CConstaterende datRucphen
Koppel je AI →
Document · PDF

05 Programmabegroting 2022

gemeenteraad 10 november 2021, gemeente RucphenBij agendapunt: Raadsvoorstel Programmabegroting 2022 inclusief meerjarenraming 2023 - 202539.253 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

In combinatie met de risico’s van de grondexploitatie en strategische gronden vormen deze risico’s het risicoprofiel van de gemeente Rucphen. In de jaarrekening 2020 waren 31 risico’s geïnventariseerd. Bij deze laatste actualisatie zijn in totaal 43 risico’s voor onze gemeentelijke exploitatie in beeld. In de raadsvergadering van 3 november jl. heeft uw raad de risicoreserve sociaal domein laten vrijvallen ten gunste van de algemene reserve. De toename is een direct gevolg van het toevoegen van het risicoprofiel sociaal domein aan deze risicolijst. In het overzicht wordt de top 10 grootste risico’s gepresenteerd en het totaalbedrag van de overige risico’s uit de gemeentelijke exploitatie. Een totaallijst van deze risico’s is terug te vinden in bijlage 3. Daarnaast hebben we de risico’s die bij onze grondexploitaties zijn benoemd in deze paragraaf opgenomen.

70

Belangrijkste financiële risico's Financieel gevolg maximaal

Benodigde weerstandscapaciteit

Risico

Kans

De (financiële) beheersmaatregelen in de jeugdzorg zijn onvoldoende in relatie tot de knelpunten in de Jeugdzorg WBW

70%

€

700.000

€

490.000

Slechte, ontoereikende verkeersveiligheid.

50%

€

300.000

€

150.000

Exploitatiebijdrage Vijfsprong vanaf 2023.

70%

€

150.000

€

105.000

Boete Autoriteit Persoonsgegevens als gevolg van datalek of niet voldoen aan de AVG.

10%

€

900.000

€

90.000

Afvalstoffenheffing is niet kostendekkend en kosten kunnen niet uit de egalisatiereserve worden bekostigd.

50%

€

150.000

€

75.000

Faillissement leverancier software toepassingen.

10%

€

750.000

€

75.000

Ontwikkelingen bij verbonden partijen, uitbreiding takenpakket GR, begrotingstekorten e.d.

70%

€

100.000

€

70.000

Rijksbudget inclusief algemene uitkering wordt naar beneden bijgesteld of stijgt te weinig t.o.v. kostenstijging.

30%

€

200.000

€

60.000

Faillissement (grote) zorgaanbieder.

30%

€

200.000

€

60.000

Tijdens de sloop van gebouwen in eigendom van de gemeente die gebouwd zijn voor 1970 wordt verborgen asbest aangetroffen tijdens de werkzaamheden.

50%

€

100.000

€

50.000

Totaal grote risico's

€

3.550.000

€

1.225.000

Overige risico's

€

4.560.000

€

698.000

40.750

€

4.075

Strategische gronden: Uitbreiding Struikhei

10%

€

Totaal risico’s strategische gronden:

€

40.750

€

4.075

Totaal risico’s gemeentelijke exploitatie

€

8.150.750

€

1.927.075

2.217.000

€

982.000

Risico’s grondexploitatie: Complexen in exploitatie (zie paragraaf 5.7)

n.v.t.

€

Totaal risico’s grondexploitatie

€

2.217.000

€

982.000

Totaal gemeentelijke risico’s

€

10.367.750

€

2.909.075

Bij de inventarisatie is ook de kans en het financiële gevolg in beeld gebracht. Uit ons risicoprofiel blijkt dat het maximale financiële gevolg van alle risico’s samen € 10.367.750,00 is. Het is ondenkbaar dat alle risico’s tegelijk en in hun maximale omvang optreden. We reserveren daarom een gedeelte van het totale risicobedrag. Dit berekenen we door middel van kanspercentage x maximaal financieel gevolg. Om het totale risicobedrag af te dekken is een weerstandscapacitieit benodigd van € 2.909.075,00. Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit van Gemeente Rucphen bestaat uit het vrij aanwendbare gedeelte van de algemene reserve, de reserve grondexploitatie, de onbenutte belastingcapaciteit, de post onvoorzien uit de begroting 2022 en overige stille reserves. Alle onderdelen worden hieronder toegelicht. Algemene reserve Per 1 januari 2022 is de verwachte omvang van de algemene reserve groot € 4.027.511,34. Om een correct beeld te geven van het vrij aanwendbare gedeelte van de algemene reserve brengen we alle toekomstige onttrekkingen uit de algemene reserve, waarover door uw raad besluitvorming heeft plaatsgevonden, in mindering. Daarnaast wordt ook alle vrijval ten gunste van de algemene reserve verrekend. Alle mutaties tot en met de 2e bestuursrapportage 2021 zijn verwerkt.

Voor 2022 en verder zijn er geen aanwendingen of stortingen in relatie tot algemene reserve waarover uw raad een besluit heeft genomen.

71

Reserve grondexploitatie Deze middelen worden gebruikt om de risico’s van de grondexploitatie af te dekken. We nemen deze mee in de weerstandscapaciteit omdat enerzijds overschotten binnen deze reserve terugvloeien naar de algemene reserve en anderzijds tekorten worden aangevuld door de algemene reserve. De verwachte omvang van de reserve grondexploitatie per 1 januari 2022 is € 1.425.238,08. Onbenutte belastingcapaciteit Onbenutte belastingcapaciteit is de mogelijkheid om extra middelen te genereren door belastingen te verhogen of heffingen meer kostendekkend te maken. Voor de drie belangrijkste inkomsten van onze gemeente, onroerendezaakbelasting (OZB), afvalstoffenheffing en rioolheffing, is deze mogelijkheid alleen van toepassing op de OZB omdat de heffingen al 100% kostendekkend zijn. De nadruk ligt hierbij op het woord ‘mogelijkheid’. Anders dan bij de reserves kan de onbenutte belastingcapaciteit namelijk niet worden gebruikt als dekking en mag deze alleen worden gezien als scenario bij grote financiële tekorten op de begroting over langere tijd. De onbenutte belastingcapaciteit bij de OZB is zo groot als het verschil tussen het gehanteerde tarief en het tarief om tot een "artikel 12 gemeente" gerekend te worden. Voor 2022 is dit tarief 0,1800%.

Wanneer we dit percentage afzetten tegen de in de begroting opgenomen ramingen voor de OZB-ontvangsten blijkt er nog een ruimte te zijn van € 2.442.123,00 structureel. Onvoorzien Voor 2022 is een post voor onvoorziene uitgaven opgenomen van € 55.000,00. Algemene reserve geactiveerde gronden in erfpacht (stille reserves) In erfpacht uitgegeven gronden moeten worden gewaardeerd tegen de uitgifteprijs van eerste uitgifte. Deze waarde is middels de resultaatbestemming 2017 toegevoegd aan de algemene reserve (erfpacht) en mag worden toegerekend aan onze weerstandscapaciteit. Net als bij de onbenutte belastingcapaciteit kan deze waarde niet worden gebruikt als dekking. Ook hier is alleen sprake van een mogelijkheid om op termijn inkomsten te genereren. Beschikbare weerstandscapaciteit Algemene reserve per 01-01-2022

€

4.027.511

Reserve grondexploitatie

€

1.425.238

Onbenutte belastingcapaciteit (redelijk peil 2022)

€

2.442.123

Onvoorzien

€

55.000

Algemene reserve geactiveerde gronden in erfpacht (stille reserves)

€

953.000

Totale beschikbare weerstandscapaciteit

€

8.902.873

Af: Totaal aanwendingen tlv / vrijval tgv de algemene reserve

€

Totaal gecorrigeerde beschikbare weerstandscapaciteit

€

8.902.873

Totaal benodigde weerstandscapaciteit (o.b.v. 100%)

€

2.909.075

Vrij besteedbaar

€

5.993.798

-

Ratio weerstandsvermogen Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico’s en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit, kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen.

Ratio weerstandsvermogen

=

Beschikbare weerstandscapaciteit

€ 8.902.873

Benodigde weerstandscapaciteit

€ 2.909.075

3,1

Wanneer we op deze ratio een correctie toepassen voor de middelen welke niet als dekking gebruikt kunnen worden (onbenutte belastingcapaciteit en erfpacht), verandert de ratio als volgt:

72

Ratio weerstandsvermogen (gecorrigeerd)

=

Beschikbare weerstandscapaciteit

€ 5.507.749

Benodigde weerstandscapaciteit

€ 2.909.075

1,9

We streven naar een gecorrigeerd ratio met een bandbreedte tussen 1.0 en 1.4, met waarderingscijfer C. Het gecorrigeerd ratio voor de begroting 2022 ligt met 1,9 , buiten deze bandbreedte. Volgens de weerstandsnorm is dit ratio ‘ruim voldoende’. Omdat het ratio groter is dan 1.4, is sprake van vrij besteedbare ruimte binnen de Algemene reserve. Het uitgangspunt is dat deze ruimte in de Algemene reserve blijft, totdat anders wordt besloten. Weerstandsnorm Waarderingscijfer

Ratio

Betekenis

A

>2.0

uitstekend

B

1.4-2.0

ruim voldoende

C

1.0-1.4

voldoende

D

0.8-1.0

matig

E

0.6-0.8

onvoldoende

F

<0.6

ruim onvoldoende

De gepresenteerde ratio is zowel van toepassing op het begrotingsjaar 2022 als op de jaren 2023 t/m 2025 van de meerjarenraming, omdat alle toekomstige mutaties op de Algemene reserve, waarover besluitvorming door uw raad heeft plaatsgevonden, zijn doorgerekend. Het verloop van het ratio vanaf 2019 is gepresenteerd in onderstaande tabel. Ratio weerstandsvermogen ratio:

Verloop van het ratio weerstandsvermogen Rekening 2019

Begroting 2021

Rekening 2020

Begroting 2022

ratio weerstandsvermogen

3,0

2,8

3,8

3,1

ratio weerstandsvermogen (gecorrigeerd)

1,7

1,5

2,2

1,9

Risicoprofiel corona Voor alle corona gerelateerde risico’s hebben we een apart risicoprofiel, wat we voor de begroting 2022 hebben geactualiseerd. Bij deze actualisatie onderkennen we in totaal 30 risico’s voor onze gemeentelijke exploitatie. Hierbij is ook de kans en het financiële gevolg in beeld gebracht. In het volgende overzicht presenteren we de grootste risico’s: Belangrijkste financiële risico's financieel benodigde gevolg weer(maximaal) standscapaciteit

risico

kans

De coronacrisis wordt onvoldoende gecompenseerd (door het Rijk)

50%

200.000

0

Extra inhuur door toename van corona-gerelateerd ziekteverzuim

50%

200.000

100.000

Extra uitgaven door toenemende digitalisering / faciliteren thuiswerken / corona-maatregelen in en om het gemeentehuis.

50%

100.000

50.000

Een lagere OZB-opbrengst (gebruikersheffing) als gevolg van leegstand

50%

50.000

25.000

Er wordt beroep gedaan op uitstaande borgstellingen en garanties

10%

50.000

5.000

Extra kosten communicatie bij specifieke maatregelen

30%

25.000

7.500

Mindere mate van verhuurbaarheid DVC na corona (overbruggingsperiode)

50%

25.000

12.500

Een toename van fouten en compliance risico's door verminderde control

30%

25.000

7.500

Schade aan openbare ruimte door rellen

10%

50.000

5.000

73

Een toename van de inzet VTH op alle regelingen en verordeningen

100%

50.000

50.000

De bijdrage aan de Veiligheidsregio neemt toe door extra inzet hulpverleners

10%

25.000

0

Minder inkomsten uit toeristenbelasting

70%

50.000

35.000

Er is nieuw beleid nodig om de lokale economie te stimuleren

30%

100.000

30.000

Scholen leggen een claim bij gemeenten voor extra stook- en ventilatiekosten

10%

50.000

5.000

Faillissement van een (sport)vereniging

30%

100.000

30.000

Een stijging van het aantal bijstandsgerechtigden

50%

200.000

100.000

Compensatie meerkosten WMO- en jeugdaanbieders

100%

100.000

0

Faillissement van een SKW

30%

100.000

30.000

Een stijging van de kosten van schuldhulpverlening

30%

100.000

30.000

Een stijging van de bijdrage aan Werkplein HvWB, door toename uitvoeringkosten TOZO-regeling

10%

100.000

10.000

Inkomstenverlies door extra kwijtschelding

50%

25.000

12.500

Toename van de zorgvraag Wmo en Jeugdwet

50%

200.000

0

Extra uitgaven ter ondersteuning SW-bedrijven (WVS)

10%

200.000

0

Onterecht verstrekte subsidies

10%

100.000

0

Oninbare TOZO-vorderingen

70%

50.000

0

Een toename van de bijdrage aan de GGD

30%

100.000

30.000

Het inrichten van lokale vaccinatieposten

30%

100.000

10.000

Meerkosten afvalinzameling vanwege RIVM maatregelen.

30%

25.000

7.500

Lagere opbrengsten grondexploitaties

10%

50.000

0

Minder opbrengsten uit leges en retributies

10%

25.000

0

2.575.000

592.500

Totaal gemeentelijke risico’s

Wat opvalt aan bovenstaande lijst is dat niet overal een bedrag aan benodigde weerstandscapaciteit is opgenomen. Dit betekent dat voor die risico’s afdoende beheersmaatregelen zijn genomen. Door bewust geen bedrag op te nemen voorkomen we dat er onnodig beslag op de Risicoreserve coronacrisis wordt gelegd. Zo wordt bijvoorbeeld de compensatie meerkosten WMO- en jeugdaanbieders gedekt door een apart raadsvoorstel en is er een aparte voorziening voor debiteuren Werkplein waaronder TOZO. Stand van de Risicoreserve Coronacrisis Bij de inventarisatie is ook de kans en het financiële gevolg in beeld gebracht. Uit ons risicoprofiel blijkt dat het maximale financiële gevolg van alle risico’s m.b.t. de coronacrisis samen € 2.575.000,00 is. In de meeste gevallen is uitgegaan van worst case scenario. We reserveren daarom een gedeelte van het totale risicobedrag. Dit berekenen we door middel van kanspercentage x maximaal financieel gevolg. Om het totale risicobedrag af te dekken is een weerstandscapacitieit benodigd van € 592.500,00. De risico’s worden gedekt door de Risicoreserve Coronacrisis. Deze financiële buffer is voldoende groot om de financiële gevolgen van de crisis op te vangen. Beschikbare weerstandscapaciteit (Corona) Risicoreserve Coronacrisis per 31 december 2020

€

1.228.005

aanwendingen 2021 (besloten door uw raad)

€

-619.527

stortingen 2021 (besloten door uw raad)

€

1.005.231

Totaal gecorrigeerde beschikbare weerstandscapaciteit

€

1.624.589

Totaal benodigde weerstandscapaciteit (o.b.v. 100%)

€

592.500

Vrije ruimte binnen de reserve

€ 1.032.089

74

Kengetallen Kengetallen drukken de verhouding uit tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie van een provincie of gemeente. Om de kengetallen te bepalen is gebruik gemaakt van de geprognosticeerde balans 2022. Voorgeschreven is dat de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing de volgende kengetallen bevat: Netto schuldquote (gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen) De netto schuldquote geeft de hoogte van de schulden van gemeente Rucphen aan ten opzichte van de totaal baten. Het percentage gecorrigeerd voor alle verstrekte geldleningen geeft aan hoeveel schulden zijn doorgeleend aan derden. De schuldquote geeft daarmee een indicatie van de mate waarin de rentelasten en de aflossingen op exploitatie drukken. Een laag percentage is gunstig. De VNG adviseert om 130% als maximum norm te hanteren en daarboven de schuld af te bouwen. Solvabiliteitsratio Het solvabiliteitsratio geeft aan in hoeverre de gemeente Rucphen voldoende eigen vermogen bezit om aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid van de gemeente. De norm van de VNG voor het solvabiliteitsratio is 20%. Grondexploitatie Aan grondexploitatie kunnen risico’s verbonden zijn, door bijvoorbeeld herwaardering.

Het percentage grondexploitatie geeft aan of de gemeente Rucphen relatief veel grond heeft en daardoor veel risico loopt. Voor het percentage grondexploitatie geldt: hoe lager dit percentage, hoe beter. Structurele exploitatieruimte Dit percentage geeft aan of de gemeente Rucphen voldoende structurele baten heeft om haar structurele lasten te dekken. Wanneer dit cijfer negatief is, betekent het dat het structurele deel van de begroting onvoldoende ruimte biedt om de lasten te blijven dragen. Voor het percentage structurele exploitatieruimte geldt: hoe hoger dit percentage, hoe beter. Belastingcapaciteit De hoogte van de belastingcapaciteit geeft inzicht in hoe de belastingdruk zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Het geeft aan op de gemeente Rucphen relatief veel belastingen heft en of er ruimte om deze belastingen te verhogen. Als dit percentage laag ligt, betekent het dat de gemeente meer inkomsten uit belastingen zou kunnen verwerven. Of dit wel of niet gebeurt is een beleidskeuze. Prognose Meerjarig wordt een stijging van de schuldquote voorzien als gevolg van het aantrekken van lang vermogen om onze regulier- en investeringsuitgaven te kunnen financieren. Hierbij plaatsen we de kanttekening dat er rekening is gehouden met het feit dat een gedeelte van de investeringen doorschuiven naar volgende begrotingsjaren.

Zodat ook na 2025 een verdere toename van de schuldquote wordt verwacht. Naast het aantrekken van nieuw vreemd vermogen vinden er ook structurele onttrekkingen uit de reserves (eigen vermogen) plaats. Dit is terug zien in de afname van het solvabiliteitsratio. Ook na 2025 is de verwachting dat het solvabiliteitsratio verder afneemt.

Kengetallen weerstandsvermogen en risicobeheersing (prognose) Kengetallen:

Rekening 2020

Begroting 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Netto schuldquote

43,1%

67,4%

73,5%

80,6%

79,1%

Netto schuldquote (gecorrigeerd)

42,6%

66,9%

73,0%

80,0%

78,6%

Solvabiliteitsratio

53,7%

43,6%

42,1%

40,1%

39,2%

Grondexploitatie

14,4%

5,6%

6,0%

6,3%

6,2%

Structurele exploitatieruimte

1,5%

2,3%

1,5%

1,4%

1,8%

Belastingcapaciteit

98,8%

98,2%

98,2%

98,2%

98,2%

75

Kengetallen weerstandsvermogen en risicobeheersing (prognose) Rekening 2020

Begroting 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Netto schuldquote

A

A

A

A

A

Netto schuldquote (gecorrigeerd)

A

A

A

A

A

Solvabiliteitsratio

A

B

B

B

B

Grondexploitatie

A

A

A

A

A

Structurele exploitatieruimte

A

A

A

A

A

Belastingcapaciteit

B

B

B

B

B

Kengetallen:

Niet uit de balans blijkende rechten en verplichtingen Gewaarborgde geldleningen De gemeente Rucphen staat in 2022 garant voor een 5-tal geldleningen voor sportverenigingen en sociaal culturele instellingen. Het bedrag waarvoor garant gestaan wordt is per 1 januari 2022 € 292.397,00. Het oorspronkelijke bedrag van deze leningen bedroeg € 620.113,00. Daarnaast lopen er in 2022, naar verwachting, nog enkele hypotheken met een door onze gemeente gegarandeerde hypothecaire geldlening. De nominale waarde hiervan wordt geschat op minder dan € 0,1 mln. Er worden geen nieuwe rechtstreekse hypotheekgaranties meer verstrekt, waardoor deze categorie zal worden uitgefaseerd. Tot slot is er een ongelimiteerde achtervangovereenkomst met Thuisvester voor 12 leningen met een schuldrestant van ruim € 68 miljoen euro per eind 2022. Deze portefeuille bestaat uit fixe leningen, die volledig worden afgelost aan het einde van de looptijd. nr

Doel van de geldlening

Naam van de geldnemer

Percen- Oorspron- Restant tage kelijk per 1 gewaar- bedrag januari borgd 2022

Restant bedrag eind jaar

SPORT 1 2 3 4

Bouw kantine Financiering v.d. bedrijfsvoering Nieuwbouw schietbaan Renovatie 6 tennisbanen

v.v. R.S.V. R.K.S.V. Rood-Wit De Koningsschutters TV de Bocht

100% 100% 100% 100%

36.302 60.000 400.000 92.500

2.178 26.934 216.556 45.477

726 24.930 196.556 36.227

100%

31.311

1.252

0

620.113

292.397

258.439

SOCIAAL CULTUREEL WERK 5

Verbouw/uitbreiding gemeenschapshuis

St. Agora

TOTAAL GARANTIE'S I.V.M. WONINGBOUW NATIONALE HYPOTHEEKGARANTIE Aantal hypotheken Som van de risicobedragen (x € 1 mln)

2022 2 0

2021 5 0,1

2020 10 0,1

2019 24 0,3

WAARBORGFONDS SOCIALE WONINGBOUW Aantal leningen Schuldrestant (x € 1 mln)

2022 12 68,0

2021 13 73,0

2020 14 78,0

2019 14 78,0

76

5.3

Onderhoud kapitaalgoederen

Algemeen Integraal beheer openbare ruimte Op 14 december 2016 heeft uw raad de voorkeur uitgesproken voor het scenario ‘toekomstvisie 2030 voor de disciplines ‘wegen ’en ‘groen’. Jaarlijks bepaalt uw raad bij de kadernota welke bedragen structureel in de programmabegroting worden opgenomen voor het gefaseerd toegroeien naar het scenario ‘toekomstvisie 2030. Door het laten vervallen van de reserve wegbeheer ontstaat structurele ruimte die toegevoegd wordt aan het budget wegenonderhoud (€ 17.610,00). Wegen In juni 2017 is het beheerplan wegen 2017 vastgesteld. Dit gebruiken we om de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s op te stellen op basis van de keuze voor scenario ‘Toekomstvisie 2030’. Gemiddeld worden de wegen tweemaal per drie jaren visueel geïnspecteerd, waarna de resultaten (de onderhoudstoestand van de wegen) worden vastgelegd in het softwarepakket t.b.v. het wegenbeheer. Op basis van objectieve criteria wordt vervolgens bepaald wanneer bepaalde wegvakken voor onderhoud of reconstructie in aanmerking komen. De financiële consequenties welke samenhangen met het beheerplan wegen worden toegelicht in hoofdstuk 1 van deze programmabegroting onder taakveld 2.1 – verkeer en vervoer. Riolering Op grond van de Wet Milieubeheer en de Waterwet is de gemeente verplicht om een verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP) op te stellen.

Op 13 december 2017 heeft uw raad het vGRP 2018 – 2022 vastgesteld. Hierbij is gekozen voor ‘risicogestuurd rioolbeheer’, voortzetting van de regionale samenwerking in waterkring Baronie en Samenwerking Water West-Brabant (SWWB) en de uitvoering van maatregelen in het kader van klimaatadaptatie. De uitvoering van investeringen wordt integraal afgestemd en bij voorkeur gecombineerd met reconstructie van de openbare ruimte (weg- en/of groenrenovatie), zodat kosteneffectief ‘werk-met-werk’ gemaakt kan worden. In 2022 zal een nieuw GRP opgesteld worden voor planperiode 2023 - 2026. Openbaar groen De inrichting en het beheer van het gemeentelijk groen vindt plaats conform de uitgangspunten van het Visiedocument Groenbeleid (2008) en het Boombeleid (2021). Het beheerniveau is hierbij vastgesteld op niveau B Standaard (beeldbestek op basis van CROW-normeringen). Beide documenten stellen dat nieuwe aanleg van groen of aanplant van bomen zodanig dient plaats te vinden dat er sprake is van een duurzame inrichting (in tijd, gebruik en beheerkosten). In het groenbeheersysteem nemen we onze areaalgegevens en de samenstelling van het groen op. Het reguliere onderhoud wordt vanaf 2022 mogelijk op een andere wijze uitgevoerd. Hiervoor dient een aanbesteding doorlopen te worden. Het reguliere onderhoud vindt grotendeels plaats door het Werkvoorzieningschap (WVS).

De gemeente stuurt en controleert de kwaliteit van het geleverde werk. Voor 2022 is voor de kosten aan de WVS en de ondersteunende hovenier ca. € 936.000,00 geraamd. Het onderhoud aan het gemeentelijk groen wordt uitgevoerd binnen de gestelde budgetten. Dit doen we door enerzijds het inzetten van het WVS, maar daarnaast ook door gericht inzetten van vakbekwame hoveniers voor specialistisch werk en het opvangen van de piekmomenten in de onkruidbestrijding. Voor 2022 staat € 130.000,00 voor renovatie van openbaar groen gepland. Deze wordt op basis van urgentie in de verschillende kernen ingezet. Gebouwen De gemeentelijke gebouwen en objecten zoals gemeenschapshuizen, sport- en zwemaccommodaties zijn in onderhoud en beheer van de gemeente. Het onderhoud vindt plaats aan de hand van het meerjaren onderhoudsplan (MJOP). Het gewenste kwaliteitsniveau is dat onze objecten zich in een redelijke tot goede staat van onderhoud bevinden. Dit houdt in dat we kleine bouwkundige en installatietechnische gebreken herstellen en regulier onderhoud uitvoeren aan de diverse elementen die (cyclisch) onderhoud nodig hebben. In januari 2021 is op basis van deze uitgevoerde conditiemetingen het meerjaren onderhoudsplan geactualiseerd en vervolgens door uw raad op 29 september 2021 vastgesteld voor de jaren 2022 t/m 2031.

In dit onderhoudsplan wordt op basis van urgentie verdere invulling gegeven om de staat van onderhoud de komende jaren op het gewenste doelmatige niveau te houden. Voor 2022 is voor structureel onderhoud voor 18 objecten € 158.626,00 aan uitgaven voorzien.

77

5.4

Financiering

Algemeen In de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) is een belangrijk en bindend kader gesteld voor een verantwoorde en professionele inrichting van de treasuryfunctie en voor het scheppen van voorwaarden om deze te kunnen uitvoeren. Op grond van de Wet fido zijn de gemeenten verplicht twee treasury-instrumenten op te stellen. Dit zijn het treasurystatuut en de paragraaf financiering in de begroting en de jaarrekening. Het treasurystatuut is een nadere uitwerking van artikel 14 Financieringsfunctie uit de ‘Financiële verordening Rucphen 2018’. Op basis van artikel 14, lid 4 stelt het college regels op ter uitvoering van de taken, bevoegdheden en de bijbehorende informatievoorziening omtrent de financieringsfunctie. In de financieringsparagraaf legt de gemeente de verwachtingen en het beleid voor de financieringsrisico's vast. De paragraaf geeft inzicht in het rentebeleid, het risicobeheer, de kasgeldlimiet, de financieringsbehoefte en de renterisiconorm. Rentebeleid We trekken tegen een zo laag mogelijk rentepercentage financieringsmiddelen aan. Voor financiering tot één jaar zijn dit kasgeldleningen. Langlopende financiering vindt plaats op de kapitaalmarkt tegen concurrerende rentetarieven. Hierbij houden we ons aan de normen zoals deze zijn opgenomen in de Wet fido.

Omdat financieringsmiddelen veelal worden aangetrokken ten behoeve van het doen van investeringen zullen de nieuw aan te trekken geldleningen een looptijd kennen van circa 25 jaar. Bij het aangaan van een geldlening maken we een afweging tussen financieringsovereenkomsten welke rentevast zijn en financieringsovereenkomsten met een conversiebepaling zodat na verloop van tijd, in het algemeen na 10 jaar, de lening kan worden geconverteerd naar een lager rentepercentage. Kasgeldlimiet De financiering met kasgeld is geregeld binnen de kasgeldlimiet die is voorgeschreven in de Wet fido. De wettelijke norm bedraagt 8,5% van het totaal van de jaarbegroting (de totale lasten op de begroting) van het openbare lichaam bij aanvang van het jaar. Dit betekent dat het maximale bedrag dat in 2022 met kasgeld (korter dan één jaar) gefinancierd mag worden 8,5% x € 71.011.945,00 = € 6.036.015,00 bedraagt. Financieringsbehoefte Wij ramen het volgende verloop van de liquiditeiten gedurende de planperiode:

Omschrijving

2022

2023

2024

2025

Saldo 1 januari Saldo kasstroom uit operationele activiteiten Saldo kasstroom uit investeringsactiviteiten Saldo kasstroom uit financieringsactiviteiten Aan te trekken langlopende leningen

9.742.429 6.092.417 -15.301.167 -1.822.435 2.500.000

1.211.243 7.593.810 -7.354.904 -1.957.140 4.300.000

3.793.009 5.620.844 -4.391.788 -2.184.806 1.800.000

4.637.260 5.332.547 -7.515.022 -2.143.655 5.600.000

Saldo 31 december

1.211.244

3.793.009

4.637.259

5.911.130

Op basis van de recent geactualiseerde liquiditeitenplanning zullen we in de periode 2022 – 2025 afgerond 14,2 miljoen aan geldleningen moeten aantrekken en doorlopend 5 miljoen aan kasgeldleningen. Onze leningenportefeuille ziet er dan (geprognosticeerd) als volgt uit:

Omschrijving Stand lening op 1 januari 2022 Nieuwe leningen Reguliere aflossingen Stand leningen op 31 december 2022

Bedrag (x € 1.000) 33.208.402 2.500.000 -1.816.134 33.892.268

78

Risicobeheer We zijn ons bewust van de renterisico’s die gemoeid zijn met financiering op lange termijn. Bij een stijgende renteontwikkeling zullen wij tijdig de afweging maken om te komen tot het aantrekken van financieringsmiddelen voor de langere termijn. Ook voor de bestaande geldleningen zijn we alert op mogelijkheden voor renteconversie. Op deze manier kunnen we optimaal profiteren van de renteontwikkeling. Renterisiconorm De renterisiconorm is een bedrag ter grootte van 20% van het begrotingstotaal bij aanvang van het jaar. Het doel van deze norm is dat gemeenten in enig jaar niet meer dan 20% van hun begrotingstotaal (looptijd langer dan 1 jaar) mogen converteren. Deze zekerheid is ingebouwd in de wet Fido om te voorkomen dat de gemeente met te grote negatieve renteschommelingen geconfronteerd wordt en de nadelige gevolgen daarvan moet kunnen opvangen binnen de begroting. Per 1 januari 2022 heeft de gemeente Rucphen, ter financiering van haar operationele en investeringsactiviteiten, een restant aan langlopende schulden van € 33.208.402,00. Het renterisico daarvan blijft ruim binnen de norm van 20% van het begrotingstotaal.

Renterisiconorm

2022

1a Renteherziening op vaste schuld o/g

0

1b Renteherziening op vaste schuld u/g

0

2 Netto-renteherziening op vaste schuld (1a -/- 1b)

0

3 Aflossingen

1.816.134

4 Renterisico op vaste schuld (2 +/+ 3)

1.816.134

5 Begrotingstotaal 2022

71.011.945

6 Het normpercentage

20%

7 Renterisiconorm (5 x 6)

14.202.389

8 Ruimte onder risiconorm (7 -/- 4)

12.386.255

Berekening van de renteomslag De berekening per 01-01-2022 van de renteomslag vindt als volgt plaats:

Rente berekening voor de boekwaarde

2022

1 De externe rentelasten over de korte en lange financiering 2 De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend

401.411 30.233

3 De aan taakvelden (programma’s inclusief overzicht Overhead) toe te rekenen rente (1 - 2)

371.178

4 Boekwaarde exclusief grondbedrijf 5 Rente over de boekwaarde exclusief grondbedrijf (3 /4)

94.322.067 0,39%

79

Rentepercentage grondbedrijf De berekening per 01-01-2021 van het rentepercentage vindt als volgt plaats:

Berekening rentepercentage grondbedrijf

2022

1 De externe rentelasten over de korte en lange financiering

401.411

2 Vaste schulden 3 Rentelast over het vreemd vermogen (1 / 2)

39.288.692 1,02%

4 Vreemd vermogen

51.986.080 101.225.491

5 Totaal vermogen 6 Percentage vreemd vermogen (4 / 5)

51,36%

7 Rentepercentage grondbedrijf (6 * 3)

0,52%

80

5.5

Bedrijfsvoering

In 2020 heeft ons college, na een interactief proces met de organisatie, de organisatieagenda vastgesteld. Het document bevat de koers voor de organisatie voor de komende jaren. In 2021 zijn dan ook de eerste stappen binnen de organisatie aan de hand van de organisatieagenda gezet. In 2022 zullen we verder gaan met de positieve koers die is ingezet en ontwikkelen op basis van de organisatieagenda. In dit deel van de begroting gaan we zoals gebruikelijk in de afgelopen jaren nader in op specifieke ontwikkelingen en speerpunten op gebied van de bedrijfsvoering. Personeel & organisatie De Organisatieagenda – Samenwerken aan resultaat en mens De Organisatieagenda is het fundament voor de doorontwikkeling van onze organisatie (ons huis). De kern is samengevat in drie elementen: “Samenwerken aan resultaat en mens”. Samenwerken betekent voor ons: We zijn er voor de samenleving. We bedenken vooraf wat nodig is en wie nodig zijn en werken daar vervolgens samen aan. Samenwerken doen we met collega‘s, bestuur, inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties, regiogemeenten etc. Resultaat betekent voor ons: We zijn er voor de samenleving. Wat we doen heeft direct of indirect waarde voor onze samenleving; inwoners, bedrijven en verenigingen. We dragen allemaal op onze eigen manier bij aan het resultaat. Mens betekent voor ons: We zijn er voor de samenleving.

De toegevoegde waarde die wij leveren wordt gerealiseerd door onze mensen. De mens stellen we dan ook nadrukkelijk centraal. Samenwerken aan Resultaat en Mens hebben we vertaald in een zestal thema’s: • organisatiestructuur; • bedrijfscultuur; • toekomst van ons personeel; • talentontwikkeling; • managementstijl; • werkwijzen. Per thema zijn doelstellingen (wat willen we bereiken) en concrete acties uitgewerkt (hoe willen we dat bereiken). De organisatieagenda is een dynamisch document: we halen tussentijds ideeën op, spelen in op nieuwe trends en ontwikkelingen etc. Bedrijfscultuur De bedrijfscultuur bepaalt hoe we samenwerken aan resultaat en mens. Houding en gedrag, vertrouwen, verbinding en communicatie zijn daarbij belangrijke elementen. Door de coronacrisis hebben medewerkers elkaar een lange periode minder ontmoet. Een grote groep nieuwe medewerkers is ingestroomd in een organisatie, waarvan het merendeel van de medewerkers vanuit huis werkte. We zetten daarom in op activiteiten en communicatie, gericht op elkaar (weer) leren kennen en ontmoeten. Ook organiseren we trainingen op het gebied van houding en gedrag, zoals elkaar durven aanspreken. Een vast onderdeel is het werken aan integrale bewustwording op het gebied van integriteit, privacy en informatieveiligheid.

Toekomst van ons personeel Voor ons is het belangrijk dat onze organisatie nu én in de toekomst gesteld staat voor de ondersteuning aan de samenleving, met een personeelsbestand dat daarbij past. Uitdagingen zijn de veranderende, krappe arbeidsmarkt, het verlies van kennis en ervaring door de uitstroom van medewerkers en werkdruk bij een aantal functiegebieden. Strategisch plannen van het personeelsbestand, zowel kwalitatief als kwantitatief wordt daarom steeds belangrijker. Daarbij zijn twee sporen te onderscheiden: Spoor één is de inzet op het verwerven van nieuwe medewerkers, zoals moderne arbeidsmarktcommunicatie, zelf opleiden en aansluiten bij initiatieven en beschikbare kennis in de regio. Spoor twee gaat in op het behoud van medewerkers, denk daarbij aan talentgericht werken (zie thema talentontwikkeling, vitaliteit (gezond, gelukkig en gedreven), opleiding en trainingen en het faciliteren van een goede privé/werkbalans. Een belangrijke basis vormen daarbij de gesprekken tussen manager en medewerkers. Tot slot werken we aan voldoende flexibiliteit in de beschikbare middelen om mee te kunnen bewegen met de genoemde personele opgaven.

81

Talentontwikkeling Om alle aanwezige kwaliteiten van onze medewerkers optimaal te benutten inventariseren we welke talenten we allemaal in huis hebben. Talent is voor ons: doen waar je goed in bent en waar je plezier uit haalt. Dit gaat dus veel verder dan puur kwaliteiten op één bepaald vakgebied. Dit betekent dat medewerkers in toenemende mate ingezet (kunnen) worden op opgaven die niet per se binnen de eigen afdeling vallen. Zo ontstaan kansen voor persoonlijke ontwikkeling en het vervullen van ambities. In 2021 zijn we gestart met een organisatie breed traject, waar we het hele jaar 2022 aan gaan werken. Het traject is gebaseerd op de DISC-methode, waarmee we borgen dat in de organisatie dezelfde taal spreken over talenten, samenwerking, ontwikkeling, gedrag etc. Invulling per team of afdeling is maatwerk. Managementstijl Bij een veranderende organisatie past een veranderende managementstijl. We streven naar een managementstijl die meer faciliterend en coachend is met aandacht voor het resultaat en de mens. We werken aan het collectief van leidinggevenden (MT+) door groeps- en individuele gesprekken, waarbij de focus ligt op leiderschap, talentontwikkeling, personeelsgesprekken en eigen ontwikkeling. Werkwijzen We hebben een grote diversiteit aan opgaven, taken en diensten. Op verschillende schaalniveaus en met de aansturing die daarbij hoort.

Per opgave en ambitie kijken we hoe we die het beste kunnen oppakken en bemensen. We denken continu na over hoe we ons werk organiseren. Voorbeelden van nieuwe werkwijzen zijn o.a.: - Flexibel werken binnen de gemeente Rucphen: De afgelopen jaren is er al hard gewerkt binnen de gemeente Rucphen aan de mogelijkheden om een nieuwe manier van werken te introduceren. Medewerkers hebben en hadden de wens om flexibeler en meer tijd- en plaats onafhankelijk te kunnen werken. Sinds het uitbreken van de coronacrisis in 2020 is het flexibel werken binnen de gemeente Rucphen echter pas echt in een versnelling terecht gekomen. Binnen het flexibel werken is onze organisatiestrategie leidend. ‘Samenwerken aan resultaat en mens’ betekent voor de gemeente Rucphen dat we gezamenlijk werken aan én voor onze samenleving. Waarbij we ons inzetten voor een goede samenwerking, het mooiste resultaat en waar we oog hebben voor mens en omgeving. Belangrijke vragen die bij het flexibel werken een rol spelen zijn: Wat is de reden dat er flexibel gewerkt wil worden? en; Wat helpt het jou als medewerker en wat helpt het ons als organisatie? Het gesprek voeren met elkaar over deze vragen staat wat ons betreft centraal. Wat nodig en gewenst is zal namelijk per medewerker en situatie verschillen en vraagt om maatwerk.

- Leidraad implementatie participatie: Participatie wordt steeds belangrijker binnen onze gemeente. We leggen ontwikkelingen ter inzage, ook als dat niet wettelijk verplicht is. En vaak organiseren we aanvullend ook een inloop- of informatieavond. En toch voelt onze omgeving zich niet altijd even goed gehoord. In 2020 is binnen de gemeente geïnventariseerd hoe we onze omgeving anders kunnen betrekken. En wat onze werknemers daarvoor nodig hebben. Een vaste werkwijze was een van de meest gehoorde antwoorden. De leidraad participatie is daar het antwoord op. Deze leidraad helpt medewerkers voorafgaand aan elke fase van een beleidsontwikkeling of een project, na te denken over participatie. De leidraad leidt langs de keuzes die daarin gemaakt kunnen worden en per fase worden deze keuzes en besluiten vastgelegd in een participatie- en communicatieplanning. Organisatie structuur We werken vanaf januari 2021 met een nieuwe organisatiestructuur. Het einddoel is een structuur die ons maximaal ondersteunt om de maatschappelijke opgaven en bestuurlijke ambities zo goed mogelijk te kunnen vervullen. Samenwerking en juridische kwaliteitszorg Juridische Kwaliteitszorg Ook in 2022 proberen we stappen te zetten die erop gericht zijn om de juridische kwaliteit te verbeteren.

Uit een eerdere zelfscan kwamen zaken naar voren als studie en afstemming tussen beleid, vergunningverlening en handhaving. Door de organisatieverandering hebben er op dit vlak al verbeteringen plaatsgevonden, maar de komende tijd kijken we kritisch naar waar nog andere verbeteringen benodigd zijn. Samenwerking Voor 2022 verwachten we geen grote veranderingen op het gebied van intergemeentelijke samenwerking. Wel is er onlangs binnen De6 een Toekomstvisie De6 opgesteld die we ook aan uw raad voorgelegd hebben. Hierin is aangegeven dat we alle aanleiding zien om de samenwerking voort te zetten. In een vorm die past bij deze

82

tijd en die ondersteunend is aan de ambities van de gemeenten en optimaal gebruik maakt van de voordelen van samenwerken. Dit betekent een flexibele netwerksamenwerking waarvan de vorm en inhoud wordt bepaald door de opgaven waarvoor we staan. De samenwerking is op het operationele niveau het sterkst, maar beperkt zich daar niet toe. Ook op tactisch en strategisch niveau kunnen de zes gemeenten ondersteunend zijn naar elkaar en veel van elkaar leren, maar geven we elkaar ook de ruimte om andere samenwerkingen aan te gaan. Dienstverlening en informatievoorziening Uw raad heeft de visie op Dienstverlening en Informatievoorziening 2020 – 2025 in 2020 vastgesteld. Onze in 2015 vastgestelde visie ‘Gewoon Goed’ en onze kernwaarden zijn nog even actueel en bruikbaar als de afgelopen 5 jaren en blijven ook voor de komende jaren onze leidraad. Kortom: onze Visie ‘Gewoon Goed’ is verantwoord toekomstbestendig. Voor meer informatie wordt verwezen naar programma 0: bestuur en ondersteuning.

Belangrijke speerpunten, zoals vastgelegd in het Uitvoeringsprogramma Dienstverlening en Informatievoorziening, die in 2022 opgepakt gaan worden: • het ontwikkelen van een Cloudstrategie; • het volgen en committeren aan de landelijke ontwikkelingen die de transparante overheid verder optimaliseren, zoals regie op gegevens; • het bepalen van deelname aan gezamenlijke uitvoeringsonderwerpen; • het vergroten van het aantal digitaal aan te vragen producten voor klanten met tenminste 10% per jaar; • het opstellen van vraag- en antwoordscripts (FAQ’s); • het ontwikkelen van beleid m.b.t. informatieontsluiting via Berichtenbox; • het actualiseren van het Kwaliteitshandvest op basis van serviceformules; • het oppakken van het Project procesoptimalisatie; • het heroriënteren van samenwerking op A-gebied: onderzoek naar de gewenste samenwerkingsvorm; • de oriëntatie van samenwerking op I-gebied: optimalisering van samenwerking op gebied van databeheer en datamanagement; • het implementeren van nieuw ontwikkeld beleid m.b.t. digitaal minder vaardigen. Informatieveiligheid Zie programma 0: Bestuur en ondersteuning. Archief- en informatiebeheer Volgens de Archiefverordening van de gemeente Rucphen wordt uw raad jaarlijks door ons college geïnformeerd over het archiefbeheer.

Ons college doet dit door het onderwerp Archief- en informatiebeheer op te nemen in de gemeentelijke Planning & Control Cyclus en hierbij verantwoording af te leggen en verbeteracties te benoemen. Daarnaast stelt de archivaris van het West-Brabants Archief (WBA) tweejaarlijks een uitgebreid “Kritische Prestatie Indicatoren (KPI)” rapport op. In april 2021 is een volledige KPI rapportage over het archief- en informatiebeheer van de gemeente Rucphen over het jaar 2020 opgesteld. Het KPI-rapport, voorzien van een SMART-verbeterrapportage voor de komende jaren, is met uw raad gedeeld. In 2022 zullen we een voortgangsrapportage met betrekking tot het informatie- en archiefbeheer over 2021 opstellen en toesturen, waarin is beschreven wat de stand van zaken is omtrent de ingezette verbeteracties en de mogelijke nieuwe verbeteracties die opgepakt zijn of gaan worden. De belangrijkste verbeteracties voor 2022 zijn: • In 2021 zijn we begonnen met het overbrengen van de bouwvergunningen 1905-2010 naar het nieuwe edepot (elektronische archiefkluis) van het WBA. In 2022 gaan we verder met het overbrengen van andere digitale dossiers (bijvoorbeeld milieuvergunningen), waardoor deze digitaal toegankelijk worden voor burgers en bedrijven.

• Het verder uitvoeren van de opgestelde archiefbewerkingsplannen, waarbij we de nog resterende analoge archieven bewerken en de komende jaren overbrengen naar de archiefkluis van het WBA of juist digitaliseren en overbrengen naar het e-depot van het WBA. • Het, samen met het WBA, opstellen van beleidsregels en opzetten van een integraal kwaliteitssysteem met betrekking tot “digitaal en duurzaam archief- en informatiebeheer”, rekening houdend met de eisen van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) en Informatieveiligheid, de doelstellingen die voortvloeien uit het beleidsplan “dienstverlening en informatievoorziening 2020-2025” en de nieuwe Archiefwet die in 2022 van kracht wordt.

83

•

Het verder duurzaam toegankelijk maken, beheren en vernietigen van digitale documenten (in het bijzonder de e-mails) in de diverse applicaties, anders dan ons zaaksysteem, binnen de gemeente.

Financiën Ontwikkeling planning en control-documenten Op 18 maart 2020 hebben wij de raad door middel van een brief geïnformeerd over de wijze waarop wij de bestuursrapportages in de toekomst willen presenteren. De eerste bestuursrapportage 2020 zou de eerste zijn geweest die tijdens de commissievergadering door de portefeuillehouders zou worden gepresenteerd. Helaas kon dit niet doorgaan vanwege de coronacrisis. Hetzelfde geldt voor de bestuursrapportages die daarna aan de raad zijn voorgelegd. Wij gaan er vanuit dat we op het moment van de behandeling van deze programmabegroting kunnen terugblikken op de behandeling in de nieuwe stijl van de 2e Bestuursrapportage 2021. Concern control, interne controle en audit In de Programmabegroting 2021 hebben wij vermeld dat ons college vanaf 2021 een rechtmatigheidsverklaring, die door de accountant wordt beoordeeld op getrouwheid, moet afgeven bij de jaarrekening. Het moment van vaststelling van de betreffende wetgeving bleef tot nu toe onzeker totdat in juni 2021 werd medegedeeld dat invoering in 2022 zal plaatsvinden. Dit betekent echter niet dat wij tussentijds zijn gestopt met de voorbereidingen van de nieuwe werkwijze: het jaar 2021 gebruiken we als proefjaar, zodat we nog beter voorbereid zijn op de toekomst. Voor het kunnen afgeven van een rechtmatigheidsverklaring is het van belang dat de organisatie in control is.

Wij zijn enkele jaren geleden al begonnen met het beschrijven van de bedrijfsvoeringsprocessen en de analyse daarvan op basis van beheersmaatregelen en risico’s. Daarmee verandert ook de rol van concern control: van achteraf controleren van de processen door concern control, naar het controleren tijdens de processen zelf door de inhoudelijke afdelingen. Achteraf blijft uiteraard wel de toets bestaan of beheermaatregelen inderdaad werken. De rol van de concerncontroller is door deze ontwikkelingen gewijzigd. Er ontstaat een steeds belangrijkere (adviserende) rol bij nieuwe processen en wijzigingen in bestaande werkwijzen. Door vooraf mee te denken en gebruik te maken van de helicopterview kan de controller een belangrijke bijdrage leveren aan de kwaliteit, efficiency en effectiviteit van de organisatie. In de begroting 2020 heeft uw raad middelen beschikbaar gesteld voor de uitbreiding van de formatie van concern control. In verband met de doorontwikkeling van de organisatie is eerst voor tijdelijke invulling door inhuur van externe deskundigheid gekozen. Vanaf 1 juli 2021 is de formatie vast ingevuld. Met deze uitbreiding verwachten wij ook de capaciteit die benodigd is in verband met de rechtmatigheidsverantwoording in huis te hebben.

Daarnaast beschikken wij nog over een budget voor incidentele inhuur, waarmee we eventuele knelpunten in de zin van piekwerkzaamheden of specifieke deskundigheid kunnen opvangen. De rekenkamercommissie zal ook voor het jaar 2022 een jaarplan maken en dat aan uw raad aanbieden. Daarnaast kan uw raad ook verzoeken een bepaald onderzoek uit te voeren. De Rekenkamercommissie overlegt twee keer per jaar met de fractievoorzitters over de voortgang. Voor het onderzoek van de jaarrekening heeft uw raad vanaf het boekjaar 2020 Astrium Overheidsaccountants aangewezen. Het contract heeft een looptijd van drie jaar, met de mogelijkheid om met één jaar te verlengen. De aanwijzing is het resultaat van een Europese aanbesteding die in 2020 in regionaal verband heeft plaatsgevonden. Voor het overleg met de accountant heeft uw raad een auditcommissie ingesteld. Communicatie De gemeente Rucphen is een communicatieve organisatie. Vanuit de communicatievisie 2017 – 2022 zoeken we verbinding met de maatschappij. Een team van communicatieadviseurs ondersteunt daarin met strategisch advies, uitvoeringsplannen en berichtgeving via eigen kanalen en onafhankelijke media. De focus ligt op het voortijdig in beeld brengen van betrokkenen bij en meningen over beleid, projecten en activiteiten van de gemeente. Op basis daarvan bepalen we communicatiedoelen en wegen we de resultaten van interactie.

Verder ondersteunt het communicatieteam ons college en uw raad in de voorbereiding van een nieuwe communicatievisie. Die is nodig, omdat het medialandschap en de communicatie tussen overheid en betrokkenen behoorlijk veranderd is. Sociale media vormen nu grote onzichtbare netwerken die de opinie over een bepaald onderwerp mede bepalen. Ieder kan daarin zijn eigen nieuws maken en verspreiden. Als overheid

84

willen we een betrouwbare afzender van informatie zijn, die bovenal inspeelt en aansluit bij de wensen en behoeften van onze inwoners, ondernemers en organisaties. In de eerste helft van 2022 leggen we een nieuwe communicatievisie -die aansluit bij en inspeelt op deze ontwikkelingen- voor aan de gemeenteraad. Dit vormt de basis en leidraad waarop we als organisatie de communicatie en interactie richting onze inwoners, ondernemers en organisaties verder vormgeven. Huisvesting Onze manier van werken is de afgelopen jaren gewijzigd. Waar eerder altijd grote structurele bezetting was binnen het gemeentehuis, is nu door de coronacrisis een andere huisvestigingsbehoefte ontstaan. Ontwikkelingen zoals digitalisering, flexibel werken en samenwerkingen binnen de regio gaan daarbij ook een steeds grotere rol spelen. Daarom zal er in 2022 kritisch gekeken worden naar wat deze factoren voor invloed hebben op onze huisvestiging. Bovendien bestaat ons gemeentehuis in 2022 alweer 10 jaar en daarmee lopen ook verschillende huurcontracten af van externe partijen. Er zullen gesprekken gevoerd worden met de huidige huurders en potentieel nieuwe huurders over de behoefte rondom huisvestiging.

85

5.6

Verbonden partijen

Een verbonden partij is een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk en financieel belang heeft. In deze paragraaf geven we een overzicht. We verdelen de lijst met verbonden partijen in: • gemeenschappelijke regelingen • stichtingen en verenigingen • vennootschappen en coöperaties In de programma’s is (beleids)informatie opgenomen over de verbonden partijen, die aansluit op het betreffende taakveld (zie hoofdstuk 1). Hierbij zijn ook risico’s van deelname aan de verbonden partijen voor de financiële positie van de gemeente opgenomen. Op basis van de nota verbonden partijen dienen bij de behandeling van deze begroting de richtlijnen voor de gemeenschappelijke regelingen voor de begroting 2023 te worden vastgesteld. Hieronder zijn de algemene financiële richtlijnen vermeld die voor alle gemeenschappelijke regelingen gelden en bij een aantal gemeenschappelijke regelingen zijn aanvullende beleidsmatige en/of financiële richtlijnen opgenomen. Door vaststelling van de programmabegroting 2022 stelt uw raad de (aanvullende) richtlijnen voor de begrotingen 2023 van de gemeenschappelijke regelingen vast. De huidige deelnames zijn gebaseerd op een gemeenschappelijk nut voor meerdere gemeenten in (een deel van) de provincie.

Taken die de gemeente, gelet op de omvang, niet in eigen beheer kan uitvoeren worden opgedragen aan genoemde samenwerkingsverbanden. Met de deelname in de regelingen wordt uitsluitend een publieke taak gediend en uitsluitend in het belang van de burger van de gemeente. Financiële richtlijnen begroting 2023 gemeenschappelijke regelingen 1.

2.

3.

4. 5.

6.

7.

We verwachten van het (Dagelijks) Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling (GR) dat zij een structureel sluitende meerjarenbegroting 2023-2026 aanbiedt aan de deelnemers. De GR vermeldt duidelijk de uitgangspunten die gebruikt zijn voor de begroting 2023. In de begroting 2023 neemt de GR ook een overzicht op met de bijdrage (2023 t/m 2026) per deelnemer. De begroting wordt opgesteld op basis van ongewijzigd beleid. Er worden dus geen nieuwe taken of uitbreiding van bestaande taken in de primitieve begroting opgenomen, behalve als dit eerder door het (Algemeen) Bestuur is besloten. De begroting bevat een overzicht met het verloop van de (bestemmings-)reserves. In dit overzicht is te zien wanneer de reserve wordt ingezet en voor welk bedrag per jaar. Hierin wordt ook het doel van de reserve omschreven. Wanneer een reserve 2 jaar of langer niet wordt ingezet, dan legt de GR deze reserve in de besluitvorming bij de ontwerpbegroting voor. Het uitgangspunt is dat deze reserve op dat moment vrijvalt. Wordt er niet besloten tot vrijval dan geeft de GR in de ontwerpbegroting de planning en het doel van de uitgaven voor deze reserve opnieuw aan. De bijdrage van de gemeente/deelnemers in de begroting 2023 stijgt maximaal met de loon indexering en de prijsontwikkeling uit de septembercirculaire 2021 (of een actuelere circulaire).

De GR beschrijft in de begroting 2023 in hoeverre de bijdrage van de gemeente/deelnemers gelijk kan blijven aan de bijdrage voor 2022. Dit kan door besparingen voor te stellen of beleidsinhoudelijke keuzes aan te geven. Een positief resultaat wordt uitgekeerd aan de deelnemers. De GR kan hier alleen van afwijken door een duidelijk en gemotiveerd voorstel voor resultaatbestemming voor te leggen aan het Algemeen Bestuur. In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing beschrijft de GR de risico’s, de kwantificering hiervan en de beheersingsmaatregelen daarbij.

De gemeente Rucphen participeert bestuurlijk en financieel in de volgende gemeenschappelijke regelingen en stichtingen. Bij deze gegevens wordt uitgegaan van de meest recente gegevens.

86

Gemeenschappelijke regelingen: 1.

Naam:

2.

Vestigingsplaats:

Werkvoorzieningschap Westelijk Noord-Brabant Roosendaal

3.

Belang dat wordt behartigd:

Het uitvoeren van de Wet Sociale Werkvoorziening door op zo doelmatige wijze de taken en bevoegdheden op het terrein van gesubsidieerde arbeid en arbeidsre-integratie te behartigen

4.

Veranderingen in belang gemeente:

n.v.t.

5.

Bestuur:

6.

Bijdrage Rucphen:

Vertegenwoordiging in algemeen bestuur, waaruit dagelijks bestuur wordt gekozen 2022: € 941.167,00 2023: € 882.880,00 2024: € 899.684,00 2025: € 882.997,00

7. 8.

Eigen vermogen begin en einde jaar:

2022: € 2.777.000,00 resp. € 2.827.000,00

Vreemd vermogen begin en einde jaar:

2022: € 20.861.000,00 resp. € 21.216.000,00

Resultaat boekjaar:

2022: € 0,00

Aanvullende financiële richtlijnen begroting 2023: 1. Wat betreft gezamenlijke activiteiten met het Werkplein Hart van West-Brabant en de ISD Brabantse Wal, zorgt WVS er voor dat hetgeen daarover in haar begroting is opgenomen aansluit bij de begrotingen van het werkplein en de ISD. De drie begrotingen zijn de basis voor de ketenbegroting. 2. De in de financiële richtlijn 3 bedoelde reserves betreffen uitsluitend de bestemmingsreserves. Beleidsmatige richtlijnen begroting 2023 1. De begroting 2023 van WVS is opgesteld overeenkomstig het gedachtegoed van de integrale ketensamenwerking met het werkplein HvWB en de ISD BW en in lijn met de in 2022 in dit kader te formuleren ambities en doelstellingen. Het Werkplein HvWB, de ISD BW en de WVS dienen hun activiteiten en inspanningen in samenhang te bezien, waarbij het resultaat van de organisaties tezamen optimaal dient te zijn. Dit dient tot uitdrukking te komen in een integrale ketenbegroting. 2. WVS houdt inzichtelijk welke activiteiten en risico’s verbonden zijn aan de afbouw van het huidige SW bestand in combinatie met de opdrachtportefeuille en stelt maatregelen voor om nadelige financiële gevolgen daarvan zoveel mogelijk te beperken. 3. WVS besteedt in de begroting aandacht aan de visie en ambitie rondom de doorontwikkeling van het leerwerkbedrijf.

Daarbij verwachten we dat de gemaakte keuzes rond de verschillende PMC’s en leerlijnen vertaald worden in concrete interne doelstellingen en acties die bijdragen aan het realiseren van de ketensamenwerking. 4. In de begroting 2023 worden, voor zover te voorzien en nog nodig, maatregelen opgenomen om de financiële gevolgen van de coronacrisis (gedeeltelijk) op te vangen.

87

1. Naam:

GGD West-Brabant

2. Vestigingsplaats:

Breda

3. Belang dat wordt behartigd:

Gemeenten moeten op terrein openbare gezondheidszorg adequaat op ontwikkelen in kunnen spelen en samenwerking is dan ook gewenst en noodzakelijk. Op grond van de Wet Collectieve Preventie Volksgezondheid moeten gemeenten hiervoor een gemeentelijke gezondheidsdienst in stand houden.

4. Veranderingen in belang gemeente:

n.v.t.

5. Bestuur:

Vertegenwoordiging in algemeen bestuur, waaruit dagelijks bestuur wordt gekozen. Besluitvorming op basis van gewogen stemverhouding. 2022: € 428.643,00

6. Bijdrage Rucphen:

2023: € 435.244,00 2024: € 441.947,00 2025: € 448.753,00 7. Eigen vermogen begin en einde jaar: Vreemd vermogen begin en einde jaar: 8. Resultaat boekjaar:

2022: € 5.410.000,00 resp. € 5.317.000,00 2022: € 10.500.000,000 resp. € 10.500.000,00 2022: € 0,00

Beleidsmatige richtlijnen begroting 2023 1. De GGD voert in West-Brabant de in de Wet Publieke gezondheid (Wpg) aan de gemeenten opgedragen taken uit. Op onderdelen betreft dit ook taken die vallen onder de Jeugdwet, Omgevingswet, wet op de Kinderopvang en de wet op de Veiligheidsregio’s. Leidraad in het handelen van de GGD is het bewaken, beschermen en bevorderen van de publieke gezondheid. 2. De COVID-19 pandemie heeft aangetoond dat snel reageren en inspelen op een grote crisis veel vraagt van de GGD. Ook is duidelijk (geworden) dat er in de governance en uitvoeringskracht van de publieke gezondheid en in de afstemming met de Veiligheidsregio nog verbetering mogelijk is. Graag zien wij dat de GGD: a. Er naartoe werkt dat een grote publieke gezondheidscrisis minder invloed zal hebben op het reguliere werk dat de GGD op basis van de Wpg voor de gemeenten uitvoert, b. In afstemming met de Veiligheidsregio Midden en West-Brabant en omringende GGD-en werkt aan een robuustere organisatie die het makkelijker maakt om in te spelen op crises. Daarbij is ons duidelijk dat u hierin mede afhankelijk bent van landelijke beleidskeuzes. 3. De in het vernieuwde Meerjarenbeleidsplan opgenomen (hoofd)ambities zijn leidend voor de opstelling van de Begroting 2023. De GGD zorgt ervoor dat in deze begroting: a.

De in overleg met gemeenten aangescherpte prestatie-indicatoren zijn opgenomen, met het doel beter zicht te verkrijgen op de te behalen resultaten binnen taken. b. Rekening gehouden wordt met ontwikkelingen binnen basistaken die impact kunnen hebben op de hoogte van de gemeentelijke bijdrage. Indien van toepassing vermeldt u deze duidelijk in de Begroting. Voorts kunnen wij ons voorstellen dat ook in 2023 nog sprake is van meer druk (inhoudelijk en financieel) op het basistakenpakket als gevolg van toename kwetsbare situaties door corona. 4. Een belangrijke ambitie van de GGD is het versterken en verbreden van de preventieve taken. Het Nationale Preventieakkoord vraagt om regionaal en lokaal invulling geven aan de in dit akkoord gestelde doelen. Op lokaal niveau geeft u samen met gemeente en lokale partners vorm aan en/of levert een bijdrage aan maatregelen die inwoners stimuleren “de gezonde keuze te maken”. 5. Voor de ambitie ‘Modernisering van de GGD-dienstverlening’ heeft u op basis van een AB-besluit een bestemmingsreserve van € 300.000,- gevormd. Wij vragen u in de begroting 2023 aan te geven wat de belangrijkste structurele effecten van de ingezette modernisering zijn op de manier van werken en de financiën.

88

1. Naam:

Regionale Ambulancevoorziening Brabant MWN

2. Vestigingsplaats:

Tilburg

3. Belang dat wordt behartigd:

Het verlenen van ambulancezorg ten behoeve van het werkgebied, het in stand houden van een meldkamer ambulancezorg alsmede het leveren van een bijdrage aan de geneeskundige hulpverlening bij ongevallen

4. Veranderingen in belang gemeente:

n.v.t.

5. Bestuur:

Vertegenwoordiging in algemeen bestuur, waaruit dagelijks bestuur wordt gekozen. 2022: € 0,00

6. Bijdrage Rucphen:

2023: € 0,00 2024: € 0,00 2025: € 0,00 7. Eigen vermogen begin en einde jaar: Vreemd vermogen begin en einde jaar: 8. Resultaat boekjaar:

2022: € 13.664.000,00 resp. € 13.406.000,00 2022: € 27.771.000,00 resp. € 26.021.000,00 2022: € 0,00

Aanvullende financiële richtlijnen begroting 2023 Alleen richtlijn 1 en 7 van algemene financiële richtlijnen zijn van toepassing. De financiële richtlijnen wijken bij RAV af van de algemene regionale voorbereide financiële richtlijnen. Dit heeft met de specifieke wijze van financieren van de RAV te maken. Beleidsmatige richtlijnen begroting 2023 1. De RAV waarborgt onder de nieuwe wet ambulancezorg de kwaliteit en continuïteit van de ambulancezorg in heel haar werkgebied. De ambulancezorg dient blijvend te worden uitgevoerd zonder gemeentelijke financiële bijdragen. 2. In haar begroting beschrijft de RAV hoe zij voldoet aan het Landelijk Kwaliteitskader Ambulancezorg 1.0. Dit kwaliteitskader bevat 26 indicatoren waarmee daadwerkelijk het niveau van de geleverde zorg wordt gemeten. Tijdigheid in het spoedvervoer is hier één van. De indicatoren zijn onderverdeeld in zeven segmenten: Bereikbare en beschikbare zorg, Patiënt centraal, Veilige zorg, Professionaliteit, Samenwerken, Continue verbeteren en Basis op orde. 3. De ambulancesector heeft een dynamisch karakter. De wereldwijde COVID-19-pandemie bracht nieuwe uitdagingen met zich mee. De RAV heeft in samenwerking met de zorgverzekeraars verbeterplannen opgesteld met als doel het zo vaak mogelijk behalen van de 15-minunten-norm bij urgentie.

In de begroting geeft de RAV aan hoe zij uitvoering geeft aan deze plannen, inclusief een tijdsplanning van de uit te voeren paraatheidsuitbreidingen. Uitgangspunt dient te zijn dat in het hele werkgebied de responstijd voor A1 ritten niet meer dan 5% wordt overschreden (melding-aankomst meer dan 15 minuten). 4. Het Algemeen Bestuur heeft de definitieve besluitvorming over de meest geschikte rechtsvorm voor de RAV uitgesteld totdat er duidelijkheid is over de nieuwe ordening van de ambulancezorg. De RAV informeert de gemeenten over de mogelijkheden om over te gaan naar de meest geschikte rechtsvorm. De overgang mag voor gemeenten niet leiden tot nadelige (financiële) gevolgen.

89

1. Naam:

Omgevingsdienst Midden en West-Brabant

2. Vestigingsplaats:

Tilburg

3. Belang dat wordt behartigd:

Het op een effectieve en efficiënte manier gezamenlijk taken volgend uit de wet milieubeheer uitvoeren. n.v.t.

4. Veranderingen in belang gemeente: 5. Bestuur: 6. Bijdrage Rucphen:

Vertegenwoordiging in algemeen bestuur, waaruit dagelijks bestuur wordt gekozen. 2022: € 322.998,00 2023: € 322.313,00 2024: € 321.616,00 2025: € 328.241,00

7. Eigen vermogen begin en einde jaar: Vreemd vermogen begin en einde jaar: 8. Resultaat boekjaar:

2022: € 1.843.000,00 resp. € 1.993.000,00 2022: € 3.826.000,00 resp. € 3.890.000,00 2022: € 0,00

Beleidsmatige richtlijnen begroting 2023: 1.

2.

3. 4. 5.

Geef in de begroting 2023 een meerjarenprognose van de aard en omvang van de te verwachten werkzaamheden in relatie tot toekomstige ontwikkelingen en hoe de organisatie hierop denkt in te spelen. Hierbij dient onder andere te worden ingegaan op de gevolgen van de Omgevingswet, de bezuinigingen bij deelnemers, de dienstverlening en de arbeidsmarkt. De begroting 2023 moet Omgevingswetproof (incl. bodemtaken) worden opgesteld. Dit betekent concreet dat de organisatorische, financiële en beleidsmatige gevolgen van de Omgevingswet vertaald worden in de begroting. De resultaten van de evaluatie van de MWB-norm worden concreet (herleidbaar) in de begroting 2023 opgenomen. Kijk kritisch naar bestaande werkzaamheden en evalueer deze tijdig (nut en noodzaak). Hanteer bij het opstellen van de begroting het principe nieuwe werkzaamheden voor oud. De resultaten van het aan te schaffen kwaliteitsmanagementsysteem (2022) en de doorontwikkeling van datamanagement en -beheer worden (transparant) verwerkt in de (meerjaren)begroting.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10677082/1