CConstaterende datRozendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

1.2 Raadsvergadering 4 juli 2023, gemeente Rozendaal27.110 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Het college van burgemeester en wethouders, Pagina 2 van 3

Bas Pelgrum, gemeentesecretaris

Ester Weststeijn, burgemeester

Pagina 3 van 3

Raadsinformatiebrief

Onderwerp Raadsinformatiebrief Beschermd Wonen Adviseur Portefeuillehouder Datum

: M. Jansma : T. van der Pas : 4 juli 2023

Aan de Raad Inleiding Met deze brief informeren wij u over de regionale ontwikkelingen in het kader van Beschermd Wonen (BW) en de transformatie naar Beschermd Thuis (BT). Hierin werken tien gemeenten in de regio Centraal Gelderland samen. In het voorjaar van 2022 hebben alle raden hiertoe de Kadernota Samen aan zet vastgesteld. Daarmee is de fase van visievorming afgesloten en is de voorbereidingsen implementatiefase gestart. Inmiddels zijn we een jaar verder en informeren wij u graag over de actuele stand van zaken. Wat houdt de transformatie van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis in? Bij Beschermd Wonen gaat het om het bieden van een veilige, beschermde woonomgeving waar toezicht en begeleiding wordt geboden aan volwassen personen die door hun psychische of psychiatrische beperkingen niet in staat zijn zelfstandig te wonen. Het tijdelijke verblijf is gericht op het bevorderen en herstel van zelfredzaamheid en participatie. En op het bevorderen van het psychosociaal functioneren en het stabiliseren van het psychiatrisch ziektebeeld, alles met als doel weer zelfstandig te gaan wonen. Beschermd Thuis staat voor een beweging naar inclusief wonen en passende ondersteuning voor inwoners met een psychische kwetsbaarheid. Het gaat hierbij om het ondersteunen en beschermen van personen met een psychische kwetsbaarheid midden in de samenleving (thuis).

Dit gebeurt door het organiseren van uiteenlopende woonvarianten met flexibele ondersteuning, als alternatief voor wonen in een instelling. Uitgangspunten van een beschermd thuis zijn: sociale inclusie, wonen als basisrecht, burgerschap, participatie en herstel. Twee belangrijke instrumenten voor deze transformatie zijn 1. de invoering van het woonplaatsbeginsel en 2. een nieuw financieel verdeelmodel voor de middelen voor Beschermd Wonen. Deze zorgen ervoor dat elke gemeente passende middelen ontvangt om te zorgen voor beschermd thuis en beschermd wonen voor haar inwoners. Woonplaatsbeginsel en objectief verdeelmodel Op 16 januari 2023 diende het kabinet het wetsvoorstel ‘Wijziging van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 in verband met de invoering van het woonplaatsbeginsel voor beschermd wonen’ in bij de Tweede Kamer. Het wetsvoorstel regelt dat de gemeente waar iemand zijn woonadres heeft (de zogeheten ‘herkomstgemeente), verantwoordelijk wordt voor het verstrekken van beschermd wonen, en niet de gemeente waar iemand zich voor het ontvangen van beschermd wonen meldt. Nu wordt het Beschermd Wonen voor de regiogemeenten nog uitgevoerd door 43 centrumgemeenten.

Pagina 1 van 2

De Rijksuitkering Beschermd Wonen gaat via een objectief verdeelmodel verdeeld worden over alle gemeenten. Het objectief verdeelmodel is op basis van het woonplaatsbeginsel en daarmee gekoppeld aan de wetswijziging. De rijksuitkering wordt over een periode van tien jaar op basis van objectieve criteria herverdeeld over alle gemeenten. Uitgaande van de geleidelijke uitstroom van de huidige cliënten, daalt het historische budget dat de centrumgemeente Arnhem nu ontvangt, naar nul. Tegelijk bouwt het nieuwe budget op voor alle gemeenten, naar een nieuw niveau. Dit totaalbudget zal voor de regio Centraal Gelderland uiteindelijk, dus na tien jaar, lager zijn dan het huidige budget dat de gemeente Arnhem ontvangt, maar naar verwachting hoog genoeg om Beschermd Wonen en Beschermd Thuis te financieren. De voorgenomen invoeringsdatum van beide maatregelen was 1 januari 2024. Zowel het Rijk als de gemeenten constateren dat dit tijdpad – gelet op de fase van parlementaire behandeling waarin het wetsvoorstel zich nu bevindt – te krap is gebleken. De nieuwe streefdatum voor de invoering is 1 januari 2025. Financiële afspraken Als gemeenten in de regio Centraal Gelderland werken we al langere tijd aan regionale financiële afspraken.

Dit betreft de inzet van de middelen die de centrumgemeente Arnhem nu al ontvangt voor de regionale transitie naar Beschermd Thuis, maar ook financiële afspraken voor de komende jaren. De colleges zijn op dit moment nog in gesprek over deze afspraken. Wij vertrouwen er op dat deze gesprekken begin najaar 2023 kunnen worden afgerond, zodat in het najaar van 2023 een definitief voorstel aan de gemeenteraden kan worden voorgelegd. Implementatiefase In 2022 is gestart met de implementatie van de door u vastgestelde visie ‘Samen aan Zet’. In deze fase maken de colleges afspraken over governance, financiën, toegang en inkoop van zorg. Daarmee bereiden zij zich voor op de invoering van het woonplaatsbeginsel en het nieuwe financieel verdeelmodel. En richten zij de lokale toegang in om vanaf de invoering hun inwoners de juiste zorg en ondersteuning te kunnen bieden. Daarnaast worden lokale plannen ontwikkeld om de sociale basis en de lokale samenwerking te versterken zodat de ondersteuning dichtbij de inwoner kan worden geboden en integraal wordt georganiseerd. Alle opgaven die nodig zijn om deze transformatie vorm te geven, worden gecoördineerd en ondersteund door een regionale programmaorganisatie Samen aan zet. Wat kunt u van ons verwachten? Zoals aangegeven werken we aan een set van sluitende financiële afspraken.

Wij komen in het najaar terug op de financiële gevolgen voor Rozendaal. Tegelijk werken wij door aan de voorbereiding en de implementatie van het nieuwe beleid voor Beschermd Wonen en Beschermd Thuis in de regio, gericht op de nieuwe ingangsdatum van 1 januari 2025. Het college van burgemeester en wethouders,

Bas Pelgrum, gemeentesecretaris

Ester Weststeijn, burgemeester

Pagina 2 van 2

Raadsinformatiebrief

Onderwerp Financiering uitvoeringsplan RES AN Adviseur Portefeuillehouder Datum

: Dirk-Wim in ‘t Hof : Tineke van der Pas : 4 juli 2023

Aan de Raad

Inleiding Binnen de samenwerking in de Groene Metropool Regio is een Uitvoeringsplan (UVP) van de Regionale Energie Strategie Groene Metropoolregio Arnhem Nijmegen (RES GMR AN) opgesteld. In dit Uitvoeringplan staat beschreven met welke bovenlokale uitdagingen de regio – in het kader van de Regionale Energie Strategie - te maken krijgt, wat daarin de rol is van het projectteam RES GMR AN en welke structurele middelen vanaf 2024 daarvoor gevraagd worden. Dit UVP bouwt voort op een versie uit 2022. Met dit geactualiseerde UVP wordt invulling gegeven aan het gewenste ambitieniveau om in regionaal verband voortgang te boeken ten aanzien van RES GMR AN. Het voorstel voor structurele financiële middelen is verwerkt in het begrotingsvoorstel van de GMR aan uw gemeenteraad voor de begrotingscyclus van 2024. Wat hebben we de afgelopen periode gedaan? Met het Uitvoeringsplan spreken we in en met de regio af hoe we uitvoering geven aan de Regionale Energie Strategie in de Groene Metropoolregio, inclusief bijbehorende structurele middelen vanaf 2024 tot en met 2030. • In het UVP staat beschreven hoe er regionaal wordt samengewerkt om invulling te geven aan de ambitie zoals vastgesteld in de RES 1.0. • Met het vaststellen van het UVP dragen wij bij aan de continuïteit en de kwaliteit van de RES GMR AN en de samenwerking in de regio. Hiermee creëren we duidelijkheid naar elkaar.

• Met de gevraagde structurele bijdrage kan het projectteam RES GMR AN de deelnemende gemeenten ook de komende tijd, in ieder geval tot en met 2030, ondersteunen en ontlasten in de energie- en warmtetransitie. Door regionaal samen te werken besparen we op onderzoeksmiddelen. Ook werken we efficiënter doordat kennis regionaal wordt opgebouwd en gedeeld. • Met het voorstel voor structurele financiële middelen hoeft de GMR niet regelmatig terug te komen bij uw gemeenteraad om nieuwe (incidentele) financiële middelen vrij te maken voor de RES GMR AN. • De deelnemende gemeenten aan de RES GMR AN krijgen financiële ondersteuning van de Rijksoverheid voor het uitvoeren van de RES. Zo ontvangen de gemeenten die deelnemen aan de RES GMR AN o.a. €13.5 miljoen aan klimaatmiddelen van de Rijksoverheid voor capaciteits- en uitvoeringskosten (CDOKE). Van dat bedrag wordt nu per gemeente ongeveer 3 á 4 procent gevraagd voor het Uitvoeringsplan RES GMR AN. • Met deze actualisatie van het UVP en een structurele bijdrage van gemeenten kan het projectteam RES GMR AN duurzame netwerken opbouwen in de regio, de nieuwe

Pagina 1 van 3

•

bovenlokale ontwikkelingen oppakken en kan het anticiperen op de snel veranderende dynamiek van de energietransitie. Met deze structurele bijdrage worden regionale belanghebbenden ook de komende tijd proactief betrokken bij de RES GMR AN.

Kanttekeningen • Mocht het takenpakket van het projectteam RES GMR drastisch veranderen, dan kan de gevraagde bijdrage toch onvoldoende blijken voor de opgave. Dan kan er een behoefte ontstaan voor additionele middelen. Mocht dit gebeuren, dan wordt u daarover tijdig geïnformeerd en ontvangt u tegen die tijd een voorstel. • Indien gemeenten niet akkoord gaan met dit voorstel voor een structurele bijdrage, dan wordt de RES volledig gefinancierd met de Rijksbijdrage van €537.250. Voor dat bedrag komt er een procesregisseur, een tweetal projectleiders en ondersteuning. Zij houden zich dan in hoofdlijnen bezig met het monitoren van de voortgang op de ontwikkeling van zonne- en windenergie, verantwoorden aan Provincie en Rijk en definiëren van kansen en knelpunten bovenlokale warmte bronnen. Er kan geen invulling gegeven worden aan de meerderheid van de 28 afspraken uit de RES 1.0, waaronder; participatie en het betrekken regionale stakeholders, koppeling ruimtelijke kwaliteit en ruimtelijke keuzes, verankeren van structurele afspraken over warmteverdeling, een actieve rol in netcongestievraagstukken en proactief inspelen op nieuwe ontwikkelingen en onderzoeken (smarthub’s, waterstof). Het projectteam RES GMR AN kan daardoor ook minder goed meewerken aan bovenlokale opgaven en uitdagingen zoals de warmteverdeling en netcongestie.

Personele gevolgen Dit besluit heeft geen personele consequenties. Financiën De financiering van de RES GMR komt van verschillende partijen; de Rijksoverheid, de deelnemende gemeenten, de provincie (in kind) en Liander (in kind). De GMR ontving in 2022 een Rijksbijdrage van €528.149 voor de RES. Dit bedrag werd in 2022 incidenteel uitgekeerd en wordt vanaf 2023 jaarlijks structureel uitgekeerd met een doorlooptijd tot en met 2030. Dit bedrag wordt na de meicirculaire gestort op de rekening van de gemeente Nijmegen (als accounthouder). Vanaf 2023 wordt dit bedrag tevens iets opgehoogd naar €537.250. De deelnemende gemeenten leverden in 2022 een financiële bijdrage van €223.000. Het resterende deel daarvan –evenals als de nu structurele Rijksbijdrageworden gebruikt om de RES in 2023 te financieren. Daarom wordt er voor 2023 niet om additionele middelen gevraagd. Voor de uitvoering van de RES conform het door de regio-bestuurders vastgestelde ambitieniveau en zoals beschreven in het UVP RES 2.0, is een jaarlijkse bijdrage van €442.750 nodig. Dit komt neer op €0,58 per inwoner.

Voor de begrotingscyclus van 2024 en verder volgt een voorstel om de structurele bijdrage van €0.58 per inwoner voor de Regionale Energiestrategie, als onderdeel van het begrotingsvoorstel van de GMR, voor te leggen aan uw gemeenteraad. Dit wordt gefinancierd vanuit het programma 7, Volksgezondheid en Milieu. Pagina 2 van 3

Op het moment dat de Rijksbijdrage in 2030 afloopt, moet opnieuw worden bepaald hoe we vervolg geven aan de samenwerking in de regio. De opties worden ruim voor beëindiging van de Rijksbijdrage in beeld gebracht zodat een voorstel kan worden geformuleerd over het vervolg. Deze structurele bijdrage kent in principe dus een doorlooptijd tot en met 2030. Vervolg Na vaststelling van het UVP door de colleges gaat het plan in uitvoering. De wijze van uitvoering hangt af van vaststelling van het financieringsvoorstel door het Algemeen Bestuur, rekening houdend met de zienswijzen op de ontwerpbegroting van de GMR. begrotingen Communicatie Het besluit over het Uitvoeringsplan RES GMR wordt op de website van de RES GMR gepubliceerd.

Het college van burgemeester en wethouders,

Bas Pelgrum, gemeentesecretaris

Ester Weststeijn, burgemeester

Bijlage(n) 1. Uitvoeringsplan RES AN

Pagina 3 van 3

Arnhem Nijmegen

Uitvoeringsplan voor de RE S Groene Metropoolregio Arnhem Nijmegen

COLOFON Opdrachtgever Bestuurlijk Platform Circulaire Regio - RES

MEER INFO www.groenemetropoolregio.nl/res

Bestuurlijk Opdrachtgever RES Dimitri Horsthuis - Tangelder, wethouder duurzaamheid gemeente Overbetuwe

OPGESTELD DOOR Regionaal project team RES in samenwerking met de gemeenten Arnhem, Berg en Dal, Beuningen, Doesburg Druten, Duiven, Heumen, Lingewaard, Nijmegen, Overbetuwe, Renkum, Rheden, Rozendaal, Westervoort, Wijchen en Zevenaar, de waterschappen Rijn en IJssel, Rivierenland en Vallei en Veluwe, provincie Gelderland en Liander.

Ambtelijk Opdrachtgever RES Michiel Hustinx, opgavemanager Circulaire Regio PROCES EN CONTACT Ine van den Hurk, procesregisseur RES Groene Metropoolregio Arnhem Nijmegen, res@groenemetropoolregio.nl

Elst, april 2023

FOTOVERANTWOORDING

VISUALISATIES

Liander: p.8, 15; Jan Buijs: p. 6, 18, 20, 23, 24, 25

NP RES, Communicatiebureau de Lynx

Overig: Gemeenten Duiven en Westervoort, Gemeente Nijmegen, Gemeente Lingewaard,

REDACTIE EN VORMGEVING

Groene Metropoolregio Arnhem Nijmegen.

Communicatiebureau de Lynx

We hebben geprobeerd alle rechthebbenden met betrekking tot foto’s in het document te achterhalen. Mocht u desondanks foto’s tegenkomen, waarvan u rechthebbende bent en u heeft geen toestemming gegeven voor de publicatie ervan, neemt u dan contact op via res@groenemetropoolregio.nl.

DISCL AIMER Deze versie is gebaseerd op de RES 1.0 zonder budgettaire ‘limieten’. We weten inmiddels dat we met het budget dat het Rijk heeft toegezegd voor de RES 2.0 in 2022 niet in staat zijn alles uit te voeren. Dat betekent concreet dat veel zaken die nu in het UVP staan niet uitgevoerd kunnen worden zonder extra middelen. Daarom hebben wij in drie scenario’s uitgewerkt wat we binnen budget kunnen realisren en wat we met aanvullend budget kunnen realiseren.

Uitvoeringsplan voor de RE S Groene Metropoolregio Arnhem Nijmegen

VOORWOORD Voor u ligt het uitvoeringsprogramma voor de RES. Op 1 juli 2021 hebben wij, zestien

Een belangrijk onderdeel van RES 1.0 zijn de 28 ‘afspraken voor de toekomst’ die we

gemeenten, provincie en drie waterschappen, als Groene Metropoolregio Arnhem-

samen hebben gemaakt. Naast deze afspraken die helpen bij een goede inpassing van

Nijmegen een bod van 1,62 TWh duurzame energie ingediend bij het Rijk. Dit bod is het

windmolens en zonnevelden in het mooie Gelderse landschap, zijn de resultaten van de

resultaat van een intensieve samenwerking en hier zijn we trots op. Het bod draagt bij aan

uitgevoerde PlanMER een mooie basis om de stappen nog concreter te maken. Wat is er

de opgave om in heel Nederland 35 TWh duurzame energie op land op te wekken in 2030.

wel mogelijk en wat juist niet en welke afspraken wil je maken naar de toekomst toe om de opgave wel te kunnen halen. Daarna zitten we veel in op het spoor warmte. Op regionaal,

Het klimaat om ons heen verandert in hoog tempo. Op alle fronten worden de komende

bovengemeentelijk niveau is hiervoor de Regionale Structuur Warmte (RSW). De RSW dient

jaren de krachten gebundeld om de opwarming van de aarde te vertragen. Dat is essentieel

om op regionaal niveau een overzicht te krijgen van de warmtevraag, het warmteaanbod

om voor onszelf én de generaties na ons een duurzame toekomst te creëren. Dit is namelijk

en benodigde infrastructuur. Naast het gemeentelijk schaalniveau is dit regionale

geen standaard gegeven. Als Groene Metropool Regio Arnhem-Nijmegen pakken wij de

schaalniveau van belang voor het slagen van de warmtetransitie en zullen er afspraken

toekomstige energieopgave van onze regio bij de kop. Via deze weg dragen wij bij aan die

moeten worden gemaakt over warmtebronnen en de aankoppeling hierop. Een regionale

duurzame toekomst.

aanpak is hier van belang.

Momenteel werken we in dit uitvoeringsprogramma de volgende mijlpaal uit in een

We gaan voor nieuwe energie van, voor en door de Groene Metropoolregio

langdurig samenwerkingsproces richting 2030: de RES. Het is een aanscherping van de

Arnhem-Nijmegen!

RES 1.0 en heeft een (nog) sterker(e) focus op de uitvoering en realisatie van projecten.

Dimitri Hortshuis-Tangelder Bestuurlijk Opdrachtgever RES

U I T V O E R I N G S P L A N

R E S

2 . 0

/

R E S

G R O E N E

M E T R O P O O L R E G I O

A R N H E M

N I J M E G E N

/

A P R I L

2 0 2 3

3

AFKORTINGEN

VERKLARENDE WOORDENLIJST

EZK

= Ministerie van Economische Zaken

Aquathermie

GEA

= Gelders Energieakkoord

GEIS

= Gelderse Energie Infrastructuur

GWIB

= Gelders Warmte Infra Bedrijf

HT

= Hoge Temperatuur warmte

LT

= Lage Temperatuur warmte

m.e.r.

= Milieueffectrapportage

MT

= Midden Temperatuur warmte

NPRES

= Nationaal Programma Regionale Energie Strategie

OER

= Opwek Energie op Rijksgronden

PBL

= Planbureau voor de Leefomgeving

PS

= Provinciale Staten

RES

= Regionale Energiestrategie

RSW

= Regionale Structuur Warmte

RVO

= Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

RWS

= Rijkswaterstaat

TVW

= Transitie Visie Warmte

WUP

= Wijkuitvoeringsplan

TWh

= Terawattuur

Aquathermie is de verzamelnaam voor de winning, opslag en distributie van warmte en/of koude uit riool-, afval-, drink- en oppervlaktewater. Energietransitie Structurele verandering naar een duurzame energiehuishouding. Gebouwde omgeving De verzameling bestaande woningen, kantoren, ziekenhuizen, scholen, enzovoorts. Gelders Energieakkoord (GEA) In het netwerk van het Gelders Energie Akkoord werken bijna 250 Gelderse organisaties samen. Inzet: 55% minder CO2uitstoot in 2030 en een klimaatneutrale provincie in 2050.

De Groene Metropoolregio is een samenwerking tussen vanuit een gezamenlijke visie en een regionale agenda van vijf opgaven, aan een goede balans tussen groei en leefkwaliteit. Klimaatakkoord De Nederlandse invulling (juni 2019) van het klimaatakkoord van Parijs, bestaande uit meer dan 600 afspraken tussen bedrijven, maatschappelijke organisaties en overheden om de uitstoot van broeikasgassen in 2030 te halveren ten opzichte van 1990.

R E S

2 . 0

/

R E S

G R O E N E

M E T R O P O O L R E G I O

Nationaal programma RES (NPRES) NPRES heeft tot doel om de regio’s zo veel mogelijk te ondersteunen bij het opstellen van hun RES. Het programma wordt getrokken door de drie koepelorganisaties (VNG, IPO, en Unie van Waterschappen) en de ministeries van EZK en BZK.

Groene Metropoolregio 18 gemeenten uit de regio. Vanaf 1 januari 2021 werken zij,

U I T V O E R I N G S P L A N

Lokaal eigendom en zeggenschap Bij lokaal eigendom doen lokale partijen (waaronder inwoners) zowel in financieel opzicht als in zeggenschap mee in een vorm van duurzame opwekking. Voor nieuwe grootschalige zonnevelden en windmolens geldt vanuit het Klimaatakkoord en de RES Groene Metropoolregio Arnhem Nijmegen een streven naar minimaal 50% lokaal eigendom. Lokaal eigendom is anders dan alleen financiële participatie. Bij die laatste zijn er geen afspraken over zeggenschap van de omgeving gemaakt. Een voorbeeld van financiële participatie zonder zeggenschap is het uitgeven van obligaties aan het eind van het ontwikkelproces. Andere voorbeelden van financiële participatie zijn het kopen van aandelen in een windpark of zonneveld of een omgevingsfonds.

A R N H E M

Omgevingsvisie Rijk, provincies en gemeenten stellen ieder een omgevingsvisie op: een strategische visie voor de lange termijn voor de gehele fysieke leefomgeving. Participatie Meedenken, meepraten en meedoen bij de totstandkoming van een plan of een project door een brede groep van stakeholders. Dit kunnen zijn bewoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties, (semi) overheden die direct te maken krijgen met

N I J M E G E N

/

A P R I L

2 0 2 3

4

het plan of het project. Participatie in het kader van de RES kun je onderscheiden in proces- en projectparticipatie. Regionale Energiestrategie (RES)

Regionale Structuur Warmte (RSW)

Warmtevraagcluster

De Regionale Structuur Warmte brengt de vraag naar, het

Een cluster van gebouwen (woningen, bedrijven, enzovoorts)

aanbod aan en de infrastructuur van warmte in kaart. Het

met een bepaalde vraag naar warmte. De gebouwen vormen

is onderdeel van de RES.

samen een cluster omdat ze dicht bij elkaar liggen en samen

De Regionale Energietransitie is een instrument om met maat-

een vraag naar warmte hebben ter grootte van minimaal 1.500

schappelijke betrokkenheid te komen tot regionale keuzen voor:

woningen. Rondom clusters vanaf die omvang is de aanleg Terawattuur

van een grootschalig warmtenet kansrijk.

•

de opwekking van duurzame elektriciteit

Terawattuur is een meeteenheid voor energie. In het

•

de warmtetransitie

kader van de RES wordt de term onder andere gebruikt

•

de daarvoor benodigde opslag en energie infrastructuur

voor de hoeveelheid energie die per jaar wordt gebruikt of

Zoekgebied

opgewekt.

Een zoekgebied is een bepaald gebied waar windturbines of

De RES is ook een manier om de samenwerking tussen

1 terawattuur = 1 miljard kilowattuur = 1.000.000.000

zonnevelden zouden kunnen komen. Dit wil dus niet zeggen

alle regionale partijen (overheden en maatschappelijke

kilowattuur. 1 TWh staat gelijk aan circa 1.000 hectare

dat zomaar overal in het zoekgebied turbines of zonnevelden

organisaties) te organiseren in voorbereiding op concrete

zonnepanelen of ongeveer 70 windturbines van 4 MW.

geplaatst gaan worden. Slechts een deel van het totale gebied zal benut worden.

projecten die voortkomen uit de RES. Transitievisie Warmte Tot slot is de RES een product waarin staat beschreven

In de Transitievisie Warmte leggen gemeenten hun visie

Initiatiefnemers kunnen een voorstel voor een wind-of

welke strategie de RES-regio hanteert om lokale/regionale

vast op de warmtetransitie en lichten ze hun voorziene

zonnepark indienen bij de gemeente. Of een voorstel

energiedoelstellingen te bepalen en te behalen. De RES heeft

strategie op inzet van warmtebronnen toe. Ook wordt

uitgevoerd gaat worden, hangt er onder andere van af of er

een horizon van 2030 met een doorkijk naar 2050.

vastgelegd op welke termijn wijk aardgasvrij worden en

restricties gelden, zoals wetgeving ten aanzien van natuur

welke alternatieven warmtevoorziening voor elke wijk het

en veiligheid. Ook speelt het maatschappelijk en bestuurlijk

meest voor de hand ligt.

draagvlak een rol. De gemeente, de netwerkbeheerder,

RES-deelnemers

ontwikkelaars, inwoners en andere belanghebbenden bepalen

De deelnemers die samen de RES vormgeven en daarover besluiten: de gemeenten Arnhem, Berg en Dal, Beuningen,

Warmtecluster

samen hoe en waar er gaat worden opgewekt. Voordat de

Doesburg, Druten, Duiven, Heumen, Lingewaard, Nijmegen,

In een warmtecluster komen vraag en aanbod van warmte

eerste schop de grond in gaat doorloopt elk nieuw project

Overbetuwe, Renkum, Rheden, Rozendaal, Westervoort,

bij elkaar: er is een warmtebron met daar omheen gelegen

verschillende stappen, zoals een toets op de omgevingsvisie,

Wijchen en Zevenaar, de waterschappen Rijn en IJssel,

warmtevraagclusters die interesse hebben in

een milieutoets en een vergunningsaanvraag. Dat biedt

Rivierenland en Vallei en Veluwe, provincie Gelderland en

de afname van warmte uit die bron.

inwoners en belanghebbenden meerdere momenten om mee te praten.

Liander. Liander neemt geen besluiten over de RES. Liander (en Tennet) besluiten over de investeringsplannen voor infrastructuur.

U I T V O E R I N G S P L A N

R E S

2 . 0

/

R E S

G R O E N E

M E T R O P O O L R E G I O

A R N H E M

N I J M E G E N

/

A P R I L

2 0 2 3

5

INHOUD Afkortingen en verklarende woordenlijst

4

1 INLEIDING 7 1.1

Aanleiding en context

1.2

Uitgangspunten en reikwijdte van het Uitvoeringsplan 12

2 OPGAVEN RES 2.0 2.1

7

13

Perspectief voor elektriciteit

13

2.2 Perspectief voor warmte 15 3 WAT GAAN WE DOEN? 3.1

16

Resultaten elektriciteit 16

3.2 Resultaten warmte 18 4 SAMENWERKING 19 4.1

Samenwerking deelnemers RES 19 4.1.1 Ambtelijke samenwerking 19 4.1.2 Bestuurlijke samenwerking 20 4.1.3 Bestuurlijke besluitvorming

21

4.1.4 Samenwerking met de samenleving

21

4.2 Regionaal projectteam RES 23 4.3 Samenwerken vanuit een verhaal 24 4.4 Samenwerking bovenregionaal 24 5 BUDGET 25

1. INLEIDING Voor u ligt het geactualiseerde uitvoerings-

1.1 AANLEIDING EN CONTEXT

Deelnemers aan deze RES zijn zestien gemeenten van de Groene Metropoolregio (zonder Mook en Middelaar en

plan van de Regionale Energiestrategie (RES) Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen. Met dit uitvoeringsplan (UVP) spreken we af hoe we de komende jaren gaan samenwerken, hoe we komen tot uitvoering van de RES 1.0 en op welk niveau (lokaal, bovenlokaal, regionaal of bovenregionaal). Het is een kompas voor alle

Montferland), de provincie Gelderland en de drie waterDe RES Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen

schappen Rijn en IJssel, Rivierenland en Vallei en Veluwe.

In de RES staat hoe we in onze regio van fossiele energie

Ook Liander is deelnemer, maar de netbeheerder neemt

overschakelen op duurzame elektriciteit en duurzame

geen besluiten over de RES.

warmte. Ook staat in de RES welke infrastructuur en opslag daarvoor nodig zijn.

Waar komen we vandaan? De samenwerkende overheden in de Groene

De RES is onderdeel van de activiteiten van de regio om de

Metropoolregio Arnhem-Nijmegen waren al volop bezig

uitstoot van broeikasgassen te verminderen en te hel-

projectteam RES. Het bouwt voort op het UVP

met de energietransitie en hadden al concrete duurzame-

pen vergaande klimaatverandering te voorkomen. In het

energieprojecten gerealiseerd, toen zij in 2019 startten met

dat in het voorjaar in 2022 akkoord is bevonden

Nationaal Klimaatakkoord en het Gelders Energieakkoord

de RES 1.0. De eerste stap was een startnotitie met daarin

zijn afspraken vastgelegd over het terugdringen van die

uitgangspunten voor het proces en de samenwerking.

deelnemers aan deze RES en voor het regionaal

door het vorig Bestuurlijk Platform Circulaire Regio. Met dit geactualiseerde UVP geven we invulling aan een aantal nieuwe ontwikkelingen en de beschikbare financiële middelen. Hierbij is uitgegaan van een jaarlijkse Rijksbijdrage, een jaarlijkse bijdrage van 62 ct per inwoner door gemeenten vanaf 2024 tot en met 2030 en een door de provincie geleverde procesbegeleider warmte in 2023.

uitstoot. Op nationaal niveau moet in 2030 35 TWh elektriciteit duurzaam worden opgewekt. Met de eerste RES, de

De samenwerking leidde tot een concept-RES met een

RES 1.0, levert de Groene Metropoolregio haar aandeel aan

afwegingskader, conceptzoekgebieden en een concept

die afspraak: 1,62 TWh in 2030.

bod van 1,68 TWh: de bijdrage van de regio aan de nationale opgave van 35 TWh duurzame elektriciteit in 2030. Ook

De RES is onderdeel van de opgave Circulaire regio. De

gaf de concept-RES inzicht in het elektriciteitsgebruik,

Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen wil toonaan-

warmtegebruik en de warmtepotentie in de regio, en een

gevend worden in circulair denken en duurzaam hande-

eerste verkenning van de impact van duurzame opwek

len, in Nederland én Europa. In een circulaire economie

op de netinfrastructuur. Deze verkenning benoemde

behouden grondstoffen, onderdelen en producten zo veel

de verwachte knelpunten op stations en de potentie

mogelijk hun waarde en worden hernieuwbare bronnen

van energiehubs (het combineren van vraag en aanbod

gebruikt. Met de RES zetten we in op duurzame hernieuw-

en van verschillende soorten energiewinning). De

bare bronnen voor elektriciteit en warmte.

concept-RES is tot stand gekomen met betrokkenheid van belanghebbenden in diverse ateliers en stakeholder-

U I T V O E R I N G S P L A N

R E S

2 . 0

/

R E S

Naast een strategie is de RES een samenwerking. De

intermezzo’s op regioniveau. Gemeenten hebben op lokaal

overheden werken daarin gelijkwaardig samen als één

niveau inwoners betrokken.

overheid, maar met verschillende rollen en bevoegdheden.

In de RES 1.0 zijn de zoekgebieden bijgesteld en in zeer

G R O E N E

M E T R O P O O L R E G I O

A R N H E M

N I J M E G E N

/

A P R I L

2 0 2 3

7

beperkte mate het bod: 1,62 TWh. Daarnaast zijn met

verschillen sterk in aard en niveau van uitwerking.

potlood extra verkenningsgebieden opgenomen voor met name windenergie. Dit met het oog op een betere

De RES 1.0 legt een goede basis voor de opwek van

balans tussen windenergie en zonne-energie. De RES

duurzame elektriciteit in 2030. We moeten de benodigde

1.0 gaat dieper in op warmte met onder andere een

projecten en de bijbehorende infrastructuur nu (verder)

beschrijving van instrumenten voor lokale sturing

uitwerken en (verder) borgen in ons omgevingsbeleid.

op warmte en een verbinding tussen warmtevraag en

Zo hebben we uiterlijk in 2025 de in de RES 1.0

potentiële warmtebronnen in een conceptkaart Regionale

afgesproken elektriciteitsopgave voor 2030 vergund.

Structuur Warmte. Deze kaart biedt een mogelijk

De RES 1.0 legt ook een eerste basis voor het regionale

toekomstperspectief voor het warmteverdelingsvraagstuk

warmteverdelingsvraagstuk van komende jaren, die we

en bijbehorende infrastructuur in 2030. Ook bevat de

richting RES 2.0 moeten versterken en doorontwikkelen.

RES 1.0 een beschrijving van de op dat moment bekende regionale en bovenregionale warmteclusters. Een

De gemeenten kunnen veel taken voor elektriciteit

uitgebreide netimpactanalyse laat zien wat de impact

en warmte zelfstandig uitvoeren. Voor een aantal

is op de stations, de benodigde ruimte en kosten voor

vraagstukken is regionale en bovenlokale afstemming

uitbreiding van de infrastructuur en een inschatting

noodzakelijk, zoals: hoe gaan we om met grootschalige

van de haalbaarheid van realisatie voor 2030. De

elektriciteitsinitiatieven buiten zoekgebieden? Hoe

netimpactanalyse beschrijft ook verschillende manieren

vergroten we inzicht in de beschikbare warmte en de

waarop beter gebruik van de netinfrastructuur en een

verdeling van de beperkt beschikbare warmte? Wat zijn

betere balans op het net gerealiseerd kan worden. In de RES

optimale warmtekavels en hoe komen we daarin tot

1.0 zijn 28 Afspraken voor de Toekomst opgenomen. Deze

voldoende omvang/schaal? Ook de huidige congestie

zijn te vinden onder paragraaf 2.7 in de RES 1.0.

op het net vraagt veel extra aandacht. De huidige (ontwikkeling van) de energie-infrastructuur kan de

Waar staan we nu?

ontwikkeling van nieuwe elektriciteitsvragers en de

Alle deelnemers; de gemeenten, waterschappen en

opwekking van duurzame elektriciteit niet bijhouden.

provincie, hebben de RES 1.0 vastgesteld met een

De provincie pakt een regierol op zich en doet dit in

aantal moties en amendementen, waaraan we binnen

samenwerking met de RES regio’s in het programma

de RES 2.0 vervolg zullen geven. Gemeenten hebben

GEIS. Op provinciaal en RES regioniveau is het belangrijk

inmiddels ook bijna allemaal hun lokale Transitievisie

samen te kijken naar een goede verdeling, fasering en

Warmte vastgesteld. Daarin hebben zij hun visie op de

prioritering van projecten. Binnen de RES ligt daarvoor de

warmtetransitie vastgelegd en geven ze aan op welke

focus op verdeling, fasering en prioritering van duurzame

manier welke wijken van het aardgas gaan. De visies

elektriciteitsopwekking en warmte.

U I T V O E R I N G S P L A N

R E S

2 . 0

/

R E S

G R O E N E

M E T R O P O O L R E G I O

A R N H E M

N I J M E G E N

/

A P R I L

2 0 2 3

8

Daarvoor is het in samenhang brengen van duurzame

RES kan op deze manier verbonden worden met andere

Ontwikkelingen rond verstedelijking en mobiliteit zorgen

elektriciteit en duurzame warmte ontwikkelingen

regionale activiteiten in het kader van de energietransitie

bijvoorbeeld ook voor een nieuwe energievraag: hoe zorgen

noodzakelijk. Binnen de Groene Metropoolregio als

en met andere opgaven van de Groene Metropoolregio

we voor goede berekeningen van deze energievraag en

geheel, in het bijzonder binnen de opgave Groene Groei en

(Circulaire regio, Groene groeiregio – verstedelijking,

voor een tijdige ontwikkeling van netcapaciteit? Een ander

productieve regio, zal de verdeling, fasering en prioritering

Ontspannen regio, Productieve regio en Verbonden regio).

voorbeeld is de arbeidsmarkt voor het elektriciteits- en

van energievragers en duurzame energieproducenten in samenhang moeten worden bezien in het kader van integraal programmeren Regionale samenwerking levert ook meerwaarde bij bijvoorbeeld het uitvoeren van gezamenlijk onderzoek zoals de gezamenlijke plan-MER voor de RES. Hiermee worden onderzoekslasten verdeeld en lokale onderzoekslasten verminderd. Of een Community of Practice (CoP) voor gedeelde vraagstukken: zo hoeven we niet allemaal zelf het wiel uit te vinden. Of een gezamenlijke lobby of aanvraag voor verder onderzoek naar een geothermie of voor middelen uit fondsen. Het regionaal projectteam RES is ondergebracht in de Groene Metropoolregio. Inmiddels zijn de Rijksbijdragen structureel, in elk geval tot en met 2030. De gemeentelijke bijdragen waren tot nu toe incidenteel. Wanneer ook gemeenten zich uitspreken over meerjarige financiële bijdragen aan de RES kan het team gestabiliseerd worden. De provincie Gelderland werkt aan versnellingsteam(s) voor uitvoering van de energietransitie: die teams kunnen deelnemers aan de RES op vraagstukken gericht ondersteunen. Ook inhoudelijk is de RES onderbracht in de Groene Metropoolregio: onder de opgave Circulaire regio. De

U I T V O E R I N G S P L A N

R E S

2 . 0

/

R E S

G R O E N E

M E T R O P O O L R E G I O

A R N H E M

N I J M E G E N

/

A P R I L

2 0 2 3

9

warmtevraagstuk: we hebben allerlei mensen nodig, van vakmensen elektrotechniek en installatie tot ambtenaren RO die zich bezighouden met energie en warmte. Waar gaan we naartoe? We werken op de lange termijn toe naar een integrale energiestrategie voor duurzame elektriciteit en warmte met bijbehorende infrastructuur en opslag voor de regio die ingebed is in de integrale gebiedsontwikkeling. RES 2.0 Onze volgende stap nu is toewerken naar de RES 2.0. We streven daarbij naar een RES 2.0 die aan de RESdeelnemers voorgelegd kan worden eind 2023 zodat realisatie van deze RES 2.0 voor 2030 nog kansrijk is. Met de ingang van de omgevingswet zal deze RES 2.0 een zwaardere ruimtelijke strategische status krijgen dan de RES 1.0: het is een vormvrij vrijwillig programma. Voor dit programma geldt een plan-MER plicht. Een belangrijke actuele ontwikkeling is de versnelling van de energietransitie door Europa en het Rijk. Zo verhoogt het Rijk de doelstelling voor grootschalige duurzame elektriciteit op land in 2030. Dit leidt nu niet tot nieuwe landelijke doelstellingen voor de RES in 2030. Het vraagt wel om zo veel mogelijke realisatie van het gezamenlijke RES 1.0 bod van 55 TWh van de dertig RESregio’s. Met dit bod

De provincie heeft een besluit genomen ten aanzien

Om de warmtetransitie te versnellen is naast het Nationaal

overschreden de RES regio’s de toen geldende doelstelling

van de Wespendief. Dit beperkt de uitvoerbaarheid van

Programma RES, het Nationaal Programma Lokale

uit het Klimaatakkoord van minimaal 35 TWh in 2030.

windenergieprojecten op korte termijn. Hoe we hiermee

Warmtetransitie opgericht. Dit programma focust op de

omgaan wordt onderdeel van het vervolgproces van de RES.

verduurzaming van alle woningen en gebouwen. Dit NP

U I T V O E R I N G S P L A N

R E S

2 . 0

/

R E S

G R O E N E

M E T R O P O O L R E G I O

A R N H E M

N I J M E G E N

/

A P R I L

2 0 2 3

1 0

Lokale warmte kent ook een regionale component.

Hierdoor kan op lokaal niveau de gebouwde omgeving

Hierin is het mogelijk om samen op te trekken met de RES

overgaan van fossiel gas naar duurzame warmte en ook

organisatie binnen een regio. Dit is echter geen vereiste,

nieuwbouw voorzien worden van duurzame warmte.

maar naar behoefte van de regio in te vullen.

Warmte uit elektriciteit is een van de bronnen in de bronnenstrategie.

Naast deze nationale ontwikkelingen zijn provinciaal de uitkomsten van het geothermie onderzoek bekend

Voortgangsrapportage NPRES/PBL

geworden en deze laten zien dat geothermie in de Groene

In lijn met de afspraken met NPRES leveren we iedere

Metropoolregio potentieel kansrijk is en interessant is om

twee jaar een voortgangsrapportage over de voortgang

nader te onderzoeken.

van onze RES. Onderdeel hiervan is een rapportage over de voortgang in de verkennings- en zoekgebieden

Daarnaast is om de energietransitie te versnellen, een

voor duurzame elektriciteit, over de toepassing van

Nationaal Programma Waterstof opgesteld. Onderdeel

duurzame warmtebronnen en over de koppelingen met

hiervan is de Waterstof Back Bone die ook door de Groene

andere opgaven en dilemma’s in de zoekgebieden. Het

Metropoolregio loopt.

NPRES werkt samen met onder andere PBL en RVO aan de harmonisatie van de rekensystematiek van de RESsen.

Borgen en realiseren RES 1.0

Dit kan leiden tot wijzigingen in de weergave van de

Tegelijkertijd borgen we de afspraken van RES 1.0 in het

voortgang.

omgevingsbeleid. Voor duurzame elektriciteit doen we dit met het oog op het nationaal afgesproken tijdspad. Voor elektriciteitsprojecten geldt dat ze uiterlijk in de zomer van 2024 allemaal geborgd moeten zijn in het omgevingsbeleid. Op 1 januari 2025 moeten deze projecten vergund zijn en op 1 januari 2030 gerealiseerd, net als de daarbij benodigde transportcapaciteit op het net. Voor warmte doen we dit met het oog op de nationale afspraak dat in 2030 nationaal 1,5 miljoen woningen aardgasvrij moeten zijn door vanaf 2021 nationaal 50.000 woningen per jaar aardgasvrij te maken en vanaf 2030 200.000 woningen. Hiervoor werken we toe naar een regionale warmtestructuur met een bronnenstrategie en de bijbehorende infrastructuur.

U I T V O E R I N G S P L A N

R E S

2 . 0

/

R E S

G R O E N E

M E T R O P O O L R E G I O

A R N H E M

N I J M E G E N

/

A P R I L

2 0 2 3

1 1

1.2 UITGANGSPUNTEN EN REIKWIJDTE VAN HET UITVOERINGSPLAN Uitgangspunten

Van, voor en door de regio

De ambitie en de afspraken in de RES 1.0 en de 28

We werken integraal op regionaal niveau door de RES

‘Van, voor en door de regio’ blijft ook in RES 2.0 het motto. Dat

Afspraken voor de Toekomst zijn leidend voor het

te verbinden met de andere opgaven van de Groene

laten we zien in onze onderlinge samenwerking, in onze

uitvoeringsplan.

Metropoolregio.

wijze van communiceren en zorgvuldige participatie. Wij zijn transparant en navolgbaar en wegen per vraagstuk

Reikwijdte

Dit uitvoeringsplan geldt voor de periode 2023 tot en met

af hoe we participatie het beste vorm kunnen geven. We

Dit uitvoeringsplan gaat over de werkzaamheden van

2030.

zorgen ervoor dat inwoners en stakeholders weten waaraan

het RES projectteam ten aanzien van:

en hoe zij mee kunnen denken of doen en op welk niveau

•

grootschalige opwek van duurzame elektriciteit,

(regionaal, lokaal). We zorgen zo voor een klimaat waarin

inclusief de infrastructuur;

partnerschappen op duurzame energie kunnen ontstaan.

•

de bovenlokale afstemming op winning en verdeling van duurzame warmte, inclusief de daarvoor benodigde infrastructuur.

U I T V O E R I N G S P L A N

R E S

2 . 0

/

R E S

G R O E N E

M E T R O P O O L R E G I O

A R N H E M

N I J M E G E N

/

A P R I L

2 0 2 3

1 2

2.  O PGAVEN RES 2.0 2.1 PERSPECTIEF VOOR ELEKTRICITEIT

De komende tijd richten wij ons op het actualiseren en aanscherpen van de RES 1.0 naar een RES 2.0. Tegelijkertijd realiseren we op lokaal niveau projecten. Deze projecten bevinden zich in uiteenlopende fases.

Het RES-bod van de Groene Metropoolregio ArnhemNijmegen is 1,62 TWh (RES 1.0). De gemeenten zien mogelijkheden voor 1,15 TWh uit zonne-energie (0,66 TWh met zonnevelden en 0,49 TWh grootschalig zon op dak) en 0,47 TWh aan windenergie (situatie voorjaar 2021). Per februari 2021 was 0,12 TWh gerealiseerd. Wanneer we

Hierbij zijn de volgende uitgangspunten

kijken naar het op te stellen vermogen (MW), dan komt 89%

essentieel:

van het bod in de RES 1.0 tot stand door zon (zonnevelden en grootschalig zon op dak) en 11% door de realisatie van windturbines. Het huidige bod laat een goede ontwikkeling zien, maar leidt nog tot teveel disbalans op

1. Er geldt lokale autonomie voor gemeenten waar dat kan en we benutten de kracht van de regio waar dat moet.

en inefficiënt gebruik van het net. In de RES 2.0 werken we daarom toe naar een betere wind-zonverhouding. Extra zoekgebieden wind

2. We frustreren zo min mogelijk lopende processen. Dit houdt bijvoorbeeld in

Om de wind-zonverhouding te verbeteren hebben we in de RES 1.0 een globale verkenning uitgevoerd naar kansrijke gebieden voor extra windturbines. Deze

dat initiatiefnemers de regie houden.

gebieden zijn geen onderdeel van het bod in de RES 1.0. Via

Ook richten we het proces zo in dat een

een milieueffectrapportage (PlanMER) wordt duidelijk

voortvarende aanpak geborgd blijft.

in hoeverre de 1,62 TWh ontwikkeld kan worden binnen de aangewezen zoekgebieden. Ook geeft dit onderzoek inzicht in de mogelijkheden voor extra zoekgebieden voor de opwekking van windenergie. Via deze extra zoekgebieden kan de balans tussen wind- en zonneenergie worden verbeterd.

U I T V O E R I N G S P L A N

R E S

2 . 0

/

R E S

G R O E N E

M E T R O P O O L R E G I O

A R N H E M

N I J M E G E N

/

A P R I L

2 0 2 3

1 3

Ruimtelijke afspraken

Versnelling energietransitie

Wat is het doel?

In de RES 1.0 zijn zes richtinggevende ruimtelijke

Het Rijk zet in op versnelling van de energietransitie en

In de RES 2.0 werken we gezamenlijk toe naar

afspraken vastgesteld. De afspraken zijn bedoeld

verhoogt de doelstelling voor grootschalige duurzame

de volgende doelen:

om natuur te behouden en overlast voor inwoners

elektriciteit op land in 2030 van 35TWh naar 55 TWh. Op

te beperken. Ook geven ze duidelijkheid aan

dit moment onderzoekt een NPRES werkgroep wat dit

1. We realiseren het bod van 1,62 TWh en streven naar

initiatiefnemers van nieuwe zon- en windprojecten. De

betekent voor de RESsen. Vooralsnog wordt geen hogere

een betere verdeling tussen zon en wind. Daarvoor

RES-deelnemers werken de ruimtelijke afspraken uit en

bijdrage gevraagd omdat alle RESsen samen 55 TWh

programmeren we de duurzame-energieopwek

borgen ze in beleid of afwegingskaders. We versterken

kunnen bijdragen. Het betekent dat we als RES in 2030

gezamenlijk, in samenhang met het regionale

de ruimtelijke onderbouwing van de RES. Daarmee

minimaal de ambitie van 1,62 TWh dienen te realiseren.

energiesysteem.

kunnen RES-deelnemers ook gezamenlijk afwegingen 2. We realiseren een integraal programma waarin

maken over nieuwe locaties buiten de zoekgebieden.

Urgent vraagstuk elekricteitsinfrastructuur

We komen tot een gezamenlijke aanpak en criteria hoe

De huidige (ontwikkeling van) de energie-infrastructuur

duurzame energieopwek, energievragers en

we omgaan met windlocaties buiten de RES zoek- en

kan de ontwikkeling van nieuwe elektriciteitsvragers en

infrastructuur in samenhang gepogrammeerd worden

verkenningsgebieden.

de opwekking van duurzame elektriciteit niet bijhouden. Op provinciaal en RES regioniveau is het belangrijk samen

3. We verankeren de RES 1.0 en RES 2.0 in het

te kijken naar een goede verdeling, fasering en prioritering

omgevingsbeleid. Daarbij streven we naar lokaal

van projecten.

eigendom. 4. We geven inzicht in de voortgang en bereikte resultaten via monitoring en verantwoording.

U I T V O E R I N G S P L A N

R E S

2 . 0

/

R E S

G R O E N E

M E T R O P O O L R E G I O

A R N H E M

N I J M E G E N

/

A P R I L

2 0 2 3

1 4

2.2 PERSPECTIEF VOOR WARMTE De RES 1.0 legt een eerste basis voor het (sub)regionale

De impact van de inzet van duurzame warmte op de

Wat is het doel?

warmteverdelingsvraagstuk van komende jaren, die we

elektriciteitsbehoefte

Het hoofddoel van het spoor warmte is:

richting RES 2.0 moeten versterken en doorontwikkelen.

Tot slot slaan we met integraal programmeren de

We actualiseren de RSW en daar waar sprake is van

We blijven de komende tijd in gesprek met de gemeenten

brug tussen warmte en elektriciteit. De inzet van

schaarste realiseren we een gedragen en efficiënte

over de ontwikkeling van de Transitievisies Warmte

warmtebronnen vermindert de behoefte aan elektriciteit.

structuur voor het verdelingsvraagstuk (RSW) van

(TVW’s) en hoe de TVW’s zich verhouden tot de Regionale

Echter duurzame warmtebronnen zoals geothermie

bovenlokale duurzame warmtebronnen binnen de

(infra)Structuur Warmte (RSW).

en aquathermie hebben vaak wél elektriciteit nodig.

Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen, uitgewerkt

Vanuit de warmtetransitie in de gebouwde omgeving

in samenhang met de lokale warmteplannen en overige

Match tussen vraag en aanbod

is dus een zekere vraagbehoefte te verwachten

RES-opgaven.

In de RES 2.0 actualiseren we de behoefte aan, en het

naar duurzame elektriciteit. Niet alleen voor de

aanbod van bovenlokale warmte en gaan we in op de

bestaande woningvoorraad, maar zeker ook voor de

Om deze RSW uit te werken, geven we invulling aan drie

match tussen vraag en aanbod: welke warmtebronnen zijn

verstedelijkingsopgave binnen de regio de komende jaren.

subdoelen:

nu nog onbenut (of niet optimaal benut) en welke bronnen 1. Er is een goede samenhang en aansluiting tussen de

moeten opschalen om de warmtetransitie uit te kunnen

regio (RSW) en gemeenten (TVW’s).

voeren? Wat is ervoor nodig om een onbenutte bron te gebruiken, en hoe zou de opschaling van reeds bestaande 2.

warmtebronnen eruitzien? Wie pakt welke rol op binnen

We borgen een langjarige structurele samenwerking

de uitvoering daarvan? We werken toe naar een (sub)

(tussen overheden en betrokken stakeholders) rond de

regionale bronnenstrategie die zich richt op de behoefte

regionale warmte-opgave, met in 2023 duidelijkheid

zoals onder andere beschreven in de gemeentelijke

over de rolverdeling in die samenwerking.

TVW’s. Daarbij verwerken we nieuwe inzichten uit lopend 3.

onderzoek, zoals het rijksprogramma SCAN (onderzoek

Er komt een uitgewerkte set van afspraken voor het

naar de potentie van geothermie) en het landelijk

regionale warmteverdelingsvraagstuk, om vraag en

programma aquathermie. Ook nemen we de impact mee

aanbod van duurzame warmte te matchen. Daarbij

van het zich ontwikkelende wettelijk kader ( de Wet

maken we inzichtelijk wat de inzet van duurzame

Collectieve Warmte, en relevante initiatieven, met name de

warmte betekent voor het elektriciteitsvraagstuk.

ontwikkeling van het Gelders WarmteInfrabedrijf (GWIB).

U I T V O E R I N G S P L A N

R E S

2 . 0

/

R E S

G R O E N E

M E T R O P O O L R E G I O

A R N H E M

N I J M E G E N

/

A P R I L

2 0 2 3

1 5

3. WAT GAAN WE DOEN? Om de genoemde doelen uit hoofdstuk 2 voor elektriciteit en warmte te realiseren, werken we aan de volgende resultaten.

3.1 RESULTATEN ELEKTRICITEIT 1. We realiseren het bod van 1,62 TWh en streven naar

•

een betere verdeling tussen zon en wind. Daarvoor programmeren we de duurzame-energieopwek

•

gezamenlijk, in samenhang met het regionale energiesysteem.

•

•

We komen tot procesafspraken over het verdelen/

We betrekken gemeenten bij het vaststellen van

compenseren van de lusten en de lasten.

afwegingscriteria; welke projecten hebben wel, of

We organiseren omgevingsdialogen en participatie op

juist geen, prioriteit? We werken aan de ambtelijke en

regio niveau om de regionale stakeholders te betrekken.

bestuurlijke voorbereiding voor het vaststellen van die

We bieden een doorkijk van 2030 tot en met 2050

afwegingscriteria, die uiteindelijk gebruikt worden om de energie-infrastructuur projecten te prioriteren en te

•

plannen in de tijd.

We vertalen de resterende en eventuele nieuwe ambities in concretere en mogelijk ook nieuwe

•

•

2. We realiseren een integraal programma waarin

zoekgebieden.

duurzame energieopwek, energievragers en

We maken een procesvoorstel/-stappenplan voor

infrastructuur in samenhang geprogrammeerd

initiatieven buiten zoekgebieden: hoe komen nieuwe

•

worden.

perspectief.

We maken een procesvoorstel/-stappenplan hoe we

•

We zoeken de samenwerking op binnen de Groene

doel het verhogen van de systeem efficiëntie van het

Metropoolregio met andere opgaven die raken aan

te komen van zoekgebieden en/of projecten

bod en de samenhang tussen projecten.

de ruimtelijke puzzel en het energiesysteem, zoals de

We maken een plan van aanpak voor Integraal

verstedelijkingsstrategie. We zijn ook de verbinding

Gemeenten en het regionaal projectteam RES gaan in

Programmeren voor de regio, waarin het proces van

richting provincie en Rijksoverheid.

gesprek over nieuwe zoekgebieden en verwachtingen

Integraal Programmeren wordt beschreven inclusief de

•

over en weer. •

We richten een projectgroep Energiesysteem in met als

•

omgaan bij keuze deelnemer om niet tot invulling (escalatieplan). •

We participeren in de stuurgroep en werkgroep van GEIS en brengen de ervaringen in vanuit het RES

initiatieven op de RES-tafel. •

We organiseren werksessies om de keuzes in het energiesysteem te bespreken.

samenwerkingsvorm, de rollen en benodigde capaciteit.

We maken een voorstel om alle zoekgebieden, locaties

•

We maken een overzicht van de projecten en

en projecten te prioriteren en faseren, in samenhang

ontwikkelingen in duurzame energie opwek, warmte

met de beschikbare en geplande netcapaciteit.

en benodigde energie-infrastructuur in de regio.

U I T V O E R I N G S P L A N

R E S

2 . 0

/

R E S

G R O E N E

M E T R O P O O L R E G I O

A R N H E M

N I J M E G E N

/

A P R I L

2 0 2 3

1 6

3. We verankeren de RES in omgevingsbeleid. Daarbij

4. We geven inzicht in de voortgang en bereikte

streven we naar lokaal eigendom.

resultaten via monitoring en verantwoording. •

•

•

Alle deelnemers borgen de RES in hun omgevingsbeleid

•

Er komt een voorstel en afspraken over hoe de RES

(omgevingsvisie, windvisie en omgevingsplan/

verder wordt verankerd in het omgevingsbeleid en

omgevingsverordening).

welke instrumenten daarvoor ingezet kunnen worden.

De RES is onder de omgevingswet een vrijwillig

•

twee keer per jaar en we spreken bestuurlijk af hoe om te gaan met de uitkomsten van de monitoring. •

programma. Hiervoor geldt een planMER plicht.

De uitkomsten van de monitoring presenteren we

Elke twee jaar wordt een voortgangsrapportage opgeleverd.

We voeren een regionale planMER uit. De regionale planMER draagt bij aan borging van de afspraken in de RES 1.0 en is een invulling van planMER plicht voor de RES 2.0. Het projectteam RES GMR werkt aan de inhoudelijke uitwerking van het planMER, evenals de voorbereiding voor de besluitvorming in de regio, in samenspraak met het Ambtelijk Platform Circulaire Regio (APCR). Ook de beantwoording van de zienswijzen is opgepakt door het projectteam RES GMR. •

Met behulp van de expertpool van het NPRES heeft een onderzoek plaats gevonden hoe de planMER en de RES bij kunnen dragen aan versnelling van de vergunningverlening: welk detailniveau van de planMER en de RES draagt hier aan bij. Aan de hand van dit onderzoek komt een voorstel voor het detailniveau van de RES.

•

We kiezen gezamenlijk welke rol gemeenten en provincie spelen bij het realiseren van lokaal eigenaarschap en zeggenschap. We verankeren het streven naar lokaal eigenaarschap in gemeentelijk en provinciaal beleid.

U I T V O E R I N G S P L A N

R E S

2 . 0

/

R E S

G R O E N E

M E T R O P O O L R E G I O

A R N H E M

N I J M E G E N

/

A P R I L

2 0 2 3

1 7

3.2 RESULTATEN WARMTE 1. Er is een goede samenhang en aansluiting tussen de

3. Er komt een uitgewerkte set van afspraken voor het regionale warmteverdelingsvraagstuk.

regio (RSW) en gemeenten (TVW’s). •

We actualiseren de Regionale Structuur(visie) Warmte,

•  We maken een regionale position paper over de rol van de RES

afgestemd op lokale warmteplannen en aangrenzende •

RES-regio’s. Daarbij wordt ook gekeken naar de •

Er komt een strategische notitie over de impact van het

waterstof-infrastructuur.

GWIB op de RES-regio. De vraag-aanbod-infrastructuur

We actualiseren de warmte-atlas, ontwikkelen een

voor warmte wordt op regioniveau verbonden met het

regionale bronnenstrategie en de daarbij benodigde

elektriciteitsvraagstuk. Daarin:

warmte-infrastructuur. •

•

We bepalen de impact van de inzet van warmtebronnen

Wordt de impact van nationale ontwikkelingen meegenomen.

op de vraag naar elektriciteit. •

Zijn actuele onderzoeksresultaten (o.a. geothermie, aquathermie) verwerkt.

•

2. We borgen een langjarige structurele samenwerking

Zijn cross-overs in beeld gebracht ten behoeve van slimme en efficiënte verbindingen.

(tussen overheden en betrokken stakeholders) rond de regionale warmte-opgave, met in 2023 duidelijkheid over de rolverdeling in die samenwerking..

4. We geven inzicht in de voortgang van de warmtetransitie en bereikte resultaten via monitoring

•  Er komt een strategische notitie met spelregels

en verantwoording.

rond het warmteverdelingsvraagstuk (inclusief strategie voor regionale lobby ten behoeve van het. •

handelingsperspectief). •

De uitkomsten van de monitoring presenteren jaarlijks

We behartigen de regionale belangen op provinciaal

en we spreken bestuurlijk af hoe om te gaan met de

en nationaal niveau, waaronder het realiseren van

uitkomsten van de monitoring. •

onderzoeken naar boringen voor geothermie en

Elke twee jaar wordt een voortgangsrapportage opgeleverd.

de impact van nieuwe wet- en regelgeving in de warmtetransitie

U I T V O E R I N G S P L A N

R E S

2 . 0

/

R E S

G R O E N E

M E T R O P O O L R E G I O

A R N H E M

N I J M E G E N

/

A P R I L

2 0 2 3

1 8

4. SAMENWERKING De RES is van, voor en door de regio. Dat komt

Ambtelijk Overleg Platform Circulaire Regio (voorbereiding Bestuurlijk Platform)

tot uiting in de uitvoering op verschillende schaalniveaus (lokaal, bovenlokaal, regionaal en bovenregionaal) die gezamenlijk de resultaten van de RES vormen. Het komt tot uiting in onze

Ambtelijk Overleg RES (inhoudelijke afstemming en gezamenlijke sturing op de RES)

wijze van communiceren en participeren. En het komt tot uiting in de manier waarop we het proces sturen en activiteiten uitvoeren op regioniveau.

WERKGROEPEN

PROJECTGROEPEN

4.1 SAMENWERKING DEELNEMERS RES 4.1.1 Ambtelijke samenwerking Samenwerking op regionale opgave in werkgroepen en

Samen afstemmen en sturing geven aan de RES via het

Community of Practice

projectgroepen

Ambtelijk Platform Circulaire Regio

De Community of Practice bespreekt vraagstukken

Op regioniveau werken deelnemers aan de RES in

Het Ambtelijk Platform Circulaire Regio bereidt het

en casussen die in de regio spelen. De CoP is voor

werkgroepen en projectgroepen. Daardoor kunnen we

Bestuurlijk Platform Circulaire Regio voor. We streven

de participatie- en communicatieadviseurs en de

taken slim verdelen en houden we de vaart erin. De

ernaar in een eerdere fase de stukken bedoeld voor

klimaatcoördinatoren en andere relevante/betrokken

groepen werken duidelijk aangegeven vraagstukken

gesprek of besluitvorming op het Bestuurlijk Platform

collega’s zijn ook welkom.

uit of bereiden een vraagstuk voor. De groepen zijn

Circulaire Regio, zo goed mogelijk samen uit te werken en

samengesteld op basis van expertise. Ze worden geleid en

voor te bespreken. Daardoor kan het Ambtelijke Platform

ondersteund door een lid van het regionaal projectteam

Circulaire Regio zich focussen op de voorbereiding van het

RES.

bestuurlijk gesprek.

U I T V O E R I N G S P L A N

R E S

2 . 0

/

R E S

G R O E N E

M E T R O P O O L R E G I O

A R N H E M

N I J M E G E N

/

A P R I L

2 0 2 3

1 9

4.1.2 Bestuurlijke samenwerking Bestuurlijk Platform Circulaire Regio De bestuurlijke afstemming tussen de deelnemende overheden (gemeenten, provincie, waterschappen) en de netwerkbeheerder (Liander) vindt plaats in het Bestuurlijke Platform Circulaire Regio. Daarnaast wordt hier getoetst of stukken kunnen worden doorgeleid naar de colleges/dagelijks besturen (DB’s) van deelnemende gemeenten, waterschappen en provincie. Besluitvorming vindt altijd plaats door deelnemende overheden op de voor hen gebruikelijke wijze.

Voorbereiding Bestuurlijk Platform Het Bestuurlijk Platform wordt ambtelijk voorbereid in het Ambtelijk Platform Circulaire Regio. Het regionaal projectteam RES en de vertegenwoordigers van het Ambtelijk Platform zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de voorbereiding van bestuurlijke voorstellen.

U I T V O E R I N G S P L A N

R E S

2 . 0

/

R E S

G R O E N E

M E T R O P O O L R E G I O

A R N H E M

N I J M E G E N

/

A P R I L

2 0 2 3

2 0

4.1.3 Bestuurlijke besluitvorming Besluitvorming door deelnemende overheden vindt altijd

De gemeenteraden en Provinciale Staten (PS) hebben

plaats op de voor hen gebruikelijke wijze. Voor de RES zijn

een rol in de borging van de RES in het omgevingsbeleid.

vijf besluitvormingstrajecten voorzien:

Daarnaast hebben gemeenteraden, Provinciale Staten en Algemeen Besturen (AB’s) een rol in het inhoudelijk

•

UVP RES (Colleges)

vormgeven van de RES 2.0 door hiervoor kaders te stellen

•

Voortgangsrapportage RES 2023 (Colleges)

en daarover te besluiten.

•

Plan-MER RES (Colleges met zienswijzen Raden en Staten)

•

Raadsinformatiebrief RES-proces 2.0. (Raden en Staten)

•

RES 2.0 (Raden en Staten)

Gemeenteraden/PS/ABs

Star tnotitie RES 2.0 Voor tgangsrappor tage RES

Voor tgangsrappor tage RES RES 2.0

VERGUNNING / ALGEMENE REGELS Borging in omgevingsbeleid (visie / verordening / plan / programma)

max.halfjaar + 6 weken

Plan MER RES

1

2022

U I T V O E R I N G S P L A N

R E S

2 . 0

2

2023

/

R E S

G R O E N E

3

A

M E T R O P O O L R E G I O

C

B

2025

2024

A R N H E M

N I J M E G E N

/

A P R I L

2030

2 0 2 3

2 1

Rol gemeenteraden/PS/AB’s in besluitvormingstraject bij

Rol gemeenteraden/PS/AB’s in besluitvormingstraject RES

borging RES in omgevingsbeleid

A. Besluit over budget 2024 e.v. (begroting GMR) (Q4

naar bundeling van raadsinformatiebijeenkomsten

– 2023)

Gemeenteraden, Provinciale Staten (PS) en Algemeen Besturen (AB’s) spelen een rol in de borging van de RES in

of andere voorzieningen voor de RES met de andere

B. Geïnformeerd over voortgang RES, Proces RES 2.0 en

opgaven van de Groene Metropoolregio. Dit met het oog op

PlanMER RES (Q2 2023)

het omgevingsbeleid: 1. Plan MER – ter informatie (Q2 2023).

eenduidigheid en om onnodige belasting van raadsleden te

C. Besluit over RES 2.0 (Q1/2 2024)

voorkomen. Bijeenkomsten met ‘deelregio’s’ behoren ook

D. Geïnformeerd over voortgang RES (Q2 – 2025)

tot de mogelijkheden.

Informatievoorziening gemeenteraden/PS/AB’s

Bij de informatiebijeenkomsten voor de RES nodigen wij

2. Rol gemeenteraad/ PS in borging omgevingsvisie/plan/ verordening (verschilt per overheid).

Met de regio-agendacommissie stemmen we af hoe

ook de AB- en PS-leden uit. De informatievoorziening

De RES 1.0 kan geborgd worden in het omgevingsbeleid

de gemeenteraden in de Groene Metropoolregio goed

voor PS-leden en de AB-leden loopt via de griffie of via de

van de deelnemers. De RES 2.0 zal onder de omgevingswet

geïnformeerd en betrokken kunnen worden bij de RES

gebruikelijke weg binnen het waterschap.

een vrijwillig programma zijn. Deze is zelfbindend voor de

als geheel en op de besluitvormingstrajecten. We streven

overheden. Colleges/DB

Star tnotitie RES 2.0 RES 2.0 Voor tgangsrappor tage RES

Voor tgangsrappor tage RES UVP

VERGUNNING / ALGEMENE REGELS Borging in omgevingsbeleid (visie / verordening / plan / programma)

max.halfjaar + 6 weken

Plan MER RES

1

2022

U I T V O E R I N G S P L A N

R E S

2 . 0

2 A

3

B

2023

/

R E S

G R O E N E

M E T R O P O O L R E G I O

4

D

C

2025

2024

A R N H E M

N I J M E G E N

/

A P R I L

2030

2 0 2 3

2 2

4.2 REGIONAAL PROJECTTEAM RES Rol colleges/DB’s bij borging RES in omgevingsbeleid

Onderdeel van de Groene Metropoolregio

De rol van colleges en DB’s bij borging van de RES is als

De RES-opgave en het regionaal projectteam RES zijn

volgt:

ondergebracht in de opgave Circulaire regio van de

1.

Collegevoorstel en besluit ter kennisname plan

Groene Metropoolregio. De opgavemanager Circulaire

MER en Raads/Stateninformatiebrief PlanMER (Q2

regio is de ambtelijk opdrachtgever van de RES. De

2023).

bestuurlijk trekker RES is de bestuurlijk opdrachtgever

Rol colleges in borging omgevingsvisie/plan/

van de RES. Het regionaal projectteam faciliteert de

verordening (verschilt per overheid) en evt. in

regionale samenwerking in proces en inhoudelijk.

2.

regionaal programma (uiterlijk Q1 2024). Rol colleges/DB’s in besluitvormingstraject RES 2.0 1. Collegevoorstel en besluit (Q2 2023) instemmen met

BESTUURLIJK TREKKER

UVP en voorstellen aan gemeenteraden budget RES bij begroting. 2. Collegevoorstel en besluit (Q2 2023) voortgangsrapportage RES + raads/ stateninformatiebrief. Collegevoorstel en besluit (Q1/2 2024) instemmen met raadsvoorstel om RES 2.0 vast te stellen. AMBTELIJK OPDRACHTGEVER

4.1.4 Samenwerking met de samenleving

PROCESREGISSEUR

Het regionaal projectteam RES vult samen met de betrokken participatie- en communicatieadviseurs de beleidsparticipatie in. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de participatie op lokaal beleid en projectparticipatie.

U I T V O E R I N G S P L A N

R E S

2 . 0

/

R E S

G R O E N E

M E T R O P O O L R E G I O

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rozendaal&id=96f5a398-0d74-4829-a174-8606e655a9a3