CConstaterende datRozendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

1.2 Raadsvergadering 28 maart 2023, gemeente Rozendaal32.811 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

2.14. Het aanleren van huishoudelijke activiteiten Redenen als 'niet gewend zijn om’ of ‘geen huishoudelijke werk willen en/of kunnen verrichten’ leiden niet tot een toewijzing voor het overnemen van huishoudelijke taken. Indien hiervoor motivatie aanwezig is, kan er een toewijzing worden gesteld voor een periode van 3 tot 6 maanden voor het aanleren van huishoudelijke taken en/of het leren (efficiënter) organiseren van het huishouden. Wanneer blijkt dat een nieuwe huishoudelijke taak niet is te trainen of aan te leren, kan er een toewijzing voor overname van huishoudelijke taken overwogen worden. 2.15. Belasting door werk, studie, maatschappelijke participatie of zorgtaken Bij gebruikelijke hulp wordt uitgegaan van de mogelijkheid om naast een volledige baan ondersteuning te bieden. Alleen bij daadwerkelijke afwezigheid van de huisgenoot gedurende een periode van minimaal 7 aansluitende dagen, wordt er tijdelijk van uitgegaan dat dit niet mogelijk is. De niet-uitstelbare taken kunnen overgenomen worden. Bij huishoudelijk werk gaat het veelal om uitstelbare taken. Alleen als schoonmaken niet kan blijven liggen (regelmatig geknoeide vloeistoffen en eten) zal dat direct moeten gebeuren. Ook studie of werkzaamheden vormen in principe geen reden om van de gebruikelijke hulp af te zien.

Immers, iedereen die werkt zal naast zijn werk het huishouden moeten doen of hier eigen oplossingen voor zoeken (zoals het inhuren van particuliere hulp). Dat geldt ook voor Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Rozendaal 2023 Vastgesteld bij B&W besluit d.d. 28 februari 2023

Pagina 27

tweeverdieners. Iedere volwassen burger wordt verondersteld naast een volledige baan of opleiding een huishouden te kunnen voeren. In geval van een meerpersoonshuishouden staat het hebben van een normale baan of het volgen van een opleiding per definitie het leveren van gebruikelijke hulp niet in de weg. Gebruikelijke hulp gaat voor op andere activiteiten van leden van de leefeenheid in het kader van hun maatschappelijke participatie. Ook ouderen die in staat zijn tot het verrichten van huishoudelijk werk vallen onder de gebruikelijke hulp. Een (zeer) hoge leeftijd kan in omstandigheden aanleiding zijn niet te vragen het huishoudelijke werk aan te leren. Bij werkenden wordt geen rekening gehouden met zeer drukke werkzaamheden en (zeer) lange werkweken. Over het algemeen kan alleen rekening worden gehouden met personen die vanwege hun werkzaamheden langdurig van huis zijn. Daardoor zijn zij immers niet in staat het huishoudelijk werk over te nemen. Maar in alle situaties waarbij sprake is van een eigen keuze, zal daar geen rekening mee worden gehouden. De afwezigheid moet een verplichtend karakter hebben. Er kan niet verwacht worden van bijvoorbeeld chauffeurs die op het buitenland reizen, medewerkers in de offshore of marinemensen die maanden achtereen van huis zijn, dat zij een andere functie zoeken.

In geval de leden van een leefeenheid dreigen overbelast te raken door de combinatie van werk en verzorging van de zieke partner/huisgenoot, kan een toewijzing voor hulp bij het huishouden worden gesteld op onderdelen die normaliter tot de gebruikelijke hulp worden gerekend. In eerste instantie zal getracht worden die toewijzing van korte duur te laten zijn, om de leefeenheid de gelegenheid te geven de onderlinge taakverdeling aan de ontstane situatie aan te passen. Hetzelfde geldt als een partner/ouder ten gevolge van het (plotseling) overlijden van de andere ouder dreigt overbelast te raken door de combinatie van werk en verzorging van de inwonende kinderen. 2.16. Persoonlijke verzorging Van belang is onderscheid te maken tussen: • •

gebruikelijke persoonlijke verzorging van partners voor elkaar; gebruikelijke persoonlijke verzorging van volwassen huisgenoten voor elkaar, inwonende volwassen kinderen (> 18 jaar) voor hun ouders. Onder partner wordt verstaan: de volwassene met wie de zorgvrager een intieme, emotionele relatie heeft én een duurzame gemeenschappelijke huishouding voert. 1.16.1. Partners onderling 1.16.1.1. Kortdurende situaties Van partners wordt verwacht dat zij elkaar persoonlijke verzorging bieden als er sprake is van een kortdurende zorgsituatie (hierbij gaat het over het algemeen over een periode van maximaal drie maanden) met uitzicht op een dusdanig herstel van het gezondheidsprobleem en de daarmee samenhangende zelfredzaamheid van de inwoner dat persoonlijke verzorging daarna niet langer is aangewezen. De zorgplicht van partners onderling betreft persoonlijke, lichamelijke zorg inclusief assistentie bij de algemeen dagelijkse levensverrichtingen, aandacht en begeleiding bij ziekte en psychosociale Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Rozendaal 2023 Vastgesteld bij B&W besluit d.d. 28 februari 2023

Pagina 28

problemen. Een voorbeeld hiervan is de zorg voor een huisgenoot of partner tijdens een kortdurend gezondheidsprobleem als herstel na een operatie, griep, gekneusde ledematen e.d. Deze vorm van zorg is in principe (afhankelijk van de aard, omvang en duur) gebruikelijk. Alleen als er gemotiveerd kan worden, dat een partner niet de persoonlijke verzorging kan bieden aan diens partner, kan er alsnog een toewijzing voor persoonlijke verzorging worden gegeven. 1.16.1.2. Langdurige situaties Bij een zorgvraag die naar verwachting langer dan 3 maanden zal duren, is persoonlijke verzorging, ook tussen partners, geen gebruikelijke hulp. Als vanaf de start van de zorgsituatie duidelijk is dat de zorgsituatie langdurig is, is er geen sprake van gebruikelijke hulp. Er hoeft dan dus niet eerst drie maanden ‘gebruikelijke hulp’ door partners geleverd te worden, voordat zorg kan worden ingezet. 1.16.2. Volwassen inwonende kinderen en/of andere volwassen huisgenoten onderling Persoonlijke verzorging van volwassen inwonende kinderen en andere volwassen huisgenoten, anders dan partners onderling, is geen gebruikelijke hulp. 1.17. Begeleiding Hieronder staat omschreven van wie er gebruikelijke hulp verwacht kan worden bij begeleiding.

2.17.1 Partners onderling, ouders en volwassen inwonende kinderen en/of andere volwassen huisgenoten onderling 2.17.1.1 Kortdurende situaties Alle begeleiding van de inwoner door de partner, ouder, volwassen kind en/of elke andere volwassen huisgenoot is gebruikelijke hulp als er sprake is van een kortdurende zorgsituatie met uitzicht op herstel van de zelfredzaamheid. Daarbij gaat het over het algemeen over een periode van maximaal drie maanden. 2.17.1.2 Langdurige situaties Als het gaat om een chronische situatie is de begeleiding van een volwassen inwoner gebruikelijke hulp, wanneer die begeleiding in de persoonlijke levenssfeer aan elkaar moet worden geboden. Het gaat hierbij in ieder geval om de volgende vormen van begeleiding aan een inwoner: •

•

•

het begeleiden van de inwoner bij het normaal maatschappelijk verkeer binnen de persoonlijke levenssfeer zoals het bezoeken van familie/vrienden, huisarts, enzovoort en bij maatschappelijke participatie; het bieden van hulp bij of het overnemen van taken die bij een gezamenlijk huishouden horen, zoals het doen van de administratie. Dit kan worden overgenomen door een nietbeperkte huisgenoot wanneer die taak altijd door de nu beperkte inwoner werd uitgevoerd; aansturing van relatief beperkte aard, zoals het dagelijks ophangen van briefjes met taken die de inwoner die dag moet doen en het gedurende de dag regelmatig bellen om te checken of de inwoner iets gedaan heeft.

2.17.2. Aanleren aan derden Het leren omgaan van derden (familie/vrienden) met de inwoner is gebruikelijke hulp.

Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Rozendaal 2023 Vastgesteld bij B&W besluit d.d. 28 februari 2023

Pagina 29

3.

Gebruikelijke hulp in de Jeugdwet

3.1. Wat is gebruikelijke hulp? Gebruikelijke hulp in het kader van de Jeugdwet is de hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van ouders en/of andere verzorgers of opvoeders. Onder ‘andere verzorgers of opvoeders’ kunnen bijvoorbeeld pleegouders vallen. Ouders behoren de tot hun gezin behorende minderjarige kinderen te verzorgen, op te voeden en toezicht aan hen te bieden, ook als het kind een ziekte, aandoening of beperking heeft. De gemeente onderzoekt de zorgbehoefte van een kind mede op basis van de in tabel 1 opgenomen ‘Richtlijn gebruikelijke hulp voor kinderen met een normaal ontwikkelingsprofiel’. 3.2.Onderscheid kortdurende en langdurige zorgsituatie Bij gebruikelijke hulp wordt een onderscheid gemaakt in kortdurende en langdurige situaties. •

Kortdurend: er is uitzicht op herstel van het gezondheidsprobleem en de daarmee samenhangende zelfredzaamheid van de jeugdige. Het gaat hierbij over het algemeen over een periode van maximaal 3 maanden. • Langdurig: het gaat om chronische situaties waarbij naar verwachting de zorg langer dan 3 maanden nodig zal zijn. In kortdurende zorgsituaties kan van ouders of andere verzorgers/opvoeders worden verwacht dat ze alle persoonlijke verzorging en begeleiding zelf bieden. Dit betreft gebruikelijke hulp. Alleen in langdurige zorgsituaties kan daarom sprake zijn van boven gebruikelijke hulp waarvoor het college jeugdhulp moet inzetten. Dat sprake is van een langdurige zorgsituatie kan al vanaf het begin duidelijk zijn. Er hoeft dan dus niet eerst 3 maanden te worden ‘gewacht’ alvorens het college jeugdhulp in kan zetten. 3.2.Beschermende woonomgeving Het bieden van een beschermende woonomgeving van ouders aan jeugdigen is tot een leeftijd van 17 jaar gebruikelijke hulp. Van ouders of verzorgers/opvoeders wordt verwacht dat ze een woonomgeving bieden waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en waarin een passend pedagogisch klimaat wordt geboden. Ook als sprake is van een jeugdige met een ziekte, aandoening of beperking.

Jeugdigen vanaf 17 jaar die vanwege hun aandoening, stoornis en/of beperking nog niet in staat zijn zelfstandig te wonen, maar dat wel kunnen leren, kunnen in aanmerking komen voor een beschermende woonomgeving vanuit de Jeugdwet. Met als doel om zich verder te ontwikkelen naar zelfstandig wonen. Kan een jeugdige niet bij (een van) de ouder(s) of het sociale netwerk wonen vanwege de onmogelijkheden van de ouder(s) om een veilig thuis te bieden, dan kan verblijf bij pleegouders, een gezinshuis of een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder aan de orde zijn. 3.3.Afweging gebruikelijke en boven gebruikelijke hulp Om vast te stellen welke hulp boven gebruikelijk is, beoordeelt het college welke hulp uitgaat boven de hulp die een jeugdige van dezelfde leeftijd zonder beperkingen redelijkerwijs nodig heeft. In Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Rozendaal 2023 Vastgesteld bij B&W besluit d.d. 28 februari 2023

Pagina 30

onderstaande tabel zijn richtlijnen opgenomen van gebruikelijke hulp van ouders voor jeugdigen zonder beperkingen. Tabel I Richtlijnen gebruikelijke hulp voor kinderen met een normaal ontwikkelingsprofiel Kinderen van 0 tot 3 jaar • hebben bij alle activiteiten verzorging van een ouder nodig; • ouderlijk toezicht is zeer nabij nodig; • zijn in toenemende mate zelfstandig in bewegen en verplaatsen; • hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling; • hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid; • hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden. Kinderen van 3 tot 5 jaar • kunnen niet zonder toezicht van volwassenen. Dit toezicht kan binnenshuis korte tijd op gehoorafstand (bijv.

ouder kan was ophangen in andere kamer); • hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling; • hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid; • kunnen zelf zitten, en op gelijkvloerse plaatsen zelf staan en lopen; • hebben hulp, toezicht, stimulans, zindelijkheidstraining en controle nodig bij de toiletgang; • hebben hulp, toezicht, stimulans en controle nodig bij aan- en uitkleden, eten en wassen, in- en uit bed komen, dag- en nachtritme en dagindeling bepalen; • hebben begeleiding nodig bij hun spel en vrijetijdsbesteding; • zijn niet in staat zich zonder begeleiding in het verkeer te begeven; • hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden. Kinderen van 5 tot 12 jaar • kinderen vanaf 5 jaar hebben een reguliere dagbesteding op school, oplopend van 22 tot 25 uur/week; • kunnen niet zonder toezicht van volwassenen. Dit toezicht kan op enige afstand (bijv.

kind kan buitenspelen in directe omgeving van de woning als ouder thuis is); • hebben toezicht, stimulans en controle nodig en vanaf 6 jaar tot 12 jaar geleidelijk aan steeds minder hulp nodig bij hun persoonlijke verzorging zoals het zich wassen en tanden poetsen; • hebben hulp nodig bij het gebruik van medicatie; • zijn overdag zindelijk, en ’s nachts merendeels ook; ontvangen zonodig zindelijkheidstraining van de ouders/verzorgers; • hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling; • hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid; • hebben begeleiding van een volwassene nodig in het verkeer wanneer zij van en naar school, activiteiten ter vervanging van school of vrije tijdsbesteding gaan; • hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden. Kinderen van 12 tot 18 jaar • hebben geen voortdurend toezicht nodig van volwassenen; • kunnen vanaf 12 jaar enkele uren alleen gelaten worden; • kunnen vanaf 16 jaar een dag en/of een nacht alleen gelaten worden; Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Rozendaal 2023 Vastgesteld bij B&W besluit d.d. 28 februari 2023

Pagina 31

• • • • • • •

kunnen vanaf 18 jaar zelfstandig wonen; hebben bij hun persoonlijke verzorging geen hulp en maar weinig toezicht nodig; hebben bij gebruik van medicatie tot hun 18e jaar toezicht, stimulans en controle nodig; hebben tot 18 jaar een reguliere dagbesteding op school/opleiding; hebben begeleiding en stimulans nodig bij ontplooiing en ontwikkeling (bijv. huiswerk of het zelfstandig gaan wonen); hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid; hebben tot 17 jaar een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden.

3.4.Beoordelingsfactoren gebruikelijke hulp Bij de beoordeling welke hulp hier bovenuit gaat, betrekt de consulent de volgende factoren: 1. leeftijd van de jeugdige; 2. aard van de zorghandelingen; 3. frequentie en patroon van de zorghandelingen; 4. tijdsomvang van de zorghandelingen. Het is van belang dat deze criteria telkens in samenhang worden beoordeeld, rekening houdend met de omstandigheden van de jeugdige en het gezin. 3.4.1. Leeftijd van de jeugdige Bij de beoordeling van gebruikelijke hulp wordt rekening gehouden met verschillen die tussen jeugdigen in dezelfde leeftijdscategorie bestaan. Ook bij gezonde jeugdigen van dezelfde leeftijd kan de ene jeugdige meer zorg nodig hebben dan de andere. Het ene kind is nu eenmaal ‘gemakkelijker’ of sneller zelfstandig dan het andere kind. Voorbeeld Veel kinderen van 4 jaar zijn overdag zindelijk en gaan zelf naar het toilet. Maar het is niet ongewoon dat een kind van deze leeftijd hier stimulans, hulp of toezicht bij nodig heeft. Deze stimulans en hulp mag je verwachten van ouders/verzorgers en is gebruikelijke hulp. 3.4.2. Aard van de zorghandelingen Voor zorghandelingen die de jeugdige zelfstandig kan uitvoeren, hoeft geen hulp te worden toegekend. Gebruikelijke hulp bij kinderen kan ook handelingen omvatten die niet standaard bij alle kinderen voorkomen.

Het gaat dan om handelingen die een gebruikelijke hulp-handeling vervangen, zoals het geven van sondevoeding in plaats van eten. Of om handelingen die in samenhang met reguliere zorgmomenten kunnen worden geboden, zoals het geven van medicijnen. Voorbeeld • •

3.4.3.

Het legen van een katheterzakje is een handeling die het verschonen kan vervangen. Als dat het geval is, is sprake van gebruikelijke hulp. Oefenen met het gebruik van pictogrammen bij een jeugdige met een verstandelijke beperking is een handeling die oefenen met lezen of topografie kan vervangen. Dit is in dat geval gebruikelijke hulp. Frequentie en patroon van de zorghandelingen Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Rozendaal 2023 Vastgesteld bij B&W besluit d.d. 28 februari 2023

Pagina 32

Zorghandelingen die meelopen in het normale patroon van dagelijkse zorg voor een kind, zoals 3 keer eten per dag, worden als gebruikelijke hulp aangemerkt. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met die zorgsituaties waarbij ouders voortdurend in de nabijheid moeten zijn om onplanbare zorg en toezicht te leveren vanwege de (chronische) aandoening, stoornissen en/of beperkingen van het kind. Voorbeeld •

Het aanreiken van spullen of speelgoed bij kinderen met een lichamelijke beperking na afloop van de maaltijd of na een drinkmoment, past in een normaal patroon van dagelijkse zorg en is dus gebruikelijke hulp. • Als een ouder meerdere malen per nacht zorg moet bieden aan een ouder kind, lopen die handelingen niet mee in het normale patroon van dagelijkse zorg. Dit is geen gebruikelijke hulp. 3.4.4. Tijdsomvang van de zorghandelingen Wanneer de omvang van de tijd van een zorghandeling vele malen langer is, is er geen sprake van gebruikelijke hulp. Voorbeeld •

•

Alle kinderen hebben tot een bepaalde leeftijd hulp nodig bij wassen en aankleden. Als deze handelingen veel meer tijd kosten vanwege bijvoorbeeld spasticiteit, wordt deze extra tijd niet als gebruikelijke hulp gezien. Een zorghandeling die naar de aard en omvang voor een kind van een bepaalde leeftijd gebruikelijk is, kan in een individuele situatie veel vaker voorkomen (frequentie). Of veel meer tijd kosten (tijdsomvang). Hierdoor deze zorg niet geheel als gebruikelijk kan worden aangemerkt. Ter illustratie: o Het geven van medicatie (aard) bij een kind van 9 jaar (leeftijd) is gebruikelijke hulp. Als de medicatie elke nacht (meerdere malen) moet worden toegediend, loopt dit niet mee in het dagelijkse patroon. Dan moet beoordeeld worden of ouders hierdoor zodanig belast worden dat het niet meer redelijk is dit als gebruikelijke hulp te beschouwen. o Het geven van sondevoeding aan een kind van 2 jaar vervangt het geven van eten of drinken en is daarom gebruikelijke hulp. Als het voeden via de sonde meer tijd kost, of vaker moet gebeuren dan de normale dagelijkse eet- en drinkmomenten (frequentie) kan sprake zijn van boven gebruikelijke hulp.

3.5.Overbelasting Bij het onderzoek naar de gebruikelijke hulp stelt de consulent vast of degene waarvan gebruikelijke hulp wordt verwacht, ook in staat is om dit te bieden, of dat sprake is van (dreigende) overbelasting. Er is aandacht voor de draaglast en draagkracht van de ouder of verzorger/opvoeder. Wanneer er sprake is van (dreigende) overbelasting, kan de consulent (tijdelijk) een voorziening voor ondersteuning afgeven. In eerste instantie zal die voorziening van korte duur zijn om de gelegenheid te bieden de (onderlinge) taakverdeling aan de ontstane situatie aan te passen. 3.6.Persoonlijke verzorging Jeugdhulp in de zin van de Jeugdwet omvat onder andere het ondersteunen bij of het overnemen van activiteiten op het gebied van persoonlijke verzorging. Het stimuleren van de jeugdige om de Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Rozendaal 2023 Vastgesteld bij B&W besluit d.d. 28 februari 2023

Pagina 33

persoonlijke verzorging uit te voeren of aan te leren, kan ook onderdeel zijn van de in te zetten hulp. De hulp is gericht op het opheffen van een tekort aan zelfredzaamheid bij de jeugdige (zie de definitie van het begrip ‘jeugdhulp’ in artikel 1.1 van de Jeugdwet). Persoonlijke verzorging betreft hulp en zorg bij algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL). Het gaat dan onder andere om de volgende activiteiten (niet uitputtend): • • • • • • • • • • • •

Wassen. Aankleden en uitkleden. Aanbrengen of aantrekken van hulpmiddelen, prothesen, elastische kousen. Eten en drinken. Toedienen van sondevoeding. Zich verplaatsen (in/uit bed, in/uit bad, van bed naar stoel). Naar het toilet gaan (aanleggen van een urinaal, verwisselen van incontinentiemateriaal). Wisselen van lig- of zithouding. Medicijnen innemen. Opmaken van het bed van een bedlegerig kind. Reguliere huidverzorging, mond- en gebitsverzorging, scheren, hand- en voetverzorging. Schoonhouden en verzorgen van stoma en andere onnatuurlijke lichaamsopeningen.

3.6.1. Persoonlijke verzorging en gebruikelijke hulp Hieronder staan enkele uitzonderingen bij en bijzondere situaties voor persoonlijke verzorging. 3.6.1.1. De ouder/verzorger heeft zelf beperkingen Als een ouder of verzorger/opvoeder geobjectiveerde beperkingen heeft en/of kennis/vaardigheden mist om gebruikelijke persoonlijke verzorging uit te voeren, kan niet alle gebruikelijke hulp van hem of haar worden verwacht. De handelingen die bij een kind zonder beperkingen niet voorkomen, kan niet van deze ouder of verzorger worden verwacht. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het geven van sondevoeding of medicijnen. 3.6.1.2. Beschikbaarheid ouder/verzorger vanwege werk Voor zover gebruikelijke persoonlijke verzorging bij jeugdigen van niet uitstelbare aard is en de ouder of verzorger/opvoeder niet beschikbaar is wegens werk, valt dit niet onder gebruikelijke hulp. Van de ouder kan dan niet worden verwacht dat hij die taken op zich neemt. 3.6.1.3. Persoonlijke verzorging tijdens kinderopvang De opvang/zorg die instanties voor kinderopvang bieden, is gebruikelijke hulp. Alleen voor de hulp die aanvullend nodig is aan de opvang/zorg, kan de consulent een voorziening verstrekken. De niet uitstelbare persoonlijke verzorging kan tijdens kinderopvang geïndiceerd worden. Voorbeeld •

Een baby krijgt bij de kinderopvang 3 keer per dag een flesje. Voor een baby valt het geven van een flesje onder normale dagelijkse zorg zoals kinderopvang die biedt. Nu kost het bij deze baby, vanwege ernstige slikproblemen, extra tijd om dat flesje te geven. Voor het geven van een flesje staat gemiddeld 20 minuten per keer en bij deze baby kost het 35 minuten per keer. De minuten meer tijd komen voort uit aan aandoening gerelateerde stoornissen en beperkingen. Voor de extra tijd die het kost om het flesje te geven, kan het college hulp Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Rozendaal 2023 Vastgesteld bij B&W besluit d.d. 28 februari 2023

Pagina 34

•

inzetten: 3 keer 15 minuten = 45 minuten per dag dat het kind gebruikmaakt van de kinderopvang. Deze extra tijd valt niet onder gebruikelijke hulp. Wanneer de baby geen flesje zou krijgen maar sondevoeding, dan is de volledige tijd voor het toedienen van de sondevoeding tijdens de kinderopvang boven gebruikelijke hulp en dus zorg waarvoor een voorziening kan worden verstrekt. Het geven van sondevoeding valt namelijk niet onder zorg zoals instanties voor kinderopvang die bieden.

3.6.1.4. Persoonlijke verzorging tijdens onderwijs De school biedt gangbare en normale dagelijkse zorg, zoals het strikken van veters, het aantrekken van een jas en hulp bij toiletgang bij kleuters. Voor deze gangbare en normale dagelijkse zorg kan geen voorziening worden verstrekt. 3.6.1.5. Intieme persoonlijke verzorging voor een jeugdige ouder dan 12 jaar Wanneer een jeugdige van 12 jaar of ouder geen intieme persoonlijke verzorging wil ontvangen van de ouder of verzorger/opvoeder, wordt er geen bijdrage verwacht van die ouder/verzorger verwacht. Er is dan geen sprake van gebruikelijke hulp. 3.7.Begeleiding Jeugdhulp omvat het bevorderen van de deelname aan het maatschappelijk verkeer en van het zelfstandig functioneren van jeugdigen met een beperking. Om te bereiken dat jeugdigen voldoende zelfredzaam zijn en maatschappelijk kunnen participeren, rekening houdend met hun leeftijd en ontwikkelingsniveau. Om dit te bereiken, kan de consulent begeleiding inzetten. Bij begeleiding gaat het om het bevorderen, behouden of compenseren van de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie. Bij jeugdigen wordt (een beperking in de) zelfredzaamheid en participatie vergeleken met de mate van zelfredzaamheid en participatie van een ‘gezond’ kind van dezelfde leeftijd. Zie hiervoor ook de richtlijnen in tabel I. Begeleidingsactiviteiten kunnen onder andere bestaan uit: • • • •

het ondersteunen bij of oefenen met vaardigheden of handelingen, zoals leren om dagelijkse handelingen als wassen en aankleden zelfstandig te kunnen doen; het oefenen met aanbrengen van structuur, bijvoorbeeld hulp bij plannen van activiteiten en dag structureren; ondersteuning bij het sociaal functioneren en maatschappelijk participeren (psychosociale zelfredzaamheid), zoals thuis, bij winkelen of vrijetijdsbesteding; het overnemen van toezicht op de jeugdige.

3.7.1. Begeleiding en gebruikelijke hulp Hieronder staan enkele uitzonderingen bij en bijzondere situaties voor begeleiding. 3.7.1.1. De ouder/verzorger heeft zelf beperkingen Als een ouder of verzorger/opvoeder geobjectiveerde beperkingen heeft en/of kennis/vaardigheden mist om gebruikelijke begeleiding uit te voeren en deze vaardigheden niet kan aanleren, wordt er gekeken naar welke bijdrage realistisch is. 3.7.1.2. Begeleiding gedurende werk of studie ouders/verzorgers

Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Rozendaal 2023 Vastgesteld bij B&W besluit d.d. 28 februari 2023

Pagina 35

Wanneer ouders of verzorgers werken of studeren, blijven zij verantwoordelijk voor de opvang/verzorging van hun kinderen. De begeleiding die buiten dit werk om als gebruikelijke hulp wordt beschouwd, kan gedurende de tijd dat de ouders werken of studeren niet als voorziening worden toegekend. Alleen voor boven gebruikelijke begeleiding kan de consulent een voorziening verstrekken. 3.7.1.3. Begeleiding tijdens onderwijs Als een kind, vanwege een aandoening, stoornis of beperkingen, gedrag heeft dat het leren bemoeilijkt, valt de daarbij behorende begeleiding onder het onderwijs. Het gaat daarbij om begeleiding die te maken heeft met de lessen, het leren, de vakinhoud en de pedagogische en didactische omgang. Een concentratieprobleem van een kind kan op zichzelf dus geen reden zijn voor inzet van begeleiding. In het kader van passend onderwijs voorziet een school in begeleiding van leerlingen tijdens het onderwijs. Ook remedial teaching of huiswerkbegeleiding richten zich op het helpen van kinderen met leerproblemen. Dit zijn onderwijs gebonden problemen en behoren tot het domein van het onderwijs. 3.7.1.4. Ouderlijk toezicht Ouderlijk toezicht aan kinderen is gebruikelijke hulp. Kinderen (met of zonder ziekte of handicap) hebben ouderlijk toezicht nodig. Dit toezicht wordt anders van aard naarmate een kind ouder wordt en zich ontwikkelt. Zie ook de richtlijnen in tabel I.

Boven gebruikelijke begeleiding bij kinderen tot 3 jaar komt in de praktijk niet vaak voor. Kinderen in deze leeftijd hebben volledige verzorging en begeleiding van een ouder nodig. Toch kan boven gebruikelijk toezicht aan de orde zijn. Boven gebruikelijk toezicht is toezicht dat nodig is vanwege de aandoeningen, stoornissen of beperkingen van het kind en is aanvullend op gebruikelijk ouderlijk toezicht. Het kan gericht zijn op (toezicht op en aansturen van) gedrag vanwege een aandoening, stoornis of beperking, of op het bieden van fysieke zorg zodat tijdig kan worden ingegrepen bij bijvoorbeeld complicaties bij een ziekte. Voorbeeld •

•

•

Bij kinderen met een normaal ontwikkelingsprofiel is pedagogische correctie op gedrag gebruikelijk. Bij een cognitief beperkt kind met gedragsproblemen kan het zijn, dat er meer dan gebruikelijk correctie en aansturing van gedrag en vaak ook meer aandacht voor vaste structuur nodig is. Begeleiding naar ziekenhuis: als een kind vanwege bijvoorbeeld nierdialyse meerdere keren per week naar het ziekenhuis moet, is het gebruikelijk dat een ouder of verzorger meegaat. Hiervoor hoeft het college geen voorziening toe te kennen. Begeleiding naar zwemles: hiervoor hoeft het college geen voorziening toe te kennen. Het is gebruikelijk dat ouders met hun kind meegaan naar zwemles.

3.8. Vervoer Vanuit de Jeugdwet kan alleen vervoer worden toegekend voor een jeugdige van en naar de locatie waar jeugdhulp gegeven wordt. Voorwaarde is dat de jeugdige niet in staat is om zelfstandig te reizen, vanwege een medische noodzaak of een gebrek aan zelfredzaamheid. Is de jeugdige niet in staat om zelfstandig te reizen, dan is het uitgangspunt dat het vervoer van en naar jeugdhulp onder de gebruikelijke hulp van ouders valt. Dit kan anders zijn als er speciaal (medisch) vervoer nodig is Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Rozendaal 2023 Vastgesteld bij B&W besluit d.d. 28 februari 2023

Pagina 36

dat ouders niet kunnen bieden. In andere situaties wordt van ouders verwacht dat ze het vervoer bieden als ze hiertoe in staat en beschikbaar zijn. Als ouders aangeven het vervoer niet te kunnen bieden, wordt altijd een afweging van alle specifieke omstandigheden gemaakt. Als ouders bijvoorbeeld door werk niet beschikbaar zijn, wordt altijd eerst gekeken of ouders dit zelf kunnen oplossen. Bijvoorbeeld door hun tijden anders in te delen of gebruik te maken van (zorg)verlof.

Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Rozendaal 2023 Vastgesteld bij B&W besluit d.d. 28 februari 2023

Pagina 37

BIJLAGE II Afschrijftermijn voorzieningen Voorziening Scootmobiel Fietsvoorziening Handbike Rolstoel Traplift Bea opsta hulp Pakpaal Roerende douche-toiletvoorziening Badlift Douchebrancard Supporter Toiletbeugels in alle soorten Hi-loo toiletverhoger Vast douchezitje Speciale kranen Aangepaste keuken Drempelaanpassing Auto-aanpassing Aangepast toilet

Afschrijftermijn in jaren 7 7 7 7 10 10 10 7 7 7 7 10 7 10 10 10 10 7 15

Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Rozendaal 2023 Vastgesteld bij B&W besluit d.d. 28 februari 2023

Pagina 38

Bijlage: Uitleg voornaamste wijzigingen beleidsregels 2023 Voor de belangrijkste wijzigingen van de beleidsregels staat hieronder een uitleg. Mantelzorg Bij het artikel over mantelzorg is verwijderd dat het aanvragen van ondersteuning via de Zorgverzekeringswet voor gaat op een maatwerkvoorziening (dit kan op basis van jurisprudentie niet). Algemeen gebruikelijke voorzieningen Er is een artikel over algemeen gebruikelijke voorzieningen toegevoegd waarin het criterium of een voorziening betaalbaar is met een minimuminkomen is uitgewerkt. Second opinion Bij het artikel over de consulent is de optie van de second opinion er, in lijn met de verordening, uitgehaald. Maatwerkvoorzieningen Wmo en Jeugdwet in verschillende hoofdstukken De wens van de gemeente was om binnen hoofdstuk 4 een opsplitsing tussen Wmo en Jeugd te maken. De regels die van toepassing zijn op de Wmo zijn nu verplaatst naar hoofdstuk 5. Begeleiding via algemene voorziening Aangepast is dat alleen specialistische begeleiding nog als maatwerkvoorziening wordt geboden. De andere begeleiding is onderdeel van een algemene voorziening in de sociale basis. Normtijden verwijderd Op verzoek van de gemeente zijn de normtijden uit de beleidsregels gehaald omdat deze niet meer actueel zijn en niet voldoen aan de eisen uit de rechtspraak. Het bepalen van de omvang van de indicatie is nu maatwerk.

Langdurig noodzakelijk Aangescherpt dat geen Wmo maatwerkvoorziening wordt toegekend als deze niet langdurig noodzakelijk is (hbh en begeleiding uitgezonderd). Sportvoorzieningen Verwijderd dat deze in de vorm van een financiële tegemoetkoming worden verstrekt en aangepast dat voor sportrolstoelen geen eigen bijdrage geldt. Mantelzorgwoning Bij het artikel over vergoeding van een mantelzorgwoning is het criterium toegevoegd dat de inwoner belemmeringen ervaart in het normale gebruik van de woning en het verstrekken van een mantelzorgwoning of het ombouwen van een bestaande woning tot een mantelzorgwoning hiervoor de goedkoopst adequate oplossing is. Dit zal niet snel het geval zijn. Persoonlijke verzorging Het onderscheid voor wanneer persoonlijke verzorging onder de Zvw of de Wmo/Jeugdwet valt, is sinds 2018 hetzelfde voor Wmo en Jeugdwet (behoefte aan geneeskundige zorg of een hoog risico daarop = Zvw, anders Wmo of Jeugdwet). Dit is daarom aangepast in het artikel.

Raadsinformatiebrief

Onderwerp Overzicht welzijnssubsidies 2022 Adviseur Portefeuillehouder Datum

: M. Jansma : T. van der Pas : 28 maart 2023

Aan de Raad Inleiding Volgens onze Algemene Subsidieverordening gemeente Rozendaal 20191 (vanaf nu: ASV) artikel 4, moet het college in het eerste kwartaal na het subsidiejaar verantwoording afleggen aan de raad, over de verstrekking van welzijnssubsidies van € 5.000 en hoger. Het gaat hierbij over de beleidsterreinen sport, kunst en cultuur, maatschappelijke zorg en welzijn inclusief Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning) en toerisme en recreatie. Daarnaast moet het college verantwoording afleggen over het gebruik van de Hardheidsclausule (art. 17 ASV). Doelstelling Met deze verantwoording beoogt het college transparantie, in de vorm van verantwoording achteraf, over de verstrekking van welzijnssubsidies. Transparantie bij subsidieverstrekking is van belang omdat het gaat om besteding van publieke middelen. De verantwoording vindt plaats door middel van twee overzichten en een toelichting : 1. Overzicht jaarlijkse welzijnssubsidies 2022 (*bijlage 1). Dit overzicht bevat de subsidies van € 5.000 of hoger, met de aantallen subsidies tot € 5.000. 2. Overzicht eenmalige welzijnssubsidies 2022 (*bijlage 2). Deze subsidies worden in de regel onder mandaat verstrekt door de portefeuillehouder, waarbij hij of zij verantwoording aflegt aan het college. Een uitzondering geldt voor aanvragen waarbij (mogelijk) sprake is van persoonlijke betrokkenheid (‘dubbele pet’).

In zo’n geval wordt de aanvraag aan het college in zijn geheel voorgelegd. 3. Toelichting op beide overzichten en op het gebruik van de Hardheidsclausule (* bijlage 3). Vervolg 1. De overzichten op zich hebben geen financiële gevolgen. De uitgaven zijn al gedaan. 2. De informatie uit de overzichten wordt meegenomen bij het opstellen van de Jaarrekening 2022 en de Kadernota en Begroting 2024.

1 Deze procedure is gelijk gebleven in de nieuwe ASV, de Algemene Subsidieverordening Rozendaal

2023, vastgesteld in de gemeenteraad van 13 december 2022. Alleen is het grensbedrag veranderd van ‘subsidies tot € 5.000’ in ‘subsidies van € 5.000 en hoger’.

Pagina 1 van 2

Bijlagen 1. Overzicht jaarlijkse welzijnssubsidies 2022 2. Overzicht eenmalige welzijnssubsidies 2022 3. Toelichting op beide overzichten en op het gebruik van de Hardheidsclausule

Het college van burgemeester en wethouders,

Kees de Haas, Gemeentesecretaris a.i.

Ester Weststeijn, burgemeester

Pagina 2 van 2

Jaarlijkse Welzijnssubsidies 2022

Datum overzicht 22-02-2023

Deelterrein

Organisatie

1. Subsidies Sport

Subsidiebedrag 5.000 of lager

Subsidies sport totaal

Uitgaven totaal Begroot Saldo

2. Subsidies Kunst en Cultuur A. Product K&C/ Subsidies K&C

Subsidiebedrag 5.000 of lager

Bedrag

7 organisaties

Subsidies Kunst en cultuur totaal A + B

Bibliotheek Subsidiebedrag 5.000 of lager

464,62

3.252,32 3.010,00 -242,32

3 organisaties

Uitgaven totaal Begroot Saldo B. Product Media/ Subsidies K&C

3.252,32

Gemiddeld Toelichting

3.025,00

1.008,00

3.025,00 4.500,00 1.475,00

1 organisatie

36.282,00 945,20

Uitgaven Totaal Begroot Saldo

37.227,20 36.530,00 -697,20

Uitgaven totaal Begroot Saldo

40.252,20 41.030,00 777,80

3. Subsidies Maatschappelijke zorg/welzijn en Wmo Subsidiebedrag 5.000 of lager Afrekeningen 2020 A. Uitgaven Maza totaal

11 organisaties 2 organisaties

10.622,25 937,67 11.559,92

965,65

Subsidies Maza/welzijn en Wmo totaal A + B

4. Subsidies Toerisme en Recreatie A. Product Economische promotie/ Subsidies T & R

B. Uitgaven subsidie Puck& Co peuteropvang

2.349,87

Uitgaven totaal Begroot Saldo

13.909,79 29.795,00 15.885,21

Subsidiebedrag 5.000 of lager

1 organisatie

Begroot Saldo B. Product Toerisme en recreatie en VVV/ Subsidies T & R

Subsidies Toerisme en Recreatie totaal A + B

Subsidiebedrag 5.000 of lager

2.300,36 3.700,00 1.399,64

3 organisaties

935,00

Uitgaven Totaal Begroot Saldo

935,00 270,00 -665,00

Uitgaven Totaal Begroot Saldo

3.235,36 3.970,00 734,64

311,67

Eenmalige welzijnssubsidies 2022 Overzicht d.d.22 februari 2023 Product 606102/44381 Overige algemene voorzieningen SD/Incidentele subsidies instellingen Bedrag 1. Soos de Roos 2. Muziek aan Huis 3. Klaterklanken 4. Velper Bach Ensemble 5. Kapel Project 'Verbouwing Torckschool'

€ € € € €

470,00 500,00 500,00 500,00 500,00

Totaal

€

2.470,00

Begroot

€

3.165,00

Saldo

€

695,00

Toelichting

Verantwoordelijk portefeuillehouder AL AL AL TP TP

Indien van toepassing: datum B&W

Toelichting op overzichten welzijnssubsidies 2022

Bijlage 3

1. Overzicht met jaarlijkse welzijnssubsidies 2022 (* bijlage 1) Toelichting per deelterrein 1. Sport Bij Sport gaat het in 2022 om zeven organisaties die geen van alle meer dan € 5.000 ontvangen: Tennisvereniging Beekhuizen, Voetbalvereniging VVO, Voetbalvereniging DVOV, de Rozendaalse Schutters Sociëteit, de Rozendaalse Hengelvereniging, de Arnhemsche Hockey Club en Uniek Sporten. Bij ‘Uniek Sporten’ werken wij met de andere gemeenten in regio Arnhem samen in een regionaal samenwerkingsverband. Behalve dat zij organisaties en initiatieven subsidieert, participeert onze gemeente van 2020 t/m 2022 ook in een Lokaal sport- en beweegakkoord, samen met Rheden. Hiervoor is in 2022 vanuit het Rijk in totaal € 10.000 ontvangen als specifieke uitkering (SPUK), te verantwoorden via SiSa. 2. Kunst en cultuur Bij Kunst en cultuur wordt onderscheid gemaakt tussen subsidies die gerelateerd zijn aan media (de bibliotheek en onze lokale omroep) en andere. In zijn totaliteit gaat het om één grote subsidieontvanger, de Bibliotheek, en drie organisaties die € 5.000 of minder ontvangen: de Kapel, Kamermuziekfestival ZOOM! en de lokale omroep (Studio Rheden; officieel gaat het hier om een ‘Bijdrage Lokale Omroep’). Daarnaast worden de contributies voor de Oudheidkundige Kring en Geldersch Landschap en Kasteelen uit het budget kunst en cultuur betaald. 3.

Maatschappelijke zorg, welzijn en Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning) Er waren in 2022 elf organisaties die een subsidie van € 5.000,- of minder ontvingen: ouderenbond PCOB, EHBO Velp-Rozendaal, stg. STOER, MVT (Mantelzorgondersteuning), Pro Persona Connect (preventie GGZ), De Uitdaging, Slachtofferhulp, HALT, de Plusbus, de Ontmoetingsochtend in De Serre en Buurtvereniging Leermolens Enk. Uit het budget worden ook de subsidies aan Puck&Co betaald, voor de opvang van kinderen van wie de ouder(s) niet in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag. Dit gebeurt op grond van de ‘Nadere regels peuteropvang en voorschoolse educatie ‘. Zoals te zien, is er sprake van een onderschrijding. Dit heeft een aantal oorzaken: 1. Corona. Doordat een aantal activiteiten in 2020 en/of 2021 niet door kon gaan, was sprake van onbenutte subsidies. In overleg met de gemeente zijn de verleende subsidies 2020 en/of 2021 doorgeschoven naar 2022. 2. Uitgaven voor welzijnsstichting Incluzio worden sinds 2021 uit een ander budget betaald. Financiering van de Rozendaalse bijdrage aan Incluzio verloopt via de gemeente Rheden. 3. Financiering van stg. MEE verloopt ook sinds 2022 via gemeente Rheden.

1

4. Toerisme en recreatie De subsidies voor de VVV en het lidmaatschap van het toeristisch platform vallen onder Programma 3 Economie. De overige subsidies T&R blijven vallen onder Programma 5 Openbaar groen, sport, cultuur en recreatie. Het gaat in totaal om twee organisaties: de IVN (natuur- en milieu-educatie) en stg. Behoud Brandtoren Rozendaalse Veld. De subsidie voor de VVV is in 2022 ten onrechte bij dit budget geboekt. 2. Overzicht met incidentele welzijnssubsidies 2021 (bijlage 3) Geen. 3. Gebruik Hardheidsclausule in 2022 Verantwoording afleggen over het toepassen van de hardheidclausule, met andere woorden, de handelswijze in uitzonderingssituaties, is in de lijn met het beleid van ons college om naar uw raad toe transparant te zijn over subsidieverstrekking. In 2022 is enkele keren gebruik gemaakt van de hardheidsclausule. Het gaat om de aanvraag van Kamermuziekfestival ZOOM! en om Voetbalvereniging VVO. In alle gevallen ging het om aanvragen die ‘te laat’ waren ingediend. Om redenen die te begrijpen zijn. Het gaat vaak om wisselingen in het bestuur van een vrijwilligersorganisatie. Of, bij een kleine professionele organisatie, aan het feit dat de inhoudelijke planning pas in het begin van het boekjaar plaatsvindt en er dan pas inzicht is in de kosten.

Dit pleit ervoor, om gezien de kleine bedragen waarover het gaat, opnieuw naar de uitvoering te kijken om de administratieve lasten voor de vrijwilligersorganisaties te verminderen. Zodat we ons kunnen focussen op de grotere organisaties: Incluzio, de bibliotheek en stg. MEE.

2

Raadsinformatiebrief

Onderwerp Toekomst waterwinlocatie Pinkenberg Vitens (Kluizenaarsweg 5) Adviseur Portefeuillehouder Datum

: R. Berendsen : S. Warmerdam : 14 maart 2023

Aan de Raad Inleiding Op de waterwinlocatie Pinkenberg wordt door Vitens al lange tijd het drinkwater geproduceerd voor Rozendaal en Velp. Vitens heeft de gemeente laten weten dat de huidige locatie niet meer voldoet. De drinkwaterwinning staat onder druk (meer regels, normen en afnemers). De bestaande bronnen zijn echter nog goed en ook bruikbaar voor de toekomst. De drinkwaterkelders die gebruikt worden om een buffer in op te slaan zijn aan vervanging en vergroting toe. Ook de ketels en filters en de technische installatie in de bestaande gebouwen zijn verouderd. Vanwege de ligging is er kans op een overstromingsrisico. 1. Renovatie of nieuwbouw Naar aanleiding hiervan heeft Vitens twee scenario’s onderzocht (renovatie en nieuwbouw). Renovatie is complexer en risicovol, lost het ruimtegebrek niet op en het risico van overstroming door leidingbreuken of regenwater van buitenaf blijft bestaan. Om die reden heeft Vitens sterke voorkeur voor nieuwbouw (productiegebouw,met inpandige waterkelder en aparte spoelwaterinstallatie). Met nieuwbouw kan ook naar de toekomst de waterwinlocatie voorzien in voldoende en continue leverbaar drinkwater. Vitens is op dit moment bezig met het uitwerken van een voorstel voor de nieuwbouw. De contacten tussen Vitens en de gemeente Rozendaal verlopen goed.

Vanwege de ligging nabij de gemeentegrens wordt de gemeente Rheden ook bij het vervolg betrokken. Met deze raadsinformatiebrief informeren wij u over de stand van zaken en het op hoofdlijnen te doorlopen proces. 2. Bestemmingsplan Voor de percelen waarbinnen de huidige waterwinning wordt uitgevoerd is in het bestemmingsplan Rozendaal 2019 de bestemming Waterwingebied (artikel 16) opgenomen met de nadere aanduiding monument en de waarde archeologie 3. Het gebruik van de gronden voor waterwinning is toegestaan. Nieuwbouw buiten de in het bestemmingsplan opgenomen bouwvlakken is niet toegestaan. De bouwvlakken zijn in het bestemmingsplan Rozendaal 2019 om de huidige bebouwing gesitueerd zodat nieuwbouw buiten deze bouwvlakken gerealiseerd zal worden. Om nieuwbouw mogelijk te maken is dan ook een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. De vaststelling van het bestemmingsplan is een bevoegdheid van de gemeenteraad. 3. Monumentale waarde Het perceel Pinkenberg 7 en de aanwezige bebouwing maken onderdeel uit van het ‘Waterpompstations-complex Pinkenberg’. De waardering van het monument is gebaseerd op de volgende onderdelen. - Van architectuurhistorisch belang als bedrijfsbebouwing voor de waterwinning, met traditionele elementen, invloeden van Jugendstil, Haagse- en Amsterdamse school, dat de bouwkundige

Pagina 1 van 3

ontwikkeling van de bedrijfsbebouwing illustreert aan het eind van de 19de en in de eerste helft van de 20ste eeuw. - Het waterpompstations-complex Pinkenberg is een monument van bedrijf en techniek uit 18981932 en bevat nog interieuronderdelen die de ontwikkeling van deze bedrijfstak illustreren. - Het complex speelt een beeldbepalende rol in het dal. Het heeft als zodanig landschappelijke waarde. - De boerderijen hebben bovendien een cultuurhistorische waarde voor de geschiedenis van de agrarische bebouwing. De nieuwbouw mag de monumentale waarden niet aantasten. De plannen moeten in dat kader goed afgestemd worden met de betrokken instanties (onder meer de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, gemeentelijke monumentencommissie en provincie Gelderland). Voor deze monumentale gebouwen zoekt Vitens nog naar een passende invulling.

Luchtfoto van het waterpompstations-complex Pinkenberg met blauw omcirkeld de locatie waar Vitens de nieuwbouw wil realiseren. In het klein (rechts) de locatie voor de spoelwaterinstallatie (diameter á 15m, hoogte 1,5m). 4. Communicatie/participatie In de lijn van het participatiebeleid dat door de gemeenteraad is vastgesteld in het kader van de invoering van de Omgevingswet hebben wij Vitens gewezen op het belang dat wij als gemeente hechten aan het vormgeven van een goed communicatie en participatieproces. Vooruitlopend op de formele procedure in het kader van de herziening van het bestemmingsplan waarin de gemeente verantwoordelijk is, is Vitens verantwoordelijk voor het vormgeven van dit proces. Hierin denken wij overigens wel met Vitens mee, samen met de gemeente Rheden. De samenwerking verloopt tot nu toe goed. In verband met de voorbereiding van verschillende onderzoeken heeft Vitens een eerste ronde langs de direct omwonenden gemaakt. De wijze waarop Pagina 2 van 3

Vitens invulling heeft gegeven aan het participatieproces wordt betrokken bij de besluitvorming omtrent het bestemmingsplan. Dit alles in de lijn van het eerder aangehaalde participatiebeleid dat formeel pas in werking treedt bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet. 5. Proces Wij zijn met Vitens aan het verkennen hoe we het proces om te komen tot nieuwbouw het beste kunnen doorlopen. Hierbij hebben wij een positieve grondhouding ten aanzien van de nieuwbouw, vanwege het belang van de levering van schoon drinkwater. Deze positieve grondhouding neemt niet weg dat zowel wij als college, als u als de gemeenteraad het algemeen belang wegen in de besluitvorming, in ieder geval de belangen van de omwonenden. De aanpassing van het bestemmingsplan is voorzien in de tweede helft van 2023, vaststelling van het bestemmingsplan wordt voorzien in het eerste kwartaal van 2024.1 Na vaststelling van het bestemmingsplan kan de omgevingsvergunning worden verleend om de bouw mogelijk te maken. Vitens heeft het voornemem om de nieuwbouw in 2027 in gebruik te nemen. We kunnen ons voorstellen dat er behoefte is aan een nadere toelichting op de plannen. Vitens heeft aangegeven hiertoe graag bereid te zijn. Door Vitens wordt op 29 maart as een informatiebijeenkomst voor geïntereseerden uit Velp en Rozendaal georganiseerd.

Op 28 maart geeft Vitens een presentatie over de plannen in de commissievergadering.

Het college van burgemeester en wethouders,

Bas Pelgrum, gemeentesecretaris

Ester Weststeijn, burgemeester

1 Op 1-1-2024 is de inwerkingtreding van de Omgevingswet voorzien. Voor lopende procedures geldt op grond

van het overgangdsrecht dat deze onder het nu geldende wettelijk regime afgewikkeld kunnen worden. Voor bestemmingsplannen moet er vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet een ontwerpbestemmingsplan ter inzage zijn gelegd.

Pagina 3 van 3

Raadsinformatiebrief

Onderwerp Beleidsregels eenmalige energietoeslag studenten Adviseur Portefeuillehouder Datum

: M. Jansma : T. van der Pas : 28 maart 2023

Aan de Raad

Inleiding De raad heeft 14 februari 2023 ingestemd met een aantal ondersteunende maatregelen ter bestrijding van energiearmoede. Eén daarvan was een energietoeslag voor studenten. In dit voorstel worden de spelregels voor studenten om in aanmerking te komen voor deze toeslag, vastgelegd. Dit gebeurt door middel van een wijziging in de Herziene beleidsregels energietoeslag, die 1 november 2022 met een RIB aan de raad zijn voorgelegd. Met de wijzingen maken wij het, met terugwerkende kracht over 2022, voor uitwonende studenten mogelijk de eenmalige energietoeslag aan te vragen. Uit jurisprudentie is gebleken, dat studenten in 2022 ook gebruik konden maken van de energietoeslag. Vanaf 2023 wordt op een andere manier voorzien in het ondervangen van de gevolgen voor studenten van de hogere energieprijzen.

Het college van burgemeester en wethouders,

Bas Pelgrum, gemeentesecretaris

Ester Weststeijn, burgemeester

Bijlagen 1. Wijzigingen in de beleidsregels 2. Toelichting

Pagina 1 van 1

1

Besluit van het college van burgemeester en wethouders tot vaststelling van de Beleidsregels tot wijziging van de Herziene beleidsregels eenmalige energietoeslag Rozendaal Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rozendaal; gelezen het voorstel van mw. M. Jansma van 7 maart 2023 met nummer MJ-23-12; gelet op de artikelen 4:81, eerste lid, 4:83 en 1:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 4:3 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 35 van de Participatiewet; overwegende dat het gewenst is om beleidsregels vast te stellen tot wijziging van de Herziene beleidsregels eenmalige energietoeslag Rozendaal 2022, vastgesteld op 27 september 2022, nu uit jurisprudentie blijkt dat studenten in 2022 ook gebruik konden maken van de energietoeslag. besluit vast te stellen:

De beleidsregels tot wijziging van de Herziene beleidsregels eenmalige energietoeslag Rozendaal 2022 Artikel I Wijziging Herziene beleidsregels eenmalige energietoeslag Rozendaal 2022 De Herziene beleidsregels eenmalige energietoeslag Rozendaal 2022, vastgesteld op 27 september 2022, worden als volgt gewijzigd: A Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd: Invoegen nieuw onderdeel c: c. normbedrag: Voor wat betreft de studenten gaan wij uit van het normbedrag zoals genoemd in artikel 3.18 Wet Studiefinanciering 2000, aangevuld met eventueel overig inkomen. De onderdelen c tot en met f worden geletterd d tot en met g. Toevoegen onderdelen h en i, luidende: h. Studenten: de inwoner die jonger is dan 27 jaar en uit ‘s rijks kas bekostigd onderwijs kan volgen en in verband daarmee aanspraak heeft op studiefinanciering op grond van de Wet Studiefinanciering 2000 en niet bij zijn ouders of verzorgers woont. i. Servicekosten: Kosten die bovenop de kale huur van een woning komen, bijvoorbeeld energie of water. B Het verwijderen van artikel 2 lid 6 onder c, zoals omschreven: jonger is dan 27 jaar en aanspraak maakt op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000;

Beleidsregels tot wijziging van de Herziene beleidsregels eenmalige energietoeslag gemeente Rozendaal 2022. Vastgesteld door B&W op 7 maart 2023.

2

C Toevoeging van een extra artikel: Artikel 2b: Voorwaarden studenten Een student heeft recht op de energietoeslag, als hij aan de volgende voorwaarden voldoet: 1. a. een energiecontract op eigen naam; of b. een aantoonbare verhoging van de energielasten als onderdeel van de servicekosten van tenminste € 80,00 per maand; 2. Een eventueel eerder in 2022 verstrekte eenmalige energietoeslag wordt verrekend met deze eenmalige energietoeslag. D Aanpassing van artikel 4 lid 3. Artikel 4 lid 3 komt te luiden: Een aanvraag voor de eenmalige energietoeslag kan worden ingediend tot en met 31 mei 2023. E Toevoegen van een extra lid 4 onder artikel 4. Dit komt te luiden: Een student kan de energietoeslag alleen over het jaar 2022 aanvragen. Artikel II Inwerkingtreding Deze beleidsregels treden in werking op de dag na bekendmaking en werken terug tot en met 1 april 2022.

Aldus vastgesteld door het college van burgemeesters en wethouder van de gemeente Rozendaal in de vergadering van 7 maart 2023.

De secretaris Bas Pelgrum

De burgemeester Ester Weststeijn

Beleidsregels tot wijziging van de Herziene beleidsregels eenmalige energietoeslag gemeente Rozendaal 2022. Vastgesteld door B&W op 7 maart 2023.

Toelichting Algemene toelichting

Uit jurisprudentie van de Rechtbank Nijmegen van 5 augustus 2022 (ECLI:NL:RBGEL:2022:4263) blijkt, dat studenten niet uitgesloten mogen worden van het ontvangen van de Energietoeslag. Er wordt volgens de Rechtbank een ongerechtvaardigd onderscheid gemaakt door het college tussen personen die in dezelfde financiële omstandigheden verkeren, te weten studenten en niet-studenten. Om deze reden is besloten om de huidige Beleidsregels Energietoeslag 2022 te wijzigen en studenten toegang te geven tot het ontvangen van de energietoeslag. De Rechtbank heeft ruimte gegeven om een rechtvaardige regeling te treffen die recht doet aan studenten (en de woonsituatie van studenten). Inwerkingtreding Om recht te doen aan studenten die over de periode vanaf 1 april 2022 (inwerkingtreding Beleidsregels Energietoeslag 2022) een aanvraag Energietoeslag hebben ingediend en waarvan de aanvraag is afgewezen, treedt deze wijziging in per 1 apri l 2022. Op deze manier kan er opnieuw gekeken worden of eerdere afwijzingen onder deze wijziging toch recht kunnen hebben op de Energietoeslag. Normbedrag WSF Voor de vaststelling van het inkomen gaan we bij studenten uit van het normbedrag zoals vastgesteld onder artikel 3.18 Wet Studiefinanciering 2000. Onder dit normbedrag valt de verstrekking en/of de lening bij het DUO en de ouderlijke bijdrage die een student van zijn ouders/verzorgers krijgt.

Normbedragen op grond van artikel 3:18 WSF, vastgesteld per 1 januari 2023. Beroepsonderwijs uitwonend Hoger onderwijs uitwonend

€ 786,59 € 957,87

Servicekosten Servicekosten zijn de extra kosten die een student moet betalen boven op zijn huur. Deze servicekosten moeten gespecificeerd zijn in het huurcontract. Bij een all-in kamerprijs die studenten vaak moeten betalen, zitten de energiekosten verdisconteerd in de servicekosten

Artikelsgewijze toelichting Artikel 2b: Voorwaarden studenten Er is gekozen om voor studenten aanvullende voorwaarden op te stellen, boven op de voorwaarden die voor reguliere huishoudens gelden. De reden hiervoor is de specifieke woonsituatie van studenten, waarin ze vaak een kamer huren met een all-in contract zonder eigen energiecontract. De gemeente Rozendaal kiest ervoor om bij studenten niet alleen huishoudens met een eigen

energiecontract een energietoeslag toe te kennen, maar ook studenten die kunnen aantonen dat hun

servicekosten significant (tenminste € 80,00) gestegen zijn ten opzichte van het vorige huurcontract. De

reden dat studenten met een all-in contract de stijging van kosten moeten aantonen en studenten met een eigen energiecontract niet, is dat deze studenten de kosten van energie al verdelen onder meerdere

huisgenoten en de huisbaas in principe verantwoordelijk is. Pas als blijkt dat de huisbaas de verhoging ook daadwerkelijk doorberekent aan zijn huurders, kan gesteld worden dat deze studenten er ook

i

daadwerkelijk financieel erop achteruitgaan door de gestegen huurprijzen. De gemeente wil deze

studenten graag kunnen compenseren voor deze stijging, daar dit in de bedoeling en past in de lijn van deze regeling. Artikel 2b lid 1b: Als er sprake is van een energiecontract op naam, is duidelijk dat er recht is op de energietoeslag. Als daar geen sprake van is, moet in de huurovereenkomst gespecificeerd staan wat de energiekosten zijn. De student moet kunnen aantonen dat er sprake is van een significante verhoging van deze kosten. Artikel 4 lid 4: aanvraag De eenmalige energietoeslag voor studenten kan tot maximaal 3 maanden na inwerkingtreding van deze beleidsregels aangevraagd worden. Het inkomen wordt vastgesteld op het moment van aanvraag. Voor studenten die eerder in het jaar (2022) een aanvraag hebben ingediend, maar waarbij de energietoeslag op dat moment is afgewezen kan het inkomen beoordeeld worden op datum van oude aanvraag.

ii

Raadsinformatiebrief

Onderwerp Stand van zaken voorbereidingen invoering Omgevingswet Adviseur Portefeuillehouder Datum

: R. Berendsen : S. Warmerdam : 21 maart 2023

Aan de Raad Inleiding De wet- en regelgeving voor de fysieke leefomgeving zijn geregeld in tientallen verschillende wetten. De Omgevingswet bundelt en moderniseert de wetten voor de leefomgeving. Hierbij gaat het onder meer om wet- en regelgeving over bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening en natuur. De Omgevingswet staat voor een goed evenwicht tussen het benutten en beschermen van de leefomgeving. De invoering van de Omgevingswet wordt wel vergeleken met de grootste wetgevingsoperatie sinds de invoering van de Grondwet in 1848. In onderstaande tabel is de omvang van deze bundeling aangegeven Van Naar 26 wetten 1 wet 60 Algemene Maatregelen van Bestuur 4 Algemene Maatregelen van Bestuur 75 ministeriële regelingen 1 Omgevingsregeling De nieuwe wet beoogt een samenhangende aanpak van de leefomgeving en biedt ruimte voor lokaal maatwerk en betere en snellere besluitvorming. Daarnaast wordt participatie bevorderd. Er komt ook één digitaal loket, het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Hierin staat wat er is toegestaan in een gebied en andere informatie over geldende regels. Ook kunnen initiatiefnemers vergunningen aanvragen in het DSO.In januar 2022 hebben wij u voor het laatst geinformeerd over de stand van zaken van de voorbereidingen voor de invoering van de Omgevingswet.

Op 14 maart 2023 is met de instemming van de Eerste Kamer de invoeringsdatum definitief vastgesteld op 1 januari 2024. Hiermee is er, na verschillende besluiten tot uitstel van de invoering, duidelijkheid gekomen over de datum waarop de Omgevingswet in werking treedt. Aandachtspunt bij de totstandkoming van het besluit in de Eerste Kamer is de werking van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Op dit moment functioneert dat nog niet optimaal, de komende maanden moeten hierin nog stappen gezet worden door de landelijke overheid die het DSO faciliteert. In deze raadsinformatiebrief wordt (op hoofdlijnen) de stand van zaken van de voorbereiding voor de invoering van de Omgevingswet aangegeven. Hierbij ligt het accent op de aspecten waarin de gemeenteraad een rol heeft.

Pagina 1 van 5

Zoals ook eerder aangegeven1 is het uitgangspunt dat de overgang van het huidige wettelijke kader naar de Omgevingswet zoveel mogelijk beleidsneutraal plaats zal vinden. In deze raadsinformatiebrief komen de volgende onderwerpen aan de orde: 1. Omgevingsvisie 2. Omgevingsplan 3. Herijking bestaand beleid 4. Participatie 5. DSO 6. Dienstverlening 7. Financiën 8. Planning 1. Omgevingsvisie De omgevingsvisie is een integrale langetermijnvisie van een bestuursorgaan voor de hele fysieke leefomgeving en haar grondgebied. De omgevingsvisie is een verplicht instrument voor het Rijk, de provincie en de gemeente. Met de omgevingsvisie verwoorden we samenhangend ‘wat voor een gemeente we willen zijn’. Dat betekent dat dat alle onderwerpen van een omgevingsvisie op elkaar zijn afgestemd, zodat er één totaalvisie ontstaat op onze fysieke leefomgeving. Als we weten wat voor een gemeente we willen zijn (ambitie), dan weten we ook wat er moet gebeuren om daar te komen (doelen). Gemeenten krijgen een overgangstermijn na de inwerkingtreding van de Omgevingswet om over een door de raad vastgestelde omgevingsvisie te beschikken. De verplichting voor gemeenten om een omgevingsvisie te hebben en het tijdstip daarvoor wordt bij koninklijk besluit vastgelegd. Verwachting is dat het gaat om een termijn van een jaar of drie.

Omdat de omgevingsvisie een kaderstellend document is op grond waarvan verdere beleidskeuzes binnen het fysieke domein gemaakt moeten worden zijn de voorbereidingen voor het opstellen van de omgevingsvisie al wel gestart. Zo is het plan van aanpak op 3 november 2020 door de raad vastgesteld en zijn de financiële middelen beschikbaar gesteld. Op dat moment zijn er ook offertes opgevraagd maar is er geen bureau geselecteerd. Vanwege de gemeenteraadsverkiezingen is toen het proces stilgelegd. Inmiddels is weer gestart met de voorbereidingen waarbij er, conform het coalitieakkoord, expliciet aandacht is voor Woonvisie, Groenvisie en het ruimtelijk & maatschappelijk beleidskader voor (grootschalige) duurzame energie opwekking meegenomen. De Omgevingsvisie is in beginsel vormvrij. Wat echter wel een belangrijk aspect bij het proces van de totstandkoming is, is de participatie. Naast de participatie met geïnteresseerden wordt ook de raad nauw betrokken bij het opstellen van de omgevingsvisie. Uiteindelijk wordt de omgevingsvisie vastgesteld door de raad. De uitvraag om een bureau te selecteren wordt in maart verstuurd. In overleg met het bureau wordt een definitieve planning gemaakt voor het opstellen van de omgevingsvisie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rozendaal&id=d29111fc-a982-40fb-b278-56bd3999d979