CConstaterende datRucphen
Koppel je AI →
Document · PDF

06.1 Ontwerp bp kom zegge 180815bp18inclbijlagen 1

gemeenteraad 21 april 2021, gemeente RucphenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan ‘Kom Zegge’31.244 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

-

Artikel 16.2.1 sub o

Artikel 16.2.1 sub p

Artikel 13.2.2 sub e

Artikel 16.2.2 sub g

Artikel 13.2.2 sub e

Artikel 16.2.2 sub g

-

Artikel 16.2.2 sub l

Artikel 13.2.3

Artikel 16.2.3

komplan. Deze aanduiding volgt uit het postzegelbestemmingsplan “Bebouwde kom Zegge, Onze Lieve Vrouwestraat 101 (2)”. Het plangebied van dit postzegelbestemmingsplan gaat nu weer deel uitmaken van het komplan voor Zegge. In de nieuwe regeling is verduidelijkt in sub b dat het bestaande aantal woningen niet mag worden vermeerderd. De aanduiding ‘kap’ is toegevoegd aan de regeling voor het komplan. Deze aanduiding bevat een afwijkende regeling van de standaard bestemming ‘Wonen’ en volgt uit het postzegelbestemmingsplan “Herverkaveling binnen project Hooghei-I Zegge”. Het plangebied van dit postzegelbestemmingsplan gaat nu weer deel uitmaken van het komplan voor Zegge. De aanduiding ‘specifieke vorm van wonen - hooghei 1’ is toegevoegd aan de regeling voor het komplan. Deze aanduiding bevat een afwijkende regeling van de standaard bestemming ‘Wonen’ en volgt uit het postzegelbestemmingsplan “Herverkaveling binnen project Hooghei-I Zegge”. Het plangebied van dit postzegelbestemmingsplan gaat nu weer deel uitmaken van het komplan voor Zegge. De aanduiding ‘minimum breedte hoofdgebouw’ is toegevoegd aan de regeling voor het komplan. Deze aanduiding volgt uit het postzegelbestemmingsplan “Bebouwde kom Zegge, Onze Lieve Vrouwestraat 101 (2)”. Het plangebied van dit postzegelbestemmingsplan gaat nu weer deel uitmaken van het komplan voor Zegge.

De aanduiding ‘maximum bebouwingsoppervlakte hoofdgebouwen (m2)’ is toegevoegd aan de regeling voor het komplan. Deze aanduiding bevat een afwijkende regeling van de standaard bestemming ‘Wonen’ en volgt uit het postzegelbestemmingsplan “Herverkaveling binnen project Hooghei-I Zegge”. Het plangebied van dit postzegelbestemmingsplan gaat nu weer deel uitmaken van het komplan voor Zegge. De aanduiding ‘maximum volume (m3)’ is toegevoegd aan de regeling voor het komplan. Deze aanduiding bevat een afwijkende regeling van de standaard bestemming ‘Wonen’ en volgt uit het postzegelbestemmingsplan “Bebouwde kom Zegge, Schoolstraat 30 - 32 te Zegge”. Het plangebied van dit postzegelbestemmingsplan gaat nu weer deel uitmaken van het komplan voor Zegge. De maximum goothoogte van bijbehorende bouwwerken is verhoogd naar 3,5 meter. De aanduiding ‘maximum bouwhoogte bijbehorende bouwwerken (m)’ is toegevoegd aan de regeling voor het komplan. Deze aanduiding bevat een afwijkende regeling van de standaard bestemming ‘Wonen’ en volgt uit het postzegelbestemmingsplan “Hooghei II”. Het plangebied van dit postzegelbestemmingsplan gaat nu weer deel uitmaken van het komplan voor Zegge. De aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding bergingen’ is toegevoegd aan de regeling voor het komplan. Deze aanduiding volgt uit het postzegelbestemmingsplan “Bebouwde kom Zegge, Onze Lieve Vrouwestraat 101 (2)”.

Het plangebied van dit postzegelbestemmingsplan gaat nu weer deel uitmaken van het komplan voor Zegge. De vigerende regeling voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde is uitgebreid met een regeling voor

Artikel 13.4.1 sub a

Artikel 16.3.1 sub a

-

Artikel 16.3.2

-

Artikel 16.4.1

Artikel 13.5.1

Artikel 16.4.2

Artikel 13.6.1

Artikel 16.5.1

Artikel 13.6.2

-

Artikel 14

Artikel 17

Artikel 14.3

Artikel 17.3

Artikel 15

Artikel 18

Artikel 16, 17, 18

Artikel 19

-

Artikel 21.2

-

Artikel 21.3

-

Artikel 22.2

pergola’s/tuinmeubilair, speeltoestellen, lichtmasten, vlaggenmasten, erfafscheidingen en overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde. In de nieuwe regeling is het afwijken van de bouwregels voor het oprichten van een deel van de voorgevel achter het verlengde van de gevellijn aangepast. In de nieuwe regeling is de mogelijkheid opgenomen om via een binnenplanse afwijking onder voorwaarden een andere woningtypologie toe te staan dan ter plaatse is aangeduid. Dit om meer flexibiliteit te bieden. De aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - dove gevel’ is toegevoegd aan de regeling voor het komplan. Deze aanduiding volgt uit het postzegelbestemmingsplan “Bebouwde kom Zegge, Onze Lieve Vrouwestraat 101 (2)”. Het plangebied van dit postzegelbestemmingsplan gaat nu weer deel uitmaken van het komplan voor Zegge. Dit artikel is aangepast op de regeling beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten. De regeling met betrekking tot een beroep of bedrijf aan huis is aangepast. Bovendien is in dit artikel een regeling opgenomen met betrekking tot het realiseren van een bed and breakfast. In de regels komt het begrip ‘mantelzorg’ omwille van de vergunningsvrije mogelijkheden niet langer voor. Dit begrip is dan ook geschrapt. Naar aanleiding van de vooroverlegreactie van de Gasunie is de bestemmingsregeling behorend bij de bestemming ‘Leiding - Gas’ aangepast.

In de nieuwe regeling voor het afwijken van de bouwregels zoals opgenomen in de bestemming ‘Leiding - Gas’ zijn extra voorwaarden toegevoegd. De regeling ‘Leiding - Riool’ is qua opzet van de regeling afgestemd op de aanpassingen die hebben plaatsgevonden voor de bestemming ‘Leiding - Gas’. De bestemmingen ‘Waarde - Archeologie 2’, ‘Waarde - Archeologie 3’ en ‘Waarde - Archeologie 5’ zijn samengevoegd tot één nieuwe bestemming ‘Waarde - Archeologie’. Binnen deze bestemming zijn diverse gebiedsaanduidingen opgenomen, die verwijzen naar een bepaalde oppervlaktemaat in relatie tot de onderzoeksnoodzaak. De regeling is afgestemd op het nieuwe archeologiebeleid. Deze regeling is afkomstig van het bestemmingsplan “Parapluplan parkeren en overgangsrecht Rucphen”. De regeling uit dit parapluplan is één op één overgenomen in de nieuwe regeling voor de kom van Zegge. In het vigerend bestemmingsplan gelden er geen regels voor het ondergronds bouwen. Voor het ondergronds bouwen zijn in dit artikel regels opgenomen. Ondergrondse bouwwerken zijn nu binnen de contouren van de woningen en bedrijfswoningen toegestaan in plaats van hoofdgebouwen. Daarnaast is toegevoegd dat de inhoud van ondergrondse bouwwerken niet mee worden geteld bij de berekening van de inhoud van de woning. Dit sluit aan bij de regeling die is opgenomen in het buitengebied.

Onder verboden gebruik is een sub c toegevoegd waarin het gebruiken, te doen of laten gebruiken van gronden, gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de productie, opslag, stalling en dumping van middelen en

-

Artikel 23

-

Artikel 23.2

-

Artikel 24.1

-

Artikel 25.1

-

Artikel 26.1

Artikel 25

Artikel 27.1 en 27.2

-

Bijlage 2 bij de regels

-

-

-

-

-

Verbeelding

-

Verbeelding

-

Verbeelding

-

Verbeelding

-

Verbeelding

-

Verbeelding

-

Verbeelding

-

Verbeelding

-

Verbeelding

-

Verbeelding

grondstoffen zoals bedoeld in lijst I of II van de Opiumwet strijdig is met het bestemmingsplan. Volgend uit het luchthavenbesluit voor Breda International Airport geldt de verplichting om in het bestemmingsplan een beperking op te nemen voor de toegestane bouwhoogte. In dit artikel is deze verplichting verwerkt. De regeling opgenomen in dit artikel is afgestemd op de regeling uit het bestemmingsplan voor het buitengebied. Dit artikel is afgestemd op het bestemmingsplan voor het buitengebied. Dit artikel vervangt de oude algemene afwijkingsregels. De regeling opgenomen in dit artikel is afgestemd op de regeling uit het bestemmingsplan voor het buitengebied. In dit artikel is een parkeerregeling opgenomen conform het bestemmingsplan “Parapluplan parkeren en overgangsrecht Rucphen”. Het overgangsrecht is opgenomen conform de vereisten van de standaardregeling zoals opgenomen in artikel 3.2.1 en 3.2.2 van het Besluit ruimtelijke ordening. De Staat van Horeca-activiteiten is vervangen door een vernieuwde versie. In diverse artikelen is de zinssnede ‘strijdig gebruik’ vervangen voor ‘verboden gebruik’. ‘Burgemeester en wethouders’ en ‘het bevoegd gezag’ werden bij de afwijkingen en wijzigingsbevoegdheden door elkaar gebruikt. Hier is een lijn in getrokken door overal ‘het bevoegd gezag’ te gebruiken.

Bouwvlak Sier Vroegrijkstraat is aangepast, naar aanleiding van de ontwikkeling “Kom Zegge, Lage Zegstraat naast 8 te Zegge”. Ter plaatse van de woning aan de Lage Zegstraat 8 is nu een bouwvlak opgenomen en het bijgebouw is voorzien van een aanduiding zodat ter plaatse een bijbehorend bouwwerk is toegestaan van maximaal 300 m² conform de vergunning. Onze Lieve Vrouwestraat 191 en 193 zijn binnen het bestemmingsplan opgenomen. Onze Lieve Vrouwestraat 191 en 193 goothoogte is aangepast naar de goothoogte die in het bestemmingsplan “Buitengebied Rucphen 2010” was opgenomen en dus ter plaatse vigeerde. Onze Lieve Vrouwestraat 192 is vanwege een meer logische begrenzing van het bestemminsplan “Kom Zegge” ook binnen het plangebied opgenomen Lage Zegstraat 1 en 3 gaan naar aanleiding van de vooroverlegreactie terug naar het plangebied van het bestemmingsplan voor het buitengebied Ter plaatse van de Onze Lieve Vrouwestraat 131 is een stuk grond verkocht aan de eigenaren. Deze gronden hebben een passende bestemming gekregen Dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ is ter plaatse van de Waegemakersstraat 17, 19 en 13 is verwijderd. In kader van Hooghei II is hier onderzoek naar gedaan en zijn deze gebieden vrijgegeven. De ligging van de dubbelbestemming ‘Leiding-Gas’ is conform de inspraakreactie van de Gasunie aangepast.

De aanduidingen die in de regels zijn toegevoegd/aangepast zijn ook verwerkt op de verbeelding.

Naast de aanpassingen die zijn genoemd in de tabel heeft een aantal ondergeschikte (tekstuele) aanpassingen plaatsgevonden, met als doel om tekstuele onjuistheden en zinsbouwfouten te herstellen of bestemmingen beter op elkaar af te stemmen.

Bijlage 2

60

Standaardadvies groepsrisico

bestemmingsplan Kom Zegge

Gemeente RUCPHEN T.a.v. College van Burgemeester en Wethouders Postbus 9 4715 ZG RUCPHEN

Sector Risicobeheersing Taakveld RO&I Postbus 3208 5003 DE Tilburg Telefoon (088) 2250100 www.brandweermwb.nl

Datum Onze referentie

27 januari 2020 U.031771

Uw referentie Uw brief van

Harry Killaars 06-53625089 E-mail info@brandweermwb.nl Onderwerp Standaardadvies 2020

Behandeld door Doorkiesnummer

Geacht College, Een deel van uw gemeente is gelegen in invloedsgebieden van één of meerdere Brzo bedrijven en/of van een spoorlijn, autoweg of buisleiding. Uw beleid externe veiligheid en de Besluiten externe veiligheid inrichtingen (bevi), buisleidingen (bevb) en transportroutes (Bevt) verplicht u het groepsrisico te verantwoorden van ieder ruimtelijk besluit dat u in een invloedsgebieden neemt. De Omgevingsdienst MWB heeft voor uw gemeente een standaard groepsrisicoverantwoording opgesteld. Het standaardadvies van de Veiligheidsregio is hierop afgestemd. Daarnaast komen er steeds meer aanvragen die in de geest van de Omgevingswet. We benoemen in dit standaardadvies de kernwaarden van de Veiligheidsregio’s zodat u bij het opstellen van een omgevingsvisie of omgevingsplan deze kernwaarden vroegtijdig kunt inbrengen bij de initiatiefnemers van omgevingsvisies en omgevingsplannen. Maar ook bij het verantwoorden van het groepsrisico in het kader van de wet en regelgeving zoals beschreven in de genoemde besluiten externe veiligheid. Werkingssfeer advies Met deze brief voorzien wij u van een standaard advies 2020, voor ruimtelijke ontwikkelingen in het invloedsgebieden van een Bevi inrichting en/of de infrastructuur.

U kunt de informatie uit de bijlage gebruiken voor de verantwoording van het groepsrisico voor ruimtelijke ontwikkelingen met plangebieden die niet zijn gelegen binnen de nader genoemde afstanden van risicobronnen. In de bijlage kunt u zien wanneer u het standaard advies kunt gebruiken deze toegespitst op uw gemeente. Heeft u vragen over de bereikbaarheid en de juiste hoeveelheid bluswater bij een object of geheel plangebied neem dan ook contact op met de Brandweer MWB. Aanvragen voor maatwerk adviezen dient u te richten aan info@brandweermwb.nl Indien u nog vragen of opmerkingen heeft kunt u contact opnemen met de bovengenoemde ambtenaar. In het vertrouwen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd, tekenen wij met vriendelijke groeten Hoogachtend, Namens het Dagelijks Bestuur van de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant, Afdelingshoofd Risicobeheersing, H. Sijbring

De werking van deze bijlage is voorzien van een inhoudsopgave en u kunt in de digitale versie klikken op de gewenste onderwerpen.

Inhoudsopgave Kernwaarden Veiligheidsregio’s ................................................................................................................... 3 Samenwerken aan een veiligere leefomgeving ................................................................................................ 3 Afstand tot de risico’s vergroot de veiligheid .................................................................................................... 3 Bebouwing en omgeving bieden bescherming ................................................................................................. 4 Gebouwen en gebieden zijn snel en veilig te verlaten ..................................................................................... 4 De omgeving maakt snel en effectief optreden van de hulpdiensten mogelijk ................................................. 5 Iedereen is bekend met de risico’s en weet hoe te handelen als het mis gaat. ................................................ 6 Mensen krijgen bij een crisis passende medische zorg. .................................................................................. 6 Zone indeling standaard verantwoording groepsrisico..............................................................................

7 Rucphen ........................................................................................................................................................... 7 Zeer kwetsbare gebouwen ............................................................................................................................... 8 Stroomschema standaard verantwoording ....................................................................................................... 9 Opkomsttijd .................................................................................................................................................... 10 Waarschuwings- en alarmeringsinstallatie ..................................................................................................... 11 Bereikbaarheid ............................................................................................................................................... 12 Bluswatervoorziening ..................................................................................................................................... 13 Analyse bluswatervoorziening in relatie tot omgevingsplan ........................................................................... 15 Hoe om te gaan bij omgevingsplannen. .........................................................................................................

15 Zorgplicht ....................................................................................................................................................... 15 Bruidsschat .................................................................................................................................................... 17 art. 2.2.3.7 Bluswatervoorziening ................................................................................................................... 17 Artikel 2.2.3.8 Bereikbaarheid bouwwerk voor hulpverleningsdiensten .......................................................... 17 Artikel 2.2.3.9 Opstelplaatsen voor brandweervoertuigen .............................................................................. 18

pagina 2 van 18

Kernwaarden Veiligheidsregio’s 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Samen werken aan een veiligere leefomgeving; Afstand tot de risico’s vergroot de veiligheid; Bebouwing en omgeving bieden bescherming; Gebouwen en gebieden zijn snel en veilig te verlaten; De omgeving maakt snel en effectief optreden van de hulpdiensten mogelijk; Iedereen is bekend met de risico’s en weet hoe te handelen als het mis gaat. Mensen krijgen bij een crisis passende medische zorg.

Samenwerken aan een veiligere leefomgeving Een veilige leefomgeving draagt bij aan een duurzame en gezonde leefomgeving. Dit maakt uw gemeente en de woon-, werk- en leefgebieden voor de burgers aantrekkelijker. Initiatiefnemers (burgers en ondernemers), maatschappelijke organisaties en de overheid streven samen naar een veiligere leefomgeving, dit is een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Initiatiefnemers zijn zelf verantwoordelijk voor het verkrijgen van maatschappelijk draagvlak voor hun initiatief. Of deze wordt verkregen, hangt onder andere samen met de professionele onderbouwing van de veiligheid van het desbetreffende initiatief. In dit samenspel van verschillende belangen geeft de Veiligheidsregio MWB duiding aan de risico’s bij initiatieven en denkt mee over het minimaliseren van de risico’s en de effecten. •

• • •

Alle betrokkenen hebben inzicht in en zijn zich bewust van de risico’s en de gevolgen van het initiatief, ook in relatie tot de al bestaande leefomgeving. Dit maakt een gewogen verantwoord besluit mogelijk. Betrokkenen zijn burgers, buurbedrijven en de gebruikers van kwetsbare objecten. Aandacht voor een veilige leefomgeving is ook nodig bij voorgenomen ontwikkelingen en eventuele innovaties op het gebied van bijvoorbeeld circulaire economie en energie. Initiatiefnemers betrekken de Veiligheidsregio MWB in een zo vroeg mogelijk stadium bij het ontwerp van een veilig initiatief. Dit houdt in dat afstand tot, bescherming tegen, effectief optreden van, ontvluchten van en handelingsperspectief, onderdeel zijn van het ontwerp. Professionele overheidsorganisaties, waaronder Veiligheidsregio, de GGD en de Omgevingsdienst zijn de natuurlijke adviespartners bij ruimtelijke ontwikkeling. In het besluit kwaliteit leefomgeving (BKL) is aangeven dat in een omgevingsplan rekening dient te worden gehouden met veiligheidsrisico’s van branden, rampen en crises.

Artikel 5.2 van het BKL (veiligheidsrisico’s van branden, rampen en crises) In een omgevingsplan wordt voor risico’s van branden, rampen en crises als bedoeld in artikel 10, onder a en b, van de Wet veiligheidsregio’s, rekening gehouden met het belang van: het voorkomen, beperken en bestrijden daarvan, mogelijkheden voor personen om zich daarbij in veiligheid te brengen, en de geneeskundige hulpverlening aan personen daarbij. Het eerste lid laat onverlet de in paragrafen 5.1.2.2 tot en met 5.1.2.7 gestelde specifieke regels over het waarborgen van de veiligheid. De veiligheidsregio MWB zal binnen de kaders van het beleidsplan en bij ruimtelijke ontwikkelingen in uw gemeenten een advies uitbrengen.

Afstand tot de risico’s vergroot de veiligheid Ondanks de maatregelen die de veiligheid ten goede komen bij het risico zelf, blijft er een kans bestaan dat er incidenten plaatsvinden met gevolgen voor en effecten op de omgeving en haar bewoners. Dit is extra belangrijk voor de kwetsbare mensen die zichzelf niet kunnen redden zonder hulp zoals jonge kinderen in kinderdagverblijven, gehandicapten en zorgbehoevenden. Denk bij een risico aan bijvoorbeeld droog bos, hoog water, een bedrijf dat werkt met gevaarlijke stoffen, of de vrachtwagen of spoorketelwagon die gevaarlijke stoffen vervoert. pagina 3 van 18

Het aantal slachtoffers wordt verlaagd door de afstand tussen de risico’s en de gebieden waar mensen verblijven te vergroten. Naast afstand kan ook vegetatie en geografische ligging het aantal slachtoffers verlagen. Hiermee kan letsel, hinder en overlast beperkt blijven. Een grotere afstand levert ook meer tijd op om het gebied veilig te verlaten; dit vergroot de veiligheid bij incidenten. De afstand tot een risico is dusdanig groot dat mensen zichzelf in veiligheid kunnen brengen en dat ook mensen die niet zelfredzaam zijn in veiligheid kunnen worden gebracht. Daarnaast zorgt afstand tussen verschillende risico’s voor een beperking van gevolgeffecten, zoals het overslaan van brand naar een ander pand. Zo voorkom je dat een incident voor een volgend incident in de omgeving zorgt. • • • • •

Initiatieven, waardoor mensen langdurig verblijven in een gebied, zijn bij voorkeur op grote afstand van het risico. Bijeenkomsten en evenementen met grotere aantallen bezoekers zijn op dusdanige afstand gesitueerd dat ingeval van een incident de effecten op de bezoekers minimaal zijn. Een lage populatiedichtheid in de buurt van risicobronnen (door bijvoorbeeld lage bebouwingsdichtheid), hoge populatiedichtheid op grote afstand van risicobronnen. Groepen zeer kwetsbare personen verblijven niet in het gebied waar mensen direct moeten vluchten bij een (dreigende) calamiteit. Dit betreft scenario’s zoals plasbrand, BLEVE, natuurbrand, gebieden met een hoog overstromingsrisico. Bij de indeling van gebieden is aandacht voor het beperken van de gevolgeffecten. Maak daarbij een bewuste afweging of clustering van risico’s en/of risicobronnen een gewenste ontwikkeling is.

Zeer kwetsbare objecten hebben in de nieuwe Omgevingswet een plaats gekregen en men hanteert de nieuwe term zeer kwetsbare gebouwen. Maar ook grote groepen mensen in de buitenruimte hebben extra bescherming nodig. De zeer kwetsbare gebouwen zijn in bijlage 1 weergegeven.

Bebouwing en omgeving bieden bescherming Hoeveel voorzieningen er ook worden getroffen, de kans blijft bestaan dat er incidenten plaatsvinden met nadelige gevolgen voor de leefomgeving en haar bewoners en bezoekers. Het is belangrijk dat de leefomgeving mogelijkheden biedt om te schuilen of die de nadelige effecten vertraagt. Dit kan gerealiseerd worden door bewuste keuzes te maken in bouwwijze, het type bebouwing en de inrichting van gebouwen. Zo kunnen mensen beschermd worden tegen de effecten van bijvoorbeeld overstromingen, rookwolken bij brand, explosies, verspreiding van giftige gassen en uitval nutsvoorzieningen. • • • • •

Fysieke elementen (wallen, dammen, etc.) kunnen als obstakel gedurende langere tijd bescherming bieden en beperken de effecten voor gebouwen en mensen. Deze elementen kunnen tevens meerdere functies hebben in de ruimte, bijvoorbeeld voor kleinschalige recreatie of natuurstrook. Gevelconstructies en technische installaties in gebouwen kunnen mensen die er verblijven beschermen tegen de effecten. Een bepaalde functie in een gebouw kan bescherming (buffer) bieden, bijvoorbeeld een parkeergarage aan de risicovolle zijde van een gebouw. In gebieden en wijken kunnen opvanggebieden benoemd zijn ten behoeve van evacuaties. Ook kunnen voorzieningen zijn aangebracht voor scenario’s, zoals hoogwater en verstoring van de vitale infrastructuur. Afsluitbare ventilatie en goede bouwkundige detaillering verbeteren de vluchtmogelijkheden/schuilmogelijkheden. Aandachtspunt zijn bedrijfsloodsen waar meerdere personen verblijven. De eisen voor de luchtdichtheid van loodsen zijn vrij laag, waardoor de luchtkwaliteit gedurende een toxisch scenario niet voor 4 uur is gegarandeerd.

Gebouwen en gebieden zijn snel en veilig te verlaten Als de bebouwing en de omgeving onvoldoende bescherming bieden bij incidenten, voorkomt een veilige ontvluchting (evacuatie) verdere slachtoffers. De aanwezigheid van goede vluchtroutes in een gebied zorgt ervoor dat de zelfredzaamheid van mensen in het gebied omhoog gaat. Op basis van een analyse van de risico’s houdt het ontwerp van de gebouwen en ontsluitingswegen zelf rekening met de mogelijkheid om veilig en snel naar een veilige omgeving te vluchten. pagina 4 van 18

• • • • • •

De entree en vluchtroutes van een gebouw bevinden zich aan de gebouwzijde die van de risicobron is afgekeerd. Deze vluchtroutes zijn ook bruikbaar voor verminderd zelfredzamen en voor het in veiligheid brengen van gewonden door de hulpdiensten. Vluchtroutes in de (openbare) ruimte zorgen ervoor dat mensen makkelijk en zo snel als mogelijk een veilige plaats kunnen bereiken, waar mogelijk geschikt voor verminderd zelfredzame personen. De vluchtroutes zijn o.a. via bewegwijzering bekend bij degenen die verblijven in het gebied. De capaciteit van de vluchtroutes past bij de populatiedichtheid van het gebouw en gebied, rekening houdend met tijdelijke populaties, zoals toerisme en evenementen. De opvangmogelijkheden voor de bewoners in het veilige gebied zijn afgestemd op de omvang van de populatie en veilig te bereiken via de vluchtroutes. Belangrijke informatie over het incident kan in het gebied ontvangen worden, zodat mensen weten wat er aan de hand is en wat ze moeten zoen. De locatiekeuze van vitale infrastructuur, zoals zendmasten voor telefonie, internet en voorzieningen voor elektriciteit, is zo gekozen, dat er zo min mogelijk risico is op uitval. De vitale infrastructuur is waar nodig beschermd tegen de effecten van incidenten om de continuïteit te waarborgen.

De omgeving maakt snel en effectief optreden van de hulpdiensten mogelijk De inrichting van de fysieke leefomgeving kan bijdragen aan snelle en effectieve hulpverlening. Hulpverleners kunnen sneller optreden als de bereikbaarheid en aanrijdroutes van gebieden, gebouwen, bedrijven en evenemententerreinen doordacht is. Zo kunnen hulpdiensten de mensen sneller bereiken, in veiligheid brengen (bijvoorbeeld met ambulances) en de gevolgen van incidenten beperken. Toegesneden voorzieningen voor bluswater zorgen voor een snelle en efficiënte bestrijding van incidenten. Daardoor beperkt dit de gevolgen voor de omgeving en haar bewoners en is naderhand een snellere terugkeer naar de ‘normale’ situatie mogelijk. Ook de opvang van bluswater is belangrijk, want zonder maatregelen kan vervuild bluswater het milieu langdurig vervuilen. Effectief optreden van de hulpdiensten valt of staat met het hebben van toegankelijke en actuele informatie over de verblijfplaatsen van kwetsbare groepen, de risico’s en mogelijke effecten op de fysieke leefomgeving. Dit leidt tot een betere voorbereiding en daardoor effectiever optreden van hulpverleners. • • • •

Aanrijdroutes en toegangswegen zijn geschikt voor een snelle opkomst van het materieel van de hulpverleners en voor het afvoeren van gewonden. Opstelplaatsen voor het materieel zijn beschikbaar. Gebieden zijn voor hulpverleners van meerdere kanten en windrichtingen te bereiken. In het gebied is bluswater beschikbaar. De hoeveelheid en de wijze waarop bluswater beschikbaar is, is afgestemd met de hulpdiensten. Een bluswatervoorziening als onderdeel van een doorlopend watersysteem, kan ook een andere functie hebben zoals visvijver of recreatieplas. Vooral bij brand door bedrijfsmatige activiteiten kunnen grote hoeveelheden vervuild bluswater ontstaan. Om milieueffecten te beperken, kunnen maatregelen voorbereid in bijvoorbeeld het watersysteem, verspreiding van bluswater voorkomen. Initiatiefnemers dragen bij aan de ontsluiting van informatie voor de hulpdiensten, waardoor deze kunnen beschikken over actuele informatie over de risico’s en de effecten op de leefomgeving.

De eisen ten aanzien van de bereikbaarheid en bluswater zijn opgenomen in de Beleidsregels Bereikbaarheid en Bluswatervoorziening van de Veiligheidsregio’s Midden- en West-Brabant, Brabant Noord en Brabant Zuidoost. Een beknopte weergave is in bijlage 1 weergegeven.

pagina 5 van 18

Iedereen is bekend met de risico’s en weet hoe te handelen als het mis gaat. Een samenleving heeft altijd te maken met risico’s. Communicatie over risico’s zelf en de voorbereiding erop, draagt bij aan de zelfredzaamheid en samenredzaamheid van bewoners. Iedereen die in de gemeente verblijft weet welke risico’s er zijn, hoe ze zich kunnen voorbereiden en wat ze kunnen doen in het geval van crisissituaties. Daar hoort ook kennis van de inrichting van de omgeving en van de mogelijkheden om te handelen bij. Hierdoor stijgt het veiligheidsbewustzijn van mensen en is het handelingsperspectief bekend. • Gemeenten communiceren actief en continu over risico’s en wat te doen tijdens crisissituaties. Zij gebruiken daarvoor (digitale) communicatiemiddelen die aansluiten op verschillende doelgroepen. • Bedrijven en organisatoren informeren hun gasten, werknemers en overheden over risico’s en het handelingsperspectief tijdens crisissituaties (bijvoorbeeld organisatoren van evenementen, uitbaters van openbare gebouwen, horeca, recreatieterreinen, campings). • Inwoners hebben een eigen verantwoordelijkheid om op de hoogte te blijven van de risico’s en het handelingsperspectief. Ze weten waar ze deze informatie kunnen vinden en waar ze vragen hierover kunnen stellen. • Informatie over risico’s en inrichting van de omgeving is toegankelijk, actueel en makkelijk te vinden voor iedereen.

Mensen krijgen bij een crisis passende medische zorg. Bij risico’s zoals nutsuitval, overstromingen, dierziekten, branden en andere rampen kunnen er situaties voordoen dat mensen beroep doen op de medische zorg. De hulpdiensten anticiperen bij acute en/of grootschalige hulpvragen afhankelijk van het type crisis en passen hierop de zorgaanbod aan. Bij omgevings-, visies en plannen is ook bij de locatiekeuze van zorginstellingen zowel de ziekenhuizen en/of zorgboerderijen en gebouwen met niet zelfredzame bewoners rekening te houden met crisissituaties, zoals: • Bereikbaarheid bij hoog water, • Uitval van nutsvoorzieningen, • Afsluiten van mechanische ventilatiesystemen.

pagina 6 van 18

Zone indeling standaard verantwoording groepsrisico

Rucphen

pagina 7 van 18

Zeer kwetsbare gebouwen

Waarom extra aandacht voor zeer kwetsbare gebouwen? Indien bij een van deze gebouwen brand of een incident op afstand plaatsvindt heeft dat direct gevolgen voor de hulpverleningscapaciteit. Niet zelfredzame personen hebben altijd hulp nodig om in veiligheid te worden gebracht.

pagina 8 van 18

Stroomschema standaard verantwoording

1.

2. 3. 4.

5. 6.

Een conserverend plan laat juridisch-planologisch geen nieuwe ontwikkelingen toe. Een beheersverordening behoort hier ook toe. Een conserverend bestemmingsplan waarin wijzigingsgebieden of uit te werken bestemmingen (opnieuw) worden vastgelegd, wordt beschouwd als een ontwikkeling/wijziging. Een legalisatie wordt ook beschouwd als een ontwikkeling/wijziging. Bij een standaard verantwoording kan ook altijd het standaardadvies van de Veiligheidsregio worden toegepast. Onder transportroute wordt verstaan: wegen (incl. gemeentelijke wegen), spoorwegen en waterwegen en buisleidingen. Indien beide vragen met ‘ja’ beantwoord kunnen worden, volg dan ‘ja’. Zo niet, volg dan ‘nee’. Wat de toepassingsvereisten zijn bij een beperkte verantwoording staat verwoord in artikel 8, lid 2 van het Bevt en artikel 12, lid 3 van het Bevb. De motivering in hoeverre de beperkte verantwoording kan worden toegepast, dient te worden opgenomen in het ruimtelijk plan. Personen zijn zondermeer niet zelfredzaam wanneer sprake is van ziekenhuizen, basisscholen, kinderdagverblijven, peuterspeelzalen, bejaardentehuizen, verpleeg- en verzorgingstehuizen en gevangenissen. De OMWB kan een dergelijke verantwoording voor uw gemeente opstellen of daarbij ondersteunen. Indien een standaard verantwoording conform het stroomschema van toepassing kan gebruik worden gemaakt van het standaardadvies van de Veiligheidsregio.

Voor alle overige ruimtelijke ontwikkelingen dient u het Bestuur van Veiligheidsregio MWB in de gelegenheid te stellen een maatwerkadvies uit te brengen. Heeft u vragen over de bereikbaarheid en de juiste hoeveelheid bluswater bij een object of geheel plangebied neem dan ook contact op met de Brandweer MWB. Aanvragen voor maatwerk adviezen dient u te richten aan info@brandweermwb.nl

pagina 9 van 18

Opkomsttijd

Overzicht van opkomsttijden Basis Brandweer eenheid in de gemeente Rucphen. Door het Algemeen bestuur van de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant zijn in het Dekkings- en spreidingsplan de opkomsttijden voor de brandweer vastgesteld. In onderstaande tabel zijn deze opkomsttijden weergegeven: Acht minuten woonfunctie voor 2003 celfunctie gezondheidszorgfunctie logiesfunctie onderwijsfunctie basisonderwijs tot 12 jaar bijeenkomstfunctie kinderdagopvang woonfunctie voor zorg

Twaalf minuten woonfunctie na 2003 kantoorfunctie winkelfunctie onderwijsfunctie overige industriefunctie sportfunctie bijeenkomstfunctie overige overige gebruiksfunctie

Tabel 2 opkomsttijden

Wanneer een ontwikkeling plaatsvindt in de donker blauwe gebieden in bovenstaande figuur het overzicht van opkomsttijden Basis Brandweer eenheid in uw gemeente dienen er maatregelen worden getroffen. Door de Veiligheidsregio MWB is een Toolbox ontwikkeld en bij de AOV-er van uw gemeente bekend is. Te denken valt aan gebiedsgerichte risicocommunicatie, training van de BHV organisaties en het aanbrengen van rookmelders bij bewoners.

pagina 10 van 18

Waarschuwings- en alarmeringsinstallatie

Overzicht WAS-Installaties in de gemeente Rucphen Binnen de bebouwde kom is er veelal voldoende dekking van de WAS-installatie daarnaast is NL Alert operationeel voor vele mobiele telefoons. Voor de industriegebieden is Alert4All ontwikkeld en kunnen BRZO bedrijven de overige bedrijven bij incidenten alerteren. Bij ontwikkelingen buiten de bebouwde kom adviseren wij u na te gaan of de dekking voldoende is. In bovenstaande figuur is een overzicht opgenomen van de dekking van de WAS-installatie in uw gemeente. De zendmasten hebben buiten een bereik van ca. 900 m1.

pagina 11 van 18

Bereikbaarheid De kern van de beleidsregels wordt voor het aspect bereikbaarheid gevormd door een drietal doelvoorschriften: 1. Stroomwegen en gebiedsontsluitingswegen bieden te allen tijde een onbelemmerde doorgang aan hulpdiensten. 2. Ieder object is voor de hulpdiensten vanaf een gebiedsontsluitingsweg te allen tijde binnen 2 minuten te bereiken. 3. Kazernes en posten moeten altijd ontsloten blijven door een gebiedsontsluitingsweg. Het plangebied dient toegankelijk te zijn voor hulpverleningsvoertuigen. Waarbij rekening wordt gehouden dat een effectieve brandweerinzet kan worden gegarandeerd. Dit houdt in dat de plaats van het brandweervoertuig zodanig is gepositioneerd, dat met behulp van de hoge druk brandweerslang ca. 60 m1 binnen in het gebouw waar een brand is, de brand ook geblust kan worden. Verder dienen de wegen in het plangebied te voldoen aan hoofdstuk 2 Bereikbaarheid hulpdiensten uit de beleidsregels Bereikbaarheid en Bluswatervoorziening februari 2016 indien deze worden gebruikt voor bestemmingsverkeer. Om een goede bereikbaarheid te borgen dienen wegen, die leiden naar potentiële incidentlocaties, recht te doen aan de afmetingen van hulpverleningsvoertuigen. Omdat brandweervoertuigen het grootst en het zwaarste zijn, worden deze als uitgangspunt gehanteerd.

Een weg doet recht aan de specifieke afmetingen van hulpverleningsvoertuigen als aan de volgende criteria wordt voldaan: • De weg is geschikt voor voertuigen met een asbelasting van ten minste 10 ton; • De weg is geschikt voor voertuigen met een totaal gewicht van ten minste 30 ton; • De minimale doorgangshoogte bedraagt 4,2 m 1; • De minimale doorgangsbreedte bedraagt 3,5 m 1 ; • De minimale breedte van de verharding; bedraagt 3 m1 (rechte weg); • De minimale buitenbochtstraal bedraagt 10 m1;

Maar bereikbaarheid wordt niet alleen bepaald door de afmetingen van de voertuigen. De breedte van de rijlopers op doorgaande wegen zijn doorgaans breder dan in de woonwijken. Maar bij het positioneren van voertuigen is met name het redvoertuig het breedst en is de stempellast op de steunpunten maatgevend.

pagina 12 van 18

Bluswatervoorziening De Brabantse Veiligheidsregio’s hebben in samenspraak met gemeenten en Brabant Water beleid ontwikkeld waarin de doelstelling voor de beschikbaarheid van bluswater als volgt wordt geformuleerd: “Veilig drinkwater en voldoende bluswater tegen de laagste maatschappelijke kosten”. Er wordt gestreefd naar een professioneel minimum, met een toereikende bluswatervoorziening voor maatgevende incidenten. In de beleidsregel is vervolgens als doelvoorschrift opgenomen: “Ten behoeve van de brandbestrijding is tijdig voldoende bluswater voorhanden” . Bluswater levert een bijdrage in het kunnen uitvoeren van een veilige redding indien zelfstandig ontvluchten niet meer mogelijk is. De brandweer beschikt in de regel direct over voldoende eigen middelen (bijvoorbeeld het water in de tank) om een dergelijke redding mogelijk te maken. Voor redding is dus niet direct een externe bluswatervoorziening nodig, maar deze kan wel noodzakelijk zijn om de uitbreiding van een brand te voorkomen, dan wel te beperken. Welke hoeveelheid water nodig is in een bepaalde situatie, is afhankelijk van een aantal factoren, waaronder brandfysica, bouwtechniek, architectuur en omgevingsfactoren. Deze factoren bepalen, samen met een aantal andere factoren, de mate van brandveiligheid in een bepaalde situatie. Zie op dat punt ook navolgend kenmerkenschema.

Voor de benodigde bluswatervoorziening is dus geen ‘gouden standaard’. Het hangt onder meer af van de aard en omvang van een gebouw, maar ook de omgeving waarin het gebouw staat. Daarnaast is de benodigde hoeveelheid water afhankelijk van de ontwikkeling van de brand en fase waarin de brand zich bevindt op het moment dat de brandweer een interventie pleegt. De benodigde bluswatervoorziening is kort en schematisch samen te vatten in navolgende figuur. Op basis van praktijkervaring wordt ongeveer 95% van de branden geblust met water uit de tank van de tankautospuit en is voor de resterende 5% van de branden een externe bluswatervoorziening (A, B, en/of C-water) nodig. Voor meer informatie over de achtergronden wordt hier volstaan met een verwijzing naar de beleidsregels. Verder is voor toepassing van deze handreiking van belang dat bluswatervoorzieningen niet altijd uit een brandkraan hoeven te bestaan. Ook andere vormen van bluswatervoorzieningen zijn denkbaar en werkbaar. Daarbij kan het gaan om geboorde putten, open water, (bluswater)bassins of een bluswaterriool met brandput.

pagina 13 van 18

Voorbeelden Het Besluit De bestaande agrarische bebouwing wordt omgezet naar het mogelijk maken van het bouw van twee woningen. A-Water Het pand op de Vroenhoutseweg 16 dateert van 1970 en een woning op ca.100 m1 van een brandkraan van 60 m3/h. Het nieuwbouw object op de Hogeweg is gelegen op meer dan 200 m1 en hier dient dus conform het beleid een nieuwe brandkraan te worden aangelegd op minder dan 200 m1 van de ingang. C-water (Rissebeek) is binnen 2500 m 1 voorhanden.

Het besluit De bestaande bestemming: maatschappelijke functie wordt gewijzigd en op deze plaats wordt een woongebouw met 6 verdiepingen gebouwd. A-Water Bij de ingang van het woongebouw dient op ca. 15 meter van de ingang een brandkraan van 60 m 3/h te worden aangebracht. C-water (open water) is binnen 2500 m1 voorhanden.

pagina 14 van 18

Analyse bluswatervoorziening in relatie tot omgevingsplan •

•

De beschikbaarheid van een openbare bluswatervoorziening is primair een verantwoordelijkheid van burgemeester en wethouders van de betreffende gemeente. In een bestaand, reeds ingericht gebied en bij voorzetting van de bestaande functies hebben burgers en bedrijven geen invloed op de beschikbaarheid van bluswater in de openbare ruimte. Wel kan behoefte zijn aan een aanvullende, niet openbare bluswatervoorziening. Welke hoeveelheid en vorm van bluswater in een bepaald geval nodig is, is maatwerk. De Veiligheidsregio heeft de expertise in huis om het benodigde maatwerk te kunnen leveren. Om goed en tijdig gebruik te (kunnen) maken van die expertise is het expliciet opnemen van een adviesrol voor de veiligheidsregio wenselijk.

Hoe om te gaan bij omgevingsplannen. Gezien de aard van deze regels zijn ze te integreren in zowel thematisch opgebouwde als gebiedsgerichte omgevingsplannen. De beleidsregels maken weliswaar onderscheid in verschillende gebieden en scenario’s, maar op basis van de beleidsregels is binnen de open norm gebiedsgericht maatwerk reeds mogelijk. Om tot een goede afweging op basis van de binnen de veiligheidsregio aanwezige expertise te komen, wordt een expliciete adviesfunctie voor de veiligheidsregio voorgesteld. De veiligheidsregio brengt op dat punt haar expertise graag en vroegtijdig in. Daarbij bestaat de optie dat de veiligheidsregio categorieën van gevallen definieert waarin geen advies hoeft te worden gevraagd. Overigens kan de veiligheidsregio zo’n lijst altijd maken en daarom is ook geen grondslag nodig (of überhaupt mogelijk) in een omgevingsplan. Wel is het zaak de planregel dan zo te formuleren dat in dergelijke gevallen inderdaad geen advies hoeft te worden ingewonnen.

Zorgplicht Aangezien de beschikbaarheid van voldoende openbaar bluswater in beginsel binnen de invloedssfeer en verantwoordelijkheid van de gemeente zelf ligt, is het gebruik van een zorgplicht een goede basis voor de verdere regeling en borging van de beschikbaarheid van voldoende bluswater. Die zorgplicht kan dan dienen als vangnet. Verder dient de zorgplicht dan als signaalfunctie voor de taak van de gemeente op dit punt. De zorgplicht kan als navolgende voorstel worden geformuleerd. Indien gewenst kan hieraan ook een programmaplicht worden gekoppeld, waarin wordt opgenomen hoe aan deze bestuurlijke zorgplicht invulling wordt gegeven.

De verantwoordelijkheid voor het realiseren van openbare bluswatervoorzieningen rust primair bij het college van burgemeester en wethouders. Wanneer de afstand tussen de perceelsgrens en (de brandweertoegang van) het betreffende bouwwerk meer bedraagt dan 40 m 1, dan is de openbare bluswatervoorziening niet meer toereikend en dient, afhankelijk van gebouwtype mogelijk een niet-openbare bluswatervoorziening te worden getroffen. Zie daarover paragraaf 3.9 van de Beleidsregels Bereikbaarheid en Bluswatervoorziening. Concreet voor de beschikbaarheid van bluswatervoorzieningen zijn de volgende bouwstenen te geven. Deze gelden als aanvulling op de hiervoor opgenomen zorgplicht. In tegenstelling tot het Bouwbesluit 2012 bevat het Besluit bouwwerken leefomgeving geen regels op het gebied van de beschikbaarheid van bluswatervoorzieningen. Die regels zullen daarom een plek moeten pagina 15 van 18

krijgen in het omgevingsplan. Dat kan op basis van de beleidsregels. Uit die beleidsregels en uit de praktijkervaringen van adviseurs van de veiligheidsregio blijkt dat expertise en maatwerk nodig is om invulling te geven aan het doelvoorschrift als opgenomen in de beleidsregels, namelijk tijdige beschikbaarheid van voldoende bluswater. Om die reden wordt voorgesteld dit aspect in het omgevingsplan te regelen door het opnemen van een open norm, die vervolgens nader wordt ingevuld door de bestaande, dan wel eventuele nieuwe beleidsregels. Net als onder het Bouwbesluit 2012 is een beoordeling gewenst bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit, waardoor het uitgangspunt een bouwregel is, waaraan zo’n aanvraag kan worden getoetst. Eventuele vergunningsvrije bouwwerken zullen ook moeten voldoen aan deze bouwregel. De regeling kan er als volgt uitzien. Bluswatervoorziening a) b)

c)

Een bouwwerk heeft een adequate bluswatervoorziening. Er is sprake van een adequate bluswatervoorziening als bedoeld onder a, wanneer wordt voldaan aan de Beleidsregels Bereikbaarheid en Bluswatervoorziening (inclusief toepassing maatwerk) als vastgesteld door het Algemeen Bestuur van de Veiligheidsregio Midden en West Brabant februari 2016. Ten aanzien van het bepaalde onder a wordt advies ingewonnen bij de veiligheidsregio alvorens de vergunning wordt verleend, tenzij de veiligheidsregio categorieën gevallen heeft aangewezen waarin geen advies noodzakelijk is en sprake is van een dergelijk geval.

pagina 16 van 18

Bruidsschat In verschillende artikelen zijn in de Bruidsschat regels opgenomen over bluswater, bereikbaarheid, opstelplaatsen en aanwezigheid van gevaarlijke stoffen en of de Energietransitie. Betrek hierbij de adviseurs van de Veiligheidsregio om de wijzigingen zodanig door te voeren dat de genoemde onderwerpen een goede plek krijgen. Voor bluswater, bereikbaarheid bouwwerk voor hulpverleningsdiensten en opstelplaatsen voor brandweervoertuigen zijn hieronder voorbeelden beschreven.

art. 2.2.3.7 Bluswatervoorziening 1.

2.

3.

Met het oog op het waarborgen van de veiligheid heeft een bouwwerk een toereikende bluswatervoorziening conform het Beleid bereikbaarheid en bluswater, tenzij de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk dat niet vereist. De afstand tussen de bluswatervoorziening en een brandweeringang als bedoeld in artikel 3.129 of 4.226 van het Besluit bouwwerken leefomgeving of als deze niet aanwezig is een toegang van het bouwwerk is voor woon,- en zorgcomplexen ten hoogste 40 meter en voor alle overige bouwwerken overeenkomstig het beleid bereikbaarheid en bluswater. De bluswatervoorziening is onbeperkt toegankelijk voor bluswerkzaamheden.

Artikel 2.2.3.8 Bereikbaarheid bouwwerk voor hulpverleningsdiensten 1.

2.

Met het oog op het waarborgen van de veiligheid ligt tussen de openbare weg en ten minste een toegang van een gebouw of ander bouwwerk voor het verblijven van personen een verbindingsweg die geschikt is voor voertuigen van de brandweer en andere hulpverleningsdiensten. Het eerste lid is niet van toepassing: a) op een gebruiksfunctie met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 1.000 m2 en een vuurbelasting van ten hoogste 500 MJ/m2, bepaald volgens NEN 6090; b) op een bouwwerk met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50 m2; c) op een lichte industriefunctie alleen voor het bedrijfsmatig telen, kweken of opslaan van gewassen of daarmee vergelijkbare producten, met een permanente vuurbelasting van ten hoogste 150 MJ/m2, bepaald volgens NEN 6090; d) als de toegang van het bouwwerk op ten hoogste 10 m van een openbare weg ligt; of e) als de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk geen verbindingsweg vereist.

3.

Tenzij elders in dit omgevingsplan of een gemeentelijke verordening anders bepaald, heeft een verbindingsweg: a) een minimale doorgangsbreedte van ten minste 3,5 m; b) een verharding over een breedte van ten minste 3,0 m (rechte weg). die geschikt is voor motorvoertuigen met een asbelasting van 10 ton; c) de weg is geschikt voor voertuigen met een totaal gewicht van ten minste 30 ton; d) een doodlopende route/weg is acceptabel met een lengte < 40 meter; e) een doodlopende route/weg met aftakkingen die de 40 meter overschrijdt is niet acceptabel; f) een doodlopende route /weg < 80 meter is toegestaan mits de wegbreedte minimale 4,5 meter bedraagt en er een keermogelijkheid aanwezig is (conform j en k) g) een doodlopende route/weg van > 40 meter is alleen acceptabel met een breedte > 5.0 meter h) een vrijgehouden hoogte boven de kruin van de weg van ten minste 4,2 m; en i) een doeltreffende afwatering; j) de minimale buitenbochtstraal bedraagt 10 meter; k) de maximale binnenbochtstraal bedraagt ten minste 4.5 meter minder dan de buitenbochtstraal.

4.

Een verbindingsweg is over de in het derde lid voorgeschreven hoogte vrijgehouden voor voertuigen van de brandweer en andere hulpverleningsdiensten. Hekwerken die een verbindingsweg afsluiten, kunnen door hulpdiensten snel en gemakkelijk worden geopend of worden ontsloten met een systeem dat in overleg met het bevoegd gezag is bepaald. De geformuleerde uitgangspunten zijn voor hulpverleningsvoertuigen het absolute minimum en gelden ook voor verbindingswegen op eigen terrein.

5. 6.

pagina 17 van 18

Artikel 2.2.3.9 Opstelplaatsen voor brandweervoertuigen 1.

2.

3.

4.

5. 6.

Met het oog op het waarborgen van de veiligheid zijn bij een bouwwerk voor het verblijven van personen zodanige opstelplaatsen voor brandweervoertuigen dat een doeltreffende verbinding tussen die voertuigen en de bluswatervoorziening kan worden gelegd. Met het oog op het kunnen redden van personen uit wooncomplexen voor 2003 dient een opstelplaats voor brandweervoertuigen met een voldoende afmeting (lengte 10 m en breedte 5 m) en een maximale hellingshoek van 7 % voor kunnen afstempelen van een redvoertuig. De stempeldruk bedraagt 100 Kn; Het eerste lid is niet van toepassing: a) op een gebruiksfunctie met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 1.000 m2 en een vuurbelasting van ten hoogste 500 MJ/m2, bepaald volgens NEN 6090; b) op een bouwwerk met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50 m2; c) een lichte industriefunctie alleen voor het bedrijfsmatig telen, kweken of opslaan van gewassen of daarmee vergelijkbare producten, met een permanente vuurbelasting van ten hoogste 150 MJ/m2, bepaald volgens NEN 6090; of d) als de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk geen opstelplaatsen vereist. De afstand tussen een opstelplaats en een brandweeringang als bedoeld in artikel 3.129 of 4.226 van het Besluit bouwwerken leefomgeving of als deze niet aanwezig is een toegang van het bouwwerk is ten hoogste 40 m.

Een opstelplaats voor brandweervoertuigen is over de voorgeschreven hoogte en breedte als bedoeld in artikel 2.2.3.7, derde lid, vrijgehouden voor brandweervoertuigen. Hekwerken die een opstelplaats afsluiten, kunnen door hulpdiensten snel en gemakkelijk worden geopend of worden ontsloten met een systeem dat in overleg met het bevoegd gezag is bepaald.

pagina 18 van 18

Bijlage 3

Nota van beantwoording

bestemmingsplan Kom Zegge

79

Nota van Beantwoording reacties op het voorontwerp bestemmingsplan ‘Kom Zegge’ Inspraak Het bestemmingsplan ‘Kom Zegge’ is op basis van artikel 7 van de Participatie- en inspraakverordening ter inzage gelegd. De Participatie- en inspraakverordening van de gemeente Rucphen is vastgesteld door de raad op 19 juni 2019 en in werking getreden op 1 juli 2019. In artikel 8 maken burgemeester en wethouders ter afronding van de inspraakprocedure, een eindverslag op. In dit eindverslag wordt ingegaan op de gevolgde inspraakprocedure, een weergave van de inbreng die naar voren is gebracht en een reactie hierop waarbij is aangegeven op welke punten al dan niet tot aanpassing wordt overgegaan. Vooroverleg Ingevolgde artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) plegen burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg met de daarvoor aangewezen (overheids)instanties. Onderwerp Met een publicatie in weekblad “De Rucphense Bode” van 22 april 2020 en op de gemeentelijke website is – ter voldoening aan het bepaalde in artikel 1.3.1 van het Bro – kennis gegeven van de terinzagelegging van het voorontwerp bestemmingsplan ‘Kom Zegge’. Het voorontwerp bestemmingsplan voorziet in een actualisering van het vigerend bestemmingsplan voor de kern van Zegge.

De actualisatiewens is ingegeven door de komst van de Omgevingswet Voor de actualisatie is het uitgangspunt dat regels die niet toegepast worden uit het bestemmingsplan worden geschrapt. Omslachtige procedures die verworden zijn tot administratieve handelingen en regels, worden niet meer opgenomen in het bestemmingsplan. Al bij al dient de regeling in het bestemmingsplan als basis voor het toekomstige omgevingsplan. Daarnaast wordt er op dit moment een nieuw bestemmingsplan voor het buitengebied opgesteld. Ten tijde van het ontwerp bestemmingsplan wordt afstemming gezocht bij het bestemmingsplan voor het buitengebied. Met deze integrale actualisatie worden tevens enkele vigerende plannen en besluiten samengevoegd en verwerkt tot één plan. Het betreft een conserverend plan zonder nieuwe ontwikkelingen en of bouwmogelijkheden. Het plangebied bestaat uit de bebouwde kom van Zegge. In aansluiting op bovenvermelde publicatie heeft het voorontwerp samen met de daarbij behorende stukken gedurende een periode van zes weken (vanaf 23 april t/m 4 juni) ter inzage gelegen in het gemeentehuis. Het voorontwerp was daarnaast ook digitaal te raadplegen via de landelijke voorziening, www.ruimtelijkeplannen.nl (plan identificatie: NL.IMRO.0840.2585M0002-VO01).

Een ieder is gedurende voornoemde periode de mogelijkheid geboden om over het voorontwerp een gemotiveerde inspraakreactie aan burgemeester en wethouders te richten. Bij aanvang van de periode is ook het wettelijk verplichte (voor)overleg gestart met daarvoor aangewezen overheidsinstanties.

2

Schriftelijke inspraak- en overlegreacties De inspraakmogelijkheid heeft tot vijf schriftelijke reacties geleid. Vier inspraakreacties zijn binnen de daarvoor gestelde termijn ontvangen en gelet daarop ontvankelijk. Een inspraakreactie is een dag buiten de termijn ontvangen maar gelet op de inhoud wordt deze toch meegenomen. De inspraakreacties worden hieronder kort samengevat en daarna (puntsgewijs) van antwoord voorzien. Benadrukt wordt dat de inspraakreactie volledig is beoordeeld en dat niet alleen de samenvatting bij de beoordeling is betrokken. Het (voor)overleg heeft geresulteerd in schriftelijke reacties van de provincie, het waterschap en de brandweer. Deze instanties hebben aangegeven aanleiding te zien tot het maken van opmerkingen over het aan hen toegezonden voorontwerp bestemmingsplan. Hun reacties worden hieronder (onder punt 6, 7 en 8.) voor de volledigheid kort weergegeven. 1. A218/26827/D20/1114984 Brief d.d. 30 mei 2020, ontvangst d.d. 2 juni 2020 Samenvatting ingediende reactie: 1.1 Indiener geeft aan bezwaar te hebben tegen het maken van een uitweg aan de Hoefstraat in verband met het bouwen van woningen aan de Hoefstraat. Het voorstel is om de uitweg te voorzien van palen die bij calamiteiten verwijderd kunnen worden.

1.2 Indiener geeft aan dat bij de ontwikkeling van een nieuwe wijk rekening dient te worden gehouden met de afstandsverplichtingen die voortvloeien uit de hinderwetvergunning van de indiener. Inhoudelijke reactie: 1.1 Indiener doelt op het woningbouwinitiatief ‘Hoefstraat-West’. Dit initiatief bestaat uit de ontwikkeling van een aantal grondgebonden woningen. Deze locatie ligt buiten de plangrenzen van het bestemmingplan ‘Kom Zegge’ en maakt daardoor geen onderdeel uit van de inspraakprocedure. Het is op dit moment nog niet duidelijk of deze ontwikkeling doorgang zal vinden. Maar mocht het initiatief Hoefstraat-West verder ontwikkeld worden, dan is de ontwikkelaar verplicht om tijdens de initiatieffase een omgevingsdialoog te voeren met de omwonenden. Als daarna wordt besloten om een bestemmingsplanprocedure op te starten is er de mogelijkheid om een inspraakreactie in te dienen. 1.2 Zie voor de beantwoording de reactie onder punt 1.1. Conclusie: De inspraakreactie geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan. 2. A218/26827/D20/1114909 Brief d.d. 28 mei 2020, ontvangst d.d. 3 juni 2020 Samenvatting ingediende reactie: 2.1 Indiener richt zijn inspraakreactie op het paars gearceerde deel van een van de plattegronden uit het bestemmingsplan (hierna te noemen: Hoefstraat-West).

Indiener vraagt aandacht voor het respecteren van een richtafstand van 50 meter van zijn agrarisch bedrijf ten opzichte van het woningbouwinitiatief Hoefstraat-West.

3

Inhoudelijke reactie: 2.1 De plattegrond waar indiener op doelt is een uitsnede van de kaart 'Stedelijke ontwikkeling en erfgoed' behorend bij de Interim omgevingsverordening van de provincie NoordBrabant. Op deze kaart is het gebied Hoefstraat-West aangegeven als ‘stedelijk afweegbaar’. Hiermee wordt bedoeld dat volgens de provincie onder voorwaarden een duurzame stedelijke ontwikkeling tot de mogelijkheden behoort. Deze locatie ligt buiten de plangrenzen van het bestemmingplan ‘Kom Zegge’ en maakt daardoor geen onderdeel uit van de inspraakprocedure. Voor de verdere reactie wordt verwezen naar de reactie onder punt 1.1. Conclusie: De inspraakreactie geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan. 3. A218/26827/D20/1114915 Brief d.d. 2 juni 2020 ontvangst d.d. 3 juni 2020 Indiener spreekt namens 31 buurtbewoners planontwikkeling Hoefstraat/wijk Kanestede. Een handtekeningenlijst is bij de inspraakreactie gevoegd. Samenvatting ingediende reactie: 3.1 Indiener geeft aan dat er twee verschillende ontwerpen van het bestemmingsplan met hetzelfde IMRO nummer zijn. Genoemd/getoond wordt: een uitsnede van de kaart 'Stedelijke ontwikkeling en erfgoed' behorend bij de Interim omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant en de verbeelding van het voorontwerp bestemmingsplan ‘Kom Zegge’.

Indiener vindt de verschillen op deze kaarten onbegrijpelijk en is onthutst dat belanghebbende van deze verschillen in bestemmingen niet op de hoogte zijn gebracht. 3.2 Begin mei is indiener op de hoogte gesteld dat er een bouwplan is voor 22 woningen aan de Hoefstraat en vraagt zich af hoe het kan dat dit plan al zo concreet is terwijl bestemmingsplan ‘Kom Zegge’ nog als voorontwerp ter inzage ligt. Dit wekt de indruk dat de gemeente en de ontwikkelaar samen spannen zoals volgens indiener ook bij het initiatief Hoefstraat 12 geval zou zijn. Vanuit de omwonenden zijn er verschillende protesten gekomen met betrekking tot het woningbouwinitiatief Hoefstraat-West. 3.3 Indiener laat weten dat hij en de omwonenden die de inspraakreactie hebben ondertekend bezwaar maken en inspraak willen hebben in de verdere planontwikkeling. Daarnaast is het verzoek om indiener op de hoogte te houden van de verdere procedure. Indiener geeft aan dat hij namens de omwonenden op voorhand bezwaar maken en beroep in zullen stellen tegen een bestemmingswijziging naar de bestemming ‘Wonen’. Indiener verzoekt naar behoren geïnformeerd te worden en tekent bezwaar aan tegen het bestemmingsplan ‘Kom Zegge’ en het initiatief Hoefstraat-West. Inhoudelijke reactie: 3.1 Het bestemmingsplan ‘Kom Zegge’ bestaat uit een Toelichting een set Regels en een (digitale) Verbeelding (ofwel de plankaart).

In de Toelichting wordt in hoofdstuk 3 Beleidskader het beleid van het Rijk, de Provincie en de gemeente beschreven. Het provinciale beleid is vervat in de ‘Interim omgevingsverordening Noord Brabant’. Een van de kaarten die daarbij horen is de kaart 'Stedelijke ontwikkeling en erfgoed'. Een uitsnede van deze kaart is bij het provinciaal beleid weergegeven. In deze paragraaf wordt het van toepassing zijnde provinciaal beleid beschreven. Op de uitsnede is met een paarse arcering de gebieden aangegeven waarvan de Provincie vindt dat deze onder voorwaarden, duurzaam ontwikkeld zouden kunnen worden. Dit zijn de gebieden met de aanduiding ‘stedelijk afweegbaar’. Zodra er initiatieven bij ons binnen komen die niet binnen de huidige bestemming passen wordt er gekeken of deze wel binnen het provinciaal beleid

4

passen. Voor stedelijke ontwikkelingen zoals bijvoorbeeld de ontwikkeling van een nieuwe woonwijk is deze kaart 'Stedelijke ontwikkeling en erfgoed' ons eerste toetsingsmiddel. Deze paars gearceerde gebieden worden dus nog niet binnen het bestemmingsplan ‘Kom Zegge’ opgenomen omdat het nog niet inzichtelijk is waar welke initiatieven zich voordoen. Als er een nieuw initiatief zich aandient zal deze een aparte bestemmingsplanprocedure doorlopen. De roze gebieden hebben de aanduiding ‘landelijke kern’, de provincie maakt hier geen onderscheid in de verschillende functies die bijvoorbeeld in een dorp aanwezig zijn. Dit wordt in de verbeelding van het bestemmingsplan wel gedaan. Er is dus een duidelijk verschil in het detailniveau tussen de kaart van de provincie en de verbeelding van het bestemmingsplan. Er zijn dus geen bestemmingen wegbestemd. Wanneer het IMRO nummer van het bestemmingsplan op de website van www.ruimtelijkeplannen.nl wordt ingevuld verschijnt het voorontwerp bestemmingsplan ‘Kom Zegge’ in beeld. Als daarna doorgeklikt wordt naar andere ruimtelijke plannen blijft het IMRO nummer in de zoekopdracht staan. Wellicht dat daar het misverstand uit voortkomt dat het voorontwerp bestemmingsplan en de kaart 'Stedelijke ontwikkeling en erfgoed' uit de ‘interim omgevingsverordening Noord-Brabant’ hetzelfde IMRO nummer hebben. 3.2 Zoals bij onze reactie onder punt 1.1.

is beschreven is er een initiatief voor dit gebied maar ligt dit buiten de plangrenzen van het bestemmingplan ‘Kom Zegge’ en maakt daardoor geen onderdeel uit van de inspraakprocedure. Voor de verdere toelichting wordt verwezen naar onze reactie onder punt 1.1. 3.3 Zoals bij onze reactie onder punt 1.1 is beschreven is het tijdens de initiatieffase aan de ontwikkelaar om een omgevingsdialoog te voeren met de omwonenden. Als daarna wordt besloten om een bestemmingsplanprocedure op te starten is er de mogelijkheid om een inspraakreactie in te dienen. Wanneer een bestemmingsplan ter inzage wordt gelegd, wordt dit vooraf gepubliceerd in het weekblad ‘De Rucphense Bode’ en de gemeentelijke website. Conclusie: De inspraakreactie geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan. 4. A218/26827/D20/1114913 Brief d.d. 2 juni 2020 ontvangst d.d. 3 juni 2020 Samenvatting ingediende reactie: 4.1 Indiener maakt bezwaar tegen de verlegging van de bebouwde kom, waardoor het gebied rondom de woning bestemd wordt voor Wonen. De woning is een cultuurhistorisch pand uit 1900 en draagt bij aan het dorpsgezicht van Zegge. Het ontwikkelen van een nieuwe woonwijk komt het uiterlijk alsook de leefbaarheid van de woning volgens indiener niet ten goede.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10016045/1