07.5 landschappelijke-verdieping raad
Tekst van het document
De kreken zijn de ruimtelijke dragers van het zeekleilandschap. In tegenstelling tot de beken zijn veel kreken verdwenen in het huidige landschap. Hun oorspronkelijke afwaterende functie zijn ze verloren, tenzij ze onderdeel uitmaken van het polderslotensysteem. De nog aanwezige kreekrestanten hebben over het algemeen een belangrijke natuurwaarde. Voor oorspronkelijke kreekrestanten geldt dat deze uitgesloten zijn voor de plaatsing van zonnevelden en/of windturbines. Voor de verdwenen kreken geldt dat als zonnepanelen en/of windturbines kunnen helpen om de kreken weer beleefbaar te maken, dit een optie kan zijn. Belangrijk is dat het landschap/natuur een kwaliteitsimpuls krijgen. Cultuurhistorische waarden Op de kaart uitsluitingen zijn de beschermde stad- en dorpsgezichten, de cultuurhistorische vlakken en de complexen van cultuurhistorisch belang opgenomen. De plaatsing van zonnevelden en/of windturbines is in relatie tot beschermde stads- en dorpsgezichten vooral relevant als er interactie is met het buitengebied. Willemstad is bijvoorbeeld een nog gave vestingstad met een schootsveld en open landschap eromheen. Dan zijn windturbines en/of zonnevelden in principe uitgesloten. Complexen van cultuurhistorisch belang zijn de forten, abdijen, kloosters, kastelen, etc. Meestal liggen deze complexen in een cultuurhistorisch vlak.
Deze cultuurhistorische vlakken hebben over het algemeen te maken met turfwinning, de waterlinies en/of landgoederen. Met deze cultuurhistorische vlakken en complexen gaan we uiterst voorzichtig om. Dit betekent dat de cultuurhistorische waarden minimaal behouden moeten blijven. Bij een ontwikkeling met zonnepanelen en/of windturbines gaat de voorkeur uit naar verbetering van de (beleving van de) cultuurhistorische waarden.
33
2.3 Technische randvoorwaarden De technische randvoorwaardenkaart voor windenergie maakt onderdeel uit van de bijlagen bij de concept RES West-Brabant. Deze kaart is gemaakt door Generation.Energy. De gegevens op deze kaart Technische randvoorwaarden zijn 1 op 1 overgenomen van de kaarten Beperkingen windenergie. Op deze kaart zijn de uitsluitingsgebieden voor windenergie aangegeven. Het gaat om drie categorieën: • vliegvelden/radar • afstanden tot (woon)bebouwing • buisleidingen, kabels, etc. Vliegvelden In West-Brabant liggen twee vliegvelden, namelijk vliegveld Woensdrecht en Breda International Airport (vliegveld Seppe). Daarnaast ligt een groot deel van Breda, Alphen-Chaam en Baarle-Nassau onder de radar van vliegveld GilzeRijen. Binnen de aangegeven gebieden zijn windturbines niet toegestaan. Afstanden tot (woon)gebouwen Rondom alle woonkernen zijn geluidscontouren getrokken. Voor windturbines geldt een minimale afstand tot woonkernen van 400 meter. Tot verspreid liggende (agrarische) woningen in het buitengebied geldt een minimale afstand van 220 meter. Als de betreffende grondeigenaar zelf een windturbine op eigen grond zet, betreft de woning een molenaarswoning. Daarvoor gelden andere regels. De windturbines mogen daar veel dichter bij staan. Voor zonnepanelen gelden geen minimale afstanden tot woonbebouwing. Buisleidingen, kabels, etc.
Voor ondergrondse buizen, leidingen en kabels gelden veiligheidsafstanden. Ook voor hoogspanningsleidingen gelden veiligheidsafstanden. Hierbinnen zijn windmolens uitgesloten. Zonnevelden mogen over het algemeen ook niet. In geval van calamiteiten wil men goed bij de buizen, leidingen en kabels kunnen. In de concept RES West-Brabant zijn zoekgebieden voor windenergie voor zowel 2030 als 2050 aangegeven. Daarmee is al vastgelegd in welke gebieden de windturbines kunnen komen. Voor zonne-energie is per gemeente aangegeven wat de opgave zon op dak en zonnepark is voor 2030. Voor 2050 ligt de invulling van de opgave zonne-energie nog open.
35
Oosterhout. Veel zoekgebieden voor woningbouw zijn niet definitief genoeg om op deze kaart met ontwikkelingen op te nemen. Op gemeentelijk schaalniveau is dus nog een verfijning nodig. De kaart met alle structuurvisies van de verschillende gemeentes in West-Brabant helpt bij deze verfijning. Werken uitbreiding (paarse arcering) Op deze kaart met ontwikkelingen zijn vanuit werken opgenomen: • Twee uitbreidingen bij industrieterrein Moerdijk • Uitbreiding bedrijventerrein in de oksel A16 en A17 • Uitbreiding bedrijventerrein bij Oosterhout • Uitbreiding bedrijventerrein bij Zundert
2.4 Dynamiek Het gaat hier om de al aanwezige of te verwachten dynamiek in het gebied. Liggen er al claims op het gebied vanuit andere opgaven? Over het algemeen geldt: Hoe meer dynamiek in een gebied, hoe meer mogelijkheden om de duurzame energieopgave hiermee te verbinden. De kaart dynamiek geeft aan welke ontwikkelingen er gepland zijn en/of spelen op het schaalniveau van West-Brabant op het gebied van: • Wonen • Werken • Natuur • Landbouw • Duurzame energie Om tot een goed afgewogen keuze te komen voor het plaatsen van windturbines en/of zonnepanelen moet ook ingezoomd worden op de ontwikkelingen op lokaal schaalniveau. Het is daarbij belangrijk om de ontwikkelingen op het gemeentelijke schaalniveau te verfijnen om zo koppelkansen in beeld te krijgen (zie ook hoofdstuk “5 Hoe kom je tot een eigen landschappelijke visie ?” blz 155). Wonen Zoekgebied verstedelijking (oranje vlak) De provincie Noord-Brabant moet regels opnemen voor bundeling van nieuwe stedelijke ontwikkelingen. In eerste instantie dienen deze plaats te vinden in bestaand stedelijk gebied. Als er meer ruimte nodig is kan dit alleen waar het gelet op de ruimtelijke kwaliteiten verantwoord is. In de Verordening Ruimte zijn deze gebieden aangewezen als zoekgebieden verstedelijking.
Integratie stad-land (groen vlak) Onder voorwaarden kan een nieuwe stedelijke ontwikkeling ook plaatsvinden in gebieden met bijzondere landschappelijke waarden. Dit zijn de (zoek)gebieden integratie stad-land. In deze gebieden kan stedelijke ontwikkeling plaatsvinden in samenhang met groene landschapsontwikkelingen. Wonen uitbreiding (gele arcering) Op het schaalniveau van de regio West-Brabant zijn de zoekgebieden verstedelijking en integratie stad-land richtinggevend voor de stedelijke dynamiek. Op gemeentelijk niveau zijn de uitbreidingsplannen wonen vaak al verder gevorderd. Op deze dynamiekkaart staat alleen de woninguitbreiding bij
Landbouw uitbreiding en intensivering Op deze kaart met ontwikkelingen is vanuit landbouw opgenomen: • Glastuinbouw (grijsblauw vlak) • Intensieve landbouwgebieden (bruin horizontaal gearceerd) • Intensivering en schaalvergroting (bruin diagonaal gearceerd) Grote kassengebieden in West-Brabant liggen tussen Made en Geertruidenberg, bij Dinteloord, bij Zevenbergen, bij Etten-Leur en bij Steenbergen. Van deze kassengebieden gaan de kassengebieden bij Dinteloord, bij Steenbergen en tussen Made en Geertruidenberg nog intensiveren/uitbreiden. Het boomteeltgebied bij Zundert intensiveert en breidt uit in noordelijke richting. Er staan een aantal intensieve landbouwgebieden op de kaart: ten zuiden van Etten-Leur, tussen Etten-Leur en Breda in, tussen Roosendaal en Etten-Leur in, ten zuiden van Roosendaal. Natuuruitbreiding De natuuruitbreiding bestaat uit: • Verwervingsopgave NNB (donkergroen gearceerd) • Overige natuurwaarden (lichtgroen gearceerd) Tot de verwervingsopgave NNB behoren natuurprojecten die onderdeel gaan uitmaken van het Natuurnetwerk Brabant.
Het betreft: • Uitbreiding Sint Antoniegorzen/gebied Volkeraksluizen • Zwermlaken, Oostpolder, Strijpen bij Etten-Leur • Haagse Beemdenbos, De Hartel en Het Speijk ten noorden van Breda • Binnenpolder bij Terheijden • Bleeke Heide bij Chaam • De Withagen bij Ulicoten • Castelreesche Heide • Den Haard en De Beemden bij Zundert De overige natuurontwikkelingen buiten de NNB zijn met lichtgroene arcering aangegeven. Deze natuurgebieden zijn aanvullend op de NNB en NNN. Het gaat om de volgende natuurgebieden met overige natuurwaarden: • Op en langs De Brabantse Wal • Natte gronden ten noorden van Etten-Leur en Breda • Gebieden in Baarle-Nassau en Alphen-Chaam • Gebied ten zuiden van de Biesbosch • Gecombineerde Willemspolder
37
Energie uitbreiding In de Concept Regionale Energie Strategie (RES) zijn de duurzame energie ambities verwoord qua wind- en zonne-energie. De elektriciteitskaart op pagina 8 van het rapport brengt de ambities in beeld voor zonne- en windenergie. Per gemeente is aangegeven: Zonne-energie • Hoeveelheid bestaande zonne-energie op dak in combinatie met harde projecten in de pijplijn. • Opgave hoeveelheid zonne-energie op dak voor 2030 • Hoeveelheid zonne-energie in bestaande zonneparken in combinatie met harde projecten in de pijplijn • Opgave hoeveelheid zonne-energie in zonneparken voor 2030 Windenergie • Hoeveelheid bestaande windturbines • Hoeveelheid onherroepelijk vergunde windturbines • Hoeveelheid vergunde windturbines, die nog niet onherroepelijk vergund zijn • Hoeveelheid te repoweren windturbines • Zoekgebieden windturbines voor 2030 • Zoekgebieden windturbines voor 2050 Uitgezocht wordt waar en hoe in 2030 voldoende duurzame energie kan worden opgewekt. In deze landschappelijke verdieping benaderen we deze opgave met een landschappelijke bril. Wat is er mogelijk met behoud en/of versterking van de landschappelijke kwaliteiten? Het doel van deze landschappelijke studie is de mogelijkheden in beeld brengen hoe zonnepanelen en/of windturbines in het landschap geplaatst kunnen worden met behoud en/of versterking van het landschap.
De bouwstenen in hoofdstuk 3 brengen deze mogelijkheden in beeld. Met deze mogelijkheden kan ook gestudeerd worden op de opgave voor 2050. In 2030 wil West-Brabant 2,0 TWh duurzaam opwekken met grootschalige wind- en zonne-energie en 0,2 TWh met innovatieve technieken. Er zijn in de regio al goede stappen gezet. Binnen enkele jaren komt er al 1,3 TWh van het elektriciteitsgebruik uit zonne- en vooral windenergie. Gekozen is voor een ‘overprogrammering’. In totaal zijn er in de RES voor 2030 plannen en projecten voor 2,3 TWh. Uit het onderstaande schema blijkt dat de opgave zonne-
energie en windenergie voor 2030 (bron: concept RES West-Brabant, versie april 2020). Opgave voor 2030
TWh
Bestaande plannen
0,49 TWh
Harde plannen
0,76 TWh
Openstaande opgave 2030
1,1 TWh
Innovatieve technieken
0,2 TWh
Totaal
2,55 TWh
Openstaande opgave voor 2030
TWh
Windturbines
0,3 TWh (circa 25 mindmolens)
Zonnepanelen
0,3 TWh (circa 300 ha. zonnepanelen)
Zonnepanelen op daken
0,5 TWh (circa 500 ha. zonnepanelen)
Totaal
1,1 TWh
Gezien het grote verwachte elektriciteitsverbruik (6,5 TWh) resteert er ook voor de periode 2030 - 2050 nog een stevige opgave zonne- en windenergie. Indien de regio energieneutraal zou willen zijn, komt er nog circa 4,0 TWh boven op de opgave voor 2030. Als 1 TWh ongeveer 85 windmolens is of 1000 ha. zonnepanelen betekent dit grofweg een opgave van 340 windmolens of 4000 ha. zonnepanelen. Het is op dit moment onbekend wat de ambitie en daarmee de opgave voor zonne- en windenergie is voor 2050.
39
Elektriciteitskaart
Netwerkkaart
41
Contourennotitie, Concept RES, achtergrondrapport concept RES
2.5 Landschappelijke onderlegger De kaart hiernaast combineert de landschapstypenkaart met de dynamiek kaart. In kleur staan de landschapstypen en landschappelijke eenheden aangegeven. In zwart-wit staan de grote regionale ontwikkelingen aangegeven. Aan de hand van deze kaart kun je zien welke grote ontwikkelingen spelen in welk landschapstype. Een aantal voorbeelden: • Ten noorden van Etten-Leur en Breda ligt een groot gebied waar natuurontwikkeling gepland/gewenst is. Dit gebied ligt in het overgangsgebied van zand naar zeeklei: de Naad van Brabant. Hier komt veel kwelwater omhoog, waardoor de potenties voor bijzondere natuur groot zijn. In het gebied staan al veel windturbines en langs de A16 komen er binnenkort bij. Hier is dus een koppelkans voor natte natuurontwikkeling gecombineerd met windenergie. Het is interessant te kijken of zonne-energie hier ook een optie is (Cable Pooling). Zowel Etten-Leur als Breda hebben aan de noordkant een behoorlijk groot zoekgebied verstedelijking. Deze zoekgebieden liggen juist op de hoger gelegen, droge kampenontginningen. Bij toekomstige nieuwe woongebieden is een combinatie met zonnepanelen interessant. Niet alleen op daken (en gevels), maar juist ook om een groen uitloopgebied te realiseren. De natte natuurontwikkelgebieden met duurzame energie hebben ook een groot recreatief potentieel.
• Het bedrijventerrein aan de noordwestkant van Roosendaal ligt tussen spoorlijnen sporen, de A17 en hoogspanningsleidingen. Er staan al drie windturbines. Hier ligt ook nog het Mark-Vlietkanaal. Dit kanaal ligt precies waar de zeekleipolders een stukje het dekzandgebied inprikken. Hier komen veel stedelijke functies bij elkaar, die goed lijken te combineren met zonne-energie. • Bij Zundert ligt een gebied waar de agrarische sector kan/gaat intensiveren in combinatie met schaalvergroting. Hier ligt een belangrijke concentratie boomteeltbedrijven. Ontwikkelingen in de landbouw kunnen hier een koppelkans zijn voor wind- en zonne-energie. Het is deels een zoekgebied voor windenergie. In het gebied liggen ook beekdalen. Wellicht dat er een interessante koppelkans is van extensiveren van de beekdalen, intensiveren van de boomteeltbedrijven en het opwekken van zonne-energie. • Nabij Dinteloord is een groot glastuinbouwgebied met aansluitend een groot ontwikkelgebied (intensivering en schaalvergroting)in de open zeekleipolder. In het ontwikkelgebied liggen nog kreekrestanten. Hier liggen ook de vloeivelden van de Suikerunie en komt het Mark-Vlietkanaal uit in de Dintel. Hier liggen koppelkansen voor zonne-energie en glastuinbouw. Wellicht dat de vloeivelden kansen bieden voor drijvende zonnepanelen en dat er kansen zijn voor kreekherstel. • Etc.
43
Op de kaart hiernaast zijn de volgende lagen gecombineerd: • landschapstypen • dynamiek (ontwikkelingen) • uitsluitingen op basis van waarden. De uitsluitingen zijn wit aangegeven. Dit is dus een inversiekaart van de kaart met de belangrijkste natuurwaarden en cultuurhistorische waarden. De gekleurde gebieden zijn de zogenaamde kansrijke gebieden voor de opwekking van zonne-energie. Voor windenergie zijn zoekgebieden aangegeven voor 2030 en voor 2050. Zie kaart “Elektriciteitskaart” blz 40.
45
3 De bouwstenen
3.1 Overkoepelende informatie bouwstenen De inpassings- en vormgevingsprincipes zijn weergegeven in de bouwstenen. Deze bouwstenen zijn een hulpmiddel bij het maken van goed afgewogen keuzes over potentiële locaties voor wind- en zonne-energie. Ze laten mogelijkheden zien hoe zonne-energie en/of windenergie goed ingepast kan worden in de verschillende landschapstypen en bij de verschillende thema’s. De bouwstenen spelen in op ontwikkelingen in de omgeving. Juist daar waar sowieso veranderingen in het landschap plaats gaan vinden, bestaan kansen dat de verandering samen met duurzame energie goed ingepast worden of zelfs de motor van de gewenste verandering zijn. Er zijn drie ontwikkelstrategieën: inpassen, ontwikkelen en transformatie (zie “De passende ontwikkelstrategie” blz 138). Thematisch en per landschapstype (op kaart) De bouwstenen kunnen vanuit verschillende invalshoeken aangevlogen worden: thematisch en per landschapstype. De bouwstenen zijn hier thematisch gerangschikt. Daarnaast laat de bouwstenenkaart aan het einde van dit hoofdstuk zien waar toepassing van welke categorie bouwstenen het meest voor de hand ligt. De kleuren komen overeen met de thema-kleuren. De nummers op de kaart geven specifieke bouwstenen aan. Oranje: Dorps- en stadsranden Roze: Bedrijventerreinen Grijs: Infra: snelwegen, spoor, etc.
Geel: Op water & op voormalige stortplaatsen Blauw: Agrarisch: kassen, zacht fruit en boomteelt Lichtgroen: Nieuwe natuur Donkergroen: Landschapsontwikkeling Bruin: Cultuurhistorisch verhaal Op daken en gevels Deze overkoepelende bouwsteen is de simpelste en de belangrijkste. Hier is iedereen het over eens: de daken moeten optimaal benut worden voor het opwekken van zonne-energie. Deze vorm van dubbel ruimtegebruik is een win-winsituatie. Het dak is nu namelijk onbenut én de opgewekte energie kan de bewoner/gebruiker meteen gebruiken. Dit zorgt ervoor dat er minder opgewekte energie het net op moet (en eventueel voor overbelasting zorgt). Ook gevels kunnen uitstekend benut worden voor het opwekken van zonneenergie. Deze zijn wel beeldbepalender, waardoor goed gekeken moet worden wat een aantrekkelijk beeld oplevert. De bouwsteen “op daken en gevels” geldt voor alle gebouwen: woonhuizen, instellingen, bedrijven, scholen, stallen, loodsen, etc.
Zonneladder In het klimaatakkoord is afgesproken dat de betrokken partijen eerst kijken of zonnepanelen op daken gelegd kunnen worden. Daarna op ongebruikte terreinen in bebouwd gebied. In het buitengebied gaat de voorkeur uit naar het combineren van functies, bijvoorbeeld zonnepanelen op voormalige stortplaatsen en in bermen van snelwegen en spoorlijnen. Deze voorkeursvolgorde heet de zonneladder. De zonneladder moet voorkomen dat zonnevelden op landbouw- en natuurgronden gelegd worden als dat niet nodig is. Natuur- en landbouwgronden worden niet uitgesloten, maar de voorkeur ligt bij gronden met een andere primaire functie dan landbouw. Deze voorkeursvolgorde houdt geen volgtijdelijkheid in. Na het verkennen van de mogelijkheden voor het toepassen van zonnepanelen kan gestart worden met het gelijktijdig benutten van de gekozen mogelijkheden. bron: Rijksoverheid.nl In de Provincie Noord-Brabant is geen tijdelijk verbod op de aanleg van nieuwe zonneparken op landbouwgronden ingesteld. GS vond dat niet nodig, omdat de Interim Omgevingsverordening toereikend is. Bij een correcte toepassing van deze Omgevingsverordening wordt de zonneladder toegepast en diep, rond en breed gekeken naar de initiatieven. Dit betekent dat er naar de waarden, kenmerken, koppelkansen en betrokkenheid van de directe omgeving wordt gekeken. Bron: Solar Magazine 14 juli 2020
47
Dorps & Stadsrand
Bouwsteen - Introductie Ag
e
rar
isc h
ati cre Re
Na
t k
Vla
Open
al
Socia
Groo
ts
Dorp / St
rp / Stad
Au
the
h isc
m
a yn
jk
In
rli
tie
u tu
m
Na
elij adi js
n
lote
Bes
k
Ga naar pag. 130 kaart: gebieden bouwstenen
Par
D
tad
nd
e Verste
Rust
Do
Druk
Dorp /s
ad
nti
ek
3.2 Dorps- en stadsranden
Zonne- en/of windenergie Windturbines zijn in de dorps- en stadsranden maar zeer beperkt mogelijk in verband met de minimaal aan te houden afstand tot woonbebouwing. Dorpsen stadsranden zijn vaak relatief kleinschalig van karakter, waardoor windturbines ook qua sfeer en beleving niet passend zijn. Uitzondering zijn bijvoorbeeld stadsranden waar snelwegen en/of grote bedrijventerreinen langs liggen.
Beschrijving: ligging dorpen en steden • Functies: Dorps- en stadsranden zijn de overgangszones van stedelijk naar landelijk gebied. Deze overgangszones kenmerken zich vaak door een mix aan functies: sportvelden, moestuinen, maneges, enkele boerderijen, wonen in het landelijk gebied, natuur, etc. Per dorp en stad ziet deze rand er anders uit. Hierin speelt ook de ondergrond en het daarmee samenhan- Voor dorps- en stadsranden onderscheiden wij de volgende bouwstenen 1. Op daken en gevels gende landschapstype een rol. • Dynamiek: Dorps- en stadsranden zijn vaak dynamische gebieden. Hier ligt 2. Waarden beschermen & Stadsrand Overgangszone druk op vanuit het dorp of stad met betrekking tot gewenste uitbreidingen 3. Dorps Integreren zonneparken (bij uitbreiding) voor woningbouw, bedrijventerreinen, recreatiegebieden, stadslandbouw 4.Bouwsteen - DS4. Opmaat naar verstedelijking en infrastructuur (zoals de rondwegen). Deze ontwikkelingen zorgen voor 5. Als opmaat naar verstedelijking / tijdelijke zonnevelden druk op de natuur en de landbouw. Bijna elk dorp en elke stad wil graag een groene rand, waar de dorps- en stadsbewoners in het groen kunnen Fase1 Fase2 recreëren. • Sferenring: Elke dorpsrand en elke stadsrand is uniek. Dit unieke karakter komt naast de functies en de dynamiek voort uit het aanwezige landschap.
Een dorp in het open zeekleilandschap heeft een andere dorpsrand dan een dorp op de zandgronden. De grote steden in West-Brabant liggen op de overgang van de zandgronden naar de zeekleigronden, waardoor de zuidelijke stadsrand sowieso een ander karakter heeft dan de noordelijke stadsrand. Daarnaast speelt cultuurhistorie een beeldbepalende rol in de waarden van de randen. Denk hierbij aan de landgoederen, de oude bosDorps & Stadsrand Dorps & Stadsrand sen, de turfwinning en de waterlinies. Een dorps-/stadsrand is een dikke Bouwsteen - DS3. Integreren zonnepanelen Bouwsteen DS2. Overgangszone ring die net als een kameleon steeds van kleur verschiet bij de verschillende invloeden. Om te weten waar je eventueel zonnepanelen kunt plaatsen in de dorps-/stadsrand moet je deze ‘sferenring’ tekenen. Het tekenen van Principe Koppelkansen Landschapstype deze sferenring vraagt veel lokale gebiedskennis. Daarom raden wij aan dat • Toegankelijk maken van het landschap voor • Reservering voor uitbreidingen woningbouw • Niet van toepassing en / deze sferenringen Dorps & Stadsrand investeren in groenblauwe waarden voor de • Benutten reserveringsgronden gemaakt worden op het schaalniveau van de gemeentes, toekomstige uitbreiding • Toegankelijk maken van landschap (ommetje) Dorps & Stadsrand Op daken en gevels bijvoorbeeld in de zonnevisies.
Als voorbeeld hebben we hier een willekeuBouwsteen - DS1. Waarden beschermen rige ‘sferenring’ getekend.
ar)
inpassen
ontwikkelen
Principe
Koppelkansen
• Zoektocht naar kleinschalig inpassen • Overgangszone • Zachte overgang stad-land
• Niet van toepassing • Vraag en aanbod energie bij elkaar voor wonen en sport Principe • Koppelen aan agrarische functies • Integraal ontwerp van uitbreiding en • Landschap toegankelijker
inpassen
ontwikkelen
Koppelkansen
Landschapstype
• Meervoudig ruimtegebruik • Benutten daken
• Niet van toepassing
Koppelkansen
Landschapstype
• Vrijhouden van waardevolle randen, vista’s, silhouetten
• Niet van toepassing
• Niet van toepassing
Koppelkansen
Landschapstype
• Aanbod en vraag energie bij elkaar voor wonen • Groen uitloopgebied maken
• Niet van toepassing
transformatie
inpassen Principe
transformatie
Landschapstype
energieopgave
Ga naar pag. 130 kaart: Gebieden bouwstenen
49
ontwikkelen
transformatie
Bedrijventerreinen
/
Dorps & Stadsrand
Bouwsteen - Op daken en gevels
Principe
Koppelkansen
Landschapstype
• Daken optimaal benutten • Rustig beeld creëren (indien zichtbaar)
• Meervoudig ruimtegebruik • Benutten daken
• Niet van toepassing
inpassen
ontwikkelen
transformatie
3.2.1 Op daken en gevels Dorps- en stadsranden: In de Concept RES wordt binnen de bebouwde kom stevig ingezet op besparen, isoleren en zon op dak. Het streven is dat in de dorps- en stadsranden alle nieuwe woonhuizen, stallen, clubhuizen, sportaccommodaties, etc. voorzien worden van zonnepanelen op de daken en indien mogelijk ook op de gevels. Ook voor bestaande gebouwen geldt dat waar mogelijk zonnepanelen op daken (en eventueel gevels) geplaatst worden. Op deze manier worden alle daken optimaal benut en is er sprake van meervoudig ruimtegebruik. Bij plaatsing van de zonnepanelen is het creëren van een rustig beeld uitgangspunt (indien zichtbaar vanuit de openbare ruimte). Dit betekent over het algemeen een rechthoekig of vierkant patroon met geen of weinig onderbrekingen. Op de uitsluitingenkaart zijn de beschermde dorps- en stadsgezichten opgenomen van Bergen op Zoom, Willemstad, Breda, Ginneken, Woudrichem, Geertruidenberg, Drimmelen, Oosterhout en de Heilige driehoek van Oosterhout. Het bestaande zicht vanuit het buitengebied op deze cultuurhistorisch waardevolle plekken moet gewaarborgd blijven. Hetzelfde geldt voor het zicht op complexen van cultuurhistorisch belang zoals forten, abdijen, kloosters en landgoederen.
Bij het maken van de zogenaamde sferenring voor een aantal dorpen en steden is duidelijk geworden dat harde overgangen tussen stad en land vaak waardevolle uitzichten herbergen. Voor bewoners die aan de rand van een stad of dorp wonen is het uitzicht op het landelijk gebied een hele belangrijke waarde. Ook deze waarde is beschermingswaardig. Om alle te beschermen waarden goed in beeld te krijgen, is het nodig de sferenring te maken op lokaal niveau met betrokken ambtenaren en mensen uit het gebied.
Ga naar pag. 156 kaart: Bouwstenen
Bedrijventerreinen: In de Concept RES wordt binnen de bebouwde kom stevig ingezet op besparen, isoleren en zon op dak. Het streven is dat alle nieuwe bedrijven zonnepanelen op het dak krijgen. En bij voorkeur ook op de gevels. Dit is een voorwaarde om te mogen bouwen op een bedrijventerrein. Op de bestaande gebouwen ligt enorm ruimtepotentieel voor zonnepanelen. Het is belangrijk dat deze ruimte benut gaat worden. Het is een vorm van meervoudig ruimtegebruik waar algemeen draagvlak voor is en maakt dat we elders zuinig kunnen zijn met ruimte. Het vraagt een investering op korte termijn, maar deze wordt op lange termijn terugverdiend door de opgewekte zonneenergie. Op bedrijventerreinen zijn over het algemeen veel platte, niet zichtbare daken. Voorop staat een zo efficiënt mogelijk gebruik van de daken voor het opwekken van zonne-energie. Voor de wel zichtbare daken is daarbij het creëren van een rustig beeld ook belangrijk.
51
Dorps & Stadsrand
Bouwsteen - DS1. Waarden beschermen
Principe
Koppelkansen
Landschapstype
• Vrijhouden van waardevolle randen, vista’s, silhouetten
• Niet van toepassing
• Niet van toepassing
inpassen
ontwikkelen
transformatie
3.2.2 Waarden beschermen Op de uitsluitingenkaart zijn de beschermde dorps- en stadsgezichten opgenomen van Bergen op Zoom, Willemstad, Breda, Ginneken, Woudrichem, Geertruidenberg, Drimmelen, Oosterhout en de Heilige driehoek van Oosterhout. Het bestaande zicht vanuit het buitengebied op deze cultuurhistorisch waardevolle plekken moet gewaarborgd blijven. Hetzelfde geldt voor het zicht op complexen van cultuurhistorisch belang zoals forten, abdijen, kloosters en landgoederen. Bij het maken van de zogenaamde sferenring voor een aantal dorpen en steden is duidelijk geworden dat harde overgangen tussen stad en land vaak waardevolle uitzichten herbergen. Voor bewoners die aan de rand van een stad of dorp wonen is het uitzicht op het landelijk gebied een hele belangrijke waarde. Ook deze waarde is beschermingswaardig. Om alle te beschermen waarden goed in beeld te krijgen, is het nodig de sferenring te maken op lokaal niveau met betrokken ambtenaren en mensen uit het gebied.
Ga naar pag. 156 kaart: Bouwstenen
53
Dorps & Stadsrand
Bouwsteen - DS2. Overgangszone
Principe
Koppelkansen
Landschapstype
• Zoektocht naar kleinschalig inpassen • Overgangszone • Zachte overgang stad-land
• Vraag en aanbod energie bij elkaar voor wonen en sport • Koppelen aan agrarische functies • Landschap toegankelijker
• Niet van toepassing
inpassen
ontwikkelen
transformatie
3.2.3 Overgangszone Principe: De dorps- en stadsrand is over het algemeen een overgangszone tussen het stedelijke en het landelijke gebied met een zachte overgang tussen stad en land. In de kleilandschappen zijn de randen vaker hard en abrupt. De gebieden zijn vaak multifunctioneel en kennen een hoge dynamiek. Door de optelsom van verschillende functies is dit gebied meestal relatief kleinschalig van aard. Daarop aansluitend is inpassing van kleinschalige zonnevelden vaak goed mogelijk. Met kleinschalig wordt landschappelijk kleinschalig bedoeld. Meerdere kleinere zonnevelden die ruimtelijk gescheiden zijn door landschaps elementen zoals houtwallen en houtsingels, kunnen voor het elektriciteitnetwerk wel 1 groot zonnepark zijn. (Enexis betaalt de aansluiting tot 5 ha., daarboven betaalt de ontwikkelaar.) Koppelkansen: Door zonnevelden in de dorps- en stadsranden te plaatsen is het mogelijk om vraag en aanbod (deels) aan elkaar te koppelen. De kleinschalige zonnevelden wekken energie op voor woningen en sportlocaties. Ook de in of nabij de dorps- en stadsrand gepositioneerde boerderijen kunnen de lokaal opgewekte zonne-energie gebruiken. Een mooie koppelkans is om de nieuwe zonnevelden te gebruiken als motor om het landschap in de dorpsen stadsrand toegankelijker, aantrekkelijker en groener te maken.
Maar denk bijvoorbeeld ook aan een boer in de stadsrand die door een kleinschalig zonneveld te plaatsen, financieel de mogelijkheid heeft om ook daadwerkelijk om te schakelen naar natuurinclusieve/kringloop landbouw. Landschapstype: Een specifiek landschapstype is hier niet van toepassing. De dorps- en stadsranden hebben hun eigen karakter en sfeer. Het onderliggende landschap heeft hier wel enige invloed op. Ontwikkelstrategie: Meestal zal het om inpassen gaan. De zonnevelden worden in het bestaande landschappelijke raamwerk opgenomen. Uiteraard met een goede landschappelijke inpassing. Wanneer het bestaande landschappelijk raamwerk substantieel aangevuld/verbeterd wordt met behulp van de nieuwe zonnevelden is er sprake van ontwikkeling.
Ga naar pag. 156 kaart: Bouwstenen
55
Dorps & Stadsrand
Bouwsteen - DS3. Integreren zonnepanelen
Principe
Koppelkansen
Landschapstype
• Integraal ontwerp van uitbreiding en energieopgave
• Aanbod en vraag energie bij elkaar voor wonen • Groen uitloopgebied maken
• Niet van toepassing
inpassen
ontwikkelen
transformatie
3.2.4 Integreren zonneparken Principe: Dorps- en stadsranden bevatten vaak gebieden waar in de toekomst nieuwe woonwijken gebouwd worden. Bij de bouw van zo’n nieuwe wijk is een integraal ontwerp van de woninguitbreiding met de duurzame energieopgave gewenst. Denk hierbij aan nieuwe parken/uitloopgebieden met zonnevelden. Koppelkansen: Vraag en aanbod zijn hier gekoppeld. De nieuwe woningen krijgen zonne-energie. Dit kan in evenwicht zijn of een overcapaciteit. De zonnevelden zijn ook een goede motor om een aantrekkelijk en multifunctioneel groen en duurzaam uitloopgebied voor het dorp/de stad te maken. Landschapstype: Niet van toepassing Ontwikkelstrategie: De dorps- en/of stadsrand transformeert door de komst van de nieuwe woonwijk. Het opwekken van zonne-energie anticipeert op en draagt bij aan deze transformatie.
Ga naar pag. 156 kaart: Bouwstenen
57
Dorps & Stadsrand
Bouwsteen - DS4. Opmaat naar verstedelijking Fase1 Fase 1
Fase2 Fase 2
Principe
Koppelkansen
Landschapstype
• Toegankelijk maken van het landschap voor investeren in groenblauwe waarden voor de toekomstige uitbreiding
• Reservering voor uitbreidingen woningbouw • Benutten reserveringsgronden • Toegankelijk maken van landschap (ommetje)
• Niet van toepassing
inpassen
ontwikkelen
transformatie
3.2.5 Opmaat naar verstedelijking Principe: Als opmaat naar verstedelijking worden ‘tijdelijke’ zonnevelden aangelegd in het later te ontwikkelen gebied. Er ligt een enorme kans om met behulp van deze zonnevelden alvast te investeren in groene en blauwe structuren, die later belangrijke waarden en dragers voor de nieuwe wijk zullen zijn. Koppelkansen: De ‘tijdelijke’ zonnevelden reserveren de gronden voor de toekomstige uitbreidingen van woningbouw. Andersom worden gereserveerde gronden goed benut met zonnevelden in de periode dat nog niet gebouwd wordt. Ook hier zijn de zonnevelden multifunctioneel. De zonnevelden zijn minimaal de motor om vooruitlopend op de toekomstige ontwikkeling alvast de groen- en waterstructuur stevig neer te zetten. Jonge aanplant krijgt de tijd om tot volwassenheid te komen. Daarnaast zijn er interessante koppelkansen met recreatiemogelijkheden in de zin van een aantrekkelijk groen uitloopgebied voor de dorps- en stadsbewoners. Een deel van de zonnepanelen van de eerste fase blijft ook in de tweede fase staan om de nieuwe woningen van duurzame energie te voorzien. Landschapstype: niet van toepassing Ontwikkelstrategie: Hier is per definitie sprake van transformatie. De toekomstige woninguitbreiding zal sowieso het landschap transformeren. De zonnevelden met een robuuste groen- en waterstructuur zijn de eerste stap in de transformatie.
Ga naar pag. 156 kaart: Bouwstenen
59
Bedrijventerreinen
Bouwsteen - Introductie
3.3 Bedrijventerreinen Net als in de rest van Nederland is de ligging van de bedrijventerreinen in West-Brabant over het algemeen gekoppeld aan de steden en de infrastructuurbundels van snelwegen, spoorlijnen en waterwegen. Kenmerkende bedrijvigheid voor West-Brabant zijn: industrieterrein Moerdijk, bedrijventerrein Hazeldonk bij de Belgische grens en de bedrijvigheid langs de Mark en de Dintel. Industrieterrein Moerdijk is een stedelijk gebied op zichzelf met een strategische ligging aan het Hollandsch Diep, de A59, de A16 en het goederenspoor. Bedrijventerrein Hazeldonk ligt strategisch aan de A16 verdeeld over Nederland en België. De Dintel en Mark waren vroeger samen een belangrijke transportader, waardoor hier veel bedrijvigheid langs is ontstaan. De fabrieksmatige winning van suiker uit suikerbieten kwam in de loop van de 19e eeuw op gang en heeft ervoor gezorgd dat langs de Mark/Dintel suikerfabrieken kwamen te liggen. De eerste suikerfabrieken werden opgericht in Stampersgat, Zevenbergen een Steenbergen. De grote, nieuwe(re) bedrijventerreinen hebben een efficiënte indeling met grote percelen, een goede bereikbaarheid en een ruim opgezette verkeersstructuur. Het zijn monofunctionele gebieden met een hoge grondwaarde. Kenmerkend zijn de grote verharde oppervlakten die voor parkeren, opslag en transport zijn bedoeld.
Bij de verschillende dorpen liggen kleinere bedrijventerreinen die minder grootschalig zijn en vaak een functiemenging kennen.
Ga naar pag. 130 kaart: Gebieden bouwstenen
Bedrijventerreinen worden over het algemeen gezien als pure werkgebieden. Bewoners van de aanliggende dorpen en steden waarderen deze gebieden laag, maar vinden het wel logisch dat ze er zijn. De komst van zonnepanelen op en aansluitend bij een bedrijventerrein zal voor de meeste mensen niet schokkend zijn omdat ze aansluiten bij de meer technische en functionele sfeer van deze omgevingen. Voor windturbines ligt dit anders. Deze zijn vanaf grote afstand te zien en te beleven, waardoor mensen vanuit hun gewaardeerde woon- en leefomgeving de windturbines ervaren. Bedrijventerreinen nabij woongebieden zijn vanuit dat oogpunt niet geschikt voor windturbines. Grootschalige bedrijventerreinen aan infrastructuurbundels en verder weg van woonbebouwing zijn beter geschikt. Voor bedrijventerreinen onderscheiden wij de volgende bouwstenen: 1. Op daken en gevels 2. Als opmaat naar nieuwe bedrijven (pauzelandschap) 3. Zonneberm 4. Vergroening en waterberging 5. Overkappen met zonnepanelen
61
Bedrijventerreinen
Bouwsteen - Als opmaat naar nieuwe bedrijven (pauzelandschap)
Fase 1
Fase 2
Fase1
Fase2
Principe
Koppelkansen
Landschapstype
• Tijdelijke zonnepanelen (leasen, verplaatsbaar, termijn) • Bij toekomstplannen bedrijventerreinen
• Reservering voor uitbreidingen bedrijven • Vraag en aanbod energie bij elkaar voor bedrijven • Benutten reserveringsgronden
• Niet van toepassing
inpassen
ontwikkelen
transformatie
3.3.1 Als opmaat naar nieuwe bedrijven (pauzelandschap) Principe: Veel bedrijventerreinen in West-Brabant zijn in nog ontwikkeling. Dit betekent dat nog niet alle bouwgrond is uitgegeven. De te koop staande percelen vormen een soort pauzelandschap dat wacht op ingebruikname. Door op deze gronden ‘tijdelijke’ zonnevelden aan te leggen worden deze gronden ook in de tussenperiode goed benut. Bij dit ontwikkelprincipe is het aan te bevelen om direct te starten met de zonnevelden omdat zo de “pauzetijd” maximaal benut wordt. Koppelkansen: De ‘tijdelijke’ zonnevelden reserveren de gronden voor de toekomstige ontwikkelingen en/of uitbreidingen van bedrijventerreinen. Andersom worden de uitgeefbare gronden goed benut met de zonnevelden in de periode dat nog niet gebouwd wordt. De zonnepanelen die in de eerste fase op de nog uit te geven gronden staan, kunnen in de tweede fase een plek krijgen op de daken van de bedrijven die daar gebouwd worden. Zo wordt in de eerste fase al de aansluiting op het elektriciteitsnet geregeld voor de toekomstige bedrijven. De vraag en het aanbod van de duurzame energie liggen hier dicht bij elkaar, waardoor er ook minder opgewekte duurzame energie het net op moet. De opbrengst van de ‘tijdelijke’ zonnevelden kan gebruikt worden voor een robuuste groen- en waterstructuur op het desbetreffende bedrijventerrein.
Landschapstype: Een specifiek landschapstype is hier niet van toepassing. Bedrijventerreinen hebben hun eigen karakter en sfeer. Het onderliggende landschap heeft hier vaak maar zeer beperkt invloed op. Ontwikkelstrategie: Transformatie en inpassing. Een nieuw bedrijventerrein transformeert het landschap per definitie. Afhankelijk van de ontwikkelingsfase waarin een bedrijventerrein zich bevindt, wordt een zonneveld gerealiseerd via inpassing of transformatie. Als aan het einde van de ontwikkeling van een bedrijventerrein nog één of enkele percelen ingevuld worden met zonnevelden zal dit als inpassing aanvoelen. Wanneer vanaf het begin de zonnevelden ingezet worden zijn deze zonnevelden onderdeel van de transformatie.
Ga naar pag. 156 kaart: Bouwstenen
63
Bedrijventerreinen
Bouwsteen - Zonneberm
Principe
Koppelkansen
Landschapstype
• Veiligheid staat voorop -> hele lage zonnepanelen • Rustig beeld creëren
• Aanbod en vraag bij elkaar voor bedrijven • Benutten restgronden • Toename biodiversiteit
• Niet van toepassing
inpassen
ontwikkelen
transformatie
3.3.2 Zonneberm Principe: Op bedrijventerreinen is over het algemeen veel ruimte voor transport: brede wegen met brede bermen. Vaak liggen hier ook de kabels en leidingen. Deze brede bermen voegen vaak ruimtelijke kwaliteit toe echter zijn vaak ook een soort restruimtes. Door hier zonnepanelen te plaatsen benutten we de gronden efficient. Om de (verkeers- en sociale) veiligheid te garanderen worden er lage zonnepanelen gebruikt, waar automobilisten overheen kunnen kijken. Een rustig beeld creëren zorgt voor het meest aantrekkelijke beeld. Denk aan lange lijnen en een consequente manier van onderbreken (bij kruisingen en aansluitingen). Koppelkansen: De restgronden worden benut door het toepassen van lage zonnepanelen. Door de zonnepanelen te combineren met bloemrijk grasland neemt de biodiversiteit toe. De zonnepanelen liggen op een bedrijventerrein waar de aanwezige bedrijven de opgewekte zonne-energie meteen kunnen gebruiken. Vraag en aanbod zijn hier dus aan elkaar gekoppeld. Landschapstype: Niet van toepassing Ontwikkelstrategie: De zonnebermen zijn een vorm van inpassing.
Ga naar pag. 156 kaart: Bouwstenen
65
Bedrijventerreinen
Bouwsteen - Vergroening & waterberging
Principe
Koppelkansen
Landschapstype
• Drijvende (of op palen) zonnepanelen op water • Stevige groene buffer creëren • Hoe steviger de industrie, hoe steviger de groene buffer
• Waterberging en bluswater • Meervoudig ruimtegebruik • Toename biodiversiteit
• Niet van toepassing
i
npassen
ontwikkelen
transformatie
3.3.3 Vergroening & waterberging Principe: Veel bedrijventerreinen worden niet aantrekkelijk en zelfs storend gevonden. Daarom worden deze bedrijventerreinen vaak ingepakt door er een groene buffer omheen te leggen. Door zonnepanelen te combineren met beplanting en water kan een aantrekkelijke groene buffer gemaakt worden. Bij kleinere bedrijventerreinen zal de groene buffer vooral aan de buitenkant liggen. Bij grote bedrijventerrein kan er naast een stevige groene buffer aan de buitenzijde ook een groene/blauwe dooradering door het bedrijventerrein heen liggen. Ook de daken zijn aantrekkelijk voor waterberging en vergroening. Hoe steviger de industrie, hoe steviger de groene buffer. Koppelkansen: Door de zonnevelden te combineren met waterberging en natuurontwikkeling is er sprake van meervoudig ruimtegebruik. Bedrijventerreinen hebben veel verhard oppervlak. Daarom is ook relatief veel ruimte nodig voor waterberging en/of infiltratie. Zonnepanelen kunnen drijven op het water of op palen erboven liggen. Waterberging en bluswater zijn ook goed te combineren. De biodiversiteit neemt toe door de ontwikkeling van: ecologische oevers, verschillende waterdiepten, bloemrijke graslanden, bosschages en bomen(rijen). De groene buffer zorgt voor een aantrekkelijk(er) beeld en is voor werknemers van toegevoegde waarde als zij er in hun pauze een rondje kunnen lopen.
Daarnaast wordt hittestress voorkomen door het toepassen van veel groen en water. Landschapstype: De groene buffer geldt als bouwsteen voor alle landschapstypen waarin bedrijventerrein voorkomen. De inrichting van de groene buffer dient aan te sluiten op het aanwezige landschapstype (of landschapstypen). Denk aan de beplantingskeuze en infiltratie (zand) of waterberging (klei). Ontwikkelstrategie: ontwikkelen en transformatie. Als er al een groene buffer aanwezig is, kan deze met de komst van de zonnepanelen stevig versterkt worden. De ontwikkelstrategie is dan ontwikkelen. Als er nog geen groen buffer aanwezig is, kan er een nieuw landschap rondom (en door) het bedrijventerrein gecreëerd worden. De ontwikkelstrategie is dan transformatie.
Ga naar pag. 156 kaart: Bouwstenen
67
Bedrijventerreinen
Bouwsteen - Overkappen met zonnepanelen
Principe
Koppelkansen
Landschapstype
• Overkappen van parkeerplaatsen en logistiek terrein
• Schaduw / koelte bij warm weer • Meervoudig ruimtegebruik
• Niet van toepassing
inpassen
ontwikkelen
transformatie
3.3.4 Overkappen met zonnepanelen Principe: Op (grootschalige) bedrijventerreinen zijn grote verharde oppervlakten aanwezig voor parkeren, opslag en logistiek. Door deze oppervlakten te overkappen met zonnepanelen wordt de ruimte meervoudig gebruikt. Koppelkansen: De overkappingen met zonnepanelen zijn een vorm van meervoudig ruimtegebruik, waarbij vraag en aanbod zich dicht bij elkaar bevinden. De opgewekte zonne-energie kan benut worden door de bedrijven, maar ook door het opladen van elektrische auto’s, busjes en vrachtwagens. De overkappingen zorgen ook voor schaduw en koelte bij warm weer. Bij regen kan onder de overkappingen droog geladen en gelost worden. Landschapstype: Niet van toepassing Ontwikkelstrategie: De overkappingen met zonnepanelen zijn een extra laag, die het aanwezige ‘landschap’ niet wezenlijk verandert. Het betreft inpassen.
Ga naar pag. 156 kaart: Bouwstenen
69
Snelwegen / spoor
Bouwsteen - Introductie
3.4 Snelwegen / spoor Snelwegen en spoorlijnen zijn lange lijnen die de verschillende landschapstypen doorkruisen in heel West-Brabant. Ze zijn in dat opzicht nagenoeg autonoom. Deze lange lijnen hebben in hun eigen smalle strook over het algemeen een eigen autonoom karakter en gaan in het dwarsverband een relatie aan met het landschap waar ze in liggen. Tot het snelweglandschap behoren naast de wegen: de bermen, de verzorgingsplaatsen met tankstations en wegrestaurants, de geluidsschermen en geluidswallen, viaducten en knooppunten. Tot het spoorweglandschap behoren naast de spoorlijnen de stations. Groot verschil tussen spoorlijnen en snelwegen is het feit dat de snelwegen om de steden heen gaan en de spoorlijnen juist naar de stations in de stadscentra gaan. Zowel snelwegen als spoorlijnen worden meestal afgeschermd van het stedelijk gebied door geluidsschermen, geluidswallen of een verdiepte ligging. Stations zelf zijn wel prominente plekken die gezien mogen worden in de stad. In het landelijk gebied zijn de snelwegen en spoorlijnen niet afgesloten van de omgeving. Hier ervaren de snelweggebruiker en de treinpassagier het omliggende landschap. In Nederland hebben we een lange ontwerptraditie bij Rijkswaterstaat als het om de inpassing en beleving van snelwegen gaat.
Met name de trajecten snelweg en spoorlijn door het 100% landelijke gebied geven een fantastische landschapsbeleving. Hier is de snelweg en de spoorlijn een dunne lijn door het landschap, die zich min of meer ondergeschikt gedraagt ten opzichte van het landschap. De landschapsbeleving is optimaal als ook het aantal objecten langs de lange lijnen tot het minimum beperkt is. Denk daarbij aan vangrails, lichtmasten, bewegwijzering, tankstations, wegrestaurants, opritten, afslagen, viaducten, etc. Infrastructuurbundels Voor het realiseren van duurzame energie langs de spoorlijnen en snelwegen, zien wij vooral kansen daar waar het gaat om stevige infrastructuurbundels omdat de verstoring daar sterker is: een enkele infrastructurele lijn gaat op in het landschap, een hele bundel niet. Spoorlijnen zijn over het algemeen dunne lijnen door het landschap. In infrastructurele bundels bevinden zich ook ‘restruimtes’ die goed benut kunnen worden voor zonnepanelen.
Ga naar pag. 130 kaart: Gebieden bouwstenen
Verschillend karakter snelwegen Over het algemeen geldt dat het benadrukken van de lange lijnen met windturbines een ontwerpuitgangspunt is. In West-Brabant is al de keuze gemaakt om van de A16 de energieboulevard te maken. Deze keuze is gemaakt de A16 samen met de HSL een brede infrastructuurbundel vormt en omdat langs het tracé Antwerpen-Hazeldonk al veel windturbines staan. Op een viertal verschillende locaties langs de A16 zijn windturbines gepland: bij bedrijventerrein Hazeldonk, bij de aansluiting A58 – A16, bij de aansluiting A59 – A16 en bij de aansluiting A17 – A16. Tussen de windturbines zitten snelwegtrajecten met gaaf landschap zonder windturbines: beekdalen, de stadrand van Breda en open zeekleilandschap. Juist vanwege die landschapsbeleving worden niet alle snelwegen energieboulevards. De A27 bijvoorbeeld is de panoramaroute met prachtige uitzichten op de verschillende landschappen. Met name het tracé door het Land van Altena heeft weidse uitzichten. De A58 verbindt de steden die op de Brabantse Naad liggen. Zo heeft elke snelweg door de ligging in verschillende landschappen zijn eigen karakter en sfeer. Wij hanteren als uitgangspunt bij elke bouwsteen dat waardevolle panorama’s en vista’s veiliggesteld moeten worden. Dit sluit aan bij de ontwerptraditie van Rijkswaterstaat.
Windturbines langs snelwegen In de RES 1.0 is de A16 een ‘energieboulevard’ met relatief veel windturbines langs het tracé. Er zijn geen nieuwe ‘energieboulevards’ voorzien in de RES 1.0. Voor de RES 2.0 tot 2050 zijn er zoekgebieden voor windenergie aangewezen. Ook hier zijn geen snelwegtracés in opgenomen. Dit betekent niet dat er geen enkele windturbine langs de snelwegen kan komen, maar wel dat de keuze om nog een energieboulevard te maken is uitgesloten. Windturbines op locaties waar bijvoorbeeld bedrijventerreinen en snelwegen samenkomen, zijn zeker goed voorstelbaar. Voor snelwegen en spoorlijnen onderscheiden we de volgende bouwstenen: 1. Geluidsschermen en voorzieningen 2. Zichtlijnen kavelgrenzen 3. Zichtlijnen kamers 4. Bermen 5. Energielandschap 6. Infrabundels en knooppunten
71
Snelwegen / spoor
Bouwsteen - I1. Geluidsschermen en voorzieningen
Principe
Koppelkansen
Landschapstype
• Veiligstellen bijzondere panorama’s en vista’s • Daken, geluidsschermen, wallen, viaducten en kunstwerken optimaal benutten • Rustig beeld creëren
• Meervoudig ruimtegebruik • Benutten geluidsschermen en daken
• Niet van toepassing
inpassen
ontwikkelen
transformatie
3.4.1 Geluidsschermen en voorzieningen Principe: Geluidsschermen, geluidswallen, wegrestaurants, tankstations, viaducten en andere kunstwerken maken onderdeel uit van het snelweglandschap. Het verharde snelweglandschap als geheel wordt over het algemeen als onaantrekkelijk ervaren. Het benutten van deze onderdelen van het snelweglandschap voor het opwekken van zonne-energie zal daarom naar verwachting breed gedragen worden. Er wonen immers ook weinig mensen langs de snelweg. Bij het plaatsen van deze snelwegonderdelen dienen bijzondere panorama’s en vista’s veiliggesteld te worden. Koppelkansen: Het benutten van snelwegonderdelen zoals geluidsschermen en daken van voorzieningen is een vorm van meervoudig ruimtegebruik. Landschapstype: De te benutten geluidsschermen, voorzieningen, etc. zijn onderdeel van het infrastructuurlandschap. Ze bevinden zich direct langs de snelweg of het spoor. De omliggende landschapstypes hebben alleen invloed op de veilig te stellen panorama’s en vista’s. Ontwikkelstrategie: Het betreft inpassen. Het landschap verandert niet echt door de plaatsing van de zonnepanelen op de geluidsschermen, voorzieningen, etc.
Ga naar pag. 156 kaart: Bouwstenen
73
Snelwegen / spoor
Bouwsteen - I2. Zichtlijnen kamers
Principe
Koppelkansen
Landschapstype
• Zonnevista’s (zichtlijnen) veiligstellen bijzondere vista en snelweg panorama’s • Kavelrichting benadrukken • Rustig beeld creëren • Groene sfeer • Lage schermen
• Beleving landschap vanaf snelweg en spoor • Extra verdienmodel agrariër
• Rivierklei - kom • Zeeklei - polders • Zand - heideontginningen • Zand - veenontginningen
inpassen
ontwikkelen
transformatie
3.4.2 Zichtlijnen kamers Principe: Deze bouwsteen lijkt veel op de vorige bouwsteen. Het verschil is dat in deze bouwsteen kamers gemaakt worden met daarin zonnevelden. Belangrijk is dat er tussen de zonnekamers grote open ruimtes blijven, waardoor het open landschap goed te beleven is. De zonnekamers hebben dezelfde hoofdkavelrichting als het omliggende landschap. Dit werkt alleen als deze hoofdkavelrichting enigszins haaks (mag ook schuin) op de snelweg ligt. Ook hier geldt dat behoud van de groene sfeer, lage zonnepanelen en het creëren van een rustig beeld belangrijk zijn. De rijen zonnepanelen in de zonnekamers staan evenwijdig. Koppelkansen: De koppelkans betreft hier verbetering van de landschapsbeleving vanaf de snelweg (en vanuit de trein) met behulp van zonnepanelen. Vaak zal het betreffende landschap agrarisch zijn. De betreffende boer kan op deze manier zonne-energie opwekken wat een extra verdienmodel is. Landschapstype: Deze bouwsteen is toepasbaar langs snelwegen in de open landschappen. Dit zijn sowieso de zeekleipolders en het komgebied in het rivierenland. Denk bijvoorbeeld aan de A27 de Panoramaroute. De zandgronden zijn meer besloten dan de kleigronden. De jonge ontginningen van het zandlandschap lenen zich ook voor deze bouwsteen: heideontginningen en ontginningen veenkoloniën. Ontwikkelstrategie: Het betreft ontwikkelen.
Naast de plaatsing van de zonnepanelen worden er groene zonnekamers gemaakt met behulp van bomenrijen, houtwallen, houtsingels, etc.
Ga naar pag. 156 kaart: Bouwstenen
75
Snelwegen / spoor
Bouwsteen - I3. Zichtlijnen kavelgrenzen
Principe
Koppelkansen
Landschapstype
• Veiligstellen bijzondere panorama’s en vista’s • Lage schermen • Zonnevista’s (zichtlijnen) • Kavelrichting benadrukken • Rustig beeld creëren • Groene sfeer
• Benadrukken landschap vanaf snelweg en spoor • Extra verdienmodel agrariër
• Rivierklei - kom • Zeeklei - polders • Zand - heideontginningen • Zand - veenontginningen
inpassen
ontwikkelen
transformatie
3.4.3 Zichtlijnen kavelgrenzen Principe: Het benadrukken van (potentieel) mooie panorama’s en vista’s die vanaf de snelweg beleefd kunnen worden. Deze zogenaamde zonnevista’s accentueren de kavelrichting en de weidsheid van het landschap. Belangrijk is dat de zonnepanelen laag zijn, zodat er overheen gekeken kan worden. Denk aan de hoogte van struweel en rietkragen. De zonnepanalen zijn accenten in het landschap. De groene sfeer moet behouden blijven. Voor een aantrekkelijk uitzicht is het creëren van een rustig beeld essentieel. Dit betekent onder andere rechte lijnen. Koppelkansen: De koppelkans betreft hier verbetering van de landschapsbeleving vanaf de snelweg (en vanuit de trein) met behulp van zonnepanelen. Vaak zal het betreffende landschap agrarisch zijn. De betreffende boer kan op deze manier zonne-energie opwekken wat een extra verdienmodel is. Aandachtspunt is dat de zonnepanelen zodanig geplaatst worden dat het land nog efficiënt bewerkt kan worden. Landschapstype: Deze bouwsteen is toepasbaar langs snelwegen in de open landschappen. Dit zijn sowieso de zeekleipolders en het komgebied in het rivierenland. Denk bijvoorbeeld aan het noordelijk deel van de A17. De zandgronden zijn meer besloten dan de kleigronden. De jonge ontginningen van het zandlandschap lenen zich ook voor deze bouwsteen: heideontginningen en ontginningen veenkoloniën.
Ontwikkelstrategie: Het betreft inpassen. Het landschap verandert weinig door de inpassing van de zonnepanelen.
Ga naar pag. 156 kaart: Bouwstenen
77
Snelwegen / spoor
Bouwsteen - I4. Energielandschap
Principe
Koppelkansen
Landschapstype
• Veiligstellen bijzondere panorama’s en vista’s • Nieuw infrastructuurlandschap creëren • Bij bundel infrastructuur & bufferzones bedrijventerreinen en steden • Aantrekkelijk beeld vanuit auto en trein creëren
• Lange en brede ecologische verbinding • Waterberging (mogelijk) • Toename biodiversiteit • Restgronden benutten • Goede combinatie met windmolens langs snelweg
• Niet van toepassing
inpassen
ontwikkelen
transformatie
3.4.4 Energielandschap Principe: Het creëren van een nieuw infrastructuurlandschap met als belangrijkste onderdelen duurzame energie, natuurontwikkeling en waterberging of infiltratie. Deze bouwsteen leent zich vooral goed op locaties waar veel verrommeling en dynamiek is. Denk aan brede infrastructuurbundels, eventueel nog in combinatie met de groene bufferzones rondom bedrijventerreinen. De landschapsbeleving van de automobilist (en treinreiziger) wordt aantrekkelijker door de ontwikkeling van het nieuwe energielandschap en sluit aan bij het dynamische karakter. Koppelkansen: Een belangrijke koppelkans is het aantrekkelijk maken van een onaantrekkelijk gebied. Hierbij worden zonnepanelen gecombineerd met natuurontwikkeling, biodiversiteit en waterberging of infiltratie. Op deze manier kan een lange en brede ecologische verbindingszone worden gemaakt. De oorspronkelijke restgronden krijgen zo een meervoudige nuttige functie. Landschapstype: Deze bouwsteen is toepasbaar in het snelwegenlandschap en dan vooral daar waar het stevige infrastructuurbundels betreft. De combinatie met bufferzones rondom bedrijventerrein is ook goed voorstelbaar. De inrichting van het energielandschap sluit qua water en beplanting aan op het aanwezige landschapstype (of -typen). Dit betekent onder andere waterberging in de kleigebieden en infiltratie in de zandgebieden.
Ontwikkelstrategie: Het betreft transformatie. Het gehele landschap in een ruim gebied rondom de snelwegen (en spoorlijnen) verandert: waterberging, natuurontwikkeling, biodiversiteit en duurzame energie.
Ga naar pag. 156 kaart: Bouwstenen
79
Snelwegen / spoor
Bouwsteen - I5. Bermen
Principe
Koppelkansen
Landschapstype
• Veiligstellen bijzondere panorama’s en vista’s • Bij voorkeur hele lage zonnepanelen i.v.m. uitzicht • Lange lijn volgen / benadrukken
• Lange ecologische verbinding • Reservering voor uitbreiding snelweg of spoor • Benutten restgronden • Goede combinatie met windmolens langs snelweg
• Niet van toepassing
inpassen
ontwikkelen
transformatie
3.4.5 Bermen Principe: Het benaderukken van de lange lijn door de plaatsing van zonnepanelen in de snelwegbermen. Bermen maken onderdeel uit van het snelweglandschap. Het totale snelweglandschap wordt over het algemeen als onaantrekkelijk ervaren. Het benutten van de snelwegbermen voor het opwekken van zonne-energie is laagdrempelig. Er wonen immers weinig mensen langs de snelweg. De bermen kunnen juist vanwege hun lengte en het feit dat er geen mensen komen interessant zijn als ecologische verbinding. Voor de landschapsbeleving van de weggebruikers is het belangrijk met lage zonnepanelen te werken. Bijzondere panorama’s en vista’s dienen veiliggesteld te worden. Koppelkansen: De lange bermen kunnen in combinatie met zonnepanelen ontwikkeld worden tot waardevolle ecologische verbindingen. Door deze invulling van de bermen, blijft er ruimte beschikbaar voor een eventuele verbreding van de snelwegen en/of spoorlijnen. Bermen worden vaak als restgronden gezien. Op deze manier worden deze restgronden goed benut: zonne-energie, biodiversiteit, natuurontwikkeling en ruimtereservering voor uitbreiding snelweg of spoor. Deze bouwsteen is een goede combinatie met (bestaande/geplande) windturbines langs de snelweg. Landschapstype: De te benutten bermen zijn onderdeel van het snelweglandschap. Ze bevinden zich direct langs de snelweg.
De omliggende landschapstypes hebben alleen invloed op te veilig te stellen panorama’s en vista’s. Ontwikkelstrategie: Het betreft inpassen. Het landschap verandert niet echt door de plaatsing van de zonnepanelen in de bermen. Grote meerwaarde ontstaat door de combinatie met natuurontwikkeling: bloemrijk grasland in de bermen. Als de bermen zowel duurzame energie opwekken als een waardevolle ecologische verbinding zijn betreft het ontwikkelen.
Ga naar pag. 156 kaart: Bouwstenen
81
Snelwegen / spoor
Bouwsteen - I6. Infrabundels & knooppunten
Principe
Koppelkansen
Landschapstype
• Aantrekkelijk beeld creëren • Kunst / land art (mits veilig)
• Benutten . restgronden
• Niet van toepassing
inpassen
ontwikkelen
transformatie
3.4.6 Infrabundels & knooppunten Principe: Het benutten van de restgronden in infrastructuurbundels en knooppunten voor het opwekken van zonne-energie (en eventueel windenergie). Deze gronden behoren bij het snelweglandschap en worden over het algemeen laag gewaardeerd, waardoor benutten voor zonne-energie kansrijk is. Koppelkansen: Het betreft het benutten van restgronden. Dit kan gecombineerd worden met natuurontwikkeling/biodiversiteit. Deze bouwsteen kan uitstekend gecombineerd worden met bestaande (of geplande) windturbines in infrastructuurbundels. Landschapstype: De restgronden in de infrastructuurbundels en knooppunten behoren tot het snelweglandschap. De landschapstypen zijn hier niet of nauwelijks van invloed. Ontwikkelstrategie: Het betreft inpassen. Het landschap verandert niet wezenlijk door de toepassing van de zonnepanelen.
Ga naar pag. 156 kaart: Bouwstenen
83
Landbouw
Bouwsteen - Introductie
3.5 Landbouw Een groot deel van de gronden in West-Brabant zijn landbouwgronden. Binnen de landbouwgronden zit een grote variatie, die aansluit bij de verschillende landschapstypen. Het varieert van vollegrondsgroenten op de rivierklei in de gemeente Altena, aardappels en bieten op de zeekleigronden van de gemeenten Steenbergen, Moerdijk, Halderberge en Drimmelen, boom- en sierteeltbedrijven rondom Zundert en veelteelt op de zandgronden in het zuiden met sterke concentraties ten zuiden van Roosendaal en in de gemeenten Alphen-Chaam en BaarleNassau. Bij Steenbergen, Dinteloord en Oosterhout bevinden zich grote kassencomplexen. In het gebied Breda, Etten-Leur en Zundert komen wat meer verspreide kassen voor. Combinatie landbouw en windturbines of zonnepanelen Er zijn verschillende combinaties mogelijk van duurzame energie en landbouw. Voor de landbouw is het een groot verschil of het windturbines of zonnepanelen betreft. Windturbines hebben weinig bodemoppervlak nodig en zonnepanelen juist veel. Zonnepanelen gaan over het algemeen meer ten koste van landbouwgrond dan windturbines. Daarnaast hebben windmolens een beter verdienmodel waardoor een omgevingsfonds opzetten beter mogelijk is.
Met zo’n fonds kan bijvoorbeeld gewerkt worden aan: het vergroten van de biodiversiteit in het betreffende gebied, de versterking van recreatie en toerisme, maar ook aan de leefbaarheid in de dorpen. De opbrengsten van de windturbines kunnen de boeren ook helpen bij de omschakeling naar natuurinclusieve of kringlooplandbouw. Zonnepanelen zijn wel te combineren met verschillende landbouwgewassen. Dit gaat vaak wel gepaard met opbrengstverlies. Over het algemeen levert monofunctionele landbouwgrond meer voedselproductie op dan landbouwgrond gecombineerd met zonnepanelen. Zonnepanelen gaan ten koste van bodemoppervlak en daarmee vaak ten koste van beschikbare landbouwgrond. Sommige gewassen gedijen echter net zo goed tot beter in schaduwrijke omstandigheden of zijn juist gebaat bij bescherming tegen hagel. Een optimale combinatie van zonnepanelen en landbouwgrond kan wel een hogere financiële opbrengst opleveren.
Ga naar pag. 130 kaart: Gebieden bouwstenen
De hoogte van de zonnepanelen en de afstand tussen de panelen bepaalt in hoge mate welke gewassen eronder geteeld kunnen worden. In de bouwsteen is het overkappen van gewassen met zonnepanelen toegepast op fruit-, sieren boomteelt. Andere gewassen zijn wellicht ook mogelijk, maar verder onderzoek en pilots moeten daar nog meer duidelijkheid over gaan geven.
Juni 2020: Momenteel speelt de discussie of er een tijdelijk verbod moet komen op het realiseren van zonneparken op goede landbouwgrond totdat de zonneladder in werking treedt. Een meerderheid van de Provinciale Staten van Noord-Brabant heeft het verzoek tot een tijdelijk verbod ingediend bij Gedeputeerde Staten. Doel van het verzoek is dat alle aanvragen voor zonnevelden in Noord-Brabant aan de zonneladder voldoen. Een zonneladder geeft aan in welke prioriteitsvolgorde op welke locaties zonnevelden het beste gerealiseerd kunnen worden. Goede landbouwgrond komt pas in beeld, nadat andere mogelijke locaties, waaronder daken, braakliggende gronden en buffers rondom natuurgebieden, geen optie blijken te zijn. Bron Nieuwe Oogst