Agendabundel
Tekst van het document
04.01.2 Overeenkomst met inclusie inzake uitvoering welzijnswerk 1 1 Overeenkomst Incluzio. B&W voorstel.docx
Collegevoorstel
Onderwerp Overeenkomst Incluzio Adviseur : M. Jansma Programma : Sociaal domein Programmanummer : 6 Portefeuillehouder : A. Logemann
Behandeldatum :30 maart 2021 Kenmerk : MJ-21-10 Openbaar : ja
Advies 1. Kennisnemen van de uitgangspunten voor de aanbesteding sociale basis 2. Instemmen met de keuze voor Incluzio 3. B&W van Rheden mandateren om het contract mede namens onze gemeente te ondertekenen 4. De wethouder Sociaal domein van Rheden machtigen om namens onze burgemeester de overeenkomst te ondertekenen 5. Instemmen met de vervolgstappen Aanleiding Voor de uitvoering van het welzijnswerk in brede zin hebben wij dezelfde aanbieder als de gemeente Rheden. Tot en met 2020 besteedde Rheden het welzijnswerk aan, waarna onze gemeente met de gekozen aanbieder een subsidierelatie aanging. Vanaf 2021 is dat veranderd. De gemeente Rheden heeft mede namens onze gemeente aanbesteed en daarna een overeenkomst afgesloten met de gegunde aanbieder. Vanaf het begin is onze gemeente zoveel mogelijk in dit proces meegenomen. Bij de opdracht voor de openbare aanbesteding heeft Rheden mede namens ons, de volgende uitgangspunten gehanteerd: i. Versterking en verbreding van de sociale basis door integraliteit; ii. Aanscherping van de rol van opdrachtgever en opdrachtnemer; iii. Werken met één hoofdaannemer of combinatie op basis van een vast bedrag (methodiek prestatiedenken). De gegunde aanbieder, Incluzio, heeft het best voldaan aan de voorwaarden. Incluzio (tot april 2020: Radar Uitvoering Oost) voert al sinds 2016 het welzijnswerk uit voor Rheden en Rozendaal.
De nieuwe opdracht verschilt zowel qua inhoud als aanpak wezenlijk van voorgaande. Beoogd effect Betere dienstverlening Doelstelling is om door middel van de overeenkomst met Incluzio een betere dienstverlening te realiseren voor onze inwoners. * Het Plan van Aanpak van Incluzio voor de aanbesteding, ‘Samen sterker’, vindt u in bijlage 1. Dit plan van aanpak is opgebouwd volgens de drie gunningscriteria: 1. Prestaties en aanpak (blz. 3 -11); 2. Aansluiting bij het Rhedens model en lokale situatie (blz. 1213); Aansturing van de opdracht (blz. 14-18). Tot slot komen de kansen (blz. 19) en risico’s (blz. 20) aan bod. Doelstellingen van de aanbesteding Met de aanbesteding had de gemeente Rheden twee doelen voor ogen: 1. Het versterken van het vóórliggend veld en daarmee het vormgeven van de beoogde Pagina 1 van 4
Collegevoorstel
transformatie in het Sociaal domein: ”de opgave waarvoor we staan, is het versterken en verbreden van de sociale basis door het bevorderen van de samenredzaamheid. Binnen de sociale basis groeien jeugdige inwoners kansrijk en veilig op, kunnen alle inwoners meedoen en leven inwoners zo lang mogelijk zelfstandig en prettig samen in hun eigen dorp of buurt. We willen onze voorzieningen binnen de sociale basis optimaal benutten en de synergie tussen zorg en welzijn een impuls geven.” Bij de zogenoemde beweging naar de voorkant gaat het om een beweging van zwaardere, individuele, voorzieningen naar lichtere, collectieve, voorzieningen. En naar het oplossing van normale ondersteuningsvragen door het sociale netwerk van inwoners in wijken en buurten, in de nabijheid van de inwoner om wie het gaat. 2. Een sterkere regie- en opdrachtgeversrol van de gemeente: niet alleen door aanbesteding, maar ook door contractering op basis van lumpsum en sturing op resultaat. * Voor een toelichting op de overwegingen: zie bijlage 2. * De overeenkomst met Incluzio vormt bijlage 3. Zoals u ziet, is het de bedoeling van Rheden deze mede namens onze gemeente te laten ondertekenen door hun wethouder Sociaal domein. Door het Rhedense college te mandateren de overeenkomst mede namens onze gemeente te ondertekenen en deze wethouder te machtigen, maakt u dit mogelijk.
* Zowel het mandaat- als machtigingsbesluit zijn bijgevoegd (bijlagen 4 en 5). Argumenten Algemene voorzieningen gaan voor maatwerkvoorzieningen, collectief voor individueel De sociale basis (o.a. dorpshuizen, sportverenigingen en vrijwilligers) is het cement van de samenleving: de basis waarop mensen met elkaar een gemeenschap vormen. Het gaat dan om alle verbanden die er tussen inwoners, vrijwilligers, professionals en overheid bestaan. Met het versterken van de sociale basis komt in feite een deel van de verantwoordelijkheid die naar de overheid was overgegaan, terug bij het ‘maatschappelijk middenveld’. De overheid trekt zich meer terug op haar kerntaken, de verzorgingsstaat slankt op een aantal punten af tot een participatiemaatschappij: iedereen doet mee op een wijze die bij hem of haar past. Belang voor Rozendaal Laagdrempelig aanbod Ook voor de Rozendalers is het goed dat er een laagdrempelig aanbod is, dat hierin meer samenhang wordt gebracht en dat de bekendheid van het aanbod wordt vergroot. In 2019 hebben wij, als uitwerking van ons Coalitieakkoord 2018-2022, een onderzoek laten verrichten naar de mogelijkheden van een zorgcoöperatie in Rozendaal. Een zorgcoöperatie kan een rol spelen in een dorp om een lacune in het voorzieningenaanbod op te vangen.
De conclusie van het onderzoek was dat wij ‘als gemeente niet het voortouw nemen bij het oprichten van een zorgcoöperatie. Een zorgcoöperatie ontstaat vanuit een burgerinitiatief’. Wel kwam naar voren, dat veel voorzieningen niet bekend waren. Dit leidde tot de aanbeveling om de informatie over welzijns- en zorgvoorzieningen verder te verbeteren. Door de coronapandemie is het voornemen om de mogelijkheden van een laagdrempelig spreekuur voor ouderen te onderzoeken, uitgesteld. Zoals te zien in haar Plan van Aanpak (bijlage 1) pakt Incluzio dit weer op, met een aantal grote informatiepunten in de grote kernen en de mogelijkheid van kleinere punten in onder meer Rozendaal (zie PvA blz. 5 en 6). Hierbij wordt gedacht aan De Serre. Besparing Ook de financiële doelstelling, een te realiseren besparing, is in het belang van de gemeente Rozendaal en haar inwoners. Pagina 2 van 4
Collegevoorstel
Kanttekeningen Onduidelijkheid wie waar moet zijn Voor een aantal vormen van zorg en ondersteuning kunnen inwoners niet meer bij de gemeente (het Sociaal meldpunt) terecht. Een aantal individuele Jeugdwet- of Wmo-maatwerkvoorzieningen wordt vanaf 2021 als algemene voorziening beschouwd. Het gaat hier om lichte vormen van jeugdhulp en lichte vormen van Wmo-begeleiding (individueel en groep). Hiervoor zal Incluzio een eigen loket, als het ware een tweede ‘meldpunt’, inrichten. Andere vormen van zorg en ondersteuning blijven als maatwerkvoorziening bij de gemeente, bijvoorbeeld Hulp bij het Huishouden, de oude Wvg voorzieningen (Wet voorzieningen gehandicapten: WRV (wonen, rollen en vervoer)) en de lokaal aanbestede jeugdhulp. De communicatie hierover naar de inwoners vraagt een flinke investering: er komt als het ware een, overigens breed, loket bij. Maatregel: als voorwaarde bij de aanbesteding is opgenomen dat de inschrijver in het implementatieplan een communicatieplan dient op te nemen over de wijze waarop de implementatie en borging naar alle betrokkenen, met name de inwoners, op een passende wijze, passend bij de doelgroep, wordt gecommuniceerd. Kans op vertraging in aanpak urgente problemen Risico is dat er onduidelijkheid bestaat voor de inwoners en dat bepaalde vragen te lang ‘onderweg’ zijn, dat de lijnen langer worden.
De afstemming tussen Incluzio en gemeente kost tijd. Triage is sowieso niet altijd eenvoudig, en nu zijn er twee organisaties verantwoordelijk. Daarnaast dient Incluzio, net als de gemeente, een relatie te ontwikkelen met de zogenoemde ‘derden verwijzers’ (zoals huisartsen). Maatregel: er wordt flink geïnvesteerd in de relatie met de gemeentelijke toegang (het Sociaal Meldpunt) (zie PvA blz. 8). Personele gevolgen Voor de gemeente Rozendaal betekent de nieuwe aanpak zeker het eerste halfjaar een toename van werkzaamheden. In de communicatie met onze inwoners spelen wij zelf een grote rol, uiteraard in samenspraak met en met ondersteuning van Incluzio. Er moeten ook nog afspraken worden gemaakt over de vertaling van de overeenkomst in Key Performance Indicators (KPI’s) en, hiermee samenhangend, over de financiering van de werkzaamheden voor onze gemeente (zie PvA en art. 5 en 6 van de Overeenkomst). Bij de KPI’s moeten wij, bij individuele voorzieningen, bijvoorbeeld inzicht hebben in de woonplaats van de inwoner. Hierbij is sprake van een investering aan de vóórkant, zodat we niet achteraf met verrassingen worden geconfronteerd. Zie verder bij ‘vervolg’. Financiën De gemeente Rheden stelt jaarlijks een lumpsumbedrag beschikbaar van plm. € 3 miljoen. Binnen dit budget zullen de werkzaamheden voor onze gemeente in rekening worden gebracht.
Over hoe dat gaat gebeuren, ontvangen wij nog een voorstel, dat aan uw college zal worden voorgelegd. Uitgangspunt is dat uitgaven niet hoger worden dat zij voorheen waren. Een vergelijking is erg lastig omdat het deels om nieuwe werkzaamheden gaat. In de eerste plaats gaat het om de ‘oude welzijnstaken’ waarvoor wij voorheen subsidie verleenden. In de tweede plaats gaat het om de nieuwe algemene voorzieningen Jeugdwet en Wmo. Ad 1) Welzijn en (school) maatschappelijk werk Een indicatie van de bedragen waarom het gaat. Voor 2021 ging het om een subsidieaanvraag van € 15.333 voor algemene welzijnstaken en € 1.749 voor het algemeen maatschappelijk werk. Tot en Pagina 3 van 4
Collegevoorstel
met 2020 betaalden wij niet mee aan het schoolmaatschappelijk werk op IKC De Dorpsschool en Het Rhedens. Naar verwachting gaat het hier om een relatief gering bedrag. Ad 2) Algemene voorzieningen Jeugdwet en Wmo Bij de algemene voorzieningen Jeugd en Wmo-begeleiding is sprake van een verschuiving van middelen. Het aantal inwoners met een individuele voorziening Jeugdwet en een algemene voorziening Wmo-begeleiding zal afnemen, hetgeen leidt tot minder programmakosten en minder uitvoeringskosten in Rheden. Er blijven echter werkzaamheden bij de gemeente Rheden achter: ook als een intake leidt tot een doorverwijzing naar Incluzio, kost dit tijd. Maar: gezien het feit dat algemene voorzieningen goedkoper zijn dan maatwerkvoorzieningen wordt, na een overgangsperiode, verwacht dat de hele ontwikkeling zal leiden tot een besparing. Vervolg Op minstens drie onderdelen zal er een vervolg moeten worden gegeven aan de overeenkomst. De uitwerking wordt zo mogelijk in één advies aan uw college aanboden. Of dit ook werkelijk zal gebeuren, hangt af van het tempo waarin de verschillende onderdelen worden opgepakt. Het gaat om: a. Implementatie. Onder meer: - Communicatie met de inwoners. De inwoners moeten weten voor welke vragen ze waar terecht kunnen.
Bijvoorbeeld om de afstemming tussen het Sociaal Meldpunt (gemeentelijke toegang, voor maatwerkvoorzieningen) en Incluzio (voor de sociale basis, waaronder de algemene voorzieningen lichte jeugdhulp en Wmo begeleiding). - Vertaling overeenkomst naar onze gemeente. Onder meer: * Bestuurlijk. Een overleg met de portefeuillehouder moet worden geborgd. De adviseur Sociaal domein fungeert als accounthouder. De raad wordt geïnformeerd tijdens een presentatie van de programmamanager Incluzio tijdens een informele raadsbijeenkomst op 20 april * Uitwerking KPI’s naar onze gemeente. b. Financiële vertaling. De gemeente Rheden zal ons hiervoor een voorstel doen toekomen. De mogelijke financiële gevolgen zijn hiervóór, bij financiën, verder uitgewerkt. c. Addenda. Een aantal punten uit de overeenkomst dient nog verder te worden uitgewerkt. Hiertoe zal een aantal addenda worden vastgesteld. Een voorbeeld zijn nog te maken afspraken over verantwoording en rechtmatigheid van de geleverde ondersteuning (Overeenkomst art. 7). Deze zullen ter kennis worden gebracht van uw college. Communicatie 1. Gemeente Rheden 2. Gemeenteraad d.d. 25 mei 2021 op de lijst van ingekomen stukken. Voorliggend voorstel wordt na besluitvorming in de digitale leesmap gezet. Tijdens de informele raadsbijeenkomst Sociaal domein van 20 april verzorgt de programmamanager van Incluzio een presentatie. Bijlage(n) 1.
Plan ‘Samen sterker’ van Incluzio 2. Toelichting aanbesteding sociale basis 3. Overeenkomst 4. Mandatering 5. Machtiging Pagina 4 van 4
1 3 Overeenkomst incluzio Bijl 2 Uitgangspunten.docx
Bijlage 2 Toelichting op de aanbesteding Sociale basis Ontleend aan een B&W advies van de gemeente Rheden
Uitgangspunten De uitgangspunten voor de opdracht voor de openbare aanbesteding sociale basis zijn: i. Versterking en verbreding van de sociale basis door integraliteit; ii. Aanscherping van de rol van opdrachtgever en opdrachtnemer; iii. Werken met één hoofdaannemer of combinatie op basis van een vast bedrag (methodiek prestatiedenken) Duur van de opdracht De duur van de opdracht is drie jaar (vanaf 1 januari 2021) met één verlengingsoptie van drie jaar. Het vergt enige tijd om een opdracht goed te implementeren. De eerste periode zal nadrukkelijk gericht zijn op gezamenlijke investering in de implementatie en in de relatie. Met andere woorden: neerzetten van de ‘sociale basis 2.0’, opbouwen van de samenwerking en vertrouwen, verankering van de eerste resultaten, evaluatie, aanscherpen en doorontwikkelen van de uitvoering van de opdracht. Na een eerste periode van twee jaar wordt een reëel inzicht verwacht in de inhoudelijke en financiële resultaten. Vandaar de verlengingsoptie van drie jaar. Vooruitblik tweede tijdvak Dienstverlening door andere organisaties In het tweede tijdvak (vanaf 2024) wil de gemeente Rheden voor zover dat mogelijk is, (delen van) andere bestaande dienstverlening zoals informele lichte opvoedondersteuning, formulierenbrigade, collectieve preventie GGZ en onafhankelijke cliëntondersteuning, integreren in de opdracht van de sociale basis.
Bijvoorbeeld in de vorm van een onderaannemerschap. Tijdens de uitvoering van de opdracht wordt onderzocht of, en zo ja met welke middelen, de overdracht van deze activiteiten of voorzieningen mogelijk is. Dienstverlening door vrijwilligersorganisaties Bij de start van de aanbesteding (medio 2020) was het uitgangspunt , dat vrijwilligersorganisaties1 hierin niet zouden worden meegenomen. Vooralsnog blijft Rheden organisaties met een vrijwillig bestuur en inwonerinitiatieven vanwege hun unieke karakter subsidiëren. Zij gaat gezamenlijk met deze organisaties verkennen of hun dienstverlening onderdeel kan worden van de sociale basis. Aanleiding Inhoudelijke motieven Vanaf 1 januari 2015 heeft het rijk de verantwoordelijkheid voor de uitvoering en de bekostiging van een drietal sociale opgaven belegd bij gemeenten: de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo), de Jeugdwet en de Participatiewet. Hiermee was een buitengewoon omvangrijke transitie een feit. Echter, om deze opgaven ook te kunnen uitvoeren was en is ook een fundamentele transformatie noodzakelijk: ‘de inwoner moet meer centraal komen te staan. Dat betekent goed luisteren naar de vraag, maar ook de inwoner wijzen op zijn eigen mogelijkheden en hulp vanuit het netwerk. Niet langer denken in beperkingen, maar in talenten en mogelijkheden. Mensen moeten (kunnen) meedoen naar vermogen.
De nadruk komt meer te liggen op het voorkomen of uitstellen van zwaardere zorg door te investeren in preventie en lichte vormen van ondersteuning dichtbij huis.’
1 Zoals ouderenorganisatie stg. STOER (Seniorenteams Ondersteunen Elkaar in Rheden en Rozendaal) en het
MVT (Meldpunt Vrijwillige Thuishulp en Mantelzorgondersteuning. Beide worden ook door onze gemeente gesubsidieerd.
1
Een transformatie realiseren is een proces van lange adem. In de voorbije jaren zijn stappen gezet, maar het gewenste resultaat is nog niet bereikt: een sterke en brede sociale basis, waarin inwoners, vrijwilligers, informele zorgorganisaties en aanbieders van professionele diensten op het gebied van ondersteuning, zorg en welzijn samenwerken aan een zorgzame en inclusieve samenleving. Het Rhedens model geeft heel goed de bedoeling weer. Uit de presentatie van Bas Pelgrum tijdens de informele raadsbijeenkomst d.d. 23 februari 2021:
In de gemeente Rheden zijn er signalen dat informele en formele voorliggende voorzieningen onvoldoende worden benut2. De gemeente wil deze voorzieningen optimaal benutten en de synergie tussen zorg en welzijn versnellen. Ook is het van belang dat preventie en het bevorderen van de zelfredzaamheid van inwoners de drijvende kracht van de ondersteuningsstructuur worden. Naar verwachting wordt het hiermee ook minder noodzakelijk om zwaardere individuele voorzieningen in te zetten en wordt het mogelijk deze te vervangen door meer preventieve en lichtere collectieve voorzieningen. Het gaat om een beweging naar normaliseren en het leveren van ondersteuning in de buurt, die naar verwachting ook beter aansluit bij de behoeften van inwoners. Financiële motieven Naast het inhoudelijke argument van passende zorg en ondersteuning in de leefwereld van inwoners, is er nog een argument dat de transformatie meer dan ooit noodzakelijk maakt. De nieuwe opgaven zijn gepaard gegaan met aanzienlijke bezuinigingen. Daarom zijn de doelstellingen aangevuld met een randvoorwaarde, namelijk ‘binnen vastgestelde financiële kaders’. Het uiteindelijke doel is een ‘breed en sterk fundament’ dat door alle inwoners ook als zodanig wordt herkend en erkend en waaraan inwoners een (intrinsieke) bijdrage willen leveren.
Met deze inhoudelijke beweging beogen wij ook de financiële transformatie te realiseren door afname van het gebruik van maatwerkvoorzieningen. Relatie met specialistische ondersteuning De gemeente Rheden wil door de sociale basis opnieuw en integraal aan te besteden, deze: - versterken door initiatieven en voorzieningen te verbinden, de herkenbaarheid en toegankelijkheid van de sociale basis te vergroten en het ontwikkelen van nieuwe collectieve voorzieningen te stimuleren (innovatie); 2 Dit is overigens ook in onze gemeente het geval.
2
- verbreden door (onderdelen van) maatwerkvoorzieningen Wmo en Jeugd op een logische wijze in te bedden in de sociale basis. De sociale basis staat overigens niet los van specialistische ondersteuning. Er dient een korte lijn te zijn met deze specialistische ondersteuning zodat de specifieke kennistijdig kan worden ingeschakeld. Tijdige inzet van specialistische kennis kan ook bijdragen aan een snelle terugkeer naar de basisondersteuning. Het gaat om een ketenbenadering, waarbij het vertrekpunt altijd de inwoner is. De inwoner moet te allen tijde zo licht als mogelijk en zo nabij als mogelijk passende zorg en ondersteuning kunnen ontvangen. NB Opmerking: de toeleiding naar maatwerkvoorzieningen blijft bij de gemeentelijke Toegang en bevoegde verwijzers3. Drie resultaatgebieden bij de aanbesteding De opdracht voor de sociale basis omvat een drietal resultaatgebieden: 1. Het versterken van de infrastructuur samenredzaamheid4: het versterken van de (door inwoners gedragen) collectieve infrastructuur en het (door)ontwikkelen van inwonersinitiatieven. Hierbij moet worden aangesloten bij het maatschappelijke steunsysteem van een kern/dorp en moet de infrastructuur dit steunsysteem en de organisaties die hierin werkzaam zijn verder verbinden en versterken; 2.
Het versterken van de infrastructuur samenredzaamheid5 door daar waar dat mogelijk is (collectieve) oplossingen te (laten) ontwikkelen of te faciliteren en daar waar dat noodzakelijk is de verbinding te leggen met maatwerkoplossingen; 3. Het bieden van lichte vormen van ondersteuning6 zolang de samenredzaamheid dit (nog) niet zelf kan organiseren zodat het gebruik van maatwerkvoorzieningen alleen wanneer het absoluut noodzakelijk is ingezet wordt. Met deze aanpak en door het realiseren van bovenstaande resultatengebieden beoogt de gemeente Rheden dat 80% van de vragen van de inwoners (in het Sociaal domein; MJ) door de sociale basis wordt opgepakt. Prestatiedenken De beoogde transformatie vraagt ook om een gemeente die deze ontwikkeling ruimte gunt en faciliteert. In deze veranderende rol past ook een nieuwe methodiek van contractering: de methodiek van prestatiedenken. Vanuit deze nieuwe methodiek formuleert de gemeente de WATvraag. Zij geeft aan WAT er moet worden bereikt aan maatschappelijke effecten en/of doelstellingen door de ingezette ondersteuning. De inschrijver geeft aan HOE hij een bijdrage kan leveren aan het bereiken van de maatschappelijke effecten in de vorm van prestaties. Hierbij geldt dat hij moet kunnen onderbouwen dat de voorgestelde werkwijze (bewezen) effectief is.
Hierdoor blijft de gemeente in de rol van opdrachtgever en regisseur en blijft de inschrijver in zijn rol van expert in het bieden van ondersteuning en zorg. Wat zijn de risico’s? Aan de aanbesteding van de opdracht voor een brede en sterke sociale basis zijn, net zoals aan iedere aanbesteding, risico’s verbonden. De gemeente Rheden heeft deze risico’s in beeld gebracht en beheersmaatregelen geformuleerd. De volgende risico’s gelden ook na aanbesteding. 3 In de communicatie moet dus heel duidelijk gemaakt worden om welke voorzieningen het hier gaat. Een
aantal maatwerkvoorzieningen is vanaf 2021 in de Sociale basis ondergebracht. 4 Zie blz. 3-4 Plan van Aanpak Incluzio (bijlage 1) 5 Zie blz. 5-7 PvA 6 Zie blz. 8-10 PvA
3
- De omvang van de opdracht kan ertoe leiden dat kleine (lokale) organisaties buiten de boot vallen. Beheersmaatregel: organisaties kunnen vanaf het begin, maar ook tijdens de uitvoering, onderaannemer worden. Ze konden ook aansluiten bij een consortium van inschrijvers. - Bij (gesubsidieerde) partijen die activiteiten en voorzieningen aanbieden en die we mogelijk op termijn, dat wil zeggen vanaf 2024, willen inbedden in de sociale basis kan onrust ontstaan. Beheersmaatregel: gemeente Rheden neemt de betrokken organisaties mee in de communicatie over de aanbesteding en geeft vanaf 2021 in de subsidiebeschikkingen aan, welke beweging wij voorstaan7. Daarin zal zij aangeven dat op termijn (vanaf 2024) sprake kan zijn van een afbouw van subsidie als en omdat de betreffende activiteit of voorziening wordt ingebed in de opdracht van de sociale basis. - Het sturen op effecten en resultaten (het WAT) en niet op het HOE (activiteiten, ureninzet) vraagt om een andere manier denken en handelen van opdrachtgever en opdrachtnemer. Beheersmaatregel: gedurende de implementatiefase wordt hier nadrukkelijk aandacht aan besteed, onder meer door middel van trainingen. - Het sturen op effecten en resultaten (het WAT) en niet op het HOE (activiteiten, ureninzet) vraagt ook om een andere manier van monitoring.
Het gaat hierbij om vragen als: hoe houden we zicht op de voortgang van de beoogde resultaten? Hoe meten we de maatschappelijke effecten? Beheersmaatregel: gemeente Rheden heeft de inrichting van een effectief en efficiënt contractmanagement en monitoringsysteem opgenomen in de opdracht. - Er wordt minder gebruik gemaakt van voorzieningen in de sociale basis dan was voorzien, dus als ‘substituut’ voor maatwerk Wmo en Jeugd (beweging naar de voorkant). Beheersmaatregel: het feitelijke afschalen door de Toegang is belegd binnen de nieuwe klantroutes. Inzet en sturing hierop is opgenomen als onderdeel van de (interne) opdracht/maatregel ‘Versterken sociale basis’. Tevens is in de opdracht opgenomen dat de opdrachtnemer samen met de inwonersinitiatieven moeten werken aan een infrastructuur die is ingericht om de vraag eerst te laten landen bij de inwonersinitiatieven, dan wel eerstelijns diensten, hierna bij de professionele sociale basis en vervolgens bij de Toegang. - De overgang van maatwerkvoorzieningen Wmo en Jeugd naar de sociale basis kan voor cliënten tot gevolg hebben dat zij ‘tussen wal en schip’ vallen. Beheersmaatregel: de nieuwe afspraken gelden alleen voor nieuwe cliënten. Bij herindicaties worden de cliënten warm overgedragen aan de nieuwe opdrachtnemer van de sociale basis. De huidige indicaties lopen door tot de einddatum van de beschikking.
Wordt er een evaluatie uitgevoerd? Naar aanleiding van de uitvoering van de eerste drie jaar vindt een uitgebreide evaluatie plaats. Deze is bedoeld om te bepalen of de doelstellingen van de eerste drie jaar zijn gehaald en/of verlenging van de opdracht aan de orde is. Daarbij wordt nadrukkelijk gekeken naar de voortgang van de samenwerking met de infomele partners. Op dit moment kan ook worden besloten op welke manier de subsidiëring van informele organisaties wordt betrokken bij de opdracht van de sociale basis. De monitoring en evaluatie van de uitvoering van de opdracht vindt ook periodiek plaats in het kader van het contractmanagement. Over de resultaten wordt periodiek gerapporteerd via voortgangsrapportages8.
7 Aangezien het veelal om organisaties gaat die ook door onze gemeente worden gesubsidieerd, zullen wij hier
ook bij betrokken moeten worden. 8 Ook hiervoor geldt dat onze gemeente hierbij betrokken moet worden.
4
1 4 Overeenkomst Incluzio Bijl 3 Overeenkomst def.pdf
Overeenkomst Sociale Basis 2021
tussen
gemeente Rheden en gemeente Rozendaal
en Stichting Incluzio Uitvoering
OVEREENKOMST SOCIALE BASIS GEMEENTE RHEDEN
NAVOLGENDE PARTIJEN: 1. de gemeente Rheden, 2. de gemeente Rozendaal, op grond van haar Mandaatbesluit en Budgethoudersregeling 2020 Gemeente Rheden rechtsgeldig vertegenwoordigd door mevr. G. Hofstede, wethouder van de Gemeente Rheden, verder te noemen: ‘Opdrachtgever’,
EN 3. Stichting Incluzio Uitvoering, statutair gevestigd te Schiedam, ten dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door mevrouw R.S. Asmus, Operationeel Directeur, hierna te noemen: ‘Opdrachtnemer’, TEZAMEN TE NOEMEN PARTIJEN, TEVENS AFZONDERLIJK PARTIJ, IN AANMERKING NEMEND DAT: I.
II. III.
IV. V.
Opdrachtgever een openbare aanbestedingsprocedure met Europese aankondiging op basis van het regime van sociale en andere specifieke diensten is gestart voor een overeenkomst voor het leveren van diensten op het gebied van de Sociale Basis, gepubliceerd op 16 juni 2020; Opdrachtnemer heeft op 23 juli 2020 een inschrijving ingediend; Opdrachtnemer voldoet aan alle door Opdrachtgever gestelde eisen en zijn inschrijving is op basis van het gehanteerde gunningscriterium als economisch meest voordelige inschrijving aangemerkt; Partijen de randvoorwaarden waaronder de Opdracht wordt uitgevoerd wensen vast te leggen in deze overeenkomst; Opdrachtnemer voldoet aan alle door Opdrachtgever gestelde eisen;
KOMEN ALS VOLGT OVEREEN: Artikel 1. Onderwerp van de overeenkomst 1.1 Onderwerp van deze overeenkomst is de levering van diensten op het gebied van de Sociale Basis. De definitieve afspraken zijn vastgelegd in het Addendum Definitieve afspraken en aanpassingen offerte. 1.2 De bijlagen zijn een integraal onderdeel van de overeenkomst. In geval van strijdigheid tussen deze overeenkomst en bepalingen van de bijlagen prevaleren te allen tijde de bepalingen van de overeenkomst. In geval van strijdigheid tussen bepalingen van de bijlagen geldt de volgende rangorde, in afnemende volgorde van belangrijkheid: I. Inhoud addenda bij artikel 1.1, artikel 5 en artikel 7; II. Inhoud nota van inlichtingen d.d. 17 juli 2020 (bijlage 2); III. Inhoud offerteaanvraag ten behoeve van de openbare aanbestedingsprocedure met Europese aankondiging op basis van het regime van sociale en andere specifieke diensten d.d. 16 juni 2020 (bijlage 3); IV. Algemene inkoopvoorwaarden gemeente Rheden (bijlage 4); V. Inhoud offerte Opdrachtnemer d.d. 23 juli 2020 (bijlage 5); Artikel 2. Duur van de overeenkomst 2.1 Deze overeenkomst is aangegaan voor bepaalde tijd. De overeenkomst heeft een looptijd van 3 (drie) jaar, gaat in op 1 januari 2021 en eindigt op 31 december 2023. 2.2 De overeenkomst kan maximaal eenmaal 3 (drie) jaar schriftelijk verlengd worden.
Uiterlijk 6 (zes) maanden voor het einde van de dan geldende looptijd komen Opdrachtgever en Opdrachtnemer overeen of de overeenkomst wordt verlengd dan wel beëindigd.
2.3 Deze overeenkomst is eenmalig door Opdrachtgever voor de duur van maximaal 6 maanden te verlengen indien zich een situatie voordoet waarin beëindiging van de overeenkomst tot discontinuering van de dienstverlening leidt. Wanneer en of zich een dergelijke situatie voordoet wordt enkel door de Opdrachtgever bepaald en uiterlijk 30 dagen voor de voorziene beëindiging van de overeenkomst hetzij schriftelijk hetzij per e-mail onder opgaaf van redenen aan Opdrachtnemer medegedeeld. Het staat Opdrachtnemer niet vrij deze verlenging te weigeren. 2.4 Dit artikel laat het recht op ontbinding of vernietiging van deze overeenkomst onverlet. Artikel 3. Prijzen en Betaling 3.1 Het lumpsumbedrag, te weten € 3.132.670,- exclusief BTW zoals vastgesteld door gemeente Rheden en waarmee Opdrachtnemer zich door inschrijving zich uitdrukkelijk akkoord heeft verklaard is van toepassing. 3.2 Het totaalbedrag van de het lumpsumbedrag ligt vast gedurende de gehele looptijd van de overeenkomst en wordt niet geïndexeerd. 3.3 Opdrachtnemer stuurt Opdrachtgever maandelijks achteraf, voor het eerst over de periode januari 2021 een factuur voor het bedrag van € 261.055,83 exclusief BTW. 3.4 Opdrachtnemer stuurt haar factuur naar facturen@rheden.nl t.a.v. de heer R. Seegers. 3.5 Partijen gaan ervan uit dat de op basis van deze overeenkomst te leveren diensten vrijgesteld zijn van BTW.
Indien betreffende diensten desondanks met BTW belast zijn komt dit voor rekening van Opdrachtnemer. 3.6 Indien Opdrachtnemer zijn verbintenissen voortvloeiend uit de overeenkomst niet geheel of niet behoorlijk is nagekomen, heeft Opdrachtgever het recht de betaling op te schorten. Artikel 4. Overhead 4.1 Met uitzondering van 2021 -het opstartjaar- is gedurende de looptijd van de overeenkomst, inclusief eventuele verlenging, het maximale overheadpercentage van Opdrachtnemer 19 % van het voor de totale opdracht overeengekomen lumpsumbedrag zoals opgenomen in artikel 3.1. Artikel 5. Monitoring en KPI’s 5.1 Opdrachtnemer heeft een voorstel voor KPI’s gedaan, op basis van de te behalen resultaten die opdrachtgever in zijn aanbestedingsdocumenten heeft geformuleerd. Opdrachtgever vraagt aan opdrachtnemer verschillende instrumenten in te zetten om zowel kwalitatieve als kwantitatieve informatie te leveren. Daarnaast dienen een aantal KPI’s gezamenlijk met de gecontracteerde jeugdaanbieders afgesproken en gemeten te worden. De KPI’s en het format voor rapportage zullen in een apart addendum uiterlijk 31 maart 2021, behorende bij het contract, worden vastgelegd. Artikel 6. Rapportage 6.1 Uitgangspunt is dat Opdrachtnemer op basis van de afgesproken maatschappelijke effecten en KPI’s zijn registratiesysteem inricht.
Na het eerste kwartaal (vanaf april 2021) ontvangt Opdrachtgever maandelijks een online dashboard met de voortgang van de prestaties en de behaalde doelen op KPI, team, en organisatieniveau. Halfjaarlijks wordt de voortgang gerapporteerd met kwalitatieve en kwantitatieve informatie op basis van een vooraf afgestemd format. Dit format wordt in een addendum uiterlijk 31 maart 2021, behorende bij het contract, vastgelegd. Artikel 7. Rechtmatigheid 7.1 Partijen maken nadere afspraken over verantwoording en rechtmatigheid van de geleverde ondersteuning. Deze nadere afspraken worden uiterlijk 31 maart 2021 in een addendum behorende bij het contract vastgelegd. Artikel 8. Overleg 8.1 Om de voortgang te bewaken en tijdig te kunnen bijsturen, voeren Opdrachtgever en Opdrachtnemer regelmatig overleg. 8.2 Dit overleg vindt zowel op bestuurlijk niveau als op management- en uitvoerend niveau plaats. Het bestuurlijk overleg vindt vier maal per kalenderjaar plaats, het managementoverleg wordt uiterlijk drie weken voor een bestuurlijk overleg gepland.
Het uitvoerend overleg vindt twee maal per jaar plaats. Opdrachtnemer doet een voorstel voor vorm en inhoud van dit overleg. 8.3 Opdrachtgever wijst een accounthouder aan, die bij de start van de opdracht iedere twee weken overleg heeft met de programmaleider, dan wel projectleider van Opdrachtnemer. In de loop van 2021 zal in gezamenlijk overleg de frequentie van de overleggen teruggebracht worden naar een maal per vier weken, welke frequentie zal gelden voor de resterende looptijd van de overeenkomst. 8.4 Opdrachtnemer rapporteert tijdens de overleggen over de voortgang van hun Plan van Aanpak. 8.5 Per bestuurlijk en managementoverleg wordt een verslag gemaakt. Deze verslagen worden door de deelnemers aan het managementoverleg vastgesteld. Artikel 9. Niet-nakoming c.q. ontbinding van de overeenkomst 9.1 Indien een der partijen tekortschiet in de nakoming van een of meer van zijn verplichting(en) uit deze overeenkomst, zal de andere partij hem deswege in gebreke stellen, tenzij nakoming van de betreffende verplichtingen reeds blijvend onmogelijk is, in welk geval de nalatige partij onmiddellijk in verzuim is. De ingebrekestelling zal schriftelijk geschieden waarbij aan de nalatige partij een redelijke termijn zal worden geboden om alsnog zijn verplichtingen na te komen. Deze termijn heeft het karakter van een fatale termijn.
9.2 De partij die zijn verplichting(en) voortvloeiend uit deze overeenkomst niet nakomt of verzuimd heeft om binnen de gestelde termijn hieraan te voldoen schiet toerekenbaar tekort in de nakoming van zijn verplichtingen. De andere partij is bevoegd de overeenkomst (per direct) zonder schadevergoedingsplicht zijnerzijds, te ontbinden. 9.3 Onverminderd alle andere rechten tot ontbinding hebben partijen het recht de overeenkomst na schriftelijke ingebrekestelling met daarin opgenomen een redelijke termijn voor herstel te ontbinden indien de andere partij niet voldoet aan wettelijke vereisten ter zake van de uitoefening van de werkzaamheden die onderwerp zijn van deze overeenkomst. Artikel 10. Aansprakelijkheid en verzekering 10.1 De partij die toerekenbaar tekortschiet in de nakoming van zijn verplichting(en) is tegenover de andere partij aansprakelijk voor vergoeding van de door deze partij geleden of te lijden schade, welke verband houd met de activiteiten en leveringen die door Opdrachtnemer dienen te worden verricht ter uitvoering van deze overeenkomst en alle daarbij behorende bijlagen. 10.2 Tot de schadevergoeding behoort in ieder geval vermogensschade en ander nadeel. Vermogensschade omvat zowel geleden verlies als gederfde winst. Als vermogensschade komen mede voor vergoeding in aanmerking: a. Redelijke kosten ter voorkoming of beperking van schade; b.
Redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid; c. Redelijke kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte. Tevens komen alle kosten die Opdrachtgever maakt voor herstel van eventuele schade of voor het alsnog uitvoeren van de Opdracht door een derde voor vergoeding in aanmerking. 10.3 De partij die in zijn verplichtingen tekortschiet vrijwaart de andere partij voor eventuele aanspraken van derden op vergoeding van de schade. 10.4 Partijen dragen er zorg voor dat zij adequaat verzekerd zijn en blijven gedurende de looptijd van de overeenkomst voor de wettelijke en beroeps- en/of bedrijfsaansprakelijkheid. 10.5 Deze bedrijfsaansprakelijkheid dient minimaal € 2.000.000,- per gebeurtenis te dekken alsmede minimaal twee gebeurtenissen/uitkeringen per kalenderjaar. Artikel 11.
Aanpassing Algemene inkoopvoorwaarden Gemeente Rheden
De Algemene inkoopvoorwaarden worden als gevolg van de Nota van Inlichtingen als volgt aangepast waarbij onderstaande artikelen de oorspronkelijke artikelen uit de Algemene Inkoopvoorwaarden vervangen: 8.6 De Contractant vrijwaart de Gemeente voor strafrechtelijke boetes en bestuurlijke sancties (als bedoeld in artikel 5:2, eerste lid aanhef en onder a van de Algemene wet
bestuursrecht, het eventuele kostenverhaal daaronder begrepen) die verband houden met de Overeenkomst en die de Contractant of de Gemeente krijgt opgelegd, die Contractant direct zijn toe te rekenen, die verband houden met de Overeenkomst en die de Contractant of de Gemeente krijgt opgelegd. 13.2
Onder overmacht van de Contractant wordt in deze inkoopvoorwaarden in ieder geval niet verstaan: ziekte, gebrek aan personeel van de Contractant, staking van personeel, grondstoffentekort, transportproblemen, tekortkoming of niet-nakoming van de verplichtingen door toeleveranciers, storingen in de productie van Contractant en liquiditeits- en/of solvabiliteitsproblemen van Contractant. Dit geldt niet in geval van ziekte door epidemieën en/of pandemieën.
15.2
De boete laat onverlet alle andere rechten of vorderingen, waaronder, doch niet uitsluitend, de vordering van de Gemeente tot nakoming. De gemeente zal geen boete en schadevergoeding naast elkaar vorderen.
22.4
De goedkeuring van de Diensten zal geschieden door middel van een schriftelijke verklaring van de Gemeente. Indien de Gemeente de Diensten niet goedkeurt, geeft zij uiterlijk binnen een termijn van 4 (vier) weken na ontdekking van de tekortkoming gemotiveerd aan waarom de goedkeuring onthouden wordt.
23.2
Artikel 23.2 van de Algemene Inkoopvoorwaarden gemeente Rheden komt te vervallen.
24.1
Partijen zijn gerechtigd de Overeenkomst met redenen omkleed op te zeggen met inachtneming van een opzegtermijn. De opzegtermijn voor de Gemeente betreft 6 (zes) maanden. De opzegtermijn voor de Contractant betreft 12 (twaalf) maanden.
25.3
Ingeval van ontbinding door één van de partijen als bedoeld in lid 1 is de andere partij geen vergoeding verschuldigd voor de Prestaties die niet zijn verricht en zijn partijen nimmer tot welke vorm van schadevergoeding dan ook gehouden. Partijen zijn gehouden de andere partij te vrijwaren ter zake van vorderingen van derden die ten gevolge van de ontbinding mochten ontstaan. Eventuele aan de andere partij verrichte onverschuldigde betalingen worden terugbetaald vermeerderd met wettelijke rente vanaf de dag waarop dit is betaald.
Artikel 12. Wijzigingen 12.1 Afspraken die in een overleg door contactpersonen van partijen worden gemaakt zullen niet gelden als aanvulling of wijziging van deze overeenkomst. Partijen garanderen over en weer dat de personen die namens hen aan overleg deelnemen bevoegd zijn afspraken te maken. 12.2 Wijzigingen van deze overeenkomst, alsmede aanvullingen daarop, zijn slechts geldig voor zover deze schriftelijk door daartoe bevoegde personen zijn overeengekomen, door beide partijen zijn goedgekeurd door middel van ondertekening en als addendum zijn toegevoegd aan deze overeenkomst. 12.3 Wijzigingen of aanvullingen van deze overeenkomst betreffen geen wezenlijke wijzigingen op deze overeenkomst of bijbehorende bijlagen.
Artikel 13. Slotbepaling 13.1 Door ondertekening van deze overeenkomst vervallen alle eventueel eerder door partijen gemaakte mondelinge, dan wel schriftelijke afspraken. 13.2 De voorwaarden van deze overeenkomst zijn, voor zover aan de orde, van toepassing op alle aanvullende en gelieerde overeenkomsten alsmede alle (overige) afspraken ter uitvoering van de overeenkomst die tijdens de looptijd van deze overeenkomst tussen Opdrachtgever en Opdrachtnemer worden gesloten. 13.3 Ongeacht het overigens bepaalde in deze overeenkomst en de algemene Inkoopvoorwaarden zullen in ieder geval de volgende verplichtingen na het einde van de overeenkomst van toepassing blijven: geheimhouding, eigendomsrechten,
aansprakelijkheid en geschilbeslechting, alsmede verplichtingen welke naar hun aard de duur van de overeenkomst overstijgen.
Aldus in tweevoud opgemaakt en ondertekend op ……………………...
Mevrouw G. Hofstede Wethouder
Mevrouw R.S. Asmus Operationeel Directeur
Namens Gemeente Rheden en Gemeente Rozendaal
namens Stichting Incluzio Uitvoering
1 5 Overeenkomst Incluzio Bijl 4 Mandaat.docx
MANDAATBESLUIT
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rozendaal verleent, gelet op artikel 160, eerste lid, aanhef en onder e, van de Gemeentewet en de bepalingen van afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht, mandaat aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rheden tot het ondertekenen van de Overeenkomst Sociale Basis 2021 tussen gemeente Rheden en gemeente Rozendaal en Stichting Incluzio Uitvoering.
Rozendaal,
Burgemeester en wethouders van Rozendaal, De secretaris,
De burgemeester,
Boele Boelens
Ester Weststeijn
1 6 Overeenkomst Incluzio Bijl 5 Volmacht.docx
VOLMACHT
De burgemeester van de gemeente Rozendaal, mevrouw drs. E. Weststeijn, verklaart hierbij: mevrouw G. Hofstede, wethouder Sociaal domein van de gemeente Rheden,
op grond van artikel 171, tweede lid, van de Gemeentewet op te dragen om voor en namens haar te ondertekenen: de overeenkomst Sociale Basis 2021 tussen gemeente Rheden en gemeente Rozendaal en Stichting Incluzio Uitvoering. Getekend te Rozendaal op,
drs. E. Weststeijn, burgemeester
04.01.3 Lange termijnagenda Raad 1 Week 13 Lange termijn agenda (LTA).docx
Maart 2021
Lange termijnagenda raad Planning Werkelijk Onderwerp 23 mrt Turap 1 Grex De Del Beleidskader minimabeleid en schuldhulpverlening 2021-2024
20 april 25 mei
6 jul
21 sep
Verordening beslistermijn schuldhulpverlening (SHV) Aanpassing APV, parkeren in de berm Aanwijzingsbesluit Griffier en instelling werkgeverscommissie Plan van aanpak Rozendaal 2030: De kracht van klein Regionaal Programma Werklocaties 2021-2024 Ontwerpbegroting VGGM Extra digitale raadsvergadering Ontwerp-begroting VGGM en Comptabiliteit Jaarrekeningen / begrotingen div. samenwerkingsverbanden Regelingen Groene Metropoolregio (Informatieprotocol en toe- en uittredingsregeling) RES 1.0 Kadernota 2022 Turap 2 Jaarrekening 2020 Jaarrekening scholengroep Veluwezoom Algemene plaatselijke verordening (APV) Renovatie fietspad buitengebied Concept Transitievisie Warmte Regionale uitvoerings-/samenwerkingsafspraken Beschermd Wonen
Toelichting
Beleidskader Rheden-Rozendaal, van toepassing verklaren op Rozendaal. Beleidsmatig kader voor verordening SHV Vaststellen
Zienswijze raad t.a.v. ontwerp-begroting VGGM DRAN/Veilig Thuis/MGR/Gelders Archief/Regio Arnhem/ODRA
Vaststellen nieuwe APV ter vervanging van de APV 2018
Planning is Q3. Ivm Begrotingsraad is 21 sept de voorkeursdatum.
Maart 2021 Planning Werkelijk Onderwerp Verstedelijkingsstrategie Groene Metropoolregio Transitievisie Warmte 2 nov Programmabegroting 2022 14 dec Nieuwe belastingverordeningen Turap 3 Frauderisicoanalyse Evaluatierapportage voortgang uitvoeringsagenda Rozendaal energieneutraal 2050
Toelichting
Raadsinformatiebijeenkomsten 9 mrt 10 mrt 11 mrt 16 mrt 18 mrt 20 april 20 april 18 mei 22 mei 22 juni
Raadsinformatiebijeenkomst Energietransitie en RES en Plan van Aanpak Rozendaal 2030: de kracht van klein Bijeenkomst RES Raadsinformatiebijeenkomst Begroting VGGM, nieuwe verdeelsleutel kosten brandweer 2e raadsinformatiebijeenkomst begroting VGGM, beleidsontwikkelingen en financieel technische aspecten
Lokaal
Extra raadsvergadering voorafgaand aan infobijeenkomst Sociaal Domein Informele Raadsinformatiebijeenkomst Sociaal Domein Regionale raadsinformatieavond MGR SD Regionale raadsinformatieavond MGR SD Financiële avond
Zienswijze raad t.a.v. ontwerp begroting VGGM
Regionaal Regionaal, uitnodiging volgt Regionaal, uitnodiging volgt
20:00 uur – 21:30 uur, lokaal, uitnodiging volgt Regionaal Regionaal Lokaal
04.01.4 Motie gemeente Winterswijk Basismobiliteit voor iedere inwoner dicht bij huis 1 Week 13 Motie gemeenteraad Winterswijk - Basismobiliteit voor iedere inwoner dichtbij huis.pdf
M3
a Winterswijk semeente
MOTIE
lndiener(s): PvdA, VVll, CDA Onderwerp: Basismobiliteit voor iedere inwoner dichtbij huis
Zaaknummer: 217878
De raad van de gemeente Winterswijk, in openbare vergadering bijeen op 25 maart
2021,
constaterende dat: ¡ w€ door de bundeling van vervoersstromen met ZOOV in de Achterhoek een integraal, (kosten)efficiënt en duurzaam systeem van basismobiliteit kennen; ¡ wê in de Achterhoek met ZOOV een hoog gewaardeerd en goed functionerend systeem van basismobiliteit kennen en ZOOV als uitvoerder van het ov-vangnet en integraal aanbod kan bieden aan de gebruikers en onder andere vervoer van deur tot deur biedt; . de provincie Gelderland plannen heeft gepresenteerd voor een op het regulier openbaar vervoer (ov) aanvullend ov-vangnet, en de introductie van HaltetaxiRRReis;
o de provincie in de Visre voor een bereikbaar Gelderland schrijft dat met het ovvangnet alle plekken in Gelderland worden ontsloten waar geen (buurt)bus en trein komt, maar op basis van de Nota van Uitgangspunten van HaltetaxiRRReis het er op lijkt dat HaltetaxiRRReis als haltetaxi alleen gaat rijden tussen haltes;
overwegende dat: . er met de voorgenomen provinciale plannen een extra vervoerssysteem wordt geïntroduceerd en dit tot nadelige gevolgen kan leiden voor de verschillende reizigersgroepen van ZOOV, zoals de verschraling van de fijnmazigheid doordat HaltetaxiRRReis als haltetaxi gaat rijden tussen haltes en geen vervoer van deur tot deur biedt; reizigers van ZOOV op Maat straks niet meer samen kunnen reizen met een Wmo-reiziger; vervoerders achter elkaar aan gaan rijden voor (grotendeels) dezelfde doelgroep; in een inclusieve samenleving een laagdrempelige, toegankelijke, betaalbare en passende vorm van openbaar vervoer met een fijnmazig netwerk voor iedere inwoner dichtbij huis beschikbaar moet zijn; dat verschraling van het openbaar vervoer absoluut niet wenselijk is en het voorzieningenniveau minimaal op het huidige niveau behouden moet blijven;
o o o
. ¡
draagt het college op: . samen met de overige Achterhoekse gemeenten en de andere Gelderse vervoerregio's in overleg te treden met de provincie met als doel het voorzieningenniveau minimaal op het huidige niveau te behouden; draagt de griffier op . deze motie te verspreiden onder de gemeenteraden in de provincie Gelderland, Gedeputeerde Staten, Provinciale Staten en SRHK Ambassadeurs; en gaat over tot de orde van de dag
1
gemeente
Win terswijk
Aldus besloten door de gemeenteraad van de gemeente Winterswijk in zijn openbare vergadering gehouden op 25 maart 2021,
a
2
04.09.1 Aanbesteden lokale maatwerkdiensten 1 Reactie NJi op AEF rapport Stelsel-in-groei.pdf
Reactie NJi op AEF-rapport ‘Stelsel in groei’ Het rapport ‘Stelsel in groei’ van AEF1 biedt een interessante blik op de vraag of er structureel extra middelen nodig zijn om de Jeugdwet doelmatig en doeltreffend uit te voeren, en welke maatregelen er te nemen zijn om de kosten te verminderen. De focus ligt daarbij op de taken van de gemeenten binnen de jeugdwet. Juist die focus is te beperkt voor de vraag welke maatregelen te nemen zijn. Het is nodig om breder te kijken naar de kwaliteit van het jeugd- en gezinsbeleid van de overheid. Zo is ook de gedachte achter de Jeugdwet zelf: integraal (jeugd)beleid van de gemeente is een belangrijke sleutel om de vraag naar jeugdzorg en de daarmee gemoeide kosten te verminderen. Doel en belangrijkste conclusies van het rapport Het onderzoek was bedoeld basis te geven voor het gesprek over de middelen die structureel nodig zijn voor jeugdhulp, kijkend naar de taken van de gemeenten binnen de jeugdwet. De belangrijkste conclusie is dat op basis van de huidige uitgangspunten het structurele tekort 1,3 tot 1,5 miljard euro is. Bekeken is welke mogelijkheden gemeenten hebben om doelmatiger te werken binnen de huidige uitgangspunten van de Jeugdwet. De transitiekosten die aan de invoering van de Jeugdwet kleven (ongeveer 56 miljoen euro per jaar) zullen wegvallen.
Voorts kunnen gemeenten 190 tot 240 miljoen euro besparen door doelmatiger te werken. Specifiek is bestudeerd in hoeverre de kosten naar verwachting nog zullen dalen door een verwacht boeggolf-effect2. In dat licht constateert AEF dat preventie en vroegsignalering vanuit het jeugdwet-budget een kostenopdrijvend effect hebben (‘eerder een verhoging van het waterpeil dan een boeggolf’) en dat de kosten daardoor dus niet zonder meer zullen dalen. De belangrijkste reden is volgens AEF dat de effecten van preventie klein zijn en er meer problemen worden gesignaleerd. De betekenis van het rapport De studie levert voor de gemeenten en het Rijk aanknopingspunten om het gesprek te voeren over de gevolgen van de decentralisatie en de benodigde middelen voor de uitvoering van taken binnen de Jeugdwet. Tegelijk constateren wij dat de vervolgacties op basis van het rapport de noodzakelijke transformatie van het jeugdstelsel kunnen hinderen in plaats van bevorderen. Nodig is om goed in de gaten te houden wat het rapport precies zegt en welke betekenis dat heeft voor de vervolgacties. Een aantal punten is daarvoor illustratief (zie de bijlage voor een nadere toelichting). 1. Verklaringen voor kosten of tekorten. AEF constateert dat de kosten per cliënt zijn gestegen en zoekt verklaringen binnen de gemeentelijke taken volgens de Jeugdwet en het daaraan gekoppelde budget.
Andere belangrijke verklaringen konden niet worden geverifieerd of werden niet onderzocht. Een voorbeeld: geen aandacht krijgt de vraag of de uitstroom stagneert omdat er gedurende de hulp er te weinig werk wordt gemaakt van een domeinoverstijgende gezinsaanpak die zich richt op bijvoorbeeld in het spel zijnde psychische problemen van de ouders, problemen rondom bestaanszekerheid en veiligheid. Deze vraag speelt op dit moment bijvoorbeeld sterk in de noodzakelijke verbetering van de jeugdbescherming. Daar dringt de noodzaak zich op van de ontwikkeling van een bredere gezinsaanpak – óók als het gaat om maatregelen in een gedwongen kader – in plaats van het volharden in een smalle focus op alleen de jeugdzorg. 2. Geen hogere instroom, wel lagere uitstroom? AEF constateert dat de toename van het volume jeugdzorg niet komt door groei van de instroom van nieuwe cliënten, maar door een
langere duur van de zorg. De analyse concentreert zich op de trend 2015-2019. Voor een goed begrip is het van belang naar meer jaren te kijken. Dan blijkt dat het jeugdzorggebruik zich in de afgelopen 20 jaren kenmerkt door een gestaag groeiende instroom. Er zijn aanwijzingen dat de instroom sinds 2017 langzaam afbuigt tot een stabilisatie, zij het op een hoog niveau. Analyses van de meerjarige trend dwingen ons niet alleen te kijken naar de redenen voor een langere zorgduur, maar ook naar de aanleidingen voor de (groeiende of stabiliserende) hoge instroom. Dan komen ontwikkelingen in de samenleving in beeld die de hoge instroom verklaren, alsook verbeteringen van het jeugd- en gezinsbeleid die nodig zijn om dat frequente inroepen van jeugdzorg minder nodig te maken. 3. Preventie en vroegsignalering werken kostenopdrijvend voor gemeenten? De bevinding van AEF is dat preventie en vroegsignalering een kostenopdrijvend effect hebben binnen de Jeugdwet.3 Bij nadere analyse blijkt dat AEF een ruwe schatting maakt, uitgaand van een investering vanuit het jeugdzorgbudget en/of algemene middelen in een ‘smalle’ vorm van preventie en in de inrichting van de toegang. Dat is begrijpelijk als de scope beperkt is tot die van de Jeugdwet. De besparingen op jeugdzorg kunnen dan ook niet anders dan beperkt zijn. Onderzoek dat een breder perspectief hanteert, laat een gunstiger beeld zien.
Daarin wordt bijvoorbeeld gekeken naar de effecten van een herallocatie van bestaand budget in gemeentelijke domeinen zoals de jeugdgezondheidszorg en jeugdwelzijn ten behoeve van een meer doelbewuste inzet van preventieve interventies. Die interventies hebben vaak een groot bereik (onder meer door inzet in het onderwijs), relatief lage kosten en goede kwaliteit. Dat blijkt te lonen, óók als het gaat om besparing op jeugdzorg. Het pleit sterk voor die brede – en niet de smalle – benadering in de inzet van preventie en vroegsignalering. De beleidstheorie achter de Jeugdwet veronderstelt een integraal gemeentelijk (jeugd)beleid. Dat was de reden voor de overheveling van de jeugdzorg naar de gemeenten. In die context belicht de analyse en advisering van AEF slechts één aspect. Meer algemeen noopt het rapport tot het stellen van de centrale vraag of gemeenten (en bijvoorbeeld de jeugdgezondheidszorg en het onderwijs) er voldoende in slagen om de samenhang in het jeugd- en gezinsbeleid goed van de grond te krijgen. Zonder die vraag schieten analyse van de huidige situatie en daarmee de oplossingen tekort. Het antwoord maakt het noodzakelijk breder naar de kwaliteit van het jeugd- en gezinsbeleid van de overheid te kijken, inclusief beleid inzake kinderopvang, onderwijs, arbeidstoeleiding en gezinsondersteuning.
Dit zou ook om een kosten-baten-analyse vragen op een hoger niveau dan Jeugdwet, Passend Onderwijs, Kinderbescherming, Wmo en Publieke gezondheid afzonderlijk. Hoe dan ook is het van belang de vervolgactiviteiten naar aanleiding van het rapport goed te voeden met kennis over het waarom van de decentralisatie en over wat werkt in de domeinoverstijgende preventie en aanpak van vragen en problemen bij jeugdigen en opvoeders. Daaruit leren we dat een integraal (jeugd)beleid van de gemeente een belangrijke sleutel is om onder meer de vraag naar jeugdzorg en de daarmee gemoeide kosten te verminderen. Kijken met die brede focus was niet de opdracht aan AEF, maar moet wel worden geadresseerd op beleidsniveau, willen we voorkomen dat het gesignaleerde tekort in het jeugdzorgbudget nu met een deal over de Jeugdwet wordt afgemaakt en we over een paar jaar opnieuw een politiek probleem zien ontstaan.
2
Bijlage: Nadere toelichting op genoemde punten Ad 1. Verklaringen voor kosten of tekorten AEF is gebonden aan de opdracht om de analyses en de adviezen te richten binnen de kaders van de Jeugdwet. De samenhang met andere domeinen, zoals het onderwijs, is evident en wordt gesignaleerd, maar blijft buiten beschouwing. Vanuit de beleidstheorie achter de Jeugdwet is deze focus te beperkt als we naar een goed advies toe willen werken over de vraag wat te doen. Die beleidstheorie zegt namelijk dat gemeenten en andere partners die lokaal opereren beter in staat zijn – vergeleken met het oude stelsel – om samen te werken en maatwerk te leveren. De wortels van de problematiek van jeugdigen liggen immers vaak elders, bijvoorbeeld omdat er sprake is van echtscheiding, psychische problematiek van de ouders, armoede of een gebrekkig functioneren van sommige scholen. Niet alleen de drie decentralisatiewetten maar ook bijvoorbeeld het onderwijs en gezondheidszorg (zoals JGZ) worden daarom expliciet genoemd in de memorie van toelichting op de Jeugdwet. Meer specifiek: • De gemeente heeft met de Jeugdwet de taak én meer directe sturingskracht gekregen als het gaat om het smeden van samenhang tussen enerzijds jeugdzorg met anderzijds het jeugdwelzijn, het basistakenpakket van de Jeugdgezondheidszorg in het kader van de WPG en meer algemeen het lokaal-preventief jeugdbeleid.
• Specifiek zijn de bepalingen in de Jeugdwet en Wet Passend Onderwijs over het ontwikkelen van een samenhangend beleid afgestemd; het zijn zogeheten spiegelbepalingen. Ook de afstemming met het onderwijs maakt dus onderdeel uit van de beleidstheorie. • De drie decentralisatiewetten maken het mogelijk om een meer samenhangend gezinsbeleid tot stand te brengen als het gaat om bijvoorbeeld de bestaanszekerheid van ouders, het beleid inzake kinderopvang en de maatschappelijke ondersteuning van gezinnen. Dit maakt duidelijk dat het zinnig is om breder naar de kwaliteit van het jeugd- en gezinsbeleid van de overheid te kijken, in samenhang met het beleid inzake kinderopvang, onderwijs, vrijetijdsbesteding, sport, arbeidstoeleiding, jeugdgezondheidszorg en gezinsondersteuning. Dat geldt voor de preventie en aanpak van veel problemen in het opgroeien en opvoeden die een grote maatschappelijke impact hebben, zoals: • Gedragsproblemen en angst bij jeugdigen (die veelal aanleiding zijn tot het inschakelen van jeugdzorg en speciale onderwijsvoorzieningen); • Kindermishandeling of huiselijk geweld; • Jeugdcriminaliteit; • Schooluitval; • Pedagogische problemen als gevolg van complexe scheidingen. Het is van groot belang om hier beleid op te ontwikkelen met duurzame effecten, zowel als het gaat om de preventie als ook de aanpak.
Er zijn vele voorbeelden die duidelijk maken dat daarvoor een domeinoverstijgend jeugd- en gezinsbeleid nodig is.
3
Ad 2. Geen hogere instroom, wel lagere uitstroom? Het rapport constateert dat de groei van het volume jeugdzorg zich niet voordoet door groei van de instroom van nieuwe cliënten, maar een langere duur van de zorg. Maar de analyse van AEF concentreerde zich op de trend 2015-2019. Voor een goed begrip is het van belang uit te zoomen en te kijken naar hoe dit past in een grotere trend. Een studie van het NJi laat zien dat de laatste 20 jaren het gebruik van jeugdzorg zich duidelijk kenmerkt door een gestaag groeiende instroom. Kreeg in 2000 nog 1 op elke 27 kinderen en jongeren jeugdzorg, nu is dat 1 op de 8.4 De grootste stijging zit door de jaren heen bij de ambulante zorg, maar tegelijkertijd neemt het beroep op zware zorg niet af. Bij een langere verblijfsduur zou een geleidelijk verminderde instroom te verwachten zijn (een soort ‘opdroogeffect’ in de instroom). Dat is niet het geval: ondanks de langere verblijfsduur blijft de instroom op een hoog peil. We zien dus dat een langer verblijf in de zorg in combinatie met een voortdurende hoge instroom maakt dat er per saldo steeds meer gezinnen gebruikmaken van jeugdzorg.
Een andere studie laat zien dat het gebruik van speciale onderwijsvoorzieningen, met name voor kinderen met gedrags- en psychische problemen, in de laatste 20 jaren eveneens op een hoog peil staat.5 Er vindt dus ook geen verschuiving plaats naar jeugdzorg ten gunste van een verminderde inzet van speciale onderwijsvoorzieningen. De volumegroei is dus niet alleen verklaarbaar uit een achterblijvende uitstroom. Andere studies duiden op (ook) een groeiende instroom als meerjarige trend. Er zijn aanwijzingen dat de instroom de laatste jaren langzaamaan afbuigt tot een plateautrend. Dat plateau bevindt zich op een hoog niveau van instroom.
Ad 3. Preventie en vroegsignalering werken kostenopdrijvend voor gemeenten? AEF onderzocht de veronderstelling dat preventie uiteindelijk leidt tot minder kosten voor jeugdhulp, en concludeert dat het tegendeel het geval is. Op pag 123 staat: ‘Op basis van deze gegevens, en uitgaande van een gemiddelde NNT van 8 kan met een simpele berekening geconcludeerd worden dat een gemiddelde effectieve interventie netto alleen kosten bespaart als er een jeugdhulptraject van minstens € 16.000,- mee voorkomen wordt.’ Op pag 126 ‘Hieruit volgt dat de meeste interventies alleen kosteneffectief zijn, als de prijs van de interventie naar verhouding veel lager is dan de kosten van het voorkómen jeugdhulptraject, en er voor een relatief groot gedeelte van de jeugdigen een jeugdhulptraject voorkomen wordt. Vanzelfsprekend zijn er specifieke interventies (voor specifieke doelgroepen) waarvoor dit het geval is, maar deze zijn meer uitzondering dan regel. Over het algemeen hebben preventie en vroegsignalering eerder een kostenopdrijvend effect binnen de Jeugdwet, omdat een latente vraag wordt aangeboord en omdat er relatief veel jeugdigen behandeld moeten worden om er bij één tot een effect te leiden. … De aanname dat er eerder bij zijn leidt tot een verlaging van kosten binnen de Jeugdwet, waarin de afgelopen jaren veel beleid op gebaseerd is, lijkt niet terecht.
… In plaats daarvan leidt de brede inzet op preventie en vroegsignalering tot een structurele verhoging van het waterpeil: een verhoogd voorzieningenniveau, waarmee ook een nieuwe standaard ontstaat waartegen uitdagingen in het opvoeden en opgroeien worden afgezet.’
4
Goed is om hier uitgebreider bij stil te staan, omdat het NJi als reactie op de conclusie van AEF hoort dat deze de vraag oproept of de inzet op preventie te verminderen is. Er zijn verschillende studies en ervaringen van gemeenten die juist wel wijzen op een reducerend effect van preventie op de kosten voor jeugdzorg.6 Het is – wetenschappelijke gezien – niet ongebruikelijk dat een studie iets anders laat zien dan een andere studie. De vraag is vooral: hoe zou het verschil te begrijpen en te verklaren zijn? Daarvoor is het nodig om als het ware met de stofkam door het rapport te gaan. Wij beperken ons hier tot drie observaties. • Een cruciaal punt is dat de AEF-conclusie met betrekking tot het kostenopdrijvende effect breder gaat dan alleen preventie, omdat dit effect ook betrekking heeft op het zogeheten voorliggend veld inclusief de toegang. In het rapport staat: ‘Om te bepalen hoe groot het structurele tekort is, is in dit onderzoek (in afstemming met de stuurgroep) 2019 als basisjaar genomen. In het onderzoek hebben we echter ook gekeken hoe de kosten en het budget zich sinds 2015 ontwikkeld hebben. Daarbij zijn niet alleen de kosten voor individuele voorzieningen meegenomen, maar ook de meerkosten voor toegang en voorliggend veld.