05 Programmabegroting 2022
Tekst van het document
Dit zou dan in 2022 zijn beslag kunnen krijgen. Ruimtelijke ontwikkelingen Vanwege de toegenomen hoeveelheid ruimtelijke initiatieven en aanvragen voor omgevingsvergunningen is in de Kadernota 2022 een voorstel opgenomen voor uitbreiding van de formatie. Ook heeft uw raad op 16 juni 2021 kennis kunnen nemen van de notitie ‘Blijven bouwen aan Rucphen’. Dit zodat invulling gegeven kan worden aan de woningbouwambities uit de Woonvisie en Toekomstvisie. Samengevat betekent dit het volgende: a. Vergunningen: 1,5 fte extra formatie vergunningen (1 fte vast + 0,5 flexibel) De structurele kosten voor 1,5 fte bedragen € 120.000,00 (+ jaarlijkse indexering) en hier staat tegenover een verhoging van de inkomsten van leges omgevingsvergunningen met ditzelfde bedrag. b. Ruimtelijke ontwikkeling: 1,5 fte extra formatie ruimtelijke ontwikkeling (1 fte vast + 0,5 flexibel) De structurele kosten voor 1,5 fte bedragen € 120.000,00 (+ jaarlijkse indexering) en hier staat tegenover een verhoging van de inkomsten van leges omgevingsvergunningen met € 20.000,00 en de inkomsten anterieure overeenkomsten met € 50.000,00. Wat resteert is een claim voor de begroting van structureel € 50.000,00. c. Beheer openbare ruimte: 1 fte extra formatie beheer openbare ruimte De structurele kosten voor 1 fte bedragen € 70.000,00 (+ jaarlijkse indexering) en zijn als claim opgenomen in de begroting.
Het betreft hier 1 fte voor de advisering van het beheer openbare ruimte (BOR) (wegen, water, groen) in verband met de hoeveelheid initiatieven.
47
1.8.5.
Beleidsindicatoren
Woonlasten éénpersoonshuishouden
Woonlasten meerpersoonshuishouden
euro
euro
720
733
800
810
Rucphen
Nederland
Rucphen
Nederland
bron: COELO, Groningen | 2021
bron: COELO, Groningen | 2021
Gemiddelde WOZ waarde woningen 280 270 260 250 240 230 220 210 200 2016
2017
2018 Rucphen
2019
2020
Nederland bron : CBS - WOZ | 2016 -2020
Nieuw gebouwde woningen per 1.000 woningen
10,4
8,9
Rucphen
Nederland bron: BAG/ABF | 2020
Demografische druk
Rucphen
68,1%
Nederland
70,1%
bron : CBS | 2021
48
2.
Overzicht van de algemene dekkingsmiddelen
2.1.
Inleiding
In dit hoofdstuk besteden wij aandacht aan de algemene dekkingsmiddelen. Algemene dekkingsmiddelen zijn inkomsten van een gemeente waarvoor geen bestedingsdoel is bepaald. Deze middelen zijn in principe vrij aanwendbaar: uw raad bepaalt voor welk doel de middelen worden ingezet. Hierbij dient natuurlijk in acht te worden genomen dat gemeenten wettelijk verplicht zijn een aantal taken uit te voeren. Het overzicht van algemene dekkingsmiddelen bevat de volgende onderdelen: • Lokale heffingen; • Algemene uitkeringen en overige uitkeringen gemeentefonds; • Dividend; • Saldo financieringsfunctie; • Overige baten en lasten.
2.2.
Overzicht algemene dekkingsmiddelen
In de tabel hieronder is de opbrengst van de verschillende algemene dekkingsmiddelen verantwoord. Vervolgens lichten wij de opbrengsten kort toe. Rekening 2020
ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN EN ONVOORZIEN Lokale heffingen Algemene uitkeringen en overige uitkeringen gemeentefonds Dividend Saldo financieringsfunctie Overige baten en lasten
Lasten Baten Lasten Baten Lasten Baten Lasten Baten Lasten Baten
Totaal algemene dekkingsmiddelen
Onvoorzien
Begr. na wijz. 2021
374.690 -3.757.717
332.607 -3.999.443
314.127 -4.061.255
-37.976.056
-40.333.858
-42.139.392
-24.963 487.195 -796.857
-35.577 433.203 -468.128 176.328
-38.000 418.659 -522.891 325.060
-43.894.868
-45.703.692
55.000
55.000
55.000
55.000
-22.816 -41.716.524
Lasten Baten
Totaal onvoorzien
2.3.
Begroting 2022
Lokale heffingen
Lokale heffingen zijn de opbrengsten uit rechten (retributies) en de eigen belastingen. Onder de algemene dekkingsmiddelen uit lokale heffingen verstaan we alleen de baten uit de eigen belastingen. Dit zijn de onroerende zaakbelasting, toeristenbelasting en forensenbelasting. Belastingopbrengsten uit rechten, zoals rioolheffing, zijn kostendekkend en daarmee niet vrij besteedbaar. Voor het opleggen en innen van de eigen belastingen betalen we een bijdrage aan de Belastingsamenwerking West-Brabant (BWB). Deze bijdrage zien we terug aan de lastenkant. Een nadere toelichting over de inkomsten en kostendekking vindt u terug in paragraaf 5.1 ‘Lokale heffingen’.
2.4.
Algemene uitkeringen en overige uitkeringen gemeentefonds
De algemene uitkering is één van de uitkeringen die gemeenten van het Rijk ontvangen. Dat gebeurt via het Gemeentefonds. Gemeenten kunnen, met inachtneming van wet- en regelgeving, zelf bepalen of zij de uitkering uitgeven aan taken die het Rijk opdraagt of aan eigen beleid. Gemeenten hoeven zich niet te verantwoorden over de besteding van de algemene uitkering richting het Rijk. De verantwoording vindt plaats aan de gemeenteraad.
49
In de Kadernota 2022 zijn de uitkomsten van de meicirculaire 2021 meegenomen en verwerkt. Aan de hand van de septembercirculaire 2021 van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is de algemene uitkering opnieuw berekend. De volgende bedragen zijn in de begroting 2022 opgenomen. In de tabel zijn tevens de bedragen uit de Kadernota 2022 (o.b.v. meicirculaire 2021) opgenomen: 2022
2023
2024
2025
Kadernota 2022: meicirculaire 2021
32.495.142
33.158.262
33.822.185
34.696.163
Begroting 2022: septembercirculaire 2021
34.983.090
34.761.635
35.312.405
36.175.799
Verschil
2.487.948
1.603.373
1.490.220
1.479.636
Middelen Jeugdzorg De bedragen in bovenstaande tabel zijn inclusief de extra middelen voor jeugdhulp, ook voor de jaren 2023 t/m 2025. Voor de jaren 2023 tot en met 2025 hebben het Rijk, de VNG en het Interprovinciaal Overleg (IPO) afgesproken dat de gemeenten de bedragen als stelpost mogen opnemen in de begroting. Vanuit behoedzaamheid en in het licht van de afspraken dat gemeenten ook zelf kostenbesparende maatregelen kunnen nemen, geldt hiervoor een maximum van 75% van het deel dat gemeenten op basis van de verdeling zouden krijgen. Met deze afspraak vervalt de eerdere richtlijn voor het ramen van extra middelen voor de Jeugdzorg. In deze begroting 2022 hebben wij deze 75% toegepast en verwerkt. In juni 2021 is bekend gemaakt dat het kabinet voor 2022 incidenteel € 1,314 miljard extra beschikbaar stelt ter compensatie van de tekorten in de jeugdzorg. Dit bedrag komt bovenop de eerder toegezegde € 300 miljoen voor dat jaar. Hierin is ook meegenomen dat gemeenten uitvoering geven aan maatregelen die in 2022 een besparing van € 214 miljoen op de jeugdzorguitgaven opleveren. Vanuit de € 1,314 miljard is, na overleg met de VNG, besloten € 9 miljoen over te hevelen naar de begroting van het ministerie van VWS ten behoeve van de uitvoering van de hervormingsagenda in 2022. Deze € 9 miljoen wordt door VWS beschikbaar gesteld aan de VNG.
Het overige deel is toegevoegd aan de algemene uitkering. Voor de gemeente Rucphen betekent dit een extra ontvangst binnen de algemene uitkering van € 1.459.000,00. Een nieuw kabinet zal moeten besluiten over noodzakelijke aanpassingen aan het jeugdstelsel en de structurele financiën. Het oordeel van de Commissie van Wijzen dient daarbij als zwaarwegende inbreng. Het Rijk en de VNG, in samenwerking met andere betrokken partijen (onder andere cliënten, aanbieders en professionals), committeren zich aan het opstellen van een hervormingsagenda, die bestaat uit een combinatie van een set van maatregelen en een financieel kader waarmee een structureel houdbaarder jeugdstelsel wordt gerealiseerd. Deze hervormingsagenda omvat zowel afspraken over maatregelen die passen binnen het huidige stelsel, als het starten met de voorbereiding van aanpassing in nationale wet- en regelgeving. Het is aan een nieuw kabinet om over de hervormingsagenda te besluiten. In onderstaande tabel zijn de bedragen opgenomen voor jeugd die de gemeente Rucphen op basis van de landelijke afspraken vanaf 2023 als stelpost mag opnemen. De bedragen die bij de Kadernota 2022 op basis van de oude afspraken waren opgenomen komen hiermee te vervallen. Stelpost extra jeugdmiddelen Kadernota 2022 o.b.v. meicirculaire 2021
2023
2024
2025
350.819
355.668
356.748
Begroting 2022 o.b.v. septembercirculaire 2021
1.219.777
1.144.869
1.055.426
Extra middelen t.o.v. kadernota
868.958
789.201
698.678
Lagere apparaatskosten (opschalingskorting) Het kabinet heeft besloten de oploop van de opschalingskorting voor gemeenten in het jaar 2022 incidenteel te schrappen. Dit leidt tot een verhoging van de algemene uitkering van het gemeentefonds van € 270 miljoen in 2022. Voor Rucphen gaat het om een bedrag van € 321.600,00. Zoals altijd geldt voor de ramingen van de algemene uitkering dat ze zijn gebaseerd op een aantal aannames, zoals aantal inwoners, woningen, bijstands- en uitkeringsgerechtigden, WOZ-waarde. Ook op macroniveau worden aannames gedaan, aan de hand waarvan de verdeling van het fonds over de diverse maatstaven plaatsvindt.
50
De algemene uitkering bevat ook uitkeringen voor specifieke taken (o.a. decentralisatie uitkeringen), deze worden hieronder toegelicht. Algemene uitkering 2022 De algemene uitkering 2022 bestaat uit de volgende onderdelen: Omschrijving a.
2022
Algemene uitkering
34.983.090 Totaal algemene uitkering
34.983.090
b.
Decentralisatie-uitkering Vergunningverlening, toezicht en handhaving
46.697
c.
Decentralisatie-uitkering versterking omgevingsveiligheidsdiensten
5.000
d.
Decentralisatie-uitkering armoedebestrijding kinderen
74.452
e.
Decentralisatie-uitkering Gezond in de stad
44.978
f.
Decentralisatie-uitkering Voorschoolse voorziening peuters
31.536
g.
Decentralisatie-uitkering Brede Reg Combi functies/buurtsportcoaches
42.772
h.
Integratie-uitkering verhoging raadsledenvergoeding kleine gemeenten
85.126
i.
Integratie-uitkering Inburgering
78.348 Totaal
35.391.999
De belangrijkste ontwikkelingen in het Gemeentefonds en de gevolgen daarvan voor de gemeente Rucphen lichten wij hieronder toe. a. Algemene uitkering De raming van de algemene uitkering is voor 2022 met € 2.487.948,00 gestegen ten opzichte van de cijfers uit de Kadernota 2022. De algemene uitkering in 2022 bedraagt € 34.983.090,00. Ook voor de jaren na 2022 wordt de algemene uitkering op basis van de septembercirculaire 2021 positief bijgesteld. b. Decentralisatie-uitkering Vergunningverlening, toezicht en handhaving Vanwege de overdracht van taken aan gemeenten op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) bij provinciale inrichtingen is vanaf 2018 structureel € 46,7 miljoen aan het Gemeentefonds toegevoegd. In dit bedrag is rekening gehouden met de bij provincies achterblijvende wettelijke taak betreffende de coördinatie van de handhavingssamenwerking binnen de provincie en de regie op de kwaliteitscriteria. Voor Rucphen bedraagt de decentralisatie-uitkering € 46.697,00. Het betreft hier geoormerkte gelden. c. Decentralisatie-uitkering versterking omgevingsveiligheidsdiensten Op basis van de septembercirculaire 2020 gaan gemeenten jaarlijks in het kader van cluster 4 van de meerjaren agenda omgevingsveiligheid 2021-2024 een bedrag van in totaal € 3,825 miljoen ontvangen.
De rijksmiddelen zijn tot en met 2020 via de provincies ter beschikking gesteld aan de Omgevingsdiensten. Vanaf 2021 is deze bijdrage toegevoegd aan het gemeentefonds. De middelen zijn bedoeld voor lokale versterking omgevingsveiligheid. Dit geeft gemeenten de ruimte om te komen tot lokale prioriteiten bij de uitvoering van omgevingsveiligheidsbeleid. Op die wijze wordt omgevingsveiligheid goed lokaal ingebed. De omgevingsdienst West-Brabant voert deze taken voor de gemeente Rucphen uit. Voor de jaren 2021 tot en met 2024 ontvangt de gemeente Rucphen jaarlijks € 5.000,00. Dit bedrag wordt toegevoegd aan het budget werkprogramma OMWB. d. Decentralisatie-uitkering armoedebestrijding kinderen Vanaf 2017 is structureel een bedrag van € 85 miljoen beschikbaar gesteld voor de bestrijding van de gevolgen van armoede onder kinderen. Jaarlijks vindt in de meicirculaire actualisatie plaats van de verdeling vanaf het volgende jaar. De middelen worden verdeeld op basis van door het CBS ontwikkelde gegevens over kinderen met een kans op armoede. De verdeling over de gemeenten voor 2022 en verder is gebaseerd op gegevens over het jaar 2021 en komt uit op € 74.452,00.
51
e. Decentralisatie-uitkering Gezond in de stad (GIDS) Gemeenten met kwetsbare wijken krijgen via de decentralisatie-uitkering Gezond in de Stad extra ruimte om de gezondheid te verbeteren van mensen in een lage sociaal-economische positie. Daarbij kunnen wijkverpleegkundigen en sociale wijkteams een belangrijke rol spelen door op basis van de gezondheidsproblematiek in de wijk meer in te zetten op preventie, vroegsignalering van gezondheidsproblemen en het leggen van verbindingen tussen gemeentelijke voorzieningen en de eerstelijnszorg. Het stimuleringsprogramma Gezond in de Stad (GIDS) wordt voortgezet in het jaar 2022. Voor genoemd jaar is een bedrag van € 19,440 miljoen beschikbaar gesteld. Bij de verdeling van de middelen wordt de tot nu gehanteerde systematiek voortgezet. Op basis van de statusscore van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) is een selectie van wijken met de laagste statusscore ten opzichte van andere wijken in Nederland gemaakt. De middelen zijn verdeeld over de gemeenten op basis van het aantal inwoners in deze wijken, met een minimum van € 20.000,00 per gemeente. De gemeente Rucphen ontvangt voor het jaar 2022 een bedrag van € 44.978,00. f.
Decentralisatie-uitkering Voorschoolse voorziening peuters Rijk en gemeenten hebben in 2016 bestuurlijke afspraken gemaakt met als doel om alle peuters de mogelijkheid te geven om naar een voorschoolse voorziening te gaan. Om gemeenten hiertoe in staat te stellen, heeft het Rijk vanaf 2016 via een decentralisatie-uitkering aan gemeenten een budget beschikbaar gesteld dat oploopt tot structureel € 60 miljoen in 2021. Dit bedrag is gebaseerd op een aanname van het aantal peuters die niet bereikt worden door gemeenten en die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag en/of voorschoolse educatie. SZW en de VNG hebben overeenstemming bereikt om de peutermiddelen vanaf 2019 niet verder op te laten lopen dan € 30 miljoen. Dit heeft als gevolg dat voor 2019 en verder de bedragen per gemeenten en de verdeling van 2018 zullen worden aangehouden. Voor Rucphen bedraagt de decentralisatie-uitkering structureel € 31.536,00. g. Decentralisatie-uitkering Brede Regeling Combinatiefuncties/buurtsportcoaches Recent zijn de afspraken van de Brede Regeling Combinatiefuncties aangepast en verstevigd. Daarmee wordt de zekerheid van de Rijksbijdrage aan buurtsportcoaches voor gemeenten vergroot. Deze verstevigde afspraken zijn in werking getreden vanaf 1 januari 2020 en zullen lopen tot en met 31 december 2022. Het beschikbare Rijksbudget is 75,2 mln. per jaar.
De regeling is aangepast naar aanleiding van de constatering van de Algemene Rekenkamer, dat de middelen niet beleids- en bestedingsvrij werden verstrekt. Met de aangebrachte wijzigingen wordt de beleids- en bestedingsvrijheid van de regeling nu verstevigd. Richting 2022 zal er in samenspraak met alle partijen die de bestuurlijke afspraken hebben ondertekend een evaluatie plaatsvinden over de wijze van voortzetting van de Brede Regeling Combinatiefuncties/buurtsportcoaches. De wijze waarop de middelen voor deze regeling tot nu toe beschikbaar zijn gesteld wordt hierin betrokken. Op basis van de decembercirculaire 2019 ontvangt de gemeente Rucphen voor de jaren 2020 tot en met 2022 een bedrag van € 42.772,00. h. Integratie-uitkering verhoging raadsledenvergoeding kleine gemeenten In de decembercirculaire 2018 zijn gemeenten geïnformeerd over de structurele verhoging van de raadsledenvergoeding in gemeenten tot 24.000 inwoners. De fondsbeheerders hebben ervoor gekozen om de middelen toe te kennen via een integratie-uitkering. Het benodigde bedrag van € 9,76 miljoen is vanaf 2019 onttrokken aan de algemene uitkering. Op basis van de Meicirculaire 2021 is de integratie-uitkering geactualiseerd. Dit heeft tot gevolg dat de uitkering vanaf 2021 met € 0,30 miljoen toeneemt naar in totaal € 10,07 miljoen.
De actualisatie komt voort uit enerzijds een afname van het aantal gemeenten dat recht heeft op de uitkering: vanwege herindelingen en/of bevolkingsgroei is een aantal gemeenten in inwoneraantal gegroeid naar meer dan 24.000 inwoners. Anderzijds diende het toegenomen verschil tussen de hoogte van de oude raadsledenvergoeding en de nieuwe vergoeding gecompenseerd te worden vanwege de jaarlijkse indexatie.
52
Bij de berekening van deze actualisatie hebben de fondsbeheerders de nieuwe vergoedingen (per 1 januari 2021) vergeleken met de gehanteerde oude raadsvergoedingsbedragen, waarbij die laatste zijn gecorrigeerd met de jaarlijkse indexatiepercentages (2019 tot en met 2021) die zijn vastgelegd in het rechtspositiebesluit voor decentrale politieke ambtsdragers. Voor de gemeente Rucphen stijgt de integratie-uitkering van € 77.780,00 naar € 85.126,00. Het voornemen is om de integratie-uitkering in het kader van de herijking van het gemeentefonds over te hevelen naar de algemene uitkering. Dat zal naar verwachting plaatsvinden per 2023. i. Integratie-uitkering Inburgering De inwerkingtreding van de nieuwe Inburgeringswet is met een half jaar uitgesteld tot 1 januari 2022. De reeds verstrekte compensatie over 2021 voor uitvoeringskosten in de IU Inburgering ad. € 27 miljoen wordt teruggedraaid. Wel krijgen gemeenten compensatie voor het uitstel en voor de zgn. ondertussengroep (dat zijn inburgeraars die nog inburgeringspichtig zijn onder de Wet inburgering 2013). De bedragen die gemeenten vanaf 2021 ontvangen betreffen de structurele bijdrage in de uitvoeringskosten. Voor 2022 is in onze begroting een bedrag geraamd van € 64.209,00. Dit wordt op basis van de Meicirculaire 2021 € 78.348,00.
Op basis van de Septembercirculaire 2020 waren de bedragen voor Rucphen vanaf 2023 en verder € 70.638,00. Op basis van de Meicirculaire 2021 worden de bedragen voor Rucphen: € 78.300,00 in 2023; € 75.584,00 in 2024 en € 72.558,00 in 2025. De integratie-uitkering zal onder het voorbehoud van de besluitvorming over de herijking van het gemeentefonds naar verwachting vanaf 2023 worden overgeheveld naar de algemene uitkering. Ontwikkelingen m.b.t. algemene uitkering volgende jaren a. Accressen 2021 – 2025 De ontwikkeling van de algemene uitkering wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van de rijksuitgaven. Volgens het systeem van ‘samen de trap op en samen de trap af’ hebben wijzigingen in de rijksuitgaven direct invloed op de omvang van het gemeentefonds. De jaarlijkse toename of afname van het gemeentefonds, voorvloeiend uit de trap op trap af-methode wordt het accres genoemd. Om rust en stabiliteit te creëren tijdens de corona-pandemie is bij de meicirculaire 2020 ervoor gekozen om de jaren 2020 en 2021 te bevriezen. Voor de jaren vanaf 2022 wordt het accres conform afspraken geactualiseerd op basis van de bestaande normeringssystematiek. Deze accrestranches zijn dus gebaseerd op de actuele groei van de accresrelevante uitgaven en grondslag in de betreffende jaren.
Uitgaven aan nood- en steunmaatregelen als gevolg van corona lopen niet mee in de accresberekening. Het reguliere uitgavenplafond waar het kabinet op stuurt geldt niet voor de uitgaven uit de noodpakketten. Deze uitgaven leiden daarom ook niet tot een effect op het accres. In de septembercirculaire 2021 zijn de accressen vanaf 2022 weer bijgewerkt en alle jaren vallen positief uit. De mutaties in het accres ten opzichte van de meicirculaire 2021 zijn als volgt: 2022: € 583,3 miljoen 2023: € 67,4 miljoen 2024: € 16,2 miljoen 2025: € 90,6 miljoen De bedragen zijn structureel en cumuleren dus. In alle jaren zijn de hogere accressen volgens de circulaire het gevolg van hogere loon- en prijsontwikkeling dan tot nu toe aangenomen. Ook in de jaren na 2022 is het accres opwaarts bijgesteld als gevolg van uitgaven klimaatmaatregelen, compenseren gedupeerden van de kinderopvangtoeslag, zorg en de EU-afdrachten. De uiteindelijke ontwikkeling van het accres in 2022 en verder is afhankelijk van de keuzes die een nieuw kabinet maakt. b. Herijking verdeling gemeentefonds De fondsbeheerders hebben in februari 2021 de herverdeeleffecten van de herijking van het Gemeentefonds voor het jaar 2017 gepubliceerd. Naar aanleiding van dit voorstel heeft de Raad voor het Openbaar bestuur (ROB) op 25 maart 2021 een tussenbericht met kritische vragen en opmerkingen uitgebracht.
Het ging onder andere over de uitlegbaarheid van de herverdeeleffecten, met name in het sociaal domein. Dat was voor de fondsbeheerders aanleiding het voorstel opnieuw te bezien.
53
Op 9 juli jl. hebben de fondsbeheerders een aangepast voorstel voor het jaar 2017 bekend gemaakt en op 12 augustus jl. de actualisatie van het verdeelvoorstel Gemeentefonds naar het jaar 2019. In dit verdeelvoorstel gaan 168 gemeenten er op vooruit en 187 gemeenten er op achteruit. De gemeente Rucphen is op basis van deze uitkomsten een voordeelgemeente, van € 27,00 per inwoner. Volgens de berekening die het Rijk hierbij gebruikt, komt dit neer op afgerond € 606.000,00 wat we extra kunnen verwachten vanaf 2023. Hierbij wordt dan gebruikgemaakt van een ingroeipad van € 15,00 per inwoner per jaar, waardoor Rucphen vanaf 2024 het volledige bedrag ontvangen zal hebben. Ook is de ROB weer om advies gevraagd. Na ontvangst en weging van het definitieve advies van de ROB start de VNG-consultatie bij gemeenten in de maanden november en december van 2021. Een nieuw kabinet zal een besluit moeten nemen over het nieuwe verdeelstelsel. Inwerkingtreding is voorzien per 1 januari 2023. De publicatie van definitieve resultaten is uiterlijk in de meicirculaire 2022. Op basis van de laatste uitkomsten kunnen en mogen we hier nu in deze begroting 2022 niets mee doen. Het betreft hier namelijk voorlopige effecten.
Na definitieve besluitvorming over de invoering van het verdeelvoorstel zal met de dan bekende gegevens nog een actualisatie plaatsvinden naar 1 januari 2023, het beoogde moment van invoering van de nieuwe verdeling. Deze laatste actualisatieslag zal inzicht geven in de definitieve herverdeeleffecten voor gemeenten. Het bedrag van € 27,00 per inwoner kan dan dus weer wijzigen op basis van die actualisatieslag. Wij hanteren hierbij het uitgangspunt, dat wanneer de uitkomst van de herijking cijfermatig verwerkt is in een circulaire van het gemeentefonds, wij deze zullen verwerken in onze begroting. Zolang daar nog geen sprake van is en zolang onze Provinciale toezichthouder niet met andere richtlijnen komt, houden wij vast aan ons uitgangspunt. c. Meerjarige ontwikkeling uitkeringsfactor Bij de berekening van de algemene uitkering gedurende de planperiode is rekening gehouden met de volgende uitkeringsfactoren, welke zijn genoemd in de septembercirculaire 2021:
meicirculaire 2021
2022
2023
2024
2025
1,704
1,721
1,741
1,774
septembercirculaire 2021
1,754
1,762
1,782
1,820
verschil aantal punten
0,050
0,041
0,041
0,046
De uitkeringsfactoren vallen voor de jaren 2022 – 2025 hoger uit. Deze stijgingen worden voornamelijk veroorzaakt door de algemene mutaties die in deze circulaire zijn verwerkt (o.a. door de nieuwe accresstanden in 2022-2026, het incidenteel schrappen van de oploop van de opschalingskorting in het jaar 2022 en de ontwikkeling van de uitkeringsbasis door actualisatie van de raming van de verdeelmaatstaven). Sociaal domein: Integratie-uitkeringen In 2019 heeft de gedeeltelijke overheveling van het integreerbare deel van de integratie-uitkering sociaal domein (IUSD) naar de algemene uitkering plaatsgevonden. Vanaf uitkeringsjaar 2019 bestaat de integratieuitkering Sociaal domein niet meer. Een aantal onderdelen van de integratie-uitkering Sociaal domein konden per 2019 nog niet overgeheveld worden. In het Bestuurlijk overleg financiële verhoudingen van 23 mei 2018 is besloten om deze uitkeringen met ingang van 2019 bekend te laten staan als de integratie-uitkering Beschermd wonen, de integratie-uitkering Voogdij/18+ en de integratie-uitkering Participatie. In 2022 blijft in totaliteit een bedrag van € 6.730.003,00 voor deze integratie-uitkeringen over.
Dit bedrag is ten opzichte van de Kadernota 2022 met € 8.946,00 neerwaarts bijgesteld (onderdeel integratie-uitkering Participatie: re-integratie) .Bij de betreffende taakvelden zijn budgetten opgenomen die overeenkomen met de bijdrage van het Rijk.
54
Taakmutaties a. Rijksvaccinatieprogramma HPV mannen Met ingang van 1 januari 2022 worden naast meisjes ook jongens in het kader van het Rijksvaccinatieprogramma gevaccineerd tegen het Humaan Papillomavirus (HPV-virus). Daarnaast wordt de vaccinatieleeftijd verlaagd naar 10 jaar. Ten behoeve van deze taakuitbreiding wordt de algemene uitkering vanaf 2022 structureel opgehoogd met € 2,778 miljoen. Voor Rucphen gaat het om structureel € 3.104,00. Deze middelen worden toegevoegd aan het budget Uitvoeren Rijksvaccinatieprogramma (RVP). b. Handhaving energielabel C kantoren In het Bouwbesluit is vastgelegd dat per 1 januari 2023 een kantoor energielabel C of beter moet hebben om nog als kantoor gebruikt te mogen worden. De gemeente is het bevoegde gezag en handhaaft de wetgeving. Via de algemene uitkering ontvangen gemeenten compensatie voor de handhavingslasten. Het gaat voor de periode 2021 tot en met 2025 om € 1,72 miljoen per jaar en voor de periode 2026 tot en met 2029 om € 0,38 miljoen per jaar. Naar verwachting is handhaving na 2029 niet meer aan de orde omdat de kantoren dan voldoen aan de energieprestatie -eisen. Voor Rucphen gaat het om € 2.180,00 per jaar (voor de jaren 2021 t/m 2025). c.
Toezicht en handhaving gastouderschap Voor het ondersteunen van gemeenten bij hun handhavingstaak in de kinderopvang in het kader van het intensiveren van toezicht en handhaving van de gastouderopvang stelt het ministerie van SZW vanaf 2022 jaarlijks € 6,4 miljoen extra ter beschikking via de algemene uitkering. Voor Rucphen gaat het om € 6.000,00 per jaar, dit bedrag wordt als stelpost opgenomen in de begroting. d. Rijksvaccinatieprogramma meningokokken Met ingang van 1 januari 2021 wordt de uitvoering van de vaccinatie tegen meningokokken (MenACWY) overgedragen aan de gemeenten. De daarmee gemoeide middelen worden toegevoegd aan de reeds eerder overgehevelde middelen voor de uitvoering van het rijksvaccinatieprogramma (RVP). Het gaat om € 3,74 miljoen in 2021, oplopend naar € 3,87 miljoen structureel vanaf 2024. Voor Rucphen gaat het voor de jaren 2022 tot en met 2023 om € 4.019,00 en vanaf 2024 € 4.082,00. Dit bedrag wordt opgenomen als stelpost in de begroting. e. 5e Corona steunpakket: Gemeentelijk schuldenbeleid 2022 en bijzondere bijstand Als onderdeel van het steun- en herstelpakket stelt het kabinet in 2022 extra middelen voor het gemeentelijk schuldenbeleid (€ 30 miljoen in 2022) en de bijzondere bijstand (€ 15 miljoen in 2022) beschikbaar.
Gericht op het bieden van snelle hulp en ondersteuning aan mensen die vanwege de crisis te maken krijgen met (dreigende) schulden- en armoedeproblematiek. Voor 2020 en 2021 zijn reeds middelen toegekend in de decembercirculaire 2020. Rucphen ontvangt voor het onderdeel gemeentelijke schuldenbeleid een bedrag van € 27.167,00 en voor bijzondere bijstand € 13.584,00. Beide bedragen worden gestort in de risicoreserve Coronacrisis. f. 5e Corona steunpakket: Aanvullende pakket re-integratie 2022 Als onderdeel van het steun- en herstelpakket stelt het kabinet in 2022 extra middelen beschikbaar voor de reintegratie van bijstandsgerechtigden (€ 14,740 miljoen in 2022). Gemeenten ontvangen deze extra middelen zodat zij de reguliere dienstverlening op peil kunnen houden nu de instroom in de bijstand toeneemt. Daarnaast ontvangen gemeenten in 2022 een tijdelijke impuls voor re-integratie (€ 43,438 miljoen) die gemeenten in staat stelt om de dienstverlening aan mensen die nu als gevolg van de crisis de bijstand instromen te intensiveren. Voor 2020 en 2021 zijn reeds middelen toegekend in de decembercirculaire 2020. Rucphen ontvangt in 2022 voor het onderdeel aanvullend pakket re-integratie € 9.933,00 en voor het onderdeel impuls re-integratie 2022 € 29.271,00. Beide bedragen worden gestort in de risicoreserve Coronacrisis.
55
2.5.
Treasury
Dividend Dividend is winstuitkering van een onderneming aan haar aandeelhouders. Gemeente Rucphen heeft 19.656 aandelen in BNG Bank. We verwachten in 2022 een winstuitkering over het aandelenbezit in 2021. De raming is gebaseerd op een gemiddelde van de werkelijk ontvangen dividenden over de afgelopen jaren. Saldo van de financieringsfunctie Onder financieringsfunctie verstaan we alle activiteiten die te maken hebben met het verwerven en beheren van financiële middelen. Het saldo van de financieringsfunctie is het saldo van (a) de betaalde rente (kosten) over de aangegane leningen en de aangetrokken middelen in rekening-courant en (b) de ontvangen rente (opbrengsten) over de uitzettingen inclusief de toegerekende rentelasten aan de programma’s. We presenteren het saldo in het volgende overzicht: Omschrijving
2022
2023
2024
2025
Rentekosten van langlopende geldleningen Rente kasgeldleningen Kosten betalingsverkeer en beheer Rentetoerekening (boekwaarde aandelen) Raming kosten rente rekening-courant Kosten i.v.m. invordering (a) totale kosten
401.411 16.492 756 418.659
425.856 16.682 756 443.294
444.827 17.010 756 462.593
460.755 17.209 756 478.720
Raming opbrengst rente rekening-courant Rente hypothecaire geldleningen Rentevergoeding grondbedrijf Ontvangsten i.v.m. invordering Toegerekende reële en bespaarde rente Ontvangen dividend (b) totale opbrengsten
635 30.233 24.000 468.023 38.000 560.891
568 20.411 24.000 445.103 38.000 528.082
497 2.374 24.000 423.818 38.000 488.689
423 -5.305 24.000 403.123 38.000 460.241
Saldo
142.232
84.788
26.096
-18.479
Aan de kostenzijde is een duidelijke toename te zien in de totale rentekosten. Op basis van de recent geactualiseerde liquiditeitenplanning zullen we in de periode 2022–2025 afgerond 14,2 miljoen aan geldleningen moeten aantrekken en jaarlijks 5 miljoen aan kasgeldleningen. Dit met een stijging in de totale rentekosten als gevolg. Aan de opbrengsten kant neemt de boekwaarde van de lopende investeringen, als gevolg van afschrijving, af. Hierdoor wordt de aan de taakvelden toegerekende rente lager. Na het realiseren van investeringen wordt aan de taakvelden meer rente toegerekend. De rentekosten worden via een omslagmethode toegerekend aan taakvelden waar een boekwaarde van een investering voorkomt. In gevallen dat voor specifieke investeringen geldleningen worden afgesloten, mag de werkelijke rente worden doorbelast. Dat deel van de rentekosten blijft dan buiten de omslag. Wij hebben enkel geldleningen afgesloten voor algemene financiering. Dat betekent dus dat de rentekosten via omslag worden doorberekend. De omslagrente is bepaald op 0,39% en wordt conform de regelgeving afgerond op 0,50%.
56
Reële en bespaarde rente toegerekend aan taakvelden: Omschrijving 0.2 Burgerzaken 0.4 Overhead 0.5 Treasury 1.1 Crisisbeheersing en brandweer 1.2 Openbare orde en veiligheid 2.1 Verkeer en vervoer 2.5 Openbaar vervoer 3.1 Economische ontwikkeling 3.2 Fysieke bedrijfsinfrastructuur 3.3 Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen 4.1 Openbaar basisonderwijs 4.2 Onderwijshuisvesting 4.3 Onderwijsbeleid en leerlingzaken 5.2 Sportaccommodaties 5.5 Cultureel erfgoed 5.7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie 6.1 Samenkracht en burgerparticipatie 6.71 Maatwerkdienstverlening 187.1 Volksgezondheid 7.2 Riolering 7.3 Afval 7.4 Milieubeheer 7.5 Begraafplaatsen en crematoria 8.2 Grondexploitatie (niet-bedrijventerreinen) 8.3 Wonen en bouwen
2022 50 59.180 756 3.085 358 162.427 903 11 31 95 5.072 37.168 2.630 52.488 17 8.225 40.361 75 425 68.635 835 40 175 23.149 1.832 468.023
Voor de berekening van de renteomslag wordt verwezen naar de paragraaf 5.4 Financiering.
2.6.
Overige baten en lasten
Onder overige baten en lasten worden diverse stelposten verantwoord, o.a. de stelpost extra jeugdmiddelen en de stelpost Integratie-uitkering voogdij 18+ i.v.m. woonplaatsbeginsel.
2.7.
Onvoorzien
Voor 2022 is een post voor onvoorziene uitgaven opgenomen van € 55.000,00. De post mag worden aangewend voor zaken die onvoorzien, onvermijdbaar en onuitstelbaar zijn. Aanwending zal steeds aan uw raad worden voorgelegd.
57
3.
Overzicht van de kosten van overhead
In de programma’s nemen we alleen de kosten van het primaire proces op. Dit met het uitgangspunt dat we kosten zoveel mogelijk direct toerekenen aan een taakveld. Overhead is niet direct toe te rekenen aan een specifiek taakveld en wordt daarom centraal begroot en verantwoord. De commissie BBV schrijft voor de kosten van overhead in een apart overzicht op te nemen. Om vast te stellen welke kosten onder de overhead vallen, is door de commissie de volgende definitie opgesteld: “Alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces”. Doordat de overhead op een apart taakveld wordt begroot, staan deze niet bij de taakvelden van bijvoorbeeld riolering en afval. Om de tarieven toch juist vast te stellen, rekenen we de overhead afzonderlijk toe. De methode zelf wordt niet voorgeschreven, maar dient wel door de raad te worden vastgesteld en in de financiële verordening te worden opgenomen. In de raadsvergadering van 19 september 2018 is de Financiële Verordening 2018 vastgesteld. Ook is in de paragraaf Lokale Heffingen per bestemmingsheffing een tabel opgenomen waarin de berekening van de kostendekkendheid is verwerkt. In onderstaande tabel zijn de kosten van overhead in rubrieken onderverdeeld, vervolgens is een aantal rubrieken toegelicht.
Rubriek Salariskosten Overige personeelskosten Rentekosten Afschrijvingskosten Belastingen en verzekeringen Behandeling Bezwaren en rechtskundig advies Inkoop Communicatie Dienstverlening en informatievoorziening Archief Facilitair Catering en overige kosten Totaal overheadkosten Doorbelaste overhead Totaal netto overheadkosten
Raming 2022 4.532.700 279.284 59.180 712.686 149.223 126.882 121.751 51.459 824.900 99.667 278.747 37.305 7.273.784 186.866 7.086.918
Salariskosten Het merendeel van de kosten van overhead bestaat uit salariskosten. De doorbelaste salariskosten bedragen € 4.532.700. Aan het taakveld overhead wordt afgerond 50 fte van de ambtelijke organisatie toegerekend. De totale omvang van de organisatie is afgerond 144 fte. Overige personeelskosten Onder deze rubriek vallen alle kosten die betrekking hebben op personeel, niet zijnde salariskosten. De belangrijkste onderdelen hierin zijn: • werving en selectie; • kosten van arbodienst en arbeidsgeneeskundig onderzoek; • reis- en verblijfkosten; • studies en cursussen; • ondernemingsraad. Rentekosten Deze rubriek bevat de toegerekende rente op basis van het omslagprincipe over de boekwaarde van gebouw, inventaris, automatisering, etc. Dit bedrag is terug te vinden in de tabel uit paragraaf 2.5. Afschrijvingskosten Deze rubriek betreft het bedrag aan afschrijvingskosten voor het gemeentehuis (gebouw), automatisering en telecommunicatie etc. Belasting en verzekeringen Betaalde belastingen en afgedragen premies.
58
Behandeling bezwaren en rechtskundig advies Overheidsorganen zoals gemeenten kunnen beslissingen nemen met rechtsgevolgen voor anderen. De rechtsbescherming is o.a. geregeld in de Algemene Wet Bestuursrecht. Daarnaast kan het zijn dat iemand meent niet correct behandeld te zijn door de gemeente (bestuur of medewerkers) en daarover een klacht wil indienen. Een klacht wordt in eerste instantie door de gemeente zelf behandeld. Als dat niet tot een oplossing leidt kan een klacht worden ingediend bij een onafhankelijke ombudsvoorziening, de Commissie Ombudsman. Inkoop Wij hebben de werkzaamheden van inkoop en aanbesteding voornamelijk uitbesteed aan de Stichting Inkoopbureau West-Brabant, een samenwerkingsverband van gemeenten en gemeenschappelijke regelingen op het gebied van inkoop in de regio Zuid-West Nederland. Het Inkoopbureau ondersteunt en adviseert haar deelnemers op het gebied van inkoop en contractmanagement in de ruimste zin van het woord. Bij iedere deelnemer worden een of meerdere medewerkers vanuit het Inkoopbureau gestationeerd. Deze medewerkers zorgen dat het inkoop- en aanbestedingsbeleid actueel is, verzorgen de begeleiding van aanbestedingen en vervullen een helpdeskfunctie op het gebied van inkoop. Ook verzorgt het Inkoopbureau de coördinatie, de aanbestedingen en het contractmanagement van regionale en gezamenlijke aanbestedingen.
Daarnaast biedt het Inkoopbureau verzorging van het contractmanagement van (complexe) contracten en van het doorlopen van innovatieve aanbestedingen. Communicatie In de paragraaf 5.5 ‘Bedrijfsvoering’ lichten we ‘communicatie’ nader toe. Dienstverlening en Informatievoorziening In de paragraaf 5.5 ‘Bedrijfsvoering’ lichten we ‘dienstverlening en informatievoorziening’ nader toe. Archief De rubriek ‘archief’ bevat de bijdrage aan de gemeenschappelijke regeling ‘West-Brabants Archief’ (WBA). De begroting 2022 is beleidsmatig en financieel in overeenstemming. De bijdrage voor Rucphen bedraagt € 99.667,00. Facilitair Dit onderdeel omvat alle kosten die te maken hebben met het gebruik van het gemeentehuis zoals schoonhouden, energieverbruik, onderhoud gebouw, inventaris en installaties en beveiliging. De inkomsten in verband met verhuur zijn op de kosten in mindering gebracht. Tevens omvat deze rubriek de kosten van druken bindwerk, briefporten en abonnementen op (digitale) vakliteratuur. Catering en overige kosten Hieronder vallen de kosten van het bedrijfsrestaurant.
59
4.
Bedrag voor de heffing voor de vennootschapsbelasting
Gemeenten zijn op grond van de 'Wet modernisering Vpb-plicht overheidsondernemingen' verplicht vennootschapsbelasting (Vpb) te betalen als zij een fiscale onderneming hebben. Deze wet is, mede onder druk van de Europese Commissie, ingevoerd om een gelijk speelveld te maken tussen overheidsondernemingen en private ondernemingen. De belasting heeft voor onze gemeente betrekking op het grondbedrijf en over opbrengsten van het afval (niet de afvalstoffenheffing).
60
5.
De Paragrafen
Als onderdeel van de programmabegroting 2022 – 2025 nemen wij, conform het BBV, zeven programmaoverstijgende paragrafen op. Daar waar de programma’s een horizontale doorkijk geven op alle inhoudelijke aspecten van het programma geven de paragrafen juist een verticale doorkijk vanuit een bepaald (financieel) perspectief. In de paragrafen staat informatie voor raadsleden waarmee zij inzicht krijgen in de financiële positie van onze gemeente, de beheersmatige aspecten en de risico’s. Wij gaan in op de volgende onderwerpen: • lokale heffingen • weerstandsvermogen en risicobeheersing • onderhoud van kapitaalgoederen • financiering • bedrijfsvoering • verbonden partijen • grondbeleid
5.1
Lokale heffingen
Lokale heffingen zijn de opbrengsten uit rechten (retributies) en de eigen belastingen. In deze paragraaf staat informatie over: • de actualiteiten; • de beleids- en begrotingsuitgangspunten; • de geraamde inkomsten; • de kostendekking van de tarieven; • de lokale lastendruk; • het kwijtscheldingsbeleid; • Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking West-Brabant (BWB). Actualiteiten Toename waardebezwaren De verwachting is dat de groei van het aantal waardebezwaren van de afgelopen jaren blijft doorzetten. Dit wordt grotendeels veroorzaakt door de tussenkomst van no cure no pay (NCNP)-bureaus. Het verdienmodel van NCNP-bureaus is gericht op vergoedingen (proceskosten) die zij ontvangen als professionele ondersteuner in een bezwaarproces. Die vergoedingen zijn vaak een veelvoud van het voordeel voor de bezwaarmaker. Deze ontwikkeling leidt tot een sterke stijging van de kosten, door extra tijdsbesteding aan bezwaarafhandeling en te betalen proceskosten. De BWB zet in op verschillende hulpmiddelen om de bezwaarmakers te motiveren om rechtstreeks met BWB te schakelen. Er zijn dan geen proceskosten verschuldigd en het resultaat voor de bezwaarmaker blijft gelijk. Modelverordening Riool- en Waterzorgheffing vervangt Modelverordening Rioolheffing De VNG heeft de Modelverordening Rioolheffing vervangen om recht te doen aan de bredere invulling van de gemeentelijke watertaken.
Wateroverlast en verdroging vragen steeds meer maatregelen in de publieke ruimte. Van de maatregelen in de publieke ruimte heeft iedereen profijt, daarom worden in de nieuwe modelverordening zoveel mogelijk percelen in de heffing betrokken. Bijvoorbeeld cultuurgronden en natuurterreinen dragen nu veelal nog niet bij in de kosten van de gemeentelijke watertaken. Voor 2022 adviseert de BWB de bestaande modelverordening te handhaven en voor 2023 de financiële en uitvoeringsconsequenties van de diverse keuzes in het nieuwe VNG model in beeld te brengen. Een tijdstip na deze verkiezingen is een logisch moment voor het maken van een keuze voor een variant brede Riool en Waterzorgheffing. Er is dan voldoende tijd voor een zorgvuldige communicatie en belangenafweging naar de nieuwe belastingplichtigen.
61
Beleids- en begrotingsuitgangspunten De belangrijkste beleidsuitgangspunten voor de heffing van gemeentelijke belastingen, rechten en leges worden ieder jaar in de paragraaf lokale heffingen van de begroting beschreven. Deze uitgangspunten volgen het Coalitieakkoord 2018–2022 voor deze raadsperiode. De meest belangrijke uitgangspunten kunnen als volgt worden samengevat: • de opbrengstverhoging van de onroerende-zaakbelastingen (OZB) jaarlijks beperken tot maximaal 2%; • een 100% kostendekkende tariefberekening bij de afvalstoffenheffing en rioolheffing. Verder is het gebruikelijk om de jaarlijkse verhoging van de toeristen- en forensenbelasting te koppelen aan de OZB-opbrengstverhoging. De verhoging van andere belastingen en rechten, zoals het marktgeld en lijkbezorgingsrechten, koppelen we aan het Consumenten Prijs Indexcijfer (CPI). Volgens de Kerngegevenstabel 2019 – 2022, gepubliceerd in juni 2021, is het indexcijfer voor 2022 ingeschat op 1,8%. Ten aanzien van deze uitgangspunten is, de Kadernota 2022 op 7 juli 2021 voor kennisgeving aangenomen en wordt de inhoud als basis gebruikt voor de Programmabegroting 2022. Zoals gebruikelijk wordt het voorstel tot aanpassing van de belastingverordeningen en wijziging van de tarieven in de raadsvergadering van december, voorafgaand aan het nieuwe belastingjaar, behandeld.
Het vaststellen van belastingverordeningen en tarieven is een autonome bevoegdheid van de gemeenteraad. Geraamde inkomsten In onderstaande tabel is voor de verschillende soorten belastingen en heffingen de geraamde opbrengst volgens de begroting 2022 opgenomen. Soort
Begroting
Algemene dekkingsmiddelen
4.061.255
Onroerendezaakbelasting:
3.896.995
eigenaar woningen
2.792.381
eigenaar niet-woningen
665.944
gebruiker niet-woningen
438.670
meeropbrengst OZB areaaluitbreiding
30.000
Forensenbelasting
18.402
Toeristenbelasting
115.858
Leges
897.228
Algemene dienstverlening
169.553
Algemene dienstverlening (rijksleges)
79.500
Omgevingsvergunningen
615.500
Europese dienstenrichtlijn
7.875
Naturalisaties en Eigen Verklaring (CBR)
24.800
Overige heffingen
5.173.089
Rioolheffing
2.344.979
Afvalstoffenheffing
2.790.680
Lijkbezorgingsrechten
25.755
Marktgelden
11.675
62
Onroerende-zaakbelastingen (OZB) Op basis van artikel 220 van de Gemeentewet mogen we belastingen op onroerende zaken heffen. Dit doen we om een deel van onze gemeentelijke taken te bekostigen. De onroerende-zaakbelastingen vormen de grootste ‘eigen’ inkomstenbron van onze gemeente. Drie groepen krijgen een aanslag OZB: • eigenaren van woningen; • eigenaren van niet-woningen; • gebruikers van niet-woningen. De eigenaar/gebruiker op 1 januari van enig jaar is belastingplichtig voor het gehele jaar. De heffingsgrondslag is de (WOZ)waarde van de onroerende zaak die met een WOZ-beschikking is vastgesteld. Voor het belastingjaar 2022 geldt de waardepeildatum 1 januari 2021. Bij de OZB heeft de raad een keuzevrijheid met betrekking tot de vaststelling van de tarieven, de verdeling van de lasten tussen groepen belastingplichtigen (eigenaren en gebruikers) en het in de verordening opnemen van aanvullende vrijstellingen. Bij de vaststelling van de OZB-opbrengst wordt, conform het coalitieakkoord, vastgehouden aan de afgesproken maximale stijging van 2%. Deze jaarlijkse stijging is verwerkt in de meerjarenraming. Daarnaast is rekening gehouden met extra opbrengst als gevolg van areaaluitbreiding. De vastgestelde OZB-opbrengst in combinatie met totale WOZ-waarde bepaalt het definitieve tarief. Hierbij wordt uitgegaan van de totale WOZ-waarde van alle woningen en niet-woningen.
Deze waarde wordt berekend exclusief areaaluitbreiding en waardeverlaging als gevolg van bezwaar- en beroepschriften. Wel houden we rekening met de verwachte waardeontwikkeling. Forensenbelasting We heffen forensenbelasting om mensen die relatief veel in onze gemeente verblijven, maar geen ingezetene zijn van onze gemeente, mee te laten betalen aan voorzieningen in onze gemeente. Het doel is niet om kosten voor deze voorzieningen één op één te verhalen, maar juist om een bijdrage te vragen aan het algemene voorzieningenniveau. De heffingsgrondslag is de WOZ-waarde van de woning waarin het verblijf plaatsvindt. Conform de uitgangspunten verhoogden we de opbrengst forensenbelasting met hetzelfde percentage als de OZB (2%). Toeristenbelasting Toeristenbelasting is verschuldigd over zakelijke of privé overnachtingen van mensen buiten de gemeente die hiervoor een vergoeding betalen. Degene die overnacht, betaalt de belasting vrijwel altijd aan de ondernemer die de overnachting verzorgt. Deze ondernemer draagt de belasting daarna af aan de gemeente. Deze belasting kent zowel een tarief voor volwassenen als voor jeugdige personen tot en met de leeftijd van 18 jaar. Bij de wijziging van de tarieven van de toeristenbelasting houden we rekening met het amendement dat in december 2014 door de raad is aangenomen.
De tarieven worden pas verhoogd als de meerjarige indexering gekoppeld aan de OZB-opbrengstverhoging (2%) leidt tot een verhoging van de tarieven met een tot op € 0,05 nauwkeurig af te ronden tarief. In 2022 stijgt het tarief voor volwassenen naar € 1,05. Het tarief voor personen jonger dan 18 jaar blijft € 0,75.
63
Kostendekking van de tarieven Naast de hiervoor genoemde belastingen beschrijven we in dit onderdeel ook de heffingen en rechten die hoogstens kostendekkend mogen zijn. We maken inzichtelijk hoe we bij de berekening van de tarieven borgen dat de geraamde baten de geraamde lasten niet overschrijden, wat de beleidsuitgangspunten zijn en hoe deze uitgangspunten gebruiken bij de tariefstelling. Rioolheffing De rioolheffing hangt samen met de wettelijke zorgplicht voor drie beleidsvelden op het gebied van water. Doel van de rioolheffing is om geld vrij te maken voor onder meer de afvoer van afvalwater, de afvoer van regenwater (ook wel hemelwater genoemd) en het beheer van het grondwaterpeil. De inkomsten uit rioolheffing zijn alleen beschikbaar voor uitgaven gerelateerd aan de beschreven zorgtaken. Het heffen van rioolheffing om andere gemeentetaken te financieren is niet toegestaan. Onze rioolheffing bestaat uit een vast bedrag voor woningen; voor niet-woningen is de hoogte van de heffing afhankelijk van de WOZ-waarde van het object, waarbij in de verordening een maximumbedrag van € 2.500,00 is opgenomen. De tariefontwikkeling van de rioolheffing is afhankelijk van de kostenonderbouwing zoals opgenomen in de financiële paragraaf van het gemeentelijk rioleringsplan. Op 13 december 2017 heeft uw raad het verbreed gemeentelijke rioleringsplan (vGRP) 2018 – 2022 vastgesteld.
Hierbij is gekozen voor het scenario ‘risicogestuurd rioolbeheer’. Hierbij is een volledig 100%-kostendekkende tariefberekening het uitgangspunt. Uit de projecties van de voorziening GRP voor de komende 60 jaar is gebleken dat de voorziening voldoende toereikend is om het vaste woningtarief tot en met 2025 niet te verhogen. Het tarief 2020 van € 207,02 blijft gehanteerd. Voor niet-woningen blijft de hoogte van het tarief afhankelijk van de WOZ-waarde van het object. Berekening van de kostendekkendheid rioolheffing Omschrijving
Begroot
Kosten taakveld(en), incl. (omslag)rente Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen
1.703.265 91.829
Netto kosten taakveld
1.611.436
Toe te rekenen kosten Overhead incl. (omslag)rente
170.917
BTW
218.697
Overig
343.929
Totale kosten
2.344.979
Opbrengst heffingen
2.344.979
Dekkingspercentage
100,0%
64
Afvalstoffenheffing Gemeenten zijn wettelijk verantwoordelijk voor de inzameling van het afval van huishoudens. Met de afvalstoffenheffing kan de inzameling van het huishoudelijk afval worden bekostigd. De inkomsten uit de afvalstoffenheffing mogen niet meer dan kostendekkend zijn. Alle particuliere huishoudens waar de gemeente de inzamelplicht nakomt, moeten afvalstoffenheffing betalen. De heffing stellen we vast per perceel. Sinds de invoering van het DIFTAR-systeem bestaat de heffing uit een vast bedrag per perceel (woning) en een drietal variabele tarieven voor het per keer aanbieden van de verschillende afvalcontainers (restafval-, GFT-afval- en ondergrondse verzamelcontainer). Voor de huis-aanhuis inzameling van papier en plastic is géén bedrag verschuldigd. Het uitgangspunt bij de afvalstoffenheffing is een volledig 100%-kostendekkende tariefberekening. Alle kosten van de activiteiten die in enige mate (geheel/gedeeltelijk) kunnen worden toegerekend aan de in de Wet Milieubeheer opgenomen gemeentelijke zorgplicht voor het verwijderen van huishoudelijke afvalstoffen, inclusief de kosten van de milieustraat, zijn in de kostenonderbouwing meegenomen. Daarbij maken we onderscheid tussen vaste en variabele kosten, om zo het vaste tarief per perceel en de verschillende containertarieven te berekenen. Berekening van de kostendekkendheid afvalstoffenheffing Omschrijving
Begroot
Kosten taakveld(en), incl. (omslag)rente Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen
2.230.731 181.700
Netto kosten taakveld
2.049.031
Toe te rekenen kosten Overhead incl. (omslag)rente
60.291
BTW
421.691
Overig
259.667
Totale kosten
2.790.680
Opbrengst heffingen
2.790.680
Dekkingspercentage
100,0%
65
Leges We heffen leges voor het in behandeling nemen van verschillende aanvragen voor gemeentelijke dienstverlening of voor het verkrijgen van diverse producten. Denk hierbij aan inwoners die betalen voor een paspoort, een rijbewijs of een uittreksel uit de gemeentelijke basisadministratie, maar ook aan projectontwikkelaars die een aanvraag indienen voor een omgevingsvergunning. De totale opbrengst uit de leges mag de totale kosten niet overtreffen. Met andere woorden: een gemeente mag geen winst maken op de diensten die zij levert. De tarieven voor leges zijn daarom kostendekkend berekend. Daarnaast zijn er bepaalde producten waarvoor maximumtarieven gelden. Deze zijn landelijk vastgesteld. We berekenen alle tarieven op basis van de ‘activity-based-costing-methode’, waarbij we een inschatting maken van de werkelijke kosten van een dienst/product. Hierbij houden we rekening met de geraamde tijdsbesteding, externe kosten en een doorbelasting van overhead. Titel 1 Algemene dienstverlening kosten
opbrengsten
dekking
hoofdstuk 1
Dienstverlening en Producten
2.481
2.404
96,9%
hoofdstuk 2
Burgerlijke stand
19.036
16.905
88,8%
hoofdstuk 3
Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart
108.841
86.297
79,3%
hoofdstuk 4
Rijbewijzen
102.084
94.803
92,9%
hoofdstuk 5
Verstrekkingen uit de basisregistratie personen
4.091
2.603
63,6%
hoofdstuk 6
Vervallen
-
-
-
hoofdstuk 7
Vastgoedinformatie
-
-
-
hoofdstuk 8
Overige publiekszaken
12.921
8.398
65,0%
hoofdstuk 9
Leegstandwet
-
-
-
hoofdstuk 10 Vervallen
-
-
-
942
905
96,1%
hoofdstuk 12 Telecommunicatie en ondergrondse infrastructuur
27.866
20.035
71,9%
hoofdstuk 13 Verkeer en vervoer
19.722
16.703
84,7%
hoofdstuk 14 Vervallen
-
-
-
hoofdstuk 15 Diversen
-
-
-
kostendekking Titel 1
297.984
249.053
83,6%
hoofdstuk 11 Kansspelen
Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning kosten
opbrengsten
dekking
hoofdstuk 1
Begripsomschrijvingen
-
-
-
hoofdstuk 2
Voorafgaand aan de formele aanvraag
-
-
-
hoofdstuk 3
Omgevingsvergunning
674.286
595.347
88,3%
hoofdstuk 4
Vermindering
-
-
-
hoofdstuk 5
Teruggaaf
hoofdstuk 6
Wet ruimtelijke ordening/Wet geluidhinder
hoofdstuk 7
In deze titel niet benoemde beschikking
kostendekking Titel 2
-
-
-
64.546
20.153
31,2%
-
-
-
738.832
615.500
83,3%
66
Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn kosten
opbrengsten
dekking
hoofdstuk 1
Horeca
3.296
2.632
79,9%
hoofdstuk 2
Organiseren evenementen
6.855
2.851
41,6%
hoofdstuk 3
Seksbedrijven
-
-
-
hoofdstuk 4
Vervallen
-
-
-
hoofdstuk 5
Gastouderopvang
1.130
432
38,2%
hoofdstuk 6
Winkeltijdenwet
-
-
-
1.507
1.496
99,3%
603
464
76,9%
13.391
7.875
58,8%
hoofdstuk 7
Standplaatsen
hoofdstuk 8
In deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking
kostendekking Titel 3
Marktgeld en lijkbezorgingsrechten Marktgeld en lijkbezorgingsrechten vallen, net als leges, onder retributies (rechten). Retributies worden geheven als de gemeente een dienst verleent of een van haar bezittingen ter beschikking stelt. In dit geval gaat het om respectievelijk het gebruik van een marktstandplaats en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaats. Ook bij deze rechten geldt dat niet meer dan 100% van de kosten kunnen worden verhaald. Echter bij deze rechten is bewust gekozen om slechts gedeeltelijke kostendekking te realiseren. Een verhoging van de tarieven naar volledig kostendekkende tarieven leidt tot ongewenst hoge (schrik-)tarieven. Wel worden de rechten gekoppeld aan het CPI-cijfer om de dekking constant te houden. Bij de berekening van het tarief van het markt- en promotiegeld hebben wij in verband met de praktische hanteerbaarheid het tarief op € 0,05 naar boven afgerond. De lijkbezorgingsrechten worden afgerond op hele euro’s. Berekening van de kostendekkendheid marktgeld Omschrijving
Begroot
Kosten taakveld(en), incl. (omslag)rente Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen
39.329 10.850
Netto kosten taakveld
28.479
Toe te rekenen kosten Overhead incl. (omslag)rente
16.883
BTW
-
Overig
-
Totale kosten
45.362
Opbrengst heffingen
11.675
Dekkingspercentage
25,7%
67
Berekening van de kostendekkendheid lijkbezorgingsrechten Omschrijving
Begroot
Kosten taakveld(en), incl. (omslag)rente Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen
66.074 -
Netto kosten taakveld
66.074
Toe te rekenen kosten Overhead incl. (omslag)rente
36.678
BTW
-
Overig
-
Totale kosten
102.752
Opbrengst heffingen
25.755
Dekkingspercentage
25,1%
Lokale lastendruk In onderstaande tabel geven we een doorkijk in het verloop van de tarieven en de waardeontwikkeling. We gaan uit van voorlopige tarieven. Definitieve vaststelling vindt plaats in de raadsvergadering van december 2021. Belastingsoort
2019
2020
2021
2022
1. eigenarenheffing woningen
0,1098%
0,1048%
0,1006%
0,1006%
2. eigenarenheffing niet-woningen
0,1610%
0,1565%
0,1602%
0,1602%
3. gebruikersheffing niet-woningen
0,1313%
0,1279%
0,1281%
0,1281%
Onroerende-zaakbelastingen*
Rioolheffing 1. tarief woningen
€ 207,02
€ 207,02
€ 207,02
€ 207,02
2. tarief niet-woningen*
0,0987%
0,1124%
0,1127%
0,1127%
Afvalstoffenheffing 1. vast bedrag per perceel
€ 124,20
€ 140,50
€ 148,50
€ 156,50
€ 6,85
€ 9,80
€ 11,30
€ 11,00
€ 2,40
€ 3,40
€ 4,00
€ 3,80
€ 1,35
€ 2,00
€ 2,30
€ 2,20
1-1-2018 3,8%
1-1-2019 4,9%
1-1-2020 6,5%
1-1-2021 n.n.t.b.
7,2%
3,8%
0,4%
n.n.t.b.
1-1-2018 € 244.000
1-1-2019 € 253.000
1-1-2020 € 265.000
1-1-2021 n.n.t.b.
2. tarief lediging Restafvalcontainer 3. tarief lediging GFT-afvalcontainer 4. tarief inworp ondergrondse verzamelcontainer Waardeontwikkeling WOZ-waarde 1. woningen 2. niet-woningen bron: waarderingskamer Gemiddelde woningwaarde (CBS Statline) 1. woningen
(*) voor 2022 uitgaande van voorlopige tarieven omdat de totale WOZ-waarde van de categorie woningen en niet-woningen nog niet kan worden berekend.
68
Ook hebben we voor de verschillende (fictieve) huishoudens de financiële consequenties in een tabel weergegeven. Wij hebben onderscheid gemaakt in een berekening –uitgaande van vaste WOZ-waarde van een object voor belastingplichtigen met een eigen woning of eigen bedrijf, en een berekening voor huurders van woningen. Lokale lastendruk Huurwoning
Particuliere woning
Particuliere woning
n.v.t.
€ 250.000
€ 400.000
€ 700.000
eigenarenheffing
n.v.t.
€ 251,50
€ 402,40
€ 1.121,40
gebruikersheffing
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
€ 896,70
n.v.t.
€ 207,02
€ 207,02
Belastingsoort WOZ-waarde object
Bedrijf
Onroerende-zaakbelastingen (*)
Rioolheffing (*) woningtarief niet-woningtarief
€ 788,90
Afvalstoffenheffing (**) Vast tarief per perceel
€ 156,50
€ 156,50
€ 156,50
n.v.t.
Lediging GFT-container
€ 22,80
€ 22,80
€ 22,80
n.v.t.
Lediging Rest-container
€ 121,00
€ 121,00
€ 121,00
n.v.t.
Totaal aanslag 2022
€
300,30
€
758,82
€
909,72
€
2.807,00
Aanslagbedrag 2021
€
296,80
€
755,32
€
906,22
€
2.807,00
Verschil
€ 3,50
€ 3,50
€ 3,50
(*) uitgaande van voorlopige tarieven omdat de totale WOZ-waarde nog niet kan worden berekend. (**) uitgaande van gemiddeld aantal ledigingen van respectievelijk 6 GFT/ 11 Rest afvalcontainers
Kwijtscheldingsbeleid Het verlenen van kwijtschelding is geen verplichting maar een bevoegdheid. Volgens de Invorderingswet kan gehele of gedeeltelijke kwijtschelding worden verleend aan een belastingplichtige die zijn belastingaanslag of een deel daarvan niet anders dan met buitengewoon bezwaar kan betalen. De raad stelt jaarlijks het gemeentelijk kwijtscheldingsbeleid vast. In het gemeentelijk kwijtscheldingsbeleid staat eerst aangegeven voor welke heffingen kwijtschelding kan worden aangevraagd. Volledige kwijtschelding kan worden verzocht voor de aanslag OZB, rioolheffing en het vaste deel van de afvalstoffenheffing. Kwijtschelding van het variabele deel van de afvalstoffenheffing is beperkt tot een maximum aantal containerledigingen, namelijk 9 ledigingen van de restafvalcontainer, 5 ledigingen van de GFT-container en 26 inworpen in de ondergrondse verzamelcontainer. Daarnaast is in het kwijtscheldingbeleid aangegeven wanneer iemand in aanmerking komt voor kwijtschelding. Dit toetsten we aan de betalingscapaciteit en de hoogte van het vermogen van een belastingschuldige. Hier zijn normeringen voor. Het betreft de normen en bedragen genoemd in de Participatiewet (bijstandsnorm), die gelden voor de “kosten van bestaan”. In ons bestaand beleid is gekozen om de kosten van bestaan op 100% van de bijstandsnorm te stellen.
Dit is het maximaal toegestane percentage en zorgt voor de ruimste mate van kwijtschelding. Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking West-Brabant De gemeentelijke bijdrage aan de BWB voor 2022 is bepaald op € 394.200,00 (inclusief € 23.600,00 compensabele BTW).
€ 0,00
69
5.2
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing beschrijven we de financiële positie van onze gemeente. Ook nemen we hier de verplichte financiële kengetallen op. Beleidskader In de raadsvergadering van 19 september 2018 stelde uw raad de “Nota risicomanagement & weerstandsvermogen 2018” vast. In het risicomanagementbeleid is op hoofdlijnen aangegeven wat uw raad wil bereiken met risicomanagement, welke instrumenten en middelen daartoe ingezet worden, en wat de definities en uitgangspunten zijn om te komen tot de noodzakelijke berekeningen. Dit beleidskader gebruiken we deze periode om uitvoering te geven aan het risicomanagement. Wij zoeken een balans tussen een zo volledig en objectief mogelijk risicoprofiel zonder daarbij onnodig beslag te leggen op de weerstandscapaciteit. Dit kan alleen door een integrale benadering waarin de samenhang tussen risico’s, reserves en het ratio centraal staat. We leggen de nadruk op risicomonitoring. De speerpunten voor deze periode zijn dan ook gelijk aan de doelstellingen van risicomonitoring: • • •
Speerpunt 1: Tijdig signaleren van risico’s; Speerpunt 2: Effectiviteit van beheersmaatregelen; Speerpunt 3: Evaluatie.
Risico’s, weerstandscapacitieit en weerstandsvermogen Het realiseren van ambities gaat gepaard met het nemen van risico’s. Risico’s horen bij het proces van verandering. Het is belangrijk dat uw raad zich bewust is van de risico’s die horen bij het beleid van de gemeente en dat zij hierop stuurt. Of onze gemeente in staat is de gevolgen van de risico’s op te vangen zonder dat het beleid of de uitvoering daarvan in gevaar komt, wordt weergegeven door de 'weerstandscapaciteit'. Onder weerstandscapaciteit verstaan we de middelen en mogelijkheden die de gemeente heeft om risico’s te kunnen dekken. Dit zijn onder andere: het vrij aanwendbare gedeelte van de algemene reserve, de reserve grondexploitatie, de onbenutte belastingcapaciteit, de post onvoorzien en overige stille reserves. Samen vormen deze middelen de beschikbare weerstandscapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit is afhankelijk van de aard en de omvang van de risico’s (risicoprofiel). De relatie tussen de weerstandscapaciteit en het risicoprofiel noemen we het weerstandsvermogen. Deze wordt weergegeven door de ratio weerstandsvermogen. Risicoprofiel De lijst met risico’s actualiseren we twee keer per kalenderjaar, namelijk bij de samenstelling van de begroting en de jaarrekening.