06.1 Ontwerp bp kom zegge 180815bp18inclbijlagen 1
Tekst van het document
bestemmingsplan Kom Zegge
Datum: 11 december 2020 Status: ontwerp
Inhoudsopgave Toelichting
7
Hoofdstuk 1
Inleiding
8
1.1 1.2 1.3 1.4
Aanleiding en doel Ligging en begrenzing plangebied Geldende ruimtelijke plannen en besluiten Leeswijzer
8 9 9 9
Hoofdstuk 2
Bestaande situatie
10
2.1 2.2 2.3
Inleiding Gemeente Rucphen De kern Zegge
10 10 10
Hoofdstuk 3
Beleidskader
13
3.1 3.2 3.3 3.4
Inleiding Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid
13 13 16 18
Hoofdstuk 4
Kwaliteit van de leefomgeving
25
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13
Inleiding Bodem Cultuurhistorie Archeologie Water Natuur Verkeer en parkeren Geluid Luchtkwaliteit Bedrijven en milieuzonering Externe veiligheid Kabels en leidingen Vormvrije m.e.r.-beoordeling
25 25 25 27 30 31 32 33 34 35 35 37 38
Hoofdstuk 5
Juridische plantoelichting
39
5.1 5.2 5.3 bestemmingsplan 5.4
Inleiding Opbouw van de regels Vergelijking vigerend bestemmingsplan met onderhavig
39 39
Regels
39 40
Hoofdstuk 6
Economische uitvoerbaarheid
46
bestemmingsplan Kom Zegge
3
6.1 6.2
Toepassing grondexploitatiewet Economische uitvoerbaarheid
46 46
Hoofdstuk 7
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
47
7.1 7.2 7.3 7.4
Inleiding Vooroverleg Inspraak Zienswijzen
47 47 47 47
Bijlagen bij toelichting
49
Bijlage 1
Lijst met wijzigingen
50
Bijlage 2
Standaardadvies groepsrisico
60
Bijlage 3
Nota van beantwoording
79
Regels
87
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
88
Artikel 1 Artikel 2
Begrippen Wijze van meten
88 97
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
99
Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16 Artikel 17 Artikel 18 Artikel 19
Agrarisch Bedrijf Bedrijf - Nutsvoorziening Centrum Detailhandel Dienstverlening Groen Maatschappelijk Natuur Sport Tuin Verkeer Water Wonen Leiding - Gas Leiding - Riool Waarde - Archeologie
99 100 102 103 105 107 109 110 111 113 114 115 116 117 121 123 125
Hoofdstuk 3
Algemene regels
128
Artikel 20 Artikel 21 Artikel 22
Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels
128 129 130
4
bestemmingsplan Kom Zegge
Artikel 23 Artikel 24 Artikel 25 Artikel 26 134
Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels
Hoofdstuk 4 135
Overgangs- en slotregels
Artikel 27 135 Artikel 28 136
Overgangsrecht
131 132 133
Slotregel
Bijlagen bij regels 137 Bijlage 1 138 Bijlage 2 145
Staat van Bedrijfsactiviteiten Staat van Horeca-activiteiten
bestemmingsplan Kom Zegge
5
6
bestemmingsplan Kom Zegge
Toelichting
bestemmingsplan Kom Zegge
7
Hoofdstuk 1
Inleiding
1.1 Aanleiding en doel De gemeente Rucphen is voornemens het vigerend bestemmingsplan voor de kern Zegge, vastgesteld d.d. 25 juni 2013, te actualiseren. Het bestemmingsplan is nog niet noodzakelijkerwijs toe aan een actualisatie. De actualisatiewens van de gemeente Rucphen is ingegeven door de komst van de Omgevingswet. De Omgevingswet is één van de grootste wettelijke veranderingen in Nederland. De historisch gegroeide veelheid aan wetten, regels en afspraken voor de fysieke leefomgeving wordt geïntegreerd in één nieuw stelsel. De Omgevingswet is op onderdelen nog volop in de maak en de wet treedt naar verwachting op 1 januari 2021 in werking. De gemeente Rucphen wil echter niet te wachten tot het moment van inwerkingtreding van de wet. In de gemeente wordt al gewerkt in de geest van de nieuwe wet, bijvoorbeeld met de Toekomstvisie waarin de kaders voor toekomstige ontwikkelingen in de gemeente zijn uiteengezet.
Uitsnede luchtfoto met daarop gelegen de verbeelding behorend bij het bestemmingsplan voor het buitengebied van Ruchpen. Waar de afbeelding de luchtfoto toont is het vigerend bestemmingsplan "Kom Zegge" van toepassing. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2019.
Voor onderhavige actualisatie is het uitgangspunt dat regels die niet toegepast worden uit het bestemmingsplan worden geschrapt. Omslachtige procedures die verworden zijn tot administratieve handelingen en regels waarvan nu geoordeeld is dat het aan eigenaren zelf is om invulling te geven worden eveneens niet meer opgenomen in het bestemmingsplan. Al bij al dient de regeling in onderhavig bestemmingsplan als basis voor het toekomstige omgevingsplan. Daarnaast wordt er op dit moment een nieuw bestemmingsplan voor het buitengebied opgesteld. Ten tijde van het ontwerp
8
bestemmingsplan Kom Zegge
bestemmingsplan wordt afstemming gezocht bij het bestemmingsplan voor het buitengebied.
1.2 Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied voor onderhavig bestemmingsplan betreft de bebouwde kom van de kern Zegge. De begrenzing van het plangebied is vrijwel gelijk aan het vigerende bestemmingsplan "Kom Zegge" met daaraan toegevoegd de bestemmingsplannen "Herverkaveling binnen project Hooghei I - Zegge" en Hooghei II". Bovendien zijn door de gewijzigde komgrenzen van de kern Zegge enkele gronden die voorheen onderdeel waren van het plangebied behorend tot het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" onderdeel geworden van de kom. Deze gronden maken in het vervolg ook onderdeel uit van het plangebied van onderhavig bestemmingsplan.
1.3 Geldende ruimtelijke plannen en besluiten Met deze integrale herziening worden enkele vigerende plannen en besluiten samengevoegd en verwerkt tot één plan. Het betreft de navolgende ruimtelijke plannen en besluiten:
Naam plan / besluit
Vastgesteld
Kom Zegge, Onze lieve Vrouwestraat 165-167
28 maart 2018
Bebouwde kom Zegge, A.M. de Jongstraat ongenummerd
18 februari 2014
Kom Zegge, Kapelstraat 39 te Zegge
31 mei 2017
Bestemmingsplan bebouwde kom Zegge, Onze Lieve Vrouwestraat 101 (2)
13 juni 2018
Bebouwde kom Zegge afwijking Kapelstraat 12 te Zegge
19 maart 2014
Kapelstraat ongenummerd nabij 14, Zegge
18 april 2013
Hooghei II
18 september 2013
Herverkaveling binnen project Hooghei I - Zegge
23 september 2015
Bestemmingsplan bebouwde Kom Zegge, Schoolstraat 30-32 te Zegge
19 september 2018
1.4 Leeswijzer Hoofdstuk 2 bevat een beschrijving van de bestaande situatie. In hoofdstuk 3 wordt het relevante beleid besproken. Hierbij komen achtereenvolgens het nationale, provinciale en gemeentelijke beleid aan bod. In het vierde hoofdstuk worden de diverse milieuplanologische aspecten behandeld. In hoofdstuk 5 komen de juridische aspecten aan de orde en in hoofdstuk 6 de economische uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Het zevende en laatste hoofdstuk behandelt de maatschappelijke uitvoerbaarheid.
bestemmingsplan Kom Zegge
9
Hoofdstuk 2
Bestaande situatie
2.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt de bestaande situatie van het plangebied beschreven. Hierbij vindt een beschrijving van de gemeente Rucphen en de kern Zegge plaats.
2.2 Gemeente Rucphen Het plangebied is gelegen in de gemeente Rucphen, een landelijke gemeente in het westen van de provincie Noord-Brabant. De gemeente telt 22.401 inwoners (C BS, januari 2018). De gemeente bestaat uit de kernen Rucphen, Sprundel, Schijf, St. Willebrord en Zegge. Binnen de gemeente Rucphen zijn er verschillen in het ruimtelijk structuurbeeld aanwezig; iedere dorpskern heeft zijn eigen karakter.
2.3 De kern Zegge Ontstaansgeschiedenis De geschiedenis van de dorpen in de gemeente Rucphen gaat terug tot 1125. In dat jaar werd de omgeving van Zegge aangeduid als 'Thurlicht-ter-venne'. Het Deurlechts Vaartje, ten westen van Zegge, herinnert nog aan deze oude benaming. Met de opkomst van de turfwinning in het gebied ontstond in de 14e eeuw de eerste bewoning. Midden door dit delfstofrijke gebied van West-Brabant, dat als veenzone een natuurlijke eenheid was, werd in 1290 de kunstmatige grens getrokken die West-Brabant in twee delen splitste, te weten Bergen op Zoom en Breda. Eeuwenlang bleef het inwoneraantal van Zegge circa 300 inwoners. Pas in de tweede helft van de 19e eeuw steeg met een toenemende industrialisatie het aantal inwoners merkbaar en daarmee ook de omvang van het dorp.
Bebouwingsstructuur In Zegge bestaat er een duidelijk relatie tussen het landschap en het occupatiepatroon. Van oorsprong is de kern Zegge een lintvormige nederzetting. Zegge ontwikkelde zich langs de Onze Lieve Vrouwestraat, een oude verbindingsweg, met de kerk en het kerkhof als spil. De kerk en het kerkhof, met zijn dominante boombeplanting, zijn mede door hun hogere ligging vanuit de omgeving duidelijk aanwezig en bepalen voor belangrijke mate de identiteit van het dorp. De bebouwing langs de Onze Lieve Vrouwestraat is het meest karakteristieke element in de ruimtelijke opbouw van Zegge.
10
bestemmingsplan Kom Zegge
Satellietfoto van Zegge. Het plangebied is aangeduid met een rode contour. Bron: Streetsmart.nl, 2019.
De lange rechte straten van Zegge bieden doorzichten naar het buitengebied. Typerend zijn de variatie in functies, percelering en bebouwingsdiepte en daarnaast de verschillende kapvormen en goot- en bouwhoogten. De bebouwing kenmerkt zich door een gevarieerd bebouwingsbeeld qua bouwperiode, vorm, massa, kleur en materiaalgebruik. De typologie varieert van boerderijtypen, reguliere woningen tot villa's. Ook de onderlinge afstand tussen de bebouwing varieert.
Functionele structuur Binnen het plangebied is sprake van een grote verscheidenheid aan functies. Deze functies zijn met name geconcentreerd in het centrumgebied, langs de Onze Lieve Vrouwestraat. De meest voorkomende functies in dit gebied betreffen wonen, detailhandel, kantoren, zakelijke en maatschappelijke dienstverlening en sociale en culturele voorzieningen. C entraal in het dorp is de kerk met aangrenzend de begraafplaats gelegen.
De winkels in Zegge bevinden zich hoofdzakelijk langs de Onze Lieve Vrouwestraat. Er is geen sprake van een aaneengesloten winkelfront. De Onze Lieve Vrouwestraat is vrij lang, waardoor winkels verspreid en solitair voorkomen. De variatie in functies sluit zich volledig aan bij de aanwezige variatie in ruimtelijke zin. Zegge heeft, door haar ligging nabij Roosendaal, een aanvullende verzorgingsfunctie. De functie van de winkels is met name gericht op de eigen inwoners. Het aanbod horeca betreft in Zegge met name café's en een cafetaria. Er is hierbij relatief weinig concurrentie van de andere kernen binnen de gemeente Rucphen door de ligging van de A58 en spoorlijn Roosendaal-Breda tussen Zegge en de rest van de gemeente.
bestemmingsplan Kom Zegge
11
In Zegge wordt, evenals in de andere kernen, een beleid voor het winkelconcentratiegebied gevoerd. Het streven is gericht op het concentreren van detailhandel en horeca in het centrumgebied. Op de verbeelding behorend bij dit bestemmingsplan is dat aangeduid met de bestemming 'C entrum'. Nieuwvestiging van detailhandel of horeca buiten het centrumgebied is niet wenselijk. Binnen de bestemming 'C entrum' is het mogelijk om te wonen. In de regels behorend bij de bestemming 'C entrum' is hierin aansluiting gezocht bij de regels die vigeren voor de andere kernen binnen de gemeente Rucphen.
In de reguliere woongebieden van Zegge heeft de woonfunctie de prioriteit. Desalniettemin komen in de woonwijken enkele verspreide voorzieningen voor, buiten het primaire centrumgebied.
Groenstructuur Het groen in de kern Zegge is vooral aanwezig in de groenelementen van het kerkhof en de kerk. Daarnaast is door de langgerektheid van het dorp, het landelijk gebied rondom de kern beter waarneembaar dan in Rucphen, Sint Willebrord en Sprundel. De lange rechte straten bieden doorzichten naar het buitengebied waar bermen en grotere bomen de landwegen begeleiden. Open plekken bieden uitzicht over de akkers en weiden en verweven de kern met het omliggende landschap.
Ontsluitingsstructuur Zegge kenmerkt zich door ruime en rustige straten. De straten binnen de kern hebben een verblijfsfunctie en zijn ingericht als 30 km/u-zone. Uitzondering hierop is het gebied rondom de kerk. Hier geldt een 15 km/u-zone.
12
bestemmingsplan Kom Zegge
Hoofdstuk 3
Beleidskader
3.1 Inleiding De beleidscontext voor het plangebied wordt gevormd door landelijke, provinciale en gemeentelijke beleidsrapportages. In dit hoofdstuk is het relevante beleid samengevat.
3.2 Rijksbeleid 3.2.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), 2012 Toetsingskader Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) van kracht geworden. Deze structuurvisie vormt de uitwerking van de ambities van het Rijk, op basis van haar verantwoordelijkheden, in rijksdoelen en daarmee samenhangende nationale belangen op het gebeid van een samenhangend ruimtelijk en mobiliteitsbeleid. Het Rijk heeft tot doel Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te maken in een periode van economische conjunctuurschommelingen, klimaatverandering en toenemende regionale verschillen. Aanleiding voor het vaststellen van de visie is de constatering dat het voorheen geldende ruimtelijke Rijksbeleid onvoldoende bijdroeg aan het behalen van deze doelen, onder meer door het veroorzaken van bestuurlijke drukte, ingewikkelde regelgeving en een te sectorale blik op vraagstukken. Om dit te keren brengt het Rijk de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk bij diegene die het aangaat en laat het meer over aan gemeenten en provincies.
Het Rijk onderscheidt thans nog dertien nationale belangen; uitsluitend op basis van deze belangen intervenieert het Rijk in de ruimtelijke ordening. Een groot deel van deze belangen leidt tot het reserveren van ruimte voor functies. Dit betreft dan bijvoorbeeld het reserveren van ruimte voor waterberging, militaire activiteiten en de uitbreiding van het hoofdwegennet. Deze belangen zijn vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro). Eén van de belangen die niet leidt tot een ruimtereservering is het belang van een 'zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten'. In het kader van dit belang heeft het Rijk besloten om, ten behoeve van het verminderen van de bestuurlijke drukte en het neerleggen van verantwoordelijkheden bij decentrale overheden, de verstedelijkingsstrategie te wijzigen. Dit houdt in dat het bundelingsbeleid, verdichtingsbeleid, locatiebeleid voor bedrijven en voorzieningen, beleid voor basiskwaliteit, stedelijke netwerken, nationale landschappen en rijksbufferzones is afgeschaft en dat daar slechts één beleidslijn voor terug komt: de 'ladder voor duurzame verstedelijking'.
Deze 'ladder' heeft tot doel het principe van vraaggericht programmeren en het principe van zorgvuldig ruimtegebruik bindend voor te schrijven bij de afwegingen van gemeenten en provincies. Dit belang is als procesvereiste vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro).
Grondgedachte van de 'ladder' is dat een activiteit op meerdere locaties zou kunnen plaatsvinden en dat vervolgens de planologisch meest juiste locatie gekozen moet worden. Dat gaat uit van de activiteit. Hiermee wordt beoogd om de voorheen bestaande praktijk, waarbij in veel gevallen een bestemming wordt gezocht voor een bepaalde locatie (bv. herbestemmen van een voormalige vuilstortplaats), om te vormen.
Beoordeling en conclusie Voorliggend plangebied is niet gelegen in een gebied waarvoor van rijkswege een ruimtereservering geldt (met uitzondering van de ligging in een radarverstoringsgebied). Uitsluitend het nationale belang van een 'zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten', als vervat in de 'ladder voor duurzame verstedelijking', is van toepassing op het onderhavige bestemmingsplan. Aan dit belang wordt navolgend getoetst.
bestemmingsplan Kom Zegge
13
3.2.2 Besluit en ministeriële regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, Rarro), 2012 Toetsingskader Het Rijk heeft in de hiervoor genoemde SVIR vastgesteld dat voor een beperkt aantal onderwerpen de bevoegdheid om algemene regels te stellen zou moeten worden ingezet. De SVIR bepaalt welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op provinciaal en gemeentelijk niveau. Ten aanzien daarvan is een borging door middel van normstelling, gebaseerd op de Wet ruimtelijke ordening, gewenst. Die uitspraken onderscheiden zich in die zin dat van de provincies en de gemeenten wordt gevraagd om de inhoud daarvan te laten doorwerken in de ruimtelijke besluitvorming. Zij zijn dus concreet normstellend bedoeld en worden geacht direct of indirect door te werken tot op het niveau van de lokale besluitvorming, zoals de vaststelling van bestemmings- en wijzigingsplannen.
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Op 30 december 2011 is het Barro in werking getreden met daarin een regeling voor een beperkt aantal onderwerpen. Op 1 oktober 2012 is het besluit aangevuld met regels voor de andere beleidskaders uit de SVIR en tevens uit het Nationaal Waterplan en het Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening. Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. Een aantal onderwerpen is geregeld in de bij het Barro behorende Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro).
Ligging van het plangebied binnen het radarverstoringsgebied van de radarstations Woensdrecht en Herwijnen. De blauwe aanwijzer toont de ligging van het plangebied. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2019.
Beoordeling en conclusie Volgens de kaart behorend bij het Rarro is het plangebied gelegen binnen het radarverstoringsgebied van radarstation Herwijnen en Woensdrecht. In een gebied rondom deze radarstations dient rekening te worden gehouden met de functionele bruikbaarheid daarvan. Rondom deze radarstations mogen geen bestemmingen worden opgenomen die het oprichten van bouwwerken mogelijk maken die door hun hoogte onaanvaardbare gevolgen kunnen hebben voor de werking van de radar. In het
14
bestemmingsplan Kom Zegge
radarverstoringsgebied behorend bij radarstation Herwijnen is de maximale hoogte van windturbines gelegd op 90 meer ten opzichte van het NAP. Voor het radarverstoringsgebied behorend bij de radar op het vliegveld Woensdrecht geldt een maximale hoogte van 113 meter ten opzichte van het NAP. In het onderhavige plan wordt geen nieuwe bebouwing mogelijk gemaakt. De bestaande maten komen bovendien niet boven de ter plaatse geldende maximale hoogtemaat uit en er wordt ook geen planologisch kader geboden voor het oprichten van windturbines. Desondanks is in onderhavig bestemmingsplan wel een regeling opgenomen om de werking van de radar te beschermen in de vorm van de aanduiding 'vrijwaringszone - radar'.
Voor het plangebied geldt verder dat er regels zijn opgenomen inzake de uitoefening van het vliegverkeer vanaf luchthaven Breda International Airport. De aanduidingen 'luchtvaartverkeerzone-5' en 'luchtvaartverkeerzone-6, zoals opgenomen op de verbeelding, komen hieruit voort. Binnen deze luchtvaartverkeerzones gelden lagere hoogtematen voor op te richten bebouwing.
Luchtvaartverkeerzones rond Breda International Airport, 2019.
De beperkingen in de hoogtematen zijn overgenomen in de regels binnen de aanduidingen 'Luchtvaartverkeerzone -5' en 'Luchtvaartverkeerzone - 6'. Verder zijn er vanuit het besluit en de regeling geen belangen die van invloed zijn op onderhavig conserverend bestemmingsplan.
3.2.3 Ladder voor duurzame verstedelijking, 2017 Toetsingskader Op 1 oktober 2012 is art. 3.1.6, lid 2 toegevoegd aan het Besluit ruimtelijke ordening (Bro); dit artikel bevat de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. Met de toevoeging van dit artikel in het Bro is beoogd
bestemmingsplan Kom Zegge
15
vanuit een oogpunt van ruimtelijke ordening ongewenste leegstand te vermijden en zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren. Op 1 juli 2017 is het Bro gewijzigd. Het Bro regelt thans dat 'de verantwoording van een juridisch verbindend ruimtelijk besluit van een decentrale overheid dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving dient te bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling. Tevens is geregeld dat indien het ruimtelijk besluit die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, de verantwoording een motivering dient te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien'.
Beoordeling en conclusie Bij toepassing van de 'ladder voor duurzame verstedelijking' dient antwoord gegeven te worden op een aantal vragen. Indien een vraag positief kan worden beantwoord, dient de 'ladder' verder te worden doorlopen. Indien een vraag niet positief kan worden beantwoord, dan is de 'ladder' niet (verder) van toepassing dan wel kan niet aan de 'ladder voor duurzame verstedelijking' worden voldaan. a. b. c. d. e.
Voorziet het onderhavige besluit in een stedelijke ontwikkeling? Voorziet het onderhavige besluit in een nieuwe stedelijke ontwikkeling? Is er sprake van een behoefte aan de voorziene ontwikkeling? Is de voorziene ontwikkeling gelegen buiten het bestaand stedelijk gebied? Is het mogelijk om de voorziene ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied te realiseren?
a. Voorziet het onderhavige besluit in een stedelijke ontwikkeling? Onderhavig plan bevat geen mogelijkheden die voorzien in aanvullende bebouwing (hoofdgebouwen) ten opzichte van de voorgaande bestemmingsplannen. Er is daarmee geen sprake van een stedelijke ontwikkeling (ABRvS 26 april 2016, EC LI:NL:RVS:2016:1125). De 'ladder voor duurzame verstedelijking' is niet van toepassing op onderhavig bestemmingsplan.
3.3 Provinciaal beleid 3.3.1 Omgevingsvisie 'De kwaliteit van Brabant, Visie op de leefomgeving' Toetsingskader De Omgevingsvisie Noord-Brabant 'De Kwaliteit van Brabant, Visie op de Brabantse leefomgeving', is vastgesteld door Provinciale Staten op 14 december 2018. Aan de hand van de omgevingsvisie geven Provinciale Staten aan wat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren zijn. De Omgevingsvisie geldt als opvolger van de strategische elementen van eerdere provinciale plannen, zoals de structuurvisie, het verkeers-en vervoersplan, het milieu-en waterplan en de natuurvisie.
In de aankomende Omgevingswet staan de waarden veiligheid, gezondheid en duurzame omgevingskwaliteit centraal. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. Voor elk van deze opgaven geeft de Omgevingsvisie aan wat de ambities op lange termijn zijn, te weten wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn. Ook is een concreet tussendoel geformuleerd voor het jaar 2030, om zo te kijken wat in dat jaar minimaal bereikt moet zijn om het lange termijndoel te kunnen halen. De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan.
Beoordeling en conclusie Met de Omgevingsvisie Noord-Brabant kiest de provincie ervoor om haar rol te veranderen. Waar zij eerst concreet richting en sturing gaf aan de hand van min of meer concrete regels en uitgangspunten gaat het nu meer om het beoordelen van initiatieven in ruimer verband en gericht op het behalen van doelen voor de leefomgeving waarbij een belangrijke rol voor de gemeente is weggelegd. Onderhavig plan betreft een conserverend bestemmingsplan en legt de bestaande situatie vast. Toekomstige ontwikkelingen dienen te passen binnen de kernwaarden zoals geformuleerd in de provinciale omgevingsvisie.
16
bestemmingsplan Kom Zegge
3.3.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Toetsingskader In de SVRO en de Omgevingsvisie zijn de strategische doelen van het provinciale beleid voor de langere termijn aangegeven. Het beleid en de daartoe te treffen maatregelen zijn uitgewerkt in programma’s en waarden worden beschermd via de omgevingsverordening. Per 25 oktober 2019 is de nieuwe Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (Iov N-B) vastgesteld. Provincies zijn verplicht om een omgevingsverordening te hebben voordat de Omgevingswet in werking treedt. Met een Interim omgevingsverordening zet de provincie Noord-Brabant een eerste stap op weg naar de definitieve omgevingsverordening.
De Interim omgevingsverordening bevat geen nieuwe regels, maar voegt bestaande regels uit zes bestaande verordeningen samen, waaronder de Verordening Noord-Brabant. Met de Interim omgevingsverordening zet de provincie een eerste stap om de regels beter te laten aansluiten bij de werkwijze van de Brabantse Omgevingsvisie en de Omgevingswet. De Interim omgevingsverordening zorgt ervoor dat de provincie en partijen waar ze mee samenwerkt ervaring kunnen opdoen met die nieuwe werkwijze, waarbij er meer ruimte is om goede initiatieven van inwoners, ondernemers en andere overheden te ondersteunen en maatwerk toe te passen.
Uitsnede van de kaart 'Stedelijke ontwikkeling en erfgoed' behorend bij de Interim omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant. De kern Zegge is voor het overgrote deel gelegen binnen het bestaand stedelijk gebied, aangeduid met de rode kleur. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2019. Beoordeling en conclusie Het plangebied is voornamelijk gelegen binnen de structuur 'Stedelijk gebied', aangeduid als landelijke kern. Verder zijn van toepassing de regels die horen bij de aanduiding 'stalderingsgebied, de structuur 'gemengd landelijk gebied' en de aanduiding 'beperking veehouderij'. Onderhavig plan betreft een conserverend bestemmingsplan en legt de bestaande situatie vast. Aangezien ter plaatse niet in een ruimtelijke ontwikkeling wordt voorzien en in het plangebied geen ruimte wordt geboden aan veehouderijen, zijn de overige aanduidingen en structuren niet van invloed op onderhavig
bestemmingsplan Kom Zegge
17
bestemmingsplan.
3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1 Toekomstvisie 'Puur Rucphen 2030' Toetsingskader In de toekomstvisie 'Puur Rucphen 2030', vastgesteld op 23 september 2015, worden de maatschappelijke opgaven van de gemeente voor de komende jaren benoemd. De toekomstvisie bouwt voort op bestaand beleid en is geen aanleiding geweest tot een inhoudelijke koerswijziging. Wel zijn de perspectieven op deelterreinen en de onderlinge dwarsverbanden verder versterkt, zodat de inzet van de gemeente effectiever kan zijn. De toekomstvisie is opgesteld in intensieve samenspraak met bewoners, ondernemers en vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties.
Radicaal anders wordt de rol van de overheid en de invulling van regionale samenwerking: van burgerparticipatie naar overheidsparticipatie, en van samenwerking omdat 'het moet', naar samenwerking omdat 'het loont'. De inhoudelijke en bestuurlijke keuzes zijn uitgewerkt in de volgende perspectieven: 1. 2. 3. 4. 5.
Aantrekkelijk wonen; Vrijetijdseconomie; Zorgzame en zelfredzame gemeenschappen; Overheidsparticipatie; Regionale samenwerking.
De eerste drie perspectieven geven aan wat de gemeente wil bereiken. De laatste twee perspectieven geven aan hoe de ambitie realiteit wordt. Onderstaand wordt ingegaan op de ambities van de gemeente, uitgeschreven in de drie perspectieven, zoals hierboven benoemd.
Aantrekkelijk wonen In de toekomstvisie wordt aangehaald dat de gemeente handelt vanuit de overtuiging dat de meeste inwoners goed in staat zijn om zelf verantwoordelijkheid te nemen voor hun huidige en toekomstige woon- en leefsituatie. Meegroeien met de samenleving is het uitgangspunt voor het aantrekkelijk wonen, evenals het inspelen op behoeften van de doelgroepen. Extra aandacht gaat uit naar de jongeren en ouderen, zowel qua voorzieningen- als woningaanbod. Het tegemoetkomen aan de behoeften van deze doelgroepen is van belang voor een evenwichtige bevolkingssamenstelling en vitale gemeenschappen.
Vrijetijdseconomie Rucphen is strategisch gelegen tussen grootstedelijke gebieden in de dynamische economische regio West-Brabant. Actieve en innovatieve ondernemers bouwen verder aan bezoekersintensieve attracties in de vrijetijdseconomie, de gemeente biedt ruimte om te ondernemen in de Binnentuin. In de kernen stimuleert de gemeente de 'economie van het wonen' met ontwikkeling van lokaal verzorgende beroepen. Het aantrekken van recreanten biedt als voordeel dat het draagvlak onder voorzieningen voor eigen inwoners wordt versterkt, bijvoorbeeld horeca, zwembaden en detailhandel.
Zorgzame en zelfredzame gemeenschappen De ambitie is dat alle inwoners op eigen kracht kunnen deelnemen aan de samenleving. Dat geldt voor alle kernen, al is ieder dorp verschillend. De insteek is hierbij 'van zorgen voor naar zorgen dat'. Het sociaal domein dient getransformeerd te worden en de manier van ondersteunen verandert. Daarbij wordt uitgegaan van de eigen kracht van burgers, vanuit de regie van burgers, volgens het principe van één gezin, één plan, één regisseur. De gemeente ontzorgt en het normale leven is leidend.
Beoordeling en conclusie Onderhavig plan betreft een conserverend bestemmingsplan en legt de bestaande situatie vast. Bij ruimtelijke ontwikkelingen zal worden getoetst of deze passend zijn binnen de Toekomstvisie 'Puur Rucphen 2030'.
18
bestemmingsplan Kom Zegge
3.4.2 Structuurvisie Rucphen 2030, 2013 Toetsingskader Op 11 december 2013 is door de gemeenteraad van Rucphen de Structuurvisie Rucphen 2030 vastgesteld. Met de nieuwe visie wordt richting gegeven aan de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente. De visie betreft een herijking van de StructuurvisiePlus van 2003.
Visiekaart Structuurvisie Rucphen 2030.
In haar structuurvisie geeft de gemeente Rucphen aan de aantrekkingskracht van de gemeente te willen versterken voor mensen die graag rustig landelijk willen wonen, maar wel dichtbij voorzieningen en werk willen zijn. De gemeente wenst de relatie tussen de kernen met het buitengebied te herstellen door het terugbrengen van groen; een groene dooradering, een groen hart en groene randen. Ten aanzien van de woningvoorraad wordt gestreefd naar afstemming op de wensen van de bewoners. De opgave bestaat uit voldoende betaalbare (starters)woningen, voldoende geschikte woningen voor ouderen, kavels voor eigen bouw en landgoedwonen. De voorkeur gaat uit naar inbreiding in plaats van uitbreiding en naar nieuwe bouwlocaties aan de randen van de bestaande kernen.
Voor de kern Zegge zijn aan de noord-, oost- en westkant gebieden aangemerkt als zoekgebied voor stedelijke ontwikkeling. Ontwikkeling van woningbouw is ter plaatse mogelijk zodat het bebouwd gebied van Zegge afgerond kan worden. Daarnaast is voor de kern Zegge een dorpsontwikkelingsplan opgesteld. Dit instrument heeft als doel de samenhang in de ontwikkeling op sociaal, ruimtelijk, economisch en ecologisch vlak te bevorderen. Er wordt hierbij nadrukkelijk aandacht gevraagd voor de landschappelijke inpassing van de verlegging van de Rijksweg A58 in het buitengebied. Om overlast voor Zegge te voorkomen, dient de omlegging zo ver mogelijk van de kern te worden gesitueerd.
Beoordeling en conclusie Onderhavig plan betreft een conserverend bestemmingsplan en legt de bestaande situatie vast. Bij ruimtelijke ontwikkelingen zal worden getoetst of deze passend zijn binnen de Structuurvisie Rucphen 2030, 2013.
bestemmingsplan Kom Zegge
19
3.4.3 Woonvisie gemeente Rucphen 2020 - 2024 Toetsingskader In de Woonvisie 2020 - 2024 van de gemeente Rucphen wordt de actuele informatie over de woningmarkt vertaald naar speerpunten voor het gemeentelijk beleid. Hierbij gaat het onder andere om ruimtelijke ordening, woningbouwplanning, transformatie, grond(prijs)beleid, betaalbaarheid, kwaliteit, duurzaamheid, woonruimteverdeling (beschikbaarheid / doelgroepen), wonen, leefbaarheid en zorg etc. Het uiteindelijke doel is hiermee vitale gemeenschappen en een aantrekkelijk woon- en leefklimaat te behouden en te versterken in de vijf kernen van de gemeente Rucphen.
Het aantal inwoners van de gemeente Rucphen stijgt nog steeds en groeit in de gemeente Rucphen nog beperkt verder, met een ontgroening aan de onderkant en een sterke vergrijzing aan de bovenzijde. Met name door de afname van de gemiddelde woningbezetting, is er dus een behoefte om het aantal woningen uit te breiden. Door de sterke vergrijzing zal een groot deel van de toe te voegen woningen wel levensloopbestendig moeten worden gerealiseerd. Daarnaast dient er aandacht te zijn voor met name starterswoningen, om starters/jongeren kansen te bieden in de dorpen binnen de gemeente Rucphen.
In de woonvisie wordt er van uitgegaan dat voor de komende 5 jaar een behoefte bestaat aan 500 nieuwe woningen. Achterblijvende nieuwbouw in de afgelopen jaren door de economische crisis en momenteel juist een verhitte koopmarkt leiden tot een behoefte aan 50-100 nieuwbouwwoningen per jaar. Benadrukt wordt een behoefte aan goedkope en middeldure koopwoningen tot € 300.000,-.
De te realiseren 500 nieuwbouwwoningen van 2020-2024 in de gemeente Rucphen zijn gedifferentieerd naar kern en naar woningtype. Dit zijn de ambities per kern, vraag en aanbod bepalen uiteindelijk de concrete invulling per kern.
20
bestemmingsplan Kom Zegge
Woningbouwambitie per kern
Beoordeling en conclusie Onderhavig plan betreft een conserverend bestemmingsplan en legt de bestaande situatie vast. Bij ruimtelijke ontwikkelingen zal worden getoetst of deze passend zijn binnen de Woonvisie gemeente Rucphen 2013-2018, 2013.
3.4.4 Visiedocument Groenbeleid Rucphen, 2008 Toetsingskader Het Visiedocument Groenbeleid Rucphen van oktober 2008 beschrijft de waarden van groen voor luchtkwaliteit, speelruimte, economie, gezondheid, natuur, water, leefbaarheid en ruimtelijke waarde van de gemeente Rucphen. Het rapport geeft verder aan dat de (beeld)kwaliteit van groen sterk afhankelijk is van het plan- en ontwerpproces van ruimtelijke projecten en dat daarom vroegtijdige afstemming noodzakelijk is. Bij ontwikkelingen in het stedelijk gebied is het van belang dat knelpunten, zoals te weinig groen en een hoge parkeerdruk inzichtelijk worden gemaakt en daar rekening mee wordt gehouden in het plan. Als extra toetsingskader is een Groene Kaart (november 2010) opgesteld.
bestemmingsplan Kom Zegge
21
Op deze kaart zijn waardevolle particuliere en gemeentelijke bomen en houtopstanden opgenomen.
Groene kaart van de kern Zegge.
Beoordeling en conclusie In het plangebied zijn houtopstanden aanwezig in zowel gemeentelijk als particulier eigendom. De belangrijkste groene ruimte van de kern Zegge betreft het Dorpsbos Zegge aan de zuidoostzijde van de kern. In onderhavig conserverend plan worden geen ontwikkelingen voorzien die van invloed zijn op de groenstructuur als aangeduid op de Groene Kaart. De belangrijkste structuren zijn bestemd als 'Groen' vergelijkbaar als bij het groenstructuurplan.
3.4.5 Groenstructuurplan 'Landschap onthuld', 2010 Toetsingskader Het Groenstructuurplan komt voort uit het Visiedocument Groenbeleid en geeft richting aan het behoud en de ontwikkeling van de openbare groenstructuren in het stedelijk gebied. Het plan bevat een groensaldoregeling voor een verantwoorde omgang met groen. De regeling zorgt ervoor dat bij ingrepen in de groene ruimte compensatie plaatsvindt. De bijbehorende Groenstructurenkaart toont de meeste relevante openbare groenstructuren in de gemeente alsmede vormt het een visiebeeld.
22
bestemmingsplan Kom Zegge
Uitsnede van de kaart behorende bij het Groenstructuurplan ter hoogte van de kern Zegge.
Beoordeling en conclusie Met onderhavig conserverend bestemmingsplan worden geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk gemaakt die van invloed zijn op het Groenstructuurplan. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moet worden getoetst of deze passend zijn binnen het Groenstructuurplan.
3.4.6 Nota uiterlijk van bouwwerken Rucphen 2019 Toetsingskader De gemeenteraad heeft op 18 september 2019 de 'Nota uiterlijk van bouwwerken Rucphen 2019' vastgesteld. Deze nota vervangt de Welstandsnota 2011, inclusief de herziening van 2014. Met de nota wordt meer verantwoordelijkheid gegeven aan haar inwoners en ondernemers. Welstandsregels zijn enkel nog van toepassing voor rijksmonumenten, cultuurhistorisch waardevolle bebouwing en het Leisuregebied Binnentuin. Overige bouwplannen worden niet meer vooraf beoordeeld op 'redelijke eisen van welstand'. Als bij een bestaand bouwwerk sprake is van ernstige strijdigheid met 'redelijke eisen van welstand' heeft de gemeente de mogelijkheid op te treden middels de excessenregeling.
Beoordeling en conclusie Met onderhavig conserverend bestemmingsplan worden geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk gemaakt die getoetst dienen te worden aan deze nota. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dient beoordeeld te worden of toetsing aan de Nota uiterlijk van bouwwerken Rucphen 2019 plaats moet vinden.
3.4.7 Visie (Vrijetijds)Economie gemeente Rucphen 2020-2025 Toetsingskader
bestemmingsplan Kom Zegge
23
In de visie (Vrijetijds)Economie gemeente Rucphen wordt aangegeven hoe economie en toerisme elkaar nog meer kunnen versterken binnen de gemeente. Het doel van de visie betreft een gedragen visie voor (Vrijetijds)Economie zodat economie en toerisme elkaar nog meer kunnen versterken. In de visie wordt ingegaan op de thema's detailhandel en horeca, toerisme, samenwerking economie, arbeidsmarkt, ondernemerschap en het bedrijventerrein Nijverhei. De diverse thema's zijn doorvertaald in beleidsuitgangspunten. Deze zijn bijvoorbeeld toe op een beroep of bedrijf aan huis en op de locatiekeuze van volwaardige bedrijvigheid. Door te sturen op een goede ruimtelijke ordening kan het doel van het beleid beter worden nagestreefd.
Beoordeling en conclusie Met onderhavig conserverend bestemmingsplan worden geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk gemaakt die getoetst dienen te worden aan dit beleidskader. Zodra zich nieuwe ontwikkelingen voordoen binnen de genoemde thema's dient getoetst te worden aan de Visie (Vrijetijds)Economie van de gemeente Rucphen.
3.4.8 Visie duurzaamheid De Visie Duurzaamheid 2019 - 2030 is het kader voor het duurzaamheidsbeleid van de gemeente Rucphen. In dit document staan de ambities van de gemeente in het kader van duurzaamheid. Met deze visie heeft de gemeente duurzaamheid integraal opgepakt. De ambities zien toe op bijvoorbeeld het klimaat, isoleren, energietransitie, duurzaam bouwen, duurzaam ondernemen, groen en water, afval en grondstoffen, landbouw en mobiliteit. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen wordt nadrukkelijk ingezet op meer groen en ruimte voor water. Dit versterkt de ruimtelijke kwaliteit van de gemeente als aantrekkelijke woongemeente. Daarnaast zorgt meer groen voor een betere leefbaarheid en gezondheid in de kernen. Een voorbeeld van een ambitie uit de visie duurzaamheid betreft het streven om binnen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen per woning 75 m 2 groen in de openbare ruimte te realiseren.
Beoordeling en conclusie Met onderhavig conserverend bestemmingsplan worden geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk gemaakt die getoetst dienen te worden aan dit beleidskader. Mochten zich in de toekomst nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen voordoen, dan dienen deze getoetst te worden aan de ambities van de visie duurzaamheid van de gemeente Rucphen.
24
bestemmingsplan Kom Zegge
Hoofdstuk 4
Kwaliteit van de leefomgeving
4.1 Inleiding Onderhavig conserverend bestemmingsplan laat geen nieuwe ontwikkelingen toe. Hieronder wordt daarom slechts kort en bondig ingegaan op de planologisch relevante milieuaspecten voor het plangebied. Achtereenvolgens worden de volgende milieuhygiënische en planologische aspecten behandeld: bodem; cultuurhistorie; archeologie; water; natuur; verkeer en parkeren; geluid; luchtkwaliteit; bedrijven en milieuzonering; externe veiligheid; kabels en leidingen; vormvrije m.e.r.-beoordeling.
4.2 Bodem Toetsingskader Het landelijk beleid gaat uit van het principe dat de bodem geschikt dient te zijn voor de beoogde functie. Met andere woorden, de bodemkwaliteit mag geen onaanvaardbaar risico opleveren voor de gebruikers van de bodem. De gewenste functie bepaalt als het ware de gewenste bodemkwaliteit. Voor alle bestemmingen waar een functiewijziging of herinrichting wordt voorzien, dient de bodemkwaliteit door middel van een bodemonderzoek in beeld te worden gebracht. Indien op grond van historische informatie blijkt dat in het verleden bodembedreigende activiteiten hebben plaatsgevonden, dan dient een volledig verkennend bodemonderzoek te worden uitgevoerd. Op basis van de onderzoeksresultaten kan vervolgens worden nagegaan of er vervolgmaatregelen getroffen moeten worden, zoals een nader onderzoek of eventueel een (functiegerichte) sanering.
Beoordeling en conclusie In onderhavig bestemmingsplan is de bestaande situatie vastgelegd en de bestemmingsregeling geactualiseerd. Het bestemmingsplan voorziet niet in nieuwe ontwikkelingen, waarvoor een onderzoek naar kwaliteit van de bodem en het grondwater uitgevoerd moet worden. Vanuit het aspect bodem zijn er geen belangen die van invloed zijn op onderhavig conserverend bestemmingsplan.
4.3 Cultuurhistorie Toetsingskader In de toelichting van het bestemmingsplan dient een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening wordt gehouden (artikel 3.1.6, lid 5 Bro). De opsteller en vaststeller van het bestemmingsplan is daarmee dus verplicht om breder te kijken dan alleen naar het facet archeologie. Ook de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie dienen te worden meegenomen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren.
bestemmingsplan Kom Zegge
25
Beleid provincie Het beleid van de provincie Noord-Brabant sluit aan op het nationale beleid voor de archeologische monumentenzorg. De provincie richt zich op de bescherming van objecten en de bescherming, benutting en ontwikkeling van structuren en ensembles van een grotere schaal. In de provincie dienen in het kader van het behoud van waardevolle cultuurhistorische elementen en archeologische vindplaatsen, bestemmingsplannen te worden getoetst aan de provinciale C ultuurhistorische Waardenkaart (C HW). Hierop staan de bepalende cultuurhistorische elementen aangegeven.
Uitsnede van de Cultuurhistorisch Waardenkaart van de provincie Noord-Brabant. Bron: kaartbank.brabant.nl, 2019.
Beleid gemeente De provincie Noord-Brabant gaat ervan uit dat de informatie afkomstig uit de kaartlaag 'overige cultuurhistorische waarden: informatie van C HW 2006' op gemeentelijk niveau wordt geactualiseerd en waar nodig geacht beschermd. De C ultuurhistoriekaart van de gemeente Rucphen, vastgesteld in 2010, biedt een overzicht van de aanwezige cultuurhistorische aspecten, structuren en gebieden in de gemeente Rucphen.
26
bestemmingsplan Kom Zegge
Uitsnede van de cultuurhistoriekaart van de gemeente Rucphen.
Beoordeling en conclusie In het plangebied bevinden zich diverse beeldbepalende objecten en rijksmonumenten, evenals karakteristieke bebouwing. De rijksmonumenten zijn niet in het bestemmingsplan opgenomen, maar genieten een wettelijke bescherming via de Erfgoedwet. De Onze Lieve Vrouwestraat en omgeving zijn gelegen binnen het historisch dorpsgebied 1900 die wordt aangeduid als van lokale waarde. Daarnaast zijn er diverse aanduidingen opgenomen die toezien op de historische bouwkunst, historische geografie en het historisch groen.
Het gehele plangebied valt binnen 'relict veenontginning'. Hier is de ontginningsstructuur die tot stand is gekomen ten tijde van de vervening, goed intact gebleven. De perceelsstructuur van de noordelijke blokken is afwijkend met het omliggende bouwland en grasland en gaan terug op de veenontginning. Vanaf 1380 vond de ontginning van het verveend land tot bouwgrond plaats. Veel relicten van de oude lijnen van de veenontginning vonden een plaats in de agrarisch ontginning en zijn thans nog herkenbaar in het landschap. Door bescherming van de gronden blijft het cultuurhistorische landschap in stand.
Onderhavig conserverend bestemmingsplan maakt geen ruimtelijke ontwikkeling mogelijk die toeziet op een cultuurhistorisch waardevol object. Bij nieuwe ontwikkelingen dient rekening te worden gehouden met het waarborgen van het cultuurhistorisch belang.
4.4 Archeologie Toetsingskader In Europees verband is het zogenaamde 'Verdrag van Malta' tot stand gekomen. De uitgangspunten van dit verdrag dienen te worden vertaald in nationale wetgeving. In Nederland heeft deze vertaling plaatsgevonden in de Erfgoedwet, welke in werking is getreden op 1 juli 2016. Ten aanzien van het aspect 'archeologie' is in art. 9.1, lid 1 van de Erfgoedwet, welk artikel een deel van het overgangsrecht regelt, bepaalt dat tot het tijdstip waarop de Omgevingswet in werking treedt onder meer Hoofdstuk V, paragraaf 1 van de inmiddels vervallen Monumentenwet 1988 van toepassing blijft. In Hoofdstuk V, paragraaf 1 is vastgelegd dat een gemeente in de ruimtelijke besluitvorming (w.o. bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen voor planologisch afwijken) rekening dient te houden met de in de grond
bestemmingsplan Kom Zegge
27
aanwezige dan wel te verwachten monumenten. Daartoe kan de gemeente in dat besluit regels stellen, bijvoorbeeld tot het doen van archeologisch onderzoek. Het al dan niet stellen van regels ten aanzien van archeologie dient te rusten op voldoende informatie over de archeologische situatie. Deze informatie kan worden verkregen door gebiedsdekkende kaarten waarop archeologische verwachtingswaarden zichtbaar zijn. Op basis hiervan kan archeologisch beleid worden ontwikkeld.
Beleid gemeente Om het aspect archeologie goed mee te wegen in een gemeentelijke ruimtelijke besluitvorming heeft de gemeente Rucphen in 2010 een Erfgoedverordening opgesteld. De Erfgoednota bestaat onder andere uit een archeologische verwachtingenkaart en een advies archeologische beleidskaart. In 2019 heeft de gemeente op basis van verschillende nieuwe inhoudelijke bronnen en verschillende archeologische onderzoeken die reeds zijn uitgevoerd besloten haar bestaande archeologiekaart en het bijbehorende beleid te herzien. Het resultaat is een nieuwe Nota Archeologie met bijbehorende Archeologische Beleidskaart.
28
bestemmingsplan Kom Zegge
Uitsnede Archeologische beleidskaart 2019.
Beoordeling en conclusie Ten behoeve van de bescherming van archeologische waarden is een dubbelbestemming inclusief gebiedsaanduidingen opgenomen. Wanneer zich een ontwikkeling voordoet met een bodemroerende activiteit groter en dieper dan de genoemde maten, dient archeologisch onderzoek plaats te vinden om de ter plaatse aanwezige archeologische waarden inzichtelijk te maken. Onderhavig bestemmingsplan betreft een conserverend bestemmingsplan. Om deze reden heeft ten behoeve van onderhavig bestemmingsplan geen nader archeologisch onderzoek plaatsgevonden.
bestemmingsplan Kom Zegge
29
4.5 Water Toetsingskader In ruimtelijke plannen dient aandacht besteed te worden aan waterhuishoudkundige aspecten. Daarbij staan naast een duurzaam waterbeheer de integrale afweging en het creëren van maatwerk voorop. Water moet altijd bekeken worden in het licht van het watersysteem of stroomgebied waarin een stad of een dorp ligt. Een goede afstemming van waterbeleid en ruimtelijke ordening, ook in het direct aangrenzende gebied, is daarom noodzakelijk. De integratie van water in ruimtelijke plannen vindt plaats via de zogenaamde watertoets. C oncreet betekent de watertoets, dat een plan een zogenaamde waterparagraaf dient te bevatten, die keuzes ten aanzien van de waterhuishoudkundige aspecten gemotiveerd beschrijft. Daarin dient een wateradvies van de waterbeheerder te worden meegenomen.
Beleid provincie Noord-Brabant en Waterschap Brabantse Delta Op regionaal niveau is de provincie verantwoordelijk voor het beleidsveld water. Vigerend is het Provinciale Milieu- en Waterplan 2016-2021. Het PMWP is de structuurvisie voor het aspect water op grond van de Wet ruimtelijke ordening. Het plan bevat de verplichte onderdelen vanuit de Europese Kaderrichtlijn Water. Behalve dat het PMWP de uitgangspunten aangeeft voor het waterbeleid van waterschappen en gemeenten, toetst de provincie aan de hand van dit plan ook of de plannen van de waterschappen passen in het provinciale beleid. Als algemene uitgangspunten zijn onder andere te noemen de scheiding van relatief schone en vuile waterstromen en het benutten van mogelijkheden voor infiltratie en/of conservering van hemelwater. Voor het beheer van het oppervlaktewater is in onderhavig plangebied het Waterschap Brabantse Delta verantwoordelijk.
Het waterschap Brabantse Delta is verantwoordelijk voor het waterbeheer in de gemeente op basis van de volgende wettelijke kerntaken: het zuiveringsbeheer, het watersysteembeheer, beheer van dijken en beheer van vaarwegen. Het watersysteembeheer, waaronder grondwater, heeft daarbij twee doelen: zowel de zorg voor gezond water als de zorg voor voldoende water van voldoende kwaliteit. Het beleid en de daarmee samenhangende doelen van het waterschap zijn opgenomen in het waterbeheerplan 2016-2021, wat tot stand is gekomen in samenspraak met de waterpartners. Zo zijn bijvoorbeeld relevante waterthema's gekoppeld aan de belangrijkste ruimtelijke ontwikkelingen in de regio. Daarnaast heeft het waterschap waar nodig nog toegespitst beleid en beleidsregels op de verschillende thema's/speerpunten uit het waterbeheersplan en heeft het waterschap een eigen verordening; de Keur en de Legger.
De Keur bevat gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. De legger geeft aan waar de waterstaatswerken plus bijbehorende beschermingszones liggen, aan welke afmetingen en vorm die moeten voldoen en wie onderhoudsplichtig is. Veelal is voor deze ingrepen een watervergunning van het waterschap benodigd. In sommige gevallen vallen de werkzaamheden onder een Algemene regel. Dan kan er onder voorwaarden sprake zijn van vrijstelling van de vergunningsplicht. De Keur en de Algemene regels zijn te raadplegen via de site van waterschap Brabantse Delta.
Het waterschap hanteert bij nieuwe ontwikkelingen het principe van waterneutraal bouwen, waarbij gestreefd wordt naar het behoud of herstel van de 'natuurlijke' waterhuishoudkundige situatie. Vanwege dit principe wordt bij uitbreiding van verhard oppervlak voor de omgang met hemelwater uitgegaan van de voorkeursvolgorde infiltreren, bergen, afvoeren.
De technische eisen en uitgangspunten voor het ontwerp van watersystemen zijn opgenomen in de 'beleidsregel Afvoer hemelwater door toename en afkoppelen van verhard oppervlak en de hydrologische uitgangspunten bij de keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen'.
Uniformering Keuren
30
bestemmingsplan Kom Zegge
De waterschappen Aa en Maas, Brabantse Delta en De Dommel hebben in de Noord-Brabantse Waterschapsbond (NBWB) besloten om de Keuren te uniformeren en tegelijkertijd te dereguleren. Hierbij is aangehaakt bij het landelijke uniformeringsproces van de Unie van Waterschappen. Er is conform het nieuwe landelijke model een sterk gedereguleerde Keur opgesteld, met bijbehorende algemene regels en beleidsregels. Deze zijn voor de drie waterschappen gelijkluidend. De nieuwe uniforme Keuren zijn gezamenlijk in werking getreden op 1 maart 2015.
In de nieuwe Keur is opgenomen dat het in beginsel verboden is om zonder vergunning hemelwater door toename van verhard oppervlak of door afkoppelen van bestaand oppervlak, tot afvoer naar een oppervlaktewaterlichaam te laten komen. Dit verbod is van toepassing tenzij: a. b. c. d.
het afkoppelen van verhard oppervlak maximaal 10.000 m 2 is, of; de toename van verhard oppervlak maximaal 2.000 m 2 is, of; de toename van verhard oppervlak bestaat uit een sedum dak; de toename van verhard oppervlak tussen de 2.000 m 2 en 10.000 m 2 is en compenserende maatregelen zijn getroffen om versnelde afvoer van hemelwater tegen te gaan, in de vorm van een voorziening met een minimale retentiecapaciteit conform de rekenregel: Benodigde retentiecapaciteit ( in m 3) = toename verhard oppervlak (in m 2) x Gevoeligheidsfactor x 0,06
Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2018-2022 De gemeente Rucphen heeft samen met het Waterschap Brabantse Delta, de provincie Noord-Brabant en Brabant Water het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2018-2022 opgesteld. De term verbreed houdt verband met de wettelijke uitbreiding van de zorgplicht riolering. Hierbij is er voor de gemeente sprake van drie zorgplichten; a.
zorgplicht voor inzameling en transport stedelijk afvalwater;
b. c.
zorgplicht voor afvloeiend hemelwater; zorgplicht voorkomen structureel nadelige gevolgen van grondwater.
De gemeente dient zorg te dragen voor een deugdelijke inzameling, berging, transport en/of lokale zuivering van stedelijk afvalwater, afvloeiend hemelwater en grondwater. De kans op overlast dient hierbij te worden beperkt tot maatschappelijk aanvaardbare normen. Deze taakverantwoordelijkheid geldt alleen indien de burger niet zelf op eigen terrein het hemel- en grondwater doelmatig kan verwerken. De uitvoering van werkzaamheden wordt intern integraal afgestemd en bij voorkeur gecombineerd met wegbeheer en reconstructie van de openbare ruimte zodat kosteneffectief 'werk-met-werk' gemaakt kan worden.
Voorgesteld wordt om te kiezen voor risicogestuurd rioolbeheer. Hiermee kan naar verwachting voldoende invulling worden gegeven aan de gemeentelijke zorgplicht en en kan de stijging van de rioolheffing op een aanvaardbaar niveau worden gehouden, conform de ambities van de betrokken overheidsinstanties.
Beoordeling en conclusie Van belang voor de kern Zegge is de waterberging aan de zuidwestzijde van het plangebied, alsmede de naastgelegen waterloop die zijn opgericht ten behoeve van de projecten Hooghei I en Hooghei II. Deze waterberging is op de verbeelding conserverend bestemd en gelegen binnen de bestemming 'Natuur' met de aanduiding 'waterberging'. Het uitvoeren van een watertoets is niet noodzakelijk doordat het plan geen nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt.
4.6 Natuur Toetsingskader De Wet natuurbescherming is in werking getreden op 1 januari 2017 en vervangt daarmee het voorheen geldende wettelijke stelsel voor de natuurbescherming, zoals neergelegd in de
bestemmingsplan Kom Zegge
31
Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet.
Gebiedsbescherming De wet regelt ten eerste de taken en bevoegdheden ten behoeve van de bescherming van natuurgebieden en planten- en diersoorten. Daarnaast bevat de wet onder meer bepalingen over de jacht en over houtopstanden. In de Wet natuurbescherming is de Europese regelgeving omtrent natuurbescherming, zoals vastgelegd in de Vogelrichtlijn (Richtlijn 2009/147/EG, 30 november 2009) en Habitatrichtlijn (Richtlijn 92/43/EEG, 21 mei 1992) als uitgangspunt genomen.
De gebiedsbescherming van de Natura 2000-gebieden is geregeld in hoofdstuk 2 van de Wet natuurbescherming. Onderdeel van deze gebiedsbescherming wordt gevormd door het Programma Aanpak Stikstof 2015 – 2021 (PAS), welke in werking is getreden per 1 juli 2015. Het PAS betreft een programma, voorheen op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 en gecontinueerd onder de Wet natuurbescherming, en heeft als doel om de depositie van stikstof op de Natura 2000-gebieden te verminderen, de natuur te versterken en ruimte te bieden voor economische ontwikkelingen.
Beoordeling en conclusie Binnen het plangebied vinden geen ruimtelijke ontwikkelingen plaats. Een toetsing in het kader van de gebiedsbescherming voortkomend uit de Wet natuurbescherming is niet noodzakelijk.
Soortenbescherming De wet regelt ten eerste de taken en bevoegdheden ten behoeve van de bescherming van natuurgebieden en planten- en diersoorten. Daarnaast bevat de wet onder meer bepalingen over de jacht en over houtopstanden. In de Wet natuurbescherming is de Europese regelgeving omtrent natuurbescherming, zoals vastgelegd in de Vogelrichtlijn (Richtlijn 2009/147/EG, 30 november 2009) en Habitatrichtlijn (Richtlijn 92/43/EEG, 21 mei 1992) als uitgangspunt genomen. Voor de soortenbescherming is wettelijk bovendien rechtstreeks verwezen naar het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn.
Het beschermingsregime betreffende soorten (flora en fauna) is opgenomen in hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming. De verbodsbepalingen zijn hierbij afhankelijk gesteld van de soort (en daarmee de opname van die soort op de diverse lijsten) en de voorgenomen handelingen. Bovendien is een algemeen geldende zorgplicht opgenomen om handelingen achterwege te laten of maatregelen te treffen, om te voorkomen dat nadelige gevolgen ontstaan voor in het wild levende dieren en planten.
C onform de Wet natuurbescherming is de initiatiefnemer bij ruimtelijke ingrepen verplicht op de hoogte te zijn van mogelijke voorkomende beschermde soorten binnen het plangebied. Vanuit die kennis dienen plannen en projecten getoetst te worden aan eventuele strijdigheid met de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming. C onform vaste jurisprudentie kan een plan worden vastgesteld indien aannemelijk wordt gemaakt dat het aspect flora en fauna niet aan de uitvoerbaarheid van het plan in de weg staat.
Beoordeling en conclusie Binnen het plangebied vinden geen ruimtelijke ontwikkelingen plaats. Een toetsing in het kader van de soortenbescherming voortkomend uit de Wet natuurbescherming is niet noodzakelijk.
4.7 Verkeer en parkeren Toetsingskader De gemeente Rucphen heeft in haar 'Nota Parkeernormen Rucphen 2017' uniforme parkeernormen vastgelegd die een duidelijke richting geven aan de mate van faciliteren van parkeervoorzieningen bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Het doel van de Nota Parkeernormen Rucphen 2017 is het vaststellen van gemeentelijke parkeernormen voor nieuwe ruimtelijke plannen en projecten in de gemeente Rucphen om in de toekomst in een parkeerbehoefte te kunnen voorzien. Waar mogelijk
32
bestemmingsplan Kom Zegge
wordt hiermee de bereikbaarheid en leefbaarheid van de gemeente gewaarborgd. De basis van de Nota is gevonden in de door het C ROW in oktober 2012 uitgegeven publicatie 317 over Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie. Deze publicatie maakt onderscheid in soorten gebieden, te weten: sterk stedelijk, matig stedelijk, weinig stedelijk en niet-stedelijk. De door de C ROW gehanteerde gebiedsindeling is voor het gehele grondgebied van de gemeente Rucphen toegepast.
De kencijfers van het C ROW zijn een landelijk gemiddelde en hebben een bandbreedte (minimum/maximum). Door de gemeente Rucphen wordt de gemiddelde parkeernorm gehanteerd. De gemiddelde parkeernorm per gebied/per functie is in de gemeente Rucphen de vereiste parkeernorm. Geringe afwijkingen van de berekende parkeercapaciteit voor een ontwikkeling tot maximaal 10% zijn bij uitzondering mogelijk.
Voor elke functie geldt een eigen kader van parkeernormen. In de Nota Parkeernormen wordt onderscheid gemaakt naar functies die gegroepeerd kunnen worden naar een zevental hoofdfuncties, namelijk wonen, werken, winkelen/boodschappen, sport/cultuur/ontspanning, horeca/(verblijfs)recreatie, gezondheidszorg/(sociale) voorzieningen en onderwijs. Wanneer er meerdere functies (wonen, medisch etc.) deel uitmaken van een ontwikkeling kan er sprake zijn van dubbelgebruik van parkeerplaatsen. Het is dan niet altijd noodzakelijk om in een gebied de som van de vraag naar parkeerplaatsen van de afzonderlijke functies aan te leggen. Dubbelgebruik wordt bepaald op basis van aanwezigheidspercentages, zoals opgenomen in de Nota Parkeernormen Rucphen 2017.
Beoordeling en conclusie Onderhavig bestemmingsplan betreft een conserverend bestemmingsplan. In het bestemmingsplan is in de regels opgenomen dat in het kader van de aanvraag van een omgevingsvergunning voor het bouwen en/of afwijken voldoende parkeerplaatsen dienen te worden gerealiseerd conform de 'Nota Parkeernormen Rucphen 2017' of diens opvolger.
4.8 Geluid Toetsingskader Op basis van artikel 76 van de Wet geluidhinder (Wgh) dienen bij de vaststelling van een bestemmingsplan, wijzigingsplan of uitwerkingsplan als bedoeld in art. 3.6 lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) de waarden als bedoeld in art. 82 t/m 85 van de Wgh in acht te worden genomen, indien dat plan gelegen is in een zone rondom een weg als bedoeld in art. 74 lid 1 Wgh en (het betreffende onderdeel van) dat plan mogelijkheden biedt voor: de realisatie van woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en van geluidsgevoelige terreinen; de aanleg van een nieuwe weg en/of een reconstructie van een bestaande weg; functiewijzigingen van een niet-geluidsgevoelige functie in een geluidsgevoelige functie (bijvoorbeeld via afwijkings- of wijzigingsbevoegdheid). De Wet geluidhinder bepaalt vereiste zoneringen voor geluid. De Wet geluidhinder bevat een uitgebreid stelsel van bepalingen ter voorkoming en bestrijding van geluidshinder. De wet richt zich vooral op de bescherming van de burger in zijn woonomgeving en bevat bijvoorbeeld normen voor de maximale geluidsbelasting op de gevel van een huis.