5 Verrijkt beleidskader Bijl 4.1 Evaluatie sociale basis en lokale jeugdhulp
Tekst van het document
Over beide opdrachten heen is zichtbaar dat samenwerking meerwaarde heeft en korte lijnen oplevert, maar dat structurele afstemming, duidelijke regie en meer eigenaarschap bij inwoners en lokale partners nodig blijven om integraliteit verder te versterken.
25
2.4
Thema 4 – Preventie en vroegsignalering
Dit thema gaat over hoe beroepskrachten en organisaties signalen bij inwoners en gezinnen tijdig herkennen en oppakken. Het gaat zowel om vroegsignalering als om preventieve inzet in de sociale basis en de jeugdhulp, zodat lichte hulpvragen niet uitgroeien tot zware problematiek. 2.4.1 Belangrijkste uitkomsten De afspraken en doelen zijn gebaseerd op aanbestedingsstukken en beleidsstukken. De bevindingen komen uit documenten, enquêtes en gesprekken. Versterken sociale basis Doelen en afspraken
Bevindingen
Het versterken van de infrastructuur samenredzaamheid.
Het versterken van de infrastructuur voor samenredzaamheid draagt bij aan een sterke sociale basis waarin lichte ondersteuningsvragen eerder worden opgemerkt. Incluzio rapporteert dat vaste inloopmomenten, klantcoaches en groepsactiviteiten bijdragen aan vroegsignalering: inwoners komen daardoor eerder in beeld (Jaarrapportage Incluzio 2024). Beroepskrachten, vrijwilligers en enkele netwerkpartners zoals Vivare en wijkagenten bevestigen dat dit helpt om signalen sneller te delen. Verdere groei zit volgens hen in het beter verbinden van inwonersinitiatieven en informele netwerken. Uit Opiniepijlers 2023 blijkt dat inwoners elkaar vaak ondersteunen en dat vrijwilligers hier een belangrijke rol in spelen. Inwoners geven in deze gesprekken ook aan dat om hulp vragen niet altijd vanzelfsprekend is. In zowel Opiniepijlers 2023 als in gesprekken met dorpskernen en vrijwilligersorganisaties wordt benadrukt dat vrijwilligers en bewonersinitiatieven zichzelf zien als de ‘ogen en oren’ van de wijk: zij signaleren beginnende problemen en bieden inwoners laagdrempelig steun.
Beroepskrachten werken samen met inwoners en lokale netwerken om signalen tijdig te herkennen en bespreekbaar te maken.
Uit gesprekken met beroepskrachten van Incluzio, jeugdconsulenten en netwerkpartners blijkt dat de samenwerking in veel dorpen positief wordt ervaren. Zij spelen actief een rol in vroegsignalering door zorgen te signaleren en door te geven. Vrijwilligers en beroepskrachten herkennen dat opvolging en terugkoppeling niet volgens vaste afspraken geregeld zijn en vaak afhankelijk zijn van persoonlijke contacten.
26
Signalen van inwoners worden actief opgepikt, ook zonder expliciete hulpvraag.
Klantcoaches en jongerenwerkers zijn zichtbaar aanwezig via inloop, straatwerk en deelname aan lokale activiteiten. Daardoor horen zij vaak in een vroeg stadium signalen over bijvoorbeeld eenzaamheid, financiële zorgen of spanningen bij hen thuis die anders niet aan het licht zouden komen (Incluzio, 2024). Beroepskrachten sociale basis benadrukken dat dit belangrijk is omdat inwoners niet altijd zelf om hulp vragen. Niet overal wordt vastgelegd wat met signalen gebeurt; het opvolgen en doorzetten naar passende ondersteuning verloopt wisselend.
Preventie richt zich ook op leefomstandigheden door te investeren in ontmoeting, sport, cultuur en dagbesteding.
Volgens de Jaarrapportage Incluzio 2024 is het aantal activiteiten en ontmoetingsplekken uitgebreid, met nadruk op groepsbijeenkomsten rond ontmoeting, welzijn en gezondheid. Jongerenwerkers werken outreachend en koppelen signalen snel terug, wat heeft bijgedragen aan een daling van jeugdoverlast met 35% sinds 2021. Uit Opiniepijlers 2023 blijkt dat inwoners het belang van gezond eten en bewegen kennen, maar het toepassen als uitdagend wordt ervaren. Gesprekken met beroepskrachten, vrijwilligers en de Adviesraad laten zien dat preventie vaak pas start als problemen zichtbaar zijn; zij pleiten voor blijvende aandacht voor bredere vormen van preventie, zoals investeren in ontmoeting, sport en speelgelegenheid. Incluzio biedt daarnaast trainingen rond weerbaarheid en sociale vaardigheden, vaak samen met scholen en sportorganisaties. Scholen en jongerenwerkers zien dit als waardevol om jongeren vroeg te bereiken, al ontbreken nog structurele effectmetingen naar de lange termijn.
Lokale maatwerkdiensten jeugdhulp Doelen en afspraken
Bevindingen
Aanbieders zetten jeugdhulp in wanneer lichte ondersteuning niet toereikend is. Daarmee kan zwaardere zorg soms worden voorkomen of uitgesteld.
In de gesprekken met aanbieders en beroepskrachten in de jeugdhulp komt naar voren dat gezinnen vaak pas in beeld komen wanneer problemen al complex zijn. Zij signaleren daarnaast dat een lichte vorm van nazorg of een ‘waakvlamfunctie’ ontbreekt, waardoor gezinnen na afloop soms opnieuw hulp nodig hebben. De Adviesraad herkent dit punt en wijst op het risico dat gezinnen daardoor opnieuw in zwaardere trajecten belanden.
27
Uit het CEO Jeugd 2024 blijkt dat 38% van de ouders ervaart snel geholpen te zijn, terwijl anderen wachttijden en het doorverwijzen via meerdere loketten als knelpunt noemen.
Toelichting en aandachtspunten Vrijwilligers, beroepskrachten van Incluzio, jeugdconsulenten en netwerkpartners merken dat signalen vaak wel worden opgepikt, maar dat opvolging en terugkoppeling niet altijd vast geregeld zijn. Daardoor hangt vroegsignalering vaak af van persoonlijke contacten. Zij zien kansen om gezamenlijk te kijken hoe dit sterker georganiseerd kan worden. Binnen de maatwerkdiensten jeugdhulp gaat het niet om preventief aanbod, maar om hulp die zwaardere, specialistische trajecten kan voorkomen of uitstellen. Aanbieders gaven in de gesprekken aan dat gezinnen vaak pas in beeld komen wanneer problemen al complex zijn. Daarbij werd de behoefte genoemd aan een lichte vorm van nazorg of een “waakvlamfunctie”, zodat gezinnen na afloop niet opnieuw terugvallen. Incluzio geeft aan dat de nadruk in hun opdracht ligt op het normaliseren en het versterken van eigen kracht en netwerk. Continuïteit wordt daarbij vooral gezocht in de omgeving van gezinnen en in collectieve activiteiten. In de sociale basis komt preventie in de praktijk vaak neer op vroege hulpverlening. Meer aandacht voor leefomstandigheden, ontmoetingsplekken en ontwikkelkansen in de buurt kan bijdragen aan een meer proactieve invulling van preventie. 2.4.2
Beleidsmatige relevantie van het thema
Binnen beide opdrachten spelen vroegsignalering en het voorkomen van zwaardere zorg een belangrijke rol. Uitgangspunt is “voorkomen is beter dan genezen”: beginnende problemen moeten zo vroeg mogelijk in beeld komen, zodat lichtere vormen van ondersteuning voldoende zijn en onnodige zwaardere zorg kan worden voorkomen. Voor de opdracht Versterken sociale basis geldt dat preventie een kerntaak is. Inwoners moeten in hun directe omgeving ondersteund worden, juist bij het vroeg oppakken van signalen. Het Koersdocument Samenleven benadrukt dat problemen eerder in beeld komen en opgelost kunnen worden als beroepskrachten, vrijwilligers en inwoners elkaar goed weten te vinden. Het beleidskader Meedoen legt nadruk op sterke algemene voorzieningen en tijdige signalering vanuit netwerken als basis voor effectieve ondersteuning. Ook het Transformatieplan 2.0 benadrukt dat preventieve inzet via wijkteams en lokale netwerken nodig is om te voorkomen dat inwoners doorstromen naar zwaardere zorg.
28
Voor de opdracht Lokale maatwerkdiensten jeugdhulp geldt dat preventie zelf geen onderdeel van de opdracht is. Wel wordt van aanbieders verwacht dat zij samenwerken met toegang, scholen en de sociale basis, zodat signalen tijdig kunnen worden herkend en passende jeugdhulp waar nodig snel kan worden ingezet. 2.4.3 Bevindingen uit documentanalyse Deze bevindingen zijn gebaseerd op beleidsstukken, rapportages en metingen. Een overzicht van de geraadpleegde documenten is opgenomen in bijlage 4.1. Versterken sociale basis •
•
•
•
•
•
•
•
•
Groepsactiviteiten zoals Toekomstplan, creatieve groepen, wandelgroepen, Strong Kids en de meidengroep &JOY worden ingezet om inwoners laagdrempelig te bereiken en signalen sneller zichtbaar te maken (Jaarrapportage Incluzio, 2024). Klantcoaches zijn bewust aanwezig op plekken zoals Werk aan de Winkel en bij inloopmomenten, zodat signalen in een vroeg stadium kunnen worden opgepakt (Jaarrapportage Incluzio, 2024) In de jaarrapportage wordt benoemd dat doordat er een verschuiving plaatsvindt van individuele trajecten naar meer collectieve inzet, er meer inwoners bereikt worden en vroegtijdige signalering beter mogelijk is (Jaarrapportage Incluzio 2024). In de Memo verlenging opdracht is vastgelegd dat de inzet van schoolmaatschappelijk werk is uitgebreid vanwege de gevolgen van de coronamaatregelen voor scholieren (Memo verlenging 2022). Uit Opiniepijlers blijkt dat inwoners preventie belangrijk vinden, maar dit vaak vooral koppelen aan gezond leven, zoals meer bewegen en gezond eten (Opiniepijlers Rheden 2023). Ook wordt zichtbaar dat motivatie en kennis bij inwoners ontbreken om preventie actief op te pakken. Veel mensen zoeken pas hulp als de problemen al groter zijn, waardoor vroegsignalering achteraf gemist wordt (Opiniepijlers Rheden 2023). Jongeren benadrukken het belang van fysieke ontmoetingsplekken.
Zulke plekken helpen om elkaar te zien, signalen op te vangen en preventief in contact te blijven (Opiniepijlers Rheden 2023). Jongerenwerkers geven aan dat hun outreachende aanpak helpt om jongeren vroeg in beeld te krijgen. Door actief de straat op te gaan en signalen van nieuwe ontmoetingsplekken snel terug te koppelen met gemeente en wijkpartners, wordt volgens hen voorkomen dat problemen escaleren. Deze manier van werken heeft bijgedragen aan een daling van meldingen van jeugdoverlast sinds 2021. (Jaarrapportage Incluzio 2024) In samenwerking met scholen is er nu een door de gemeente gefaciliteerd veiligheidsoverleg om signalen uit school, wijk en thuis met elkaar te delen en te koppelen voor vroegsignalering (Jaarrapportage Incluzio 2024).
29
Lokale maatwerkdiensten jeugdhulp •
•
In de CEO Jeugd 2024 geeft 38% aan snel geholpen te zijn; dit aandeel is lager dan in voorgaande jaren. De tijdigheid stond toen onder druk, waardoor problemen konden verergeren en lichtere steun soms niet meer toereikend was, met als gevolg dat zwaardere zorg niet altijd voorkomen kon worden. (CEO Jeugd 2024) In de beschikbare rapportages is geen aparte indicator opgenomen die laat zien hoeveel zwaardere zorg is voorkomen.
2.4.4 Inzichten vanuit betrokkenen Deze inzichten zijn gebaseerd op interviews, ronde tafels en enquêtes met inwoners, vrijwilligers, beroepskrachten, netwerkpartners en gemeente. Versterken sociale basis •
•
•
•
Inwoners waarderen de zichtbaarheid en nabijheid van beroepskrachten en ontmoetingsplekken zoals dorpshuizen, verenigingen en inloopmomenten. Dit helpt om signalen tijdig op te vangen. Vrijwilligers, consulenten en praktijkondersteuners benadrukken dat een breed aanbod van activiteiten nodig is, omdat hulpvragen vaak pas zichtbaar worden tijdens laagdrempelige ontmoetingen. Vrijwilligers, beroepskrachten en netwerkpartners uiten zorgen dat natuurlijke ontmoetingsplekken (zoals winkels, verenigingen en dorpsactiviteiten) door bezuinigingen verdwijnen, waardoor signalen moeilijker opgepikt kunnen worden. Juist deze plekken maken dat inwoners elkaar zien en kleine zorgen of vragen vroegtijdig bespreekbaar worden, vaak nog voordat ze uitgroeien tot een echte hulpvraag of probleem. Verschillende betrokkenen, zoals politie, consulenten en dorpscoaches, verschillen in hun kijk op preventie. Sommigen zien het als vroege hulpverlening die start bij een hulpvraag, anderen als investeren in leefomstandigheden die welzijn bevorderen, zoals speelgelegenheid, ontmoeting en activiteiten in de wijk. In de gesprekken zijn voorbeelden genoemd zoals inloopmomenten, jongerenwerk op straat, groepsaanbod rond weerbaarheid en laagdrempelige inwonersinitiatieven zoals koffie-inlopen of verenigingen, die ontmoeting stimuleren en beginnende zorgen zichtbaar maken. Lokale maatwerkdiensten jeugdhulp
•
Jeugdhulpaanbieders signaleren dat gezinnen vaak pas in beeld komen wanneer problemen al complex zijn, waardoor lichtere of preventieve inzet niet meer mogelijk is. Het gemis nu en het nut van een ‘waakvlamfunctie’ wordt benadrukt: lichte betrokkenheid of nazorg na afbouw van hulp om terugval te voorkomen.
30
•
•
Incluzio geeft aan dat zij inzetten op normaliseren en het versterken van eigen kracht en netwerken. Continuïteit moet volgens hen vooral gezocht worden in de omgeving van gezinnen en in collectieve activiteiten. Scholen, huisartsen en andere netwerkpartners signaleren dat vroegsignalering bij jeugd nog onvoldoende van de grond komt. Schoolmaatschappelijk werk is niet overal structureel aanwezig, en jongerenactiviteiten sluiten niet altijd aan. Jongeren vinden het bovendien moeilijk om zelf een hulpvraag te stellen. Daardoor is laagdrempelig contact belangrijk om signalen eerder in beeld te krijgen. (Medische) beroepskrachten geven aan dat zij steeds moeten balanceren tussen normaliseren en signaleren: enerzijds willen zij voorkomen dat gewone vragen of zorgen meteen worden gemedicaliseerd, anderzijds vinden zij het belangrijk dat beginnende problemen tijdig worden herkend.
2.4.5
Conclusie
In de sociale basis zijn duidelijke stappen gezet in vroegsignalering. Door vaste inloopmomenten, klantcoaches en activiteiten komen signalen eerder in beeld. Vrijwilligers en bewonersinitiatieven vervullen hierin een belangrijke rol als de ‘ogen en oren’ van de wijk. Samenwerking met beroepskrachten en netwerkpartners maakt dat zorgen sneller gedeeld worden, al ontbreekt nog een vaste structuur om signalen altijd goed door te zetten naar vervolgacties. Preventieve inzet via ontmoetingsplekken, activiteiten en initiatieven draagt bij aan welzijn en het voorkomen van isolement; investeren in deze bredere leefomstandigheden vraagt blijvende aandacht om problemen structureel te voorkomen. De jeugdhulpaanbieders hebben geen opdracht op het gebied van preventie, hun inzet richt zich op het tijdig in beeld krijgen van gezinnen en het bieden van passende hulp. Aanbieders ervaren dat gezinnen vaak pas in beeld komen wanneer problemen al complex zijn. Zij noemden daarbij ook de behoefte aan meer continuïteit na afloop van hulp. Incluzio benadrukte juist het belang van normaliseren en het gebruik maken van netwerken en collectieve activiteiten.
31
2.5
Thema 5 – Rol van inwoners en gemeenschappen
In dit thema staat de rol van inwoners, vrijwilligers en gemeenschappen centraal. Het gaat daarbij niet om het evalueren van de inzet van de inwoners zelf, maar om de vraag hoe de opdrachten Versterken sociale basis en Lokale maatwerkdiensten jeugdhulp erin slagen om inwoners en hun netwerken die rol te laten vervullen die in beleid en afspraken is vastgelegd. 2.5.1 Belangrijkste uitkomsten De afspraken en doelen zijn gebaseerd op aanbestedingsstukken en beleidsstukken. De bevindingen komen uit documenten, enquêtes en gesprekken. Versterken sociale basis Doelen en afspraken
Bevindingen
De opdrachtnemer draagt bij aan het versterken van de infrastructuur voor samenredzaamheid en sociale samenhang in dorpen en wijken.
Uit Rheden Spreekt Hulp en Ondersteuning 2025 blijkt dat inwoners vooral steun zoeken in hun eigen netwerk: 75% bij familie en vrienden, 49% voor praktische hulp en 68% voor emotionele steun. Opiniepijlers 2023 bevestigt dit beeld. Dorpsen buurthuizen dragen bij aan contact en verbondenheid. In de Jaarrapportage Incluzio 2024 is te zien dat 42% van de samenwerkingspartners ervaart dat hun netwerk is vergroot door samenwerking met Incluzio. Vrijwilligers spelen hierbij een belangrijke rol met laagdrempelige ondersteuning, van vervoer tot boodschappen. Incluzio ondersteunt hen via het Vrijwilligerspunt Rheden met bemiddeling, advies en scholing. Daarnaast organiseerde de Vrijwilligersacademie diverse trainingen en bijeenkomsten over onder meer dementie, autisme en sociale veiligheid. De waardering van deelnemers lag gemiddeld op een 8,0 (Jaarrapportage Incluzio 2024). Uit het inwonerspanel Rheden Spreekt blijkt dat ruim de helft van de inwoners (53%) vrijwilligerswerk doet, waarvan 39% binnen de gemeente en 14% daarbuiten (Rheden Spreekt Wmo 5-meting 2025). Landelijk gezien valt de gemeente Rheden qua aandeel inwoners dat vrijwilligerswerk verricht in de middencategorie van Nederlandse gemeenten (RIVM 2025).
De opdrachtnemer ondersteunt bewonersinitiatieven en vrijwilligersorganisaties,
Volgens de Jaarrapportage Incluzio 2024 zijn in alle kernen buurtnetwerken en bewonersinitiatieven versterkt. In 2024 ging het om de doorontwikkeling van 12 initiatieven en de start van 9 nieuwe.
32
en sluit aan bij bestaande structuren.
Vrijwilligers waarderen de ondersteuning die zij hierbij ontvangen, maar geven ook aan dat waardering en praktische hulp nodig blijven om inzet vol te houden. Incluzio wijst erop dat initiatieven kwetsbaar zijn wanneer kartrekkers wegvallen. Het werven van nieuwe vrijwilligers en het terugleggen van eigenaarschap bij inwoners zien zij als hun taak. Methodieken zoals Asset-Based Community Development worden gebruikt om eigenaarschap bij inwoners te versterken. Inwoners, vrijwilligers en ambtenaren ervaren dat veel initiatieven vooral door Incluzio zelf zijn opgezet. Zij zien risico’s voor de inbedding en continuïteit als de rol van Incluzio verandert. Incluzio lichtte toe dat zij soms bewust zelf activiteiten starten om snel op signalen te reageren, maar erkent dat dit de opbouw vanuit inwoners kan beperken.
Lokale maatwerkdiensten jeugdhulp Doelen en afspraken
Bevindingen
Ondersteuning richt zich op het versterken van eigen kracht en sociaal netwerk en wordt zoveel mogelijk in de leefomgeving van jeugdigen geboden.
Uit het CEO Jeugd 2024 blijkt dat in 45% van de trajecten actief is gekeken naar oplossingen in het eigen netwerk. Dat aandeel is lager dan in eerdere jaren (88% in 2020, 80% in 2021, 74% in 2022 en 64% in 2023). In datzelfde jaar was sprake van hoge werkvoorraad en lange wachttijden, wat van invloed kan zijn geweest. Aanbieders geven aan dat het benutten van netwerken rondom gezinnen vooral lastig is bij complexe problemen of een klein netwerk. Ook is in de gesprekken genoemd dat initiatieven zoals maatjesprojecten of Steunouder waardevol zijn, maar dat deze beperkt beschikbaar zijn. Uit het CEO Jeugd 2024 komt verder naar voren dat ouders steun uit hun eigen kring als waardevol ervaren, maar dat dit vaak niet toereikend is. Aanbieders signaleren daarbij dat gezinnen soms terughoudend zijn om hun netwerk te belasten met persoonlijke of langdurige problemen. Daarnaast geven ze aan dat jongeren persoonlijke problemen meestal liever niet binnen hun directe netwerk bespreken en eerder steun zoeken online of buiten hun buurt. Er schuilt volgens hen bovendien een risico dat het beroep op informele steun te groot wordt wanneer formele hulp onvoldoende aansluit. Scholen en huisartsen bevestigen dit beeld.
33
2.5.2 Beleidsmatige relevantie van het thema De kracht van gemeenschappen en het omzien naar elkaar vormen de basis van een sterke sociale structuur. In het Rhedens model is de samenleving het vertrekpunt: inwoners, verenigingen en lokale netwerken geven samen vorm aan de leefwereld waarin mensen zich verbonden voelen en naar elkaar omzien. Het versterken van samenredzaamheid is daarbij een doel op zichzelf. Het gaat om het bevorderen van betrokkenheid, initiatief en onderlinge verantwoordelijkheid in dorpen en wijken. Waar deze gemeenschapskracht (nog) niet toereikend is of inwoners tijdelijk extra steun nodig hebben, wordt aanvullende ondersteuning georganiseerd. Deze ondersteuning sluit aan op de leefwereld, maar neemt die niet over. Zo blijft de samenredzaamheid de dragende laag van het sociaal domein met ondersteuning als aanvulling wanneer dat nodig is. In de sociale basis ziet het Koersdocument Samenleven dorpen en wijken als fundament van het sociaal domein. Gemeenschappen zien om naar elkaar. Het beleidskader Meedoen benadrukt dat voorzieningen samen met inwoners en vrijwilligers worden ontwikkeld. Het Transformatieplan 2.0 legt de nadruk op oplossingen vanuit de samenleving en een sterke sociale basis, zodat minder individuele voorzieningen nodig zijn. Voor de jeugdhulp geldt dat ondersteuning zoveel mogelijk in de eigen omgeving van jeugdigen ontstaat.
Het Koersdocument Samenleven stelt dat jeugdhulp aanvullend is op wat ouders, school en buurt doen. Het Transformatieplan 2.0 en Meedoen benadrukken dat eerst informele hulp en algemene voorzieningen benut moeten worden, en dat de gemeenschap de plek is waar jongeren en gezinnen steun en herstel vinden. 2.5.3 Bevindingen uit documentanalyse Deze bevindingen zijn gebaseerd op beleidsstukken, rapportages en metingen. Een overzicht van de geraadpleegde documenten is opgenomen in bijlage 4.1. Versterken sociale basis •
•
In 2024 is een nieuwe KPI toegevoegd: Incluzio draagt bij aan de start en doorontwikkeling van inwonersinitiatieven die aansluiten bij ondersteuningsbehoeften in Rheden en Rozendaal. Elk dorpsteam stelt hiervoor jaarlijks een voorstel op, gebaseerd op gezamenlijke overleggen, factsheets per dorpskern en signalen uit de gemeenschap. In 2024 ging het om het doorontwikkelen van 12 bestaande initiatieven en de start van 9 nieuwe initiatieven, waarvan de meeste in 2025 worden doorgezet (Jaarrapportage Incluzio 2024). Volgens de Jaarrapportage Incluzio 2024 geeft 42% van de samenwerkingspartners voor kwetsbare inwoners aan dat hun netwerk is vergroot door de samenwerking met Incluzio (Jaarrapportage Incluzio 2024).
34
•
•
•
•
•
•
•
•
Volgens Incluzio vormen vrijwilligers de kern van de sociale basis. Zij organiseren jaarlijks evenementen om vrijwilligers te waarderen en zien hun inzet als onmisbaar voor de uitvoering (Jaarrapportage Incluzio 2024). Incluzio organiseert trainingen voor vrijwilligers, bijvoorbeeld samen met Pro Persona rond psychische problematiek, om hen beter toe te rusten in hun inzet (Jaarrapportage Incluzio 2024). Uit het inwonerspanel Rheden Spreekt blijkt dat 53% van de respondenten vrijwilligerswerk doet: 39% binnen de gemeente Rheden en 14% daarbuiten. Dit aandeel is vergelijkbaar met voorgaande jaren en ligt in lijn met landelijke gemiddelden (Rheden Spreekt Wmo 5-meting 2025, RIVM 2025). Binnen het inwonerspanel Rheden Spreekt verleent 28% van de respondenten mantelzorg, meestal langdurig en voor een ouder of partner. De ondersteuning die mantelzorgers ontvangen waarderen zij met een 6,2 (Rheden Spreekt Wmo 5-meting 2025). Cijfers van Volksgezondheid en Zorg info laten zien dat de gemeente Rheden met zowel vrijwilligerswerk als mantelzorg in de middencategorie van Nederlandse gemeenten valt (RIVM, 2025). Ruim driekwart van de inwoners heeft in de afgelopen jaren geen gebruik gemaakt van hulp of ondersteuning. Van degenen die dit wel deden, kreeg de meerderheid hulp van familie en vrienden; buren speelden een kleinere rol.
Hulp via vrijwilligersorganisaties of buurtinitiatieven kwam minder vaak voor (Rheden Spreekt Hulp en Ondersteuning 2025). Ondersteuning vanuit het netwerk bestaat vooral uit praktische hulp in het huishouden en emotionele steun. Buren bieden vooral emotionele steun, gevolgd door hulp bij dagelijkse klussen (Rheden Spreekt Hulp en Ondersteuning 2025). De overgrote meerderheid van de inwoners die anderen hielp, gaf aan hierbij niets te hebben gemist. Een kleine groep noemde gebrek aan kennis of vaardigheden als belemmering. (Rheden Spreekt Hulp en Ondersteuning 2025). Lokale maatwerkdiensten jeugdhulp
•
•
•
In 45% van de gevallen wordt samen met ouders gekeken naar mogelijkheden binnen het eigen netwerk; dit is lager dan in voorgaande jaren (88% in 2020, 80% in 2021, 74% in 2022 en 64% in 2023) (CEO Jeugd 2024). Bij de inwoners die ondersteuning ontvingen van dorpscoaches of maatschappelijk werkers werd in bijna de helft van de gevallen opvoed- en opgroeiondersteuning geboden (Rheden Spreekt Hulp en Ondersteuning 2025). Ook binnen het eigen netwerk (familie, vrienden, vrijwilligers) gaven inwoners aan dat er in een deel van de gevallen hulp werd geboden bij het opvoeden en de emotionele ontwikkeling van kinderen (Rheden Spreekt Hulp en Ondersteuning 2025).
35
2.5.4 Inzichten vanuit betrokkenen Deze inzichten zijn gebaseerd op interviews, rondetafelgesprekken en enquêtes met inwoners, vrijwilligers, beroepskrachten, netwerkpartners en gemeente. Versterken sociale basis •
•
•
•
•
•
•
Inwoners waarderen ontmoetingsplekken zoals dorpshuizen, bibliotheken en weggeefwinkels. Zij geven aan dat deze plekken laagdrempelige toegang bieden en inwoners samenbrengen. Vrijwilligers en medewerkers vertellen dat zij er ‘een oogje in het zeil’ houden, waardoor signalen sneller worden opgepakt. Volgens inwoners en vrijwilligers trekt een breed en gevarieerd aanbod mensen met uiteenlopende redenen naar binnen. Dat vergroot de zichtbaarheid in de buurt en levert soms ook nieuwe vrijwilligers op, waardoor de onderlinge verbondenheid groeit. Naast de vaste kern van vrijwilligers ontstaan er ook nieuwe vormen van vrijwilligerswerk en inzet, zoals projectmatige betrokkenheid of digitale inzet. Organisaties die vanuit dezelfde locatie werken, ervaren dit als positief. Korte lijnen en samenwerking maken het volgens hen makkelijker om inwoners te betrekken en te verbinden. Vrijwilligers geven aan dat zij terug horen dat zij door sommige inwoners als toegankelijker en laagdrempeliger worden gezien dan beroepskrachten. Zij noemen kleine praktische diensten, zoals boodschappen, vervoer of belcontact, als waardevolle vormen van steun. In gesprekken met vrijwilligersorganisaties is benadrukt dat waardering en praktische steun belangrijk zijn om inzet vast te houden.
Naast de vaste kern van langdurige vrijwilligers ontstaan volgens enkele betrokkenen ook nieuwe vormen van inzet, zoals kortdurende of projectmatige activiteiten, digitale betrokkenheid of inzet door ervaringsdeskundigen. Bij deze groepen wordt soms aangegeven dat extra steun in de startfase helpend kan zijn, bijvoorbeeld met een kleine vergoeding van onkosten. Beroepskrachten beschrijven dat methoden zoals Asset-Based Community Development (ABCD) helpen om talenten van inwoners te benutten en netwerken te versterken. Zij zien dat deze aanpak zich richt op wat er al aanwezig is in een buurt – vaardigheden, initiatieven en onderlinge relaties – en dat hierdoor oplossingen van binnenuit kunnen ontstaan. Hun rol is daarbij vooral stimulerend en ondersteunend, met aandacht voor de balans tussen aanmoedigen en ruimte laten voor eigenaarschap van inwoners. Vanuit gesprekken met Incluzio komt naar voren dat zij vrijwilligers zien als de kern van de sociale basis. Hun rol is faciliterend: bewonersinitiatieven moeten eigenaar blijven, terwijl Incluzio helpt met kennis, organisatie en toegang tot middelen. Daarbij worden structurele samenwerkingen genoemd, zoals met Stoer, MVT en NIO, maar ook kleinere bewonersinitiatieven die dorpscoaches ondersteunen.
36
•
•
Incluzio noemt als aandachtspunt dat initiatieven kwetsbaar worden als kartrekkers wegvallen. Zij zien het als hun verantwoordelijkheid om nieuwe vrijwilligers te werven en bewoners opnieuw te verbinden, zodat eigenaarschap lokaal blijft. Dorpscoaches worden door Incluzio genoemd als een sleutel in het versterken van samenredzaamheid. Hun rol is om inwoners en initiatieven te verbinden en zo de infrastructuur sterker te maken. Volgens management verschilt de mate van samenredzaamheid echter per dorp of wijk: sommige dorpen hebben een actieve kern, terwijl in andere kernen meer investering nodig is om duurzame netwerken te ontwikkelen. Lokale maatwerkdiensten jeugdhulp
•
•
• • •
Jeugdhulpaanbieders geven aan dat zij het netwerk van gezinnen zoveel mogelijk willen betrekken, omdat steun uit de eigen omgeving vaak het meest duurzaam is. In de praktijk lukt dit vooral bij lichtere hulpvragen. Bij complexe problematiek of gezinnen met een klein netwerk is het veel moeilijker om op het netwerk te steunen. Er zijn voorbeelden genoemd van initiatieven zoals maatjesprojecten en Steunouder. Aanbieders ervaren deze als waardevol voor gezinnen die tijdelijk extra steun nodig hebben, maar ze benadrukken dat deze initiatieven beperkt beschikbaar zijn en niet altijd structureel ingezet kunnen worden. Volgens aanbieders zijn gezinnen zelf vaak terughoudend om hun netwerk te belasten met persoonlijke of langdurige problemen. Jongeren zoeken steun volgens aanbieders vaker liever online of buiten hun buurt, waardoor de rol van de directe gemeenschap bij hun persoonlijke problemen beperkt blijft. Aanbieders signaleren dat er een risico is dat het beroep op informele steun te groot wordt wanneer formele hulp onvoldoende aansluit.
37
2.5.5
Conclusie
Inwoners en hun netwerken spelen in de gemeente Rheden een belangrijke rol bij het bieden van steun. Veel inwoners vinden hulp bij familie en vrienden en ervaren ontmoetingsplekken in dorpen en wijken als waardevol voor contact en samenredzaamheid. Vrijwilligers zijn dichtbij, laagdrempelig en vullen de ondersteuning door beroepskrachten aan. Incluzio benadrukt dat vrijwilligers de kern van de sociale basis vormen en dat dorpscoaches belangrijk zijn om bewonersinitiatieven te verbinden. Tegelijkertijd wordt zichtbaar dat veel initiatieven kwetsbaar zijn wanneer kartrekkers wegvallen en dat in sommige dorpen samenredzaamheid minder vanzelfsprekend aanwezig is. Omdat tijd en urgentie soms vragen om direct handelen, zet Incluzio ook zelf initiatieven op. Inwoners, ambtenaren en Incluzio erkennen echter het risico dat zulke initiatieven minder stevig in de gemeenschap worden ingebed en daardoor kwetsbaarder zijn op de langere termijn. Binnen de jeugdhulp is het betrekken van het eigen netwerk een belangrijk uitgangspunt, maar dit lukt in de praktijk niet altijd. Waar netwerken wel worden benut, wordt dit gezien als de meest duurzame vorm van steun. Bij gezinnen met complexe problematiek of een klein netwerk is dit vaak moeilijker. Jeugdhulpaanbieders zien initiatieven zoals maatjesprojecten en Steunouder als waardevol, maar ook beperkt beschikbaar.
Zij signaleren dat gezinnen soms terughoudend zijn om hun netwerk langdurig te belasten en dat jongeren hun persoonlijke problemen vaak buiten hun directe omgeving bespreken. Er ligt een risico dat informele steun te zwaar wordt belast wanneer formele hulp onvoldoende aansluit. Scholen en huisartsen bevestigen dit beeld en zien dat daardoor soms sneller een zwaarder traject volgt, terwijl lichtere steun eerder passend zou zijn geweest.
38
2.6
Thema 6 – Ervaringen en opbrengsten van ondersteuning
Dit thema gaat over de effecten die inwoners en gezinnen ervaren van ondersteuning. Het richt zich op de vraag of hulp merkbaar verschil maakt in het dagelijks leven, en hoe inwoners de kwaliteit en opbrengsten van de inzet beoordelen. 2.6.1 Belangrijkste uitkomsten De afspraken en doelen zijn gebaseerd op aanbestedingsstukken en beleidsstukken. De bevindingen komen uit documenten, enquêtes en gesprekken. Versterken sociale basis Doelen en afspraken
Bevindingen
Ondersteuning moet bijdragen aan merkbare verbeteringen in het dagelijks leven van inwoners.
Uit de enquête onder inwonerspanel Rheden Spreekt Hulp en Ondersteuning 2025 blijkt dat een meerderheid verbetering ervaart in de eigen situatie na ondersteuning; driekwart vond de duur passend. Inwoners waarderen de uitvoering van Incluzio met een 7,4; laagdrempeligheid en bereikbaarheid van beroepskrachten worden vaak genoemd als sterk punt (Jaarrapportage Incluzio 2024). Uit Opiniepijlers blijkt dat inwoners in de gemeente Rheden ondersteuning als waardevol ervaren wanneer deze goed aansluit op hun behoefte. Inwoners ervaren dat deelname aan verenigingen en lokale netwerken hun vitaliteit, eigenwaarde en gezondheid vergroot. Wie eenmaal aangesloten is, blijft vaak langdurig actief. Inwoners die nog geen aansluiting hebben, komen moeilijk in beeld. Daarbij kan de zogenoemde tweede kring van familie of bekenden een grotere rol spelen om een netwerk te organiseren.
Inwoners moeten zich gehoord en geholpen voelen en zoveel mogelijk zelfstandig verder kunnen.
Opiniepijlers benadrukt het belang van vertrouwen, persoonlijk contact en duidelijke communicatie. Uit Rheden Spreekt blijkt dat ruim 60% van de inwoners kon meedenken of meebeslissen over de vorm van hun ondersteuning. Een kleine groep (14%) miste onderdelen (meer professionele inzet, heldere rolverdeling, minder bureaucratie/wachttijden, beter te combineren met werk/gezondheid). Inwoners vragen om duidelijker zicht op wat ondersteuning concreet oplevert. Incluzio gaf in de gesprekken aan dat zij ervaren dat inwoners hun persoonlijke aanpak waarderen: bij de start wordt steeds besproken wat iemand zelf belangrijk vindt, en dat geeft volgens hen meer betekenis en resultaat.
39
Inwoners die eenmaal deelnemen aan activiteiten vertellen dat dit hun welzijn en weerbaarheid vergroot, maar dat zij wel vaak afhankelijk blijven van de activiteit zelf. De opdracht richt zich op maatschappelijke opbrengsten, met nadruk op samenredzaamheid, vitaliteit en betrokkenheid van inwoners, in plaats van op aantallen activiteiten.
Bij de start van de opdracht speelde corona en was er veel personeelswisseling bij zowel de gemeente als Incluzio. Dat maakte de uitvoering aanvankelijk lastig, maar betrokkenen ervaren dat er inmiddels meer rust en stabiliteit is gekomen. Incluzio meldt in de Jaarrapportage 2024 dat collectieve inzet volgens hen bijdraagt aan meer samenredzaamheid en betrokkenheid; gemeente en opdrachtnemer bespreken dit periodiek. Uit de enquête Rheden Spreekt Hulp en Ondersteuning 2025 blijkt daarnaast dat inwoners elkaar vaak ondersteunen. Driekwart van de respondenten heeft de afgelopen jaren zelf iemand geholpen, meestal met emotionele steun. Ook familie, vrienden en buren spelen een grote rol bij het bieden van hulp. Daarmee laat de enquête zien dat er binnen de gemeente een stevig netwerk van onderlinge steun aanwezig is; een belangrijke uiting van samenredzaamheid.
Lokale maatwerkdiensten jeugdhulp Doelen en afspraken
Bevindingen
Jeugdhulp moet leiden tot duurzame verbetering van de leefsituatie van jeugdigen en gezinnen.
De meest recente KPI-rapportages Jeugdhulp laten zien dat in 2024 in 93% van de casussen sprake was van (gedeeltelijke) vooruitgang, ten opzichte van 86% in 2023 en 88% in 2022. Dit laat zien dat hulp vaak bijdraagt aan verbetering op korte termijn. In de rapportages wordt echter niet zichtbaar of deze verbetering ook op de langere termijn standhoudt of terugval voorkomt. In gesprekken met jeugdhulpaanbieders is genoemd dat de huidige indicatoren niet altijd goed zicht geven op de inhoudelijke opbrengsten van trajecten. Zij ervaren dat de focus in de uitvoering toch vaak ligt op aantallen en productie, terwijl de betekenisvolle resultaten voor gezinnen minder goed zichtbaar worden gemaakt.
40
Ouders en jongeren moeten zich gehoord, serieus genomen en sterker voelen.
Uit de KPI-rapportages Jeugdhulp blijkt dat de tevredenheid over de geboden hulp stabiel hoog is, met een gemiddelde waardering van 8,3 in 2024, ten opzichte van 8,0 in 2023 en 8,4 in 2022. Het Cliëntervaringsonderzoek Jeugd 2024 geeft een breder beeld van hoe jeugdhulp in de gemeente Rheden wordt ervaren, en omvat ook trajecten buiten de opdracht Lokale maatwerkdiensten jeugdhulp. Ouders en jongeren waarderen de ontvangen hulp gemiddeld met een 7,2. In 2024 is 55% (helemaal) eens met de stelling dat de consulent afspraken nakomt, een daling ten opzichte van eerdere jaren (75% in 2023, 84% in 2022). Ook bij de stelling ‘Ik werd snel geholpen’ is het aandeel positieve antwoorden gedaald (38% in 2024, tegenover 59% in 2023). Deze uitkomsten hangen samen met de langere wachttijden bij Team Toegang in 2024, wat ook in gesprekken met beroepskrachten sociale basis, jeugdhulpaanbieders en inwoners werd benoemd. Netwerkpartners benadrukken dat goed luisteren en voldoende tijd nemen de waardering voor ondersteuning kan vergroten. Scholen merken dat ouders zich gesteund voelen wanneer schoolmaatschappelijk werk structureel aansluit bij overlegmomenten.
Na afronding van jeugdhulp moeten gezinnen zoveel mogelijk zelfstandig verder kunnen, met steun uit hun netwerk.
Uit het CEO Jeugd 2024 blijkt dat in 45% van de trajecten actief is gekeken naar oplossingen in het eigen netwerk en omgeving. Dat percentage ligt lager dan in eerdere jaren. KPI rapportages laten daarentegen zien dat het aandeel cliënten en ouders dat na afloop zonder hulp verder kan is gestegen van 67% in 2022 naar 76% in 2024. Jeugdhulpaanbieders geven aan dat deze ontwikkeling niet vanzelf gaat. De toenemende druk op gezinnen door maatschappelijke veranderingen en daarmee een toenemende complexiteit van casussen maken het lastiger hulp te organiseren in het eigen netwerk. Volgens de Adviesraad is nog geen duidelijke trend zichtbaar waarbij gezinnen door ondersteuning zelfstandiger worden of minder afhankelijk blijven. Netwerkpartners geven aan dat de inzet van lokaal gewortelde beroepskrachten helpt om gezinnen beter te ondersteunen bij het benutten van hun eigen netwerk.
41
Toelichting en aandachtspunten Inwoners en vrijwilligers ervaren dat de opbrengst van activiteiten vaak pas na deelname zichtbaar wordt. Zij geven aan dat vooraf meer duidelijkheid wenselijk is over wat bepaalde ondersteuning kan opleveren. Jeugdhulpaanbieders, jeugdconsulenten, netwerkpartners en de Adviesraad signaleren dat overgangen naar andere vormen van hulp – zoals de Wmo of het bereiken van 18 jaar – kwetsbaar zijn. Volgens hen bestaat het risico dat behaalde resultaten daardoor verloren gaan. In de jeugdhulp laten de cijfers uit het CEO Jeugd 2024 vooral verbeteringen op korte termijn zien. Jeugdconsulenten geven aan dat ouders en jongeren hun waardering daarbij sterk aan de houding en communicatie van beroepskrachten koppelen: goed luisteren, voldoende tijd nemen en persoonlijke aandacht wegen voor hen zwaarder dan formele afspraken of procedures. 2.6.2 Beleidsmatige relevantie van het thema Binnen beide opdrachten staat voorop dat ondersteuning merkbaar verschil moet maken in het dagelijks leven van inwoners. De nadruk ligt op effecten en opbrengsten: hoe ervaren inwoners de ondersteuning en wat levert het hen op in termen van zelfredzaamheid, participatie en gezondheid. Binnen de opdracht Versterken sociale basis betekent dit dat algemene voorzieningen en initiatieven niet alleen toegankelijk moeten zijn, maar ook bijdragen aan zinvolle resultaten.
Het Koersdocument Samenleven benadrukt dat beleid zichtbaar moet zijn in effecten die inwoners ervaren. Het beleidskader Meedoen noemt daarbij opbrengsten als meedoen in de samenleving en het vergroten van eigen kracht. Het Transformatieplan 2.0 roept op om minder te sturen op activiteiten of aantallen en meer op maatschappelijke resultaten. Voor de opdracht Lokale maatwerkdiensten jeugdhulp geldt dat de inzet gericht is op duurzame verbetering van de leefsituatie van jeugdigen en gezinnen. Het Koersdocument Samenleven stelt dat de vraag centraal staat welk verschil de ondersteuning maakt, niet het proces of de interventie zelf. Het beleidskader Meedoen formuleert dat inwoners zich gehoord, geholpen en sterker moeten voelen. Het Transformatieplan 2.0 sluit daarbij aan door te benadrukken dat de opbrengst voor jeugdigen zichtbaar moet zijn in hun dagelijks functioneren, zodat zij zo zelfstandig mogelijk verder kunnen. 2.6.3 Bevindingen uit documentanalyse Deze bevindingen zijn gebaseerd op beleidsstukken, rapportages en metingen. Een overzicht van de geraadpleegde documenten is opgenomen in bijlage 4.1. Versterken sociale basis •
Inwoners waarderen de ondersteuning in de sociale basis met een gemiddeld rapportcijfer van 7,4. De laagdrempeligheid en bereikbaarheid van beroepskrachten worden hierbij vaak genoemd als positieve aspecten. (Jaarrapportage Incluzio 2024)
42
•
• •
•
Incluzio rapporteert in de jaarrapportage 2024 dat de verschuiving naar collectieve ondersteuning volgens hen bijdraagt aan meer samenredzaamheid en onderlinge steun. Dit beeld wordt bevestigd door de enquête Rheden Spreekt Hulp en Ondersteuning 2025. Driekwart van de inwoners gaf aan de afgelopen jaren zelf iemand te hebben geholpen, meestal met emotionele steun. Ook familie, vrienden en buren spelen een grote rol bij het bieden van hulp. (Jaarrapportage Incluzio 2024, Rheden Spreekt Hulp en Ondersteuning 2025) 67% van de inwoners die hulp of ondersteuning hebben gekregen in 2024 gaf aan zich welkom en begrepen te voelen. (Rheden Spreekt Hulp en Ondersteuning 2025) De meerderheid van de inwoners die ondersteuning kreeg vindt dat deze heeft geholpen hun situatie te verbeteren. Ook gaf 76% aan dat de duur van de ondersteuning passend was. Slechts een minderheid miste onderdelen in de ondersteuning. (Rheden Spreekt Hulp en Ondersteuning 2025) De ervaringen met meedenken en meebeslissen zijn overwegend positief: ruim 60% van de inwoners gaf aan dat zij konden meepraten over de vorm en inhoud van de ondersteuning. (Rheden Spreekt Hulp en Ondersteuning 2025) Lokale maatwerkdiensten jeugdhulp
•
•
•
•
Uit de KPI-rapportages Jeugdhulp 2022–2024 blijkt dat het aandeel ouders en jeugdigen dat na afloop van jeugdhulp zonder verdere hulp verder kan, is gestegen van 67% in 2022 naar 76% in 2024 (KPI-rapportages Jeugdhulp gemeente Rheden). De cliënttevredenheid over jeugdhulp blijft stabiel hoog, met een gemiddelde waardering van 8,3 in 2024, ten opzichte van 8,0 in 2023 en 8,4 in 2022 (KPI-rapportages Jeugdhulp gemeente Rheden). Daarnaast laten de KPI-rapportages zien dat in 93% van de casussen in 2024 sprake was van (gedeeltelijke) vooruitgang, ten opzichte van 86% in 2023 en 88% in 2022 (KPI-rapportages Jeugdhulp gemeente Rheden). Het Cliëntervaringsonderzoek Jeugd 2024 laat zien dat ouders en jongeren de ontvangen hulp en begeleiding gemiddeld waarderen met een 7,2. De ervaringen gaan over verschillende vormen van jeugdhulp binnen de gemeente. Op andere onderdelen is de tevredenheid gedaald. In 2024 geeft 55% aan dat afspraken worden nagekomen, tegenover 75% in 2023, 84% in 2022, 74% in 2021 en 85% in 2020. Bij de stelling ‘Ik werd snel geholpen’ is 38% het in 2024 (helemaal) eens, een daling ten opzichte van 59% in 2023, 57% in 2022, 54% in 2021 en 63% in 2020. (CEO Jeugd 2024).
2.6.4 Inzichten vanuit betrokkenen Deze inzichten zijn gebaseerd op interviews, ronde tafels en enquêtes met inwoners, vrijwilligers, beroepskrachten, netwerkpartners en gemeente.
43
Versterken sociale basis •
•
•
•
•
• •
•
•
•
Zowel Incluzio als de gemeente geven terug dat de start van de opdracht moeilijk was door corona en veel nieuwe medewerkers. Terugkijkend zien zij dat er inmiddels meer rust en stabiliteit is, waardoor de uitvoering beter op orde komt. Inwoners waarderen de persoonlijke inzet van beroepskrachten, maar ervaren soms onduidelijkheid en gebrekkige afstemming tussen organisaties. Zij willen beter begrijpen wat ondersteuning concreet oplevert in hun dagelijks leven. Incluzio helpt inwoners niet alleen met praktische steun, maar kijkt ook hoe problemen structureel aangepakt kunnen worden, bijvoorbeeld via samenwerkingen of inwonersinitiatieven. Incluzio ervaart dat inwoners vaak als eerste bij Incluzio aankloppen, waardoor er ook vragen terecht komen die eigenlijk te complex of zwaar zijn, bijvoorbeeld situaties die passen bij de specialistische begeleiding van Wmo of jeugdhulp. Deelname aan verenigingen en netwerken wordt gezien als positief: het vergroot vitaliteit en eigenwaarde en geeft een gevoel van veiligheid. Inwoners die geen aansluiting hebben blijven wel vaak buiten beeld; volgens betrokkenen kan de tweede kring van familie of bekenden hierin een grotere rol spelen.
Incluzio benoemt dat inwoners de persoonlijke aanpak waarderen: in gesprekken bij de start wordt altijd gevraagd wat iemand zelf belangrijk vindt, en dat geeft volgens Incluzio meer betekenis en resultaat voor inwoners. Ze ervaren dat inwoners vaak met uiteenlopende, soms ook complexere vragen aankloppen, waardoor de ondersteuning begint met samen de vraag helder krijgen. Inwoners en vrijwilligers ervaren dat projecten en initiatieven directe opbrengst hebben, maar ook dat zij afhankelijk blijven van de activiteit zelf. Vanuit Incluzio wordt gezegd dat sommige resultaten duurzaam zijn: bij initiatieven zoals Steunouder blijven inwoners elkaar vaak ondersteunen, ook nadat hun eigen situatie verbeterd is. De Adviesraad benadrukt dat aandacht voor de persoon zelf belangrijk is voor het ervaren resultaat. Zij zien nog geen duidelijke ontwikkeling naar meer zelfredzaamheid of minder afhankelijkheid. Teams van Incluzio hebben hun eigen budget en kunnen daardoor snel activiteiten organiseren zonder veel bureaucratie. Bij de start wordt altijd besproken wat inwoners zelf belangrijk vinden, en die persoonlijke aanpak wordt gewaardeerd. Over de ervaren samenredzaamheid vanuit inwoners kon in deze ronde van gesprekken en enquêtes beperkt informatie worden verzameld.
De signalen die wel beschikbaar zijn wijzen op sterke onderlinge betrokkenheid, maar de respons was te beperkt om hierover een representatief beeld te vormen.
44
Lokale maatwerkdiensten jeugdhulp •
•
•
•
•
Jeugdhulpaanbieders geven aan dat inhoudelijke resultaten in de praktijk lastig concreet zichtbaar te maken zijn. Er wordt nog regelmatig gestuurd op aantallen en productie, terwijl het inzicht in wat de hulp en ondersteuning daadwerkelijk betekent voor gezinnen beperkt blijft. Ouders en jongeren waarderen de persoonlijke aandacht van jeugdhulp en noemen dit als belangrijkste opbrengst. Zij ervaren wel knelpunten in snelheid; wachttijden en capaciteit blijven een probleem. Onderwijs geeft aan dat de aanwezigheid van jongerenwerkers en schoolmaatschappelijk werkers vertrouwen geeft en drempels verlaagt. Ouders voelen zich sterker gesteund als schoolmaatschappelijk werk structureel aansluit bij overlegmomenten. Wijkpartners zien dat trajecten het meest effectief zijn als ze goed aansluiten bij de vraag en een duidelijk begin en einde hebben. Niet elke vraag hoeft direct een diagnose; er lijkt meer ruimte te ontstaan om minder snel te labelen. Gemeente en aanbieders zien dat het aantal jeugdcliënten afneemt, maar door gebrek aan data is het onduidelijk of trajecten ook echt korter of lichter zijn geworden. Zij geven ook aan dat de overgang van jeugd naar Wmo nog niet altijd makkelijk verloopt.
2.6.5
Conclusie
Ondersteuning in de sociale basis en jeugdhulp wordt door inwoners en gezinnen overwegend positief ervaren. Inwoners waarderen vooral het persoonlijke contact en de bereikbaarheid van beroepskrachten. Ouders en jongeren noemen persoonlijke aandacht en betrokkenheid vaak als positieve ervaring. Metingen laten zien dat veel inwoners en gezinnen verbetering ervaren in hun dagelijks leven, al blijft vaak onduidelijk of dit ook op langere termijn standhoudt. In de jeugdhulp zijn kortetermijnresultaten zichtbaar, maar uit zowel gesprekken als cijfers blijkt dat wachttijden en kwetsbare overgangen – bijvoorbeeld naar de Wmo of bij het bereiken van 18 jaar – het vasthouden van resultaten bemoeilijken. Gemeente en jeugdhulpaanbieders geven aan dat monitoring nu in de praktijk vooral inzicht biedt in tevredenheid en aantallen. Er is behoefte aan meer zicht op de inhoudelijke en maatschappelijke opbrengsten van ondersteuning, zodat structureel leren en verbeteren sterker kan plaatsvinden.
45
2.7
Thema 7 – Financiële inrichting en werkwijze
Dit thema gaat over de manier waarop de opdrachten zijn ingericht en bekostigd. Het richt zich op de werking van de gekozen financieringsvormen, de ruimte voor flexibiliteit en de effecten daarvan in de praktijk. 2.7.1 Belangrijkste uitkomsten De afspraken en doelen zijn gebaseerd op aanbestedingsstukken en beleidsstukken. De bevindingen komen uit documenten, enquêtes en gesprekken. Versterken sociale basis Doelen en afspraken
Bevindingen
De lumpsum-financiering moet ruimte geven om ondersteuning flexibel in te zetten.
Uit de gesprekken en de Jaarrapportage Incluzio 2024 blijkt dat de lumpsum-constructie die ruimte ook daadwerkelijk biedt: activiteiten kunnen snel worden georganiseerd zonder bureaucratische vertraging. Management geeft aan dat de financiering goed werkt via een lumpsum doordat zij zo de flexibiliteit kunnen realiseren die nodig is. De periode van de lumpsum maakt indexeringen wel nodig. Daarnaast rapporteert Incluzio dat de aangekondigde bezuinigingen in 2024 voelbaar waren in de uitvoering en gevolgen hadden voor inwoners en activiteiten; in de tweede helft van dat jaar heeft de gemeente hierin enige nuance aangebracht.
De verantwoording vindt plaats via periodieke gesprekken en rapportages, waarbij er wordt gestuurd op maatschappelijke effecten in plaats uitsluitend op aantallen of productie.
In de (half)jaarrapportages van Incluzio wordt niet alleen gerapporteerd over kritische prestatie-indicatoren (KPI’s), maar ook uitgebreid gereflecteerd op maatschappelijke opbrengsten, samenwerkingen en kwalitatieve voorbeelden uit de praktijk. Deze combinatie van cijfers en verhalen geeft een rijker beeld van de ontwikkeling van de sociale basis en laat zien welke resultaten zichtbaar worden in dorpen en wijken (Jaarrapportages Incluzio 2021–2024). In gesprekken met het management van Incluzio wordt aangegeven dat de periodieke overleggen met de gemeente als constructief worden ervaren.
46
Ook gaven zij aan dat er bij de verantwoording ruimte moet zijn om stil te staan bij wat goed gaat, successen te delen en trots te laten zien, naast het bespreken van resultaten.
Lokale maatwerkdiensten jeugdhulp Doelen en afspraken
Bevindingen
De lumpsum-financiering per aanbieder moet leiden tot voorspelbaarheid en grip op de totale uitgaven, zonder open-einde financiering.
Uit de Selectieleidraad en Gunningsleidraad Jeugd (2021) blijkt dat voor een lumpsum is gekozen om financiële risico’s te beperken. In de Memo verlenging 2022 wordt bevestigd dat de constructie de gemeente beter zicht geeft op budgetten en gebruik. Daarbij wordt benoemd dat het aantal cliënten in de lumpsum in Rheden is gedaald, terwijl dit landelijk juist is gestegen. Deze daling is positief, omdat het betekent dat minder gezinnen in jeugdhulp instromen. Daarbij leeft de vraag of de daling volledig aansluit bij de daadwerkelijke hulpvragen in de gemeente, en bestaat het risico dat sommige gezinnen buiten beeld blijven. Contractmanagers benadrukken dat de lumpsum intensief beheer vraagt: veel tijd gaat zitten in het afbakenen van casussen en het beantwoorden van vragen van consulenten. Zij zien dat dit korte lijnen en snel schakelen mogelijk maakt, maar ook veel capaciteit vraagt (Memo verlenging 2022; gesprekken).
Aanbieders zijn verantwoordelijk voor inzet van personeel en methodieken binnen het lumpsumbudget en moeten hierin keuzes maken.
In gesprekken met aanbieders en partners is genoemd dat vaste budgetten spanning kunnen veroorzaken: afbouw van hulp is inhoudelijk passend, maar betekent ook minder uren voor teams. Personeel kan niet zomaar elders worden ingezet, waardoor spanning ontstaat tussen het belang van gezinnen en de personele planning. Consulenten merken daarbij dat voor complexe casussen regelmatig specialistische hulp buiten de lumpsum nodig is, omdat deze niet goed passen binnen de vaste afspraken.
47
Door met een beperkt aantal aanbieders te werken, zijn de lijnen korter en is er meer overzicht en herkenbaarheid in de samenwerking.
Aanbieders vertellen in gesprekken dat zij het prettig vinden dat er met een klein aantal partijen en de gemeente overleg plaatsvindt. Zij ervaren dit als positief, omdat duidelijker is wie welke expertise heeft en wat men aan elkaar heeft. Dat maakt de samenwerking overzichtelijker en zorgt ervoor dat men elkaar sneller weet te vinden. Consulenten merken daarentegen dat wanneer het aanbod niet aansluit of er geen plek is, uitwijken naar een aanbieder buiten de lumpsum veel extra papierwerk vraagt. Een aantal verwijzers plaatst kanttekeningen bij de huidige constructie. Zij ervaren minder keuzevrijheid voor inwoners sinds contracten met kleine GGZ-praktijken zijn vervallen, waardoor korte lijnen met lokale aanbieders zijn weggevallen.
De vereveningsmethodiek moet zorgen voor een eerlijke verdeling van cliënten en budgetten tussen aanbieders en voorkomen dat tekorten of overschotten scheef verdeeld raken.
Contractmanagers en aanbieders benoemen dat de vereveningsmethodiek in de basis goed werkt, maar in de praktijk veel afstemming vraagt. Sommige aanbieders sturen strak op de afgesproken bandbreedte, anderen minder. Overproductie wordt vaak 50/50 gecompenseerd zoals contractueel afgesproken. Dit leidt soms tot herverdeling van cliënten tussen aanbieders en vraagt intensief overleg.
Voor specialistische hulp die niet binnen de lumpsum past, moeten aparte afspraken gemaakt kunnen worden, zonder dat dit de lumpsum-werking verstoort.
Consulenten geven aan dat dit in de praktijk regelmatig nodig is, bijvoorbeeld voor specialistische of interculturele ggz. Het afsluiten van aparte overeenkomsten kost extra tijd en administratie. Aanbieders merken dat dit in een regionaal contract makkelijker op te vangen was. Daarnaast noemen zij als voordeel dat in de lokale lumpsum sneller kan worden geschakeld en gezamenlijke keuzes mogelijk zijn.
De verantwoording vindt plaats via periodieke gesprekken en rapportages, waarbij er wordt gestuurd op maatschappelijke effecten in plaats uitsluitend op aantallen of productie.
In gesprekken met beleidsmedewerkers en contractmanagement is benadrukt dat sturen op maatschappelijke effecten het uitgangspunt is, maar dat de huidige monitoring in de praktijk vooral inzicht biedt in tevredenheid en aantallen. Gemeente en aanbieders geven beide aan dat er behoefte is aan meer zicht op de inhoudelijke en maatschappelijke opbrengsten van ondersteuning.
48
Uit de memo (2022) blijkt dat hiervoor in 2021 gezamenlijk KPI’s zijn opgesteld rond cliënt- en stakeholdertevredenheid, outcome-metingen en samenwerking. Daarbij is aangesloten bij landelijke outcome-indicatoren jeugd, om extra administratieve lasten te voorkomen. De gemeente geeft aan dat voor de verdere doorontwikkeling van de monitoringgegevens intern onvoldoende ontwikkelcapaciteit beschikbaar was.
Toelichting en aandachtspunten Incluzio geeft aan dat de lumpsumfinanciering in de praktijk goed werkt en ruimte biedt om flexibel te reageren op wat inwoners en dorpen nodig hebben. Deze manier van financieren maakt het mogelijk om vraaggericht te werken en activiteiten aan te passen wanneer de situatie daarom vraagt, zonder afhankelijk te zijn van vaste producten of vooraf gedefinieerde aantallen. In de jeugdhulp waarderen consulenten en contractmanagers dat de lumpsum korte lijnen en regelmatig overleg mogelijk maakt. De keerzijde is dat dit veel tijd en capaciteit vraagt, omdat de afstemming over casussen en de verdeling van cliënten om intensief overleg vraagt.
2.7.2
Beleidsmatige relevantie van het thema
Binnen beide opdrachten staat centraal dat de financiële inrichting ondersteunend moet zijn aan de doelen in het sociaal domein. Het gaat erom dat middelen en contractvormen ruimte geven aan samenwerking, uitvoeringsvrijheid en het bereiken van maatschappelijke effecten. Voor de sociale basis betekent dit dat financiering gericht is op resultaten die inwoners ervaren, niet op aantallen activiteiten. Het Koersdocument Samenleven benadrukt dat beroepskrachten ruimte nodig hebben om samen met inwoners en partners te werken aan zinvolle opbrengsten. Meedoen onderstreept vraaggerichte en doelmatige ondersteuning zonder prikkels voor onnodige inzet. Het Transformatieplan 2.0 ziet sturen op effecten in plaats van volume als sleutel voor verandering, met passende contractvormen en een lerende aanpak. Voor de jeugdhulp geldt dat financiering moet bijdragen aan duurzame resultaten voor jeugdigen en gezinnen. Het Koersdocument Samenleven stelt dat financiering samenwerking en passende hulp moet bevorderen, zonder bureaucratie of concurrentie. Meedoen koppelt middelen aan maatschappelijke opbrengsten: gezinnen moeten vooruitgang ervaren. Het Transformatieplan 2.0 sluit daarbij aan door te benadrukken dat resultaten zichtbaar moeten zijn in het dagelijks functioneren van jeugdigen, met financiering gericht op effectiviteit en niet op productie.
49
2.7.3
Bevindingen uit documentanalyse
Deze bevindingen zijn gebaseerd op beleidsstukken, rapportages en metingen. Een overzicht van de geraadpleegde documenten is opgenomen in bijlage 4.1. Versterken sociale basis •
•
•
•
De opdracht sociale basis wordt uitgevoerd met lumpsum-financiering. Daarmee wordt niet afgerekend op aantallen activiteiten, maar op vooraf afgesproken maatschappelijke doelen (Aanbestedingsdocument Sociale Basis 2021). De overeenkomst is met drie jaar verlengd tot en met 2026. In de memo wordt beschreven dat het merendeel van de KPI’s is behaald en dat dit voldoende vertrouwen gaf in de uitvoering en financiële houdbaarheid van de opdracht (Memo verlenging opdrachten 2022). Drie oorspronkelijke KPI’s (bekendheid sociale basis, mantelzorg en huiswerkbegeleiding) bleken geen goed beeld te geven van de bedoeling van de opdracht. Ze zijn in 2022 samen met Incluzio opnieuw geformuleerd om meer zicht te krijgen op effecten en maatschappelijke opbrengsten in plaats van alleen aantallen of activiteiten (Memo verlenging opdrachten 2022). Incluzio geeft in de jaarrapportage 2024 aan dat de aangekondigde bezuinigingen voelbaar waren in de uitvoering en gevolgen hadden voor inwoners en activiteiten. In de tweede helft van 2024 heeft de gemeente hier meer nuance in aangebracht. (Jaarrapportage Incluzio 2024) Lokale maatwerkdiensten jeugdhulp
•
•
•
Voor de lokale maatwerkdiensten jeugdhulp is gekozen voor lumpsum-financiering. Aanbieders zijn verantwoordelijk voor het realiseren van resultaten binnen een vast budget, exclusief PGB’s en (boven)regionale voorzieningen (Selectieleidraad Jeugd 2021 ; Gunningsleidraad Jeugd 2021). In de memo verlenging opdrachten (2022) wordt beschreven dat het aantal lopende jeugdhulptrajecten in 2021–2022 gemiddeld 7% lager lag dan in 2019–2020, met 2021 als overgangsjaar. Recente cijfers laten zien dat deze daling doorzet: in 2022 en 2023 lagen de aantallen nog rond het niveau van eerdere jaren, maar in 2024 is sprake van een duidelijke afname van circa 10% ten opzichte van 2022–2023. Dit bevestigt de trend dat minder jeugdigen instromen in jeugdhulp (Memo verlenging opdrachten 2022; Power BI gemeente cliëntenaantallen 2022–2024). Uit de eerste outcome-metingen blijkt dat in 88% van de trajecten sprake was van vooruitgang of gedeeltelijke vooruitgang. Dit wordt gezien als een belangrijke onderbouwing dat de gekozen werkwijze bijdraagt aan effectiviteit (Memo verlenging opdrachten 2022).
50
2.7.4
Inzichten vanuit betrokkenen
Deze inzichten zijn gebaseerd op interviews, ronde tafels en enquêtes met inwoners, vrijwilligers, beroepskrachten, netwerkpartners en gemeente. Versterken sociale basis • •
•
Inwoners hebben geen opmerkingen gemaakt over de lumpsum-financiering; dit thema leeft niet bij hen. Vrijwilligers en lokale initiatieven ervaren een groot verschil tussen het lumpsum-budget en de relatief kleine subsidies voor buurtactiviteiten. Zij noemen deze subsidies vaak moeilijk toegankelijk en missen de verbinding met het grote lumpsum. Incluzio ervaart de lumpsum als werkbaar: de constructie geeft flexibiliteit om snel activiteiten te organiseren en signalen op te pakken. Wel wordt genoemd dat indexering nodig is om stijgende kosten op te vangen. Lokale maatwerkdiensten jeugdhulp
•
•
•
•
•
•
Aanbieders geven aan dat vaste budgetten spanning opleveren. Afbouw van hulp is inhoudelijk passend, maar betekent ook minder uren voor teams. Omdat personeel niet zomaar elders kan worden ingezet, ontstaat onwenselijke spanning tussen inhoudelijke keuzes en personele planning. Aanbieders signaleren dat het aantal cliënten binnen de lumpsum in Rheden afneemt, terwijl dit landelijk stijgt. Dit wordt gezien als positief, maar roept bij consulenten vragen op of de daling wel aansluit bij de totale hulpvraag. Contractmanagers benadrukken dat de lumpsum intensief beheer vraagt. Er gaat veel tijd zitten in het afbakenen van casussen, het beantwoorden van vragen van consulenten en het monitoren van uren en producten. Dit geeft korte lijnen, maar verhoogt de werkdruk. De gemeente organiseert sparringsessies, kwartaalgesprekken met spiegelinformatie en wekelijks overleg met consulenten. Dit helpt om signalen snel op te pakken en bij te sturen, maar vraagt veel capaciteit. Operationele overleggen verlopen soms trager door de drukte. Consulenten waarderen dat contractmanagement goed bereikbaar is, al duurt het soms enkele dagen voor zij antwoord krijgen. Consulenten merken dat de lumpsum in de praktijk niet altijd voldoende is. Voor specialistische hulp die niet bij de huidige aanbieders beschikbaar is, moeten aparte afspraken worden gemaakt. Dit kost extra tijd en administratie.