CConstaterende datRozendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

1.2 Raadsvergadering 6 juli 2021, gemeente Rozendaal33.602 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Wanneer Q3 Doorlopend Doorlopend Q2 2021 Doorlopend Doorlopend Doorlopend Juni en december ieder jaar

50% van plannen in betaalbare categorie Set afspraken over inzet instrumenten opstellen Ervaringen delen over doorstroommakelaar Aansluiten bij actie Doorstroommakelaar provincie Beknopte update analyse druk op sociale huursector Discussie met corporaties over toekomst sociale huur en instrumentarium Aansluiten bij tempotafel betaalbaarheid/conceptueel bouwen

Doorlopend Q3 2021 Q4 2021 Doorlopend Q2 Q3 2021 Doorlopend

Gemeenten maken uiterlijk 2021 Transitievisies Warmte Gemeenten maken vervolgens wijkuitvoeringsplannen Themasessie goede voorbeelden verduurzaming

2021 2022 e.v. Q4 2021

14

Verkenning locaties flexwonen, mogelijk in samenwerking met provincie

1e helft 2021

Ervaringen groen en circulair delen (1x per jaar agendapunt AO en BO) Deelname aan regionale tempotafel Circulair bouwen

Q4 2021 Doorlopend

Periodiek kennisdelen wijkaanpak, wijkexcursie organiseren

Q3 2021

Deelname aan regionale tempotafel arbeidsmigranten

Doorlopend

Inventarisatie vraag/aanbod terugkoppeling in regio

woonwagenbewoners

door

gemeenten,

Opgaven wonen en zorg in beeld brengen (regionaal), deelname aan regionale tempotafel specifieke doelgroepen Uitvoeringsafspraken wonen en zorg opstellen

3.4.

Q4 2021

2021 2e helft 2021

Budget: wat is nodig

Voor de uitvoering van de acties uit deze Woonagenda is ambtelijke inzet nodig. We gaan er van uit dat iedere gemeente daarvoor voldoende tijd vrijmaakt in de eigen formatie. Voor de uitvoering van de (sub)regionale samenwerking is echter aanvullend budget benodigd voor: • een nieuw Woningbehoefteonderzoek in 2022 (op regionaal niveau); • monitoring op regionaal niveau (subregionaal bedraagt dit circa € 11.000 ex BTW); • goede regie op de voortgang van de uitvoering van de Woonagenda. We willen daarvoor de inzet van een procesregisseur voortzetten. Indicatie tijdsbesteding: ca 1 dagdeel per week, gedurende 45 werkweken per jaar. Benodigd budget: € 15.000 exclusief BTW per jaar. Het budget dat ten tijde van de vorige subregionale beschikbaar is gesteld, is nog niet uitgeput. Het resterende budget volstaat voor nog in ieder geval één jaar. Er is dus vooralsnog geen aanvullend budget nodig. Voor het benodigde budget maken we nadere afspraken met de provincie over cofinanciering.

15

Bijlage: Analyse opgave woningvoorraad Kwantitatief: versnelling en meer plannen nodig De woningmarkt van Arnhem-Nijmegen staat onder druk, de woningbehoefte is groot. De ambitie uit de Woondeal ligt op + 35.000 woningen in de periode 2020-2030 voor de Regio Arnhem-Nijmegen. De woningbehoefte is dermate groot dat een tempoversnelling in productie nodig is: op regionaal niveau van 3.100 woningen per jaar (realisatie 2015-2018) naar 3.400 tot 3.900 woningen per jaar. Dit is inclusief het inlopen van een groot deel van het actuele woningtekort (circa 5.800 woningen tot 2030). In onze subregio is de opgave voor de periode 2019-2030 + 12.510 woningen. De groei is het grootst in de komende vijf jaar: een kleine 1.800 woningen gemiddeld per jaar (inclusief het huidige tekort). In de periode 2025 tot 2030 ligt dit op circa 700 woningen gemiddeld per jaar.

Totaal 2019-2030

Huishoudensgroei 2025-2030

Huishoudensgroei 2019-2025

Inloop woningtekort tot 2%

In de huidige plancapaciteit van gemeenten Tabel 1. Huishoudensgroei tot 2030 in subregio en gemeenten staan ca 12.000 woningen opgenomen, waarvan ruim 6.300 harde plannen en ruim 5.700 zachte plannen. Er zijn nog onvoldoende plannen om te voorzien in de restopgave tot 2025. Op de langere termijn - tot 2030 - zijn er wel voldoende plannen, maar een aanzienlijk deel van de plannen zijn zacht. Er is weinig ruimte voor planuitval, terwijl de praktijk leert dat hiermee wel rekening moet subregio Arnhem 1.150 7.830 3.530 12.510 worden gehouden. Bij goed adaptief Arnhem 4.500 2.370 6.870 programmeren is het nodig dat er steeds Lingewaard 1.130 430 1.560 voldoende potentiële bouwplannen klaarliggen om Overbetuwe 1.400 410 1.810 vertraging en uitval zoveel mogelijk te beperken. Renkum 420 130 550 Ook is het voor de gewenste continue 340 150 490 Rheden bouwproductie op de lange termijn nodig om tijdig 40 40 80 Rozendaal zicht te hebben op de toekomstige potentiële Bron: Woningmarktonderzoek 2019, Companen locaties. Kwalitatief: focus op betaalbaarheid Uit het Woningmarktonderzoek blijkt, dat er in de subregio Arnhem een behoefte is aan extra woningen in alle segmenten van huur en koop. Dit concentreert zich dit sterker dan voorheen in de betaalbare categorie (socialeen middeldure huur en betaalbare koop tot de NHG-grens, conform landelijke definities).

Circa 50% van de nieuwbouw zal in deze categorie moeten worden ontwikkeld. Er is in de subregio een grote behoefte aan goedkope koopwoningen (tot 2 ton). In 2019 is in de aanvullende behoefte in dit segment niet tegemoet gekomen; er zijn geen goedkope koopwoningen aan de subregionale woningvoorraad toegevoegd.

16

Figuur 1 Kwalitatieve behoefte naar segmenten (2019-2030)

Bron: Woningmarktonderzoek 2019, Companen

Bij sociale huur, middenhuur en goedkope koop is inzet van aanvullend instrumentarium nodig om realisatie van woningen te borgen. We zoomen daar kort op in (we citeren uit het Woningmarktonderzoek 2019). Sociale huur: meer en anders In de sociale huursector ligt er een opgave in de periode 2019-2030 voor uitbreiding van de voorraad met 1.080 (beperkte welvaartsgroei) tot 2.600 woningen (zonder welvaartsgroei). Gelet op de economische crisis als gevolg van COVID-19 is de aanname reëel dat de behoefte aan sociale huurwoningen wellicht nog verder toeneemt. Bovendien ervaren gemeenten een toenemende druk op de sociale huursector vanuit bijzondere doelgroepen. Vinger aan de pols houden is cruciaal, want de duur van de huidige crisis en de consequenties voor de woningmarkt zijn vooralsnog ongewis. In de sociale huur zien we een belangrijke veranderopgave van traditionele rijwoningen naar kleinere, multifunctionele woningen. Dit hangt samen met het groeiend aantal kleine huishoudens (eenverdieners) dat zich op de sociale huur richt. Het gaat daarbij overigens niet alleen om appartementen. Het is goed om te constateren, dat de corporaties deze beweging maken en bereid zijn meer dan in het recente verleden te investeren in nieuwbouw. In de regio hebben vooral de steden Arnhem en Nijmegen een relatief groot aandeel sociale huurwoningen.

Hier wonen doorgaans ook veel huishoudens uit de doelgroep. Buiten de steden zijn er doorgaans minder sociale huurwoningen, maar is ook het aandeel huishoudens in de doelgroep voor sociale huur beperkter. Dit is door de jaren heen zo gegroeid. Veel woningzoekenden in sociale huur zoeken lokaal of hoogstens subregionaal. Middenhuur: tot circa € 900 In de middenhuur zien we een groeiende behoefte, vooral aan appartementen tot circa € 900. Het segment voorziet in een behoefte onder huishoudens die een te hoog inkomen hebben voor een sociale huurwoning en een te laag inkomen voor een koopwoning. Door prijsstijgingen zijn er steeds minder woningen in deze prijsklasse beschikbaar. De behoefte aan grondgebonden woningen in de middenhuur is relatief beperkt. Koopsector: betaalbaar! In de koopsector is de behoefte verspreid over de verschillende segmenten naar typologie en prijsklasse. Bij goedkope koop (tot 2 ton) is er vraag, maar door prijsstijging steeds minder aanbod. Bovendien wordt een deel van deze woningen opgekocht als belegging en verhuurd. Bij het invullen van de behoefte aan goedkope rijwoningen is het belangrijk om enerzijds voldoende toekomstkwaliteit te realiseren en anderzijds een kwaliteit die passend is bij de prijs. Dit betekent doorgaans een kleinere woning. Voor het beleid is het dan ook belangrijk hiervoor goede strategieën te ontwikkelen.

Denkbaar is om (rekening houdend met de uiteindelijke woonlasten) iets meer financiële ruimte te creëren om kwalitatief goede woningen te realiseren: grens circa € 230.000.

17

Een alternatief voor een deel van de mensen die een goedkope woning willen kopen, ligt in de huursector. Om te komen tot vergelijkbare (betaalbare) woonlasten als bij de goedkope koop, zou het dan gaan om (sociale) huurwoningen van rond € 600 tot € 650. De ruimte die de minister biedt om 15% van de sociale huurvoorraad toe te wijzen aan deze middeninkomens, vast te leggen in prestatieafspraken, biedt hiervoor mogelijkheden. Beide segmenten (sociale huur en goedkope koop) moeten aandacht hebben in de programmering. Toekomstbestendige voorraad Meer dan 90% van de benodigde woningvoorraad in 2030 staat er nu al. Het grootste deel van de woningmarktopgaven zullen in de bestaande voorraad opgevangen worden. En daar ligt een belangrijke opgave: • transitieopgave van traditionele gezinswoningen naar woningen voor kleine huishoudens; • opgave voor meer kwaliteit in energetisch opzicht; • opgave voor meer kwaliteit qua toegankelijkheid en toekomstbestendigheid. In het Woningmarktonderzoek van 2019 zijn op basis van een aantal indicatoren wijken met potentiële risico’s in kaart gebracht (indicatoren: bouwjaar, energielabel, fysieke factoren leefbaarometer, koopkracht, aantal 75plussers).

In de regio zijn hot-spots aan te wijzen waar de toekomstkwaliteit onder druk staat: in Arnhem bijvoorbeeld Presikhaaf, Malburgen, Geitenkamp en Alteveer, delen van de kernen Oosterbeek, Doorwerth, Velp en Dieren.

18

1 06-18-2 Raadsinformatiebrief Evaluatie Transformatieplan

Raadsinformatiebrief

Onderwerp Evaluatie Transformatieplan 2.0 Rheden Adviseur Portefeuillehouder Datum

: T. van den Boom : A. Logemann : 15- 6- 2021

Aan de Raad Inleiding De gemeente Rozendaal werkt op het gebied van het Sociaal Domein intensief samen met de gemeente Rheden. Beide gemeenten voeren op hoofdlijnen hetzelfde beleid en de uitvoering wordt door de gemeente Rheden verzorgd. Daarom informeert het college u graag over de onlangs uitgevoerde evaluatie van het Transformatieplan 2.0 van de gemeente Rheden. In 2019 heeft binnen de gemeente Rheden, mede vanuit een sterk groeiende vraag naar zorg en sterk stijgende uitgaven, een heroriëntatie plaatsgevonden op haar Transformatieplan uit 2015. Daarbij is geconstateerd dat de transitie is gelukt maar de beoogde transformatie nog niet. In het door de gemeenteraad vastgestelde Transformatieplan 2.0 (mei 2019) zijn maatregelen opgenomen om de gewenste transformatie alsnog te effectueren. Grosso modo gaat het om (a) maatregelen die het Rhedens model operationaliseren en (b) organisatorische maatregelen die de gemeente meer “in control” brengen. Uiteraard met inachtneming van de zorgplicht voor onze inwoners en binnen de sturingsmogelijkheden van het stelsel. In uw vergadering van 10 september 2019 heeft u kennisgenomen van dit Transformatieplan 2.0 en heeft u uw steun uitgesprokenvoor de koers die er in is aangegeven en ingestemd met de door de gemeente Rheden beoogde verkenning van de aangegeven maatregelen.

Bij de vaststelling van het Transformatieplan 2.0 heeft de Rhedense raad besloten om medio 2021 een evaluatie te laten plaatsvinden. Bijgaande rapportage bevat deze eerste evaluatie van de uitvoering van het Transformatieplan 2.0 (* bijlage 1); * het Transformatieplan is bijgevoegd als bijlage 2. De activiteiten stonden voor een belangrijk deel in het teken van voorbereidingen, pilots en de aanbestedingen “versterken sociale basis” en “lokale maatwerkvoorzieningen Jeugd”. Anno mei 2021 zijn door de korte tijdsduur de effecten van een aantal ingrijpende maatregelen nog onvoldoende zichtbaar. Deze evaluatie is derhalve primair op hoofdlijnen en heeft dan ook vooral een kwalitatief, beschrijvend karakter. Op 17 juni spreekt de gemeenteraad van Rheden over bijgevoegde evaluatie. Deze bijeenkomst is online te volgen. In dit verband is ook van belang dat de bijeenkomst later is terug te zien. Dezelfde avond vindt immers in onze gemeente een bijeenkomst plaats over de Organisatieontwikkeling. Na de zomervakantie zullen wij weer een raadsinformatiebijeenkomst Sociaal domein beleggen. Dat biedt u de gelegenheid om de evaluatie van het Transformatieplan 2.0, inclusief de mogelijke gevolgen daarvan voor onze gemeente, te bespreken.

Pagina 1 van 2

Collegevoorstel

Het college van burgemeester en wethouders,

Boele Boelens, Secretaris

Bijlagen 1. Evaluatie Transformatieplan 2.0 2. Transformatieplan 2.0

Pagina 2 van 2

Ester Weststeijn, Burgemeester

1 Bijlage bij Raadsinformatiebrief Evaluatie Transformatieplan.

Collegevoorstel

Onderwerp Evaluatie Transformatieplan 2.0 Sociaal domein gemeente Rheden Adviseur : T. van den Boom ism M. Jansma Behandeldatum : 15 juni 2021 Programma : Sociaal domein Kenmerk : MJ-21-18 Programmanummer : 6. Openbaar : ja Portefeuillehouder : A. Logemann

Advies 1. Kennisnemen van de evaluatie van het Transformatieplan 2.0 Sociaal domein gemeente Rheden 2. Vaststellen: de begeleidende raadsinformatiebrief ’Evaluatie Transformatieplan 2.0 Rheden’ 3. De raadsinformatiebrief plus bijlagen op de lijst van ingekomen stukken zetten voor de gemeenteraad van 6 juli 2021 Aanleiding Bij de vaststelling van het Transformatieplan 2.0 Sociaal domein (mei 2019), heeft de Rhedense raad besloten om medio 2021 een evaluatie te laten plaatsvinden. Deze wordt nu met een informatiebrief aangeboden aan de Rhedense raad. Deze informatiebrief, met enkele Rozendaalse aanvullingen, vindt u in bijlage 1. De Evaluatie zelf vindt u in bijlage 2, voor de volledigheid is het Transformatieplan bijgevoegd als bijlage 3. Beoogd effect Doelstelling is om de Rozendaalse raad te betrekken bij de evaluatie van het Transformatieplan 2.0, waarvan de maatregelen ook hun doorwerking hebben naar de inwoners van onze gemeente. Argumenten Belang van informatievoorziening Met bijgevoegde Evaluatie wordt de raad geïnformeerd over de stand van zaken van de transformatie. Dit biedt een goed aanknopingspunt voor een gesprek in onze gemeente. Kanttekeningen N.v.t. Personele gevolgen N.v.t. Financiën De beoogde transformatie dient te leiden tot bezuinigingen. De evaluatie zelf heeft geen concrete financiële gevolgen. In dit stadium gaat het om informatievoorziening.

Pagina 1 van 2

Collegevoorstel

Vervolg 1. De raadsinformatiebrief wordt op 17 juni besproken in een raadsbijeenkomst gemeente Rheden. Deze bijeenkomst is online te volgen en later terug te zien. 2. Na bespreking in onze raad van 6 juli zullen wij na de zomervakantie een aparte raadsinformatiebijeenkomst organiseren, waarbij de mogelijkheid wordt geboden tot verdere verdieping. 3. Zie verder bij communicatie. Communicatie 1. Evaluatie plus begeleidende raadsinformatiebrief en, voor de volledigheid, het Transformatieplan 2.0 uit 2019, op de lijst van ingekomen stukken van de raad van 6 juli Bijlage(n) 1. Raadsinformatiebrief ’Evaluatie Transformatieplan 2.0 Rheden’ 2. Evaluatie (bijlage 1 bij de raadsinformatiebrief) 3. Transformatieplan 2.0 (bijlage 2 bij de raadsinformatiebrief)

Pagina 2 van 2

1 Bijlage bij Raadsinformatiebrief Evaluatie Transformatieplan.

Transformatieplan 2.0 EVALUATIE

25 mei 2021

Pagina 1 van 24

Voorwoord In juni 2019 heeft de raad het transformatieplan 2.0 vastgesteld. Aan de hand van de door raad vastgestelde kaders is het college aan de slag gegaan. Het jaar 2020 werd niet alleen gedomineerd door Corona; het was ook een belangrijk jaar voor het college in de uitvoering van het transformatieplan. De afgelopen twee jaar stonden begrippen als kaders, aanbesteding, wachtlijsten, transformatie centraal, maar alle inspanningen waren erop gericht dat de inwoners van de gemeente Rheden kunnen meedoen in de samenleving. Dat onze jonge inwoners goed en zo normaal mogelijk kunnen opgroeien, met soms een steuntje in de rug. Wanneer inwoners niet zelf aan werk kunnen komen, moeten ze op passende ondersteuning kunnen rekenen. En als zij een dagje ouder worden, kunnenzij zo lang en zo zelfstandig mogelijk blijven deelnemen aan de samenleving. De transformatie is erop gericht om hulp zo laagdrempelig en zo dichtbij mogelijk bij onze inwoners te organiseren. Het doel is dat mensen (weer) kunnen meedoen in de Rhedense samenleving. Het college denkt daarbij niet meteen aan zorg die geregeld wordt via officiële beschikkingen. Juist via ondersteuning van de inwoners, toegankelijkheid, laagdrempeligheid en zorg dichtbij huis kan veel bereikt worden. Hulp uit de buurt betekent vaak meer dan een helpende hand: het is ook het versterken van iemands netwerk.

En passend werk zorgt er voor dat iemand weer een doel in zijn leven heeft. Daar is de hele transformatie op gericht. Is dat niet meer voldoende, dan zijn er professionele partijen die de inwoners daarbij ondersteunen. Niet meer dan nodig, maar ook niet minder dan nodig. We zitten midden in die transformatie. Deze evaluatie laat zien wat er in de afgelopen periode is opgepakt en op welke wijze dit zich vanaf 2021 verder vertaalt. Deze evaluatie gaat over de start van de transformatie, die de komende jaren nog meer initiatieven vanuit de samenleving moet opleveren. Voor de inwoner moeten die toegankelijk en dichtbij zijn. Wij willen en moeten de komende jaren dan ook de tijd krijgen en nemen om met zijn allen hieraan te werken. De Steeg, 25 mei 2021 College gemeente Rheden

Pagina 2 van 24

Inhoud Voorwoord ........................................................................................................................................... 2 1.

Inleiding ........................................................................................................................................... 4

2.

Krijgt de transformatie gestalte?..................................................................................................... 5 2.1 Transformatie in chronologisch perspectief ................................................................................. 5 2.2 financiële context .......................................................................................................................... 6 2.3

Wat merkt de inwoner van de transformatie? ....................................................................... 6

2.4

Meten van tevredenheid ......................................................................................................... 8

3.

Sociale basis en maatwerk dat goed aansluit.................................................................................. 8

4.

Maatregelen Organisatie & Financiën ........................................................................................... 10

5

6

4.1

Organisatieontwikkeling ........................................................................................................ 10

4.2

Communicatie ....................................................................................................................... 10

4.3

Financiële sturing en beheersing........................................................................................... 11

4.4

3D-Financieel ......................................................................................................................... 11

Stand maatregelen per wet ........................................................................................................... 14 5.1

Jeugdwet ............................................................................................................................... 14

5.2

Participatiewet ...................................................................................................................... 15

5.3

Wet maatschappelijke ondersteuning .................................................................................. 16

Tot slot ........................................................................................................................................... 18 6.1

Voornemens en Aanbevelingen ............................................................................................ 18

BIJLAGE I: UITWERKING VAN CONCRETE MAATREGELEN ..................................................................... 19 BIJLAGE II: Trendmatige ontwikkeling aantal cliënten per Wet ............................................................ 24

Pagina 3 van 24

1. Inleiding Sinds januari 2015 is een groot aantal taken en budgetten op het terrein van de Participatiewet, de Wet maatschappelijke ondersteuning en de Jeugdwet naar gemeenten gedecentraliseerd. Deze decentralisaties gingen gepaard met substantiële kortingen op de betreffende budgetten. De wijze waarop Rheden vanaf 2015 vorm en inhoud gaf aan de gedecentraliseerde taken is vastgesteld met de nota “Transformatieplan Sociaal Domein Rheden 2015-2016”. Voor de beoogde transformatie is destijds in het kader van de Sociale Visie het Rhedens Model ontwikkeld met als belangrijkste uitgangspunten:  de “eigen kracht” van de inwoner  de samenredzaamheid vanuit sociale en maatschappelijke netwerken  de rol van de gemeente is die van “vangnet” voor met name complexere ondersteuningsvragen. Met de decentralisatie en transformatie werden onder andere de volgende effecten beoogd:  verschuivingen van betaalde zorg naar informele hulp  minder gebruik van maatwerk voorzieningen en meer van algemene voorzieningen  minder gebruik van specialistisch zorg en ondersteuning en meer van standaard zorg en ondersteuning.  minder gebruik van individuele behandeling en meer groepsbehandeling  minder intramuraal en meer ambulant  van curatieve naar preventieve ondersteuning. Na vier jaar transformeren ontstond er, mede in het licht van sterk stijgende uitgaven, een behoefte aan een heroriëntatie.

Bij deze heroriëntatie is geconstateerd dat de transitie op zich gelukt is maar de beoogde transformatie nog niet. Daarom heeft de gemeenteraad in juni 2019 is het Transformatieplan 2.0 “Begrenzen van de zorg” vastgesteld. De hoofdconclusie is dat de transitie geslaagd is; cliënten zijn naar de gemeente overgedragen, de organisatie en administratie (berichtenverkeer) waren ingericht en de regionale inkoop had vorm gekregen. De zorg was geborgd maar de transformatie kwam nog niet goed uit de verf. Met het Rhedens model en de daaruit voortvloeiende beleidsregels was en is in de kern weinig mis. De praktische uitwerking/invulling van het Rhedens model vertoonde echter omissies. Daarnaast moesten we concluderen dat onze interne organisatie kwetsbaar en onvoldoende zakelijk en gestroomlijnd is. De aanbevelingen en maatregelen van het Transformatieplan 2.0 richten zich met name op deze 2 hoofdelementen: a) Versterk het voorliggend veld (sociale basis) Hierbij gaat het om het verbinden en ontwikkelen van samenwerkende maatschappelijke netwerken en ondersteuningsproducten voor kwetsbare inwoners. Met een focus op de zelfredzaamheid en ondersteuning vanuit de eigen sociale netwerken. En het optimaal benutten van de informele, vrijwillige ondersteuning dicht bij de inwoner.

Dit doen we door het creëren en toegankelijk maken van algemene voorzieningen zodat voorliggende voorzieningen maximaal gebruikt worden. Het aanbod van lokaal maatwerk en het regionale maatwerk (bij complexe, specialistische zorgbehoeften) vormen daarbij het sluitstuk. b) Een sterkere regie- en opdrachtgeversrol voor de gemeente. Hierbij gaat het primair om een versterking van de regierol van de gemeente als opdrachtgever. En open-einden zoveel mogelijk oplossen of beperken. Maar ook beter en sneller inzicht krijgen in afzet- en omzetontwikkelingen, meer integraal werken, een sterkere controlefunctie, vergaande automatisering en stroomlijning van werkprocessen.

Pagina 4 van 24

Het hoofddoel van de Transformatie is het realiseren van zorg en ondersteuning aan inwoners die dat nodig hebben. Daarbij het is belangrijk dat die zorg en ondersteuning aansluit op de hulpvraag en zorgt voor de gewenste verbeteringen. En die hulp en ondersteuning moet goed toegankelijk (1 front-office) en waar mogelijk dicht bij huis zijn. Waar nodig, denk aan complexe casussen (1 huishouden – 1 plan – 1 regisseur), wordt deze integraal opgepakt. Hier hebben we een eerste stap in gezet met de aanpak van een tiental complexe casussen middels de Doorbraakmethode1. Voor een effectmeting is het nog te vroeg. De activiteiten in het jaar 2020 stonden voor een belangrijk deel in het teken van voorbereidingen, pilots en de aanbestedingen “versterken sociale basis” en “lokale maatwerkvoorzieningen Jeugd”. Anno mei 2021 zijn door de korte tijdsduur de effecten van een aantal ingrijpende maatregelen nog onvoldoende zichtbaar. Deze evaluatie is daarom primair op hoofdlijnen en heeft dan ook vooral een kwalitatief, beschrijvend karakter.

2. Krijgt de transformatie gestalte? 2.1 Transformatie in chronologisch perspectief 2020 Het jaar 2020 was een jaar van experimenteren met pilots, de basis op orde brengen in de organisatie en het voorbereiden van maatregelen, waarbij de aanbestedingen ‘Versterken en verbreden van de sociale basis’ en de ‘Lokale maatwerkdiensten Jeugd’ twee belangrijke pilaren zijn om het Rhedens Model echt te laten werken. Beide aanbestedingen zijn succesvol ingevoerd. We beschikken bij de sociale basis over een professionele partij met goede ervaringen op soortgelijke opdrachten. Dit is het begin van een gefaseerd groeimodel gebaseerd op partnerschap. Ook de lokale aanbesteding jeugdzorg is geslaagd. We hebben zoals gewenst een beperkt aantal aanbieders kunnen contracteren die gezamenlijk toewerken naar dekkend aanbod bieden. 2021 We kunnen slechts over het eerste kwartaal van 2021 spreken. De eerste resultaten zijn bemoedigend, maar om echt conclusies te kunnen verbinden aan de acties is meer tijd nodig. Uiteraard heeft ook de Corona-crisis impact op de zorgvraag, maar op een aantal speerpunten zien we een trendbreuk. Het aantal unieke cliënten Jeugdzorg daalt sinds eind 2019 en deze trend zet zich door in het 1e kwartaal van 2021. Ook het aantal cliënten WMO-begeleiding daalt, mede doordat een groot deel van de lichte begeleiding binnen de sociale basis wordt opgevangen.

Ook zien we in het 1e kwartaal een sterke reductie van de Wmo-individuele specialistische begeleiding. De Coronamaatregelen hebben geleid tot zwaardere zorg en langduriger (verblijfs)zorg bij de Jeugdzorg. Ook waren er nauwelijks mogelijkheden voor groepsbegeleiding vanuit de sociale basis. Binnen de Participatiewet zien we, na een lichte groei en krimp in 2020, vanaf januari 2021 een stijging van het aantal uitkeringsgerechtigden. Dit is sterk Corona-gerelateerd. Met de afbouw van de steunpakketten lijkt het waarschijnlijk dat het aantal nog verder zal stijgen. De transformatie overtreft op sommige aspecten de verwachtingen. Een boven verwachting groot aantal lopende trajecten bleek, in samenspraak tussen zorgaanbieders en cliënten, op korte termijn te kunnen worden afgerond. Ook is binnen de sociale basis, al in korte tijd en aansluitend op de behoeften van inwoners, een groot aantal nieuwe initiatieven tot stand gekomen. De tijd om de aanbestedingen te implementeren, was kort. Om dit te bereiken binnen de gestelde termijnen is er hard gewerkt. Daarnaast heeft het tempo in combinatie met de Corona-crisis ervoor gezorgd dat sommige stakeholders zich overvallen hebben gevoeld. Uiteraard heeft iedere verandering gewenningstijd nodig. Juist voor deze transformatie is het dan ook belangrijk dat we de tijd nemen en krijgen.

Niet alleen om ‘te wennen’ aan, maar ook om continue verbeterslagen te kunnen maken.

1

creatief en vindingrijk toepassen van maatwerk (in afwijken van vaste gewoonten en de regels) bij huishoudens met een opeenstapeling van problemen op verschillende leefgebieden, zoals: wonen, gezondheid en hun financiële situatie.

Pagina 5 van 24

De komende jaren De praktijk zal de komende twee jaar moeten aantonen of de maatregelen inderdaad leiden tot samenredzaamheid, normalisatie2 en dekkend aanbod en matched care3. De maatregelen die vanuit het Transformatieplan 2.0 zijn genomen richten zich met name op de Wmo en de Jeugdwet. Op deze terreinen was naast een inhoudelijke transformatie ook een financieel grote opgave te realiseren. Bij de Participatiewet was deze urgentie er in mindere mate. De komende jaren gaan we ook voor deze en andere beleidsvelden na of en hoe aangesloten kan worden bij de in gang gezette bewegingen.

2.2 financiële context De stevige inzet op de transformatie is naast inhoudelijk ook financieel gedreven. De sterk stijgende lokale zorguitgaven voor de 3D-taken legden een steeds groter beslag op de financiële middelen. Een aantal jaren met exploitatietekorten hebben de financiële positie van de gemeente aangetast. Preventief financieel toezicht door de Provincie dreigde. Fundamentele systeemingrepen en uitgaven-reducerende maatregelen waren noodzakelijk. In dat licht is het college voortvarend gestart met de uitvoering van het Transformatieplan 2.0. Het college heeft zich daarbij met name gericht op de terreinen waar de beïnvloedingsruimte het grootst is. Dit betrof met name de versterking van de Rhedense sociale basis en de grip op onze lokale maatwerkdiensten Jeugd. Helaas vonden we in de regio geen steun voor een soortgelijke aanpak voor de regionale maatwerkdiensten. In de regio bleef het systeem van Open House aanbesteding en verrekening op basis van P X Q gehandhaafd. Inmiddels wordt in de regio met veel belangstelling naar onze aanpak voor de lokale maatwerkdiensten Jeugd (en sociale basis) gekeken en worden lumpsum-pilots uitgevoerd. In de Achterhoek heeft een aantal samenwerkende gemeenten het Rhedens voorbeeld dit jaar gevolgd. In de afgelopen 2 jaar is, in een weerbarstige en complicerende context, veel in gang gezet. We hebben de regie gepakt.

Twee grote aanbestedingen, sociale basis en lokale maatwerkdiensten jeugd, zijn in een korte tijd geïmplementeerd en per 1 januari jongstleden operationeel. De eerste resultaten zijn bemoedigend. Er is een stap in de goede richting gezet en voorzichtig zien we daar nu de eerste resultaten van, zowel inhoudelijk als financieel. De focus lag op de beide aanbestedingen waardoor andere aanpassingen en maatregelen nog niet aan bod zijn gekomen. Deze pakken we nu in de vervolgfase op, zie bijlage 1. Verder zien we mogelijkheden om de sociale basis verder te verbreden en te versterken onder andere met diensten vanuit de Participatiewet en Schulddienstverlening.

2.3

Wat merkt de inwoner van de transformatie?

In 2020 is met name ingezet op de voorbereidingen van de transformatie. Toch is een aantal maatregelen al merkbaar voor de inwoners. 

Informatiepunten Incluzio Incluzio is in Dieren, Rheden en Velp in januari jongstleden gestart met Informatiepunten. De grote toeloop van inwoners naar de punten zowel fysiek als digitaal toont aan dat dit logische punten zijn voor inwoners om bij aan te kloppen. Hierdoor transformeren de informatiepunten zich organisch naar de frontoffice in het sociaal domein. De gemeentelijke Toegang ontwikkelt zich steeds meer naar een (2e lijns) Midoffice. Ons team Toegang komt in actie als de hulp en ondersteuning niet in de sociale basis kan worden gerealiseerd en maatwerk noodzakelijk is. Meer aanbod algemene voorzieningen Inwoners merken dat er steeds meer aanbod aan algemene voorzieningen is waarvoor

2 Normalisatie: tegengaan van de gedachte dat de ondersteuning plaats moet vinden vanuit geïndiceerd aanbod. Toewerken naar een mechanisme waarbij eerst naar andere oplossingen wordt gekeken allereerst vanuit de directe omgeving. 3 Matched care: indien nodig wordt snel en slagvaardig de inzet van individuele maatwerkvoorzieningen geboden. Zo kort en licht als mogelijk en zo intensief als nodig.

Pagina 6 van 24

geen indicatie vanuit de gemeente nodig is. Denk aan huiswerkbegeleiding, steunouders, sportactiviteiten of persoonlijke begeleiding. Het verbreden van het aanbod aan algemene voorzieningen vindt nu vooral plaats op het terrein van de Wmo en de Jeugdwet. Helaas vindt door de Corona-maatregelen ondersteuning/begeleiding in groepsverband nog te weinig plaats en heeft het veelal nog een individueel karakter. Met de aanbestedingen Sociale Basis en lokale maatwerkvoorzieningen Jeugd ontwikkelt zich sinds 1 januari 2021 een aanbod van algemene voorzieningen voor individuele basis begeleiding en groepsbegeleiding voor zowel jeugd als volwassenen. Daarnaast wordt op basis van behoeften vanuit inwoners het aanbod van algemene voorzieningen uitgebreid. Incluzio initieert en coördineert deze ontwikkeling in partnerschap met lokale organisaties en onze Dorpshuizen. Inwoners betalen voor deze algemene voorzieningen geen eigen bijdrage. Andere ondersteuning De ontwikkeling van meer algemene voorzieningen heeft ook gevolgen voor de bestaande cliënten voor lichte vormen van individuele begeleiding en dagbesteding. Voor deze cliënten verandert namelijk de manier waarop en door wie ze worden ondersteund. Ca 250 cliënten zijn van maatwerk-begeleiding overgegaan naar dienstverlening vanuit de sociale basis.

Met iedere inwoner die een aflopende indicatie had voor basis begeleiding of groepsbegeleiding stabiel is voor afloop van de indicatie door een consulent van de Toegang en een medewerker van Incluzio gesproken. De huidige aanbieder is altijd verzocht om bij dit gesprek aanwezig te zijn. Soms werd in dat gesprek duidelijk dat de inwoner op een ander wijze (specialistische begeleiding of WLZ etc.) ondersteuning nodig had. Met de overige inwoners is in samenspraak met Incluzio en de huidige aanbieder een plan opgesteld voor ondersteuning vanuit de sociale basis professioneel en/of vanuit vrijwilligers. Met daarbij een realistisch tijdspad. Minder zorgaanbieders jeugd Met de aanbesteding “Lokale maatwerkvoorzieningen Jeugd” is het aantal gecontracteerde zorgaanbieders sterk verkleind. De nieuwe contracten zijn per 1 januari 2021 in werking getreden. Het beperken van het aantal aanbieders voor de lokale maatwerkdiensten Jeugd heeft tot gevolg dat een deel van de cliënten overgaat (of is gegaan) naar een andere aanbieder. Voor “overgangscliënten” is een zorgvuldige procedure gevolgd. In veel gevallen geven we de cliënten en aanbieders de tijd om de behandeling en/of begeleidingstrajecten af te ronden. Circa 660 cliënten hadden in december 2020 een indicatie voor een product dat over is gegaan naar lokale maatwerkdiensten Jeugd.

De betreffende inwoners hebben vanuit de gemeente Rheden een brief ontvangen over de veranderingen in de Jeugdzorg in Rheden en welke gevolgen dit (mogelijk) voor hen had. Om de nieuw gecontracteerde aanbieders zo snel mogelijk te positioneren is de overgangstermijn bepaald op 1 maart 2021. Wanneer de huidige zorgaanbieder voor 1 mei het traject kan afronden dan vindt er geen overdracht plaats. De noodzaak tot overdracht is via het inhoudelijke gesprek tussen zorgprofessionals en met de inwoner besproken. Daar waar geen afronding voor 1 mei kan plaatsvinden en overdracht ook niet in het belang van het kind is hebben wij maatwerk toegepast. Bij de overgang zijn er geen kinderen tussen wal en schip beland. Door deze samenspraak met aanbieders en inwoners kon 65 % van de casussen worden afgerond bij de huidige zorgaanbieder. Voor 15 % van de cliënten is maatwerk toegepast, dat betekent dat het traject bij aanbieder wordt gecontinueerd met een cliëntgebonden overeenkomst. Ca 20 % van de cliënten is overgedragen naar de nieuwe aanbieder.

Voor sommige inwoners (en ook andere stakeholders) kwam de verandering onverwacht en snel. Het is dan ook begrijpelijk dat er soms zorgen waren en er weerstand ontstond. Bovendien ontstond er in sommige dossiers onduidelijkheid voor de inwoner en duurde het (in hun ogen) lang voordat er duidelijkheid kwam. Dat kwam onder andere doordat de aanbieders op casus-niveau honderden dossiers hebben doorgesproken. Inwoners hebben tijd nodig om begrip op te kunnen brengen voor de noodzakelijke veranderingen en te wennen aan een nieuwe of andere situatie. Niet alleen de gemeente maar ook de gecontracteerde partijen doen hun uiterste best om hierover in gesprek te gaan en te blijven. Inwoners moeten vertrouwen krijgen.

Pagina 7 van 24

2.4

Meten van tevredenheid

De tevredenheid van de inwoners meten we jaarlijks door een algemeen klanttevredenheidsonderzoek (KTO) uit te voeren, zoals voorgeschreven vanuit de wet. Deze metingen zijn breder dan alleen de ervaringen van inwoners met de maatregelen vanuit het transformatieplan. Voor de pilot “algemene voorziening hulp bij het huishouden” hebben we in november 2020 een KTO door Moventem laten uitvoeren. De tevredenheid van inwoners over de ondersteuning door het schoonmaakbedrijf was voldoende. Moventem voert ook het onderzoek uit naar de ervaringen van inwoners die deel hebben genomen aan de pilot “sociale basis – begeleiding”. Tijdens het schrijven van deze evaluatie waren de uitkomsten hiervan nog niet bekend. In mei 2021 heeft de gemeenteraad een aantal Ronde-Tafel-Gesprekken gepland om kennis te nemen van ervaringen van inwoners en externe partijen met de Transformatie. Zoals ook geschreven in de inleiding is het op dit moment nog te vroeg om over effecten te rapporteren, zoals bijvoorbeeld over de ontwikkeling van de eigen kracht, normalisatie en matched care. In het tweede deel van dit jaar staan de onafhankelijke representatieve ervaringsonderzoeken gepland over de overdracht van cliënten naar aanbod vanuit de algemene voorzieningen en de lokale maatwerkdiensten Jeugd en over de tevredenheid over de ondersteuning.

Beide onderzoeken worden uitgevoerd door een onafhankelijk onderzoeksbureau.

3. Sociale basis en maatwerk dat goed aansluit Met een stevige sociale basis lukt het om de zorg te normaliseren, dichtbij te organiseren en passende ondersteuning te bieden die aansluit bij de behoefte en werkt richting een oplossing. Dit gebeurt enerzijds door het bestaande aanbod te verstevigen en anderzijds ook het aanbod aan algemene voorzieningen te vergroten. Hulp wordt zo dicht mogelijk bij de inwoner zelf georganiseerd. Met eventueel aanvullend maatwerk dat niet meer doet dan nodig is (matched care). Vanaf 2015 is het ontwikkelen hiervan de belangrijkste uitdaging geweest. De afgelopen jaren is deze transformatie beperkt van de grond gekomen. Zoals bij veel andere gemeenten in Nederland heeft de transitie ook in onze gemeente veel aandacht en energie gevraagd. Vooral het zorgen voor goede en zorgvuldige maatwerkvoorzieningen zodat geen cliënten tussen wal en schip zouden vallen hebben wij veel aandacht gegeven. Ook het oprichten van een MGR, het in regionaal verband inkopen van nieuwe zorgvormen en het inrichten van het berichtenverkeer waren noodzakelijke stappen. De eerste tekenen van een goed werkende sociale basis worden zichtbaar, maar we zijn er nog niet. Alleen met een sterke sociale basis zal het Rhedens Model voor inwoners gaan werken.

We zien dat partijen elkaar weten te vinden en zich verbinden, er worden meer algemene voorzieningen ontwikkeld en veel inwoners weten de weg al te vinden naar de informatiepunten in de dorpen. De sociale basis beslaat het gehele sociale domein. Op dit moment is het nog met name gericht op de Wmo en de Jeugdwet. Naast de opdracht ‘versterken en verbreden van de sociale basis’ is de lokale aanbesteding maatwerkdiensten Jeugd een belangrijke pilaar voor het ‘Rhedens model in uitvoering’. De opdrachten zijn zo ingericht dat het elkaar juist versterkt en niet tegenwerkt en arrangementen mogelijk worden. Het is niet langer lonend om inwoners langer dan nodig in het professionele circuit te ondersteunen. Het loont juist om gezamenlijk toe te werken naar een op Rheden toegesneden infrastructuur van zorg en ondersteuning. Beide opdrachten zijn op 1 januari jongstleden gestart. De keuze voor een beperkt aantal aanbieders op maatwerkdiensten Jeugd maakt het mogelijk om goede afspraken te maken en de samenwerking in Rheden en voor Rheden voortvarend op te

Pagina 8 van 24

pakken. We kunnen over de resultaten van het eerste kwartaal 2021 spreken. De eerste resultaten zijn bemoedigend. In de triage bespreken de aanbieders Jeugd, Incluzio en de gemeente welke arrangementen mogelijk zijn. Onder andere op basis van de input uit deze triage en de ondersteuningsbehoefte in de gemeente ontwikkelen Incluzio en de 8 (combinaties van) aanbieders Jeugd hun aanbod door. Zowel afzonderlijk als in gezamenlijkheid. De praktijk zal de komende jaren moeten aantonen of de maatregelen inderdaad leiden tot vergroten van de eigen kracht, bevorderen van de samenredzaamheid, ondersteuning op basis van arrangementen en matched care. Bij het slechten van de schotten tussen de wettelijke kaders hebben we nog grote stappen te zetten. Zowel inhoudelijk als op het gebied van onze eigen organisatie. De maatregelen die vanuit het Transformatieplan 2.0 zijn genomen richten zich met name op de Wmo en de Jeugdwet. Op deze terreinen was naast een inhoudelijke transformatie ook een financieel grote opgave te realiseren. Bij de Participatiewet was deze urgentie er in mindere mate. De samenloop tussen Wmo en Jeugd vindt door de sociale basis al meer plaats. Ook binnen onze eigen organisatie zijn we er nog niet in geslaagd om integraal te werken daar waar de cliënt ondersteuning nodig heeft vanuit verschillende (gemeentelijke) wetten.

We zetten hier voorzichtige stappen in via het project Kind Centraal waarbij we de doorbraakmethode toepassen. In bijlage I is een verdere uitwerking van een aantal concrete maatregelen te vinden.

Pagina 9 van 24

4. Maatregelen Organisatie & Financiën Het afgelopen jaar is veel geïnvesteerd in noodzakelijke maatregelen in de organisatie om de nieuwe werkwijze organisatorisch goed uit voeren. De maatregelen waren zowel gericht op een betere sturing als op het professionaliseren van processen en sturings- en verantwoordingslijnen.

4.1 Organisatieontwikkeling De ambtelijke organisatie ondergaat momenteel een ontwikkeling waarbij verwante werkvelden of onderdelen uit werkvelden dichtbij elkaar gepositioneerd worden. Ook de sturingslijnen worden logischer en helderder belegd en is het topmanagement en de financiële functie versterkt. Binnen de (toekomstige) afdeling Samenleving (het Sociaal Domein) wordt de hele keten van beleid, uitvoering (o.a. Toegang), ondersteuning (o.a. bedrijfsbureau) en de inzet van middelen (Financiën) bij elkaar gebracht en versterkt. De “taskforce” als tijdelijke organisatieconstructie voor de transformatie zal per juli 2021 dan ook belegd worden in de lijnorganisatie van de afdeling Samenleving. Naast deze structuuraanpassing en kwaliteitsimpuls blijft aandacht voor medewerkers onverminderd nodig. Zij zijn onze belangrijkste dragers voor de ingezette beweging. De versterking van de sociale basis (inclusief front-office) en de beperking van de gemeentelijke rol tot “vangnet” zal in combinatie met vergaande automatisering op termijn mogelijk verdere consequenties hebben voor de benodigde formatie. Opgemerkt moet worden dat er in 2020 sprake is geweest van een groot verloop en uitval bij medewerkers in de interne organisatie (beleid-toegang-bedrijfsbureau). Dit is uiteraard van invloed geweest op de uitvoering van het transformatieplan.

Mede om die reden moesten wij een aantal vacatures tijdelijk invullen om zo tot een flexibele schil te komen om de continuïteit in de dienstverlening te blijven borgen.

4.2 Communicatie In het kader van de uitvoering van het Transformatieplan 2.0 is veelvuldig gecommuniceerd met zowel interne als externe stakeholders. In velerlei vormen zoals presentaties, informatieavonden, raadsinformatie-brieven, nieuwsbrieven, voortgangsrapportages (al dan niet in P&C-documenten), beantwoording van raadsvragen, afstemming met de MGR, gesprekken met zorgaanbieders en verwijzers, gesprekken met inwoners/cliënten, etc. Daarnaast hebben wij ook via formele kanalen gecommuniceerd over onze aanpak zoals bij de aanbestedingen. Over het algemeen genomen is deze communicatie goed verlopen en zijn wij in staat gebleken om in korte tijd veel partijen en inwoners te informeren over de belangrijke nieuwe ontwikkelingen. Helaas is het soms ook minder goed gegaan, bijvoorbeeld in het contact met de lokale huisartspraktijken of de brieven naar inwoners inzake de Powerfull-aging. Bij de algemene voorziening hulp bij het huishouden zijn inwoners met een herindicatie in eerste instantie meegenomen. De communicatie en het contact tussen consulenten en inwoners heeft aandacht nodig en verdient verbetering. We bekijken opnieuw of onze werkprocessen logisch zijn ingericht. In het licht van de maatschappelijke impact zijn wij ons er van bewust dat een zorgvuldige communicatie enorm belangrijk is.

Door de korte tijdsspanne en de corona maatregelen was de uitdaging extra groot en zijn er toch al goede voorbeelden te noemen: Enkele goede voorbeelden:  Folder van Incluzio over de frontoffices in de drie kernen.  Vanuit oogpunt van preventie in de Jeugdzorg, is er een campagne ontwikkeld met 10 filmpjes (waarvan er nu 10 gereed zijn) gebaseerd op de 10 beschermende factoren van het Nederlands Jeugdinstituut. Hiermee willen we wijzen op de preventieve rol die de omgeving kan hebben bij de ontwikkeling van kinderen en jeugdigen.  Bijeenkomst met Incluzio en huisartsen en andere zorgverleners uit de eerste lijn in het kader van “veelbelovende zorg’.  Bijeenkomsten voor de Wmo-aanbieders begeleiding en dagbesteding door de gemeente en Incluzio.

Pagina 10 van 24

4.3 Financiële sturing en beheersing Een meer zakelijke en resultaatgerichte bedrijfsvoering begint steeds meer vorm te krijgen. Besluitvorming op basis van businesscases en sturing op kpi’s wordt steeds meer gangbaar zoals toegepast bij de aanbestedingen, de inzet van OJG’s (Ondersteuners Jeugd GGZ) bij huisartsen en de pilot met de algemene voorziening hulp bij het huishouden. Met de lumpsum bekostiging van de lokale maatwerkvoorzieningen Jeugd en de algemene voorzieningen begeleiding individueel en groepsbegeleiding is er meer grip en inzicht op dat deel van de uitgaven in het sociaal domein. Binnen de Participatiewet zijn prestatieafspraken gemaakt met o.a. WSP en Scalabor (no cure, no pay). Dit geldt in mindere mate voor het regionaal ingekochte zorgaanbod (MGR) via het systeem van Open House en verrekend op basis van P X Q. Er is nog te weinig inzicht in de aangegane verplichtingen (beschikkingen) bij de producten die niet zijn ingekocht via de lumpsummethodiek. De fluctuerende verzilvering door de aanbieders bij die zorgvormen zorgt ervoor dat de uitgaven moeilijk voorspelbaar zijn. De rapportages zijn in de afgelopen maanden sterk verbeterd. Er is een start gemaakt met een project “Data-gericht werken” waarin de verdere automatisering en afstemming van datasystemen wordt aangepakt voor nog beter inzicht.

De automatisering is ook toegepast bij het maximaal benutten van voorliggende voorzieningen en wetgeving (Wet langdurige zorg, Zorgverzekeringswet en woonplaatsbeginsel) en daarmee het verleggen van kosten. De afstemming met externe verwijzers (zoals Raad voor de Kinderbescherming, rechters, jeugdartsen, huisartsen, Gecertificeerde instellingen) over Jeugdzorginzet is nog steeds beperkt.

4.4 3D-Financieel Een belangrijke aanleiding voor de herijking van het Transformatieplan waren de sterk stijgende uitgaven en de discrepantie met de ontvangen specifieke Rijksbijdragen (in 2020 onderdeel geworden van de algemene uitkering). Op basis van de jaarrekeningen (voorlopige cijfers 2020) ontstaat voor de getotaliseerde 3Duitgaven het volgende beeld:

TP2.0 - 3D Uitgaven (in k€) TOTAAL Uitgaven 3D (ex P-last & overhead) mutatie tov t-1

2015 22.425

2016 24.256

2017 26.706

2018 28.092

2019 JR 2020 29.968 29.571

108%

110%

105%

107%

99%

De trend van sterk groeiende 3D-uitgaven is doorbroken. In 2020 heeft geen stijging van de totale 3D-uitgaven meer plaatsgevonden en is sprake van een lichte daling. De verklaring hiervoor is meerduidig. De ombuigingsmaatregelen (RFS) zullen hieraan hebben bijgedragen. Maar vooral de Corona-crisis heeft een sterke en wisselende impact (enerzijds vraaguitval, anderzijds duurdere zorg). 4 Per wet ziet het beeld er verschillend uit. Zichtbaar is dat met name de uitgaven voor de Jeugdwet nog steeds een stijging vertonen. (zie ook verklaring in de toelichting bij de Jaarrekening 2020).

(NB: uitgaven ToZo en Tonk zijn niet in de tabel opgenomen, maar wel de meerkosten voor zorgaanbieders en de uitgaven voor de continuiteitsgarantie). 4

Pagina 11 van 24

Uitgaven Jeugdzorg Bij de analyse en toelichting op de jaarrekening 2020 is geconstateerd dat de Corona-pandemie een ingrijpend effect heeft gehad op de jeugdzorg. Hoewel het aantal cliënten licht gedaald is zijn de uitgaven voor de Jeugdzorg (Zorg in Natura) gestegen van M€ 13,4 in 2019 naar M€ 14,7 in 2020. Voor een substantieel deel van onze jeugd is door de Corona-maatregelen de problematiek verscherpt. De Coronamaatregelen hebben geleid tot zwaardere zorg en langduriger (verblijfs)zorg. Ook waren er nauwelijks mogelijkheden voor groepsbegeleiding. Dit heeft geresulteerd in substantieel hogere uitgaven. De analyse geeft aan dat met name de uitgaven voor de regionale maatwerkvoorzieningen, in tegenstelling tot de lokale maatwerkvoorzieningen, fors gestegen zijn (van ca M€ 6,3 in 2019 naar ca M€ 8,3 in 2020). De Corona-pandemie geeft een sterke incidentele vertekening die ook in de uitgaven voor 2021 zal optreden. In 2021 dient bovendien rekening te worden gehouden met eenmalige uitgaven voor de overgangscliënten. We hebben uit oogpunt van zorgvuldigheid en een “zachte landing” meer overgangscliënten gefaciliteerd bij de bestaande contractpartner dan voorzien. Anderzijds zal een groot deel hiervan volgens de zorgaanbieders geen herindicering meer nodig hebben. In de Zomerrapportage zijn de uitgaven Jeugdzorg-ZiN geraamd op M€ 13,2.

Dit is hoger dan primitief begroot (M€12,6). Echter staat daar tegenover dat extra (geoormerkte, dat wil zeggen passend binnen de door het Rijk en VNG gemaakte afspraken) middelen voor de Jeugdzorg zijn toegezegd ter grootte van ca M€ 1.6. Gelet op de huidige cijfers ontstaat er mogelijke ruimte binnen de lumpsumafspraken lokale maatwerkdiensten jeugd door het afronden van 65% van de bestaande indicaties op korte termijn. Het is nog te vroeg om dit te kwantificeren. Er bestaat een risico dat er een verschuiving komt van Zorg-in-Natura naar Pgb doordat inwoners niet over willen stappen naar de Lumpsum-aanbieders. Dit zou voor de gemeente kostenverhogend kunnen uitwerken. Wij gaan ervan uit dat dit risico kan worden beperkt door de Pgb-aanvragen extra scherp te beoordelen en de uitputting streng te bewaken. Uitgaven Wmo-Begeleiding Sinds 01 januari 2021 is de versterkte sociale basis operationeel en is de lichte Wmo-begeleiding hierin ondergebracht. Het aantal cliënten in de sociale basis groeit, terwijl het aantal maatwerkcliënten daalt. Ook zijn de uitgaven voor de specialistische individuele begeleiding sterk gedaald in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar. Anderzijds is zichtbaar dat met name door de Coronamaatregelen de groepsbegeleiding noodzakelijkerwijs volledig vervangen is door (de duurdere) individuele begeleiding.

Bij de modelwijziging is tevens voor een groot aantal overgangscliënten een “zachte landing” gecreëerd met behoud van de zorgaanbieder. Deze overgangssituatie bouwt in de komende maanden af, maar resulteert in 2021 in incidentele extra uitgaven. De totale uitgaven in het 1e kwartaal van 2021 liggen op hetzelfde niveau als in 2020. Op basis van dit beeld wordt verwacht dat de totale uitgaven voor Wmo-begeleiding (excl PGB) op het niveau van 2020 (k€ 4.600) dat lager ligt dan 2019 (k€ 5.100) zullen uitkomen. Dit impliceert een afwijking tov de primitieve begroting 2021 van ca k€ 500.

Pagina 12 van 24

Voor de Pgb wordt een onderschrijding voorzien van k€ 200. Uitgaven Wmo-Hulp bij het Huishouden (zgn. “oude Wmo”, geen onderdeel van de 3Doperatie) Voor de Wmo-HH is in 2020 de pilot Algemene Voorziening HH gestart. Deze is eind 2020 geëvalueerd en op basis daarvan gecontinueerd. De uitgaven voor Hulp bij het Huishouden (HH) en Dagelijkse Ondersteuning (DO) bedroegen in 2020 ruim M€ 4.4 (in 2019 ca M€ 4.1). Daarbij is sprake van een toenemend aantal cliënten. Enerzijds hangt dit samen met de autonome demografische ontwikkeling (vergrijzing), anderzijds wordt dit veroorzaakt door de aanzuigende werking van het abonnementstarief. De realisatie van de Algemene Voorziening HH heeft een beperkt reducerend effect op de hoogte van de uitgaven. Deze algemene voorziening beperkt zich uitsluitend tot de nieuwe cliënten en daarvan komt ca 50% in aanmerking voor deze voorziening (op jaarbasis ca 250 indicaties). Per saldo wordt verwacht dat de uitgaven in 2021 ca M€ 4.7 zullen bedragen. Derhalve een negatieve afwijking tov de primitieve begroting 2021 van M€ 1.0. Baten Naast beheersing van uitgaven is het maximaliseren van extra inkomsten positief voor de exploitatie. In 2020 zijn verschillende bronnen voor extra baten aangesproken. De belangrijkste daarin waren: ESF-subsidie (Participatiewet), het compensatiefonds 18+ (Jeugdwet), OCO (Wmo).

Daarnaast zijn voor verschillende projecten externe subsidies verkregen o.a. via Goede Doelen Stichtingen. Ook voor het lokale preventie-akkoord is in 2020 een subsidie ontvangen en inmiddels vervolgsubsidies aangevraagd. De financiële onhoudbaarheid van het jeugdzorgstelsel is inmiddels breed onderkend. De lobby richting het Rijk heeft ertoe geleid dat incidenteel (2019, 2020, 2021) extra middelen beschikbaar zijn gesteld. Tevens zijn in 2020 (geringe) compensatiebudgetten ontvangen voor de extra zorguitgaven (Jw en Wmo) door Corona. Recent (april 2021) is een additionele extra Rijksbijdrage voor 2021 toegezegd voor acute knelpunten in de jeugdzorg. Ook is een stelselherziening, voor met name de bovenlokale jeugdzorg, aangekondigd. In 2021 zullen wij nog sterker inzetten op de verwerving van additionele middelen. Voorvloeiend uit de Corona-crisis zijn ook substantiële budgetten op regionaal niveau beschikbaar gekomen om de re-integratie van werklozen door om- en bijscholing een extra impuls te geven.

Pagina 13 van 24

5 Stand maatregelen per wet In het Transformatieplan 2.0 is per wet een (niet limitatieve) opsomming opgenomen van te nemen maatregelen. Deze zijn hieronder opgenomen. In het blauw is de stand van uitvoering kort vermeld.

5.1 Jeugdwet 

 

 

Stijgende kosten De grootste financiële knelpunten doen zich voor in de Jeugdzorg. Niet alleen in Rheden maar in heel Nederland. Het tempo van stijging is verontrustend alsook de onvoorspelbaarheid van uitgaven en de geringe gemeentelijke invloed. Het aantal cliënten vertoont sinds eind 2019 een lichte daling. In 2020 was er desalniettemin sprake van een verdere stijging van de uitgaven Jeugdzorg. Deze stijging is voor een belangrijk deel Corona-gerelateerd (zie toelichting bij de jaarrekening 2020). Continuïteit van de zorg had de hoogste prioriteit. Meer inzetten op preventie Grootste knelpunten vormen het systeem van aanbesteding en contractering, het systeem van onbeperkt beschikken en de onvoorspelbaarheid van de mate en het tempo van verzilvering en de facturering. Hier liggen belangrijke sleutels tot meer grip en control. Om escalatie van kosten te voorkomen zetten wij in op preventie en dus waar mogelijk op inzet van het voorliggend veld (o.a. onderwijs en School-Maatschappelijk-Werk). Incluzio zet met de maatschappelijke partners binnen de sociale basis sterk in op preventie. Parallel is met externe subsidie een lokaal Preventie-akkoord ontwikkeld met name vanuit het thema gezondheid. Lumpsum financiering Overgaan tot prestatiegerichte lumpsum financiering met een beperkt aantal grote zorgaanbieders. Gekoppeld aan strak contractmanagement en relatiemanagement.

Alleen zorgaanbieders die onze visie onderschrijven en zichtbaar actief daar inhoud aan geven. Gerealiseerd voor lokaal maatwerk. Beschikkingen Verstrekking beschikkingen alleen met beperkte houdbaarheid en binnen begroting. Strak en zakelijk regime van facturering (betalingscondities). Limitering beschikkingen niet gelukt (prioriteit lag in 2020 bij de zorgplicht). Betalingscondities zijn aangescherpt. Saneren of beperken Overwegen sommige producten te saneren of te beperken (dyslexie-toets en behandeling) Bij de MGR-aanbesteding zomer 2020 is het aantal zorgaanbieders en producten gereduceerd. Een dekkend zorgaanbod is gehandhaafd. Strenger aan de poort Strenger aan de poort, hogere toegangsdrempels voor afnemers Poortwachter ingezet. Beperken tot 18 Jeugdzorg beperken tot 18 jaar, daarna doorstroming naar Wlz of Wmo Inmiddels beperkt tot verplichte verlengde jeugdzorg. Hiervoor ontvangen wij een vergoeding (en compensatie) Afschalen waar mogelijk Starten met lichte behandelingen. Afschalen waar mogelijk. Via triage (2x per week) en sturen op matched care. Sturing via gebiedsteams Sturing op doorverwijzers (o.a. huisartsen) door regie via gebiedsteam; huisarts beslist “dat ……. Gemeente bepaalt in samenspraak met zorgaanbieder “wat”.  Per 1 juni beschikken we over 2 ondersteuners Jeugd GGZ.

 In 2020 is er een regionaal Perspectiefoverleg voor complexe jeugdcasuïstiek opgezet wat leidt tot snellere en beter passende hulp en afschaling naar ambulante ondersteuning (in plaats van verblijf) waar mogelijk. Ook Rhedense Jeugdigen hebben gebruik gemaakt van deze mogelijkheid.  De samenwerking met de instellingen voor jeugdbescherming wordt geïntensiveerd, om de bescherming van jeugdigen samen te laten gaan met de best passende inzet van

Pagina 14 van 24

 

hulp binnen de kaders van de nieuwe opdracht maatwerkdiensten jeugdhulp. Daarbij maken de jeugdbeschermers gebruik van de mogelijkheid om casussen in te brengen in het lokale triage-overleg en wordt hun expertise benut om opschaling van zorg te voorkomen.  Sinds medio 2020 hebben wij een Gedragsdeskundige in dienst bij de Toegang om nog beter de noodzaak van specialistische ondersteuning te kunnen beoordelen. Zij neemt ook deel aan de triage. Ambulant naar algemeen Onderzoek vervanging ambulante jeugdzorg door algemene voorziening. Lichte ambulante begeleiding is opgenomen in aanbesteding Sociale Basis. Een voorbeeld van een nieuwe algemene voorziening is het Scheidingsloket. Regionale transformatietafels Benutting regionale transformatietafels voor besparingen of resultaatverbetering. Enkele complexe Rhedense casussen zijn ingebracht. Verbetering bedrijfsvoering Verbetering bedrijfsvoering door o.a. reductie administratieve lasten (bij eenvoudige beschikkingen beschikkingsloos werken), sterke monitoring van resultaten, ed. Er is een systeem van monitoring ontwikkeld. De voorspelbaarheid van uitgaven blijft een aandachtspunt. Extra geldstromen benutten Waar mogelijk derde geldstroom ontwikkelen (o.a. charitatieve instellingen) en compensatie-regelingen maximaal benutten. Enkele subsidies zijn verworven. De compensatieregeling voogdij/18+ is in 2020 maximaal benut.

5.2 Participatiewet “Door een aantal maatregelen verwachten wij de uitgaven in het kader van de Participatiewet te kunnen reduceren:  Een strengere aanpak en handhaving o.a. door een ruime definitie van passend werk, strengere controle en aanpak van misbruik/fraude. De gunstige economische ontwikkeling en vruchtbare reintegratie-aanpak gaven geen directe aanleiding hierop extra in te zetten.  Een reductie op het re-integratie budget door meer focus op succesvolle formules en kansrijke doelgroepen, beëindiging van nauwelijks renderende projecten. Een aantal projecten is gestaakt (o.a. Sociale Ruimte). Wel hebben wij de reintegratietrajecten Doorslag 1 en 2 doorgezet. De nieuwe Corona-instroom wordt met voorrang begeleid naar nieuw werk.  Conform onze ambitie verwachten wij een verlaging van onze BUIG-uitgaven en een overschot t.o.v. de rijksuitkering. Het gerealiseerde overschot zal als “revolving fund” ingezet worden voor re-integratie trajecten. Door de Corona-crisis is er een stijging van aantal bijstandsuitkeringen. Onze uitgaven zullen daardoor stijgen in plaats van dalen. In 2020 ontvingen wij nog een sterk verhoogde Rijksbijdrage. In 2021 zal het saldo naar verwachting negatief zijn. Een herijking van onze re-integratie aanpak is gewenst. Het gerealiseerd overschot valit in eerste instantie vrij ten behoeve van het resultaat.

 Een vereenvoudiging van de participatie-opgave door een focus op de kansrijken en “the willing”. Deze focus is niet gelegd. We stimuleren nog steeds iedereen tot Meedoen.  Realisatie van Beschut Werk naar behoefte maar met een voorkeur voor de inzet op activerend werk / dagbesteding. Conform uitgevoerd. De behoefte aan Beschut Werkplekken is gering. Het Rijk overweegt de Rijksbijdrage voor niet-gerealiseerde werkplekken te korten. In regionaal verband vindt momenteel een heroriëntatie plaats op de aanpak van het Beschut Werken.  Wij verwachten kostenbesparende danwel uitstroom-verhogende effecten van het Regionaal Aanvalsplan i.o. Moeilijk te kwantificeren. Op regionaal niveau komen steeds meer substantiële budgetten beschikbaar voor om en bijscholing. Wij willen hier meer op aansluiten. In het kader van het regionaal programma Perspectief op Werk zijn verschillende projecten opgestart. We hebben in verband met Corona in de Arbeidsmarktregio middelen ontvangen voor een regionaal mobiliteitscentrum dat in 2021 wordt ingericht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rozendaal&id=ba2c4459-6a0d-4672-982a-a7bcd724d281