het plangebied hangt van diverse factoren af. In onderstaande tabel is de zelfredzaamheid voor een aantal standaard functies beoordeeld.
Scenario
Toxisch (giftig)
Explosie
Gebouwtype
Woning Kantoor Detailhandel Bedrijf Bijzonder Kwetsbaar Woning Kantoor Detailhandel Bedrijf Bijzonder Kwetsbaar
Afwegingscriteria Fysieke Zelfstandig gesteldheid heid personen personen + + + + -
+ + + + -
Alarmeringsmogelijkheden personen en aanwezigen +/+ + +/+
+ + + + -
+ + + + -
+/+ + +/+
VluchtMogelijkheden Gebouw & omgeving + + + +/+
GevaarInschattingsmogelijkheden scenario +/+/+/+/+/-
+/+/+/+/+/-
+/+/+/+/+/-
Over het algemeen wordt geconcludeerd dat de zelfredzaamheid redelijk tot goed is. Voor bijzonder kwetsbare objecten waar verminderd zelfredzame personen aanwezig zijn (zoals kinderdagverblijf en zorginstelling) is de zelfredzaamheid beperkt. Eerder genoemde maatregelen en voorzieningen verbeteren de vlucht- en schuilmogelijkheden en daarmee ook de zelfredzaamheid van personen in het plangebied.
7
Conclusie Op basis van het bovenstaande wordt geconcludeerd dat er personen in het plangebied worden blootgesteld aan externe veiligheidsrisico’s, ook na het treffen van maatregelen. De besproken maatregelen dragen wel bij aan het verminderen van de gevolgen die zich voordoen bij een van de besproken scenario’s. De Veiligheidsregio is voldoende ingericht om tijdig de noodzakelijke hulpverleningscapaciteit van de beschreven scenario’s te leveren. Op basis van de beschouwde scenario’s en het gelijkblijvende groepsrisico acht de gemeente het Wro- of Wabo-besluit verantwoord.
8
Sector Risicobeheersing
Gemeente Rucphen T.a.v.: College van Burgemeester en Wethouders Postbus 9 4715 ZG RUCPHEN
Datum Onze referentie
8 december 2016 U.012285
Uw referentie Uw brief van
Fabriekstraat 34, Tilburg Postbus 3208 5003 DE Tilburg Telefoon (088) 2250100 www.brandweermwb.nl
Metha de Heer/Harry Killaars 06-53625089 E-mail info@brandweermwb.nl Onderwerp Standaardadvies 2017
Behandeld door Doorkiesnummer
Geacht college,
Een deel van uw gemeente is gelegen in het invloedsgebied van één of meerdere Brzo bedrijven en/of van een spoorlijn, autoweg of buisleiding. Uw beleid en de besluiten externe veiligheid inrichtingen c.q. Buisleidingen en Transportroutes verplicht u het groepsrisico te verantwoorden van ieder ruimtelijk besluit dat u in dit invloedsgebied neemt. Verder dient u het Dagelijks bestuur van de Veiligheidsregio Midden- en West- Brabant iedere keer in de gelegenheid te stellen om te adviseren inzake de rampenbestrijding en de zelfredzaamheid. Werkingssfeer advies Met deze brief voorzien wij u van een standaard advies 2017, voor ruimtelijke ontwikkelingen in het invloedsgebied van een Bevi inrichting en/of de infrastructuur. U kunt dit standaard advies gebruiken voor de verantwoording van het groepsrisico voor ruimtelijke ontwikkelingen. In onderstaand overzicht kunt u zien wanneer u het standaardadvies kunt gebruiken en wanneer u de Veiligheidsregio Midden- en West- Brabant in de gelegenheid moet stellen een maatwerkadvies uit te brengen. Daarnaast heeft de Omgevingsdienst Midden en West Brabant signaleringskaarten en standaard groepsrisicoverantwoordingen per gemeente gemaakt. Werking van het standaard advies 1. Ontwikkelingen buiten de 750 m1 van een niet-categoriale Bevi inrichting. 2.
Ontwikkelingen buiten de 200 m1 van een categoriale Bevi inrichting, spoorlijn, autoweg, waterweg of buisleiding1. 3. Ontwikkeling buiten de 30 m1 en tot een afstand van 200 m1 van een categoriale Bevi inrichting, spoorlijn, autoweg, waterweg of buisleiding waarin geen nieuwe bijzonder kwetsbare objecten2 worden toegestaan. 4. Kleine bestemmingsplannen behoudens ruimtelijke plannen waarin bijzonder kwetsbare objecten worden mogelijk gemaakt.