Agendabundel
Tekst van het document
Niet optimaal verwijzen De stand van zaken is dat huisartsen wel veel Welzijn op Recept-geschikte patiënten op het spreekuur zien, maar nog niet optimaal verwijzen naar Welzijn op Recept, stelt Meijs. “Ze zeggen dat ze eigenlijk dagelijks patiënten
zien met sociaalmaatschappelijke problematiek, maar de praktijk toont aan dat ze maar tien tot vijftien keer per jaar een welzijnsrecept uitschrijven. Kortom, er is nog een behoorlijk onbenut potentieel dat we de komende jaren moeten gaan benutten. De huidige organisatie en financiering van de vooral ‘ziektegerichte’ eerstelijnszorg is een van de oorzaken hiervan, maar zeker niet de enige. Dit heeft dan ook de aandacht van zowel VWS als het Landelijk kennisnetwerk en wordt meer en meer ook door zorgverzekeraars en gemeenten als belangrijk onderwerp gezien.”
Handreiking De samenwerking met het sociaal domein vraagt ook een rol van gemeenten en zorgverzekeraars. “Daar ligt nog een fors vraagstuk”, zegt Meijs. “Gemeenten hebben behoorlijk wat op hun bord gekregen. Ze hebben hun werk binnen het sociaal domein best goed opgepakt vind ik, maar het sociaal domein heeft echt een poortwachter nodig zoals de huisarts dat voor de eerste lijn is. Vaak is alles wat binnen het sociaal domein valt nog verticaal georganiseerd. Gelukkig geeft het feit dat Welzijn op Recept op zoveel plaatsen een voedingsbodem vindt wel aan dat hierin ontwikkeling zit. Ook de zorgverzekeraars nemen het onderwerp serieus. Verbinding met het
sociaal domein is vaak al een van de opdrachten in de contractering met de huisartsen. Maar de zorgverzekeraars en gemeenten zelf zijn nog wel werelden die elkaar beter moeten leren kennen.” Een goede ontwikkeling is dat staatssecretaris Paul Blokhuis Welzijn op Recept nadrukkelijk omarmt (zie pag. 35. red.), erkent Meijs. “Al is zijn idee om het onder te brengen in de Zorgverzekeringswet maar een deel van de oplossing”, zegt hij hierbij, “want daarmee heb je de gemeenten nog niet. Je moet de gemeenten en zorgverzekeraars één simpele handreiking bieden. We zijn daarom bezig met een integraal inkoopadvies Welzijn op Recept dat hen hiervoor een concreet document moet bieden. Ook zijn we met VWS in gesprek over de vraag wat inzetten op Welzijn op Recept oplevert. Al besef ik ook dat alles meten en bewegen een valkuil kan zijn. De gedachte dat je mensen met Welzijn op Recept kleur aan hun leven geeft zodat ze minder een beroep op de zorg doen, ligt nogal voor de hand. Deze mensen, die vast komen te zitten in het medisch systeem, hebben gewoon een duwtje in de goede richting nodig en soms ook ondersteuning. Als je hun levensvaardigheid ondersteunt, gaan ze zich lekker in hun vel voelen, zelfvertrouwen ervaren en dingen ondernemen. En dat zal ook onnodige zorgkosten voorkomen.” <<
DEEERSTELIJNSZORG EN GEMEENTEN 2020
31
ORGANISATIE VAN ZORG
Krimpgebieden: ruimte voor avontuur
‘Platteland aantrekkelijk maken’ Zorg- en welzijnsprofessionals die krimpgebieden verlaten of niet genegen zijn zich er te vestigen? We kunnen klagen, maar we hebben ook de mogelijkheid de beeldvorming bij te stellen en onder meer huisartsen te attenderen op de kansen die deze streken bieden, zegt Bettina Bock. “Het is niet zo dat er onvoldoende werk is in deze gebieden”, zegt ze. “Vanwege de vergrijzing is er juist een grote zorgbehoefte. Het is eerder een tekort aan professionals waarmee we hier worden geconfronteerd.”
Ouderwets
Bettina Bock
TEKST: GERBEN STOLK FOTO: WEEGHDESIGN / PIXABAY.COM
Bock wordt ook wel ‘krimpprofessor’ genoemd. Sinds 2015 is zij bijzonder hoogleraar Bevolkingsdaling en Leefbaarheid voor Noord-Nederland aan de Rijksuniversiteit Groningen. Jazeker, in de afgelopen jaren hoorde en las zij zoals zovelen dat het niveau van de zorg- en welzijnsvoorzieningen daalde in bepaalde regio’s binnen Groningen, Friesland en Drenthe. Maar nee, ze wil dit niet zien als een onomkeerbaar proces. Bock adviseert zorg-, welzijn en overheidsbestuurders en -beleidsmakers nieuwe wegen in te slaan.
32
DEEERSTELIJNSZORG EN GEMEENTEN 2020
Dát is dan ook het terrein waarop actie moet worden ondernomen. Daarvoor dient wel bekend te zijn waarom er onder professionals geringe animo bestaat voor het platteland. Bock: “Vooral jongere mensen hebben het idee dat het leven in dichtbevolkte gebieden spannender is en dat je op het platteland bijvoorbeeld minder vrijetijdsmogelijkheden hebt en ook minder voorzieningen zoals kinderopvang. Verder heerst vaak het beeld dat er in agrarische gebieden vooral ouderwetse huisartspraktijken zijn waar je bij wijze van spreken alleen ingegroeide teennagels behandelt. Het werk zou weinig uitdagend zijn. Tegelijkertijd wordt dikwijls gedacht dat je er dag en nacht moet werken, omdat er weinig zorgprofessionals zijn. Dit gaat in tegen de trend dat steeds meer huisartsen parttime willen werken.” De hoogleraar plaatst hiertegenover het beeld van gebieden waar avontuur en innovatie wachten. “Natuurlijk, er zijn obstakels, zoals dat het voor de vaak hoogopgeleide partner van een huisarts moeilijk is een baan te vinden in een krimpgebied en dat menige zorgprofessional daarom de stap naar het platteland niet zet. Maar deels heeft het tekort aan professionals ook te maken met beeldvorming. Je kunt zeggen: het platteland is saai.
Maar je kunt ook benadrukken: met de huidige organisatie van zorg komen we in de knel op het platteland, dus er ligt een uitdaging om vernieuwingen te bedenken en uit te voeren. Die houding maakt werken in deze streken mijns inziens aantrekkelijk, leidt ertoe dat het avontuurlijk wordt hier aan de slag te gaan.”
Menselijke maat Spannend en kansrijk zijn volgens Bock bijvoorbeeld nieuwe samenwerkingsverbanden die resulteren in fenomenen als ‘de dorpsondersteuner’ (zie het
‘Uitdaging om vernieuwingen te bedenken’ interview hieronder). “Dit is een verandering die je kunt combineren met een inhoudelijke innovatie van de gezondheidszorg. Een innovatie waarbij het minder om het curatieve gedeelte gaat en meer om preventie. Je bent meer gericht op wat mensen zoeken, op zingeving, op hun specifieke situatie en behoeften. Vaak kan een vrijwilliger aan deze wensen tegemoetkomen. Dit alles levert meer kleinschaligheid en persoonsgerichte zorg op; de menselijke maat neemt toe, mede omdat de burger kan meepraten over wie er wat voor hem doet. Je kunt je bijvoorbeeld voorstellen dat telkens dezelfde vrijwilliger op hetzelfde tijdstip een dorpsbewoner helpt bij het douchen, terwijl die dorpsbewoner voorheen moest afwachten hoe laat iemand van de thuiszorg verscheen.” Bock noemt in dit opzicht ook zorgcoöperaties. “Die bieden een combinatie van formele en informele zorg, een combinatie van professionals en vrijwilligers.
Dorpelingen kunnen tegen een bepaald bedrag lid worden en zijn daarmee vrager of aanbieder van zorg óf beide. Leden laten bijvoorbeeld weten welke zorg zij nodig hebben, welke taken zij zelf willen uitvoeren en op welke dagdelen zij daarvoor beschikbaar zijn. Dat laatste kan heel eenvoudig zijn: op maandag- en woensdagmiddagen een kopje koffie drinken met een alleenstaande oudere in het dorp. Met een zorgcoöperatie regel je burenhulp op een georganiseerde manier. Je hebt niet de gedwongen dankbaarheid van de oudere. En je hebt ook niet de angst van de vrijwilliger dat de bezoeken na verloop van tijd een verplichtend karakter krijgen.”
Idealen De hoogleraar vervolgt: “Naar mijn mening is het zeker voor huisartsen boeiend om nauw betrokken te zijn bij dit soort noodzakelijke vernieuwingen. Als je ontevreden bent over het huidige zorgmodel, heb je in plattelandsgebieden letterlijk en figuurlijk de ruimte om met je idealen aan de slag te gaan en de zorg te verbeteren. Ik denk dat dit aansluit bij de drive en motivatie die huisartsen horen te hebben: je wilt werken voor mensen die jou het meest nodig hebben. Of het nu een zwakke wijk is in een grote stad of een krimpgebied op het platteland, je zou actief moeten willen zijn dáár waar het dreigt mis te gaan.”
Meer welzijn, minder kosten
Dorpsondersteuner De komst van dorpsondersteuners in Groningse dorpen is gepaard gegaan met een toename van het welzijn en daling van de huisartszorgkosten. Zij koppelen bijvoorbeeld vrijwilligers aan bewoners voor eenvoudige zorgtaken. Wat is een dorpsondersteuner? Richard Jong-A-Pin (onderzoeker en universitair hoofddocent Faculteit Economie en Bedrijfskunde Rijksuniversiteit Groningen): “Iemand die zich inzet voor de leefbaarheid in het dorp. Elk dorp geeft zijn eigen invulling. Meestal is dat organisatie van informele zorg: een dorpsondersteuner brengt vrijwilligers en bewoners bij elkaar.”
dorpsondersteuner een andere rol: sociale activiteiten organiseren om ouderen zelfredzamer te maken. Een tabletcursus bijvoorbeeld. In een van de onderzochte dorpen gaat het behalve om informele zorg ook om versterking van de sociale structuur. De dorpsondersteuner coördineert bijvoorbeeld de inzet van vrijwilligers bij verenigingen.”
Wat kan een vrijwilliger zoal doen?
Wat is de aanleiding voor dorpsondersteuners in de provincie Groningen?
“Een bewoner gezelschap houden of naar het ziekenhuis brengen. Of medicijnen ophalen of een lamp vervangen. Kortom, betrekkelijk eenvoudige zorgtaken die niet zijn bedoeld voor professionals. In sommige dorpen heeft de
“Krimp en vergrijzing raken een aantal regio’s hard, vooral in Noord- en Oost-Groningen. Dit gebeurt bovendien ten tijde van de transitie van welvaarstsstaat naar participatiesamenleving.” >>
DEEERSTELIJNSZORG EN GEMEENTEN 2020
33
ORGANISATIE VAN ZORG
STRATEGIE & INNOVATIE
Paul Blokhuis over Welzijn op Recept
van huisarts en dorpsraad; inwoners hebben vertrouwen dat ze goed kunnen worden geholpen. In Ulrum en directe omgeving daalden de huisartszorgkosten met zes procentpunt, terwijl ze in het grotere omliggende gebied stegen. Het is te vroeg om te spreken van harde oorzakelijke verbanden, maar dorpsondersteuning gaat in genoemde dorpen gepaard met lagere zorgkosten én welzijnstoename. In Onderdendam is men in 2019 begonnen; daar zijn nog geen conclusies mogelijk.”
En nu? “Het is niet honderd procent zeker, maar het onderzoek suggereert sterk dat de maatschappelijke-economische waarde van dorpsondersteuning groter is dan de kosten. Structurele overheidssubsidie is noodzakelijk om dergelijke projecten – ook op de lange termijn – te laten slagen. Er zijn vele redenen om aan te nemen dat het niet lukt als je het aan de markt overlaat. Bijvoorbeeld: de mensen die het meest behoefte hebben aan een dorpsondersteuner, zijn vaak degenen die het niet kunnen betalen. Het is niet rendabel voor bedrijven.”
Richard Jong-A-Pin
Wie initieert en financiert dorpsondersteuning? “In Wedde en Wedderveer gaf de huisarts uit Wedde in 2014 de aanzet (project Wedde dat ’t lukt, red.). Hij vertelde me dat hij wilde anticiperen op de transitie. Zijn basisgedachte: wat kunnen bewoners voor elkaar betekenen? Daarmee stapte hij naar de dorpsraad. Sinds 2015 is er 28 uur per week een dorpsondersteuner: een dorpsinitiatief dat wordt gefinancierd door de gemeente en dat sinds respectievelijk 2016 en 2017 eveneens draait in zusterdorpen Veelerveen en Vriescheloo. In Onderdendam is het ook een bewonersinitiatief, in dit geval door Dorpshuis Onderdendam. Dit is financieel mogelijk dankzij de lokale hervormde kerk, gemeente Het Hogeland, het dorpshuis en Oranje Fonds. In Ulrum lanceerde de gemeente zelf een ‘dorpsconciërge’. Nadat haar baan ophield te bestaan, ging ze een dag per week door als vrijwilliger. Incidenteel zijn er gemeentelijke subsidies voor activiteiten zoals een tabletcursus.”
Wat levert het op? “In Wedde en Wedderveer zijn tussen 2015 en 2017 de huisartszorgkosten per inwoner gemiddeld met 38 euro afgenomen. De dorpsondersteuner heeft een mandaat
34
DEEERSTELIJNSZORG EN GEMEENTEN 2020
Wat adviseert u partijen die dorpsondersteuning willen opzetten? “Kijk naar de behoeften in het dorp én naar de mankracht en expertise. Zomaar een basaal voorbeeld: je wilt een vrijwilliger die computerproblemen van bewoners verhelpt. Als niemand in het dorp ict-kennis heeft, moet je << die ambitie laten varen.”
Naam onderzoek: Evaluatie van de dorpsondersteuner. Opdrachtgevers: Vereniging Groninger Dorpen en Healthy Ageing Netwerk Noord Nederland (HANNN). Uitvoerder: Aletta Jacobs School of Public Health, een samenwerkingsverband tussen de Rijksuniversiteit Groningen, het UMCG en de Hanzehogeschool Groningen. Meer informatie: https://www.de-eerstelijns. nl/dossier/3-2020/.
‘Meer inzetten op collectieve preventie’ Met Welzijn op Recept krijgen mensen geen medicijnen, maar een welzijnscoach die ze helpt weer sociaal actief te worden. De eerste signalen zijn positief, stelt staatssecretaris Paul Blokhuis. “Uit onderzoek blijkt dat in 83 gemeenten mensen zo worden ondersteund. Nu kijken hoe we dat aantal omhoog krijgen.”
TEKST: FRANK VAN WIJCK FOTO'S: RIJKSOVERHEID EN MATTHIAS ZOMER / PEXELS
“Dokter, ik slaap de laatste tijd zo slecht.” Iedere huisarts die deze zin hoort in zijn spreekkamer, weet dat hij erop gespitst moet zijn te achterhalen of de patiënt wel een medische vraag heeft. Bij doorvragen blijkt maar al te vaak dat sprake is van een achterliggend psychosociaal probleem. Het doel van het programma Welzijn op Recept is dat de huisarts zo’n patiënt verwijst naar een ‘welzijnsarrangement’ van de welzijnsorganisatie in zijn gemeente. De arrangementen die iemand daar aangeboden krijgt, bestaan uit interventies die het doel hebben zijn welbevinden te vergroten. Dit kunnen creatieve activiteiten zijn of sporten of bewegen, maar bijvoorbeeld ook vrijwilligerswerk. Het doel hiervan is de mentale gezondheid en veerkracht van de persoon te versterken. En de achterliggende gedachte is vanzelfsprekend dat die dan minder een beroep doet op de zorg. Lokale variatie in de uitvoering is tot op zekere hoogte logisch. Arrangementen moeten immers passen bij de patiëntenpopulatie en aansluiten bij de mogelijkheden van de welzijnsorganisatie ter plaatse. Aan VWS-staatssecretaris Paul Blokhuis de vraag hoe Welzijn op Recept verder kan worden gebracht.
Wat ziet u als de grootste waarde van Welzijn op Recept? “Er is een flinke groep patiënten die een arts bezoeken met klachten die feitelijk geen medische maar een sociaal-maatschappelijke oorzaak hebben. Hierbij kun je denken aan mensen die eenzaam zijn, in de schulden zitten, werkloos zijn of een dierbare hebben verloren. Een zorgverlener in de eerste lijn kan zo iemand doorverwijzen naar een welzijnscoach. Die gaat samen met de patiënt op zoek naar activiteiten waar iemand energie van krijgt of blij van wordt. Iemand kan bijvoorbeeld het
biljarten weer oppakken. Zo geef je die persoon weer perspectief. De patiënt heeft weer wat te doen in de avond en leert nieuwe mensen kennen. Een ander kan bijvoorbeeld vrijwilligerswerk doen, waardoor hij vrienden maakt en weer voldoening krijgt uit het leven. Kortom, mensen krijgen geen pijnstiller of antidepressivum voorgeschreven, maar ze krijgen Welzijn op Recept. Deelnemers aan Welzijn op Recept vertellen dat ze zich gezonder en gelukkiger voelen, actiever zijn, dat hun zelfvertrouwen groeit en dat ze de toekomst rooskleuriger tegemoet zien. Mensen kunnen zowel lichamelijk als fysiek weer opbloeien door de interventie.”
Movisie noemt het een interventie die uitstekend past bij de kanteling van de Wmo. Vindt u dit ook en waarom? “Ja, daar ben ik het mee eens, maar het interessante is ook dat Welzijn op Recept er al eerder was dan de Wmo 2015. Welzijn op Recept geeft huisartsen een gestructureerde mogelijkheid om patiënten door te verwijzen naar het sociale domein. Patiënten die wel naar de huisarts gaan, maar niet naar het Wmo-loket. De manier waarop zij vervolgens door een welzijnscoach begeleid worden naar een activiteit, past bij de integrale maatschappelijke ondersteuning door gemeenten van mensen die dat nodig hebben.”
U bent te spreken over de eerste resultaten in 83 gemeenten en stelt “Nu kijken hoe we dat aantal omhoog krijgen”. Ligt er met de informatie over Welzijn op Recept die er nu is een voldoende solide basis voor andere gemeenten om hiermee aan de slag te gaan? “Zeker weten. Welzijn op Recept wordt nu al aangeboden in 83 gemeenten, en ik wil graag dat dat er meer worden. Het mooie is dat gemeenten die dit ook willen gaan aanbieden, niet opnieuw het wiel hoeven uit te vinden. >>
DEEERSTELIJNSZORG EN GEMEENTEN 2020
35
een lijntje snel gelegd en weten ze elkaar makkelijker te vinden. Zowel voor een doorverwijzing als voor een overleg. Bijvoorbeeld om samen te bespreken of een patiënt geholpen zou zijn bij Welzijn op Recept.”
Er bestaat ook grote lokale variatie in de kwaliteit van de uitvoering. Is centrale regie nodig om de uitvoering te stroomlijnen?
Zij kunnen leren van de ervaringen van de gemeenten die hen zijn voorgegaan. Het Landelijk kennisnetwerk Welzijn op Recept heeft de best werkende werkwijzen bekeken en gebundeld. Via hun website www.welzijnoprecept.nl zijn handboeken en handleidingen te bestellen met tips en adviezen over hoe de interventie kan worden gestart, of als het al is opgezet, hoe die kan worden voortgezet. Zowel gemeenten als huisartsen en welzijnswerkers kunnen hier nuttige informatie in vinden. Wij krijgen van huisartsen te horen dat ze hier echt wat aan hebben. Daarnaast kunnen bijvoorbeeld huisartsen, of mensen die werken bij de gemeenten, bij vragen over Welzijn op Recept contact opnemen met het Landelijk Kennisnetwerk Welzijn op Recept.”
‘Deelnemers voelen zich gezonder en gelukkiger’ Welke partij moet hierin de kartrekker zijn: de huisarts, de gemeente? “In de praktijk zien we dat het niet altijd één partij is die de kar trekt. Het opzetten van de interventie is een gezamenlijke inspanning van huisarts, gemeente, welzijnscoach, het sociale domein en zo mogelijk ook de zorgverzekeraar. We zien dat soms de gemeente het initiatief neemt, zoals bijvoorbeeld op dit moment in Kerkrade. In Zuidoost-Brabant is het juist een huisartsenzorggroep die het voortouw neemt. En in Enschede is de welzijnsorganisatie in de lead.
36
DEEERSTELIJNSZORG EN GEMEENTEN 2020
Elke partij heeft hierin zijn eigen rol. De welzijnscoach speelt bijvoorbeeld een cruciale rol in het contact met de huisarts en het sociale domein. We zien dat die vaak de aanjager en spin in het web is.”
Speelt het zorgkantoor een rol? “Hoewel Welzijn op Recept zeker ook onderdelen bevat die vallen onder het zorgkantoor, bijvoorbeeld om langer zelfstandig thuis of in de wijk te wonen, zijn op dit moment de hoofdfinanciers de gemeente en zorgverzekeraar.”
Het ontbreekt vaak nog aan structureel overleg tussen de zorgverleners in de eerste lijn en de welzijnscoaches. Wat hindert beide partijen naar uw inschatting? “Het is belangrijk dat zorgverleners in de eerste lijn en de welzijnschoaches goed met elkaar in contact staan. In de praktijk blijkt dat de samenwerking binnen Welzijn op Recept meer van mensen vraagt dan in eerste instantie verwacht. Dit komt omdat het een domein-overstijgende interventie is. In het begin draait het onder meer om elkaar, elkaars werkwijze en manier van communiceren te leren kennen voor het opbouwen van vertrouwen. En parallel daaraan loopt het praktisch opzetten van Welzijn op Recept. In een latere fase gaat het om het opzetten van een structureel overleg, waarin ruimte is voor feedback en het zichtbaar maken van de resultaten. Voor het contact is wel wat extra’s nodig. Zo is het belangrijk om na te denken over de vraag hoe de welzijnscoach wordt betaald voor dit soort overleggen. Daarnaast blijkt uit de praktijk dat het erg goed werkt als de welzijnscoach een werkplek krijgt in de huisartsenpraktijk. Daardoor ontmoeten arts en coach elkaar sowieso makkelijker, is
“De verschillen tussen gemeenten zijn groot, waardoor een idee van bovenaf opleggen niet gaat werken. Je kunt je voorstellen dat Welzijn op Recept er in de Haagse Schilderswijk heel anders uitziet dan op het platteland in Oost-Groningen. Bij Welzijn op Recept is het belangrijk om te kijken hoe de interventie het best kan worden ingericht per gemeente, zodat het aansluit bij de behoeftes van de patiënt. We weten inmiddels enerzijds welke elementen essentieel zijn – en dus voor alle regio's hetzelfde zijn bij het opzetten van Welzijn op Recept – en anderzijds hoe we het zo kunnen inrichten dat de lokale context aansluit bij de interventie.”
Er is veel discussie over de vraag of zorg altijd het antwoord is op de vragen waarmee mensen de huisarts confronteren. Sociale omstandigheden en individueel gedrag zouden (naast een gezonde leefomgeving) veel meer bijdragen aan goede gezondheid dan gezondheidszorg kan doen, is een opvatting die in deze discussie wordt gehoord. Waar staat u in die discussie? En hoort daar ook een verschuiving in financiering bij van zorg naar welzijn? “Wat mij betreft moet preventie van gezondheidsproblemen een essentiële rol gaan spelen in de toekomst van ons zorgstelsel. Welzijn op Recept is daar een heel concreet voorbeeld van; een voorbeeld van hoe we kunnen voorkomen dat klachten van mensen groter en ernstiger worden, door hen weer een doel te geven of hun sociale leven weer een stimulans te geven. Het is onderdeel van een omslag in het denken. Minder in termen van het repareren van schade en meer in termen van preventie en gezonde leefstijl. Om mensen beter te helpen en ook omdat het aantal mensen dat een beroep op de zorg gaat doen de komende jaren enorm toeneemt, moeten we kijken hoe we ervoor kunnen zorgen dat mensen zolang mogelijk gezond blijven. De gecombineerde leefstijlinterventie (GLI) is een goed voorbeeld daarvan. Sinds vorig jaar wordt deze interventie vergoed vanuit het basispakket. Daar ben ik heel blij mee, en dat zijn de eerste stappen naar meer preventie in de zorg.
Er zijn meer voorbeelden van kansrijke interventies die we structureel zouden moeten inzetten. Welzijn op Recept is daar één van. Maar valpreventie voor ouderen is ook zo’n kansrijke interventie.
We weten dat valpreventie ziekenhuiskosten bespaart, maar toch vindt implementatie nog niet landelijk plaats. Dat moet wat mij betreft dus echt anders. Ander voorbeeld is de inzet van leefstijl bij mensen met diabetes. Op dat terrein gebeurt gelukkig een hoop, maar nog veel te vaak worden medicijnen voorschreven. Dat terwijl een gezonde leefstijl diabetici soms zelfs van hun ziekte af kan helpen. Het liefst zijn we er natuurlijk heel vroeg bij. Daarom kijken we naar hoe we de GLI specifiek voor kinderen met overgewicht kunnen inzetten en hoe deze structureel kan worden gefinancierd. Dit gaat allemaal om preventie die op het individu is gericht. Wat mij betreft gaan we in de toekomst veel meer inzetten op collectieve preventie.
‘Het werkt goed als de welzijnscoach een plek krijgt in de huisartsenpraktijk’ Ik werk ook hard aan de preventie van gezondheidsproblemen. Anderhalf jaar geleden hebben we met tientallen maatschappelijke partijen het Nationaal Preventieakkoord ondertekend. Daarin hebben we afspraken gemaakt over drie onderwerpen waarmee we de meeste gezondheidswinst kunnen behalen. In het akkoord zijn we de strijd aangegaan met roken, hebben we afspraken gemaakt om overgewicht terug te dringen en pakken we problematisch alcoholgebruik aan. Samen met mijn collega-bewindspersonen bij het ministerie van VWS werk ik aan een plan voor de toekomst van de gezondheidszorg. Wat mij betreft komt die omslag ook daarin naar voren: niet ziekte en schade als uitgangspunt, maar preventie en gezondheidspotentieel.”
Ook het creëren van gezonde wijken? “Een gezond ingerichte wijk kan bijdragen aan een gezonde en actieve leefstijl. Denk aan bewegen, spelen en elkaar ontmoeten. De fysieke leefomgeving krijgt dan ook steeds meer aandacht. Een aantal landelijke programma’s richt zich mede op het ontwikkelen van een gezonde leefomgeving. Voorbeelden van programma’s uit het sociale domein zijn Gezonde School, Gezonde Wijk, GezondIn…, Jongeren op Gezond Gewicht, Eén tegen eenzaamheid en Onbeperkt Meedoen. Ook stimuleer en ondersteun ik gemeenten via het GIDS-programma, gezondheid in de << stad, om gezondheidsachterstanden aan te pakken.”
DEEERSTELIJNSZORG EN GEMEENTEN 2020
37
ORGANISATIE VAN ZORG
Wijknetwerken waarin de eerstelijnszorg samenwerkt met welzijn en burgers kunnen het lokale zorgsysteem veranderen. En dat is nodig om de zorg toegankelijk en betaalbaar te houden. Zo’n netwerk opzetten is niet eenvoudig. Onderzoeksleider dr. Miranda Laurant van het project ‘Sterk Wijknetwerk’ deelt ervaringen en succesfactoren.
Samenwerken met burgers, Sterk Wijknetwerk hoe doe je dat? voldoende financiële ruimte om te doen wat passend is bij de vraag van de inwoner.” Uit alle praktijkvoorbeelden komt naar voren dat burgers het lastig vinden om contact te krijgen met professionals. Tegelijkertijd ervaren zorg- en welzijnsprofessionals dat goed samenwerken en een netwerk vormen complex is; en extra moeilijk als zij samenspraak met burgers moeten oppakken. Laurant: “De huidige ontwikkelingen vragen om andere competenties van professionals en burgers. Opleidingen zullen daarop moeten inspelen. Het aansluiten van onderwijs bleek in dit project veelal een brug te ver, maar is uiteindelijk wel noodzakelijk.”
TEKST: JOSÉ VAN DER WAERDEN FOTO: ROB GIELING
Verschillende ontwikkelingen en overheidsbeleid hebben geleid tot verschuivingen in de samenleving en gezondheidszorg (zie tabel). Miranda Laurant, lector organisatie van zorg en dienstverlening bij de University of Applied Sciences | Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN), stelt dat de aandacht vooral uitgaat naar de zorgvraag van het individu. “Terwijl er meer mogelijk is. Denk aan de steun die inwoners in een wijk nodig hebben om gezonde keuzes te maken. Alleen door samen te werken, vergroten we voor iedereen de mogelijkheden om gezond te blijven en de zorg betaalbaar houden.”
Inwoners mede-eigenaar
Miranda Laurant: ‘Andere competenties gevraagd van professionals en burgers.’
Praktijkvoorbeelden In lokale netwerken kunnen professionals en burgers samen de gezondheid en vitaliteit van inwoners in een wijk centraal stellen. Maar hoe organiseer je dat? Om dit uit te vinden, initieerde het project twee ‘eigen’ proeftuinen voor een sterk wijknetwerk, in Wijchen en Leiden. Twee vragen dienden als vertrekpunt: wat zijn de (zorg)vragen en behoeften van inwoners vanuit (positieve) gezondheid? En zijn de bekwaamheden van professionals, burgers en/of vrijwilligers hierop afgestemd? Samenwerking is immers noodzakelijk om het juiste aanbod te kunnen bieden. Voor het verzamelen van kennis over samenwerken in een wijknetwerk, brachten de onderzoekers ook vijf lokale initiatieven in kaart: Proeftuin Ruwaard, Netwerk Positieve Gezondheid Lemmer, Stichting Wedde dat ’t lukt (zie ook pagina 5/6), DementieNet Dukenburg en DementieNet Gemert.
Tijd niet rijp Alle praktijkvoorbeelden leveren zinvolle leerpunten op. In Leiden bleken conflicterende belangen bij participanten groot, waardoor het initiatief al in de voorbereidingsfase strandde. Laurant: “De tijd was er niet rijp voor. Er was onvoldoende draagvlak en geen gedeelde ambitie. Toch heeft het zorg- en welzijnsorganisaties, de gemeente en zorgverzekeraar aan het denken gezet, want
38
DEEERSTELIJNSZORG EN GEMEENTEN 2020
ongeveer een half jaar later is in een andere wijk een vergelijkbaar initiatief gestart.” Ook in Wijchen was het lastig om groepen samen te brengen en te houden. “Een eerste verkenning met stakeholders was hoopvol, daarom nodigden we bottom-up mensen uit om samen een visie en ambitie te formuleren. Hoewel iedereen achter het doel ‘bevorderen van gezondheid en vitaliteit’ stond, bleek in de praktijk dat partijen dit verschillend wilden invullen. Ook was het lastig om huisartsen te mobiliseren. Hierdoor ontbrak een belangrijke partij in het wijknetwerk.”
Het project heeft veel kennis opgeleverd, onder andere over de succesfactoren voor een wijknetwerk. Belangrijke punten zijn: samenwerkingspartners in een vroeg stadium betrekken, voldoende draagvlak creëren – ook bestuurlijk en beleidsmatig –, een gezamenlijke ambitie formuleren en zorgen voor een kartrekker/regievoerder. Cruciaal is bovendien dat inwoners zich gehoord voelen en mede-eigenaar zijn om gezondheid en vitaliteit in de wijk te bevorderen. << Bij het project ‘Sterk Wijknetwerk’ zijn de HAN, het Radboudumc (IQ Healthcare en Eerstelijnsgeneeskunde) en de Stichting KOH betrokken. Het is financieel mogelijk gemaakt door het ministerie van VWS.
'ONMISBARE ONDERSTEUNING' De rol van de huisarts is voer voor een belangrijke interne discussie, denkt Miranda Laurant. “Waar ben je verantwoordelijk voor? Voor ziektegerichte individuele patiëntenzorg of voor de gezondheid van de populatie?” Emmy Derckx, bestuurder bij Stichting KOH, stelt dat huisartsen veel willen doen, maar niet zonder samenwerking kunnen. “De zorgvraag in de eerste lijn neemt toe, is complexer en lang niet altijd medisch getint. De ondersteuning die wijkbewoners en welzijnsprofessionals kunnen bieden, is onmisbaar. Het gaat om een optimale inzet van ieders kunde en capaciteit. Zo doet iedereen waar hij/zij goed in is.” Dit vraagt om ontschotting en anders denken, aldus Laurant. “Ik snap dat tijdgebrek voor de huisarts een knelpunt is. Daarom moeten financiers de eerstelijnsprofessionals meer ruimte geven om anders te werken, in lokale netwerken. Enerzijds is een voorinvestering nodig, gericht op preventie, en anderzijds moet er structurele financiering komen om het ‘anders werken’ duurzaam te maken.”
Transitie en transformaties in de samenleving en de zorg Centraal
Decentraal
Succesverhaal Oss
Ketens
Netwerken
Het praktijkvoorbeeld Proeftuin Ruwaard in Oss, gericht op multiprobleemgezinnen, laat zien hoe het wél kan werken. “Hier is vooraf veel en langdurig overleg geweest, op bestuurlijk niveau en met wijkbewoners. Dit maakte het mogelijk dat de gemeente alle Wmo-gelden bij elkaar legde onder het motto ‘anders denken en doen in Ruwaard’. Bij de feitelijke start lag er een goed geformuleerde visie én een ‘samenwerkwijze’. Daarnaast was er een kwartiermaker die professional en burger enthousiasmeerde.” In de wijk Ruwaard zijn al ruim 500 casussen opgepakt. Professionals houden bij zorgvragers thuis mdo’s en nemen deel aan leersessies. “Ook is er
Intramuraal
Extramuraal
DBC-bekostiging
Populatiebekostiging
Formele zorg
Informele zorg
Specialistische zorg
Generalistische zorg
Gefragmenteerde zorg
Geïntegreerde zorg
Maximale zorg
Optimale zorg
Medicaliseren
Normaliseren
Genezen
Voorkomen
Patiëntgerichte zorg
Persoonsgerichte zorg
Bron: Laurant & Vermeulen (red) (2018)
Zorgen voor
Zorgen dat
Gezondheid Organiseren. Een leerboek
Lijden aan een ziekte
Leiden van je leven
voor verpleegkundigen. Houten: Bohn
Ziekte & Zorg
Gezondheid & Gedrag
Stafleu van Loghum.
DEEERSTELIJNSZORG EN GEMEENTEN 2020
39
STRATEGIE & INNOVATIE
‘Zorg en ondersteuning moeten dichtbij worden geleverd’
Waardevolle stuurinformatie gemeenten en zorgverzekeraars
Regiobeelden ggz
Wie zijn de mensen in een regio die geestelijke gezondheidszorg nodig hebben en welke zorg dan? Zilveren Kruis en 43 gemeenten maakten met ondersteuning van jb Lorenz en mogelijk gemaakt door middelen van ZonMw, regiobeelden om deze vragen te kunnen beantwoorden.
verantwoordelijkheid ligt in de verbinding tussen het medisch en het sociaal domein”, zegt hij. “Daarop vullen gemeenten en zorgverzekeraars elkaar aan. Maar dat kunnen we alleen goed doen als we inzicht hebben in de vraag om hoeveel mensen het gaat en welke vragen zij precies hebben. Inzicht daarin krijgen vormt het ideale vertrekpunt om die samenwerking te optimaliseren.” Als voorbeeld noemt Koekoek de doelgroep EPA, mensen met een ernstig psychiatrische aandoening, die deels ambulant en deels in verblijf is. “Deels sociaal domein en deels zorgdomein dus”, zegt hij. “Door de grootte van deze groep en hun zorgbehoefte goed in kaart te brengen, kunnen we optimaal sturen op de op- en afschaling van de zorg en ondersteuning. Daarmee creëren we betere zorg voor mensen met een psychische kwetsbaarheid, uitgaand van zorg in de eigen omgeving, omdat we weten dat voor deze mensen naast behandeling ook begeleiding en ondersteuningsstructuren in de wijk relevant zijn. Door hen gericht te ondersteunen, kunnen we hun maatschappelijke participatie vergroten.”
Ideaal vertrekpunt Erik Koekoek, strategisch adviseur gemeenten bij Zilveren Kruis, onderschrijft het belang dat De Waard hecht aan de regiobeelden volledig. “Die gezamenlijke
40
DEEERSTELIJNSZORG EN GEMEENTEN 2020
NIET EERDER ZO GROOTSCHALIG Het opstellen van de regiobeelden gebeurde in samenwerking tussen Zilveren Kruis en jb Lorenz, met ondersteuning van ZonMw-middelen.
TEKST: FRANK VAN WIJCK FOTO: KHUSEN RUSTAMOV / PIXABAY
In de context van de samenwerking tussen gemeenten en zorgverzekeraars is het voor beide partijen relevant een beeld te hebben van de mensen voor wie zij een verantwoordelijkheid hebben in zorg en ondersteuning. “Zeker als het gaat om mensen binnen het ggz-domein, die niet per se goed in staat zijn om voor zichzelf op te komen en dus uit eigen beweging in beeld te komen bij ons”, zegt Lia de Waard-Oudesluijs, wethouder zorg en ondersteuning (ChristenUnie) in Epe. Epe is een van de 43 gemeenten waarvoor een regiobeeld is gemaakt om deze specifieke groep inwoners in kaart te brengen. “Zo’n regiobeeld levert ons niet alleen relevante data op om hen op dit moment de zorg en ondersteuning te bieden die zij nodig hebben”, zegt De Waard, “maar ook om sturing te geven aan onze langetermijnvisie hierop. Het versterkt daarmee de mogelijkheden voor samenwerking tussen zorgverzekeraars en gemeenten, en dus de mogelijkheden om goed invulling te geven aan onze gezamenlijke verantwoordelijkheid voor deze doelgroep.”
samenwerkingsagenda’s die gemeenten en zorgverzekeraars al op regioniveau hebben. “Hierin gaan we bepalen welke thema’s we verder gaan uitdiepen”, zegt Koekoek. “En uiteraard gaan we bij de vervolgstappen ook de aanbieders van zorg en welzijn betrekken.”
Het gevoel van urgentie om deze vervolgstappen te zetten, is er bij beide partijen. “En dat gevoel is door de coronacrisis alleen maar versterkt”, zegt De Waard. “We kunnen aannemen dat juist de ggz-groep veel last zal ondervinden van deze crisis en dat dit een lange nasleep voor hen kan hebben. Het kan niet anders dan dat dit onze samenwerkingsagenda verandert en versnelling erin noodzakelijk maakt. Maar het mooie van het inventariseren door middel van die regiobeelden is ook dat dit beide partijen – de gemeenten en de zorgverzekeraars – heeft laten zien hoezeer we hiermee in samenwerking meerwaarde kunnen bieden aan de individuele inwoner.” Koekoek vult aan: “We zien inderdaad nu nóg meer hoe waardevol het is om dit samen op te pakken. En we doen dit vanuit de gedeelde visie dat zorg en ondersteuning dichtbij dienen te worden geleverd.” <<
Vervolgstappen
Bianca den Outer van jb Lorenz vertelt: “Onder onze procesbegeleiding hebben we gezamenlijk regiobeelden voor de ggz besproken met 43 gemeenten in ons land. Tezamen tellen die gemeenten 2.193.272 inwoners, 12,59 procent van het inwoneraantal in ons land. Het was een bijzonder traject, waarin alle partners veel tijd hebben gestoken. Het duiden van de data ging soms moeizaam. Maar de gesprekken die we hebben gevoerd met elkaar waren steeds van hoge kwaliteit. De deelname van meer dan honderd mensen die werkzaam zijn in die 43 gemeenten en bij Zilveren Kruis, zorgt ervoor dat we echt een impuls hebben kunnen geven aan het lerend vermogen van de betrokken deelnemers.” Uniek aan dit project was dat Zilveren Kruis en de gemeenten gezamenlijk declaratiedata over de ggz bijeen hebben gebracht als basis voor nieuwe inzichten in de ggz-populatie in die gemeenten. De geanonimiseerde data die in het kader van de regiobeelden zijn verzameld, zijn in Nederland niet eerder op deze schaal bijeengebracht. “Het was ons een eer om dit project te mogen uitvoeren”, zegt Den Outer, “en deze cijfers te mogen valideren, ordenen en vergelijkbaar maken. Daarnaast hebben we vanuit onze eigen expertise door middel van tachtig indicatoren voor iedere gemeente vier factsheets ontwikkeld over de verschillende vormen van ggz voor mensen met een psychische kwetsbaarheid.
Bij elkaar zijn hiermee 172 factsheets tot stand gekomen. Ook hebben we een zorgindex ontworpen die we verder gaan ontwikkelen.” De duidingssessies hebben de deelnemende partijen veel geleerd. De feedback en de op- en aanmerkingen die eruit kwamen, stellen de betrokken partijen in staat nu een volgende slag te maken in de ontsluiting en duiding van de data. Den Outer: “Tot slot bieden de data die zijn verzameld en ontsloten in separate factsheets op regioniveau tal van mogelijkheden om verdere analyses te maken of te benchmarken. Hier wordt in diverse sessies al naar gevraagd.”
De inventarisatie van de regiobeelden krijgt een vervolg door de uitkomsten ervan een plek te geven in de
DEEERSTELIJNSZORG EN GEMEENTEN 2020
41
Eerstelijnjes Praktische wijsheid
DEEERSTE LIJNS PLATFORM VOOR STRATEGIE EN INNOVATIE
Huisartsen, wijkverpleegkundigen, leerkrachten, het zijn professionals in het publieke domein. Organisatiefilosoof Sophie Albers en bestuurskundige Albert Jan Kruiter
De Eerstelijns is een platform voor strategie en innovatie in de eerste lijn. ISSN: 2210-643X
roepen in hun boek Doen wat goed is beleidsmakers, gemeenten en politici op meer gebruik te maken van hun praktische wijsheid.
Uitgave jb Lorenz Opinie B.V. Nieuwe Langeweg 109 3194 DC. HOOGVLIET Uitgever Bianca den Outer Verschijningsdata Acht keer per jaar Redactie Frank van Wijck (hoofdredactie) Gerben Stolk (eindredactie) Margriet van Lingen (communicatieadviseur InEen) Arie Jongejan (namens ROS-netwerk) E hoofdredacteur@de-eerstelijns.nl T 010 – 30 40 437
Albert Jan Kruiter en Sophie Albers: ‘Praktische wijsheid is te lang onzichtbaar gebleven voor beleidsmakers’.
Sophie Albers zegt: “We spreken zóveel professionals die antwoorden hebben op de grotere vraagstukken die er spelen. Op de een of andere manier lukt het beleidsmakers, gemeenten, politici niet om die te zien of te benutten.” Ondertussen denken politici, gemeenten, zorgverzekeraars bijvoorbeeld al tien jaar vruchteloos na over hoe ze de huisarts en het sociaal domein dichter bij elkaar moeten krijgen. Albert Jan Kruiter: “Dat heeft tot nu toe weinig opgeleverd, omdat beleidsmakers uitgaan van theoretische kennis, systeemdenken. Maar theoretische modellen helpen niet om hier antwoord op te vinden. Alleen door te handelen kun je daarachter komen.” Het boek biedt veel voorbeelden van praktische wijsheid van professionals in het publieke domein. Albers: “We zeggen: neem als publieke organisatie dit soort wijze praktijken serieus. Vraag jezelf als bestuurder of beleidsmaker af wat je hiervan kunt leren. En richt je organisatie zó in, dat professionals de ruimte krijgen om praktisch wijs te handelen.” Kruiter: “Maak ruimte in organisaties voor de praktische wijsheid van de huisarts, de leerkracht, de leden van een wijkteam. Neem hun wijsheid als vertrekpunt voor innovatie, niet als eindpunt van beleid.”
Aan dit nummer werkten mee Michel van Dijk, Bianca den Outer, Piet-Hein Peeters, José van der Waerden. Advertenties secretariaat@de-eerstelijns.nl Abonnementen Compleet (jaarabonnement van acht uitgaven + app): € 168,99. Online (app): € 89,99 per jaar. Prijswijzigingen voorbehouden. Informatie en opgave: Abonnementenland T 0251 25 79 24. W www.bladenbox.nl voor abonneren, W www.aboland.nl voor adreswijzigingen en opzeggingen (8 weken voor afloop van de abonnementsperiode). Meer informatie, ook over collectieve abonnementen: www.de-eerstelijns.nl. Disclaimer: zie www.de-eerstelijns.nl Vormgeving De Beeldsmederij Fotografie Rob Gieling, Hollandse Hoogte (Peter Hilz), Rob Lamping, Marc Nolte, Pexels (Matthias Zomer), Pixabay (Gerd Altmann, Csamhaber, Khusen Rustamov, Weeghdesign). (cover: Rijksoverheid)
Bij de Academie Sociaal Domein geloven we dat we het leven van de inwoners binnen onze gemeenten kunnen verbeteren als we het lerend vermogen van mensen die werkzaam zijn in en rondom het sociaal domein een impuls geven en kunnen versnellen. Dat doen we door kennis collectief te maken en mensen op hun vaardigheden uit te dagen. We zijn een platform waar ‘game changers’ kennis en inzichten met elkaar kunnen delen. Op die manier maken we samen meer impact. Wij ontwikkelen trainingen, werkateliers en leergangen voor wijkteams, beleidsmedewerkers, bestuurders en andere professionals binnen het sociaal domein. Dat doen we in samenwerking met partners uit het veld. Onze trainers zijn gepokt en gemazeld in het sociaal domein en/of de publieke sector en hebben ruime ervaring met trainen, kennisoverdracht en het stimuleren van gedragsverandering. We werken samen met hoogopgeleide specialistische partners en ervaringsdeskundigen.
Via de Academie Sociaal Domein kunt u de volgende trainingen volgen: • Actuele ontwikkelingen ggz* • De gemeente als opdrachtgever • Driehoekskunde • Ervaringsdeskundigheid • Focus op de kinderen* • Hechtingsproblematiek • Inclusieve samenleving* • Leergang Beleidsveld Sociaal Domein • LVB – Screenen met SCIL • LVB – Theorie en Praktijk • LVB, meer dan een IQ
• Moreel Beraad • Organiseren GGZ in de wijk • Pluis – Niet pluis* • Preventie: de basis op orde* • Stigma • Werken met het familiegroepsplan • Wvggz in verwarde context • Wvggz invoeren: dat doe je samen! • Zicht op de wijk * Bij deze training is een accreditatie mogelijk via SKJ en/of Registerplein
Doen wat goed is, auteurs: Sophie Albers en Albert Jan Kruiter, Uitgeverij Van Gennep, 2020. Het hele verhaal lezen? Ga naar www.de-eerstelijns.nl.
42
DEEERSTELIJNSZORG EN GEMEENTEN 2020
www.academiesociaaldomein.nl • info@academiesociaaldomein.nl • 010 30 40 606 DEEERSTELIJNSZORG EN GEMEENTEN 2020
43
Voor een snel en volledig inzicht in de schuldsituatie van de klant Schulinck In-Take Schuldhulp
In-Take Schuldhulp is een online diagnose-instrument. Het ondersteunt de schuldhulpverlener tijdens de intake en geeft daarna een objectief en volledig beeld van de schuldsituatie van de cliënt en zijn mogelijkheden. Deze module zorgt ervoor dat de (online) intake procedure vlot verloopt zodat snel gestart kan worden met passende schuldhulp.
Schulinck In-Take Schuldhulp biedt: • een uniform werkproces • een klantproel op basis van de informatie van de klant en de observaties van de professional tijdens de intake • snel en volledig inzicht in de schuldsituatie en in de persoonlijke situatie van de klant • een koppeling met de dienstverlening van uw eigen organisatie • een koppeling met uw zaaksysteem om aan te sluiten op uw processen, zoals de veelgebruikte systemen Stratech en Allegro
Schulinck Opleidingen
Schulinck Schuldhulpverlening
Tijdens onze trainingsdagen staan wij stil bij knelpunten
Uw online kennisbank met alle informatie
in uw dagelijkse werk. Wij bieden oplossingen en praten
op één plek!
u bij over de actuele stand van zaken.
• Praktische ondersteuning dankzij handreikingen, • Actualiteitendag Schuldhulpverlening
stappenplannen en rekenvoorbeelden;
10 november 2020
• Toegang tot juridische helpdesk. Binnen 48 uur
• Opleiding WGS in de Praktijk
antwoord op uw vraag.
3 december 2020
Kijk voor meer informatie op Schulinck.nl
www.schulinck.nl/module/in-take-schuldhulp
02.12.8 Brief noodklok voor buitendieren door sneeuw en strenge vorst 1 brief noodklok voor buitendieren door sneeuw en strenge vorst.docx
Aan het College van B & W en de gemeenteraad
Onderwerp: Brandbrief i.v.m. noodklok voor buitendieren door sneeuw en strenge vorst
dinsdag 9 februari 2021
Geachte burgemeester, wethouders en raadsleden, Wij luiden de noodklok voor de buitendieren die leven in de gemeenten en de daarbij behorende dorpen in ons land. Door de dikke laag sneeuw en de aanhoudende strenge vorst kunnen veel dieren niet meer aan eten en drinkwater komen. De gemeente heeft een zorgplicht voor dieren die in de gemeente wonen. Vanwege de huidige strenge kou is het noodzakelijk dat er maatregelen getroffen worden om de dieren deze koude periode door te helpen. Om die reden verzoeken wij u de volgende maatregelen te treffen:
Zorg voor wakken waar de dieren zich ophouden in grachten, kanalen, brede sloten en vijvers. Belangrijk is dat dit gebeurt op plekken die de dieren zelf vanwege de veiligheid hebben uitgekozen. Watervogels moeten zich verschillende keren per dag baden om vervolgens hun verenkleed in te vetten. Als dat niet mogelijk is, raakt hun verenkleed lek en zijn ze niet meer bestand tegen de kou. Leg stro neer rond het wak, om te voorkomen dat de veren vastvriezen aan het ijs. Als er een voederverbod in de gemeente is, hef dit dan tijdelijk op, zolang deze vorstperiode duurt. De kou kost vogels ontzettend veel energie. Een vogel kan tijdens een koude nacht 10 procent van zijn lichaamsgewicht verliezen. Bijvoeren is zeer wenselijk. Zorg als gemeente zelf voor voerplaatsen met granen, fruit en groente. Geef voorlichting aan de inwoners over hoe ze kunnen helpen. Ze kunnen bijvoorbeeld gezond voer geven zoals granen, groente en fruit. Ze kunnen water voor de dieren verschillende keren per dag buiten neerzetten. Geef voorlichting aan de inwoners over dat zij in deze vorstperiode hun honden aangelijnd dienen te houden als ze in de buurt van watervogels en andere buitendieren komen. De dieren hebben nu alle energie nodig en dienen niet opgejaagd te worden.
In gemeentes en dorpen waar afschot plaatsvindt in het kader van populatiebeheer of schadebestrijding zouden deze activiteiten tijdens deze extreem koude dagen gestaakt dienen te worden. De dieren hebben het al zwaar genoeg en hebben alle energie nodig om in leven te blijven. Ze moeten nu met rust gelaten worden met zo min mogelijk verstoring. Zorg dat dieren in natuurgebieden zoveel mogelijk rust krijgen. Voorkom drukke mensenmassa’s in het bos.
Wij hopen van harte dat u bereid bent om de buitendieren die nu zo in nood zijn te helpen.
In afwachting van uw reactie met vriendelijke groeten, Comité Dierennoodhulp E-mail: dierennoodhulp@hotmail.com Postbus 94724 1090 GS Amsterdam Animal Earth Ganzenbescherming Nederland Akka’s Ganzenparadijs Dierenrechten Alliantie Diervriendelijk Nederland Rechten vooral wat leeft Fauna4Life Nederlandse Vereniging voor Veganisme
02.12.9 Verslag agendacommissie Groene metropoolregio 2 februari 2021 1 verslag regionale agendacommissie 2 februari 2021.pdf
Raden bijeenkomst regionale agendacommissie Groene Metropoolregio in oprichting 2 februari 2021, 18.30 – 20.00 uur gemeente
deelnemers
Arnhem
Lea Manders (Arnhem Centraal) Giovanni Visser (PvdA) Tulay Gemici (Groen Links) Rebin Maref (VVD)
Berg en Dal
Rona Vree (Groen Links) Dave van Loon (CDA)
Beuningen
Henk Plaizier (VVD) Jaap Bril (Groen Links)
Doesburg
Mark Mol (PvdA/Groen Links)
Druten
Ronald Thoonen (Dorpslijst Puiflijk/Druten-Zuid)
Duiven
Henk Nijland (VVD) Hans Egtberts (D66)
Heumen
Rob de Graaf (CDA) Saskia Tuinder (GroenLinks)
Lingewaard
Theo Aaldering (VVD) Maarten van den Bos (PvdA)
Montferland
Karlijn Looman (CDA)
Mook & Middelaar
Joseth Mulders (DGP)
Nijmegen
Mark Buck (CDA)
Ton Broekmans (PvdA)
Eline Lauret (Partij voor de Dieren) Joep Bos-Coenraad (Groen Links) Inge van Dijk (VVD) Overbetuwe
Richard Beune (CDA) Gerdien Maaijen (burgerlid CU)
Renkum
Raymond den Burger (VVD)
Oswald Velthuizen (Gemeentebelangen Renkum) Rheden
Sjir Hanssen (VVD) Tim Endeveld (Groen Links)
Rozendaal
Loes Hupkes (Belangengemeenschap Rozendaal) Wouter van den Akker, (PAK Rozendaal)
Westervoort
Hans Derksen (CDA) Roderick ten Kortenaar (VVD)
Wijchen
Kees van Galen (D66) Roel Boumans (VVD)
Zevenaar
Peter Pollmann (D66) Bart Kagei (Groen Links) Jan de Nooij (CDA)
Verder aanwezig Raymond Reesink (onafhankelijk voorzitter) Anne Joustra (directeur a.i. Groene Metropoolregio) Hubert Bruls (alleen agendapunt 1 en 2, voorzitter Groene Metropoolregio) Patrick Peters, griffier Lingewaard Joyce le Comte, griffier Renkum Sandra Ruta, griffier Nijmegen (verslag)
1. Opening De avondvoorzitter heet iedereen hartelijk welkom op deze eerste bijeenkomst van de agendacommissie in oprichting.
2. Welkom door de voorzitter van de Groene Metropoolregio, Hubert Bruls Sinds 1 januari 2021 is de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen een feit en dat is heugelijk nieuws. De voorzitter blikt terug op het proces van de afgelopen jaren en de rol die raden daarin gespeeld hebben. Hij constateert dat de inbreng van de raden heeft bijgedragen aan betere voorstellen en dankt de raden voor hun inbreng. En belangrijk onderdeel van de samenwerking is de agendacommissie. Ook het AB hecht veel belang aan deze commissie. Uit eigen ervaring weet de voorzitter hoeveel baat een GR en raden kunnen hebben van zo’n commissie. In het begin is het wellicht wat zoeken, wees niet teleurgesteld als het het eerste jaar stroef loopt. De Modulaire gemeenschappelijke regeling Rijk van Nijmegen is een van
de soepelst lopende regelingen die hij kent en dat komt mede door de agendacommissie. Hij wenst de aanwezigen veel succes in deze bijeenkomst. 3. Korte kennismaking met de interim-directeur de heer Anne Joustra Anne Joustra is sinds 1 januari begonnen met de opbouw van het regiobureau en de start van de uitwerking van de opgaven. Hiervoor werkzaam geweest in de regio Amsterdam, altijd in de samenwerking tussen gemeenten. Het motto Groene Metropoolregio spreekt hem erg aan en hij wil daar graag de komende tijd een bijdrage aan leveren. 4. Bespreking van onderwerpen die de regeling taken, bevoegdheden en van werkzaamheden aangaan Aan de hand van mentimeter wordt bepaald welke onderwerpen uit de notitie van de griffiers over de opzet van de agendacommissie het belangrijkst gevonden worden cq waar veel discussie over wordt verwacht. Dit levert het volgende resultaat op: - de taken van de commissie (punt 3 van de notitie) en in mindere mate de omvang en samenstelling van de commissie (punt 2) worden ingeschat als ‘belangrijk en veel discussie’ - de overige punten worden ingeschat als ‘belangrijk om te bespreken en minder discussie’.
We beginnen met de punten 3 en 2. Taken van de commissie De volgende punten worden ingebracht: Informatievoorziening is erg belangrijk. Agendacommissie is schakel van de raden naar het AB en niet andersom. Agendacommissie is geen filter. Het AB heeft een eigenstandige rol richting raden op het gebied van informatievoorziening zoals ook vastgelegd in de wet en die rol is los van de commissie. Taken moeten worden vastgelegd in een Reglement van Orde.
Alle suggesties mbt taken bundelen en daar de volgende keer over stemmen. Dit voorstel wordt in de chat door een aantal mensen instemming ontvangen. Tegenstrijdigheid in de stukken, top down vanuit het AB versus notitie. Inzet is dat de agendacommissie zelf het reglement vaststelt, leden worden benoemd vanuit de raden. Het is een commissie die de raden vertegenwoordigt. RvO wordt niet door AB vastgesteld maar door de raden, wij zijn van de raden. Helderheid over behandelvoorstellen. Inhoudelijke besluitvorming hoort thuis in de raden en niet in de agendacommissie. Agendacommissie moet het mandaat vanuit de raden hebben om onderwerpen te kunnen agenderen. Volgende keer een concept RvO bespreken en daar in de raden akkoord op vragen. Formeer een groep raadsleden vanuit deze aanwezigen die concrete voorstellen kan gaan doen de volgende keer. Dit voorstel wordt in de chat met instemming ontvangen en een aantal mensen melden zich aan om mee te doen. Dat gaat om: Sjir Hanssen Giovanni Visser Saskia Tuinder Theo Aaldering Raymond de Burger Ronald Thoonen Kees van Galen Jaap Bril Richard Beune De agendacommissie stelt haar eigen RvO vast, dat hoeft niet langs de raden. Als agendacommissie soms werken in kleinere groepen, afhankelijk van het onderwerp (bijvoorbeeld de vijf aandachtsgebieden voorbereiden met een subgroep van de commissie).
Extra taak: toegankelijkheid, transparantie en leesbaarheid zo goed mogelijk borgen. Taalniveau op B1. Zie motie die in Arnhem is ingediend, alle voorstellen worden daar op B1 niveau opgesteld. Goede vindbaarheid op de site van de Groene Metropoolregio van de stukken, ook van de agendacommissie. Gevraagd en ongevraagd advies: belangrijk dat de agendacommissie niet beperkt wordt en dat de commissie ook iets mag vinden van opgaven buiten de vijf opgaven die nu zijn benoemd. Een vast secretariaat dat een verslag maakt dat we kunnen delen met onze gemeenteraden. Digitaal blijven vergaderen en één of twee keer per jaar fysiek. Er is al veel, zie het voorbeeld van de agendacommissie MGR waar de voorzitter het al over had. Kijk wat daar is afgesproken en maak er gebruik van. Het Reglement van Orde van de agendacommissie MGR is gedeeld in de chat. De agendacommissie zou het niet over de inhoud moeten hebben. Er zijn lessen te leren vanuit de agendacommissie MGR, neem dat mee. Vraag: hoe worden de raden betrokken bij de besluitvorming over de opgaven? Niet alleen de jaarstukken van de GR naar de raden sturen.
Afsluitende samenvatting van de voorzitter: 1. lijst taken voorbereiden, geïnspireerd door de agendacommissie MGR, vanuit de huidige notitie en regeling en vanuit de inbreng van vanavond; 2. daarover stemmen in volgende vergadering; 3. aan voorbereiding werkt een subgroep mee vanuit dit gezelschap (aanmeldingen zijn gedaan in de chat).
Dit alles maakt onderdeel uit van het Reglement van Orde dat aan de commissie in oprichting wordt voorgelegd. Omvang en samenstelling van de commissie De volgende punten worden ingebracht: Een aantal malen wordt gevraagd wat de ratio is geweest achter de gedachte ‘2 uit iedere gemeente en 4 uit Nijmegen en Arnhem’ Het is aan de commissie wie er aan tafel zit. Raden kunnen daar ook verschillend mee omgaan en minder mensen sturen. Er kan ook in kleinere groepen aan thema’s worden gewerkt. Een aantal gemeenten willen burgerraadsleden / commissieleden ook kunnen afvaardigen naar de commissie. Kleine slagvaardige agendacommissie, dat werkt beter dan met zo’n grote groep. Suggestie van subcommissies maakt het onnodig gecompliceerd. Het moet werkbaar blijven. Het aantal keren dat de agendacommissie stemt, lijkt beperkt. Dus waarom de grote steden meer leden dan de overige gemeenten? Minder leden hoeft geen afbreuk te doen aan de kwaliteit. Het is belangrijk om vaart te maken. De uitwerking van de opgaven door de GMR gaat immers ook door. Over een jaar zijn er verkiezingen, dan verandert deze commissie van samenstelling. Daarom nu vasthouden aan het voorstel dat gedaan is (2 en 4). Niet voor toevoeging van burgerleden, want het gaat om contact tussen raadsleden en colleges.
Niet iedere gemeente hoeft in de commissie vertegenwoordigd te zijn, een slagvaardige commissie van 5-7 leden werkt goed. De leden van de commissie moeten neutraal en objectief zijn en niet alleen voor de eigen gemeente handelen, maar denken vanuit regionaal perspectief. We moeten reëel zijn, zolang de regio nog niet zo bekend is, gaat het om de twee steden Arnhem en Nijmegen en vanuit die steden is afvaardiging sowieso gewenst. Burgerraadsleden leggen niet in alle gemeenten de eed af, dus dat kan een probleem zijn met de geheimhouding. De vertegenwoordigende functie is belangrijk. Burgerraadsleden zijn niet gekozen, raadsleden wel; Taken gaan vooraf aan samenstelling. Een vertegenwoordiger per gemeente is ook een mogelijkheid. Het aantal afgevaardigde raadsleden zegt niets over de kwaliteit van de discussie. Huidige gekozen omvang is een goed vertrekpunt. Je kunt het als delegatie goed voorbereiden samen zodat maar een persoon het woord voert en het in de vergadering behapbaar blijft. Toelichting door Anne Joustra: de achtergrond bij 2 en 4 was enerzijds mogelijkheid bieden om iemand uit de coalitie en iemand uit de oppositie af te vaardigen. De grote steden hebben 4 leden ivm het grotere aantal inwoners. Het AB wil hier graag iets over vastleggen gehoord hebbende de afgevaardigden van de raden naar de regioagendacommissie.
Voorzitterschap Dit punt is niet afzonderlijk besproken, wel zijn er een aantal opmerkingen over gemaakt: kandidaten voor het voorzitterschap kunnen zichzelf voorstellen en de volgende keer pitchen, dan kan er eventueel worden gerouleerd; Voorzitterschap: in deze aanloopperiode kiezen voor een onafhankelijk voorzitter en na de verkiezingen een voorzitter uit ons midden kiezen. Wat doen we met het prijskaartje dat aan een onafhankelijk voorzitter hangt? Als we dit willen, dan moet dat budget er gewoon komen en beschikbaar gesteld worden door DB en AB. Geldt ook voor budget voor goede onafhankelijke ondersteuning door de griffie. Dat mag geen probleem zijn.
Afsluitende samenvatting van de voorzitter: 1. In de volgende vergadering worden varianten voorgelegd over de samenstelling en omvang van de commissie; 2. Een punt dat in ieder geval terugkomt, is het wel of niet betrekken van burgerleden; 3. Van belang is het tempo waarin we dit doen, ingebracht is dat we vaart moeten maken. 5. Informeren over het proces van uitwerking van de 5 opgaven tot een regionale agenda 2022 Opgemerkt wordt dat het geen recht doet aan de rol van de commissie of aan de opgaven zelf als hier nu in weinig tijd over gesproken moet worden. Aangegeven is dat er alleen procesinformatie wordt gegeven. Anne Joustra licht toe. De ambities hebben de raden neergelegd in een visie en vijf grote opgaven. De wens is om die verder te gaan uitwerken en te voorzien van een investeringsagenda. Het bestuur heeft zich voorgenomen op 7 april de uitwerking van de opgaven en de investeringsagenda in concept vast te stellen en voor te leggen aan de gemeenten, zodat de raden in een zienswijzeprocedure van 2 maanden iets kunnen vinden van de opgaven. Ook kunnen gemeenten dan aangeven waar zij op willen intekenen. In juni neemt het AB dan een besluit, vervolgens kan een en ander landen in de gemeentelijke begrotingen en tenslotte kan er formeel getekend worden als de begrotingen klaar zijn.
Parallel daaraan wordt gewerkt aan een nieuw bestuursakkoord met de provincie en de board, dat gebaseerd zal worden op de uitgewerkte opgaven. Opgemerkt wordt dat raden nadrukkelijk betrokken zijn bij de begrotingscyclus. Als raden pas in juni worden meegenomen, is dat te laat en niet mogelijk. Begrotingsstukken moeten medio april uiterlijk aan raden worden voorgelegd. Anne Joustra licht toe dat dit precies de bedoeling is, op 7 april wordt dit concept-AB besluit aan de gemeenten voorgelegd. Dan ligt er een voorstel dat gemeenten in hun eigen begrotingsproces kunnen meenemen. 6. Rondvraag & sluiting De voorzitter dankt ieder voor de inbreng en herinnert ieder aan het volgende overleg, dat plaatsvindt op maandag op 8 maart tussen 18.30 – 20 uur. Op de agenda staan dan de taken commissie, omvang en samenstelling, aangevuld met de andere punten uit de notitie waarbij deze in samenhang vanuit een concept-RvO worden voorgelegd. Tenslotte wordt het verzoek gedaan om de uitzending op aanvraag beschikbaar te stellen aan wie daarin geinteresseerd is. De voorzitter geeft aan dat er niets geheim is, het verzoek is helder. De vergadering wordt gesloten.
02.19.1 Uitnodiging regionale digitale informatiebijeenkomsten inzake begroting VGGM 1 Digitale Regionale informatiebijeenkomsten betreffende de begroting van VGGM.docx
Digitale Regionale informatiebijeenkomsten betreffende de begroting van VGGM
Geachte leden van de raad, Van de directiesecretaris van VGGM ontvingen de griffies in de regio Gelderland Midden onderstaand bericht met betrekking het verzoek het onder de aandacht van de leden van de raad te brengen.
“Eind deze maand zal de ontwerpbegroting 2022 VGGM via de colleges voor een zienswijze in consultatie gebracht bij de gemeenteraden. VGGM organiseert ter voorbereiding van deze consultatie een tweetal digitale informatieve raadsbijeenkomsten om een inhoudelijke toelichting te geven op deze begroting en op enkele belangrijke ontwikkelingen die van invloed zijn op de begroting:
Op 11 maart (19.00-20.30 uur) zal een toelichting gegeven worden op de verdeelsleutel brandweer en op de noodzakelijke aanpassing van de brandweerorganisatie die heeft geleid tot de vorming van een 24/7 beroeps brandweerpost in Ede-Stad per 1 januari 2021 Op 16 maart (19.00-20.30 uur) zal een toelichting gegeven worden op enkele andere beleidsontwikkelingen, financieel-technische aspecten van de begroting, de (financiële) risico’s en een toelichting op de gerealiseerde resultaten over 2020.