CConstaterende datRozendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

5 Verrijkt beleidskader Bijl 4.1 Evaluatie sociale basis en lokale jeugdhulp

1.2 Raadsvergadering 26 mei 2026, gemeente RozendaalBij agendapunt: Verrijkt Beleidskader Welzijn18.516 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Evaluatie opdrachten Versterken sociale basis en Lokale maatwerkdiensten jeugdhulp

Evaluatie Opdrachten Versterking sociale basis en Lokale maatwerkdiensten jeugdhulp gemeente Rheden In opdracht van de gemeente Rheden

Managementsamenvatting Deze managementsamenvatting geeft de hoofdlijnen weer van de evaluatie van de opdrachten Versterken sociale basis en Lokale maatwerkdiensten jeugdhulp in de gemeente Rheden over de periode 2021–2025. De evaluatie is gebaseerd op documentanalyse, gesprekken met circa veertig betrokkenen en aanvullende gegevens uit enquêtes. Er is gekeken naar beleidsdocumenten, jaarrapportages en cliëntervaringsonderzoeken. Het doel van de evaluatie is om inzicht te geven in de opbrengsten, ervaringen en ontwikkelpunten, zonder te oordelen of beleidsaanbevelingen te doen. De start van de opdrachten viel samen met de coronaperiode, wat de uitvoering bemoeilijkte. Daarnaast was de gemeentelijke organisatie bij de start nog niet volledig voorbereid: werkprocessen en afstemming moesten eerst worden ingericht, waardoor in de beginfase de nadruk meer lag op organisatorische aspecten dan op de inhoud. De evaluatie laat zien dat de gemeente Rheden voortgang heeft geboekt in het versterken van de sociale basis in samenwerking met lokale maatwerkdiensten jeugdhulp. Inwoners ervaren meer nabijheid en laagdrempeligere toegang tot ondersteuning. Vrijwilligers en dorpsnetwerken spelen daarbij een grote rol. De beweging richting preventieve en collectieve voorzieningen komt in de afgelopen jaren zichtbaar op gang.

De sociale basis ontwikkelt zich steeds meer tot een herkenbare infrastructuur, die door inwoners gewaardeerd wordt om nabijheid en laagdrempeligheid. Ook is de samenwerking met aanbieders van geïndiceerde hulp verder gegroeid. Triage-overleggen en gezamenlijke wijkplannen dragen bij aan meer integraliteit en korte lijnen. De gekozen financieringsvorm via lumpsum ondersteunt dit proces door ruimte te geven voor flexibiliteit, terwijl de gemeente tegelijk zicht houdt op de uitgaven. Er zijn ook aandachtspunten die vragen om verdere ontwikkeling. Niet alle inwoners vinden vanzelf de weg naar ondersteuning, waardoor een deel buiten beeld kan blijven. Het eigen netwerk van inwoners komt nog niet in alle situaties tot zijn recht. Gesprekspartners uit zowel de sociale basis als de jeugdhulp signaleren dat het aanbod voor jongeren niet altijd aansluit of passend is bij hun wensen of leefwereld. Preventieve inzet wordt in de praktijk geregeld ingevuld als vroege hulpverlening, terwijl investeren in leefomstandigheden, ontmoeting en ontwikkelkansen nog meer aandacht kan krijgen. Het streven is om ondersteuning zo licht als mogelijk en zo intensief als nodig te bieden, steeds in samenwerking tussen partijen zodat de inzet aansluit op de hulpvraag van inwoners en gezinnen. In de praktijk is dit nog niet vanzelfsprekend.

Verschillen in inschatting en capaciteitsdruk spelen daarbij een rol. Ook wordt genoemd dat samenwerking en integraliteit zijn versterkt, maar nog structureler kunnen worden verankerd, bijvoorbeeld door bredere toepassing van het principe één gezin – één plan. De rol van Incluzio wordt breed gewaardeerd, er zijn veel activiteiten door hen opgezet. Het eigenaarschap bij inwonersinitiatieven door de sociale basis is daardoor echter minder sterk ontwikkeld. Dit kan mogelijk gevolgen hebben voor de duurzaamheid van de sociale basis.

Daarnaast blijft het meten van de betekenis van ondersteuning voor inwoners – naast aantallen of tevredenheid – een punt van aandacht. De lumpsum financiering biedt ruimte om flexibel te werken en korte lijnen te houden, maar vraagt in de praktijk veel capaciteit en afstemming bij gemeente, contractmanagement en aanbieders. Deze evaluatie laat een genuanceerd beeld zien over de opdrachten Versterken sociale basis en Lokale maatwerkdiensten jeugd: de ingezette koers wordt breed herkend en zeer gewaardeerd, maar in de uitvoering is blijvende aandacht nodig voor inwoners die minder zichtbaar zijn, voor het versterken van netwerken en voor het zichtbaar maken van effecten.

Inhoudsopgave 1.

2.

Inleiding ........................................................................................................................................... 1 1.1

Doel van de evaluatie .............................................................................................................. 1

1.2

Context van de twee opdrachten ............................................................................................ 2

1.3

Aanpak en werkwijze ............................................................................................................... 3

1.4

Leeswijzer ................................................................................................................................ 4

Thematische analyse ....................................................................................................................... 5 2.1

Thema 1 – Toegang en vindbaarheid....................................................................................... 5

2.2

Thema 2 – Lichte ondersteuning en geïndiceerde hulp ........................................................ 10

2.3

Thema 3 – Samenwerking en integraliteit ............................................................................. 17

2.4

Thema 4 – Preventie en vroegsignalering ............................................................................. 26

2.5

Thema 5 – Rol van inwoners en gemeenschappen ............................................................... 32

2.6

Thema 6 – Ervaringen en opbrengsten van ondersteuning .................................................. 39

2.7

Thema 7 – Financiële inrichting en werkwijze....................................................................... 46

3.

Eindconclusies ............................................................................................................................... 53

4.

Bijlagen .......................................................................................................................................... 55 4.1

Geraadpleegde documenten ................................................................................................. 55

4.2

Toelichting gebruikte verzameltermen .................................................................................. 56

1. Inleiding 1.1

Doel van de evaluatie

De gemeente Rheden heeft InterPactum gevraagd twee opdrachten die in 2021 zijn gestart te evalueren: Versterken Sociale Basis en Lokale maatwerkdiensten Jeugdhulp. Het doel is terug te kijken op de periode 2021 tot heden, vanuit het perspectief van verschillende betrokkenen. De evaluatie geeft inzicht in de resultaten, in wat goed ging en in wat beter kan. Daarmee wordt duidelijk hoe de hulp en ondersteuning aan de inwoner, én de versterking van de sociale basis, nog beter georganiseerd kan worden met zowel een herkenbare rol voor inwoners en hun sociale omgeving. De evaluatie is gebaseerd op documentonderzoek (beleidsdocumenten, onderzoekrapportages, cliëntervaringsonderzoeken en jaarrapportages) en gesprekken met stakeholders, zoals consulenten, inwonersgroepen en beroepskrachten uit de sociale basis. Hun inbreng is verwerkt in deze rapportage. De uitvoering van de twee opdrachten raakt aan de kern van het sociaal domein in de gemeente Rheden. De gemeente heeft als eerstverantwoordelijke een centrale rol in het organiseren van ondersteuning via onder andere de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Jeugdwet. De maatschappelijke context verandert snel. Inwoners verwachten meer nabijheid, duidelijkheid en samenhang in ondersteuning.

Tegelijkertijd nemen de druk en complexiteit toe, zowel door maatschappelijke ontwikkelingen zoals individualisering en prestatiedruk, als door knelpunten in het zorgsysteem zoals tekorten in de jeugdhulp en Wmo, wachttijden in de GGZ, stijgende zorgkosten en de nasleep van de coronacrisis. Dit vraagt om een koers waarin preventieve en collectieve voorzieningen samen met de geïndiceerde hulp worden georganiseerd, vanuit de netwerkgedachte dat partijen gezamenlijk rond de inwoner ondersteuning bieden.

De focus van deze evaluatie ligt op de uitvoering van de twee opdrachten waarvoor de gemeente verantwoordelijk is: de geïndiceerde jeugdhulp en de versterking van de sociale basis. Daarbij worden ook verbindingen gelegd met andere beleidsterreinen en de verbinding/ samenwerking tussen de formele zorg en informele hulp. De uitkomst van deze evaluatie geeft input voor de keuzes die de gemeente Rheden de komende jaren kan maken in het sociaal domein.

1

1.2

Context van de twee opdrachten Versterken Sociale Basis Deze opdracht richt zich op het versterken, verbinden en uitbreiden van de sociale basis in de gemeente Rheden. Incluzio voert deze opdracht uit.

De opdracht kent een tweeledige doelstelling: 1. Versterking van de samenredzaamheid door ondersteuning van inwonersinitiatieven, vrijwillige inzet en buurtnetwerken. 2. Lichte ondersteuning (Wmo en Jeugd) die voorheen via geïndiceerde hulp liep, is ondergebracht binnen deze opdracht. Het gaat hierbij om algemene, collectieve voorzieningen die een alternatief vormen voor geïndiceerde hulp. De beroepskrachten van Incluzio richten zich op inwoners en hun initiatieven, versterken de onderlinge samenredzaamheid en bieden ondersteuning waar dat nodig is. De beroepskracht verbindt formele partijen met de (nieuwe) initiatieven op het moment dat het initiatief in samenspraak aangeeft ook van betekenis te kunnen, en willen zijn voor de zelfredzaamheid. Daar waar de samenredzaamheid (op dat moment) niet de hulp kan bieden die vanuit de zelfredzaamheid wordt gevraagd, kan in samenspraak met de samenleving Incluzio een (voorlopige) collectieve voorziening initiëren. Met deze opdracht wordt beoogd een beweging te creëren naar het normaliseren en leveren van ondersteuning in de buurt die bovendien beter aansluit bij de behoefte van de inwoners. Dit betekent dat ondersteuning dichter bij inwoners wordt georganiseerd en collectiever wordt aangeboden.

Enerzijds vindt er versterking plaats van de sociale basis door de herkenbaarheid en toegankelijkheid te vergroten maar ook bestaande initiatieven en voorzieningen te verbinden en stimuleren. Anderzijds wordt de sociale basis verbreed door lichte ondersteuning vanuit de Wmo en de Jeugdwet te organiseren in de sociale basis. Met deze doelstellingen wordt een sterk en breed sociaal fundament nagestreefd dat door alle inwoners als zodanig herkend en erkend wordt. Hierdoor is het mogelijk om zowel inhoudelijk als financieel alle inwoners passende hulp en ondersteuning te kunnen blijven bieden. Lokale maatwerkdiensten Jeugdhulp Deze opdracht betreft de inzet van ambulante begeleiding en behandeling (individueel of in groepsverband) in de jeugdhulp voor situaties waarin collectieve of lichte ondersteuning ontoereikend is.

2

De opdracht is bedoeld om passende hulp te organiseren voor jeugdigen met complexere of langdurige hulpvragen, waarbij er nauwe samenwerking plaatsvindt met de gemeentelijke toegang, de sociale basis en netwerkpartners. Ook hier is sprake van een transformatiedoelstelling: normaliseren waar mogelijk, intensiveren waar nodig. Beide opdrachten zijn gegund in 2021 voor een periode van 3 jaar met de mogelijkheid tot eenmalige verlenging met 3 jaar. De opdrachten zijn per ingang 2024 verlengd voor een periode van 3 jaar.

1.3

Aanpak en werkwijze

Voor deze brede maatschappelijke evaluatie is gebruikgemaakt van meerdere bronnen en werkvormen. De combinatie van beleidsstukken, gesprekken en enquêtes maakt het mogelijk om ontwikkelingen en ervaringen vanuit verschillende perspectieven in samenhang te beschrijven. Gebruikte bronnen Gebruikt zijn beleidsdocumenten, aanbestedingsstukken, rapportages, monitoringsinformatie en gespreksverslagen. Daarnaast zijn enquêtes afgenomen onder inwoners (via het panel Rheden Spreekt) en onder netwerkpartners. De uitkomsten hiervan zijn benut als aanvulling op de documentanalyse en gesprekken. Deze combinatie geeft een breed en genuanceerd beeld van de uitvoering, de opbrengsten en de ontwikkelpunten. Een overzicht van geraadpleegde documenten staat in bijlage 4.1. Gesprekspartners en participanten Er zijn circa veertig betrokkenen gesproken uit beleid, uitvoering en de lokale gemeenschap. Het gaat om beleidsadviseurs en consulenten van de gemeente, beroepskrachten in de sociale basis (zoals dorpscoaches, klantcoaches en schoolmaatschappelijk werkers), jeugdhulpaanbieders, vrijwilligersorganisaties, inwonersinitiatieven en netwerkpartners zoals scholen, huisartsen, politie en woningcorporatie Vivare. In dit rapport worden verzameltermen gebruikt zoals beroepskrachten sociale basis, jeugdhulpaanbieders, buurtnetwerken en netwerkpartners. De betekenis hiervan staat in bijlage 4.2.

Gesprekken zijn gevoerd onder vertrouwelijkheid; respondenten worden daarom niet bij naam genoemd. Analysemethodiek De analyse is uitgevoerd langs zeven evaluatiethema’s. Deze indeling bood houvast bij het ordenen van documenten en gesprekken en maakte vergelijking tussen perspectieven mogelijk. Er is gelet op terugkerende observaties en gedeelde signalen; individuele uitspraken zijn alleen opgenomen wanneer deze representatief of illustratief waren. Uitkomsten van Rheden Spreekt en aanvullende enquêtes zijn gebruikt ter aanvulling van de kwalitatieve gegevens. Daarnaast heeft de gemeente een dataset met jeugdhulpgegevens aangeleverd. Deze data is geanalyseerd maar liet geen significante relaties zien die bruikbaar waren voor verdere duiding in deze evaluatie.

3

1.4

Leeswijzer

Deze rapportage is thematisch opgebouwd aan de hand van zeven inhoudelijke thema’s die richtinggevend zijn voor de uitvoering van beide opdrachten: ➢ Thema 1 – Toegang en vindbaarheid Hoe inwoners en verwijzers de weg naar ondersteuning vinden en of de ingangen duidelijk en herkenbaar zijn. ➢ Thema 2 – Lichte ondersteuning en geïndiceerde hulp De balans tussen steun in de sociale basis en geïndiceerde hulp, met de inzet zo licht mogelijk waar dat kan. ➢ Thema 3 – Samenwerking en integraliteit Hoe organisaties, gemeente en netwerken samenwerken rond inwoners en gezinnen, en of ondersteuning als samenhangend geheel wordt ervaren. ➢ Thema 4 – Preventie en vroegsignalering Hoe beginnende zorgen tijdig worden herkend en opgepakt, zodat problemen minder snel verzwaren. ➢ Thema 5 – Rol van inwoners en gemeenschappen Hoe de opdrachten bijdragen aan de manier waarop inwoners, vrijwilligers en lokale netwerken elkaar ondersteunen en samenredzaamheid versterken. ➢ Thema 6 – Ervaringen en opbrengsten van ondersteuning Hoe inwoners en gezinnen de effecten van ondersteuning ervaren en of deze merkbaar verschil maken in het dagelijks leven. ➢ Thema 7 – Financiële inrichting en werkwijze Hoe de gekozen financieringsvorm en werkafspraken uitpakken in de praktijk van de sociale basis en jeugdhulp. Elk thema kent dezelfde opbouw: 1.

Belangrijkste uitkomsten – kernbevindingen op basis van documenten, enquêtes en gesprekken. 2. Beleidsmatige relevantie van het thema – uitgangspunten uit koersdocumenten, beleidsplannen en aanbestedingsstukken. 3. Bevindingen uit documentanalyse – resultaten uit monitoringsrapportages, evaluaties en metingen. (Zie bijlage 4.1 voor een volledig overzicht van documenten.) 4. Inzichten vanuit betrokkenen – samenvatting van ervaringen en perspectieven van inwoners, vrijwilligers, beroepskrachten, netwerkpartners en gemeente. 5. Conclusie – weergave van opbrengsten en aandachtspunten, met zowel sterke kanten als ontwikkelpunten.

4

2. Thematische analyse 2.1

Thema 1 – Toegang en vindbaarheid

Dit thema gaat over hoe inwoners de weg vinden naar ondersteuning. Het richt zich op de zichtbaarheid en herkenbaarheid van de sociale basis en de jeugdhulp, en op de vraag hoe inwoners vanuit elke ingang naar passende ondersteuning worden geleid. 2.1.1 Belangrijkste uitkomsten De afspraken en doelen zijn gebaseerd op aanbestedingsstukken en beleidsstukken. De bevindingen komen uit documenten, enquêtes en gesprekken. Versterken sociale basis Doelen en afspraken

Bevindingen

De sociale basis functioneert als eerste aanspreekpunt voor hulpvragen.

Uit de Wmo 5-meting 2025 blijkt dat inwoners beter de weg weten te vinden naar voorzieningen zoals dorpshuizen en laagdrempelige activiteiten. (Moventem2, 2025). Uit Opiniepijlers 2023 blijkt dat inwoners de gastvrijheid en laagdrempeligheid van voorzieningen waarderen. Inwoners geven daarbij aan dat het vinden van de juiste route en het goed formuleren van de hulpvraag lastig kan zijn, waardoor het proces meer tijd kost dan gewenst. Uit de gesprekken met dorpshuizen, klantcoaches van Incluzio en lokale partners komt naar voren dat de sociale basis als eerste ingang vooral zichtbaar is in Velp en Dieren. In Rheden ervaren zij dat inwoners minder vanzelf naar dorpshuizen toekomen en vaker via signalen van buren, vrijwilligers of consulenten in beeld komen.

De ondersteuning is laagdrempelig en dichtbij georganiseerd.

Uit de Jaarrapportage Incluzio 2024 blijkt dat dorps- en buurthuizen, verenigingen en vrijwilligers zorgen voor korte lijnen tussen inwoners, vrijwilligers en beroepskrachten en daarmee voor goede bereikbaarheid. Inwoners waarderen daarbij vooral de gastvrije en informele sfeer van laagdrempelige ontmoetingsplekken (gesprekken dorpskernen, adviesraad). In de gesprekken met beroepskrachten sociale basis wordt genoemd dat het combineren van inzet door vrijwilligers en beroepskrachten de toegankelijkheid verder versterkt.

5

Beroepskrachten zijn actief aanwezig in de wijk en maken verbinding met netwerken.

Volgens de Jaarrapportage Incluzio 2024 is Incluzio zichtbaar aanwezig in dorps- en buurthuizen in alle kernen. Inwoners en vrijwilligers benoemen in gesprekken dat vaste contactpersonen bijdragen aan vertrouwen en continuïteit. Netwerkpartners waarderen de samenwerking, maar signaleren ook dat eigenaarschap bij inwoners verder versterkt kan worden; veel activiteiten leunen nog sterk op de inzet van Incluzio. Vanuit Incluzio wordt hierbij aangegeven dat zij soms (tijdelijk) initiatieven zelf opstarten, bijvoorbeeld om snel op signalen te reageren of wanneer capaciteit bij inwoners (nog) ontbreekt. Beroepskrachten in de sociale basis werken wijkgericht en stemmen onderling goed af, vaste contactpersonen zijn belangrijk. Samenwerking met bewonersinitiatieven kan verder worden versterkt om eigenaarschap meer bij de gemeenschap te leggen.

De toegang is begrijpelijk en eenvoudig voor inwoners.

Uit Opiniepijlers 2023 blijkt dat het formuleren van een hulpvraag vaak lastig is: inwoners twijfelen welke steun zij nodig hebben, bij wie ze moeten zijn of wachten bewust af. Trots of zorgen over kosten spelen soms mee. Gemeentelijke consulenten, praktijkondersteuners en vrijwilligers bevestigen dat dit tot vertraging en frustratie kan leiden. Vooral jongeren en inwoners met beperkte taal- of digitale vaardigheden vinden de weg minder makkelijk en hebben extra ondersteuning nodig. Daarmee blijkt de toegang in de praktijk niet voor iedereen even eenvoudig.

Lokale maatwerkdiensten jeugdhulp Doelen en afspraken

Bevindingen

De jeugdhulp is laagdrempelig en nabij georganiseerd.

Uit de Memo verlenging opdrachten 2022 blijkt dat verwijzers zoals huisartsen, scholen en jeugdbeschermers de lokale jeugdhulp goed weten te vinden. Het Cliëntervaringsonderzoek Jeugd 2024 laat zien dat een meerderheid van de ouders wist waar zij terecht konden met hun hulpvraag. Gesprekken met consulenten bevestigen dat de vindbaarheid voor inwoners verbeterd is, maar dat niet alle gezinnen de weg vanzelfsprekend kennen. Vooral voor jongeren zelf is de toegang minder herkenbaar, omdat zij minder snel aankloppen bij de bestaande ingangen.

6

Jeugdhulpaanbieders zorgen voor een herkenbare en toegankelijke ingang tot de jeugdhulp, zodat verwijzers en inwoners weten waar zij terecht kunnen.

Volgens jeugdconsulenten en beroepskrachten sociale basis is er duidelijkheid in wie waar verantwoordelijk voor is, waardoor verwijzers en inwoners doorgaans snel bij de juiste aanbieder uitkomen. Ouders geven in het CEO Jeugd 2024 aan dat zij de weg naar hulp meestal goed kunnen vinden, maar dat de informatievoorziening niet voor iedereen even duidelijk is. Netwerkpartners signaleren dat gezinnen met beperkte taal- of digitale vaardigheden minder goed bereikt worden, waardoor voor hen de ingang minder toegankelijk is.

Toelichting en aandachtspunten Ondanks de inzet op informatiepunten, websites en andere kanalen blijft het voor een deel van de inwoners lastig om de weg te vinden. Vooral wie moeite heeft met het formuleren van een hulpvraag of minder mensen om zich heen heeft, komt niet altijd vanzelf in beeld. Beroepskrachten sociale basis spelen hier een belangrijke rol door signalen vroeg op te vangen en inwoners verder te helpen. Vrijwilligers zien vaak om naar mensen in hun omgeving en kunnen zo bijdragen dat inwoners eerder steun vinden. Beroepskrachten sociale basis en jeugdconsulenten zien dat de samenwerking tussen organisaties beter wordt, waardoor inwoners sneller bij de juiste ondersteuning terechtkomen. Zij geven wel aan dat veel wisselingen van personeel de continuïteit in dit proces kwetsbaar maken. Jeugdhulpaanbieders en enkele netwerkpartners, zoals scholen en verenigingen, benadrukken dat goede afstemming helpt om inwoners niet te laten verdwalen. Concreet noemen zij samen situaties analyseren, zorgen voor een warme overdracht en duidelijke terugkoppeling. Dit maakt de toegang overzichtelijker en vergroot de kans dat inwoners passende ondersteuning krijgen.

2.1.2

Beleidsmatige relevantie van het thema

Voor beide opdrachten geldt dat ondersteuning herkenbaar, toegankelijk en zonder onnodige drempels beschikbaar moet zijn. Het Koersdocument Samenleven benadrukt laagdrempeligheid als uitgangspunt, terwijl het beleidskader Meedoen benadrukt dat tijdige en toegankelijke hulp cruciaal is om eigen kracht te versterken en zwaardere zorg te voorkomen. Binnen de opdracht Versterken Sociale Basis betekent dit dat inwoners in hun eigen leefomgeving terecht moeten kunnen voor hulp en ondersteuning in de buurt die aansluit bij de behoefte van de inwoners. Voor de opdracht Lokale Maatwerkdiensten Jeugd geldt dat jeugdhulp nabij, bereikbaar en overzichtelijk georganiseerd moet zijn, zodat gezinnen niet verdwalen tussen verschillende loketten.

7

Het Transformatieplan 2.0 legt daarbij in het bijzonder de nadruk op het vereenvoudigen van toegangsroutes en het verbeteren van de vindbaarheid. 2.1.3

Bevindingen uit documentanalyse

Deze bevindingen zijn gebaseerd op beleidsstukken, rapportages en metingen. Een overzicht van de geraadpleegde documenten is opgenomen in bijlage 4.1. Versterken sociale basis •

•

• •

Uit de Wmo 5-meting 2025 (Moventem) blijkt dat inwoners voorzieningen zoals dorpshuizen en bibliotheek (beide ruim 60%) breed weten te vinden. Ook MVT wordt door 41% van de inwoners genoemd. Vergeleken met de vorige meting is de bekendheid van alle voorzieningen toegenomen, met de sterkste groei bij de informatiepunten van Incluzio en het schoolmaatschappelijk werk. Door deze toegenomen bekendheid van de initiatieven worden meer inwoners toegeleid naar de sociale basis, conform het Rhedens model. Dit beeld komt ook terug in de jaarrapportages van Incluzio, waar de rol van vaste inlooppunten, klantcoaches en groepsactiviteiten duidelijk wordt genoemd (Jaarrapportage Incluzio 2022/2023/2024). Toegang wordt in dorpen met actieve netwerken als laagdrempelig ervaren; in andere wijken is dit minder vanzelfsprekend (Jaarrapportage Incluzio 2024; Memo verlenging 2022). Uit de Wmo 5-meting 2025 (Moventem) blijkt dat twee derde van de inwoners die ondersteuning nodig heeft, weet waar zij deze kan aanvragen. Lokale maatwerkdiensten jeugdhulp

• • •

Ouders en jeugdigen beoordelen het eerste contact en de bereikbaarheid van jeugdhulp overwegend positief (CEO Jeugd 2024). De snelheid van hulp na de eerste vraag blijft een aandachtspunt: 38% ervaart snelle hulp, waar dit aandeel in eerdere jaren hoger lag (CEO Jeugd 2024). Bekendheid met cliëntondersteuning is beperkt (18%), wat duidt op een verbeterpunt in de zichtbaarheid van dit aanbod (CEO Jeugd 2024).

8

2.1.4

Inzichten vanuit betrokkenen

Deze inzichten zijn gebaseerd op interviews, ronde tafels en enquêtes met inwoners, vrijwilligers, beroepskrachten, netwerkpartners en gemeente. Versterken sociale basis •

•

•

•

Inwoners waarderen de nabijheid en gastvrije sfeer van ontmoetingsplekken zoals dorpshuizen en bibliotheken. Deze dragen bij aan laagdrempelige toegang, al blijft bereik van jongeren, mensen met taalachterstanden en inwoners zonder netwerk lastig. Vrijwilligers en beroepskrachten sociale basis signaleren dat veel hulpvragen via familie of bekenden in beeld komen. Familie, buren en andere naasten spelen vaak een sleutelrol als wegwijzer. Zonder netwerk blijft een deel van de inwoners buiten beeld. Dorpen en wijken verschillen in samenredzaamheid. In Dieren Stenfert heeft de integrale wijkaanpak geleid tot meer onderlinge betrokkenheid, terwijl in andere kernen aansluiting minder vanzelfsprekend is. Inwoners en beroepskrachten waarderen vooral de nabijheid en de informele sfeer in de sociale basis, die de toegankelijkheid versterken. Het combineren van inzet van beroepskrachten en vrijwilligers wordt positief genoemd, al is dit nog afhankelijk van beschikbaarheid. Bereikbaarheid van ondersteuning buiten kantooruren wordt in de gesprekken juist als aandachtspunt genoemd, omdat dit nog niet altijd mogelijk is. Lokale maatwerkdiensten jeugdhulp

•

•

•

Beroepskrachten ervaren dat triage en gezamenlijke casusbesprekingen bijdragen aan betere toeleiding en passende inzet, maar dat structurele borging en voldoende capaciteit ontbreken. Scholen en huisartsen signaleren een groei van hulpvragen, vooral rond psychische problematiek. Wachtlijsten maken dat in sommige gevallen lichte zorgvragen verergeren tot zwaardere problematiek. De aansluiting tussen jeugdhulp, Wmo en sociale basis verloopt nog niet soepel, vooral bij de overgang naar volwassenheid. Ouders en jeugdigen ervaren de routes soms als versnipperd.

9

2.1.5

Conclusie

De toegang tot ondersteuning in Rheden is de afgelopen jaren zichtbaarder en laagdrempeliger geworden. Inwoners weten voorzieningen zoals dorpshuizen en inloopactiviteiten beter te vinden en waarderen de gastvrije sfeer en nabijheid. Ook verwijzers, zoals scholen en huisartsen, geven aan dat de weg naar jeugdhulp – zowel in de sociale basis als met indicatie - duidelijker en toegankelijker is geworden. Niet alle inwoners vinden echter vanzelf de weg. Vooral jongeren en mensen met beperkte taal- of digitale vaardigheden hebben hier meer ondersteuning bij nodig. Vrijwilligers en klantcoaches spelen een belangrijke rol door signalen vroeg op te vangen en inwoners verder te helpen. Inwoners ervaren de samenwerking van vrijwilligers en vaste contactpersonen als waardevol. Zij versterken vertrouwen, zorgen voor korte lijnen en dragen eraan bij dat inwoners de ondersteuning beter weten te vinden.

2.2

Thema 2 – Lichte ondersteuning en geïndiceerde hulp

Dit thema gaat over de balans tussen lichte ondersteuning in de sociale basis en geïndiceerde hulp. Het richt zich op de mogelijkheden om vragen zo vroeg en licht mogelijk te beantwoorden, en alleen zwaardere hulp in te zetten wanneer dat nodig is. 2.2.1

Belangrijkste uitkomsten

De afspraken en doelen zijn gebaseerd op aanbestedingsstukken en beleidsstukken. De bevindingen komen uit documenten, enquêtes en gesprekken. Versterken sociale basis

1

Doelen en afspraken

Bevindingen

Lichte Wmo ondersteuning wordt verplaatst naar de sociale basis.

Voorzieningen in de sociale basis zijn laagdrempelig en zonder formele drempels toegankelijk. Cijfers laten zien dat het aantal cliënten met een Wmo-indicatie in de periode 2021–2024 is gestegen van 3.095 (eerste helft 2021) naar 3.610 (tweede helft 2024)1.

waarstaatjegemeente.nl

10

Deze groei volgt de landelijke trend en hangt vooral samen met vergrijzing: een derde van de 75-plussers maakt gebruik van Wmoondersteuning. Opvallend is dat het aantal inwoners met Wmoondersteuning in Rheden, ondanks de stijging, verhoudingsgewijs lager ligt dan in vergelijkbare gemeenten. Uit de Jaarrapportage Incluzio 2024 blijkt dat het aantal bezoekers en de aantallen bijeenkomsten met ongeveer 100% zijn toegenomen in dezelfde periode. Daarmee wordt zichtbaar dat naast de stijging in Wmoindicaties ook de sociale basis nadrukkelijk groeit. Dit wijst erop dat de beweging naar lichtere vormen van ondersteuning steeds meer zichtbaar wordt. Medewerkers van Incluzio met ervaring als Wmo-consulent vóór deze opdracht bevestigen dit, en geven aan dat het aanbod van Incluzio in veel gevallen voorkomt dat zwaardere Wmovoorzieningen nodig zijn. Zij merken ook dat inwoners vaker openstaan voor andere oplossingen. Lichte jeugdhulp wordt verplaatst naar de sociale basis.

Uit de Jaarrapportage Incluzio 2024 blijkt dat in alle dorpskernen wekelijks inloopactiviteiten worden georganiseerd, zoals Second House voor kinderen tot 12 jaar en de Jongereninloop voor jongeren vanaf 12 jaar. Jongeren die hebben deelgenomen aan een activiteit waarderen deze met een hoog rapportcijfer (9,3). Incluzio beschrijft daarnaast dat er sinds 2024 meer ‘outreachend’ gewerkt wordt: op signalen van scholen, politie en handhaving is het jongerenwerk zichtbaar de wijken in gegaan om jongeren te bereiken en problematiek gericht aan te pakken. Incluzio meldt ook dat in 2024 niet de volledige bezetting van het jongerenwerkteam op orde was, waardoor het organiseren van activiteiten tijdelijk beperkter was. Met name de inlopen in Dieren hebben hierdoor enige tijd stilgelegen. Consulenten, vrijwilligers en praktijkondersteuners geven aan dat activiteiten soms niet doorgaan door te lage deelname of op ongunstige tijden plaatsvinden. Zij zien daarnaast behoefte aan meer eigentijdse, buiten schooltijd beschikbare activiteiten. Ook zien netwerkpartners dat het jeugdwerk sterk leunt op door Incluzio georganiseerde activiteiten en dat de aansluiting bij of het ontstaan van initiatieven van inwoners zelf beperkt blijft.

Uit Opiniepijlers komt naar voren dat jongeren aangeven eerder deel te willen nemen als er een aantrekkelijke sfeer of “vibe” is, bijvoorbeeld bij sport- en muziekevenementen.

11

De sociale basis signaleert tijdig en verbindt met Wmo en jeugdhulp wanneer zwaardere ondersteuning nodig is.

In gesprekken met vrijwilligers en beroepskrachten van Incluzio is benoemd dat signalen vaak tijdens activiteiten of inloopmomenten in beeld komen en vervolgens worden doorgegeven aan consulenten. De afstemming verloopt via korte lijnen: bij de Wmo rechtstreeks tussen consulenten en Incluzio, en bij de jeugdhulp via structurele triage-overleggen tussen jeugdhulpaanbieders, Incluzio en de gemeentelijke toegang. Al deze partijen geven aan dat het gezamenlijk bespreken van casussen leidt tot snellere en beter passende doorgeleiding. In 2024 ontving 95% van de inwoners die zich bij Incluzio meldden passende begeleiding binnen de sociale basis; in de overige gevallen is in overleg met de gemeentelijke toegang bepaald welke specialistische zorg nodig was en welke ondersteuning kon doorlopen vanuit de sociale basis (Jaarrapportage Incluzio 2024).

Schoolmaatschappelijk werk is bij de verlenging van 2022 uitgebreid in de sociale basis vanwege de gevolgen van corona voor scholieren.

Volgens de Memo verlenging 2022 is na corona de inzet uitgebreid om jongeren beter te kunnen ondersteunen. Schoolmaatschappelijk werkers geven aan dat hun aanwezigheid op scholen drempels verlaagt en vertrouwen vergroot, waardoor signalen eerder zichtbaar worden. Scholen waar schoolmaatschappelijk werkers actief zijn bevestigen dit, maar op andere scholen is deze verbinding nog niet gemaakt; zij geven aan hier geen behoefte aan te hebben omdat zij zelf interne ondersteuning inzetten. Consulenten en jongerenwerkers zien schoolmaatschappelijk werk als waardevolle ingang, maar merken dat signalen op scholen zonder deze inzet minder snel worden doorgezet naar passende ondersteuning.

Lokale maatwerkdiensten jeugdhulp Doelen en afspraken

Bevindingen

Jeugdhulp volgt het principe matched care: licht waar het kan, zwaar als het moet.

In de gesprekken is aangegeven dat het streven naar matched care in de praktijk niet altijd vanzelf gaat. Het onderscheid tussen lichte en zware problematiek wordt door Incluzio en de jeugdhulpaanbieders verschillend gemaakt. Consulenten noemen dat wachttijden en beperkte capaciteit ertoe kunnen leiden dat hulp soms zwaarder wordt ingezet of juist later start. Jeugdhulpaanbieders ervaren dat gezinnen soms jeugdhulp krijgen terwijl lichte ondersteuning bedoeld was, of juist andersom.

12

Volgens jeugdhulpaanbieders hangt dit samen met onbekendheid met elkaars aanbod en een verschillend beeld van wat bij de sociale basis hoort en wat bij jeugdhulp. Incluzio herkent dat die afbakening in de praktijk verschillend wordt gemaakt. Jeugdhulpaanbieders werken samen met de sociale basis en collectieve voorzieningen om de inzet van geïndiceerde hulp te beperken.

De lichte ondersteuning voor jeugd wordt vooral door Incluzio georganiseerd; initiatieven van inwoners zelf zijn beperkt. Jeugdhulpaanbieders vinden overdracht soms lastig, omdat zij ervaren dat Incluzio de zwaarte van hulpvragen anders inschat. Incluzio geeft aan dat dit samenhangt met hun opdracht, die vanuit de gemeente duidelijk is afgebakend tussen ondersteuning in de sociale basis en hulp in de jeugdketen. Volgens Incluzio gaat het vaak om grensgevallen die expliciete triage vragen met consulenten en aanbieders. Daarnaast is hun aanpak nadrukkelijk gebaseerd op normaliseren en het versterken van eigen kracht en netwerk. Dat kan door verwijzende jeugdhulpaanbieders ervaren worden als “niet oppakken”, terwijl het past bij hun opdracht en werkwijze. Hun keuze voor collectieve activiteiten is onderdeel van de opdracht: lichte ondersteuning moet zoveel mogelijk dichtbij en in groepsverband plaatsvinden. Als dat niet past, volgt individuele ondersteuning. Incluzio benadrukt dat de afbouw van geïndiceerde zorg extra druk legt op de sociale basis, waardoor de afbakening tussen lichte en zwaardere hulp steeds onderwerp van gesprek blijft.

Toelichting en aandachtspunten Jeugdhulpaanbieders en Incluzio zien kansen om tijdelijk meer casussen gezamenlijk te beoordelen. Dit helpt om van elkaar te leren hoe inschattingen het beste gemaakt kunnen worden en om lichtere inzet vaker mogelijk te maken. In de gesprekken met vrijwilligers is genoemd dat hun betrokkenheid bij overleggen over lokale ondersteuning of hulpvragen kan bijdragen aan een vollediger beeld en een gevoel van gelijkwaardigheid. Tegelijkertijd wordt erkend dat dit vanwege privacy en vertrouwelijkheid niet eenvoudig te organiseren is. 2.2.2

Beleidsmatige relevantie van het thema

Binnen beide opdrachten is de wens uitgesproken dat hulpvragen zoveel mogelijk opgepakt kunnen worden in de sociale basis. Het uitgangspunt is dat inwoners niet alleen ondersteuning ontvangen, maar idealiter ook actief deel uitmaken van de sociale basis en daarmee bijdragen aan netwerken

13

voor anderen. Algemene voorzieningen, (eigen) netwerken en activiteiten in groepsverband vormen de basis van ondersteuning. Geïndiceerde hulp komt in beeld wanneer lichtere vormen niet toereikend zijn, en wordt zoveel mogelijk tijdelijk en aanvullend ingezet in verbinding met de sociale basis. Voor de sociale basis is vastgelegd dat ondersteuning zoveel mogelijk in de leefwereld van inwoners wordt georganiseerd, met nadruk op samenredzaamheid en eigen kracht (Transformatieplan 2.0). Voor jeugdhulp geldt het principe matched care: zo licht als mogelijk, zo intensief als nodig. Het Koersdocument Samenleven en het beleidskader Meedoen benadrukken dat jeugdhulp aanvullend moet zijn op wat ouders, school, buurt en samenleving zelf bieden, en niet vervangend. 2.2.3

Bevindingen uit documentanalyse

Deze bevindingen zijn gebaseerd op beleidsstukken, rapportages en metingen. Een overzicht van de geraadpleegde documenten is opgenomen in bijlage 4.1. Versterken sociale basis • •

•

Het aantal deelnemers aan ontmoetingsactiviteiten en open inlopen is in 2024 met 10% gestegen ten opzichte van 2023 (Jaarrapportage Incluzio 2024). Het collectieve aanbod van Incluzio is verder uitgebreid: het aantal activiteiten groeide van 91 in 2023 naar 105 in 2024, en het aantal deelnemers nam toe van 6.792 naar 9.400 (Jaarrapportage Incluzio 2024). De transformatie naar meer collectieve ondersteuning is duidelijk zichtbaar in het aanbod voor volwassenen: het aantal groepsactiviteiten steeg van 35 in 2023 naar 60 in 2024, goed voor 1.059 bijeenkomsten (687 in 2023). Het aantal deelnemers groeide in dezelfde periode met 72%, van 5.812 naar 10.010 (Jaarrapportage Incluzio 2024).

•

•

• •

In 2024 ontving 95% van de inwoners die zich bij Incluzio meldden passende begeleiding binnen de sociale basis. In de overige gevallen is, in overleg met de gemeentelijke toegang, onderzocht welke specialistische zorg nodig was en welke ondersteuning vanuit de sociale basis kon blijven doorlopen (Jaarrapportage Incluzio 2024). In alle drie de dorpskernen zijn vaste jeugdactiviteiten georganiseerd, zoals Second House (voor kinderen tot 12 jaar) en Jongereninloop (vanaf 12 jaar). Deze activiteiten sluiten aan bij de lokale context en vinden wekelijks plaats in Velp, Rheden en Dieren (Jaarrapportage Incluzio 2024). De waardering voor de jeugdactiviteiten is hoog: kinderen en jongeren gaven de inlopen in 2024 gemiddeld een 9,3 (Jaarrapportage Incluzio 2024). Jongeren geven in Opiniepijlers aan dat zij meer gestimuleerd willen worden tot interactie. Deelname komt volgens hen vooral op gang wanneer er aantrekkelijke activiteiten of evenementen worden georganiseerd, zoals sport- en spelevenementen of muziekbijeenkomsten (Opiniepijlers 2023).

14

Lokale maatwerkdiensten jeugdhulp •

2.2.4

Uit gemeentelijke data blijkt dat het aantal jeugdigen met jeugdhulp binnen deze opdracht in de periode 2022–2024 met 5% is gedaald ten opzichte van 2022. Deze daling sluit aan bij de ingezette koers om hulpvragen waar mogelijk in de sociale basis op te pakken en te normaliseren (bron: data gemeente Rheden). Inzichten vanuit betrokkenen

Deze inzichten zijn gebaseerd op interviews, ronde tafels en enquêtes met inwoners, vrijwilligers, beroepskrachten, netwerkpartners en gemeente. Versterken sociale basis •

• •

•

•

•

•

Inwoners ervaren het aanbod van laagdrempelige voorzieningen als voldoende. De samenwerking tussen organisaties wordt positief beoordeeld; overlap in aanbod wordt niet als probleem gezien maar als kans om beter aan te sluiten bij uiteenlopende wensen. In Dieren Stenfert heeft een andere aanpak geleid tot meer onderlinge betrokkenheid en betere vindbaarheid van lichte ondersteuning. Consulenten, vrijwilligers en praktijkondersteuners (POH) geven aan dat het aanbod voor jongeren beperkt is en vaak niet goed aansluit bij hun leefwereld. Zij zien behoefte aan eigentijdse activiteiten die ook buiten schooltijd beschikbaar zijn. Daarnaast signaleren zij dat het jeugdwerk vooral bestaat uit activiteiten die door Incluzio zelf worden georganiseerd. Bepaalde groepen inwoners blijven lastig te bereiken, zoals jongeren, mensen met beperkte taalvaardigheid en ouderen met lichamelijke of cognitieve beperkingen. Voor hen is aansluiting bij collectieve voorzieningen minder vanzelfsprekend, onder meer door beperkte toegankelijkheid van informatie, fysieke drempels of een aanbod dat onvoldoende aansluit bij hun leefwereld. Incluzio geeft aan dat er bewust een grens is tussen ondersteuning in de sociale basis en geïndiceerde hulp. Zij bieden ondersteuning, geen hulp. Zij geven aan dat bepaalde casussen daarom niet door hen worden opgepakt.

Casussen die precies op de grens liggen vragen volgens Incluzio om expliciete triage in overleg met jeugdconsulenten en jeugdhulpaanbieders, omdat niet alles via de sociale basis kan worden opgevangen. Medewerkers van Incluzio die eerder als Wmo-consulent bij de gemeente werkten, zien dat hun huidige aanbod veel situaties opvangt die anders zeker tot een Wmo-indicatie hadden geleid. In hun nieuwe rol ervaren zij meer ruimte om samen met inwoners naar andere oplossingen te kijken. Zij merken dat inwoners daar ook vaker voor openstaan, terwijl het gesprek vanuit de vroegere rol als consulent meestal direct gericht was op het aanvragen van een voorziening.

15

•

•

•

Incluzio benoemt dat wachtlijsten voor individuele begeleiding van klantcoaches van Incluzio en personeelskrapte ertoe leiden dat vaker groepsaanbod wordt ingezet in plaats van individuele begeleiding. Daardoor kan een individuele vraag soms niet direct worden opgepakt. Incluzio geeft aan dat normaliseren en het versterken van eigen kracht en netwerk centraal staan in hun werkwijze. Voor verwijzende partijen kan dit overkomen als “niet oppakken”, maar Incluzio benoemt dat dit past bij hun opdracht en werkwijze. Incluzio ervaart dat de verminderde inzet van geïndiceerde zorg extra druk legt op de sociale basis. Volgens hen kan niet alle extra instroom daar landen, waardoor de vraag “wat hoort waar” steeds opnieuw besproken moet worden. Lokale maatwerkdiensten jeugdhulp

•

•

•

•

•

•

Het principe van afbouwen naar lichtere zorg verloopt wisselend. Wanneer dit niet goed lukt keren gezinnen terug met dezelfde of soms zelfs zwaardere problematiek, waardoor jeugdhulpaanbieders, en ook Incluzio, terughoudender zijn geworden. De overdracht van lichte zorg naar Incluzio vraagt om goede afstemming. Jeugdhulpaanbieders geven aan dat zij verschillend kijken naar de zwaarte van zorg, waardoor de overgang naar lichtere vormen van ondersteuning niet altijd vanzelfsprekend verloopt. Over de scheidslijn tussen sociale basis en jeugdhulp bestaan verschillende perspectieven. Soms ontvangen gezinnen jeugdhulp waar lichte ondersteuning ook mogelijk zou zijn. Beroepskrachten sociale basis en jeugdhulp zien kansen in pilots met gezamenlijke beoordeling en overleg bij de start van hulp of ondersteuning. Jeugdhulpaanbieders geven aan dat bij inwoners met een licht verstandelijke beperking of complexe gezinssituaties (zoals vechtscheidingen) lichte ondersteuning vaak niet toereikend is; problemen zijn te acuut of complex. Jeugdhulpaanbieders geven aan te merken dat de druk op gezinnen is toegenomen: beide ouders werken vaker, er zijn hoge verwachtingen vanuit school en omgeving, en er is minder ruimte om tijdig zelf oplossingen te vinden. Daardoor ontstaan sneller meervoudige of langdurige hulpvragen.

Consulenten ervaren dat er nog onduidelijkheid is hun verantwoordelijkheid en tot waar die loopt. De uitdaging zit met name in de overgang 18-/18+.

16

2.2.5

Conclusie

De overgang tussen lichte ondersteuning en geïndiceerde jeugdhulp verloopt in de praktijk niet altijd soepel. Jeugdhulpaanbieders en Incluzio geven aan dat het inschatten van welke situatie lichte of zwaardere ondersteuning nodig heeft soms verschillende uitkomsten geeft. Incluzio benadrukt dat hun opdracht ligt in het bieden van ondersteuning in de sociale basis. Zij hebben een werkwijze die gericht is op normaliseren en het versterken van eigen kracht en netwerk. Die benadering vraagt om een andere manier van werken dan sommige verwijzers gewend zijn, en wordt niet altijd hetzelfde geïnterpreteerd. De keuze om groepsgerichte activiteiten voorop te stellen sluit aan bij de opdracht om lichte ondersteuning dichtbij en collectief te organiseren. Wanneer individuele begeleiding beter past, wordt dit in overleg geboden. Dat vraagt echter voortdurend afstemming over rollen en grenzen, zeker in tijden van beperkte capaciteit. Zowel Incluzio als jeugdhulpaanbieders benoemen dat er sprake is van druk in het systeem. De afbouw van geïndiceerde zorg zorgt voor een grotere instroom in de sociale basis, terwijl de toenemende druk op gezinnen leidt tot meer en complexere hulpvragen. Partijen zien gezamenlijk dat verdere afstemming aan de voorkant kan helpen om beter aan te sluiten op de ondersteuningsbehoefte van gezinnen.

2.3

Thema 3 – Samenwerking en integraliteit

Dit thema gaat over hoe partijen samenwerken rondom inwoners en gezinnen. Het richt zich op de samenhang tussen organisaties en domeinen, en op de vraag of inwoners ondersteuning ervaren als één geheel in plaats van losse trajecten. 2.3.1

Belangrijkste uitkomsten

De afspraken en doelen zijn gebaseerd op aanbestedingsstukken en beleidsstukken. De bevindingen komen uit documenten, enquêtes en gesprekken.

17

Versterken sociale basis Doelen en afspraken

Bevindingen

De opdrachtnemer stelt samen met lokale partners wijkgerichte uitvoeringsplannen op en voert deze uit.

Uit de Jaarrapportage Incluzio 2024 blijkt dat in kernen waar plannen gezamenlijk zijn opgesteld, zoals Dieren, partners elkaar beter weten te vinden en activiteiten beter op elkaar aansluiten. In gesprekken met dorpshuizen en vrijwilligers is genoemd dat dit minder vanzelfsprekend lukt in Velp en De Steeg, waar meer afstemming nodig blijft.

De gemeente heeft de versterking van de sociale basis als integrale opdracht belegd bij één hoofdaanbieder (Incluzio) met als doel meer samenhang en herkenbaarheid.

Inwoners en organisaties noemden in de gesprekken dat de keuze voor één hoofdaanbieder overzicht en herkenbaarheid geeft. Incluzio wordt vaak als verbindende partij gezien door hun actieve aanwezigheid. Vrijwilligers en lokale partners merken dat de samenwerking sterk afhankelijk is van hoe medewerkers van Incluzio het contact vormgeven: de één doet dit actief en uitnodigend terwijl de ander minder zichtbaar is. Zij zien kansen in meer gestructureerde overlegmomenten en in een grotere zichtbaarheid van Incluzio bij activiteiten in de kernen. Huisartsen geven aan regelmatig te verwijzen naar de sociale basis. Zij voegden daaraan toe dat het niet altijd duidelijk is of en door wie de casus op is gepakt of wie de regie houdt, waardoor samenwerken soms lastig is. Welzijn op Recept werd door verwijzers genoemd als een positieve ontwikkeling die het contact met het sociaal domein versterkt.

Samenwerking met en tussen bewonersinitiatieven en vrijwilligersorganisaties wordt structureel ondersteund.

In de gesprekken werden positieve voorbeelden genoemd van samenwerking. In de financiële hulpverlening wordt samengewerkt met vrijwilligers tijdens tweemaandelijkse kennis overleggen. Ook op andere thema’s zijn er overlegvormen waar organisaties en vrijwilligers elkaar ontmoeten. Dit wordt gezien als waardevol ketenoverleg. Samenwerking verloopt echter niet overal vanzelfsprekend. Uit Opiniepijlers 2023 en gesprekken met vrijwilligers en de gemeente kwam naar voren dat Incluzio veel activiteiten zelf organiseert, wat niet altijd aansluit bij de bedoeling van de opdracht om bestaande netwerken met inwoners te versterken.

18

Gemeente als partner in samenwerking.

Incluzio ervaart de samenwerking met de gemeente positief, maar soms is het lastig door personele wisselingen en daarop volgend minder structureel overleg en afstemming. Verloop leidde daarnaast tot vertraging, bijvoorbeeld bij wachtlijsten of wanneer nieuwe medewerkers nog niet ingewerkt waren. Zij pleiten voor structurele versterking en zien kansen voor een grotere rol van jeugdconsulenten in de sociale basis. Incluzio geeft aan dat de lastige overgang naar deze nieuwe manier van werken het vertrouwen heeft beschadigd en dat dit nog steeds merkbaar is. Dorpshuizen, vrijwilligers en netwerkpartners waarderen de verbindende rol van de gemeente, maar merken dat deze niet altijd consistent wordt ingevuld door beperkte capaciteit. De gemeente zelf geeft aan dat hun voorkeur heeft dat partners vaker onderling het initiatief mogen nemen, met de gemeente beschikbaar om aan te sluiten waar nodig.

Lokale maatwerkdiensten jeugdhulp Doelen en afspraken

Bevindingen

Er is bewust gekozen voor een beperkt aantal jeugdhulpaanbieders om samenhang te versterken en korte lijnen te creëren.

De Memo verlenging opdrachten 2022 licht toe dat de keuze voor een beperkte aantal aanbieders, leidt tot meer overzicht en nauwere samenwerking. De gecontracteerde partijen bevestigden in de gesprekken dat dit in de praktijk leidt tot korte lijnen en beter contact, en dat de samenwerking nog steeds verder verbeterd. Jeugdconsulenten gaven aan dat het makkelijker schakelt en dat zij de jeugdhulpaanbieders beter kennen. Ook contractmanagement benadrukte dat de samenwerking overzichtelijker is doordat steeds dezelfde partijen aan tafel zitten.

Samenwerking met gemeente en Team Toegang.

Jeugdhulpaanbieders omschrijven de samenwerking met de gemeente als betrokken, open, eerlijk en toegankelijk; beleidsadviseurs en contractmanagers zijn volgens hen goed bereikbaar en denken mee. De samenwerking met Team Toegang verliep in een eerdere periode moeizaam door capaciteitsgebrek als gevolg van verloop en ziekte van personeel.

19

De hoge werkvoorraad, wachtlijsten en beperkte bereikbaarheid hadden vertraging tot gevolg. Hierdoor ontstonden er meer crisissen en werden casussen tijdens het wachten zwaarder. Deze situatie is inmiddels verbeterd. In de gesprekken werd benadrukt dat een duidelijke regierol daardoor niet goed van de grond is gekomen, maar wel cruciaal blijft. Samenwerking met de sociale basis.

De samenwerking met de sociale basis verloopt voor jeugdhulpaanbieders voornamelijk via Incluzio en de initiatieven waar Incluzio bij aan is gesloten. Deze samenwerking wordt per aanbieder verschillend ervaren. De meesten spreken van een prettige samenwerking, maar enkele aanbieders benoemden ook mindere ervaringen, zoals eenzijdige communicatie en het niet oppakken van een idee voor een initiatief. Als positief voorbeeld worden de samenwerkingen rondom Steunouder genoemd, die volgens de jeugdhulpaanbieders veel potentie hebben. De uitvoerende medewerkers van Incluzio geven aan dat de afstemming met jeugdhulpaanbieders goed verloopt en dat er over en weer goed contact is. Tegelijk benadrukken zowel Incluzio als de aanbieders dat het vinden van een echt integrale benadering nog steeds een uitdaging is.

Verbinding versterken met (netwerk)partners

In de memo wordt voor 2023 en verder het versterken van de verbinding met verwijzers en onderwijs genoemd als belangrijk aandachtspunt, met als doel meer samenhangende hulp en ondersteuning (Memo verlenging opdrachten 2022). Uit gesprekken en vragenlijsten komt naar voren dat jeugdhulpaanbieders soms aansluiten bij gesprekken op scholen en daarbij hun visie geven op de ondersteuning van jeugdigen. Scholen waarderen de betrokkenheid en het meedenken. Sommige scholen geven aan dat het onduidelijkheid is over de regie en het oppakken van de vervolgacties. Jeugdhulpaanbieders ervaren het contact met de huisarts en praktijkondersteuners positief. In de samenwerking met de

20

jeugdbescherming noemen zij rolonduidelijkheid regelmatig als aandachtspunt. Andere aanbieders benadrukken dat knelpunten niet alleen te maken hebben met onduidelijke rollen, maar ook met werkdruk, beperkte beschikbaarheid en het ontbreken van mandaat bij triage. Huisartsen en jeugdbescherming zelf ervaren de samenwerking met jeugdhulpaanbieders wisselend. Positieve voorbeelden zijn er wel, zoals het snel kunnen inzetten van spoedhulp via een direct contactpersoon en goede afstemming in individuele gevallen. Tegelijkertijd wordt vaak genoemd dat wachttijden lang zijn en dat sinds de contracten met kleinere lokale praktijken zijn weggevallen, de korte lijnen van vroeger worden gemist. De samenwerking met de grotere aanbieders verloopt volgens hen stroever, met signalen over beperkte bereikbaarheid en wisselende kwaliteit van verslaglegging en behandelvoorstellen. Toelichting en aandachtspunten Samenwerking en integraliteit zijn duidelijke uitgangspunten in beide opdrachten. In de praktijk zijn hier volgens jeugdhulpaanbieders, Incluzio en consulenten al goede stappen in gezet, bijvoorbeeld via gezamenlijke wijkplannen en de triage-overleggen. Deze triages worden in de gesprekken breed gewaardeerd: het open bespreken van casussen en het gezamenlijk analyseren van situaties maakt samenwerking concreet zichtbaar en versterkt het vertrouwen.

Het principe van één gezin – één plan wordt door betrokkenen genoemd als kansrijke manier om integraliteit verder te versterken, al wordt dit nog maar beperkt toegepast. Beleidsmedewerkers gaven in de gesprekken aan dat de aansluiting tussen regionale afspraken en de lokale uitvoering aandacht blijft vragen. Jeugdhulpaanbieders en consulenten benoemden vooral kansen in duidelijke regie, meer structureel overleg en heldere afspraken over samenwerking rond de hulpvraag van inwoners. 2.3.2

Beleidsmatige relevantie van het thema

Binnen beide opdrachten is afgesproken dat samenwerking en integraliteit randvoorwaarden zijn voor effectieve ondersteuning. Hulp en ondersteuning moeten georganiseerd zijn rond de leefwereld van inwoners en niet langs de lijnen van afzonderlijke organisaties. Integraliteit betekent dat beroepskrachten hun kennis bundelen, domeinoverstijgend werken en gezamenlijk verantwoordelijkheid dragen om passende hulp te bieden.

21

Voor de sociale basis benadrukt het Koersdocument Samenleven dat samenwerking en samenhang de basis vormen voor een sterke gemeenschap. Het beleidskader Meedoen noemt samenwerking een rode draad: beroepskrachten moeten domeinoverstijgend werken, verantwoordelijkheid delen en actief de verbinding zoeken met inwoners, verenigingen en lokale initiatieven. Voor de jeugdhulp geldt dat integraliteit centraal staat. Het Transformatieplan 2.0 ziet samenwerking als randvoorwaarde om te voorkomen dat gezinnen tussen wal en schip vallen of met meerdere ongerichte trajecten te maken krijgen. Het Koersdocument Samenleven en het beleidskader Meedoen benadrukken dat ondersteuning georganiseerd moet zijn rond het gezin, met gezamenlijke doelen, duidelijke afspraken en één aanspreekpunt, in nauwe samenhang met school, buurt en netwerk. 2.3.3

Bevindingen uit documentanalyse

Deze bevindingen zijn gebaseerd op beleidsstukken, rapportages en metingen. Een overzicht van de geraadpleegde documenten is opgenomen in bijlage 4.1. Versterken sociale basis •

•

In wijken waar gezamenlijke wijkgerichte plannen zijn opgesteld, lukt het beter om integraliteit in de praktijk te brengen. Partners weten elkaar daar sneller te vinden en activiteiten sluiten beter op elkaar aan (Jaarrapportage Incluzio 2024). Bij casusoverleggen wordt zichtbaar dat samenwerking tussen organisaties bijdraagt aan een bredere blik op inwonersvragen en sneller doorgeleiden naar passende ondersteuning (Jaarrapportage Incluzio 2024). Lokale maatwerkdiensten jeugdhulp

•

•

2.3.4

Documenten beschrijven dat afstemmingsoverleggen tussen jeugdhulpaanbieders en toegang bijdragen aan beter gecoördineerde inzet; daarnaast wordt gevraagd om verdere structurele borging van deze werkwijze (Memo Verlenging Opdrachten 2022). In de memo Verlening Opdrachten 2022 wordt aangegeven dat werkprocessen verder gestroomlijnd moeten worden en dat afstemming met netwerkpartners meer aandacht vraagt. Ook wordt benoemd dat triage-overleggen en casusbesprekingen bestaan, maar dat deze nog in ontwikkeling zijn. (Memo Verlenging Opdrachten 2022). Inzichten vanuit betrokkenen

Deze inzichten zijn gebaseerd op interviews, ronde tafels en enquêtes met inwoners, vrijwilligers, beroepskrachten, netwerkpartners en gemeente.

22

Versterken sociale basis •

•

•

•

•

•

•

•

Inwoners ervaren dat samenwerking in de kernen vooral goed werkt door korte lijnen, regelmatige contacten en netwerkbijeenkomsten. Deze dragen bij aan warme relaties en actuele informatie-uitwisseling. Laagdrempelige voorzieningen, zoals het naaiatelier, worden gezien als belangrijke plekken om inwoners met schaamte of verborgen problemen in beeld te krijgen. Praktische activiteiten maken signalering mogelijk. In de gesprekken met Incluzio werd duidelijk dat de financiële hulpverlening in de gemeente wordt gedragen door vrijwilligers, die elkaar iedere twee maanden ontmoeten in een kennisoverleg. Daar delen zij ervaringen, bespreken ze wat ze tegenkomen en stemmen hun rollen goed op elkaar af. Hierin worden alle schakels met elkaar verbonden en wordt samenwerking merkbaar sterker. Incluzio wordt door inwoners en organisaties vaak als verbindende partij gezien, dankzij een breed netwerk en actieve aanwezigheid. Tegelijk wordt meer gestructureerd overleg gewenst om samenwerking verder te versterken. Organisaties in de kernen ervaren de samenwerking met de gemeente als wisselend en soms te afhankelijk van individuele medewerkers. Personele wisselingen en bezuinigingen leiden tot discontinuïteit en druk op onderlinge samenwerking. Netwerkpartners zien de combinatie van vrijwilligers en beroepskrachten als voorbeeld van goede samenwerking.

Zij merken wel dat verkokering en concurrentie door subsidies en aanbestedingen samenwerking soms nog kan belemmeren. Incluzio heeft in de relatie met de gemeente behoefte aan meer overleg en afstemming op uitvoerend niveau. Deze vindt nu incidenteel plaats en tijdens netwerkbijeenkomsten. Daarnaast is zowel bij Incluzio, als bij de gemeente, verloop van medewerkers geweest. Dit speelde zeker ook bij de jeugdconsulenten en hun doelgroepen. Het ontbreken van de afstemming maakt samenwerking lastiger in de praktijk. Vanuit verschillende perspectieven wordt benoemd dat Incluzio veel ondersteuning zelf organiseert, terwijl de bedoeling van de opdracht juist is om bestaande netwerken en initiatieven samen met inwoners te versterken. Wanneer eigenaarschap te weinig bij inwoners ligt, blijven initiatieven kwetsbaar en kunnen zij wegvallen zodra de inzet van één organisatie verandert. Meer gezamenlijke opbouw vanuit gemeenschappen wordt daarom als duurzamer en wenselijker gezien. Lokale maatwerkdiensten jeugdhulp

•

Beroepskrachten zien dat samenwerking rond gezinnen met complexe hulpvragen goed uitpakt als regie en afspraken duidelijk zijn, bijvoorbeeld in multidisciplinaire overleggen en de uitvoering van één gezin – één plan. Waar regie ontbreekt, werken organisaties naast elkaar en neemt de effectiviteit af.

23

•

•

• •

•

•

De samenwerking met Incluzio wordt door jeugdhulpaanbieders positief gewaardeerd, onder meer vanwege openheid, bereikbaarheid en bereidheid tot afstemmen. Incluzio geeft ook aan dat gezamenlijke triage en casusoverleggen belangrijk zijn om elkaar goed te begrijpen en afspraken helder te maken. Zij zien dat de samenwerking het meest effectief is wanneer er vaste overlegstructuren zijn en rollen en verantwoordelijkheden vooraf duidelijk zijn afgesproken. Scholen en huisartsen signaleren dat overlegmomenten met jeugdhulp en Team Toegang beperkt zijn en dat terugkoppeling na verwijzing vaak ontbreekt. Dit belemmert een integrale aanpak. De gemeente wordt door veel beroepskrachten als toegankelijk en betrokken ervaren, maar jeugdbescherming noemt afspraken met de gemeente soms moeizaam. Beleidsadviseurs en consulenten nemen in de praktijk vaak een verbindende rol op zich, omdat samenwerking tussen partners niet altijd vanzelf tot stand komt. Deze rol kan alleen goed worden ingevuld wanneer er voldoende capaciteit is en duidelijkheid bestaat over het mandaat om afspraken te maken. De triage-overleggen met jeugdhulpaanbieders en Incluzio worden breed gewaardeerd: de open bespreking van casussen leidt tot meer gezamenlijke analyse en betere inzet van passende ondersteuning.

Netwerkpartners ervaren dat de integraliteit rond jeugd nog onvoldoende zichtbaar is; samenwerking in de vorm van één gezin – één plan wordt weinig toegepast en verschilt sterk per kern.

24

2.3.5

Conclusie

In de sociale basis waarderen inwoners en partners de herkenbaarheid van één hoofdaanbieder en de korte lijnen met vaste contactpersonen, en Incluzio wordt door veel partijen als verbindende schakel gezien. In Dieren, waar wijkplannen gezamenlijk zijn opgesteld, sluiten activiteiten beter op elkaar aan en weten partners elkaar sneller te vinden. Ook in andere domeinen zijn er positieve voorbeelden, zoals de kennis overleggen in de financiële hulpverlening en de aanpak Welzijn op Recept, die door verwijzers wordt gewaardeerd. Een aandachtspunt is dat het eigenaarschap van activiteiten sterker bij inwoners kan liggen. Omdat soms snel gehandeld moet worden of capaciteit ontbreekt, neemt Incluzio regelmatig zelf het initiatief. Daarnaast heeft wisseling van personeel bij zowel gemeente als uitvoerders de samenwerking op momenten vertraagd. In de jeugdhulp heeft de keuze voor een beperkt aantal aanbieders geleid tot meer overzicht en nauwere samenwerking met consulenten en contractmanagement. Jeugdhulpaanbieders waarderen de openheid van de gemeente, maar signaleren ook dat de regierol van Team Toegang nog niet structureel genoeg is ingevuld. De samenwerking met scholen, huisartsen en jeugdbescherming wordt wisselend ervaren: er zijn positieve voorbeelden van korte lijnen en spoedhulp, maar ook knelpunten door werkdruk, rolonduidelijkheid en langere wachttijden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rozendaal&id=70221fbc-897c-4d20-ac18-51e08e468c9d