Ontwerp meerjarenbegroting 2023-2026.doc
Tekst van het document
42
Wat mag het kosten? We werken verzoeken om planschade binnen de daarvoor geldende kaders af. Omdat we nog niet op alle verzoeken hebben besloten en voor een aantal verzoeken het besluit tot vaststelling nog niet onherroepelijk is, is nog niet duidelijk wat de definitieve hoogte van de planschade is en wanneer deze definitief wordt vastgesteld. Dit is mede afhankelijk van juridische procedures. Kosten voor de eventueel te vergoeden planschade en daarbij horende kosten voor onder meer juridische ondersteuning worden in lijn met staande kaders gedekt uit de algemene reserve. In de risicoparagraaf is rekening gehouden met de meest actuele inzichten bij de afwikkeling van de verzoeken om planschade. Afwijking ten opzichte van Kadernota 2023 -1.040
2024 3.865
2025 4.360
2026 3.955
-4.000 6.000
9.000
10.000
10.000
Totaal mutaties
2.000
9.000
10.000
10.000
Restantverschil
-3.040
-5.135
-5.640
-6.045
Verschil kadernota - begroting Verklaring: Kosten multisignalering Hogere opbrengst bouwvergunningen
De hogere kosten voor multisignalering komen voort uit een eenmalig project voor alle deelnemende partijen van De Connectie (uitvoering Basisregistraties), verricht om de gegevensbestanden van objecten (zoals dakkapellen en uitbouwen) in beeld te krijgen.
8.3 Financiële consolidatie
Baten 8.1 Ruimtelijke Ordening 8.2 Grondexploitatie (niet bedrijventerreinen) 8.3 Wonen en bouwen totaal baten
Werkelijk 2021
Begroot 2022
Begroot 2023
Begroot 2024
Begroot 2025
Begroot 2026
1.800
0
0
0
0
0
1.661.036 19.782 1.682.618
0 50.000 50.000
0 51.510 51.510
0 49.000 49.000
0 49.750 49.750
0 50.500 50.500
Lasten 8.1 Ruimtelijke Ordening 8.2 Grondexploitatie (niet bedrijventerreinen) 8.3 Wonen en bouwen totaal lasten
33.640
24.860
13.200
13.395
13.590
13.775
377.149 59.972 470.761
0 60.120 84.980
0 69.220 82.420
0 63.500 76.895
0 64.450 78.040
0 65.420 79.195
Saldo van baten en lasten
1.211.857
-34.980
-30.910
-27.895
-28.290
-28.695
23.553 0 23.553
15.000 0 15.000
4.000 0 4.000
0 0 0
0 0 0
0 0 0
1.235.410
-19.980
-26.910
-27.895
-28.290
-28.695
0.10 Mutaties reserves (onttrekking) 0.10 Mutaties reserves (toevoeging) Saldo toevoegingen en onttrekkingen Geraamd resultaat
43
Bijlage wettelijke beleidsindicatoren Per programma worden de verplicht voorgeschreven beleidsindicatoren opgenomen. Om deze iets meer in perspectief te plaatsen is ook de indicator zoals die in de begroting van 2020 was opgenomen weergegeven en het gemiddelde van gemeenten < 25.000 inwoners.
Programma 0 Bestuur en ondersteuning Begroting Begroting Rozendaal Rozendaal 2023 2022
Indicator Formatie (fte per 1.000 inwoners) Bezetting (fte per 1.000 inwoners) Apparaatskosten (€ per inwoner) Externe inhuur (% van de totale loonsom) Externe inhuur (de totale kosten inhuur externen) Overhead (% van totale lasten)
7,0 7,0 1.092 10% 96.120 39%
7,0 7,0 955 13% 146.596 36%
Toelichting: Voor deze indicatoren zijn geen landelijke cijfers bekend. Een vergelijking met bijvoorbeeld gemeenten < 25.000 is dan ook niet op basis van deze informatie te maken. Zie voor meer informatie de paragraaf Bedrijfsvoering.
Programma 1 Veiligheid De landelijk beschikbare informatie onderschrijft het beeld van Rozendaal als zeer veilige gemeente. Van het relatief hoge aantal inbraken per 1000 woningen was in 2021 geen sprake, zo Toelichting: In de door het CBS aangeleverde data zijn geen recentere cijfers beschikbaar dan tot 2021.
Programma 2 Verkeer en vervoer Er zijn geen voorgeschreven beleidsindicatoren die betrekking hebben op dit programma.
44
Programma 3 Economie
Programma 4 Onderwijs
Programma 5 Openbaar groen, sport, cultuur en recreatie
45
Programma 6
46
Programma 7
Programma 8 Volkshuisvesting, ruimtelijke ontwikkeling en stedelijke vernieuwing
47
Financieel meerjarig perspectief
48
Recapitulatiestaat en overzicht Algemene dekkingsmiddelen Onderstaand overzicht bevat de totalen zoals deze in de afzonderlijke programma’s zijn opgenomen. Het betreft dan per programma zowel de baten en de lasten, als de toevoegingen en onttrekkingen aan reserves. Programma
0 1 2 3 4 5 6 7 8
0 1 2 3 4 5 6 7 8
0 1 2 3 4 5 6 7 8
0 1 2 3 4 5 6 7 8
Baten Bestuur en ondersteuning Veiligheid Verkeer en vervoer Economie Onderwijs Sport, cultuur en recreatie Sociaal domein Volksgezondheid en milieu VHROSV subtotaal baten programma's Onttrekkingen aan reserves Bestuur en ondersteuning Veiligheid Verkeer en vervoer Economie Onderwijs Sport, cultuur en recreatie Sociaal domein Volksgezondheid en milieu VHROSV subtotaal onttrekkingen Lasten Bestuur en ondersteuning Veiligheid Verkeer en vervoer Economie Onderwijs Sport, cultuur en recreatie Sociaal domein Volksgezondheid en milieu VHROSV subtotaal lasten programma's Toevoegingen aan reserves Bestuur en ondersteuning Veiligheid Verkeer en vervoer Economie Onderwijs Sport, cultuur en recreatie Sociaal domein Volksgezondheid en milieu VHROSV subtotaal toevoegingen Saldo baten en lasten Saldo onttrekkingen en toevoegingen Totaal saldo
Werkelijk 2021
Begroot 2022
Begroot 2023
Begroot 2024
Begroot 2025
Begroot 2026
3.384.332 4.958 0 0 81.895 44.636 200.032 476.260 1.682.618 5.874.731
3.505.786 1.200 0 0 189.541 10.000 53.000 452.544 50.000 4.262.071
4.090.914 500 0 0 57.240 0 70.000 504.416 51.510 4.774.580
4.345.997 510 0 0 28.630 0 79.100 498.411 49.000 5.001.649
4.569.989 520 0 0 29.060 0 85.150 505.354 49.750 5.239.822
4.319.056 530 0 0 29.500 0 86.390 512.599 50.500 4.998.576
96.404 0 98.245 0 111.791 2.092 430.370 121.292 23.553 883.747
28.589 0 16.175 0 111.791 2.092 7.000 166.733 15.000 347.380
5.022 0 31.670 0 111.791 18.258 7.000 19.590 4.000 197.331
4.494 0 2.170 0 111.791 3.258 7.000 19.590 0 148.303
4.494 0 2.920 0 111.791 3.258 7.000 19.590 0 149.053
4.494 0 2.920 0 111.791 3.258 7.000 19.590 0 149.053
2.240.494 98.605 141.982 2.200 539.985 181.212 1.248.549 601.413 470.761 5.525.201
2.153.501 108.185 132.253 3.700 691.641 163.517 627.678 582.518 84.980 4.547.972
2.489.682 136.945 173.327 4.015 501.834 170.543 908.102 479.920 82.420 4.946.789
2.590.596 145.205 166.841 4.075 494.920 165.328 870.620 471.478 76.895 4.985.959
2.635.480 195.870 181.221 4.135 516.902 168.018 882.007 471.879 78.040 5.133.552
2.708.222 198.805 182.971 4.195 510.215 170.378 896.411 476.835 79.195 5.227.227
49.686 0 76.872 0 0 0 0 0 0 126.558
6.686 0 3.221 0 0 0 0 0 0 9.907
6.686 0 9.203 0 0 0 0 0 0 15.889
6.686 0 9.203 0 0 0 0 0 0 15.889
6.686 0 9.203 0 0 0 0 0 0 15.889
6.686 0 9.203 0 0 0 0 0 0 15.889
349.530 757.189 1.106.719
-285.901 337.473 51.572
-172.209 181.442 9.233
15.690 132.414 148.104
106.271 133.164 239.435
-228.652 133.164 -95.488
49
Overzicht Algemene dekkingsmiddelen Met de begrotingscirculaire 2019 heeft de provincie voor gemeenten een eenduidige opzet geadviseerd ten aanzien ervan het structurele begrotingssaldo. Met ingang van de begroting 2019 treft u deze hierbij aan. Op basis van het structurele begrotingssaldo komt de provincie tot haar oordeel over repressief dan wel preventief financieel toezicht. Het verschil met het “reguliere” begrotingssaldo komt tot uitdrukking door de incidentele lasten en baten buiten beschouwing te laten. Saldo 2023
Saldo 2024
Saldo 2025
Saldo 2026
Programma 0 Bestuur en ondersteuning 1 Veiligheid 2 Verkeer en vervoer 3 Economie 4 Onderwijs 5 Sport, cultuur en recreatie 6 Sociaal domein 7 Volksgezondheid en milieu 8 VHROSV
-486.014 -489.980 -506.832 -522.160 -136.445 -144.695 -195.350 -198.275 -173.327 -166.841 -181.221 -182.971 -4.015 -4.075 -4.135 -4.195 -444.594 -466.290 -487.842 -480.715 -170.543 -165.328 -168.018 -170.378 -838.102 -791.520 -796.857 -810.021 24.496 26.933 33.475 35.765 -30.910 -27.895 -28.290 -28.695 Totaal van de programma's 2.259.455 2.229.691 2.335.069 2.361.647
Algemene dekkingsmiddelen Vennootschapsbelasting (VPB) Overhead Onvoorzien Subtotaal programma's inclusief algemene dekkingsmiddelen, VPB, overhead en onvoorzien
4.007.732 4.238.785 4.460.817 4.204.904 0 0 0 0 1.910.486 1.983.404 2.009.476 2.061.910 -10.000 -10.000 -10.000 -10.000
-172.209
15.690
106.271
-228.652
Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves
181.442
132.414
133.164
133.164
Geraamd resultaat Incidentele baten en lasten
9.233 53.800
148.104 24.300
239.435 0
-95.488 0
Structureel begrotingssaldo
63.033
172.404
239.435
-95.488
2023
2024
2025
2026
148.104
239.435
-95.488
Primitieve begroting
9.233
50
Paragrafen Inleiding Naast programma’s zijn er in de begroting ook financiële paragrafen opgenomen. Waar programma’s direct gericht zijn op de burger, geven de paragrafen een dwarsdoorsnede van de financiële aspecten van de begroting, bezien vanuit een bepaald perspectief. Doel van de paragrafen is dat onderwerpen die versnipperd in de begroting staan, worden gebundeld in een overzicht, waardoor de raad een goed inzicht krijgt. Gezien de raad in een gedualiseerd stelsel kaders stelt en controleert, is het van belang dat de raad inzicht heeft in en overzicht heeft over deze onderwerpen. De raad legt in de paragrafen de beleidslijnen vast met betrekking tot de beheersmatige aspecten. Daarnaast zijn de verplichte paragrafen bedoeld om de raad en het college de financiële positie van de gemeente beter te laten beheersen. De volgende zeven paragrafen zijn voorgeschreven: 1. Lokale heffingen; 2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing; 3. Onderhoud kapitaalgoederen; 4. Financiering; 5. Bedrijfsvoering; 6. Verbonden partijen (externe samenwerking); 7. Grondbeleid. Daarnaast hebben wij nog een paragraaf over Informatieveiligheid (8) opgenomen.
51
Paragraaf 1 Lokale heffingen Lokale heffingen zijn inkomsten die verkregen worden op grond van publiekrechtelijke regels, voornamelijk belastingen en leges. De belangrijkste heffingen in Rozendaal zijn de OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Hieronder wordt een beeld gegeven van de tarieven en de kwijtschelding. Uitgangspunten: - de tarieven voor rioolheffing moeten kostendekkend zijn; - de tarieven voor afvalstoffenheffing moeten kostendekkend zijn; - de OZB en overige tarieven worden in principe jaarlijks aangepast met het inflatiepercentage (2023: 8,5%). Rioolheffing Uitgangspunt is een kostendekkend tarief wat een uitvloeisel is van de in het rioleringsplan (vGRP) opgenomen kosten en investeringen. Het tarief rioolheffing wordt vastgesteld aan de hand van het laatst vastgestelde vGRP (27 september 2022). De uitkomsten hiervan bepalen het rioolrecht voor de komende jaren en dat is vastgesteld op € 220 voor de huidige planperiode.
Rioolheffing
2020
2021
2022
2023
€ 220,00
€ 220,00
€ 220,00
€ 220,00
Afvalstoffenheffing Uitgangspunt is een kostendekkend tarief. De kosten voor zowel inzameling als verwerking zijn de afgelopen jaren bij alle gemeenten sterk gestegen. Ondanks het positieve effect van de gescheiden afvalinzameling zal de tariefsverhoging 9% bedragen voor 2023. Voornaamste oorzaak hiervan is de hoge inflatie. 2020
2021
2022
2023
1-2 persoonshuishouden
€ 226,00
€ 244,00
€ 251,00
€ 274,00
3 of meerpersoonshuishouden
€ 255,00
€ 275,00
€ 283,00
€ 309,00
OZB Uitgangspunt voor de tarieven OZB is toename met het inflatiepercentage van 8,5%. Daarnaast is de totale WOZwaarde gestegen door een stijging van de huizenprijzen en uitbreiding van het aantal woningen. Voor het bepalen van de nieuwe OZB-percentages is de geraamde opbrengst uit de begroting (vermeerderd met de opbrengst van extra woningen en verschuiving tussen woning en niet-woning) het uitgangspunt. De nieuwe percentages worden daarna aangepast aan de verwachte waardestijgingen als gevolg van de marktontwikkelingen. 2020
2021
2022
2023
OZB eigenaar woningen
0,1000%
9,5800%
0,0899%
0,0790%
OZB eigenaar niet-woningen
13,6600%
13,7900%
0,1430%
0,1536%
OZB gebruiker niet-woningen
10,9800%
11,0900%
0,1150%
0,1235%
Omdat de waardering van de onroerende zaken het gehele jaar doorloopt is bovenstaande berekening een eerste indicatie van de tarieven. In december zijn, bij het vaststellen van de verschillende belastingverordeningen, de definitieve tarieven bekend.
52
De bijbehorende opbrengst ziet er als volgt uit:
OZB eigenaar woningen OZB eigenaar niet-woningen OZB gebruiker niet-woningen
2023 428.644 36.032 28.342
Kwijtschelding Voor mensen met de laagste inkomens bestaat de mogelijkheid van een gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van de gemeentelijke belastingen. Dit is het geval als aan de voorwaarden voor kwijtschelding van de invorderingswet is voldaan. Lastendruk Door bovenstaande tariefswijzigingen zal de belastingdruk voor de inwoners van Rozendaal voor een gemiddeld gezin stijgen met 4,6%. Overige belastingen en leges Hieronder vallen bijvoorbeeld: - producten van burgerzaken; - vergunningen; - grafrechten. In principe worden alle tarieven aangepast met de inflatiecorrectie, voor 2023 bedraagt deze 8,5%. Met betrekking tot burgerzaken zijn er voor o.a. de paspoorten en rijbewijzen door het Rijk maximumtarieven vastgesteld. Deze wijken daarom af van de basisregel dat inflatiecorrectie wordt toegepast. Kostendekkendheid tarieven In onderstaande tabel is het kostendekkingspercentage van de afzonderlijke producten en het geheel opgenomen: Soort leges
Burgerlijke stand Huwelijken APV-vergunningen Reinigingsrecht Rioolrecht Grafleges/rechten Omgevingsvergunning bouwen Totaal
Kosten incl. Geraamde Dekkingsoverhead en opbrengst percentage btw 81.220 8.850 11% 23.758 23.800 100% 6.044 500 8% 217.847 218.457 100% 158.060 158.655 100% 103.304 103.304 100% 51.362 51.510 100% 641.596 565.076 88%
Rioolrecht Door schommelingen in kosten heeft het kostendekkingspercentage jaarlijks een lichte afwijking van 100%. Over elke planperiode komt dit jaarlijkse gemiddeld uit op 100%. Omdat de afwijkingen (zowel begroting als jaarrekening) gering zijn, worden deze verrekend met het exploitatiesaldo. Door de kleine schaal van Rozendaal is een aantal leges c.q. producten niet kostendekkend te krijgen. Voor rijbewijzen en reisdocumenten gelden voorgeschreven maximumtarieven terwijl de vaste kosten relatief hoog zijn.
53
Voor overige vergunningen (waaronder APV) en producten is de legesplicht gedeeltelijk afgeschaft omdat de kosten die met de heffing en invordering daarvan te maken hebben hoger zijn dan de (reëel in rekening te brengen) opbrengsten. Dit geldt niet voor rioolrecht, afvalstoffenheffing en in mindere mate de grafleges/rechten en omgevingsvergunningen. De wijze van kostentoerekening is opgenomen in de financiële verordening die door de raad is vastgesteld.
54
Paragraaf 2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding Het weerstandsvermogen geeft antwoord op de vraag in hoeverre een gemeente in staat is om niet afgedekte risico’s op te vangen met gereserveerde financiële middelen (weerstandscapaciteit). Voldoende weerstandsvermogen zorgt ervoor dat de uitvoering van taken en het voorzieningenniveau bij financiële tegenslagen gegarandeerd blijven. Voldoende weerstandsvermogen gaat over twee vragen: 1. Welke risico’s lopen we? 2. Wat is de beschikbare weerstandscapaciteit? Risico’s Een risico is de kans op het optreden van een gebeurtenis met een negatief gevolg voor de gemeente. Een gemeente loopt tal van risico’s die we in meer of mindere mate kunnen inschatten en beheersen. Gemeentelijke risico’s kunnen voortkomen uit de politiek, de aansprakelijkheid, de strategie, financiële samenwerking, het bedrijfsproces en het milieu. Daarnaast zijn zaken als verbonden partijen, openeinderegelingen en grondexploitaties bekende onderwerpen waar de gemeente belangrijke risico’s loopt. Risicoprofiel Er zijn meer methoden om een gekwantificeerd risicoprofiel op te stellen, uiteenlopend van meer wetenschappelijke methoden tot meer praktische modellen. Voor alle methoden geldt dat ze geen 100% garantie bieden op volledigheid. Het gaat er immers om risico’s zo goed mogelijk te benoemen waar nog niet op één of andere manier in is voorzien.
De eigenschap van een risico is echter dat men niet weet wat, wanneer of hoe het zich aandient. Voor deze paragraaf kiezen we voor een pragmatische aanpak. Basis voor het risicoprofiel is een organisatiebrede inventarisatie van risico’s die twee maal per jaar plaatsvindt (begroting en rekening). Deze hebben we zo goed mogelijk gekwantificeerd en voorzien van een risicoscore (kans x impact), op basis van de volgende tabellen. Kans Gering (minder dan 1 x per 4 jaar) Gemiddeld (ongeveer 1 x per 4 jaar) Hoog (minimaal 1 x per jaar)
Score 1 3 5
Financieel gevolg Score Gering (< 0,1% omzet = < € 5.000 1 Beperkt (> 0,1% omzet < 0,5 % omzet = tussen € 2 5.000 en € 25.000) Groot (> 0,5 % omzet = > € 25.000) 3 Omzet: lasten programma’s Rozendaal (begroting 2023: afgerond € 4,6 miljoen) De risicoscore komt tot stand door de kans te vermenigvuldigen met de impact. Hoe hoger de score hoe groter het risico. De uitkomst zetten we af tegen de volgende tabel: Ranking Scores >= 10 5 < Scores < 10 Scores < 5
Gevolg Hoog risico. Als het een financieel risico betreft dient weerstandsvermogen aanwezig te zijn. Beperkt risico. Als het een structureel financieel risico betreft wordt deze voor 25% meegeteld voor het aanhouden van een weerstandsvermogen (spreiding over 4 jaar). Een incidenteel risico wordt voor 50% meegenomen. Gering risico. Voor zover het financiële gevolgen betreft worden die geacht binnen de reguliere bedrijfsvoering gedragen te kunnen worden.
De risicoscore houdt ook rekening met het feit dat niet alle risico’s zich tegelijkertijd zullen voordoen. Wanneer hiermee geen rekening wordt gehouden is de kans groot dat een behoorlijk deel van het vermogen (ofwel algemene reserve) onnodig geblokkeerd wordt.
55
Structureel of incidenteel Van belang is onderscheid te maken tussen risico’s met structurele en incidentele effecten, in het profiel is dit onderscheid ook aangebracht. Risico’s met structurele effecten hangen meestal samen met de bedrijfsvoering zoals rente of hogere kosten vanwege een hoger aantal bijstandontvangers. Wanneer dit soort risico’s zich voordoen dienen ook structurele maatregelen genomen te worden door ze mee te nemen in het financieel meerjarig perspectief. Het kan zijn dat het perspectief hiervoor op korte termijn geen ruimte biedt en dat moet worden omgebogen binnen de begroting. Om die reden wordt het risico voor 100% meegenomen wanneer het hoog is en voor 25% wanneer het beperkt is om het eerste jaar eventueel te overbruggen met behulp van het weerstandsvermogen. Wanneer zich een incidenteel risico voordoet dient deze in principe ineens ten laste van de weerstandscapaciteit gebracht te worden, wanneer deze niet kan worden opgevangen in het rekeningresultaat. Weerstandscapaciteit Voor een oordeel over ons weerstandsvermogen is naast het risicoprofiel ook een inschatting van onze weerstandscapaciteit nodig. Ook hierbij wordt in principe onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele middelen. Bronnen van weerstandscapaciteit zijn de algemene reserve, vrij aanwendbare bestemmingsreserves, de onbenutte belastingcapaciteit en de post onvoorziene uitgaven.
Stille reserves kunnen hierbij ook een rol spelen. Het betreft eigendommen die lager zijn gewaardeerd (boekwaarde) dan de waarde in het economisch verkeer (bij gebouwen is uitgegaan van de WOZ-waarde). Omdat deze niet onmiddellijk in een feitelijk dekkingsmiddel kunnen worden omgezet, laten we deze voortaan bij de berekening van de weerstandscapaciteit buiten beschouwing. We benoemen deze wel zoals voorheen. Omschrijving
Kerklaan 1 en 3 Werf Obligaties Totaal
Boekwaarde 31-12-2021
Economische/ woz-waarde
Stille reserve
0 0 142.941
1.224.000 147.000 155.148
1.224.000 147.000 12.207 1.383.207
Structureel Dit wordt vooral gevormd door de onbenutte belastingcapaciteit (en dan vooral OZB aangezien er al voor 100% dekking is gekozen voor afval en riool) en het bedrag voor onvoorzien. De onbenutte belastingcapaciteit kan berekend worden door aansluiting te zoeken bij artikel 12 van de financiële verhoudingswet. Artikel 12 Bij een eventuele ‘artikel 12-aanvraag’ geldt ook een normtarief voor de OZB als één van de toelatingseisen. In dat geval dient een gemeente minimaal 20% meer OZB te heffen dan het landelijk gemiddelde. Op basis van die norm bedraagt de onbenutte belastingcapaciteit voor de gemeente Rozendaal ongeveer € 275.000. Echter, de feitelijke hoogte van de onbenutte belastingcapaciteit (met uitzondering van een artikel 12-aanvraag) is vooral een politieke keuze. Op basis van het gewenste financiële beleid is er feitelijk geen onbenutte belastingcapaciteit, uitgezonderd een inflatieverhoging. Om die reden is in onderstaand overzicht alleen € 10.000 voor onvoorziene uitgaven opgenomen voor de structurele weerstandscapaciteit. Incidenteel De incidentele weerstandscapaciteit wordt bepaald door de som van alle reserves waaraan nog geen specifieke bestemming is gegeven en eventuele bestemmingsreserves zonder concrete verplichting die daardoor herbestemd kunnen worden. Voor de berekening van de weerstandscapaciteit beperken we ons tot de algemene reserve.
De overige reserves hebben in principe allemaal een bestemming waarvan het niet wenselijk is om deze opnieuw te bestemmen. Het genoemde bedrag betreft de geraamde stand per 1-1-2022.
56
Structureel Onbenutte belastingcapaciteit Onvoorzien (gemiddeld obv meerjarenbegroting) subtotaal structureel
0 10.000 10.000
Incidenteel Algemene reserve
3.746.496
Totale weerstandscapaciteit
3.756.496
Risicoprofiel
Onderwerp Risico/oorzaak Open einde regelingen
Beheersmaatregel
K I
Bedrag
Risico score %
WWB
Meer aanvragen
Geen, conjunctuurgevoelig
3 2
15.000
6
25%
3.750
WMO
Meer aanvragen
3 2
30.000
6
25%
7.500
Jeugdzorg
Meer aanvragen
Geen, wel optie om beleid aan te passen Geen, wel optie om beleid (gedeeltelijk) aan te passen
3 3
50.000
9
100%
50.000
Kinderopvang Meer aanvragen SMI Leerlingenvervoer Meer aanvragen Overige risico's met structureel effect Algemene uitkering Samen trap af Renterisico (uitgaven) Schommelingen op de geld- en kapitaalmarkt
Geen Geen
3 2 3 3
5.000 15.000
6 9
25% 25%
1.250 3.750
Geen Op dit moment geen lening en anders wordt dit risico afgedekt via de renterisiconorm
3 3 100.000 1 1 0
9 1
25% 0%
25.000 0
Renterisico (inkomsten)
Daling van rentevergoeding over uitgezette eigen middelen
Feitelijk geen gezien de verplichting tot schatkistbankieren. Momenteel lage rentevergoeding
1 1
0
1
0%
0
Kapitaalgoederen
Onvoorzien en onverwacht onderhoud aan gebouwen of wegen Verplichtingen tot verduurzaming kunnen aanzienlijke kosten veroorzaken
Actuele beheerplannen en periodiek inspectie
3 3
50.000
9
25%
12.500
Anticiperen op regelgeving en ontwikkelingen meenemen in de begroting
3 3
50.000
9
25%
12.500
Klimaat/droogte
Door veranderend klimaat ontstaan er problemen met vegetatie, riool en water
Anticiperen op wetgeving en ontwikkelingen en meenemen in de begroting
3 3 100.000
9
25%
25.000
Kortleven pensioen wethouders
Het vroegtijdig overlijden van een (ex) bestuurder kan financiële consequenties hebben (verzekerbaar)
Verzekeren of opvangen binnen weerstandsvermogen
1 3
3
0%
0
Verduurzaming vastgoed/tractie
57
50.000
Bedrag
Wachtgeldverplichtingen Bij mutaties in het Verzekeren of opvangen bestuurders college kunnen binnen weerstandsvermogen wachtgeldverplichtingen ontstaan
2 3
90.000
6
25%
22.500
Juridische procedures
Bewaren en rechtszaken bij projecten en/of beslissingen
Binnen projectplannen en besluitvorming aandacht voor hebben
3 2
15.000
6
25%
3.750
Gemeenschappelijke regelingen
Het algemeen bestuur kan besluiten nemen met financiële consequenties waaraan de gemeente vanwege de constructie gehouden is
Feitelijk niet aanwezig
5 3
50.000
15
100%
50.000
Personeel
Lastig vervulbare vacatures waardoor externe inhuur noodzakelijk is
Aantrekkelijke werkgever blijven
3 3
50.000
9
25%
12.500
Veranderende wetgeving
Aanpassing in wetgeving leveren kosten op die niet altijd voldoende worden gecompenseerd
Anticiperen op ontwikkelingen
3 3
50.000
9
25%
12.500
subtotaal structureel
242.500
Risico's met incidenteel effect Ramp c.q. groot incident Gemeente wordt door Feitelijk niet aanwezig bijvoorbeeld het ministerie niet volledig gecompenseerd voor de kosten die gemaakt zijn
3 3
50.000
9
50%
25.000
Rechtspositionele consequenties
Binnen elk bedrijf kunnen situaties aan de orde zijn waarbij er kosten optreden voor besluiten met rechtspostionele consequenties. De gemeente is hiervoor eigen-risico-drager.
Voorziening voor treffen dan wel opvangen binnen weerstandsvermogen
3 3
75.000
9
50%
37.500
Personeel
Langdurige uitval door ziekte Hacks, privacyissues, uitval systemen Schade door eigendommen van de gemeente (bijvoorbeeld door bomen)
Goede begeleiding zieke werknemers Beveiliging op orde, bewustwording In principe geldt hiervoor de aansprakelijkheidsverzekering van de gemeente, echter er is altijd een risico dat het niet past binnen de voorwaarden, bijvoorbeeld het niet uitvoeren van inspecties
3 3
50.000
9
25%
12.500
3 3 100.000
9
25%
25.000
2 3
30.000
6
50%
15.000
2 3 475.000
6
50%
237.500
subtotaal incidenteel Totaal
352.500 595.000
ICT Schades
Planschade
Niet binnen de Feitelijk niet aanwezig exploitatieovereenkomst af te dekken planschaden
58
Weerstandsratio De confrontatie van risicoprofiel en weerstandscapaciteit is opgenomen in de volgende tabel. Weerstandsvermogen Structureel Incidenteel Totaal Structureel (A/B) Incidenteel (C/D) Totaal (E/F)
Ratio > 2,0 1,5 - 2,0 1,0 - 1,5 0,8 - 1,0 0,6 - 0,8 < 0,6
Beschikbaar A C E
10.000 3.746.496 3.756.496
Benodigd B D F
242.500 352.500 595.000
0,04 10,63 6,31
Waardering uitstekend ruim voldoende voldoende matig onvoldoende ruim onvoldoende
Conclusie Ten opzichte van de jaarrekening 2021 is het weerstandsvermogen gedaald. Reden hiervoor is de actualisatie van de risico’s. De weerstandsratio is onverminderd meer dan uitstekend, waarbij de stille reserves niet in de berekening zijn meegenomen. De gemeente Rozendaal is hiermee uitstekend in staat om financiële tegenvallers op te vangen zonder dat het voorzieningenniveau in gevaar uitkomt. Bij materiële tegenvallers van structurele aard is er zodoende ook voldoende tijd om de maatregelen in kaart te brengen die nodig zijn om een structureel evenwicht tot stand te brengen.
59
Meerjarig overzicht van Reserves en Voorzieningen Begroot 1-1-2023
Begroot 1-1-2024
Begroot 1-1-2025
Begroot 1-1-2026
Begroot 1-1-2027
A. Algemene reserve Mobiel
3.746.496
3.672.496
3.672.496
3.672.496
3.672.496
subtotaal A
3.746.496
3.672.496
3.672.496
3.672.496
3.672.496
B. Bestemmingsreserves Reserve monumenten Reserve sociaal domein Vervangingsreserve inventaris gemeentehuis Reserve digitalisering Reserve fietspaden Reserve wegen Reserve begraafplaats Reserve Energietransitie Reserve dekking kapitaallasten
25.959 287.644
25.959 280.644
25.959 273.644
25.959 266.644
25.959 259.644
95.939 39.608 0 95.408 18.913 0 4.618.635
102.625 39.608 0 98.629 18.913 -15.000 4.476.804
109.311 39.608 0 107.832 18.913 -15.000 4.335.501
115.997 39.608 0 117.035 18.913 -15.000 4.193.449
122.683 39.608 0 126.238 18.913 -15.000 4.051.396
subtotaal B
5.182.107
5.028.183
4.895.769
4.762.605
4.629.441
1.009.000
1.083.000
1.153.000
1.228.000
1.248.000
377.793
392.793
407.793
422.793
437.793
subtotaal C
1.386.793
1.475.793
1.560.793
1.650.793
1.685.793
Totaal
10.315.396
10.176.472
10.129.058
10.085.894
9.987.730
C. Voorzieningen Voorziening riolering Voorziening wachtgeld/pensioen wethouders
Bij het vermelden van de stand van de reserves en voorzieningen gaat het altijd om een momentopname. De cijfers in de eerste kolom zijn gebaseerd op de laatst formeel vastgestelde cijfers van de jaarrekening 2021 en aangevuld met de verwachte mutaties (claims) in 2022. In de overige jaren zijn de vaste en bekende toevoegingen en onttrekkingen verwerkt.
60
Overige financiële kengetallen Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) verplicht gemeenten met ingang van het begrotingsjaar 2016 een basisset van vijf financiële kengetallen op te nemen. Doel is om in één oogopslag de gemeenteraad meer inzicht te bieden in de financiële positie van de gemeente. Financiële kengetallen Netto schuldquote Netto schuldquote voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Kengetal grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit
Rekening 2021 -109% -109% 79% -3% -6,8% 135%
Begroting 2022 -138% -138% 83% 0% 0,0% 120%
Begroting 2023 -100% -100% 77% 0% 0,2% 127%
Begroting 2024 -99% -99% 77% 0% 3,3% 128%
Begroting 2025 -95% -95% 76% 0% 4,4% 130%
Begroting 2026 -102% -102% 75% 0% -2,1% 131%
Betekenis van de kengetallen Net als bij het weerstandsvermogen gelden ook voor deze kengetallen geen harde normen. Wel zijn er algemene bandbreedtes waarmee een indruk kan worden verkregen over de waarde van het kengetal.
Netto schuldquote Netto schuldquote voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Kengetal grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit
Categorie A Voldoende < 90%
Categorie B Matig 90%-130%
Categorie C Onvoldoende >130%
< 90%
90%-130%
>130%
> 50% < 20% Begr en Mrj >0% < 95%
20%-50% 20%-35% Begr of Mrj >0% 95%-105%
<20% >35% Begr en Mrj <0% >105%
Netto schuldquote inclusief alle verstrekte leningen Beide zijn voor Rozendaal gelijk omdat er geen doorverstrekte geldleningen aan bijvoorbeeld woningcorporaties zijn. De netto schuldquote geeft het niveau aan van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen en geeft daarmee een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Normaal ligt de netto schuldquote van een gemeente tussen 0% en 90%. Als de netto schuldquote tussen 90% en 130% ligt, is de gemeenteschuld hoog (oranje). Hij moet niet verder stijgen. Als de netto schuldquote boven de 130% uitkomt, dan bevindt de gemeente in de gevarenzone (rood). Het bestuur moet er werk van maken om de schuld te verlagen. (Bron: VNG -website). Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin Rozendaal in staat is op de lange termijn aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Kengetal grondexploitatie De grondexploitatie kan een grote invloed op de financiële positie van een gemeente hebben (zowel positief als negatief). Dit kengetal geeft een indicatie van het relatieve belang van de grondexploitatie voor Rozendaal. Het percentage is de waarde van bouwgronden in relatie tot de totale baten exclusief de reserves.
In het kengetal is nu rekening gehouden met de voortgang van De Del waarbij er vanuit wordt gegaan dat de boekwaarde met de jaarrekening wordt afgeboekt met de verkopen van De Del. De jaarlijkse actualisatie van de grondexploitatie geeft overigens een concreter beeld van het verwachte verloop van grondexploitaties. Structurele exploitatieruimte Aan de hand van dit kengetal kan het structurele en reële evenwicht van de begroting beoordeeld worden. Een percentage van 0% betekent een sluitende begroting, een positief percentage wil zeggen dat er begrotingsruimte is. In dit geval biedt het financieel meerjarig perspectief bij de begroting dan ook een betere indicatie.
61
Belastingcapaciteit De ruimte die een gemeente heeft om zijn belastingen te verhogen kan worden gerelateerd aan de totale woonlasten. De woonlasten worden bepaald aan de hand van de OZB, de rioolheffing en de afvalstoffenheffing voor een woning met een gemiddelde WOZ-waarde in Rozendaal. De gemiddelde WOZ-waarde in Nederland bedroeg in 2021 € 290.000 en in Rozendaal € 568.000. Dat is dan ook de reden voor het hoge percentage. Dit zegt echter niets over de feitelijke onbenutte belastingcapaciteit, dat is immers een politieke keuze. Kengetal
A B C D E F G H
1A Netto Schuldquote (incl. verstrekte leningen) Vaste schulden (cf art 46 BBV) Netto vlottende schuld (cf art 48 BBV) Overlopende passiva (cf art.49 BBV) Financiële activa (cf. art 36 lid d, e en f) Uitzettingen < 1 jaar Liquide middelen (cf. art 40 BBV) Overlopende activa (cf art. 40a BBV) Totale baten (cf. art. 17 lid c BBV excl mut.reserves) Netto schuldquote (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100%
A B
2. Solvabiliteitsratio Eigen vermogen (cf art 42 BBV) Balanstotaal Solvabiliteit (A/B) x 100%
A B C
Kengetal grondexploitatie Niet in exploitatie genomen bouwgronden (cf art 38 lid a punt 1 BBV) Bouwgronden in exploitatie Totale baten cf art 17 lid c BBV (excl mut.reserves) Grondexploitatie (A+B)/C x 100%
A B C D E
A B C D E F
Structurele exploitatieruimte Structurele lasten Structurele baten Totale structurele toevoegingen aan reserves Totale structurele onttrekkingen aan reserves Totaal baten Structurele exploitatieruimte (((B-A)+(D-C))/E x 100%
Rekening 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
0 926.035 639.126 1.583.804 5.972.814 23.972 67.334
0 700.000 10.000 1.638.866 4.242.687 50.000 250.000
0 1.000.000 75.000 1.606.008 4.168.174 25.000 50.000
0 1.000.000 75.000 1.662.008 4.269.871 25.000 50.000
0 1.000.000 75.000 1.718.508 4.256.657 25.000 50.000
0 1.000.000 75.000 1.773.708 4.329.742 5.000 50.000
5.576.296 -109%
3.973.368 -138%
4.774.580 -100%
5.001.649 -99%
5.239.822 -95%
4.998.576 -102%
10.182.998
9.730.160
8.715.679
8.583.265
8.450.101
8.316.937
12.970.622 11.745.823 11.266.472 11.219.058 11.175.894 11.077.730 79% 83% 77% 77% 76% 75%
0
0
0
0
0
0
-173.714 5.579.296 -3%
0 3.973.368 0%
0 4.774.580 0%
0 5.001.649 0%
0 5.239.822 0%
0 4.998.576 0%
4.850.392 4.301.296 96.742 265.718 5.576.296
3.949.095 3.813.348 9.907 144.337 3.973.368
4.849.959 4.731.550 15.889 141.831 4.774.580
4.961.659 5.001.649 15.889 141.303 5.001.649
5.133.552 5.239.822 15.889 142.053 5.239.822
5.227.227 4.998.576 15.889 142.053 4.998.576
-6,8%
0,0%
0,2%
3,3%
4,4%
-2,1%
513 220 275 0
549 220 309 0
1.008 839
1.078 852
557 220 314 0 0 1.091 852
566 220 318 0 0 1.104 852
574 220 323 0 0 1.117 852
120%
127%
128%
130%
131%
Belastingcapaciteit, woonlast meerpersoonshuishouden OZB lasten voor een gezin bij gemiddelde WOZwaarde 572 Rioolheffing voor een gezin 220 Afvalstoffenheffing voor een gezin 244 Eventuele heffingskorting 0 Totaal woonlasten voor een gezin bij gemiddelde WOZ-waarde (A+B+C-D) 1.036 Woonlasten gemidd voor gezin in 2020 (gem <25K)* 766 Woonlasten t.o.v. landelijk gemiddelde jaar ervoor (E/F) x 100% 135%
* bron: Coelo
62
Paragraaf 3 Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding De gemeente Rozendaal beslaat een oppervlakte van 2.795 hectare. Hier wonen, werken en recreëren mensen waarvoor veel kapitaalgoederen nodig zijn. In deze paragraaf geven we inzicht in de onderhoudstoestand en de kosten van onze belangrijkste groepen kapitaalgoederen (wegen, riolering/water, openbare verlichting, groen en gebouwen). Onderhoud van kapitaalgoederen beslaat een substantieel deel van de begroting. Een goed overzicht is daarom van belang voor een juist inzicht in de financiële consequenties ervan. De lasten hiervan komen in verschillende programma’s tot uitdrukking. Beleid voor beheer kapitaalgoederen Voor het onderhoud hanteren we de volgende plannen: Nota Onderhoudsinventarisatie wegen (2015-2024) Onderhoudsplan riolering (2019 - 2023) Groenvisie (2022-2026)
Jaar van vaststelling/beoordeling 2018 2022 2022
Wegbeheer Bij de begroting 2019 is besloten om bij groot onderhoud van een aantal binnenwegen het asfalt te vervangen door klinkers. In de meerjarenbegroting is met de kapitaallasten van die investeringen rekening gehouden. Voor een klein deel van de wegen geldt onderhoud met asfalt waarvoor een reserve wordt aangehouden. Voordat tot daadwerkelijke uitvoering van het wegbeheer wordt overgegaan wordt ook het riool geïnspecteerd om te beoordelen of er ‘werk met werk’ gemaakt kan worden en we voorkomen dat niet veel later diezelfde weg weer open moet voor periodiek onderhoud aan het riool. Investeringsschema Straat P. van Hoornstraat LED-verlichting Steenhoek Mercedes bedrijfswagen Iseki trekker J. van Arnhemstraat Totaal
2023 163.000 53.000
216.000
2024
129.000
129.000
2025
82.000 38.000 120.000
2026
39000 39.000
Riolering In 2022 is een nieuw verbreed rioleringsplan (vGRP) ter vaststelling aangeboden. Dit plan is de uitvoering van de wettelijke verplichting dat de gemeente een rioleringsplan moet hebben. In dit plan zijn de normen bepaald voor de kwaliteit van het onderhoud en milieu. In dit plan wordt aangegeven welke investeringen er jaarlijks nodig zijn om aan de gestelde voorwaarden uit het plan te voldoen. We voorzien geen noodzakelijke wijzigingen in de begroting. Als blijkt dat investeringen niet direct noodzakelijk zijn, dan zullen deze investeringen worden uitgesteld. Verder hebben metingen uitgewezen dat wij voldoen aan de basisinspanning (afkoppelen) zoals deze is opgelegd door de Provincie. Dit is vastgelegd in het BRP (Basis rioleringsplan) en getoetst door het waterschap Rijn&IJssel. Door de invoering van de Wet gemeentelijke watertaken zijn gemeenten verantwoordelijk geworden voor de ruimtelijke inpassing van maatregelen die de waterbeheerder betreffen. Daarnaast kent de wet drie zorgplichten toe aan gemeenten: afvalwater, hemelwater en grondwater. In het vGRP wordt met deze nieuwe zorgplichten rekening gehouden. 63
Naast het opstellen en periodiek herzien van het vGRP (vooral ook bedoeld om tijdig de kosten voor riolering in beeld te hebben) wordt er jaarlijks ongeveer 1.500 meter riolering geïnspecteerd. Daaruit volgen aanbevelingen voor onderhoud dan wel herstel/vervanging zodat die activiteiten op het juiste moment worden uitgevoerd en er ook geen onnodige kosten worden gemaakt. Gemeentegebouwen Om het benodigde onderhoud uit te kunnen voeren is jaarlijks per gebouw een budget in de begroting opgenomen. Om deze budgetten te kunnen bepalen is een onderhoudsplanning gemaakt waarbij gebruik is gemaakt van ervaringscijfers. De budgetten in de begroting zijn toereikend voor het noodzakelijke onderhoud. Voor onderhoud aan het dak van het gemeentehuis is voor 2024 een bedrag van € 20.000 opgenomen. Voor het onderhoud van de nieuwe school is in 2019 een contract afgesloten. Het deel voor de gemeente (gymzaal) wordt via de VVE verrekend en hiermee is in de begroting rekening gehouden. Groenvisie 2022-2026 In mei 2022 is een nieuwe Groenvisie vastgesteld. In dit plan is voor de lange termijn aangegeven waar het openbaar groen verbeterd of aangepast kan worden. In dit plan wordt beschreven hoe Rozendaal met het openbaar groen om wil gaan. Bij het opstellen van de begroting wordt rekening gehouden met de kosten voor onderhoud van de hierin beschreven zaken.
Hieraan wordt gevolg gegeven door uitvoering van een groot aantal zaken, in het bijzonder (prioritair) door opstellen van een bomenplan.
64
Paragraaf 4 Financiering De paragraaf financiering geeft jaarlijks inzicht in de ontwikkelingen rond de meerjarenfinanciering, het te voeren beleid op dit gebied en in de risico’s die de gemeente daarbij loopt. Zoals wettelijk voorgeschreven hanteren we hiervoor een treasurystatuut dat door de raad is vastgesteld. In het treasurystatuut staat aan welke partijen en onder welke condities de gemeente geld mag uitlenen en bij welke partijen en onder welke condities beleggingen en financieringen kunnen plaatsvinden. De uitgangspunten zijn gebaseerd op een risicomijdend treasurybeleid. De gemeente verricht geen ‘near banking’- of ‘banking’-activiteiten omdat dit niet tot de kernactiviteiten van de gemeente behoort. Risicobeheer In deze paragraaf wordt, via een aantal tabellen, inzicht gegeven in de risico’s met betrekking tot de vlottende schuld (kasgeldlimiet) en de risico’s op de vaste schuld (renterisiconorm). Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is bedoeld om het renterisico op opgenomen kortlopende geldleningen tot een acceptabel maximum te beperken. Kortlopende leningen zijn immers ‘goedkoper’ dan langlopende leningen. Een risico hierbij is echter dat het lagere rentepercentage ook voor een korte periode van toepassing is. Om te voorkomen dat gemeenten met omvangrijke kortlopende leningen bij forse rentestijgingen in de problemen komen is er een landelijke kasgeldlimiet vastgesteld.
In Rozendaal is dit voorlopig niet aan de orde, omdat er sprake is van een hoog bedrag aan eigen liquide middelen. Kasgeldlimiet Begroting 2023 4.946.789 420.477
Omvang begroting per 1 januari (afgerond) 1. Toegestane kasgeldlimiet (8,5% begroting) 2. Omvang vlottende korte schuld (rekening-courant Gemeente) 3. Vlottende middelen (kortlopende vorderingen) 4. Totaal kasgeld (2) – (3) 5. Toegestaan kasgeldlimiet (1) 6. Overschrijding kasgeldlimiet (4-5)
1.000.000 4.228.174 -3.228.174 420.477 -3.648.651
Het negatieve bedrag bij de overschrijding van de kasgeldlimiet betekent in dit geval dus een overschot op de kasgeldlimiet en ruimschoots binnen de norm. Renterisiconorm Eventuele renterisico’s op de langere termijn worden beheerst door de toepassing van de zogenaamde renterisiconorm. In de kern komt deze erop neer dat niet op eenzelfde moment een omvangrijke herfinanciering van langlopende leningen plaatsvindt tegen op dat moment bijvoorbeeld fors hogere rentepercentages. Met het toepassen van een renterisiconorm worden de renterisico’s gespreid. De gemeente Rozendaal kent momenteel (en dat is ook niet voorzien) geen langlopende leningen, daarom is berekening van de norm niet aan de orde. Uitgezette middelen De gemeente Rozendaal heeft een goede liquiditeitspositie, in 2022 voorzien we dat we gemiddeld een bedrag van ongeveer € 5,0 miljoen aanhouden bij de schatkist. Gezien de recente ontwikkelingen is het mogelijk hier weer enigszins rendement op te behalen. Momenteel (22 september) loopt de rente nog steeds hard op. In de begroting hebben wij hiervoor een bedrag opgenomen van € 40.000.
65
Garanties op leningen aan derden Er zijn op dit moment geen garanties op leningen aan derden verstrekt. Wet Houdbare overheidsfinanciën (Wet HOF) De wet is in 2013 aangenomen. De decentrale overheden hebben door deze wet nog eens nadrukkelijk de zelfde verantwoordelijkheid opgelegd gekregen voor een gedegen begrotingsbeleid. Doel is om samen het Nederlandse begrotingstekort binnen de perken te houden. Er wordt gewerkt met het zogenaamde EMU-saldo en Europese normeringen hiervoor. Ook is bepaald dat overtollige kasmiddelen belegd dienen te worden bij het Rijk. Dat geldt dus ook voor de gemeente Rozendaal.
66
Paragraaf 5 Bedrijfsvoering Inleiding Onze bedrijfsvoering richt zich op de ondersteunende diensten die nodig zijn om de beoogde resultaten en effecten uit de programma’s te bereiken. Bedrijfsvoering omvat Personeel en Organisatie, Informatievoorziening, automatisering en digitalisering, Juridische zaken, Communicatie en Huisvesting. Bedrijfsvoering is primair een verantwoordelijkheid van het college. Deze paragraaf vertoont overlap met Programma 0, Bestuur en Ondersteuning. Deze paragraaf behandelt die aspecten van de bedrijfsvoering die niet onder programma 0 zijn behandeld. Daarbij gaan we in op de onderdelen Planning en Control (paragraaf 5.1), Organisatieontwikkeling en P&O (paragraaf 5.2), Informatievoorziening en digitalisering (paragraaf 5.3), en kosten van de diverse bedrijfsvoeringsonderdelen (personeel, huisvesting e.d.) (paragraaf 5.4). 5.1 Planning en control Planning en controlcyclus Het primaire doel van de P&C-cyclus is om het beleid en de bedrijfsvoering in beeld te krijgen en te houden. De P&C-cyclus moet inzicht geven in hoeverre de gemeente haar doelstellingen bereikt en welke (financiële) middelen daarbij nodig zijn. De ambtelijke organisatie legt daarbij verantwoording af aan het college van burgemeester en wethouders. Het college doet dat op zijn beurt richting de gemeenteraad.
De P&C-cyclus bestaat in Rozendaal ieder jaar uit respectievelijk de kadernota, de begroting, tussentijdse (financiële) verantwoordingsrapportages (Turaps) en de Jaarstukken. Kadernota en begroting blikken vooruit op het komend begrotingsjaar en gaan dus over het ‘plannen’. De Turaps en de jaarstukken blikken terug op (een gedeelte van) een jaar en ondersteunen de raad in de controlerende rol. Begroting en jaarstukken zijn verplicht. Ook hoe die eruit moeten zien is voor het grootste deel voorgeschreven. Andere momenten van plannen en verantwoorden zijn vrij. Van Kadernota 2023-2026 naar Begroting 2023-2026 De kadernota had dit jaar een bijzonder karakter. Omdat wij vlak voor de deadline van de kadernota onverwacht meer inkomsten uit het Gemeentefonds (tot en met 2025) bleken te ontvangen dan verwacht, was er geen directe noodzaak van belastingverhoging om de meerjarenbegroting rond te krijgen. Eens te meer bleek dat we sterk afhankelijk zijn van het Rijk voor onze inkomsten. De grote mate van (financiële meerjarige) onzekerheid maakte bovendien dat er relatief veel posten op ‘PM’ stonden in de kadernota. Het merendeel van deze posten hebben we nu, enkele maanden later, ingevuld in de begroting. Net zoals het voorgaande jaar staan wij in deze begroting stil bij de sturende vragen wat we willen bereiken, wat gaan we daarvoor doen en wat mag het kosten.
Hierbij willen wij als college zo scherp mogelijk beschrijven wat de opdracht van de raad is voor 2023. Hiermee willen wij de raad in staat stellen om de kaders helder vorm te geven, prioriteiten te stellen en uiteindelijk ook om effectiever de controlerende taak uit te oefenen. Wij werken deze begroting uit in ambtelijke werkprogramma’s. Sturen op risico’s Om grip te houden op doeltreffendheid en doelmatigheid is het van belang om financiële en operationele risico’s in beeld te hebben, en om daarop als organisatie te kunnen sturen. Dat doen we onder meer door het bijhouden van de Paragraaf Weerstandsvermogen. Daarin geven we (op basis van een tweejaarlijkse herijking) een risicoindicatie. Door een nog altijd stevige reservepositie kunnen we de geschetste risico’s goed opvangen. We streven er naar om de weerstandsratio niet lager te laten uitkomen dan 4 en we geven in de jaarstukken aan welke impact inzet van de reserve heeft op dit getal. Sturen op rechtmatigheid Op grond van een voorziene wijziging van de Gemeentewet krijgt het college de verplichting om zélf te verklaren in hoeverre de bestedingen rechtmatig tot stand zijn gekomen. Deze rechtmatigheidscontrole wordt nu verricht door de accountant, maar dient binnen de organisatie belegd te worden. De wetgever heeft in de loop van 2022 aangegeven dat deze ontwikkeling relevant is vanaf boekjaar 2023.
Dit betekent dat we hier vanaf eind 2022, begin 2023 verder gevolg aan geven. In het vervolg is het zaak dat het college in de jaarrekening een verklaring opneemt waarin zij zich uitspreekt over de rechtmatigheid van gemeentelijke uitgaven. Daarbij dient het college ook aan te geven op grond waarvan zij 67
tot die bewering komt. Om aan deze (wettelijke) verplichting te voldoen, moeten wij een aantal zaken nader uitwerken: - ontwikkeling van de (verdere) aanpak voor interne controle die voorziet in de noodzakelijke onderbouwing van de rechtmatigheidsverklaring; - passende (control)organisatie: om bovenstaande aan te sturen, maar zeker ook om de structurele uitvoering te coördineren, is aan de vraag aan de orde welke organisatie daarbij hoort; - herziene kaderstelling door de raad is vereist. Het gaat bijvoorbeeld om het herzien van het normen- en toetsingskader rechtmatigheid, het vaststelling materialiteitsgrens, aanpassing van het controleprotocol, het herzien van opdracht aan accountant en college, en zo nodig wijzigen van de Financiële Verordening. Financiële functie Voor de financiële functie van de gemeente zijn vastgesteld een Financiële Verordening, voorgeschreven in artikel 212 Gemeentewet en een controleverordening voorgeschreven in artikel 213 Gemeentewet. Vanaf de jaarrekening 2016 is Stolwijk Kelderman door de raad als accountant benoemd. De opdracht voor Stolwijk Kelderman is recentelijk verlengd tot de behandeling van de jaarrekening van 2023. Eind 2023 of begin 2024 zal daarom een aanbesteding plaats moeten vinden van deze opdracht. Kosten hiervoor zijn nog niet in beeld.
Administratieve organisatie Voor een groot aantal processen zijn procesbeschrijvingen vereist. De digitale transitie, onder meer de implementatie van het DMS (document management systeem) versterkt de nut en noodzaak hiervan. Daarnaast zijn in het kader van de functiebeschrijvingen globale taakbeschrijvingen opgesteld. Op tal van terreinen dient de gemeente (verplichte) controles, audits en zelfevaluaties uit te voeren. Voor bijvoorbeeld burgerzaken betreft het de jaarlijkse zelfevaluaties voor de Basisregistratie Personen (BRP) en voor de reisdocumenten. Jaarlijks dienen daarvoor echter ook controlewerkzaamheden plaats te vinden. Met de inrichting van DigiD per 1 januari 2023 bij de nieuwe website (live per oktober 2022) komen daar nieuwe auditverplichtingen bij. De handhaving van allerlei wet- en regelgeving met name op het gebied van brandveiligheid, bouw- en woningzicht en milieu vraagt voortdurend aandacht voor procesinrichting en benodigde kaders zoals mandaatregeling. We richten ons bij het maken van passende afspraken over dienstverlening daarom op verantwoordingsinformatie en controle informatie over passende uitvoering en kloppende procesinformatie op de gebieden Informatiebeveiliging, archiefregels, privacyregels en bevoegdheidsregels zoals mandaten.
Naast deze bedrijfsbrede verantwoording over de risicobeheersing en beheersmaatregelen zijn de volgende ontwikkelingen relevant voor gedegen risicobeheersing: - Frauderisico-analyse: periodiek evalueren we het risico op fraude binnen de processen. De belangrijkste beheersmaatregel op het vlak van fraudebestrijding is het up-to-date houden van de budgetverantwoordelijkheid waarbij het 4-ogenprincipe uitgangspunt is. - Projectmatig werken: door op specifieke grotere ontwikkeling meer projectmatig te sturen worden risico’s beter ingekaderd en inzichtelijk gemaakt. - Inkoop en aanbesteding: zoals alle gemeenten merken ook wij dat de Europese aanbestedingsregels zo nu en dan knellen met onze bedrijfsvoering. Het gaat daarbij niet alleen om het beleidsmatige inkoopkader, maar zeker ook over de processtappen die per inkoop doorgelopen moeten worden. In 2022 hebben we ten behoeve van de implementatie van het DMS de focus gelegd op de inrichting van het inkoopproces. De evaluatie van dit proces en met name het eventueel herzien van het beleidskader wordt in de loop van 2023 uitgevoerd. - Contractmanagement: om goed op risico’s te kunnen sturen en daarop tijdig in te springen is het voor Rozendaal van belang om het contractmanagement goed vorm te geven. Dat heeft betrekking op het updaten van afspraken met leveranciers en samenwerkingspartners.
Maar raakt ook het gedegen administreren van de lopende contractafspraken. In 2023 werken we aan beide verder. 5.2 Organisatieontwikkeling en P&O De doelstellingen van de organisatieontwikkeling en het P&O-beleid zijn onveranderd: 1. mens en organisatie verder ontwikkelen met als kernwaarden klantgerichtheid, resultaatgerichtheid en samenwerkingsgerichtheid; 68
2. bouwen aan een toekomstbestendige gemeentelijke organisatie; 3. goed werkgeverschap waarbij wij medewerkers weten te boeien en te binden. Wij blijven werken aan een lerende organisatie, waarin fouten gemaakt mogen worden en waarin van fouten geleerd wordt. Daarnaast willen wij ons P&O-beleid blijven ontwikkelen in samenspraak met onze medewerkers: hoe kan de organisatie medewerkers ondersteunen om hun werk zo goed mogelijk te doen. In 2022 zijn wij gaan werken met een werkprogramma met resultaten die voortvloeien uit de begroting. Hierdoor heeft het college meer overzicht en meer mogelijkheden om bij te sturen. In de in 2022 ingevoerde ontwikkelgesprekken met medewerkers zijn individuele afspraken gemaakt over hun ontwikkeling en over resultaten. Dit zetten we in 2023 voort. In het najaar van 2022 hebben we een gesprek met de raad over de verwachtingen over en randvoorwaarden voor een toekomstbestendige organisatie voor een zelfstandig Rozendaal. Een toekomstbestendige organisatie betekent dat we bouwen aan een robuuste organisatie die er ‘staat’ in 2026. Verder gaan wij – net als in 2022 – het personeel ondersteunen in hun professionele ontwikkeling met bijvoorbeeld trainingen, intervisie en coaching. Dit is des te meer van belang gelet op krappe arbeidsmarkt, waarin voldoende gekwalificeerd personeel schaars is.
Daarom blijven we in gesprek met medewerkers over P&O-vraagstukken, zodat we hen kunnen blijven boeien en binden. Kengetallen P&O Omschrijving Formatieplaatsen (fte) Medewerkers (aantal) Mannen (%) Vrouwen (%) Ziekteverzuim (%) Instroom (%) Uitstroom (%) Deeltijders (%) Leeftijd (gemiddeld) Maximum Salarisschaal (%) Budget opleidingen (% loonsom)
Werkelijk 2021 11,9 13 58% 42% 6,81% 8% 0% 46% 51,1 85% 0,84%
Begroot 2022 11,8 13 69% 31% 2,00% 0% 0% 46% 51 92% 0,74%
Begroot 2023 12,3 14 64% 36% 2,00% 0% 0% 57% 52,4 86% 1,21%
Het aantal formatieplaatsen is met 0,4 fte toegenomen, omdat we in het sociaal domein een adviseur in dienst hebben genomen. De omvang van het personeelsbestand blijft kwetsbaar gelet op de opgaven waarvoor wij als gemeente aan de lat staan (sociaal domein, informatiedomein). In 2023 maken we gebruik van externe inhuur voor ondersteuning op in ieder geval privacy, informatieveiligheid, informatievoorziening, archiefbeheer, P&O. De gemeente maakt verder gedurende het hele jaar gebruik van medewerkers van Scalabor voor werkzaamheden in de buitendienst en schoonmaakdiensten. Ziekteverzuim
Verzuimpercentage Kort (0-8 dagen) Middellang (8-43 dagen) Lang ( >43 dagen)
2020 5,60% 1,90% 0,00% 3,70%
2021 6,80% 0,30% 0,70% 5,80%
69
2022 5,00% 1,00% 0,00% 4,00%
Mede door (de na-effecten van) corona is het verzuimpercentage in Rozendaal hoger dan gebruikelijk. Het actuele ziekteverzuimpercentage is 5% en dat is dan ook als inschatting voor 2023 aangehouden. Integriteit In de gemeente Rozendaal is zowel voor de bestuurders van de gemeente als voor de ambtenaren een gedragscode vastgesteld. In de wet is bepaald dat het college over het gevoerde integriteitbeleid voor de ambtenaren jaarlijks verantwoording dient af te leggen aan de gemeenteraad. In de Ambtenarenwet is de bepaling opgenomen dat ambtenaren een eed of belofte moeten afleggen dat hij of zij zich als een goed ambtenaar zal gedragen en als een goed ambtenaar zal handelen. Het zittende personeel heeft hiertoe een schriftelijke verklaring getekend die in het personeelsdossier is opgeborgen. Het is inmiddels een goede gewoonte dat we alle medewerkers uitnodigen als nieuwe medewerkers de ambtseed of belofte afleggen ten overstaan van de burgemeester en in aanwezigheid van de gemeentesecretaris. Hierdoor houden we het thema integriteit op de agenda in de organisatie. Inhuurkrachten leggen geen eed of belofte af, maar ondertekenen een integriteits- en geheimhoudingsverklaring. Behalve de gedragscode voor de ambtenaren heeft Rozendaal al sinds 2002 een zogenaamde klokkenluidersregeling. Daarin is bepaald dat ambtenaren (desgewenst anoniem) misstanden kunnen melden.
Van deze klokkenluidersregeling is in Rozendaal nog nooit gebruik gemaakt. 5.3 Informatievoorziening en digitalisering De zorg voor een goede (digitale) informatievoorziening is een vitaal onderdeel binnen de gemeentelijke bedrijfsvoering. Vrijwel alle processen zijn in enige mate afhankelijk van digitale informatievoorziening. In 2023 werken we langs twee globale lijnen verder in professionalisering van de organisatie: - restant acties Digitale Agenda 2022-2023; - reguliere aanpak. 1. Restant acties Digitale Agenda Het zwaartepunt van de Digitale Agenda lag in 2022 met enkele significante en tijdrovende zaken zoals aanschaf en implementatie DMS/RMA, nieuwe kantoorautomatisering (Office 365) en een nieuwe website. Voor 2023 ligt de nadruk op het normaliseren van de nieuwe werkwijzen en waar nodig verder professionaliseren van de organisatie (opleiding en ondersteuning). Met de inzet in 2022-2023 zijn randvoorwaarden gecreëerd om te (gaan) voldoen aan wettelijke eisen. We richten ons in 2023 dan ook vooral op om de laatste stappen te zetten op de wettelijke implementaties. Ten aanzien van de Wet open overheid (Woo) wordt vooral (projectmatig) aandacht besteed aan het actief publiceren van elf voorgeschreven informatiecategorieën.
De Wet elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmebv) vergt nadere besluitvorming in 2023 (door het college) over de wijzen waarop inwoners en bedrijven met ons kunnen communiceren. Voor de Omgevingswet ligt in 2023 de nadruk op aansluiting van de Rozendaalse informatievoorziening aan het Digitaal stelsel omgevingswet (DSO). We anticiperen daarnaast op de verwachte implementatie van nieuwe digi-toegankelijkheidseisen uit de Wet digitale overheid (Wdo). We verwachten deze zaken binnen de beschikbare budgetten, de kredieten Digitale Agenda, of reguliere ICT-budget te kunnen realiseren. Van werken op papier naar digitaal werken vraagt een omslag in de archiefprocessen. Dat doen we aan de hand van een begin 2023 op te stellen ‘handboek vervanging’. Vervolgens is dit basis voor het uitfaseren van de papieren werkwijze. Daar horen nog niet begrootte kosten bij in termen van capaciteit. De aanpak voor het uitfaseren van het werken met papier wordt na implementatie DMS/RMA (eind 2022) nader uitgewerkt en leidt – indien noodzakelijk – tot nadere besluitvorming. De kosten hiervoor zijn op het moment van opstellen nog onvoldoende in beeld.
70
2. Reguliere aanpak In 2022 is een groot gedeelte van de geplande activiteiten Digitale Agenda uitgevoerd. Hiermee ligt er een basis voor een gestructureerde en planmatigere aanpak van de reguliere uitdagingen in het i-domein. Heldere rollen en verantwoordelijkheden zorgen er daarbij voor dat alle spelers (voor Rozendaal gaat het gauw om 45 rollen) op het juiste moment de juiste dingen doen (regievoering). Daarbij is een belangrijk winstpunt van de Digitale Agenda dat we met een opgeschoond budget kunnen werken. Daarin is vanaf 2023 niet langer sprake van een (begrotings)post ICT, maar van een post Informatievoorziening, waarin alle zaken die onder brede aansturing van Informatievoorziening vallen zijn samengebracht. Kosten die qua inhoud en aansturing betrekking hebben op specifieke domeinen (zoals het sociaal domein, ruimtelijke ontwikkeling, of burgerzaken en publiekszaken) zijn toebedeeld aan die betreffende posten. Zaken die onder de regie horen te vallen van de brede aanpak in het I-domein zijn onder gebracht in de nieuwe post Informatievoorziening.
Het gaat daarbij om kosten die betrekking hebben op Informatievoorzieningsvraagstukken die voor de brede bedrijfsvoering van de Rozendaalse kernorganisatie van belang zijn, zoals: - (digitaal) informatiebeheer en het DMS/RMA; - kantoorautomatisering en werkplekken; - connectiviteit, zoals de glasvezelkabel; - uitvoering wettelijke taken zoals Wet open overheid en de Archiefwet; - informatiebeveiliging en privacy-vraagstukken. Het gaat dus niet om kosten die bijvoorbeeld gemoeid zijn met de komst van de Omgevingswet (Digitaal Stelsel Omgevingswet/DSO), of kosten die gericht zijn op de publieksdienstverlening, zoals die voor de website. Deze kosten zijn terug te vinden in het betreffende begrotingsprogramma. De oude begrotingspost ICT bedroeg in 2022 € 173.000. De nieuwe post Informatievoorziening bedraagt als gevolg van de diverse budgetverplaatsingen € 234.622. Deze stijging is voor het merendeel verklaarbaar door verplaatste posten, en voor een kleiner deel door meerkosten op het vlak van Informatievoorziening. Deze meerkosten ten opzichte van de begroting 2022 bedragen € 28.000. Oorzaken zijn de nieuwe structurele kosten voor regie-capaciteit (Informatiemanagement en CISO-rol), als uitwerking van de Digitale Agenda 2022-2023. We informeren in het laatste kwartaal van 2022 de raad over de voortgang van de Digitale Agenda via een raadsinformatiebrief.
Daarin komt ook een nadere onderbouwing van deze meerkosten aan de orde. Onderdeel Kosten Informatievoorziening
Werkelijk ICT 2021
Begroot ICT 2022
Begroot Informatievoorziening 2023
173.233
234.622
160.604
5.4 Kosten bedrijfsvoering Bij programma 0 is het taakveld Overhead opgenomen. In deze paragraaf zijn de kosten daarvan per onderdeel nader toegelicht. We zien voor wat betreft de totale overhead een stijging in de kosten ten opzichte van 2022. De belangrijkste verklaringen hiervoor zijn toegenomen kosten in de personeelslasten (€ 156.000), informatievoorziening (meerkosten € 28.000) en voor verbeterde (digitale) dienstverlening onder post overige kosten organisatie. Onderdeel Personeelslasten Overige personeelslasten ICT-kosten Huisvesting
Werkelijk 2021 1.263.528 23.535 160.604 29.609
Begroot 2022 1.097.427 25.065 173.233 34.080
71
Begroot 2023 1.253.652 35.425 234.622 49.476
Overige kosten organisatie Tractie Totaal
228.736 42.182 1.748.194
221.974 43.832 1.595.611
260.912 45.593 1.879.679
Personeelslasten In het volgende overzicht staan de personeelsbudgetten voor de normale bedrijfsvoering (exclusief bestuur). We hanteren dit overzicht voor een afweging bij inhuur. In de tabel staan de reguliere personeelsbudgetten (gebaseerd op de bestaande formatie) en het inhuurbudget voor de structurele taken waar altijd al voor wordt ingehuurd. Onderdeel Kernorganisatie Inhuurbudget