06.1 Ontwerp bp kom zegge 180815bp18inclbijlagen 1
Tekst van het document
Beoordeling en conclusie Dit bestemmingsplan is conserverend van aard. Nieuwe ontwikkelingslocaties met directe realisatiemogelijkheden van geluidsgevoelige objecten zijn niet in het plan aanwezig. Akoestisch onderzoek naar het aspect wegverkeerslawaai is dan ook niet noodzakelijk. De geluidscontouren rondom Breda International Airport liggen in het plangebied en zijn door middel van de aanduidingen 'luchtvaartverkeerzone - 5' en 'luchtvaartverkeerzone - 6' opgenomen op de verbeelding.
bestemmingsplan Kom Zegge
33
4.9 Luchtkwaliteit Toetsingskader In het kader van een planologische procedure dient te worden aangetoond dat voldaan wordt aan de wettelijke normen voor wat betreft luchtkwaliteit. Hierbij dient het effect op de luchtkwaliteit in de omgeving als gevolg van een nieuwe ontwikkeling, als ook de toetsing aan de 'Wet luchtkwaliteit' in beeld te worden gebracht.
De 'Wet luchtkwaliteit' van 15 november 2007, opgenomen in hoofdstuk 5, onder titel 5.2 van de Wet milieubeheer (Wm) gaat in op luchtkwaliteitseisen. In Bijlage 2 van de Wm zijn wettelijke grenswaarden vastgelegd van onder andere de stoffen stikstofdioxide (NO 2), fijn stof (PM10), benzeen (C 6H6), zwaveldioxide (SO 2), lood (Pb) en koolmonoxide (C O). Voor PM10 geldt voor het jaargemiddelde een grenswaarde van 40 µg/m 3. Het 24-uursgemiddelde van 50 µg/m 3 mag maximaal 35 dagen per kalenderjaar worden overschreden. Voor NO 2 geldt voor het jaargemiddelde een grenswaarde van 40 µg/m 3. Het 24-uursgemiddelde van 200 µg/m 3 mag maximaal 18 dagen per kalenderjaar worden overschreden.
De 'Wet luchtkwaliteit' voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Het Rijk, provincies en gemeenten werken in het NSL-programma samen aan maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren tot de normen, ook in gebieden waar nu de normen voor luchtkwaliteit niet worden gehaald (overschrijdingsgebieden). De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Kort samengevat dienen projecten te worden beoordeeld op basis van de 'Wet luchtkwaliteit' c.q. artikel 5.16 van de Wet milieubeheer. Luchtkwaliteitseisen vormen onder de 'Wet luchtkwaliteit' geen belemmering voor vergunningverlening als: er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt; een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging; een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL, dat op 1 augustus 2009 in werking is getreden. In artikel 2 van het 'Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' is opgenomen dat een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de zogenaamde '3% grens' niet wordt overschreden.
Na vaststelling van het NSL op 1 augustus 2009 is deze grens gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO 2). Dit komt overeen met 1,2 microgram/m 3 voor zowel PM10 als NO 2. In artikel 4 van het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) en de bijlagen van de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' is voor bepaalde categorieën projecten met getalsmatige grenzen vastgesteld dat deze 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. De wettelijke ondergrens voor onderzoek bedraagt: 1.500 woningen (netto) bij minimaal 1 ontsluitingsweg; 3.000 woningen bij minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling; 100.000 m 2 bruto vloeroppervlakte bij minimaal 1 ontsluitingsweg; 200.000 m 2 bruto vloeroppervlakte bij minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling. Beoordeling en conclusie Onderhavig plan is conserverend van aard. Het aspect luchtkwaliteit is geen belemmering voor onderhavig bestemmingsplan.
34
bestemmingsplan Kom Zegge
4.10
Bedrijven en milieuzonering
Toetsingskader Door het aanbrengen van een zone tussen bedrijvigheid en milieugevoelige bestemmingen (zoals woningbouw) kan de overlast ten gevolge van bedrijfsactiviteiten zo laag mogelijk gehouden worden. Zonering is met name van toepassing bij nieuwbouw van woningen en andere gevoelige functies in de directe omgeving van een bedrijf en bij vestiging van een nieuw bedrijf in de directe omgeving van gevoelige bestemmingen. Op basis van de VNG-handreiking 'Bedrijven en Milieuzonering 2009' (hierna: VNG-handreiking) wordt onder milieugevoelige functies verstaan: woningen, woongebieden, ziekenhuizen, scholen en verblijfsrecreatie. Sommige functies kunnen zowel milieubelastend als milieugevoelig zijn (bijvoorbeeld ziekenhuizen en scholen).
Beoordeling en conclusie In het plangebied worden geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Ontwikkelingen die bij recht (via een reeds doorlopen procedure) zijn toegestaan worden als 'bestaand' beschouwd. Bestaande bedrijven zijn als zodanig juridisch-planologisch geborgd. De bestaande nutsvoorzieningen zijn door middel een specifieke bestemming 'Bedrijf – Nutsvoorziening' opgenomen. Vanuit bedrijven en milieuzonering zijn er geen belangen die van invloed zijn op onderhavig conserverend bestemmingsplan.
Door middel van een omgevingsvergunning is het onder voorwaarden mogelijk om een beroep- of bedrijfsmatige activiteit aan huis in het hoofdgebouw en/of in bijbehorende bouwwerken toe te staan.
4.11
Externe veiligheid
Externe veiligheid richt zich op het beheersen van activiteiten die een risico voor de omgeving kunnen opleveren, zoals milieurisico's, transportrisico's en risico's die kunnen optreden bij de productie, het vervoer en de opslag van gevaarlijke stoffen in inrichtingen. Bij de (her)inrichting van een gebied bepaalt de externe veiligheidssituatie mede de ruimtelijke mogelijkheden. Binnen het vakgebied externe veiligheid wordt er onderscheid gemaakt in drie soorten risicobronnen, namelijk transportroutes (weg, water en spoor), inrichtingen met gevaarlijke stoffen en buisleidingen waardoor gevaarlijke stoffen worden getransporteerd. Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet onderzoek gedaan worden naar het plaatsgebonden risico en het groepsrisico van de aanwezige risicobronnen. Het plaatsgebonden risico (PR 10-6) is een (berekende) afstand vanaf een risicobron waarbinnen de kans om te overlijden vanwege een ongeval met de aanwezig gevaarlijke stoffen meer dan 1 op een miljoen jaar is. Binnen deze afstand mogen geen kwetsbare objecten aanwezig zijn of worden opgericht binnen het bestemmingsplan. Kwetsbare objecten zijn bijvoorbeeld grote kantoren, kinderdagverblijven e.d.
Het groepsrisico is een berekende waarde die aangeeft of er mogelijk sprake is van veel slachtoffers bij een ongeval met gevaarlijke stoffen. Om het groepsrisico te berekenen is er inzicht noodzakelijk in de aanwezige populatie binnen het bestemmingsplan en de omgeving ervan.
In het kader van het bovenstaande is advies gevraagd aan de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant. Dit advies en een beperkte verantwoording van het groepsrisico is integraal opgenomen als bijlage 2 van deze toelichting. Daarnaast is een kwalitatieve risicoanalyse uitgevoerd, waarbij aan de waarde van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico wordt getoetst. In de komende paragrafen worden de resultaten hiervan toegelicht.
4.11.1
Inrichtingen en externe veiligheid
Toetsingskader
bestemmingsplan Kom Zegge
35
Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) is gericht aan het bevoegd gezag inzake de Wet milieubeheer en de Wet ruimtelijke ordening en heeft onder meer tot doel om bij nieuwe situaties toetsing aan de risiconormen te waarborgen. In de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) zijn o.a. standaardafstanden opgenomen waarbij wordt voldaan aan de grens- en richtwaarden voor het plaatsgebonden risico. Het Bevi is van toepassing op vergunningplichtige risicovolle bedrijven en de nabijgelegen al dan niet geprojecteerde (beperkt) kwetsbare objecten. In artikel 2, lid 1 van het Bevi is opgesomd wat wordt verstaan onder risicovolle bedrijven. In artikel 1 van het Bevi wordt toegelicht wat wordt verstaan onder (beperkt) kwetsbare objecten. Voor de toepassing van het Bevi, wordt een nieuw ruimtelijk besluit gezien als een nieuwe situatie.
Uitsnede risicokaart ter hoogte van de kern Zegge. Bron: risicokaart.nl, 2018.
Beoordeling en conclusie In het plangebied zijn geen Bevi-inrichtingen gelegen. Ten oosten van de kern Zegge ligt wel een inrichting die van invloed kan zijn op de kern op een afstand van 450 meter. De Standaard Verantwoording Groepsrisico, zoals opgenomen in Bijlage 2 van deze toelichting, ziet toe op een verantwoording van dit risico. Het plangebied is niet gelegen binnen het invloedsgebied van deze inrichting.
4.11.2
Transport en externe veiligheid
Toetsingskader Beoordeling van de risico's veroorzaakt door het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor, het water en de weg dient plaats te vinden aan de hand van het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), als in werking per 1 april 2015. Bij het besluit horen grens- en richtwaarden voor het plaatsgebonden risico en richtlijnen voor de toepassing van de rekenmethodiek en de verantwoording van het groepsrisico. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen langs transportassen die deel uitmaken van het Basisnet Weg, Water en/of Spoor kan de berekening van het plaatsgebonden risico achterwege blijven. Hiervoor gelden namelijk de afstanden die in bijlage I, II en II van de Regeling basisnet zijn opgenomen. Op deze afstanden mag het plaatsgebonden risico vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen niet meer bedragen dan 10-6 per jaar. Voor het Basisnet Wg geldt dat waar in de tabel van bijlage 2 van het Bevt de afstand 'o' is vermeld het plaatsgebonden risico vanwege het vervoer op het midden van de weg niet meer mag bedragen dan 10-6 per jaar.
36
bestemmingsplan Kom Zegge
Beoordeling en conclusie Om te bepalen of er in de directe omgeving van het plangebied risicorelevante transportassen zijn gelegen is de risicokaart geraadpleegd. Aan de zuidkant van de kern Zegge is aangrenzend de spoorlijn Roosendaal - Breda gelegen. Deze spoorlijn is juridisch-planolgisch vastgelegd in het bestemmingsplan 'Buitengebied Rucphen 2012' en daarop volgende herzieningen. Het onderhavige bestemmingsplan is conserverend van aard. Een nadere afweging aan het Besluit externe veiligheid transportroutes is niet noodzakelijk.
4.11.3
Buisleidingen en externe veiligheid
Toetsingskader Beoordeling van de risico's veroorzaakt door het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen geschiedt aan de hand van het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb), als in werking getreden per 1 januari 2011. Ten aanzien van het Bevb bestaat de noodzaak om een ruimtelijke reservering op te nemen voor het plaatsgebonden risico (PR) en een verantwoording van het groepsrisico (GR) van relevante buisleidingen. Binnen de PR 10-6 risico contour mogen geen kwetsbare objecten aanwezig zijn en zo mogelijk ook geen beperkt kwetsbare objecten. Het verwachte aantal aanwezigen binnen het invloedsgebied van de buisleiding moet worden verantwoord. Dat invloedsgebied reikt bij brandbare vloeistoffen tot net buiten de 10-6, voor leidingen met aardgas en chemicaliën moet dat per geval berekend worden.
Beoordeling en conclusie Om te bepalen of er in de directe omgeving van het plangebied risicorelevante buisleidingen zijn gelegen is de risicokaart geraadpleegd. In het zuiden van het plangebied ligt een buisleiding van de Gasunie. Deze buisleiding is in het vigerend bestemmingsplan opgenomen met een dubbelbestemming. In het voorliggende bestemmingsplan is deze buisleiding eveneens aangeduid op de verbeelding, door middel van een hartlijn (aangeduid met 'hartlijn leiding - gas') en de dubbelbestemming 'Leiding - Gas'.
4.12
Kabels en leidingen
Toetsingskader De hierna volgende leidingen zijn planologisch relevant, voor zover zij geen deel uitmaken van een inrichting zoals bedoeld in de Wet milieubeheer. Leidingen die deel uitmaken van een inrichting zijn leidingen binnen de inrichtingsgrens die in beheer zijn van de drijver van die inrichting én leidingen die in beheer zijn van derden waarmee een product wordt geleverd aan de betreffende inrichting. Laatstgenoemde leidingen hebben een zogenaamde functionele binding met de inrichting, zoals bedoeld in de Wet milieubeheer. Relevante kabels en leidingen betreffen: a. b. c. d. e.
hoogspanningsverbindingen van 50 kV en hoger; buisleidingen voor transport van aardgas met een uitwendige diameter van meer dan 50 mm en een druk van meer dan 16 bar; buisleidingen voor transport van aardolieproducten met een uitwendige diameter van meer dan 70 mm en een druk van meer dan 16 bar; buisleidingen met een diameter van 400 mm of meer buiten de bebouwde kom; buisleidingen voor transport van andere stoffen dan aardgas en aardolieproducten, die risico's met zich meebrengen voor mens en/of leefomgeving wanneer deze leidingen beschadigd raken. Onder zogenoemde leidingen voor andere stoffen dan aardgas en aardolieproducten worden in ieder geval leidingen verstaan voor transport van nafta, koolstofdioxide, stikstof, zuurstof, ethyleen en propyleen.
Beoordeling en conclusie Binnen het onderhavige bestemmingsplan is een gasleiding gelegen die als planologisch relevant is aan te merken. Dit betreft de gasleiding die is aangeduid op de risicokaart. Deze gasleiding is middels een specifieke bestemming en aanduiding opgenomen op de verbeelding. In het overige deel van het plangebied zijn geen relevante kabels of leidingen gelegen, waardoor een nadere afweging van het aspect kabels en leidingen niet is benodigd.
bestemmingsplan Kom Zegge
37
4.13
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
Toetsingskader Behalve aan de uitvoeringsaspecten bedoeld in de Awb en het Bro dient ook te worden getoetst aan de Wet milieubeheer en het Besluit m.e.r of er sprake is van een mogelijke verplichting tot het opstellen van een milieueffectrapportage. Een milieueffectrapportage (MER), en de bijbehorende procedure (m.e.r.), is een hulpmiddel om de belangen van het milieu volwaardig te betrekken bij de besluitvorming omtrent plannen en projecten. Het gaat hierbij wel enkel om plannen en projecten die kunnen leiden tot initiatieven waarmee het milieu mogelijk nadelig kan worden beïnvloed. Als uitgangspunt geldt voor plannen de onderstaande criteria om te beoordelen of een MER noodzakelijk is: a. b. c.
plannen die kaderstellend zijn voor toekomstige m.e.r.-(beoordelings)plichtige besluiten (boven de grenswaarden uit de C - of D-lijst van het Besluit m.e.r.); plannen waarvoor een passende beoordeling nodig is in verband met een mogelijk significant negatief effect op Natura 2000-gebieden; plannen en activiteiten die op grond van een provinciale milieuverordening zijn aangewezen als MER-plichtig.
Per 1 april 2011 is het Besluit m.e.r gewijzigd. De belangrijkste aanleidingen hiervoor zijn de modernisering van de m.e.r wetgeving in 2010 en de uitspraak van het Europese Hof van 15 oktober 2009 (HvJ EG 15 oktober 2009, zaak C -255/08 – C ommissie vs. Nederland). Deze wijziging heeft gevolgen voor eerstgenoemd criteria om te beoordelen of een MER noodzakelijk is. Uit deze uitspraak volgt dat de omvang van een project niet het enige criterium mag zijn om wel of geen m.e.r.(-beoordeling) uit te voeren. Ook als een project onder de drempelwaarde uit de C - of D-lijst blijft, kan een project belangrijke nadelige gevolgen hebben, als het bijvoorbeeld in of nabij een kwetsbaar natuurgebied ligt. Gemeenten en provincies moeten daarom per 1 april van 2011 ook bij 'kleine projecten' (projecten onder de drempelwaarden van de C - of D-lijst) beoordelen of een m.e.r.(-beoordeling) nodig is. Dit wordt de 'vormvrije m.e.r.-beoordeling' genoemd. Deze beoordeling houdt in dat er bekeken moet worden of er bij het initiatief sprake is van dusdanig bijzondere omstandigheden of milieueffecten dat er toch een MER moet worden opgesteld. Hierbij wordt gekeken naar de selectiecriteria uit bijlage III bij de m.e.r.-richtlijn (2011/92/EU), welke onder andere de omvang van het project, de cumulatie met andere projecten en het gebruik van natuurlijke hulpbronnen betreffen.
Beoordeling en conclusie Onderhavig bestemmingsplan betreft een conserverend bestemmingsplan. Wel heeft er een vormvrije m.e.r.-beoordeling plaatsgevonden door middel van een toetsing aan de overige milieuaspecten in dit hoofdstuk. Hierbij zijn alle relevante planologische en milieuhygiënische aspecten getoetst en akkoord bevonden.
38
bestemmingsplan Kom Zegge
Hoofdstuk 5
Juridische plantoelichting
5.1 Inleiding Dit hoofdstuk bespreekt de wijze waarop het ruimtelijk en functioneel beleid voor het plangebied in het bestemmingsplan is vertaald.
5.2 Opbouw van de regels Het bestemmingsplan bestaat uit regels en een verbeelding, vergezeld van een toelichting. De regels en de verbeelding vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. De regels zijn zodanig opgesteld dat wordt aangesloten bij de vigerende bestemmingsplannen voor de overige kernen binnen de gemeente Rucphen.
De verbeelding heeft de rol van visualisering van de bestemmingen. De verbeelding omvat de gronden die voor de ontwikkeling van het plan van belang zijn. De keuze van de bestemmingen en de situering van de bestemmingsvlakken is gebaseerd op de huidige ruimtelijke situatie en de vigerende rechten ter plaatse. Voorts sluit de opzet van de verbeelding aan de op de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012).
De regels regelen hoe de betreffende gronden mogen worden gebruikt en bebouwd. De bestemmingen zijn zo opgenomen dat voldoende rechtszekerheid bestaat voor omwonenden en andere gebruikers van het gebied en de omliggende gebieden.
De regels bestaan uit vier hoofdstukken, te weten: inleidende regels; bestemmingsregels; algemene regels; overgangs- en slotregels. In de toelichting wordt gemotiveerd waarom sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Ondanks het feit dat de toelichting geen onderdeel uitmaakt van het juridisch plangedeelte, fungeert de toelichting wel als interpretatiekader voor de uitleg van de regels, indien hierover interpretatieverschillen blijken te bestaan.
5.3 Vergelijking vigerend bestemmingsplan met onderhavig bestemmingsplan Het uitgangspunt bij de totstandkoming van onderhavig bestemmingsplan is dat de juridische regeling zodanig opgezet wordt, dat er geen sprake is van een planologische verslechtering voor de burger. De bestaande situatie (legaal gerealiseerd) geldt dan ook als uitgangspunt.
Daarnaast is met de herziening van het bestemmingsplan "Kom Zegge" ook vooruit gekeken. Voornamelijk van belang voor de opzet van de regels is de komst van de Omgevingswet. Gelijklopend aan de herziening van dit bestemmingsplan bereidt de gemeente Rucphen zich voor op de komst van de Omgevingswet. Met onderhavig bestemmingsplan is daardoor zorgvuldig gekeken naar de regels en aan de hand van de vigerende regels is bepaald welke regels wel worden toegepast en welke niet. Dit heeft geleid tot het schrappen van diverse regels uit het vigerend bestemmingsplan. Daarnaast is overeenstemming gezocht met het bestemmingsplan Kom Sprundel van de gemeente Rucphen dat recent is geactualiseerd. Wanneer de Omgevingswet in werking treedt, vormen alle vigerende bestemmingsplannen bij recht tezamen één omgevingsplan. Wanneer de regels van de diverse komplannen overeenstemmen, vergroot dit het gebruiksgemak van het omgevingsplan.
Woongebieden
bestemmingsplan Kom Zegge
39
De bestaande ruimtelijke structuur van de woongebieden wordt gerespecteerd en door middel van een conserverende regeling overgenomen in de regels van het bestemmingsplan. Bestaande gevellijnen worden als uitgangspunt genomen voor de bouwmogelijkheden. Door per bestemming wijzigingsbevoegdheden op te nemen bestaat er enige flexibiliteit in de bestemmingsplanregeling. In het onderhavige bestemmingsplan zijn de mogelijkheden, bijvoorbeeld voor het wijzigen van de typologie, vergemakkelijkt. In plaats van een wijzigingsbevoegdheid is het nu mogelijk om onder voorwaarden door middel van de aanvraag van een omgevingsvergunning de typologie van een woonperceel te wijzigen.
Algemene parkeerregeling Tot 29 november 2014 was het mogelijk om stedenbouwkundige voorschriften, waaronder het parkeren, op te nemen in de gemeentelijke bouwverordening (artikel 8, lid 5 Woningwet). Voor bestemmingsplannen die voor 29 november 2014 zijn vastgesteld zijn de parkeernormen uit de bouwverordening tot 1 juli 2018 nog steeds van toepassing. Bestemmingsplan die na 29 november 2014 zijn vastgesteld vallen niet onder het overgangsrecht. In deze bestemmingsplan dient voorzien te worden in een passende parkeerregeling. Het niet regelen van het onderwerp parkeren in een bestemmingsplan kan namelijk tot onwenselijke situaties leiden, omdat (bouw)plannen dan niet meer op het aspect parkeren kunnen worden getoetst en dus bij het ontbreken van voldoende parkeergelegenheid op grond daarvan niet kunnen worden afgewezen. In onderhavig bestemmingsplan is een passende parkeerregeling opgenomen, waardoor geborgd is dat bij nieuwe ontwikkelingen voldoende parkeergelegenheid dient te worden gerealiseerd. Tevens is een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid opgenomen om, onder voorwaarden, binnen de bestemming 'Groen' parkeerplaatsen te realiseren, indien dit noodzakelijk is.
Archeologie De gemeente Rucphen heeft haar archeologiebeleid herzien. In dit bestemmingsplan is dit nieuwe beleid verwerkt in de regels van het bestemmingsplan.
Mantelzorg Op basis van hoofdstuk II, artikel 2, onderdeel 22 van Bijlage II van het Bor is het gebruiken van een bestaand bouwwerk voor huisvesting in verband met mantelzorg vergunningvrij. Om deze reden behoeven geen regels omtrent mantelzorg meer opgenomen te worden in bestemmingsplannen.
Beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten aan huis In dit bestemmingsplan is de regeling voor aan huis verbonden beroepen en aan huis verbonden bedrijven aangepast naar de standaardregeling die in alle actuele bestemmingsplannen van de gemeente Rucphen wordt gehanteerd. In de begrippen is één begrip 'beroeps- en/of bedrijfsmatige activiteiten aan huis' opgenomen. Beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten aan huis zijn mogelijk als aan de voorwaarden wordt voldaan die genoemd zijn in de afwijking van de gebruiksregels. Als voorwaarden gelden onder meer dat het gebruik een kleinschalig karakter moet hebben en houden, en dat de vloeroppervlakte van de activiteiten in de woning en/of in bijbehorende bouwwerken in totaal maximaal 50 m 2 mag bedragen. Een bed and breakfast zien wij als een beroeps- en/of bedrijfsmatige activiteit en is dan ook met enkel aanvullende regels specifiek binnen de afwijking voor beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten aan huis opgenomen.
Een overzicht van alle wijzigingen die hebben plaatsgevonden ten opzichte van de vigerende regels is opgenomen in bijlage 1 van deze toelichting.
5.4 Regels 5.4.1 Hoofdstuk 1. Inleidende regels Artikel 1. Begrippen
40
bestemmingsplan Kom Zegge
In dit artikel worden begrippen gedefinieerd, die in de regels worden gehanteerd. Bij de toetsing aan het bestemmingsplan moet worden uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis.
Artikel 2. Wijze van meten In dit artikel wordt aangegeven hoe de hoogte en andere maten, die bij het bouwen in acht genomen dienen te worden, gemeten moeten worden.
5.4.2 Hoofdstuk 2. Bestemmingsregels Het stramien voor de regels is vastgelegd in de SVBP 2012. De regels van een bestemming worden als volgt opgebouwd en benoemd: bestemmingsomschrijving; bouwregels; afwijken van de bouwregels; specifieke gebruiksregels; afwijken van de gebruiksregels; omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werk, werkzaamheden; omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk; wijzigingsbevoegdheid.
geen
bouwwerk
zijnde,
of
van
Duidelijk zal zijn dat een regel niet alle elementen hoeft te bevatten. Dit kan per bestemming verschillen.
Artikel 3. Agrarisch Ter plaatse van de bestemming 'Agrarisch' is agrarisch grondgebruik toegestaan. Verder zijn de gronden bestemd voor verhardingen, groenvoorzieningen en andere voorzieningen ten dienste van de bestemming 'Agrarisch'.
Artikel 4. Bedrijf Gronden die bestemd zijn als 'Bedrijf' zijn bedoeld voor de uitoefening van bedrijfsactiviteiten die voorkomen in categorie 1 en 2 van de in bijlage 1 van de regels opgenomen Staat van Bedrijfsactiviteiten. Ter plaatse van een bouwvlak zijn hoofdgebouwen toegestaan. Andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde dienen te voldoen aan de genoemde bouwhoogte voor binnen en buiten het bouwvlak. Binnen de regels behorend bij de bestemming 'Bedrijf' bestaat de mogelijkheid om middels een omgevingsvergunning af te wijken voor de uitoefening van een bedrijfsactiviteit die niet is benoemd in de Staat van Bedrijfsactiviteiten of om een bedrijf toe te laten uit maximaal 1 milieucategorie hoger. Daarnaast is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om de bestemming 'Bedrijf' onder voorwaarden te kunnen wijzigen naar de bestemmingen 'Wonen' inclusief de bestemming 'Tuin'.
Artikel 5. Bedrijf - Nutsvoorziening Binnen deze opgenomen
bestemming
zijn
de
nutsvoorzieningen
zoals
voorkomend
binnen
het plangebied
Artikel 6. Centrum Binnen deze bestemming zijn functies, zoals detailhandel, wonen en kleinschalige bedrijfsactiviteiten vrij uitwisselbaar. Daar waar de uitoefening van horeca-activiteiten is toegestaan is de aanduiding 'horeca' opgenomen. Binnen de bestemming 'C entrum' zijn woningen direct toegestaan. Gebouwen mogen uitsluitend worden opgericht binnen een op de verbeelding opgenomen bouwvlak. Door het opnemen van een bouwvlak wordt de situering van de bebouwing nader geregeld. Op gronden buiten het bouwvlak mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden opgericht alsmede bijbehorende bouwwerken bij een woning. In de bouwregels zijn regels opgenomen omtrent de maatvoering.
bestemmingsplan Kom Zegge
41
Artikel 7. Detailhandel De detailhandelsbedrijven zijn bestemd tot 'Detailhandel'. Binnen 'Detailhandel' zijn bovenwoningen toegestaan, echter slechts waar op de verbeelding een specifieke bouwaanduiding bovenwoning is opgenomen. Gebouwen en bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend worden opgericht binnen een op de verbeelding opgenomen bouwvlak. Door het opnemen van een bouwvlak wordt de situering van de bebouwing nader geregeld. Op gronden buiten het bouwvlak mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden opgericht. In de bouwregels zijn regels opgenomen omtrent de maatvoering. Ten aanzien van de situering van de gebouwen en verschillende maatvoeringen zijn in de regels afwijkingen opgenomen. Tot slot is er een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om onder voorwaarden de bestemming te wijzigen naar 'Wonen' en 'Tuin'.
Artikel 8. Dienstverlening Dienstverlenende bedrijven zijn bestemd tot 'Dienstverlening'. Gebouwen en bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend worden opgericht binnen een op de verbeelding opgenomen bouwvlak. Op gronden buiten het bouwvlak mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden opgericht. In de bouwregels zijn regels opgenomen omtrent de maatvoering. Ten aanzien van de situering van de gebouwen en verschillende maatvoeringen zijn afwijkingen opgenomen. Detailhandel is enkel als ondergeschikte activiteit toegestaan. Tot slot is er een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om onder voorwaarden de bestemming te wijzigen naar 'Wonen' en 'Tuin'.
Artikel 9. Groen Binnen de bestemming 'Groen' zijn grotere en structurele groenvoorzieningen opgenomen, maar ook structuren zoals groenstroken, bermen, wandelpaden, speelvoorzieningen, straatmeubilair en overige tot de bestemming behorende voorzieningen zijn binnen deze bestemming gelegen. Wijziging, aantasting en compensatie van het groen en bomen dient getoetst te worden aan het gemeentelijk groenbeleid. Op de gronden mogen kleine gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden opgericht. Door gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde toe te staan wordt het mogelijk om bijvoorbeeld een gebouw toe te staan ten behoeve van speeltoestellen.
Artikel 10. Maatschappelijk Maatschappelijke bedrijven, zoals educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele, levensbeschouwelijke voorzieningen alsmede voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, worden bestemd als 'Maatschappelijk'. Binnen de bestemming 'Maatschappelijk' zijn geen woningen toegestaan. De begraafplaats is apart aangeduid op de verbeelding. Gebouwen mogen uitsluitend worden opgericht binnen een op de verbeelding opgenomen bouwvlak. Door het opnemen van een bouwvlak wordt de situering van de bebouwing nader geregeld. Op gronden buiten het bouwvlak mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden opgericht. In de bouwregels zijn regels opgenomen omtrent de maatvoering. Detailhandel is enkel als ondergeschikte activiteit toegestaan.
Artikel 11. Natuur De gronden binnen de bestemming 'Natuur' zijn bestemd voor natuurgebied, groenvoorzieningen, bermen, beplanting en plantsoenen, speelvoorzieningen, voet- en fietspaden, waterhuishoudkundige voorzieningen, waterberging en sierwater, nutsvoorzieningen in de vorm van een bluswaterput en overige tot de bestemming behorende voorzieningen. Binnen deze bestemming mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouw zijnde worden opgericht.
Artikel 12. Sport De in het vigerende bestemmingsplan bestemde gronden voor recreatieve doeleinden zijn conform het feitelijk gebruik van de gronden bestemd als 'Sport'. Ter plaatse van de aanduiding 'sportvelden' zijn sportvelden toegestaan. Ter plaatse van de aanduiding 'tennisbaan' zijn tennisbanen toegestaan. Hoofdgebouwen mogen binnen het bouwvlak worden opgericht. Andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn zowel binnen als buiten het bouwvlak toegestaan, waarvoor wel andere bouwregels van toepassing zijn.
Artikel 13. Tuin
42
bestemmingsplan Kom Zegge
De gronden met de bestemming 'Tuin' zijn bestemd voor tuinen, erven en verhardingen, parkeervoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Binnen deze bestemming mogen uitsluitend overkappingen alsmede erkers, balkons of luifels ten behoeve van aangrenzende hoofdgebouwen worden gebouwd. In de regels zijn nadere bouwregels opgenomen voor deze uitbreidingen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
Artikel 14. Verkeer De wegen en bijbehorende verblijfsgebieden zijn bestemd als 'Verkeer'. Deze bestemming geldt voor alle straten, erven en wegen, er is dus geen onderscheid noodzakelijk naar de wegencategorisering. Onder deze bestemming zijn tevens begrepen groenstroken, bermen en bomen langs wegen, waarvan het schaalniveau het niet toelaat deze concreet te bestemmen in het bestemmingsplan. Wijziging, aantasting en/of compensatie van dit groen en deze bomen dient getoetst te worden aan het gemeentelijk groenbeleid.
Op de betreffende gronden mogen kleine gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden opgericht. Door gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde toe te staan wordt het mogelijk om bijvoorbeeld een gebouw toe te staan ten behoeve van bijvoorbeeld speelvoorzieningen. Specifieke bouwbepalingen voor straatmeubilair worden in de bestemming niet gegeven. Dergelijke bouwwerken, zoals verkeersborden, bewegwijzering, verkeerslichten, verkeerssignaleringssystemen en abri's worden aangemerkt als vergunningvrije bouwwerken conform het Besluit omgevingsrecht. Voor de oprichting van een dergelijk bouwwerk wordt niet aan de bouwregels in het bestemmingsplan getoetst. Binnen de bestemming 'Verkeer' is een aanduiding opgenomen daar waar een standplaats of evenementen zijn toegestaan.
Artikel 15. Water De gronden met de bestemming 'Water' zijn bestemd voor water ten behoeve van de waterhuishouding, waterberging en waterlopen en overige tot deze bestemming behorende voorzieningen. Het is verboden om op de gronden te bouwen.
Artikel 16. Wonen Woningen bestemd voor de huisvesting van één huishouden zijn in het bestemmingsplan bestemd tot 'Wonen'.
Algemeen Hoofdgebouwen mogen uitsluitend worden opgericht binnen een bouwvlak, met inachtneming van een eventueel aangegeven maximaal aantal wooneenheden. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de hoofdtypen 'aaneengebouwd', 'gestapeld', 'twee-aaneen' en vrijstaand'. Bijbehorende bouwwerken mogen worden opgericht binnen en buiten het op de verbeelding opgenomen bouwvlak.
Maatvoeringen In de bouwregels zijn regels opgenomen omtrent de maatvoering; per bouwaanduiding gelden verschillende maatvoeringen voor breedtes en afstanden tot de zijdelingse bouwperceelsgrens. De bouwvlakken zijn conform vigerend overgenomen. Het betreffen hier voornamelijk bouwstroken. Daarnaast komen enkele losse bouwvlakken voor.
Vrijstaande woningen zijn minimaal 6,00 meter breed, voor niet-vrijstaande woningen geldt in hoofdzaak een breedtemaat van 5,40 meter. Een woning met bijbehorende bouwwerken wordt in de regel op 2,50 meter van een zijdelingse bouwperceelsgrens gesitueerd. Bijbehorende bouwwerken bij een vrijstaande woning zijn maximaal 6,00 meter breed en bij niet-vrijstaande woningen maximaal 4,00 meter. Goot- en bouwhoogtes voor hoofdgebouwen zijn in het plan niet standaard in de regels bepaald, maar flexibel en op maat op de verbeelding weergegeven per bouwvlak. Dit is anders voor de hoogtes van bijbehorende bouwwerken; die zijn hoofdzakelijk vastgesteld op maximaal 3,25 respectievelijk 6,00 meter voor de goot- en bouwhoogte, tenzij anders op de verbeelding aangegeven.
bestemmingsplan Kom Zegge
43
Voor bijbehorende bouwwerken geldt ee een maximum oppervlakte van 100 m² per bouwperceel met een maximum van 50% van de bebouwde oppervlakte. Andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn alleen in het achtererfgebeid toegestaan tot een hoogte van 2 meter.
Flexibiliteit Het plan biedt daarnaast de mogelijkheid om door middel van afwijkings- en wijzigingsbevoegdheden op flexibele ofwel gewenste toekomstige ontwikkelingen in te spelen. Ten aanzien van de situering van de gebouwen en verschillende maatvoeringen zijn afwijkingen opgenomen.
Een voorbeeld van flexibiliteit in dit bestemmingsplan betreft de binnenplanse afwijkingsbevoegdheid om onder voorwaarden af te wijken van de aangeduide woningtypologie. Onder de specifieke gebruiksregels wordt aangegeven dat de uitoefening van beroeps- of bedrijfsmatige activiteit aan huis is toegestaan, mits voldaan wordt aan de genoemde voorwaarden.
Artikel 17. Leiding - Gas De gronden met de dubbelbestemming 'Leiding - Gas' zijn mede bestemd voor het beheer en onderhoud van de ondergrondse gasleiding aldaar gelegen. De dubbelbestemming draagt bij aan de bescherming van een goed woon- en leefklimaat in verband met de leiding. De ligging van deze leiding en de bijbehorende regeling zijn gewijzigd ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan. Dit naar aanleiding van de inspraakreactie van de Gasunie.
Artikel 18. Leiding - Riool De gronden met de dubbelbestemming 'Leiding - Riool' zijn mede bestemd voor het beheer en onderhavig van de ondergrondse rioolpersleiding aldaar gelegen. De dubbelbestemming draagt bij aan de bescherming van een goed woon- en leefklimaat in verband met de leiding. Voor wat betreft de opzet van de regeling is aangesloten bij de regeling voor de bestemming 'Leiding - Gas'.
Artikel 19. Waarde - Archeologie Voor het behoud, bescherming en/of herstel van de voorkomende archeologische (verwachtings)waarden is de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' opgenomen. Binnen deze bestemming zijn een tweetal gebiedsaanduidingen van toepassing die gekoppeld zijn aan deze dubbelbestemming. De gebiedsaanduidingen verbeelden bij welke oppervlaktemaat en dieptemaat archeologisch onderzoek is benodigd.
5.4.3 Hoofdstuk 3. Algemene regels 5.4.3
Hoofdstuk 3. Algemene regels
Artikel 20. Anti-dubbeltelregel In dit artikel wordt geregeld dat voor gronden die eenmaal in aanmerking zijn genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing blijven.
Artikel 21. Algemene bouwregels In dit artikel is bepaald dat het bevoegd gezag nadere eisen kan stellen aan plaatsing van gebouwen, de dakhelling van hellende dakvlakken en de nokrichting en de plaatsing en vormgeving van bouwwerken, geen gebouw zijnde. Deze eisen mogen slechts worden gesteld met het doel te voorkomen dat de belangen van derden worden geschaad of afbreuk wordt gedaan aan de doeleinden van het plan en met het oog op de bereikbaarheid van gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde en gronden in verband met calamiteiten.
Daarnaast is in de opgenomen.
44
algemene
bouwregels
een bestaande
afstanden
en ander
maten
regeling
bestemmingsplan Kom Zegge
Artikel 22. Algemene gebruiksregels In dit artikel is het verboden gebruik opgenomen. Hier is een algemeen gebruiksverbod opgenomen voor gebruik in strijd met de bestemming. Het gebruik van gronden, gebouwen en andere bouwwerken ten behoeve van de exploitatie van een seksinrichting, een escortbedrijf en (straat)prostitutie is expliciet uitgesloten.
Artikel 23. Algemene aanduidingsregels In dit artikel zijn regels opgenomen voor het bouwen binnen de op de verbeelding opgenomen gebiedsaanduiding 'Luchtvaartverkeerzone -5' en 'Luchtvaartverkeerzone -6'. Hierin is aangegeven wat de maximale bouwhoogte van bouwwerken mag bedragen ten behoeve van het obstakelvrije (start- en landings)vlak ten aanzien van Breda International Airport. Daarnaast zijn in dit artikel regels opgenomen voor het bouwen binnen de op de verbeelding opgenomen gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - radar'. Binnen de aanduiding 'vrijwaringszone - radar' mogen geen windturbines en gebouwen worden opgericht met een hoogte van 90 meter of meer.
Artikel 24. Algemene afwijkingsregels In dit artikel zijn enkele algemene afwijkingen opgenomen. Ten eerste is er een afwijkingsbevoegdheid opgenomen betreffende het overschrijden van de in het plan opgenomen maatvoeringen met maximaal 10%. Daarnaast is er een afwijking opgenomen voor het oprichten van antennes en masten tot 15 meter. Als laatste is het mogelijk om via een omgevingsvergunning geringe afwijkingen toe te staan, die in het belang zijn van een ruimtelijke of technisch beter verantwoorde plaatsing van bouwwerken of die noodzakelijk zijn in verband met de werkelijke toestand van het terrein, mits de bestemming niet wijzigt en de bouwgrens maximaal 2,50 meter verschuift.
Artikel 25. Algemene wijzigingsregels In dit artikel is een algemene wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor geringe afwijkingen die in het belang zijn van een ruimtelijk of technisch beter verantwoorde plaatsing van bouwwerken, geen gebouwen zijnde of die noodzakelijk zijn in verband met de werkelijke toestand van het terrein. Deze rechten zijn overgenomen uit het voorgaande plan.
Artikel 26. Overige regels In dit artikel is een regeling opgenomen ten behoeve van het parkeren.
5.4.4 Hoofdstuk 4. Overgangs- en slotregels Dit hoofdstuk omvat twee artikelen:
Artikel 27. Overgangsrecht Dit artikel betreft het overgangsrecht met betrekking tot gebruik van onbebouwde gronden en bouwwerken dat afwijkt van het bestemmingsplan op het moment dat dit rechtskracht verkrijgt. Dit gebruik mag worden voortgezet. Wijziging van het afwijkend gebruik is slechts toegestaan indien de afwijking hierdoor wordt verkleind. Daarnaast zijn overgangsregels opgenomen ten aanzien van het bouwen. Een bouwwerk dat afwijkt van de bouwregels van het bestemmingsplan op het moment dat dit rechtskracht verkrijgt, mag gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd, of na een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd. De afwijking mag daarbij naar aard en omvang niet worden vergroot. Daarvan mag eenmalig bij een omgevingsvergunning worden afgeweken tot maximaal 10% van de inhoud van het bouwwerk. Het overgangsrecht is niet van toepassing op bouwwerken die reeds in strijd waren met het voorgaande geldende bestemmingsplan.
Artikel 28. Slotregel De regels kunnen worden aangehaald onder de naam: Regels van het bestemmingsplan "Kom Zegge".
bestemmingsplan Kom Zegge
45
Hoofdstuk 6
Economische uitvoerbaarheid
6.1 Toepassing grondexploitatiewet De Wet ruimtelijke ordening maakt het vaststellen van een exploitatieplan verplicht voor een aantal bouwactiviteiten wanneer de bouw planologisch mogelijk wordt gemaakt in een bestemmingsplan, een wijziging van een bestemmingsplan of een projectafwijkingsbesluit. De bouwplannen waarbij een exploitatieplan verplicht is staan in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Dit betreft onder meer plannen voor de bouw van een of meer woningen en de bouw van een of meer andere hoofdgebouwen. Bovendien is een exploitatieplan nodig als locatie-eisen (aan openbare ruimte of woningcategorieën) gesteld moeten worden en/of het bepalen van een tijdvak of fasering noodzakelijk is. In onderhavige situatie is sprake van een conserverend bestemmingsplan. Van bouwplannen is geen sprake, waardoor een exploitatieplan niet noodzakelijk is.
6.2 Economische uitvoerbaarheid Ten aanzien van onderhavig conserverend bestemmingsplan vinden er geen ruimtelijke ontwikkelingen plaats die leiden tot bouwactiviteiten waarvoor een exploitatieplan opgesteld dient te worden. De kosten voor de actualisatie van het bestemmingsplan zijn gedekt door de gemeentelijke middelen.
46
bestemmingsplan Kom Zegge
Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Inleiding De procedures voor vaststelling van een bestemmingsplan zijn door de wetgever geregeld. Aangegeven is dat tussen gemeente en verschillende instanties overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpplan ter visie gelegd kan worden. Bovendien is het noodzakelijk dat belanghebbenden de gelegenheid hebben om hun visie omtrent het plan te kunnen geven (afhankelijk van de gemeentelijke inspraakverordening). Pas daarna kan de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van het bestemmingsplan van start gaan.
7.2 Vooroverleg In het kader van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het voorontwerpbestemmingsplan "Kom Zegge" toegezonden aan de provincie Noord-Brabant, waterschap Brabantse Delta en de Brandweer. De vooroverlegreacties en de behandeling zijn beschreven in de Nota van Beantwoording opgenomen als Bijlage 3 van deze toelichting.
7.3 Inspraak Het voorontwerp bestemmingsplan "Kom Zegge" heeft vanaf 23 april tot en met 4 juni voor iedereen terinzage gelegen. In deze periode heeft iedereen schriftelijk of mondeling een inspraakreactie bij het college van burgemeester en wethouders naar voren kunnen brengen. De inspraakreacties zijn samengevat en van een antwoord voorzien in de Nota van Beantwoording opgenomen als Bijlage 3 van deze toelichting.
7.4 Zienswijzen De vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan vindt plaats volgens artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Het plan wordt in dit kader ter visie gelegd gedurende een periode van zes weken. Gedurende deze periode wordt een ieder in de gelegenheid gesteld zijn zienswijzen kenbaar te maken tegen het plan. De eventueel ingebrachte zienswijzen worden behandeld in een zienswijzenota. Hierin zullen tevens de eventuele wijzigingen ten opzichte van het ontwerp worden verwoord. De resultaten van de tervisielegging zullen te zijner tijd worden verwerkt in onderhavige toelichting.
bestemmingsplan Kom Zegge
47
48
bestemmingsplan Kom Zegge
Bijlagen bij toelichting
bestemmingsplan Kom Zegge
49
Bijlage 1
50
Lijst met wijzigingen
bestemmingsplan Kom Zegge
Lijst met aanpassingen t.o.v. vigerend bestemmingsplan Kom Zegge Vigerend bestemmingsplan Artikel 1.3
Nieuw bestemmingsplan -
Artikel 1.7 en 1.8
Artikel 1.18
Artikel 1.9
Artikel 1.6
Artikel 1.11
Artikel 1.8
Artikel 1.13
Artikel 1.10 -
Artikel 1.14, 1.19, 1.81, 1.83, 1.84, 1.85, 1.86, 1.89
Artikel 1.13 -
Artikel 1.16
Artikel 1.14 -
-
Artikel 1.19
Artikel 1.24
Artikel 1.26
Artikel 1.26
-
Artikel 1.30
-
-
Artikel 1.31
Artikel 1.32
-
Artikel 1.33
Artikel 1.33
Artikel 1.34
Artikel 1.34 -
-
Artikel 1.36
Artikel 1.36
Artikel 1.37
-
Artikel 1.41
Artikel 1.41
Artikel 1.43
Wijziging Het begrip verbeelding is niet langer opgenomen in de begrippenlijst, daar dit begrip in de regels niet meer is opgenomen. De begrippen ‘aan huis verbonden bedrijf’ en ‘aan huis verbonden beroep’ zijn vervangen door het begrip ‘beroeps- en/of bedrijfsmatige activiteiten aan huis’. De definitie van het begrip ‘achtererfgebied’ is aangepast. Aangesloten wordt bij het begrip ‘achtererfgebied’ zoals opgenomen in artikel 1.1 van Bijlage II van het Bor. De definitie van het begrip ‘afgewerkt bouwterrein’ is aangepast. Het begrip ‘archeologische waarde’ is toegevoegd. Het agrarisch bedrijf dat onderdeel uitmaakte van het vigerende bestemmingsplan “Kom Zegge” maakt door de wijziging van de komgrenzen geen onderdeel meer uit van het nieuwe bestemmingsplan “Kom Zegge”, maar van het bestemmingsplan dat in voorbereiding is voor het buitengebied. Een begripsbepaling voor agrarisch bedrijf is dan ook niet langer noodzakelijk. Het begrip ‘bed and breakfast’ is toegevoegd. Begrippen met verwijzingen naar wettelijke kaders zijn niet langer opgenomen in de begrippenlijst. Daar verwezen wordt naar een wettelijk kader en dit wettelijk kader met de genoemde afkortingen duidelijk herleidbaar is, is het opnemen van een begripsbepaling niet noodzakelijk. Het begrip ‘bedrijf’ is toegevoegd. In de regels komt het begrip ‘bedrijfswoning’ niet voor. Dit begrip is dan ook geschrapt.
De definitie van het begrip ‘bestaand’ is aangepast. Dit begrip is afgestemd op het begrip als opgenomen in het bestemmingsplan “Buitengebied Rucphen 2020”. De definitie van het begrip ‘bouwperceel’ is aangepast. Aangesloten wordt bij het begrip ‘bouwperceel’ zoals opgenomen in artikel 1.22 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. In de regels komt het begrip ‘bouwverordening’ niet voor. Dit begrip is dan ook geschrapt. In de regels komt het begrip ‘caravan’ niet voor. Dit begrip is dan ook geschrapt. Het begrip ‘cultuurhistorische waarden’ is toegevoegd. In de regels komt het begrip ‘dakopbouw’ niet voor. Dit begrip is dan ook geschrapt. Het begrip ‘detailhandel’ is uitgebreid met internetbedrijven. Het begrip ‘dienstverlenend bedrijf’ is toegevoegd. Het begrip ‘dienstverlening’ is geschrapt. Het begrip ‘dienstverlenend bedrijf’ is namelijk verduidelijkt. Begrip ‘dove gevel’ is toegevoegd aan de regeling. Dit begrip komt voort uit het bestemmingsplan “Bebouwde kom Zegge, Onze Lieve Vrouwestraat 101 (2)”. De definitie van het begrip ‘erf‘ is aangepast. Aangesloten wordt bij het begrip ‘erf’ zoals opgenomen in artikel 1.1 van Bijlage II van het Bor. Het begrip ‘extensief recreatief medegebruik’ is toegevoegd. Voor het begrip ‘garage’ is een nieuwe definiëring opgenomen om te voorkomen dat een garage in
-
Artikel 1.45
Artikel 1.46
-
Artikel 1.47
-
Artikel 1.48
Artikel 1.50
Artikel 1.52
Artikel 1.52 -
Artikel 1.56
Artikel 1.56 -
-
Artikel 1.57 Artikel 1.58
Artikel 1.54
Artikel 1.59
Artikel1.57
Artikel 1.61 Artikel 1.62 Artikel 1.63
Artikel 1.59
-
-
Artikel 1.65 Artikel 1.66
Artikel 1.61
Artikel 1.69 -
Artikel 1.64
-
Artikel 1.66
-
-
Artikel 1.73 Artikel 1.78
-
Artikel 1.81
gebruik wordt genomen voor handel en distributie bestemde goederen. Het begrip ‘geluidwerende voorzieningen’ is toegevoegd. Het agrarisch bedrijf dat onderdeel uitmaakte van het vigerende bestemmingsplan “Kom Zegge” maakt door de wijziging van de komgrenzen geen onderdeel meer uit van het nieuwe bestemmingsplan “Kom Zegge”, maar van het bestemmingsplan dat in voorbereiding is voor het buitengebied. Een begripsbepaling voor glastuinbouwbedrijf is dan ook niet langer noodzakelijk. In de regels komt het begrip ‘half verharding’ niet voor. Dit begrip is dan ook geschrapt. De definitie van het begrip ‘hoofdgebouw’ is aangepast. Aangesloten wordt bij het begrip ‘hoofdgebouw’ zoals opgenomen in artikel 1.1 van Bijlage II van het Bor. Het begrip ‘huishouden’ is toegevoegd. In de regels komt het begrip ‘kas’ niet voor. Dit begrip is dan ook geschrapt. Het begrip ‘kunstwerken’ is toegevoegd. In de regels komt het begrip ‘mantelzorg’ omwille van de vergunningsvrije mogelijkheden niet langer voor. Dit begrip is dan ook geschrapt. Het begrip ‘kwetsbaar object’ is toegevoegd. Het begrip ‘landschappelijke inpassing’ is toegevoegd. Het begrip ‘maatschappelijke voorzieningen’ is aangepast. Het begrip ‘nevenactiviteit’ is toegevoegd. Het begrip ‘nok’ is toegevoegd. Het begrip ‘nutsvoorziening’ is aangevuld met relevante actuele vormen van nutsvoorzieningen.
In de regels komt het begrip ‘ondergeschikte nevenactiviteit’ niet voor. Dit begrip is dan ook geschrapt. Het begrip ‘ondergeschikte activiteit’ is toegevoegd. Het begrip ‘ondergeschikte detailhandel’ is toegevoegd, daar dit is toegestaan binnen de maatschappelijke bestemming. Het begrip ‘pantry’ is toegevoegd. Het agrarisch bedrijf dat onderdeel uitmaakte van het vigerende bestemmingsplan “Kom Zegge” maakt door de wijziging van de komgrenzen geen onderdeel meer uit van het nieuwe bestemmingsplan “Kom Zegge”, maar van het bestemmingsplan dat in voorbereiding is voor het buitengebied. Een begripsbepaling voor overige teeltondersteunende voorzieningen is dan ook niet langer noodzakelijk. Het agrarisch bedrijf dat onderdeel uitmaakte van het vigerende bestemmingsplan “Kom Zegge” maakt door de wijziging van de komgrenzen geen onderdeel meer uit van het nieuwe bestemmingsplan “Kom Zegge”, maar van het bestemmingsplan dat in voorbereiding is voor het buitengebied. Een begripsbepaling voor permanente teeltondersteunende voorzieningen is dan ook niet langer noodzakelijk. In de regels komt het begrip ‘publieksgerichte dienstverlening’ niet voor. Dit begrip is dan ook geschrapt. Het begrip ‘recreatie’ is toegevoegd. Het begrip ‘sociaal-medische voorzieningen’ is toegevoegd. Het begrip ‘statische opslag’ is toegevoegd.
Artikel 1,75
Artikel 1.83 -
Artikel 1.77
-
-
Artikel 1.85 Artikel 1.89 Artikel 1.90
Artikel 1.82
-
Artikel 1.87 Artikel 1.88
Artikel 1.91 Artikel 1.92 -
-
Artikel 2.6
-
Artikel 2.11
Artikel 3
-
-
Artikel 3.1.1
Artikel 3.1.1 sub c
Artikel 3.1.1 sub c
Artikel 3.3
Artikel 3.3.1
-
Artikel 4.1.1 sub b
Artikel 4.1.1 sub b
Artikel 4.1.1 sub c
Artikel 4.2.1
Artikel 4.2.1
Artikel 4.3.1 sub a
Artikel 4.3.1 sub a
Artikel 4.4.2 sub a
Artikel 4.4.2 sub a
Artikel 12.1.1 sub b
Artikel 5
Het begrip ‘standplaats’ is toegevoegd. In de regels komt het begrip ‘teeltondersteunende voorzieningen’ niet voor. Dit begrip is dan ook geschrapt. In de regels komt het begrip ‘verblijfsdoeleinden’ niet voor. Dit begrip is dan ook geschrapt. Het begrip ‘vloeroppervlakte’ is toegevoegd. Het begrip ‘waterberging’ is toegevoegd. Het begrip ‘waterhuishoudkundige voorzieningen’ is toegevoegd. In het begrip ‘weg’ wordt verwezen naar een oud wettelijk kader. Om dit te voorkomen is niet langer een begripsdefinitie opgenomen, wat betekent dat voor dit definitie verwezen wordt naar het algemeen taalgebruik, zoals opgenomen in de Dikke van Dale. Het begrip ‘woning’ is aangepast. Het begrip ‘zakelijke dienstverlening’ is toegevoegd. In de regels komt het begrip ‘woonunit’ niet voor. Dit begrip is dan ook geschrapt. De wijze van meten voor de verticale diepte van een bouwwerk is toegevoegd aan de regeling. De wijze van meten voor de hoogte van een windturbine is toegevoegd aan de regeling. De regeling met betrekking tot een glastuinbouwbedrijf en permanente teeltondersteunende voorzieningen is geschrapt als gevolg van het wijzigen van de begrenzing van het plangebied. Het glastuinbouwbedrijf is niet langer binnen het bestemmingsplan “Kom Zegge” gelegen. In de bestemmingsomschrijving is toegevoegd dat gronden gebruikt mogen worden voor extensief recreatief medegebruik.
De regeling binnen de bestemming ‘Agrarisch’ is afgestemd op de regeling voor dezelfde bestemming binnen het bestemmingsplan Buitengebied. De bestemmingsomschrijving is aangevuld en afgestemd op de overige bestemmingen binnen het komplan en het buitengebiedplan. Het verboden gebruik onder de specifieke gebruiksregels is uitgebreid. De regeling is afgestemd op de regeling zoals opgenomen in het bestemmingsplan Buitengebied. Binnen de bestemming ‘Bedrijf’ is een verkooppunt voor motorbrandstoffen gelegen zonder lpg. Deze is aangeduid met een specifieke aanduiding. De bestemmingsomschrijving is aangevuld en afgestemd op de overige bestemmingen binnen het komplan en het buitengebiedplan. Binnen de bestemming ‘Bedrijf’ zijn uitsluitend maximum goothoogtes opgenomen op de verbeelding behorend bij het vigerend bestemmingsplan. In de regels wordt echter verwezen naar goot- en bouwhoogte. In de nieuwe regeling wordt enkel nog verwezen naar de aanduiding ‘maximum goothoogte (m)’. In de nieuwe regeling is het afwijken van de bouwregels voor het oprichten van een deel van de voorgevel achter het verlengde van de gevellijn aangepast. In de regeling is ondergeschikte nevenactiviteit vervangen door ondergeschikte activiteit. In de vigerende regeling zijn nutsvoorzieningen bestemd als ‘Verkeer’ met de aanduiding ‘nutsvoorziening’.
Om aan te sluiten bij de regeling zoals opgenomen in Kom Sprundel en de nutsvoorzieningen duidelijk zichtbaar te maken op de
Artikel 5.1.1 sub b
Artikel 6.1.1 sub d
Artikel 5.1.1 sub e
Artikel 6.1.1 sub e
-
Artikel 6.2.1 sub b
Artikel 5.2.2 sub c
Artikel 6.2.2 sub
Artikel 5.3.1 sub a
Artikel 6.3.1 sub a
Artikel 5.5
-
-
Artikel 6.5.1
Artikel 6.1.1 sub b
Artikel 7.1.1 sub b
Artikel 6.1.1 sub c
Artikel 7.1.1 sub c
Artikel 6.2.2 sub b
Artikel 7.2.2 sub b
Artikel 6.3.1 sub a
Artikel 7.3.1 sub a
Artikel 7.1.1 sub b
Artikel 8.1.1 sub b
Artikel 7.1.1 sub c
Artikel 8.1.1 sub c
Artikel 7.2.2 sub b
Artikel 8.2.2 sub b
Artikel 7.3.1 sub a
Artikel 8.3.1 sub a
Artikel 7.4
Artikel 8.4
Artikel 8.1.1
Artikel 9.1.1
verbeelding is ter plaatse de standaard bestemming ‘Bedrijf - Nutsvoorziening’ opgenomen. In de vigerende bestemmingsomschrijving van de bestemming ‘Centrum’ is het gebruik voor het wonen niet volledig opgenomen. In de nieuwe regeling is er dan ook voor gekozen dit aan te vullen door ter plaatse het wonen toe te staan, met per woning de huisvesting van één huishouden. De bestemmingsomschrijving is aangevuld en afgestemd op de overige bestemmingen binnen het komplan en het buitengebiedplan. In de nieuwe regeling is verduidelijkt in sub b dat het bestaande aantal woningen niet mag worden vermeerderd. De goothoogte van bijgebouwen is in aansluiting op het buitengebied verhoogd naar 3,5 m. In de nieuwe regeling is het afwijken van de bouwregels voor het oprichten van een deel van de voorgevel achter het verlengde van de gevellijn aangepast. In de regels komt de regeling met betrekking tot mantelzorg omwille van de vergunningsvrije mogelijkheden niet langer voor. De regeling die hiervoor in het vigerende plan is opgenomen, is dan ook niet doorvertaald naar de nieuwe regeling. In dit lid is een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid opgenomen om af te wijken van hetgeen opgenomen in artikel 6.2.1 sub b om ook nieuwe woningen toe te kunnen staan binnen de bestemming ‘Centrum’. De uitwisselbaarheid van functies is binnen deze bestemming wenselijk.
De aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding bovenwoning’ is gewijzigd in de functieaanduiding ‘wonen’. Het gaat hier in eerste instantie om het gebruik van het gebouw en niet om de bouwmogelijkheden. Vandaar dat hier is gekozen voor een standaard functieaanduiding. De bestemmingsomschrijving is aangevuld en afgestemd op de overige bestemmingen binnen het komplan en het buitengebiedplan. De goothoogte van bijgebouwen is in aansluiting op het buitengebied verhoogd naar 3,5 m. In de nieuwe regeling is het afwijken van de bouwregels voor het oprichten van een deel van de voorgevel achter het verlengde van de gevellijn aangepast. De aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding bovenwoning’ is gewijzigd in de functieaanduiding ‘wonen’. Het gaat hier in eerste instantie om het gebruik van het gebouw en niet om de bouwmogelijkheden. Vandaar dat hier is gekozen voor een standaard functieaanduiding. De bestemmingsomschrijving is aangevuld en afgestemd op de overige bestemmingen binnen het komplan en het buitengebiedplan. De goothoogte van bijgebouwen is in aansluiting op het buitengebied verhoogd naar 3,5 m. In de nieuwe regeling is het afwijken van de bouwregels voor het oprichten van een deel van de voorgevel achter het verlengde van de gevellijn aangepast. In de regeling is ondergeschikte nevenactiviteit vervangen door ondergeschikte activiteit.
Binnen de bestemming ‘Groen’ is in de bestemmingsomschrijving het gebruik voor water en waterhuishoudkundige voorzieningen toegevoegd.
-
Artikel 9.3.1
Artikel 9.1.1 sub a
Artikel 10.1.1 sub a
Artikel 9.1.1 sub c
Artikel 10.1.1 sub c
Artikel 9.2.1 sub c
Artikel 10.2.1 sub c
Artikel 9.3.1 sub a
Artikel 10.3.1 sub a
Artikel 9.4
Artikel 10.4
-
Artikel 11
Artikel 10.1.1 sub b en c
Artikel 12.1.1 sub b en c
Artikel 10.1.1 sub d, e en f
Artikel 12.1.1 sub d
Artikel 10.3
Artikel 12.3
Artikel 12.1.1
Artikel 14.1.1 sub c en d
-
Artikel 14.1.1 sub e
-
Artikel 15
Artikel 13.1.1 sub a
Artikel 16.1.1 sub a
Artikel 13.1.1 sub c
Artikel 16.1.1 sub d
-
Artikel 16.1.1 sub c
In de regels is een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid opgenomen voor de aanleg van parkeervoorzieningen binnen de bestemming ‘Groen’. Aan deze binnenplanse afwijking zijn diverse voorwaarden gekoppeld. De bestemmingsomschrijving is aangevuld door in sub a toe te voegen dat ondergeschikte detailhandel ten dienste van de genoemde voorzieningen is toegestaan. De bestemmingsomschrijving is aangevuld en afgestemd op de overige bestemmingen binnen het komplan en het buitengebiedplan. In de vigerende regeling is voor kerktorens geen maximale hoogtebepaling opgenomen. In de nieuwe regeling is ook voor kerktorens een maximum gooten bouwhoogte opgenomen. In de nieuwe regeling is het afwijken van de bouwregels voor het oprichten van een deel van de voorgevel achter het verlengde van de gevellijn aangepast. In de regeling is ondergeschikte nevenactiviteit vervangen door ondergeschikte activiteit. De bestemming ‘Natuur’ is toegevoegd aan de regeling voor het komplan. Deze bestemming volgt uit het postzegelbestemmingsplan “Hooghei II”. Het plangebied van dit postzegelbestemmingsplan gaat nu weer deel uitmaken van het komplan voor Zegge. In plaats van uitsluitend een sportveld of een tennisbaan mogelijk te maken ter plaatse van de aanduiding ‘sportveld’ of ‘tennisbaan’ is ervoor gekozen om de regeling ruimer te maken.
Ter plaatse van de aanduidingen is niet uitsluitend een sportveld of tennisbaan mogelijk, maar ook bijbehorende voorzieningen zoals een kleedgebouw of een kantine. De nieuwe regeling is hierop aangepast. De bestemmingsregeling onder d, e en f is samengevoegd in de nieuwe regeling, evenals aangevuld met functies die ook gewenst zijn. In de regeling is ondergeschikte nevenactiviteit vervangen door ondergeschikte activiteit. Binnen de bestemming ‘Verkeer’ is met een aanduiding aangeduid waar evenementen plaats kunnen vinden en waar een standplaats mogelijk is. De aanduiding ‘parkeerterrein’ is toegevoegd aan de regeling voor het komplan. Deze bestemming volgt uit het postzegelbestemmingsplan “Hooghei II”. Het plangebied van dit postzegelbestemmingsplan gaat nu weer deel uitmaken van het komplan voor Zegge. De bestemming ‘Water’ is toegevoegd aan de regeling voor het komplan. Deze bestemming volgt uit het postzegelbestemmingsplan “Herverkaveling binnen project Hooghei-I Zegge” en “Hooghei II”. De plangebieden van deze postzegelbestemmingsplannen gaan nu weer deel uitmaken van het komplan voor Zegge. In de vigerende bestemmingsomschrijving van de bestemming ‘Wonen’ is het gebruik voor het wonen niet volledig opgenomen. In de nieuwe regeling is er dan ook voor gekozen dit aan te vullen door ter plaatse het wonen toe te staan, met per woning de huisvesting van één huishouden.
De bestemmingsomschrijving is aangevuld en afgestemd op de overige bestemmingen binnen het komplan en het buitengebiedplan. De aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding bergingen’ is toegevoegd aan de regeling voor het
-
Artikel 16.2.1 sub b
-
Artikel 16.2.1 sub h
-
Artikel 16.2.1 sub j
-
Artikel 16.2.1 sub m