Agendabundel
Tekst van het document
Dit zijn de extra kosten die gemeenten sinds de decentralisatie gemaakt hebben in de toegang en het voorliggend veld (inclusief preventie), vaak met als doel kosten te besparen op individuele voorzieningen.’ (pag 12). Daarover geeft het rapport aan: ‘De meerkosten voor toegang en voorliggend veld zijn fors gestegen, met name van 2016 naar 2017. Het verschilt per gemeente sterk wat voor activiteiten zij binnen het voorliggend veld uitvoeren en wat de kosten daarvan zijn. Er is weinig bekend over de belangrijkste kostendrijvers, en de effecten van de investeringen.’ (pag. 77). De evaluatie van de jeugdwet heeft laten zien dat de gemeenten tot 2018 nog nauwelijks zijn toegekomen aan versterking van de preventie.7 In de periode vanaf 2015 zijn veel gemeenten wel begonnen met de inrichting van lokale teams – dicht bij de burger - die een belangrijke toegang vormen tot individuele voorzieningen, waaronder jeugdzorg.8 Dat zal met de nodige kosten gepaard zijn gegaan. En het is al vaker geconstateerd dat een toegang dichter bij de burger (‘laagdrempeliger’) leidt tot meer instroom in de zorg, of in ieder geval een hoge instroom in stand houdt. 9 Wij kennen wij geen studies naar de kosten en baten van een laagdrempeliger toegang die laten zien dat dit an sich leidt tot een besparing op jeugdzorg.
Logischerwijs is die besparing alleen te realiseren door een goed preventie-aanbod vóór die toegang en een normaliserende hulp ín die toegang. • Een ander cruciaal punt is dat in de AEF-analyse alleen is uitgegaan van nieuwe/extra investeringen in de inzet van preventieve interventies ten laste van de financiële middelen voor de uitvoering van de jeugdwet en/of de algemene middelen. In een studie naar het preventief jeugdbeleid in Rotterdam10 werd daarentegen gerekend met een herallocatie van bestaande middelen uit de jeugdgezondheidszorg en jeugdwelzijn ten gunste van de inzet van meer preventieve interventies van goede (bewezen) kwaliteit. De effecten van deze herallocatie zorgen volgens berekeningen tot een aanzienlijke besparing op jeugdzorg, zonder dus extra kosten. Dat laat zien dat door de decentralisatie de gemeente een samenhangender en veel doelmatiger beleid kan vormen. Tel uit je winst, is hier de moraal. • Kijken we specifiek naar preventie, dan is dat begrip in de AEF-studie smal ingevuld. In de analyse zijn alleen enkele preventieve interventies doorgerekend gericht op specifieke groepen jeugdigen en gezinnen, met een accent op de aanpak van risicofactoren en beginnende problemen. In de genoemde Rotterdam-studie is een breder perspectief gehanteerd en is mede ingezet op het versterken van de pedagogische basisvoorzieningen en vormen van collectieve preventie.
Zo zijn interventies meegenomen die bijvoorbeeld met steun van de gemeente via het onderwijs en in
5
de buurt met een groot bereik en tegen relatief lage kosten zijn uit te voeren, zoals Taakspel, Kanjertraining en Thuis op Straat. Ook dat draagt duidelijk bij aan het – zonder extra financiële middelen - verminderen van het beroep of jeugdzorg en daarmee gepaard gaande kosten. Al met al is de analyse van AEF een schatting uitgaand van een investering vanuit het jeugdzorgbudget en/of algemene middelen in een ‘smalle’ preventie en de inrichting van de toegang. Dat is begrijpelijk als de scope is beperkt tot die van de Jeugdwet. Onderzoek dat een breder perspectief hanteert en meer gebruikmaakt van de gedachte achter de decentralisatie dat een gemeente domeinen met elkaar verbindt, laat een gunstiger beeld zien. De analyse van AEF maakt – geplaatst tegen de achtergrond van andere studies - des te meer duidelijk dat een breder perspectief noodzakelijk is om de juiste oplossingen voor de grote vraag naar jeugdzorg aan te pakken. Nederlands Jeugdinstituut, 2021
Noten 1 Hilderink, A. e.a.. Stelsel in groei. Een onderzoek naar financiële tekorten in de jeugdzorg. Utrecht: AEF, 2020. 2 De ‘boeggolf-theorie’ gaat ervan uit dat na de decentralisatie het gebruik van jeugdzorg eerst kan stijgen door een
laagdrempeliger toegang, om vervolgens te dalen door inzet van preventie en vroegsignalering. 3 Voor de goede orde, AEF stelt dat preventie wel effectief kan zijn in drie opzichten (p. 21 en 125): 1. het kan in veel
gevallen leiden tot een verhoging van de kwaliteit van leven, zonder bij te dragen aan een lager kostenniveau binnen de Jeugdwet; 2. Preventie en vroegsignalering kunnen leiden tot vermindering van kosten in andere wettelijke kaders; 3. Als gekozen wordt tussen een effectieve interventie en een niet-effectieve interventie, zal de eerste betere resultaten opleveren en een besparing geven als ze fungeren als substitutie voor een minder effectief jeugdhulptraject. 4 Yperen, T. van, Prakken, J. en Maat, A. van de (2019). Het groeiend jeugdzorggebruik. Duiding en aanpak. Utrecht:
Nederlands Jeugdinstituut. Het beeld is ook geschetst door o.a. CBS. In 2020 is de instroom kleiner (zie: https://www.cbs.nl/nl-nl/cijfers/detail/84856NED; of dit een effect is van de corona-crisis of niet is nog onduidelijk. 5 Yperen, T. van, Donker, A. & Deen, C. (2020). Trends in gebruik speciale onderwijsvoorzieningen. In: Centraal Bureau
voor de Statistiek / CBS (Red.), Jaarrapport Landelijke Jeugdmonitor 2020 (Hoofdstuk 11). Den Haag: CBS, 2020. (https://www.cbs.nl/nl-nl/publicatie/2020/49/jaarrapport-2020-landelijke-jeugdmonitor) 6 Zie bijvoorbeeld
•
Daphne Kann-Weedage et al. Effectieve preventie Rotterdam. Business case en maatschappelijke kostenbatenanalyse (Update). Rotterdam / Utrecht: Ecorys / Nederlands Jeugdinstituut, 2019. • https://www.binnenlandsbestuur.nl/sociaal/nieuws/eindelijk-met-het-jeugdbudget-in-dezwarte.14101005.lynkx • https://www.binnenlandsbestuur.nl/sociaal/nieuws/beuningen-heeft-geen-tekort-op-jeugdzorg.9969260.lynkx Het NJi werkt momenteel aan een uitgebreid overzicht van studies op dit vlak. 7 Friele, R. e.a. (2018). Eerste evaluatie Jeugdwet. Na de transitie nu de transformatie. Den Haag: ZonMw. 8 Arum, S & T. van den Enden (2018). Sociale wijkteams opnieuw uitgelicht. Utrecht: Movisie 9 Zie
• Sadiraj ea (2013). Groeit de jeugdzorg door? Het beroep op de voorzieningen: realisatie 2001-2011 en raming 20112017. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.
6
• Folsche e.a. (2018). Onderzoek naar toename jeugdhulp wijkteams. Amsterdam/Den Haag: I&O Research/ VWS. 10 https://www.rotterdam.nl/wonen-leven/jeugd/Rapportage-Jeugdbeleid_Rotterdam.pdf
7
1 Reactie samenwerkende BV-en AEF rapport Stelsel in groei.pdf
Datum Betreft
7 maart 2021 Reactie samenwerkende beroepsverenigingen AEF-rapport ‘Stelsel in groei’
De samenwerkende beroepsverenigingen Zorg voor de Jeugd1 hebben kennisgenomen van de analyse van de financiële tekorten in het jeugdstelsel die AEF heeft gemaakt in het rapport ‘Stelsel in groei’. Graag willen wij onze reactie op dit belangwekkende rapport delen met in ieder geval het ministerie van VWS, directie Jeugd. De druk op de financiën heeft immers gevolgen voor professionals en daarmee voor jongeren en gezinnen; bij onvoldoende financiële middelen is er niet altijd ruimte voor een passend antwoord op de vaak complexe problematiek waarmee professionals, jongeren en gezinnen worden geconfronteerd. Door de afgegrensde opdracht van het AEF-rapport, is de analyse versmald tot het bepalen van het bedrag dat gemeenten nodig hebben om de jeugdhulp te kunnen uitvoeren. Bij de vervolgstappen naar aanleiding van het rapport wordt enkel gekeken naar financiële bezuinigingsoverwegingen. De invalshoek van de beroepsverenigingen is echter breder. Er moet gekeken worden naar een verbetering van het jeugdstelsel die uitgaat van kwalitatieve en passende hulp, in combinatie met kostenbesparingen of benodigde structurele financiering. Wij zien een stelsel dat vastloopt vanwege basale structuurfouten. Tegelijkertijd zien wij kansen voor een mooi jeugdstelsel dat, in samenhang met het gewone leven in de samenleving, bijdraagt aan het ultieme doel dat alle kinderen thuis prettig opgroeien.
Een stelsel waarin aandacht is voor positief jeugdbeleid in plaats van de probleemgerichte aandacht voor kinderen met wie het niet goed gaat. De samenwerkende beroepsverenigingen zijn van mening dat juist door de inhoud in de jeugdhulp voorop te stellen het mogelijk is te komen tot goede doelmatige en doeltreffende hulp en besparingen. De BGZJ onderschrijft dit ook in de brief2 die zij recent publiceerde. Dat kan betekenen dat uitgangspunten van de Jeugdwet moeten worden aangepast of nader geduid. Daar willen wij met deze reactie een aanzet toegeven. 1. Inhoudelijke expertise van professionals is noodzakelijk AEF gaat er in het rapport te gemakkelijk vanuit dat professionals de oorzaak vormen van de stijgende zorgkosten, omdat zij moeite hebben met normaliseren en vanuit zorgzaamheid, bevlogenheid en risicomijdend gedrag te veel ondersteuning en zorg leveren. Uit het onderzoek naar gemeenten die goed op weg zijn met de inhoudelijke transformatie3 en ook een financieel beheersbare transformatie hebben weten te realiseren, blijkt juist dat vertrouwen en ruimte voor professionals aan het succes kunnen bijdragen. Wij voelen ons (als vertegenwoordigers van) professionals verantwoordelijk voor doelmatigheid en dat betekent zowel tijdig opschalen als tijdig afschalen.
Als wij daarin zaken beter kunnen doen, gaan wij daarover graag het gesprek aan, echter wel na verdiepende, inhoudelijke analyse. 2. Preventie: veel te vroeg om af te schieten 1
NIP, NVvP (afdeling KJP), BPSW, NVO, BV Jong, FVB, LVVP, V&VN, AJN, NVK. Jeugdzorg Nederland › Jeugdbranches stappen uit overleg met Rijk en gemeenten 3 Eigenwijs transformeren. Een onderzoek naar succesvolle (veelbelovende) ontwikkelingen in gemeentelijke jeugdstelsels. 2
Het AEF-rapport focust op de vraag of preventie zoals nu uitgevoerd, financiële voordelen kan opleveren die terugvallen bínnen de Jeugdwet. Daarmee zou het rapport kunnen worden gelezen als dat preventie geen effect heeft. Het AEF-rapport legt de nadruk op een vorm van preventie, namelijk de geïndiceerde preventie en de effecten daarvan volgens de interventies zoals NJI die onderscheidt. Bij preventie is het noodzakelijk onderscheid te maken tussen collectieve preventie en individuele preventie. Collectief: algemene (generalistische) preventie voor iedereen en (selectieve) preventie bij verhoogd risico. Individueel: (geïndiceerde) preventie bij beginnende problemen en (zorg gerelateerde) bij aandoeningen of ziekte. Ook nazorg na de behandeling uitgevoerd door bijvoorbeeld jeugdgezondheidszorg en welzijn, werkt preventief omdat het bevordert dat jongeren ook in de toekomst effectief met hun problemen kunnen blijven omgaan. Een goed voorbeeld van (collectieve) preventie zijn bijvoorbeeld de 2400 kinder- en jongerenwerkers die steeds innovatiever werken, en zowel online als offline in beeld zijn bij de jeugd. Zij werken zeer preventief en goed samen met andere sectoren, zoals scholen, sociale wijkteams, politie, reclassering, jeugdgezondheidszorg en (specialistische) jeugdhulp. De effecten daarvan zijn goed onderzocht en de maatschappelijke winst van deze interventies zijn groot.
Een voorbeeld van individuele preventie is het tijdig verwijzen van kinderen bij zich ontwikkelende eetstoornissen en het tijdig inzetten van de juiste expertise om kinderen en jongeren te ondersteunen in normale reacties op een abnormale situatie en alert te zijn op kwetsbare kinderen en gezinnen die onder de radar blijven of uit beeld verdwijnen. Uit het eerdergenoemde onderzoek3 naar gemeenten die succesvol bezig zijn met de transformatie blijkt dat deze juist hebben geïnvesteerd in preventie en vroeg signalering samen met het voorliggend veld. Deze gemeenten ondersteunen gezinnen zo vroeg en laagdrempelig mogelijk en laten specialistische jeugdzorgmedewerkers ambulant vanuit hun toegevoegde waarde werken. Laten we bij preventie het kind niet met het badwater weggooien. Een overkoepelende, langetermijnstrategie is nodig om een meer effectieve welzijns-promotie en preventie op te zetten. Deze strategie moet over de verschillende wettelijke en financiële kaders heen, domein overstijgend worden gevoerd. 3. Er is te weinig aandacht voor kosten van bureaucratie en administratieve lasten Het rapport besteedt weinig aandacht aan de hoge transactiekosten die voortvloeien uit de gemeentelijke inkoop van zorg, de indicatie en het afgeven van beschikkingen (eerder door Berenschot berekend op 30% van de kosten).
Deze administratieve lasten drukken zwaar op de inzet van professionals, zowel in tijd die men eraan kwijt is als het werkplezier en inzet in algemene zin. Van vele professionals van de werkvloer ontvangen wij als beroepsverenigingen hier blijvend zorgwekkende signalen over. Kortom, veel geld is gaan zitten in onnodige bureaucratie en administratieve lasten waar heel veel besparingen mogelijk zijn. Een groot deel van de toenemende kosten in de jeugdhulp lijkt een direct gevolg van het nieuwe stelsel en de aanhoudende kosten van de transformatie. Het zou wenselijk zijn om oplossingsrichtingen te bedenken gericht op deze transactiekosten en de (her)richting van het jeugdstelsel.
4. Zet in op triage voor betere door- en uitstroom De samenwerkende beroepsverenigingen herkennen dat ouders met relatief hogere inkomens beter hun weg zijn gaan vinden in het nieuwe jeugdstelsel ten opzichte van vijf jaar geleden. Tegelijkertijd 2
zijn kwetsbare gezinnen, waar mogelijk meer sprake is van verborgen, latente problematiek, niet beter bereikt. Daarnaast is er sprake van een toenemende intensiteit van de ambulante trajecten en een achterblijvende uitstroom. De verklaring hiervoor is dat de triage nog niet goed verloopt – of niet meer goed verloopt – en dat er niet altijd sprake is van een goede door- en terugverwijzing naar de juiste zorg en de juiste professional. Ook komt de integrale zorg nog niet altijd goed van de grond. De belangrijkste oplossing en sturingsmogelijkheden zien wij in een goede effectieve triage en het bespoedigen van de uitstroom. Hoe beter de triage en vraagverheldering, hoe beter goede hulp is te verlenen en je kunt komen tot zorg op maat met professionals die snel met het netwerk rond het kind van (groot)ouders, leerkrachten, sport- en straatcoaches, muziekdocenten goede ondersteuning en expertise bieden. Ook het onderzoek in de gemeenten waarbij men succesvol bezig is met de transformatie ondersteunt dit. In de toegang werken ervaren, hoogopgeleide specialisten samen met generalistische professionals, waardoor soms duurdere specialistische hulp wordt voorkomen.
Triage is overigens niet exclusief een taak van wijkteams; het is wenselijk ook andere professionals, zoals professionals werkend in de jeugdgezondheidszorg en goed opgeleide professionals in het voorveld daarbij te betrekken. 5. Pas de definitie van specialistische jeugdhulp aan Betere sturingsmogelijkheden voor gemeenten zijn ook te realiseren door het aanpassen van de definitie van specialistische jeugdhulp. De term specialistische jeugdhulp wordt gebruikt om de hele categorie van geïndiceerde jeugdhulp (met beschikkingen) weer te geven; een nader onderscheid daarbinnen is nodig naar lichte ondersteuning en complexe specialistische behandeling (bijvoorbeeld vergelijkbaar met de generalistische basis ggz en de specialistische ggz, of de complexe problematiek/complex zorgaanbod in het nieuwe landelijke kwaliteitsstatuut ggz). Vooral het voorzieningenniveau van gemeenten in de lichte ondersteuning is toegenomen. Mogelijk zijn in de lichte ondersteuning besparingen te realiseren door een betere substitutie van zorg en een betere differentiatie van zorgaanbieders. Dat kan door soms vakbekwame HBOprofessionals in te zetten en soms door (post-)academische professionals zoals orthopedagogen, psychologen, psychotherapeuten en kinder- en jeugdpsychiaters consultatie te laten verlenen richting huisarts, sociale wijkteams, onderwijs en (gesloten) jeugdzorg.
Ook is een steviger rol gewenst van professionals uit de jeugdgezondheidszorg zoals jeugdartsen. Daarnaast moeten ook de vrijgevestigde professionals niet worden vergeten; zij zijn vaak dichtbij aanwezig, flexibel en kunnen zeer behulpzaam zijn in het oplossen van tekorten. De gemeentelijke schaal is minder geschikt voor sturing van de complexe specialistische behandeling en vraagt eerder om een (boven)regionale of landelijke aansturing en financiering. Voor bijvoorbeeld de acute kinder- en jeugdpsychiatrie is om de crisisfunctie uit te voeren bekostiging nodig op basis van beschikbaarheid, zowel voor de ambulante crisisteams als voor high intensive care (HIC) bedden.
Namens de betrokken verenigingen, Vera Naber (NIP) en Arne Popma (NVvP) Lid stuurgroep Zorg voor de Jeugd, namens de samenwerkende beroepsverenigingen
3
1 Week 14 Aanbesteding Lokale Maatwerkdiensten Jeugd een feit.pdf
vereniging van vrijgevestigde Kinder- en Jeugdpraktijken Regio Arnhem
Aan: CC:
College van B&W, gemeenten Rheden/Rozendaal Raadsleden en huisartsen gemeente Rheden/Rozendaal
Betreft:
Aanbesteding Lokale Maatwerkdiensten Jeugd een feit
Bijlagen:
Reactie samenwerkende beroepsverenigingen AEF-rapport ‘Stelsel in groei’ Reactie NJi op AEF rapport ‘Stelsel in groei’ info@kjra.nl
e-mailadres:
Velp, 7 april 2021
Geachte heer/mevrouw, Als KJRA hebben we de informatieve bijeenkomst gevolgd van het college aan de raad (d.d. 18-03-2021) over o.a. de aanbesteding Lokale Maatwerkdiensten Jeugd. Terwijl raadsleden tevreden worden gesteld met de gegeven informatie, blijft er ons inziens een grote discrepantie bestaan over de beoordeelde kwaliteit van het proces. Er wordt een ander beeld geschetst dan door huisartsen en ons zorgaanbieders in de praktijk is ervaren. De feiten over de gebrekkige communicatie en het ontbreken van overleg met ketenpartners in de ontwikkeling van de aanbesteding onderbouwen deze ervaring. We blijven ons verbazen dat u als college samen met uw beleidsmedewerkers meent te kunnen beslissen wat o.a. een kwalitatief goed zorgaanbod is voor de inwoners van Rheden/Rozendaal zonder de lokale professionals hier überhaupt over te hebben geraadpleegd. Beleid en financiën dat is uw vak, inhoud van de zorg is de onze. Het onderzoek ‘Stelsel in groei’ van het AEF is u wellicht bekend. Natuurlijk ontkomen we niet aan bezuinigingen. Echter, zoals ook uit de reacties hierop van Samenwerkende beroepsverenigingen en het Nederlands Jeugd Instituut is te lezen (zie bijlagen), blijft het van belang de verschillende perspectieven uit de verschillende sectoren te betrekken om een te smal beeld gericht op bezuinigingen èn het voorbij gaan aan expertise te voorkomen.
Voor de inwoners van Rheden/Rozendaal hopen we dat de expertise van professionals in ieder geval wordt betrokken hoe de monitoring van de kwaliteit in de aanbesteding eruit moet gaan zien, zodat u ook ècht een antwoord kunt geven èn krijgen op dit aspect van de jeugdhulp. Ondertussen wordt vanuit uw kant aan ons als zorgaanbieders èn aan de huisartsen geopperd dat het onderaannemerschap een mooie optie is voor de vrijgevestigde praktijken. We hebben echter als vrijgevestigde praktijken een bewuste keuze gemaakt om niet mee te gaan in de gekozen weg van u als college. We hebben geen vertrouwen in kwalitatief goede zorg met een lumpsumbekostiging. Daarbij gaf de wijze van communicatie (m.n. het gebrek daaraan en het ontbreken van transparantie en de dialoog) en de zeer korte termijn geen vertrouwen voor een (toekomstige) prettige samenwerkingsrelatie. Tot slot krijgen we van gecontracteerde zorgaanbieders bericht dat deze door de lage tarieven (voorlopig) niet met onderaannemers kunnen/willen werken. Met een evaluatie in 2022 is ons duidelijk dat een alternatieve samenwerking nu definitief niet mogelijk is. Het gaat ons zeer aan het hart dat we niet meer van betekenis kunnen zijn voor de cliënten en verwijzers uit onze eigen gemeenten. We voelen ons zeer gesteund en erkend door de huisartsen en enkele raadsleden uit de gemeente Rheden.
Aan de waarde die zij hechten aan ons vrijgevestigde zorgaanbieders van belang voor de inwoners van de gemeente Rheden en Rozendaal. Bij deze spreken wij graag onze dank uit!
Mocht u in de toekomst besluiten dat de huidige contractering plaats moet maken voor een nieuwe aanbesteding waarin samenwerking vanuit een gezonde basis mogelijk is, ondertekenen wij graag op persoonlijke titel, met de uitnodiging aan u ons dan op te zoeken voor het bespreken van een hernieuwde samenwerking! Met vriendelijke groet, namens leden van de KJRA, waarvan in het bijzonder de volgende praktijken:
vereniging van vrijgevestigde Kinder- en Jeugdpraktijken Regio Arnhem
04.09.2 Beleidsregels TONK 1 1 Beleidsregels TONK. B&W advies.docx
Collegevoorstel
Onderwerp Beleidsregels TONK Adviseur : M. Jansma Programma : Sociaal domein Programmanummer : 6 Portefeuillehouder : A. Logemann
Behandeldatum :30 maart 2021 Kenmerk : MJ-21-11 Openbaar : ja
Advies 1. Vaststellen: de Beleidsregels Tijdelijke ondersteuning noodzakelijke kosten (TONK) gemeente Rozendaal 2. De beleidsregels ter kennis brengen van de raad d.d. 25 mei 2021 Aanleiding Door de coronacrisis staat de bestaanszekerheid van veel mensen onder druk omdat zij hun noodzakelijke kosten –kosten voor huur, hypotheek en nutsvoorzieningen- niet kunnen betalen. Deze problemen kunnen niet worden opgelost door het bestaande sociale-zekerheidstelsel en de eerder ingestelde steunpakketten, omdat die vooral gericht waren op bedrijven en ondernemers. Sommige huishoudens dreigen nu tussen wal en schip te vallen. Voor deze huishoudens is de regeling TONK (Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten) in het leven geroepen. Beoogd effect Doelstelling is om huishoudens die te maken krijgen met een inkomensterugval door de coronacrisis tegemoet te komen in hun noodzakelijke kosten. Hiermee willen we voorkómen dat financiële zorgen escaleren. De TONK geldt, met terugwerkende kracht, vanaf 1 januari 2021 tot en met 30 juni 2021 en omvat in feite een ruimere toegang tot de bijzondere bijstand. Het gaat om een vergoeding voor daadwerkelijk gemaakte noodzakelijke kosten, het is geen algemene inkomensondersteunende regeling. Gemeenten hebben eigen beleidsvrijheid bij de invulling van de TONK. Het Rijk heeft voor de tegemoetkoming TONK géén nadere centrale regels vastgesteld.
Met bijgevoegde ‘Tijdelijke beleidsregels TONK’ (bijlage 1) wordt de gemeentelijke beleidsvrijheid ingevuld. De regels zijn gelijk aan die van de gemeente Rheden. In bijlage 2 (Toelichting werkproces) is informatie te vinden over de beleidskeuzes en de wijze waarop Rheden de uitvoering gaat aanpakken. Argumenten Tegemoetkoming aan een grote diversiteit van huishoudens De groep huishoudens die tussen de wal en het schip dreigt te vallen, is zeer divers. Het gaat om inwoners die als gevolg van corona een WW-uitkering ontvangen of die vandaaruit naar een gemeentelijke bijstandsuitkering zijn doorgestroomd. Maar ook om zzp’ers en ondernemers die zakelijk dusdanig op hun vermogen hebben ingeteerd dat zij privé geen middelen meer hebben om woonlasten te betalen. Ook flexwerkers en mensen met een nul-uren contract die hun inkomsten hebben zien opdrogen, kunnen voor de regeling in aanmerking komen. De ondernemers hebben we deels in beeld vanuit de TOZO (Tijdelijke Ondersteuning Zelfstandige Ondernemers). We verwachten dat de doelgroepen van de TOZO en de TONK deels overlappen: de Pagina 1 van 2
Collegevoorstel
laatste regeling is gericht op het huishoudelijke –en daarmee private- deel van de kosten. De inwoners met een Participatiewet uitkering hebben we in beeld vanuit de stijging binnen de WWuitkeringen en de bijstandsuitkeringen. Ook inwoners met bijvoorbeeld een nul-urencontract die wel een inkomensdaling hebben maar geen uitkering, vallen onder de TONK. Wettelijk kader Het bestaand beleid/wettelijk kader wordt gevormd door: Participatiewet, artikel 35; Algemene wet bestuursrecht, artikel 1:3, vierde lid en titel 4.3 en ons Beleidskader minima- en schuldhulpverlening 2021-2024 ‘Iedereen doet mee!’. Kanttekeningen Mogelijke budgetoverschrijdingen De TONK geldt als aanvulling op de bijzondere bijstand, daardoor kent deze regeling geen budgetplafond. Het is een open einde regeling. De doelgroep is niet volledig bekend. Het risico is dat er meer aanvragen komen dan voorzien en dat daarmee het budget wordt overschreden. De gemeente Rheden heeft gekozen voor een forfaitair bedrag, waarvan de hoogte is bepaald op basis van een aanname van de groottte van de doelgroep (300 huishoudens). Hiermee hebben ze het risico op overschrijding beperkt. Het is niet helder hoe het Rijk met overschrijdingen zal omgaan. Voor onze gemeente is het risico op overschrijdingen niet bekend. Maatregel: Een mogelijk tekort kan worden gedekt uit de reserve Sociaal domein, groot € 620.154.
Personele gevolgen Voor onze gemeente heeft de TONK op zich geen personele gevolgen omdat de uitvoering van de regeling bij Rheden is belegd. De gemeente Rheden heeft bij de beleidsregels een evenwicht gezocht tussen het effect op de maandlasten van de doelgroep en de uitvoerbaarheid. Financiën Omdat de doelgroep van de TONK zeer divers is, is het lastig om deze te kwantificeren. Wel hebben we inzicht in de te verwachten inkomsten. Het rijk voegt voor de TONK €130 miljoen toe aan het gemeentefonds. Dit bedrag is zowel bedoeld voor de uitkeringen als voor de uitvoering. In april wordt de eerste tranche uitbetaald. Begin juli vindt een tussentijdse meting plaats en wordt, op basis van de dan geldende situatie betreffende de coronamaatregelen, de inzet voor het tweede kwartaal van 2021 bepaald. De gemeentelijke bedragen voor de TONK zijn op moment van schrijven nog niet officieel bekendgemaakt. Ze zullen worden verdeeld naar de verdeelsleutel minimabeleid. We verwachten als gemeente Rozendaal twee tranches te krijgen van € 1.448,-. In totaal € 2.896,-. Deze verdeelsleutel kan nog wijzigen. Vervolg Zodra de regeling is vastgesteld, wordt deze bekend gemaakt via de gebruikelijke kanalen. Er is al een vraag binnengekomen van een inwoner die hiervan gebruik wilde maken. Communicatie Zie hiervóór, bij vervolg. Bijlagen 1. Beleidsregels TONK 2. Aanpak gemeente Rheden Pagina 2 van 2
1 2 Beleidsregels TONK. Bijl 1 De beleidsregels.docx
Beleidsregels Tijdelijke ondersteuning noodzakelijke kosten (TONK) gemeente Rozendaal Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rozendaal, Gelezen het voorstel over Tijdelijke ondersteuning noodzakelijke kosten d.d. 30 maart 2021; Overwegende dat het gewenst is om beleidsregels vast te stellen omtrent de uitleg van navolgende wettelijke voorschriften; Het wenselijk achtend om aan te geven in welke situaties en onder welke voorwaarden een burger in aanmerking kan komen voor een tegemoetkoming Tijdelijke ondersteuning noodzakelijk kosten (TONK); Gelet op de artikelen 4:81, eerste lid, 4:83 en 1:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht; artikel 35 van de Participatiewet; het beleidskader minima- en schuldhulpverlening 2021-2024 ‘Iedereen doet mee!’; besluit: vast te stellen de volgende
Beleidsregels Tijdelijke ondersteuning noodzakelijke kosten (TONK) gemeente Rozendaal Artikel 1 Begripsbepaling De definities in deze beleidsregels zijn gelijk aan die van de Participatiewet tenzij anders bepaald. In deze beleidsregels wordt verstaan onder: a wet : Participatiewet (PW); b inkomensterugval : een onvoorzienbare, onvermijdelijke en substantiële terugval in het inkomen als gevolg van de coronacrisis; c middelen : de middelen als bedoeld in artikel 31 en 32 PW. Artikel 2 Doelgroep TONK Een tegemoetkoming TONK is bedoeld voor de aanvrager:
die door de huidige omstandigheden als gevolg van de coronacrisis te maken heeft met een onvoorzienbare en onvermijdelijke terugval in zijn of haar inkomen; die daardoor noodzakelijke kosten zoals woonlasten niet meer kan voldoen; en waarvoor andere regelingen niet of onvoldoende soelaas bieden. De tegemoetkoming vanuit de TONK staat open voor alle inwoners van de gemeente Rozendaal vallend onder de Participatiewet in die zin, dat ze niet uitgesloten zijn van die wet. De tegemoetkoming is gericht op huishoudens met een inkomensdaling van 25% of meer; die, gerelateerd aan het inkomen, een bepaald percentage aan woonlasten kwijt zijn.
Beleidsregels Tijdelijke ondersteuning noodzakelijke kosten (TONK) gemeente Rozendaal Vastgesteld bij B&W besluit d.d. 30 maart 2021
Pagina 1
Artikel 3 Voorwaarden TONK 1 Het college kan een tegemoetkoming TONK verstrekken aan de aanvrager die te maken heeft met een inkomensterugval, waardoor de betaling van noodzakelijke kosten niet mogelijk is uit de beschikbare middelen. 2 Er kan volstaan worden met een verklaring van de aanvrager dat de substantiële terugval in inkomen het gevolg is van de maatregelen in verband met het coronavirus (COVID-19). 3 Het college verstrekt geen tegemoetkoming indien de aanvrager woonkostentoeslag ontvangt. 4 De ‘Beleidsregels bijzondere bijstand’ zijn niet van toepassing op de aanvragen TONK. 5 Het college verstrekt geen tegemoetkoming indien de aanvrager beschikking heeft over middelen boven de € 30.000,00. Artikel 4 Noodzakelijke kosten De tegemoetkoming TONK heeft betrekking op de volgende kosten: a kosten van huur; b kosten van de hypotheek(rente) voor de woning. Artikel 5 Aanvraag 1 De aanvraag voor de tegemoetkoming wordt digitaal ingediend via www.rheden.nl. In afwijking van deze digitale aanvraag is een schriftelijke aanvraag mogelijk indien naar het oordeel van het college bijzondere omstandigheden in het individuele geval hiertoe aanleiding geven.
2 Aanvrager overlegt bij de aanvraag: a de bewijzen van het inkomen van de maand januari 2020 en de maand januari 2021; b de bewijzen van de beschikbare middelen van de maand januari 2021; c de bewijzen van de kosten voor de primaire woonlasten. 3 Een aanvraag tegemoetkoming TONK kan worden ingediend tot 1 augustus 2021. Artikel 6 Terugwerkende kracht Een aanvraag voor een tegemoetkoming TONK kan met terugwerkende kracht worden aangevraagd vanaf 1 januari 2021. Artikel 7 Duur De tegemoetkoming wordt verstrekt voor ten hoogste de periode van 1 januari tot 1 juli 2021. Artikel 8 Maximale hoogte tegemoetkoming De hoogte van de vergoeding wordt berekend op basis van het percentage van het inkomen dat inwoners kwijt zijn aan de primaire woonlasten (hypotheek en huur). Wanneer iemand minder dan de onderstaande percentages kwijt is aan de primaire woonlasten, wordt geen TONK verstrekt. Wanneer iemand een laag percentage van het inkomen kwijt is aan de primaire woonlasten is de maximale vergoeding vanuit de TONK € 750,00. Wanneer iemand een hoog percentage van het inkomen kwijt is aan de primaire woonlasten is de maximale vergoeding vanuit de TONK € 1.250,00.
Beleidsregels Tijdelijke ondersteuning noodzakelijke kosten (TONK) gemeente Rozendaal Vastgesteld bij B&W besluit d.d. 30 maart 2021
Pagina 2
Netto inkomen per maand t/m
Laag
€ 1.000,00 € 1.500,00 € 2.000,00 € 2.500,00 € 3.000,00 € 3.500,00 € 4.000,00 € 4.500,00 € 5.000,00 > € 5.000,00
40% 40% 40% 40% 40% 45% 45% 45% 45% 50%
Grenswaarde Woonquote per huishoudtype Alleenstaand Gezin Hoog Laag Hoog 50% 50% 50% 50% 50% 55% 55% 55% 55% 60%
35% 35% 35% 35% 40% 40% 40% 40% 40% 50%
45% 45% 45% 45% 50% 50% 50% 50% 50% 60%
Artikel 9 Inkomen Onder inkomen wordt verstaan de in artikel 32 uit de Participatiewet aangegeven inkomsten. Artikel 10 Beschikbare geldmiddelen Onder middelen wordt verstaan de in artikel 31 uit de Participatiewet aangegeven middelen. Artikel 11 Afzien opleggen verhuisverplichting Het college legt aan de aanvrager die op basis van deze beleidsregels in aanmerking komt voor de tegemoetkoming TONK, geen verhuisverplichting op. Artikel 12 Uitbetaling De uitbetaling vindt eenmalig plaats binnen twee weken na verzending van de beschikking. Artikel 13 Inwerkingtreding en citeertitel 1 Deze beleidsregels treden na bekendmaking in werking en hebben een terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2021. 2
De beleidsregels vervallen op 1 augustus 2021.
3 Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels Tijdelijke ondersteuning noodzakelijke kosten (TONK) gemeente Rozendaal. Rozendaal d.d. 30 maart 2021 Burgemeester en wethouders voornoemd, De secretaris Boele Boelens
De burgemeester Ester Weststeijn
Beleidsregels Tijdelijke ondersteuning noodzakelijke kosten (TONK) gemeente Rozendaal Vastgesteld bij B&W besluit d.d. 30 maart 2021
Pagina 3
1 3 Beleidsregels TONK. Bijl 2 Aanpak Rheden.docx
Bijlage 2 ‘Werkwijze gemeente Rheden’ Bij: B&W advies TONK, ontleend aan B&W besluit gemeente Rheden Voor: B&W d.d. 30 maart 2021 Vooraf De gemeente staat aan de lat om uitvoering te geven aan de TONK. Eerste stap daarin is het vaststellen van beleidsregels. Tweede stap is het inrichten loket voor aanvragen, inclusief de bijbehorende backoffice. Keuzemogelijkheden Welke kosten komen in aanmerking? De TONK is met name bedoeld voor woonkosten. Zowel huur, aflossing hypotheek, hypotheekrente en kosten voor nutsvoorzieningen, gas, water en licht worden hieronder gevat. Ook andere vaste lasten zouden meegenomen kunnen worden, bijvoorbeeld de zorgverzekering. Vaste lasten: Er is beperkt budget beschikbaar om uit te keren. We kiezen om alleen te kijken naar de primaire woonlasten (huur en hypotheek). We verwachten dat we, gelet op het budget, maar een beperkte tegemoetkoming kunnen uitbetalen. Inwoners hoeven op deze manier minder gegevens aan te leveren en de uitvoeringstijd (en kosten) worden daarmee ook beperkt. Anderzijds is door de beperkte middelen bij 300 geschatte aanvragen (waar de gemeente Rheden vanuit gaat; MJ) slechts een beperkte compensatie van woonlasten mogelijk. Bij 300 aanvragen staat het budget een maximale uitkering per huishouden toe van € 750,00 bij lage woonlasten en € 1.250,00 bij hoge woonlasten.
Voor het bepalen van de hoogte van de uitkering wordt een staffel gebruikt. Er wordt gekeken naar het percentage van het inkomen dat de inwoner kwijt is aan de woonlasten. De uitkering zal in veel gevallen ontoereikend zijn om te voorzien in de feitelijke woonlasten over 6 maanden. Het doel (voorkomen dat men in problemen raakt met betaling vaste lasten) zal niet altijd worden bereikt. Maximaal bedrag: Er is beperkt budget beschikbaar om uit te keren. We kiezen er daarom voor een maximum bedrag per inwoner beschikbaar te stellen. Het bedrag wordt gebaseerd op het percentage van het inkomen dat inwoners kwijt zijn aan de primaire woonlasten. Wanneer inwoners een beperkt percentage van de inkomsten kwijt zijn aan de woonlasten, wordt geen of een lage vergoeding verstrekt. Bij een hoger percentage wordt een hogere vergoeding verstrekt. Deze staffel staat uitgewerkt in de beleidsregels. Uitgaande van ca. 300 aanvragen is er, afhankelijk van de hoogte van de woonlasten, € 750,00 of € 1.250,00 per huishouden beschikbaar. Welke inwoners komen in aanmerking? De TONK is bedoeld voor inwoners die door de huidige omstandigheden als gevolg van het coronavirus te maken hebben met een onvoorzienbare en onvermijdelijke terugval in hun inkomen, die daardoor noodzakelijke kosten zoals woonlasten niet meer kunnen voldoen en waarvoor andere regelingen niet of onvoldoende soelaas bieden.
Criteria: We stellen de TONK beschikbaar voor alle inwoners die voldoen aan de criteria uit de Participatiewet. Dit betekent niet dat inwoners een uitkering moeten hebben, maar dat dezelfde uitsluitingsgronden worden gehanteerd als bij de Participatiewet. De specifieke regels voor bijzondere bijstand (bijvoorbeeld draagkracht) zijn niet van toepassing. Vermogenstoets: Er is een beperkt budget beschikbaar voor de uitvoering van de TONK. We kiezen daarom voor een vermogenstoets om de tegemoetkoming daar te krijgen waar deze het meest nodig is. We verwachten veel aanvragen van ondernemers. We kiezen voor een hogere vermogensnorm dan wordt gehanteerd in de Participatiewet, te weten €30.000. 1
Inkomensdaling: We gaan uit van een inkomensdaling van 25%. Referentie is januari 2020 in vergelijking met januari 2021. We verwachten dat een kleinere inkomensdaling is op te vangen, doordat inwoners niet al hun inkomen kwijt zijn aan vaste lasten. Hoe zwaar wordt er getoetst en hoe vindt de uitvoering plaats? Maatwerkbedrag of forfaitair: We beschikken over beperkte middelen. We willen uitvoering en uitbetaling graag in balans houden. We kiezen voor een forfaitair bedrag. Dit legt minder druk op de uitvoering en er kan snel beschikt worden. Zoals aangegeven, komt het forfaitaire bedrag mogelijk niet tegemoet aan het feitelijke ‘tekort voor woonlasten’ bij de aanvrager. Toetsing: De bedragen die worden uitgekeerd, zijn beperkt. We kiezen daarom ook voor een beperkte toetsing, zowel vooraf als gedurende de looptijd van de tegemoetkoming. Wijzigingen in de situatie van de inwoner worden niet meegenomen in de beoordeling. We kijken dus niet of de TONKuitkering moet worden aangepast wanneer de situatie van een inwoner wijzigt. Achteraf zal steeksproefgewijs getoetst worden. De aanvragen TONK worden in behandeling genomen en worden getoetst aan de hand van de vastgestelde beleidsregels. Ook zal aandacht worden besteed aan de armoede- en schuldenproblematiek bij aanvragen TONK.
Via omscholings- en re-integratiemogelijkheden, minimaregelingen en/of schuldhulpverlening wordt de positie van de aanvragers waar mogelijk verbeterd. Evaluatie De regeling heeft betrekking op de periode 1 januari 2021 tot en met 30 juni 2021. Het budget wordt toegevoegd aan het gemeentefonds. Er wordt vanuit het Rijk niet gevraagd om een aanvullende verantwoording, anders dan de verantwoording van de bijzondere bijstand zoals nu die al geldt. We zullen zelf de regeling wel apart registreren en meenemen in de managementrapportage van de Participatiewet.
2
04.09.3 Motie Dinkelland borstonderzoek vrouwen 1 Motie Dinkelland borstonderzoek vrouwen.pdf
1 Conceptbrief bij motie Dinkelland.docx
Geachte staatssecretaris Blokhuis, De gemeenteraad van Dinkelland heeft in haar vergadering bijeen op 15 december 2020 een motie aangenomen inzake ‘Borstonderzoek vrouwen’. De motie betreft uw besluit om het periodieke screeningsonderzoek borstkanker van twee jaar tijdelijk te verlengen naar een driejaarlijks onderzoek. De reden die u geeft is het een tekort aan personeel. Door het coronavirus is de vertraging in het uitnodigen nog verder opgelopen. U geeft aan dat het een tijdelijke maatregel betreft. Door het opleiden van nieuwe medewerkers en het einde van de coronacrisis, hoopt men de cliënten zo spoedig mogelijk weer elke twee jaar uit te kunnen nodigen. De gemeenteraad van Dinkelland vindt de genomen maatregel onwenselijk en onverantwoord. Daarnaast wil de gemeenteraad de screeningsleeftijd verlagen van 50 jaar naar 35 jaar. Om die redenen wil de gemeenteraad van Dinkelland erbij u op aandringen om de maatregel zo spoedig mogelijk terug te draaien. Door middel van dit schrijven roepen wij tevens de gemeenteraden in Nederland en de leden van Tweede Kamer op deze motie mede te onderschrijven en dit aan u kenbaar te maken. De motie wordt u hierbij als bijlage aangeboden. Met de meeste hoogachting,
Burgemeester Joosten
Mr. R. Huitema
1 2e conceptbrief bij motoe Dinkelland.docx
Aan de leden van de vaste Kamercommissie Volksgezondheid, Welzijn en Sport van de Tweede Kamer der Staten Generaal,
De gemeenteraad van Dinkelland heeft in haar vergadering bijeen op 15 december 2020 een motie aangenomen inzake ‘Borstonderzoek vrouwen’. De motie betreft het besluit van de staatssecretaris P. Blokhuis om het periodieke screeningsonderzoek borstkanker van twee jaar tijdelijk te verlengen naar een driejaarlijks onderzoek. De reden die de staatssecretaris hiervoor geeft is het een tekort aan personeel. Door het coronavirus is de vertraging in het uitnodigen nog verder opgelopen. De staatssecretaris geeft aan dat het een tijdelijke maatregel betreft. Door het opleiden van nieuwe medewerkers en het einde van de coronacrisis, hoopt men de cliënten zo spoedig mogelijk weer elke twee jaar uit te kunnen nodigen. De gemeenteraad van Dinkelland vindt de genomen maatregel onwenselijk en onverantwoord. Daarnaast wil de gemeenteraad de screeningsleeftijd verlagen van 50 jaar naar 35 jaar. Om die redenen wil de gemeenteraad van Dinkelland u en de lagere overheden via een oproep bij de staatssecretaris erop aandringen de maatregel zo spoedig mogelijk terug te draaien. Door middel van dit schrijven roepen wij u op kennis te nemen van deze motie -die wij als bijlage hebben toegevoegd- mede te onderschrijven en dit kenbaar te maken aan de staatssecretaris.
1 Bericht bij motie Dinkelland borstonderzoek vrouwen.docx
Aan de gemeenteraad van uw gemeente,
De gemeenteraad van Dinkelland heeft in haar vergadering bijeen op 15 december 2020 een motie aangenomen inzake ‘Borstonderzoek vrouwen’. De motie betreft het besluit van de staatssecretaris P. Blokhuis om het periodieke screeningsonderzoek borstkanker van twee jaar tijdelijk te verlengen naar een driejaarlijks onderzoek. De reden die de staatssecretaris hiervoor geeft is het een tekort aan personeel. Door het coronavirus is de vertraging in het uitnodigen nog verder opgelopen. De staatssecretaris geeft aan dat het een tijdelijke maatregel betreft. Door het opleiden van nieuwe medewerkers en het einde van de coronacrisis, hoopt men de cliënten zo spoedig mogelijk weer elke twee jaar uit te kunnen nodigen. De gemeenteraad van Dinkelland vindt de genomen maatregel onwenselijk en onverantwoord. Daarnaast wil de gemeenteraad de screeningsleeftijd verlagen van 50 jaar naar 35 jaar. Om die redenen wil de gemeenteraad via een oproep aan de lagere overheden, bij de staatssecretaris aandringen om de maatregel zo spoedig mogelijk terug te draaien. Door middel van dit schrijven roepen wij de gemeenteraden in Nederland op deze bijgevoegde motie mede te onderschrijven en dit kenbaar te maken aan de staatssecretaris. Ook is zijn de leden van de Tweede Kamer geïnformeerd over deze actie.
Met vriendelijke groeten, Beleidsadviseur Sociaal Domein | Team maatschappelijke voorzieningen en zorg Noaberkracht Dinkelland Tubbergen
04.09.4 Schrijven beroepsorganisatie kunstenaars inzake besteding coronagelden kunst en cultuur 1 week 14 Beroepsorganisatie kunstenaars inzake besteding coronagelden kunst en cultuur.docx
Onderwerp: Motie vreemd aan de orde van de dag: Steun aan de makers Aan de Griffie van alle gemeentes in Nederland Met het verzoek deze brief met voorbeeld motie te verspreiden onder alle raadsleden en de wethouder die kunst en cultuur in zijn/haar portefeuille heeft. Open brief aan alle wethouders kunst en cultuur en alle raadsleden in alle gemeentes van Nederland. Dames, heren bestuurders en volksvertegenwoordigers, Op 28 oktober vorig jaar heeft u een brief van ons gehad, op 10 november een vervolgbrief en op 1 maart een herinnering. Naar aanleiding van onze brieven heeft er ook een opiniestuk gestaan in het Financieel Dagblad van 9 maart j.l. Strekking van alle communicatie is: Laat het geld (die extra 150 miljoen) dat bedoeld is voor kunst en cultuur, maar niet is geoormerkt als zodanig, niet weglekken naar instanties en organisaties die toch wel overeind blijven, besteed het ook niet aan stoeptegels of lantaarnpalen, maar heb vooral oog voor de makers. De ZZP'ers, de kleine zelfstandigen, de kunstenaars die aan het begin staan van de culturele keten en waar we niet zonder kunnen. Daar begint 'alles'. En het zijn deze makers die veelal niet in aanmerking komen voor steun zoals TOZO, TVL of TONK. Velen van u hebben geweldig positief gereageerd op onze brieven.
We mochten uitgebreide brieven ontvangen, telefoon gesprekken gevoerd met vele bestuurders en volksvertegenwoordigers, het geeft hoop. Ook hebben we van een aantal raadsleden het verzoek gekregen om een voorbeeld motie te maken. Onderaan deze brief 'hangt' een voorbeeld motie die u mag gebruiken. In bijgesloten document kunt u zien welk bedrag naar uw gemeente is overgemaakt (bijlage ontbrak KS). Nogmaals grote dank voor al uw brieven, goede bedoelingen en acties! Met vriendelijke groet, 0653316494 Voorzitter Beroeps Organisatie Kunstenaars BOK Motie vreemd aan de orde van de dag: Steun aan makers van kunst en cultuur. De gemeenteraad van .............................., in vergadering bijeen op.....te .........................., constaterende dat - het ministerie van OCW 150 miljoen aan extra steungelden beschikbaar heeft gesteld en uitbetaald aan gemeentes, niet geoormerkt, maar wel bedoeld voor kunst en cultuur met oog voor de makers - dat ook de gemeente ...................... een deel van deze gelden ontvangt of al heeft ontvangen
- de professionele 'makers' in de gemeente ...................... (net als in andere gemeentes) zwaar te lijden hebben onder de coronacrisis - veelal deze professionele kunstenaars niet in aanmerking komen voor reguliere steun zoals TOZO,TVL en TONK overwegende dat - kunst en cultuur een belangrijke plaats in neemt in het dagelijkse leven van veel inwoners van onze gemeente - onze gemeente een belangrijk cultureel centrum is in ons deel van het land - professionele kunstenaars veelal de aanjagers en docenten zijn van de amateurkunst, waarvan velen meer dan alleen levensvreugd en sociale contacten aan te danken hebben - door het opdrachten verstrekken aan en het financieel ondersteunen van de zwaar getroffen professionele kunstenaars de werkgelegenheid in de culturele sector voor een deel gered kan worden - door steun aan de professionele kunstenaars culturele kaalslag voorkomen kan worden - de intrinsieke waarde van kunst en cultuur hoger is dan de kosten van een tijdelijke steunmaatregel Verzoekt het college - een substantieel deel van de gelden van OCW, bedoeld voor kunst en cultuur, niet alleen te bestemmen voor, of te laten verdwijnen naar instanties, maar voor een belangrijk deel op zeer korte termijn beschikbaar te stellen en/of te oormerken voor inkomenssteun voor makers en ..................1*.......................
professionele kunstenaars die de gemeente rijk is en deze ................................... tot stand te laten komen in samenwerking met de professionele beeldend kunstenaars in onze gemeente teneinde mede op deze manier de culturele werkgelegenheid en de makers te steunen en het culturele karakter van de gemeente te bevestigen en te stimuleren. en gaat over tot de orde van de dag. 1* Hier kunnen meerdere dingen staan : ......opdrachten aan........ / ........een Atelierroute van....... / .........een project van of meerdere projecten van........... / ..........atelierkosten ondersteuning voor...... / .........het belonen van ideeën en voorstellen van......./.......Hier kan van alles staan als het maar bestemd is voor professioneel werkende kunstenaars. Er zijn op zich geen richtlijnen mee gegeven vanuit het ministerie. Denk aan meerdere mogelijkheden, zoals het opdrachten verstrekken aan scheppende kunstenaars en ook uitvoerend kunstenaars. Roep kunstenaars op om met ideeën te komen voor projecten. Concentreer het vooral op professionele kunstenaars, zij hebben vooral te lijden onder de coronacrisis en we hebben die professionals straks weer hard nodig om les te kunnen geven aan amateurs. Auteursrecht van deze motie berust bij BOK Beroeps Organisatie Kunstenaars, maar mag vrijelijk worden gebruikt door iedere politieke partij in iedere Nederlandse gemeente.
Eventueel met bron vermelding.
04.09.5 Besluitenlijst openbare B&W vergadering 30 maart 2021 1 Week 14 Besluitenlijst openbare B&W vergadering 30 maart 2021.docx
Besluitenlijst 1 B&W vergadering Datum
30-03-2021
Tijd
9:00 - 12:00
Locatie
B&W kamer
Voorzitter
E. Weststeijn
Aanwezigen
B. Boelens, A. Logemann (wethouder), S.P. Warmerdam (wethouder) en E. Weststeijn (Burgemeester/voorzitter van de raad)
Toelichting
1
Opening openbare B&W vergadering
2
Besluitenlijst openbare B&W d.d. 23 maart 2021
Besluit Vaststellen 3
Niet openbare notulen B&W d.d. 23 maart 2021
Besluit Vaststellen 4
Overeenkomst Incluzio
Besluit 1. Kennisnemen van de uitgangspunten voor de aanbesteding sociale basis
2. Instemmen met de keuze voor Incluzio met als uitgangspunt dat de
totale kosten voor Rozendaal in het sociaal domein gemaximeerd zijn op het begrote bedrag in 2021.
3. B&W van Rheden mandateren om het contract mede namens onze gemeente te ondertekenen
4. De wethouder Sociaal domein van Rheden machtigen om namens onze burgemeester de overeenkomst te ondertekenen
5. Instemmen met de vervolgstappen
5
Aanbesteding leerroutes inburgering
Besluit
1. Instemmen met de start van de regionale inkoop en aanbesteding van leerroutes inburgering op basis van de regionaal afgesproken aanbestedingsstrategie;
2. Met terugwerkende kracht een machtiging en een volmacht verlenen aan de gemeente Arnhem, in de persoon van de burgemeester, om namens de gemeente Rozendaal de aanbestedingsprocedure uit te voeren, conform bijgevoegde machtiging/volmacht;
3. In principe instemmen met het onderbrengen van het
contractmanagement bij de MGR Inkoop Sociaal Domein Centraal Gelderland en dit nader uit te laten werken.
6
Beleidsregels TONK
Besluit 1. Vaststellen: de Beleidsregels Tijdelijke ondersteuning noodzakelijke kosten (TONK) gemeente Rozendaal
2. De beleidsregels ter kennis brengen van de raad d.d. 25 mei 2021
7
Beperking openbaarheid archiefbestanden 1976-2006
Besluit De openbaarheid van een aantal archiefstukken conform bijgevoegde lijst te beperken vanwege de bescherming van de persoonlijke levenssfeer 8
Sluiting openbare B&W vergadering
Pagina 2
04.09.6 Bijeenkomst Groene Metropoolregio 16 april 2021 1 Week 14 Bijeenkomst Groene Metropoolregio.docx
04.09.7 Voortgangsnotitie raden in verzet 1 week 14 Voortgangsnotitie Raden in verzet april 2021.pdf
Raden in Verzet begin april 2021
Meld u aan om te helpen: Maak een minifilmpje Doe mee met 352-actie Wordt verspreider Kom in actie, NU!
Beste collega raadsleden, Op 26 maart hield Raden in Verzet het congres ‘Gemeenten in Nood’. We zijn enorm blij met de aanmeldingen uit meer dan 100 gemeenten. Belangrijke punten die bij het congres zijn gebleken: de actiebereidheid en de solidariteit. De acties zijn erop gericht om de VNG bij de onderhandelingen met het demissionaire kabinet te ondersteunen, maar ook als ondersteuning bij de inbreng van de VNG voor de kabinetsformatie. Belangrijk daarbij is dat we in ‘Den Haag’ – we denken aan zowel het kabinet als aan de Tweede Kamerleden – voor het voetlicht brengen dat ‘gemeenten in nood’ niet gaat over stadhuizen, raadsleden en ambtelijke organisaties, maar over de bewoners en de organisaties in de gemeenten. We doen het voor de mensen die getroffen worden door de effecten van de bezuinigingen, die steeds meer gemeenten moeten doorvoeren. U leest er in deze voortgangsnotitie meer over. Wij verzoeken u dringend om in uw eigen gemeenten het gesprek over Raden in Verzet en de acties te voeren en te zien hoe we met elkaar echt stevige acties op touw kunnen zetten. Meld u aan om te helpen! We zijn raadslid geworden omdat we het allerbeste willen voor onze gemeente en niet om de gemeente kapot te bezuinigen! Met hartelijke groet, namens de Zoetermeerse gemeenteraad, Actiecomité Raden in Verzet
1
Congres gemist? Wilt u zien hoe strijdbaar de voorzitter van de VNG, Jan van Zanen, is? Wat het advies van de Raad voor het Openbaar Bestuur is? En kijkt u vooral ook naar het filmpje van Peter Verheij van de ROB. Ook het rondetafelgesprek raden we aan, en bekijk wat de deelnemers vonden en wat de reactie van de deelnemers was op de stellingen en de acties. U kunt hier het congres Gemeenten in Nood terugkijken. https://vimeo.com/523715178/784b3d27b7 Als u geen tijd heeft voor het gehele congres, dan vindt u: 0:04:30 Gesprek met Jan van Zanen, voorzitter van de VNG. 0:28:35 Peter Verheij lid van Raad voor het Openbaar Bestuur over het adviesrapport van de ROB met ook een hele duidelijke video over de tekorten bij de gemeenten. 0:51:20 De stellingen waarmee de deelnemers aangaven welke richting we uitmoeten met het oog op de volgende ALV van de VNG. 1:11:00 Het rondetafelgesprek met Marja van Bijsterveldt (burgemeester Delft, Jan Rijpstra (burgemeester Smallingerland) Ria Boere (wethouder Krimpenerwaard) en Michel Bezuijen (burgemeester Zoetermeer) 1:30:00 De acties van Raden in Verzet en de aangenomen resolutie. Als de link niet werkt kunt u ook kijken via onze website www.zoetermeer.nl/radeninverzet Raden in Verzet is blij dat we merkten dat er veel onderlinge solidariteit is. Op de stelling die u hieronder ziet koos 90% van de deelnemers voor optie 1.
2
De 352-actie van Raden in Verzet Het is belangrijk dat we als gemeenteraden van Nederland heel tastbaar en expliciet zichtbaar maken wat er verloren gaat als de financiering van gemeenten niet snel en structureel wordt verbeterd. De beste plaats om dat te doen is het Binnenhof. Daar zitten de beslissers én daar loopt de landelijke pers rond. Uitgangspunt is het getal 352. Dat is momenteel het aantal gemeenten in Nederland. Ons idee is om verspreid over het Binnenhof de volgende zaken neer te leggen: 352 boeken 352 paar sportschoenen 352 zwembandjes 352 schilderijtjes (of beeldjes) 352 bakstenen 352 verkeersborden slecht wegdek Etc. Deze voorwerpen symboliseren de bezuinigingen op respectievelijk bibliotheken, sportaccommodaties en sportverenigingen, zwembaden, cultuur/musea, bouwen en wegenonderhoud. Heb je nog meer ideeën over voorwerpen? Laat het ons weten! Wij willen de actie organiseren op een vergaderdag van de Tweede Kamer zodat we zoveel als mogelijk Tweede Kamer leden kunnen aanspreken. Gedacht wordt aan het moment waarop de voorjaarsnota besproken wordt. We verwachten dat dit in mei gaat gebeuren. Uiteraard zijn we daarbij afhankelijk van de vergunning/toestemming van de gemeente Den Haag en de dan geldende Coronamaatregelen. De bedoeling is dat we de voorwerpen/thema’s verdelen over de deelnemende gemeenten.
Dus één voor de boeken, één voor de (oude) sportschoenen, etc. Elke deelnemende gemeente zorgt voor de inzameling, transport naar Den Haag, neerleggen en het opruimen van één voorwerp. De coördinatie ligt bij een werkgroep van de gemeente Vijfheerenlanden en de contactpersoon is Kees Bel (06-20595891). Er zijn nu drie gemeenten die zich hebben aangemeld. Dat is nog niet genoeg om de actie succesvol te laten verlopen. Probeer met andere raadsleden uit je gemeente een werkgroepje te vormen en kom in actie! Meld je aan via het actiecomité Raden in Verzet: radeninverzet@gmail.com
3
Grote social-media actie met Filmpjes van onze bewoners Tijdens het congres hebben we de aanzet gegeven voor de grote social-media actie waarbij we met korte filmpjes aan ‘Den Haag’ uitleggen dat de grote tekorten niet de ambtenaren en raadsleden treffen maar dat er cruciale zaken voor de Nederlanders worden wegbezuinigd. We hebben intussen 12 aanmeldingen van mensen die zo’n kort filmpje (stijl selfie, maximaal 1 minuut) willen maken, maar we hebben er echt nog meer nodig. Meld je aan dan sturen we per omgaande de uitleg over de filmpjes. Het is niet moeilijk, en een smartphone is voldoende. Aanmelden graag bij radeninverzet@gmail.com. We hopen op 13 april te kunnen starten (iedere dag een ander filmpje), dus de vraag was: maken voor 10 april. Als we er op 10 april genoeg hebben, kunnen we starten, zeker als we weter dat er nog meer aankomen! Anders wachten we tot we er minstens 20 hebben. Dus filmpjesmakers, meld je aan! Heb je vragen, stel ze gerust, maar iedereen kan het. Eventueel kunnen we via WeTransfer vast wat voorbeelden sturen.
Voor de verspreiding kunnen we nog verspreiders gebruiken:
(blauw is mailverkeer, rood twitteren)
1. Raden in Verzet maakt een lijst met de twitteraccounts van de Tweede Kamerleden en Bewindspersonen. Klaar op 10 april. 2. De lijst wordt verdeeld over de rayonhoofden en per mail naar de rayonhoofden gestuurd. Klaar op 10 april. 4
3. De verspreiders – mensen die iedere ochtend even naar twitter kunnen kijken - melden zich per e-mail aan vóór 11 april bij de rayonhoofden. 4. De rayonhoofden verdelen hun lijst over de verspreiders en mailen dus een paar twitteraccounts naar iedere verspreider op 11 of 12 april. 5. Als we voldoende filmpjes hebben start Raden in Verzet de twitteractie. Iedere dag wordt er een Tweet opgesteld met een filmpje en @2ekamertweets #radeninverzet #gemeenteninnood 6. De Rayonhoofden retweeten en 7. Alle verspreiders retweeten maar ‘retweet with comment’ of ‘citeer tweet’ en daarin worden de hen toegewezen politici genoemd. Als het niet past, dan graag 2x of 3x retweeten. 8. Alle andere raadsleden, collegeleden, ambtenaren, bewoners, en bekenden zoeken op #radeninverzet of op #gemeenteninnood en retweeten zoveel ze kunnen! De mailadressen van de rayonhoofden zijn: Petra de Ruiter, Middelburg Margreet Keesman, Enkhuizen Nicole ter Doest, Smallingerland Frits van der Heide, Stadskanaal Marijke van der Meer, Zoetermeer
petrapolitica@thuisonderweg.nl margreet.keesman@gmail.com n.ter.doest@smallingerland.nl vdheidef@gmail.com marijkezoetermeer@gmail.com
Mensen die willen helpen met de verspreiding graag aanmelden bij een van deze rayonhoofden. Neem iemand uit je buurt (als je in het zuiden of oosten woont, kies je gewoon iemand, als de verdeling wat uit het lood raakt verdelen de rayonhoofden onderling). Verspreiders dus graag aanmelden bij één van de rayonhoofden. Mensen dit gaat niet vanzelf, dus meld je aub aan als je kunt helpen. Voor alle anderen: zoek op twitter naar #radeninverzet of naar #gemeenteninnood en help met retweeten naar iedereen die het moet weten. Op aanraden van onze communicatieadviseur richten we ons vooral op twitter om Den Haag te bereiken. Iedereen die berichten of de filmpjes wil plaatsen op zijn Facebook-account of op LinkedIn mag dat doen. Let wel op dat we de mensen die op de filmpjes staan geen overlast willen bezorgen.
Wilt u in het vervolg direct onze voortgangsnotitie ontvangen (en niet alleen via uw griffie) dan kunt u zich melden via het formulier op onze website www.zoetermeer.nl/radeninverzet 5
Contact Ons actiecomité bestaat uit Marijke van der Meer Vivianne van Yperen David Weekenstroo
06 22 24 10 96 06 30 90 13 07 06 36 27 43 05
Ons mailadres is: radeninverzet@gmail.com We zijn raadslid geworden omdat we het allerbeste willen voor onze gemeente en niet om de gemeente kapot te bezuinigen!
6
04.16.1 Groene Metropoolregio Aanbiedingsbrief en concept regionale agenda 1 Aanbieding concept-regionale agenda 2022 d.d. 14-04-21.pdf
GROENE METROPOOL ARNHEM REG'S I NIJMEGEN
Datum Gemeenteraden van de deelnemende
Uw kenmerk
gemeenten aan de Groene Metropoolregio
Ons kenmerk
Arnhem-Nijmegen
Zaaknummer Contactpersoon
: 14 april 2021 : 2021-GMDB-07 : Dhr. A. Joustra
E-mailadres
a.joustra@regioan.nl
Onderwerp: aanbieding concept-regionale agenda 2022 (incl. actualisatie regionale agenda 2021) Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen
Geachte raad,
Met gepaste trots presenteren wij u de concept-regionale agenda 2022 (incl. actualisatie regionale agenda 2021) van de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen. Deze agenda is ons inhoudelijk kompas om de ambities van onze regionale samenwerking in de komende jaren samen te bereiken. Hiertoe zijn de vijf centrale opgaven verder uitgewerkt, speerpunten concreter gemaakt en voorzien van acties en benodigde middelen. Deze regionale agenda wordt u ter consultatie aangeboden. In de vergadering van het algemeen bestuur op 7juli 2021 zullen we op basis van uw reacties richting geven aan de definitieve versie van de regionale agenda 2022. De definitieve regionale agenda wordt in de vergadering van het algemeen bestuur van 15 september vastgesteld. Daarna wordt deze aan u aangeboden. Op basis van deze definitieve agenda wordt u uitgenodigd om in te tekenen op de opgaven voor het jaar 2022. Vanaf 2023 zullen de opgaven een meerjarig karakter krijgen. WAT VRAGEN WIJ Zoals toegezegd bij het versterkingsproces, willen we de gemeenten (colleges en raden) al in het voorjaar om een reactie vragen op de concept regionale agenda voor het jaar (jaren) daarop. Dit geeft het algemeen bestuur de kans om nog bij te sturen in ambities, acties of middelen voordat de definitieve versie aan u aangeboden wordt.
Ook geeft het gemeenten de kans om in hun voorjaars-, kader- of zomernota rekening te houden met de gevraagde middelen voor het intekenen op de opgaven uit de definitieve regionale agenda. Aan u wordt gevraagd of uw college en uw raad zich herkent in de (uitwerking van de) ambities en bijbehorende acties in de concept regionale agenda 2022 en welke u eventueel mist. Nodigt deze concept agenda uit tot intekenen op de opgaven? Het regiobureau is bereid om, daar waar nodig, tijdens de raadsbehandeling een toelichting te geven.