CConstaterende datRozendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

1.2 Raadsvergadering 14 december 2021, gemeente Rozendaal30.409 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Maatregelen te beoordelen met een Natuurtoets Het Recreatiezoneringsplan bevat ook maatregelen die bijdragen aan de staat van instandhouding van de aangewezen Natura 2000-doelen, maar daar niet direct noodzakelijk voor zijn. Denk bijvoorbeeld aan het verplaatsen van een ruiterpad. Het verplaatsen helpt om verstoring weg te halen op een plek waar zich kwetsbare natuur bevindt en is in die zin nuttig in het kader van het Recreatiezoneringsplan. Echter, voor het bijdragen aan de instandhoudingsdoelen volstaat het weghalen van het ruiterpad, het terugleggen op een betere plek is niet noodzakelijk voor de natuurkwaliteit. De maatregel kwalificeert daarom slechts deels als instandhoudingsmaatregel, het weghalen wel, het terugplaatsen niet, als terugplaatsing plaatsvindt buiten binnen de begrenzing van het N2000-gebied Veluwe. Voor dit soort maatregelen geldt dat het effect ervan – in samenhang – beoordeeld moet worden. Als de schaal en omvang van de effecten beperkt is (m.a.w. geen significant effect), dan volstaat een Natuurtoets en is geen Passende Beoordeling nodig. Voor maatregelen uit de categorieën ‘aanpassen routestructuren’ en ‘verplaatsen/opwaarderen recreatieve voorzieningen’ kan hiervan sprake zijn.

26

Concept Recreatiezoneringsplan Veluwe

< Inhoudsopgave

Maatregelen onder Passende beoordeling Het Recreatiezoneringsplan bevat alleen maatregelen waarvan we verwachten dat ze bijdragen aan een betere balans tussen recreatie en natuur. Om de geleiding van recreanten over de Veluwe te verbeteren en daarmee verstoringsgevoelige natuur te ontzien, wordt op enkele plaatsen het opwaarderen van een bestaande of het realiseren van een nieuwe recreatieve voorziening voorgesteld. Het introduceren van nieuwe activiteiten in het Natura 2000-gebied, of het opschalen van bestaande activiteiten moet zorgvuldig beoordeeld worden op potentiële effecten op de instandhoudingsdoelen. Daartoe wordt een Passende beoordeling uitgevoerd. Met de Passende beoordeling wordt bepaald of er significante ecologische effecten te verwachten zijn en wat de impact en doorwerking daarvan is. Uitvoering van de betreffende recreatiezoneringsmaatregelen is afhankelijk van de uitkomsten van de Passende beoordeling. We streven er naar om voor het Recreatiezoneringsplan één Passende beoordeling uit te voeren, waarin de relevante maatregelen, waarvan een significant effect zelfstandig of in samenhang met andere ingrepen op voorhand niet kan worden uitgesloten, in hun samenhang beoordeeld worden.

6.4

Doorkijk naar de toekomst

Eerder werd al benoemd dat het maatregelprogramma nog niet compleet is. Dat is in lijn met het feit dat de uitvoering van het Recreatiezoneringsplan in elk geval tot 2030 zal lopen. Het is in een programmatische aanpak ook niet nodig dat de te nemen maatregelen tot in detail bekend zijn. Er is ruimte om gaandeweg te evalueren en bij te sturen. De nu bekende recreatiezoneringsmaatregelen vormen de eerste tranche. Op latere momenten zullen nieuwe maatregelen toegevoegd worden aan het plan. Nieuwe recreatiezoneringsmaatregelen kunnen voortkomen uit verschillende sporen: − Zomer 2021 waren nog niet alle gebiedsprocessen en -gesprekken afgerond. Uit de nog op te starten en lopende gebiedsprocessen komen ook zoneringsmaatregelen voort die uiteindelijk onderdeel gaan vormen van het Recreatiezoneringsplan. − Er wordt op dit moment ook gewerkt aan natuurherstelprogramma’s om de natuur op de Veluwe te herstellen en weerbaarder te maken. De natuurherstelprogramma’s zijn toegesneden op verschillende Veluwse natuurtypen (heide en stuifzanden, bossen, vennen en venen, beken). Hoewel deze herstel– programma’s niet gericht zijn op het verminderen van verstoring, bieden ze wel inzicht in en kennis van verstoringsgevoelige natuur die mogelijk aanvullend is op de kennis die is opgedaan in het kader van het Recreatiezoneringplan.

De natuurherstelprogramma’s kunnen daardoor ook aanleiding geven om aanvullende recreatiezoneringsmaatregelen op te nemen, ook kunnen maatregelen al onderdeel van het herstelprogramma zijn. − De recreatief-toeristische ontwikkeling van de Veluwe staat niet stil. Gebruiksintensiteiten veranderen, er komen nieuwe gebruiksvormen op (neem bijvoorbeeld de opkomst van de elektrische mountainbike), de ontsluiting van de Veluwe kan wijzigen (door bijvoorbeeld aanpassingen in openbaar vervoer). Dergelijke ontwikkelingen vragen mogelijk om nieuwe zoneringsmaatregelen, zodat de balans tussen natuur en recreatie niet (opnieuw) verstoord wordt. − In het maatregelprogramma van zomer 2021 zijn diverse onderzoeksmaatregelen opgenomen. De onderzoekmaatregelen zijn bedoeld om meer zicht te krijgen op de uiteindelijk uit te voeren zoneringsmaatregelen. Logischerwijs kunnen deze onderzoeksmaatregelen dus leiden tot nieuwe, nog uit te voeren maatregelen. − In het algemeen kunnen nieuwe ecologische inzichten, over de specifieke situatie op de Veluwe of over de verstoringsgevoeligheid van soorten, of monitoring aanleiding geven tot het treffen van nieuwe maatregelen of bijsturing.

27

Concept Recreatiezoneringsplan Veluwe

< Inhoudsopgave

7 Effect van de recreatiezonering In de toekomst moet blijken wat het effect van de recreatiezonering op de natuurkwaliteit en belevings– kwaliteit daadwerkelijk is. Vooruitlopend daarop is al wel een eerste doorkijk te geven naar te verwachten effecten. In paragraaf 7.1 wordt de potentiële bijdrage aan natuurbehoud en -herstel besproken. Paragraaf 7.2 gaat over het te verwachten effect op de belevingskwaliteit.

7.1

Verwacht effect op natuurkwaliteit

Om nu een inschatting te kunnen maken van de bijdrage aan natuurbehoud en –herstel is vooral gekeken naar het potentiële effect op de zeven verstoringsgevoelige Vogelrichtlijn-soorten waarvoor in het Beheerplan Natura 2000 Veluwe extra inspanning wordt gevraagd. Voor de boomleeuwerik, draaihals, duinpieper, tapuit, wespendief en zwarte specht worden de Natura 2000-doelen niet gehaald en is recreatiezonering een belangrijke knop om aan te draaien. In paragraaf 5.4 werd al genoemd dat onderzocht is hoe een optimale recreatiezonering er voor deze soorten uit zou zien (Sierdsema et. al 2020): waar bevinden zich idealiter de rustige zones gekoppeld aan het leefgebied van deze vogels? Aan Sovon Vogelonderzoek Nederland is gevraagd te toetsen in welke mate de eerder uitgewerkte ‘optimale vogelzonering’ afwijkt of overeenkomt met de recreatiezonering zoals vastgelegd in dit plan. Hiervoor is de in dit plan opgenomen recreatiezoneringskaart vergeleken met de op basis van onderzoek opgestelde kaart (zie bijlage 3) met daarin een optimale zonering voor de genoemde vogels (Sierdsema et. al 2020).

In welke mate komt de door middel van zonering te bereiken recreatie-intensiteit op verschillende delen van de Veluwe overeen met de daar vereiste rust voor de vogels?⁶ Het overall beeld is dat de recreatiezonering op de Veluwe voor ongeveer driekwart overeenstemt met de gewenste zonering voor de vogels. Inzoomend blijkt uit de gemaakte vergelijking (stand van zaken september 2021) dat op zo’n 43% van Natura 2000-gebied Veluwe het vereiste rustniveau voor de zeven vogelsoorten overeenkomt met de daar ingetekende recreatiezonering. Op 31% van de Veluwe wordt/is het, op grond van de recreatiezoneringskaart, zelfs iets rustiger dan voor de genoemde vogelsoorten vereist is. Vaak heeft dit te maken met het feit dat hier rust gecreëerd wordt voor andere natuurwaarden op plaatsen waar voor de vogels geen specifieke maatregelen nodig zijn, bijvoorbeeld in de wildrustgebieden en bij de ecoducten, of het hangt samen met de afsluiting van een terrein om niet-ecologische redenen (militair oefenterrein, particulier eigendom). Op ongeveer 26% van de Veluwse natuurterreinen zal het, uitgaande van de recreatiezonering, drukker kunnen blijven dan voor de vogels en daaraan gerelateerde plant- en diersoorten gewenst is. Vergelijking vogel- en recreatiezonering MATCH

Percentage 43%

RUSTIGER (dan voor specifiek de vogels noodzakelijk)

31%

DRUKKER (dan voor de vogels gewenst)

26%

TOTAAL

100%

Figuur: Vergelijking tussen optimale zonering voor vogels en recreatiezonering, op basis van toetsing Sovon Vogelonderzoek (stand van zaken sept. 2021)

Vervolgens is voor de toetsing een uitsplitsing gemaakt naar open terreinen (heide en stuifzand, ca. een kwart van het Natura 2000-gebied) en gesloten terreinen (bos, ca. driekwart van het Natura 2000-gebied). Hier bevinden zich immers verschillende soorten vogels met een verschillende mate van verstorings– gevoeligheid. Deze vogels zijn daarmee ook gebaat zijn bij uiteenlopende maatregelen. Tapuit, duinpieper en draaihals zijn typisch soorten van open terreinen. Nachtzwaluw en boomleeuwerik worden daar ook toe gerekend, maar houden zich ook deels op in bossen. Zwarte specht en wespendief zijn bossoorten. Kijkend naar de ‘match’ tussen de optimale zonering voor de vogels en de recreatiezonering in dit plan, dan blijkt de recreatiezonering voor de bosvogels iets gunstiger uit te pakken dan voor de soorten van open terreinen. Dit is weergegeven in onderstaande tabel.

6

28

Zoals eerder benoemd is de verwachting dat andere soorten mee zullen profiteren van de gecreëerde rust, de vogels zijn in dit opzicht te zien als gidssoorten.

Concept Recreatiezoneringsplan Veluwe

< Inhoudsopgave

Vergelijking vogel- en recreatiezonering

Open terreinen (%)

Bossen (%)

33,3%

46,2%

RUSTIGER (dan voor specifiek de vogels noodzakelijk)

38,5%

28,4%

DRUKKER (dan voor de vogels gewenst)

28,2%

25,4%

TOTAAL

100%

100%

MATCH

Figuur: Uitgesplitste vergelijking optimale vogelzonering en recreatiezonering voor open terreinen en bossen op basis van toetsing Sovon Vogelonderzoek (stand van zaken sept. 2021)

Wanneer de gekozen recreatiezonering afwijkt van de op een specifieke plek gewenste mate van rust voor vogels, dan is de betekenis daarvan voor de vogels niet altijd hetzelfde. Dit komt doordat sommige terreinen op de Veluwe voor vogels van groter belang zijn dan andere. Een gebied dat volgens de eerder verrichte analyse (Sierdsema et.al 2020) afgesloten zou moeten worden voor vogels, is bijvoorbeeld belangrijker voor de betreffende broedvogels dan een gebied dat ingericht kan worden als terrein met extensief recreatief medegebruik. Ook de mate waarin de recreatiezonering afwijkt van de optimale zonering voor broedvogels kan verschillen. De afstand tot de optimale situatie voor vogels is groter wanneer op een terrein een recreatiezone B is aangegeven, terwijl voor de vogels (periodieke) afsluiting gewenst is (zone D), dan wanneer daar een zone C* wordt gerealiseerd. In een eind 2021 te verschijnen rapportage van Sovon Vogelonderzoek over de uitgevoerde toetsing van te verwachten ecologische effecten, wordt nader ingezoomd op de situatie op verschillende terreinen. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar de zoneringskaart, maar ook naar de te verwachten effecten van het bijbehorende maatregelprogramma.

Dan wordt ook berekend welke potentiële bijdrage de recreatiezonering kan leveren aan de toename van de vogelaantallen op de Veluwe en daarmee aan de instandhoudingsdoelen uit het Natura 2000 beheerplan. Het is belangrijk op te merken dat bij het opstellen van een optimale zonering voor vogels alleen is gekeken naar het best mogelijke scenario voor de vogels, terwijl er in het recreatiezoneringsproces een bredere belangenafweging heeft plaatsgevonden. Het was op voorhand dan ook niet te verwachten dat er een complete match mogelijk zou zijn tussen de recreatiezoneringskaart en de ‘vogelzonering’. Het streven was wel om beiden zo dicht mogelijk bij elkaar te brengen. Met de huidige recreatiezonering is nu een eerste – forse – stap gezet op weg naar optimalisatie voor vogels. Het proces stopt niet, na 2021 blijft gewerkt worden aan verdere optimalisatie, daar waar dat nodig en mogelijk is. Hieronder lichten we toe op welke plaatsen er, met het oog op een bredere belangenafweging, andere keuzes gemaakt zijn dan het streven naar een ideale zonering voor de vogels.

7.1.1

Toelichting gebieden met ‘mismatch’ recreatiezonering met ideaalsituatie voor vogelsoorten

Zoals hierboven te lezen zal het op een kwart van de Veluwe naar verwachting drukker zijn dan de optimale situatie voor de genoemde vogelsoorten. Dit heeft tot gevolg dat waarschijnlijk het met zonering maximaal haalbare effect voor de vogelstand op de Veluwe niet bereikt gaat worden. Dit is inherent aan het feit dat in de totstandkoming van dit plan niet alleen gekeken is naar natuur. Recreatie op de Veluwe moet mogelijk blijven, is het uitgangspunt. De gebieden waar de zonering meer recreatief gebruik toestaat dan voor de vogels gewenst, zien we voor– namelijk nabij de woonkernen op en rondom de Veluwe. Voorbeelden zijn de terreinen aan de oostkant van Ede, aan de rand van de Veluwe op de flank Voorthuizen-Putten-Ermelo-Harderwijk-Nunspeet of aan de noordoost rand van de Veluwe op de flank Epe-Heerde-Hattem. Het zijn plaatsen waar veel recreanten de Veluwe op komen. Volgens de zoneringsmethodiek bevinden zich hier ook de zones A en B als plekken waar de meeste faciliteiten worden aangeboden: parkeerplaatsen, startpunten van routes, etc. Ook rondom toeristische trekpleisters zien we dat er meer ruimte voor recreatie en minder rust voor natuur is, dan voor de verstoringsgevoelige soorten optimaal zou zijn.

Bijvoorbeeld aan de noordwest kant van Apeldoorn met het Paleispark en grote attracties als Julianatoren en Apenheul, of bij Laag Soeren waar zich horeca, campings en vakantieparken bevinden. Ook historische landgoederen trekken veel publiek en hebben bovendien vaak een cultuurhistorisch waardevol padenpatroon, waardoor grote maaswijdtes daar moeilijk te realiseren zijn (denk bijvoorbeeld aan de langgoederenzone ten noorden van Arnhem). Ecologisch gezien is het gunstiger om hogere verstoring te concentreren op een beperkt aantal locaties, dan gelijkmatig over een gebied uit te smeren. Het is dan ook een bewuste keuze om op een aantal plekken – waar recreanten logischerwijs het natuurgebied betreden en er voor hen veel te beleven valt – volop ruimte te bieden voor recreatie. Hiermee kan op andere plekken meer rust gerealiseerd worden, zodat de natuur daar behouden blijft en/of herstel wordt. < Inhoudsopgave

29

Concept Recreatiezoneringsplan Veluwe

7.1.2

Nulmeting maaswijdte

Een ander aspect om naar te kijken als we uitspraken willen doen over het te verwachten ecologisch effect van de recreatiezonering, is de maaswijdte. De maaswijdte geeft de maat voor de omvang van terreindelen tussen aangrenzende paden of, met andere woorden, de grootte van de vlakken waarop geen menselijke betreding plaatsvindt. Voor het overgrote deel van het Natura 2000-gebied is bij het opstellen van dit Recreatie– zoneringsplan de maaswijdte in beeld gebracht. Hiermee is feitelijk een nulmeting van de maaswijdte verricht. Vervolgens is geanalyseerd in welke mate de huidige maaswijdte in de terreinen overeenstemt met de maaswijdte die nagestreefd wordt, conform de zones die nu op de recreatiezoneringkaart ingetekend staan. Daarbij is specifiek gekeken naar zone B (streefwaarde 5 hectare), zone C (streefwaarde 25 hectare) en zone C* (streefwaarde 50 hectare). Er is niet gekeken naar zone A, omdat daarvoor geen streefwaarde is vastgesteld. Ook naar zone D en D* is (nog) niet gekeken. Daar vindt in principe (tijdens het broedseizoen) geen betreding plaats. Onderstaande tabel geeft het resultaat van de uitgevoerde analyse: Actuele geschiktheid ten opzichte van gewenste oppervlakte conform ingetekende zone in %

% aandeel op Veluwe (zones B, C en C*)

<50

40

50-75

12

75-99

8

=100

39

Figuur: Tabel met geschiktheidspercentages maaswijdte op basis van analyse Borgman Beheer en Advies

Het percentage in de eerste kolom geeft aan hoe groot het perceel is ten opzichte van de gewenste maaswijdteomvang. Bijvoorbeeld <50 betekent: het perceel is minder dan de helft van de gewenste grootte, =100 betekent: het perceel voldoet aan de oppervlakte-eis van de zone waarin het ligt. De tweede kolom geeft het percentage waarin de categorie voorkomt op het totale aantal hectares op de Veluwe in de zones B, C en C*. Op bijna 40% van het totale oppervlakte van deze zones op de Veluwe voldoet de perceelgrootte in de huidige situatie al, op 40% nog verre van. Deze analyse laat zien dat er nog flinke winst te behalen is door het optimaliseren van de padenstructuur, hiervoor zijn in het maatregelprogramma ook veel maatregelen opgenomen. Over enkele jaren kan gekeken worden in welke mate deze maatregelen daadwerkelijk geleid hebben tot maaswijdtes die passen bij de zoneringsambities, en daarmee de rust voor de aanwezige natuurwaarden garanderen.

7.2

Verwacht effect op belevingskwaliteit

Het samenwerkingsverband Veluwe-op-1 noemt als tweede punt op de VeluweAgenda 2030: ‘Een bredere kijk op recreatie en toerisme, waarbij het niet meer in de eerste plaats gaat om het trekken van meer bezoekers, maar om meer kwaliteit’. In de recreatiezonering is deze focus op kwaliteit in plaats van kwantiteit ook omarmd. De recreatiezonering kan op verschillende manieren een impuls geven aan de kwaliteit van de natuurbeleving op de Veluwe. Vanuit diverse hoeken is in de achterliggende periode het signaal gekomen dat het te druk is op de Veluwe. Ondernemers gaven aan dat hun gasten geen echte Veluwe-rust meer ervaren, bewoners ervaren dat de toenemende drukte hun directe leefomgeving negatief beïnvloedt en verschillende recreantengroepen ervaren hinder van elkaar. De recreatiezonering zorgt voor meer differentiatie in recreatie-intensiteit zodat er geen deken van drukte meer over de Veluwe ligt. Op sommige plekken komen extra voorzieningen, zodat bezoekers daar ook goed gefaciliteerd worden en de recreatiedruk minder overlast geeft. Op andere plekken wordt het voorzieningenniveau juist lager. Door op bepaalde terreinen het aantal paden te verminderen ontstaan bijvoorbeeld grotere aaneengesloten stukken natuur waardoor de recreant meer weidsheid kan ervaren.

Ook het beter scheiden van gebruikersgroepen, door te zorgen dat specifieke routes en paden voor verschillende recreatievormen (ruiters, MTB-ers, etc.) elkaar niet meer raken of kruisen, heeft een positief effect op de beleving. Met de recreatiezonering wordt ook bijgedragen aan betere routenetwerken op de Veluwe, onder andere doordat terreineigenaren meer met elkaar in gesprek gaan over het beter op elkaar laten aansluiten van eigendomsgrens overschrijdende routes. Met het Recreatiezoneringsplan is het optimaliseren van routenetwerken op de Veluwe overigens nog niet af. Het Routebureau Veluwe gaat daaraan de komende jaren in opdracht van de Veluwse gemeenten verder werken, samen met terreinbeherende organisaties en vrijwilligers.

30

Concept Recreatiezoneringsplan Veluwe

< Inhoudsopgave

Een aanzienlijk deel van de maatregelen in het Recreatiezoneringsplan heeft betrekking op een betere ontsluiting van de natuurterreinen. Het gaat dan bijvoorbeeld om een logische route naar het natuurterrein vanaf een parkeerplaats via gemarkeerde routes. Maar ook het voorkomen dat fietsers en wandelaars gehinderd worden door auto’s die met veel stof over zandwegen rijden of met berm- en wildparkeren voor overlast zorgen. Aan een betere ontsluiting van de Veluwe wordt ook gewerkt via de programmalijn ‘Bestemmingsmanagement/ontvangstlocaties’ uit de VeluweAgenda 2030. In het kader van de recreatiezonering wordt een verkenning uitgevoerd naar de mogelijkheden voor een meer geharmoniseerd evenementen- en activiteitenbeleid voor de Veluwe. Doel is om met terreineigenaren gezamenlijk te spreken over heldere kaders en richtlijnen voor evenementen. Wat kan op welke plek en op welk moment wel, of juist niet en waarom? Daarbij zal ook gekeken worden naar de effecten van evenementen op de beleving van andere bezoekers van de Veluwe. Meer afstemming in het evenementenbeleid moet duidelijkheid bieden aan initiatiefnemers, zodat zij in een vroeg stadium weten waar zij aan toe zijn en de organisatie van hun evenement daarop kunnen afstemmen.

In het kader van het Recreatiezoneringsplan is ook afgesproken dat de recreatiedruk en belevingskwaliteit op de Veluwe gemonitord zal worden, zodat de effecten van de recreatiezonering op lange termijn in beeld gebracht worden.

Het Routebureau Veluwe werkt aan eenduidige aanduidingen voor alle routes op de Veluwe. Afbeelding: Routebureau Veluwe

31

Concept Recreatiezoneringsplan Veluwe

< Inhoudsopgave

8 Inzoomen op gebieden: proces en resultaat lokale gebiedsprocessen Het Recreatiezoneringsplan vormt één geheel. Juist met een integrale aanpak voor het gehele Natura 2000gebied Veluwe wordt gestreefd naar een betere balans tussen natuur en recreatie. Dat neemt niet weg dat in de totstandkoming van het plan telkens maatwerk is geleverd op het niveau van kleinere gebieden. De Veluwe is groot en divers. Terreintypen en natuurwaarden variëren, net als de ligging ten opzichte van steden, dorpen en vakantieparken, de aanwezigheid van toeristische trekpleisters loopt uiteen, het bestaande recreatieve gebruik is niet overal hetzelfde, etc. Komen tot een passende, goed werkende én toekomstbestendige recreatiezonering vraagt om gebiedspecifieke afwegingen. Voor een aantal gebieden is het komen tot een passende recreatiezonering extra complex, omdat er een grote opgave ligt en/of er veel verschillende belangen spelen. In deze gebieden zijn/worden bewoners, ondernemers en gebruikers direct betrokken bij de totstandkoming van de recreatiezonering en bij de uitwerking daarvan in te nemen maatregelen. In dit hoofdstuk zoomen we in op deze gebieden.

8.1

De Haere

Tussen ‘t Harde en Nunspeet ligt De Haere. Dit is een bos- en heidegebied met als belangrijkste kenmerk de centraal gelegen zandverstuiving. Langs de randen van het Natura 2000-gebied en ook nabij de zandverstuiving liggen enkele vakantieparken, buitensportaccommodaties en woningen. Het gebied wordt voor een groot deel beheerd door Geldersch Landschap en Kasteelen. Er lopen verschillende wandelroutes, zoals het Westerborkpad, een klompenpad en het Thornspicerpad, een ruiterroute en een fietsroute. Het gebied wordt aan de zuidkant begrensd door de snelweg A28. Het belangrijkste knelpunt voor de natuur in dit gebied is rust en ruimte voor bijzondere vogelsoorten zoals de tapuit, nachtzwaluw, wespendief, draaihals en zwarte specht. De recreatiedruk is hoog door de aantrekkingskracht van de zandverstuiving en de aanwezigheid van vakantieparken en accommodaties. De zandverstuiving heeft extra aantrekkingskracht doordat het ook hondenlosloopgebied is. Door het grote aantal bezoekers is de parkeergelegenheid regelmatig vol en wordt er langs de toegangswegen geparkeerd. De opgave in dit gebied is om de bezoekersstromen beter te geleiden en de gebruikersdruk op de zandverstuiving en de heide te verminderen.

Het gebied is door Geldersch Landschap en Kasteelen aangeduid als recreatiezone C (matig intensief gebruik) waarbij is geconstateerd dat het terrein daar nog niet in alle opzichten aan voldoet. Veel omwonenden ervaren drukte en wensen een betere verkeersafwikkeling en parkeergelegenheid zodat er minder overlast ontstaat. De vakantieparken willen voor hun klanten de toegang tot en het diverse gebruik van het gebied handhaven. Om de verschillende belangen goed te betrekken en af te kunnen wegen en is in de zomer 2021 een beperkt gebiedsproces gestart. De organiserende partijen zijn de gemeente Elburg, Geldersch Landschap en Kasteelen en provincie Gelderland. Eind augustus is een eerste, druk bezochte en online meegekeken, bewonersavond voor omwonenden en gebruikers van De Haere georganiseerd, in september gevolgd door een bijeenkomst voor de omliggende recreatieondernemers. Voor De Haere willen Geldersch Landschap en Kasteelen en de gemeente enkele maatregelen onderzoeken die tot een betere geleiding en verspreiding van de recreatiedruk moeten leiden. In de komende tijd wordt nog met bewonersgroepen over deze mogelijke maatregelen gecommuniceerd. Het gaat om de volgende onderzoeksmaatregelen: − Verminderen van verkeers- en parkeerdruk: De gemeente onderzoekt een alternatief voor de bestaande parkeerplaats langs de Badweg.

Gezien vanuit de zonering ligt deze te dicht bij de zandverstuiving. Toegang tot het gebied vanaf een andere plek voor mensen die van veraf komen, biedt ook de mogelijkheden om routes aan te passen zodat die beter bij het terrein aansluiten. Een eerste optie is een locatie gelegen bij de Bovenweg. Ook andere locaties zijn in beeld. − Aanpassen hondenlosloopterrein: Gezien vanuit recreatiezonering is het gewenst om voor de honden– losloop een ander gebied dan de zandverstuiving in te richten, of deze functie geheel op te heffen zodat honden alleen aangelijnd de natuur in kunnen. Het losloopterrein Zwaluwenburg bij ‘t Harde, ook beheerd door Geldersch Landschap en Kasteelen, blijft in ieder geval bestaan.

32

Concept Recreatiezoneringsplan Veluwe

< Inhoudsopgave

− −

Geldersch Landschap en Kasteelen wil i.s.m. gebruikersgroepen verkennen hoe de bestaande wandel-, fiets-, MTB-, en ruiterroutes aan te passen zijn, zodat kwetsbare terreindelen meer worden ontzien. Aanpassen maaswijdte bos- en heidepaden: Op basis van een nulmeting van de maaswijdte wil Geldersch Landschap en Kasteelen nagaan waar de dichtheid van paden aanpassing behoeft. Ook wordt gekeken naar de paden op de overgangen tussen verschillende biotopen (bos/heide en zand/heide). Deze overgang zijn ecologisch waardevol en kwetsbaar.

Bovenstaande onderzoeksmaatregelen zullen in een vervolgtraject nader worden besproken. Daarbij kan ook gekeken naar andere zaken die naar voren zijn gekomen tijdens de bewonersavond en de ondernemers– bijeenkomst. Zo is bijvoorbeeld genoemd dat een goede parkeerplek voor (elektrische) fietsen ontbreekt.

Zandverstuiving op De Haere. Fotografie: C. Biemans

8.2

Heideterreinen Ermelo

De heideterreinen Ermelosche heide, Groevenbeekse heide en Houtdorper- en Speulderveld zijn in beheer van de gemeente Ermelo. De gemeente wil voor deze heideterreinen een nieuw beheerplan opstellen. Het doel van het beheerplan is om de natuur- en belevingskwaliteit van de heideterreinen een impuls te geven. In het beheerplan wordt aangegeven welke maatregelen daarvoor de komende tien jaar uitgevoerd gaan worden. De recreatiezonering wordt hieraan gekoppeld, zodat één plan ontstaat waarin alles staat beschreven, zowel de natuurmaatregelen als de recreatieve maatregelen. Over het heidebeheerplan wil de gemeente Ermelo met belanghebbenden in gesprek (bewoners, ondernemers, belangengroepen). Op dit moment wordt gewerkt aan het wettelijk kader (aan welke natuurdoelen moet worden voldaan) en aan een eerste schets om over door te praten. Najaar 2021 gaat de gemeente Ermelo met belanghebbenden in gesprek over de inrichting en het beheer van de heideterreinen.

Recreatie op één van de Ermelose heideterreinen. Fotografie: gemeente Ermelo

33

Concept Recreatiezoneringsplan Veluwe

< Inhoudsopgave

8.3

Hulshorster- en Beekhuizerzand

Het Hulshorsterzand en Beekhuizerzand zijn twee unieke zandverstuivingen op de Noordwest Veluwe. Het stuifzandlandschap bestaat uit een mozaïek van open zand waar de wind vrij spel heeft, zand met gras, mossen en heide. Een landschap dat in Nederland en Europa steeds minder voorkomt. Buiten Nederland bestaat er zelfs nauwelijks stuifzand. De planten- en diersoorten die in dit gebied voorkomen hebben zich aangepast aan deze soms extreme omstandigheden van de ‘Atlantische woestijnen’, zoals zandverstuivingen wel worden genoemd. Voorbeelden van bijzondere soorten in dit gebied zijn nachtzwaluw, duinpieper, boomleeuwerik en levendbarende hagedis. Ooit was er in Nederland zo’n tachtigduizend hectare stuifzand, daarvan is nog ongeveer 1.400 hectare over. Het Hulshorsterzand hoort, met een omvang van ongeveer 430 hectare, bij de vijf grootste zandverstuivingen van Nederland. Natuurmonumenten is de terreinbeheerder van het Hulshorsterzand. Om ervoor te zorgen dat het stuifzand ‘levend’ blijft en niet gaat vergrassen, is Natuurmonumenten in 2009 al gestart met de uitvoering van het herstelplan Hulshorsterzand. Het stuifzand kan hier (weer) actief stuiven. Het beheer vindt onder andere plaats met een rondtrekkende schaapskudde. Het Beekhuizerzand is een stuifzandgebied ter grootte van ongeveer 160 hectare, in eigendom en beheer van de Gemeente Harderwijk.

Het gebied is in 2004 weer teruggebracht van een bosgebied tot een echt stuifzand– gebied. Defensie gebruikt het Beekhuizerzand bij Harderwijk voor militaire oefeningen met onder meer helikopters. Rondom het Hulshorsterzand en Beekhuizerzand liggen een aantal hotels, campings en vakantiewoningen, maar het gebied is vooral belangrijk voor bewoners van de omliggende gebieden. Zij komen naar deze gebieden om te wandelen, in het zand te spelen, te mountainbiken, paard te rijden, of om te fietsen. Daarnaast zijn er in de omgeving van de gebieden bezienswaardigheden zoals het bezoekerscentrum van Staatsbosbeheer in Nunspeet, de uitkijktorens rond het gebied (o.a. bij natuurtransferium Nunspeet en bij Harderwijk), de speel– plaats Stakenberg en het Aortjeshuus. Op en rond het gebied bevinden zich paden en routes voor fietsen, wandelen, mountainbiken, paardrijden en mennen. Het bijzondere maar ook kwetsbare stuifzand- en heidelandschap is een belangrijk gebied voor zowel recreatie als natuur. Omdat er veel belangen spelen is een gebiedsproces doorlopen waarin met inwoners, recreatie– ondernemers, lokale gebruikersgroepen en belangenorganisaties is samengewerkt aan de recreatiezonering.

Het gebiedsproces was enerzijds gericht op het geven van duidelijkheid over het doel van recreatiezonering, en de impact op het recreatief gebruik en anderzijds op het betrekken van omwonenden, recreatieondernemers, lokale gebruikersgroepen en belangenorganisaties bij de zonering en de uitwerking ervan in maatregelen. Het gebiedsproces werd georganiseerd door de provincie Gelderland in nauwe samenwerking met de gemeente Harderwijk (terreineigenaar Beekhuizerzand) en gemeente Nunspeet en Natuurmonumenten (terreineigenaar Hulshorsterzand). In de periode mei – september 2021 zijn op een 11-tal momenten bijeenkomsten georganiseerd en gesprekken gevoerd met bewoners, recreatieondernemers, buurtverenigingen en lokale gebruikersgroepen. Op basis van de inbreng van de deelnemers aan het gebiedsproces is de conceptzonering op enkele punten aangepast. Het Hulshorsterzand blijft – over gemarkeerde wandelpaden aan de randen – jaarrond toegankelijk voor wandelaars in zone D Delen van het Hulshorsterzand zullen nog worden aangepast van zone D naar een zone C/C*, zodat het zand daar jaarrond beleefbaar blijft door over (gemarkeerde) routes te wandelen en bijvoorbeeld in het zand te spelen. De exacte ligging van deze gebieden wordt nog onderzocht. Een aantal paden dwars over het zand is in het broedseizoen ontoegankelijk, zodat daar de grondbroedende vogels voldoende rust krijgen.

Het Beekhuizerzand is uiteindelijk aangeduid als zone C* (rustig gebied met extensief recreatief medegebruik, rekening houdend met zeer verstoringsgevoelige soorten), mede vanwege de omvang van het zandgebied, de maaswijdte (afstand tussen paden) en het gebruik door Defensie. In het broedseizoen worden enkele paden in de kwetsbare overgangszones ontoegankelijk. De komende tijd moet een aantal zaken nog verder verkend worden. Op het Hulshorsterzand wordt nog onderzocht of de strook direct onder de A28 tussen Hierderweg en Klarenweg aangepast moet worden van zone C naar zone D om in dit deel van het gebied een zo robuust mogelijke zone zonder verstoring in het broedseizoen te maken. De MTB-verbinding Nunspeet en Harderwijk (tussen Klarenweg en Hierderweg) is belangrijk voor met name de lokale fietsers en verenigingen. Daarom zijn met Toerclub de Volharding gesprekken gestart die de komende tijd worden voortgezet. In deze gesprekken wordt gezamenlijk gekeken naar een alternatief tracé, hiervoor zijn ook door de vereniging ideeën aangedragen. Ook wordt nog gekeken waar precies een jaarrond open te blijven wandelpad komt tussen de Klarenweg en de Oude Klarenweg op het Hulshorsterzand.

34

Concept Recreatiezoneringsplan Veluwe

< Inhoudsopgave

Voor het Beekhuizerzand is het fietspad over het zand nog onderwerp van onderzoek. Er wordt verkend of het mogelijk, wenselijk en haalbaar is om het tracé van het fietspad te verleggen. Tijdens het gebiedsproces zijn er een aantal alternatieven besproken en op een rij gezet.

Fietsers kijken uit over het Beekhuizerzand. Fotografie: T. Blaauw (Wing)

8.4

Omgeving Kootwijk

Voor het gebiedsproces ‘Kootwijk en omgeving’ zijn partijen benaderd op de Midden-Veluwe, zowel oostelijk tot aan Ugchelen en Beekbergen als aan de westzijde tot en met Kootwijkerbroek, Stroe en Harskamp. Centraal in dit gebied liggen de dorpen Kootwijk en Radio Kootwijk. Aan de noordzijde is de N344 (ApeldoornVoorthuizen) als grens aangehouden. Het gebied wordt grotendeels beheerd door Staatsbosbeheer. Door de omvang, de variatie in habitats en de geschiktheid als leefgebied voor vrijwel alle voor Natura 2000 kwalificerende vogelsoorten is dit gebied voor het bereiken van de natuurdoelen op de Veluwe van grote betekenis. Een echte hotspot is het Kootwijkerzand, het grootste stuifzandgebied van Nederland. Voor grondbroedende vogelsoorten is dit een toplocatie. Dit deel van de Veluwe is daarnaast ook belangrijk voor recreatie door de aantrekkingskracht van de stuifzanden, open heide en de dorpen Kootwijk en Radio Kootwijk in combinatie met de aanwezigheid van vakantieparken, hotels en horeca, zowel in het centrale deel als aan de randen van het gebied. Er zijn ruime parkeerplaatsen bij o.a. Hoog Buurlo en ‘t Leesten om van daaruit de natuur te ontdekken via de aanwezige fietsknooppunten, wandelroutes, mountainbikeroute en ruiterroutes. Ook zijn er diverse hondenlosloopgebieden. De recreatiedruk is hoog.

Het belangrijkste knelpunt gezien vanuit recreatiezonering is rust en ruimte voor bijzondere grondbroedende vogelsoorten en soorten als wespendief, draaihals en zwarte specht. De groep grondbroeders is erg gevoelig voor verstoring, juist omdat ze in open en halfopen gebied (randen) verblijven waar verstoring ver doordringt. Deze kwetsbare delen zouden meer ontzien moeten worden. Tegelijkertijd moet het gebied beleefbaar blijven, door een goede geleiding van bezoekers. Er is een grote betrokkenheid en (vaak ook) veel kennis van dit gebied bij de inwoners en de gebruikers. De inwoners en de dorpsverenigingen hebben een duidelijk belang bij een goed gebruik van dit gebied, het is immers hun directe leefomgeving. De partijen die hebben deelgenomen aan het gebiedsproces zijn: gemeente Apeldoorn, gemeente Barneveld, dorpsverenigingen en buurtraden, lokale milieu- en gebruikersgroepen en (vertegenwoordigers van) recreatieondernemers. In de periode maart-september 2021 zijn 20 bijeenkomsten gehouden in groot en klein verband.

35

Concept Recreatiezoneringsplan Veluwe

< Inhoudsopgave

Er is met de betrokken partijen als eerste gesproken over de concept-zoneringskaart, met name over de betekenis en de onderbouwing van de zones die in dit gebied op de kaart zijn gezet. Dit heeft op een enkele locaties tot aanpassing van de zones geleid. Zone B rond Hoog Buurlo is uitgebreid met het dorp Radio Kootwijk en een gebiedje ten noorden van het dorp, ook zone B rond Hoog Buurlo zelf is iets vergroot. Ten noorden van Hoenderloo zijn twee bosdelen die grenzen aan vakantieparken vanwege het bestaande gebruik en dichte padennet gewijzigd van zone C naar zone B. Vervolgens is gesproken over de knelpunten ten aanzien van het huidige recreatief gebruik en de beoogde maatregelen om de zonering in de praktijk te laten werken. Er is vooral gekeken naar het gedurende het broedseizoen vergroten van de rust in de open terreinen. Een voorbeeld van zo’n maatregel is het niet toegankelijk maken van het zuidoostelijk deel van het Kootwijkerzand, wel blijft een verbindingspad midden– door open. Op de Stroese heide worden enkele paden langs de rand van heide en bos in het broedseizoen niet toegankelijk. Een ander voorbeeld vinden we bij het Kootwijkerveen. Door verleggen van het pad en het realiseren van een uitkijkplateau wordt betreding van de rand van het veen verminderd en kan het toch goed bekeken worden.

Een beperkt aantal maatregelen is bedoeld om meer rust in de gevarieerde oudere bossen te bereiken. Er is ook gekeken naar verbetermogelijkheden voor het recreatief gebruik. Onder andere aanleg van een hondenspartelvijver in het hondenlosloopgebied bij Harskamp en bij ‘t Leesten, het vergroten van enkele voor zonering gunstig gelegen parkeerterreinen en het aanleggen van een mindervalidenroute bij ‘t Leesten. Nader onderzoek moet nog uitwijzen hoe de aantrekkelijkheid van wandelroutes en MTB paden verbeterd kan worden en hoe goede verbindingen tussen diverse (fiets)routes tot stand kunnen komen. Daarbij moet een nadere en brede afweging gemaakt worden tussen natuur, bereikbaarheid en belangen van bewoners en ondernemers. Het overleg over de uitvoering en verkenning van maatregelen wordt de komende tijd nog lokaal voortgezet. Voor diverse deelnemers aan het proces blijven er nog vragen over het effect dat de recreatiezonering zal hebben op de vergunningverlening aan recreatiebedrijven (op grond van Wet natuurbescherming), over de laagvliegoefeningen van Defensie die als zeer verstorend worden ervaren, en over de druk die MTB-gebruik veroorzaakt op de terreinen. Dit zijn aandachtspunten voor de komende tijd.

Radio Kootwijk. Fotografie: T. Blaauw (Wing)

36

Concept Recreatiezoneringsplan Veluwe

< Inhoudsopgave

8.5

Putten, Garderen, Voorthuizen

Tussen de dorpen Putten, Garderen en Voorthuizen ligt een uniek stukje Veluwe. Het gebied is voor een groot deel bebost en er liggen enkele ‘landbouw-enclaves’ rondom Koudhoorn, Garderen en Speuld. Het gebied trekt veel bezoekers en biedt een verscheidenheid aan verblijfsaccommodaties, horeca en recreatieve routes. Staatsbosbeheer is in dit gebied in omvang de grootste terreinbeheerder. Daarnaast is er aantal kleinere particuliere landgoederen en liggen er terreinen van Geldersch Landschap en Kasteelen, Vitens en de gemeente Putten. De focus van het doorlopen proces lag op het gebied tussen Putten, Garderen en Voorthuizen dat in het zuiden wordt begrensd door de N344. Het belangrijkste knelpunt voor de natuur in dit gebied is gebrek aan rust en ruimte voor bijzondere vogelsoorten zoals de boomleeuwerik, wespendief, draaihals en zwarte specht. De kleinere landgoederen in dit gebied ervaren de laatste jaren grote drukte op hun terreinen, die ook gepaard gaat met excessen in gebruik, bijvoorbeeld door MTB-ers en loslopende honden. De opgave is om door gerichte maatregelen in de natuurterreinen bezoekersstromen beter te geleiden, zodat kwetsbare natuurdelen meer worden ontzien. Speciaal bij de kleinere landgoederen is er behoefte aan maatregelen om meer rust op het eigen terrein te realiseren.

Voor de Plaatselijk belangen (dorpsvertegenwoordigingen) is voornamelijk het toegankelijk houden van de natuurgebieden vanuit de dorpen en vakantieparken van belang. De partijen die deelnamen aan het gebiedsproces waren: gemeente Putten, gemeente Barneveld, Plaatselijk belang Garderen, Plaatselijk belang Voorthuizen, Natuur en Milieu Putten, recreatieondernemers Putten, Staatsbosbeheer, landgoed Klein Boeschoten, landgoed Nieuw Veluwe, landgoed Nieuw Groevenbeek, landgoed Schovenhorst, Vitens. Aanvankelijk was er voor zowel de Puttense kant van het Speulder/Sprielderbos als voor de Ermelose kant voorzien in een gebiedsproces. Omdat gemeenten Ermelo en Nunspeet voor de heide– terreinen een eigen heidebeheerplan gaan opstellen waarin ook recreatiezonering wordt opgenomen, is afgezien van het opstarten van een gebiedsproces voor het Ermelose deel. Er bleek echter behoefte aan overleg over het bos- en heidegebied rondom Speuld. Daarom is voor dit deelgebied een aparte bijeenkomst met de buurtvereniging Speuld en enkele inwoners gehouden. In de periode maart-september is een tiental overleggen en bijeenkomsten georganiseerd in wisselende samenstelling van betrokken partijen. Het gebiedsproces heeft als resultaat gehad dat de zone-aanduiding die in eerste aanleg op de kaart waren ingetekend op diverse plekken is aangepast.

Op een aantal plekken is gekozen voor een zone die meer ruimte voor recreatie biedt, op andere locaties wordt juist ingezet op meer rust. Er is ook uitgebreid gesproken over te nemen matregelen op de terreinen van Staatbosbeheer. In het grootste deel van de bosgebieden zijn er geen wijzigingen. Met name bij de open terreinen zoals de Grote Ark en de heide aan de Arnhemse Karweg zal meer rust gecreëerd worden (verwijderen kleine parkeerterreintjes, verleggen wandelpaden en opheffen illegale paadjes). Andere voorbeelden van maatregelen zijn het verwijderen van een wandelpad over de Stroesche heide, het beter beschermen van het Watergraafsmeertje en een kwaliteitsimpuls voor het hondenlosloop– gebied gelegen aan de N344. In de toekomst wordt nog gekeken naar het afwaarderen van enkele doorgaande zandwegen in het bos en naar het actualiseren van routenetwerken binnen en buiten de Natura 2000begrenzing. Deze zijn opgenomen als onderzoeksmaatregelen in het maatregelprogramma recreatiezonering en zal in samenspraak met gebruikers worden opgepakt. Voor het toekomstig gebruik van het gebied zijn is ook de ontwikkeling van de zone tussen Krachtighuizen en landgoed Schovenhorst tot ‘Putter Poorten’ van belang. Dit is een project van gemeente Putten e.a., met als doel betere geleiding van recreatief gebruik, inclusief het ontwikkelen van ontvangstlocaties.

Hiervoor wordt een bijdrage uit de regiodeal Veluwe aangevraagd. Ook ontwikkeling van gebied Veenhuizerveld, net ten westen van het Natura 2000-gebied is relevant. Dit is een project van diverse partijen onder regie van de provincie, bedoeld om invulling te geven aan doelen als een ecologische verbindingszone, natuurinclusieve landbouw en verbetering van het landschap. Veenhuizerveld biedt goede kansen voor recreatieontwikkeling, die de druk op het Natura 2000-gebied kan verminderen. In het gebiedsproces zijn nog diverse andere ideeën geopperd, die in de toekomst mogelijk uitwerking krijgen: elektrisch vervoer tussen drukbezocht (ontvangst)locaties, het gemeentebos van Putten aan de Domeinenweg verder ontwikkelen tot een biodivers buurtbos met o.a. voedselbos en wildakkers, en het inrichten van daartoe geschikte locaties voor wildobservatie.

37

Concept Recreatiezoneringsplan Veluwe

< Inhoudsopgave

Sluippaadje door heideterrein

8.6

Veluwezoom/Posbank

De Veluwezoom bij Rheden en Rozendaal heeft een grote recreatieve aantrekkingskracht. In het bijzonder de Posbank, met zijn bijzondere afwisseling van heide, bossen, landgoederen en heuvels, trekt ieder jaar grote hoeveelheden bezoekers. Deze bezoekersstromen brengen overlast met zich mee. De druk op de natuur neemt toe en de leefbaarheid voor omwonenden staat steeds meer onder druk. De gemeente Rheden en de gemeente Rozendaal maken daarom samen met Natuurmonumenten een plan voor de toekomst. Dit zogenoemde Masterplan heeft als doel om te komen tot meer evenwicht tussen recreatie, natuur en omgeving in dit deel van de Veluwezoom. In het kader van het Masterplan wordt gesproken met verschillende belangenorganisaties, bewoners en ondernemers. Er zijn wensen en ideeën opgehaald en scenario’s opgesteld.

In het proces dat hiervoor is georganiseerd is ook de recreatiezonering in het gebied geagendeerd. Omdat Natuurmonumenten in het gebied al langjarig bezig is met het in balans brengen van recreatie en natuur weerspiegelt de zoneringskaart in dit gebied grotendeels de bestaande indeling van het gebied.

Edelherten op de Posbank. Fotografie: D. Vermeulen

38

Concept Recreatiezoneringsplan Veluwe

< Inhoudsopgave

8.7

Wolfheze

Wolfheze is een eeuwenoud landschap met imposante bossen, heidevelden, kronkelende beeklopen, voormalige landbouwgronden en smalle paadjes. Terreineigenaar Natuurmonumenten wil investeren in de kwaliteit van het gebied. Voor de aan de heide gebonden soorten is het van belang dat er extra rust wordt gecreëerd. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om de bijzondere populatie reptielen en vogels, ook op de randen waar de heide overgaat in bos. Het bosgebied rondom Wolfheze kent nu nog een hoge fijnmazigheid aan paden, dit is niet gunstig voor onder andere de (broedende) vogelsoorten. De ambitie is om van Wolfheze een rustiger natuurterrein te maken met extensief recreatief medegebruik (zone C/C*). Tegelijkertijd moeten de hoogtepunten beleefbaar blijven en moet de mogelijkheid voor wandeling van verschillende lengtes blijven bestaan. Met bewoners, lokale natuurorganisaties en gebruikersgroepen is besproken hoe de padenstructuur en de parkeersituatie bij Wolfheze het beste aangepakt kunnen worden. Tijdens een terreinbezoek hebben betrokken partijen en Natuurmonumenten een keuze gemaakt in de meest geschikte maatregelen.

Gladde slang. Fotografie: A. de la Lande Cremer

39

Concept Recreatiezoneringsplan Veluwe

< Inhoudsopgave

9 Uitvoering van het Recreatiezoneringsplan Van medio 2019 tot eind 2021 is door veel partijen op de Veluwe hard gewerkt om te komen tot dit Recreatie– zoneringsplan. Goede planvorming is essentieel, maar uiteindelijk is het de uitvoering waarmee de positieve effecten op natuur- en belevingskwaliteit behaald worden. Paragraaf 9.1 gaat kort in op rollen en verant– woordelijkheden van de verschillende partijen tijdens de uitvoering. Monitoring en tussentijdse evaluatie van de uitvoering komen aan de orde in § 9.2. In § 9.3 worden enkele onderwerpen besproken die van belang zijn voor een goed functionerende recreatiezonering en die in de toekomst nog aandacht vragen.

9.1

Rollen en verantwoordelijkheden betrokken partijen

De recreatiezonering op de Veluwe wordt realiteit door het uitvoeren van de in dit plan opgenomen zoneringsmaatregelen. Net als bij het opstellen van het plan, geldt dat ook de uitvoering een gezamenlijke inspanning van een groot aantal partijen vraagt. De daadwerkelijke praktische uitvoering van de maatregelen is in handen van de verschillende terrein– eigenaren op de Veluwe. Zij zorgen er voor dat de maatregelen in hun terreinen op het juiste moment, op de juiste wijze en op de juiste plek uitgevoerd worden. Ook de communicatie over de praktische uitvoering van maatregelen is in handen van de terreineigenaren. Om de uitvoering in goede banen te leiden zullen de betreffende terreineigenaren waar nodig afstemmen met hun ‘buren’ en met de bezoekers/gebruikers van hun terreinen, zoals zij dat ook bij andere soorten werkzaamheden in de terreinen doen. Als de precieze uitvoering van een zoneringsmaatregel (het ‘hoe’) nog verder uitgewerkt moet worden, dan worden daarvoor mogelijk nog gesprekken met belanghebbenden/betrokkenen gevoerd. Zeker bij locatie-specifieke onderzoeks– maatregelen die de vorm hebben van een gebiedsproces, zal sprake zijn van overleg met uiteenlopende betrokken partijen. Als voortouwnemer van het Natura 2000-beheerplan voor de Veluwe, waarvan het Recreatiezoneringsplan deel uitmaakt, is de provincie belast met het bewaken van de voortgang van de uitvoering.

Hierover worden afspraken met de terreineigenaren gemaakt, gekoppeld aan de afspraken die gemaakt worden over de financiering van de maatregelen. Indien nodig neemt de provincie het initiatief om de voortgang en eventuele bijsturing van de uitvoering te bespreken met de partners. Over de financiering van de uitvoering van de maatregelen, en de provinciale rol daarin, wordt nader ingegaan in paragraaf 9.2. Eerder is al benoemd dat de uitvoering van het Recreatiezoneringsplan een meerjarig proces is. De uitvoering loopt door tot in de tweede Natura 2000-beheerplanperiode (looptijd van het tweede beheerplan is op dit moment voorzien als 2024-2030). De lange uitvoeringsduur heeft niet zozeer te maken met de complexiteit van de uit te voeren maatregelen als wel met het feit dat op dit moment nog niet alle te nemen maatregelen in beeld zijn. In paragraaf 6.4 is beschreven dat uit verschillende sporen nieuwe zoneringsmaatregelen voort kunnen komen. In de periode tot en met 2023 moet het overgrote deel van de te nemen maatregelen in beeld zijn. In de jaren daarna zullen vooral nog nieuwe maatregelen opgevoerd worden op basis van 1) nieuwe inzichten over het effect van reeds genomen maatregelen, 2) voortschrijdende ambities op het gebied van recreatiezonering in relatie tot de natuurdoelen en 3) nadere afstemming met de omgeving.

9.2

Financiering

Financiering van recreatiezoneringsmaatregelen kan vanuit verschillende bronnen gebeuren, naar gelang de aard en impact van de maatregel. Middelen kunnen door de provincie beschikbaar gesteld worden of door een andere partij. Opname van een maatregel in het recreatiezoneringsprogramma houdt dan ook nog geen provinciale verplichting tot financiering in. Wanneer maatregelen onder het reguliere beheer van terreinen vallen, dan valt financiering onder het bestaande Subsidiestelsel Natuur en Landschap (SNL). Voor een groot deel van de maatregelen zal dit echter niet van toepassing zijn. Voor de uitvoering van recreatiezoneringsmaatregelen is daarom aanvullende provinciale financiering beschikbaar. Hiervoor wordt de Subsidieregeling Recreatiezonering opengesteld. De Subsidieregeling Recreatiezonering is opgenomen als paragraaf in de overkoepelende regeling Ruimte voor Gelderland. De recreatiezoneringsmaatregelen worden gefinancierd als onderdeel van de Specifieke

40

Concept Recreatiezoneringsplan Veluwe

< Inhoudsopgave

Uitkering van het Rijk (SPUK) voor stikstofreductie en natuurherstel. Het gaat hier om middelen die gereserveerd zijn voor natuurbehoud en -herstel. Bij het nemen van een financieringsbeslissing over recreatiezoneringsmaatregelen wordt dan ook gekeken naar de bijdrage van de betreffende maatregel aan de natuurkwaliteit. Recreatiezoneringsmaatregelen die helemaal gericht zijn op natuurbehoud en -herstel (instandhoudings– maatregelen, zie paragraaf 6.2) kunnen volledig (100%) gefinancierd worden vanuit de Subsidieregeling Recreatiezonering. Er zijn ook recreatiezoneringsmaatregelen die voor een deel ten goede komen aan de natuurkwaliteit maar daarnaast een investering in recreatie zijn. Het is niet legitiem dergelijke maatregelen volledig te financieren met geld dat gereserveerd is voor natuurbehoud en -herstel. Voor deze maatregelen geldt dat er sprake kan zijn van cofinanciering vanuit de Subsidieregeling Recreatiezonering. Het bepalen van het cofinancieringspercentage is maatwerk. Voor maatregelen die primair een investering zijn in de recreatieve kwaliteit dienen andere financierings– bronnen gezocht te worden. Hierbij kan bijvoorbeeld gekeken worden naar de Regio Deal Veluwe.

Binnen de SNL-regeling is een bepaling opgenomen dat beperkte openstelling van natuurterreinen in zone D (geen/beperkte openstelling tijdens het broedseizoen) geen effect heeft op de SNL- openstellingsvergoeding die de provincie toekent aan de beheerder.

9.3

Monitoring en evaluatie

Wanneer planuitvoering veel doorlooptijd vergt, zijn monitoring en evaluatie extra zinvol omdat de daaruit voortkomende inzichten benut kunnen worden voor bijsturing in de planuitvoering als dat nodig blijkt. Monitoring is gericht op het in beeld brengen van de effecten van het Recreatiezoneringsplan. Monitoringsgegevens kunnen benut worden om te evalueren of de uitvoering van het Recreatiezoneringsplan tot het gewenste resultaat leidt. Monitoring natuurontwikkeling Om te volgen hoe de natuur zich in het Natura 2000-gebied Veluwe ontwikkelt, kan gebruik gemaakt worden van gegevens die provincie en terreinbeheerders (o.a. in opdracht van de provincie) periodiek verzamelen over de ontwikkeling van de natuur. Afhankelijk van het natuurbeheertype, worden planten, broedvogels, libellen, sprinkhanen en vegetatiestructuur in kaart gebracht. Deze (SNL-)monitoring is ingericht om iets te zeggen over de kwaliteit(s)ontwikkeling van een gebied. Voor alle aangewezen Natura 2000-soorten op de Veluwe heeft de provincie samen met soortenorganisaties (Ravon, Floron, Zoogdiervereniging, Sovon, etc.) een monitoring opgezet. Voor de vogelsoorten sluiten we voor een belangrijk deel aan bij de monitoring die Sovon al lange tijd uitvoert in kader van het landelijke Netwerk Ecologische Monitoring (zie www.sovon.nl).

Voor veel andere soorten heeft de provincie zelf de monitoring laten ontwikkelen en opzetten. Voor (bijna) alle Natura 2000 aangewezen soorten loopt de monitoring nu. Op basis van deze monitoring kunnen straks op niveau van Natura 2000-gebied Veluwe uitspraken gedaan worden over hoe het gaat met een soort. De ontwikkeling in populaties is altijd afhankelijk van meerdere factoren binnen en buiten het betreffende natuurgebied. Een directe koppeling tussen recreatiezoneringsmaatregelen en de aanwezigheid van soorten op de Veluwe zal dan ook niet altijd te leggen zijn en vraagt in elk geval om nauwkeurige interpretatie van de monitoringsgegevens. Het is verder belangrijk op te merken dat ecologische processen tijd kosten en dat resultaten vaak niet direct zichtbaar zijn. Monitoring ontwikkeling maaswijdte De maaswijdte is één van de centrale sturingsprincipes in de recreatiezoneringsmethodiek van de Veluwe. De maaswijdte geeft aan wat de dichtheid van paden in een terrein is en daarmee hoe groot de voor de natuur rustige kernen zonder menselijke betreding in een terrein zijn (zie ook uitleg in paragraaf 4.3). De padendichtheid is op de Veluwe op veel plekken zeer groot, veel groter dan in veel andere Natura 2000gebieden. Het fijnmazige padenpatroon is historisch gegroeid, onder andere vanuit voormalige bosaanleg en -exploitatie.

Ook zijn er door de jaren heen veel informele olifantenpaadjes ontstaan, bijvoorbeeld door herhaaldelijke menselijke betreding van wildpaden. Tijdens het planvormingsproces is voor een groot deel van de Veluwe het actuele padenpatroon in kaart gebracht en berekend wat de maaswijdte in de verschillende terreinen is. Hiermee is voor de maaswijdte een goede indicatie van de nulsituatie verkregen.

41

Concept Recreatiezoneringsplan Veluwe

< Inhoudsopgave

Op basis van dit Recreatiezoneringsplan zullen aanpassingen gedaan worden in het padenpatroon. Door in beeld te brengen hoe het padenpatroon zich ontwikkelt, kan ook inzicht verkregen worden in de ontwikkeling van de maaswijdte en daarmee in rust en ruimte voor de natuur. Bij het aflopen van het eerste Beheerplan Natura 2000 Veluwe, in 2023 of 2024, zal de maaswijdte opnieuw in beeld gebracht worden. Op basis daarvan kan beoordeeld worden of de maaswijdte zich ontwikkelt in lijn met de visie zoals vastgelegd in dit Recreatie– zoneringsplan. De provincie organiseert de monitoring van de maaswijdte, de terreineigenaren leveren de daarvoor benodigde gegevens.

Voorbeeld van een maaswijdte geschiktheidskaart voor een willekeurig deel van de Veluwe, stand van zaken medio 2021

42

Concept Recreatiezoneringsplan Veluwe

< Inhoudsopgave

Monitoring ontwikkeling recreatief gebruik Om uitspraken te kunnen doen over de effectiviteit van de recreatiezonering is het goed ook zicht te hebben op de ontwikkeling van het recreatief gebruik van de Veluwe. Er zijn twee aspecten die van belang zijn om te monitoren: 1) drukte en 2) waardering van recreanten. Ad 1. Monitoring drukte Is het daadwerkelijk rustig op de plekken waar en momenten wanneer de natuur minder verstoring kan verdragen? Dit is een kernvraag om inzicht te krijgen in de effectiviteit van de genomen zonerings– maatregelen. Om dit in beeld te krijgen, wordt op geselecteerde locaties de drukte gemonitord. Zo wordt een beeld verkregen van het totale aantal bezoekers en van piekdrukte in de terreinen. Hiervoor kan op dit moment eveneens gebruik worden gemaakt van de data uit de Druktemonitor Gelderland. Ad 2. Monitoring waardering recreanten De recreatiezonering beoogt ook bij te dragen aan een betere belevingskwaliteit van de Veluwe, bijvoorbeeld door bezoekers te geleiden naar plekken met een hoge belevingswaarde of door conflicterend gebruik van paden en routestructuren te verminderen (scheiden van gebruikersgroepen). In dit licht is het interessant om in kaart te brengen hoe de waardering van bezoekers over hun bezoek aan de Veluwenatuur zich ontwikkelt.

Over de inrichting en uitvoering van deze monitoring worden afspraken gemaakt met de partijen die samen uitvoering geven aan de VeluweAgenda. (Tussentijdse) evaluatie van het Recreatiezoneringsplan Het is belangrijk dat de uitvoering en de resultaten van het Recreatiezoneringsplan geëvalueerd worden. De samenwerking in recreatiezonering is nieuw en de ervaring met zoneringsmaatregelen is nog beperkt. Het is niet ondenkbaar dat de samenwerkende partijen gaandeweg tot de conclusie komen dat bijsturing gewenst is, in de visie (kaartbeeld) en/of in de aanpak (maatregelprogramma). Evaluatie en eventuele bijstelling van de recreatiezonering worden in de tijd gekoppeld aan evaluatie– momenten van het Beheerplan Natura 2000 Veluwe: over ca. 2,5 jaar aan het einde van de eerste beheerplan– periode en dan weer drie jaar later in het midden van de tweede beheerplanperiode bij de tussentijdse evaluatie van het beheerplan. De provincie neemt het initiatief tot de evaluatie en zorgt dat deze uitgevoerd wordt. Monitoringsgegevens kunnen dienen als inhoudelijke input voor de evaluatie, maar zullen mogelijk niet altijd op het gewenste moment of het gewenste niveau beschikbaar zijn. Expert judgement, de expertise en ervaringen van terreineigenaren op de Veluwe, zijn ook van groot belang e voor een goede beoordeling van de voortgang in en de resultaten van de recreatiezonering.

9.4

Communicatie

Recreatiezonering is nodig om de natuur op de Veluwe te kunnen beschermen en tegelijkertijd voor recreanten toegankelijk te houden (vandaag, morgen en de volgende jaren). Een essentie daarbij is, zoals eerder genoemd, het “geleiden en verleiden” van mensen naar de plekken waar de natuur dat het beste kan hebben. In combinatie met het juiste gedrag (op de aangewezen paden blijven, honden aanlijnen, alleen met toegestane vervoermiddelen de natuur in, etc.) neemt de druk op de kwetsbare delen van de Veluwe af. Effectieve recreatiezonering vraagt dus iets van het gedrag van de recreant. Voor balans tussen recreatie en natuurbehoud is respectvolle omgang met de natuur noodzakelijk. Met dit Recreatiezoneringsplan wordt daarom niet alleen ingezet op fysieke maatregelen maar ook op communicatie. Daarbij zijn drie kernwoorden van toepassing: − Bewustwording: Uitleg over de effecten van menselijke aanwezigheid op overlevingskansen voor specifieke soorten. − Gedragsbeïnvloeding: Informatie die er op is gericht dat mensen zich aan de openstellingsregels houden. − Draagvlak voor lokale veranderingen: Uitleg over te nemen zoneringsmaatregelen, de beoogde werking ervan en de alternatieven die er worden geboden. Deze communicatieopgave is een gezamenlijke opgave voor de partijen die aan het Recreatiezoneringsplan hebben gewerkt.

Elke organisatie neemt daar vanuit de eigen positie, doelgroepen, taakinhoud en communicatiemiddelen een verantwoordelijkheid in. De komende jaren vraagt dit voortgaande samenwerking langs twee sporen: 1 Publiekscampagnes gericht op de omgang van met de kwetsbare natuur. Een voorbeeld hiervan op nationaal niveau is de campagne “Kraamkamer van de natuur” door de terreinbeherende organisaties. 2 Uitvoeringscommunicatie in de natuurterreinen bij implementatie van zoneringsmaatregelen. Beide sporen vragen regie en afstemming in strategie en uitvoering.

43

Concept Recreatiezoneringsplan Veluwe

< Inhoudsopgave

9.5

Aandachtspunten voor de toekomst

9.5.1

Loslopen van honden op de Veluwe

Om binnen de gestelde termijn te komen tot een breed gedragen en goed afgestemd Recreatiezoneringsplan is door alle betrokken partijen een grote hoeveelheid werk verricht. De complexiteit van de opgave was groot en de tijdsdruk aanzienlijk. De beschikbare capaciteit van de betrokken partners is in het planproces maximaal benut. Het resultaat, in de vorm van voorliggend Recreatiezoneringsplan, is een flinke stap op weg naar een Veluwe die zowel voor natuur als voor recreanten beter is ingericht. Tegelijkertijd is het ook belangrijk om te realiseren dat in het achterliggende proces nog niet alle aspecten volledig/voldoende aan bod zijn geweest. Een aantal onderwerpen vraagt nog om aandacht en om verdere uitwerking in samenspraak met de betrokken partijen op de Veluwe. De conclusies daaruit kunnen direct landen in beleid en uitvoering van de betrokken terreineigenaren, meegenomen worden in aanvulling op/actualisatie van het Recreatiezoneringsplan, of een plek krijgen in andere projecten/programma’s op de Veluwe. Onderwerpen die, voor een goede balans tussen recreatie en natuur, in elk geval nog verder uitgewerkt moeten worden zijn: 1 Loslopen van honden op de Veluwe 2 Terreinfietsen (MTB, gravelbiking) 3 Afstemming openstellingsbeleid 4 Evenementenbeleid 5 Openbare (zand)wegen 6 Toezicht en handhaving 7 Samenwerking met Defensie

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rozendaal&id=447e12cf-3cc5-42d4-80a1-058a3609ac47