Agendabundel
Tekst van het document
6
Concept Recreatiezoneringsplan Veluwe
< Inhoudsopgave
2 Wettelijke en beleidsmatige context van het Recreatiezoneringsplan Het Recreatiezoneringsplan Veluwe staat niet op zichzelf. In dit hoofdstuk wordt eerst de koppeling met het Beheerplan Natura 2000 Veluwe toegelicht (§ 2.1). In §2.1 wordt beknopt uitgelegd hoe de recreatiezonering zich verhoudt tot de bredere aanpak voor natuurherstel op de Veluwe. Paragraaf 2.3 schetst de relatie met beleid en programma’s op het gebied van recreatie en toerisme.
2.1
Recreatiezoneringsplan onderdeel van het Beheerplan Natura 2000 Veluwe
Voor ieder Natura 2000-gebied wordt op grond van de Wet natuurbescherming een beheerplan opgesteld. Het beheerplan maakt inzichtelijk welke natuurdoelen nagestreefd worden, geeft aan hoe de aanwezige natuur het best beschermd kan worden en beschrijft mogelijkheden om de natuur verder te ontwikkelen. Het beheerplan maakt ook inzichtelijk welke activiteiten wel en niet zijn toegestaan in het Natura 2000-gebied en onder welke condities. Op 23 januari 2018 werd door Gedeputeerde Staten het Beheerplan Natura 2000 Veluwe vastgesteld. In het Beheerplan Natura 2000 Veluwe is vastgelegd dat een betere afstemming tussen natuur en recreatie nodig is om enerzijds de Natura 2000-doelen te kunnen halen en anderzijds ruimte te kunnen bieden aan diverse vormen van natuurbeleving en recreatie is. Om dit te bereiken moet een Recreatiezoneringsplan opgesteld worden, zo concludeert het beheerplan. Aan deze opdracht wordt met dit voorliggende Recreatie– zoneringsplan voldaan. Doordat het Recreatiezoneringsplan onderdeel vormt van het Natura 2000-beheerplan stellen Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland het Recreatiezoneringsplan vast. De koppeling met het Natura 2000-regime maakte ook dat een regierol van de provincie voor de hand lag in de totstandkoming van dit Recreatiezoneringsplan.
Het Recreatiezoneringsplan valt, als onderdeel van Beheerplan Natura 2000 Veluwe, onder de werking van de Wet natuurbescherming (Wnb). Daarmee zal, bij toekomstige vergunningverlening voor aanleg van (dag) recreatieve voorzieningen, het zoneringsplan een belangrijk toetsingskader gaan vormen. In de praktijk zal dit leiden tot meer onderscheid binnen het huidige eenvormige Natura 2000-kader. Ten opzichte van de oude situatie betekent dit dat het op de ene plek eenvoudiger zal zijn om een vergunning te krijgen voor een dagrecreatieve activiteit/voorziening terwijl het op een andere plek – met meer verstoringsgevoelige natuurwaarden – juist moelijker wordt. Er gaat van het Recreatiezoneringsplan geen direct ruimtelijk sturende werking uit: er wordt geen planologische ruimte gecreëerd voor nieuwe functies en het plan gaat niet over bestemmingen. Voor bijvoorbeeld de uitbreiding van een toeristische attractie blijft de Wnb-vergunningplicht onverminderd van kracht. Het recreatiezoneringsplan heeft geen externe werking, ofwel de aanwezigheid van een bepaalde zone binnen het Natura 2000-gebied is geen toetsingskader voor een ontwikkeling buiten de N2000 begrenzing.
2.2
Recreatiezonering deel van bredere aanpak verbetering natuurkwaliteit
De urgentie voor recreatiezonering komt voort uit de achteruitgang van de Veluwenatuur. In hoofdstuk 1 is benoemd dat recreatieve verstoring niet de enige oorzaak is voor de achteruitgang van plant- en diersoorten op de Veluwe. Vooral de grote hoeveelheid stikstof die vanuit landbouw, industrie en verkeer neerslaat op het natuurgebied en de toenemende verdroging hebben negatieve effecten. Ook de verminderde connectiviteit tussen natuurgebieden draagt bij aan de achteruitgang. Recreatiezonering is daarom ook niet het enige spoor in de provinciale aanpak van het herstel van de natuur. Er wordt gelijktijdig op provinciale schaal gewerkt aan systeemgerichte maatregelen voor verbetering van de natuurkwaliteit: stikstofmaatregelen en aan verdrogingsbestrijding. Belangrijk in dit verband is het programma Gelderse Maatregelen Stikstof (GMS) vastgesteld in juli 2021. Hierin hebben provincie en GMS-partners afspraken gemaakt over maatregelen die zorgen voor een afname van Gelderse stikstofbronnen in 2025, naast de landelijke stikstofaanpak, en voor het sterker maken van de natuur bijvoorbeeld via verdrogingsbestrijding.
7
Concept Recreatiezoneringsplan Veluwe
< Inhoudsopgave
Op het niveau van het Natura 2000-gebied Veluwe zelf wordt gewerkt aan programma’s met herstelmaatregelen voor specifieke natuurtypen en soorten. Denk bijvoorbeeld aan maatregelen voor het verbeteren van de bosstructuur (zoals laten staan van dood hout), of het openhouden van heidevegetatie. Het Recreatiezoneringsplan is inhoudelijk en procesmatig verweven met deze programma’s. Het nemen van natuurherstelmaatregelen loont vooral op plekken waar de verstoringsdruk niet te hoog is en vice versa.
Figuur: Samenhangende programma’s voor natuurherstel op de Veluwe
2.3
Relatie met toeristisch-recreatieve ontwikkeling en beleid Veluwe
Het toeristisch-recreatieve belang van de Veluwe is groot. Niet alleen voor bewoners en bezoekers, maar ook voor de lokale economie. In 2018 stelden Gedeputeerde Staten de koersnotitie ‘Beleef het in Gelderland’ vast. In de Koersnotitie staat, in lijn met landelijke adviesrapporten, de verschuiving van een kwantitatieve naar een kwalitatieve benadering van recreatie en toerisme centraal: van bestemmingspromotie naar bestemmingsmanagement en -ontwikkeling. In de VeluweAgenda 2030 is dit verwoord als: “Een bredere kijk op recreatie en toerisme, waarbij het niet meer in de eerste plaats gaat om het trekken van meer bezoekers, maar om meer kwaliteit. Wij zien toerisme vooral als een middel om de Veluwse natuur, economie en samenleving te versterken.” De recreatiezonering draagt bij aan dit streven naar kwaliteitsverbetering. In lijn met de ambities uit de VeluweAgenda wordt door de samenwerkende Veluwepartijen hard gewerkt aan het optimaliseren van de recreatieve ontwikkelingen op en rondom de Veluwe. Dit gebeurt via verschillende programma’s en sporen. Belangrijk zijn het spoor van de Veluwse Belevingsgebieden, Bestemmingsmanagement/de ontwikkeling van Veluwse ontvangstlocaties, het programma Vitale Vakantieparken, de activiteiten van het Routebureau Veluwe en de activiteiten van de Taskforce financiering recreatieve infrastructuur Veluwe.
Tijdens het opstellen van het Recreatiezoneringsplan is uitgewisseld en afgestemd met deze initiatieven om te zorgen dat ze elkaar kunnen versterken in hun intentie en in hun doorwerking. Zo is de programmalijn ‘Bestemmingsmanagement/ontvangstlocaties’ gericht op sturing van dagrecreatie naar daartoe aangewezen zones op de Veluwe. De recreatiezoneringskaart vormt daarvoor de basis, bijvoorbeeld door alleen grotere ontvangstlocaties te ontwikkelen op plekken waar voldoende ruimte is voor recreatief medegebruik van de natuur.
8
Concept Recreatiezoneringsplan Veluwe
< Inhoudsopgave
3 Totstandkoming Recreatiezoneringsplan Het Recreatiezoneringsplan is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met een groot aantal partijen op de Veluwe. In § 3.1 worden de betrokkenen en belanghebbenden benoemd. De verschillende fases in de planvorming zijn beschreven in § 3.2.
3.1
Betrokken en belanghebbende partijen
Recreatiezonering op de Veluwe is van belang voor een groot aantal partijen en vraagt ook om de betrokkenheid van veel verschillende belanghebbenden. Terreineigenaren (grote terreinbeheerders, gemeenten, landgoederen, particuliere eigenaren) Terreineigenaren hebben een centrale rol gespeeld in de ontwikkeling van recreatiezonering. Het is immers hun bezit dat de collectieve waarde van natuur en recreatieve beleving voortbrengt waar andere belang– hebbenden gebruik van maken. Het zijn ook hun terreinen waarop de zoneringsmaatregelen uiteindelijk in – de praktijk gebracht worden. Het grondeigendom in Natura 2000-gebied de Veluwe is verdeeld over bijna 8.000 verschillende rechtspersonen en natuurlijke personen, een deel van de eigendommen is zeer beperkt van oppervlakte. Om uiteenlopende redenen, zoals het ontbreken van contactgegevens en de beperkt beschikbare doorlooptijd voor planvorming, konden deze niet allemaal betrokken worden in de planvorming. Voor kleinere terreineigenaren heeft de recreatiezonering bovendien weinig tot geen consequenties. Er is daarom gekozen om hun belangen te laten behartigen via de koepelorganisatie Gelders Particulier Grondbezit (GPG) en het Grondeigenaren Overleg Veluwe (GOV).
Daarnaast is aan de Bosgroep Midden Nederland opdracht verstrekt om actief contact op te nemen met particuliere eigenaren voor wie de recreatiezonering mogelijk wel van direct belang is. Zij hebben hun wensen met betrekking tot de zonering via de Bosgroep kunnen doorgeven. Daarnaast hebben enkele particuliere eigenaren zich direct bij de provincie gemeld, bijvoorbeeld nadat zij via een gebiedsproces betrokken waren geraakt. Al met al waren met name grote eigenaren/ beheerders actief in het proces betrokken: Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, Geldersch Landschap en Kasteelen, Rijksvastgoedbedrijf/Defensie, Nationaal Park De Hoge Veluwe, Kroondomein Het Loo, Vitens, diverse grote landgoederen, verschillende particulieren met grotere eigendommen en Veluwse gemeenten met grondeigendom in de Natura 2000-begrenzing: Arnhem, Apeldoorn, Barneveld, Brummen, Ede, Elburg, Epe, Ermelo, Harderwijk, Hattem, Heerde, Nunspeet, Putten, Oldebroek, Renkum, Rheden, Rozendaal, Wageningen. Gemeenten (in andere rollen dan die van terreineigenaar) Behalve als grondeigenaar van natuurterreinen brachten gemeenten lokale publieke belangen in bij het ontwikkelen van de recreatiezonering. Bijvoorbeeld het belang van inwoners bij een aantrekkelijke leefomgeving, bij voldoende recreatiemogelijkheden en bij een goede bereikbaarheid.
Daarnaast is er voor de gemeenten het economisch belang van het lokale toerisme. Gemeenten hebben ook een belangrijk rol in relatie tot de infrastructuur op de Veluwe. Openbare gemeentelijke wegen, fietspaden en parkeerplaatsen vallen onder de gemeentelijke bevoegdheid en zijn van groot belang voor de geleiding van recreanten over de Veluwe. Bewoners van de Veluwe Niet alleen aan de randen van het natuurgebied maar ook midden op de Veluwe wonen mensen. De Veluwenatuur is voor hen van groot belang om te recreëren, te sporten, rust te vinden, voor hun werkgelegenheid of letterlijk als achtertuin. Het aantal ‘Veluwebewoners’ is groot en de door hen gevoelde betrokkenheid bij de ontwikkeling van het natuurgebied loopt uiteen. In het verlengde hiervan waren bewoners ook op verschillende manieren betrokken bij de vormgeving van het Recreatiezoneringsplan. Soms heel direct in gesprekken over de gewenste zonering(smaatregelen) op een locatie, soms indirect. Bijvoorbeeld vertegenwoordigd door gemeenteraden, door dorpsraden, ‘plaatselijk belang’ of platforms van bewoners.
9
Concept Recreatiezoneringsplan Veluwe
< Inhoudsopgave
Gebruikers van de Veluwe Hierbij kan gedacht worden aan fietsers, ATB-ers, wandelaars, ruiters en menners, hondenbezitters, etc. Hun betrokkenheid bij de planvorming verliep voor een deel via periodiek overleg met de koepelorganisaties (ANWB, NTFU, KNHS, Wandelnet, Fietsplatform) en kreeg voor een ander deel gestalte via locatie-specifiek overleg met lokale vertegenwoordigers van de gebruikersgroepen. Natuurorganisaties Gedurende het planvormingsproces is het gesprek gevoerd met regionale en lokale natuurorganisaties zoals IVN (verschillende afdelingen), Natuur en Milieu Gelderland, afdelingen van de KNNV, vogelwerkgroepen en diverse stichtingen en verenigingen. De gesprekken vonden plaats in de verschillende gebiedsprocessen en tijdens speciaal voor deze groep georganiseerde bijeenkomsten. Ondernemers Op en rondom de Veluwe. Ook voor ondernemers in verblijfs- en dagrecreatie, horeca, cultuursector en marketing geldt dat hun betrokkenheid enerzijds via landelijke koepels en anderzijds lokaal is vormgegeven. Vooral voor ondernemers in verblijfsrecreatie is de zonering relevant. Daarom zijn met behulp van lokale toeristische platforms en koepelorganisatie HISWA/ Recron gesprekken georganiseerd tussen terreinbeheerders en individuele ondernemers.
Aanpassingen in de recreatieve kwaliteit, toegankelijkheid en gebruiksintensiteit van delen van de Veluwe hebben op verschillende manieren invloed op de persoonlijke, collectieve, financiële en economische belangen van bovengenoemde partijen. De genoemde partijen beschikken bovendien over ambities, kennis en ervaring die essentieel zijn gebleken voor de totstandkoming van het Recreatiezoneringsplan. Zonder hun inzet en inbreng was de totstandkoming van een integraal Recreatiezoneringsplan voor de Veluwe niet mogelijk geweest. Het proces dat samen met bovenstaande partijen is doorlopen, wordt geschetst in paragraaf 3.2.
3.2
Fases in de planvorming
In paragraaf 2.1 werd al genoemd dat de provincie – vanuit de verantwoordelijkheid voor het behalen van de Natura 2000-doelstellingen op de Veluwe – een regisserende en besluitvormende rol heeft in de totstand– koming van het Recreatiezoneringsplan. Het opstellen van de recreatiezonering is echter in nauw partnerschap met de Veluwse terreineigenaren/-beheerders en gemeenten gebeurd. In alle fasen van de planvorming is gezamenlijk opgetrokken. Niet alleen met de provincie maar ook onderling hebben gemeenten en terreineigenaren onderling intensief met elkaar het gesprek gevoerd over de mogelijkheden om te komen tot een optimale balans tussen recreatie en natuur. De totstandkoming van het Recreatiezoneringsplan verliep via vier fases en een ‘tussenfase’:
Figuur: Fases in de planvorming
3.2.1
Fase 1 Ontwikkelen conceptzonering
In fase 1 zijn in interactie tussen provincie, terreineigenaren en gemeenten eerst afspraken gemaakt over een zoneringsmethodiek waarmee alle partijen uit de voeten konden. De betekenis van de zones en de achterliggende methodiek worden uitgebreider beschreven in paragraaf 4.2. Vervolgens is in werksessies voor vier deelgebieden van de Veluwe door terreineigenaren, gemeenten en provincie een eerste concept-zoneringskaart opgesteld. Daarbij is gekeken naar aanwezige natuur- en belevingswaarden, aanwezige toeristische infrastructuur en recreatief gebruik, ambities voor terreinbeheer en verwachte toekomstige ontwikkelingen. Het ontwerpen van een recreatiezonering op Veluwe-schaal was voor de meeste deelnemers nieuw en vergde bovendien de betrokkenheid van een groot aantal terrein– eigenaren en gemeenten. Vanwege deze complexiteit is er voor gekozen om andere belanghebbenden (bewoners, gebruikersgroepen, ondernemers) niet direct bij het intekenen van het allereerste conceptkaartbeeld te betrekken. Wel zijn zij geïnformeerd via bijeenkomsten met koepelorganisaties en brede
10
Concept Recreatiezoneringsplan Veluwe
< Inhoudsopgave
publiekscommunicatie (social media, website, e-zine, etc.). Zo werd een eerste globaal beeld verkregen van de richting van de zonering. Dit globale beeld kon daarna gebruikt worden als startpunt voor het gesprek met een bredere groep betrokkenen. Tussenfase voor complexe gebieden Bij het ontwikkelen van de eerste concept zoneringskaart werd geconstateerd dat het komen tot een goede recreatiezonering op sommige plekken meer uitdaging oplevert dan op andere locaties. Op sommige plekken vraagt realiseren van een toekomstbestendige recreatiezonering bijvoorbeeld om uitvoering van complexere maatregelen, of de visies van verschillende belanghebbende partijen over de gewenste recreatieintensiteiten lopen er uiteen. Op aandringen van Provinciale Staten is daarom een ‘tussenfase’ ingelast waarin, voor de meer complexe gebieden, belanghebbenden zoals bewoners en gebruikersgroepen nadrukkelijk uitgenodigd zijn om eerst mee te praten over de zonering zelf en daarna over de uitwerking daarvan. Hiervoor zijn gebiedsprocessen of gebiedsgesprekken georganiseerd. Soms gingen deze gesprekken met een brede groep stakeholders vooral over de concept-zoneringskaart. In andere gevallen gingen de gesprekken niet zozeer over de beoogde recreatie-intensiteit maar vooral over de praktisch te nemen zoneringsmaatregelen.
Dit tweede type gebiedsprocessen en -gesprekken viel daarmee voor een belangrijk deel onder fase 2 van het recreatiezoneringsproces.
3.2.2
Fase 2 Uitwerken zoneringsmaatregelen
In fase 2 stond de uitwerking van de concept-zoneringskaart naar in de praktijk te nemen maatregelen centraal. Een kaart draagt op zichzelf niet bij aan een betere balans tussen natuur en recreatie. Die betere balans wordt pas bereikt als daarvoor in de terreinen effectieve zoneringsmaatregelen genomen worden. Meer toelichting op de categorieën maatregelen is te vinden in paragraaf 4.4. Op dit moment is nog niet in alle gevallen duidelijk welke maatregelen het best genomen kunnen worden om de recreatiezonering in de praktijk te brengen, bijvoorbeeld omdat dit om aanvullend ecologisch inzicht of een gebiedsproces vraagt. In het plan zijn daarom ook onderzoeksmaatregelen opgenomen om daarover meer duidelijkheid te krijgen. Ook kunnen op latere momenten nog maatregelen toegevoegd worden aan het Recreatiezoneringsplan (zie ook hoofdstuk 6 over het maatregelprogramma). Op aantal plaatsen wordt de komende jaren verder nagedacht over maatregelen. Input voor het denken daarover kan komen uit voortgaande gesprekken met de omgeving en natuurlijk uit de andere herstelprogramma’s in het Beheerplan N2000 Veluwe. Zo kunnen de inzichten die worden verkregen uit de herstelprogramma’s Heide en Stuifzanden helpen bij een verdere maatregelspecificatie. Het denken over maatregelen heeft op diverse locaties tot bijstelling van de concept-zoneringskaart geleid.
Bijvoorbeeld wanneer de oorspronkelijk gewenste zonering in de praktijk moeilijk te realiseren bleek. Fase 1 en fase 2 zijn dan ook deels parallel aan elkaar verlopen.
11
Concept Recreatiezoneringsplan Veluwe
< Inhoudsopgave
3.2.3
Fase 3 Besluitvorming
De provincie is bevoegd gezag voor het Natura 2000-gebied Veluwe en heeft het beheerplan voor dit gebied vastgesteld. Het Recreatiezoneringsplan is in het Beheerplan Natura 2000 Veluwe opgenomen als maatregel M22. Het Recreatiezoneringsplan is daarom een planuitwerking van het beheerplan. Juridisch gezien bevat het Recreatiezoneringsplan onderdelen waar geen beroep op mogelijk is en onderdelen waar wel beroep op mogelijk is. Omdat de provincie het belangrijk vindt dat het plan tot stand komt in dialoog met belang– hebbenden op de Veluwe, wordt het plan als afronding van het intensieve participatietraject in zijn volledigheid ter inzage gelegd. Dat betekent dat op alle onderdelen zienswijzen kunnen worden gegeven die GS zal meewegen bij de definitieve vaststelling van het plan. De onderdelen van het Recreatiezoneringsplan die gericht zijn op het soortenherstel op de Veluwe staan daarna niet meer open voor beroep. De onderdelen van het plan die via vaststelling van het plan worden vrijgesteld van een Wnb vergunning staan wel open voor beroep. Het betreft hier een concrete lijst van maatregelen die is opgenomen als bijlage 5. (Aanloop naar) besluitvorming recreatiezoneringsplan
Figuur: Schematische weergave van (aanloop naar) besluitvorming
3.2.4
Fase 4 Uitvoering
Uitvoering is feitelijk geen onderdeel meer van de planvorming maar volgt daar op en is essentieel voor het behalen van de in de plannen gestelde doelen. De uitvoering van het Recreatiezoneringsplan ligt in handen van tientallen partijen en zal een periode van meerdere jaren in beslag nemen (tot 2030). Veel maatregelen kunnen op korte termijn uitgevoerd worden, voor andere maatregelen is meer tijd nodig. Soms omdat het uitvoeren van de maatregel doorlooptijd nodig heeft, soms omdat nog onduidelijk is welke maatregelen het best genomen kunnen worden. Maar ook omdat het borgen van draagvlak voor recreatiezonering vraagt om een groeimodel in de uitvoering. De uitvoering van het Recreatiezoneringsplan vereist met andere woorden een lange adem. Het in goede banen leiden van de implementatie van de recreatiezonering vraagt om een goede planning van de uitvoering en om tussentijds vinger aan de pols houden. Aan de uitvoering is daarom een apart hoofdstuk gewijd: hoofdstuk 9. In bijlage 1 wordt verder inzichtelijk gemaakt hoe de betrokkenheid van verschillende partijen er uit heeft gezien in de verschillende planvormingsfasen.
12
Concept Recreatiezoneringsplan Veluwe
< Inhoudsopgave
4 Methodiek achter de recreatiezonering Om te komen tot een integrale recreatiezonering die past bij de specifieke kenmerken van de Veluwe is een speciale zoneringsmethodiek ontwikkeld. Paragraaf 4.1 beschrijft kort de totstandkoming van de zonerings– methodiek. De vier zones, die het hart vormen van de zonering, worden toegelicht in § 4.2. De afgesproken vuistregels voor het reguleren van recreatiedruk worden kort besproken in § 4.3. Het soort zoneringsmaat– regelen dat genomen kan worden voor het realiseren van gewenste zonering, komt aan de orde in § 4.4.
4.1
Totstandkoming zoneringsmethodiek
4.2
Ruimtelijke indeling in vier zones
De recreatiezoneringsmethodiek is opgesteld in een interactief proces met gebiedspartijen op de Veluwe. De methodiek is oorspronkelijk gebaseerd op een door Staatsbosbeheer ontwikkelde zoneringsindeling voor natuurgebied De Peelvenen. Vervolgens is de methodiek getest en doorontwikkeld in een samenwerking tussen gebiedspartijen die betrokken waren bij de ‘Pilot Recreatiezonering Noord West Veluwe’. In deze pilot hebben Veluweteam, natuur- en bosbeheerders, gemeenten en provincie gezamenlijk verkend wat de vereisten zijn voor een realistische recreatieve zonering die toepasbaar is voor alle terreineigenaren op de Veluwe. Vervolgens is de in de pilot doorontwikkelde methodiek in interactie met eigenaren/beheerders toegepast op de andere deelgebieden van de Veluwe en meermalen in een speciaal daarvoor ingericht ‘methodiekoverleg’. Dit heeft tot verdere aanscherping van de methodiek geleid.
Op de Veluwe is een onderscheid gemaakt naar vier zones met een verschillend karakter en daarbij horende natuurwaarden en recreatie-intensiteiten: Zone A: De poorten van de Veluwe (intensief recreatief gebruik) ‘De poorten van de Veluwe’ liggen dichtbij woonkernen, recreatieve hotspots en verblijfsrecreatie. Er zijn veel recreatieve voorzieningen als horeca, speelterreinen en bezoekerscentra. De gebieden zijn het startpunt van routes voor korte en lange wandelingen, fietstochten en ruitertochten. Er zijn volop picknickplaatsen en parkeergelegenheid. De poorten van de Veluwe zijn bosrijk. Je vindt er vooral algemene diersoorten zoals de grote bonte specht, koolmees, merel en eekhoorn. Zone B: Visitekaartje van de Veluwe (matig intensief recreatief medegebruik) In ‘het visitekaartje van de Veluwe’ vinden we de mooie, toegankelijke Veluwse natuur. Er liggen fiets-, ruiter en wandelpaden die zijn verbonden met paden van zone A en de wat langere gemarkeerde routes zijn hier ook te vinden. Zone B vormt de overgang tussen zones A en C. De dichtheid van de paden is minder dan in zone A, waardoor er meer ruimte is voor de natuur. Je vindt hier soorten die in Nederland nog op veel plaatsen voorkomen maar ook meer zeldzame soorten als de zwarte specht en de boomklever voelen zich hier thuis in het bos. Soms zie je het wilde zwijn of edelherten rondlopen.
Zone C en C*: De stille, eindeloze Veluwe (extensief recreatief medegebruik) Hier ervaar je, in de regel, wat verder weg van parkeerplaatsen, dorpskernen en verblijfsrecreatie de ‘stille, eindeloze Veluwe’. In deze gebieden ligt de nadruk op natuurbeleving en de rustige recreatie die daarbij past. Je kunt er wandelen, fietsen en paardrijden, maar er zijn minder paden, routes en bankjes dan in zone A en B. De natuur is minder doorsneden, er zijn grotere aaneengesloten terreinen waar je de natuur echt kunt beleven. Naast bos vind je hier ook uitgestrekte heidevelden en zandverstuivingen. De kwetsbare dieren die hier beschermd worden zijn de zwarte specht, wespendief, draaihals, boommarter en hazelworm. Dalkruid is een voorbeeld van een kwetsbare plant die we hier willen behouden. In de zoneringsmethodiek wordt onderscheid gemaakt tussen zone C en zone C*. In zone C* bevinden zich soorten die nog verstorings– gevoeliger zijn dan in zone C, waardoor in zone C* gestreefd wordt naar een lagere dichtheid aan paden.
13
Concept Recreatiezoneringsplan Veluwe
< Inhoudsopgave
Zone D en D*: De ongerepte en kwetsbare Veluwe ((tijdelijk) geen recreatief medegebruik) Hier vinden we de ‘ongerepte en kwetsbare Veluwe’. In zone D kan buiten het broedseizoen gewandeld, gefietst en paardgereden worden. Recreanten zijn daar welkom van half juli tot half maart². De mogelijkheden zijn dan meestal vergelijkbaar met die in een zone C of C*. Tijdens het broedseizoen zijn deze terreinen niet of beperkt toegankelijk. In zone D* is jaarrond geen recreatief gebruik mogelijk. Het grootste deel van deze gebieden was voorafgaande aan de recreatiezonering al niet opengesteld: defensieterreinen, wildrustgebieden en particuliere eigendommen. De gebieden zijn vaak wel beleefbaar vanuit de randen, bijvoorbeeld vanaf uitkijkpunten. Soms is bezoek mogelijk onder leiding van de boswachter. Naast de dieren en planten die ook voorkomen in de zones A tot en met C, worden hier de duinpieper, tapuit, boomleeuwerik, nachtzwaluw, de zandhagedis en edelherten hun rust gegund. En de klokjesgentiaan (belangrijk voor de zeldzame vlindersoort gentiaanblauwtje), rendiermos, orchideeën en beenbreek krijgen hier volop kans om te groeien en bloeien. Onderstaande Infographic verbeeldt de vier verschillende zones:
D
C
A
B
Figuur: Vier zones op de Veluwe voor balans tussen natuur en recreatie
Zoals hierboven te lezen en te zien, varieert het karakter van de zones van intensief bezocht (A) tot niet toegankelijk (D*). Daarbij moet opgemerkt worden dat alle zone-aanduidingen toegepast worden op een waardevol Natura 2000-gebied. In Natura 2000-gebieden staan natuurbehoud en natuurbeleving standaard en overal voorop. (Nieuwe) activiteiten zonder natuurbeleving, zoals motorcross, drones, muziek/cultuur– evenementen etc. zijn niet, of erg moeilijk te verenigen met de doelen van Natura 2000. De recreatiezoneringskaart wordt besproken in hoofdstuk 5.
2
14
De afsluitingsperiode voor het broedseizoen loopt van 15 maart tot 15 juli. Wanneer de laatbroedende tapuit aanwezig blijkt, dan moet de afgesloten periode worden verlengd tot 1 september.
Concept Recreatiezoneringsplan Veluwe
< Inhoudsopgave
4.3
Vuistregels voor sturen recreatief gebruik
De vier verschillende recreatiezones zijn verder uitgewerkt in de vorm van een ‘Toolbox recreatiezonering Veluwe’. Zie voor de volledige ‘toolbox’ bijlage 2. In de toolbox is gezocht naar door elke beheerder toepasbare vuistregels om invulling te geven aan het ‘geleiden en verleiden van recreanten’ in aansluiting op het karakter van de betreffende zone. Er wordt gebruik gemaakt van twee hoofdprincipes om te sturen op het recreatieve gebruik van een terrein en daarmee op de verstoringsdruk: 1. Maaswijdte 2. Typen recreatie en daarbij horende faciliteiten Ad 1 Maaswijdte De maaswijdte geeft de maat voor de omvang van terreindelen tussen aangrenzende paden. In zone C* wordt bijvoorbeeld gestreefd naar een maaswijdte van tenminste 50 hectare. Dat betekent dat er tussen de paden rustige kernen zonder betreding zijn van 50 hectare of meer. Hoe hoger de maaswijdte, hoe kleiner de dicht– heid aan paden en hoe groter de kernen van rust. Voor zone C is de na te streven maaswijdte 25 hectare en voor zone B is dat minimaal 5 hectare. Voor zone A, de zone met het meest intensieve recreatieve medegebruik, is geen maaswijdte aangegeven. Zone D* is voor recreanten niet toegankelijk.
De ideaaltypische maaswijdtes zullen in de praktijk niet overal haalbaar blijken, bijvoorbeeld bij zeer kleine terreinen, bij terreinen met een cultuurhistorisch padenpatroon, omwille van bereikbaarheid van hulpdiensten, etc. In zulke gevallen kan worden gezocht naar andere manieren om rust te creëren. De groene vlakken in onderstaande figuur verbeelden de zogenaamde ‘maaswijdte’, de witte lijnen geven paden weer:
Zone B
Zone C
Figuur: Schematische weergave van het concept maaswijdte
De toepassing van het instrument ‘maaswijdte’ en de gehanteerde maaswijdtes zijn gebaseerd op ecologisch onderzoek naar mogelijke maatregelen voor herstel van verstoringsgevoelige soorten (Sierdsema et. al, 2020, Natuurbeheer- en zoneringsmaatregelen voor zeven aangewezen vogelsoorten in Natura 2000-gebied Veluwe). In dit rapport is de best beschikbare wetenschappelijke kennis over de relatie tussen verstoring en effect op vogelpopulaties meegenomen. Het in verband brengen van wetenschappelijke kennis over de specifieke verstoringsgevoeligheid van verschillende soorten, de afstanden waarover menselijke activiteiten leiden tot verstoring en de uiteenlopende impact van verschillende vormen van verstoring, heeft uiteindelijk geleid tot uitspraken over de gewenste ‘maaswijdte’.
15
Concept Recreatiezoneringsplan Veluwe
< Inhoudsopgave
Ad 2 Recreatie-intensiteiten en daarbij horende faciliteiten Om te kunnen sturen op de mate van recreatieve verstoring wordt in de zoneringsmethodiek aangegeven welke recreatie-intensiteiten in de verschillende zones zijn toegestaan en welke faciliteiten er voor recreanten aanwezig kunnen zijn. De toegestane recreatieve activiteiten en aanwezige faciliteiten nemen af van zone A naar zone D*. Hiermee wordt gestuurd op bezoekersaantallen, de mate van verstoring die door bezoekers ondernomen activiteiten met zich meebrengen en de te verwachten ontwikkeling daarin. Het is belangrijk op te merken dat het altijd aan de terreineigenaar/-beheerder is om een afweging te maken over de faciliteiten die aangeboden worden in een terrein. In een zone die als A getypeerd is, hoeft bijvoorbeeld niet per se een hondenlosloopterrein of een ruiterroute aanwezig te zijn. In een zone worden alleen faciliteiten geboden die goed te verenigingen zijn met de overige belevingswaarden en met de plaatselijke natuurwaarden in het betreffende terrein.
4.4
Zeven categorieën zoneringsmaatregelen
Het ruimtelijke zoneringsbeeld in de vorm van de recreatiezoneringskaart heeft pas doorwerking als ook aanpassingen in de terreinen gedaan worden. Het gaat daarbij om het geleiden en verleiden van recreanten richting plekken op de Veluwe met belevingswaarde en ruimte voor recreatie. Bij de operationalisering van de kaart in maatregelen is enerzijds gekeken naar het voorkomen van de verschillende natuurwaarden in een gebied en de mate waarin zij profiteren van specifieke maatregelen. Anderzijds is gekeken naar het gebruik van de gebieden en de mogelijkheid voor optimalisatie van de natuurbeleving. Recreatiezoneringsmaatregelen kunnen fysiek in de natuurterreinen genomen worden, denk aan het omleiden van paden, het plaatsen van borden, verbinden van routes etc. Daarnaast zijn niet-fysieke maatregelen van belang, bijvoorbeeld voorlichting aan recreanten over de regels en recreatieve mogelijkheden in een gebied of het houden van toezicht op correct gebruik van aanwezige voorzieningen. In onderstaande tabel is weergegeven welke categorieën zoneringsmaatregelen opgevoerd konden worden door terreineigenaren en zijn per categorie enkele toelichtende voorbeelden gegeven. Categorieën zoneringsmaatregelen
Voorbeelden
a. maaswijdte en toegankelijkheid
aanpassen van paden, omleiding van paden tijdens broedseizoen, verbeteren pad-aanduiding, periodieke afsluiting terrein met borden, etc.
b. aanpassen routestructuren
nieuwe routes realiseren, verleggen bestaande routes, bundeling van verschillende routes etc.
c. aanpassen openbare (zand)wegen, fietspaden en parkeerplaatsen
afwaarderen (zand)wegen, verplaatsen parkeerplaatsen in terreinen, aanpassen verharding fietspaden, etc. NB. Maatregelen opgenomen in het RZ-programma hebben in hoofdzaak betrekking op zandwegen door de terreinen en niet om wegen met een brede verkeersfunctie.
d. verplaatsen/aanpassen recreatieve voorzieningen
aanpassen of verplaatsen hondenlosloopterrein, verplaatsen van picknicktafels naar zone A, etc.
e. realiseren nieuwe recreatieve voorzieningen
een uitkijktoren om een afgesloten gebied te kunnen beleven, rolstoelpad, spartelvijver voor honden, etc.
f. communicatie en bebording
infopanelen, borden met openstellingsbepalingen, gedragscampagnes, digitale apps, etc.
g. toezicht en handhaving
ter begeleiding van genomen maatregelen en anders dan of aanvullend op regulier toezicht en handhaving
Tabel: Schematische toelichting op categorieën zoneringsmaatregelen
16
Concept Recreatiezoneringsplan Veluwe
< Inhoudsopgave
In het Herikhuizerveld (Zuid Veluwe) gebruikt Natuurmonumenten takken om te zorgen dat recreanten de ‘wilde paardenpaadjes’ niet betreden. Fotografie: H. Sierdsema
Locatie-specifieke onderzoeksmaatregelen Als al wel duidelijk is dat een recreatiezoneringsmaatregel genomen moet worden, maar nog niet duidelijk welke maatregel in de praktijk het meest effectief en/of best haalbaar zal zijn, kan een ‘locatiespecifieke onderzoekmaatregel’ in het Recreatiezoneringsplan opgenomen zijn. Deze onderzoeksmaatregel zal eerst uitgevoerd worden, om inzicht te krijgen in de benodigde vervolgmaatregelen. Het kan daarbij ook gaan om een lokaal gebiedsproces waarin met betrokken stakeholders samen onderzocht wordt welke zonerings– maatregelen het meest passend zijn. Het maatregelprogramma dat onderdeel vormt van dit Recreatiezoneringsplan wordt besproken in hoofdstuk 6.
In de duinen bij Zandvoort worden paaltjes gebruikt om bezoekers door het terrein te geleiden. Het is mogelijk deze techniek ook op de stuifzandterreinen op de Veluwe toe te passen. Fotografie M. Bons
17
Concept Recreatiezoneringsplan Veluwe
< Inhoudsopgave
5 Recreatiezoneringskaart: de ambitie De visie op de gewenste ruimtelijke schikking van recreatie-intensiteiten op de Veluwe is vastgelegd in de recreatiezoneringskaart Veluwe. De zoneringskaart is het sturingsinstrument om de benodigde balans tussen natuur en recreatie op de Veluwe te bewerkstellingen. Paragraaf 5.1. gaat in op het karakter van de zonerings– kaart. Het samen met de partners ontwikkelde kaartbeeld is te vinden in § 5.2. Paragraaf 5.3 geeft vervolgens een duiding van de ligging van de verschillende zones. De inhoudelijke onderbouwing die ten grondslag ligt aan de recreatiezoneringskaart wordt toegelicht in § 5.5. Een doorkijk naar de toekomst wordt gegeven in § 5.6.
5.1
Zoneringskaart: weergave gewenste situatie
De recreatiezoneringskaart geeft een gezamenlijke, Veluwe-brede visie op de gewenste ruimtelijke schikking van recreatieniveaus in het Natura 2000-gebied. De recreatiezoneringskaart is een weergave van de ambitie – de gewenste zonering – en dus niet van de huidige situatie in het natuurgebied. Wel is het zo dat op flinke delen van de Veluwe de nagestreefde zonering al in grote lijnen overeenstemt met huidige inrichting en gebruik van de terreinen. Op deze terreinen zullen geen, of weinig ingrijpende veranderingen doorgevoerd worden en is de impact van de zonering op het gebruik van de terreinen beperkt. Bij de ontwikkeling en uitvoering van recreatiezonering hebben de eigenaren zeggenschap over de eigen terreinen. Er wordt geen zonering ‘van bovenaf’ opgelegd. Het feit dat het eigendom van natuurterreinen op de Veluwe verdeeld is over bijna 8.000 eigenaren maakt dat er niet overal een zone-aanduiding gegeven is. Enkele grotere terreineigenaren gaven aan niet te willen deelnemen. Daarnaast zijn er (clusters van) kleinere particulieren eigenaren die we niet hebben kunnen bereiken³. Op deze terreinen worden vanuit het Recreatiezoneringsplan geen maatregelen genomen, de huidige situatie blijft er behouden. Voor niet ingekleurde terreinen werkt dit Recreatiezoneringsplan ook niet als toetsingskader.
Vergunningen voor dagrecreatieve activiteiten/voorzieningen worden getoetst aan de hand van het generieke Natura 2000-kader.
3
18
We hebben geprobeerd zo veel mogelijk kleinere particuliere eigenaren te betrekken, via Gelders Particulier Grondbezit en via de Bosgroep Midden-Nederland, die voor veel particulieren het beheer uitvoert. We hebben echter niet de mogelijkheid en capaciteit om met alle eigenaren in gesprek te gaan.
Concept Recreatiezoneringsplan Veluwe
< Inhoudsopgave
5.2
Overall kaartbeeld
Onderstaand is de actuele recreatiezoneringskaart voor de Veluwe afgebeeld. Voor een webviewer van de kaart met zoommogelijkheid: klik hier
† † † † † † † † † † † †
† † † † † †
Zone A Zone B Zone C Zone C* Zone D Zone D* Geen deelname recreatiezonering, voortzetting huidige situatie
† † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † †
† † † † † † † † † † † †
† † † † † † † † †
† † † † † † † † † † † †
† † † † † †
N
0
0,75
† † † † † † † † † † † † † † † † † † † †
1,5
km † † † † † † † † † † † †
I&A-GIC | 1-10-2021 † † † † † † † † † † † †
† † † † † † † † †
† † † † † † † † † † † †
† † † †
† † † † † † † † † † † †
† † † † † † † † †
† † † † † † † † † † † †
† † † † † † † †
† † † † † †
† † † † † † † † † † † † †
† † † † † † † † †
† † † † † † † † † † † † † † †
† † † † † † † † † † † † † † † † † † †
† † † † † † † † † † † † † † † †
† † † † † † † † † † † † † † † †
† † † † † † † † † † † † † † †
† † † † † † † † † † † † † †
† † † † † †
† † † † † †
† † † † † † † † † † † † † † † † † † † †
† † † † † † † † †
† † † † † † † † † † † †
† † † † † †
† † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † †
† † † † † † † † †
† † † † † † † † † † † † † † † † † † † † †
† † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † †
† † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † †
† † † † † †
† † † † † †
† † † † † † † † † † † † † † † †
† † † † † † † † †
† † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † †
† † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † †
† † † † † † † † † † † † † † † †
† † † † † † † † † †
† † † †
† † † † † † † † † †
† † † † † † † † † †
† † † † † † † † † †
† † † † † † † † † †
† † † † † † † † † †
† † † † † † † † † †
† † † † † † † † † †
† † † † † † † † † †
† † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † †
† † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † †
† † † † † † † † † † † † † † †
† † † † † † † † † † † †
† † † †
† † † † † †
Figuur: Recreatiezoneringskaart Natura 2000-gebied Veluwe
19
Concept Recreatiezoneringsplan Veluwe
< Inhoudsopgave
Op de kaart is te zien dat het grootste deel van de Veluwe het hele jaar toegankelijk blijft voor recreatief gebruik: de zones A (lichtbruin), B (zalmkleur), C (donker turquoise) en C* (licht turquoise). Op sommige terreinen in de zones A t/m C zullen aanpassingen gedaan worden in de paden- en routestructuren. De padendichtheid op de Veluwe is op dit moment echter dusdanig groot dat het weghalen of (gedurende een deel van het jaar) omleiden van paden voor bezoekers er niet toe leidt dat grote delen van het natuur– gebied niet meer beleefd kunnen worden. In zone D* (lichtgroen) is het hele jaar geen recreatief medegebruik mogelijk. Dat was op deze terreinen voorafgaand aan het recreatiezoneringsproces meestal ook al het geval, bijvoorbeeld omdat het een wildrust– gebied, militair oefenterrein of niet-opengesteld particulier eigendom betreft. De natuurwaarden op deze terreinen zijn vaak groot. Nieuw op de Veluwe is wel de tijdelijke afsluiting (of sterk beperkte toegang) van gebieden tijdens het broedseizoen⁴, op de kaart weergegeven als zone D (donkergroen). In de zones D zijn recreanten buiten het broedseizoen wel welkom om te fietsen, wandelen en paardrijden. De mogelijkheden zijn dan veelal vergelijkbaar met die in zone C/C* (respectievelijk donker en licht turquoise).
Toegangsbeperkingen tijdens het broedseizoen zijn nieuw op de Veluwe, maar in diverse andere agrarische en natuurgebieden al langer een bekend fenomeen.
Voorbeeld van een tijdelijke terreinafsluiting i.v.m. broedende vogels in Natura 2000-gebied Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld & Twiske
Omvang verschillende zones In onderstaand tabel is weergegeven wat het totale en procentuele oppervlak is van de verschillende zones op de Veluwe: Zone Zone A Poorten van de Veluwe (intensief recreatief gebruik)
Opperv. in hectare
% van het geheel
3.078
3,5%
Zone B Visitekaartje van de Veluwe (matig intensief recreatief medegebruik)
16.201
18,4%
Zone C De stille, eindeloze Veluwe (extensief recreatief medegebruik)
35.047
39,8%
Zone C* De stille eindeloze Veluwe (extensief recreatief medegebruik extra verstoringsgevoelige soorten)
10.695
12,2%
Zone D De kwetsbare en ongerepte Veluwe (geen/beperkt reactief gebruik in het broedseizoen)
2.067
2,3%
Zone D* Jaarrond geen recreatief gebruik
15.597
17,7%
Geen deelname recreatiezoneringsproces, voortzetting huidige situatie
5.321
6,0%
88.005
100%
TOTAAL Tabel: Omvang van de verschillende zones op de Veluwe
4
De afsluitingsperiode voor het broedseizoen loopt van 15 maart tot 15 juli. Wanneer de laatbroedende tapuit aanwezig blijkt, dan moet de afgesloten periode worden verlengd tot 1 september. In sommige zone D-gebieden zijn ook tijdens het broedseizoen nog enkele paden toegankelijk.
20
Concept Recreatiezoneringsplan Veluwe
< Inhoudsopgave
5.3
Ligging van de zones
In hoofdstuk 4 over de methodiek achter de recreatiezonering zijn de karakteristieken van de zones A t/m D beschreven. Deze karakteristieken komen ook tot uiting in de positionering van de zones op kaart. De A-zones met hun intensieve recreatief gebruik zien we terug op een beperkt aantal plekken waar hoge recreatieve druk aanwezig is door de aantrekkelijkheid en aantrekkingskracht van het gebied voor recreanten. Zones A liggen bij belangrijke toegangen tot de Veluwe op de plekken waar relatief veel recreanten de Veluwe op komen en hun bezoek aan het natuurgebied starten. We vinden ook A-zones wat meer midden op de Veluwe. Ook hier zien we dat ze gekoppeld zijn aan bebouwing, bijvoorbeeld op het Veluwemassief, en daarnaast aan toeristische trekpleisters, zoals de Schaapskooi in Ede, Landgoed Staverden of de toeristische kern van Nationaal Park Hoge Veluwe met het Kröller Muller Museum. De B-zones (matig intensief recreatief medegebruik) beslaan een wat groter deel van de Veluwe. We vinden deze zones vooral aan de randen van de Veluwe grenzend aan bebouwing en rondom de A-zones. Zone B vormt de overgang van de ‘drukte’ rondom Natura 2000-gebied Veluwe naar de rustige kern van het natuurgebied. Ook op de Veluwe zelf werkt zone B als overgang. Veelal gaat zone A over in zone B, voordat we in zone C/C* terecht komen.
Soms zien we de zones B tot wat verder in de kern van de Veluwe liggen. Vaak heeft dat te maken met een wat ruimer aanbod aan paden en routes op deze terreinen vanuit de overweging om recreatie op deze plekken sterker te faciliteren, zodat op andere plekken de natuur wat meer ontzien kan worden (het principe van geleiding). Zone C en C* (extensief recreatief medegebruik) beslaat verhoudingsgewijs het grootste deel van de Veluwe. Het recreatief gebruik is hier extensiever en daarmee zijn de terreinen rustiger ten behoeve van de Natura 2000-soorten. De ligging van zone C correspondeert in grote lijnen met de bosgebieden van de Veluwe. Zone C* zien we vooral terug op de meer open heideterreinen en stuifzanden. Zone D, terreinen die beperkt of niet toegankelijk zijn tijdens het broedseizoen, vinden we ook vooral op stuifzanden en heideterreinen. Dat zijn de terreinen waar de verstoringsgevoelige, op de grond broedende vogels, zich bevinden. Voor deze soorten is de recreatiezonering van groot belang. Voorbeelden van zone D vinden we onder andere bij Kootwijk, bij Hulshorst en bij De Ginkel (nabij Ede). De jaarrond afgesloten terreinen (zone D*) zijn qua ligging moeilijker te typeren. Dat komt omdat het hier om terreinen gaat die om verschillende redenen afgesloten zijn.
De positie van de zone D*-terreinen wordt met andere woorden door meerdere factoren bepaald en die hebben niet altijd met de balans tussen natuur en recreatie te maken. Deels betreft het militaire oefenterrein (bijvoorbeeld Artillerie Schietkamp en De Harskamp), deels afgesloten particuliere eigendommen (bijvoorbeeld Landgoed Deelerwoud), deels wildrustgebieden (bijvoorbeeld op Planken Wambuis en op Kroondomein het Loo) en deels terreinen die gekoppeld zijn aan ecoducten (bijvoorbeeld ecoduct Jac. P. Thijsse over de A12).
5.4
Inhoudelijke onderbouwing van de zoneringskaart
Het indelen van de Veluwe in de getoonde recreatiezones is vanzelfsprekend niet zomaar gedaan, maar op basis van een inhoudelijke onderbouwing. De onderbouwing van de zoneringskaart kent twee componenten: 1 de ecologische onderbouwing; 2 het ruimtelijk beeld van recreatie en toerisme. Ad 1 Ecologische onderbouwing Het startpunt voor de ecologische onderbouwing waren de te behalen Natura 2000-doelen, met een accent op de verstoringsgevoelige soorten. Een belangrijke ecologische onderlegger voor de zonering werd gevormd door een onderzoek naar mogelijk– heden voor het herstel van de populaties van zeven verstoringsgevoelige vogelsoorten op de Veluwe: boomleeuwerik, draaihals, duinpieper, nachtzwaluw, tapuit, wespendief en zwarte specht. De Natura 2000doelen voor deze soorten worden niet gehaald en ingrijpen is geboden. In ket kader van het onderzoek ‘Natuurbeheer- en zoneringsmaatregelen voor zeven aangewezen vogelsoorten in Natura 2000-gebied Veluwe’ (Sierdsema et. al, 2020) is een kaart ontwikkeld waarop voor de verstoringsgevoelige vogelsoorten is aangegeven hoe een optimale recreatiezonering er voor deze soorten uit zou zien. De zeven vogelsoorten kunnen bovendien als gidssoorten gezien worden voor andere soorten die eveneens baat hebben bij meer rust. Zo profiteert bijvoorbeeld de boommarter van verbeteringen in het leefgebied van de zwarte specht.
De kaart met de optimale zonering voor de zeven vogelsoorten is te vinden in bijlage 3. In deze bijlage over de ecologische onderbouwing van de recreatiezonering is ook een tabel opgenomen, waarin is uitgewerkt welke
21
Concept Recreatiezoneringsplan Veluwe
< Inhoudsopgave
bijdrage een voor de vogels optimale zonering levert aan het herstel van de vogelpopulaties. De onderzoek– matige gegevens zijn in de totstandkoming van de zoneringskaart verrijkt met de ecologische en gebieds– kennis van de terreinbeheerders. Bij het opstellen van de recreatiezonering is daarnaast gebruik gemaakt van de kennis over de ligging van de verschillende habitattypen op de Veluwe en van overzichtskaarten met hotspots en knelpunten voor reptielen⁵. Kaartbeelden hiervan zijn opgenomen in bijlage 3. Ook is gekeken naar faunapassages en rustgebieden voor wild, zoals die nu al door terreineigenaren beheerd worden.
Zwarte specht. Fotografie: Saxifraga (Bart Vastenhouw)
Zandhagedis 5
22
De overzichtskaart is opgesteld door Ravon, een kennisorganisatie die zich richt op de studie en bescherming van in Nederland voorkomende amfibieën, reptielen en vissen.
Concept Recreatiezoneringsplan Veluwe
< Inhoudsopgave
Ad 2 Ruimtelijk beeld van recreatie en toerisme Bij het opstellen van de zoneringskaart is daarnaast zo veel mogelijk aangesloten op het bestaande recreatieve gebruik op de Veluwe. Er is rekening gehouden met het ruimtelijke beeld van woonkernen, toeristische hotspots, recreatieve routes, infrastructuur en vakantieparken en de daarmee samenhangende ‘bewegingen van recreanten’. Hiervoor is gebruik gemaakt van kaartmateriaal (zie hiervoor bijlage 4) en van expert judgement van deelnemers aan het proces. Er is niet alleen gekeken naar de actuele situatie, maar ook de koppeling gemaakt met te verwachten ontwikkelingen (bijvoorbeeld bekende nieuwbouwlocaties, toename elektrisch fietsen, etc.) en met ambities en visies op het gebied van recreatie en toerisme.
5.5
Doorkijk naar de toekomst
De zoneringsambities zoals vastgelegd op de recreatiezoneringskaart zullen in de komende (circa 10) jaren gerealiseerd worden door het nemen van recreatiezoneringsmaatregelen (zie hiervoor hoofdstuk 6). Aan het begin van dit hoofdstuk is al benoemd dat de ingetekende ambitie op sommige plekken al dicht bij de huidige situatie ligt. Hier worden weinig ingrijpende maatregelen genomen. Op andere plekken is de afstand tussen ambitie en huidige situatie groter. In die terreinen worden in de toekomst meer aanpassingen gedaan. De partners hebben er naar gestreefd om met de hier gepubliceerde recreatiezoneringskaart een toekomstig bestendige ambitie te ontwikkelen voor de balans tussen natuur en recreatie op de Veluwe. Tegelijkertijd is het belangrijk op te merken dat de huidige recreatiezoneringskaart niet het absolute eindbeeld voor de Veluwe is: het is een proces van leren en ontwikkelen. Met het oog op bovenstaande zal de recreatiezoneringskaart (en het bijbehorende maatregelprogramma) in de toekomst periodiek tegen het licht gehouden worden om te kijken of er aanpassingen nodig zijn. Dit Recreatiezoneringsplan maakt deel uit van het Natura 2000-beheerplan voor de Veluwe. Het Natura 2000-beheerplan wordt elke zes jaar geactualiseerd en tussentijds geëvalueerd. In samenhang met deze momenten zal ook gekeken worden of de recreatiezoneringskaart om actualisatie vraagt.
Zie hiervoor ook hoofdstuk 9 over de uitvoering van het Recreatiezoneringsplan.
23
Concept Recreatiezoneringsplan Veluwe
< Inhoudsopgave
6 Maatregelprogramma: de aanpak In het vorige hoofdstuk stond het al: het vaststellen van een ambitiekaart leidt op zichzelf nog niet tot een betere balans tussen recreatie en natuur. Er moet concreet actie worden ondernomen om in de praktijk tot en betere geleiding en verdeling van recreatief gebruik te komen. Waar de recreatiezoneringskaart de ambitie op de ontwikkeling van balans tussen Veluwe-natuur en recreatie geeft, geeft het maatregelprogramma een inkijk in de aanpak om deze visie te realiseren. In paragraaf 6.1 wordt het karakter van het maatregel– programma toegelicht. Een overall beeld van de recreatiezoneringsmaatregelen wordt geschetst in § 6.2. In § 6.3 wordt besproken hoe het gesteld is met de vergunningplicht van te nemen zoneringsmaatregelen. Paragraaf § 6.4 geeft een doorkijk naar de zoneringsaanpak in de toekomst.
6.1
Karakter van het maatregelprogramma
Er is in korte tijd veel inzicht verkregen in de mogelijkheden om effectief te sturen op een betere balans tussen natuur en recreatie. Tegelijkertijd weten we nog niet alles, en zal ook voor een deel in de praktijk moeten blijken wat de effecten van maatregelen zijn op natuurbehoud en belevingskwaliteit. We werken daarom programmatisch aan de recreatiezonering waarbij de focus niet ligt op individuele maatregelen, maar we sturen op een totaalpakket dat optimaal bijdraagt aan het doelbereik (voor natuur én recreatie). De maatregelen die we nu in beeld hebben geven een goed inzicht in de fysieke en niet-fysieke maatregelen die op de Veluwe genomen gaan worden. Maar het maatregelprogramma, in de vorm van de in bijlage 5 opgenomen tabel, is niet in beton gegoten. Het is een flexibel instrument. Het kan voorkomen dat, op basis van voortschrijdend inzicht of nadere ecologische toetsing, besloten moet worden om een maatregel niet, of anders uit te voeren. De voorgenomen maatregelen zijn verschillend van karakter. Sommige maatregelen zijn heel direct gericht op de instandhouding van Natura 2000-doelsoorten, andere maatregelen zijn meer gekoppeld aan geleiding van recreanten of gericht op het verhogen van belevingskwaliteit. Soms gaat het om eenmalige investeringen, soms om aanpassingen in terugkerend beheer.
Afhankelijk van doel en focus van een maatregel, komen ook verschillende, al dan niet provinciale, financieringsbronnen in beeld. Financiering van maatregelen in het programma is niet per definitie gegarandeerd (zie voor financiering verder paragraaf 9.2). Tot slot is het belangrijk op te merken dat ook vanuit andere programma’s en sporen maatregelen genomen kunnen worden die relevant zijn voor de recreatiezonering, denk aan de natuurherstelprogramma’s, aan mitigerende maatregelen voor economische ontwikkelingen, aan projecten in het kader van de Regio Deal Veluwe, etc.
6.2
Overall beeld van de maatregelen
De tabel met het totale programma van recreatiezoneringsmaatregelen, voor zover nu in beeld, is opgenomen in bijlage 5. De tabel laat zien welke maatregelen genomen worden in de verschillende gebieden, voor welk natuurdoel dat gebeurt en welke terreineigenaar de maatregelen gaat uitvoeren. Het huidige maatregelprogramma bestaat uit iets minder dan 250 maatregelen, ingediend door bijna 20 verschillende eigenaren. Maatregelen worden verspreid over alle windstreken van de Veluwe genomen. Het aantal te nemen maatregelen verschilt sterk per eigenaar, in lijn met het feit dat ook de omvang van de door eigenaren beheerde terreinen sterk uiteenloopt. Ook de omvang van de te nemen maatregelen zelf loopt uiteen, soms gaat het bijvoorbeeld om het aanpassen van een specifiek stukje van één route dat niet gunstig ligt, terwijl in een ander gebied de complete routestructuur geoptimaliseerd gaat worden.
6.2.1
Maatregelen voor inrichting, onderhoud en onderzoek
Het overgrote deel van de maatregelen betreft inrichtingsmaatregelen, dat zijn maatregelen die fysiek in de terreinen genomen gaan worden. Soms vergen deze maatregelen gerichte communicatie om recreanten bewust te maken van de nieuwe situatie, specifiek onderhoud om te zorgen dat ze blijven functioneren, of toezicht met betrekking tot de naleving door recreanten. Ook hiervoor zijn maatregelen opgenomen, generiek voor de hele Veluwe en soms ook per terrein. Daarnaast bevat het maatregelprogramma onder– zoeksmaatregelen. Onderzoeksmaatregelen zijn opgevoerd wanneer nog niet duidelijk is hoe een specifieke situatie het best verbeterd kan worden. Vaak zullen deze onderzoeken uiteindelijk resulteren in fysiek te nemen inrichtingsmaatregelen. < Inhoudsopgave
24
Concept Recreatiezoneringsplan Veluwe
6.2.2
Inzoomen op inrichtingsmaatregelen
Van de te nemen inrichtingsmaatregelen valt het grootste deel binnen de categorie ‘maaswijdte en toegankelijkheid’, dit zijn maatregelen die betrekking hebben op de aanwezigheid van paden en op de mate waarin terreinen door recreanten betreden mogen worden. Het kan daarbij gaan om het omleiden, verleggen of weghalen van paden, om (tijdelijk) beperkte toegang van terreinen, etc. Deze maatregelen zijn vooral bedoeld om meer, grotere en ‘goed-getimede’ kernen van rust te creëren op die plekken op de Veluwe waar zich verstoringsgevoelige natuur bevindt. De maatregelen zijn vaak kleinschalig en eenvoudig uit voeren, maar hebben potentieel een grote impact op de kwaliteit van het leefgebied van verstoringsgevoelige plant- en diersoorten. Inrichtingsmaatregelen die betrekking hebben op de aanpassingen van routes (wandel, fiets- ATB-, ruiteren menroutes) hangen nauw samen met maatregelen uit de hierboven besproken categorie. Als een pad verdwijnt, of tijdelijk niet door recreanten gebruikt kan worden, dan wordt gezocht naar een oplossing voor een eventueel aanwezige langere route die gebruik maakt van dat pad. Maar ook van tracés die specifiek aangelegd zijn als onderdeel van een route, kan met de huidige kennis over verstoring en zonering blijken dat ze op een ongunstige plek liggen, bijvoorbeeld vlak naast een belangrijk broedgebied.
Daarnaast geven (nieuwe) behoefte van gebruikers soms ook aanleiding om routes aan te passen, bijvoorbeeld om een kortere of juist langere route mogelijk te maken, om de aansluiting op een parkeerplaats te verbeteren of om verschillende gebruikersgroepen beter van elkaar te scheiden. Het aanpassen van routestructuren is dan ook een inrichtingsmaatregel die geregeld genomen zal worden. De Veluwe wordt doorkruist door een flink aantal openbare fietspaden en (zand)wegen en er zijn de nodige parkeerplaatsen te vinden. Sommige zijn recent, sommige liggen er al decennia. De partijen die nu samenwerken aan de recreatiezonering constateren in diverse gevallen dat de ligging, inrichting en/of het gebruik ervan, met de kennis en in de context van nu, niet bijdragen aan een optimale natuur- en belevingskwaliteit. In deze gevallen kan aanpassing van de bestaande situatie zinvol zijn, bijvoorbeeld verplaatsen van een parkeerplaats, afwaarderen van een weg, of aanpassen van verharding. Vaak spelen echter meerdere belangen, naast natuur- en belevingskwaliteit ook bereikbaarheid, veiligheid en leef– omgevingskwaliteit, die zorgvuldig tegen elkaar afgewogen moeten worden. Aanpassingen van openbare wegen, fietspaden en parkeerplaatsen zijn daarom op dit moment vaak nog als onderzoeksmaatregel in het Recreatiezoneringsplan opgenomen.
Belangrijk is ook op te merken dat de beslissingsbevoegdheid over openbare wegen, fietspaden en parkeerplaatsen bij gemeenten berust en zij ook een regierol hebben in het nemen van maatregelen op dit vlak. De maatregeltabel bevat ook maatregelen die betrekking hebben op het opwaarderen van een bestaande of toevoegen van een nieuwe recreatieve voorziening. Denk bijvoorbeeld aan het upgraden of verplaatsen van een wildobservatiepunt, het realiseren van een nieuwe uitkijktoren, het aanleggen van een spartelvijver voor honden of van een mindervalidenpad. Dergelijke maatregelen als onderdeel van het Recreatiezoneringsplan worden nooit genomen met enkel het oog op de recreatieve kwaliteit van de Veluwe. Ze dragen ook bij aan de natuurkwaliteit doordat ze bezoekers geleiden naar plekken waar de natuur minder gevoelig is voor verstoring.
6.2.3
Inzoomen op onderzoeksmaatregelen
Het maatregelprogramma bevat zo’n 60 onderzoeksmaatregelen in relatie tot opgaven die nog om nadere verkenning vragen. Er is analyse van lokale kansen en knelpunten nodig en veelal nader gesprek met stakeholders. Zo kan worden uitgewerkt welke maatregelen nodig zijn en hoe die het beste kunnen worden uitgevoerd. Onderzoeken kunnen verschillende vormen aannemen. Het kan bijvoorbeeld gaan om een studie naar de aanwezigheid van bepaalde verstoringsgevoelige soorten. Vaak zal het ook gaan om het onderzoeken van de praktische haalbaarheid van een maatregel, bijvoorbeeld bij het afwaarderen van een weg. Of om het in een proces met betrokkenen verkennen hoe een lokale aanpassing in een natuurterrein, zoals het verleggen van een bestaande route, het best gerealiseerd kan worden met een optimaal resultaat voor de natuur en de recreant. Onderzoeksmaatregelen die nu opgenomen zijn in het maatregelprogramma hebben vooral betrekking op de aanpassing van bestaande routestructuren, op het optimaliseren van het aantal en de ligging van paden in een terrein (maaswijdte), op de aanwezigheid van hondenlosloopterreinen en op de aanpassing van openbare (zand)wegen, fietspaden of parkeerplaatsen in de terreinen. Bij openbare wegen gaat het vooral om onverharde wegen die de natuurterreinen doorsnijden en niet om wegen met een brede verkeersfunctie.
De in het plan opgenomen onderzoeksmaatregelen kunnen, na afronding van het onderzoek, uitmonden in fysiek te nemen inrichtingsmaatregelen.
25
Concept Recreatiezoneringsplan Veluwe
< Inhoudsopgave
In natuurgebied de Maashorst zijn boomstammen geplaatst om ‘berm-parkeren’ te voorkomen. Fotografie: R. Goderie
6.3
Maatregelen en vergunningplicht
Het Recreatiezoneringsplan bevat, juridisch bezien, verschillende soorten maatregelen: − instandhoudingsmaatregelen die vrij zijn van vergunningplicht; − maatregelen die met een Natuurtoets beoordeeld worden; − maatregelen waarvoor een Passende beoordeling vereist is. Instandhoudingsmaatregelen vergunning vrij Een belangrijk deel van de maatregelen in dit plan wordt primair genomen met het oog op het verbeteren van de natuurkwaliteit, draagt direct bij aan het behalen van de Natura 2000-instandhoudingsdoelen zoals geformuleerd voor de Veluwe en is voor het behalen van de instandhoudingsdoelen ook van groot belang. Dit geldt voor de maatregelen in de categorie maaswijdte en toegankelijkheid, de categorie communicatie en bebording en de categorie toezicht. Het is ook van toepassing op maatregelen die gericht zijn op het weghalen of verkleinen van een recreatieve voorziening. Denk aan het afwaarderen van een weg, het weghalen van een parkeerplaats of het verkleinen van een hondenlosloopterrein. We noemen dit instandhoudingsmaatregelen: er is een 1-op-1 relatie met de natuurdoelen en er worden geen nieuwe activiteiten in het gebied geïntroduceerd. Deze zogenaamde ‘instandhoudingsmaatregelen’ zijn gezien hun aard en doelstelling vrijgesteld van vergunningplicht. Het merendeel van de maatregelen uit het Recreatiezoneringsplan valt in deze categorie.