Agendabundel
Tekst van het document
Pagina 15 van 24
Wij zetten in op een grotere bijdrage (subsidies) van derden zoals projecten met bijdragen vanuit Provincie, charitatieve instellingen, werkgevers en onderwijs (triple helix), SROI, Social Impact Bonds, vrijwilligersinitiatieven, ed. Wij slagen erin steeds meer financiële bijdragen van derden de verwerven (ESF, Provincie, Regio, Goede Doelen Stichtingen).
Ook in onze interne organisatie en bedrijfsvoering zien we verbeterpotentie door effectieve prestatieafspraken met keten-partners (o.a. WSP en Scalabor) en een doelmatige personele inzet (inhuur omgezet naar dienstverband), de administratieve lasten te verminderen (datasystemen worden verder geautomatiseerd en geoptimaliseerd via regionale projecten), de decentrale huisvesting (wijkteams) af te bouwen (afbouw is uitgesteld in verband met lopende huurcontracten), de monitoring en controle te versterken (maandelijkse maraps ingevoerd, sturing op workload consulenten). We hanteren een integrale aanpak waarbij werk-consulenten bij bijstandsuitkeringen met een zorgbehoefte (en/of schuldenproblematiek), het voortouw in de regie nemen. (nog te realiseren)
5.3 Wet maatschappelijke ondersteuning Het Wmo-veld kent van oudsher met haar charitatieve in vrijwilligersinstellingen een rijk aanbod in het voorliggend veld. We willen dit veld vooral beter positioneren. Daarnaast willen we een groter deel van onze maatwerkvoorzieningen transformeren naar algemene voorzieningen. Daarbij zien we ook mogelijkheden om algemene voorzieningen zoals een dorpshuis in te zetten als locatie voor lichte dagbesteding en de inzet van inwoners met afstand tot de arbeidsmarkt. Hier tegenover staat dat rekening moet worden gehouden met: Het ingevoerde Wmo abonnementstarief We verwachten daardoor lagere inkomsten en een hoger gebruik van voorzieningen. Verwachting is uitgekomen. Een uitgaven verhoging Wmo door substitutie van Beschut Werk voor Beschut Werk zetten we, indien mogelijk, activerend werk in. De budgetten van BW zetten we in een bestemmingsreserve, zodat we daar in 2021 extra inzet op kunnen plegen. Mogelijk hogere uitgaven voor bijzondere bijstand ter compensatie van minima. Uitgevoerd onderzoek maakt duidelijk dat het dermate ingewikkeld is om aanpassingen in huis door inwoners zelf te laten bekostigen en hen daarvoor te compenseren. Vandaar dat dit nog niet is toegepast. We verwachten met onderstaande maatregelen een transformatie te kunnen realiseren: Begeleiding In principe altijd start-indicering met de lichtste vorm.
Waar mogelijk afschalen van de specialistische begeleiding. Onderzoek naar de mogelijkheden om Begeleiding in te richten als algemene voorziening. Door de inzet van de poortwachter betere toets op noodzaak specialistische begeleiding. Aangestelde poortwachter in 2020 stuurde hierop. In combinatie met een verscherpte aandacht voor de Wlz-check. Dagbesteding De lichte dagbesteding organiseren als voorliggende algemene voorziening. Onderdeel van de opdracht sociale basis. Hulp bij het Huishouden. Strenger indiceren en afschalen waar mogelijk. Onderzoek naar mogelijkheden om hiervoor een algemene voorziening te creëren (schoonmaakbedrijf). Idem in de vorm een algemene voorziening Was en Strijkservice en een boodschappenservice. De autonome stijging door de vergrijzing en de maatregelen die we bedacht hebben brengen nog niet de verwachtte effecten. We beschikken over een algemene voorziening Hulp bij het Huishouden. De pilot uitgevoerd in 2020 is onder gelijkblijvende condities door het college voortgezet. Op dit moment maken zo’n 200 inwoners gebruik van deze algemene voorziening. Dit is conform verwachting. De was- en strijkservice staat op de
Pagina 16 van 24
planning. Pilot powerfull ageing is vertraagd door Corona en loopt nu door tot 1 augustus. 13 inwoners zijn geselecteerd, nog geen resultaat op versterken eigen kracht. Dagelijkse Ondersteuning (HbH + coaching) Naar analogie van HbH specifieke taken in de vorm van een algemene voorziening en met meer inzet van informele hulp en ondersteuning. De huidige indicaties lopen door, de nieuwe indicaties zijn veelal HbH met ondersteuning van Incluzio. Woningaanpassing Verleggen verantwoordelijkheid naar primair huurder en verhuurder. Meer sturen naar (promoten van) voorliggende algemene mogelijkheden zoals Blijverslening en Mijn Huis Mijn Toekomst. Gesprekken met woningbouwcorporaties gestart. Hulpmiddelen en rolstoelen In principe te bestempelen als een algemeen gebruikelijke (commerciële) voorziening (winkel). Eventueel elektrische rolstoelen met subsidie gemeente indien zorgverzekeraar daar onvoldoende in voorziet. Aanbesteed in 2020, contract van max 8 jaar. Uitstaande bestand is verkocht. In het contract is opgenomen dat de ondernemer in de gemeente mimimaal 1 pool voor scootmobiels en rolstoelen (incidenteel gebruik) inricht. Inwoners kunnen hier zonder tussenkomst van de gemeente gebruik van maken. Dit is nog in voorbereiding. Vervoer Beperken tot noodzakelijk vervoer voor medische doeleinden.
Regionaal onderzoek uitgevoerd in 2020 naar kostenbesparende mogelijkheden collectief vraagafhankelijk vervoer en routevervoer. Verbetering bedrijfsvoering bijvoorbeeld in de vorm van aanbesteding zorgproducten (specialistische begeleiding) op basis van lumpsum met budgetplafonds en een beperkt aantal leveranciers. Opheffing decentrale huisvesting (Wmo/Jeugdzorg). Aanbestedingen jeugd en sociale basis op basis van lumpsum.
Pagina 17 van 24
6 Tot slot Met de decentralisaties van de Participatiewet, de Wet maatschappelijke ondersteuning en de Jeugdwet werd beoogd om de zorg dichter bij de inwoner te organiseren. Dit zou moeten resulteren in beter passende zorgarrangementen en lagere uitgaven. Met name omdat gemeenten beter integraal maatwerk zouden kunnen leveren en beter in staat zouden zijn om ondersteuning te verleggen naar de zelfredzaamheid van inwoners, de informele ondersteuning en de inzet van algemene voorzieningen. In onze gemeente conform het “Rhedens model”. Het Transformatieplan 2.0 beoogt vooral een impuls te geven aan het Rhedens Model door een versterking van de sociale basis. Daarbij zijn partnerschap en de samenhang binnen het ondersteuningsaanbod essentieel. Daarnaast formuleert het Transformatieplan 2.0 maatregelen voor meer sturing op de zorgbehoefte en het zorgaanbod (met behoud van dekkende zorg) en maatregelen voor een efficiënte organisatie.
6.1 Voornemens en Aanbevelingen 1. De uitvoering van het Transformatieplan 2.0 heeft zich sterk gefocust op de Wmo en de Jeugdwet. De integrale aanpak in combinatie met de Participatiewet volgt. Hier liggen kansen. Onder andere in het kader van re-integratie (vrijwilligerswerk, activerend werk, dagbesteding). Dat geldt ook voor Schuldhulpverlening. In veel probleemhuishoudens speelt vaak ook schuldenproblematiek. In de sociale basis kan een integrale aanpak tot stand komen. 2. De versterking en verbreding van de sociale basis (gestart op 01-01-2021) toont waardevolle initiatieven tot samenredzaamheid. Het partnerschap begint steeds meer vorm te krijgen, zowel binnen het maatschappelijk veld als met zorgaanbieders en verwijzende instanties. Dit is een groeiproces. 3. Met het creëren van algemene voorzieningen is een perspectiefvolle start gemaakt. Dit kan nog verder verbreed worden. 4. De aanbesteding voor de lokale maatwerkdiensten Jeugd heeft geresulteerd in sterk gereduceerd aantal zorgaanbieders bij een dekkend aanbod. Deze reductie in combinatie met lumpsum afspraken (met bandbreedte) maken, in partnerschap, een betere sturing en beheersing mogelijk. 5. In financiële zin zijn de uitgaven voor de 3D-taken in totaliteit, na jarenlange stijgingen, in 2020 gestabiliseerd. Ook zijn substantieel extra middelen verworven.
De bovenverwachting hogere uitgaven jeugdzorg zijn sterk corona-gerelateerd en incidenteel van aard. 6. De maatregelen gericht op een efficiënte organisatie zijn deels toegepast en nog beperkt geborgd. Versterking van het management en de financiële functie, herordening van logisch samenhangende functies, automatisering en datagericht werken en borging van recht- en doelmatigheid moeten de komende periode bijdragen aan een slagvaardige efficiënte ambtelijke organisatie. 7. In de communicatie en contact met de inwoner zijn nog grote verbeteringen nodig. Het opstellen van een verbeterplan is hierin de eerste stap. 8. De voornemens en aanbevelingen bespreekt het college met de Adviesraad Sociaal Domein. Deze evaluatie van het Transformatieplan markeert ook een natuurlijk moment om de programmaorganisatie te beëindigen en de opdrachten, maatregelen en acties te borgen in de lijnorganisatie (afdeling Samenleving).
Pagina 18 van 24
BIJLAGE I: UITWERKING VAN CONCRETE MAATREGELEN I.
Eigen kracht en zelfregie
Doel: vergroten van de zelfregie en eigen kracht van inwoners. Doel: initiatieven om de zelfredzaamheid en zelfregie van inwoners te vergroten. Maatregel: pilot Powerful Aging om de fysieke zelfredzaamheid van ouderen te verbeteren door
spiervermogen te trainen. Gericht op: inwoners van 60 jaar en ouder. Resultaat: de groepslessen kunnen door de coronamaatregelen niet plaatsvinden. Vandaar dat de pilot is verlengd tot 1 augustus. Op dit moment zijn al wel 13 inwoners geselecteerd die bereid zijn om mee te werken aan de pilot en ook passen binnen de doelgroep.
II.
Pilot sociale basis
Doel: Vormen van dagbestedings- en individuele begeleidingsvraagstukken meer organiseren in de samenleving. Vanuit inwoners en hun netwerk, meer passend bij de behoefte. Maatregel: pilot sociale basis. Gericht op: inwoners met ondersteuningsbehoefte gericht op dagbesteding en individuele begeleiding. Resultaat: In 2020 heeft Incluzio 38 inwoners via de pilot Sociale Basis samen met inwoners gezocht naar passende inzet in plaats van een indicatie voor maatwerkvoorziening individuele dan wel groepsbegeleiding. Aan de pilot deden inwoners mee waarvan de indicatie voor een maatwerkvoorziening afliep en deden inwoners mee die zich voor het eerst bij de gemeente hadden gemeld. De pilot heeft naast ondersteuning voor de inwoners ook kennis opgeleverd over een goede aanpak na de pilot. Corona heeft de pilot niet alleen vertraagd maar er ook voor gezorgd dat de ondersteuning in groepsverband lastig kon worden ingezet.
III.
Versterken en verbreden sociale basis
Doel: de transformatie een impuls geven en dit proces stimuleren door de sociale basis opnieuw en integraal aan te besteden. Deze aanbesteding is gericht op een tweetal bewegingen: 1. Versterken: het versterken van de sociale basis door de herkenbaarheid en toegankelijkheid te vergroten, initiatieven en voorzieningen te verbinden en stimuleren en faciliteren van nieuwe collectieve voorzieningen (innovatie); 2. Verbreden: het verbreden van de sociale basis door (onderdelen van) maatwerkvoorzieningen op het gebied van de Wmo en Jeugd op een logische wijze in te bedden in de sociale basis. Maatregel: Opdracht versterken en verbreden sociale basis. Gericht op: De opdracht richt zich op zowel inwoners die een ondersteuningsvraag hebben als op inwoners(initiatieven) die zich in willen zetten voor de samenleving. De scope is bij de start van de opdracht de Jeugdwet en de Wmo. In de volgende periode gaan we ook de versterking zoeken met het ondersteuningsaanbod vanuit de Participatiewet. Resultaat: 1. Sinds 1 januari 2021 is Incluzio de opdrachtnemer voor de opdracht Sociale basis. 2. We beschikken over 3 laagdrempelige informatiepunten Er zijn 3 informatiepunten ingericht: Dorpshuis Rheden, Buurthuis De Poort in Velp en Bibliotheek Dieren. Ondanks de beperkingen door Corona weten veel inwoners deze front-office al te vinden, vooral telefonisch.
Onderstaand een overzicht van de toeloop van inwoners naar Incluzio-Rheden.
Pagina 19 van 24
Instroom Incluzio in beeld: Cijfers per 19-4-2021
Totaal aantal inwoners gemeld bij Incluzio per 19-4-2021 Wijze van aanmelding Via de Gemeente (mensen die al basis begeleiding hadden) Via overname casussen Rijnstad Rechtstreekse aanmelding bij Incluzio (inwoners)
817 inwoners 259 51 239
NB: van bovenstaande 549 ondersteuningstrajecten zijn er inmiddels 105 afgerond
Korte Contacten (via sociaal Raadsvrouw/inloopspreekuur) Leeftijd verdeling van de casussen (exclusief korte contacten) Volwassenen Jeugd t/m 18 jaar
268 440 109
3. De samenwerking met (vrijwilligers)organisaties krijgt vorm Vanuit het Rhedens model zoekt Incluzio de samenwerking: wat doen de organisaties, wat willen ze graag doen, welke ondersteuning willen ze van Incluzio en hoe zien ze de samenwerking. Dit proces van verbinding en ontwikkeling is in volle gang. Voorbeelden van samenwerking die in ontwikkeling zijn: In Velp wordt aan een netwerk gewerkt rond de problematiek van eenzaamheid onder ouderen. De uitvoering wordt snel na Corona opgestart. Door de informatiepunten in De Poort en Dorpshuis Rheden is er een nauwe samenwerking met deze buurthuizen en worden activiteiten afgestemd. Inloophuis Dieren analyseert met Incluzio welke vragen en behoeften er zijn bij inwoners uit de wijk die om begeleiding vragen, om vervolgens gezamenlijk nieuwe activiteiten te ontwikkelen die daarop aansluiten. Per 1 januari 2021 is de nieuwe vacaturebank vrijwilligerswerk gestart: www.geldersehanden/rheden. Samen met het NIO wordt een Sociale Kaart ontwikkeld Er worden verkennende gesprekken met De Magneet gevoerd. 4.
We maken de slag van individuele begeleiding naar groepsactiviteiten - daar waar de Coronamaatregelen dit toelaten.
Door de Corona-maatregelen worden strikte regels m.b.t. groepsactiviteiten gehanteerd. Dit zorgt ervoor dat we nog niet sterk kunnen uitbreiden met deze activiteiten. Toch is er al een aantal nieuwe groepsactiviteiten opgezet in de afgelopen maanden: De dorpscoaches Jeugd hebben samen met het Sportbedrijf en Alles voor Sport een groot aantal buitenactiviteiten voor kinderen en jongeren opgezet op de sportvelden en in voetbalkooien. Er kwamen veel signalen binnen over behoeften van jeugd aan huiswerkbegeleiding; de dorpscoaches en schoolmaatschappelijk werkers hebben gezamenlijk ingezet om kinderen/jongeren te bereiken en huiswerkbegeleiding op te zetten. Voor jongeren van 18-27 jaar is een campagne gestart: “dien je idee in om Coronatijd beter door te komen”. De beste ideeën krijgen een voucher om het idee uit te voeren. Maatjesprojecten voor jongeren met psychiatrische achtergrond. 5. Er zijn vormen van digitale begeleiding ontwikkeld Vanaf 1 januari 2021 is Incluzio gestart met digitale trainingen die inwoners zelf kunnen volgen, aanvullend aan de begeleiding. Er zijn 104 e-learnings beschikbaar over bijv. autisme voor mensen met autisme, hun ouders en hun partners, somberheid in coronatijd, alcoholverslaving, slaapproblemen etc.
Pagina 20 van 24
6. Het aanbod van algemene voorzieningen voor Wmo en jeugdzorg is uitgebreid. Incluzio biedt vormen van ondersteuning voor inwoners waarvoor tot 1 januari jongsleden de maatwerkvoorziening individuele begeleiding basis en groepsbegeleiding stabiel geïndiceerd werd. In maart 2021 heeft Incluzio een contract getekend met Steunouder. Steunouder is een landelijke methodiek waarbij kinderen uit een gezin met problemen 1 of 2 dagdelen in de week bij een ondersteunden gezin zijn. Hierdoor wordt het gezin ontlast. Op 16 maart 2021 is een pilot met 3 jeugdhulppartijen gestart om nauw samen te werken rond casuïstiek, nl. op- en afschalen en het delen van expertise. Dit naast de triage die tweewekelijks plaatsvindt Met EenPlus is een eerste verkenning geweest om Welzijn op Recept in te voeren; huisartsen verwijzen naar Incluzio voor patiënten die geen medische maar psychosociale problemen hebben. Incluzio heeft in samenwerking met Spectrum en de gemeente een subsidie gekregen voor de Maatschappelijke Diensttijd (MDT) voor 100 jongeren. Een voorbeeld: Jongeren hebben inmiddels een plan om een dagstart te organiseren voor jongeren die door corona moeite hebben om op te staan en somber zijn. De dorpscoaches jeugd ondersteunen hen om dit binnenkort te gaan doen. De activiteit kan uitgevoerd worden als MDT.
IV.
Maatwerk dat aansluit op de sociale basis.
Doel: Als de ondersteuning en zorg vanuit de sociale basis niet passend is, wordt er hulp en ondersteuning vanuit geïndiceerd maatwerk geleverd. Deze hulp is zo licht als mogelijk en zo intensief als nodig. Maatwerkdiensten worden altijd ingezet in verbinding met de sociale basis want we willen inwoners niet langer dan nodig koppelen aan professionele ondersteuners. Tijdige inzet van maatwerkdiensten draagt daarnaast bij aan een snelle terugkeer naar de ondersteuning uit de sociale basis (normaliseren). De ondersteuning is er immers op gericht om draagkracht en zelf- of samenredzaamheid te vergroten. Dit vraagt om aanbod dat op elkaar aansluit en om kennis van elkaar en elkaars aanbod en mogelijkheden. a) Maatregel: Algemene voorziening hulp bij het huishouden Gericht op: schoon en leefbaar huis voor onze inwoners die wegens fysieke beperkingen zelf de woning niet meer schoon en leefbaar kunnen houden en zelf nog regie kunnen voeren. Resultaat: We beschikken over een algemene voorziening Hulp bij het Huishouden wat een goede aanvulling is op het ondersteuningspakket voor inwoners met als doel “een schoon en leefbaar huis’. De pilot uitgevoerd in 2020 is onder gelijkblijvende condities door het college voortgezet. Op dit moment maken ca 200 inwoners gebruik van deze algemene voorziening. Dit is conform verwachting.
b) Maatregel: Aanbesteding lokale maatwerkdiensten Jeugd en gunning aan 8 jeugdzorgaanbieders. Gericht op: De tweedelijns hulp en ondersteuning (professioneel aanbod) richt zich op vraagstukken waarvoor een maatwerkvoorziening absoluut noodzakelijk is en nooit langer dan noodzakelijk. Resultaat: 1. Dekkend lokaal jeugdzorgaanbod met het contracteren van de 8 (combinaties) van partijen. In december 2020 heeft de gemeente 8 (combinaties) aanbieders gecontracteerd om voor de komende 6 jaar (3 plus 3 jaar) dekkend aanbod te verzorgen op het gebied van begeleiding en behandeling. 2. De aanbieders ontwikkelen het aanbod door op basis van de uitkomsten van de (vooralsnog) wekelijkse Triage. Hiertoe zijn de 8 aanbieders het aanbod aan het doorontwikkelen. 3. Alle partijen hebben een vestiging in de gemeente Rheden, verspreid over de verschillende dorpen.
4. De Overgang van cliënten naar de gecontracteerde partijen is afgerond. De noodzaak tot overdracht is via het inhoudelijke gesprek tussen professionals en met de inwoner besproken. Bij de overgang zijn er geen kinderen tussen wal en schip beland.
Pagina 21 van 24
V.
Samenwerking in de keten
Doel: de inwoner ervaart geen schotten tussen de ondersteuning vanuit de sociale basis, de gemeente en de maatwerkdiensten. a) Maatregel: Project Kind Centraal (=doorbraak-methode)
Dit houdt in creatief en vindingrijk toepassen van maatwerk (in afwijken van vaste gewoonten en de regels) bij huishoudens met een opeenstapeling van problemen op verschillende leefgebieden, zoals: wonen, gezondheid en hun financiële situatie. Gericht op: Inwoners en gezinnen die veel problemen tegelijkertijd hebben. Hulpverleners die werken volgens het basisprincipe ‘1 gezin, 1 plan, 1 coördinator’ lopen vast in een wirwar van wetten en regelgeving en verschillende financiers van zorg die allemaal eigen criteria hanteren. De gezinnen gebruiken meer voorzieningen dan ze kunnen overzien, zonder dat ze daar echt mee geholpen zijn. Resultaat: Onder begeleiding van het Instituut voor Publieke Waarden zijn er 10 zijn casussen behandeld volgens de doorbraakmethode. Rapportage over conclusies en aanbevelingen volgt in de 2e helft van 2021. b)
Maatregel: Triage
Gericht op: casussen waar maatwerkdiensten in verbinding moeten worden ingezet met ondersteuning vanuit de sociale basis. Op dit moment gericht op Wmo begeleiding en dagbesteding en Jeugdwet. Resultaat: Op basis van de wekelijkse triage-overleggen tussen de gemeentelijke Toegang, Incluzio en de 8 jeugdzorgaanbieders wordt invulling gegeven aan matched care voor de inwoner en worden de doorgaande lijnen van algemene voorzieningen en geïndiceerd maatwerk mogelijk gemaakt. c)
Maatregel: Onafhankelijke cliëntondersteuning (formeel en informeel) beter bekend bij onze inwoners.
Gericht op: het versterken van de eigen kracht van onze inwoners. Resultaat: Om de cliëntondersteuning beter bekend te maken bij mensen die er mogelijk baat bij hebben, om de samenwerking tussen (formele en informele) cliëntondersteuners te verbeteren en om cliëntondersteuning levensbreed aan te bieden zet het Rijk in op koplopergemeenten. De gemeente Rheden heeft hiervoor een subsidie hiervoor ontvangen van K€ 315 voor 2 jaar. Project is in voorbereiding. d) Maatregel: afstemming met doorverwijzers Gericht op: onze belangrijkste verwijzers, de huisartsen en de Gecertificeerde Instellingen. Resultaat: 1. Per 1 juni 2021 beschikken we over 2 ondersteuners Jeugd GGZ. 2. In 2020 is een regionaal Perspectiefoverleg voor complexe jeugdcasuïstiek opgezet. Dit resulteert in snellere en beter passende hulp en afschaling naar ambulante ondersteuning (in plaats van verblijf) waar mogelijk. Ook Rhedense casuïstiek is ingebracht. 3. De samenwerking met de instellingen voor jeugdbescherming is geïntensiveerd, om de bescherming van jeugdigen samen te laten gaan met de best passende inzet van hulp binnen de kaders van de nieuwe opdracht maatwerkdiensten jeugdhulp. Daarbij maken de jeugdbeschermers gebruik van de mogelijkheid om casussen in te brengen in het lokale triage-overleg. 4.
Sinds medio 2020 hebben wij een Gedragsdeskundige in dienst bij de Toegang om nog beter de noodzaak van specialistische ondersteuning te kunnen beoordelen. Deze expert neemt ook deel aan de triage.
Pagina 22 van 24
e) Maatregel: Ondersteuner Jeugd GGZ (OJG/POH) Gericht op: De huisarts is voor veel bewoners een laagdrempelige plek voor hulpvragen op het gebied van jeugd GGZ. Inwoners kunnen hier vaak snel terecht en kunnen hier snel door verwezen worden naar basis of specialistische GGZ zorg. In steeds meer gemeenten wordt aan deze samenwerking invulling gegeven door de inzet van een Ondersteuner Jeugd GGZ (hierna OJG). De OJG is gespecialiseerd in jeugd ggz problematiek en heeft tijd om een goed beeld te vormen van de hulpvraag van een jongere/het gezin. In veel gevallen kan de OJG in een aantal gesprekken de hulpvraag oplossen of het gezin helpen hiermee om te gaan. Een verwijzing naar geïndiceerde jeugdzorg is veel minder vaak nodig. Resultaat: De implementatie is helaas vertraagd door het voortraject met de GGD en huisartsen en de Corona-crisis die andere prioriteiten vergde. Oorspronkelijk is de uitvraag gedaan bij de GGD om het werkgeverschap te vervullen voor de OJG-ers. Dit had de voorkeur van de huisartsen in Rheden. De GGD heeft na bedenktijd aangegeven deze rol niet te willen vervullen. Vervolgens is de gemeente op basis van het samen met de huisartsen geformuleerde profiel 2 kandidaten gaan werven. Deze twee medewerkers starten in juni 2021.
In Dieren is de ondersteuner Jeugd in dienst van de huisartsenpraktijk en werkzaam vanuit de huisartsenpraktijk en in Velp en Rheden is de OJG-er werkzaam vanuit de dorpslocaties van de informatiepunten (Incluzio).
VI.
Enkele specifieke organisatorische maatregelen toegelicht.
Expertise-teams De eerder beoogde stroomlijning van de Toegang naar klantroutes is omgevormd naar een mid-office model (aansluitend op de front-office van de sociale basis) met expertise-teams. Deze werken gebiedsgericht maar zijn niet meer gebiedsgebonden. Kwaliteitsimpuls Er is (binnen de normatieve formatie) een inhoudelijke kwaliteitsimpuls gegeven aan de Toegang door: (a) de aanstelling van een gedragsdeskundige (b) de recente toevoeging van een 2-tal Ondersteuners Jeugd-GGZ (POH’ers) aan het team. (c) begin 2020 is de rol van Poortwachter ingericht ter screening van ondersteuningsaanvragen. Wachtlijsten Door de inhuur van extra capaciteit zijn er geen wachtlijsten meer bij de Toegang. Dit heeft vervolgens echter geleid tot opstoppingen in de administratieve verwerking (berichtenverkeer). De afstemming in deze keten zal nader worden gestroomlijnd. Borging van programma in de lijn Voor de realisatie van het Transformatieplan zijn we op cruciale functies sterk afhankelijk van externe experts. Inmiddels zijn we gestart met een verdere borging van het TP2.0 programma in de “lijn” (afdeling Samenleving). Contract- en Accountmanagement In het verlengde van de lokale aanbestedingen Jeugd en Wmo zijn de rollen van Contractmanager en Accountmanager ingericht voor een adequate sturing op doelen en resultaten bij de gecontracteerde aanbieders.
Toezicht De korte pilot met de extra Toezichthouder Jeugdwet en Wmo is wegens het geringe rendement gestaakt. Het toezicht op de lokale aanbieders (in aantal sterk gereduceerd) is nu via het contractmanagement en accountmanagement geborgd. Voor wat betreft de regionale producten is het toezicht op de aanbieders binnen de MGR geborgd.
Pagina 23 van 24
BIJLAGE II: Trendmatige ontwikkeling aantal cliënten per Wet Participatiewet / BUIG
.
Wet maatschappelijke ondersteuning
Jeugdwet
Pagina 24 van 24
1 Bijlage bij Raadsinformatiebrief Evaluatie Transformatieplan.
Transformatieplan 2.0 & Ombuigingen “Begrenzen van de Zorg”
“In der Beschränkung zeigt sich erst der Meister”
Stuurgroep Transformatieplan 2.0 Rheden, 05 mei 2019
Versie 05 mei 2019
Pagina 1 van 22
SAMENVATTING Met de 3D operatie per 01 januari 2015 is een groot aantal taken en budgetten op het terrein van de Participatiewet, de Wet maatschappelijke ondersteuning en de Jeugdwet naar gemeenten gedecentraliseerd. Hiervoor hebben wij het Rhedens Model ontwikkeld met als belangrijkste uitgangspunten de “eigen kracht” van de inwoner en de samenredzaamheid middels informele ondersteuning. De rol van de gemeente is die van “vangnet”. De transitie, met een zachte landing waarbij geen inwoners tussen de wal en het schip zijn beland, is gelukt. De beoogde transformatie is echter nog onvoldoende gerealiseerd. Het onderliggende systeem kent veel “open einden” en de regie & control-rol van de gemeente moet versterkt worden. De gemeente heeft als opdrachtgever en betaler weinig invloed. Het is derhalve noodzakelijk om de gemeentelijke rol enerzijds te beperken tot die van vangnet en meer aan de samenleving over te laten en deze sociale basis te versterken , en om anderzijds de sturing en controle (monitoring) te verbeteren en de uitgaven om te buigen. Vier jaar na dato constateren we dat onze uitgaven (€ 30 miljoen in 2018) de oorspronkelijk gedecentraliseerde budgetten (€ 25 miljoen in 2018) aanzienlijk overstijgen. Dit gaat ten koste van andere taken danwel de algemene reserve van de gemeente.
De hoogte van de uitgaven en vooral de onbeheersbaarheid daarvan brengt de financiële positie van de gemeente, en daarmee haar onafhankelijkheid, in gevaar. Met name de zeer sterk gestegen uitgaven voor de Jeugdzorg, gekoppeld aan een sterk gegroeide zorgvraag, is een punt van grote zorg. Daarbij kent het systeem van inkoop, indicering, beschikken, behandelen en facturering veel “open einden”. Er kleven grote (financiële) risico’s aan het systeem waarbij een groot deel van de verwijzingen door derden geschiedt, de totale beschikte omzet sterk afwijkt van onze begroting, de facturen van zorgaanbieders na-ijlen en zorgaanbieders behandelingen starten zonder beschikking. Het systeem bevat ook onvoldoende prikkels tot “afschaling”. Er is nauwelijks zicht op de effectiviteit of het rendement van de zorgverlening. De gemeente moet haar rol als opdrachtgever en betaler strakker invullen. Daarbovenop kenmerkt de jeugdwet zich als een wet met een open einde, terwijl de toegekende budgetten vanuit het Rijk begrensd zijn. De sleutel voor verbetering van dit systeem ligt niet alleen bij de gemeenten, maar deels ook bij extra middelen vanuit het Rijk en deels door transformatie met het maatschappelijk veld.
De met de transformatie beoogde uitgaven verlagende substituties van betaalde zorg naar informele hulp, van individueel maatwerk naar algemene voorziening, van specialistisch naar standaard, van individueel naar groepsbehandeling, van intramuraal naar ambulant zijn nog onvoldoende tot stand gekomen. Ook de integrale benadering van inwoners met een hulpvraag verdient verbetering. Daarnaast moeten we concluderen dat onze interne organisatie kwetsbaar en onvoldoende zakelijk en gestroomlijnd is. Met het Rhedens model en de daaruit voortvloeiende beleidsregels is in de kern weinig mis. De organisatorische vormgeving vertoont echter “gaten” door het ontbreken van voldoende en heldere grenzen. Hoeveel energie stoppen we als samenleving in een casus en wat levert het op? En hoe houden de grip op de resultaten en uitgaven? Begrenzing is een essentiële voorwaarde voor grip op uitgaven, volumes en rolverdelingen. Veel gemeenten in Nederland kampen met een soortgelijke problematiek. Mede op basis van ervaringen elders komen wij tot de volgende hoofdzaken voor verbetering:
Versie 05 mei 2019
Pagina 2 van 22
I.
II.
III.
IV.
V.
Versterk het voorliggend veld met name door een goede positionering (en bekendheid). Oplossingen worden in 1e instantie in en door de samenleving gerealiseerd. De rol van de gemeente beperkt zich tot “vangnet”. Aanvullend hierop creëren we, ter vervanging van maatwerk, zoveel mogelijk algemene voorzieningen. Dorpshuizen bijvoorbeeld krijgen een brede functie met o.a. lichte dagbesteding en de inzet van inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt. Een sterkere regie- en opdrachtgeversrol voor de gemeente. Met als belangrijkste elementen; (a) sturing op doorverwijzers, (b) aanbesteding en contractering op basis van lumpsum (budgetplafonds) en (c) intensieve focus op grootverbruikers en groot-aanbieders. Wij streven naar aanbesteding op basis van lumpsum (budgetplafond), met enkele grote zorgaanbieders (hoofd-aannemers met commitment aan het Rhedens Model), strakke betalingsvoorwaarden, intensief periodiek overleg met zorgaanbieders op basis van resultaten (benadrukken zelf-oplossend vermogen). Een integraal opererende organisatie, lean en zakelijk. Integratie van uitvoeringsteams. Team-plus voor complexe gevallen. Stroomlijning en vereenvoudiging aan de hand van de klantvraag. Verzakelijking van de cultuur vanuit maatschappelijk rendement, versterking toetsing en controle. Accurate financiële sturing en beheersing. Verbetering informatievoorziening en monitoring.
Periodieke monitoring op kritische prestatie indicatoren (geld, volume, doorstroming, kwaliteit). Data-gestuurd besluiten en acteren. Versnipperde data-systemen moderniseren. Rheden Sterker. Visie-ontwikkeling gericht op duurzame versterking van de samenredzaamheid en een duurzame demografische en sociaal-economische ontwikkeling.
De verslechterende financiële positie van de gemeente heeft ertoe geleid dat begrotingsbreed een ombuigingsoperatie is gestart. Uitgangspunt hierbij is dat ombuigingen in 1e instantie worden gezocht bij de uitgaven waar de tekorten worden veroorzaakt. Het referentiekader voor de ombuigingen is de vastgestelde Begroting 2019. Het verschil tussen onze 3D-uitgaven, cf. jaarrekening 2018, en de Begroting 2019 bedraagt ca € 3,9 miljoen. Ter vergelijking: het verschil met de in 2018 ontvangen Integratie Uitkeringen bedraagt ca € 5,3 miljoen. Het grootste verschil doet zich voor bij de Jeugdzorg. Om meer grip op de uitgaven te krijgen en om een reductie in uitgaven te realiseren is een pakket van maatregelen noodzakelijk waarvan een deel al op korte termijn operationeel moet zijn. Tot de urgente beheersmaatregelen behoren:
Het beperken van financiële risico’s door het limiteren van het aantal beschikkingen gerelateerd aan de begrotingsraming (met uitzondering van nood-gevallen). Het markt-conform maken van de lopende betalingsvoorwaarden (m.n. facturatie-condities). Voorbereidingen nieuwe aanbesteding op basis van lumpsum (begrensd budget). Afstemming met, en instructie van, door-verwijzers.
De ombuigingsmogelijkheden binnen de Participatiewet liggen voornamelijk binnen het reintegratiebudget en de inverdien-effecten op de BUIG. Succesvolle re-integratietrajecten dragen bij aan een hogere uitstroom uit de BUIG. Door sanering van minder effectieve projecten en focus op kansvolle doelgroepen en werkfit-trajecten is desalniettemin een besparing mogelijk. Door de invoering van het “revolving fund” principe kunnen bij een hoge uitstroom besparingen op de BUIGuitgaven terugvloeien naar het re-integratiebudget. De omvang van de besparing op re-integratie
Versie 05 mei 2019
Pagina 3 van 22
heeft mogelijk consequenties voor de uitstroom uit de bijstand. Beschut Werken realiseren wij naar behoefte en bij voorkeur in de vorm van dagbesteding. De Wmo kent van oudsher al een sterk ontwikkeld maatschappelijk veld. Door deze nog uitdrukkelijker te positioneren kan de informele hulp versterkt worden. Daarnaast kan het aantal individuele maatwerkproducten geminimaliseerd worden door deze als algemene voorziening aan te bieden. Minima ontvangen indien nodig een passende bijdrage in de kosten vanuit de bijzondere Bijstand. Gesubsidieerde maatschappelijke partners (onderwijs, verenigingen, dorpshuizen, ed.) zullen uitdrukkelijk gevraagd worden hun bijdrage te leveren aan inclusie en de inzet van inwoners met afstand tot de arbeidsmarkt of in een zorgtraject (lichte dagbesteding).
Actie-programma. Wij hebben een veelheid aan potentiële verbeteringsmaatregelen geïnventariseerd. Deze zullen verder getoetst, uitgewerkt en gerealiseerd moeten worden. Wij zullen dit doen in de vorm van een samenhangend actie-programma. De tekorten in de Jeugdzorg nopen tot urgent ingrijpen. Inmiddels is een directie-opdracht verstrekt om een versnellingsteam Jeugdzorg in te stellen. Dit team zal voor 01 juni met concrete korte termijn maatregelen komen.
Rheden Sterker! Voorkomen is beter dan genezen. Wij merken op dat een deel van de verklaring voor de hoge uitgaven ligt in de Rhedense context. In onze samenleving bevinden zich relatief veel kwetsbare inwoners, zowel qua leeftijd en gezondheid als qua sociaal-economische status. Dat vormt ook een beperking in de mogelijkheden om op eigen kracht tot oplossingen te komen. Daarnaast kent onze regio van oudsher relatief veel zorginstellingen en tehuizen. Ook dat trekt, mede in het licht van de extramuralisering, een extra wissel op de maatschappelijke draagkracht en de gemeentelijke lasten. In het licht van deze context is het raadzaam aandacht te besteden aan lange termijn duurzame ontwikkelingsdoelen voor onze gemeente ter versterking van de samenredzaamheid. Een duurzame demografische en sociaal-economische ontwikkeling is dé sleutel ter voorkoming van de huidige tekorten. De Global Goals en onderzoeken naar factoren die de samenredzaamheid versterken zijn daarbij het uitgangspunt. Wij stellen voor: 1. Om kennis te nemen van de inhoud van deze rapportage 2. Een aantal maatregelen met beleidsmatige consequenties nader te verkennen zoals a. een meer gesloten wijze van aanbesteding en contractering, bijvoorbeeld in de vorm van lumpsum-bekostiging van zorgaanbieders; b. het limiteren van het aantal beschikkingen binnen de begrotingskaders; c.
een versterking van de regierol van de gemeente met name ten opzichte van derdenverwijzers (huisartsen, jeugdartsen, ed.) en zorgaanbieders; d. extra inzet op preventie en versterking van het voorliggend veld; e. het verder ontwikkelen van algemene voorzieningen ter vervanging van maatwerk; f. het waar mogelijk vervangen van nieuw Beschut Werk door Activerend Werk. 3. Op de lange termijn is het raadzaam om maatregelen te treffen om meer sociaal-economisch balans te krijgen in de populatie. Bijvoorbeeld via de woonvisie of het economisch beleid.
Versie 05 mei 2019
Pagina 4 van 22
Daarnaast worden inmiddels maatregelen genomen ter bevordering van een meer zakelijke en resultaatgerichte bedrijfsvoering. Deze zijn o.a. gericht op:
het verbeteren van de monitoring van resultaten, uitgaven en ontwikkelingen; een verscherping van de betalingscondities; een meer integrale werkwijze door uitvoerende teams ; een stroomlijning van de organisatie op basis van de klantvraag. De organisatie verder te stroomlijnen op basis van een zakelijke, resultaatgerichte aanpak. Daarbij gaat het o.a. om een meer efficiënte routing van hulpvragen. Maar ook om een verzwaring van de functie van contractmanager en de invoering van resultaat gericht relatie-management, afstoting van operationele uitvoerende werkzaamheden. De vorming van een plus-team met specialisten voor complexe casuïstiek. een reductie van de administratieve lasten.
De eerder ontwikkelde verbeterlijnen in de Toegang zijn hier onderdeel van. Het totale pakket aan verbeter- en ombuigingsmaatregelen voor de 3D-taken wordt geïntegreerd in het project voor de “begrotingsbrede ombuigingsoperatie”.
Versie 05 mei 2019
Pagina 5 van 22
1. INLEIDING Vanaf 1 januari 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor de uitvoering van de nieuwe Wet maatschappelijke ondersteuning, de Jeugdwet en de Participatiewet. Deze decentralisatie van taken is gepaard gegaan met substantiële kortingen (gemiddeld ca 20%) op de betreffende budgetten. De wijze waarop wij vorm en inhoud geven aan de gedecentraliseerde taken is vastgesteld met de nota “Transformatieplan Sociaal Domein Rheden 2015-2016”. Bij de Voorjaarsnota 2017 is een stand van zaken gepresenteerd “Twee jaar transformeren in Rheden”. In het eerste kwartaal van 2019 zijn raadsleden in een 2-tal bijeenkomsten nader geïnformeerd over de belangrijkste ontwikkelingen en knelpunten in de 3D-transformatie. Sinds de decentralisatie in 2015 zijn door de gemeente grote stappen gemaakt in het opzetten van de informatievoorziening voor de Jeugdhulp binnen het sociaal domein. Daarbij is de focus geweest het leveren van zorg en het borgen van de zorgcontinuïteit. De 1e prioriteit was het voorkomen dat inwoners tussen wal en schip zouden belanden. Gemeenten, lokale teams, vrijwilligersorganisaties, verwijzers en zorgaanbieders werken actief samen om de gewenste transformatie tot stand te brengen. De gemeente scoort hoge cijfers als het gaat om klanttevredenheid. Na 4 jaar transitie en transformatie constateren wij:
een groeiende vraag naar zorg; sterk oplopende uitgaven; onvoldoende gerealiseerde uitgaven-verlagende substitutie-effecten en besparingen; een gemis aan periodieke sturingsinformatie en monitoring; knelpunten in de uitvoeringsorganisatie.
De uitgavenstijging binnen de 3D-opgave is in belangrijke mate debet aan de grote tekorten in de jaarrekeningen van 2017 en 2018 en brengt de financiële positie van de gemeente in het geding. De 3D-uitgaven bedroegen in 2018 bijna € 30,5 miljoen, terwijl de uitkering van het Rijk slechts €25,2 miljoen bedroeg. Ook staan de uitgaven in schril contrast tot de voor 2019 begrote uitgaven a € 26,6 miljoen. Het zijn met name de explosief stijgende uitgaven voor Jeugdzorg die zorgen baren. Wat ook niet helpt is dat we vaak laat zicht hebben op de omvang van uitgaven en verplichtingen. Wij staan hierin overigens niet alleen. Uit onderzoek (20181) blijkt dat gemeenten in 2017 ruim 20% (€ 605 miljoen) meer uitgaven een hulp aan jongeren dan begroot met als verwachting dat de uitgaven verder blijven stijgen. Veel gemeenten kampen daardoor met substantiële tekorten. Tegen deze achtergrond ontstond behoefte aan een herijking van de invulling van de transformatie.
1
https://nos.nl/artikel/2258047-jeugdzorg-opnieuw-duurder-deel-gemeenten-wil-minder-jongeren-doorverwijzen.html
Versie 05 mei 2019
Pagina 6 van 22
2. CONTEXT 3D Decentralisatie van taken en budgetten is sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw een constante in het overheidsbeleid van Nederland. Het hoofdargument daarbij is dat decentrale, integrale bepaling en uitvoering van het beleid effectiever en doelmatiger is, doordat die dichterbij de burger plaatsvindt. De grote decentralisaties in het sociaal domein 2015 (Jeugdwet, Wmo 2015, Participatiewet) zijn gekoppeld aan een grote bezuinigingsopgave. Voor de overgehevelde taken is een miljardenbezuiniging ingeboekt. Omdat de budgetten met een ‘gesloten einde’ naar het gemeentefonds overgaan, maar de kosten als ‘open einde’ bij de gemeenten komen te liggen, ligt het financiële risico in beginsel bij gemeenten. Het financiële risico voor gemeenten wordt beperkt doordat de wetgever heeft bepaald dat er geen sprake meer is van rechten, maar van voorzieningen waarvan de hoogte en beschikbaarheid worden bepaald door de lokale democratie. Daardoor hebben gemeenten de ruimte om afwegingen te maken; omdat er geen rechten2 meer bestaan zijn ze niet zonder meer verplicht een hulpmiddel of dienst te leveren. Anders dan verzekerde rechten kunnen voorzieningen ‘op’ raken. Het aanbod en budget zijn leidend geworden, niet langer de aanspraak.
Daarnaast is een andere verantwoordelijkheidsverdeling tussen burger en overheid geïntroduceerd: er wordt een groter beroep gedaan op de eigen verantwoordelijkheid en zelfredzaamheid van mensen en hun netwerk, in plaats van op het collectief. Van “Verzorgingstaat” naar ‘Participatiesamenleving’.
De landelijke politiek heeft ervoor gekozen om op een andere manier naar publieke zorgtaken te kijken: “wat kan een hulpbehoevende burger nog wel en zelf?” in plaats van “voor welk gebrek moet hij gecompenseerd worden?” Dit vraagt om meer eigen verantwoordelijkheid van mensen. Daar hoort bij dat rechten in toenemende mate worden omgezet in voorzieningen. Dit laatste betekent dat het ‘op=op’-principe gaat gelden.
2 Jurisprudentie! uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) medio mei 2018. Die hoogste bestuursrechter stelde dat huishoudelijke
hulp een prestatie is die onder de Wmo 2015 valt. Verder sloeg de CRvB piketpalen rondom het indiceren op een ‘schoon en leefbaar’ huis en het aanbieden van de ‘hh’ als algemene voorziening. Zie ook recente Kamerbrief over resultaatgericht werken in de Wmo 2015 dd 1204-2019
Versie 05 mei 2019
Pagina 7 van 22
3. TRANSFORMATIE: Het Rhedens Model Onze beleidsvisie is vastgelegd in een aantal beleidsnota’s zoals “Transformatieplan Sociaal Domein Rheden 2015-2016”, de Preventie-nota 2015 “Voorkomen is beter dan genezen” en “het Meerjarenbeleidskader Meedoen”. De kern hiervan is nog steeds actueel. Het is voor inwoners van belang om te kunnen “meedoen” en niet in een isolement te raken. Meedoen draagt bij aan de eigenwaarde en versterkt de eigen draagkracht en zelfredzaamheid. Het biedt naast zingeving ook contacten in sociale netwerken die bijdragen aan de samenredzaamheid. Participatie, in de vorm van loonvormende arbeid, vrijwilligerswerk of dagbesteding, draagt bij aan de zelfstandigheid van inwoners en zijn sociale netwerken en kan daarmee zorgvragen op andere levensterreinen beperken of voorkomen. De hoofdlijnen van het “Rhedens Model” zijn: • • • • • • • • • • •
Nadruk op “eigen kracht”, zelf-regie en samenredzaamheid. Inzetten op informele sociale netwerken. Gemeente als “vangnet”. Professionele Zorg als sluitstuk. Preventief voor curatief Algemene voorziening voor maatwerk Standaard voorziening voor specialistisch Collectieve voorziening voor individueel Ambulante zorg heeft voorkeur boven residentieel Maatwerk: met unieke oplossingen sturen op resultaat Focus op kwetsbare groepen & meervoudige zorgvraag Integraal werken vanuit de directe leefwereld van de burger In de uitvoering is de rol van de gemeente die van regisseur met als uitgangspunt: 1 huishouden – 1 plan – 1 (coördinerend) regisseur.
De nadruk ligt bij de eigen kracht, zelfregie van de inwoner en vervolgens bij de samenredzaamheid door de inzet van informele netwerken, de zogenaamde “sociale basis”. Hulp wordt zoveel mogelijk dichtbij de inwoner zelf georganiseerd en zo min mogelijk door het professionele circuit. Daartoe is veel energie gestoken in het ontwikkelen en positioneren van het “voorliggend veld”. Het gaat hier om alle maatschappelijke initiatieven ter ondersteuning van inwoners, zowel op vrijwillige als op professionele basis. In dit model is de gemeente uitdrukkelijk een “vangnet”. Overigens is hierbij mogelijk sprake van de interventieparadox: er wordt een groter beroep op de zelfredzaamheid van mensen gedaan, maar dit kan leiden tot uitstel en op zijn beurt – is de redenering – tot juist hogere zorgkosten. De gemeente Rheden beschikt over een uitgebreid voorliggend veld met o.a. het MVT, Stichting Stoer, Humanitas, Sociale Raadslieden, School-maatschappelijk Werk, wijkverpleegkundigen, casemanagers dementie, maar ook het UWV, Rijnstad, schuldhulpmaatjes, jeugdcoaches, zorgteams op scholen, etc. Daarnaast zetten we in op preventie en vroeg-signalering teneinde dure, curatieve zorg te voorkomen. De paradox hiervan is dat in 1e instantie juist meer “probleemgevallen” worden opgespoord, zeker bij een actieve marktbenadering.
Bovendien zijn de baten van preventief beleid, als zij zich voordoen, pas op termijn zichtbaar en vallen zij niet altijd toe aan degene die de preventiekosten maakt. Als netwerkorganisatie en onderdeel van de zorgketen positioneren wij ons steeds meer in de
Versie 05 mei 2019
Pagina 8 van 22
haarvaten van de samenleving door intensivering van de (keten-) samenwerking met maatschappelijke partners en door gebiedsgericht werken. In het wijkgericht werken ligt de focus op het versterken van de “sociale basis” op dorpsniveau en de samenhang binnen het voorliggend veld. Ook hier dreigt een zelfde paradox. Recent onderzoek van het Centraal Planbureau3 constateert een versterkte groei van de zorgvraag bij gemeenten die wijkgericht werken (“wijkteams leiden niet tot minder, maar tot meer dure zorg”). Transformatieplan 2.0: Belang van een samenhangende aanpak De afgelopen jaren is hard gewerkt aan de inrichting van de nieuwe gedecentraliseerde 3d-taken. Er zijn nieuwe vormen van hulp en ondersteuning ingekocht, de toegang is ingericht en netwerken met vrijwilligers en professionals zijn opgezet. Ook is de het accent nadrukkelijker op gebiedsgericht werken komen te liggen. Hoewel er veel resultaten zijn geboekt op deze thema’s zien we ook een aantal knelpunten: ●
● ●
De samenhang tussen de onderdelen ontbreekt. De kennis van de populatie wordt onvoldoende vertaald naar passend ondersteuningsaanbod, de brede vraagverheldering leidt niet tot andere arrangementen, de wijze van financiering daagt niet uit tot zuinig gedrag. Door de huidige manier van organiseren versterken maatregelen elkaar niet of zitten ze elkaar in de weg. De schotten tussen de wettelijke kaders zijn nog onvoldoende geslecht. Er is een forse overschrijding van de kosten; met name op het gebied van jeugdhulp.
Het is in algemene zin nog onvoldoende gelukt om het “Rhedens model” te vertalen naar concrete uitvoeringspraktijk. Wij willen vanuit de visie van het Rhedens Model een samenhangende aanpak creëren waarbij activiteiten elkaar versterken om inhoudelijke en financiële doelen te bereiken. Adequate kennis over de samenstelling van, en behoeftenontwikkeling in, de populatie vormt de basis voor effectief beleid en hulpverlening. Een goede “triage” ligt ten grondslag aan een efficiënte routing van de hulpvragen naar:
Informatie & advies en verwijzing naar informele ondersteuning Beschikbare algemene voorzieningen Maatwerk-ondersteuning op basis van een ondersteuningsplan.
Vanuit haar zuivere rol als regisseur en opdrachtgever dient de gemeente toe te zien op de juistheid van de toegang, de effectiviteit van de ondersteuning en scherp te zijn bij de contractering van het zorg-aanbod. Als bekostiger dient zij ook de ontwikkeling en voortgang te monitoren, prestaties te verantwoorden en middels evaluaties verbeteringen aan te brengen. In de samenhangende aanpak vormen 4 principes de basis: 1. Het ordeningsprincipe van “trechtering” en “afschaling”; vanuit de eigen kracht en zelfredzaamheid en via samenredzaamheid met informele netwerken, naar algemene voorzieningen en uiteindelijk professionele maatwerk ondersteuning.
3
CPb “De wijkteambenadering nader bekeken” 2018.
Versie 05 mei 2019
Pagina 9 van 22